Kracht uit het onbekende

image_pdf

20 juli 1962

Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar en hopen, dat u daarmee rekening zult houden. Vandaag zou ik willen spreken over de inwerking van bepaalde kosmische krachten. Daarom zou ik mijn onderwerp de titel willen geven: Kracht uit het onbekende.

Wanneer de mens zich bezig houdt met de dagelijkse dingen van het leven, zo schijnt het hem toe, dat hij alle verschijnselen van zijn leventje wel kent en zal kunnen verklaren. Wanneer hij zich echter richt op de minder opvallende verschijnselen, als bv. de ritmen van de natuur en dergelijke inwerkingen van buitenaf, die hij niet kan controleren of beheersen, zal hij toch tot de conclusie moeten komen, dat hij ook over eigen leven en wereld maar weinig weet. Er zijn heel wat punten, die als normaal worden geaccepteerd, terwijl men de verklaring niet kent, zodat men zich af zou moeten vragen, hoe dit nu eigenlijk komt.

Hoe komt het bv., dat een atoom bij ontbinding slechts 1 deeltje op 100.000 treft, zodat de eenheid, waarmee men dit effect meet, niet ten onrechte “barn” wordt genoemd. Het is immers net als met het schieten op een schuur, waarbij men altijd wel iets zal raken, maar niet altijd zeker kan zijn, wat er geraakt zal worden. De vraag is voornamelijk, waarom raakt het ene deeltje wel en het andere niet? Interessanter wordt deze vraag nog, wanneer wij gebruik maken van aangepaste magnetische velden, die o.m. de deeltjes kunnen versnellen. Wanneer wij gebruik maken van een juist gesteld magnetisch veld, blijkt het aantal deeltjes, dat een tevoren bepaald doel zal raken, aanmerkelijk groter, zodat het magnetisch veld in feite een richtend effect heeft. Alleen het waarom weet men nog niet precies.

Misschien vindt u dit voorbeeld over atomen wat te ingewikkeld. Hoe zou het eigenlijk komen, dat het weer in vele gevallen, ondanks alles, wat men ervan meent te weten en wat men aan werkingen in de atmosfeer weet te berekenen, zich soms zo onbetrouwbaar gedraagt? Dan stelt de Bilt, dat er regen zal zijn, maar blijkt er in werkelijkheid zonneschijn te komen, of omgekeerd. Waarom komen deze afwijkingen van de gestelde prognose met een bepaalde regelmaat voor? Misschien is er wel een invloed, waardoor een afwijken van de normale werkingen voor zowel hoge als lage drukgebieden geregeerd wordt. Want al kan de meteorologie dan geen regel vinden voor deze afwijkingen, zij komen periodiek voor en dat geeft te denken. Wanneer wij ons bezig houden met de verschijnselen in de hogere luchtlagen, treffen wij ook hier vele verschijnselen aan, die niet zonder meer kunnen verklaard worden. Zo vinden wij in de stratosfeer de z.g. slipstroom. Dit is in feite niets anders dan een in de hogere luchtlagen vast heersende storm. Deze storm wisselt niet alleen met een bepaalde regelmaat enigszins haar richting, maar neemt bovendien in snelheid toe en bereikt zo snelheden tot 800 km/u; met een zelfde regelmaat neemt de snelheid weer af om tot rond 150 km/u te dalen. Ofschoon men voor de stroming zelf een verklaring kan vinden in de draaiing van de aarde enz., is het afnemen en toenemen van de snelheid niet te verklaren, tot nu toe tenminste. De regelmaat van het verschijnsel wijst op een wetmatigheid.

Ook in de oceanen treffen wij stromingen aan, die zich periodiek wijzigen. Zowel de temperatuur als de stroomsnelheid en richting blijken zich periodiek enigszins te wijzigen. Waarom deze perioden van verandering – afgewisseld met perioden waarin alles stabiel blijft – zo regelmatig optreden, weet niemand tot op heden. Met al deze voorbeelden wil ik alleen maar aantonen, dat er nog heel wat verschijnselen zijn, die de mens niet kan verklaren; verschijnselen, die voort moeten komen uit onbekende krachten die op deze wereld inwerken. U heeft ongetwijfeld reeds veel gehoord over de periodieke verschijnselen, die bv. in de geschiedenis van de mens aan te treffen zijn. Wij kennen hier zelfs herhalingsverschijnselen, waarbij vergelijkbare of ongeveer gelijke situaties met tussenruimten van 722, 1444 of 2166 jaar plegen op te treden. Een redelijke verklaring van deze ritmisch voorkomende toestanden is niet gemakkelijk te geven en er zijn zeer vele soortgelijke verschijnselen op te sommen, waar men evenmin een logische en feitelijke verklaring voor kan geven. Wanneer wij verder zoeken naar de oorzaak van al deze verschijnselen, komen wij terecht op een terrein, waar geen verdere uitweg mogelijk is: De geheimzinnige krachten in de kosmos. Bij ons zoeken naar de werkelijke bron en verklaring stoten wij steeds weer op een onbegrijpelijke kracht, die zich aan ons voordoet als een “niets”, een toestand die niet begrepen kan worden, omdat menselijke rede en menselijk denken hier stilstaan.

Opvallend is bv. ook, dat ongeveer 7.000 v. Chr. een cultus bestond, waarbij een inktvisachtig wezen als God werd geëerd. Helaas zijn er geen schrifttekens uit die dagen bekend, zodat men niet aan de hand van stoffelijke wetenschap kan vaststellen, hoe een dergelijke God indertijd genoemd werd. Ongeveer 4.000 v. Chr. treffen wij in verschillende streken rond de Atlantische Oceaan een zogenaamde Cthulhu-cultus aan, waarbij wederom een dergelijk inktvisachtig wezen als God werd vereerd. Rond 300 n. Chr. vinden wij deze Cthulhu-cultus weer terug, zonder dat duidelijk is, hoe deze leer overgeleverd is. Deze leer gaat dan in de magie een zeer grote rol spelen en blijft tot rond 700 in geheime scholen actief. Op het ogenblik hoort men van deze Cthulhuleer weer heel weinig. Was die Cthulhu een God? Het is moeilijk hierover iets te zeggen. Er bestaat een zinnetje, dat wij zelfs in de oudste geschriften over deze God aantreffen, terwijl wij het terugvinden in de riten van andere culten. Ook in de magie, die met deze naam verknoopt raakte, vinden wij deze spreuk weer terug. In vertaling blijkt de inhoud, ja, zelfs de volgorde, hetzelfde te zijn: “De Priester van Cthulhu rust te Tranaleth”. Dat deze namen, zowel als de beelden en afbeeldingen door alle eeuwen heen hetzelfde blijven, zelfs wanneer meerdere duizenden jaren van deze Cthulhu niets bekend is, zal toch geen toeval zijn.

In dit verband is het misschien aardig te wijzen op bepaalde overleveringen, die eveneens reeds ongekend lange tijd bij verschillende volkeren bestaan. Deze overlevering houdt onder meer in, dat op een zekere dag de pool – vermoedelijk wordt de Noordpool bedoeld – zal smelten, waarna Cthulhu weer over de wereld zal regeren. Dit is zoveel te vreemder, omdat de vorm van deze God zeker niet als een op aarde eens geleefd hebbende vorm beschouwd kan worden, wanneer wij uitgaan van de gegevens, die over het verleden bekend zijn. Indien wij moeten raden naar de oorsprong van dit wezen, deze vorm, zouden wij in deze dagen kunnen stellen, dat het een ruimtevaarder van een andere planeet is. Waarschijnlijker komt mij de stelling voor, dat dit wezen behoort tot een vroeger op aarde levend en bewust ras, dat, ofschoon nu – zover bekend – uitgestorven, eens in de wereldzeeën geleefd heeft. De afbeeldingen rond de Atlantische Oceaan zijn – zowel in Amerika als Afrika – ongeveer gelijk geweest. In Tibet vinden wij monsterlijke vormen afgebeeld, die ofschoon iets menselijker uitziende dan voornoemde beelden rond de Atlantische Oceaan, op dezelfde wijze tentakels vertonen en dezelfde inktvisachtige snavel hebben. Het lijkt mij onwaarschijnlijk, dat de Tibetanen ooit kennis gemaakt hebben met de grote octopus. Toch vinden wij ook hier deze voorstellingen en wel als Wachter van de Heer van de Wereld. Op zijn minst genomen een vreemde geschiedenis.

Een soortgelijke universaliteit van bepaalde voorstellingen en symbolen treffen wij aan, wanneer wij ons met de z.g. Moedercultus bezig houden. In het verre verleden aanbad men lange tijd de Grote Moeder. Daarna is er een tijdlang stilte rond deze vrouwelijke Godheid geweest. De meeste Godheden zijn in de volgende periode mannelijk en hebben een niet geheel menselijke gestalte. Daarna zien wij opeens de oude gedachte weer opstaan en wel in de vorm van de Isisverering, later aangevuld door Ishtarverering e.d.. Ook nu weer worden de vrouwelijke Goden meer en meer teruggedrongen door mannelijke Goden, tot zij – althans religieus – in vergetelheid raken.

Op het ogenblik schijnt de wereld weer meer en meer de nadruk op de vrouwelijke figuren in de hogere werelden te gaan leggen en zich voor te bereiden op een vernieuwing van deze Moedercultus. Ofschoon er verschillen in perioden optreden, is er ook hier sprake van een ritme.

Wanneer wij verschillen aantreffen van 50 tot 100 jaren per duizenden jaren, mag m.i. dit verschil als niet belangrijk wel verwaarloosd worden. Met dergelijke voorbeelden en vergelijkingen zou ik nog een hele tijd door kunnen gaan. Maar wanneer ik spreek over de krachten uit het onbekende, over ongekende kosmische invloeden, zijn genoemde voorbeelden al weer voldoende. Naar mijn mening bestaan er namelijk bepaalde golven van bewustwording, die aansprakelijk zijn voor deze eigenaardige verschijnselen in menselijk geloof en eredienst.

Er is, volgens mij, ergens een kracht, die het menselijk denken, geloven en bewustzijn steeds weer in een bepaalde richting doet gaan. Wanneer ik dit als vaststaand aanneem – aanvaardbaar kan het in ieder geval gemaakt worden alleen al aan de hand van de menselijke geschiedenis en de ontwikkelingen van het menselijk geloof – dan moet ik dus aannemen, dat er ergens wezens of krachten bestaan, die de bron vormen, waaruit de mens zijn – zo vaak bijna letterlijk gelijke – beelden van God en godsdienst put. Ik meen te mogen stellen, dat deze erediensten, maar ook vele andere cyclisch optredende verschijnselen, waaraan de menselijke geest deel heeft, worden veroorzaakt door kosmische invloeden, die bepaalde bestaande persoonlijkheden wekken en in harmonie met de wereld brengen. Zodra de harmonische werkingen uit de kosmos ophouden te bestaan, zien wij ook de invloed van deze wezens op de wereld van de mensen weer verdwijnen. Het is dan zelfs niet noodzakelijk, dat voorstellingen van goden enz. voortkomen uit een stoffelijk verleden.

Deze wezens, die door de kosmische krachten gewekt worden, hoeven niet meer stoffelijk te zijn. Cthulhu te beschouwen als een werkelijk in de stof bestaand wezen, dat ergens verzonken onder het poolijs een oneindig lange sluimer geniet, lijkt mij even overdreven als een poging om de Heer der Wereld te zien als een stoffelijk bestaand heer met een lange baard die, als de legendarische Barbarossa, ergens in een grot onder het Dak der Wereld zit te wachten, tot hij weer naar buiten mag. Te stellen, dat er bepaalde krachten bestaan, zelfs indien dit slechts bepaalde zielenkrachten van de wereld zouden zijn – of vormen van bewustzijn uit een ver verleden, nu levende in andere sferen – die op een bepaald ogenblik gedragen en gedreven door kosmische invloeden weer op aarde tot uiting komen, lijkt mij aanvaardbaar. Er zijn gezondenen en leraren genoeg, die met bepaalde tussenruimten op de wereld optreden. Waarom zou dit ook niet met meer wereld beheersende krachten het geval kunnen zijn? Wanneer ik aanneem – want dit is een speculeren – dat het gestelde op waarheid berust en daarnaast constateren moet, dat op het ogenblik de wereld van de mensen door sterke invloeden uit de kosmos beroerd wordt, dan houdt dit voor mij de mogelijkheid in, dat een nieuwe geest, een nieuw wezen, een nieuwe kracht, eveneens op die aarde in beheersende en wereldomvattende inwerking actief zal gaan worden.

Wat mij tot de eerste stelling voor heden voert: Op het ogenblik, dat de aarde – tezamen met de zon en de andere planeten van het zonnestelsel – een op zich onbekende invloed vanuit de kosmos ondergaat, zullen wezens op de aarde en binnen dit zonnestelsel actief worden, die tot op dat ogenblik alleen een potentie zijn geweest, die tot op dat ogenblik geslapen hebben. Dan zullen deze wezens op hun wijze bijdragen tot alle veranderingen, die op de wereld noodzakelijk zijn en eerst, wanneer er op aarde een toestand van evenwicht ontstaan is, zullen deze wezen of krachten weer tot rust komen. Zodra de kosmische invloeden zich wijzigen, zullen de tot dan op aarde actieve krachten en wezens zich terug trekken en zullen anderen hun plaats innemen.

Zo speculerende kan ik nog verder gaan: Wanneer ik aanneem, dat bepaalde wezens, of zelfs voorgaande rassen, op deze aarde door kosmische invloeden gewekt kunnen worden, zodat zij weer contact met de wereld van de mensen kunnen opnemen, kan ik niet aannemen, dat een dergelijke werking voorbij zou gaan aan de mensheid, aan de planten en dieren, aan het leven, dat op aarde bestaat. Dit heeft immers ergens in zijn genetisch achtergronden factoren, die ongetwijfeld reeds bestonden, toen de nu weer gewekte krachten en/of wezens op aarde leefden en werkten. Er zijn – zelfs in de mens – eigenschappen en mogelijkheden geweest, die eens het erfelijk deel waren van elk menselijk wezen, maar nu – bedolven onder de vele mutaties – zelden of nooit meer op de voorgrond treden. Deze mutaties zullen veroorzaakt zijn door inwerkingen van buiten af. Wanneer nu de kosmische beïnvloedingen zich wijzigen en de oude invloeden van buitenaf hernieuwd op de wereld hun invloed doen gelden, is het redelijk om te stellen, dat planten, dieren en mensen daarop zullen reageren door hernieuwd de oude genetische eigenschappen naar voren te brengen, die tot nu toe, overwoekerd door de vele mutaties enz., niet meer kenbaar waren. Dit houdt dus een stoffelijke verandering in.

Deze onbekende kracht uit de ruimte zou de wereld werkelijk kunnen gaan beheersen en ook stoffelijk alles aan zich aan kunnen passen. Maar dit betekent weer, dat de geest, die in de overgangsperiode op aarde leeft, met voortdurende veranderingen binnen eigen lichaam rekening zal moeten houden. Veranderingen, die in het verleden niet op deze wijze tot uiting kwamen en aan het leven een enigszins andere inhoud geven. Deze wijzigingen zullen natuurlijk geleidelijk zijn. Vooral bij de levenden is de geleidelijkheid van deze verandering zodanig, dat men daarover gemakkelijk weg kan zien. Maar bij nieuw geborenen zullen de bedoelde kwaliteiten al sneller en gemakkelijker merkbaar worden, zodat binnen enige generaties de mensheid de oude eigenschappen weer geheel zal kunnen ontwikkelen. Voor de geest betekent dit alles de noodzaak op elke mogelijke verandering in de stof enigszins vooruit te lopen. Men dient nu al vanuit de geest met mogelijke veranderingen in het voertuig rekening te houden.

Voorbeeld: Wanneer u op een fiets zit, nergens op bedacht bent, terwijl uw voertuig opeens en zonder meer verandert in een bromfiets, zult u een gevaar voor het verkeer vormen. Indien een bromfiets opeens in een zware vrachtauto verandert, zal het gevaar nog aanmerkelijk groter zijn. Natuurlijk doel ik hier niet op een verandering in de menselijke afmetingen, maar vooral op een zich betrekkelijk snel voltrekkende verandering in de eigenschappen van de mens.

Welke deze nieuwe eigenschappen van de mens dan wel zouden zijn? Hier dienen wij af te gaan op de bijzonderheden van de laatste tijd. Het blijkt, dat onderzoekingen naar de mogelijkheden van telekinese en de telekinetische kwaliteiten van de mensen de laatste jaren opeens meer resultaten afwerpen. Gelijktijdig zien wij, dat het aantal mensen, dat – naar men zegt hysterisch en overspannen – in de laatste tijd helderziend wordt en visioenen heeft, sterk toeneemt. Wat de vraag doet rijzen, of er misschien een samenhang zou kunnen bestaan tussen de besproken stoffelijke veranderingen en deze eigenschappen, terwijl bovendien deze stoffelijke veranderingen – ofschoon meestal over het hoofd gezien – tevens aansprakelijk kunnen zijn voor de toenemende geestelijke spanningen van de mens. Volgens mij dienen wij hier een positief antwoord te geven, er is wel degelijk een verandering gaande, waarbij o.m. bepaalde gevoeligheden die langere tijd bijna niet actief waren, in het menselijke leven weer een rol gaan spelen.

Er is een verandering gaande. De mens, die zich daarbij geestelijk, of zelfs maar met eigen gedachteleven niet aan kan passen, komt langzaam maar zeker in een toestand te verkeren, waarbij zijn reactie op de wereld en zijn houding t.o. zijn medemensen niet meer redelijk zijn.

De mens, die zich lichamelijk slechts ten dele aan de nu optredende verschijnselen en invloeden kan aanpassen en geestelijk niet in staat is zich hiervoor een compensatie te vinden, zal allerlei ziekteverschijnselen gaan vertonen, die een meestal in de geest liggende oorzaak hebben. Er zijn de laatste tijd vele verschijnselen op de wereld waar te nemen, die inderdaad in deze richting wijzen. Zoals het zich laat aanzien, zullen wij voorlopig dan ook hiermee rekening moeten houden. Mijn stelling luidt dan ook: Onbekende krachten uit het Al, kosmische krachten zijn op het ogenblik bezig om op aarde wijzigingen aan te brengen in het menselijke lichaam, waardoor een andere instelling en een toenemende aanpassing aan de nieuwe mogelijkheden en condities van de geest kan worden verwacht. Op het ogenblik, dat dit is geschied, zal op aarde een nieuwe harmonie, een nieuw evenwicht, kunnen ontstaan. Tot het zover is, kan men slechts – de stoffelijke waarden zo goed mogelijk erkennende – naar een geestelijke harmonie streven, waardoor de aanpassing aan de werkingen in de stof zo goed mogelijk plaats kan vinden.

Dit klinkt misschien fantastisch, maar wanneer de mens zich van dit alles bewust zou zijn, zou hij zich gemakkelijker aan kunnen passen. Het ellendige is, dat de mens, die zich van alle dingen en vooral van de fouten van anderen steeds bewust pleegt te zijn, in een staat van bewusteloosheid schijnt te verkeren, zodra het om hemzelf en zijn eigen onevenwichtigheden gaat. Wanneer ik stel, dat kosmische krachten in de mens bepaalde reflexen wekken op grond van in die stof aanwezige genetische mogelijkheden, terwijl in de geest door het ontstaan van spanningen eveneens een invloed merkbaar wordt, die zich het sterkste uit in de attractie van een ander soort entiteiten naar de stoffelijke lichamen, dien ik eveneens aan te nemen, dat het bewustzijn van de doorsnee mens in deze dagen een zeer snelle evolutie door zal maken. Verder meen ik te mogen aannemen, dat deze evolutie in zekere zin een revolutie is, omdat aspecten uit het verleden weer actief zullen worden, zodat oude toestanden en mogelijkheden zullen herleven.

Mogelijk zijn de mensen hierin niet zo geïnteresseerd, maar wat nu al waarneembaar is, plus de verschillende mogelijke veranderingen van leven en bewustzijn, spreken voor mij reeds boekdelen wat betreft de toekomst van de mensheid. Nu blijkt mij, dat enerzijds de neiging tot steeds groter individualisme bestaat. Dergelijke golven komen in de menselijke geschiedenis dan ook vaak voor, zodat ik er in mijn studies al heel wat ben tegengekomen. Anderzijds bestaat er een neiging tot het aanvaarden van een absolute dictatuur onder uitsluiting van eigen verantwoordelijkheid en aansprakelijkheden. Ook dergelijke fasen vinden wij in de menselijke geschiedenis regelmatig terug. Beide neigingen bestaan op het ogenblik gelijktijdig, wat mij doet denken aan tijden, dat absolute dictatuur en absolute en werkelijke democratie naast elkaar bestonden. Het is wel zeker, dat in dergelijke tijdperken beide systemen bijna gelijktijdig ten gronde gaan. De beide systemen worden dan vervangen door mensen met een roversmentaliteit. Overal, waar idealen van absolute vrijheid en absolute gebondenheid hun voleinding benaderen – denk eens aan Sparta en Athene – is in feite de ondergang van deze vormen van denken en leven reeds zeker.

Nu is ook in de laatste tijd een reeks van dictaturen op aarde ontstaan, die steeds verder naar een absolute heerschappij over de mens blijken te streven. Aan de andere kant is juist in de laatste jaren meer dan ooit een neiging naar individuele vrijheid merkbaar geworden. In het verleden werden deze werkingen en neigingen groepsgewijze bepaald, zodat de werkingen beperkt waren. Wij mogen wel aannemen, dat de invloeden, die tot deze ontwikkelingen voerden, eveneens van beperkte geaardheid waren. Zij zullen volgens mij dan ook in het verleden niet zozeer kosmische, dan wel met plaats en ras samenhangende invloeden zijn geweest. Nu zien wij over geheel de wereld dezelfde tendensen ontstaan. Overal vinden wij mensen, die een absolute vrijheid voor iedereen voorstaan, terwijl wij vlak daarnaast mensen vinden, die even hartstochtelijk en overtuigend een al dan niet welwillende dictatuur voorstaan. Deze laatsten wensen daarbij alle mensen aan een bepaald denk- en gedragspatroon te binden en stellen dit zelfs als voorwaarde om een mens een recht op het leven toe te kennen. Mijn conclusie luidt: Hetgeen kort voor Jezus geboorte op aarde bestond in beperkte en plaatselijke vorm, zal nu optreden in een wereldomvattende vorm. Het is moeilijk je dit voor te stellen. Indien er twee staten of blokken naast elkaar blijven bestaan, is het denkbaar, dat bv. Sparta zijn eigen systeem handhaaft, terwijl Athene op de Agora zijn sprekers aanhoort en democratisch blijft. Maar een staat, waarin beide groepen dooreen bestaan, is niet zo goed denkbaar. Laat ons nog even verder gaan met de Griekse geschiedenis. Wat gebeurde er, toen Rome Griekenland overmeesterde? Beide, tot op dat ogenblik tegenover elkaar staande staten werden langzaam maar zeker met elkaar versmolten. Er was geen voldoende veerkracht meer om zich zonder meer tegen de roversmentaliteit van de Romeinen te verzetten.

Wanneer de gehele wereld tegen zichzelf verdeeld is, zal een eenheid op den duur moeten ontstaan, waarbij het mens-zijn belangrijker is dan het aanhangen van een bepaald systeem, of het behoren tot een bepaalde gemeenschap. In dit geval zal de roversmentaliteit niet meer van de mens zelf kunnen komen en eveneens een factor van de buitenwereld moeten zijn.

Conclusie: Gezien de huidige ontwikkelingen op de wereld is het optreden van een storende en fysiek ingrijpende macht op aarde aannemelijk. Waarbij ik heus niet in de eerste plaats denk aan vliegende schotels e.d..

Wanneer ik aanneem, dat de mensheid in staat is om tot een werkelijke versmelting en eenheid te komen, zo zal zij tegenover elke kracht van buiten af een voordeel hebben: Zij leeft in haar eigen wereld, die de mensheid als deel van eigen bestel zal erkennen, zodat een mensheid, die werkelijk één is, in staat zal zijn elke indringende negatieve kracht door de harmonie van gedachten en daden af te wijzen, terwijl men elke positieve kracht in zich zal kunnen absorberen, haar zo tot een direct en functioneel deel van het menselijke geheel te maken. Iets, wat zeer belangrijk kan zijn. De mensheid gaat in de richting van eenheid. Wanneer je dit beziet in het licht van de moderne politiek, lijkt het wel een mooie droom, maar kan de verwerkelijking niet zo gemakkelijk worden aanvaard; want het schijnt wel, dat de politici het maar over één ding werkelijk eens zijn geworden op aarde: De belangen van de politicus zelf en zijn partij zijn belangrijker dan die van zijn land of de mensheid.

Mijn verontschuldiging voor deze laatste uitlating. Zij is wel waar, maar dat had ik toch werkelijk niet mogen zeggen. Ik wil met nadruk vaststellen, dat alle punten, die ik heb aangeroerd plus vele niet genoemde punten gezamenlijk een enkel onafgerond beeld geven, dat voor de toekomst van de mensheid hoopgevend is. Wanneer ik tracht het totaal beeld uit te rafelen, daarbij nu niet meer sprekende van veronderstellingen, speculaties en mogelijkheden, maar van de feiten, die wij vanuit de geest op aarde en in het Al hebben waargenomen, verder daarbij in aanmerking nemende, hetgeen uit deze waarnemingen voort schijnt te vloeien, zo zult u met ons uit moeten roepen: Onbekende krachten uit de kosmos zijn bezig om de mensheid te veranderen en met de mensheid een groter deel van het Al. Vroeger bestonden er plaatselijke goden. Tegenwoordig bestaat er in feite geen werkelijk dogmatische Godheid meer. Elke Godheid, die binnen een bepaalde godsdienst gepropageerd wordt en als bestaand gesteld wordt, blijkt slechts te fungeren als het schegbeeld van een of ander scheepje, waarin een ieder zijn eigen lading tracht te bevrachten. Een meer abstract Godsgeloof, waarbij God geen bepaalde vorm meer heeft en de eigenschappen van God volgens het gangbare beeld grotendeels in twijfel worden getrokken, blijkt wel degelijk te bestaan. Dit Godsbegrip neemt hand over hand

toe. Conclusie: De verandering van inzicht in het Goddelijke toont voor mij een contact aan met hogere geestelijke krachten en waarden, dan tot op heden voor de mensheid mogelijk was. Alleen door een dergelijke hogere invloed kan men dichter bij de kosmische werkelijkheid komen.

Ten tweede horen wij overal de mensen over hun rechten schreeuwen. Gelijktijdig blijken steeds meer mensen te beseffen, dat er geen feitelijk en onaantastbaar recht bestaat. Er is geen bestaand recht, doch slechts een voor zich opeisen en nemen van rechten. Uit het ik en eigen bestaan voortvloeiende rechten zijn een illusie. Door steeds meer mensen worden de op aarde bestaande rechtsverhoudingen en wetten erkend als willekeurig en uit de lucht gegrepen, daarbij zich baserende op orthodoxe stellingen, maar niet werkelijk in overeenstemming zijnde met de menselijke werkelijkheid en de menselijke mogelijkheden in stof en geest. Een kosmisch recht kan alleen voortvloeien uit een kosmische wet. De daarvan aan ons bekende wetten vatten wij samen in de wet van oorzaak en gevolg. Er blijkt op het ogenblik overal een neiging te bestaan om de oorzaak en gevolgwerking af te remmen. Men is hiervoor klaarblijkelijk in toenemende mate bang. Gelijktijdig wordt op aarde in toenemende mate een versnelling van de werkingen van oorzaak en gevolg kenbaar, zodat in zeer vele gevallen de mensen de gevolgen van hun daden op zeer korte termijn zullen ondergaan. De verandering van menselijke begrippen omtrent recht en rechtvaardigheid, gepaard gaande met deze versnelling van oorzaak en gevolg, wijst mij op het ingrijpen van een kosmische kracht waarbij een kosmische en daarom ook reële rechtvaardigheid zonder de bij de mens gebruikelijke zelfzuchtige en zachtmoedige ontwijking van werkelijke rechtvaardigheid de plaats in gaat nemen van het tot nu geldende rechtsbegrip.

Meer en meer zullen wij daarnaast ontdekken, dat de mensen hun eigen zedelijke normen en morele wetten aan het wijzigen zijn. Voorbeeld: In landen, die grotendeels of zelfs bijna geheel katholiek zijn en dus onder sterk katholieke invloed staan, neemt op het ogenblik een groot deel van de gelovige vrouwen z.g. orale contraceptieve, om zo te voorkomen, dat de uitbreiding van hun gezin onbeperkt zal voortgaan, terwijl omgeving en gezin niet in staat blijken te zijn een redelijke levensmogelijkheid voor de kinderen te scheppen. Hun praktisch denken is hierbij in directe tegenspraak tot alles wat zij zeggen te geloven en hen door hun kerk wordt geleerd. Het feit, dat zelfs de regering zich heeft neergelegd bij deze praktijken en er een – zij het geringe – steun aan verleent, betekent een openbaar en algemeen verwerpen van normen, die als zedelijke opvattingen, die als religieus juist en onontkoombaar golden tot voor enkele jaren. Klaarblijkelijk wijzigt zich zowel de waarderingen van het menselijke leven als het beeld van de verplichtingen die men tegenover de levende mens heeft.

Nu is in de kosmos menselijk leven een middel tot leren. Slechts daar, waar leven de mogelijkheid biedt om een voldoende scholing en lering door te maken, is het leven verantwoord. In de geest blijkt nu, dat er een bewustwording plaats vindt, waardoor in de toekomst binnen het menselijke leven leed, pijn, verworpenheid enz. steeds minder noodzakelijk zullen worden. Het is begrijpelijk, dat de wereld zich voorbereidt op deze nieuwe mogelijkheden. Het betekent tevens, dat de wereld aantrekkelijker wordt voor geesten, die tot op heden geen behoefte hadden nogmaals in menselijke vorm op die wereld te incarneren. In feite is er dus sprake van een zich voorbereiden van wereld en mensheid op het incarneren van een nieuw soort geest met een waarschijnlijk aanmerkelijk hoger bewustzijn dan tot op heden. Ook hierom gaat men klaarblijkelijk nu al nieuwe en zuiverder normen stellen.

Er is een betrekkelijk lange tijd geweest, dat de mens zich schaamde voor zijn eigen en natuurlijke gestalte, die hij alleen op modieuze wijze verhuld aan de mensheid durfde vertonen.

Ook wat dat betreft, is er in de laatste tijd veel veranderd. Ook in de zogenaamde beschaafde landen begint men meer en meer te beseffen, dat het dwaas is eigen gestalte te ontkennen. Op allerhande gebied gaat het realisme de plaats innemen van een romantiek, die de werkelijkheid met sluiers, strikjes en kwikjes pleegde te verbergen. Deze wereld, met deze en dergelijke veranderingen, die wij zeker niet alleen kunnen wijten aan economische, sociale e.a. ontwikkelingen, of de toename van het bevolkingsgetal, bereidt zich kennelijk voor op een geheel nieuwe fase in haar bestaan. Het feit dat kosmische wetten daarbij zo sterk en onmiddellijk tot uiting komen – ook al beseffen de mensen dit gemeenlijk nog niet – doet mij concluderen, dat slechts de hoogste krachten van de kosmos een dergelijke verandering tot stand kunnen brengen, zodat er inderdaad een blijvende omvorming plaats vindt.

Wanneer wij in de geest de mensheid bezien, blijkt nog een eigenaardig verschijnsel op te treden. Het aantal mensen, dat bewust naar onze werelden overgaat, neemt in verhouding steeds meer toe. Het aantal mensen, dat met een te vaste voorstelling van het leven na de dood overgaat daarentegen, neemt – zij het traag – voortdurend af. Dit betekent een groter aantal bewuste geesten, die nog onmiddellijke banden met de stoffelijke wereld hebben. Het aantal mensen, dat in geheime scholen e.d. zich een nieuw beeld van de wereld en een nieuw beeld van het leven vormt, neemt over geheel de wereld op het moment toe. Maar gelijktijdig valt het “geheim” van de school weg en valt de nadruk bij de mens op inwijding en het verschaffen van geheime scholen wordt meer en meer vervangen door een reeks van esoterische scholen, waar de mensen elkaar ontmoeten en door onderlinge besprekingen en discussies tot een zuiverder inzicht in eigen wezen en het wezen van de wereld komen. Het feit, dat de mysteriën plaats gaan maken voor de rituelen van het mysterie, dat door de mens zelf en niet door Goden, of bovennatuurlijke krachten gedragen wordt, doet mij veronderstellen, dat de mensheid al dicht bij een fase van stoffelijk bestaan is gekomen, waarin geen mysterie meer noodzakelijk zal zijn.

Het ritueel, nu en in de komende jaren nog noodzakelijk om de stof af te stellen op het hogere, zal meer en meer plaats gaan maken voor een zuiver uit het ik voortkomend contact met het hogere. Ook dit is een verschijnsel, dat, zeker in zo plotselinge vorm, niet als een logisch vervolg van de menselijke groei tot op heden toe kan worden beschouwd. Wij kunnen dit als gevolg van een menselijke bewustwording ons voorstellen in rond 1.000.000 jaren, maar wanneer zoiets zich afspeelt in een tijd van vermoedelijk 200 – 300 jaren, is het toch redelijk je af te vragen, welke kracht hier ingrijpt.

Een onderzoek naar de onbekende krachten die op aarde werkzaam zijn, heeft ons ertoe gebracht allereerst te gaan naar de grenzen van het verblindende Licht, waar de hoogste entiteiten, de heersers van onze ontwikkeling a.h.w., zich manifesteren. Bij hen ontdekken wij slechts een geringe intensifiëring van de normale activiteiten. Zo er van hen al andere werkingen en krachten uitgaan, zijn deze door ons in ieder geval niet ontdekt. Daarna hebben wij ons begeven tot sterren- en planeetgeesten. Hier vonden wij veelal grote veranderingen en hier en daar zelfs directe wisselingen. Het bleek ons, dat entiteiten, die tot voor kort ons bekend waren als bezielende krachten van bepaalde planeten en sterren, plaats hadden gemaakt voor andere entiteiten. In de meeste gevallen was de ontwikkeling van de nieuwe entiteiten meer extreem dan die van de ouden. Waar een lichtende oudere entiteit had geregeerd, vonden wij na de wisseling een sterkere lichtende entiteit. Daar, waar de bestrevingen van een vroegere planeet- of sterrengeest vroeger reeds negatief waren, bleek in vele gevallen een duisterder geest zich geïncarneerd te hebben in het hemellichaam. Een onderzoek van nieuw gevormde planeten en sterren in andere sterrennevels toonde aan, dat een incarnatie van grote, maar meer extreem gerichte geesten ook hier gebruikelijk is. Wij zijn – helaas – te klein om precies na te gaan, hoever dit extreem reageren en denken van deze sterren- en planeetgeesten nu eigenlijk loopt. Wij kunnen alleen de tendens vaststellen. Er is dus sprake van iets, wat zich niet alleen uitspreidt over een bepaald deel van een wereld, één enkele wereld, of een nauw begrensd deel van de kosmos, zoals bv. bij de heerschappij van Aquarius het geval is, maar van een alomvattende werking. Waar zelfs andere sterrennevels hierbij betrokken schijnen te zijn, kunnen wij wel spreken van een zeer grote, zeer hoge en directe kracht, die deze invloed schept.

Ons verdere onderzoek deed ons constateren, dat vele krachten en geesten op aarde daalden, of op aarde werkzaam werden, vanuit de sferen, die – gezien de kentekenen, die zij met zich dragen – tot sferen onmiddellijk bij het verblindende Licht behoren. Zij staan dus even hoog als de leidinggevende geesten, die bepaalde geestelijke werkingen en groeperingen helpen vanuit lagere sferen op aarde werkzaam te zijn, maar blijken ook met die wereld een direct contact te hebben opgenomen. Enkelen van hen schijnen zelfs te behoren tot de sfeer van het kleurloze Licht, waarachter alle geheimen van de Schepping voor ons nog schuil gaan. Dit bracht onze groep van onderzoekers tot de volgende vaststellingen:

  1. Onze aarde, onder invloed van Aquarius, ondergaat op het ogenblik reeds vanuit deze kracht een zeer scherpe en onverwacht vreedzame, maar alomvattende omwenteling, die alle menselijke waarden en gebruiken zal betreffen, maar, gezien de uit de kosmos verder optredende werkingen, zullen ook alle andere levensvormen bij deze omwentelingen direct betrokken zijn. Opvallend grote en plotselinge mutaties bij vele levende vormen lijken ons dan ook onvermijdelijk.
  2. Het optreden van lichtende geesten – hoofdzakelijk z.g. oudere geesten – neemt aanmerkelijk toe. Hetzelfde geldt voor sterkere duistere krachten. Het verleden schijnt, als geestelijke invloed, op uw wereld opnieuw te ontwaken en alles in het werk te stellen om zijn stempel op de aarde en haar bewoners te drukken, waar dit slechts zelden het geval is en zover ons bekend nimmer in die mate alleen onder invloed van een heerser als Pisces of Aquarius voor pleegt te komen, nemen wij aan, dat ook hier een kracht uit het Al deze krachten en geesten van vroegere rassen en volkeren wekt en hen dwingt meer actief in de ontwikkeling van de materie deel te nemen.
  3. Het feit, dat dergelijke inwerkingen en vaak zelfs een kenbaar onmiddellijk ingrijpen, geheel de ons bekende kosmos omvatten, doet ons veronderstellen, dat de Goddelijke adem zelf in deze tijd zijn contrasten opnieuw definieert. Deze werkingen schijnen onmiddellijk vanuit de Schepper voort te komen.

Nu is een periode die in het Al slechts één enkel ogenblik is, voor de mens een ongekend aantal miljoenen jaren. Daarom hoeft u niet bang te zijn, dat genoemde processen zich reeds in uw dagen geheel zullen voltrekken. Zeker is het, dat een scherper scheiden van tegenstellingen noodzakelijk is, om een bewustzijn te scheppen, dat een werkelijke samenwerking en juiste eenheid van die tegenstellingen mogelijk maakt. Het eindproduct van een dergelijk proces is de algehele versmelting van de tegenstellingen, de oplossing van alle conflicten. Wanneer wij nog enkele kosmische uren verder zijn, zou een dergelijk proces van eenwording uiteindelijk in stasis resulterende, o.i. kunnen beginnen. Dat is waarschijnlijk de kosmische avondschemering, waarop de nacht van Brahman volgt. Voor de aardmens en alle leven op aarde betekent dit, dat er vanuit de kosmos meerdere invloeden gelijktijdig werkzaam zijn.

Ik sprak u reeds van een invloed, die kosmische werkingen op aarde scherper kenbaar maakte, over een versnelling van bepaalde werkingen van deze wetten als bv. oorzaak en gevolg, maar ik mag daarbij niet stil blijven staan. Ik moet stellen: Wanneer deze krachten zich in de kosmos manifesteren en dit zich scherper openbaren van positieve en negatieve krachten alomvattend is, zal het – zij het door de traagheid van het menselijk begrip, misschien enigszins gelimiteerd – zich als een beslissende invloed in de komende tijd uiten.

Tegenstellingen op aarde zullen moeten groeien. Wanneer het proces van de tegenstellingen en hun ontwikkeling volgens de gekende wetten uiteindelijk moet voeren tot een eenwording, zo zal het verder redelijk zijn om aan te nemen, dat – onder de broederschap bevorderende invloed van Aquarius – dit proces zich in de komende tijd op aarde, t.a.v. het verdere Al, in versnelde mate zal gaan afspelen. Dit zou voeren tot een éénwording van de mensen door de versmelting van de tegenstellingen, die elkaar aanvullen, niet door een opheffen van de bestaande tegenstellingen. M.i. is dit een logische conclusie. Een rustperiode van het Al – nacht van Brahman – zou voor het menselijke ras een periode van stilstand kunnen betekenen, aan het einde waarvan de mensheid geheel herschapen wordt, dan wel een einde van het aardbestaan, doordat de aarde verdwijnt. Dit ligt nog vele duizenden jaren van het heden verwijderd. Over het geheel genomen wordt op het ogenblik de levensconditie op aarde kosmisch zo sterk gestimuleerd en ontwikkeld, dat niemand zich aan de nu heersende invloeden zal kunnen onttrekken.

Voor de eenvoudige mens kan men hieruit het volgende afleiden: U bent op het ogenblik beperkter vrij, dan u zou denken. Weliswaar kunt u zelf nog besluiten in welke richting u wenst te gaan met uw werken en streven, maar u zult onverwacht snel – en door uzelf niet meer te beheersen – op deze ingeslagen weg een ontwikkeling doormaken. Wanneer u begint met enig kwaad te doen – “Zo erg is dat toch niet?” – dan zult u ontdekken dat u binnen afzienbare tijd alleen nog maar werkelijk kwaad zult kunnen doen. Wanneer u er naar streeft volledig goed te leven, zo zult u de mogelijkheid daartoe onverwacht snel kunnen vinden. Wanneer u naar harmonie streeft, zal deze harmonie u inderdaad en onverwacht snel worden gegeven. Wie streeft naar verdeeldheid bij anderen, of bij zichzelf, zal in deze verdeeldheid zo grote spanningen moeten ondergaan, dat zij geheel het eigen wezen aan zullen tasten.

Daarom is het voor de mens van heden noodzakelijk, dat hij juist aan de hand van de kosmische stralingen en werkingen, die de wereld beroeren, voor zich nagaat, wat hij in feite doet en wat hij nu eigenlijk werkelijk wil. Is het werkelijk goed, wat u wilt? Tracht eens niet halfbakken te zijn, maar ga na – voor u tot daden overgaat – wat wel en wat niet gewenst is. Wanneer u voor uzelf besluit in welke richting u wilt gaan en daarin consequent verder gaat, zult u zich zeer snel kunnen ontwikkelen. Dit blijkt wel uit alles, wat wij waarnemen. De krachten, die van buiten af de aarde bereiken, zullen u dan zo snel voorwaarts drijven, dat u steeds weer over uzelf verbaasd staat. Maar op het ogenblik, dat u blijft twijfelen, zult u aan deze innerlijke verdeeldheid kunnen ten onder gaan, terwijl elke muterende invloed – geestelijk of stoffelijk – in uzelf wordt omgezet in pijnen, verdriet en ellende.

De veranderingen, die op aarde plaats gaan vinden, zijn niet tegen te houden. Wanneer er ergens een tendens ten goede bestaat, zelfs indien dit oorspronkelijk alleen geestelijk zou zijn, zullen geest en stof snel hierbij betrokken worden bij anderen. Geestelijke krachten ten goede blijken in toenemende mate in staat te zijn, stoffelijke krachten uit te schakelen of om te vormen. Datgene, wat op het ogenblik nog een vloek lijkt, kan alleen door het positief richten van geestelijke krachten tot een zegen worden. Radioactieve uitval, die op het ogenblik nog een vloek lijkt, een aantasting van en verderf voor de komende geslachten, een aantasting ook van het welzijn van degenen, die nu op aarde leven, zal, indien de instelling van de mensen maar verandert, binnenkort de aarde nieuwe vruchtbaarheid kunnen geven en meewerken, om op aarde de juiste en verlangde mutaties sneller tot stand te brengen. Bedenk dat door een juiste geestelijke instelling, de mens in staat is de betekenis te veranderen van alles, wat er in de stof en de geest op het ogenblik bestaat. Slechts het Goddelijke Zelf onttrekt Zich aan deze invloed.

Juist dankzij deze kosmische inwerkingen en de gunstige werking van Aquarius, op de aarde en andere werelden, zijn grote resultaten ten goede te verwachten van alle geestelijk streven.

Daarom wordt het hoog tijd, dat wij beginnen met positief te denken. Niet, dat wij de werkelijkheid moeten verloochenen en alleen het gunstige mogen zien, maar wij moeten – ons baserende op de werkelijkheid – onze geest en gedachten richten op alle positieve werkingen en mogelijkheden, die in de erkende werkelijkheid geborgen zijn. Positief denken wil zeggen: Geen gedweep, geen grote gebondenheid, maar een groot begrip voor alle harmonische mogelijkheden en noodzaken. Positief denken wil zowel voor de mens als de geest in deze dagen bovenal zeggen: Gebruik maken van de kracht, die je gegeven wordt, niet om alle veranderingen rond je in je te bestrijden, wanneer zij ontstaan, maar deze te bevorderen en te zien als een werking, die de toekomstige noodzaken van geestelijke en stoffelijke ontwikkeling reeds nu tegemoet komt en zo een juiste bewustwording bevordert. Positief denken wil zeggen: Het goede zien in alle dingen en je zoveel mogelijk aanpassen aan de werkingen en wetten van de kosmos.

Ik zou dit alles – en met veel plezier – nog kunnen verduidelijken aan de hand van de geschiedenis. Maar men heeft mij, en niet alleen op aarde, reeds eerder verweten, dat ik eerder geschiedenis doceer, dan geestelijke waarden. Ik zal mij beperken tot de feiten van heden.

Alles, wat op het ogenblik positief streeft, zal binnen 10 jaren zijn streven grotendeels verwerkelijkt, zijn doel waarschijnlijk grotendeels bereikt hebben. Alles, wat op het ogenblik negatief streeft, zal – eveneens binnen 10 jaren – bijna geheel geïsoleerd zijn. De tijd van 10 jaren is af te lezen uit het huidige tempo van stoffelijke en geestelijke evolutie.

Degenen, die nu bang zijn, leven binnen enkele jaren in een wereld van verschrikkingen, die wel alleen uit spoken schijnen te bestaan en uit demonen schijnen opgebouwd te zijn. Voor hen wordt het leven een bestaan in een spookachtige wereld die steeds weer verleidt om naar  spiegelbeelden te grijpen, zonder ooit de mogelijkheid te geven iets meer werkelijks te bereiken.

Degenen, die geen angst hebben en zelfs in deze tijd vertrouwen hebben in het leven en de zin ervan, degenen, die bereid zijn mede te streven met de ontwikkelingen, die zich nu steeds sterker kenbaar maken, zullen over enige jaren reeds leven in een wereld vol schoonheid die een komende bloei aankondigt. Hun wereld heeft een prille, maar vreugdige schoonheid als van een lente, wanneer in de eerste zonnige dagen zich het prille groen toont op de overigens nog kale bomen.

Drie jaren om deze verschijnselen merkbaar te zien worden, tien jaren voor een algehele omwenteling. Dat is niet veel. De wetten, die op het ogenblik reeds zich openbaren, zullen in steeds sterkere mate ingrijpen. Ik ben ervan overtuigd, dat het ingrijpen volgens de huidige methode door de Witte Broederschap binnen 6 tot 7 jaren bijna onmogelijk zal zijn geworden, zodat deze grote geestelijke macht en groepering in overwegende mate docerend op zal gaan treden.

De tendensen, die wij op het ogenblik in de geest kunnen constateren, moeten m.i. voeren tot de vaststelling, dat de kosmische wetten zelf mensen zullen uitschakelen en desnoods vernietigen, wanneer zij niet meer passen in de werkelijkheid en de ontwikkelingen van de mensheid, terwijl op gelijke wijze vanuit de kosmos zelf, kracht en besef zal worden gegeven aan mensen, wier verder werkzaam zijn op aarde in het belang van de mensheid noodzakelijk is. Daaraan zal dan verder niemand, zelfs de Witte Broederschap niet, iets kunnen doen.

Vragen.

  •  Kan men het als een voorrecht beschouwen in deze tijd te leven?

Men kan natuurlijk alle dingen als een voorrecht beschouwen. Indien men zich realiseert, dat er op het ogenblik zoveel op aarde gebeurt, dat men in één jaar meer door kan maken en meer kan beleven, dan anders in een geheel menselijk leven; wanneer men verder rekening houdt met de ontwikkelingen, die zich op het ogenblik afspelen en die de mens de mogelijkheid geven zeer snel bewust te worden, kan men het leven in deze tijd, althans vanuit een geestelijk standpunt, zeker als een voorrecht beschouwen.

  • Geleerden ontdekten, dat boven de Noordpool een hittegolf in januari heerst, terwijl in de hogere luchtlagen daar de wind om de 27 maanden van richting verandert. Deze cyclus is in de weerkunde niet bekend.

Het aardmagnetisch veld staat sterk onder de invloed van de werkingen van de zon. Een zonnecyclus van 2 en een kwart jaar, in de uitstraling van de zon, verandert de dichtheid van het aardmagnetisch veld enigszins, wat aanleiding geeft tot de langzame verplaatsing van de magnetische polen, maar tevens op de polariteit in de aardatmosfeer invloed heeft. Dit blijkt onder meer, uit het optreden of wegblijven van noorderlicht in bepaalde jaren. Tevens worden bepaalde geïoniseerde luchtlagen daardoor in samenstelling en hoogte enigszins gewijzigd.

Daardoor stroomt de lucht enigszins anders in de stratosfeer. Bij de polen, waar deze werkingen het dichtst bij de aardoppervlakte kenbaar worden, wordt dit het gemakkelijkst geconstateerd.

De “hittegolf” is het resultaat van een soortgelijk effect. Warme lucht stroomt naar de gebieden van grootste koude, wordt daar naar beneden gezogen en circuleert dan weer als koude poolwind in de richting van warmere streken.

Verder speelt in de temperatuur van bepaalde hogere luchtstroming nog een ander effect een rol. De buitenste lagen van de atmosfeer bestaan uit edelgassen, maar ook bepaalde, als gas verdeelde, metalen. Deze zetten eveneens zonnestraling in warmte om, vooral daar, waar de invalshoek van de zonnestraling deze een betrekkelijk lange weg door deze bovenste luchtlagen af doet leggen. In de winter is dit onder meer het geval boven de Noordpool. Overigens: Een hittegolf boven de Noordpool betekent slechts dat het temperatuurverschil tussen de grond, en de lucht op 10 km hoogte, aanmerkelijk is en uiteen kan lopen van een grondtemperatuur: 20 tot 80°C., luchttemperatuur: + 10 tot + 30°C.

  • Wat betekent: “Eva werd geboren uit een rib van Adam”?

Mijns inziens dankt men dit aan het feit, dat de eerste wezens zelf voortbrengend waren, zodat men zich de eerste mens eveneens zo voorstelde. Wij horen reeds in de oudheid van de perfecte mens of oermens onder de naam: de perfecte hermafrodiet, de zelf levendbarende. Deze uitdrukking kent men in menige mysterieschool en menige esoterische overlevering ook heden nog. Door nu te stellen, dat Eva is voortgekomen uit Adam – deze eerste mens kan niet beschouwd worden in dit verband als identiek met de man – geeft men weer, dat de man en de vrouw eerst, wanneer zij elkaar aanvullen werkelijk één volledig wezen, één volledige mens vormen. Deze gelijkenis is waarschijnlijk ontleend aan de vroeg-Babylonische geheimleer en wordt m.i. gebruikt om aan te tonen, dat de man zonder vrouw, de vrouw zonder man, niet in staat zal zijn te beantwoorden aan de eisen, die God stelt aan een wezen, dat Hij naar Zijn beeld en gelijkenis zou hebben geschapen.

  • Achnaton was zijn tijd ver vooruit. Komt zijn invloed in deze dagen terug?

U bedoelt Ichnaton. Achnaton was iemand anders. De invloed, die in zijn tijd en door zijn wezen kenbaar was, is ook in uw dagen weer kenbaar, maar aanmerkelijk sterker dan voorheen. Dit is niet zijn persoonlijke invloed, waaraan hij ondanks zijn zwakte in zijn dagen uiting wist te geven.

  • U spreekt over geesten uit de oudheid, die tot nieuw leven worden gewekt. Heeft dit iets te maken met de “opwekking der doden”, zoals vele sekten die zien? Ontwaken deze geesten uit de stof? Sliepen of leefden zij in een sfeer?

Het hernieuwd tot leven komen van geesten uit de oudheid, kunt u zich het beste voorstellen als een weer contact opnemen met de wereld door mensen, die lange tijd binnenshuis opgesloten waren en nu weer naar buiten kunnen komen, of, wat vanuit geestelijk standpunt juister is: Wezens, die vanuit de vrijheid van de kosmische sferen zich opeens door een wekroep genoopt zien, zich tijdelijk weer in het leslokaal van de menselijke werelden te begeven. Deze geesten hebben eens in de stof geleefd, maar leven nu nog in de sferen, zoals zij sindsdien steeds deden. Zij zijn bewust actief geweest, maar op een geheel ander terrein. Zij hebben zich met de bewustwording en ontwikkeling van de mensheid dus niet, of slechts zeer beperkt, bezig gehouden. Door inwerkingen in de kosmos en de wijze, waarop de wereld op deze inwerkingen reageert, ontstaat tussen de menselijke wereld en de werelden, waarin deze geesten leven, een zodanige harmonie, dat zij niet na kunnen laten hernieuwd zich van deze wereld bewust te worden en daar in te grijpen. Hierbij bestaat ook nog enig direct verband met de mensen die nu op aarde geïncarneerd zijn, waaronder velen ook uit de zogenaamde Isisperiode.

  • Uitgaande van de Egyptische gegevens zou Ichnaton rond 900 v.Chr. geleefd hebben, volgens anderen vroeger.

Praktisch elke nieuwe regeerder begon met een nieuwe jaartelling. Men sprak dan van het eerste jaar van zijn regering, het derde jaar van de regering van zijn voorganger. Ook door het natuurgebeuren ontstond vaak een wijziging van de jaartelling. Wanneer bv. de Nijl enkele jaren achtereen weigerde buiten haar oevers te treden, trachtte men vaak de Goden van de Nijl te bedotten door aan de gangbare jaartelling een bepaald aantal jaren toe te voegen in de hoop, dat de Nijlgoden zouden geloven, dat er meer tijd verstreken was en daarom weer normaal zouden werken. Ook zijn er heersers in Egypte geweest, waarvan men niet eens meer weet, dat zij bestaan hebben.

Voorbeeld: een rebellengeneraal doodde een farao en regeerde bijna 39 jaren. De zoon van de farao was door getrouwe priesters verborgen en kwam later als leider van een leger tegen de usurpator in opstand. Hij liet de naam van de veldheer overal verwijderen en alle afbeeldingen van hem vernietigen. Zijn lijk werd vernietigd, de jaren na zijn regering werden als niet geweest beschouwd, zodat de zoon zijn jaartelling begon met het jaar 1, maar zich gedroeg alsof zijn vader eerst zojuist was overleden. (Een gedrag, dat ons doet denken aan de encyclopedieën in Rusland, waar immers ook sommige personen opeens uit verdwijnen, alsof zij nooit geleefd hadden.) De afwijkingen kunnen dus zeer groot zijn. Ichnaton leefde meer dan 1200 jaren voor Christus. Ook de joodse jaartelling, die men als vergelijkend materiaal voor de Egyptische jaartelling pleegt te gebruiken, is niet direct betrouwbaar te noemen. Naar ik meen, is het verschil tussen de door historici gestelde tijd en de werkelijke tijd soms zelfs 500 – 600 jaren.

De berekening van de dynastieën in Egypte is even juist als de orthodox christelijke berekening van de tijd, dat de wereld bestaat aan de hand van het Oude Testament.

Wanneer ik de vragenrubriek gade sla, kom ik tot de overtuiging dat sommigen onder u alle  tijdschriften en kranten afgrazen om onverklaarbare gevallen te vinden, die zij vervolgens aan ons voorleggen. Ofschoon wij vaak hierop antwoord geven, hebben deze vragen over het algemeen weinig zin. Toch zijn er steeds weer problemen, die belangrijk kunnen zijn. Wanneer ik denk onder andere aan de vraag over Eva en de gestelde vraag over antisemitisme, zo begrijp ik, dat de mens zich meestal tot het verleden wendt, omdat het heden hem overweldigt. Er is op het ogenblik geen enkele reden om op het verleden terug te grijpen en bijvoorbeeld te stellen: Waarom zegt men dat Eva slechts een rib van Adam is, tenzij men de consequenties van het antwoord allereerst in het heden wil bezien. Belangrijk is niet de vraag, of dit nu wel juist is, maar de conclusie, die volgt uit het gegeven beeld: Dat men als man/vrouw nimmer alleen werkelijk menselijk kan leven en werken, doch dit alleen in samenwerking met anderen zal kunnen doen.

Een tweede belangrijk aspect, dat in deze dagen belangrijk is: Het feit, dat de man en de vrouw werkelijk verschillen, niet alleen in fysiek opzicht, maar ook in geestelijke en verstandelijke mogelijkheden. Alleen door het erkennen van de nu bestaande en feitelijke toestanden zal de mens werkelijk kunnen leven, zal men de juiste weg kunnen vinden, die tot vrede en harmonie voort.

Eenzelfde les vloeit uit het antisemitisme voort. Wanneer je dit bestrijdt en daarbij te luidruchtig, te wild, te werk gaat, kweek je juist antisemitisme. Wanneer je te vaak en te veel vertelt, dat je een gewoon mens bent, zullen anderen daaraan gaan twijfelen. Wie werkelijk weet, dat hij/zij een gewoon mens is en leeft als een gewoon mens, bereikt zijn doel gemakkelijker. Dan zal niemand meer over zo iemand denken als een jood, of een niet-jood.

Juist wanneer men de aandacht zelf vestigt op bestaande verschillen en zichzelf daardoor onzeker voelt, zal men door anderen aangevallen en bedreigd worden.

Ook hier wijst het antwoord in de eerste plaats op de noodzaak tot samenwerking in het heden, tot het ontkennen van verschillen en het erkennen van de menselijke waarden, die men met een ieder gemeen heeft. Want de werkelijkheid van heden houdt in, dat alle mensen in wezen gelijk zijn, ondanks hun fysieke verschillen in beschaving en bewustwording. Daarom zal een ieder gelijkelijk het recht moeten bezitten op zijn eigen wijze te leven en zal een ieder gelijkelijk de verantwoordelijkheid moeten dragen voor zijn eigen daden. Alleen dan is er voor alle mensen waarlijk een plaats op deze wereld en zal elke geest, die op deze wereld incarneert, iets kunnen bereiken, zeker in een tijd als deze. Volgens mij is het werkelijk een voorrecht in een tijd als de huidige op aarde te mogen leven. Om dit zelf te beseffen, is het alleen noodzakelijk dat men weet, wat men werkelijk wil en niet slechts dromende, of als een achterdochtig en angstig wezen, door het leven sluipt. Besef, wat goed is; leef niet alleen voor jezelf, maar durf als een bewust deel van de mensheid door het leven te gaan. Dat is de juiste weg.

Binnenkort komt de mensheid voor een werkelijkheid te staan, die niet meer verdrongen kan worden door schone leuzen, dromen, of idealen. Dan, is alle geroep over eigen belangrijkheid en gewichtigheid niet veel meer waard dan het toeteren van “Algerie Française” in het zuiden van Frankrijk op het ogenblik. De mens moet begrijpen, dat hij in het heden dient te leven en met de waarheden van het heden; dat hij niet kan vertrouwen op slagzinnen en leuzen en zich niet meer kan beroepen op de grootsheid van gisteren. Nu tellen alleen nog de mogelijkheden van vandaag, de daden, die nu gesteld worden, de punten, die nu bereikt worden. In een wereld, waarin veel meer mensen dan in het verleden leven, zodat daardoor grotere mogelijkheden bestaan op alle gebied, maar gelijktijdig ook veel grotere gevaren bestaan, dan ooit tevoren, kan men alleen maar waarlijk goed en gelukkig leven, wanneer men de werkelijkheid onder ogen wil zien en niet wanhopig tracht zich voor de feiten te verschuilen achter een dogma of een politieke stelling.

image_pdf