Kosmische rechtspraak en aardse wetgeving

image_pdf

13 januari 1983

Dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn, is u bekend, ik mag dus verwachten dat u zelf nadenkt. Het onderwerp is indertijd door uzelf gesteld en handelt over : Kosmische rechtspraak en aardse wetgeving.

Nu bestaat er kosmisch geen rechtspraak, dus wat dit betreft zitten wij enigszins fout. Maar er bestaat iets wat men toch wel kosmisch recht zou kunnen noemen.

Al datgene wat bestaat, bestaat in een permanent evenwicht. Elke verplaatsing binnen dit evenwicht brengt dwangmatige verschuivingen elders teweeg tot het oorspronkelijk evenwicht weer hersteld is. Vind je nu in jezelf evenwicht, dan ken je rust en ben je – om het zo eens uit te drukken – “goedgekeurd”. Op het ogenblik dat er hoe en dan ook en om welke redenen dan ook geen innerlijk evenwicht in je bestaat, zal je door ervaringen dan wel innerlijk besef moeten veranderen en wel tot het ogenblik, waarop in jou het evenwicht hersteld is. Er zijn geen beperkende bepalingen. Die heeft de kosmos dan ook niet nodig. De kosmos kent het standpunt, dat er grenzen bestaan die gelijktijdig wetten zijn.

Om een voorbeeld te geven: je zult nooit een sfeer kunnen betreden, die zoveel hoger ligt dan je eigen peil, dat je geheel niet kunt begrijpen wat daar gaande is. Theoretisch kun je die sfeer dan mogelijk wel betreden, maar je kunt haar niet concipiëren. Je hebt er eenvoudig  geen besef van. Omgekeerd kun je naar lagere sferen gaan, voor zover je die nog kunt aanvaarden. Maar kun je haar niet meer aanvaarden, dan kun je er ook niet komen: je sluit je af, beseft haar niet, zij bestaat dus voor jou geheel niet.

Het is dan ook een kosmos die vrij is van het op aarde zo vaak gepredikte dualisme. Er zijn geen engelen des goeds en engelen des kwaads, er is geen voortdurende schaakpartij tassen de schepper en diens eeuwige tegenstrever. Er zijn alleen maar de regels die voor ons gelijktijdig de grenzen van het mogelijke betekenen. Binnen de grenzen van het voor ons mogelijke, werken voor ons de wetten van evenwicht. Voor en in onszelf noemen wij de werkingen van deze wetten dan gemeenlijk oorzaak en gevolg. Wat overigens niet betekent dat alle verloop van oorzaak en gevolg nu ook logisch is. Mensen redeneren vaak: ik heb in dit leven iemand geslagen, dus zal ik in een volgend leven door iemand geslagen worden. Dit is onzin. Het is zozeer betrokken op het menselijke denken dat alle kosmische redelijkheid hier geheel wegvalt. Kosmisch gezien werkt de wet als volgt: indien ik iemand heb geslagen en ik besef wat dit betekent – een besef dat in de regressieperioden kort na de dood gemeenlijk reeds ontstaat – zo zal ik op grond daarvan voor mijzelf een waarde moeten scheppen die deze “fout”, deze onevenwichtigheid in mijzelf compenseert. Zo ik dit niet geestelijk doe of kan doen, zo zal ik een soortgelijke mogelijkheid vinden in mijn volgende leven. Wat dus niet betekent dat je slaag moet krijgen. Misschien moet je wel voorkomen dat een ander slaag krijgt.

Dat de kosmos een onmetelijke vrijheid biedt, is eveneens een van de menselijke opvattingen. Wij zijn feitelijk zeer sterk gebonden aan hetgeen wij in de kern zijn. Dit houdt in dat voor ons in het geheel van die kosmos een bepaald gebied kenbaar is, maar dat andere gebieden die daarvan eveneens deel uitmaken, voor ons altijd onbenaderbaar blijven.

Het kosmische recht zegt a.h.w.: wat je bent, moet je waar maken. Het zegt echter niet op welke wijze dit dient te gebeuren, noch stelt het op welke condities of onder welke voorwaarden.

Wij plegen te zeggen dat wij een wil hebben. Waarbij wij niet willen begrijpen dat, op het ogenblik dat wij die vrije wil gebruiken, wij gelijktijdig een situatie scheppen waardoor compenserende werkingen moeten optreden , toch is dit nu eenmaal zo.

Wanneer je de menselijke wetgeving, rechtspraak en rechter hiernaast beziet zo valt onmiddellijk op dat de kosmos alleen voorwaarden stelt en verder niet betuttelt, terwijl menselijke wet en rechtspraak juist onvoorwaardelijk alles en iedereen betuttelt. De mensen hebben hun “recht” immers niet gebaseerd op een eeuwig recht, op onveranderlijke waarden. Zij gaan bij hun wetgeving steeds weer uit van denkbeelden, of dit nu een religie is dan wel een  politiek systeem.

Aan de theorie ontlenen zij een aantal grondtrekken. Deze verklaring op zich is gemeenlijk iets wat absoluut goed is. Denk bv. eens aan de verklaring van onafhankelijkheid van de Verenigde Staten. Dit is een fantastisch mooi stuk, net zo mooi als bv. de verklaring van de rechten van de mens.   En er komt dan ook net zoveel van terecht. Waarom? Omdat de mensen altijd geneigd zijn te zeggen: ik weet wat goed is en jij weet dat niet. Ik zal je dus voorschrijven wat je moet doen.

Maar het werkt ook in omgekeerde richting. Men stelt steeds weer: wij kunnen anderen, kunnen jou, toch niet de consequentie van je eigen dwaasheid laten dragen. Dat zouden wij dan moeten doen. Dus moeten wij voorkomen dat je dwaas doet. Vanuit dit standpunt bezien is het te betreuren dat in het kosmische recht geen verzekeringsmogelijkheden zijn ingebouwd. Ik zie het al voor mij: verzekering tegen zielenschade door zonden. Daarvoor zou je heel wat klanten kunnen werven op aarde. Of bv.: verzekering tegen het te lang moeten herincarneren.  Maar dergelijke dingen bestaan nu eenmaal niet en kunnen ook niet bestaan. In de kosmos ben je jezelf en sta je op jezelf. Je enige werkelijke relatie is die met de bron van alle bestaan.

Toch ontstaan juist hierdoor een aantal mogelijkheden die in feite zeer logisch zijn. Neem nu het ogenblik waarop je jezelf leeg weet te maken. Hierdoor kan je a.h.w. één worden met datgene wat je op een bepaald ogenblik moet doen, je zult het dan veel beter, sneller en zuiverder doen dan zonder dit mogelijk zou zijn. Wanneer je een voortdurende beheersing hebt van jezelf, kan je jezelf ook onaantastbaar maken voor vele invloeden die anderen voortdurend op je afzenden en zelfs voor situaties die je elders zouden schaden of ten gronde zouden richten.

Neem nu eens een Zen monnik. Die gaat rustig midden in de winter in een bijt onder een watervalletje staan en laat zich door het zeer koude water heel rustig overspoelen, toch loopt hij daardoor geen longontsteking op. Hij komt er zelfs niet blauw en rillend van de kou uit, hij is meester over zijn lichaam. Dergelijke dingen zijn voor zo iemand alleen mogelijk doordat hij geleerd heeft zich geheel in zichzelf terug te trekken en vervolgens tot zichzelf te zeggen: dit bestaat voor mij wel, dat bestaat voor mij niet.

U zou dit in het verkeer naar ik meen niet graag toepassen. En toch is het ook daar waar: een chauffeur die geheel ontspannen stuurt en ook ontspannen de weg waarneemt, kan ondertussen een heel gesprek voeren, luistert misschien naar de radio en kan zelfs ondertussen nog een sigaret roken wanneer hij nog niet van de schadelijkheid van dit zgn. genotmiddel is overtuigd. Hij doet vele dingen in feite gelijktijdig. Maar wat blijkt nu? Hoe ontspannener je rijdt, hoe sneller je reageert en hoe juister je ook bv. de snelheid van anderen weet in te schatten. Je rijdt dan in feite veiliger dan iemand die zeer geconcentreerd rijdt. In bepaalde gevallen is concentratie wel noodzakelijk, maar die moet dan op één punt gericht blijven. Een formule I of II coureur zal moe worden door de lichamelijke inspanning die hij levert. Maar hij zit zich niet af te vragen waar en hoe hij moet schakelen. Dat “voelt” hij. Hij kijkt ingespannen naar de weg en ziet a.h.w. de ideale baan. Maar die weg vraagt alle aandacht, hijzelf is er in feite niet. Hij is een leegte, die waarneemt. Juist daardoor wordt hij tot een verlengstuk van zijn auto. Kan zo iemand dit blijven volhouden, dan blijkt dat bijna alle ongelukken steeds weer net voorkomen kunnen worden. Zelfs wanneer anderen jou dreigen aan te rijden, kom je er nog goed af of je reageert bij een grotere kettingbotsing zo goed dat je er nog net goed tussenuit komt.

Dit alles is in overeenstemming met het kosmische recht. Maar de aardse rechtspraak denkt er heel anders over. Zij eist juist van de rijders dat zij steeds weer bewust op het verkeer geconcentreerd zijn, rekening houden met alle tekens die langs de wegen staan. U moet rekening houden met de veiligheid van anderen. U moet, u moet… u moet… Menselijke wetgeving en recht berusten op een dwingend patroon, waardoor een groot deel van de persoonlijke vrijheid en mogelijkheden voor je teloor gaan, een patroon waardoor je vaak ook voor allerhande onmogelijkheden komt te staan.

Ik ben het eens met elke wet tegen discriminatie, of deze nu op seksistische, kleur, politieke, religieuze basis, dan mogelijk nog anderszins is gesteld. lk meen dat een dergelijke regel op zich juist is

Maar nu een kenmerkende ontwikkeling: er is een wet, dus moet er een rechtspraak ontstaan. Er zijn meer wetten noodzakelijk, er ontstaat een ruime jurisprudentie. Maar daardoor ontstaan in feite voorrechten voor minderheden, waarbij dus de meerderheid in feite wordt gediscrimineerd. Zonder de wetten zou het mogelijk erger zijn, u kent uzelf waarschijnlijk ook in dit opzicht beter dan ik u, maar het feit op zich blijft nog steeds bestaan.

Ik heb geheel niets tegen de pogingen van de mensen om rechtvaardig te zijn. Maar die rechtvaardigheid begint in de meeste landen en zeker ook in uw land, voornamelijk bij de vraag, wat juist is voor de misdadiger. Wie vraagt zich daarbij ook nog eens af, wat nu wel het meest juist zou zijn voor de slachtoffers?

Vanuit de kosmische situatie ben ik geneigd te stellen: je hebt een misdaad begaan, je zult die dan ook moeten herstellen. Dus bv. je hebt een mens gedood? Vermoord? Jij behoeft daarom nog niet dood. Maar al datgene wat die ander in zijn leven had kunnen doen en had kunnen zijn, alle aansprakelijkheden en alle verplichtingen die hij op zich had genomen, zal jij vanaf dit ogenblik moeten volbrengen. Wil je niet, is het je niet mogelijk dit in vrijheid te doen, dan doe je het maar in gevangenschap, maar je draait geheel, voor hetgeen je veroorzaakt hebt, op. Want de kosmische tendens is: alles zo snel mogelijk weer in evenwicht brengen. Menselijke rechtspraak zegt het anders: Je hebt een mens gedood,  dit is onaanvaardbaar, dus moet je zelf sterven of wanneer men wat zachtzinniger wordt: je moet voor lange tijd de gevangenis in.

Of, men wordt nog zachtzinniger en redeneert: het is uiteindelijk psychologisch verklaarbaar, een geval van niet toerekenbaar zijn. Wij zullen u ter genezing doen opnemen in een kliniek. Dat is dan misschien voor de dader wel beter. Misschien, want zo heel zeker ben ik daarvan nog niet. Maar het betekent wel dat je in feite een onevenwichtigheid die eenmaal ontstaan is, continueert.

Ik kan best begrijpen dat er mensen zijn die bv. een huis kraken. Op zich kan ik daar niet veel op tegen hebben vanuit mijn  standpunt. Maar in de aardse wetgeving is nu eenmaal het recht van eigendom vastgelegd en onvervreemdbaar, tenzij belangen van staat en gemeenschap een formeel ingrijpen wettigen.

Wanneer iemand dus een ander de vrije beschikking over zijn eigendom, als bestaand onder de wet ontneemt, is zo iemand strafbaar. Men redeneert dan, dat je die mensen toch eigenlijk moet kunnen begrijpen, dat het niet aangaat hen voor iets dergelijks zwaar te straffen. Maar dat laatste heeft met de zaak niet veel te maken. Wanneer een wet er nu eenmaal is, moet deze ook in alle zwaarte worden toegepast. Of je moet de wet teniet doen dan wel wijzigen. Dat klinkt natuurlijk heel gemeen, net alsof ik alle krakers de gevangenis in zou willen helpen. Niet dat dit op zich niet aardig zou zijn, wanneer er maar genoeg gevangenissen waren, dan zouden die mensen tenminste een tijdje onder dak zijn. Helaas kan dit praktisch niet.

Maar waarom zou je de mensen die andermans panden kraken en zo diens eigendommen misbruiken – want dit is het volgens de wet – nu niet eens als straf in de gelegenheid stellen zelf – desnoods tegen de vergoeding, die mensen toch wel krijgen omdat zij nu eenmaal bestaan in uw land – hard te werken om onder leiding goede huizen te bouwen. Maar dan wel met het recht om wanneer zij bv. 3 huizen gebouwd hebben, tenminste één daarvan zelf te betrekken. Dan zou je verder komen dan met het huidige systeem lijkt mij.

Neen, voor mij is er een hemels groot verschil tussen het kosmische recht en de aardse wetgeving en rechtspraak. Ik heb ook het gevoel dat men de zaken steeds meer nodeloos ingewikkeld maakt, misschien bewust, mogelijk onbewust.

Om een voorbeeld te gevent men gaat t.a.v. de gewone burger uit van het standpunt dat de vervuiler moet betalen, Denk eens aan de Delfland heffingen hier ter plaatse. Best. Maar waarom moet de gemeenschap als geheel elk jaar dan vele miljoenen opbrengen om de verontreinigingen van bodem, grondwater enz. ongedaan te maken terwijl degenen die, vaak uit economische overwegingen, voor die verontreinigingen aansprakelijk zijn, niet als firma en niet als persoon worden aangesproken voor het geheel van die reinigingskosten. Ik kan een rechtspraak die op deze wijze functioneert – en dit is reeds meerdere malen voorgekomen – niet geheel begrijpen, zeker niet wanneer het vonnis stoelt op juridische punten die met de werkelijkheid weinig of niets te maken hebben.

Je krijgt het gevoel dat men bij menselijke wetgeving en rechtspraak steeds meer te maken heeft met formaliteiten en steeds minder met werkelijkheidsbegrip, uit vrees dat een groot deel van de wetgeving, zowel als rechtspraak en jurisprudentie tot stand komen vanuit de studeerkamer en niet vanuit een besef van de werkelijkheid functioneren.

Hierin schuilt volgens mij de grootste moeilijkheid: Wanneer je de mensen werkelijk kans wilt geven om mens te zijn, moet je hen ook een zo groot mogelijke vrijheid laten. Dit betekent dat je hen zo weinig mogelijk regels moogt opleggen. Maar het betekent gelijktijdig dat een regel die eenmaal opgelegd wordt ten koste van alles moet worden gehandhaafd zolang zij van kracht is. En dan niet met verschillende beoordelingen, maar gewoon volgens de vaste, in de regel vermelde norm.

Wanneer u naar een winkel gaat om een brood te kopen, dan betaalt u toch ook een vaste prijs? Met een vast btw percentage zelfs. Niemand zal dan zeggen: jij verdient genoeg, betaal voortaan maar twee maal zoveel voor dit brood en die ander daar heeft bijna niets en kan de volle prijs niet betalen, dus reken die maar minder? In zaken doet niemand dit. Maar de rechtspraak doet dit wel. Ik acht dit onredelijk, ik kan het begrijpen vanuit een ideëel standpunt. Ik wil het zelfs in bepaalde gevallen wel loven daar men in ieder geval probeert veel voor zijn medemensen te doen. Maar juist is het daarom nog niet en het kan zeker onrecht tegenover anderen betekenen.

Ik meen dat de samenhang tussen kosmisch recht en menselijke wetten en rechtspraak steeds meer zoek is geraakt. Mogelijk zelfs als gevolg van de menselijke behoefte steeds meer regels te stellen.

U realiseert zich het misschien niet, maar in uw land zijn op het ogenblik feitelijk nog een aantal maatregelen van kracht en in wetten mede vastgelegd die van Seyss-Inquart stammen. Weet u dat er in uw land nog regels van kracht zijn en in wetten vastgelegd en dus gehanteerd kunnen worden, die teruggaan tot 18989 tot 1906, 1910? Wetten die stammen uit 1921 en nog steeds in andere formule voortleven, zijn zelfs de laatste 3 jaren meerdere malen gehanteerd om zaken af te dwingen op een wijze die in een moderne maatschappij niet meer redelijk is.

M.a.w. wetten maken, zal dan voor mensen wel een ware kunst zijn, maar ik meen dat het een nog grotere en belangrijker kunst zou zijn om wetten geheel af te schaffen, op te heffen, inclusief alle daaraan in de loop der tijd verbonden jurisprudentie. Je moet eenvoudig steeds weer bij elke regeling die men treft, gelijktijdig elke andere regel op dit gebied die reeds bestaat, buiten kracht stellen en zo nodig de inhoud hiervan in de nieuwe regel op redelijke en juiste wijze inpassen. Hierdoor voorkomt men dat men zich gaat beroepen op regels die in feite niet meer passen in het heden en bovenal dat men zich steeds weer baseert op een jurisprudentie die de oude wet vaak in vele opzichten heeft veranderd door een geheel nieuwe interpretatie.

Een “goddelijk recht” interpreteert niet. Het begrijpt, maar het begrip impliceert kosmisch, dat je zelf, je evenwicht moet vinden. Bij de aardse rechter daarentegen blijken wetten in wezen niet geheel onveranderlijk te zijn. De wetten vormen in de rechtspraak in steeds toenemende mate voornamelijk een basis op grond waarvan eenieder die rechter is, geheel eigen beslissingen kan nemen, mede op grond van zijn overwegingen en zelfs vragen als sympathie of antipathie. Ik mag er hier op wijzen dat er arresten van de hoge raad liggen waardoor de intentie van bepaalde wetten bijna in haar tegendeel is verkeerd. Ook in deze tijd is het mogelijk, alleen door een wet eens geheel anders uit te gaan leggen. Dat is onzin. Hierdoor ontstaat rechtsonzekerheid. Want er is geen vaste en gemeenschappelijke norm, die de betekenis van de wet voor iedereen en altijd gelijk zal doen zijn. Wat op zijn beurt betekent dat er in de gemeenschap, waarvoor die wetten gelden, steeds minder evenwicht zal bestaan. En wanneer dat het kosmisch recht gaat spelen, zullen die onevenwichtigheden er toe voeren dat hetgeen wat bedoeld was om recht en zekerheid te scheppen in feite steeds meer onrecht en chaos gaat veroorzaken.

Ziende naar de wetgeving krijg ik de indruk dat velen van de wetgevers uitgaan van het standpunt dat veel ook goed is. Een supermarktmentaliteit die meent het te kunnen redden met een: “nu nog meer artikelen in de aanbieding”. Wat u nodig hebt is een brutale wetgever. Grote kortingen op alle straffen, nieuwe uitlegmogelijkheden.

Maar het komt neer op een: wij wensen ons te onttrekken aan de consequenties die een stipte uitvoering van de regels, die wij zelf gesteld hebben, met zich brengt, maar willen niet toegeven dat wij onjuist of onvoldoende zakelijk hebben gereageerd.

Wat het gevolg is? Ga maar eens in het verkeer kijken. Er zijn heel veel punten te vinden, zelfs in uw eigen stad, waar verkeersborden staan, waaraan niemand zich in de praktijk nog stoort. En waarom? Omdat die ge- en verbodsborden daar volgens de weggebruiker ten onrechte staan. Je zou je gaan afvragen, waarom die borden op die plaats dan nog worden gehandhaafd, daar zij in feite nu voor hen die daar niet bekend zijn misleidend werken. Het lijkt er op, dat men die borden alleen ter plaatse handhaaft om, wanneer er eens iets gebeurt, tenminste gemakkelijk te kunnen constateren: jij was in overtreding. Zou het niet veel beter zijn, dergelijke borden weg te halen en eenvoudig te stellen: iedereen is te allen tijde aansprakelijk voor de schade die hij door zijn schuld veroorzaakt? De constatering is dan moeilijker, toegegeven. Maar vanuit rechtstandpunt sta je dan toch op een heel ander punt.

De wetgever handhaaft vaak ficties om een bepaalde gedragscode te kunnen afdwingen. Zoals bv.: mannen en vrouwen zijn gelijk voor de wet. Nu is de wet man nog vrouw. Maar zou de wet een man zijn dan zou hij zeker de vrouw anders zien en ware zij een man dan zou zij ongetwijfeld ook de man anders beschouwen. Man en vrouw zijn gelijk is in feite onzin. Daarom kun je die gelijkheid ook afdwingen door een wet te maken. Er zijn nu eenmaal psychisch, psychologisch en fysiek bepaalde verschillen tussen de seksen. Of men dit nu leuk vindt of niet, daar kom je niet vanaf door het even anders te stellen. De enige vrouw die grotendeels de gelijke van de man kan zijn, is in feite een vrouw die innerlijk zozeer mannelijk is, dat zij zelfs geneigd is de lichamelijke kanten van het vrouw-zijn zoveel als maar mogelijk is terzijde te schuiven. Maar zelfs wanneer de mentaliteit dezelfde zou zijn, blijven er uiterlijke verschillen over.

Let wel: Ik stel niet dat een dergelijke wet op zichzelf kwaad is. Zij kan nuttig zijn om bepaalde gebruiken en denkwijzen althans enigszins te doorbreken. Maar meer dan een beetje bereik je zo toch niet. Maar ik acht het vreemd dat door bepaalde groepen een dergelijke wet dan ook beschouwd wordt als een verklaring van feit, zodat zij uitroepen dat er inderdaad geen verschil is. Er is nu eenmaal een verschil. Wie in naam van gelijke kansen dit terzijde probeert te schuiven, zit goed fout. Ik koos dit voorbeeld omdat het een van de meest flagrante en naar ik hoop u ook meest aansprekende is. Maar er zijn heel wat wetten waarin de wetgever zaken stelt, die er zo niet zijn.

Je kunt stellen dat je een medemens niet moogt discrimineren op grond van geloof of ras. Maar wanneer dit geloof, dit behoren tot een ander ras, ook een geheel ander gedragspatroon ten gevolge heeft, is het zonder meer duidelijk dat een werkelijk samengaan hierdoor bemoeilijkt wordt. Men zou moeten streven naar een zo groot mogelijk en vooral ook wederkerig begrip. Op het ogenblik dat de ene partij alleen maar eist dat de andere partij voor haar denkbeelden en gewoonten begrip heeft… nu ja, zo worden tegenwoordig de meeste echtscheidingen geboren.

Waarmee ik maar wil zeggen dat je bij het stellen van regels vooral reëel moet blijven. Ik stel dat de aardse rechtspraak dit niet is. Door haar formalisme is zij in feite in vele opzichten nogal willekeurig. Er zijn vele verschillende landen met allen ook geheel verschillende wetten. Kijken wij eens waarheen die wetten voornamelijk tenderen, dan blijkt dat de grootste macht in de staat bevoordeeld wordt ten koste van alle anderen, hetzij direct, hetzij indirect, hetzij door wetgeving of wetstoepassing.

In vele gevallen zien wij ook dat de aardse rechtspraak aarzelt om te vervolgen. In Duitsland was daarvan een mooi voorbeeld te zien. Toen na de oorlog West-Duitsland weer enigszins een bestuur kreeg, bleek dat bijna 60% van de beambten bij de uitvoerende en ongeveer 20% bij de wetgevende macht mensen waren die met Hitler meegedaan hadden. Zij bleven buiten schot, terwijl anderen vervolgd en mogelijk veroordeeld werden. Dat mag nu niet meer gezegd worden, maar het was wel zo. Een groot staatsman – Adenauer – wist dit, maar daarop aangesproken antwoordde hij: wij hebben de bekwaamheid nodig. Indien die bekwaamheid de wet kan uitschakelen en meer telt dan het recht, is het recht geen recht meer. Dan is het willekeur.

Wanneer de één wel bestraft wordt voor zijn verleden of bv. omdat hij of zij in de gevangenis heeft gezeten voor bepaalde betrekkingen, niet meer in aanmerking kan komen dan wel voor bv. rijksposities niet in aanmerking komt omdat hij bepaalde, godsdienstige of politieke overwegingen heeft, dan kun je zeggen: vanuit het standpunt dat men alles wil blijven handhaven zoals het is, zijn dergelijke maatregelen heel begrijpelijk, maar dit heeft niets met recht te maken, tenzij deze houding van werkgeverszijde in strijd is met een wet.

Wie spreekt over gelijke rechten voor allen dient dit te te handhaven op elk punt. Men doet dit wel, maar in de praktijk wordt met die gelijkheid nogal eens een vreemd spel gespeeld, zoals u kunt weten. Maar ook degene die in de fout is gegaan, heeft pretenties die niets meer met de wet te maken hebben. Iemand heeft gestolen en verdedigt zich door er op te wijzen, dat dit wordt veroorzaakt door het feit dat hij uit een slecht milieu stamt. Zelfs indien dit waar is, heeft het nog niets met de wet en het recht te maken. D.w.z. dat de rechtspraak zo iemand niet milder mag behandelen. In straf opleggen, behandeling e.d. dient men zo iemand gelijk te stellen met anderen. Nadien mag de genade aan het woord komen, allereerst geldt het recht.

Het is heel iets anders wanneer je iemand niet of zeer licht veroordeelt, omdat iemand het zo slecht heeft gehad, dan wanneer je zo iemand zegt: dat is de straf die je toekomt, die krijg je dus ook, doe iets dergelijks niet meer. Maar gezien de omstandigheden zullen wij beslissen, welk deel van de straf voorlopig niet voltrokken wordt. Dat is echter genade en deze mag je volgens mij niet beschouwen als een deel van rechtspleging en rechtspraak. De waarden die hierbij spelen zijn te persoonlijk en te subjectief om in de wetgeving een rol te kunnen spelen anders dan de mogelijkheid om, na gewezen vonnis tot opschorting van een deel van de straf over te gaan. Dit is dan een menselijke benadering en deze zal inderdaad – zoals de praktijk steeds ook weer aantoont – een mate van willekeur in zich moeten en kunnen dragen. Maar zij staat dan los van wetgeving en rechtspleging

Genade is nu eenmaal niet aan vaste normen onderworpen, maar hangt af van emoties en de ethiek van de beoordelaar, iets wat onder de mensen van persoon tot persoon pleegt te verschillen. Dit laatste wordt misschien duidelijker wanneer wij het beeld proberen te benaderen dat de mens zich maakt van Gods Recht. Mogelijk brengt dit ons zelfs iets nader tot de gebruiken in zijn eigen rechtspraak.

De geloofsbelijdenis: de „Zoon des mensen zal komen, zittende op de wolken, oordelende over de levenden en de doden”. En daarbij vertelt eenieder dan dat hij allen zal scheiden in de bokken en de schapen. De bokken gaan aan het spit en de schapen gaan naar de hemel en mogen daar eeuwig blaten. Is dat dan geen willekeur? Bokken en schapen? Het gaat niet over vee, maar over mensen. En nu kun je wel vertellen dat Jezus de goede Herder is en heel de rest. Maar indien Jezus werkelijk de goed herder is, zal hij de bokken en rammen er niet uithalen: dat wil hij de schapen niet aandoen. Vergeef mij de opmerking.

M.a.w.: In godsdienst en het gewone leven heerst feitelijk nogal wat willekeur: men stelt normen aan de hand van het een of andere ideaal dat men zelf ook nooit heeft kunnen waarmaken. Waarop men dit ideaal van toepassing verklaart op alles en iedereen, behalve natuurlijk op zichzelf, daar men immers zelf wordt gedragen door de genade.

Wat lijkt dat veel op rechtspraak en wetgeving, nietwaar? Een diplomaat rijdt iemand dood. Niets aan te doen, die man heeft immuniteit. Het jammere is dat degene die door hem aangereden werd ook niet immuun bleek te zijn voor de diplomaat. Je kunt dan wel stellen, dat zo iemand dan niet volgens de normen van het gastland, maar volgens de normen van zijn eigen land beoordeeld zou moeten worden. Daarop lijkt mij niets tegen te zijn. Maar de een mag wel, wat de ander niet mag, alleen omdat hij diplomaat, minister of iets anders is?

Dat is geen recht. En toch: er zijn een heel groot aantal naties op deze wereld waarbij het een heel groot verschil uitmaakt of je het neefje bent van het staatshoofd, dan wel het neefje van een gewoon man. In het ene geval worden zelfs je zonden als deugden geloofd, in het andere geval worden zelfs je deugden, wanneer het zo uitkomt, tot zonden verklaard, waarop dat een zware straf staat.

U kunt overal gaan kijken en zult hiervan sporen bemerken. Wanneer politieke generaals, die zich als moordenaars hebben gedragen, worden aangeklaagd, zoals nu in Argentinië gebeurt, dan roept iedereen dat dit goed is. Ik ben het er mee eens. Maar degenen die dit nu goedkeuren, hebben over de daden heel wat geweten. En hoeveel landen hebben niet normale diplomatieke betrekkingen gehouden met deze mensen? Zij waren de wet in hun land. Hun rechtspraak, openlijk of niet openlijk, was de wet van dit volk. En wij kunnen niet ingrijpen, zo sprak men, in de wettige situatie in een bepaald land. Waaraan je dan kunt toevoegen dat dit alleen schijnt te gelden zolang het zakelijk van belang schijnt om niet te ingrijpen. Men stelt niet te mogen ingrijpen in de interne aangelegenheden van andere landen, maar hoeveel naties organiseren en financieren niet allerhande revolutietjes? En heus niet alleen de USA, want er zijn er heel wat meer.

Steeds weer blijkt dat menselijk recht en menselijke wetgeving in schijn “recht”  scheppen voor de massa, maar feitelijk gebaseerd zijn en blijven op een onrecht dat de leidende groeperingen in staat stelt aan de macht te blijven. Mogelijk meent u dat ik met dit alles nu pleit voor anarchie. Maar kosmisch recht is geen anarchie. Kosmisch recht is er op gebaseerd dat je al datgene wat je doet ook zelf en volledig in zijn gevolgen zult moeten dragen. Zelfs het zgn. toeval is deel van dit geheel. Het is je eigen leven. Kosmisch gezien geldt dan: worstel er zelf mee.

Wil een ander je daarbij helpen, zo staat het hem vrij dit te doen, maar alleen op basis van vrijwilligheid en niet op grond van de een of andere verplichting, een contractuele verzekering of zelfs een wet die je deels vrijwaart voor eigen aansprakelijkheden. De menselijke rechtspraak echter is voor een zeer groot deel gebaseerd juist op dit vrijwaren voor gevolgen van eigen nalatigheid of acties. Of wij dit kunnen aanvaarden? Wij zullen wel moeten.

Want als je een staat hebt – neem Nederland maar weer als voorbeeld – en men zou alle wetten in uw land eens gaan afschaffen, die, om welke reden dan ook niet redelijk zijn, wat zou er dan overblijven? De onmacht van het bestuur. Maar de onmacht van het bestuur zou – zeker in het begin – meteen voeren tot de terreur van de straat. De terreur van de straat echter zou zich niet alleen richten tegen degenen die aansprakelijk zijn. Mensen protesteren bv. tegen het onrecht dat een bepaalde bank bepaalde mensen heeft aangedaan.

Daartoe houdt de straat dan bv. een demonstratieve optocht. Maar wie komt er met een gebroken arm thuis? De bankier? Neen, een politieagent die daar voor zijn boterham staat. En wiens autootje wordt er in brand gestoken? Dat van een handelsreiziger die er zijn brood mee moet verdienen of van iemand die op de markt staat, of iemand die zo weinig bezit dat hij zich de weelde van een veilige parkeerplaats niet kon veroorloven. Kortom, onschuldigen die zich in de meeste gevallen ook niet zonder meer even een nieuw autootje kunnen verschaffen.

Zoiets is niet bepaald reëel of aantrekkelijk. Dus heeft men die regels nodig. Maar laat ons dergelijke regels, al heten zij wetten, dan in ’s hemels naam niet vergelijken met kosmisch recht. Laat ons niet trachten de menselijke rechtspraak en wetgeving te zien als iets wat met het kosmisch recht op ook maar enigerlei wijze verband houdt. Laat ons toegeven wat het werkelijk is: een reeks van regels en wetten, allen tezamen gesteld om daardoor een bepaalde gedragscode af te dwingen bij het merendeel van degenen die daaraan onderworpen zijn.

Laat ons verder stellen dat een dergelijke rechtspraak, juist omdat zij zoveel willekeurige elementen omvat – het kan verschil uitmaken of de ene rechter je zaak behandelt dan wel de ander – nooit onder het begrip recht en rechtvaardigheid gehanteerd kan worden. Wetten zijn op zich evenmin onaantastbaar en eerlijk. Zij vallen eenvoudig onder rechtspraak en wetgeving en hebben met rechtvaardigheid ten hoogste in verre verten ooit iets van doen.

Om mijn inleiding niet al te lang te maken, want er zitten al enkele mensen te hunkeren om bepaalde punten naar voren te brengen, kom ik tot een laatst belangrijke vraag, wanneer je een dergelijk onderwerp stelt: Waar denk je dan eigenlijk aan? Want men stelt dan wel: kosmisch recht, maar in feite bedoelt men “goddelijk”.

O, u hebt gelijk, voor mensen is kosmisch recht ook goddelijk recht en omgekeerd. Er is voor een mens geen verschil tussen te maken, omdat nu eenmaal de structuur van de schepping gelijktijdig de wetmatigheid bepaalt van alle gebeuren en daardoor een rechtspraak in ons ontstaat die gebaseerd is op onze persoonlijke ervaring. Het wordt bepaald door onze beleving van die kosmische structuur. Laat ons nogmaals deze nooit vergelijken met menselijke rechtspraak, met menselijke wetgeving, met menselijk regeltjes maken.

En laat ons voor alles begrijpen, dat mensen niet werkelijk weten wat recht is. Voor mensen is het vaak heel erg moeilijk een juiste weg te vinden. Heb uw naaste lief gelijk uzelf, predikte Jezus reeds. Maar waarom zijn er dan bv. zo lange tijd, roomse, hervormde, lutheraanse geitenfokkersverenigingen geweest, die elkaar de mogelijkheid van een goede bok misgunden? Hun redenering was: wij hebben er meer recht op, want wij zijn van de ware leer. De ander kan geen rechten doen geleden, omdat hij niet rechtlijnig in de leer is. En dat is dan “naastenliefde”?

Beste mensen, uw rechtspleging, uw wetgeving, uw rechtspraak zijn op “christelijke” grondslagen opgetrokken. Zo denkt men er in ieder geval aan. In feite echter gaan zij uit van het standpunt dat men zichzelf moet beschermen tegen de ander, dat men voortdurend bezig moet zijn anderen te mistrouwen en te wantrouwen. En steeds weer blijkt dat men in geen geval bereid is een ander de consequenties van zijn eigen wijze van leven ook geheel zelf te laten dragen. En toch is dit laatste, kosmisch gezien, zowel een recht als een noodzaak. En waar het essentiële verschil zo groot is, lijkt het mij overbodig verdere parallellen op te voeren of zelfs maar te zoeken.

Ik wil u geluk wensen met uw menselijke wetgeving. Ik wil u echter veel minder geluk toewensen met uw menselijke rechtspleging. En ik wil u zeker niet feliciteren met het kosmische recht. Want met het kosmische recht kan je een mens niet geluk wensen, je kunt hem er ook niet mee condoleren. Want dit is en blijft tenminste een zaak tussen de mens zelf, de geest zelf, de ziel zelf en de kosmische werkelijkheid waarvan hij deel uitmaakt.

Na de pauze wil ik graag ingaan op alles wat u aan onduidelijkheden, onjuistheden of onvolledige waarheden uit deze inleiding hebt weten te putten. Stel uw vragen indien even mogelijk schriftelijk – dit schijnt voor het uitwerken van het gesprokene gemakkelijker te zijn. Ik zal u echter wel degelijk de gelegenheid geven mondeling andere of aanvullende vragen te stellen.

Ik verzoek u in dat geval wel, dit zodanig duidelijk te doen dat ook de anderen uw woorden kunnen volgen en begrijpen. Want wanneer ik de vraag middels wat telepathie nog aflees, blijkt zij voor de anderen al te vaak te bestaan uit een soort keel schrapend gemurmel, afgewisseld met enkele in samenhang niet te begrijpen woorden. Dus wilt u mondeling vragen stellen, doe het duidelijk.

Schaam u niet een vraag te stellen omdat u vreest dat die dom is. Want de zgn. domme vragen worden vaak geboren uit een ongeweten wijsheid, terwijl vele verstandige vragen niet veel meer zijn dan een demonstratie van het onvermogen eigen dwaasheid te beseffen. Maar dit zult u later in de geest ongetwijfeld veel beter beseffen dan ik het u nu duidelijk kan maken. Dus dank ik u voor uw aandacht en hoop u allen na de pauze weer aan te treffen.

Vragen

Zo, vrienden. Ik zie dat u allen nog merkelijk en rechtens aanwezig bent. Laat ons eens zien wat u alzo hebt in te brengen. Daartoe beginnen wij allereerst met de schriftelijk gestelde vragen.

  • Wat is het kosmische recht in het dierenrijk?

Precies hetzelfde als voor de mens. Het kosmisch recht geldt voor alle bestaan. Ook voor het dierenrijk geldt dat een evenwicht dat werd vestoord, onmiddellijk en zo goed mogelijk hersteld moet worden. Alleen wordt dit in het dierenrijk aanvaard en niet beseft, in de menselijke wereld wordt er gemeenlijk juist tegen geprotesteerd.

  • Waarvoor dient straf? Maken wij met het geven van straf veel fouten?

Ik vindt het geven van straf altijd een fout. Ik geloof niet dat je over straf moogt spreken, maar moet uitgaan van de consequenties. Straf heeft zoiets van: op zijn tijd een pak op de blote billen, maakt je gezonder en beter. Zoals men vroeger wel sprak: vaders harde hand op ‘t achterend maakt van een jongentje een vent…

Toch bleek het onmogelijk bepaalde kinderen verstand in te slaan. Straffen is precies zo: het haalt weinig of niets uit. Daarom meen ik dat je bij rechtspraak niet dient uit te gaan van straf, maar van het beschermen van de gemeenschap. Dus geen wreken van de misdaad dat deze niet snel herhaald zal worden en bovendien in de ogen van would-be daders niet meer rendabel is.

  • Is het niet zo dat in het hiernamaals een systeem van sancties bestaat zoals bij onze wetgeving? Zij die niet goed geleefd hebben zullen immers indien ik het goed begrepen heb, langere tijd in een onaangename omgeving of astrale sfeer moeten doorbrengen. Of heb ik het mis?

Het gebruik van het woord astraal is in ieder geval al niet juist. U zult echter de werkelijke straf beter kunnen begrijpen, wanneer u zich indenkt hoe iemand die niet wil horen en niet wil zien en steeds met eigen, niet uitgekomen dromen en wensen bezig is, zich altijd in een zeer trieste omgeving bevindt. Dit is hetgeen er feitelijk gebeurt. Iemand die zichzelf niet kan aanvaarden zoals hij werkelijk is, sluit zich af voor elk contact met anderen waaruit zijn ik onverhuld zou kunnen blijken. Hierdoor ontstaat er eenzaamheid waardoor men meer en meer wordt overgeleverd aan de producten van eigen fantasie. Daar men op de vlucht is voor anderen, zijn die  dromen  dan alles behalve gezellig.

  • (Onverstaanbaar)… resulteert in een verwijdering uit de geestelijke samenleving. Dit is toch precies zoals bij ons?

Niet geheel. Wanneer u erkent, waar uw fout ligt, is deze erkenning op zich gelijktijdig een aanvaarden van alle contacten met anderen en dit komt gelijk aan hetgeen men een lichte wereld pleegt te noemen. Weiger je je fout te erkennen, dan kun je alleen door je geheel af te sluiten voor contacten met anderen een herkenning door dezen van je fouten voorkomen. Niemand verwijdert je, straft je of wil je straffen voor hetgeen je bent of gedaan hebt.

Maar je kunt geen contact aanvaarden met anderen zonder dezen ook gelijktijdig je gehele wezen te doen kennen. Dit is nu eenmaal eigen aan de sferen. Je kunt dus aan iemand, die in het licht leeft niet alleen die delen van jezelf laten zien, die je hen wilt laten zien. De enige remedie is dan: je geheel afsluiten. Maar let wel: dit isolement met al zijn gevolgen is niet iets wat je door de gemeenschap wordt opgelegd; het is geen uitstoting, verbanning die door anderen verkozen wordt. Het is een reactie van de persoon zelf als gevolg van zijn beseffen dat elke confrontatie zal inhouden dat hij of zij in alle opzichten en in alle facetten geheel bekend zal zijn aan alle anderen. Het “bestraffen”, de wijze waarop, de duur, zelfs de wijze waarop deze beleefd wordt, het is alles deel van de persoon zelf en volgt in feite uit diens vrije wil op grond van zijn besef. Bij u ligt het met straffen toch wel anders.

  • Kunt u zich voorstellen dat het invoeren van de methode van de Sferen mogelijk zou zijn in de wereld der mensen?

Daarvoor zou als voorwaarde elke mens telepathisch moeten zijn. Op het ogenblik dat je geheel telepathisch bent, voel je zoveel aan van de achtergronden die bij bepaalde gedachten een rol spelen, dat je de ander in zijn wezen, zo goed als in zijn voornemens veel beter leert kennen. Iemand die dan wil voorkomen dat men zijn gedachten leest, zal zich eveneens moeten isoleren. Maar door dit te doen, valt hij eveneens weer op. Wat een soort dilemma schept, wat pijnlijk kan zijn. Maar geheel naar uw wereld overbrengen, wat op dit gebied in de sferen normaal is, kunt u volgens mij niet.

  • Het burgerlijk wetboek in Nederland is kortelings totaal herzien. De rechtsregels erin zijn aangepast aan de heersende jurisprudentie. Ik begrijp dus niet dat u stelde dat onze rechtspleging zou stoelen op oude rechtsregels.

Wat wil zeggen dat men bij het herschrijven van het wetboek, de jurisprudentie of beter de rechtspraak op grond van die jurisprudentie, nieuw formuleerde. Daarbij heeft men de interpretatie van de oude wetten de uitleg, die door rechters daaraan gegeven is, laten gelden. Maar daarmee heeft men niet wezenlijk die oude wetten ongedaan gemaakt. Men heeft alleen een aangepaste interpretatie van die wetten opnieuw omschreven en vastgelegd in artikelen en alinea’s. Maar daarmee zijn zij aangepast aan het heersende rechtsgevoel en begrip. Zij zijn in feite niet getoetst aan het heersende rechtsbegrip, maar in formulering eerder op de haalbaarheid van een bepaalde rechtstoepassing.

Feitelijk zijn het gevoelens van de massa, die uitmaken of een bepaalde wet gemakkelijk gehanteerd kan worden. Zolang de grote meerderheid inderdaad toegeeft dat een bord van “verboden toegang” dit ook inderdaad betekent, kan je op grond van de wet, die dit bord mogelijk maakt, inderdaad eenieder die het negeert bekeuren of bestraffen. Trekt echter niemand zich meer van een dergelijk verbodsbord iets aan, zo wordt het bekeuren van een enkeling voor een dergelijke overtreding in de ogen van allen een daad van willekeur. Wat betekent dat het artikel in kwestie op de oude wijze niet meer hanteerbaar is. Maar daar men het eigendom zoveel mogelijk wil blijven beschermen, zal men een nieuwe formulering zoeken, die in de ogen van de meerderheid nog juist aanvaardbaar is en op grond waarvan men althans de ergste vergrijpen zal kunnen blijven bestraffen.

Dit nu is hetgeen wat in feite gebeurt bij een herzien van een wetboek. Men past zich niet aan bij het heersende rechtsgevoel, maar past zich aan, aan de heersende emoties en handelingsdrang in de maatschappij met behoud van zoveel mogelijk van de oude betekenis van de nieuw te interpreteren wet. Ik wil niemand kwetsen, maar ethische normen in de rechtspraak ontstaan in meerderheid alleen dan, wanneer van buitenaf een zodanige drang wordt uitgeoefend dat men komt tot afwijkende interpretaties. Op grond daarvan komt men dan tot omvorming van de betekenis van bepaalde artikelen.

Een effect dat op zich soms zeer positief kan uitvallen. Ik probeer echter duidelijk te maken, dat het merendeel van de wetten die in de wetgeving bestaan in feite overbodig zijn. Verder dat overal het onderverdelen van elk wetsartikel zovele sub-artikelen over het algemeen eerder voert tot een onjuiste toepassing dan tot een consequente juiste toepassing van de intentie van de wetgever.

Ten laatste heb ik zojuist betoogd – zij het indirect – dat het onjuist is een marge bij strafbepaling te geven aan de rechter zelf. Dat klinkt mogelijk vreemd, maar wij hebben niet te maken met de beweegredenen voor een daad, wij hebben te maken met de gevolgen van een daad. Het zijn die gevolgen die wij willen keren. Dientengevolge zal men het stellen van een onrechtmatige daad op een vaste wijze en volgens een vaste norm dienen te bestrijden.

Alleen dan zal bij eenieder een juist begrip over de mate van onjuist zijn van een bepaalde daad tot stand kunnen komen. Je voorkomt dan, dat een geding een soort lotto wordt, waarin je de ene maal wel, de andere maal niet met bepaalde argumenten een grote strafvermindering kunt bereiken.

Een nieuwe formulering van regels en wetten op zich brengt geen verandering, tenzij men inderdaad vele wetten en maatregelen geheel ongedaan heeft gemaakt. Van dit laatste is althans mij op dit ogenblik niets bekend.

  • Vraag onverstaanbaar.

Dan zou ik zeggen: de poging tot een daad op zich is niet strafbaar. Het gaat er niet om, wat je wilt doen. Het gaat er om wat je feitelijk gedaan hebt. Op het ogenblik dat je ook de poging strafbaar gaat stellen, kom je tot een zwaarder belasten van degenen, die iets werkelijk willen proberen. Je maakt het brengen van een tegenbewijs moeilijker en in feite breng je zo degenen die mogelijk iets willen doen in een slechtere positie dan degenen die er feitelijk in slagen.

Overigens iets wat in uw maatschappij veel voorkomt: degenen die met goed gevolg in uw gemeenschap een grotere misdaad plegen, komen er in verhouding veel gunstiger vanaf dan degenen die een kleinere misdaad proberen te plegen en daarbij falen.

Juist daarom stel ik, dat men alleen aan de hand van de werkelijke gevolgen mag oordelen en dan aan de hand van vaste “tarieven”, die geen grote interpretatievrijheid voor de rechter toelaten. Voor de rechter is dit misschien niet leuk, vele beschuldigden zullen zoiets evenmin op prijs stellen. Maar rechtspreken doe je in feite toch niet werkelijk en op deze wijze schep je in ieder geval een vaste orde. Nogmaals, volgens mij heeft alle wetgeving en rechtspraak altijd ten doel een bepaalde ordening te handhaven.

  • Dat vind ik interessant en maak daaruit op, dat intenties dus aan uw zijde bij strafbepaling geen rol speelt.

Die speelt innerlijk een rol en behoort dus tot hetgeen wij kosmisch recht hebben genoemd. In onze wereld behoort intentie e.d. tot een innerlijk verwerkingsproces, dat in een ‘ik’ afspeelt.

Maar ik geloof niet dat iemand op aarde iets te maken heeft met deze innerlijke processen. Men heeft volgens mij alleen te maken met de feitelijke verschijnselen, daar dezen de enige zijn die werkelijk geheel en zonder strijdigheden voor u kenbaar kunnen worden. Daarom stel ik dat men in wetgeving en rechtspraak zich niet dient bezig te houden met mogelijke intenties, met psychische en andere oorzaken en achtergronden, maar alleen met de kenbare feiten.

Op het ogenblik dat je deze niet geheel te bepalen invloeden en processen in de mens een rol laat spelen bij oordeelsvorming, dien je in feite geen werkelijk recht, maar schep je eerder in een toenemende mate optredend onrecht, waarvan niet alleen de gestraften, maar ook degenen aan wie zij schade hebben veroorzaakt in toenemende mate de lasten zullen moeten dragen.

  • Is dit een persoonlijke mening van u?

Dit is een mening die bij ons door zeer velen wordt gedeeld. Ik zeg niet, door iedereen. Dit is bijna onmogelijk. Maar zeer velen van ons delen de opvatting dat je op deze wijze het beste zou komen tot het hanteren van een menselijke rechtspleging. Wij menen daarom ook dat de wetgever op de meest juiste en vooral de meest concrete manier moet overgaan tot het verbieden van en eventueel bestraffen van bepaalde ontwikkelingen, bepaalde facetten in de maatschappij. Wij menen dan verder dat, indien er in de maatschappij voldoende veranderingen zijn, het niet meer mogelijk is een wet, zelfs in aangepaste vorm, verder te handhaven. Zij dient dan terzijde te worden gesteld, inclusief de daarbij behorende jurisprudentie. Op grond van de nieuwe gegevens dient een geheel nieuwe rechtsregel en wet te worden geschapen. Overtreding van deze nieuwe wet en haar artikelen zal dan eveneens dezelfde vaststaande en eventueel zelfs zeer harde strafbepalingen en dus consequenties voor overtreding met zich dienen te brengen.

  • Tot hoever moet de mens onrecht dulden?

Een zeer moeilijke vraag, ik zou zeggen: wanneer je je medemensen voldoende liefhebt, zal je voor jezelf onrecht dulden tot de uiterste consequentie desnoods. Maar gelijktijdig zal je je verzetten tegen elk onrecht, hoe klein dan ook, dat anderen wordt aangedaan.

  • Is er recht tot, zelfdoding? Een rechter in de V.S. verbood dit onlangs voor een totaal verlamde vrouw.

Ik meen dat een dergelijk verbod volkomen onjuist is. Zelfdoding brengt immers geen schade die in hoofdzaak of geheel wordt toegevoegd aan de maatschappij. Het is een persoonlijke beslissing, ingrijpende in het eigen leven, waar men – althans o.i. – zelf recht op heeft. Maar het moet wel duidelijk zijn dat zelfdoding onder vele condities ook consequenties in het hiernamaals met zich kan brengen. Deze consequenties zal men dan zelf moeten dragen. Ik meen echter niet dat dit behoort tot de bevoegdheden van de gemeenschap. Zij heeft hierover niet te oordelen daar immers niets of niemand buiten de betrokkene, die dit verkiest zal worden geschaad.

  • Dus wanneer je depressief jezelf dood heeft dit zekere consequenties?

Ja. Welke is niet met zekerheid te zeggen. Zou je jezelf alleen doden uit bv. vrees voor pijn en ongeacht de behoefte die anderen t.a.v. uw voortbestaan nog kennen, dan heeft het waarschijnlijk voor u nogal onaangename consequenties. Indien u echter anderen en uzelf hierdoor van een grote last verlost, dus bewust ook voor die anderen en niet alleen omwille van eigen belang voor deze zelfdoding hebt gekozen, dan kan het ten hoogste voor u gunstige consequenties hebben.

  • Een typisch geval: iemand die een ander door suggestie brengt tot zelfdoding, is die een moordenaar?

Stoffelijk gezien in ieder geval niet geheel. Indien op aarde alle misbruik van suggestieve mogelijkheden bestraft zou moeten worden, zou er zelfs geen reclamewezen meer bestaan. Je kunt iemand echter een zelfdoding niet suggereren, indien niet reeds een wens tot zelfdoding in die mens aanwezig is. Indien je bewust op omschreven wijze probeert een ander te doden, heb je innerlijk echter zelf daarvoor de volledige aansprakelijkheid. Je zult de gevolgen daarvan dus na de dood ervaren. Degene die zich door de suggestie laat voeren tot zelfdoding, zal niet beoordeeld worden door zich op grond van de feitelijke gegevens, maar op grond van de veronderstelde gegevens waarvan men bij de daad uitging. Hoe zelfzuchtiger dezen echter waren, hoe groter de consequenties die de daad met zich zal brengen. Dit vloeit voort uit het feit dat je in feite je eigen rechter bent, maar je niet aan de feiten kunt onttrekken.

  • Vindt u dat er langzaam aan meer recht en rechtvaardigheid op aarde ontstaan is dan bv. 2000 jaar geleden?

Moeilijk te zeggen. De slaven van tegenwoordig zijn door hun vakbonden vertegenwoordigd en zijn dus nog gelijktijdig de dienaren van hun leiders. In dit opzicht is er wel iets veranderd. Ik meen echter dat de grootste vooruitgang niet ligt in het recht, maar in de toenemende verspreiding van kennis. Dit betekent dat steeds meer mensen in staat zijn zich een oordeel te vormen over steeds meer zaken. Dat zij dit niet altijd doen, is hun eigen aansprakelijkheid. Maar dit betekent ook dat men innerlijk veel grotere aansprakelijkheden kent mede voor zaken waarvan men wel weet heeft, maar die men uit gemakzucht of om andere redenen, eenvoudig duldt. Wel heeft men in uw dagen veel meer mogelijkheden te leven volgens eigen inzicht en besef, mits men maar bereid is, de consequenties van deze wijze van leven te aanvaarden en zelf te dragen. In zoverre is er een verbetering. Maar of die met rechtvaardigheid te maken heeft, is een tweede. Zo groot is die verbetering nu ook weer niet. Vroeger werd bv. voor slaven beter gezorgd en werden hun prestaties ook beter gewaardeerd dan nu in sommige bedrijven tegenover de arbeiders het geval is. Mij dunkt dat veel zal afhangen van uw interpretatie van recht en rechtvaardigheid indien men deze vraag redelijk wil beantwoorden.

  • Zouden recht en wetgeving over de gehele wereld niet zodanig veranderd kunnen worden dat het druggebruik vrij kan worden gegeven. Dan zal het misbruik daarvan langzaam verdwijnen, of zie ik dit verkeerd?

In de eerste plaats: Het lijkt mij althans voorlopig utopisch aan te nemen dat eenzelfde rechtspraak kan gelden op welk punt dan ook, over de gehele wereld. Elke natie zal haar rechtspraak en wetgeving, haar eigen vooroordelen, haar eigen voordeel en ook de bij haar geldende publieke mening, tot uitdrukking willen brengen. Verschillen die m.i. niet eenvoudig uit te roeien zijn.

Ten tweede: indien men drugs beschikbaar wil stellen of vrij wil  laten, zal dit alleen mogelijk zijn wanneer men ook de handel in drugs geheel vrijlaat en officieel toestaat. Eerst dan wordt het mogelijk dat een verslaafde tegen een redelijke prijs zoveel kan verkrijgen als hij maar wil. De verslaafde zou dan echter wel heel goed moeten weten dat het verwerven van fondsen om aan zijn zucht te voldoen op illegale wijze, niet alleen bestraffing ten gevolge heeft, maar ook de onmogelijkheid betekent om zijn roesmiddelen of een vervanging daarvoor op welke wijze dan ook tijdens de straf te verkrijgen. Wil men dit consequent overal doorvoeren en acht men niet op het feit dat velen als gebruikers zichzelf ten gronde zullen richten, dan ben ik het met u eens, dat inderdaad op de duur vooral bepaalde harddrugs in mindere mate gebruikt zouden worden. Aan de andere kant vrees ik echter dat in een zo zeer op pillen verzeten wereld als de uwe, vele schadelijke middelen en pillen gebruikt zullen worden in hoeveelheden die een ernstige schade voor de menselijke erfmassa zullen betekenen.

  • Wat vindt u van de wet “oog om oog, tand om tand”?

Wanneer u alles wat u aangedaan wordt de ander eveneens aandoet is dit weinig zinrijk: het gaat dan over en weer en wordt tot een vendetta.

Ik meen wel dat gesteld zou kunnen worden: “indien iemand mij ten onrechte een pak slaag geeft, heb ik niet zonder meer het recht die ander een zelfde verrassing te bereiden. Maar in   de kosmos is er dan iets of iemand, dat hem een vergelijkbaar pak slaag zal geven, tenzij hij die consequentie a.h.w. afkoopt door mij – of anderen – het ten onrechte aangedaan lijden te vergoeden.”

  • Wat vindt u van de rechtspraak in Iran?

Noemt u dat rechtspraak? Maar goed, de rechtspraak in Iran is  niets anders dan een fanatieke toepassing van sociale regels uit het jaar 800 n. Chr. en wel op een zodanige wijze, dat hierdoor de heerschappij van bepaalde geestdrijvers wordt bevestigd. M.i. is dit geen rechtspraak in de ware zin van het woord, ofschoon er wel sprake is van wetgeving. De wetgeving echter wordt niet door het wezen van het volk bepaald of door het geheel van het volk gedragen. De wetten vloeien voort uit een eenzijdige interpretatie van een geloof en worden gemaakt en gehanteerd door mensen die niet eens beseffen welke lasten zij daarmee anderen opleggen.

Een dergelijke opzet, waarbij propaganda de plaats moet innemen van besef, is volgens mij onjuist. Zij komt echter in vele landen nog steeds deels of geheel voor. In Nederland en bv. het huidige Duitsland is hiervan maar in beperkte mate sprake, maar in bv. Frankrijk kan men nog flagrante voorbeelden aantreffen, waarbij recht vervangen wordt door propaganda en eventueel de  “volkswil”. Ik zou zelfs vele landen kunnen noemen, waar het op eenzelfde wijze in feite net zo erg staat als in Iran.

  • Wat vindt u ervan iemand te doden om latere slechte daden te voorkomen? Bv. Indien Hitler gedood was voor hij al zijn narigheid tot stand had kunnen brengen?

Bij uw voorbeeld gaat u uit van een verkeerde veronderstelling: Er spelen andere dan persoonlijke zaken een rol. Wanneer Hitler gedood zou zijn voor hij de führer werd, zou een ander deze functie hebben verworven en zou mogelijk op andere wijze nog erger geweest zijn – misschien had hij zelfs de tweede wereldoorlog kunnen winnen. Er zijn nu eenmaal maatschappelijke verschijnselen die deels middels de massapsychologie kunnen worden geduid, waardoor bepaalde figuren in bepaalde perioden op de voorgrond worden geschoven. Degene die hierdoor een grote of absolute machtspositie bereikt, zal na enige tijd altijd groot onrecht doen, omdat hij ten koste van alles de belangen en de aandacht wil behouden van hen, die zijn meerwaardigheid of bijna goddelijkheid willen aanvaarden en hem vereren.

Doden zou dus weinig zin hebben. Nutteloos doden brengt altijd gevoel van schuld en onvermogen na de dood. En dergelijke onheilsbrengers zelf zullen na de dood hun werken en leven verantwoorden tegenover zichzelf, waarbij de wijze waarop zij zelf dit innerlijk tijdens hun leven hebben ervaren mede een rol speelt. Maar ook zo iemand kan, mits hij bereid is het kwaad of goed zijn van zijn daden en leven voor allen ter discussie te stellen, in het licht verder leven. Alleen zal hij heel wat meer moeten doen om het juiste evenwicht weer te bereiken. Wie echter zijn grootheidswaan wil voortzetten en geen discussie over zijn daden kan vellen, komt terecht in een isolement dat dan als zeer pijnlijk wordt ervaren. Geestelijk bezien is een dergelijke ingreep dus nutteloos, tenzij men de daden kan voorkomen zonder de ander te doden. Stoffelijk gezien zou ik zeggen: wie uit dergelijke overwegingen een ander doodt, zal voor de  wet gelijk zijn aan eenieder die een ander bewust doodt.

Geestelijk bezien acht ik overigens het doden van anderen nooit aanvaardbaar, ook niet als doodstraf e.d. Zelfs niet doden in als bv. in het verzet als rond de jaren 40-44. Ook wanneer de mensen de daad zullen goedkeuren, blijft men geestelijk geheel zelf voor de daad en alle vaak eerst dan besefte nasleep daarvan aansprakelijk.

Door de recapitulatie kent men alle gevolgen van de daad na de dood en zal dit, ook als schuld, fout, onevenwichtigheid, moeten aanvaarden, om in het licht te kunnen leven. Kan men het geheel niet aanvaarden en niet eigen schuld daaraan toegeven, dan leeft men verder in een “duistere” wereld.

  • Jezus vertelt in “de barnhartige Samaritaan” hoe een mens al zijn zorgen en geld besteed aan het slachtoffer van een roof. Als christenen besteden wij geld en zorg aan de dader.

In het verleden waren hoge prelaten als bisschoppen e.d. veelal geen overtuigde priesters en soms zelfs geen christenen. Hetgeen zij deden was onrecht, maar moest kerkelijk gezien rechtgebreid worden. Vandaar de steeds toenemende aandacht voor de dader en de verwaarlozing van de slachtoffers. De dader zelf werd het criterium voor zijn daad. De gevolgen werden niet opgeheven, daar zij een oordeel Gods heetten te zijn. Wat de gelijkenis betreft: de Samaritaan werd door de joden doorgaans als verwerpelijke heiden beschouwd. Hij handelde uit gevoel van verbondenheid met de lijdende mens. Maar priesters en levieten lieten de man links liggen, gewond of niet. Wat neerkomt op een getrouwheid aan de wet, zelfs een theologische, is niet altijd goed. Men is ook dan schuldig, wanneer men nalaat degenen die in nood zijn werkelijk en zelf te helpen. Maar maak dat bv. eens een CDA duidelijk. Dat lijkt mij eenvoudig niet haalbaar. Begrijpelijk overigens: wanneer men volgens jezus leer zou leven in dit opzicht zou er voor velen op dit gebied niets of tenminste maar zeer weinig te halen zijn. Maar velen bekennen zich tot Jezus en verkondigen zijn leer, de ware christenen worden steeds zeldzamer.

Ik moet echter nu gaan sluiten, voor wij in allerhande christelijk hetende methodieken verzeild geraken, mag ik misschien opmerken dat je nooit instanties moet verwarren met het wezen van de zaak, nooit organisaties met de werkelijkheid die in een leer kan schuilen.

Wie zo de wereld beziet, zal niet, zoals zij die alleen kijken naar de uitwerking van de leer door de mensen teleurgesteld worden in het gehele christendom enz. Om de handelingen van zijn volgelingen kun je Jezus niet verwerpen en diens leer niet wraken, want die waren zonder enige twijfel goed.

Zelfs een communist zal moeten toegeven, dat hetgeen Jezus de mensen geleerd heeft, voor het grootste gedeelte strookt met zijn eigen hoogste idealen. Ook al gelooft deze communist mogelijk niet in god en zeker niet in de verklaring dat Jezus de Zoon van God is.

Vergeet liever dit niet: het is noodzakelijk en recht dat hij die wetten maakt en anderen wetten geeft, eerst zelf deze voor zichzelf aanvaardt en zelf daarnaar leeft.

image_pdf