Kracht van kracht

13 maart 1978

We hebben vandaag een gastspreker die zich ook alweer – het schijnt in de tijd te liggen – voornamelijk bezighoudt met krachten en al datgene, wat erbij te pas komt.

Wat zijn werk precies is, is moeilijk te omschrijven. Misschien zou je hem vanuit een menselijk standpunt nog het beste kunnen omschrijven als een inwijder, die transformatie van trillingen mogelijk maakt. Dat hij hier komt is natuurlijk wel een groot compliment en ik geloof niet, dat ik over hetgeen hij zou willen zeggen eigenlijk commentaar kan geven, u vergeeft mij dat maar.

Wat er te zeggen is, is voor mij te ingewikkeld om het juist te formuleren, en ik neem aan dat hij het wel kan. Misschien doe ik er beter aan u een klein beetje te vertellen over zijn werk, over zijn leven.

In de eerste plaats: zijn laatste incarnatie is nogal een tijdje geleden. Dat ligt ongeveer 1300 voor Christus dus het is wat u noemt een belegen geest. Hij was toen Egyptisch priester en behoorde tot de speciale rites van Osiris. Zijn gehele leven is er eigenlijk een geweest van zoeken; hij was ook paranormaal zeer begaafd. Toen hij is overgegaan, heeft hij zich voornamelijk beziggehouden met de verschillen die er bestaan tussen de verschillende vlakken van perceptie, die wij sferen noemen.

Toen hij eenmaal zover was – en u ziet: een beetje van die geschiedenis kan ik u wel geven – toen hij eenmaal zover was gekomen, toen hij begrip kreeg voor iets wat we vergelijkenderwijze maar trillingsverhoudingen zullen noemen, begreep hij ook dat het vaak mogelijk is om iemand te helpen door hem a.h.w. iets van je eigen kracht, iets van je eigen inhoud te lenen zodat hij zich daaraan op kan trekken.

Hierdoor wordt het iemand mogelijk gemaakt om sneller dan anders het geval is van de ene bewustzijnsgolf over te gaan naar de volgende. Dit bracht natuurlijk weer met zich mee, dat hij – in het begin werkende met mensen – langzaam maar zeker begrip ging krijgen voor groepen, voor de grote invloeden die er op aarde worden uitgestraald door onder meer de Heren van Wijsheid.

Zo is hij zich meer en meer gaan toeleggen op een verheldering van het bewustzijn op een zeer speciaal terrein. Het ging hem er nl. om de mensen bewust te maken van de grotere inhoud en betekenis van hun eigen leven; zeg het maar zo. Dit impliceerde weer dat hij te maken kreeg met allerhande krachten, ja, misschien dat u ze vaag omschrijft als astrologische en magische krachten, maar in ieder geval krachten, die het geheel van de groei van de evolutie eigenlijk proberen te begeleiden.

In deze periode had hij dan ook al een aardige rang bereikt – als je van een rang kunt spreken – bij de Witte Broederschap. Hij heeft zich toen steeds meer toegelegd op het scheppen van grote golven waardoor die transformatiemogelijkheid ontstond.

Deze bewustwordingsgolven zijn op het ogenblik nog zijn voornaamste bezigheid. Voor iemand die daarmee geconfronteerd wordt lijkt het mij een beetje moeilijk om dit alles in één keer te overzien. Wanneer je dat waakbewust zou ervaren als mens, dan denk ik dat je op een gegeven ogenblik het gevoel hebt naast jezelf te lopen, net of je met z’n tweeën bent en dan weet je niet meer of je nou de een of de ander bent. Er is een soort verloren gaan van de simpele gedefinieerde persoonlijkheid en het eigen denken ondergaat er invloed van. Je krijgt plotseling een iets andere visie; je voelt a.h.w. ook in je eigen lichaam krachten op een andere manier werken. En dan schuift langzaam het beeld weer naar elkaar toe, maar dan ben je eigenlijk niet meer helemaal dezelfde; je hebt een deel van je mogelijkheden getransformeerd en daardoor neem je waar op een andere manier, denk je op een andere manier maar vooral: beleef je allerhande krachten die rond je zijn op een – ik zou haast zeggen bewustere wijze.

Voor een geest is het misschien nog gemakkelijker te zeggen. Een geest leeft namelijk in een wereld die uit zijn eigen gedachten bestaat. Wanneer die transformerende invloed hem bereikt is het net of er door dat beeld heen een tweede beeld ontstaat. Je ziet dubbel maar je ziet eigenlijk twee dingen, twee werelden die door elkaar heen schijnen te lopen. Wanneer je in staat bent die andere wereld te aanvaarden dan verdwijnt die oorspronkelijke wereld. De waarden ervan blijven wel aanwezig maar alweer: betekenis, besef, mogelijkheid hebben zich gewijzigd.

Nu kan dat natuurlijk ook een mens treffen die bezig is met – ik neem maar eens wat – meditatie b.v. of die slaapt; of een mens die in uitgetreden toestand het één of ander doormaakt. Wanneer dit nu weer het geval is zal heel veel van hetgeen ik over die geest verteld heb ook voor die mens gelden. Je ervaart een verandering in je persoonlijkheid. Mediteer je, dan is het net of het licht anders gaat schijnen. Je krijgt het gevoel dat er iets aan de hand is – al kun je het niet helemaal omschrijven – en opeens komen er allerhande beelden in je op, die vreemd zijn, die je zo nog niet beleefd hebt. Van daaruit ontstaat dan het nieuwe bewustzijn.

In de uitgetreden toestand lijkt het meer op wat een geest doormaakt met dien verstande, dat iemand die uitgetreden is meestal een gezel heeft, een geleider. Is er geen geleider dan is er altijd wel iemand, die een oogje in het zeil houdt. En die blijft dan als constante factor. Je ziet verandering van zeg maar kleur, van timbre, maar die ene persoon blijft hetzelfde en dat is dan je houvast.

Maar door de veranderingen die je ondergaat beleef je ook kracht op een andere manier. De energieën die optreden zijn anders. Het gevolg is dus alweer, dat je terugkeert en dat je niet helemaal dezelfde bent en dat je dit bijvoorbeeld kunt constateren aan sterke veranderingen in je eigen denken, in je gedachteassociaties.

Voor een mens is dit een wetenswaardigheid neem ik aan, want wanneer je het hebt doorgemaakt, weet je dat er veel meer aan vast zit. Maar als je het niet hebt doorgemaakt klinkt zelfs dit ongeloofwaardig. De hele situatie waarin je beleeft, kun je eigenlijk alleen maar met symbolen weergeven, en ik geloof dat dat de grote moeilijkheid is voor eenieder, die zo’n geestelijke impuls ondergaat, die een inwijding, die een bewustwording doormaakt.

Er zijn natuurlijk bepaalde vereisten; je moet er op dat ogenblik juist voor afgestemd zijn. Je moet een voldoende persoonlijkheidsinhoud hebben om te reageren, je moet een primaire kracht bezitten om in staat te zijn die andere kracht a.h.w. te ontvangen en aan jezelf aan te passen. Maar voor de rest kun je eigenlijk alleen maar de zaak uitdrukken in een symbool. Als iemand zegt: “Ik ben door een lichtende poort gegaan”, nou ja, dan is hij door een lichtende poort gegaan. Maar dan is dat in wezen alleen maar die verandering van wereld, die hij zo uitdrukt.

Wanneer een ander zegt: “Ik heb plotseling van een hoge vriend een inwijding gekregen en een nieuwe rang,” dan zal dat voor die persoon zo zijn, maar in wezen is zijn eigen verandering daaraan voorafgegaan. Misschien dat iemand heeft gezegd: ” Nu ben je dus ingewijd, want je bevindt je op dit vlak van bewustzijn.” Dat is mogelijk. Maar de inwijder, zoals die letterlijk wordt voorgesteld is er eigenlijk niet; want het bewustzijn is eerst nodig voordat de inwijder beseft kan worden, als u begrijpt wat ik bedoel. Al die dingen bij elkaar hebben u in ieder geval hoop ik, wel duidelijk gemaakt, dat we te maken hebben met een wat zonderlinge figuur en een heel belangrijke figuur.

Wanneer ik mijn persoonlijke impressie van hem moet weergeven zou ik zeggen: hij is net een zon, maar dan met een paarlemoerachtige flonkering erin. Dan praat ik ook in symbolen. Maar de zon is stralend en er zijn vele verschillende weerkaatsingen en vele tinten in parelmoer. Het is niet één waarde, één kleur licht bijvoorbeeld. Nee, het is eigenlijk of alle kleuren door elkaar liggen en alles samenvloeit. Zo kun je ook zeggen: Het is niet een persoon, maar het is iets wat onpersoonlijk lijkt en spreekt als een persoon.

Dus mijn impressie is eigenlijk het best weergegeven met dat beeld: een zon met een parelmoeren schijnsel, die tot je spreekt, maar dan eigenlijk als een vriend die naast je zit. Wat je daarbij verder ondergaat – ja, misschien ben ik daar nog niet rijp voor, dat kan best – is voor mij eigenlijk alleen maar een verbluft zijn. Ik geloof dat je mijn reactie op deze gast het best kunt omschrijven als een vreugdig ontstelde verbazing en dan is het voorbij en zit je je af te vragen hoe kan het.

Wanneer zo iemand zich moet manifesteren is het duidelijk, dat hij dat niet kan doen met de volledigheid van zijn wezen en zijn kracht. Hij zal dus een deel moeten nemen van hetgeen hij is en de kans bestaat, dat hij zich terugprojecteert naar zijn oude gestalte, maar ik denk dat hij zover eigenlijk nog niet eens zal komen; dat dit een te vergaande verandering zou zijn en dat hij gewoon kiest voor directe beïnvloeding.

Waarom ik niet in staat ben iets te zeggen? Dat is ook moeilijk te verklaren. Want ik heb – zoals dat gebruikelijk is, we doen dat altijd eigenlijk als er een gastspreker is – hem geïnterviewd. D.w.z.: ik heb contact met hem gehad, ik heb gevraagd waar hij over wou praten. Maar ja, als iemand nu zegt: “Kracht” dan weet je nog niets. Maar als je zegt: “Wat voor kracht?” dan zegt hij: “Nou, de kracht van de kracht.” En dan weet je het nog niet. Dan drukt hij wel iets uit, maar ik kan het onderscheid er niet in vinden. Als u tegen mij zegt: “Licht” dan zeg ik: “Ja, dat begrijp ik.” “Ja, maar in het licht dat bijzondere licht.” Vraag ik: “Wat voor kleur?” dan zegt hij: “Nee, het is licht.” Dan weet ik het niet. Het is een bepaalde vorm van trilling en wanneer ik een klein beetje oog heb op de mogelijkheden van het gezelschap, dan kan die trilling niet direct worden, overgebracht, die kan niet in woorden worden uitgedrukt. Ik moet dus aannemen dat hij dat op een andere manier gaat doen, hoe weet ik ook niet.

Terwijl ik me hier in zekere zin een brevet van onbekwaamheid zit te geven moet ik gelijktijdig zeggen: ik ben ervan overtuigd dat we ergens een invloed kunnen krijgen die heel ver gaat. Want weet u: inwijding is voor iedereen anders. Je kunt nooit zeggen, inwijding is voor iedereen precies hetzelfde; dat is een vast diploma, en je moet een tentamen en een examen hebben en dan krijg je je graad.

Het is eerder een verandering. Een verandering, die je ook niet kunt uitdrukken gewoon als een verandering in wat je bent, je bent nu op dezelfde manier een beetje anders. Nee, geestelijk gezien is het als een rups die een vlinder wordt. Het is een bevrijding, een licht zijn. Dus als je met die inwijding bezig bent komt er een ogenblik dat je zegt: wat is wezenlijk en dan ga je kijken bij de mensen. Wat vertellen de mensen erover? Ze zeggen: inwijding betekent a.h.w. sterven in de bestaande wereld en ontwaken in de nieuwe geestelijke wereld. Goed, maar er zit geen overlijdensakte bij ingesloten. Dat sterven is denkbeeldig. Het is misschien een afscheid nemen van beperking. Dan zeggen ze: “Maar het is het ontwaken tot nieuwe taken.” Goed, maar die taak geef je jezelf. Er staat niemand die zegt: “Je kan ingewijd worden, maar dan moet jij voortaan putjesschepper worden in de hemel ofzo.” Dat bestaat gewoon niet.

De taak is doodgewoon wat jezelf ziet als zodanig. De beel­den waarin je die taak uitdrukt en al wat daarmee samenhangt zijn de beelden die bij jou behoren. Het zijn geen beelden die volkomen concreet en reëel zijn, dat is gewoon de manier waarop jij je iets voorstelt.

Dus wat moet je van inwijding zeggen? Voor een mens is het van alles en niets. Sterven, zeker, maar d­an alleen maar een heel klein stukje. Een stukje van je gevangen zijn laten sterven om herboren te worden in een grotere vrijheid, dat is het misschien wel.

Dan zeggen ze: “Het is treden in de wereld van de goden of van de hoge geesten.” Maar daar leef je altijd in. Denkt u nu werkelijk zoals we hier bij elkaar zitten, dat er geen hoge geesten zijn, die zich met ons bezighouden, met u en met mij en met iedereen? Die zijn er wel. Misschien dat je het nu niet merkt en dat je er later iets van merkt. Maar is er dan iets veranderd? Eigenlijk niet; behalve in jou. Ik geloof dat dat het hele wezen is.

Er zijn die zeggen: “Het is een leerproces.” Nou, dat kan een taaie bedoening zijn, dat wel, maar leer je eigenlijk als je ingewijd wordt? Ik geloof het niet. Ik geloof nl. niet, dat het een kwestie is van kennis, van weten. Het is eerder de mogelijkheid vinden, om wat je weet anders te groeperen, om je weten in overeenstemming te brengen met de beleefde waarheid. Maar dan weet je nog niet meer. Je hebt niets geleerd, je hebt alleen beseft wat het geleerde betekent; een verandering van betekenis.

Er zijn mensen die zeggen: “Ja, maar inwijding maakt je meer dan een ander.” Nou, dat is helaas ook niet waar. Als je ingewijd bent weet je in ieder geval een beetje beter wat werkelijk is. Maar dat betekent dat je volgens die werkelijkheid moet handelen. En dan bevind je je in precies hetzelfde parket, als iemand die gewoon ziet wat er gaande is en die dan een slaapwandelaar ziet gaan en denkt: verhip, dadelijk loopt hij in de gracht, daar moet ik wat tegen doen. Dat vloeit gewoon voort uit het feit dat jij wakker bent en die ander slaapt.

Maar als je ingewijd bent en je kijkt om je heen, dan zijn er veel mensen die in een droomwereld lopen. Die eigenlijk een beetje lopen te slaapwandelen. Die bezig zijn met denkbeelden en voorstellingen die helemaal niets met de feiten te maken hebben. En dan zie je dat dat over het algemeen goed gaat, dus dat laat je maar gaan. Maar komt er iets waarvan je zegt: hier gaat het verkeerd, of hier zou het anders moeten, dan probeer je iemand desnoods met een zacht lijntje alleen maar terwijl hij doorslaapt een eindje te draaien, zodat hij niet in gevaar loopt en als het helemaal niet anders kan probeer je hem misschien wakker te laten schrikken. Dus die taak vloeit uit jezelf voort. Het is gewoon een kwestie van de situatie waarin je verkeert.

Dan heb ik me ook nog beziggehouden met de golven van straling die de gastspreker uitzendt. In de eerste plaats: de straling is niet continu; het is niet een blijvend iets, maar het zijn eigenlijk korte impulsen. Het zijn een soort weerlichten. Wanneer dat gebeurt dan is de persoonlijkheid zelve van deze gast – inwijder, hoe je het noemen wilt – dus in staat iedereen die ermee harmonisch is te beroeren. In die beroering zal iedereen dus iets ervaren van die verandering. Maar bij de één slaat het terug. Die kan het nog niet accepteren, die kan het niet verwerken, die komt niet over de grens heen. De ander kan het wel en die bereikt een inwijding.

Die dingen zijn eigenlijk niet eens persoonlijk gericht. De krachten die hij uitzendt zijn niet gericht op één mens. Misschien een enkele keer op één continent, dat kan ik me nog wel voorstellen. Maar meestal is het meer op één wereld. Het is duidelijk dat iedereen dan maar moet reageren zoals hij zelf kan en wil. Da frequentie ervan is ook moeilijk weer te geven. Het blijkt namelijk dat soms eigenlijk het lichten niet van de hemel is. Dan krijg je dus een hele reeks impulsen – vaak nog van licht variërende geaardheid ook – die allemaal een bewustwording en een inwijding eigenlijk mogelijk maken. Dan komt er ook een rustperiode en dan is er een hele tijd niets.

Wanneer ik me afvraag waarom, dan kan ik daar geen concrete reden voor geven. Ik kan niet zeggen het is zus of zo, ik heb alleen mijn eigen vermoeden. Ik geloof namelijk, dat die krachten die hij gebruikt ook weer afhankelijk zijn van bepaalde harmonische principes die in het Al bestaan. Alleen wanneer een zekere harmonie bestaat in een wereld of in een werelddeel is het mogelijk om daarop te reageren. Ik geloof dat het een wisselwerking is en dus niet alleen maar de impulsen die hij zelf uitstraalt.

Wat de belangrijkheid betreft van het werk dat hij doet, dit kan ik niet onderschatten. Ik kan het ook niet overschatten, geloof ik. Onderschatten kan ik het niet omdat ik weet hoe enorm groot die krachten zijn. Overschatten kan ik het zeker niet omdat ik niet weet hoever het reikt. Het enige wat ik weet is dat sommige van die golven ook werken in sferen, die ik – vanuit mijn bescheiden standpunt – beschouw als hoog. Het is dus wel een kosmisch geheel.

Dan zit ik met de moeilijkheid wat ik nog meer moet gaan zeggen. Ik kan natuurlijk nog urenlang een betoog gaan houden over wat hij wel doet en wat hij niet doet. Maar ik heb u deze spreker, zo goed als ik kan, ingeleid en voorgesteld en aangezien ik daarbij ook rekening moet houden met de tijd, wil ik aanvullend nog enige commentaren geven, die zuiver van mij zijn en die met de gastspreker eigenlijk niet samenhangen of wanneer dat het geval is hoogstens indirect.

Ik heb geprobeerd om voor mezelf een paar van die belangrijke dingen na te gaan. Nou vind ik het wonderlijke, dat je altijd een tweeledigheid hebt. B.v. liefde en haat blijken qua harmonische mogelijkheid bijna dezelfde kracht te zijn. Het is alleen de instelling die de betekenis ervan verandert, dat is heel gek.

Ik heb gekeken naar wat mensen geluk en ongeluk noemen en ik heb gevonden dat het heel vaak praktisch hetzelfde is. Dat wat voor de één een ongeluk is, voor de ander geluk betekent en omgekeerd. Waarom? Zeer waarschijnlijk omdat er basiswaarden zijn voor een mens in een menselijk bestaan, ook voor een geest trouwens. Of je spreekt over liefde of over haat maakt geen verschil, omdat je het hebt over liefde of over haat; je hebt het over een kracht die er in zit.

Dan probeer ik die kracht te volgen. Nog steeds mijn eigen betoog hoor, want de gastspreker durf ik hiervoor in geen geval aansprakelijk te stellen.

Ik heb zo het gevoel dat liefde en haat te herleiden zijn tot een soort grondprincipe en dat principe schijnt te horen bij een harmonie, die je hele leven beheerst. Dus niet alleen maar het bestaan in één menselijk leven, maar heel waarschijnlijk een bestaan dat allerhande sferen omvat en de hemel weet hoeveel levens misschien op aarde ook nog.

Hetzelfde geldt voor geluk of ongeluk. Dat zijn interpretaties, maar de kracht daarvan zou je misschien je eigen gerichtheid of je scholing kunnen noemen. Dat is datgene waardoor je voortdurend beleeft wat je beleven moet en gelijktijdig voortdurend weer die richting en incarnatie zoekt, die voor jou op dat ogenblik de juiste is. Ook als je er later misschien spijt van hebt als haren op je hoofd aan de hand van alle belevingen die je doormaakt.

Voor mij is er dus eigenlijk geen kwestie van tijd bij. Het heeft me veel moeite gekost om dat idee van tijd eigenlijk te verliezen. Ik heb erg lang – dat geef ik eerlijk toe – zitten denken: geluk of ongeluk, dat is iets dat heb je nu; dat kan morgen veranderen. Ik heb altijd gekeken naar de uiterlijkheden, naar de verschijnselen, totdat ik eindelijk die illusie heb overwonnen. Want dat is het eigenlijk: illusie. En daarvoor in de plaats zeg je bestemming, lot. Kosmische geaardheid moet je misschien zeggen. Dat heeft te maken met je geluk of je ongeluk.

Als ik kijk naar de banden die je hebt in de kosmos, dan kunnen die misschien gaan tot de hoogste krachten en tot de laagste. Dat heeft niets te maken met alleen menselijke banden, dat omvat zelfs hele geestelijke werelden. Dat kan zelfs de hele ruimte omvatten en alles wat daarbij hoort als het daarop aankomt. Dan blijkt dat door die harmonie – ik weet er geen ander woord voor – je altijd weer in contact komt met diezelfde mogelijkheden.

Ik heb zo het gevoel dat inwijding eigenlijk alleen maar betekent, dat je die contacten gaat begrijpen in hun werkelijke betekenis en dat je niet meer probeert ze alleen maar te omschrijven in de waarde van een enkele wereld of een enkele sfeer. Zoals ik het gevoel heb, dat bij geluk en ongeluk de erkenning van wat je bent, eigenlijk gelijktijdig geluk en ongeluk als belangrijke zaken opzijschuift. Want nu ga je dus de essentie zien en je gaat begrijpen, dat elk verschijnsel alleen maar de bevestiging is van je eigen wezen.

Dit is voor eigen rekening want het is misschien een beetje filosofie.

Toen ben ik me ook nog gaan afvragen: wanneer de tegenstellingen zo kunstmatig zijn en eigenlijk de verhulling vormen van de werkelijkheid, wat zal die werkelijkheid zijn? Ik ben ervan overtuigd, dat ik het hoogstens voor mezelf een heel klein beetje kan aanvoelen, dus niet voor een ander. Maar als ik over mijzelf spreek moet ik zeggen: Alles wat ik geweest ben, wat ik nog ben en waarschijnlijk ooit nog eens zal zijn, is eigenlijk samen te vatten in twee begrippen:

Het eerste is: communicatie, uitdrukking van mijn zijn tegenover anderen. Het tweede is: associatie, dat wil zeggen: de verbondenheid op zichzelve zien als een uitbreiding van mijn mogelijkheden en een verrijking van mijn wezen, dat schijnt de kern te zijn. Als je daarvan uitgaat – zoals ik dit voor mijzelf heb gedaan lijkt het wel of het hele bestaan voortdurend zich zal herhalen in alle aspecten die daarmee samenhangen. Ik kan me wel voorstellen dat ik nog eens een keer op aarde geboren word, maar ik kan mij niet voorstellen dat ik dat zal zijn als een zakenman. Ik geloof dat ik dan altijd ergens terecht zal komen, hetzij in de mystiek, in het onderwijs, misschien nog in de kunst, maar in zaken, nee. Dat kan nou net niet, omdat daar eigenlijk het gevoel van verbondenheid te veel wordt opgelost in het gevoel van tegenstellingen en het waarmaken van je eenzijdige ikheid en eigenbelang. Misschien bent u het niet met mij eens, dat hoeft ook helemaal niet en de zakenlieden hoeven zich daar niet door getroffen te voelen.

Maar ik kan mij voorstellen dat ik weer een keer doodga en ik kan me voorstellen dat ik dan niet doorkom, dat ik gewoon iets anders ga doen. Maar als ik doorkom zal ik altijd wel proberen om ergens een contact te zijn. Niet alleen om lering te geven aan de mensen, maar om iets meer te zijn. Misschien een verbinding tussen die mensen en een hogere wereld, waar ik iets van aanvoel. Of misschien alleen maar om krachten uit te drukken die ik dan ken en waaraan ik die mensen deel wil laten hebben. Ik kan me dat niet anders indenken.

Is dat een bepaling van mijn leven en van mijn wezen? Ik heb het gevoel, dat ik wel anders zou kunnen zijn. Maar als ik anders zou zijn dan ik ben, zou ik mezelf prijsgeven en dan zou ik mijzelf niet meer zijn. Dan zou voor mij alles van geluk en ongeluk, van kracht en weet ik wat nog meer, gewoon verdwijnen, denk ik. Ik denk dat ik dan ergens in een uithoekje zou staan en helemaal opnieuw zou moeten beginnen.

Nu is dit voor mij persoonlijk en het is datgene, wat ik voor mij persoonlijk heb uitgekiend natuurlijk. Maar ik vraag me af, of het voor u toch ook niet ergens zo zal zijn. Dat u toch ook eigenlijk in alles wat u bent, in alles wat u doet en alles wat er in u leeft, dat u een bepaald iets bent. Dat u een soort taak hebt, een relatie die u altijd weer uit zal drukken – of u nou een mens bent of geest – met de kosmos, met de mensen, met de totaliteit. Voor mij is dat in ieder geval een bijna onvermijdelijk iets. Of het voor u zo is, ja, dat moet u voor uzelf nagaan.

Dan ga ik zo langzamerhand mijn betoog sluiten, want ik zit hier uiteindelijk niet om mijzelf te etaleren, dat begrijpt u ook. Ik zit gewoon mijn inleiding te houden. Kijk, dan heb ik zo het gevoel, dat voor elk wezen dat denkt en leeft, het eigenlijk heel erg belangrijk is om die eigen betekenis te beseffen.

We laten ons zo gauw ervan afleiden, dat weet ik. Je kunt b.v. uitstekend allerhande materialen aan anderen overbrengen, wijsheid brengen of inzicht geven of iets anders. Maar op een gegeven ogenblik zeg je: “Ja maar, nou moet ik toch ook aan mijzelf denken.” En dan ga je dat dus in een ander verband stellen.

Je kunt schilderen om te schilderen; en op een gegeven ogenblik zeg je: “Dat verkoopt lekker. Nou maak ik voortaan alleen dat.” en dan verloochen je jezelf, dan ben je niet meer jezelf, dan schiet je tekort. Volgens mij moet je wel degelijk diep in jezelf weten, wat je eigenlijk wilt, wat je wilt zijn. Misschien wil je helper zijn, gewoon medemensen helpen, en dan is het niet belangrijk hoe je het doet. De één speelt padvindertje en helpt mensen over de straat hen. Een ander hoort misschien mensen aan die leed hebben; een derde zet ze lichamelijk weer goed in mekaar en een vierde begint aan de psyche te pulken en die te repareren. Dat moet ieder voor zich weten.

Maar dan is dat allemaal uitdrukking van die relatie. Ik maak mijzelf waar, door mijzelf waar te maken in een ander. Dit principe van helpen, is een overdracht van waarden. Ik geloof dat die overdracht van waarden voor ons het meest belangrijke is wat er bestaat. We hebben een eigen ik en achter alle coulisses en achter alle camouflage zit dit ik. Wat wil dat ik? Wat is dat ik?

Als we dan gaan kijken naar alles wat we gedaan hebben in het verleden – ook als je mens bent; kijk maar gewoon van vroeger tot nu en kijk hoe je je ontwikkeld hebt. Wat steeds belangrijker is geworden en wat onbelangrijker is geworden – dan zie je dat je langzamerhand toegroeit naar iets, wat met je eigen wezen te maken heeft.

Die werkelijkheid erkennen betekent volgens mij ook: beschikken over het geheel van je krachten en je vermogens.

En om toch met een klein kringetje weer terug te komen bij onze gastspreker: Wanneer je zover komt dan zul je volgens mij harmonisch zijn met elke inwijdingsschool die er maar ergens ontstaat. En dat betekent dat je dus langzaam maar zeker je besef, je vermogen, je mogelijkheden in jezelf transformeert tot een nieuwe betekenis, tot een nieuwe wereldbeleving en daardoor een verrijking van de taak, die voortvloeit uit hetgeen je bent. En dat is dus eigenlijk alles. Ik hoop in ieder geval dat het verhelderend heeft gewerkt.

U heeft misschien iets gehoord over die inwijdingsbewegingen die van bovenaf komen. U heeft misschien minder juiste, maar toch eerlijk gemeende resultaten van zelfonderzoek gehoord en misschien is het voor u toch een klein beetje waardevol, zodat u zegt: dat moet ik toch bij mezelf ook eens overdenken.

Als zodadelijk de gastspreker komt, dan zou ik zeggen: Ga er maar heel rustig en relaxed bij zitten. Als hij met inwijdingsgolven komt, dan is het toch niet op te vangen. En als je je gaat zitten inspannen, komt het toch niet. Als je rustig bent komt het wel.

Het is doodgewoon: misschien gebeurt er iets in je, misschien niet, ik weet het niet. Maar wanneer je iets te pakken krijgt en je gaat de wereld anders zien, zeg dan niet: “Wat jammer, vroeger was het zo gezellig.” Maar zeg tegen jezelf: “Ik zie ruimer, ik zie wijder. Wat moet ik nu volgens mijn beste besef zijn en doen?”

De Gastspreker

Leven is een magisch gebeuren. Een mens die leeft, verbindt voortdurend het zichtbare met het onzichtbare. Een mens die bewust leeft, weet in hoe grote mate het onzichtbare samenhangt met het zichtbare. De kracht waaruit de werkelijkheid geboren is, is één en dezelfde voor alle werelden. Is niet te bepalen in tijd, is niet te benoemen met een naam.

De mensen van uw dagen vinden het weleens vreemd, dat men in de oudheid de zon eerde als een godheid en hem verschillende namen gaf. De naam van de opkomende, van de ondergaande zon, de namen gaf, waardoor hij eigenlijk in elke functie een andere persoonlijkheid werd. Toch was het één en dezelfde zon. Maar is het zo dwaas, wanneer je al verschijnselen benoemt en niet de kracht? Om de kracht te benoemen zodat je ze in het verschijnsel kenbaar maakt?

In uw dagen spreken mensen over God, spreken over de Heer, maar je weet niet wat ze bedoelen. De werkelijkheid is zo veelvuldig, omvat zoveel verschillende aspecten van die ene waarheid, dat het niet mogelijk is om er één naam aan te geven. En daarom kiest eenieder voor zich die God, dat attribuut, waarin voor hem de werkelijkheid kenbaar wordt.

Het lijkt dwaas wanneer de jakhals de god van de dood wordt genoemd, omdat zijn sporen verloren gaan in de uitgestrekte onvruchtbaarheid van het zand. Maar is het dwaas? Wat u dood noemt is het vervagen van de sporen van het menszijn. En schijnbaar lijkt de wereld van de dood onvruchtbaar in de ogen van een mens. Maar in de woestijn zijn oasen, zijn putten. Achter de woestijn ligt weer een groene wereld. Waarom dan niet dit verschijnsel God genoemd? De waarheid is niet te benoemen, alleen zijn aspect.

Dit beseffen betekent de waarheid nemen en door de waarheid spreken en uit de waarheid spreken in elk mogelijk aspect.

Er is niet één ware God. Er zijn duizend aspecten van de ware God. Er is niet één ware weg. Er zijn ontelbare wegen. Ze bestaan allen binnen dezelfde kracht.

Een mens leeft in een wereld die hij denkt. Want het is met je denken dat je de waarheid van je eigen leven omschrijft. De waarheid is meer. Waarom zou je dan zeggen: de waarheid is deze of gene.

De waarheid is. De waarheid is in eenieder. Ook in u leeft de waarheid, maar u ziet die waarheid te beperkt. U bindt ze aan verschijnselen. De verschijnselen geeft u een naam. Maar de naam zegt niets, dan dat het verschijnsel een betekenis voor u heft. Uw werkelijkheid is de kracht.

Leven in de kracht, leven uit de kracht is werkelijkheid. Leven in een besef, dat buiten de kracht schijnt te staan is een illusie. Elke vorm van beseffen, waardoor het ik minder begrensd is, is meer waarheid. En wat is waar?

Zoëven – ik vind de indrukken nog terug in uw brein – sprak iemand over mij als iets wat eens priester geweest was en nu een parelmoeren zon gelijk. Maar was de priester dan geen zon en is het parelmoer een essentie alleen van een sfeer? Hoe kan ik iets zijn wat ik nooit geweest ben? Hoe kunt u iets zijn wat u nooit geweest bent? Hoe kunt u veranderen dan door uw begrip van de werkelijkheid? Uw daden worden begraven, vergeten. De tijd verslindt het als een onmetelijk moeras. Wat u bent blijft bestaan. Waarom zou een mens zich binden aan uiterlijkheden die vergaan en niets zijn. Want hij is onvergankelijk.

U ziet uw wereld. Is uw wereld waar? Uw wereld is gedachten. U beschouwt uw eigen leven. Wat is van dat leven waar en wat is een beeld dat verdwijnt? Wat is van uw geestelijk leven waar? Wat is die werkelijkheid die rust achter alle verdediging van gedachten dromen en idealen die u hebt opgebouwd? Dat bent u, en niets anders.

U denkt: ik leef als mens en ik doe het goede en ik sterf en ik leef in een goede wereld. In die goede wereld vind ik een nieuwe bestemming. Kunt u een andere wereld beleven die er niet is? 0, u kunt opgaan tot het hof van de rechters en u kunt elke magische formule spreken, zodat de slang voor u wijkt, de leeuw u niet bedreigt, maar is dat werkelijkheid? Droom! Een droom waarin de symbolen helpen om de droom voort te laten bestaan. Maar als u rechters ziet dan zeg ik u, dat gijzelf die rechters zijt. Indien gij leeft in een land vol licht en vreugde met een oogst zo vol als mensen zelfs niet dromen, dan zeg ik u: het is een droom. De werkelijkheid ligt achter die droom. En die droom van vergankelijkheid en van eeuwigheid vergaat.

Wat is tijd? Bent u oud, jong of staat u net in de bloei van uw leven? Wat is tijd? In u het kind dat u gewest bent, is dat wat u zult zijn op de laatste dag op aarde. Is dat wat u geweest bent in een ver verleden. In werelden en sferen die uw gedachten niet kunnen erkennen. In u is dat wat is aan het einde van alle tijd, wanneer er één werkelijkheid overblijft. U bent één werkelijkheid. Alle banden die in die werkelijkheid bestaan zullen al uw dromen beheersen.

Alle grenzen die in uw werkelijkheid bestaan zullen uw mislukkingen veroorzaken in het leven dat u droomt. Zonder droom leven is nog onmogelijk voor u. Maar erken dan de kracht van die werkelijkheid waarin wij allen één kracht, één wezen, één waarheid zijn. Voel aan welke banden bestaan die de tijd niet kan vernietigen. Voel aan welke werelden leven en spreken in u, omdat ze deel zijn van uw waarheid, die ge nog niet kent.

Het wezen der dingen is het wezen dat gij zijt. Niets van wat ge ontmoet op uw wegen, waar dan ook, kan voor u bestaan als het niet deel is van uzelf. Vlecht uw banden van licht, want licht is de werkelijkheid, die ge zijt. Zie uw linten van duister die door uw wereld gaan en u soms bedreigen. Dat duister zijt gij. Dit is de waarheid voor eenieder die wil trachten bewust te zijn.

Leven is een licht dat Zijn betekent. Alle werelden zijn geboren uit het licht dat in u is. Niets blijft voor u verhuld wanneer ge dat licht zijt. En al vergaat in duister wanneer ge slechts tracht het licht te zien en te begrijpen.

Een man had een woestijnvos gevangen. En hij leerde spreken met deze vos en zei toen tot het dier: “Vertel me hoe vind jij altijd weer water? Hoe vind je de weg door de woestijn?” Want hij dacht, als ik dat weet word ik belangrijk. De woestijnvos gaf een antwoord. Hij zei: “Om dat te weten most je een woestijnvos zijn.” De man vroeg de goden om hem een vos te maken. En hij wist zijn weg te vinden door de woestijn. Hij kon de bronnen ruiken van grote afstand en wist het water te vinden waar hij het behoefde. Toen dankte hij de goden en hij zei: “Maak mij nu weer mens.” En hij trok uit in de woestijn, verdoolde en verdorstte.

Wie denkt waarheid, wijsheid, inwijdingen te vinden door anders te zijn, hij vindt alleen een droom die hem tot het oneindige jaagt. Maar wie beseft, wat in hem schuilt en deze kracht beseffende, de waarheid volgt die hij is, hij zal zijn weg vinden door de woestijnen van sterren en hij zal de bronnen van kracht vinden in het schijnbaar onmetelijke duister.

Ik heb altijd getracht de mens iets te geven. Het Zijn iets te geven. Maar wat kan ik geven? Kan ik de mens het brein van een woestijnvos geven? Ik kan hem alleen zichzelf laten zien. Ik kan hem zijn wereld laten ontdekken. Ik kan hem het licht laten drinken, dat hij is, opdat hij, zich voedende met de kracht die in hem leeft, zijn zwakheden vergeet. En zelfs dat kan ik alleen wanneer er tussen ons een band bestaat, die uit de eeuwigheid stamt. De werkelijkheid. Wie mij niet begrijpt treure niet. Het aantal wegen is onmetelijk. Het aantal mogelijkheden ontelbaar.

Maar wie mij begrijpt, aanvoelend wat ik zeg van werkelijkheid, hij is verbonden daar, waarmee ik ver­bonden ben. Wij leven dan uit de kracht. Onze dromen zijn verschillend. Onze werkelijkheid is dezelfde. Laat ons een beroep doen op die werkelijkheid. Laat de droom voorbijgaan en terugkeren. Maar laat de werkelijkheid in ons doorklinken en leven.

Wat gebeurt in de tijd, verwaait. Wat gebeurt in u is onveranderlijk. Wat gebeurt in een wereld wordt uitgeblust. Wat leeft in u, is een licht dat alle duisternis overwint. Zeg niet: “Dit had anders moeten zijn.” Zeg: “Wat ben ik waarlijk.” Dat is de kracht. Uit de levende werkelijkheid stuur ik een droombeeld naar droombeelden. De schijn van een stem en een woord, zaken die vergaan. Maar het licht dat ik ben is in het droombeeld en wisselt stralen uit met het licht dat gij zijt. En dat is waar, werkelijk, onvergankelijk.

Alle kleuren vloeien samen, toch is er één licht. Alle vormen verwazen en toch is er werkelijkheid. Ga dan uit in de wereld die nu nog de uwe is en wees het licht dat ge werkelijk zijt. Overschrijdt de grenzen naar de werelden, die men sfeer of wereld van de geest of het leven na de dood noemt. En ga daar en leef in die droom en erken maar: wees het licht dat gij zijt.

Waarheid is onverbrekelijk één en tijdloos. Kracht is slechts de werking van het licht. Laat deze kracht spreken met geheel uw ziel en uw wezen.

Waar ge het licht aanvaardt, zij uw licht het mijne, mijn licht het uwe. Waar het licht u niet beroert moge uw weg naar licht u helpen de weg te vinden door de woestijnen van leven. Langs de putten van hoop tot de vruchtbare werkelijkheid, die is het onveranderlijk licht. De ware kracht. De ware God.