Kracht in werking

uit de cursus ‘De wet achter het mirakel‘ (hoofdstuk 2 ) –  november 1977

Kracht in werking

Wanneer we ons bezig houden met de kosmische kracht, dan kunnen we stellen: deze kracht is overal aanwezig en kan in vele verschillende vormen in verschijning treden. Bewustzijn, denken, evenals stoffelijke structuren zijn in staat de kwaliteit van deze energie te veranderen maar denkbeelden hebben zeker op de werking daarvan een bijzonder grote inwerking. Hoe moeten we ons dat voorstellen?

Wel, laten we het heel eenvoudig doen. U tekent met een potlood symbolen voor een batterijtje of voor een wisselstroombron met eventueel het voltage er netjes bij vermeld; het is altijd beter als je dat doet. U tekent verder een circuitje met een schakelaartje ertussen dat openstaat en twee puntjes. Op die puntjes sluit u nu heel voorzichtig op de tekening met een paar draadjes een lampje aan. Nu trekt u het streepje door tot bij de open schakelaar en het lampje brandt! Een klein mirakel misschien, maar het is er toch wel een. Dit is meermalen gedemonstreerd. Het kan. Wat zijn de oorzaken ervan?

De symbolen die worden gebruikt, zijn symbolen die je moet kennen. Je moet dus eerst zeker weten: zo teken ik een batterij, zo teken ik een wisselstroombron enz. Symbolen worden vertaald in werkelijkheid. Ze zijn een voorstelling van iets wat werkelijk bestaat. In de gedachte bestaat dus dat gehele circuit, inclusief de krachtbron, werkelijk. Als je je daarop concentreert, dan werkt het geheel alsof het echt zou zijn, dus gemaakt met de bekende draadjes en schakelaartjes en al wat daarbij hoort. Als ik nu een lampje daarop aansluit, dan staat volgens mijn besef een bepaalde elektrische spanning op die twee uiterste puntjes waar ik die aansluiting van het lampje heb gemaakt. En als mijn concentratie sterk genoeg is, dan voer ik eenvoudig de kosmische kracht, die overal rond mij aanwezig is, om tot een elektrische energie die beantwoordt aan al datgene wat ik in het schemaatje heb vastgelegd. De mensen denken altijd dat het erg moeilijk is om met kosmische kracht te werken. De inwerking van kosmische kracht op materie zal wel bestaan, maar kan dat nu echt, zeggen ze dan. Het antwoord is heel eenvoudig: op het ogenblik dat er een gedachtenbeeld (dat is eigenlijk een soort lens met een brandpunt) bestaat, zo sterk dat de kosmische kracht hierdoor haar verschij­ningsvorm verandert, is alles mogelijk.

Misschien heeft u zich wel eens afgevraagd waarom de duivel, toen hij Jezus bekoorde op de berg, tegen hem zei: “Je hebt honger. Zeg dat die stenen brood worden en ze zullen brood zijn.” Dat klinkt als een onmogelijke uitdaging. De predikant zegt dan: “Ja, maar hij was Jezus. Hij kon dat wel, maar hij deed het niet.”

In feite is alle materie niets anders dan kracht, maar in een bepaalde reeks verhoudingen opgebouwd uit deeltjes (op zich een besloten krachtveld) die wij materie noemen, en wel de kleinste deeltjes ervan.

Als je een steen neemt en je gaat die chemisch ontleden, dan kun je daar nooit brood van maken. Als je hem moleculair ontleedt, gaat dat ook nog niet zo gemakkelijk. Maar als je een beeld hebt van brood waarin bepaalde kwaliteiten van brood volledig zijn uitgedrukt, dan kun je zeggen: die steen is brood. Wat zeg je dan in feite? Die steen is ontbonden in zijn bestanddelen, dus in energie. In de plaats daarvan treedt een andere materievorm in verschijning en dan wordt het brood.

Er zijn zoveel van die verhalen. Er is een verhaal van een uitgeputte reiziger op een berg. Hij komt een ingewijde tegen. Deze ziet dat de man niets te eten heeft en zegt: “Je moet je toch een beetje versterken.” “Ik heb niets”, antwoordt de ander. “Ik heb ook niets bij mij”, zegt de ingewijde “maar neem wat sjampa” (een mengsel van vlees, meel en nog wat) en hij wijst op een rotssteen. De reiziger gaat daar naartoe en haalt er inderdaad een zak vol sjampa uit. De ander zegt dan: “Nu kun je, als je wat hebt gegeten en gerust, wel weer verder gaan”. Daarop verdwijnt hij. De reiziger wilde daarna nog wat sjampa uit de rots halen maar dat kon niet meer, het was weer rots geworden.

Ook hier weer, de voorstelling die wij hebben van de dingen, is bepalend voor de waarde die ze voor ons hebben en voor de reactie die ze ten aanzien van ons vertonen. Dan gaat het er niet om dat die ingewijde sterk genoeg is om sjampa te maken. Zodra die man het in zijn zak heeft, denkt hij: dat is voedsel. Maar hij denkt niet: die rots is sjampa en dus zal de rots, rots zijn op het ogenblik dat dat binnengedrongen patroon verdwijnt. U zult zich afvragen waarom, want het zou net zo goed zo kunnen blijven.

Er bestaan een paar regels voor, die in het kort hierop neerkomen: Er is een algemene wereldvoorstelling. Daarin gelden bepaalde regels als vaste wetten, vaste normen. Zolang die gemeenschappelijke voorstelling bestaat, zal alles beantwoorden aan deze normen, tenzij iemand sterk genoeg is om tijdelijk een enkel deel van deze opgelegde dwang af te zonderen. Hier zitten wetten achter.

De eerste wet is deze: kracht zal altijd in verschijning treden in de vorm die voor haar op dit moment de eenvoudigste is. Zoals water altijd de weg zoekt langs welke het door de zwaartekracht het gemakkelijkst bewogen wordt en zoals elektriciteit altijd de weg van de minste weerstand kiest, (wat trouwens mensen ook doen). Daardoor zal alle kracht de eenvoudigste weg volgen. Wat meer is, ze zal altijd, wanneer een tijdelijk obstakel is opgetreden, terugkeren tot diezelfde weg.

De vastheid en waarde van materie is afhankelijk van het bestaan van een gedachtebeeld (matrix). Zolang dit gedachtebeeld de eenvoudigste weg volgt, zal de kracht op deze wijze in verschijning treden. 0p het ogenblik dat een ander denkbeeld of een andere invloed ontstaat waardoor die kracht zich eenvoudiger kan uiten zonder haar aard te verloochenen, zal ze deze weg kiezen. Daarom is materie veranderlijk en kan de geest, de kracht van de geest en het denkbeeld de waarde, de betekenis, maar ook de structuur van materie veranderen en aanpassen, zelfs als dit niet redelijk verklaarbaar is. Ik zie u allen al bezig om van die beschimmelde korst brood een vers kadetje te maken. Als u denkt die korst brood te zien, dan lukt het al niet. Als u daar een vers kadetje ziet, dan ontstaat het. Dit is voor degenen die het al te praktisch op de proef willen stellen. Het eerste proefje met de symbolen kunt u wel doen. Daarmee heeft u kans op aardige resultaten.

Wat is eigenlijk voor ons materie?

Materie is stof, materiaal dat aan bepaalde waarden beantwoordt. Je kunt niet zeggen: het moet ondoordringbaar zijn. Gas is ook materie, maar het is wel doordringbaar. Water en andere vloeistoffen dito. Materie is iets wat aan bepaalde voorwaarden moet beantwoorden. Dat is een denkbeeld. Naarmate ik sterk denk dat iets zo is, maak ik het voor mijzelf meer waar. Als ik nu sterk genoeg ben om anderen te betrekken in datzelfde denken, dan zullen ook zij die veranderingen ervaren. Voor hen zijn alle veranderingen dan wonderen. Dus de kosmische kracht kan alles, mits er een aanleiding is.

Hoe scheppen we een aanleiding?

Elke mens heeft een hoeveelheid energie, die hij zichzelf toekent als levenskracht. In hoeverre dit juist is, doet niet ter zake want zijn gedachte bepaalt de hoeveelheid kosmische kracht die hij kan omzetten in levenskracht. Als zodanig beschikt hij dus over datgene wat hij zich voorstelt te bezitten. Pas op het ogenblik dat zijn bewustzijn om welke reden dan ook uitvalt, al is het maar voor een kort ogenblik, dan kunnen andere situaties en omstandigheden ontstaan.

Dan is het dus zo dat materie eigenlijk heel sterk gebonden is aan een bepaald vormbeeld of structuurbeeld. Het typerende is nu dat, als wij stoffen laten uitkristalliseren, wij zien dat die stoffen meestal een mathematische structuur hebben. Dat wil zeggen: ze hebben vaste lijnenstelsels die zich wel in vele verschillende samenstellingen kunnen herhalen, maar waardoor de lijnvoering van elk kleinste deel op zich niet wordt aangetast. Want materie is niets anders dan een kristallisatieproces van kracht. Als wij krachten differentiëren, dan zullen als gevolg daarvan ook verschillende materiële omstandigheden tot stand komen.

Als ik aan een bepaald deel van materie een energie toeken, die het niet feitelijk bezit, maar ik doe dit zeer intens en volledig, dan zal hierdoor deze materie gaan reageren volgens mijn denkbeeld en wel langere tijd en juister naarmate mijn concentratie daarop groter was. Materie denkt zelf niet. Daarom kan een opgelegde gedachte de waarde, de betekenis maar ook de uitstraling de energieverhouding van materie veranderen.

Een van de grootste geheimen van de alchemie is het maken van goud. Denk niet dat ik u een recept daarvoor zal geven; wat u nodig heeft, is in de eerste plaats een materiaal waarvan u gelooft dat het goud kan worden. De keuze voor een bepaald materiaal is dus eigenlijk meer afhankelijk van de menselijke voorstelling (de tafel van de elementen) dan van een feit. In de tweede plaats heeft u een agens of reagens nodig, iets wat zelf een actie tot stand brengt of wat door zijn reactie een actie afdwingt. Als we nu horen dat alchemisten (John Dee b.v.) daarvoor poedertjes gebruiken (men spreekt wel van het rode en het witte poeder. Hij noemt het heel plechtig sulfer in verschillende betekenissen), dan is ook hier geen sprake van iets wat die verandering zelf tot stand brengt. Wat er eigenlijk gebeurt, is dat ik door het gebruik van deze materialen een zo grote concentratie in verzekerdheid opwek, dat het onedele metaal edel zal worden. Daarmee leg ik iets op aan het aanwezige materiaal dat hierdoor inderdaad zal veranderen. Wanneer die verandering energie vergt, zal heel vaak een deel van de energie uit de massa van het veranderde metaal komen.

We kunnen het ook anders doen. Als wij met planten praten, dan zijn we eigenlijk gek want planten luisteren niet. Maar wat blijkt nu? Als wij tegen planten praten, dan gaan ze veel beter groeien en bloeien. Het lijkt onzinnig en toch gebeurt het. Waarom? Omdat ons spreken eigenlijk niets anders is dan het vormen van gedachten en het uiting geven aan denkbeelden die in ons bestaan. Een denkbeeld dat in ons bestaat, wordt overgenomen door de aura, een deel van de kosmische energie dat wij als getransformeerd voortdurend rond ons dragen. De aura brengt op haar beurt die afstemming over op de plant. De plant waartegen ik heb gepraat, zal beter groeien en bloeien dan de plant waartegen ik het niet deed. De wet? Alweer het denkbeeld is in staat energieverhoudingen te wijzigen en daardoor onwaarschijnlijke feiten mogelijk te maken.

U denkt waarschijnlijk: mirakelen zijn toch echte wonderen. Maar kan iets een wonder zijn als het aan een wet gehoorzaamt of als het behoort tot een wetmatigheid?

Er zijn wetten die ons beperken. Bijvoorbeeld: ik kan nooit méér energie uitstralen dan de energie die ik op dit moment besef te bezitten. Ook een beroep op andere krachten is hierbij van geen belang, tenzij ik mij zozeer met die andere kracht verbonden voel dat ik mijn concept van de mogelijkheid om kracht te gebruiken aanmerkelijk uitbreid.

Het totaal van alle energieën rond mij zal voortdurend van vorm veranderen omdat alle energie probeert in zich de wet van gelijkblijvende velden in stand te houden. Het probeert zichzelf in evenwicht te houden en daarbij zijn eigen geaardheid zo goed mogelijk te bewaren. De veranderingen die optreden in de aard van de energie zijn dus in feite een poging om haar eigen totale structuur en waarde zo goed mogelijk te behouden. Als ik het zo bekijk, dan is een verandering die rond mij optreedt, b.v. als gevolg van de invloed van planeten, van geesten of van wat dan ook, op zich geen verandering van mogelijkheden maar wel van de vorm waarin die mogelijkheid nu voor mij bestaat. Theoretisch kan ik alles mogelijk maken. Maar naarmate de verschijningsvorm van energie dichter ligt bij het voor mij denkbare en aanvaardbare, zal ze voor mij meer hanteerbaar worden. Ik zal haar dus ook juister en vollediger kunnen gebruiken.

Als je nu hoort van al die wonderen die er gedaan zijn, zoals doden opwekken e.d., dan vraag je je af: kan dat? Als iemand werkelijk dood is, kan dat niet. Je kunt wel het lichaam laten leven maar wat je niet kunt doen, is daarin het persoonsbesef, dat er eens in bestond, volledig terugbrengen. Anders gezegd: de band tussen de geest en de stof is niet door een mens te herstellen. Wat ik echter wel kan doen, is iemand die al onderweg is, terugroepen. Op het ogenblik dat ik het besef van ‘anders bestaan’ kan onderbreken bij iemand die stervende is, zal hij weer tot bewustzijn komen. Hij zal dus weer het stoffelijke levensproces als reëel aanvaarden. Op dat ogenblik, maar niet eerder, zal ik ook in staat zijn om hem levensenergie over te dragen en hem daarmee de mogelijkheid te geven om zeer snel te genezen.

Nu zijn dat allemaal dingen die ver van de werkelijkheid, zoals een mens die ziet, liggen. Laat ons proberen een paar van die wondergenezingen – of die nu door Jezus zijn gedaan of door anderen – onder de loep te nemen. Laat ons eens kijken wat er in feite aan de hand is.

Een verlamde wordt door een luik naar beneden gelaten in een huis waar Jezus ligt te rusten. Iedereen is verontwaardigd behalve Jezus zelf. Hij beschouwt de man waarop hij zegt: “Uw zonden zijn u vergeven. Neem uw bed op en ga heen”. Hoe komt Jezus daartoe? Dan moet u eerst begrijpen wat er aan de hand is. Die man heeft innerlijk een schuldbesef, een zonde, ik ben schuldig. Die schuld op zichzelf behoeft niet echt te zijn. Als de man maar denkt dat hij schuldig is, dan is dat voldoende. Door dit schuldbesef komt hij tot een lichamelijke situatie die voor hem onaanvaardbaar is. Hij verandert dus zijn lichamelijke verhouding met de wereld om daardoor a.h.w. het besef van schuld op de een of andere manier in evenwicht te brengen, om het uit te blussen. Dat moet een geval zijn geweest van hysterische verlamming. Maar dan is ook duidelijk waarom Jezus kan zeggen met dat overwicht: “Uw zonden zijn u vergeven.” Hij wist het schuldbesef bij die mens uit. De daarop volgende uitspraak is dan ook duidelijk. “Neem uw bed op en ga heen.” Die man kan daar natuurlijk niet blijven, dat voelt hij zelf ook wel. Maar wat moet hij doen? Hij is nu niet schuldig meer en het bevel brengt hem ertoe te reageren alsof hij nu niet meer verlamd zou zijn. Het beeld van de verlamming is uit zijn besef verdwenen. Daardoor krijgt hij voldoende beheersing om, waarschijnlijk wankelend – hij zal niet onmiddellijk gedanst hebben – het vertrek te verlaten. Een heel eenvoudig verschijnsel.

Er zijn ook wondergenezers. In Engeland zijn er The Spirit Healers, de Gebedsgenezers enz. Als we kijken wat daar gebeurt, dan moeten we ons dit goed realiseren. Er is een menigte aanwezig. Die menigte wordt langzamerhand zo opgezweept dat ze een wonder verwacht. Anders gezegd, de gehele mentaliteit in de omgeving en de concentratie gericht op de predikant en degene met wie hij in contact staat eventueel, zijn zodanig dat de wetten van het logische en het normale voor de aanwezigen niet bestaan. Dan is het wel duidelijk dat alles wat direct of indirect een psychische oorzaak heeft, daardoor zonder meer uitgeschakeld kan worden. Het besef van de kwaal kan worden veranderd en daarmee dus ook het gedrag.

Maar er gebeuren ook wel dingen waarvoor men geen verklaring heeft. Neem b.v. iemand die artritis heeft (gewrichtsreuma), dikke knobbels en vergroeide gewrichten. Dat kan men met een denkbeeld alleen niet losmaken. Maar we hebben net al gezegd dat het denkbeeld sterker is dan de materie. Als we dat nu even doorvoeren, op het ogenblik dat deze zieke hoort: u bent genezen en die suggestie volledig aanvaardt, is hij uit zijn eigen besef niet meer ziek. Maar er zit ook een menigte mensen om hem heen die zegt: Ja, het is waar, hij is genezen. Maar genezen betekent ook dat de vergroeide botten loskomen, dat de kalkuitwassen daaruit verdwijnen, dat de spieren – al is het beperkt – een normale reactiemogelijkheid krijgen. Dan kun je zeggen: sta op en gooi je krukken maar weg, kom maar uit die stoel; en dan gaat het.

Er is een punt bij dat ik hier even wil vermelden. Ik vind het een heel treurig feit. Als je niet wordt genezen bij een gebedsgenezing, dan is dat je eigen schuld; je bent te zondig. Daardoor maken ze iemand, die niet helemaal het idee “ik genees” kan aanvaarden onder die voorwaarden, eigenlijk schuldig daaraan en men belast hem met een psychische pressie waardoor de ziekte eerder erger dan beter zal worden. Dat is natuurlijk onaanvaardbaar. Dit moet u ook nooit doen. U moet nooit zeggen: als je niet geneest, is het je eigen schuld. U moet zeggen: als je de kracht kunt aanvaarden, zul je genezen.

De wet die hier werkt: op het ogenblik dat een denkbeeld door velen met een vaste overtuiging wordt uitgestraald, zal elke eenling binnen die menigte, die het denkbeeld wenst te aanvaarden, ertoe worden gebracht zijn eigen denken te staken. Hij wordt tijdelijk ‘gedacht’ door de omgeving. Op dat ogenblik heeft hij deel aan de volledige kracht en uitstraling van de omgeving. Naarmate deze zuiverder en beter is, zijn daar verwonderlijke resultaten denkbaar.

Er zijn natuurlijk wel dingen bij die u kunt gebruiken als mens. Want als we proberen de wetten te leren kennen die achter de wonderen schuilen, dan moeten we ook leren wonderen te doen. Het één zonder het ander is niet mogelijk. Ik stel nu het volgende als mogelijke proef voor uzelf.

Als u te maken heeft met een zieke, maar evengoed met iemand die psychisch op de een of’ andere manier in de war of gestoord is, concentreer u zo sterk als u kunt en met volledige overtuiging (probeer die op te brengen) op b.v. genezing of op een helderder en ander inzicht. U zult ontdekken dat, zodra u sterker bent dan de invloed van de persoon zelf, deze verandert en wel zo snel dat het inderdaad een wonder kan heten.

Een ander proces dat minder miraculeus lijkt en dat voor u ook bruikbaar is: wanneer iemand zich door lichamelijk letsel of iets dergelijks in een ziekenhuis bevindt en u wilt de genezing bespoedigen, dan moet u proberen u die genezing als een onmiddellijk continu proces voor te stellen waarbij zonder pauze de opbouw voortgaat. U zult merken dat een beenbreuk b.v., die normalerwijs 2 weken vergt, binnen ongeveer 3 dagen reeds een zodanige vergroeiende vergrendeling vertoont dat binnen een week de breuk in feite hersteld is. Het is natuurlijk erg lastig als u nog loopgips heeft en de dokter wil het er niet afhalen. Deze proeven zijn direct te nemen.

Hetzelfde geldt voor patiënten die na operaties genezen. Patiënten die bepaalde lichamelijke kwalen hebben waarvan u een duidelijk beeld heeft. Als u zich een genezingsproces voorstelt (echter versneld zoals men een film versnelt) en u projecteert dit met alle kracht en volledige inzet en overtuiging op de persoon in kwestie, dan wordt het genezingsproces inderdaad en onverklaarbaar bespoedigd. Dit zijn kleine wonderen die u zelf kunt doen. Neem er maar eens een proef mee.

Natuurlijk zijn er nog meer dingen.

Materie. Er zijn zoveel dingen die materie zijn. We hebben het nu gehad over de mens met zijn stoffelijke zaken. Als u een pot breekt, dan kunt u theoretisch de scherven beschouwen en gelijktijdig het juiste beeld van de pot u weer voorstellen. Dan ontstaat hij opnieuw en zonder breuk. Ik neem niet aan dat er velen onder u zijn die dat zullen kunnen doen. Maar het kan wel voorkomen dat u bezig bent een gebroken souvenir te lijmen. Stel u voor, wanneer u bezig bent met lijmen, dat het voorwerp weer heel is. Concentreer u daarop. U zult zien dat u veel vlugger werkt en dat de schade minder zichtbaar is dan u ooit had gedacht. Het is beter dan het bepaalde merk lijm want je ziet er inderdaad geen barst van.

Een dergelijke proef kunt u natuurlijk ook nemen met andere voorwerpen. U heeft te maken met een machine, de stofzuiger b.v. Dat apparaat doet het even niet. Als daarin iets doorgebrand is, kunt u dat meestal niet zonder meer in orde maken. Maar als het een betrekkelijk kleine schade is, u concentreert zich daarop en u geeft met volle inzet van kracht een trap daartegen omdat u de normale toestand verwacht, dan zult u tot uw verbazing zien dat het ding na die trap begint te werken, terwijl het met een schroevendraaier helemaal niet zo gemakkelijk leek. Dit zijn nu de kleine wonderen van het leven.

Wanneer iets kapot is en je weet niet hoe het in elkaar zit of wat er aan mankeert, stel je voor dat het heel is en probeer dan gewoon – laat je handen hun weg maar vinden – te demonteren en later om de toestand weer te herstellen te monteren. Heel vaak zul je op die manier zonder voldoende technische kennis toch een oplossing vinden. Het is niet altijd technisch juist maar het herstelt zeer zeker de functionaliteit van het apparaat in kwestie. Hier heeft u in het huishouden wel wat aan.

Een methode om materie te beïnvloeden, is ongetwijfeld ook het z.g. ‘laden’ van materie. U heeft allen wel gehoord van gemagnetiseerd water. Wat is daarmee aan de hand? Door een sterk denkbeeld en een besef van eigen kracht – terecht of ten onrechte – heeft de magnetiseur het water geladen met een bepaalde kracht. U aanvaardt dat die kracht nu er in zit. Dientengevolge zal kracht, eventueel werkelijk in het water gebracht, door u worden geabsorbeerd en vrij gemaakt. Als die kracht er niet werkelijk in is, dan zult u zich toch instellen op het ontvangen van een dergelijke kracht en die uit de u omringende kosmos vrijmaken. Het werkt.

Maar als u dat kunt doen, waarom zouden dan al die amuletten e.d. waardeloos zijn? Er zijn mensen die zeggen: dat is allemaal bijgeloof. Deze steen heeft een kwade uitstraling en die steen een goede. Dit voorwerp geeft bescherming en dat voorwerp is juist weer gevaarlijk. Maar er zit wel degelijk iets in. Want als u materie met gedachtekracht kunt laden, en vooral als u dan ook nog kenbaar kunt maken dat ze met die kracht is geladen, op welke wijze dan ook, dan zult u hierdoor inderdaad de uitwerking overbrengen in elke verandering van sfeer daarom heen. Blijft u steeds hetzelfde, dan ageert zoiets niet. Maar gaat het van persoon tot persoon over, dan begint het voorwerp plotseling te werken. Vandaar ook dat men zegt dat een vloekzegel nooit gevaarlijk is voor hem die de vloek erin heeft gelegd. Dat is duidelijk want voor die persoon is het een kracht, die hij er zelf heeft ingelegd. Die kracht is dus deel van een evenwicht dat ook in de aura van de persoon in kwestie bestaat. Maar nu komt een anders afgestemde aura ermee in contact en plotseling begint de materie zich te ontladen. Vloekzegel, amuletten e.d. kunnen wel degelijk een reële betekenis hebben.

Dan zijn er in de kosmos ook andere dingen dan alleen maar materie. De kosmische kracht is in elke wereld aanwezig. Deze oerkracht vindt u van de hoogste geestelijke wereld tot de laagste. U vindt haar in elke stoffelijke en halfstoffelijke wereld. Dat wil zeggen dat de werking van die kracht overal gelijktijdig en gelijksoortig zou kunnen optreden. Zou kunnen optreden. Het is niet gezegd dat ze het doet, maar ze kan.

Op het ogenblik, dat een kracht is afgestemd op meer dan één wereld, zal eenieder die met die kracht in aanraking komt, worden afgestemd op meer dan één wereld. Zo kan men van voorwerpen, maar ook van bepaalde plaatsen, door een voldoende sterke instraling bruggen maken naar een andere wereld. Niet dat iemand maar stoffelijk daarheen kan gaan, maar op die plaats zal hij b.v. contact kunnen hebben met geesten uit een bepaalde sfeer. Hij zal energieën ondergaan die behoren tot een bepaalde lichtsfeer. Hij zal misschien in contact worden gebracht met een deel van een kosmisch bewustzijn of met een deel van een menselijk bovenbewustzijn. Deze mogelijkheden bestaan. U zult vragen hoe gaat nu zoiets?

Allereerst is absolute concentratie noodzakelijk. Alles wat tot die concentratie kan bijdragen, is dus van belang. Als u, zoals in bepaalde vormen van magie, volledige rituelen gebruikt, dan hebben ze alleen waarde als concentratiemiddel, als een zelfsuggestie waarmee u langzamerhand een vervreemding van de menselijke werkelijkheid en redelijkheid opbouwt. Kunt u dat bereiken alleen door bet eenvoudig te aanvaarden, dan is het resultaat precies hetzelfde. Maar ik moet de kracht overdragen. Hoe kan ik dat doen?

Elke handeling, die voor mij het overdragen van de kracht duidelijk genoeg symboliseert, is bruikbaar. Ik kan dus eenvoudig instralen. Ik kan ook schrijven. Ik kan misschien iets ingriffen. Ik kan iets besmeren met olie of met iets anders.

In al deze gevallen is de handeling op zichzelf zinloos maar het symbool dat zij vormt, is de aanleiding voor een zeer sterke concentratie van de door mij bedoelde kracht in het betreffende voorwerp. Wat meer is, als ik die kracht een in zichzelf besloten veld maak, dan is het mij zelfs mogelijk te bepalen door welke invloeden of onder welke omstandigheden de kracht, behouden in het voorwerp, wordt geactiveerd.

Bij een amulet is het zo dat iemand die het draagt, erin gelooft. De energie die daarin zit, behoeft eigenlijk dus niet zo groot te zijn. Ze moet eenvoudig de mens op het ogenblik dat er een omstandigheid ontstaat die strijdig is met hetgeen de amulet poogt te bereiken, bewust maken van het amulet en van de kracht. Een lichte prikkeling, een lichte warmte-uitstraling gaat er vaak mee gepaard, maar lang niet altijd.

Wanneer het denkbeeld in de mens sterk is, zal hij alle noodzakelijke kracht om de verschijnselen en de omstandigheden te veranderen, putten uit de omgeving. Maar let wel, het is niet voldoende te denken: ik ben onkwetsbaar. Dat werkt namelijk niet. U kunt wel denken: er is in mij een kracht die alle andere krachten zal absorberen zodra ze voor mij schadelijk worden. Kunt u dat denkbeeld opbrengen, dan bent u nu minder kwetsbaar. Dan zullen alleen die dingen, waarvan u gelooft ze niet te kunnen tegenhouden, u nog kunnen treffen. Beheersing van de materie is mogelijk.

Als u iemand wilt helpen, neem een voorwerp; bij voorkeur twee identieke voorwerpen. U straalt die in met een bepaalde intentie. Later zegt u tegen uzelf: ik heb die persoon het ene voorwerpje gegeven, hier heb ik het andere. Daarop ga ik mij concentreren; dát gebeurt er. En dan gebeurt er eigenlijk niets maar het andere voorwerpje, voor u identiek, begint te stralen en verandert daarmee de toestand in de aura van de betrokken persoon. Daardoor kan het werkingen, transformaties van kosmische kracht e.d. tot stand brengen. Hier is dus alleen zeer intense en met volledige overtuiging gedane concentratie op het overdragen of inbrengen van krachten in voorwerpen noodzakelijk. Daarna is het proces bijna automatisch.

Wilt u het nog anders doen, dan geef ik u hier nog een paar eenvoudige voorbeelden: Elke plant heeft levenskracht. Dieren ook, maar dat wordt ingewikkelder. Als u iemand een bepaalde sfeer in huis wilt geven, dan kunt u zich op een plant concentreren. U moet dan wel dit goed onthouden Deze concentratie moet tenminste één rustperiode van de plant (bij voorkeur wanneer het donker is) en één voedingsperiode van de plant (aanwezigheid van voedsel plus zonlicht) bevatten. U zult dus die oefening een paar keer moeten doen, aansluitend wordt het wel moeilijk. Als u aan de concentratie een bepaald gevoel verbindt, dan kunt u dit zonder meer via die plant overdragen aan de gehele omgeving. Zolang de plant leeft, zal deze vanuit zichzelf een uitstraling voortbrengen die de sfeer in de plaats waar ze zich bevindt en daarbij ook de reactie van de mensen in die omgeving verandert. Dit is eenvoudig genoeg op de proef te stellen.

Ik zou u de raad willen geven om dat eens te proberen. Op deze manier kunt u een paar kleine wonderen doen. Naarmate u meer zelfvertrouwen heeft, zult u ongetwijfeld grotere taken op u willen nemen, totdat u beseft: ik heb eigenlijk al die dingen niet nodig als ik in mijn denken voldoende geconcentreerd werk. De gedachte is de matrix. In die matrix kan elke kracht worden omgezet in elke andere kracht. Elke kracht op zichzelf heeft op de materie een zodanige invloed dat zelfs de structuur van de materie daardoor kan worden veranderd of aangetast.

Ik ga u nu twee andere invloeden voorleggen, waarbij de werking van de kosmische kracht in de materie een rol speelt.

Elke omstandigheid van gevaar is in feite een versneld optredende disharmonie. Indien ik gevaar wil bedwingen, moet ik dus het disharmonische aspect zoveel mogelijk terugdringen. Het volgende kunt u doen als u een voertuig heeft of een voorwerp bij u draagt dat op bepaalde omstandigheden is ingesteld. Als u zegt: ik neem nu een harmoniserende invloed en u stelt daarbij verder dat het tijdsbesef wordt versneld (twee factoren die u goed moet overdenken), dan zult u merken dat, als u in een gevaarsituatie zit, dat anderen juist reageren zodat een gevaarlijke situatie wordt opgelost, dat u zelf versneld reageert en dat u daardoor in staat bent situaties eerder en vollediger te overzien dan anders het geval is.

Waarom gevaar? Gevaar is een situatie die samenhangt met stoffelijke structuren en hun onderlinge verhoudingen. Als ik een bepaalde uitstraling heb, dan verander ik de verhouding stoffelijk. Maar die verhouding betekent ook dat het besef, dat zich op de materie concentreert, mee verandert.

Een mens is een stoffelijk wezen. Alle voorwerpen waarmee hij werkt, zijn eveneens materie. Verander ik de waarde of de betekenis van een voorwerp, al is het alleen maar door de uitstraling ervan te wijzigen, dan betekent dit, dat de actie van de mens eveneens wordt beïnvloed. Onthoudt u dit altijd!

Een geestelijke kracht is op zich moeilijk voor te stellen. Wij kunnen echter een symbool vinden voor die kracht. Een mens, die wil werken met de kosmische krachten, zal moeten onthouden dat hij werkt met symbolen. Als u een energie met grote snelheid wilt uitzenden naar een ander, dan is de voorstelling daarvan misschien te vaag. Lukt u dat niet, stel u dan voor dat u een pijl afschiet of met een katapult een steen gooit naar de persoon in kwestie en dat het projectiel doel treft. Deze voorstelling maakt het u mogelijk om met grotere precisie uw energie te richten en veel grotere effecten te bereiken dan anders het geval zou zijn door grotere juistheid en grotere concentratie.

Onthoudt u verder! Elke relatie tussen mens en geest wordt mede bepaald door dezelfde indruk en invloed. Wanneer u een gedachte uitstuurt naar een ander mens, zal die gedachte heel vaak slecht worden ontvangen. Telepathische gevoeligheid heeft de doorsneemens wel, maar ze is zelden voldoende. Op het ogenblik dat u die gedachte echter uitstuurt in de vorm van een voorstelling dat u met die ander spreekt, wordt de verstaanbaarheid van de telepathische impuls veel groter. U kunt bewustzijnsstromen in de mens (dat zijn de halfgeleiders met hun eigenaardige reacties in de grote hersencellen) wel degelijk stimuleren en beïnvloeden, zodat identieke denkbeelden zoals u ze heeft, bij een ander ontstaan, Maar daarvoor moet u dan wel een duidelijk beeld hebben van deze overdracht. Dat krijgt u het gemakkelijkst door in gedachten met de ander te praten.

Dan krijgen we nog een paar wenken die u goed moet onthouden:

  1. Elke kracht is gebonden aan de vorm waarin ze in verschijning treedt. Elke kracht, behalve de oorspronkelijke kracht, is in staat de verschijningsvorm van de energie te veranderen, maar niet om het geheel daarvan te veranderen. U kunt dus nooit de hoeveelheid energie veranderen, wel de wijze waarop ze in verschijning treedt.
  2. Er is menselijk gezien een ongelimiteerde hoeveelheid kracht beschikbaar, omdat de totale kosmische kracht in haar oervorm altijd aanwezig is en die oervorm altijd mede gemanifesteerd is in elke andere vorm van kracht die aanwezig is. Elke kracht heeft de neiging tot de oervorm terug te gaan op het ogenblik dat haar bindingen ophouden te bestaan. Dientengevolge zal een beroep op de oerkracht gelijktijdig alle krachten kunnen aanspreken die zich in de materie of in geestelijke sferen meer specifiek hebben gemanifesteerd. Daar waar het niet mogelijk is kracht nauwkeurig aan te spreken, spreek de voorstelling van de oerkracht aan en u zult duidelijk effect bereiken.
  3. De gehele kosmos is een evenwicht. Elk evenwicht dat wordt verstoord, herstelt zichzelf. Indien wij van ons uit een evenwichtsverstoring tot stand brengen, zal de compenserende werking in ons plaatsvinden. Ook deze regel moet u onthouden!

Ik hoop, dat u nu iets meer heeft geleerd over de verschillende wetten die achter het mirakel schuilgaan.

De stilte

Stilte is de afwezigheid van geluid. Als je één bent met jezelf en met de werkelijkheid, dan is de stilte op zichzelf een kracht, want je wordt je meer van jezelf bewust. Maar een mens, die tegen zichzelf verdeeld is, zal diezelfde stilte ervaren als een toenemende kwelling. Want juist in de stilte (de afwezigheid van allerlei prikkels) worden we geconfronteerd met wat we zijn. En dat is vaak de moeilijkste confrontatie die er bestaat. Iemand, die werkelijk zichzelf wil leren kennen, zijn eigen kwaliteiten en eigenschappen wil ontwikkelen, zal zeker behoefte hebben aan stilte. Misschien niet de absolute stilte, want die verdragen slechts weinigen langere tijd, maar dan toch wel die ontspannenheid en rust waarin je je niet meer bewust bent van geluiden buiten je en, alleen gelaten met jezelf, plotseling met verbazing ontmoet wat er allemaal in je leeft, zodra de prikkels van buitenaf wegvallen. Daarom zou ik willen zeggen: Vrienden, wees niet bang voor de stilte. Wie de stilte vreest, vreest in feite zichzelf. Zoek de rust en de stilte op wanneer u maar kunt en doe dat regelmatig. Want in die stilte zult u leren beseffen wat u bent en daardoor ook leren beleven de hogere krachten waarvan u deel bent.