Kosmos en mens

13 juli 1981

We hebben een gastspreker voor jullie, misschien een beetje aan de zware kant. Het is een filosoof die niet meer is terug geweest sedert de Griekse tijd, dus een hele oude.

We hebben geprobeerd er achter te komen wat hij te brengen heeft. Dat bleek erg interessant te zijn omdat hij zich vanuit zijn eigen denken en standpunt heeft bezig gehouden met de verklaring van de kosmos.

Ik heb hem gevraagd of hij zich daar nog mee bezig hield, maar hij vond dat dat tegenwoordig niet meer nodig was. Hij wist nu te veel. Daarna vroeg ik hem of hij dit zo kan formuleren dat dat in een christelijke beschaving bruikbaar was.

“Ach”, zei hij, “het is met de christelijke beschaving als met de Griekse; van buiten lijkt het meer dan van binnen. Daar is het de mens en de mens is meestal gelijk.”

Nu weet ik dat je over de kosmos enorm kunt filosoferen wanneer je begint met het ontstaan, de daverende klap : The Big Bang. (Niet de Big Ben). Op deze manier kun je eeuwig doorgaan. Maar wat is het wezen van de kosmos eigenlijk ?

Als je het mij vraagt, is het wezen van de kosmos dat delen daarvan leven en zich dus van de kosmos bewust zijn. Het schijnt dat dit leven in zijn gehele samenhang, in zijn gehele ontwikkeling bijzonder wonderlijke verschijnselen vertoont op een hoger niveau.

Onze filosoof had daar enkele opmerkingen over. Hij beweerde onder meer dat alle bewustzijn dat de delen van de kosmos bezitten, samen wordt gevoegd tot één totaal bewustzijn, waarin die kosmos zelf zich beseft ten aanzien van zichzelf en van haar Schepper.

Ik vind dit een heel mooie en heel gewichtige stelling. Aan de andere kant vraag je je toch wel af hoe het eigenlijk in elkaar kan zitten. Ik heb daar voor mijzelf over nagedacht.

Mijn visie is dat wanneer we te maken hebben met één totale kracht, één totaal bewustzijn in die kosmos ‑ dat volgens deze stelling niet God zelf is ‑ we toch wel mogen zeggen dat van ons standpunt uit die totale toestand zich als een soort godheid gedraagt. Maar er is een ding wat verschilt.

God is zelfstandig. Die staat er buiten. Heb je het over een totaal bewustzijn van de kosmos, dan heb je altijd te maken met de som van alles wat er is en van wat er gebeurd is.

Wanneer wij spreken van een zich vormend bewustzijn, dan moet voor die kosmos op de een of andere manier de tijd belangrijk zijn. Dat houdt in dat wij met kennis van een deel van die kosmos invloed hebben op een deel van het geheel van die kosmos.

Dan kom ik opeens weer bij al die oude waarheden uit. Je weet het wel : zo boven, zo beneden. En zo beneden, zo boven. Wanneer je dus deze stelling bekijkt, zit er wel iets in.

Alles wat ik ken en alles wat ik weet, moet in dat geheel aanwezig zijn. Maar dat betekent ook dat alle energieën die voor mij voorstelbaar zijn en alle ontwikkelingen die voor mij denkbaar zijn, in dat geheel ergens moeten bestaan, want anders zou ik het ook niet weten als deel van het geheel. En dat voert volgens mij in feite weer tot magische wetten.

Die magische wetten zeggen b.v. dat je door symbolen de werkelijkheid kunt beïnvloeden. Dat klinkt krankzinnig. Je wilt iemand beter maken, je schrijft een stelletje diagrammetjes neer en hup, de man moet beter worden zonder ingrijpen van de medische wetenschap of de chemische industrie.

Het is trouwens begrijpelijk dat ze daar in deze dagen niet aan willen, maar die techniek heeft een lange tijd bestaan. En wat meer is : ze wordt soms nog in primitieve gemeenschappen gehanteerd. Het magische element van een medicijn is daarbij veel groter dan het stoffelijk actieve element.

Wanneer een symbool in de plaats kan treden van de werkelijkheid, dan kan ik net zo goed vertellen dat een symbool de werkelijkheid is. Alleen is het een werkelijkheid waar ik persoonlijk geen toegang heb dan door mijn bewustzijn.

Wanneer ik vanuit mijzelf verder ga, krijg ik de indruk dat elk beeld dat wij ons maken van iets werkelijk is. De nachtmerrie net zo goed als de geluksdroom zijn ergens werkelijk.

Wanneer wij in staat zouden zijn om een soort uitwisseling tot stand te brengen waarbij een deel van de werkelijkheid naar het dromenrijk gaat en een deel van de droom naar de werkelijkheid wordt teruggezet, dan hebben wij niets anders gedaan dan een evenwicht ruilen zonder dat er iets aan de inhoud van de kosmos is veranderd.

Dat klinkt allemaal nogal dwaas of ingewikkeld. Maar er zijn bepaalde magische regels waarin die uitwisseling denkbaar is. Bijvoorbeeld binnen de wet van evenwicht of die van de gelijkblijvende velden, is een dergelijke uitwisseling denkbaar, mits de waarden identiek zijn.

Wanneer we dat veronderstellen, moeten we nog veel meer kunnen veronderstellen. We moeten namelijk aannemen dat er een wereld is van denkbeelden en van gedachten, die in zich gelijkwaardig is met en evenwichtig is ten aanzien van datgene wat men zelf als werkelijkheid beleeft. Dan is de dromenwereld net zo echt als die z.g. werkelijkheid. Maar dan moet het ook mogelijk zijn om mijzelf ten dele of geheel in die dromenwereld te verplaatsen. Alleen kan ik niet geloven dat ik dat zelf doe. Dus gebruik ik daarvoor één of ander instrument. Dat kan dan een symbool zijn. Een symbolische handeling. Zelfs een denkbeeld, een gedachtenconcentratie.

Wanneer je zo’n denkbeeld krijgt, dan ga je dit onderzoeken. Mij is gebleken dat gedachten die eenzijdig geconcentreerd zijn op één bepaald denkbeeld dat niet reëel bestaat, dat denkbeeld veel dichter brengen bij de wereld waarin men leeft.

Ik heb verder geconstateerd dat er een aantal mensen zijn die hetzij via technieken, hetzij alleen via iets wat je het beste misschien geloof kunt noemen, in staat zijn om hier en daar iets van die droomwereld te herleiden tot de werkelijkheid. Dat houdt in dat het voorgaand gestelde weliswaar niet bewijsbaar maar toch wel aannemelijk te maken is.

Vervolgens kom ik op een punt waar onze filosoof misschien dadelijk duidelijk over is, maar wat ik alleen kan bekijken vanuit mijn misschien wat technische benadering. “Van elk ogenblik waarop ik mij bewust word van een waarheid of waarde in mijzelf ‑ ook wanneer die in de stoffelijke werkelijkheid voor mij niet bestaat ‑ kan ik alleen door mij daarop volledig te concentreren, tenminste een deel voor mijzelf waarmaken.” Dan ben ik zelf alleen door mijn wil en voorstellingsvermogen, een wezen dat zijn persoonlijkheid kan veranderen. Maar als ik mijn persoonlijkheid kan veranderen, kan ik ook een groot gedeelte van de invloeden die op mij inwerken, veranderen. Wanneer ik ze mij anders voorstel, zullen ze anders zijn voor mij.

En zo kom je dan aan de vraag : Is de kosmos waarin ik leef een persoonlijke of is het een algemene ?

Wanneer je uitgaat van de verwisselbaarheid van denkbeeld met de werkelijkheid, dan ben je geneigd om te zeggen : het is persoonlijk. Maar bij een nader beraad kom ik toch tot de conclusie dat de kosmos in zichzelf algemeen moet zijn en wel om de volgende redenen : We hebben te maken met alle weten, alle denken dat tot op dit ogenblik in de kosmos is ontstaan. Dit tesamen vormt het bewustzijn van die kosmos, het wezen dat het dichtst bij ons ligt en als God zou kunnen worden aangesproken. Of dat persoonlijkheid heeft, weten wij niet, maar het heeft een inhoud.

Wanneer ik dit aanneem, dan zal elke mens alleen het geheel van zijn dromen kunnen ontlenen aan dit geheel. En dan wordt ook duidelijk waarom zo’n stoffelijke werkelijkheid belangrijk is.

In die stoffelijke werkelijkheid bestaan vaste regels en de mens is zich er niet van bewust dat hij aan die regels kan ontkomen. Daarom zal hij proberen om binnen de regels toch te bereiken wat hij wil. Wanneer hij dat doet, dan schept hij daarmee een nieuwe benadering. Een nieuwe toelichting op de situatie, maar ook een vergroting van kennis. En het eigenaardige is dat al die kennis niet eens samenhangt met het onderwerp zelf.

Jullie weten dat de ruimtevaart b.v. niet alleen aansprakelijk is geweest voor foto’s van de maan. Ze is mee aansprakelijk geweest voor geheel nieuwe vormen van o.a. T.V.‑camera’s, veel lichter, veel hanteerbaarder. De micro-uitvoering van vele apparaten die op het ogenblik bestaan, danken jullie voor een groot gedeelte eveneens aan de ruimtevaart. Ja, zelfs de ontwikkeling van de chips heeft voor een groot gedeelte aan die ruimtevaart zijn ontstaan te danken. Daar is het eigenlijk voor het eerst gebeurd. Toch wilden de mensen alleen maar ontsnappen aan de aarde.

Nu is er een Chinees geweest, Woe Hang of Woe Wei heette hij, precies weet ik zijn naam niet, die een verhaal heeft verteld over de maan. Het gekke is dat hij niet spreekt ‑zoals andere fantasten – over bewoners op de maan, maar dat hij een landschap omschrijft. Een situatie die heel dicht ligt bij hetgeen men nu wetenschappelijk erkend heeft. Alleen die verteller leefde 800 jaar voor Christus.

Misschien hadden we op zijn manier ook wel naar de maan kunnen gaan, maar we hebben een andere weg gekozen. Door het kiezen van die andere weg, het streven daarnaar, hebben wij eigenlijk een totaal nieuwe serie van mogelijkheden geschapen. Een totaal nieuw gebied van kennis. En dat betekent ook weer het dromen over toepassingen en wat daar bij hoort.

Ik heb het gevoel dat een stoffelijke werkelijkheid – zoals die op aarde – belangrijk is omdat ze juist door het niet weten van de mens omtrent het werkelijk uitwisselingsmechanisme tussen het totaalbewustzijn, de persoonlijke beleving en wereld, voortdurend dat totaalbewustzijn verrijkt. Dat daardoor de mogelijkheden van het totaalbewustzijn toenemen, maar ook de inhoudsmogelijkheden van de droom voor de mens, van het besef voor de mens en de vernieuwing en streven van de mens.

Het geheel bekijkende zeg ik : de stoffelijke wereld is noodzakelijk. Maar de magische weg betekent dat ook de mogelijkheden van het paranormale toenemen naarmate de kennis en de ontwikkeling op aarde toeneemt en daarmee het voorstellingsvermogen.

Theoretisch zouden we kunnen stellen dat de abstracte wetenschap, de moderne natuurwetenschappen eigenlijk bijdragen tot de ontwikkeling van een betere magie. (Vertel het de geleerden niet, anders vallen ze meteen flauw).

Wanneer ik de relatie mens‑kosmos vanuit mijzelf bezie, dan is het natuurlijk een kwestie van : wat kun je er uit krijgen. Want je kunt je hele leven wel aan de kosmos wijden, maar als er helemaal niets terugkomt, vind ik het maar sneu. Ik vind het altijd zo zielig wanneer iemand zijn hele leven het eelt op zijn knieën bidt om iets te krijgen waarvan hij nooit zeker is of het er wel zal zijn.

Volgens mij moet er een directe relatie zijn. Die directe relatie zou je dan als volgt kunnen uitdrukken : Elk deel in mijzelf van besef, waarin ik volledig geloof, is voor mij werkelijk. Het is niet bewijsbaar, maar het is werkelijk. Dit houdt in dat voor mij deze geloofswerkelijkheid onmiddellijk toepasbaar is op mijn eigen wereld.

Zolang ik nu aanneem dat dat in een hiernamaals gebeurt, gebeurt er niets. Neem ik aan dat het nu onmiddellijk gebeurt, dan moet er erg veel gebeuren. Het is gewoon een accepteren van een ingrijpen a.h.w.

Het is trouwens krankzinnig; in alle oude verhalen en alle oude godsdiensten wemelt het van de wonderen. Mozes heeft veel wonderen gedaan in de woestijn. Ook Jezus in zijn tijd. Zelfs Zoroaster schijnt er nogal wat mee gedaan te hebben (of Zarathoestra hebben ze hem geloof ik later gedoopt). Oude wijzen in India deden wonderen en mirakels. Noem ze maar op. Zelfs de Druïden hadden er een handje van. Waarom ?

Ik denk dat deze mensen nog geloofden dat de werkelijkheid die zij in zichzelf hadden zonder meer toepasselijk was op de wereld waarin ze leefden, op de mens, de mensenwereld, de stofwereld. Wanneer een wereld steeds meer ongelovig wordt – en dat betekent niet dat men het geloof op zichzelf opzij zet, maar dat men datgene waarin men gelooft, scheidt van de werkelijkheid waarin men leeft – dan zullen daardoor ook de tekenen en de wonderen steeds meer afnemen. Dan komen die steeds minder voor.

Je kunt zeggen : de magie bestaat niet. Maar bestaat de magie niet omdat ze er nooit geweest is ? Of bestaat de magie niet omdat de mentaliteit die dit verklaart haar optreden onmogelijk maakt ? Ik ben geneigd om dat laatste als juist aan te nemen. Al denkende en zoekende stel ik daarom :

Op het ogenblik dat iets voor mij een volledige innerlijke zekerheid is en ik dit vanzelfsprekend van toepassing acht op mijzelf en mijn wereld, zal het resultaat daarvan in die wereld kenbaar zijn.  Wanneer ik op een dergelijke wijze invloed uitoefen, heb ik altijd te maken met maar één onderwerp waarmee ik mij bezig houd.

Zo kun je nog een stap verder gaan. Dientengevolge is elk magisch streven op zichzelf denkbaar en mogelijk. Maar niet zonder begeleidende verschijnselen die de magiër tevoren niet geheel kan overzien en die ook in de wereld misschien zeer verrassende neveneffecten kunnen veroorzaken. De praktijk is dat ik moet uitgaan van datgene wat ik zelf ben. Dat ik moet uitgaan van die dingen waarin ik werkelijk geloof. Dan moet ik bereid zijn om één punt te nemen waarin ik geloof en dan met geheel mijn kracht mij voorstellen dat dit in mijn eigen wereld bestaat. En dat moet ik niet even doen, maar dat moet ik een aantal keren herhalen. Zorg dat de voorstelling die je gebruikt altijd zoveel mogelijk dezelfde is. Wanneer je daarbij geholpen wordt door symbolen, maak dan gebruik van symbolen. Maar de inhoud die je legt in het symbool, is bepalend en die moet je gelijk houden. Op die manier moet het mogelijk zijn kleine, maar duidelijk merkbare veranderingen, zelfs na ongeveer één maand oefenen tot stand te brengen.

Er zijn heel veel mensen die in het begin van hun leven denken : ik weet het allemaal. Dan komt er een fase dat ze zeggen : nou weet ik het wel allemaal, maar ik doe maar alsof. Daarna komen ze op een punt dat ze alles wat ze menen te weten, zelf gaan aanvechten zolang ze een ander de schuld kunnen geven. Daarna komt de fase dat ze zeggen : maar wat moet ik dan ? En dan beginnen ze weer met een geloof. Maar dat geloof ligt dan zo ver van al het controleerbare af, dat ze zich daaraan vast kunnen klampen. Gebeurt er iets, dan is er namelijk niet meer die ‘specifieker buiten de werkelijkheid liggende God en Duivel’ mythologie nodig. Dan is er een direct besef van een verbondenheid met iets wat veel meer omvat dan je zelf bent. Dan zijn ze misschien bang voor de duivel of hopen ze op de hemel, maar op dat ogenblik hebben ze zich los gemaakt en maken ze zich gelijktijdig los van de werkelijkheid waarin ze leven. Ze houden geen rekening meer met de feiten.

Wanneer wij nu beseffen dat dit het geval is ‑ en het lijkt me niet zo moeilijk als je een beetje nadenkt, al is het alleen maar over jezelf ‑ dan kun je misschien ook zeggen : ja, maar er zijn dingen waar ik wel in geloof en die direct mogelijk zouden zijn.  En dan kun je de proef op de som nemen. Wanneer je dat kunt, heb je in ieder geval voor jezelf bewezen dat er een andere wereld en een ander bewustzijn is. En misschien voor jezelf ook nog het idee gekregen dat je in de kosmos toch eigenlijk meer bent en betekent dan je je voor kunt stellen. Dat lijkt me ook erg interessant.

Of je moet, zoals bepaalde natuurtovenaars uit Tibet deden, drie dagen lang in een zwarte vilten tent gaan zitten. Misschien dat het dan ook lukt. (Maar ja, als je die tent hebt, vragen ze weer naar je kampeervergunning en ben je weer in de vernieling.)

En zo heb ik een hele mooie theorie ontwikkeld en blijft alleen de vraag of je er praktisch ook iets aan hebt. Ik vind het heel erg mooi als je een leergang krijgt in de magie. Jullie weten het misschien niet, maar er zijn tegenwoordig scholen die dat verkopen. Je kunt vanuit Engeland een postordercursus krijgen in wat men noemt : ‘White Witchery and magic’. Die cursus kost op het ogenblik 250 Engelse ponden. Wat je daarvoor krijgt, zijn een aantal lessen die je helpen om bepaalde rituelen te volbrengen. Maar niet om werkelijk magie te bedrijven, om de doodeenvoudige reden dat magie een interne kwestie is en niet iets wat van buitenaf wordt aangeleerd. Je kunt een mentaliteit wel omschrijven, maar door ze te omschrijven geef je ze nog niet aan de ander. Ik denk dus dat het meestal weggegooid geld zal zijn.

Dat onderwerp in zichzelf kan in de kosmos nooit alleen bestaan. Het is deel van een samenhang. En dit betekent dat ik niet slechts één kracht in mijn eigen wereld wezenlijk maak, maar altijd een complex van samenhangende krachten zoals deze in de kosmos als eenheid bestaan. Door de verbondenheid in zichzelf, de uitwisselbaarheid die steeds meer kenbaar wordt, bewijzen jou dan ook dat je een continu bestaan hebt dat niet aan de vorm gebonden is. Dat je met deze wijze van werken en leven het geheel in het nu voor een deel kunt waarmaken, maar gelijktijdig ook door je ervaring het geheel verrijkt. Het is een wisselwerking. Het is altijd maar een projectie in anderen. In het andere. Maar op het ogenblik dat je voor jezelf dingen waarmaakt, weet je niet alleen dat ze er zijn, maar je hebt het aan jezelf bewezen. En dan gaat het niet om het bewijs maar om de zekerheid, waardoor je meer waar kunt maken.

Een ander zegt : “Ik wil wel graag genezen, maar ja, wonderen kan God alleen doen.” Tja, als je dat gelooft, dan doe je ze zelf niet. Maar als je denkt : alles is mogelijk, desnoods iemand opwekken uit de dood en je gaat die mogelijkheid beseffen als iets wat vanuit jou waar kan worden, dan hoef je alleen nog maar dat ene symbool, die ene gedachtenvorm te vinden waardoor je die verandering van werkelijkheid kunt overdragen naar je eigen wereld. Wanneer je denkt dat het mooi weer moet worden, dan kun je niet zeggen dat het overal mooi weer moet worden. Maar je kan je voorstellen dat er zich boven je een gat in de bewolking gaat vormen waardoor de zonnestralen de aarde kunnen bereiken. Doe je dit intens genoeg en zeg je : “dit is deel van mijn werkelijkheid”, dan heb je zon.

Met bovenstaande punten heb ik geprobeerd mijn eigen visie te geven t.a.v. het onderwerp van onze gast. Hij wil gaan praten over de kosmos, de mens en de verwisselbaarheid van waarden daartussen. Ik voor mij heb het gevoel dat wanneer je om dat proces waar te maken een ander nodig hebt als tussenpersoon, je ergens nog faalt. Ik denk dat je het zelf zou moeten kunnen, zelf zal moeten kunnen beseffen. Dat is dan hetgeen voor mij belangrijk is. Verder zal hij ongetwijfeld proberen een paar denkbeelden te brengen die de moeite waard zijn. Hij zal proberen jullie een paar woorden in jullie herinneringen vast te leggen die jullie misschien nodig kunnen hebben. En hij zal ongetwijfeld zijn eigen theorieën en zijn wijze van betogen proberen aan te passen aan jullie gezelschap. Wat het eindresultaat is ? Wie zal het zeggen ? Alle kracht die een gastspreker opbrengt, kan voor jou prettig zijn, maar ze is maar een zwakke schaduw van hetgeen je zelf kunt opwekken en ontvangen wanneer je je er van bewust wordt. In mijn visie is de gastspreker misschien niet veel meer dan een startmotor die hoopt dat jullie eindelijk uw eigen motor zover in beweging brengen dat jullie geestelijk snel alle wegen kunnen gaan die nodig zijn.

Wat mij betreft, vind ik het meer dan genoeg; jullie waarschijnlijk ook. Misschien denken jullie : nou, een volgende keer beter. Want dat gebeurt ook wel eens. Of er verandert misschien iets in jullie. Wie zal het zeggen ? Onthoud één ding : dat ligt heel sterk aan jezelf : Er is geen gastspreker die jou kan veranderen. Dat kan je alleen zelf. Wat is het voor de gastspreker ? Ik weet het werkelijk niet. Ik weet natuurlijk dat hij ‑ dat hoort bij het gastspreker‑zijn zou je haast zeggen ‑ gewend is om bepaalde krachten en spanningen op te wekken. Dat zouden jullie zelf ook kunnen maar ja, als de gastspreker het doet, is het misschien gemakkelijker. Wie weet? Het feit dat jullie luisteren naar een medium waardoor een geest spreekt, betekent dat jullie nog doof zijn voor misschien belangrijker waarden en geestelijke waarden, direct passend bij jullie zelf, die jullie zouden kunnen bereiken, maar die jullie op een of andere manier niet ontvangt omdat jullie er niet in geloven dat ze ontvangen kunnen worden. Begrijpen jullie wat ik bedoel ? Met regenwolken is het iets moeilijker want dan moet je je eerst een regenwolkje voorstellen. En als die er niet is, moet je je voorstellen hoe die wolk gevormd wordt. Hoe die dan op een bepaalde hoogte drijft en de zon afschermt. Een beetje omslachtiger. Maar daar heb je in dit land niet zoveel behoefte aan, denk ik.

De één zegt dan : “Helderziendheid is lastig. Daar voel ik niets voor”. Je voelt er misschien niets voor, maar het is een bewijs dat je verbonden bent met andere werelden die niet direct behoren tot jouw wereld. Anders zou je ze niet zonder meer zien. Probeer in dat helderzien eens iets controleerbaars te vinden. Probeer een feit te pakken te krijgen wat je om kunt zetten naar je eigen wereld. Misschien dat je dan ineens veel meer weet van het leven van de geest.

Tenslotte kom je tot het denkbeeld dat veel van hetgeen je misschien in dwaasheid hebt gedaan toch nog een verrijking is geweest van het totaal waarvan je deel uitmaakt. En dat lijkt me een heel belangrijke vaststelling. Het is misschien wel prettig om een beetje te geloven en een beetje te aarzelen; of tijdelijk of voorgoed het gezag van anderen te aanvaarden, maar het is nooit bevredigend omdat het nooit werkelijk helemaal wordt beschouwd als een deel van jezelf.

 

De Gastspreker

Men heeft mij gevraagd wat bij jullie te komen praten. Voor mij bestaat het leven uit de kosmos en de mens. Dat wat ik ook zelf geweest ben.

Wanneer wij kijken, zien wij een heel klein deel van de werkelijkheid die er bestaat. Wanneer wij onze ogen sluiten én we laten de beelden in ons rijzen, dan zien we veel meer van hetgeen er bestaat. Het wonderlijke is dat vele mensen vele werelden kennen zolang ze slapen en weer opgesloten zijn in één wereld zodra ze ontwaken.

De mens is noodzakelijk in zijn beslotenheid. In deze besloten wereld moet je leren hoe je vrij kunt zijn. Iemand die niet geleerd heeft wat vrijheid is, zal haar niet kennen, herkennen of haar gebruiken. Slechts degene die vrijheid bevochten heeft – hoe dan ook – zal haar op prijs stellen. En op prijs stellen is datgene wat voor de mens noodzakelijk is om deel te zijn en bewust deel van al de dingen waar hij bij hoort. Waarin hij steeds weer herboren is zodra zijn gedachten het andere in zich opnemen.

Jullie wereld is een wereld van tegenstellingen. Altijd weer worden wij heen en weer geslingerd tussen uitersten tot het ogenblik dat wij beseffen dat niet wijzelf heen en weer geslingerd worden, maar dat we de beelden die wij uit de kosmos ontvangen, nu eens extreem naar de ene dan weer extreem naar de andere zijde doen uitslaan.

Dan zoek je naar de verklaring. Wanneer je lang denkt en zoekt, ga je beseffen : in mij is een wereld van goden, die groter is en belangrijker dan de Olympus ooit geweest is. In mij is een wereld van krachten, zo sterk, dat ze de tijd zelf kan overwinnen.

Al wat in je bestaat, bevrijd je niet van datgene wat buiten je is omdat wij wezens zijn van tegenstellingen. De eeuwigheid die in ons leeft, wordt vernietigd door de uren waarin de zon langs de hemel rent en de verandering van de schaduwen die wij werpen.

Wij zijn de slachtoffers van de tijd die ons bindt. Wij zijn de slachtoffers van ons onvermogen om de tijd uit te schakelen en een ogenblik in onszelf tijdloos te volbrengen wat binnen de tijd zo onnoemelijk veel tijd vergt.

Sprekende met zeer wijze denkers heb ik eens gezegd : “Het leven van de mens is vluchtig, maar zijn gedachten zijn blijvend.” Toen besefte ik niet hoe waar dit is.

De mens gaat voorbij. Wordt door de jaren weggeblazen. Maar wat hij gedacht heeft, blijft bestaan. Want het denken wat ik eens heb gedaan, vind ik nu nog terug. Onvervormd, onveranderd in een grote volheid van gedachten, een grote volheid van mogelijkheden en krachten, die ik eens niet kon beseffen.

Je kunt spreken van het licht in mij. Wat is het licht in mij anders dan de kosmos waaruit ik geboren ben ? Het wonderlijke is dat de mens bevat wordt door de kosmos én in zich de kosmos bevat. En beiden zijn gelijk. Er is geen verschil aan te tonen. Wat in mij leeft en wat buiten mij bestaat, is gelijk. Ik ben het die een verschil maakt.

Waarom maak ik verschil ? Waarom stelt de mens zich buiten de kosmos, terwijl hij toch weet dat hij deel van haar is ? Soms denk je dat het gaat om het zelfstandige zijn, maar wie is zelfstandig in zijn leven ? Wie bepaalt de slagen van het noodlot ? Zijn het vreemde goden en godinnen ? Is het de kosmos ? Of ben je het zelf ?

Vanuit de geest levend en zoekend, zeg je : de mens bepaalt zichzelf door de wijze waarop wij onszelf afzetten tegen datgene wat wij zijn. Er is geen noodlot, geen vreemde goden die ingrijpen.

Wij willen de waarheid, de volle waarheid van ons wezen niet kennen omdat de volle waarheid van ons wezen meer lijkt te zijn dan je in een menselijk lichaam kunt dragen.

Jullie zijn hier. Jullie denken. Jullie aarzelen. Jullie willen oordelen. Maar wat kunnen jullie denken buiten datgene wat in jullie bestaat ? Welk oordeel kunnen jullie uitspreken buiten het oordeel dat in julliezelf leeft? Welke kracht kunnen jullie vinden die niet in jullie bestaat ? Tuchtloos zijn jullie niet. Maar machteloos denken jullie te zijn.

Wij hechten aan de kleine dingen wanneer we op de aarde leven, als b.v. aan een stukje grond, een woning, een gewaad, een kunststuk. Wij binden ons aan dingen die ons de vrijheid ontnemen waarlijk onszelf te zijn. Wij zeggen tegen ons lichaam “ik” maar gelijktijdig onderwerpen we het ik aan wetten en waarden die wij zelf betwijfelen.

Wij spreken over goden. Wij spreken over het ontstaan van de schepping, het wezen van de kosmos en wij denken in de bekrompenheid die wij onszelf hebben geschapen. De gevangenis van duisternis waaruit wij ons niet weten te bevrijden.

Wijzen zeggen : het leven is een inwijdingsgang. Het leven is het gaan langs de vele verschillende paden. Van de ene meester naar de andere. Van de ene kracht naar de andere. Zoals eens in de gewelven degenen die inwijding zochten de angst hebben ontmoet en de leegte, het vuur, de storm en de beslotenheid van de aarde. Tot het ogenblik kwam dat ze de feestzaal binnen werden geleid.

Maar hun tocht was niet voltooid. “Hij die eet, onderbreekt zijn reis en zal nooit ingewijd zijn.” Het leek dwaas, maar het is waar.

Wij wezens die mens heten in een bepaalde vorm, wij delen van de kosmos die putten uit het geheel wanneer wij willen en onszelf zijn wanneer wij het geheel vergeten, wij willen steeds de feestzaal betreden en daar stil blijven staan. Maar de feestzaal is maar een verschijnsel. Het is een illusie.

Het rijpste voedsel voor het lichaam kan de ziel niet voeden. Wanneer je de ziel wilt voeden, moet je voorbij kunnen gaan aan de schijn van vrolijkheid, vreugde en rijkdom. Niet omdat je niet vrolijk, niet vreugdig of rijk mag zijn, maar omdat niet het ene doel dat in je is : het zoeken naar een waarheid of een werkelijkheid die je nog niet gevonden hebt, kan worden ingewisseld voor een ogenblik van ontspanning en vreugde.

Een taak is een taak totdat zij vervuld is. Een weg is een weg totdat deze gegaan is. En wie afwijkt of rust, begint opnieuw. Dat vergeet men.

Een mens die de kosmos zoekt, zoekt in wezen zichzelf. En zoekende naar zichzelf wordt hij geconfronteerd met allerlei illusies, droombeelden en angsten. Soms met een werkelijkheid die hij niet geheel verdragen kan. Een werkelijkheid waar hij bang voor is.

Een mens die zoekt naar de kosmos kan niet betrouwen op anderen. Hij kan geen regels stellen voor anderen. Hij kan geen waarheid bepalen voor anderen. Hij kan alleen zijn weg gaan. En die weg is eenzaam.

De verschijnselen rond ons hebben pas betekenis wanneer we ze kunnen zien vanuit het geheel.

De verhouding tussen mens en kosmos is als de verhouding tussen uw lichaam en de ziel die er in leeft, is als de verhouding tussen de lamp en het licht dat er in brandt. Ze zijn beide verwant. Ja, zij kunnen beide in deze vorm niet zonder elkaar bestaan.

Jullie zijn de kosmos. De kosmos is de kern van jullie wezen. Elke poging om dat deel van jullie wezen kleiner te maken, betekent zelfverminking. Elke poging om het stoffelijke bestaan belangrijker te maken dan het innerlijk, is een poging om jezelf te doden.

Mensen kennen vele waarheden en al die waarheden tesamen begraven de werkelijkheid. Mensen kennen vele woorden en vele leringen. Tesamen vormen deze een scherm waardoor het licht van de werkelijkheid ten hoogste zeer getemperd hen nog kan bereiken.

Waneer je als mens de kosmos wilt vinden, wanneer de kosmos leven moet in de mens, dan is het eerste wat moet gebeuren het terzijde schuiven van die beperkingen. Dat is niet zo gemakkelijk. Het is niet zo eenvoudig. Want je bent een mens, nietwaar ? De tijd tikt verder en het leven stelt zijn eisen. Je hebt schulden of je moet nog schulden innen. Je hebt bezit of je wilt het verwerven. Of je vreest het te verliezen. Maar is dat waarheid ?

Kan je iets verliezen van het beeld dat in jezelf bestaat ? Je kunt illusie verliezen. Misschien ben je jong geweest en zeg je : ik heb mijn jeugd verloren. Maar als die jeugd in jou leeft, zal je jong blijven, al vervalt je lichaam. Je zal wereld na wereld moeten doorgaan om te beseffen wie je bent. Wanneer je zegt : “ik ben beperkt, arm en krachteloos”, dan ben je beperkt, arm en krachteloos, omdat je alleen telt wat buiten jou schijnt te bestaan en niet wat in jou leeft.

Wanneer je zegt : ik heb een wet, een zekerheid, een macht boven mij nodig, zo zeg ik jullie : je bent één met de macht. Je hebt geen macht boven je nodig, alleen de erkenning van de eenheid met de macht die is.

Je hebt geen wet nodig; maar je weten uit deze eenheid omtrent jezelf en je wereld.

Je hebt geen orde nodig buiten die ene : de erkenning van je diepste innerlijk wezen in de kosmos; de verbondenheid met alle dingen door alle tijden. Dat wat je leeft, dat ben je.

Misschien menen jullie : ik weet het beter. Iets kan je beter weten, maar nooit alles. Wanneer je iets belangrijker vindt dan alles, verhef je dan op je kennis. Maar zo je alles belangrijker vindt dan iets, verhef je dan niet op je kennis, maar voeg ze in het geheel opdat het geheel rijker worde in jouw beseffen en daardoor vanuit je wezen.

Leven is een veelheid van werelden, vormen en verschijnselen. Zolang je ze ziet als een veelheid, ken je de kosmos niet.

De kosmos is de eenheid die uit de verscheidenheid voortvloeit. God is de eenheid. Het zoeken naar de eenheid uit de veelheid is de weg. De erkenning van de eenheid met al, is de verlossing uit je benepenheid.

Wie zwak denkt te zijn, is zwak. ,Wie sterk denkt te zijn, wordt zwak.

Maar wie beseft zo sterk te zijn dat geen zwakheid hem deren kan, is zo zwak dat de kracht hem nooit kan voeren tot een heerschappij of tot het onderwerpen van anderen.

De kern van alle dingen is eenheid. Maar eenheid kan pas aanvaard worden wanneer je bereid bent jezelf te aanvaarden als deel van het andere. En juist daar begint de moeilijkheid.

Leven is kracht.

De kosmos is kracht. De kosmos is leven. Alle kracht is gelijk aan de kracht van het leven. En alle krachten van leven tesamen scheppen en herscheppen een kosmos en een gezamenlijk bewustzijn dat in een spel van vormen alleen zijn eigen waarheid voortdurend beseft en heropenbaart.

In jullie is de kosmos, zo goed als buiten jullie.

In jullie is de kracht.

In jullie is het weten.

In jullie is de wijsheid. Maar de wijsheid die zich verheft boven anderen, wordt dwaasheid.

De kracht die zichzelf manifesteert om anderen te onderwerpen, wordt zwakte.

Slechts waar wijsheid wijsheid zoekt en ontmoet, waar kracht zichzelf in stand houdt om de kracht in het andere te bevorderen, daar is leven dat werkelijk en tijdloos is.

Levende kracht is wijsheid. Levende wijsheid is kracht. Besef van het leven is erkenning van de dood. Want erkenning van de dood is de weg tot het tijdloze leven.

Wanneer er licht vloeit en het licht sterkt, ontmoet het alleen zichzelf.

Wanneer kracht zich openbaart maakt ze zich alleen kenbaar waar ze reeds was.

Waar wijsheid geboren wordt, sterft weten. Waar weten sterft, kan wijsheid ontstaan, wanneer het weten niet wordt begraven.

De stem van een orakel spreekt wartaal. Toch is wartaal vaak de sleutel tot erkennen. Het leven schijnt wartaal te zijn, maar het is de sleutel tot de erkenning die wijsheid kan worden.

Zoeken uit de veelheid toch het ene te zijn en te vinden, is de werkelijke macht, de werkelijke kracht die niet sterft. Is de band met de ene ware God die staat buiten alle dingen en die heerst, zelfs over de tijd.

Woorden zijn soms de dood van de gedachten. Maar is het zaad vaak niet het overblijfsel van de plant die schijnt te sterven ? En toch, wanneer je het zaad uitwerpt, ontstaat er een rijkere oogst.

Woorden hebben alleen zin wanneer ze gedachten scheppen. Maar gedachten in zich zijn zinloos, tenzij zij weer worden omgezet in kenbare zaken als woorden of daden.

Zo is de cyclus binnen de tijd van het bewustzijn. Maar wie de cyclus van het bewustzijn volgt en haar beseft voor wat zij is, weet dat in woorden en gedachten alleen een kracht kan bestaan. Het woord leeft niet zonder de levende kracht. De gedachte kan zonder haar niet bestaan. Het is de levende kracht die zich openbaart in woorden en gedachten.

Daarom zeg ik tot jullie : ik heb lang geleden op jullie wereld geleefd. Ik ben wegen gegaan door grotten van wantrouwen, door groeven van angst en door de schaarse schemering waarin de moerassen langzaam veranderden in tuinen. Wijs heb ik geschenen in mijn tijd. Ik heb beseft dat wijsheid en dwaasheid alleen maar interpretatie zijn. Nu ben ik niet wijs en niet dwaas. Maar ik besef mijzelf te zijn.

Wanneer je wilt ontsnappen aan je angstdromen, wanneer je een verlossing wilt vinden in de uiting van goden, jouw god of de zoon van jouw god, wees dan niet bang om deze wegen te gaan. Slechts hij, die in de duisternis zichzelf niet verliest, slechts hij die in het licht zichzelf niet verheft, maar voortgaat uit de kracht en in de kracht zoekt de verbondenheid, die de enige waarde betekent van alle bestaan, vindt de eenheid en vrijheid die ons aller erfdeel zijn. Diegene vindt in zich de bron van alle weten en kracht waardoor de eeuwigheid zelf spreken kan in de tijd.

Zo is mijn weg geweest. Zo zal de weg van velen zijn. Ga jullie weg in vrede. Vrees niet de mensen, de goden, de demonen. Vrees slechts jullie eigen onvermogen om bewust voort te gaan, want dat is het enige waardoor jullie falen kunnen.

Aanvaard het licht en de kracht; deze zaken die in jullie leven sterker, grootser dan het denken van een gehele mensheid kan omschrijven als de enige waarde van jullie God die in jullie leeft. Die mee in en door jullie werkt en die mee vanuit jullie de eeuwigheid kenbaar maakt in de schijnjacht van de vervloeiende tijd

Het is moeilijk woorden te vinden wanneer je pleegt te spreken in gedachten. Zo heb ik getracht gedachten te zenden op een melodie van woorden. Of je ze begrijpt of niet, is niet van belang. Want dat wat leeft in ons, zal geen gedachten laten sterven, zal geen woord laten verwaaien dat waard is een gedachte te worden. Moge de gunst van de goden, de kracht van het licht, de waarheid van de kosmos in jullie bevestigen het enige universele dat onze enige werkelijkheid is.