Kosmische – karmische kronkelingen

image_pdf

  29 maart 1963

Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar. Denkt u er aan. Na alle beschouwingen omtrent verleden en toekomst wil ik heden spreken over de oorzaak van vele verwarringen in deze tijd. Ik koos hiervoor een titel, die u misschien wat vreemd voor zal komen: Kosmische – karmische kronkelingen.

Ik meen namelijk dat het nu tijd is, eens te zien naar vele bijzonderheden van deze tijd, die samenhangen met karma, met de wetten van oorzaak en gevolg, met de wet van evenwicht. Wanneer ik dit als geheel beschouw, doet het mij eerlijk gezegd wat komisch aan. Wanneer ik zie, hoe de mens in deze tijd zijn noodlot benadert, rijst mij het beeld van iemand, die kruip-door-sluip-door speelt rond zijn doel, zonder het ooit te durven benaderen. Men schijnt er niet voor te voelen eenvoudigweg te stellen: zo moet het zijn, of zo is het juist, zo voel ik het e.d. Men draait er om heen met een: zoiets zou mooi zijn, maar dat doet men niet. Of: dit is wel juist, maar het is zo moeilijk te verwerkelijken enz. Eerst wanneer het te laat is, zal men aarzelend trachten iets te doen, dat er op lijkt. Zo zijn de verwarringen van deze tijd voor een groot deel tot stand gekomen.

Ik heb mij de moeite getroost in dit verband het karma van de massa eens – zij het in grove lijnen – te ontraadselen.

Nu blijkt, dat verschillende zeer oude groepen een groot aantal incarnaties op aarde hebben. Daaronder behoort o.m. de zogenaamde Isis, een periode, waarin de witte en de zwarte Isis op de bewustwording van de mensen een zeer grote invloed hadden. Verder blijkt een sterke incarnatiegroep aanwezig te zijn uit de Incaperiode, waarbij het hoofdelement uit de Azteekse tijd stamt, terwijl er eveneens sprake is van een sterke incarnatiegroep uit de vroegere grote negerrijken en een gelijkwaardige groep die eens leefde, tussen 2500 en 1500 v. Chr. in de omgeving van het huidige India.
De delen van deze groepen hebben ondertussen waarschijnlijk meerdere tussentrappen doorgemaakt, maar de invloeden van genoemde incarnaties werken voor hen op het ogenblik wel bijzonder sterk. Hierdoor zullen deze mensen allen geneigd zijn ergens weer terug te grijpen naar waarden en ideeën uit genoemde perioden. Dit teruggrijpen op voorbije ideeën en waarden is voor hen echter veelal niet mogelijk, zonder gelijktijdig de waarden en mogelijkheden van hun eigen wereld daarmede grondig in de war te brengen. Ik zal u nu enkele eigenschappen van de genoemde groeperingen noemen, in de hoop, dat u hierdoor beter zult beseffen, waarom in deze dagen sommige ontwikkelingen zich zo afspelen, als zij doen.

De oude Isis periode bracht ons de zogenaamde bijzondere inwijding. Dit betekent, dat binnen de als inwijdingsschool bekend staande groep een hernieuwde inwijding mogelijk was. Deze vielen uiteen in de inwijdingen van de zwarte en van de witte Isis en droegen beiden een sterk magisch karakter. Daarbij ging de witte hun bijzondere inwijding in de richting van een esoterisch magisch werken, terwijl de zwarte inwijding zich eerder bezig hield met massabeïnvloeding en massapsychologie – al werd dat toen nog niet zo genoemd. Wij zien nu, dat in de oudheid deze kerninwijdingen zich steeds meer begonnen af te zonderen van de andere priesters en gelovigen. Zij vormden een sterk besloten geheel, dat geen inmenging van buitenaf gedoogde.

Het zal u duidelijk zijn, dat een dergelijke neiging tot beslotenheid ook in deze dagen op aarde sterk wordt geprojecteerd. Deze gedachtegang stelt, eigen selecte groep en eigen belangen op de voorgrond, waarbij de selecte groep alleen na zeer ernstige beproevingen misschien een vreemdeling toegang verleent. De inwijding wordt als het ware een erfelijk recht, buitenstaanders werden geweerd.

Op het ogenblik vinden wij in zeer vele landen zogenaamde elite groepen, die steeds weer de regeringsfuncties, economische functies en zelfs de beslissende publicaties onder zich verdelen. Deze groepen gaan uit van het standpunt, dat zij alles het beste weten en trachten een soort vaderlijk gezag uit te oefenen. Iedereen heeft hen te gehoorzamen, indien hij deel wil zijn van de gemeenschap. Op een andere wijze kan men de mensheid niet leiden, zo menen deze groepen. In de oudheid was dit juist. Wanneer de ingewijden de mensen – die van de wereld weinig of niets wisten, die niet konden lezen of schrijven, bijgelovig waren en geen begrip, hadden van natuurwetten – wilden leiden en helpen, zo was dit alleen vanuit een besloten geheel mogelijk, dat een zo absoluut mogelijk gezag kon uitoefenen.
Bij degenen, die tot deze groep in de oudheid behoorden, blijkt echter een onweerstaanbare drang te bestaan om dit systeem toe te passen in een wereld, die wél een voldoende bewustzijn bezit om gebruik te maken van de feiten en de wetten te erkennen. Men zou hier het verwijt kunnen herhalen, dat tegen de leden van de Isisgroep werd uitgesproken toen deze groep rond 4000 jaar geleden bestond: “Gij weigert uw kennis en macht met anderen te delen. Gij weigert zelfs de waarheid te spreken, ofschoon diegenen die u volgen, hierop recht hebben”. Men zou dit in deze dagen kunnen herhalen.

Hebt u zich wel eens bezig gehouden met de voornamere bestuur- en regeringspersonen in verschillende landen? Wanneer u dit ontleedt, blijkt dat politiek, gezag, e.d. in een bepaalde familiekring blijft. Ik bedoel hiermee natuurlijk niet degenen, die wel eens een zetel in kamer of senaat verwerven, maar degenen die werkelijk de politiek van landen bepalen.
Wanneer men in deze dagen wat spottend spreekt over de Kennedy dynastie, is men dichter bij de waarheid, dan men wel beseft. Zonder overigens verder ook maar iets in te brengen tegen deze president van de U.S.A. kunnen wij opmerken, dat zijn familie politiek actief is geweest vanaf de Amerikaanse burgeroorlog. Familieleden, al droegen niet allen de naam Kennedy, waren al die tijd als gouverneur, senator, of deel van pressiegroepen gedurende al deze tijd belangrijk voor de Amerikaanse politiek.
Wanneer wij in Engeland kijken, zo blijkt, dat degenen die daar gezag hebben – en niet alleen dus degenen die gekozen worden, maar ook hoofden van departementen, bestuursinstellingen, leger en vloot – weer tot een zeer bepaalde groep behoren, waarbij van vader op zoon de positie, de roeping, de instelling, werden overgeërfd.

In bepaalde kerken worden wij alweer met hetzelfde verschijnsel geconfronteerd. Ook hier blijken bepaalde families een zeer grote invloed te hebben. Niet voor niets komen uit een bepaalde adellijke familie in de laatste 10 generaties in Italië 17 bisschoppen voort, waarvan een 6-tal later kardinaal wordt en allen in de curie grote invloed hebben. Deze groepen zijn geneigd samen te werken, zelfs indien hun doelstellingen geheel verschillend lijken te zijn, elkander de hand boven het hoofd te houden, elkanders fouten te verdoezelen. Zij gaan onbewust uit van de stelling, dat zij alleen het kunnen weten, dat niemand anders het recht heeft ergens over te beslissen.
Op het ogenblik is deze houding echter niet meer aanvaardbaar. Wanneer men kennis en macht heeft bezeten, inwijding en wijsheid misschien ook, zonder dat men deze met anderen wilde delen, zo zal het karma belast zijn met de noodzaak, nu eigen wezen, weten en kunnen aan anderen te wijden en alles met hen te delen. Zolang men dit niet doet, zal het karma blijven voortbestaan en zal ondanks alle goede bedoelingen een noodlotscrisis steeds weer in het leven van dergelijke mensen optreden. Zij willen misschien het goede, maar bereiken uiteindelijk weinig of niets.

Wanneer misleiding een grote rol gaat spelen, zo blijkt ook dit in verband te staan met invloeden uit de Isistijd. Want toen de priesterschappen van Egypte, Nubië, Syrië onderling zeer sterke contacten legden – die later nog werden aangevuld met zeer nauwe banden met tempels in Griekenland en Rome – stelden zij het volk tevreden door grote vertoningen te houden. Het bezoek van vreemde goden aan bv. een tempel in Thebe of Memphis was een grootse vertoning, die gepaard ging met allerhande magische demonstraties.
Deze magische kunsten waren echter grotendeels bedrog, of tenminste het anders voorstellen van bepaalde begaafdheden en kundigheden. Orakels waren niet gebaseerd op het spreken van de goden maar op geheime samenwerking en berichtendienst. Zo werd via een dergelijk contact, lopende over de tempel van Isis in Herculaneum naar de tempel van Jupiter in Rome, niet slechts een uitwisseling van berichten onderhouden, maar kwam men via boden zelfs overeen, hoe men bepaalde gebeurtenissen voor zou stellen, of hoe men bepaalde orakels in zou kleden. Men deed dit – zo stelde men – ten behoeve van het volk en uit eerbied voor de goden.
In feite kwamen dergelijke maatregelen echter voort uit het feit, dat men de waarheid eenvoudig niet aan het volk – en vaak aan zijn regeerders – niet toevertrouwde. Door schijnwonderen, door orakeltaal in verschillende tempels, die, ofschoon vaak schijnbaar strijdig, wel degelijk een gemeenschappelijk en te voren bepaalde inhoud hadden, was het mogelijk eigen macht te behouden en de mentaliteit van meerdere volkeren te beïnvloeden. Het was via de berichtendiensten van de tempels, dat in de tijd van grote graantekorten in Rome, de aankomst van graanschepen te Ostia werd geregeld ten bate van de handel en in vele gevallen ook ten bate tot het scheppen van gunstiger relaties tussen bv. Rome en Egypte – de toenmalige graanschuur van het rijk. Door zo ‘omens’ en nieuwe punten van belangstelling te scheppen was het mogelijk, de “wil van het volk” van de ene dag op de andere te doen omslaan. U zult dus begrijpen, dat de combinatie van geheimhouding, bedrog en massapsychologie zeer oud is.

Ook hier echter heerst de wet: wie zo handelt, zal zich ofwel in de massa vergissen, dan wel terug moeten keren tot de waarheid. Dit is echter, ook in deze tijd, niet gebeurd. Het gevolg is, dat steeds meer leiders misleid worden door de massa. De exclusieve groepjes, waarvan ik u sprak, hebben zo lang de feiten geheim gehouden en de waarheid op geheel verdraaide wijze aan de anderen voorgesteld, dat zij niet meer in staat zijn zich in deze warwinkel van geheimzinnigheid en propaganda, de ware situatie te realiseren.
De situaties, die hierdoor ontstaan, hebben, al zijn zij vaak ernstig, toch een komische bijsmaak. Zij doen denken aan de mens die anderen wilde misleiden en daarom voortdurend brand riep, maar toen allen naar de brand waren gesneld, niet na kon laten, zelf ook te gaan kijken om te weten, of het misschien toch waar was. Vele onbegrijpelijke verwarringen en toestanden zijn op deze wijze te verklaren.

Men heeft in uw dagen niet alleen te maken met de karmische achtergronden van deze Isis- groep. De reeds aangeduide Incagroep placht in het verleden uit te gaan van de meerwaardigheid van een bepaald ras. In het oude Mexico speelden rassensuperioriteit en rassendiscriminatie een zeer grote rol. Het was bv. in hun rijk niet mogelijk een hoge plaats te bekleden, wanneer men niet ergens – al was het nog zo ver – verwant was met een Inca, een keizer, of zijn familie. Prinsen en prinsessen van den bloede konden zonder meer hogepriester worden, anderen konden ten hoogste dienend priester of offerpriester worden, maar hadden weinig invloed op de besluiten van de tempels en zagen kritiek of ongehoorzaamheid bestraft met een plaatsje op de offertafels e.d.. Generaals, gouverneurs e.d. waren steeds prinsen van den bloede. Officieren konden niet verder klimmen, wanneer zij geen deel uitmaakten van de clan enz. enz. Wij hebben hier dus het beeld van een wel zeer strikte hiërarchie, gebaseerd op stamverband en rasseneigenschappen.

Ook in deze dagen vinden wij dit terug. In vele gevallen is er wel geen sprake meer van een werkelijke familie- of stamhiërarchie, maar blijkt een soortgelijke gezindheid o.m. uit de pogingen die worden gedaan om de afgestudeerden van bepaalde militaire academies tot topfiguren te maken, terwijl mensen, die op een andere wijze bevorderd werden, vaak terug worden gehouden, zodat zij de top niet bereiken en bv. van de generale staf geen deel uit zullen kunnen maken, tenzij in zeer ondergeschikte functies.
Dit is een systeem, dat door de isolatie die ontstaat, ondergang kan brengen. In het verleden maakte de isolatie van de adel van de Inca’s het bv. mogelijk dat men niet juist reageerde en zo de volkeren, die onderworpen waren, van vrienden tot vijanden maakte. Wat met de komst van de conquistadores de ondergang betekende van alles, ook het goede.

Wanneer ik hier parallellen trek, wil ik het niet hebben over beroemde scholen als bv. Annapolis, maar over Rusland. De meeste mensen realiseren zich niet, dat alle hoofdfiguren van het rode leger op het ogenblik praktisch uit dezelfde militaire academie stammen, terwijl de regerenden op administratief terrein haast allen werden opgeleid op de universiteit van Moskou, ook al oefenen zij hun ambt bv. uit in Siberië. Er zijn in Rusland vele universiteiten. Maar om de top te kunnen bereiken, moet je behoord hebben tot de partijgroep van de universiteit van Moskou.

Dit stelsel is vergelijkbaar met het familiesysteem van de Inca’s. Maar daardoor ontstaat ook voor een tweede maal dezelfde verwijdering van de werkelijkheid, die in zekere zin zelfs een angst voor de werkelijkheid is. Indien openheid van gedachten dergelijke regeerdersgroepen de mogelijkheid zou gegeven hebben met andere volkeren op een juiste wijze samen te werken en samen te gaan, zó zouden de Inca’s weerstand hebben kunnen bieden aan alle pogingen tot invasies. Het waren de afvallige stammen, die het feitelijke leger van de grote conquistadores versterkten.
Het verraad van Marina was een verraad, dat uiteindelijk ook uit vaderlandsliefde, liefde voor eigen volk begon en zeker niet, zoals men later dramatiserend stelde, uit liefde voor haar Spaanse minnaar. Bepalend was het feit, dat door een niet begrijpen van de andere levenshouding en inzichten van andere stammen, door de Inca’s zeer vele stammen onnodig onderdrukt werden en werden uitgebuit, zonder dat men dit voldoende besefte.

Wanneer wij de verhoudingen nagaan, zoals die op het ogenblik bestaan tussen Rusland en Hongarije of Polen, ja, zelfs met China, blijkt ook hier de neiging te bestaan de overheerser aan te vallen, wanneer er maar een andere macht is, die het voorbeeld geeft, wanneer men maar niet hoeft te vrezen, dat men zelf hieraan ten onder zal gaan. De oorzaak ligt niet in de eerste plaats in ideële geschillen, maar in het onvermogen van de Russische regeringsclan de neigingen en behoeften van andere volkeren te begrijpen. Hun eenzijdigheid maakt hen zelfs voor ontwikkelingen in eigen volk blind. Het is alsof de historie zich hier wil gaan herhalen. Nu echter gaat het niet meer om een betrekkelijk kleine elitegroep, een betrekkelijk kleine priesterschap, maar om een heerschappij die haast de helft van de wereld omspant. De problemen en gevolgen, die hieruit dreigen voort te komen, zullen dan ook in verhouding belangrijker zijn voor het wereldgebeuren, de oplossing van het geheel zal enigszins anders zijn.

De Indische groep die ik noemde, ging vroeger uit van het standpunt, dat alleen wijzen – wetenschapsmensen – en krijgslieden waardig waren om gezag uit te oefenen. Een grote wijze kon ook een groot held, een groot krijger zijn. Vaak waren deze begrippen zelfs moeilijk te scheiden. Denk bv. eens aan de figuur van Arjuna. Oorspronkelijk ging deze kastegroep uit van het standpunt, dat men door verdienste en bereiking tot een hogere kaste kon opklimmen, zodat de kaste niet zo gesloten was als bij de andere genoemde groepen. Eerst later werd het verwerven van een hogere kaste onmogelijk.
Wanneer men echter eenmaal deel uitmaakte van een kaste, was men aan die kaste geheel verplicht. Alleen de kaste voorschriften en besluiten van de leiders daarvan maakten het nemen van besluiten mogelijk. Ook nu vinden wij in vele landen op uw wereld groepen, die menen aan hun ‘stand’ gebonden te zijn en krachtens deze stand en haar regels gerechtigd te zijn, voor alle ‘lagere’ standen te beslissen. Deze anderen hebben immers geen inzicht? Het is dan ook niet nodig hen in te lichten, of zelfs de waarheid mede te delen. Dat is niet belangrijk. Zij begrijpen er immers toch niets van? Zij hebben behoefte aan een schouwspel. In het verleden was dit een statietocht van een vorst door zijn rijk, tegenwoordig zal het eerder een Kamerdebat, een intocht van bezoekende vorsten e.d. zijn. Maar het systeem blijft gelijk: achter het uiterlijk vertoon blijft de waarheid verborgen.

In het verleden werd echter de ontwikkelingsmogelijkheid van de hogere kasten juist door dit systeem steeds meer beperkt, hun prestaties steeds minder, het was niet nodig om zich zo druk te maken, nietwaar? In het begin waren bv. de brahmanen werkelijk wijzen. Zeker gehoorzaamde deze kaste reeds toen aan vele beperkende voorschriften en leefregels, maar een ieder, die door wijsheid uitblonk, kon in deze kaste intreden en door studie zelfs de hoogste rang bereiken. Bepalend waren in die dagen niet afkomst of rijkdom, maar alleen wijsheid, innerlijk begrip, intellect, weten.
Later echter telt de wijsheid steeds minder en valt meer de nadruk op de gemeenschap, waartoe men behoort. Uiteindelijk is alleen de afkomst, de rang van de ouders nog bepalend. Wanneer men als zoon van een brahmaan geboren wordt, zo is men rechter, raadsman, priester. Wanneer men geboren wordt in de krijgsmanskaste, zo heeft men krachtens deze geboorte gezag. Men heeft het voor het zeggen, maar eigen prestaties spelen hierbij maar een ondergeschikte rol.
Dezelfde neiging blijkt op het ogenblik nog te bestaan: wanneer men uit een geslacht van soldaten geboren is, moet men wel een goed krijgsman zijn. De gemeenschap is bepalend. Wanneer je tot een bepaalde politieke partij behoort en daarvoor veel hebt gedaan, heb je recht op een plaats in het landsbestuur. Of je daarvoor deugt, is pas in tweede instantie van belang.

Ik zie dit als een kwestie van oorzaak en gevolg. In de oudheid werden dezelfde zielen met hetzelfde probleem geconfronteerd. Hadden zij toen gesteld: “Het gaat om bekwaamheid. Niets anders telt. Wij openen onze kaste voor allen, die bekwaam zijn en geven allen inzicht in de waarheid, een ieder toegang tot onze kennis, wij zijn zelfs bereid de gehele waarheid omtrent ons denken, doel en streven te openbaren aan een ieder, die ons daarom vraagt”, dan zou nu nog in India de grote beschaving zijn, die geheel de wereld domineerde.
Dan zouden in ieder geval de vele uit deze mentaliteit voortkomende problemen van deze dagen niet bestaan. Nu staan dezelfde zielen weer voor hetzelfde probleem. Hoe zullen zij het nu oplossen? Door de waarheid voor een ieder toegankelijk te maken? Door in te zien, dat een ieder, die capaciteiten heeft, belangrijk is, dat belangrijkheid voor de gemeenschap niet gebonden kan zijn aan opleiding, het behoren tot een bepaalde groep enz.? Of zal men steeds meer dingen tot heilig geheim gaan verklaren, zelfs wanneer zij in wezen overal bekend zijn, alleen om zo eigen belangrijkheid te onderstrepen en eigen falen minder opvallend te maken?

Misschien begrijpt u nu, waarom ik als titel stelde: “komische karmische kronkelingen”. Wanneer u de humor niet ziet, kan het volgende misschien uw ogen openen. Het gaat overigens niet om Europa of Noord-Amerika.

Iemand is in wezen niet veel meer dan een imbeciel. Hij stamt echter uit een familie, die in het land lange tijd groot aanzien had, o.m. als beschermers van de armen. Men heeft een naam nodig. Dus neemt men deze man en bombardeert hem tot minister van sociale zaken. Men geeft hem een groot aantal secretarissen en tracht hem te verbieden in het openbaar iets te zeggen, dat niet gecontroleerd is. De man zelf is in feite niets waard. Pogingen om een meer capabele figuur in zijn plaats te stellen mislukken echter: hij is van de juiste familie, heeft de juiste vrouw getrouwd, heeft de juiste relaties en is dus onvervangbaar. Op een gegeven ogenblik ontstaat in het betrokken land een politieke crisis. Onze imbeciel meent, dat het nu aan hem is – als minister van sociale zaken – om in te grijpen. Hij houdt een rede voor de radio, die niet alleen fel politiek, maar ook in zeer sterke mate kolderiek is, vóór iemand beseft, wat hij doet.
Resultaat: de gehele regering dreigt te vallen. De bekwame minister president weigert nog verder zijn functie te vervullen. In een deel van het land breekt een oproer uit. Dat het land er nu minder goed aan toe is, en een minder bekwaam bestuur heeft, is aan de man in kwestie te wijten. Daarom is hij in het nieuwe bewind geen minister van sociale zaken meer, maar beheert hij openbare werken – zoiets als waterstaat. Want hij heeft de juiste vader, de juiste vrouw, de juiste relaties, hij hoort er bij. Belachelijk  nietwaar?

Maar even belachelijk is de elders bestaande neiging om dingen, waar men niets of te weinig van weet, geheim te houden tot men zeker weet, wat het eigenlijk is. Het lijkt ons normaal, dat iemand, die iets niet weet of niet thuis kan brengen, aan anderen vraagt, wat zij er van denken. De behoefte om onfeilbaar te zijn blijkt echter – evenals in vroegere incarnaties – deze normale weg onmogelijk te maken, omdat men meent, dat alleen door onfeilbaar te zijn en bij elk rijzend probleem gelijktijdig de oplossing te geven waardoor het gezag gehandhaafd kan worden.

Zo bestaat er in Engeland een groot dossier – een kamer vol akten – over het verschijnsel vliegende schotels, het optreden van onverklaarbare lichtschijnsels e.d. Nu zou een gewoon mens stellen: sorteer dit alles, geef de werkelijk onverklaarbare gevallen aan de openbaarheid prijs en zie, of men gezamenlijk misschien iets meer te weten kan komen. Maar neen. Er is iets. Wij weten niet precies wat, wij kunnen niet nagaan, wat dit eventueel betekenen zal. Daarom kunnen wij niet toegeven, dat er dergelijke verschijnselen optreden, zelfs binnen onze eigen gezagsgrens. Dit is geheim. Wanneer iemand er over spreekt, moet hij tot zwijgen gedwongen of tenminste belachelijk gemaakt worden.

In de wetenschap treffen wij een soortgelijke houding. Men ontdekt een verschijnsel, dat mogelijk een opheffen van de zwaartekracht zou kunnen betekenen. Men heeft alles gedaan wat mogelijk was, zelfs jaren lang, om dit verschijnsel te verklaren, men heeft gesproken over magnetische invloeden, statische elektriciteit enz. Men heeft dit verschijnsel niet gepubliceerd, waardoor misschien iemand anders de oplossing zou kunnen vinden. Het grote concern, dat dit onderzoek deed, heeft het geheel geseponeerd en houd het strikt geheim. Elke poging iets over dit verschijnsel te publiceren van andere zijde, wordt tegengewerkt en, zo dit niet helpt, belachelijk gemaakt. De reactie is dan ongeveer als volgt: dit bestaat niet, dit is kolder, dit is waanzin. Wanneer wij, wetenschapsmensen, het onderzoeken en het niet kunnen verklaren, dan bestaat dit niet. Dan mag het eenvoudig niet bestaan. Misschien vindt u het tragisch, maar mij doet dit komisch aan en doet mij denken aan iemand die voor de spiegel staat, ontdekt, dat hij grijze haren krijgt en dan zegt: ik heb toch eens een andere spiegel nodig, want deze begint slecht te worden.

U beseft, dat dit belachelijk is. Maar wanneer iemand met de werkelijkheid wordt geconfronteerd en die werkelijkheid niet wil aanvaarden, uitroepende, dat dit ligt aan het verwrongen beeld, dat het niet bestaat, dat het niet werkelijk is, omdat hem dit niet past, zullen velen onder u gehoor geven aan deze uitspraak en deze misschien zelfs goed heten. Maar ik herken daarin de oude waarden, het karma, dat de mens er opnieuw toe brengt, de waarheden die hij niet wenst te zien of te horen, te verwerpen in de hoop daarmede de werkelijkheid te veranderen. Nu schijnt het inderdaad deel van het menselijk noodlot te zijn, de waarheid te maken tot een van de minst geziene waarden op aarde. Ieder zegt de waarheid te zoeken, de waarheid te spreken, de waarheid lief te hebben. Maar als het er op aan komt, is de waarheid taboe.

Ook dit lijkt mij deel uit te maken van het menselijke karma: de mensen hebben altijd getracht zich een beeld van zichzelf te vormen dat niet in overeenstemming is met de werkelijkheid. Wanneer de mensen een eeuwige kracht ontdekten, zo wilden zij toch niet toegeven, dat zij in verhouding daartoe niet alleen nietig, maar ook onbelangrijk waren. Men maakt van de God, die men vereert, een soort boodschappenjongen en vindt dit heel normaal. Want dat er voor die God nog wel eens iets belangrijkers zou bestaan dan een mens, is voor hen eenvoudig ondenkbaar. Deze opvatting is zo oud dat zij deel uitmaakt van het karma van praktisch elke groep, die op aarde op het ogenblik geheel of gedeeltelijk is geïncarneerd. Ook daardoor ontstaat de wens, eigen waan voor de waarheid te stellen en wil men van de waarheid in werkelijkheid meestal maar weinig weten.

Men wil de waarheid dus niet. Gelijktijdig wil men wel zelf iets scheppen, dat dan waarheid wordt genoemd. Daarmede tracht men zich meteen aan de feiten te onttrekken. Dit voert tot vele komische kronkelingen. Dan zegt men bv.: de toenemende onkerkelijkheid in deze dagen is te wijten aan de onaantrekkelijkheid van de kerk voor de moderne mens, hetgeen verklaard moet worden uit de grotere volheid van de menselijke taak en de toenemende veelheid der menselijke ontspanningen.  Dit citaat klinkt heel mooi, maar gaat om de feiten heen. De enige waarheid, die hier zou passen is deze: de kerken beantwoorden in hun prediking en praktijk niet meer aan de behoeften van de moderne mens. Zij zijn tot instellingen geworden, waarin voor de moderne mens niet God leeft, maar een organisatievorm, waarbij God in wezen een bijkomstigheid dreigt te worden. Daarom gaat het hen slecht. Iets wat natuurlijk voor de vromen niet erg aanvaardbaar klinkt en daarom zelfs nu nog in sommige landen niet gezegd mag worden.

Deze verschijnselen treffen wij op elk terrein aan. Inconsequenties worden daarbij klaarblijkelijk niet beseft. Het spiritisme wordt aangevallen, omdat er stemmen uit de geest weerklinken. Maar de profeten zijn deel van de leer enz. Iemand die een ander op paranormale wijze geneest, is volgens velen een misdadiger – omdat hij geen universitaire studie achter zich heeft. Maar wanneer zo iets gebeurt  in Lourdes bv. mag het wel. Dan is hetzelfde verschijnsel ineens een wonder Gods geworden. Bewust of onbewust verandert men eenvoudig waarden en waarderingen, ongeacht de werkelijkheid, opdat zij vooral zullen passen in de bestaande menselijke concepten.

Deze kronkelingen treffen wij niet alleen in grote gemeenschappen aan. Ook in de mens zelf zien wij in deze dagen steeds weer verschijnselen, die aan de genoemde herinneren. Ook hier zijn de reacties vaak komisch. Een mens werd in deze dagen – waarin sterke Lichtende krachten kenbaar worden – getroffen door een plotselinge verlichting. Hierdoor handelt hij instinctief, helpt een medemens met goed resultaat, maar weet later niet meer precies hoe. Hij besluit nu, dat dit dus nooit goed geweest kan zijn en besluit een psychiater te raadplegen, want – en nu komt het mooie – hij heeft immers nog nooit zo gedacht en gedaan?

De gewoonte is sterker dan het Licht voor menige mens: soms ontmoeten mensen elkander en hebben een zeer sterke verbondenheid, maar kennen elkander niet. Zij spreken echter niet met elkander, want zij zijn immers niet aan elkander voorgesteld, en zoiets doet men toch niet . Zij negeren de band, de mogelijke taak, omdat het niet strookt met hun gebruiken. Toch zullen deze mensen in de toekomst met elkander in contact moeten komen, zij het in dit leven of een volgend bestaan. Dit is niet meer te vermijden. Zij zouden echter veel gemakkelijker tot hun doel kunnen komen, wanneer zij innerlijk besef, innerlijk weten en Licht gesteld hadden voor hun gebruiken. But: Well, it is not done, you know.

Deze kleine dwaasheden zijn komisch, wanneer wij ze zo bezien. Even komisch zijn de kronkelwegen die de mens gaat, wanneer hij zich tegen zijn lot verzet, of zich wanhopig verdedigt tegen een waarheid, die hij al lang beseft heeft. Maar het is ook zielig.

De mens kan niet aan de werkingen van karma ontkomen, al kronkelt hij zich ook nog zo heftig. De wet van het verleden geldt ook vandaag, de werkingen van oorzaak en gevolg zijn onontkoombaar. Je kunt misschien een heel leven treuzelen en verschuiven. Toch komt er het ogenblik, dat je ondanks alle tegenstribbelingen, ondanks alle teleurstellingen, zult moeten toegeven, dat de zaken zó liggen en niet anders.

U, mijn vrienden, zult ook in uw eigen leven vele van deze eigenaardige kronkelingen maken. Daarvan ben ik overtuigd. U doet dit niet zozeer, omdat u wilt ontkomen aan uw lot, aan hetgeen wat door u als onontkoombaar of noodzakelijk wordt gevoeld, maar omdat u het niet kunt aanvaarden zoals het is, omdat het verschilt van uw ideaal, van uw beeld van wat hoort enz. U aanvaardt het niet omdat u werkelijk verwerpt, maar omdat u het liever anders zou hebben, omdat u meent, dat u zelf kunt beslissen, hoe en wat, en niet beseft, dat u alle oor- zaken uit het verleden uiteindelijk in dit bestaan of een volgend bestaan zult moeten verwerken. Wanneer een tijd u zorgen brengt, maar gelijktijdig nieuwe krachten, gaven en inzichten verschaft, blijkt u deze laatste alleen te willen aanvaarden, wanneer de eerste daardoor beperkt of teniet gedaan worden. Maar anders klaagt u over de zorgen al vergeet maar al te vaak de nieuwe waarden in uw leven.

Zo verzetten vele mensen in deze dagen zich onnoemlijk sterk tegen Licht en Lichtende krachten, weet u? Niet omdat zij dit willen, maar omdat zij niet kunnen begrijpen, wat het nut is en niet beseffen, hoezeer de problemen van het verleden in deze dagen ook voor hen spreken. Niet in zijn oude vormen, niet in een terugkeer tot alles wat eens was natuurlijk, maar door een vernieuwing van het oude op een wijze, waarbij het een juiste en karmisch evenwichtige vorm krijgt. Een vorm van vernieuwing dus, waarbij eindelijk eens een groot deel van de oude rekeningen afgesloten kan worden.

U zult in uzelf dan ook in deze tijd steeds weer de vraag aantreffen: “Mag dit, kan dit zo wel?” “Is dit wel goed?” In de meeste gevallen zult u onmiddellijk daarop uzelf afvragen, wat anderen er wel van zouden zeggen enz. U vindt geen uitweg. U kunt u zelf niet verklaren. Wanneer u zo een periode doormaakt, dient u te begrijpen, dat het hier niet in de eerste plaats gaat om een verklaring of het vinden van een weg, waardoor je ondanks alles de zaak nog wel redden kunt. Het gaat er om in jezelf de punten te vinden, waar het op aan komt. Deze zijn deel van de werkelijkheid, deel van uw karma. Wanneer dit betekent, dat u in het leven minder netjes of veel netter bent, dan u eigenlijk zou willen zijn, dan maakt dit niets uit. Erken, wat u bent. Erken de waarheid.

Een vorige maal is u reeds duidelijk gemaakt, hoe deze waarheid van overwegend belang is voor het bereiken van een harmonie, waarin de krachten van het Licht op de juiste wijze werkzaam kunnen zijn. Ik ben er van overtuigd, dat velen van u geluisterd hebben en dat velen van u deze vreemde invloeden en wisselingen van het lot in de afgelopen tijd hebben ondergaan. Daarbij kwamen onverklaarbaar snelle veranderingen voor van bv. optimisme tot pessimisme, of omgekeerd, het opeens optreden van nieuwe denkbeelden, een opeens geheel ander overzicht over eigen zaken en mogelijkheden. De vraag is maar: wat hebt u er mee gedaan? Ik denk, dat de meesten het zonder meer hebben aanvaard, óf zonder verder nadenken, terzijde hebben gelegd, dat men zich heeft gezegd: het is prettig, mooi, het kan of het kan niet, en er verder niet meer over hebben nagedacht, om dan verder te gaan, zoals het reeds eerder was. Waarschijnlijk zullen zij ook verder gaan, zoals het vroeger was. Daarbij vergeten zij, dat veranderingen, dat vernieuwende kracht, eveneens deel is van karma.

Wanneer men tracht om via vele kronkelwegen gelijktijdig het nieuwe te zijn of van het nieuwe te profiteren en toch het oude niet prijs te geven, verliest men beide. Dan zal dit alles nogmaals beleefd moeten worden. Wanneer men echter de oude situatie op bevredigende wijze op kan lossen in deze tijd – ook al is dit vaak minder plezierig en brengt het problemen, zorgen of reacties met zich, waar men geen raad mee weet – zal men vrij kunnen komen van het oude, zal men anders kunnen gaan leven en denken. Dan zal het leven blijer en Lichtender zijn. Vooral zal men dan ook de krachten, die in deze tijd zo sterk rond de wereld zijn, beter kunnen gebruiken.

Op aarde gebruikt men als voorbeeld vaak grote figuren. Zo laat men bv. De Gaulle zeggen: “la démocratie, ç’est moi, vive la république”. Ik ben de democratie. Leve de republiek. De spotters hebben ergens gelijk wanneer een groot man niet beseft, dat men alleen werkelijk kan heersen door te dienen, dat hij de mensheid niet kan leiden, zonder hen ook naar het doel te leiden dat zij begeren. Dan zal hij ergens tragisch of belachelijk worden door de grote moeilijkheden, die hij zo doet ontstaan.

Wanneer men niet begrijpt, dat onwaarheid de mens in een droomwereld terecht doet komen, zal men geen uitweg meer kunnen vinden voor de maatschappelijke problemen en zal men voor raadsels komen te staan als bv. in de Baarnse moordzaak, die op het ogenblik zo vele mensen in uw land interesseert. Dan is geen antwoord, mogelijk op de vraag, waarom dit zo geschiedde. Er blijft in alle verklaringen een hiaat. Maar de belangrijkste factor in dit gebeuren is, naar ik meen, de illusie, dat een ieder voor zich mag leven, dat men het recht heeft eerst voor zichzelf te zorgen, dat men het recht heeft met alle middelen iedereen aan te vallen, die eigen begeren en bereiken in de weg zou staan.
Is niet de belangrijkste oorzaak van dit alles de maatschappij zelf, met zijn vele leugens, met zijn verheerlijking van geweldpleging, seks, luxe en bezit? Deden deze kinderen eigenlijk niet, wat vele volwassenen graag hadden gedaan, wanneer zij maar durfden, wat in vele films, boeken enz. wordt verheerlijkt met een goede moraal aan het einde, om de zaak weer goed te maken? Maar dat zal niemand zeggen. Nederlanders zijn immers allemaal goede mensen. Zij gaven voor “Open het Dorp”, zij geven nu weer voor Bali, ondertussen hebben zij nog meer goeds gedaan. Dat is de buitenkant. Maar deze mensen worden innerlijk geconfronteerd met karmische belastingen, die zij trachten af te reageren op een schijnbaar fatsoenlijke en aanvaardbare manier.

Het karma grijpt echter in, wanneer de vervreemding van de werkelijkheid te ver gaat. Dat is hier gebeurd. Dit is niet alleen maar het karma van vier jongens en hun omgeving, dit is het karma van een gemeenschap, waarin steeds meer dergelijke symptomen op zullen treden, wanneer zij niet terugkeert naar een meer reëel leven en denken. Dit is niet alleen maar een ongelukkig exces, zoals één enkele maal wel eens voorkomt. Het is alleen een nu nog opvallende demonstratie van een mentaliteit, die reeds sterker is en meer mensen omvat, dan men misschien zou verwachten. Een mentaliteit, welke alleen de schijn liefheeft en verder zichzelf wil uitleven ten koste van alles, maar zich daarbij van de werkelijkheid vervreemdt om een goede opinie over zichzelf te kunnen behouden.

Ook hier word ik geconfronteerd met de eigenschappen van die oude groepen, die ik reeds beschreef: het is alles alleen maar ons eigen kringetje, ons eigen denken, ons eigen genoegen, ons eigen gemak. Men meent het goed met de anderen, men heeft er geen kwaad mee voor, maar wij zijn het belangrijkste en belangrijkste is óns leven. Wanneer anderen ons daarbij in de weg staan, is dat jammer voor hen, maar voor alles telt het ik, onze stam, stand, fraterniteit. Hierin liggen grote gevaren geborgen.
Reeds eerder werd u gezegd, dat het Licht niet alleen het goede brengen kan, maar ook het kwade. Dat het Licht niet alleen maar nieuwe krachten voor het goede, maar ook de uitputting en de wanhoop van het kwade kan brengen. Men heeft u reeds gezegd, dat de wijze, waarop een mens de inwerkingen van dit Licht zal ondergaan, in zeer grote mate van de mens zelf afhankelijk is.

De mens, die in waarheid leeft, zal zijn karma desondanks moeten volbrengen. Maar hij zal het kunnen aanvaarden en er gelukkig onder zijn, omdat het recht is, omdat het leven is. Op het ogenblik, dat de mens met kronkelwegen om het doel heen sluipt en zichzelf niet toe wil geven, wat de waarheid eigenlijk is, dat hij alleen een antwoord begeert van de wereld op zijn verlangens en ideeën, ontkent hij de karmische betekenis van alle gebeuren en verwerpt hij de waarheid. Dan mogen zijn grimassen misschien komisch zijn en zullen wij daarom wel eens tegen wil en dank lachen, maar eigenlijk is het tragisch, wanneer een mens door zijn gekronkel, zijn diplomatie, zijn handigheid, aan zijn noodlot ontkomen kan.

Het is dit noodlot, waarmede men zelf moet werken. Maar daartoe dient het eerst als noodlot erkend te zijn. Wanneer u meent, dat de jongelui erg egoïstisch waren, toen zij een medemens vermoordden, alleen omdat het hen niet meer paste hem gevangen te houden – het essentiële punt in de Baarnse moordzaak – beseft u de achtergronden niet helemaal. U zegt misschien ontsteld: Hoe hebben zij dit nu kunnen doen? Er was toch wel een andere oplossing mogelijk?

Wat zij deden, was echter een logische consequentie van de fantasiewereld, waarin zij leefden. Zij konden de waarheid niet aanvaarden en handelden daarom, alsof het geheel niet werkelijk was en met een enkel woord weer goedgemaakt of veranderd kon worden. Zij wilden het normale leven, dat hun karma, hun noodlot was, niet aanvaarden, zodat zij als gevolg hun waanwereld in conflict zagen komen met de werkelijkheid zonder dit te beseffen. Gevolgen van vroeger, die door eerlijkheid en innerlijke kracht hadden kunnen worden opgelost, werden omgezet in nieuwe oorzaken met voor hen onvoorstelbare consequenties.

Ik wil hier een parallel trekken, die u misschien ontstellend of zeer gezocht wilt noemen.

Wanneer men in de politiek, tekeer gaat tegen de instelling van commerciële tv., terwijl het volk voor een experiment op dit terrein best wat schijnt te gevoelen en men alle mogelijke argumenten gebruikt om een zeker monopolie in handen te houden, handelt men even onwerkelijk, als deze jongens. Men gaat uit van zijn verlangens, niet van de feiten. Het gevolg zal zijn, dat men op een gegeven ogenblik de vrijheid, die gevraagd wordt, toch zal moeten geven, dan wel alle vrijheid op dit terrein verder zal moeten gaan beperken, zo de vrijheid van publicatie op dit terrein – en later op andere gebieden – ombrengend.

Nu is commerciële tv. niet zo belangrijk. Maar de houding die men hier aanneemt, is symptomatisch voor de houding die men, wanneer het er op aankomt, aan zal nemen t.a.v. de vrijheid van geheel het volk. Men heeft een mening en stelt, dat deze de wil is van geheel het volk. Nu blijkt, dat dit niet waar is. Maar wat eenmaal gesteld is als de wil van het volk, moet ten koste van alles ook verder daarvoor door blijven gaan. Zelfs al moet daarvoor de vrijheid van denken en beslissen van het volk daaraan geheel ten onder gaan. Wat de gevolgen van een dergelijke waanwereld kunnen zijn, is niet te overzien: burgeroorlog, dictatuur e.d. behoren echter, zeker tot de mogelijkheden.

Vergeet hierbij niet, dat deze opzet op het ogenblik evenmin aanwezig is bij de regeerders en Kamerleden, als in Baarn bij het onderbrengen van de vriend, het onderduiken, aan moord werd gedacht. De bedoelingen zijn niet slecht. Men meent alleen, dat het zo erg niet is. Maar op een gegeven ogenblik komt men tot de conclusie dat men, door de werkelijke situatie niet te beseffen of te willen aanvaarden, in een situatie is gekomen, waarbij men zich alleen ten koste van sterke maatregelen kan redden. Bij het overleg van de jongens was de moord, die zij bespraken en zelfs repeteerden, een soort sprookje. De werkelijkheid werd eerst beseft, toen het te laat was. Het door mij gestelde, zal evenmin beseft worden, voor wat het in feite is. Men zal spreken van noodmaatregelen, van het volk tegen zichzelf beschermen en eerst wanneer het te laat is realiseert men zich de werkelijke betekenis van zijn besluiten en daden.  Voordien hoopt men ondanks alles, dat zijn illusies op waarheid berusten. Dit is zeker deel van de groepskarma’s die wij reeds bespraken.

Meen niet, dat dit alles alleen op veronderstellingen berust. Denk aan de houding, die de regering aannam in het geval Nieuw-Guinea. De houding van de regering was ongeveer: wij zijn verraden door Amerika. Dit berustte niet op feiten, maar op een verlangen, een denkbeeld.

Dit moest eenvoudig waar zijn, want een andere uitweg zag men niet. De gevolgen waren, door verschillen van mening binnen de regering, niet zo ernstig als zij hadden kunnen zijn, maar veel heeft het niet gescheeld. Het is natuurlijk tragisch voor de mensen, die zo hun waan in rook zien opgaan. Maar er zit vaak een komische kant ook aan de zaak.

Wat te denken van een geliefd staatsman, tegen wie bijna geheel zijn volk ja heeft gezegd en zichzelf populair acht, maar wanneer hij in een ander land een paar vriendelijke woorden komt spreken en een kopje thee drinken – een vrij en vriendelijk gezind liberaal land – maar voor zijn veiligheid een legertje van rond 5000 man nodig blijkt te hebben? Hoe goed, moedig enz. deze staatsman ook is op ander terrein, zijn idee van populariteit enz. schijnt toch niet geheel op werkelijkheid te berusten. Ongeacht de humor, die in dit alles gelegen is, rijst de vraag, of hier wel sprake is van een doelbewust zijn volk leiden, of er niet ook sprake is van een koppig en desnoods tegen alles en allen in doorzetten van eigen ideeën hier de grootste rol speelt?

Daarover mag men echter niet met hem spreken: deze feiten zijn niet aangenaam. De waan, dat hij de grootheid van zijn land hernieuwt en Europa redt voor een lot, erger dan de dood, is hem liever. Opvallend is het, dat juist degenen, die in een wereld van illusies willen leven, zo bang zijn voor spot – hoe juist en raak dan ook. Men doet natuurlijk niet aan censuur. Maar men kan het ook niet toelaten, dat eigen dromen van belangrijkheid belachelijk worden gemaakt. Dan moeten scènes uit een revue, artikelen uit een weekblad, uitzendingen van radio en tv. gestaakt, verboden worden. Zo kan men de droom waarmaken, de illusie in stand houden, meent men.

Vanuit een menselijk standpunt is dit misschien juist. Maar dit is niet waar, gezien vanuit de wetten van karma, gezien vanuit de krachten, die in deze dagen op gaan treden. Er zijn nu eenmaal problemen, die werkelijk opgelost móeten worden, of men nu wil of niet. Er zijn feiten en werkingen, die men niet loochenen kan, hoe graag men dit ook zou willen doen. Misschien kan men nu nog enige tijd doen, alsof alles even goed en mooi is. Men kan stellen, dat wij nog steeds in een stijgende welvaart leven en er dan maar liever niet over praten, dat steeds meer maatregelen in steeds meer landen noodzakelijk zijn om een groeiende werkeloosheid te voorkomen. Men kan zeggen, dat het de wereld nog steeds goed gaat en zwijgen over de problemen, die door een te snelle bevolkingsaanwas allerwegen ontstaan. Men kan zich beroemen op het vele, wat men voor anderen doet en er niet over praten, dat men uit handelsoverwegingen soms ook mensen laat verhongeren, terwijl men over de middelen beschikt om hen van voedsel te voorzien.
Maar achter de woorden blijven de waarheden bestaan. En daarmede, niet met de woorden, zal men af moeten rekenen. Want de problemen van deze tijd zijn een herhaling van oude problemen, die men in andere tijden evenmin heeft durven beseffen en oplossen. Het is karma.

Het is werkelijk leuk de kronkelingen te zien, die men maakt om aan de feiten te ontkomen. Dan spreekt men bv.: “Dit is niet geheel onjuist. Maar u moet beseffen, dat er ook een andere kant aan de zaak is. Wij zullen op deze andere zijde de nadruk moeten leggen, omdat onze bereikingen, onze welvaart de laatste tijd op die andere zijde gebaseerd waren. Ons is tot op heden geen andere weg gebleken, waarlangs hetzelfde op een voor allen bevredigende wijze bereikt zou kunnen worden…” En vergeet gemakshalve, dat deze “andere zijde” reeds door de feiten achterhaald is.

De pogingen om aan de werkelijkheid te ontvluchten, desnoods door zich te beroepen op God, doen mij vaak lachen. Wat is bv. dwazer dan de uitspraak, dat “… het verdorven filmbedrijf aan banden moet worden gelegd, omdat het zeker nooit Gods wil is geweest, dat de mens in donkere zalen naar de overspeligheid en naaktheid van acteurs zou  gaan zien” of “…. dat het de wil Gods is, dat wij zedig zijn, terwijl de naaktheid van dieren vooral onze kinderen steeds weer aantast, tot onzedigheid verleidt en zelfs tot misdadigheid brengt….”

Ik ben dan geneigd lachend te antwoorden: hiermede heeft God niets te maken. Hij wil dit niet. Júllie willen dit niet. Jullie willen dit niet, omdat je er bang voor bent, omdat je vreest voor je innerlijke verdorvenheid, die uit het onschuldigste op de wereld nog slechte gedachten en “zondige” impulsen weet te distilleren. Jullie zijn er bang voor, omdat je in je hart zelf zo graag zo zou leven en doen. Dat is de waarheid: je ziet ergens kwaad in, je bent ergens innerlijk bang voor, omdat je het eigenlijk zelf begerenswaardig vindt, maar dit niet toe durft te geven. Dit geldt in 9 van de 10 gevallen. In de meeste gevallen neemt men iemand iets af onder voorwendsel, dat het gevaarlijk is, omdat men vreest of beseft, dat het voor het eigen ‘ikje’ gevaarlijk is. Men verbiedt iets, als zijnde verkeerd of zondig, aan anderen meestal, omdat men het voor zich niet goed acht. Hiermede moet afgerekend worden. De nieuwe krachten zullen steeds sterker afrekenen met het zelfbedrog, dat nu nog deze uitspraken en stellingen schijnt te rechtvaardigen. De mensheid zal hiermede af moeten rekenen, zal een oplossing moeten vinden, die op waarheid is gebaseerd en niet op waan. Dit is karma.

Jammer is het, dat men al te vaak anderen het slachtoffer maakt van deze angsten, van deze onbekwaamheid om eigen problemen op te lossen op reële manier. Wanneer een vrouwtje uit een kleine plaats in de zomer naar Scheveningen komt en vlucht bij het zien van de vele zicht- bare lichamen, haalt u waarschijnlijk de schouders op en zegt zo iets van: “arme, simpele ziel”. Maar deze mens durft het lichaam niet als iets normaals te beschouwen. Zij maakt er iets zondigs, iets duisters en verborgen van. Misschien doet zij dit, omdat zij zelf bang is van alles, wat haar lichaam kan betekenen voor haar. Waarschijnlijker is echter, dat anderen haar geleerd hebben, zo te denken en haar daarmee beroofden van innerlijke vrede, rust en vreugden, die zij anders wel gekend zou hebben. Karma? Ja. Maar een karma, dat ongelukkig wordt door de waan, die beheersend is voor het leven, niet door de gevolgen, die het in dit leven zonder meer betekende.

Sommige mensen gaan zover, dat zij zichzelf pijn en ongemak bezorgen, alleen om aan een bepaald beeld te kunnen beantwoorden, dat in wezen alleen maar een waan zonder waarde is. Men is zich van zijn gebreken bewust. In plaats deze te verminderen of zelfs te gebruiken om iets te bereiken, handelt echter menigeen als de man, die alleen naar klassieke concerten ging en altijd beweerde, dat populaire muziek voor hem geen enkele aantrekkingskracht had: hij ging naar klassieke concerten, maar leed daarbij soms zo hevig, dat hij eens watjes in zijn oren stopte, omdat hij niet tegen de muziek van Pijpers en Tsjaikovski kon. Denk nu niet, dat ik hier bewust naar het komische heb gezocht: dit zijn de vreemde kronkelingen van mensen, die de waarheid niet in zichzelf kunnen vinden en daardoor hun noodlot, hun karma op de juiste wijze weten te aanvaarden en te vervullen. Dit zijn mensen, die voortdurend met de rug tegen de muur staan en de wereld beleven als een executie peloton. Mensen, die voortdurend in wanhoop en ellende leven of, in het gunstigste geval, in een roes van dromen, die bij hun wezen en mogelijkheden niet passen. Mensen, die van het lot bepaalde gaven en mogelijkheden hebben ontvangen, maar niet weten, wat zij er mede moeten doen. Mensen, die juist daardoor deze komische karmische kronkelingen scheppen.

Deze humor van het noodlot treffen wij ook in uw omgeving, in uw dagen. Neem bv. de Lichtende krachten van deze dagen. Wanneer men in het duister leeft, zou ik menen, dat men dient uit te roepen: “God zij gedankt voor dit Licht. Nu kunnen wij tenminste bewuster verder gaan”. Wanneer je dan mensen ziet, die dit Licht zien en niet aanvaarden, die eenvoudig zeggen: “dit is natuurlijk een droom geweest, dat kan niet werkelijk zijn, dat hoort er nu eenmaal niet bij”, mensen die zover gaan dat zij zelfs zeggen: “Wij willen geen Licht. Wij hebben altijd in het donker gelopen en hebben ons kunnen redden. Wanneer er nu Licht komt, wie weet wat wij allemaal opeens moeten zien….” bekruipt u dan geen medelijden? Voelt u ergens in u niet de behoefte om hen te beklagen, te zeggen: “arme, arme mensen”?

Zeker, ik heb dit alles op mijn manier gezegd. Anderen hebben op hun wijze een afscheid voor u beschreven, een afscheid van de oude tijd. Binnenkort wordt er zelfs een gehele avond gewijd aan de nieuwe tijd, aan de toekomst. Mijn onderwerp verbindt deze twee schijnbaar verschillende onderwerpen. Karma is een band tussen alle tijden. Wat eens leefde in het verleden leeft ook nu, in uw dagen. Dat, wat in het verleden verkeerd werd beseft of geleerd, dat wat niet werd aanvaard, zal nu beseft, geleerd, aanvaard moeten worden en wel op de juiste manier. De band tussen heden en verleden, tussen toekomst en verleden is niet alleen maar de tijd. Het is de ijzeren wet van oorzaak en gevolg. Een wet, die hard is, maar ook een wet, die niet zo harteloos, zo wreed is, als men wel schijnt te denken.

Elk gevolg kun je voor jezelf tot iets goeds of iets kwaads maken. De basis wordt gegeven door de wet, maar men kan zelf beslissen, waartoe zij zal voeren, wat zij zal betekenen, zoals men in de oudheid de basis had van het Isisgeloof, maar in de inwijding zelf kon kiezen wat men verlangde: de duistere zijde van de zwarte Isis of de witte en Lichtende – maar vooral in het begin minder bevredigende – macht van de Witte of Gesluierde Isis.

Wij hebben u een vorige maal er op gewezen, dat dit een tijd van nieuwe kracht is, van kosmische kracht. De eerste uitlopers van deze kracht hebben nu de aarde bereikt. Woensdag j.l. is de invloed hiervan reeds zeer sterk merkbaar geweest, terwijl wij kunnen zeggen, dat de werkingen voortduurt tot ongeveer de volgende dinsdag. Deze kracht is er werkelijk. Dit Licht is er, deze werkende energie, waaruit een ieder naar bewustzijn kan putten, is er.

Nu is gebleken, dat deze invloed in korte tijd terugkeert, sterker lichtender, intenser nog, zo nog veel grotere mogelijkheden scheppende. Ook weten wij in de sferen, dat een groot deel van de mensheid krachtens karma inwerkingen vanuit het verleden dit Licht nu zouden kunnen en mogen grijpen. Zeker, er zijn er velen, die een keer de handen aan dit Licht zouden kunnen branden. Maar wanneer zij niet aarzelen en toch toegrijpen zal blijken, dat het vuur loutert en reinigt, voor daar, waar eerst een verwonding scheen te ontstaan. Dan wordt alles voor deze mensen eerlijker, schoner, beter en sterker, alles wat hen eerst een ogenblik van verlies of teruggang leek te zijn. Helaas beseft men dit niet. Velen beseffen dat er Licht is en zouden dit Licht ook wel gaarne aanvaarden. Maar ja … zij stellen eisen. Zij zeggen: “ik wil wel aanvaarden, maar wanneer dit Licht mij nu eens mijn geld, mijn huis, mijn aanzien zou kosten? Deze dingen kan ik niet missen. En wanneer ik daardoor opeens geheel mijn leven zou moeten veranderen…. dat kan zo maar niet. Laat mij daarom vooral voorzichtig zijn met dit Licht, wat ik begeer.”

U meent misschien, dat ik hier overdrijf, dat dit niet waar is, omdat men zijn aarzelingen en bezwaren zelden zo formuleert. Zoals men ongetwijfeld niet zal formuleren: wij kunnen deze ontwikkelingen en veranderingen in onze gemeenschap of staat niet gedogen, omdat anders ons gezag, onze betekenis in de gemeenschap zou worden aangetast. Maar al zegt men dit niet zo, daarom blijft het toch een feit.

In uw leven, in het leven van de massa leeft nog zeer veel van de beschreven groepen uit de  oudheid, met hun honger naar afgeslotenheid, macht, bezit, zekerheid. Ofschoon de oude waarden vele voordelen en mogelijkheden bieden onder de komende omstandigheden, zo zal de verkeerde vasthoudendheid aan of terugkeer tot het oude een van de grootste belemmeringen zijn bij de aanvaarding van het komende Licht en de komende Heerser. Het belemmert zelfs de aanvaarding van het Licht, dat er reeds nu is.

Wanneer u het Licht ervaart en leert gebruiken, wees er gelukkig mee. Maar denk niet, dat anderen even zo zullen zijn. Jezus heeft o.m. gezegd: “zalig zijn de eenvoudigen van geest”. Eenvoud betekent niet idioot zijn – ofschoon er idioten genoeg rondlopen op de wereld – maar eenvoud, directheid, vermogen de feiten zonder complexe interpretaties te aanvaarden, er mee te werken en ze te onderzoeken. Aan die eenvoud, aan die armoede – aan dromen – ontbreekt het velen. Maar zij is onder deze omstandigheden nog waardevoller dan anders.

Ik zou voort kunnen gaan met het citeren van vele uitspraken, die in dezelfde richting wijzen: de mens moet leven met de feiten, met de werkelijkheid, ook met de innerlijke feiten en werkelijkheid. Aanvaard, wat is en maak dit voor jezelf en anderen tot een steeds meer Lichtende kracht. Ik laat het echter hierbij.
Ondanks alle kronkelpaden, beseffen gelukkig steeds meer mensen, dat men voor anderen goed moet zijn, om zelf vrede en geluk te kunnen vinden. Steeds meer vindt men, tenminste in theorie, reeds het begrip, dat beslotenheid van stand en belang plaats moeten maken voor een gezamenlijk streven, een delen met elkaar. Nog draagt een ieder in zich de remmingen van het verleden. Zij betekenen in uw dagen nog veel. Maar mét het Licht, dat zich nu uit, zal het mogelijk zijn dit karma van de massa een geheel nieuwe betekenis en inhoud te geven, zodat de mens naar zijn innerlijke waarden en niet alleen meer naar uiterlijke normen leven zal.

Ik besluit hiermede mijn rede en tevens een cyclus, die, naar ik hoop, het u mogelijk heeft ge- maakt van de Lichtende krachten een beter en ruimer gebruik te maken.

Esoterie

Telkenmale weer wanneer een mens tracht, de werkelijkheid te vinden, wordt hij geconfronteerd met zijn eigen innerlijk en de – voor hem vaak zo moeilijk begrijpbaar – krachten rond hem. Hij vraagt zich af, wat de zin van de dingen is en zou voor zich zo gaarne willen weten, waarom alles eigenlijk geschiedt. Het waarom van alle gebeuren ligt in onszelf: Wij zijn de bron, waaruit alles wat wij beleven, ontstaat, wij zijn de bron, waaruit de illusie geboren wordt, waarmede wij onze God en onze werkelijkheid omkleden. Mens en geest leven in de mantel van hun eigen begrippen, en vluchten maar al te vaak ver weg, wanneer de werkelijkheid hen benadert. Wij vrezen vaak de waarheid, omdat zij ons hard, onbarmhartig en wraakzuchtig lijkt. Toch is dit niet juist.

Wij zullen ons moeten verzoenen met de afzichtelijke beelden, die wij uit onszelf voort zien komen, wij zullen moeten begrijpen, dat wij de monsters scheppen, die wij in onszelf aantreffen. Op het ogenblik, dat wij deze beelden van waan, deze illusies terzijde stellen, zeggende: “Goed, dit is deel van ons, maar het is voor ons niet meer belangrijk”, dan zullen wij in staat zijn de meer Lichtende beelden en krachten, de werkelijkheid, die in ons bestaat, te aanvaarden. Het is moeilijk te omschrijven, wat het betekent de waarheid in jezelf te kennen. Het is namelijk niet, zoals men wel denkt, een innerlijk en beschouwelijk proces. Eerder is het een erkennen van een nieuwe wereld met nieuwe daden en nieuwe avonturen.

Menige mens meent, dat het gaan van het innerlijke pad, het ingaan tot het verborgen rijk, betekent, dat men zich afsluit van alle andere dingen, dat men een nieuwe zekerheid en een nieuwe kracht vindt; in de werkelijkheid ligt dit echter anders. Wanneer je het Grote Niet, het Nirwana, hebt bereikt, keer je terug, omdat je niet alleen gelukkig kunt zijn, omdat je niet alleen door eigen bereikingen beantwoorden kunt aan de werkelijke grondslagen van je wezen en van de schepping. De bewuste keert terug tot de aarde om te leraren. De Boeddha keert uit zijn eenzaamheid terug tot de mensen en geeft hen zijn leer. Jezus vindt in de woestijn de waarheid. Hij keert terug tot de mensen en geeft hen Zijn leer. Zelfs Mohammed vindt tijdens een reis door de woestijn – mede door verlies van bewustzijn – een nieuwe openbaring en tracht niet dit erkende paradijs voor zich tot werkelijkheid te maken, maar keert terug om een oorlog te prediken, waardoor paradijs en waarheid ook voor anderen bereikbaar zullen worden.

Wij zijn geneigd om alles, wat wij innerlijk doen, te zien als onze eigen zaak. Wij zijn geneigd om elke band, die ons verbindt met het leven, met de beleefde werkelijkheid buiten het Ik, in verhouding van minder belang te achten. In mij, zo fluisteren wij onszelf toe, zal ik de wijsheid vinden. Maar wijsheid heeft eerst betekenis en zin, wanneer zij haar uiting vinden kan in daden. De grootste kracht is zinneloos, wanneer zij blijft rusten in het verborgene. Het grootste Licht heeft, alleen zin, wanneer het tot een zon kan worden, die nieuwe werelden tot leven en vruchtbaarheid kan wekken. In de dagen, die komen, zullen vele mensen geneigd zijn zich terug te trekken in zichzelf. Velen zullen uitroepen: nu wil ik rust hebben. Of: nu wil ik het esoterische pad gaan, esoterisch wil ik mijn innerlijk leren beschouwen en beleven, esoterische krachten wil ik wekken en tot mij roepen. Maar alles, wat zij in deze dagen zo bereiken, is nutteloos, vruchteloos, waardeloos, wanneer het niet wordt omgezet in iets, dat leeft in eigen wereld.

Men heeft van de hemel iets gemaakt, dat ver weg ligt, verborgen achter wolken en sterren, een ruimte  vol eeuwige aanbidding, trompetgeschal en het ruisen van engelenvleugelen. Zij, die dit hebben gedaan, kregen toch als lering: het Koninkrijk Gods is rond u en in u. Er zijn er, die u zeggen: na de dood begint eerst, de eeuwigheid. Toch werd hen geleerd: “Eeuwig zijn ook u alle dingen”, zo gij beseft, welke waarde daarin leeft.

De mensen zeggen: reïncarnatie bestaat niet. Toch werd zelfs tot de christenen gezegd door Jezus, sprekende over Johannes de Doper: “En zo gij gelooft, dat Elia wederkomt, deze is het”. Alle dingen, die de mensen ontweken hebben, als de continuïteit van bestaan, als de innerlijke verwerkelijking, die eerst tot uiting moet komen, voor zij waar is en deel van het scheppende geheel, zullen nu de mensheid worden voorgelegd.

Er zijn vele mensen en entiteiten die u toeroepen: dit is de tijd van de beproeving (…….onleesbaar) vuurproef, die de mensheid zal moeten doorstaan (……onleesbaar) gaan naar een nieuwe tijd, een periode (…….onleesbaar) heerser. (…….onleesbaar) ik zeg u: dit is de tijd van de waarheid. Geen vuurproef, die gij moet doorstaan, maar een erkennen van uw werkelijkheid is noodzakelijk. Want wie in zich het Licht kent en dit uitdraagt tot de mensen, is deel van de eeuwigheid. Hem kan de tijd niet deren. Hij kan misschien van deze aarde heengaan, maar er is geen dood, die hem bedreigt: ziet, zijn bewustzijn leeft voort in alle tijden en in alle werelden.

Hierin ligt, mijn beminden, de achtergrond van het leven, van de esoterie, van de grote krachten die op de aarde inwerken, de krachten, waarover u reeds vele malen werd gesproken. Daarom mogen wij niet tot elkander zeggen: keer slechts in uzelf, in uzelf en de wijsheid vindend, zij het van de kosmos, of van boeken en weten, en daarin zult gij behouden zijn. U moet gezegd worden: “Put de krachten die gij in u draagt, of het weinige of vele Zijn, en schep in en rond u de band met het ware leven, die het Koninkrijk Gods heet”. Niet God, niet de grote Witte Loge of Broederschap van meesters en ingewijden, zelfs uw eigen geheimschool niet, kan u de uiteindelijke bereiking geven. Dit kunt gij alleen zelf bereiken en verwerven. Gij kunt alleen zelf zijn. Niets kan u vormen, want u bent reeds gevormd uit de Kracht, die het Al heeft voortgebracht. Gij kunt niet tot iets nieuws worden en gij kunt niets van uw wezen ontkennen of verwerpen. Want deze dingen zijn uit de Kracht, die het Al geschapen heeft. Maar gij kunt tussen uzelf en al wat leeft, in uzelf ook met de God, die in u leeft, een verbond sluiten van ware aanvaarding.

De mens is geneigd te zeggen: een dergelijke beleving is niet mogelijk. Wanneer een van hen zegt – zoals ik het doe op deze avond – zo roepen zij uit: “Maar deze is hoger, machtiger en Lichtender dan wij”. Zeker is de leraar bewuster dan de leerling. Maar toch zijn wij gelijk. Of het Boeddha, Jezus, een Meester, een Leraar is, wij allen zijn deel van hetzelfde Licht, van dezelfde Kracht als alle leven. De een is zich hiervan meer bewust dan de ander. Dat is waar. Maar er is niets, werkelijk niets, wat ons in wezen verder kan onderscheiden. Wanneer de een geeft, omdat hij de werkelijkheid beseft, zo geeft hij niet van zich, maar schenkt hij aan zichzelf. En wanneer een waarheid spreekt tot de wereld, omdat de wijsheid in hem leeft, zo geeft hij geen wijsheid, maar ontvangt hij wijsheid. Het innerlijk pad, waarvan men u zo vaak spreekt, het Koninkrijk Gods, het Verborgen Priesterrijk, de Geheime Broederschap, zij allen zijn deel van uw wezen. U bent in niets hun meerdere of mindere. Wanneer u de waarheid in u aanvaardt en uit uzelf beleeft, zo bent u deel van al deze dingen en aan allen, die hierin bestaan, gelijk. Wanneer wij gezamenlijk streven naar een doel, zo mag mij een geestelijke wereld openstaan, die gij nog niet bewust kent, zo zijn wij toch door ons streven en erkennen gelijken en delen wij elkanders wereld en leven, elkanders lot, omdat wij – uit één bron stammend – slechts één waar doel hebben.

Misleidt uzelf niet. Men zal u soms zeggen: “ziet, deze is wijs en machtig, want hij heeft de zon stil doen staan”. Maar indien u hetzelfde geloof en dezelfde noodzaak zou  bezitten, ook voor u zou de zon stilstaan. Men zegt: “ziet, deze treedt uit en gaat binnen in de rijken van hen, die van de aarde reeds heengingen, hoe groot moet zijn bereiking wel zijn”. Maar uw geest gaat evenzeer uit en betreedt dezelfde werelden, al weet gij dit niet bewust. U bent ook dan elkaars gelijken. Bouw uzelf dan geen fabels, overleveringen, waarin anderen machtiger, meer verantwoordelijk zijn, dan gij zelf. Er is er slechts één, die waarlijk meer is: de kracht die ook in ons leeft: God.

Zeg niet: “In mijn leven is dit geheel mijn verlangen en bereiken”. Want dat tijdelijke, wat u begeert, wordt u zo snel genomen.

Zeg niet: “Zo is mijn weg, zo alleen wil ik gaan”. Want wat u uw weg acht is deel van de schijn en vergaat met het veranderen van de illusies, terwijl de waarheid onveranderd voortbestaat.

Zegt niet: “Ik ben ziek en de kracht zal mij gezond maken”, doch stel: wanneer de kracht waarlijk in mij leeft en door mij beseft wordt, zal ik gezond zijn.

Meer en meer zult u de stemmen horen van hen, die u misschien zeer hoog acht, zodat u tot hen zou willen zeggen: “Meester, of ingewijde, of Lichtende”. Maar ook zij zijn uw gelijken. Slechts het antwoord, dat u innerlijk en in waarheid geeft op de kracht, die wij gezamenlijk delen en bezitten, of het wezen, dat wij gezamenlijk vormen en zijn, is belangrijk.

Er wordt veel gesproken over Licht. Maar waar Licht heerst, bestaat ook duister. Wie nodigt in te gaan in een feestzaal, nodigt u uit binnen te gaan. Maar dit betekent nog niet, dat nu buiten die wereld niets meer ligt. Wie uit de feestzaal uitgaat, zal in de wereld terugkeren. Als binnen het Licht brandt, zal het binnen Licht zijn, terwijl buiten het duister heerst, tot de zon weer rijst. Maar daarom is hij, die in de feestzaal verkeert, nog niet vrij van de nacht, ook al bemerkt hij van haar duister niets. Zo is hij, die in het duister verkeert, nog niet gebonden aan het duister in eeuwigheid, al zal men u dit gaarne zeggen. Er bestaat niets, mijn beminden, dat eeuwig is, buiten de kracht van de waarheid, die in ons leeft.
Er is maar één weg, een weg, die uit vele wegen is gebouwd: de weg, waardoor wij dit grote in onszelf leren beseffen. Het is de weg van de Liefde, van de éénwording in streven en geest, de weg, die eenwording betekent met Hoogste Licht en Hoogste Kracht en gelijktijdig een één-zijn in eenvoudige dienstbaarheid uit liefde voor de medemens tot in de meest nederige zin van het woord.

Waar niet dit besef van eenheid, van vergroeid zijn met elkander heerst, daar zullen Licht en duister een wonder spel spelen, onevenwichtig, zo u werpende van de toppen der vreugde tot de afgrond der wanhoop, u heffende uit de wanhoop tot een torenende vreugde, die gij reeds weer verliest, voor gij beseft, dat gij haar bereikt hebt. Dan kunt u gaan tussen hemel en hel, tussen hel en hemel, zonder verpozen. Want deze zijn geen werkelijk deel van uw wezen. Waar u echter waarlijk lief hebt, waar gij waarlijk dient, daar wordt uw wezen innerlijk en uiterlijk deel van de waarheid, van het waarlijk Levende. Daar is geen wisseling van Licht en duister, maar slechts de kracht van de Schepper zelve.

Ik aarzel altijd weer, wanneer ik tot de mens moet gaan, omdat ik mij afvraag, of men zal begrijpen waarom en hoe. Zal men beseffen, wat de waarheid is, van hetgeen ik spreek? Zal men beseffen, wat het Licht is, de Kracht, die uit ons allen komende, kan liggen in het begrip, in het woord, zo de werkelijkheid openbarende, waardoor geen woorden bestaan? Wanneer ik desondanks tot u kom en woorden vorm, zoals mensen die vormen, omdat zij elkander niet in waarheid kunnen bereiken, kan ik dan ook niet een juiste omschrijving geven van de grote waarheid van het Innerlijk Rijk: Het Rijk, dat in u leeft zoals in eenieder.

Geen juiste omschrijving is mogelijk van de innerlijke Kracht en het Licht, die in u bestaan, zoals in al het geschapene. Ik vind om dit alles weer te geven, het haast hulpeloze woord: Liefde. Een woord, dat machteloos is, de volheid van het leven uit te drukken. Maar toch kan ik niet anders doen dan zeggen: wanneer u waarlijk in wilt gaan in de waarheid waaruit u leeft, wanneer u bereiken wilt uit de kracht, die in u is: “Hebt waarlijk lief alle leven, hebt waarlijk lief alle gebeuren. Hebt waarlijk lief al, wat gij beseft en ontmoet, zonder haat, verwerping of afkeer. Wees voor allen het Licht, wees voor allen de zachtmoedigheid, die het bittere van de waan doet verkeren in het besef van waarheid.”

Slechts hij, die het pad van de goddelijke Liefde, het pad van de innerlijke beleving van grootste eenheid kan ondergaan, zal weten, wat vrede is. De vrede is de kracht, die ook nu uw wereld benadert. De vrede is de rust in de liefdevolle erkenning van een innerlijke waarheid en van een God, die werkelijk is.

Mijn woorden zijn een machteloze uiting van dat, wat in u kan leven. Vraag niet, naar alles, wat u van anderen scheidt. Vraag niet naar de verschillen, die de waan heeft gebouwd. Beroep u niet op de kudde, waartoe gij behoort, doch beroep u op de Kracht, die in u leeft.

Dit zeg ik u, opdat de waarheid, die in deze dagen uw wereld benadert, voor u moge zijn: de ontmoeting met het ware Ik, het intreden in het werkelijke Koninkrijk Gods, het werkelijk betreden van het verborgen Rijk.

In de komende dagen en maanden, zoals uw menselijke tijdrekening ze telt, zal meer dan ooit zowel in u persoonlijk – als overal waar elders een uitingsmogelijkheid gevonden wordt – de kracht van de vernieuwing spreken. Velen, die aanvaarden kunnen, zullen ingaan tot een nieuw bewustzijn en een nieuw rijk. Niet, opdat zij meer mogen worden, maar opdat zij meer in zichzelf mogen zijn: waar, eeuwig en een werkelijke bewust levende kracht. Ik ben slechts één, die een spoor baant voor anderen, zoals velen van ons een spoor banen voor u en voor elkander, opdat u, die door ons allen bemind wordt, omdat u deel bent van Licht en Kracht, mag ontwaken tot uw ware bestemming.

Dit is alles, wat ik u heden te zeggen heb. Moge de vrede in u sterker worden, opdat u de waarheid en de kracht van uw God in uw wezen beter mag ervaren.

Aanvulling

Het is niet gebruikelijk, dat wij commentaar geven op een tweede spreker tijdens deze avonden, vrienden. Maar in dit geval wil ik dit toch even doen. U hebt hier iets meegemaakt, waarop wij zelf niet helemaal durfden te rekenen. Het is het begin van een grote actie. De woorden mogen u misschien wat eenvoudig geklonken hebben, maar zij hebben een magische achtergrond, een achtergrond van Licht, die de betekenis tot veel meer maakt, dan duidelijk wordt, uit de woorden alleen. De tijd is nog niet volledig rijp. Het duurt nog enkele weken, voor de volle intensiteit van deze actie door ons verwacht kan worden. Het is echter zeker, dat in de komende tijd steeds grotere en hogere krachten van de gelegenheid gebruik zullen maken, om tot de mensen te spreken. Het is aan u uit te maken, wat u daarmee zult doen: u kunt het verwerpen, u kunt er aan voorbijgaan, of het verheerlijken en uitroepen, dat u toch wel uitverkoren bent, dat u zoiets mee mag maken. Maar wanneer u uit dat alles niet het ene belangrijke proeft: de grote innerlijke vrijheid, die u hiermede wordt verkondigd, de grote eenheid, die reeds oud is, maar in uw dagen boven alles belangrijk wordt, zo vrees ik, dat het weinig uithaalt.

Wij hopen en geloven, dat het werk van onze Orde, dat voor een groot gedeelte op zal gaan in deze actie, voor u een sleutel zal mogen zijn. Niet tot de nieuwe tijd of nieuwe kracht, maar vooral tot de nieuwe bereikingen, die u mogelijk worden.

Wij hebben in uw land gedurende meer dan 50 jaar getracht de mensen voor te bereiden hierop. Nu echter is de tijd nabij, dat de voorbereidende werkzaamheden beëindigd kunnen worden. Onze taak is dan, zover wij deze volbrengen konden, volbracht. Niet, zoals u misschien veronderstelt, door het beëindigen van het werk van de Orde – dit is niet de bedoeling – maar door, zover het mogelijk is, terug te keren tot een eenvoudig onderricht zonder meer, terwijl daarnaast met de gehele Orde zal worden getracht een verbinding te vormen tussen mensheid en de Hogere Kracht, die tot die mensheid spreken wil. Hoe dit alles precies zal gaan, durf ik u nu niet te zeggen.

De tweede spreker was een voorbeeld van de eigenaardige magische kracht, die daarbij tot uiting komt, terwijl men u ook op een vorige bijeenkomst reeds iets daarvan heeft gedemonsteerd. U kunt er rekening mee houden, dat telkenmale, wanneer er aanleiding hiertoe en mogelijkheid daarvoor is, wij terzijde zullen treden voor anderen, die u vele misschien eenvoudige dingen zullen zeggen. Dingen, die u misschien reeds lang meent te beseffen maar die nu onmiddellijk geboren worden uit de krachten, die op aarde werkzaam zijn.

Wij hopen, dat u hiervoor begrip hebt en dit zult billijken. Wij hopen ook, dat u dit alles niet zult beschouwen als een zoeken naar plechtigheid of religie, maar zult begrijpen, dat het alleen gaat om alles, wat innerlijk mogelijk wordt en gedaan kan worden.

Hetgeen deze avond werd gezegd, is een teruggrijpen op de grote wijsheden, die in het verleden door grote leraren verkondigd werden. Denkt niet, dat er hierop een geheel nieuwe leer zal volgen, waarin alles anders is. Dit is echter de nieuwe tijd. Deze tijd en de kracht, die op aarde tot uiting zal komen, zal de oude leer weer enkele schreden verder brengen, zo een nieuwe mogelijkheid scheppende voor de mensheid. Wij meenden er goed aan te doen deze avond niet te besluiten met de op zich zeer grote en krachtige inwerking van deze tweede spreker, doch duidelijk te moeten maken, hoe de zaken liggen: er is iets nieuws, iets anders actief. Wanneer dit nieuwe, dit andere, u iets te zeggen heeft, zullen die altijd voorgaan bij ons eigen werk.

Over de verdere ontwikkelingen kan ik, zoals gezegd, nu nog geen mededelingen doen. U zult echter ook zonder dit beseffen, dat althans de eerste jaren ons werk hierdoor aanmerkelijk beïnvloed zal worden. De magie van het woord, de inwijdingsmagie, zal daardoor een veel grotere rol spelen, dan tot op heden denkbaar of mogelijk scheen. De vele sleutels, die in de afgelopen 50 jaar in Nederland werden gegeven door ons – al werd dit werk zo nu en dan wel onderbroken – zult u nu, naar wij hopen, kunnen gebruiken bij een praktisch verwerken van, en gebruik maken van de nieuwe kracht. Wanneer ons de tijd en mogelijkheid wordt gegeven, zullen wij in de komende tijd dan ook trachten u de praktische sleutels en tips te verschaffen, waardoor het u mogelijk is, deze hogere sprekers beter te begrijpen en u hun werk beter zult kunnen volgen.

Nogmaals, deze eerste uiting kwam vroeger, dan waarop wij eigenlijk gerekend hadden. Maar het gebeurde deze avond – en zal in de toekomst ongetwijfeld meermaals gebeuren – al weten wij zelfs nog niet hoe, wanneer en waarom. Wij hopen, dat u ons werk in de afgelopen tijd zult zien als een aanleiding om deze hogere krachten te volgen, te begrijpen en er gebruik van te maken.

Dan zullen wij van de Orde kunnen zeggen: wij waren misschien in het geheel een betrekkelijk kleine en onbelangrijke groep, maar hebben toch veel bereikt. Mede dank zij ons werk kan de nieuwe kracht zich beter uiten en de vernieuwing meer mensen bewust beroeren, dan in het verleden ooit het geval was.

Hiermede besluiten wij onze bijeenkomst. Ik wens u allen een aangename avond en thuisgang, maar daarnaast vooral inzicht in het nieuwe Licht, dat zich heden reeds sterker kenbaar maakte, dan ook wij hadden durven hopen of verwachten.

image_pdf