Kosmische magie 

                                    31 mei 1957

Wij zijn niet alwetend, of onfeilbaar. U gelieve dus naar eigen vermogen te oordelen omtrent het gebrachte en uw gevolgtrekkingen er uit te maken.

Onder de woorden “kosmische magie” wordt verstaan werken met kosmische krachten, over het algemeen om bepaalde kosmische stromingen te realiseren in een bepaald deel van het Al. Kosmische stromingen mogen niet alleen worden gezien als zuiver geestelijke werkingen. Daarnaast zijn er stoffelijke factoren, die evenzeer vanuit de kosmos bepalend werken op zekere delen van het Al .

Ik meen, dat ik u het duidelijkst kan zeggen, wat kosmische magie is, wanneer ik wijs op het werk van sommige z.g. “geheime” orden. Ik bedoel hier niet de z.g. geheimleren en geheimscholen – algemeen bekend maar groeperingen, die gedurende vele honderden jaren een bepaald doel nastreven op aarde ten bate van de mensen.  Bij deze groepen zijn er, die bestaan uit zuiver mensen uit de stof, andere daarentegen vormen een samenstelling van bepaalde geestelijke krachten en nog op aarde levende personen. Hun doel is over algemeen opvoeren van het algemeen bewustzijn, verantwoordingsbesef van de mens als zodanig. De ontwikkeling dus van het individu.

U zult u afvragen waarom wordt dit kosmische magie genoemd? Voorbeeld: Wanneer op een bepaald ogenblik de mensheid in één richting van denken dreigt vast te lopen, dan is het noodzakelijk – ten koste van alles – die banden te breken. Dergelijke groeperingen ontzien zich dan niet alle invloed aan te wenden, opdat een bepaalde oorlogsdreiging, of zelfs een feitelijke oorlog, ontstaat. Als zodanig hebben deze groepen o.a. te doen gehad met de invallen van Djengis Khan, maar ook met bepaalde aspecten van de laatste wereldoorlog. Het is dus een richten van de mensheid. Hierbij kan echter gebruik gemaakt worden van een reeks krachten, door de doorsnee mens niet begrepen, of gekend.  De eerste – en meest eenvoudige – , het  bovenbewustzijn, of gezamenlijk gedeeld bewustzijn van de mensheid. Dit is te splitsen in een reeks van groepsbewustzijnsvormen, die o.a. de naties van elkaar scheiden.

Wanneer nu een magische werking wordt uitgeoefend op het bewustzijn van een van deze groepen, of meerdere van deze groepen, kan hierdoor een sterke suggestie gewekt worden, die ongeacht het al of niet daar werkelijk mee akkoord gaan van de individuen, tijdelijk de uiterlijke situatie zozeer wijzigt, dat het nagestreefde door de groep zal worden verwerkelijkt. Het wonderlijke hierbij is, dat elk voor zich vrij blijft en vrije wil bezit binnen de beperking, die door de suggestie wordt opgelegd. Hiermede wordt dus geen werkelijk recht van de mens aangetast, wel wordt leiding gegeven aan zijn maatschappelijke en economische ontwikkeling.

Een tweede methode is de z.g. openbaringsleer. Hierbij worden bepaalde wijsheden, al of niet op aarde bekend, geopenbaard en medegedeeld aan de mensheid, opdat deze hieruit een impuls tot nieuwe ontwikkelingen zal putten.  Voorbeelden hiervan kunt u o.a. vinden in de boeddhistische leer, maar evenzeer in de ontwikkeling van het christendom en vooral van de verschillende figuren, die later in het christendom,vaak bepalend voor de richting daarvan, optreden.

Om zelf deel te hebben aan een dergelijke kosmische, magische werking is het noodzakelijk, dat elke zelfzucht achterwege blijft. Op het ogenblik, dat de zelfzucht optreedt en eigen belang mede een rol speelt, kan men niet meer één zijn met een kracht, die zonder aanzien van de persoon die Goddelijke Krachten tracht te realiseren binnen de beperkingen van een stoffelijke Schepping. Men is daardoor uitgesloten van het werkelijk gebeuren en zal, door zelfmisleiding, zeer vaak voor zichzelf problemen scheppen, die niet oplosbaar zijn. Althans niet op aarde.  Absolute onzelfzuchtigheid in overeenstemming met de grondslagen van elke grote leraar, kan alleen bereikt worden door een wereld aanvaarding, geen wereldverwerpring, gelijktijdig het “IK” zien als deel van en dienstig aan al het verdere geschapene. Hierbij wordt dan gehandeld volgens eigen inzicht en oordeel.  Het is noodzakelijk, dat men zichzelf kent. Zonder zelfkennis kan men niet werken met, ingrijpen in en het deel hebben aan kosmische krachten.

Het “IK” te kennen is een zeer moeilijke taak. Gelukkig zal zelfs een beperkte zelfkennis het de doorsnee mens mogelijk maken mede in een dergelijke kosmische werking reeds een bescheiden, zij het vaak gedeeltelijk onbewust aandeel te hebben.  Een bepaald ceremonieel bestaat er niet. Men kan niet zeggen, dat kosmische magie gebonden wordt door bepaalde woorden, gebaren en rituelen. Zij bestaat in de wil van de drager, plus zijn harmonie met de Schepper.  Als zodanig is de kosmische magiër een ieder, die in contact kan treden met krachten, voor ons gelijk staande met Logos, dus scheppende kracht of vormgevers en Instandhouder. Verder degene, die door zich deze krachten kan doen uitstralen op de wereld. Dit laatste is noodzakelijk.

Onder magie verstaan wij algemeen alleen het gebruik maken van onbekende wetten of krachten op zodanige wijze, dat hun niet gekende invloeden in resultaten op aarde kenbaar worden.

De grondslagen zijn als volgt:

De Instandhouder van het Al is een Kracht. Deze Kracht kan noch in vorm noch in vermogen omschreven worden. Ook is het onmogelijk alle eigenschappen daarvan slechts bij benadering te kennen.  Waar deze Kracht op zichzelf echter in het gehele Al gelijkelijk aanwezig is, is het mogelijk met deze kracht contact te krijgen, indien men zichzelf openstelt voor een bewustzijn van die Kracht.  Het bewustzijn is bepalend. Die Kracht is altijd aanwezig. Op het ogenblik, dat het bewustzijn de Kracht ontdekt, kan het mogelijk zijn binnen de beperkingen van dit bewustzijn de Kracht tot uiting te doen komen.

Elk streven, dat de vorming van het geheel ten goede, in de richting van het “IK” gezien, nastrevenswaardig en noodzakelijk voor beleving is, is goed.  Dit brengt met zich mede. bevestiging van Goddelijke Krachten. Als zodanig is het feit noodzakelijk als feit eerst de daad te stellen, opdat men uit de daad bewustzijn kan putten van gelijkheid.

Elke ontwikkeling tot kosmische magie is dan ook gebaseerd op : zoveel mogelijk ten goede streven het niet oordelen van anderen, noch verwerpen van hun bestrevingen, gelijktijdig zijn eigen streven dienstbaar maken aan de wereld, die men erkent. Dat in dit streven te allen tijde door geloof en innerlijke beleving, niet uitdrukbaar in woorden, het Goddelijke te openbaren aan zichzelf en deze openbaring te doen doorwerken uit het eigen wezen op de wereld.

Hieruit blijkt, dat kosmische magie aanmerkelijk verschilt van datgene, wat verder onder magie wordt verstaan. Ook kan hieruit de ge­volgtrekking worden gemaakt, dat kosmische magie in tegendeel met al­le voorgaand omschreven vormen, geen enkel gevaar in zich kan dragen voor degenen, die haar beoefenen. Want hier is het de Goddelijke Kracht het vormend vermogen van de kosmos, dat onmiddellijk door de drager zich uit. Dit kan nooit negatief zijn. Elke handeling van de Logos is voor ons vormend, positief en scheppend.

Als resultaat kunnen wij nooit ten onder gaan door ons deel hebben aan deze magische procedure.  Verder doet zich de vraag voor, kan men ook onbewust deel hebben aan dergelijke processen?

Een ieder, wiens streven metterdaad ten goede is gericht, in wie het verlangen leeft naar Goddelijke Kracht, zal geestelijk meer dan zuiver stoffelijk deze verlangens in zich tot uitdrukking brengen.  Het is dus mogelijk, dat men deel heeft aan dergelijke kosmische gebeurtenissen, actief daarin mede werkt en onbewust stoffelijk toch reeds geestelijk deze krachten in zijn omgeving voelbaar maakt.  In dergelijke gevallen kan echter nooit een deelgenootschap worden afgeleid uit dromen, of enkele belevingen. Slechts uit een innerlijk kennen, dat voortdurend en te allen tijde het leven beheerst, plus de contacten, die met een dergelijk kennen meestal gepaard gaan – men heeft dan immers een onmiddellijke binding met al degenen,  die in gelijk verband op dezelfde hoogte hetzelfde nastreven – zal men op de duur kunnen afleiden, dat men – zij het nog niet geheel bewust – medewerkt aan een dergelijk groot kosmische werk.

Zo-even maakte ik de opmerking, dat kosmische stromingen en kosmische krachten niet alleen geestelijk zijn. Om het U duidelijk te maken het volgende.

In het Al bestaat- zij het in een zeer fijne verdeeldheid – een reeks van wolken, waarin verschillende stoffen aanwezig zijn. Zij bevatten buiten de door U gekende elementen nog een dertigtal andere varianten.  Ongeacht de zeer kleine verdunning, ongeveer bv. één atoom per 1.000 m³, dat is dus niet veel, zijn toch deze stoffen in staat o.a. de werkingen van sterren te beïnvloeden, bepaalde atmosferische  verschijnselen te regelen en zijn zij in sommige gevallen bepalend voor het al of niet levensvatbaar zijn van een bepaalde wereld.  Wanneer zij een zonnestelsel beroeren, dan gebeurt dit niet alleen in een vaste volgorde. Deze golvingen en stromingen bewegen zich nl. ook binnen het Al en onafhankelijk van de beweging van de sterrensystemen en melkwegstelsels of spiraalnevels.

Wanneer wij nu, vanuit een kosmische kracht, een leiding veronderstellen, die bepaalde elementen op kan doen treden op gewenste ogenblikken, zal het u duidelijk zijn, dat een zuiver stoffelijke beïnvloeding, o.a. door stralingsverandering van een ster – daarmede verandering van de straling, die een planeet treft, temperatuur en verdere levensvoorwaarden en alle levensbeginsel een bepaalde levensontwikkeling en richting kan worden gegeven, terwijl gelijktijdig het bestaande leven door mutatie binnen korte periode gewijzigd kan worden in overeenstemming met de verlangens, die men dienaangaande heeft.

Verder is het mogelijk, vanuit andere sterrenstelsels een planeet te beïnvloeden.  Wanneer nl. de stralingen van een bepaalde ster sterk gewijzigd en geïntensifieerd worden, dan zal ondanks het groot gedeelte van de krachten, dat in de ruimte teloor gaat, een zeer klein gedeelte daarvan bv. uw aarde beroeren.  Deze beroeringen, hoe gering ook, zijn voldoende om geringe wijzigingen in het aardmagnetisch veld tot stand te brengen,kleine wijzigingen in elektrische flux, kleine wijzigingen ook in luchtelektriciteit en levenskracht.  Deze zijn voldoende om uw organisme te beïnvloeden in een bepaalde richting.

Uitdrukkelijk stel ik hier vast, dat dus de kosmische magie in staat is de z.g. astrologische wetten te verbreken en te veranderen. Astrologische wetten berusten op het aannemen van een vaste invloed, vanuit bepaalde richtingen van het Al, weergegeven door bepaalde sterrenbeelden. Daar het mogelijk is deze te wijzigen, is het evenzeer mogelijk het type, karakter en de reactie van de mens op aarde te wijzigen.  Hierbij heb ik uw eigen wereld als voorbeeld genomen. In het Al zijn echter andere werelden, die evenzeer bewoond zijn. Ook daarop zijn dezelfde woorden en  wetten van invloed.

De wetten heb ik u nog niet genoemd.  De volgende wetten regeren het Al:

  1. Er moet een overeenstemming zijn tussen geestelijk bewustzijn en stoffelijke vorm. Beiden dienen elkaar aan te vullen, beiden dienen een eeuwigheidsprincipe in zich te dragen.
  2. Elke optredende kracht wordt gevolgd door een even grote negatieve kracht. Zo zal er te allen tijde een wisseling van krachten zijn. Nooit zal in het Al iets statisch blijven.
  3. Wanneer positief en negatief elkaar opvolgen, is het door bewustzijn mogelijk van de positieve krachten een groot gedeelte permanent, dus blijvend te maken, terwijl de negatieve invloeden praktisch ongemerkt voorbijgaan. Hierdoor ontstaat een eenzijdige ontwikkeling, die hoogtepunten van begrip met zich brengt, hoogtepunten van begrip maken het mogelijk in een tegengesteld streven het absolute evenwicht te bereiken, waarin de volmaaktheid stoffelijk en geestelijk gerealiseerd kan worden.

Er zijn niet veel wetten en niet veel regels, voor dit kosmisch spel. Maar zij zijn voldoende.

Kosmische magie, de grootste, de machtigste vorm van magie, die op aarde bekend is, – zover mij bekend in de sferen bestaat -, is eenvoudig. Eenvoud is het kenmerk van al het werkelijk grote. Dit werkelijk grote kan ik u misschien in enkele beelden duidelijk maken.  Wanneer wij een vergelijking maken tussen macrokosmos, de grote kosmische krachten en de microkosmos, de kleine wereld van de kleine delen, dan blijkt ons, dat in één tafel meer atomen, vergelijking, zonnestelsels, aanwezig zijn, dan in het hele heelal. Dan blijkt, dat, wanneer uw brein volledig ontwikkeld zou zijn, het in staat zou zijn ongeveer honderden miljoenen combinaties te maken, meestal iets meer, daarbij is de werking van de cortex inbegrepen.  Er zijn dus grote reeksen van combinaties mogelijk, niet alleen in uw wereld, maar ook in uw stoffelijk voertuig,

Waar de combinaties in de mens nu combinaties van begrip zijn, vloeit hieruit voort, dat de mens

  1. reeds in staat is om de macrokosmos te begrijpen en te verwerken, mits hij de middelen heeft haar te kennen en waar te nemen,
  2. dat in hem latent de mogelijkheid aanwezig is te komen tot een al­thans ten dele begrijpen en waarschijnlijk ook grotendeels beheersen van de microkosmos.

De kosmische magie streeft nu juist dit doel na.

Elke mens, elke geest moet tot het maximum van zijn kunnen ontwikkeld zijn. Hij moet in staat zijn alle krachten, die in hem zijn binnen het scheppingsstelsel stelselmatig tot uiting te brengen in overeenstemming met de wetten, die gelijk zijn aan de eigenschappen van de Schepper.  Wordt dit bereikt, dan kan men zeggen, dat de kosmische magie teloor gaat, waar alle wetten in allen vervuld zijn. Zolang dit echter niet het geval is, zal, zelfs indien een wereld een dergelijke volmaaktheid mocht bereiken, haar werkzaamheid zich gaan uitstrekken tot op andere werelden enz., tot uiteindelijk het gehele Al één is geworden met de scheppende Krachten en als zodanig een realisatie heeft gevonden van de Schepper.

Het is mogelijk, dat daarna een ruststand intreedt. Dit zou betekenen een ophouden van zijn voor het kenbare van de Schepping, een voortbestaan potentieel, geestelijk gezien dus ook enigszins reëel, van alles, wat eens werd verworven.

Hieruit vloeit voort, dat op één volgende scheppingen ongetwijfeld een grotere trap steeds van volmaaktheid vertonen. Vandaar, dat de kosmische magiër stelt, dat elk Al één trede is van de trap naar de grote Schepper, waarbij elke Schepping geleid wordt door een Logos, die in zichzelf in staat was een deel van de Schepper te verwerken en te begrijpen.