Kracht

17 maart 1981

Zoals altijd bij het begin van elke bijeenkomst moet ik u erop wijzen dat wij, sprekers van deze groep niet alwetend of onfeilbaar zijn. We hopen dat u zelf zult nadenken over al datgene dat wordt gezegd.

Ik zou graag nog eens met u willen spreken over kracht. Krachten zijn dingen waar we in wezen niet veel over weten, of dit nu geestelijke of materiële krachten zijn. We weten wel in welke vorm ze verschijnen, eventueel hoe we ze om kunnen zetten, maar de bron daarvan is en blijft ons toch wel onbekend.

Wanneer je terugzoekt, komt er een punt waarbij je zegt: Hoe hier kracht kan uitkomen, weet ik niet. Het is duidelijk dat wij geestelijk met dezelfde problemen worden geconfronteerd als u in de stof. Het is erg moeilijk om te zeggen bijvoorbeeld wat God is, wat God doet. We kunnen wel veronderstellen, maar we kunnen niet weten en dat betekent dat we bij het beschouwen van krachten niet uit kunnen gaan van de werkelijke oorzaak, van de werkelijke bron.

Dan blijkt verder nog dat, zover het geestelijke krachten betreft, een groot deel daarvan zich toch aan de directe rede van de mens onttrekt. Er zijn kwaliteiten, we kunnen er verklaringen voor vinden, maar we kunnen de juistheid van die verklaringen nooit bewijzen.

Wie leeft in een dergelijk wereldje waarin alles in twijfel wordt getrokken, zal zelf in moeilijkheden komen. We hebben een wereld opgebouwd en of die wereld nu echt is of niet, dat weten we eigenlijk zelf niet helemaal. Dingen zijn voor ons echt die voor een ander niet zouden bestaan. We kennen grenzen die in de natuur bijvoorbeeld niet voorkomen, maar goed ook, anders zou elke mug een paspoort bij zich moeten hebben.

We kennen allerhande onmogelijkheden die eigenlijk niet zo onmogelijk zijn, maar die voor ons onmogelijk lijken en die we daarom verwerpen. We willen ze eventueel terugvinden in bijvoorbeeld de insectenwereld, of we zouden ze terugvinden ergens tussen de sterren, maar bij ons als mens zo zegt men, bestaan die dingen niet.

Basis van alle kracht, zover het ons ik betreft, is geloof ik wel gelegen in de verschillende werelden waartoe wij behoren en dat is dan de allereerste stelling al die onbewijsbaar is. Een mens, zou je kunnen zeggen, leeft op verschillende niveaus gelijktijdig. Eén daarvan, op het ogenblik het laagst bereikbare, is het stoffelijke. Daarboven vinden wij niveaus van levenskracht in een levenslichaam. We vinden daarnaast bijna een astraal voertuig. We vinden daarboven een groot aantal geestelijke voertuigen.

Wanneer u deze stelling voorlopig wilt aannemen dan kunnen we het volgende beeld opbouwen. Wanneer elke wereld een hoger trillingsgetal heeft, dan betekent dit dat die energie als het ware meer voltage heeft bij minder spanning.

Ik hoop dat, dat voor de meesten begrijpelijk klinkt. Wanneer u op aarde, laten we eens zeggen, een wisselstroom hebt van 10 volt en die gaat naar het levenslichaam, dan kom je al tot 30. Ga je nog verder omhoog naar de geestelijke voertuigen, dan loopt het zeer snel op. En wanneer je het hoogste geestelijk ontwikkeld lichaam van een mens bekijkt, dan zou dat ongeveer een voltage moeten hebben van ongeveer 20 000. Dit betekent dat krachten die erg klein zijn op het niveau 20 000, erg groot worden op het niveau 10. Het is een omzetting als het ware van spanning in stroom. Het is een elektrisch voorbeeld hoofdzakelijk en diegenen die er weet van hebben die kunnen aan de hand van de wet van Volt en de wet van Ohm deze zaken verder ontleden. Voor diegenen die, die kennis niet hebben, een tweede voorbeeld.

Wanneer een kogeltje met een gewicht van 1 g valt van 1 cm, dan is het praktisch niets. Wanneer het valt van een hoogte van 100 m dan maakt het een flinke deuk in hetzelfde materiaal dat het daarnet niet kon beroeren. Maar valt het van een hoogte van 10 km dan is de kans erg groot dat het inderdaad het hele materiaal doorslaat, dus er een gaatje in maakt, er doorheen gaat.

Dat houdt in dat onze hogere geestelijke voertuigen, met betrekkelijk weinig energie vanuit hun eigen standpunt, betrekkelijk grote kracht kunnen hebben op stoffelijk niveau. Maar de moeilijkheid daarbij is, er is geen vorm voor. Die kracht is er wel, maar ze moet omgezet worden in iets dat gebruikt kan worden. Een geest kan door de deur gaan, maar hij kan de deurknop niet omdraaien om de deur open te maken, laten we het zo stellen. Pas wanneer die geest iemand kan beïnvloeden die, die knop omdraait, of beschikt over materiaal dat hij samen kan voegen dat hij greep krijgt op die deurknop, kan hij de deur openmaken.

Dat is nu het probleem waarmee we zitten met die kracht. We hebben voortdurend een omvorming nodig om terecht te komen op een niveau waarbij je ze inderdaad kunt gebruiken. Bij heel veel mensen is het eigenlijk een kwestie van: Ja, ik kan het niet aanvaarden. Ze zetten gewoon ergens een onderbreking in hun aanvaarding van de innerlijke kracht en dat betekent dat al wat daarboven ligt dan niet meer toegankelijk is. Ze zouden die onderbreking kunnen opheffen, maar dan zitten ze weer met de moeilijkheid dat hun rede en hun redelijkheid daar niet aan kan beantwoorden. Heel veel mensen willen met geestelijke kracht wel iets doen, dat kan net zo goed zijn een medemens genezen als de toekomst voorspellen of iets anders doen. Misschien willen ze een medemens beïnvloeden, of overheersen ermee. Theoretisch bestaat die mogelijkheid natuurlijk, maar je hebt er weer het grondmateriaal voor nodig, je moet de kracht zo omvormen dat zij op die manier bruikbaar is.

We hebben duidelijk de basis gelegd dacht ik voor een beschouwing over een krachtbron. We hebben nu geconstateerd dat het voorstelbaar is dat er geestelijke krachten bestaan met een zeer hoge mogelijkheid van werking, maar dat ze alleen op aarde kunnen inwerken wanneer er iets is waardoor ze in kunnen werken. Dat is van belang. Want wat is de mens in feite? Normalerwijze een wezen dat met een beperkt deel van zijn eigen geestelijke kracht, plus ongeveer 90% van zijn eigen levenskracht, functioneert op een stoffelijk redelijk niveau, waarbij hij bovendien nog instinctief gedreven en beperkt wordt in het gebruik van zijn rede.

Maar stel nu eens dat die mens de rede en alles wat daar bijkomt voor een ogenblik terzijde schuift. Dat kun je natuurlijk moeilijk, want je vraagt je af: Wanneer ik die rede prijsgeef, geef ik dan niet te veel prijs? Er zou een antwoord op te bedenken zijn. Hoeveel mensen geloven niet allerhande dingen? Herinnert u zich de tijd nog dat een palmtakje van de palmpaas gedoopt in wijwater, waarna gesprenkeld werd en gebeden, een bescherming heette te zijn tegen blikseminslag? Dat is toch ook iets dat men lange tijd aanvaard heeft en het is toch in wezen zinloos. Er zijn mensen geweest die eens hebben gedacht dat je door gewoon hitte aan hitte toe te voegen, of bijvoorbeeld waar te veel bloed is, bloed weg te nemen, dat je zonder meer het menselijk lichaam tot evenwicht kon brengen.

Geloof me, de vroegere doktoren hebben meer patiënten verloren aan aderlating dan aan ziekte. Dus er zijn voldoende beelden waarvan je zegt: Ja, die rede, die redelijkheid en al die geleerdheid die haalt toch ook niet alles uit.

Dus u gelooft in God, u gelooft in Jezus, u gelooft in menselijkheid en medemenselijkheid, democratie en wanneer u dat doet, doet u het niet altijd op redelijke basis. Waarom zouden we dan in het geval van de kracht wel een redelijke basis verlangen? Laten we even eens kijken of er mogelijkheden zijn om die kracht een beetje dichterbij te brengen, een beetje meer aanvaardbaar te maken.

En dan is het eerste punt al dat ik heb: Wanneer ik, menselijk gezien, met die kracht wil werken, dan verkeer ik redelijk gezien in een toestand van hysterie, of, als u het anders wilt zeggen, in een toestand van fantastische overladenheid. Het werkelijkheidsbegrip valt weg.

Er is een tweede werkelijkheid. Deze tweede werkelijkheid kan kennelijk, zij het tijdelijk, in de plaats treden van de normale werkelijkheidsnormen die de mens kent en daardoor zijn werkingen mogelijk, die redelijk gezien, volgens de normale normen, niet zouden mogen ontstaan. Dan vraag je je af: Hoe werkt zo’n suggestief proces en welke zijn de krachten die er in spelen natuurlijk? De krachten die er in spelen zijn de krachten van het eigen wezen. De kern ervan, de basis ervan, ik heb het u al gezegd, is eenvoudig niet terug te vinden. Er is een onbekend iets, noem het God. Daaruit krijgen wij kracht die in de hoogste geestelijke voertuigen en in de ziel aanwezig is. Waarom? Weten we niet. Op het ogenblik dat die kracht door ons gebruikt wordt op een harmonische en evenwichtige wijze, wordt ze aangevuld. Wanneer ik dus mezelf beperk, kan ik geen kracht of niet voldoende kracht ontlenen aan het onbekende. Maar op het ogenblik dat ik dat beheerst doe, kan ik het wel.

De kracht gaat dus steeds van het hoogste voertuig naar het daarop volgende voertuig. Het is dus niet zo dat je ineens overschakelt van bijvoorbeeld een hooggeestelijk voertuig op de stof. Theoretisch is het misschien denkbaar, maar de praktijk wijst uit dat we eerst alle tussenliggende fasen en stations moeten bereiken en in elke fase zien we dat maar een deel van de kracht in het hoogste voertuig kan worden aanvaard, dat is punt één.

Punt twee is dat deze kracht wordt omgevormd, veranderd wordt in een vermogen dat weer bij het voertuig hoort dat ontvangt. De normale reeks van dergelijke fasen zal bij de gemiddelde mens liggen tussen de 5 en de 7. Er zijn er meer, maar die komen niet zo vaak voor. Toch kun je wel stellen dat de werking van die kracht als bijvoorbeeld levenskracht, steeds bij elke overdracht het kwadraat aan vermogen oplevert, het kwadraat aan werkzame kracht en gelijktijdig vermindering van de gespannenheid, de vibratie van de kracht.

Dan kunnen we verder zeggen: Wanneer die kracht op die manier naar beneden gaat, en dat is toch een beetje onbekend, waarom kunnen we er dan wel mee werken en waarom zouden we het niet doen? Waarom zouden we er wel mee werken? Omdat kracht in alle gevallen iets is dat we nodig hebben. Die kracht is niet afhankelijk van de manier waarop je leeft, eet, denkt. Ze is alleen afhankelijk van de wijze waarop je innerlijk evenwichtig bent. Daar waar geen evenwicht, men zegt ook wel innerlijke harmonie, bestaat is het bijna niet mogelijk die krachten juist te ontvangen en gericht te gebruiken, dat leert de ervaring.

Dus, daar zitten we met het onbekende. Waarom zouden we het gebruiken? Omdat we daarmee veel dingen kunnen doen. Omdat we daarmee vooral voor anderen heel veel kunnen betekenen. Omdat we daardoor mogelijk in de wereld waarin we leven een grotere mate van harmonie kunnen doen ontstaan. Er is meer eensgezindheid, minder isolement tussen de verschillende persoonlijkheden. En waarom zouden we het niet doen? Wel als je mens bent, ben je erg trots op je rede, op je denkvermogen. Wanneer je denkvermogen wordt aangetast, wanneer je eigen theorieën of zelfs je lievelingsovertuigingen worden aangetast door hetgeen die kracht doet, heb je het gevoel dat je daardoor minder waard wordt. Wanneer je dus het beeld dat je van jezelf hebt wilt behouden en het beeld van de wereld dat je lief is ook in stand wilt houden, dan is het verstandiger om van die kracht af te blijven.

 Je kunt natuurlijk zeggen: Ja, dat is alleen de groten voorbehouden. Dat hoor je heel vaak. Wij zijn te klein, te nietig, wij zijn onmachtig en noemt u maar op. Er zijn zoveel van die termen dat ik daarmee alleen al een avond kan vullen. Ze zijn excuses, meer niet, want elke mens vangt, voor zover wij weten, uit dezelfde bron kracht voor zijn laagst ontwikkelde voertuigen. In elke mens bestaat de krachtstroom naar beneden toe. In elke mens bestaat de mogelijkheid om allerhande belemmeringen, die tussen de verschillende werelden of voertuigen bestaan, teniet te doen. Het blijkt echter dat dat geen wilsakte, geen bewuste wilsakte althans is. Wat doe je dan? In de eerste plaats ga je u niet bezighouden met hogere geestelijke waarden, want op het ogenblik dat je dat doet, bouw je toch eigenlijk weer je eigen redelijke vermogens op. Je gaat proberen om alles aan te passen aan je eigen wereld. Dat moet je niet doen. Je moet jezelf aanpassen aan de totale wereld waarin je bestaat als persoonlijkheid als ik en dat kun je nooit doen met zuiver stoffelijke middelen. De redelijkheid valt dus op een gegeven ogenblik weg.

In de tweede plaats: Hoe kun je, als je met jezelf in strijd bent, veel presteren? Een mens die tegen zichzelf gekeerd is die heeft de eenheid niet meer waardoor hij de kracht voldoende transformeert. Hij zal dus een mate van innerlijke rust, van harmonie moeten bereiken. En dit is in een wereld als de uwe soms moeilijk. U hoeft alleen maar te denken aan alle staatslieden, natuurrampen en andere ongelukken die op aarde voorkomen en u bent al onmiddellijk in een toestand van innerlijke opwinding en verdeeldheid. U trekt ten strijde tegen de wereld, tegen het onrecht in de wereld, maar u sluit u wel af voor al datgene wat daarboven is want de uiterlijke verdeeldheid en de uiterlijke strijd betekenen nog niet dat er in de totaliteit geen eenheid is. Daarom is het beter om je met je denken totaal los te maken van de wereld. Daarvoor kun je allerlei suggestieve processen gebruiken, je kunt zelfsuggestie gebruiken, je kunt fantaseren desnoods want het gaat niet om de werkelijkheidswaarde waaruit de rust gewonnen wordt, het gaat om de rust die ontstaat.

Redelijk gezien is dit onzin, praktisch gezien is het de enige manier haast voor iemand die geen langdurige scholing heeft doorgemaakt.

Dan komen we aan een punt dat nog merkwaardiger wordt wanneer je de zaak redelijk ontleedt. Wanneer ik fantaseer, dan bouw ik voor mezelf een schijnwerkelijkheid op. Wanneer de hele werkelijkheid, zoals de mens die ziet, echt zou zijn, zou het betekenen dat je er geen contact meer mee hebt. Maar een groot gedeelte van de menselijke wereld is eveneens een schijnwereld. Het zijn ook allerhande voorstellingen die niet werkelijk bestaan, dat zijn allerlei stellingen die ook geen hout hakken, zoals dat heet. In de fantasiewereld kan een analogie, dus een vergelijkend beeld worden opgebouwd van je eigen wezenlijke stoffelijke wereld en dat beeld dat je opbouwt kan de drager worden van de kracht. Deze kracht wordt dan zo gericht, dat ze rond u de neiging heeft alles wat bestaat in werkelijkheid zodanig aan te passen aan het beeld dat u geschapen heeft, dat hierdoor het verschil tussen de wereld en uw droombeeld kleiner wordt.

Waar dit mogelijk is moet natuurlijk de kracht ook voldoende zijn. Ik geloof niet dat één van u de behoefte gevoelt om een stalen bint met een gewicht van vele honderden kilo’s met één vinger op te tillen. Men begrijpt dat dat niet kan. Geestelijk gaat dat precies hetzelfde. Je kunt de wereld niet veranderen omdat je de krachten alleen kunt gebruiken binnen de voor jezelf aanvaarde mogelijkheden die ook stoffelijk zouden kunnen bestaan. Dit betekent: Ik kan alleen datgene doen wat past binnen een werkelijkheidsvoorstelling die anderen bezitten.

Ik kan een zieke genezen, inderdaad. Maar als hij een dokter is die er niet in gelooft, die overtuigd is van zijn eigen diagnose, wordt het moeilijker, niet omdat hij dokter is, maar omdat hij een zo complex werkelijkheidsbeeld heeft dat het ingrijpen daarin erg moeilijk wordt en dit betekent dat zijn lichaam en zijn voertuigen, want die spelen ook een rol, dus die krachten niet op kunnen nemen en verwerken op de manier waarop de fantast, de dromer of de genezer, of zoals je het noemen wilt, zich dit beeld voor ogen stelt.

Is er iemand die helemaal niet denkt en die niet gelooft, maar die redelijk aanvaardt wat hij ziet, wat hij beleeft, dan is hij wel te helpen. Heeft iemand een voorstelling dat het alleen op een bepaalde wijze kan gebeuren, dan wordt het alweer moeilijker. Je ziet, het is een kwestie van zuiver vervangen van een werkelijkheid die iedereen kent, door een fantasiewerkelijkheid van degene die kracht geeft en een aanvaarding, althans instinctief, het hoeft niet redelijk te zijn, van die fantasiewereld of van een deel daarvan door die ander die de ontvanger moet zijn van de kracht.

Wat zou je kunnen gebruiken om die kracht in jezelf gemakkelijker op te wekken? Het antwoord is: Elke suggestieve voorstelling waarbij het begrip van de totale kracht in zijn vele vormen samenvalt met het beeld dat je van jezelf maakt. Heb je niet voldoende zelfvertrouwen, dan moet er ook nog een voorstelling bijkomen van die krachtbron. We hebben de laatste tijd wat lessen gegeven waarbij we het volgende voorbeeld hebben gebruikt.

Iemand die deze oefening wil doen begint met zich te ontspannen, de ogen te sluiten en te zorgen dat hij niet door zijn houding zijn lichaamsstromen een beetje kortsluit. Dus, bij voorkeur geen gekruiste benen, geen armen over de borst gevouwen en zo. De rest komt er niet zo op aan. Wanneer je de ogen sluit, probeer je een voorstelling te maken dat men ergens staat, het geeft niet waar, het geeft niet hoe. Men stelt zich verder voor dat men een gevoel heeft op het voorhoofd, één, twee centimeter boven de neuswortel en dat men voelt dat het werkt. Stel je voor dat je in een spiegel kijkt en dat er een soort karbonkeltje zit dat licht geeft. Probeer je voor te stellen dat dit licht sterker en sterker en sterker wordt. Gewoon een autosuggestief proces dus. Wanneer je eenmaal zover bent dat je die lichtstraal kunt visualiseren, in gedachten dus werkelijk zien, dan moet je je voorstellen dat het niet bij één straal blijft, er komen stralen van verschillende kleuren bij. Wat u overhoudt is uiteindelijk een rechte lichtbundel die een beetje lijkt op een rechtgebogen regenboog, alle kleuren zijn er wel in vertegenwoordigd. Het volgende beeld dat wordt voorgesteld is: Stel u een lichtschijf, een zon voor die langzaam van rechts naar links door uw blikveld drijft. Probeer verder gelijktijdig het denkbeeld van de van u uitgaande lichtbundel in stand te houden. Wanneer de schijf en de lichtbundel elkaar ontmoeten, komen ze tot stilstand. U voelt de kracht van die lichtende schijf nu als een warmteprikkeling in uzelf trekken. Alweer, het is nog een suggestief proces. Het is een soort fantasie die ergens wel met een geestelijke werkelijkheid te maken heeft, maar zeker niet stoffelijk redelijk is. Het is dus gewoon wanneer je het doet een experiment. Maar voel je inderdaad die warmte, dan heb je iets bereikt. Je hebt al uw redelijkheid en daardoor alle tegenstellingen in jezelf en de wereld tijdelijk uitgeschakeld. Je hebt uzelf ervan overtuigd dat je kracht ontvangt. Dit betekent dat je die kracht aanvaardt: Je hebt ten derde, het gevoel dat je eigen vermogens onmetelijk versterkt worden want die kracht blijft maar naar je toestromen.

Wanneer je voelt dat die warmte komt, probeer ze in je op te nemen. Probeer je ermee te vullen totdat je het gevoel hebt: nu kan ik niet meer en denk dan niet dat je dan plotseling energieker bent geworden, dat heeft er niets mee te maken. Wanneer u dit gevoel van verzadiging hebt, stel u de persoon of het feit voor waarop u die kracht wilt richten. Probeer ook hiervan, een zo nauwkeurig mogelijk gedachtebeeld op te laden. U bouwt dus werkelijk zo dat het herkenbaar is, het hoeft niet identiek te zijn met de werkelijkheid, maar het moet voor u herkenbaar zijn.

Op het ogenblik dat u die voorstelling hebt opgebouwd, denkt u aan de kracht en stelt u voor dat deze als een soort bliksem uitgaat naar de voorstelling, dan hebt u daarmede het geheel van uw krachten tijdelijk gelijkgericht, u hebt uw eigen vermogen en mogelijkheid vergroot.

U hebt daarbij bovendien zeer nauwkeurig gericht en wel op een voorstelling die zodanig is geconstrueerd dat u ze zelf kunt overzien en dat wat we kunnen overzien kunnen we geestelijk beroeren. We zijn zelf op deze wijze tot transformator en instrument geworden, projector zou u misschien kunnen zeggen, waardoor het mogelijk is een beïnvloeding te doen plaatsvinden, Quod erat demonstrandum, wat gedemonstreerd zou moeten worden aangetoond, zeker.

Wanneer je werkt met deze oefeningen zul je zien dat het in het begin een beetje moeilijk is, vooral het vasthouden van voorstellingen, waarvan je toch het gevoel hebt dat ze kunstmatig zijn. Zeker, het vasthouden van het beeld van twee van dergelijke voorstellingen, zoals in dit proces noodzakelijk, vergt wel enige oefening. Maar wanneer je eenmaal zover bent dat je dit kunt, bereik je er ook iets mee. Stel je geen grote resultaten voor. Denk niet dat u de wereld even verandert of dat u die regenbui wegjaagt, omdat u toevallig van plan was uw middagmaal in open lucht te nuttigen. Dat zijn dingen die hebben er niets mee te maken, dat is allemaal te ver gegrepen. Misschien ook te grillig voor uzelf en voor anderen om te aanvaarden. Maar u kunt een zieke ook beter maken, u kunt een stemming veranderen. Let wel, niet een feitelijke verhouding, maar wel de stemmingen die er ten grondslag aan kunnen liggen. U kunt bepaalde denkbeelden met een grote sterkte uitstralen.

Alles wat u op dit terrein kunt doen, is voornamelijk een psychische beïnvloeding, ook wanneer de resultaten daarvan soms fysiek merkbaar zijn. Onder laboratoriumcondities zou je met deze procedure bovendien bijvoorbeeld niet aangesloten spoelen tijdelijk als magnetisch kunnen laten fungeren, zodat meters uitslaan of bepaalde voorwerpen worden aangetrokken en weer losgelaten.

Je kunt er dus dingen mee doen. Is het duidelijk dat het weinig zin heeft om alleen maar voorwerpen aan te trekken en los te laten? En wat betreft metertjes laten draaien, de wereld is zo al dolgedraaid. Maar wat je wel kunt doen, is leren jezelf in te stellen op een harmonie, steeds weer, met alle persoonlijkheden die je voorstelt. Geen stoffelijke relaties, geen zakelijke relaties, gespreksrelaties, dat heeft er niets mee te maken. Gewoon harmonie, eenheid, overeenstemming. Probeer het zover te brengen dat u als het ware het gevoel hebt dat een deel van uzelf een ander kan aflezen. Ik weet, dat gaat voorbij, maar hierdoor bereikt u een beter begrip voor de ander en gelijktijdig zal de ander ten opzichte van u, al begrijpt u misschien niet waarom, niet meer het gevoel hebben dat hij begrensd wordt, dat hij sterk wordt gescheiden door het een of ander. Dat is erg belangrijk. Het isolement tussen de mensen is namelijk één van de grootste hinderpalen voor de menselijke ontwikkeling.

Staat u me enige afwijking toe op dit punt? Ik zal maar aannemen dat u zwijgend toestemt. Naarmate de bevolkingsdichtheid van een gebied toeneemt en gelijktijdig de zogenaamde welvaart en de technische mogelijkheden van de mens groter worden, heeft hij gelijktijdig het gevoel dat hij zich af kan scheiden en af mag scheiden van zijn medemensen. Ik wil niet zeggen dat het onverschilligheid is, maar men heeft zich te sterk gericht op zijn eigen belangen en zijn eigen vaardigheden zonder meer. Men heeft het gevoel het zonder de anderen te kunnen doen. Hierdoor ontstaan steeds grotere verdeeldheden. Je zou kunnen zeggen dat uiteindelijk ieder mens deel uitmaakt van een groep waarbij de leden elkaar niet verstaan, maar die gezamenlijk strijden voor een doel of een recht of een voorstelling die echter in de werkelijkheid van alle anderen niet eens zou kunnen bestaan. Het is een absolute vervreemding van de algemeen menselijke werkelijkheid, maar daardoor ook het teloorgaan van de algemene medemenselijkheid. Medemenselijkheid is zeker niet: stoffelijk voor een ander zorgen of vechten tot een ander iets krijgt. Het is in de eerste plaats begrijpen wie de ander is en beantwoorden aan die ander, hoe moeilijk dit moge zijn.

Dit verder terzijde, wat taalkundig heel lelijk, grammaticaal onmogelijk en toch zakelijk juist is. We gaan weer terug naar de kracht. Wanneer je door die kracht de afstand tussen de mensen kunt verminderen, dan wordt de mogelijkheid van werkelijk begrip en werkelijke samenwerking tussen de mensen groter, dat zult u met me eens zijn. Of het experiment dan op zichzelf een droom, een fantasie, een zelfbegoocheling of wat anders moge zijn, wanneer het dit mogelijk maakt, dan heeft het zin. Want we zijn niet alleen, niet in de wereld, niet in een sfeer, niet in de geest. We kunnen ons afsluiten, zeker, wij kunnen misschien onze auto in het middelpunt zetten van onze wereld en alles daarvan afhankelijk maken. We kunnen onze bankrekening verklaren tot het altaar en de tempel Gods en de God dienen die op dat altaar zijn offers vergt. Maar daarom veranderen wij niets aan het feit dat de mensen als een eenheid moeten functioneren, zoals in de “Verklaring van de rechten van de mens” staat dat elke mens gelijkwaardig is aan elke andere mens en dit betekent dat de nadruk nooit mag liggen op de verschillen, alleen op de overeenkomsten. Realiseer je, dat je met dergelijke op zichzelf krankzinnig lijkende proefneminkjes en experimenten heel veel kunt doen.

Maar het betekent wel dat je afstand moet doen van het eigen wereldje, waarin jij als een klein godje uitmaakt wat er zou moeten gebeuren. Dat je in staat bent een mate van gezag aan anderen te delegeren, dat je in staat bent daar waar je niet de vaardige en de kundige bent, je ook inderdaad te onderwerpen. Dat je in staat bent tot een reële samenwerking. Dat is heel iets anders dan wat veelal onder samenwerking wordt verstaan. Samenwerking betekent een ander te helpen totdat hij het alleen tot verder nut kan opknappen: dat is geen samenwerking, dat is exploitatie. Daar hebben we geen behoefte aan.

Wat doe ik dan met vrijheid, met licht, met kortom deze kracht waarover ik het heb, in de vormen waarin we ze graag zouden zien? We moeten proberen ze gewoon terug te brengen tot iets dat beleefbaar is, proberen die kracht in onszelf te wekken en te laten werken. Nu weet ik wel dat we de laatste tijd nogal gehamerd hebben op juist dit onderwerp, maar kijk rondom u. Het land staat er economisch slecht voor, nietwaar? Is dat werkelijk nodig? Wanneer alle mensen bereid zijn met elkaar samen te doen en samen te werken, nee, dan staat België er goed voor. Maar zolang ieder zijn eigen belangen ten koste van alles verdedigt, zijn eigen beetje meer, verdedigt ten koste van de ondergang van anderen, staat het er slecht voor. Begrijpt u wat ik bedoel? En het is niet alleen in een staat zo, hoor. Het is vaak in de gezinnen ook. Het is in de relaties tussen vrienden en bekenden zo. Daar moeten we proberen een beeld te vinden, een beeld van die kracht, een fantasiebeeld desnoods, maar we moeten iets produceren waardoor deze grenzen tussen de mensen geslecht kunnen worden.

Deze illusie, dat je als mens alleen kunt zijn en leven en werken, alleen aan jezelf behoeft te denken, moet je je niet laten opleggen. Nu weet ik wel, dit klinkt net als een politieke toespraak, er is maar één verschil, ik meen het eerlijk. Wanneer we dat gaan doen hebben we niet veel nodig. U zit hier bij elkaar. Ik merk dat u een beetje geladen bent op dit ogenblik, althans een groot deel van u. Waarom? Omdat ik de waarheid heb gezegd. Omdat ik gekke dingen heb gezegd die toch eigenlijk inhaken op iets dat u aanvoelt dat in die werkelijkheid bestaat. Laten we dan meteen inhaken bij die kracht zelf. Want als hier een spanning is, dan is er sprake van iets van die kracht.

Denk niet dat ik u zit te kapittelen, dat ik een boetesermoen zit uit te spreken. U bent mogelijk beter en zeker niet slechter dan de meeste andere mensen, maar wanneer je iets wilt zijn en iets betekenen dat meer is dan alleen maar een voorbijgaande hinderpaal voor de rijping van de mensheid tot een volgend stadium, dan moet je die kracht gebruiken, dan moet je iets met die kracht doen, dan kun je die kracht oproepen met 1001 woorden. Je kunt haar alleen voelen, je kunt haar dromen, je kunt ze je voorstellen.

Als het je verandert en je sterker maakt gaat het niet om de methode, dan gaat het om de innerlijke verandering, de innerlijke kracht die daardoor tot stand komt. Dan zeg ik u het volgende: Er is hier meer licht en meer kracht in ons allen en rondom ons allen dan we zouden weten te gebruiken. Er is wel degelijk een mogelijkheid om de grenzen te slechten wanneer u alleen maar zou weten hoezeer een groot deel van u op dit moment in deze woorden versmolten is. Dan zou u dat al inzien. Waarom zouden we bidden anders dan door innerlijk uit te grijpen naar het hoogste wat we kennen? Waarom zouden we spreuken spreken en zo verklanken wat in onszelf perfect al bestaat en beleefd wordt? Waarom zouden we met grote woorden spreken? Laten we onze dromen, dromen van het licht. Het licht dat om ons heen is, het licht dat tot ons doordringt. Laten we dan maar in zelfsuggestie en suggestie overspoeld worden door het licht. Maar laten we die kracht aanvaarden, laten we ze absorberen en zeg tegen jezelf: Ik wil niets van een ander, maar ik wil zijn voor de anderen. Dat is toch zo moeilijk niet. Zeker, er zijn consequenties, maar daar praten we niet over. Het licht is er, de kracht is er en ik wil niets van een ander, van niets en niemand. Ik wil leven met en voor de ander, ik wil leven met en voor de God die mij heeft voortgebracht, voor en met alle schepselen en met alle licht en met de werelden waartoe ik behoor. Ik wil leven als deel van de mensheid, één met de mensheid waarvan ik nu deel uitmaak. Ik wil de rust en de harmonie die ons erfdeel zijn, die de basis zijn van ons wezen. Uitstralen, waarmaken, betekenen, hoe en waar ik ook moge bestaan, wat ook mijn leven moge zijn. Dat is de werkelijkheid, de kracht, niet alleen hier, maar altijd.

Wanneer de zegels verbroken worden, de laatste geheimen geopenbaard worden, wie en wat denkt u dan dat de mensheid anders is, anders kan zijn dan juist die eenheid van licht en harmonie? U kunt kiezen. Isolement, redelijkheid, stoffelijke bereiking, gewichtigheid, rijkdom misschien of eenheid. U kunt ze niet allebei tegelijk hebben. Maak eerst die keuze innerlijk. Beleef eerst in jezelf de kracht, de mogelijkheid die er bestaat en ga dan van daaruit eens een keer verder. Zie jezelf niet als heerser, zie jezelf niet als slaaf. Aanvaard het gezag van hen waarvan je erkent dat ze kundig zijn. En ontken je eigen gezag niet op de punten waarop je weet zelf kundig te zijn. Maak jezelf waar als deel van het geheel. Er is een kracht, men noemt ze de Goddelijke Kracht, in bepaalde vormen de Heilige Geest, men geeft dat tienduizend namen, maar het is één en dezelfde Kracht waaruit wij putten, altijd door. Ze zijn uit hetzelfde Licht, waarin wij leven, waardoor wij leven en waarin wij zouden moeten leven. Er is één Kracht en haar uiting is de harmonie en laten we de harmonie erkennen, beleven en aanvaarden en zo de kracht vinden om de harmonie waar te maken. Dat is alles dat ik te zeggen heb.

  • U hebt het over kracht. U geeft een methode aan om die kracht bij jezelf te ontwikkelen, maar is dat niet hetzelfde als wat je hebt bij suggestie of zelfhypnose?

Dat heb ik inderdaad in mijn rede aangeduid en ik heb daar meerdere malen nadrukkelijk op gewezen. Ik heb u duidelijk gezegd: We gebruiken hier een suggestief proces en werkelijkheidsvervreemding of fantasie en droom. Maar, wanneer suggestie zoveel dingen kan doen, waarom zou je haar verwerpen? Wanneer de dokter een placebo geeft en de patiënt wordt beter, zegt men dan dat hij met suggestie genezen is? Toch is er geen werkzaam bestanddeel dan de suggestie in het geneesmiddel.

Wanneer we kijken naar wat suggestie kan doen voor mensen, ook direct en lichamelijk, dan is het ontstellend dat men hieraan zo weinig aandacht geeft in positieve zin, dat men die suggestie wel wil gebruiken om u te ver uitgemalen meel te laten eten en vervolgens weer te betalen voor de zemelen, maar dat men u niet wil helpen daardoor gezonder te worden.

Ik hoor steeds weer de mensen- en dat is toch ook een suggestie, zeggen dat we allen zondig zijn. Waarom niet de suggestie dat we allen dragers zijn van de goddelijke genade en het goddelijk licht? Dat is even waar en meer waard. Zeker, het is zelfhypnose, het is zelfsuggestie, maar de krachten die daardoor worden losgemaakt zijn geen suggestie, ze zijn werkelijkheid, ze zijn op de duur ook constateerbaar, dat heb ik betoogd. Is het dan niet reëler om deze methode te gebruiken en innerlijke harmonie en rust te vinden, de grenzen tussen mens en mens een beetje te verbreken, te verzwakken, harmonie mogelijk te maken met steeds meer mensen, dan om met een verwerpen van deze procedure aan de kant te blijven staan in het pantser van de zelfrechtvaardiging met verwerping van alle dromen en gelijktijdig het prediken van het onmogelijke? Je moet een beslissing nemen. Wanneer de priester in de biechtstoel zegt: Absolvo te, dan kunnen we zeggen: het is een Sacrament, maar het kan dit alleen zijn wanneer de gelovige het als zodanig beleeft. M.a.w. het is een suggestie waardoor de patiënt in een toestand komt dat hij zich vrij voelt van de last van zijn zonden. Dat zijn de geheimen van de biecht. En zo kan ik verder gaan. Wanneer u een ouwel neemt en u spreekt er een paar woorden over, dan kun je wel zeggen: Dit is nu het Lichaam van Jezus Christus. Maar als de gelovige het niet gelooft, wat dan? Dan blijft het een ouwel. Maar wanneer je Christus ziet, of het in een ouwel is of in een stuk brood of in een appel of in een peer, een stuk ananas of wat je ook maar vindt, een tomaat, en je hebt het gevoel: Dit is nu een deel van God dat tot mij komt, zul je daardoor die toestand bereiken waardoor die God werkzaam wordt. En ook dat is suggestie, al kunnen we dan ook zeggen: Ja, hier is het een feitelijke en lijfelijke verandering en al die dingen meer. Je hebt er geen deel aan tenzij je eerst die werkelijkheid aanvaardt, die niet redelijk is, die niet kenbaar is, die pas beleefbaar wordt op het ogenblik dat je de werkelijkheid prijsgeeft voor iets anders, een droomwereld, een schijngebeuren, een fantasie vanuit een zuiver redelijk standpunt.

Wanneer de groten van deze wereld gebruik hebben gemaakt van deze middelen, wanneer de grootmachten van deze wereld voortdurend gebruik maken van soortgelijke middelen om u in een bepaalde richting te dwingen of te overtuigen, zou je dan die middelen, niet mogen gebruiken om daardoor de innerlijke rust te vinden, te leren die krachten te gebruiken en niet alleen maar te ontvangen, te leren meer mens te zijn, je meer één te weten met de hoogste kracht waaruit je voortkomt. Ik geloof dat er geen enkel redelijk argument bestaat waarbij je de zinvolheid van het door mij gegeven voorbeeld, het was alleen een voorbeeld, kunt bestrijden. Het is bruikbaar. Het heeft één voordeel: het is niet gebonden aan een geloof, een aanvaarding van punten die je misschien toch in twijfel brengen. Het is niet gebonden aan een systeem dat je misschien niet aanvaardt, maar waardoor je je onderdrukt voelt. Het is niet gebonden aan enigerlei status op aarde of enigerlei inwijding die je moet ontvangen. Het is eenvoudig een korte weg, maar als zodanig bruikbaar. En wat meer is: Bij enige oefening kun je zelf constateren dat ze bruikbaar is en haar anders, zonder enige consequentie of enig schuldgevoel, terzijde leggen. Ik dacht dat ik daarmee de reden waarom wij een dergelijk proces aanbevelen mede had verwerkt in de beantwoording van de vraag.

Ik neem aan, vrienden, dat ik hiermee mag sluiten. Hartelijk dank voor uw geduld en dank voor uw aandacht. Sta mij toe de hoop uit te drukken dat u dit niet alleen beschouwt als een interessant betoog, een interessante ervaring, maar als een mogelijk uitgangspunt desnoods op uw eigen wijze, voor een grotere beleving van de kracht, de kracht van het werkelijke Licht en dus ook van de werkelijke God, die deze wereld zo hard nodig heeft.

Dat dit Licht steeds meer van u, steeds sterker zich in uw wereld mag manifesteren is mijn van harte gemeende wens.