Kosmische verhoudingen

21 januari 1985

Vanavond mag ik voor u de inleiding houden bij deze esoterische bijeenkomst. Het is mijn plicht om u eerst mee te delen wat we voor een gastspreker hebben. Een betrekkelijk jonge geest, nog geen twee honderd jaar dood. Interesse in het paranormale, mesmerisme e.d. Op het ogenblik is hij bezig met kosmische verhoudingen, krachten enz. Oorspronkelijk onderzoeker van doctoraat, heeft op het ogenblik het gevoel dat je langzaam maar zeker bepaalde harmonische waarden kunt gebruiken om daarmee, zullen we zeggen, een beeld van de kosmos te krijgen. Daarnaast gelooft hij dat je uw eigen wereld schept en dat je vanuit hetgeen je geschapen hebt voor jezelf een toevalreeks veroorzaakt, waarvan je niet kunt afwijken. Dat zijn de voornaamste punten

Wanneer we een beslissing nemen — onverschillig welke — impliceert dit, dat een deel van onze mogelijkheden geëlimineerd wordt, dat voor ons andere mogelijkheden ontstaan. Elke keuze betekent dus een verandering van het patroon waarbinnen je je kunt bewegen. Daarnaast betekent het ongetwijfeld ook een verschil ten aanzien van de krachten, waar je kunt over beschikken.

Er zijn liefhebbers van statistieken die geprobeerd hebben te bewijzen, dat elke mens beschikt over een bepaalde hoeveelheid levenskracht. Ik ben zo vrij geweest om dat eens na te gaan en volgens mij klopt er niets van. Het viel mij namelijk op, dat mensen die met hun levensenergieën nogal royaal omgaan over het algemeen veel langer op aarde blijven vertoeven dan degenen, die er uitermate spaarzaam mee omgaan. Daaruit zou je de conclusie moeten trekken, dat iemand die op de juiste wijze levenskrachten verbruikt, dus harmonisch met zichzelf is, daardoor als vanzelf over meer kracht kan gaan beschikken.

Dat schijnt ook in de oude tijd zo te zijn geweest. Ik herinner mij tenminste verhalen, over mannen die over de honderd jaar waren en dan nog rijkelijk nageslacht voortbrachten. (Als u het mij vraagt is dat toch iets wat in een tijd van AOW niet meer zo aanvaardbaar wordt geacht).

Ik heb mij verder geprobeerd in te stellen op dat idee van harmonieën. Een harmonie is een samengaan der dingen op zodanige wijze, dat niets het andere tegenwerkt. Het eindresultaat wordt altijd bepaald door de gehele harmonie. Maar de varianten die je daarin kunt aanbrengen door bv. het parafraseren van één deel van die harmonie of in casu één mens, dan moet je zeggen: er is een vrijheid om binnen de harmonie dus je eigen beslissingen te nemen zonder dat die harmonie verstoord wordt.

Alleen op het ogenblik, dat je de harmonie onjuist hanteert ontstaat er a.h.w. een valse noot. Dan klopt de zaak niet meer en dan heb je zelf erg veel moeite en ongemak om de zaak weer in orde te brengen. De harmonie kan worden voorgesteld als een totaal van krachten die in evenwicht zijn. Binnen deze krachten kan een factor een verschuiving veroorzaken en dat zal dan een werking in het geheel veroorzaken, waardoor het evenwicht uiteindelijk hersteld wordt.

Harmonie is de uitdrukking voor de evenwichtzoekende factoren in het geheel van het geestelijk en stoffelijk bestaan. Nu kun je natuurlijk dat evenwicht bewust verstoren en daarmee een bewuste werking veroorzaken. In dit geval ben je niet zelf de schepper van het nieuwe gebeuren, je bent alleen de veroorzaker. Maar de kracht die daarbij een rol speelt is een totale kosmische kracht en die gaat je eigen vermogen en mogelijkheden ver te boven.

In deze zin heb ik verder geprobeerd om bepaalde geestelijk harmonische waarden voor mij gemakkelijker te begrijpen, te benaderen. Mij bleek, dat harmonie niet is gebaseerd op gelijkheid maar op aanvaarding. Wanneer er sprake is van een wederkerige aanvaarding zal het patroon harmonie genoemd moeten worden en omvat het alle factoren die in alle daarbij betrokken eenheden aanwezig zijn. Een harmonie kan een miljoen geesten omvatten en elk blijft zichzelf, brengt zijn eigen inhoud in, reageert volgens die eigen inhoud, maar vindt in het geheel om hem heen een voortdurende compensatie, die zodanig werkt dat hij daardoor zichzelf als deel van die eenheid kan blijven gevoelen. Ik weet niet of dit op aarde ook zo het geval is.

Zo zijn er een aantal volkse gezegden die dat tegenspreken, zoals: “De duivel schijt altijd op de grootste hoop.” “Wie het hardste schreeuwt krijgt gelijk.” “De eerste klap is een daalder waard.” (Dat vind ik betrekkelijk voordelig, hoor). Je zou dus kunnen zeggen: op aarde is harmonie kennelijk een kwestie van spanningen, die elkaar in evenwicht houden. Bij ons zijn het juist inhouden, die elkaar in evenwicht houden. Maar hoe de zaak ook zij, op het ogenblik dat er een harmonie ontstaan is, hebben wij iets gecreëerd dat voortdurend tracht zichzelf in stand te houden.

In een chaos niet. In een chaos is er geen neiging om een vormend element te vernietigen. Er is alleen de neiging om dat vormende element te absorberen in een absolute zinloze reeks van relaties. Maar wanneer er sprake is van een wederkerigheid van aanvaarding, dan blijkt dat de harmonie zichzelf probeert te continueren.

Ik heb gezocht naar een vergelijking en kwam daarbij terecht o.m. bij de ecologie. Wanneer bepaalde gewassen in een streek meer dan normaal groeien komen er vlinders. Die vlinders brengen rupsen voort die zich voeden juist met dat gewas. Het resultaat is dat dit gewas zich minder snel voortplant, daardoor wordt het voedsel minder, minder rupsen overleven, er komen minder vlinders totdat er een zeker evenwicht bereikt is.

Wanneer u een daad stelt is het maar de vraag of die daad goed valt. Of hij terecht komt in een omgeving waar het antwoord op die daad op een of vele wijzen mogelijk is. Zodra dat gebeurt, is er een situatie ontstaan waarbij hetgeen u bent en doet noodzakelijk wordt voor het evenwicht dat in het geheel bestaat. Dan gaat het er niet om of u goed bent of slecht volgens menselijke opvattingen, het gaat er doodgewoon om wat u qua inhoud bent.

Op die manier schijnt er zelfs behoefte te bestaan aan veel mensen, die dan stoffelijk gezien toch wel heel erg kwaad of slecht worden genoemd. Zij vormen kennelijk ook een van de factoren waardoor die harmonie zichzelf voortdurend herstellen kan: Ze zijn a.h.w. de motivering voor andere factoren om te veranderen, zodat het harmonisch geheel zijn waarde behoudt.

Verder gaande zocht ik natuurlijk ook nog naar de kracht. Ik kwam tot de conclusie, dat de kracht van een harmonie altijd bepaald wordt door het geheel; nooit door de delen; dat binnen de harmonie elk deel de uiting kan zijn van de kracht van het geheel, maar dat elk gebruik van de kracht de compensatie vergt die in het geheel plaatsvindt en dus niet alleen in degene, die met de kracht werkt.

Ik weet niet of onze gastspreker het daarmee eens zal zijn. Het is gemakkelijk om allerlei gemeenplaatsen te lanceren. Je kunt bv. zeggen: “de dood is het begin van het leven.” Dat is volkomen waar in zeker opzicht; maar in een ander opzicht is het de grootste leugen die er bestaat.

Waarheden zijn dingen, die je eigenlijk alleen kunt hanteren als mens en ook als geest, als je van een bepaald standpunt uitgaat. Het is de basis die bepaalt of iets waar is of niet. En die basis is maar zelden constateerbaar en aantoonbaar.

Als ik uw menselijke samenleving bijvoorbeeld bezie, dan ontdek ik dat er ongeveer 99,9% van de reacties mee bepaald wordt door emotionele achtergronden, die geen reële en bewijsbare waarden of betekenis bezitten in het stoffelijke bestel. Dan vraag ik me toch wel af of de mens zichzelf dan nog rationeel mag noemen. Kennelijk is de rationaliteit van de mens niet een specifieke eigenschap gerelateerd met de werkelijkheid, zij is eenvoudig een eigenschap waardoor de mens voor zichzelf zodanig kan compenseren, dat hij in een harmonische werkelijkheid een factor kan zijn zonder dat hij die als zodanig behoeft te aanvaarden.

Dat geldt voor godsdienst, dat geldt voor bewegingen als deze in zekere zin ook. Je hebt ergens een geloofswaarde, die geloofswaarde is niet rationeel. Ze is niet wetenschappelijk en zonder enige twijfel aantoonbaar. Je kunt er argumenten voor aanvoeren. Ongetwijfeld. Maar je kunt die argumenten bij een ander standpunt ook gebruiken om iets anders te bewijzen. Toch werkt het:

Als u gelooft aan een geestelijke kracht, dan bestaat deze materieel gezien niet. Ze is niet aantoonbaar. Maar uw geloof daarin activeert iets en u beschikt over een zeker vermogen. Of dat nu is het genezen van een mens, bij wijze van spreken het beter laten groeien van een plant, of iets anders. Die kracht is er dus wel. Maar is ze datgene wat u veronderstelt dat ze is? Ik geloof niet dat u daarop een antwoord kunt geven.

Het is eigenlijk het oude probleem: ik geloof in God, maar ik weet niet zeker of Hij bestaat. Mijn weten is afhankelijk van de wereld waarin ik leef, van de gekende factoren die ik kan hanteren. Mijn geloven is afhankelijk van niet voor mij uitdrukbare belevingen of waarden. Het is een emotionele kwestie. Daarom zeg ik: ik geloof in God, maar ik kan niet bewijzen dat Hij bestaat.

Nu is mijn geloven in God zeer waarschijnlijk mijn uitdrukking voor een harmonie die ik ervaar — zij het halfbewust of onbewust en waaruit ik allerlei belevingen, krachten en mogelijkheden put. Ik kan niet zeggen waarom deze vorm; deze vorm van God bv. daaruit voor mij resulteert. Ik weet alleen, dat voor mij die God een agerende factor is. Dan sta je als vanzelf in dat gehele probleemgebied. Want dat is het, van harmonie en niet‑harmonie.

Om u een voorbeeld te geven: Rusland en Amerika gaan met elkaar praten. Ze zullen het op bepaalde punten zelfs met elkaar eens worden. Maar ze zijn en blijven in feite concurrenten of vijanden. Het ligt er maar aan hoe je het wilt zeggen. Is dit nu goed of kwaad? Ik denk, dat de gehele ontwikkeling van deze aarde en van de mensheid, daarop mede bepaald moet worden door deze schijnbare tegenstelling. Ik zeg schijnbare, want per slot van rekening of je iemand nu slaat in naam van de democratie of in naam van het recht van de partij, dat maakt voor de geslagene niet veel uit en naar mij dunkt ook voor de werkelijkheid niet.

Ik denk, dat deze factoren gewoon nodig zijn. Zij vormen de balans. Een harmonie kan niet bestaan wanneer er geen evenwichtigheid is. En dan moet dat ook met krachten het geval zijn. We hebben krachten die we licht noemen. We hebben krachten die we duister noemen. Wij kunnen kiezen voor een van beide. En ja, waarom weet ik eigenlijk niet, maar ik heb gekozen voor het licht. Maar als het duister er niet zou zijn, zou het licht in zichzelf zich niet kunnen continueren zoals het nu bestaat. Het zou ten onder gaan, het zou een soort chaos worden. Het duister kan ook alleen maar bestaan wanneer het een voortdurende vormgevende werking ondergaat vanuit datgene, wat licht of goed wordt genoemd. Je kunt eenvoudig niet de zaak in stukjes breken. Je moet het als een geheel zien en als een geheel aanvaarden. En wanneer je komt tot die aanvaarding van het geheel, dan blijkt vreemd genoeg die harmonie voor jezelf een veel grotere inwerking te krijgen; althans zover mijn onderzoekingen gevoerd hebben, hebben ze dat aangetoond.

Ik kwam tot de conclusie dat elke mens, die van zijn vrijheid van leven gebruikt maakt volgens de normen van dat deel van de harmonie waartoe hij behoort, in zichzelf een mogelijkheid tot over prestatie krijgt. Hij kan dus meer bereiken dan redelijk voor hem waarschijnlijk zou zijn, alleen omdat hij op dat ogenblik gelijktijdig de werkingen representeert waartoe hij behoort.

Dat zou interessant zijn, want dan zou elk systeem op zich bepaalde geestelijke en mentale, misschien ook wetenschappelijke ontwikkelingen zodanig bevorderen, dat hierdoor een verandering in het geheel van de mensheid mogelijk wordt zonder dat het evenwicht van het geheel van de mensheid daardoor wezenlijk en blijvend verstoord kan worden. Dat breng ik dan weer over naar mijn innerlijke wereld en dan zeg ik: in mij zijn allerlei waarden die voor mij reëel zijn.

Mijn werken in en met die waarden is geen uitdrukking van juistheid, het is een uitdrukking van mijn vermogen om mij middels in zich niet geheel werkelijke voorstellingen te blijven oriënteren op het geheel, de krachten uit het geheel te putten en eventueel te gebruiken zonder gelijktijdig dit geheel te kunnen overzien of zelfs maar de reden waarom zij door mij werkzaam optreden.

Ik weet niet of deze inleiding gebruikelijk is in deze omgeving, in deze esoterische groep. Maar ik dacht er goed aan te doen om niet uit te gaan van datgene, wat de gastspreker denkt, maar uit te gaan van datgene, wat ik zelf daaromtrent denk, zie, ervaar en onderzocht heb. Ik wil geen ander licht werpen op datgene wat zo dadelijk wordt gezegd. Ik leg u een deel van mijn werkelijkheid voor. Mijn werkelijkheid wordt bepaald door de wijze waarop ik deel ben van het geheel en aangezien ik me daarmee harmonisch gevoel, moet ik aannemen, dat een groot gedeelte van die denkbeelden althans een omschrijving zijn van niet omschrijfbare waarden, die ik nog niet benaderd of bereikt heb.

– De mens zou dus eigenlijk ervan af moeten om te denken dat duister slecht is?

Duister is niet slechts duister, duister is onvermijdelijk. Maar duister wordt slecht op het ogenblik dat u, verlangende naar licht, om welke redenen dan ook, u verschuilt in het duister. Duister kan voor u slecht worden op het ogenblik, dat u het vreest omdat daardoor de angsten die in uzelf leven dan worden opgewekt. Maar op zich, is duister dus niet slecht of kwaad. Datgene wat men kwaad noemt is niet wezenlijk kwaad wanneer men uitgaat van een bepaalde persoonlijkheidsinhoud, die een afwijking van de normen die het zichzelf heeft gesteld of die het zijn opgelegd, ervaart als een schuld en door die schuld voor zichzelf niet meer in staat is een bewuste harmonie of zelfs maar een onbewuste harmonie met het geheel te handhaven. Dat is dus kwaad. Is dit voldoende?

Tja, het is een bekend probleem: als er een God en een duivel zijn en de duivel is zo enorm sterk zoals men ons heel vaak vertelt, hoe kan God het toelaten? Of is de duivel sterker dan God? Want als de duivel sterker is dan God, dan is die duivel God. Begrijpt u wat ik bedoel? Maar je kunt ook zeggen: het zijn gewoon de tegendelen, waarin wij een geheel splitsen om ons een voorstelling te kunnen maken van dat gebied, wat voor ons beleefbare werkelijkheid kan worden. In dat geval is de voorstelling dus op zich aanvaardbaar, maar is de dwingende conclusie die daar door velen aan wordt verbonden op zich niet aanvaardbaar. Want die gaat uit van de bestrijding bv. van het duister. We bestrijden het duister niet; maar als we licht zijn verdrijven we duister. Als we duister zijn absorberen wij licht.

  • Hoe kan dat als er geen energie verloren kan gaan?

Energie kun je omzetten. Als je een steentje op het dak legt en je geeft het een heel klein tikje, dan valt het en dan verandert zo’n energie van plaats in energie van beweging. Terwijl de energie van plaats niet pijnlijk is als je er onder staat, is die energie van beweging het zeer. Met andere woorden: energie blijft wel behouden, maar zij verandert haar verschijningsvorm. Een latente energie is potentie, het is een mogelijkheid, zij is niet constateerbaar. Maar verstoor het evenwicht en het potente wordt actief. De potentie wordt omgezet in werking. De werking is constateerbaar en beleefbaar. Dan is daarmee de energie niet weggegaan, maar de vorm waarin zij zich aan ons manifesteert is veranderd.

Datzelfde geldt volgens mij voor de kosmische krachten en de harmonische evenwichtigheden waarbinnen wij ons bewegen. Wanneer wij onszelf wijzigen binnen het geheel, dan wel het geheel een wijziging ondergaat, zal de kracht die werkzaam is voor ons een andere vorm aannemen. Dan kan een latente kracht een actieve worden. Dan kan een potentie gerealiseerd worden. Maar evengoed kan een verwachting beschaamd worden doordat de kracht in zich in rust is en dus het verschijnsel uitblijft. Kunt u het volgen?

Wanneer je bezig bent met esoterie dan lijkt het mij persoonlijk — zuiver persoonlijk — erg belangrijk dat je ook gaat realiseren, dat de werkelijkheid die je hanteert geen concrete werkelijkheid is, maar eerder een beeld waardoor je voor jezelf een beleving en een aanvaarding binnen het geheel mogelijk maakt.

Welke dichter was het ook weer die schreef: “Wanneer ik droom, denk ik, maar wanneer ik denk te leven, droom ik dan? Maar als ik droom of werkelijk denk, wie droomt dan mij?” Het is een probleem waar je niet gemakkelijk omheen kunt. En juist iemand, die leeft in een wereld die toch zeer lichtend is, zal ongetwijfeld al deze zaken eenzijdig bezien, zou ik haast zeggen.

De wereld waarin je leeft is namelijk bepalend voor de maatstaven die je hanteert. Maar de maatstaven die je hanteert in zich zijn op jouw bewustzijn en jouw mogelijkheid gebaseerd en niet op de werkelijkheid. Wanneer ik dus een gastspreker mag inleiden die dan onder meer denkt over leven, kracht, harmonie enz. dan ben ik geneigd te zeggen: ja, mijn vriend, je weet veel meer dan ik, maar waarom kun jij mij dit niet duidelijk maken op een wijze, die voor mij erkenning mogelijk maakt zonder geloofsaanvaarding?

Ik houd niet van dogmata. Een dogma is een stelling, een basisstelling, een axioma die je iedereen oplegt en op grond daarvan kun je dan een geheel sluitend gebouw oprichten van denkbeelden, van formules zelfs. Maar wanneer het eerste punt niet aantoonbaar juist is; dan is al datgene wat ervan werd afgeleid zeer betrekkelijk waar. Namelijk alleen waar als die eerste waarheid bewezen wordt. Met alle respect voor de energieën waarmee onze gast van vanavond ongetwijfeld kan werken, met alle respect voor zijn weten en zijn erkenning van harmonische aspecten die de mijne te boven gaan, wil ik toch zeggen: veel van hetgeen mij is gezegd, is voor mij oncontroleerbaar. Daarom kan het alleen maar voorwaardelijk waar zijn. Het kan geen volledige waarheid zijn.

Eerst wanneer ik zelf vanuit of aan mijzelf kan manifesteren dat hetgeen gesteld is, juist is, moet ik aannemen dat tenminste een deel van wat mij gegeven is, juist is. Zelfs dan blijft de vraag nog over of de basisstelling van waaruit men vertrokken is een rationalisering is, waardoor deze verschijnselen wezenlijk of blijvend verklaard worden.

Weet, dat je niet weet. Zoek te begrijpen. Je zult geloven, maar weet dat je geloof altijd moet wijken voor de waarheden, die je proefondervindelijk zelf beleeft.

Dat is hetgeen wat ik heb bij te dragen op deze avond. Misschien niet iets waarover u in gejuich uitbarst. Dat is ook helemaal niet noodzakelijk. Maar dat is aan de andere kant misschien, heel misschien een weg, waardoor u net een klein beetje bewuster een harmonie kunt beleven en zoeken dan zonder dit het geval zou zijn, omdat u uit het besef van de betrekkelijkheid van uw stellingen eerder geneigd zult zijn harmonische waarden te aanvaarden, ook wanneer zij daarmee niet stroken. Mag ik u danken voor uw aandacht.

De Gastspreker

Men heeft mij uitgenodigd om u als gast hier het een en ander te zeggen over dingen, die ik belangrijk vind. Het meest belangrijke wat er bestaat is de mate van eenheid die we kunnen ervaren. Men noemt het wel harmonie; anderen noemen het “het koninkrijk” maar eigenlijk is het niets anders dan een eenvoudig “behoren bij”.

Wanneer ik in mijn eigen wereld probeer te beleven, te erkennen, dan is de grote en belangrijke vraag steeds weer: hoeveel kan ik aanvaarden, hoeveel kan ik toelaten tot mijn eigen wereld van zijn en denken, zonder overvol te raken en zonder dat van mij af te wijzen? Harmonie is datgene waarmee je je verbonden voelt. Al het andere speelt een rol, maar wordt niet erkend.

Een geest die leeft in de lichte werelden beschikt over een grote mate van energie, maar het is niet zijn eigen kracht. Het is de kracht die voortkomt uit al datgene, dat hij aanvaard heeft. Wanneer hij met die kracht iets tot stand wil brengen, kan hij dat ook niet alleen zelf doen. Hij is werkelijk gebonden aan al datgene wat in die anderen bestaat.

Je kunt niet iemand aanvaarden die tegen iets is en dan diens kracht gebruiken om het te doen. Misschien zijn wij wel de meest democratische wezens die er bestaan. Want wanneer wij werkelijk krachten willen uitzenden, wanneer wij werkelijk actief willen zijn, dan moeten wij dat allemaal samen doen. Eén van ons afzonderlijk kan niets; maar een van ons die gesteund wordt door het geheel, kan alles.

Ik heb mij reeds tijdens mijn leven beziggehouden met allerlei verschijnselen en heb ze onderzocht. En altijd weer kon ik een verklaring vinden die paste bij alle geconstateerde feiten. Nu moet ik toegeven, dat de feiten er wel waren, maar dat de verklaring alleen maar een methode was om ze te kunnen aanvaarden.

Dat is ons hele leven; of we nu geest zijn of nog mens in de stof, we zijn en blijven verbonden met al datgene om ons heen. En de feiten die daaruit voor ons kenbaar worden, kunnen we alleen aanvaarden als we ze regelen in een systeem van denken; wanneer we kort en goed de zaken voor onszelf vastleggen.

De grote moeilijkheid is, dat we dan al te vaak alle verschijnselen binnen het kader van onze verklaring willen plaatsen, zelfs wanneer we ze moeten vervalsen. Ook ik heb dat in mijn dagen gedaan. Maar dan raak je weg van de werkelijkheid en wat erger is, je raakt weg van het vermogen om met die werkelijkheid iets te doen.

De kracht in de kosmos is niet te bepalen; je kunt niet zeggen; er is zo veel. Je kunt alleen maar zeggen: zo veel van die kracht kan ik verwerken, zo veel van die kracht kan ik hanteren en gebruiken.

Het wil zeggen, dat er meestal veel meer is dan ik ooit zal kunnen beseffen of kan waarmaken. Maar het feit, dat deze kracht bestaat, wordt elke dag opnieuw geopenbaard en elke dag opnieuw wordt dat beleefd. Dan geef je er weer vorm en gestalte aan.

Soms zie je de kracht die toch ook uit jezelf is voortgekomen als een engel of als een lichtschijn of als een stralenbundel, die zich richt op de wereld en je weet dat dit niet waar is. Dat zijn maar beelden. Maar zonder die beelden is het heel erg moeilijk dat werken van die kracht te aanvaarden, te begrijpen. En wanneer je iets werkelijk niet kunt begrijpen kun je er ook niet mee werken.

Werken met krachten is een zaak van aanvaarden en dan in en vanuit jezelf al datgene waartoe je behoort tot uiting brengen. Dat is vaak moeilijk. Alles heeft zijn eigen gedaante. Velen in de wereld waarin ik leef spreken over kosmische melodie, kosmische muziek. Maar is het muziek? Die muziek is een soort dichterlijke benadering van het onzegbare, maar wat erachter schuilt, weet je niet.

Anderen zeggen dat de sterren zelf dichten. Ze kunnen u steeds weer fragmenten uit een eeuwig opus citeren. Maar als je nadenkt, zijn al die regels hun reactie op iets wat zij ervaren en waar zij geen raad mee weten. Voor ik zo ver ben gekomen als nu heb ik vele dingen moeten achterlaten. Eén ervan was mijn enorme behoefte om alles te rubriceren, in te delen, hanteerbaar te maken.

Vanuit mijn huidig standpunt kan ik u nu dingen zeggen, die voor mij absoluut waar zijn, die ik aan mijzelf en door mijzelf bewezen heb. Maar ik kan, niet meer zeggen: Zo is het: Ik kan alleen zeggen: Dit is voor mij waar.

Alle leven is in de kern daarvan kracht en niets anders dan kracht. Alle leven dat zichzelf verandert, verandert zijn relatie met de krachten daaromheen en behoudt zijn eigen kracht tenzij het deze ontkent.

Elke kracht kan worden uitgedrukt met een denkbeeld. Dat denkbeeld — of het nu een woord is, een figuur, een gestalte, een klank — is alleen maar de sleutel, het begrip. Want wij moeten een symbool hebben voor een kracht voor wij daarmee kunnen en durven werken. Maar wanneer wij dat symbool dan kennen en we hanteren het, dan zegt dat niets over de kracht. Het zegt alleen iets over onszelf. Het maakt duidelijk hoe ons bewustzijn die kracht kan aanvaarden en richten op grond van een aanvoelen dat geen weten is.

Het geheel van de kosmos schijnt kracht te zijn. Wanneer ik denk aan God dan denk ik aan kracht. Wanneer ik denk aan mens‑zijn, dan denk ik aan tijdelijk gecoaguleerde kracht, een soort kristallisatie proces. En ik zie hoe gelijktijdig in het menselijke leven vormen en krachten zich oplossen en andere ontstaan.

Maar je moet geloven in de kracht om haar te laten zijn zoals ze is. Wanneer wij ouder worden, wanneer wij zwakker worden dan is dat niet alleen maar een kwestie van een lichaam dat niet verder wil of van een geest die in een tijdelijke rustfase terecht is gekomen. Dan is dat het geloof in onszelf, in het leven, in de kracht in ons, dat teloor gaat.

Wanneer we dan weer denken en geloven aan die kracht, we zeggen: ze is er, ze is rijker en vollediger dan ik zelf ben, dan stralen we die kracht weer uit. Bij alle harmonieën die ik bestudeerd heb, waarvan ik deel ben geweest, was het belangrijkste altijd weer: een beeld van mijzelf maar dan een positief beeld. Geen beeld van ondergang, van falen of vergaan; ook geen beeld van slagen, maar een beeld van juist functioneren.

Dat wat ik ben, dat wat ik doe, dat wat ik tot stand breng is deel van dat wat ik ben en al waarmee ik verbonden ben. Die zekerheid die alleen maar innerlijk is, is kennelijk de grootste sleutel voor kracht. Ze kan een mens jonger maken of desnoods uit de dood doen opstaan. Ze kan een mens krachten doen uitstralen waarvan anderen zeggen: we weten niet wat het is, het is paranormaal.

U hebt kracht. U bent kracht. In hoeverre gelooft u daaraan? In hoeverre gelooft u in uzelf? Dat is de vraag. Al wat u ooit geweest bent, al wat u ooit zult zijn, vloeit geheel samen in dat ene aanvaarden van jezelf, dit zien van jezelf, als een blijvende waarde, niet als een vergankelijkheid, dit zien van jezelf als een kracht, als een macht en niet alleen maar als iets, wat afhankelijk is van alle andere krachten.

Het is wonderlijk, als je krachten openbaren wilt ontleen je ze — dat weet ik zeker — aan de harmonie waartoe je behoort op dat ogenblik. Maar op het ogenblik dat je zegt: die harmonie moet mij helpen, dan gaat het niet meer. Je moet denken: ik heb die kracht, ik heb dit vermogen op dit ogenblik. Dan gaat het.

Harmonie is een vreemd ding. Wanneer je jezelf beseft als deel van een geheel, dan is dat natuurlijk wel waar, zelfs beleefbaar soms. Maar wanneer je werken wilt, dan moet je niet denken aan al het andere, dan moet je denken aan jezelf. Het beeld dat je dan van jezelf maakt is gelijktijdig het beeld van de harmonie, waartoe je behoort, of je het weet of niet.

Daarom moet je in jezelf vertrouwen. Je moet vanuit jezelf werken. Je moet niet vragen: wat is de juiste weg? Maar je moet aanvoelen: dat is nu voor mij de juiste weg. Datgene wat juistheid heet vloeit voort uit je relatie met al het andere. Het is niet een afzonderlijke waarde. Het kan niet worden vastgelegd in geschriften en boeken. Het kan je niet worden gepredikt. Het kan je niet worden opgedragen.

Wanneer er een God is die tot u zegt: “Zo zult gij leven” dan ontkracht Hij uw bestaan. Maar wanneer Hij in u doet beseffen: zo moet ik leven, dan maakt Hij u tot deel van Zijn leven en van Zijn werkingen.

Dat is voor mij een groot probleem geweest, vooral in het begin. Leven zonder grenzen te stellen, niet meer zeggende: en dit komt van de duivel en dat komt van God. Maar zeggen: dit is in mij de waarheid, dit is de levende kracht, dit wil ik zijn, dat wil ik doen, dat wil ik en dat moet ik beseffen en ik kan het beseffen. Dat en dat alleen heeft mij gemaakt tot een wezen van vrede en rust en tot een wezen, dat toch de krachten van de kosmos voor een groot gedeelte kan hanteren.

Ik zeg niet tot u: ik zal u mijn kracht geven. Dat is dwaasheid. Althans in mijn ogen. Ik kan u alleen zeggen: Wordt u bewust van de kracht in uzelf. Als wij op dit ogenblik harmonisch zijn, zal mijn kracht ook in de uwe zijn. Ik kan mij niet onttrekken aan de verbondenheden die zijn ontstaan. Zij bepalen mijn wezen, datgene wat ik zie als mijn bestaan en mijn wezen. Daardoor zijn ze gelijktijdig een claim op al wat in mij is aan kennen, aan weten, aan kracht, aan vermogen.

Wie bent u? Oh, het is gemakkelijk. Het is zo simpel en eenvoudig uit te grijpen en te zeggen: maar dit ben jij; wat rond u is ben jij. Maar kunt u het zo beleven? Nee! Dan is de stelling — hoe waar misschien ook, in essentie — zinloos. Maar als ik u zeg: kijk diep in uzelf, geloof in uzelf, wat ben jij, wat denk je dat je bent, wat kun je volgens uw eigen denken? Neem dat dan en werk ermee. Dan heb ik u een sleutel gegeven. Dan maak ik het u mogelijk om wezenlijk met krachten iets te doen. Dan maak ik het u mogelijk wezenlijk deel te zijn van een harmonie. Die harmonie is een stille echo van weten in uzelf te ervaren.

Ik spreek met erg veel nadruk. Waarom eigenlijk? Het is niet mijn aard; mijn wezen heeft het al lang overwonnen; misschien komt het uit u voort? Misschien is het mijn pogen om mede te verwoorden wat er in u bestaat. Mijn poging om op mijn manier en vanuit mijn persoonlijkheid uitdrukking te geven aan het geheel dat we op dit ogenblik vormen, of we het willen of niet.

Dan wordt het interessant, erg interessant. Kan ik vragen: waarom denk je dat je steeds minder kunt? Waarom vertrouw je niet in jezelf en de kracht in jezelf? Kan ik zeggen: waarom denk je dat de wereld je zo te kort doet? Waarom heb je zo’n zielig beeld van jezelf? Denk aan jezelf als een wezen dat zich waarmaakt en je zult ontdekken dat je wereld anders is.

Misschien word je gekweld door allerlei ongeweten impulsen. Zeg dan niet: dat komt uit wat niet begrepen is, of uit het onderbewustzijn of uit de psyche. Hoe waar het ook moge zijn. Zeg tegen jezelf: dit is deel van mijzelf, maar dan wil ik dit deel van mijzelf zien, kennen en beschouwen. Dan wil ik de kracht hebben om al datgene wat hierin negatief is uit te wissen zodat er alleen nog overblijft de ware erkenning van leven, van kracht, van mogelijkheid.

Harmonie. Vreemd genoeg vormen wij een harmonie en waarom eigenlijk? Misschien omdat wat in ons leeft — we beseffen het allemaal anders — gelijk is. Misschien zijn wij deel van een veel groter geheel en drukken wij op dit ogenblik tezamen alleen maar iets uit, dat veel omvangrijker is dan we zelf kunnen beseffen. Dat geldt ongetwijfeld voor mij maar ook voor u.

We kunnen alleen die dingen zeggen waarin wij geloven. We kunnen alleen die dingen uitstralen, die voor ons zekerheid en waarheid zijn. Wij kunnen alleen meesters zijn op het ogenblik, dat wij beseffen dat we gelijktijdig dienen omdat het dienen een deel is van de harmonie. En het dienen zelf soms uit zich de noodzaak tot tijdelijk heersen met zich brengt.

Laten we onze laboratoria maar vergeten, evenals alle formules en alle esoterische geheimen, alle dingen die we van anderen verwachten. Laat ons voor een ogenblik onszelf zijn. Laat ons voor een ogenblik niet zeggen waar de grenzen liggen, maar gewoon zijn.

Eén zijn alle krachten. Eén zijn alle dingen wanneer de schijn wegvalt en de werkelijkheid spreekt. Een deel van die eenheid zijn wij. En als de kracht van de kosmos in alles ligt, ligt zij in ons. Als de eenheid met de kosmos voor al het besef in de kosmos mogelijk is, bestaat die harmonie ook voor ons. Er staat niets tussen ons en het geheel, wanneer we vergeten, onszelf te beperken, onze eigen waarden te betwijfelen.

Wanneer het witte licht komt in mijn wereld zijn sommigen verblind, anderen lossen zich vreugdevol op en sommigen vluchten angstig weg. Maar ik zeg: het licht — of het wit is of welke tint dan ook — is deel van mij. Het kan mij niet oplossen, het kan mij ten hoogste waarmaken. Ik zal er niet voor vluchten. Ik behoef ook niet te juichen; want als het mij beroert, is het deel van mij; alleen een dwaas juicht zichzelf toe.

Het is de aanvaarding die een grote rol speelt. Aanvaarding van de kracht, ook die in u bestaat. Vraag u niet af waar er kracht vandaan kan komen. Voel ze. Gebruik ze. Ontken al datgene, wat u negatief schijnt, opdat u de juiste harmonie vindt en de kracht in u de juiste vorm en gestalte krijgt.

Zeker, ik spreek uit mijn ervaring, mijn leven, niet uit het uwe. Maar op dit ogenblik zijn we meer één, zelfs in denken en gevoelen, dan op andere momenten redelijk zou zijn. Op dit ogenblik kan het. 0p dit ogenblik is de kracht beleefbaar.

Op dit ogenblik is ons besef van onszelf vormgevend voor wat we kunnen zijn en kunnen doen. Op dit ogenblik kunnen we even de grenzen vergeten ons door anderen aangepraat, ons door eigen angsten opgelegd. En dat is het wezen van harmonie. Niet alleen de bron van kracht.

De kracht is het verschijnsel en de harmonie het “een zijn met”. Dan wordt er niet gevraagd in welke wereld je leeft. Dan wordt er niet gevraagd hoe je bent in de ogen van anderen. Er wordt niet eens meer gevraagd hoe je hebt geloofd of hebt geleefd. Dan is er alleen maar eenheid.

Eén zijn alle dingen in de werkelijkheid. Wanneer ik mijn grenzen verwerp, aanvaard ik de eenheid die mij vormt: De vorm die de eenheid mij geeft, kan alleen maar een vorm zijn waarin ik mijzelf bevestigd vind. Dat is een waarheid zoals ik die beleef.

Ik wil jullie niet te veel bezighouden met de ijle theorieën en de wat gasachtige omschrijvingen der dingen die ge niet kent. Ik zeg u alleen: wees uzelf. Kijk niet naar uzelf, maar wees uzelf.

Wees positief jezelf, want er is geen angst die gerechtvaardigd is in het geheel van je bestaan. Er is geen begeren, dat je kunt drijven in de volledigheid van je zijn. Die dingen zijn voorbijgaand.

De waarheid is wat je bent. Niet de vorm waarin je dat soms uitdrukt. Geloven wij dat er een God is, laat ons dan weten dat we deel zijn van die God, ons niet afvragende of wij zondig of deugdzaam zijn, maar slechts aanvaardende dat God in ons leeft en werkt, door ons leeft en werkt en altijd door ons zich zal manifesteren, waar en hoe wij ook ons bestaan beseffen.

Laat ons niet spreken over de tijd, de tijd ons bemeten. Want de tijd is de illusie die ons belemmert de onbegrensdheid van ons wezen en bestaan te aanvaarden. Tijd is een verschijnsel, wij zijn werkelijkheid.

Laat mij een einde maken aan deze communicatie. Maar laat ons voor een ogenblik — vergetende hoe beperkt wij zijn — beleven dat de kracht in ons is. Weten dat de kracht in ons ten goede werkt in datgene, wat voor ons aanvaardbaar en goed is. Dat de kracht ons één maakt met alle dingen.

Laat ons vervuld van die kracht zeggen: Ik zal gaan in mijzelf, erkennende de waarheid, het licht en de kracht die in mij wonen, niet begrenzend wat ik ben en niet omschrijvend wat kracht en waarheid is, maar in mij belevende tot alle dingen samenkomende mij vervullen met de vrede, die uit de harmonie voortkomt en vanuit die vrede de werking van de kracht in juistheid tot ons wezen komend ondergaan.

Dat is mijn poging u mijn waarheid voor te leggen. Moge het u gegeven zijn uw eigen waarheid zo te beleven dat u daarin harmonie, licht en kracht ervaart als een levende werkelijkheid, die nooit en te nimmer kan vergaan.

Moge uw wegen lichtend en vreugdevol zijn.