Kracht uit het niets

18 november 1980

Aan het begin van deze avond is het gebruikelijk dat wij erop wijzen dat we niet alles weten, dat we niet onfeilbaar zijn; dat het belangrijk is dat u zelf nadenkt.

Wat betreft het onderwerp: als ik de wil van de zaal goed interpreteer, moeten we spreken over het niets en dat is eigenlijk een heel moeilijke zaak. Kijk, het niets is iets, want we kunnen het omschrijven. Maar wanneer het niets iets is, is het weer niet niets, hetwelk een kleine oefening in logica zou kunnen zijn, maar ons aan de andere kant gelijktijdig wijst op het feit dat er heel veel zaken zijn waar wij eigenlijk niets vanaf weten.

Wanneer u bezig bent, u denkt, u bidt, u houdt u bezig met God, met de hemel of met de hel, dat ligt aan uw eigen belangstelling natuurlijk, dan bent u bezig met allerhande beelden die u zelf voortbrengt. Eigenlijk bent u dan bezig met niets dat werkelijk is, alleen met iets dat in uzelf leeft. Nu zijn er mensen die zeggen: Nu ja, goed, dit kan gelden bij theologen en zo, maar we hebben toch ook wel een werkelijkheid – en dan vraag ik mij af hoeveel die werkelijkheid echt is.

België is een koninkrijk. U zou beter kunnen zeggen: het is een koning rijk. België is een democratie. Ja, dat ligt er maar aan hoe u democratie omschrijft. Wanneer u goed kijkt zijn het allemaal uithangborden, het zijn allemaal plakkaten en daarachter zit meestal niets of soms heel iets anders dan we denken.

We zijn zo geneigd om in ons leven alles te benoemen. Er zijn mensen die zeggen: We moeten zorgen voor de oude dag en dat zorgen dat bestaat dan in het opfokken van een bankrekening. O, ik gun het u van harte, hoor. Voor mij moogt u een paar miljoen frankskes op uw rekening hebben staan, maar wat hebt u nu aan al die ballen: Wanneer er één bank failliet gaat, dan heeft degene die daarop heeft gespaard, geen bal meer, dan is al dat geld niets. M.a.w. dat geld dat u denkt te hebben bij een bank is een illusie die alleen door een onderlinge overeenkomst in stand wordt gehouden.

Als we dan nog wat verder gaan dan zeggen we: Ja, zo zijn we innerlijk ook vaak bezig. De mensen doen aan esoterie, aan meditatie, maar wat is er nu echt? Mijn collega zou als volgt citeren: “De mensen zeggen: Uiteindelijk ben ik doorgedrongen tot in de kern van mijn diepste wezen en daar vond ik de tempel en daarin brandde het licht.” Als ik zoiets hoor dan vraag ik mij altijd af wie het heeft laten branden.

Kijk, dat is erg. Men moet de zaak naar de realiteit brengen. Iedereen begrijpt wel dat u in Uzelf geen tempel hebt, maar u maakt graag van die beelden gebruik, u gaat gevoelens omzetten in voorstellingen, maar zijn ze daarom echt?

Ik geloof dat u eigenlijk driekwart van de dingen waar de mensen mee bezig zijn, kunt beschouwen als een niets dat de mens door gelijkenissen of voorstellingen heeft benoemd. Weet iemand van u wat vrijheid is? Toch wordt er veel over gepraat. Er zijn hele legers die vechten voor de vrijheid. Maar wanneer bent u eigenlijk vrij? Stel u voor dat u in uw leven alles kunt doen wat u wilt. Moet u toch nog doodgaan, dus vrij bent u niet. Komt u aan onze kant aan, dan wilt u daar verder gaan: best, maar dan bent u alles kwijt dat u op aarde bij elkaar hebt gehaald, dus vrij bent u ook weer niet. Begrijpt u wat ik bedoel? En dan zeggen de mensen dus tegen elkaar: al die dingen waar men mee bezig is, het is zo speculatief, ’t is niets. ’t Is niets, maar misschien is het iets anders. ’t Is eigenaardig, maar als u die menselijke hersenen bekijkt dan ziet u aan de linkerkant de hersenen die als verstand functioneren, met geheugen en zo, en aan de rechterkant daar zit u meestal aan de gevoelens. Zoekt u het paranormale ook nog, dan moet u ook nog bij de voorhoofdskwabben zijn. Dat is dus eigenlijk een rare verdeling: We gebruiken een deel van onze hersenen die op aarde zijn en dat noemen we dan onze rede, maar er is een net zo groot, een net zo belangrijk deel gewijd, in onze mogelijkheden tenminste, aan wat u gevoel kunt noemen.

Nu zou ik willen zeggen: Wanneer we dingen zeggen waarachter niets schuilgaat in redelijke zin, dan kan het in gevoelsmatige zin wel degelijk belangrijk zijn. Het is natuurlijk krankzinnig wanneer u mensen hoort praten, schort om, troffeltje enz. nietwaar, over de juiste vorm van de steen, terwijl u weet dat ze nog geen steen kunnen tillen bij wijze van spreken, laat staan dat ze een tempel kunnen bouwen; en dan gaat u na wat die mensen bedoelen en dan zegt u: Hé, die mensen hebben een reeks dingen uitgevonden die op zichzelf niets waard zijn en die hebben ze samengevoegd tot iets dat een emotionele betekenis heeft. En wanneer ze dan in hun manier van werken iets bereiken, dan is het via de emotie om. Breekt die emotie, dan blijft er alleen maar een clubje over. Maar is de emotie er, dan krijgen we te maken met werkelijkheden als inwijding en zo. Er zijn dingen die u gewoon niet redelijk kunt benaderen. Dingen die, zodra u ze probeert door te lichten, zelfs met de wetenschap, op een gegeven ogenblik oplossen in het niets. Er is niets meer over. Ik kan er niet aankomen, ik weet niet wat het betekent. En dan gaat u kijken wat de resultaten zijn van de dingen die niet bestaan en dan werken ze toch en dat vind ik altijd een heel interessante situatie natuurlijk. ‘k Weet niet hoe het met u gaat? Let u wel eens op uw gevoelens? De meesten willen er niet voor uitkomen, maar er zijn er wel een paar bij. Maar als u nu op uw gevoelens afgaat, komt u dan niet tot andere, en voor u meestal betere resultaten dan wanneer u alleen redeneert? Want wanneer u gevoel gebruikt, dan gebruikt u een kennis die er eigenlijk niet is volgens uw verstand, maar die in u wel degelijk bestaat.

En als u dat dan hebt gezegd dan zijn we weer gekomen bij ons uitgangspunt en we zeggen: Kijk, wanneer ik concludeer dat er niets is, dan moet er iets zijn, want anders kan ik niet tot het niets komen. Er moet iets zijn waardoor ik de leegte kan omschrijven, bijvoorbeeld al is het maar een beeld van volte.

Wanneer ik werk met de rede dan zeg ik: Dit is iets. En dan kijk ik naar het gevoel en ik kan het niet indelen in redelijke begrippen geheel en dan zeg ik: En dat is niets. Maar wanneer u iets en niets nu eens samenbrengt, wat krijgt u dan? Dan krijgt u een synthese. Een synthese is een mooi woord, het wil gewoon zeggen: een samenvoeging van alle dingen en die samenvoeging die maakt u tot meer dan u anders kan zijn.

Er zijn een hele hoop mensen geweest die als technici en zelfs als wetenschapsmensen bekend zijn geworden en die toch eigenlijk voor een groot gedeelte met hun gevoelens werkten.

Wat zou u zeggen van Pasteur bijvoorbeeld. Die man werd door zijn emoties gedreven. Zijn hele benadering van het probleem waarmee hij bezig was ging uit, vreemd genoeg, van zijn gevoelsleven, maar de feiten die hij vond, dankzij zijn aanvoelen, wist hij om te zetten in een wetenschappelijke theorie. Hetzelfde geldt voor Thomas Alva (Edison), u weet wel, de man van de gloeilamp, de tovenaar van Menlo Park. Hij was echt een rare jongen eigenlijk. Die man was technisch niet zo heel veel waard, die had alleen goede medewerkers, maar op een gegeven ogenblik was hij bezig met een denkbeeld en dan voelde hij dat het mogelijk was, dan voelde hij dat het interessant was en het was dat gevoel dat hem er in de eerste plaats toe bracht om dan te experimenteren. Vanuit die experimenten ging hij dan langzaam maar zeker naar een technische onderbouw. De technische onderbouw werd dan meestal door zijn assistenten voorzien van een wetenschappelijke verklaring en het wonder was geboren.

Als dat nu technisch kan, waarom zou al het andere dan ook niet kunnen? De meeste mensen die zeggen: Ja, dat wonder dat mag dan wel maar het moet dan verstandelijk weer ingepast kunnen worden in de redelijke mensenwereld. Nu weet ik niet of u uzelf als redelijk wezen beschouwt, we hopen van wel want de mens die van zichzelf zegt dat hij onredelijk is, is waarschijnlijk te redelijk om te kunnen leven met de onredelijkheid van de redelijken van deze wereld. Komt u eruit? Het is niet zo moeilijk hoor, gewoon meedenken.

Ik zou u zeggen: Wanneer u nu eens het gevoel net zo belangrijk maakt als de rede – U neemt het gevoel en u past de rede op het gevoel toe, maar u zoekt niet naar een resultaat dat redelijk is, maar naar een resultaat dat gevoelsmatig scherper en duidelijker wordt- dan zouden we iets ontwikkelen dat de meeste mensen intuïtie zouden gaan noemen of zoiets. En waarom zou het niet kunnen?

U kent allemaal die verhalen neem ik aan: De mens heeft meerdere voertuigen. Als u het nog niet wist dan weet u het nu. U hebt er geen garage voor nodig zoals voor een tweede auto, ze zitten allemaal in u opgesloten of zijn aan u verbonden. Die voertuigen hebben allemaal een eigen wereld. Al die voertuigen zijn verbonden met het menselijk lichaam, d.w.z. dat de indrukken die de geestelijke voertuigen op hun eigen niveau opdoen, wel degelijk doorfilteren naar uw lichaam. Die komen ook in het brein terecht maar niet in de hersenen, want in de hersenen hebt u geen mogelijkheid om er iets mee te doen, u hebt geen vergelijkingsmateriaal. Dus komt u terecht op het gebied van emoties, emotionele beeldvorming, d.w.z. dat een mens die in staat is zijn rede en zijn gevoel gelijktijdig en in overeenstemming te laten functioneren, eigenlijk gebruik maakt van de gegevens die de gehele mens ontvangt en niet zoals de redelijke mens, alleen van de beperkte hoeveelheid van gegevens die uit zijn eigen wereld kan ontvangen. Dan zijn de grenzen ineens een aardig eind wijder geworden, dacht ik.

Maar wetenschappelijk is dit natuurlijk niet aanvaardbaar, dat weet ik wel. Wetenschap is gebaseerd op het verklaren van een herhaalbaar bewijs en hoeveel u ook bewijst wat niet te verklaren is, dan nog wil de wetenschap er niet aan, en als het anders verklaard is dan de gangbare verklaring van de wetenschap, dan wil ze er ook niet aan. En als ze er toch aan wil, dan vergeet ze vaak dat ze redelijk moet blijven in haar benadering van schijnbaar onredelijke dingen.

Dus, voor de wetenschap is het een beetje moeilijk. Maar nu stel ik het volgende: Wanneer u geestelijk bewust bent dan bent u verbonden met vele werelden, tenzij u helemaal geïsoleerd bent, – het is denkbaar, maar het komt niet veel voor, – bent u verbonden met zoveel entiteiten dat u beschikt over de gegevens van een gehele wereld. Bij mensen is dat enigszins zo: er bestaat een gemeenschappelijk bovenbewustzijn, een hele mooie term voor het feit dat alle mensen denken en dat de gedachten die daarin het sterkste zijn, teruggekaatst kunnen worden naar de mensen die leven.

Wanneer u een hele geestelijke wereld hebt, dan bezit u daardoor niet alleen kracht, maar ook kennis, maar die is uitgedrukt in termen die u eigenlijk niet kunt gebruiken, want er zijn geen woorden voor en dan moet u dus proberen iets op te bouwen dat er dus een beetje op gelijkt. Dat is op heel veel manieren gebeurd. Denk maar aan de vele rituelen die er bestaan. Dan hoeft u heus niet ver te gaan. Als u zo maar naar de kerk gaat dan ziet u ook zoiets. Waarom zoveel treetjes bijvoorbeeld, naar het altaar? Eigenlijk een indeling in trappen, trappen van benadering van het werkelijk zijn. Waarom zit u achter een rooster of achter een bank? Ze noemen het dan wel communiebank maar het is gelijktijdig een scheiding, omdat de leek niet binnen mag treden in de werkkamer van een magiër, neem me niet kwalijk, van een priester, maar het komt op hetzelfde neer. Maar wanneer men daar nu allerlei dingen doet en leest, nou ja, het klinkt allemaal mooi, het is een schitterende symboliek, maar als u kijkt wat erachter staat, dan is het niets, niets redelijks. U kunt niet zeggen als een pastoor een mis leest dat er iets gebeurt. U kunt het geloven, u kunt het niet aantonen. Maar toch gebeurt er iets. Misschien niet op het altaar, dat is maar een kwestie van geloof, hoe u het ziet, maar er zijn mensen bij die er wel degelijk door beroerd worden, die ineens een ervaring hebben. Dan is er dus wel iets dat werkt, alleen het is niet iets dat u omschrijven kunt en dat zeker niet bepaald wordt alleen maar door wat die priester daar allemaal uitspookt.

En gaat u naar een magiër kijken, ik weet niet of u ooit een magiër hebt gezien, ik hoop voor u van niet, dat is meestal maar een vervelende zaak, dan worden daar hele grote cirkels getekend, vol met allerhande namen en woorden en verschillende tekens, tot zelfs verbasterd Hebreeuws daarbij, allerhande dingen daarin, reukwerken daarbij en noem maar op. En die man die is daar werkelijk druk mee bezig en dan heeft hij allerhande speciale werktuigen. Het gaat bij manier van spreken van een schrijfpen tot een soort dolkmes of eigenlijk een soort zwaard. Hij heeft zijn staf van de macht en al die dingen meer. En daar is hij druk mee bezig en ja, het is een beetje raar wat er gebeurt, vaak. U kunt het niet helemaal verklaren waarom het zo is. Bijvoorbeeld als hij die staf in het vuur steekt, waarom dat ding niet in brand gaat, want dat is van hout, meestal. Maar hoe daar enig resultaat uit voort kan komen, ja, wie zal dat nu kunnen vertellen? Toch gebeurt het. U kunt zeggen: Ja, suggestie en zo, maar dat blijkt ook niet altijd waar te zijn.

Of wanneer u naar een helderziende gaat. Bent u ooit naar een helderziende geweest? Ook reuzeleuk. Er zit zo’n dame, meestal heeft ze ook nog een bol, als ’t goed is, is het loodglas of loodkristal en dan geeft ze de kaarten. En dan kruist ze u uit. Ze legt u op tafel bij wijze van spreken en als ze een verstandige helderziende is legt ze u nog af ook, tussen haakjes. U weet wat dat is. Maar nu is dat mens bezig met een spel kaarten en in een spel kaarten kan uw noodlot niet liggen. Maar als u met een goede helderziende te maken hebt, dan is het wel gek dat ze ineens een hele hoop dingen over uzelf weten. En het is nog gekker dat ze heel vaak dingen zeggen die uitkomen. Pas op het ogenblik dat ze proberen daar een verhaal van te maken, dan gaat de zaak mis. Dan proberen ze allerlei moois. U hebt het misschien al eens gehoord, vooral de dames: U moet oppassen, want er is een blonde dame op uw pad en die heeft het niet mooi met u voor, maar een donkere man zal uw pad kruisen en ze zegt niet: kijk daarvoor uit, alsof dat nu juist nodig zou zijn, en dat zou iets voor u kunnen betekenen, jawel. Maar wanneer we dat gaan ontleden dan zeggen we, ja, nu heeft ze een verhaaltje gemaakt. Zij heeft de dingen met elkaar in verband willen brengen, ze heeft met de hersens gewerkt. Als ze nu alleen had gezegd: ik zie een onaangenaamheid van een blonde vrouw, dan begrijpt u hoe het in elkaar zit want dan begrijpt u dat die blonde vrouw zal ziek worden of wat anders heeft waar u bij betrokken bent.

Het is helemaal niet die vijandschap die u vermoedt. En dat u voor die donkere man uit moet kijken, dat is ook heel begrijpelijk, die komt u echt-Perzische klederen verkopen die in Mechelen gemaakt zijn. Dus, daar klopt het wel. En dan zegt u: Ja, omdat het zo vaag is. Maar heel dikwijls kunnen ze ver in details gaan. ’t Is niet voor niets dat de hogen dezer aarde naar waarzeggers gaan, als ’t goede zijn. ’t Is heel begrijpelijk, want ze spelen zelf voor waarzegger en brengen er zonder hulp niet veel van terecht, meestal.

Wat is er aan de hand? Hier lezen we in de tijd. Hier roepen we krachten op die officieel niet zijn, die niet bestaan, maar die resultaten hebben. En dan komt u erachter dat niets werkelijk iets is. Niets is datgene dat we niet zien. U kijkt naar de sterren, naar de ruimte. Ledige ruimte, zegt u. Dan zal u weten hoeveel stralingen daar zitten, hoeveel stofvelden, welke magnetische storingen er rondspringen, maar u ziet ze niet en daarmee is het voor u niets. En aangezien ik uw zwijgen heb genomen als reden om over niets te spreken en toch iets wil zeggen, – dat in tegenstelling met veel parlementariërs die zeggen dat ze iets zeggen en toch eigenlijk niets zeggen, maar dan met veel meer woorden dan ik gebruik, – dan moet ik zeggen: Het niets is datgene van de wereld en van ons eigen wezen en van het al dat we niet kennen, en waar we geen middelen voor hebben om het direct waar te nemen. We kunnen wel waarnemen, maar alleen met niet-redelijke middelen. En door die niet redelijke middelen te gebruiken, komen we als vanzelf steeds dichter bij het samenvloeien van onze manier van zeggen, -onze redelijke wereld- en onze manier van voelen- onze onredelijke wereld.

Wanneer die beide in evenwicht komen, dan kan ik zozeer op mijn gevoelens vertrouwen dat ik ze als een redelijke inbreng in mijn leven kan beschouwen zonder daardoor gelijktijdig overgeleverd te zijn aan het niet te voorziene, het niet te beheersen gebeuren.

Dan gaan we verder kijken. Wanneer ik zeg dat er kracht is, is er kracht, niet omdat het kracht is zonder meer, maar omdat ik het zeg waar ik het aanvoel, dat is duidelijk. Dan is datgene dat ik kracht noem, niet te vergelijken met iets dat op kracht lijkt. Ik zeg dat vooral omdat er een gelijkenis is. U, duidt iets aan omdat u niet juist weet wat het is, zo gaat dat met woorden. En als ik zeg: Die kracht ligt in u, dan is die kracht in u, alweer niet omdat het een vorm van energie is of zo, maar doodgewoon omdat ik het constateer, het aanvoel. En nu is het wonderlijke dat u daar niets aan hebt. Wanneer ik zeg: U hebt kracht, ’t helpt niets. ’t Kan waar zijn, maar wanneer u er niets mee doet is ’t net als een zakbatterij die u in uw zak hebt steken zodat u altijd elektriciteit met u meedraagt. Dat ding loopt leeg na een verloop van tijd, maar u denkt: ik heb elektriciteit.

Zo gaat het met die innerlijke krachten ook. Wanneer we er mee willen werken dan moeten we er eerst iets van voelen. Voelen dat is intuïtie, dat is gewoon een idee, meestal een heel onlogisch idee. En dan gaan we van daaruit zeggen: We doen er iets mee. En kijk, als u dat gaat zeggen dan komt de zaak in beweging.

Wanneer ik gevoelens en voorgevoelens heb en probeer die te onderwerpen aan de redelijkheid, dan gebeurt er niets. Ik zou nog niet eens in staat zijn om na te gaan welke voorgevoelens wel en welke niet juist zijn. Ik blijf gewoon zitten met een opgepropt wereldje van binnen, terwijl ik van buiten doe of er niets aan de hand is. Maar wanneer ik die twee samen ga brengen, dan ga ik mijn voorgevoelens toetsen aan de waarneembare werkelijkheid en omgekeerd blijkt die waarneembare werkelijkheid mijn gevoelens te beïnvloeden. Dan ontstaan er aldus steeds meer beelden die op elkaar zijn afgestemd. Niet alleen dat u dan die energie wel hebt, het is op zichzelf wel leuk, maar het is ook niet alles, maar omdat u werkingen veroorzaakt, bereikt u iets. De ellende van de mens is dat hij het allemaal wil verklaren. Neem me niet kwalijk dat ik het zeg, u moet daar helemaal niets kwaads in zoeken.

Wanneer ik u zeg u kunt genezen, u kunt dat. Ik ga het nu zelf niet doen hoor. Er zitten er al een paar klaar: hé, het gaat gebeuren. Nee, niets daarvan. Het is vlak voor het Sinterklaasfeest en het is tijd dat u zelf pakjes maakt. Maar wanneer ik dat zeg en u geneest één keer, één keer heeft u succes daarmee en u kunt het gevoel hervinden dat u had op dat ogenblik van die genezing, niet de uiterlijkheden, alleen het gevoel, dan kunt u weer genezen. Wanneer u zegt: ik ben leeg van kracht, dat gebeurt vaak, dan zijn er heel wat mensen die zeggen: Nou, slap, pilletje van de dokter. Vergeet het maar. Negen op de tien gevallen is het niet nodig. Wat u nodig hebt is evenwicht. Als u het evenwicht kwijt bent, komt u nergens. Om dat evenwicht te vinden, kunt u niet met uw hersens werken want die zijn ingericht op het meten van conflicten en tegenstellingen. U moet met uw gevoel werken, daar zit eenheid in.

Zijn er hier een paar die slap zijn, zo van: ik zit nu wel hier, maar eigenlijk hang ik over de waslijn? Moet u eens luisteren. Evenwicht: een kwestie van aanvoelen. Dat kunt u niet bepalen, u kunt het niet meten. Als u nu gewoon relaxt, helemaal ontspannen. Zo van: Wat kan mij de hele bliksemse boel… Als u het wilt proberen, doe het dan maar. We maken er meteen een geintje van, gewoon een grapje. Probeer aan te voelen, gewoon aan te voelen, niet denken. Gewoon maar zeggen: Is er iets? Is er een prikkeling die me iets gaat doen? Bent u onevenwichtig? Rondom u is kracht, net zo groot en net zo sterk als alles dat in u is. Alleen in uzelf zijn die krachten niet in evenwicht, buiten u wel. Wanneer we de krachten van buiten toegang geven voor een ogenblik tot ons eigen wezen, dan zullen die dat evenwicht herstellen en dan zal dat lichaam veel vlugger van zijn vermoeidheid herstellen.

Die kracht is er. Het is geen suggestie. Ik weet het, collega’s van mij werken met suggestie, ik ben niet zo een. Stel u nu eens open voor die kracht, laat ze gewoon maar binnenkomen en als u het dan ook nog plechtig wilt doen, kunt u het ook nog magisch doen, weet u wel

In naam van de Almachtige God, in naam van Jezus Christus, in naam van de Geest die uitgaat, in naam van alle krachten van Licht, zend ik u het Licht en de Kracht. Dat deze Kracht de uwe zij, dat ge geladen moogt zijn met deze Kracht van Licht, die geef ik u in de naam van Hem die genoemd wordt Agla, Aglaton, Jo, Joch of Jehovah, Adonai, de Verborgene, de Naam van honderdvierenveertig letters. Neem die kracht op, laat ze maar lekker naar binnen gaan.

Nu is er eigenlijk niets gebeurd. Zeker, een geest, of als u kritisch bent, iemand die voorgeeft een geest te zijn, daar neem ik ook genoegen mee, die heeft daar een formuletje opgedreund, een paar dingen gezegd, maar morgen dan bent u een beetje beter en sterker uitgerust dan u zich nu kunt voorstellen Vanavond bent u al beter, evenwichtiger dan toen u hier binnenkwam. Dat hoeft u van mij niet te geloven, dat kunt u voor uzelf wel nagaan. Als u er niet zeker van bent, kijk maar naar uw buren, als ze een beetje voorzichtig kijken, dan bent u nog niet evenwichtig, maar als ze u zo bekijken van goddank, die bui is voorbij, dan weet u het, het gaat nu goed.

Nu kijk, dat is nu niets en toch iets. Kracht? U hebt geen kracht gezien. Hebt u geestelijk licht gezien? Hebt u kracht gezien? Nee. U voelt u hier en daar een beetje eigenaardig, maar dat komt eigenlijk meer van binnenuit, vindt u niet? Het was eigenlijk niets en toch, dat niets dat brengt iets tot stand. Precies wat ik gezegd heb, niet meer, niet minder. Dan is niets iets. Dan is schijnbare onzin soms een werkelijke bron van kracht. Dan is het onredelijke soms sterker dan alle onredelijkheid.

Daar wou ik u dan net hebben, weet u. Het is leuk dat u daar allemaal zit te kijken: wat gaat er nu weer komen? Het is geen ernstige bijeenkomst, we zitten niet op een begrafenis, ik ben al lang begraven en ik moet eerlijk zeggen het heeft me nog niets gedaan ook. Het enige leuke is dat ze meer goed van mij gezegd hebben dan ik van mijzelf wist.

Nu moet u dit eens bekijken. Leven is een kwestie van beweging. U mag natuurlijk bedroefd zijn en geërgerd in uw leven, dat hoort erbij. Dat is ook een gevoelswereld ergens. Maar u moet ook leren om blij te zijn. Hoe, interesseert mij niet. Of het een uiterlijke of innerlijke oorzaak heeft interesseert mij niet. U moet proberen nu en dan blij te zijn. U moet zich gewoon kunnen ontspannen omdat er ook vreugde is, omdat er ook even een glimlach is, omdat u iets leuk vindt, even. Omdat u eens eventjes gewoon de spanning van u afgooit. Als u dat kunt doen dan bent u veel dichter bij geestelijke bewustwording dan u denkt:

Want die dingen die een beetje zozo zijn samen, die veranderen u vanbinnen. Wanneer u denkt dat er eigenlijk geen uitweg is, wanneer u denkt dat u eigenlijk geen kracht hebt, wanneer u denkt dat er geen oplossing te vinden is, wanneer u denkt dat de raadselen waarschijnlijk eenvoudig en mistrouwend gebruikt kunnen worden, dan moet u zeggen: Nee, ik pak hier gewoon de idee van kracht, die idee van evenwicht in mijzelf, ook tussen de emoties, ook tussen mijn verschillende denkbeelden, tussen wat ik doe omdat ik niets doe. Als u werkelijk hard wilt werken, moet u weten hoe u kunt luieren, anders houdt u het niet vol, dan maakt u uzelf maar ongelukkig, en als u werkelijk wilt luieren, dan moet u ook leren hoe u hard moet werken, want zonder hard werken kunt u niet luieren, dan kunt u uzelf alleen maar vervelen. Zo simpel is het.

Het hele leven van de wereld, de hele kracht van de wereld en geloof me, er komt nog wel het een en het ander los de komende tijd, allemaal bij elkaar, zijn niet van belang en betekenis zolang u uw evenwicht houdt. Als u het kwijt bent, dan kan het nog zo mooi en goed zijn, geestelijk en op de hele wereld, dan gaat u de vernieling in. Het gekke is dat dat niet op te lossen is met een bedevaart of met een kerkdienst of met een vrome plechtigheid zonder meer. Misschien helpen die dingen, maar dan alleen omdat u innerlijk anders doet. Het innerlijk is bepalend, ook voor uw uiterlijk bevinden, voor het gevoel van welbehagen dat u nu en dan nodig hebt en als u dat nu maar weet te slikken.

Elke kracht die uit een evenwicht bestaat, is in uzelf zonder meer te gebruiken. Maar als u niet eerst evenwicht en rust in uzelf hebt, hebt u geen kracht om te gebruiken, zeker geen kracht die u kunt beheersen. Leef uzelf maar, trek u maar niet te veel van de wereld en van de mensen en van die andere dingen aan, maar zorg dat u evenwicht hebt, dat is heel erg belangrijk. Veroordeel niemand. Als anderen u veroordelen, laat ze, ze zijn niet beter. Wees uzelf evenwichtig, rustig. Zoek in uzelf de levende kracht. Ik weet: die kracht bestaat eigenlijk niet redelijk. Het is een geloof, maar u gelooft zoveel dingen, waarom zou u niet geloven dat de kracht ook bij u is en niet als een of ander regeltje, als een dogmaatje. Dus, geen regeltjes, niets. Naar buiten toe, heel zeker, maar in uzelf niet. Geen oordelen, geen veroordelingen, rust. Dan ontstaat in u een toestand waarin uzelf niet eens precies meer weet waaraan u denkt. Trekt u daar niets van aan.

Dat is niet belangrijk. Laat het gewoon in uzelf maar uitwoeden. Laat het evenwicht in uzelf tot stand komen. Probeer eerst uzelf op te laden met levenskracht, de essentie van het zijn. En als u dat doet, dan zult u ontdekken wat u als mens allemaal kunt. Dan kunt u ook kaartleggen. Maar ja, eigenlijk is dat niet belangrijk: Dan kunt u misschien ook medemensen genezen. Soms erg prettig, strelend voor het ego, niet altijd even belangrijk. U kunt misschien iets meer begrijpen van een werkelijkheid die niet uit te drukken is maar die direct aangeeft wat er in de wereld gebeurt, waar u naartoe gaat. En dan dat begrip van: o hemel wat gaat er gebeuren. Dat is heel gek, het slechte komt van de duivel en als het gebeurt dan zeggen ze: o hemel wat gaat er gebeuren. Ze weten kennelijk nog niet precies waar hij zit. Dat zal ik u vertellen: In de mens zelf.

Gewoon aanvaarden. Zit u in een economisch wat slechtere tijd, dat is geen leugen hoor, dat is echt waar, denk er dan het beste van. Ga uit van een innerlijk vertrouwen en u kunt u redden. Niet met een huis op de goudkust misschien, het lot dat u hebt, zal voor u voldoende zijn. En niet misschien met eerbetoon van de mensheid, daar hebt u over ’t algemeen toch meer last van dan genot. U zult uzelf kunnen redden. Er is niets waartegen u niet bestand bent wanneer u innerlijk dat evenwicht hebt en dan vindt u voor het eerste iets omtrent hetgeen u zelf bent. Dan vindt u het evenwicht, kunt u weer uw wanhoop opzij gooien, uw vervreemding, uw strijd, uw moeilijkheden om uiterlijkheden. Zaken die misschien meer kinderspel zijn dan wat anders, kunt u opzijzetten. Dan kunt u absorberen wat belangrijk is aan feiten, u kunt die interpreteren op een intuïtieve wijze en tot direct bruikbare resultaten komen.

Het experiment op zichzelf is niet genoeg. De rede op zichzelf is niet genoeg. Het gevoel op zichzelf is niet genoeg. Maar wanneer de rede en het gevoel samentreffen, dan is het resultaat iets dat u redelijk als experiment gaat beschouwen. Dat is uw mogelijkheid.

In verband met dat alles heb ik u gezegd: Eén ding is er van Jezus dat mij bijzonder geïmponeerd heeft altijd. Dat was: Mijn vrede geef ik u, mijn vrede laat ik u. Ik ben geen Jezus, maar ik heb vrede. De vrede en het evenwicht die ik heb, geef ik u zo goed ik kan. Misschien niet plechtig genoeg, maar toch. En wat meer is, ik zal er niets voor terugvragen. Ik zal niet proberen er iets van terug te winnen. Ik laat u datgene dat ik probeer u te geven op deze avond alleen maar omdat het nu van u is, opdat u er iets kunt mee doen. En dan moeten we nu toch het gebaartje maken, dat hoort er schijnbaar bij

De vrede die de mijne is geef ik u. Dat ze de uwe zij en worde tot evenwicht en kracht en harmonie. Alle kracht en leven zoals ze in mij in blijdschap bestaat, geef ik u, opdat u gesterkt zou zijn en de vreugde zult kennen, met leven, met evenwicht en zo waarlijk uzelf zult zijn. En deze zaken laat ik u. Ze zijn de uwe tot aan het einde den tijden. Dit bezweer ik en doe ik in Naam van de Almachtige God, de voortbrenger van alle dingen en bevestig dit met dit gebaar.

Nu lijkt het wel of ik u niets heb gegeven, maar ik heb u iets gegeven. En als u erachter komt, wat erachter dat niets zit, dan ben ik blij toe, want dan leeft een deel van hetgeen ik ben in u voort als licht. Dat helpt u dan misschien om het grote Licht in u en om u heen een beetje beter te beseffen.