Kosmos en heelal

20 maart 1962

Wanneer in de mens een eeuwige waarde is, of ziel, die in haar eigen wezen verbonden blijft met het AL, met de Schepper waaruit zij voortkwam, is het logisch dat elke gelijke waarde die in die ziel leeft, tot uiting zal komen in het Al, daarin kenbaar zijn of omgekeerd: de werking die in het Al bestaat, in de mens weerspiegeld wordt.

Nu spreek ik hier van Kosmos en Heelal herleid tot eenvoudige menselijke begrippen kunnen wij zeggen: Wanneer u denkt, dan zijn er twee werkingen die van uzelf uitgaan. De eerste is een betrekkelijk zwakke maar toch te hanteren en te richten flux, een uitstraling die vanuit u (meer stoffelijk) het eigen denken kenbaar maakt. De tweede en belangrijkere inwerking: al wat ik denk en waar ik werkelijk in opga, wordt tevens geuit in alle delen van mijn eigen wezen (onverschillig in welk deel, onderbewustzijn, geest, ziel). U zou dus kunnen stellen dat deze inwerking of trilling praktisch geheel de Kosmos beroert.

Wanneer er in de Kosmos nu iets bestaat (onverschillig welke kracht) die een inwerking heeft waarvoor wij vatbaar zijn, dan zullen wij die ondergaan (zoiets als uw tastzin, waardoor u warmte en koude kunt vaststellen). Wanneer de temperatuur geestelijk verandert, reageert u.

Hoe groter het aantal waarden waarmede ik harmonisch ben (die ik dus kan opvangen en verwerken) hoe zuiverder mijn eigen instelling zal zijn ten opzichte van het Heelal. Zou ik de enige zijn die deze invloed ondergaat, dan is dit niet van belang; maar alle mensen ondergaan die invloed. Zij zal dus het menselijk milieu niet zo erg opvallen. Want iedereen ondergaat diezelfde verandering, alleen in mindere of meerdere mate.

Wanneer u nu begrijpt dat wanneer ik dus gevoelig ben voor een zo groot mogelijk aantal inwerkingen die uit de Kosmos komen, dan kunt u berekenen voor uzelf dat ik in mijzelf dus een zekere kennis en een zekere aanvaarding en aanpassing draag aan alles wat in mijn eigen wereld kenbaar kan worden.

  1. Hoe groter het aantal factoren van de inwerking van buiten de mens in zichzelf verwerkt, hoe juister, hoe beter zijn reactie in zijn eigen wereld zal zijn op alles wat daarop wordt afgedrukt.
  2. Wanneer een geest bestaat die denkt (onverschillig of deze in de stof of in een bepaalde sfeer is) en in mij leeft een bijna gelijksoortige gedachte, dan ontstaat er een zodanige verbinding dat de verder zich ontwikkelende gedachten voor langere tijd parallel kunnen lopen. De ontwikkeling van gedachtebeelden is dan ongeveer gelijk.

Ook dit is te begrijpen. U beïnvloedt elkaar onderling. U gaat uit van ongeveer hetzelfde standpunt. Dit impliceert dat die gedachte in die ander en in u een en dezelfde is geworden. Er is van uit die gedachte maar een beperkt aantal direct aansluitende gedachten mogelijk. Daaruit wordt gekozen. Maar omdat u getweeën bent, zal degene die het sterkste is de keuze maken. Er ontstaat een inspiratief proces dat door geen van de deelhebbers bewust is gewenst of gewild.

Met deze processen moeten wij rekening houden dat niet alle krachten die in het Al bestaan vanuit een menselijk standpunt, even goed en even goedertierend zijn. Wij mogen dus niet op dergelijke gedachtegangen zonder meer ingaan. Aan de andere kant kunnen wij daaruit vaak een nieuwe visie winnen op onze eigen problemen of een denkwijze vinden die sterk afwijkt van de gebruikelijke en die toch ook toegepast kan worden, waarmee wij dus een resultaat kunnen verkrijgen.

Nu een element van, laat ons zeggen meer Kosmische of Goddelijke geaardheid.

Wanneer ik een bepaalde geest aan zou roepen, dan kan ik misschien contact krijgen met die geest. Maar door mij te concentreren op één persoon, sluit ik de rest van de Kosmos buiten. De eenzijdigheid die ik in mijn contacten bereik, wordt bevorderd door de wijze waarop ik naar een bepaalde geest zou roepen. Daarom is dat verboden. Men moet zich altijd instellen op de hoogste kracht. (Dat is dus God, zoals u die erkent) Van daaruit ontstaan dan spontaan de harmonieën die u nodig heeft.

Wanneer u die wereld verder beziet, dan weet u ook heel goed dat daar bv. natuurgeesten op werkzaam zijn (dus allerhande krachten) die u dan misschien de elementen noemt, maar waarop u tot op zekere hoogte invloed kunt uitoefenen.

  1. Naarmate u met een bepaald element meer harmonisch bent, zult u door dat element minder sterk worden aangetast. Een mens die voor zichzelf, volledig vreesloos en aanvaardend in het vuur gaat, zou wel eens een tweede Daniël kunnen worden (al is het hier in plaats van de leeuw, het vuur). Er is geen vrees en dus geen aanval. Deze kwestie moet u goed overdenken. Ze kan voor uw eigen leven en werken in de toekomst van allerhoogst belang worden. Elke keer dat er ergens iets gebeurt waarmede u niet harmonisch bent, schept u vanuit uzelf een verweer tegen die krachten. Het resultaat is dat strijd ontstaat, disharmonie. Elke disharmonie die in uzelf bestaat, beperkt uw mogelijkheid om met het hogere in contact te komen. Het is dus noodzakelijk dat men elk verzet en elke vooroordeel zoveel mogelijk terzijde stelt en daarvoor in de plaats komt tot een aanvaarden van alle dingen plus een positief nastreven van sommige dingen die men goed en belangrijk acht.
  2. Wanneer ik voor mijzelf absoluut harmonisch zou zijn met de hoogste Kosmische kracht, dan zou alles met mij verwant zijn (ik zou a.h.w. van alles deel uitmaken): ik zou lucht met de lucht, water met de wateren zijn, leeuw met de leeuwen, mens met de mensen. Hoe groter mijn eigen innerlijke harmonie is, hoe meer ik beschermd zal worden door datgene wat normalerwijze mijn vijand is. Dit is een belangrijk punt omdat de doorsnee mens zich meestal niet realiseert hoe sterk hij juist door zijn veroordelen der dingen, door zijn verzet ertegen, door zijn afwijzen, zijn verwerpen, door zijn eenvoudigweg niet willen aanvaarden, niet willen geloven in, vervreemdt van krachten die voor hem bestaan en die in zijn leven een positieve en zelfs beschermende werking zouden kunnen hebben.

Een punt die u in gedachten kunt houden, wanneer bv. in deze dagen ziekten en andere onaangename verschijnselen in uw buurt komen. Wanneer u zelf absoluut innerlijk zeker bent en u daarbij blijft baseren op de werkelijkheid zoals u die voor uzelf kent, dan zult u in die zekerheid verwantschap krijgen met al wat voor u werkelijk heet; dus met de gehele wereld als het nodig is.

Voor de geest betekent dit dat zij daar kan ingrijpen en helpen, waar inderdaad een grote aanvaarding en groot geloof aanwezig is. Zij mag die hulp nooit zo geven, dat u in staat bent om erbij te gaan zitten en de geest het werk te laten doen. Het is altijd zo dat de eerste schrede, het eerste initiatief van de mens uit moet gaan. Waar de mens de actie begint kan de geest hem, mits er harmonie is, ondersteunen. Hij kan hem helpen en alle krachten ter beschikking stellen.

Ik zou ook dit in uw aandacht willen aanbevelen omdat er zeer vele mensen zullen zijn, die wanneer de situatie onaanvaardbaar wordt, ofwel tegen de wereld in opstand komen, of gaan zitten en zeggen: God, doe Gij het nu. De mens moet zelf werken. Hij moet zelf het begin maken.

De geest heeft verder de mogelijkheid om bv. krachtens haar anders dimensionale geaardheid (zij heeft dus andere dimensies dan u) ingrepen te doen in uwe eigen wereld die voor de mens niet zo eenvoudigweg mogelijk zijn. Ik denk hier bv. aan een operatief ingrijpen waarbij een niersteen, een galsteen zonder meer vergruisd, zelfs geheel verwijderd kan worden. Daar is het niet nodig in dat lichaam in te gaan. Het kan dus a.h.w. door de geest in het lichaam te concentreren

De geest beschikt dus over mogelijkheden die de mens zelf niet heeft Het is echter volkomen verkeerd wanneer de mens vanuit zich nu gaat stellen dat de geest alles kan wat de mens kan., Er is een groot verschil tussen mens en geest. Er zijn verschillende bekwaamheden en verschillende mogelijkheden en die zullen elk voor zich zo juist mogelijk gehanteerd moeten worden.

Probeer dus nooit als een mens het werk te doen wat eigenlijk een geest zou kunnen volbrengen; maar omgekeerd: verwacht nooit dat een geest doet wat een mens zou kunnen doen. Slechts waar de mogelijkheden voor beide kanten even sterk liggen zal de keuze uitvallen in de richting van degene die het gemakkelijkst en het best, het juist kan ingrijpen.

Nu komen wij terug op het gebied van die harmonische verschijnselen.

Op het ogenblik dat een mens, onverschillig op welke wijze, voor zich een uitdrukking kan geven aan een kosmische harmonie, aan Goddelijk Licht, aan een gevoel van eenheid met de Kosmos en hij doet dit met de wil juist deze eenheid te beleven door ze tot uitdrukking te brengen, ontstaat er een band waarbij die mens verheven wordt boven zijn eigen vermogens, en vanuit en door die mens alle in de Kosmos aanwezige krachten, zover hij ze aanvaarden kan, uitbaar zijn.

Wij kennen verschillende mogelijkheden en methoden waarvan de meest eenvoudige is incantatie. Incantatie is dus het zingend spreken a.h.w. een soort declamatie die zeer eigenaardig en soms zeer bijzondere inwerkingen kan hebben op de mensen maar ook op dieren, materie en daarnaast, al ziet de mens dit niet altijd op de geest.

Wij kunnen hiervoor weer stellen: elke vorm van incantatie is gebaseerd op geluidstrilling, op het in het ik doorleefde en doorvoelde begrippen op symbool, woorden of namen, waarvan de betekenis binnen het ik volledig bekend is. Het aaneenrijgen daarvan vormt een soort bede Deze bede wordt gericht tot het Totale (dus tot God) of tot een deel daarvan. De trillingen die ontstaan wekken harmonische verschijnselen waardoor een uiting van krachten mogelijk wordt die anders niet aanwezig is.

De incantatie wordt veelal gebruikt om innerlijk veranderingen in de mens tot stand te brengen of om bepaalde, meer geestelijke spanningen op te wekken.

Nu begrijpt u wel dat wanneer ik vanuit mijn denken en leven (als geest mij wil gaan bemoeien met u in uw menselijke wereld, de wetten die voor de geest gelden andere zullen zijn dan die voor de mens bestaan.

De geest is vrij. De binding die u maatschappelijk kent is vervangen door directe oorzaak en gevolgwerking. De persoonlijke uiting en de persoonlijke binding is niet meer gebonden aan de stoffelijke begrippen. De geest heeft daarom dus een hele hoop inzichten en mogelijkheden die voor een mens minder passend zijn.

Men moet ook dit goed begrijpen. Een mens kan alleen geestelijke waarden en voorschriften aanvaarden wanneer zij binnen zijn eigen wereld volledig passen, wanneer hij ze vanuit zich zou kunnen verwerkelijken. Wanneer een bepaalde stelling of uiting, raad, inspiratie enz. van de geest, niet aanvaardbaar is in de vorm waarin zij gegeven werd, zo zullen wij moeten nagaan wat daarvan de achtergrond is. Altijd weer zal elke instigatie die vanuit de geest of van buitenaf voortkomt, een achtergrond hebben van bijvoorbeeld streven naar harmonie, uitdrukken van liefde, hulpvaardigheid, een zoeken van vrij beleven Gods, (dus van een u ontworstelen aan te menselijke en te Orthodox beperkte banden).

Wanneer dit het geval is, dan gaan wij na, volgens eigen menselijk weten en menselijke verantwoordelijkheid, (zolang wij in de stof zijn dus) wat de juiste weg is, wat wij voor ons zelf verantwoord en juist menen te kunnen doen en te kunnen volbrengen.

Indien daarbij onze intentie gelijk is  zal door het niet opvolgen van een dergelijke geestelijke raad, geen enkel onheil of geen enkel verbreken van banden kunnen ontstaan zolang een dergelijke geest uit het licht stamt. Is de kracht uit het duister, dan is het wat anders. Een kracht uit het duister zal altijd trachten zichzelf te vervullen door uw wezen. Hij zal er dus op staan dat u doet, wat hij wenst en anders niet.

Hiermee rekening houden, kan belangrijk zijn omdat op het ogenblik mysterieuze invloeden op deze wereld optreden die juist in geestelijk opzicht soms grote eisen stellen, allerhande dingen openbaren waarmede u als mens geen raad zou weten.

Menselijk inzicht en verantwoordelijkheid blijft de hoofdnorm. Eerst wanneer daaraan werd voldaan, daarbij zoveel mogelijk in de geest blijvend van krachten waarmee men in harmonie verkeert, kan men aannemen dat een juist resultaat bereikt wordt.

Vb. U kunt niet zwemmen. De geest zegt tegen u: “Ga naar de Scheldekaai en spring in ’t water.” U weet niet waarom. Dan is het niet redelijk dat bevel te volbrengen. Nu zegt de geest: “want door in het water te springen, zult u in staat zijn andere mensen van een misdaad af te houden” bv. Dan zegt u: “ja het is wel noodzakelijk”. Maar dan zorgt u toch eerst even, dat u iets heeft om drijvend te blijven. Want u bent voor uzelf aansprakelijk. Alleen wanneer het belang ook in uw eigen begrip, innerlijk leven en inzicht zo groot is dat het alle menselijke overwegingen overtreft, bent u gerechtigd uw eigen leven, welzijn enz. in gevaar te brengen. Zelfs dan geldt nog dat u dit zult moeten doen zonder anderen daardoor in gevaar te brengen buiten hun eigen weten en willen.

Vele mensen zullen dit in deze dagen over het hoofd zien. Zij menen dat iets goed is en ze worden soms gedreven door de geest in hen. Maar zij beseffen niet altijd waar de verantwoordelijkheid begint. Ze zijn geneigd om dit aan het Hogere over te laten.

De wereld waarin u leeft, is een werkelijke wereld zodra u er volledig in gelooft. Maar dan ook zonder een uitzondering, zodat die wereld zichzelf volledig en in alle dingen, zonder één uitzondering moet bevestigen. En dan moet die wereld verder nog toelaten dat u in direct contact blijft met de mensheid zowel als met de hogere krachten.

Wordt aan die voorwaarden niet voldaan, gebruik dan uw menselijk denken en tracht menselijk zo juist mogelijk te handelen. Nu wil ik even doorgaan op de mogelijkheid van harmonie. Er is een beperkte harmonie mogelijk en er is een omvattende harmonie mogelijke.

Beperkte harmonie kan worden vergeleken met twee snaren die gelijkelijk trillen aan de hand van één aanslag. Een verder reiken kan bereikt worden wanneer bv. 10 snaren meetrillen. Een zogenaamde algehele harmonie kan worden bereikt wanneer alle bestaande snaren, wier afstemming overeenstemt met de aangeslagen snaar meetrilt.

Zoals u zult begrijpen, wordt dit voor een groot gedeelte bepaald door de sterkte van de aanslag.

Nu moet u zich eens voorstellen dat wij dit proberen met een hoge toon. Wat blijkt er? Wanneer wij een hoge toon aanslaan, zelfs met heel veel kracht, trillen er betrekkelijk weinige snaren mee. Dezelfde kracht gebruikt voor een lagere snaar veroorzaakt een veel grotere harmonie.

D.w.z., dat vanuit de mens gezien, het lagere element (het stoffelijk element) de meest belangrijke inwerking kan geven ten opzichte van de gehele kosmos. De ontvankelijkheid van de mens, zal altijd het grootste zijn op, laten wij zeggen, geestelijk terrein (het hoger terrein). Zijn eigen vermogen om harmonieën te wekken in het Al echter, ligt altijd binnen zijn lagere wezen, in zijn laagste voertuig: de stof.

Wanneer ik dus hooggeestelijk ben ingesteld en er is ergens in de kosmos een kracht die met mij harmonisch is, dan word ik daardoor beroerd. Maar wanneer ik zelf die kracht wil beroeren, dan heb ik in dit hooggeestelijk terrein niet het vermogen om die andere a.h.w. tot antwoord te dwingen. Ik kan dit wel doen, wanneer ik eenvoudigere middelen gebruik, wanneer ik terugkeer tot meer mijn eigen wereld en eigen realiteit.

Ook dit is belangrijk omdat in deze dagen weliswaar zeer grote geestelijke inwerkingen optreden en vele daarvan met de nodige stoffelijke gevolgen, maar de mens kan daaraan niet  ontkomen alleen door een hooggeestelijke instelling. Hij kan zich, door zich op de hoogste geest te concentreren en in te stellen, zich in feite niet eens verweren tegen de meeste gevolgen die optreden. Dan zal die mens dus vanuit zijn eigen wereld actief moeten trachten om de juiste harmonie met zijn wereld en zijn denken te bereiken om zo daaraan voldoende doordringingkracht te geven en ook de hoogste sferen die voor hem bereikbaar zijn, tot een antwoord te brengen.

Hier ligt een ietwat magisch element in; dat weet ik. Maar wanneer wij dit woord nu eens even buiten beschouwing laten is het geheel, naar ik aanneem, logisch.

Stel nu verder nog eens eventjes voor uzelf dat in deze wereld behoefte is aan een zo groot mogelijke harmonie      tussen stof en geest of zo u het nog hoger wilt stellen, dat de mens innerlijk in streven, werken en denken steeds dichter tot God moet komen. Dan ligt in het voorgaande het antwoord. Dit kan nimmermeer worden bereikt door profetieën, openbaringen, manifestaties van hogere geaardheid, het werken met gedachteconcentratie alleen. Die dingen kunnen goed zijn; ze kunnen een doel hebben.

Maar de praktijk de zuivere, eenvoudige praktijk van het dagelijkse leven is noodzakelijk om het juiste antwoord te geven op alles wat de wereld beroert, op alles wat er gebeurt.

In deze dagen moet de mens leren om mens te worden.

Stel u nu eens even voor dat ergens een kind in het water ligt, op verdrinken, en dat u zich gaat concentreren op iemand (met gedachtenkracht) om dat kind eruit te krijgen. Dan zult u, omdat u dat kind voor ogen hebt met zijn nood dit in de praktijk, zonder een zeer hoge inwijding te hebben doorgemaakt nooit presteren. Maar als er een mens in het water durft te springen, of wanneer 5 mensen samen proberen om dat kind te redden door een soort keten te vormen desnoods, dan wordt het kind wel gered

Wanneer hij verstandig is, gaat de mens dus uit van zijn eigen wereld en mogelijkheden; hij gebruikt deze, begrijpend dat de geest in kan grijpen, in wil grijpen, maar dat hijzelf altijd de eerste stap moet doen en dat hij juist door zijn directe en persoonlijk leven op aarde een zo juist en zo groot mogelijke inwerking kan verkrijgen van de Kosmos.

  • Wilt u het begrip geest even nader omschrijven Broeder?

Het begrip “geest” wordt door ons gebruikt in de volgende betekenis.

De geest is het bewustzijn of “Ego” dat zich rond de ziel of Goddelijke kracht vormt en beweegt en vanuit deze kracht in stand wordt gehouden, in wezen onstoffelijk zijnde, bevoertuigt in vele werelden, mogelijk ook in de stof.

Wanneer ik u spreek van “de geest” bedoel ik hier de onzienbare krachten die rond u zijn.

Het is wel zo, dat de geest dus zichzelf kent door het proces dat u denken noemt (een realisatie van het verschil tussen het eigen wezen en de omgeving). Nu blijkt dat bewustzijn ook te kunnen bestaan buiten het stoffelijke lichaam. Het kan bestaan zonder dat men in de stof is geweest (dus zonder dat men als mens op aarde heeft geleefd) maar het blijft ook voortbestaan wanneer men als mens heeft geleefd.

Al deze dingen samen, al de krachten die niet in de menselijke vorm geleefd hebben, alle krachten die dit wel doen of gedaan hebben, omschrijven wij gezamenlijk als “de geest”.

Nu wil ik graag toegeven dat, wanneer ik spreek over de geest zoals hij rond u is, ik in de eerste plaats daarbij denk aan diegenen die overgegaan zijn en daar een lichte wereld gevonden hebben van waaruit ze trachten de mens in de stof te helpen, daarnaast dan die krachten die niet in de stof waren en ook lichtend zijn en die u waarschijnlijk engelen noemt of zo en waarvoor wij vele omschrijvingen of termen kennen.

Zo heb ik dus het begrip geest in mijn betoog gebruikt om aan te geven de binding tussen het menselijke zoals dit stoffelijk wordt gerealiseerd en de niet – zienbare krachten die soms praktisch kosmisch zijn en directe manifestatie van het Goddelijke (maar in een aspect zoals u spreekt over een engel of aartsengel bv.). U zegt Michaël, de strijder, dat is een element a.h.w. een deel van Gods manifestaties. Dat is dus ook een geest, zij het een heel hoge.

Al deze dingen samen werken dus op uw wereld in. U zult door uw eigen beleven en werken moeten trachten om zo juist mogelijk op uw wereld te bestaan en dit betekent ook zo gelukkig mogelijk. Daarnaast zult u moeten trachten om die harmonie, die eenheid zo vanuit uzelf te realiseren, dat u steeds meer de verbondenheid ook met de geest steeds een blijvend contact, een soort samenwerking, een soort gezamenlijk beleven hebt.

Wanneer dit tot zijn absolute vervulling komt dan nemen wij aan dat wij God erkennen. Om het even religieus te zeggen: In het huis des Vaders zijn vele woningen. Maar de Vader zelf wordt slechts volledig gekend wanneer wij alle woningen hebben beseft en uit het geheel van Zijn openbaring, Zijn wezen beseffen want dan eerst kunnen wij beseffend Hem aanschouwen: tot die tijd ondergaan wij Hem. Of wij Hem dan volledig kennen is ook weer een raadsel. In ieder geval is het toch wel zeker dat u een geheel eind weg kunt komen.

Gezien ook het leven van de ziel is die harmonie erg belangrijk (De geest die tot de Goddelijke kern in het “ik” terugkeert en vandaar uit de éénwording zoekt met God).

Wij moeten goed onthouden dat elke bewustwording van de mens die buiten het zuiver technische of mechanische stoffelijke om gaat, een zeker esoterisch element in zich draagt.

Hij erkent een deel van zichzelf. Wij kunnen dit bevestigd zien wanneer wij komen bij de abstracte wetenschappen, waar wij filosofie aantreffen die vaak de verklaring moet vormen van de formules die men gebruikt (in bepaalde vormen van wiskunde ontwikkelt men feitelijk een filosofie in mathematische termen). Wij vinden dit bij de psychologie, die ook naarmate ze verder doordringt in het wezen van de mens, steeds weer met het onbekende geconfronteerd wordt en ook daar dus een soort filosofische beschouwing aan vastknoopt die in feite een poging tot erkennen van het eigen wezen is.

Deze elementen op zichzelf zijn heel aanvaardbaar. Maar er hoort iets anders bij.

Een mens die op aarde leeft en die niet ten volle gebruik maakt van al de vermogens die hem ter beschikking staan, leeft niet volledig.

Een mens die volmaakt is, (stellen wij ons dit even voor) zou in zich moeten dragen alle eigenschappen die in de mens kunnen bestaan, geestelijk en materieel. Nu weten wij allen, dat de doorsnee mens langer zou kunnen leven dan hij dit op het ogenblik doet (150 jaar onder ideale condities). Verder weten wij dat de mens een zekere sensitiviteit heeft. Sommige mensen zijn gevoelig voor gevaren en kunnen deze ontwijken. Anderen worden door geheime angsten bezeten en worden erdoor aangetrokken. We zien verder dat de mens vaak telepathisch begaafd is maar zeer beperkt. Wij ontdekken dat hij genezende krachten heeft ook al is elke paranormale genezing niet een volledige genezing of het wonder dat men er vaak van hoopt. Toch heeft de mens wel degelijk krachten om op geestelijke weg te genezen. Hij vertoont verder de mogelijkheid tot telekinese en alles wat er verder bij hoort. Dit alles zijn eigenschappen die tot zijn wezen behoren. De volmaakte mens zou al deze eigenschappen moeten beheersen. Door het beheersen van deze eigenschappen zou hij zich onttrekken van de beheersing der materie en zou komen tot een vanuit zich juist beleven van de wereld, een beschermd zijn in die wereld en een volledig kunnen ervaren van alles wat in die wereld kan optreden.

Wanneer ik als mens leef dan zou ik moeten trachten om alle capaciteiten die in mij zijn te ontwikkelen. Dit betreft zowel mijn stoffelijke als mijn geestelijke eigenschappen. Waar de doorsneemens niet in staat zal zijn om geestelijke eigenschappen alleen zuiver te ontwikkelen, zal hij zich dienen te beperken tot de ontwikkeling van die kwaliteiten waarbij een redelijke stoffelijke controle mogelijk is. De rest moet blijven bij een experiment en ook niet worden tot een gewoonte.

Elke mens moet aandacht gaan schenken aan alles wat in hem bestaat, aan alles wat in hem leeft en hij zal daaruit voor zich moeten scheppen, een volledige beleving van zijn wereld, een juister begrip van zijn medemensen, een juistere dienstbaarheid tegenover de mens en de hogere krachten die hij dan ongetwijfeld ook veel sterker beseft en aanvaardt.

Dan mogen wij hieruit concluderen dat elke mens voor zich de verplichting heeft om in te gaan op elke komische waarde en elke kosmische openbaring mits hij deze vanuit zichzelf onderzoekt en voor zichzelf tracht te bewijzen.

Geen enkele stelling en geen enkel geloof heeft voor ons waarde tenzij het voor ons bewijsbaar is. Deze bewijsbaarheid vloeit niet voort uit het buiten ons staande bewijs. Ware dit het geval dan zouden wij het slachtoffer kunnen zijn van goochelarij of zoiets. Het berust altijd op ons innerlijk kunnen aanvaarden en volledig kunnen verwerkelijken.

Dan vloeit hieruit voort dat geen enkele mens een geloof voor zichzelf als zekerheid mag stellen, tenzij hij het in zich zo volledig beleeft dat hij dit volledig tot uiting durft te brengen. En zelfs dan zal hij de gevolgen daarvan voor zichzelf moeten nagaan en voor zichzelf steeds de vraag moeten stellen: is dit in overeenstemming met hetgeen ik geloof?

Alleen door hetgeen innerlijk wordt erkend en aanvaard te toetsen aan de materie en zelf in de materie zoveel mogelijk de krachten die in u bestaan te openbaren, kunt u komen tot een juistere zelferkenning, een juistere zelfrealisatie.

Elke vorm van binding die het ik belet zich volledig te ontwikkelen is in feite en in wezen verwerpelijk. Want de band die de mens belet om vrijelijk te denken en te zoeken, vrijelijk en zelfstandig contact te vinden met zijn God en zijn geloof dat hij volledig kan uitdrukken in de wereld, is in feite iets wat de mens terughoudt van zijn innerlijke rijping en de mensheid als geheel waarschijnlijk van haar mogelijkheid om te komen tot die geestelijke en stoffelijke rijpheid waarbij ze werkelijke vrede op aarde en werkelijk Godsbesef in zichzelf kan dragen.

Gezien het voorgaande stel ik de volgende spreuken waarvan de meesten ouder zijn en die elk voor zich een magisch sleutelelement in zich dragen. Ik zal op deze elementen niet ingaan, ik hoop dat u mij dit niet kwalijk neemt. Beschouwt u ze eerst maar eens voor u zelf

  1. Al wat in mij leeft en door mij volmaakt wordt geuit, is werkelijk.
  2. Al wat ik in mijzelf tot een perfectie kan brengen, is voor mij een kracht die mij direct met het Goddelijke verbindt en mij vanuit het Goddelijke de mogelijkheid geeft krachten te manifesteren.
  3. Het is beter op één punt te bereiken, dan op tien punten te falen.
  4. Waar ik in mijzelf de levende Kracht erken, de levende Kracht uit mij zich openbaart, zal in mij het licht ontstaan dat van uit mij vloeit en zal voor mij een band zijn met elke harmoniewaarde die rond mij leeft.
  5. In het tijd- en ruimteloze ben en ervaar ik, zelfs wanneer ik tijdelijk geopenbaard ben. Zo ben ik meester van ruimte en tijd en toch gelijktijdig gebonden aan datgene wat in mij bestaat en ik voor mijzelf heb erkend.
  6. Niets dat in de mens leeft, vanuit de mens geopenbaard wordt of door de mens wordt gemanifesteerd, kan de volmaaktheid in zich dragen die in de bron van alle dingen gelegen is. Ik streef daarom in mijn werken, zowel als in mijn denken naar doelmatigheid. De doelmatigheid van mijn streven, bepaalt de mogelijkheid waarin ik harmonie verkrijg met het Hogere.
  7. Elke verkregen harmonie wordt door mij bewust gericht en gebruikt. Zij kan nimmer voor mijzelf worden gebruikt omdat ik, fungerende als krachtbron en centrum, nimmer een uitgaande werking tot mijzelf kan betrekken zonder daarmee het gehele verband te verstoren.
  8. Wanneer ik in mijzelf een zegening spreek en haar met geheel mijn wezen ondersteun, zal deze zegen leven zolang ik leef en mij daarvan bewust ben.
  9. Wanneer ik vervloek, zal deze vloek altijd blijven rusten hetzij op degene tot wie ik ze zond, hetzij, indien hij sterker is op mijzelf, tot het ogenblik dat het bewustzijn van deze vloek of het leven mij verlaat.
  10. Er zijn krachten in alle symbolen, gebruiken en handelingen die door de mens gewekt, zelden gericht en gebruikt worden. Wie de cadans van het gebeuren kent, wie het juiste ritme weet te vinden, in zijn eigen denken en handelen, zal aan de hand van het voor hem bestaande kosmische ritme en in hem bestaande levensritme voortdurend uiting kunnen geven aan alle mogelijkheden die in zijn wezen gelegen zijn. Hij zal een volledig gebruik van zijn stoffelijke mogelijkheden verkrijgen of herwinnen en daarnaast vele geestelijke elementen vanuit zich openbaren.
  11. Wie in een geloof aan een haatloos bestaan en een wereld die uit rechtvaardigheid en liefde is geboren, voor zich elke haat verwerpt, is meester over al wat haat en één met al wat liefde is.

U moet goed begrijpen dat dit de basis is van alle streven voor de geest zowel als voor de stof.

Wanneer wij vanuit onszelf werken bereiken wij iets. Doen wij dit niet dan zullen wij nooit iets bereiken, wij zullen alleen ondergaan en het ondergaan der dingen zonder meer betekent een ondergaan van het bewustzijn.

Ons bewustzijn is een zeer belangrijke factor. Niet eenieder heeft een gelijk krachtig verstand. Niet eenieder heeft een gelijke mogelijkheid om aan de maatstaven van zijn wereld gemeten bepaalde dingen te leren, te zien, te denken. Maar elke mens die op aarde leeft, heeft geestelijk zowel als stoffelijk mogelijkheden in zich tot waarneming en tot uitdrukking.

Het vinden van de persoonlijke, innerlijke waarheid en van de persoonlijke en voor het ik aanvaardbare en juiste uitdrukking is het meest belangrijk element voor u. Daar kunt u werkelijk iets mee doen.

Wanneer u harmonisch bent, moet u niet denken dat u alles bereikt heeft. De harmonie van de mens is wisselvallig. Op het ogenblik nl. dat wij in onszelf een evenwicht bereikt hebbende, menen de vrede gevonden te hebben, worden wij geconfronteerd met en grotere wereld en wanneer wij die grotere wereld niet volledig kunnen aanvaarden vol vertrouwen op een hogere eenheid met God, dan worden wij wederom geconfronteerd met problemen. Men noemt deze gang wel eens inwijdingsgang.

In elke gang van inwijding zullen de perioden van bereiking, van vreugde en vrede afgewisseld worden met perioden van grote spanningen, vaak resulteren in perioden van overspanning onrust en neerslachtigheid.

De mens die dit voor zichzelf weet te beheersen en vanuit zich voortdurend tot de wereld levende zegt: “in mij worde alles vervuld wat ik vanuit mij tracht te geven aan de wereld” zal echter in elk van deze perioden van neerslachtigheid voldoende innerlijke vrede kunnen behouden om zijn activiteiten en mogelijkheden niet slechts uit te breiden maar gelijktijdig en geleidelijk over te gaan naar een hoger niveau van denken en werken.

Nu wat praktijk naast deze theorie.

Wanneer u in waar geloof (ik stel het er dus bij) onverschillig welke kerk binnen gaat, in de natuur, tracht uw God te zien, dan zult u die God ontmoeten. Maar wanneer ik mijn God ontmoet, dan ben ik a.h.w. aangesloten op de meest massale energiebron die voorstelbaar is. De energieën die mij bereiken zijn; levenskracht, een grote en intense vitaliteit, (dus een persoonlijk magnetisme a.h.w.) en de verschillende stralingen die door de mens ontvangen kunnen worden via de chakra’s. Deze verschillen nl. in intensiteit en hoogheid van straling.

Wij hebben niet alleen maar de taak om God te ontmoeten. Wij kunnen dit niet blijvend handhaven. Wij moeten elk ogenblik dat wij ons dichter bij de Waarheid voelen (dichter bij God of de Kosmos) gebruiken om daaruit kracht te putten. Dit is geen hebzucht, geen bedelarij, want die kracht is er. Wij dienen deze zonder meer te aanvaarden, onszelf daarmee zoveel mogelijk te verzadigen.

Dan treden bij ons, in de geest, een reeks van verschijnselen op die voeren tot een stelling die ik zo duidelijk mogelijk wil maken nl.: Wat u noemt “leven” en wat u noemt “tijd” en “beweging” zijn drie verschijningsvormen van één en dezelfde energie.

Wanneer u dit aannemelijk acht, dan moet u eens dit overdenken Wanneer levensenergie door mij ontvangen wordt (dit kan ik bewust), dan kan ik deze eveneens omzetten in willekeurige kracht van beweging of om de tijd voor mijzelf te beperken (dus te vertragen) of te versnellen.

De mens die in zich de levenskracht, door contact met het Goddelijke verkregen, juist gebruikt, kan voor zich a.h.w. de zon stil doen staan. Er is meer dan voldoende tijd voor alle dingen zolang wij de tijd niet tot heerser van ons eigen leven en wezen maken.

Het is moeilijk om met de gewoonte van gejaagdheid te breken, maar wanneer u zegt dat u voor alle dingen tijd heeft en u niet laat jachten, daarvoor in de plaats voor uzelf levensenergie zoekt, dan kunt u desnoods 20 handelingen verrichten in de tijd van één handeling en wel met dezelfde betrouwbaarheid.

Wanneer u op een gegeven ogenblik meent dat een bepaalde stoffelijke verplichting voor u geestelijk en materieel verder nutteloos is, dan kunt u voor uzelf een vertraging van tijd invoeren zodat het u lijkt dat alles wat buiten u is sneller voorbijgaat.

Deze meesterschap wordt verworven door oefening. En niet eenieder kan onmiddellijk van datgene wat ik hier stel gebruik maken. Maar degene die steeds zich hiermee bezighoudt, (wanneer hij daar de gelegenheid toe heeft) zal ontdekken dat hij voor zichzelf het leven rijker en vooral vruchtbaarder kan maken.

Ik zou u daarom willen aanbevelen om dit toch eens na te gaan.

Verder: Levenskracht is identiek aan beweging. Dat weten wij in zekere zin want de mens die zich beweegt, verbruikt energie en bij deze energie is vaak ook een deeltje van zijn eigen levenskrachten (niet alleen stoffelijke krachten, maar dus ook iets van de levenskracht zelf soms).

Wanneer ik meer dan, voldoende levenskracht heb, dan kan ik dus ook beweging vinden; ik kan mijn eigen denk- en reactiesnelheid aanmerkelijk opvoeren, maar ik kan gelijktijdig ook beweging geven aan datgene wat buiten mij staat.

Mijn kracht, mijn schijnbare lichamelijke kracht, neemt toe naarmate ik mijn levensenergie zuiverder weet om te zetten.

Een volgend praktisch punt.

Voor de mens is over het algemeen, wanneer hij tenminste denkt zoals de meesten onder u, contact met de geest van groot belang. Een zuiver contact met de geest kan altijd het best verkregen worden wanneer men zo eenvoudig mogelijk leeft en denkt.

U vindt het misschien vreemd dat ik het zo zeg. Hoe ingewikkelder u het maakt, hoe moeizamer u het contact zult verkrijgen. Ook het verkrijgen van een dergelijk contact wordt vergroot wanneer men over voldoende energie beschikt. Gelijktijdig heeft men behoefte aan voldoende sensitiviteit (dus een afgestemd zijn op trillingen die iets hoger liggen dan de voor u gebruikelijke).

Om dit te bereiken, zou ik u erop willen wijzen dat een contact met de geest, dat over het algemeen zeer moeilijk te controleren is, het best kan worden nagestreefd door:

  1. Een u instellen op het Goddelijke en daaruit putten van kracht.
  2. Het gebruik maken van bv. incantaties, trillingen of andere daarmede gelijkvallende, gevoeligheden verhogende werkingen, waardoor de ontvankelijkheid van al wat aanwezig is (materie zowel als de mens zelf) vergroot.

Zo kunnen de beste resultaten verkregen worden. Blijkt dat men krachten oproept waarvoor men geen interesse heeft, dan doet men er verstandig aan eenvoudig het contact te beëindigen en eigen levensenergie wederom te uiten door bv. een gebed, een incarnatie of andere gelijke bedoeling of inhoud hebbende handeling of reeks van woorden, zelfs een gebaar, waardoor men tracht de verhoogde gevoeligheid te wijzigen.

Let wel. Een opgevoerde gevoeligheid kunt u nooit tenietdoen. Zij klinkt langzaam uit. U kunt ze echter wijzigen en in de wijziging zal het storend element over het algemeen de verbinding verliezen.

Ga nooit af op hetgeen de geest u zegt, tenzij u voor u zelf na rijp denken en zoeken, na bewust overwegen, hebt besloten dat dit voor u aanvaardbaar en waar is. En gebruik zelfs dan die waarheid nog als iets wat u later kunt herzien. Het is geen dogma; het is alleen de waarheid zoals wij die nu zien en die zich door het bijkomen van nieuwe factoren, nieuwe invloeden, kan wijzigen.

  • In het begin heeft u gesproken over een inspiratief moment dat ontstaat wanneer in de geest en in een mens gelijktijdig een bepaalde gelijkgerichtigheid bestaat van denken. Wanneer nu aan de hand van bv. een band beluisteren de mens contact krijgt met een gedachte, een geestelijke gedachte, die voordien is geuit geworden, kan dan het contact terug ontstaan?

Neen, Wat wel mogelijk is: dat de gedachte die door dit herbeluisteren dus opnieuw in u ontstaat, voor u een innerlijke afstemming doet ontstaan waardoor u met andere, nu wel werkelijk bestaande gedachten in de geest, harmonisch wordt en zo een contact wint. Dat is dan niet noodzakelijk met de geest die het gereproduceerde origineerde.