Kracht

uit de cursus ‘Occulte filosofie’ (hoofdstuk 10) – juli 1975

Kracht

In alle occultisme worden we geconfronteerd met krachten. Vaak zijn het krachten die zich aan ons manifesteren op een wat wonderlijke manier. Soms ook hebben we gewoon te maken met verschijnselen waarvan we niet weten waar ze vandaan komen. Maar één ding is zeker: energie vragen ze alle. Als we de vorm en het wezen van die energie eens willen nagaan, dan lijkt het mij verstandig om allereerst te kijken van waaruit de kracht werkt. We komen dan tot de conclusie, die voor sommigen van u misschien een beetje vreemd lijkt. De kern van kracht in alle occulte verschijnselen op aarde is altijd weer de mens. De mens is het kernstuk.
Als vreemde krachten zich op aarde manifesteren, dan zal hun vorm worden bepaald door de mens. De wijze waarop ze in brandpunt worden gebracht t.a.v. bepaalde personen, feiten of voorwerpen wordt bepaald door de mens. Als dat een mechanisme is, zoals we dat in spookhuizen wel zien, dat soms kan worden geactiveerd, dan blijkt dat de kracht, die het hele verschijnsel dat zich zelfstandig verder ontrolt, aan de gang kan brengen, wederom de mens is. Onze eerste conclusie moet dus zijn: De mens op aarde is het middelpunt van alle occulte verschijnselen. In hem zit ergens de vreemde eigenschap waardoor krachten zich kunnen manifesteren.
Dan moeten we ons in de tweede plaats afvragen of we die krachten misschien moeten onderscheiden in verschillende soorten.
We zien dan allereerst natuurlijk de gewone verschijnselen, waarin de mens zelf centraal staat. Denk eens aan telepathie, paranormale genezing, vormen van helderziendheid, helderhorendheid, correctie van krachten, hypnose en wat dies meer zij. In al deze gevallen is er wel degelijk sprake van mentale en soms zelfs van geestelijke energieën.
Maar de mens zelf is het die deze krachten opwekt. De mens zelf is het die ze richt. De mens zelf bepaalt ze. Ook als de mens daarbij kan put­ten uit andere krachtbronnen, mogen we in deze gevallen zeggen: de ener­gie is zuiver menselijk. Haar wezen moet dan ook gebaseerd zijn op de eigen kracht van de mens: de levenskracht.
Alles wat uit de mens onmiddellijk kenbaar wordt en door hem volledig kan worden beheerst, berust op menselijke vitaliteit. De verschijnselen zullen mee worden bepaald door het trillingsgetal van de persoon, daar hiermee de kwaliteit en de eigenschap van die vitaliteit naar buiten toe nogmaals apart worden bepaald.
De krachten van de geest. Ook een belangrijk punt voor vele mensen.
Als een geest zich manifesteert, gebruikt hij daarvoor energie van zijn eigen wereld. Maar hij kan die energie niet zonder meer gebruiken.
Hij moet haar aanpassen aan de menselijke wereld. Hiertoe heeft hij op aar­de een punt waar menselijke levenskracht aanwezig is, die voor hem bruikbaar is.
Nu is het wonderlijke dat die levenskracht ook kan zijn vastgelegd in voorwerpen: edelstenen, bepaalde zegels enz. In al die gevallen geldt dus: de kracht, die werkt, wordt bepaald door de geest. De transformatie van deze kracht tot iets wat op aarde kenbaar is en werkzaam kan zijn, geschiedt wederom door een fragment van menselijke levenskracht.

De demonische machten.

We hebben op aarde namelijk te maken met z.g. demonische machten. Nu wordt er heel veel demonisch genoemd dat heel wat anders is. 9/10 van de demonen op aarde schuilen in het menselijk onderbewustzijn. Maar dat betekent dat er nog 1/10 overblijft waarin werkelijk geestelijke krachten aanwezig kunnen zijn.
De demon (dit woord nu eens in zijn negatieve zin gebruikt en niet in de Griekse betekenis van het innerlijke licht) is een wezen dat zich kan bevinden: gemanifesteerd in de astrale sfeer, kan stammen uit lagere sferen die vormbewust zijn en het kan de uitstraling van een wezen zijn dat zich in een zeer lage sfeer bevindt maar de mogelijkheid heeft zijn gedachten zeer scherp te concentreren op meer stoffelijke, althans meer vorm bevattende sferen. In al deze gevallen is de demon zelf dus wel de­gelijk energie; het is een vorm van kracht. Maar het wonderlijke is dat deze kracht alleen werkzaam kan zijn, indien een vergelijkbare kracht aanwezig is. Anders gezegd:
Als lichte krachten zich overal wel kunnen manifesteren en overal wel een mens kunnen vinden waardoor ze op aarde kenbaar worden, geldt dit voor de demon en voor de z. g. boze krachten zeker niet. Wanneer de demon uitstraalt, dan zal er iets moeten zijn waarin de trilling van zijn uitstraling reeds aanwezig is. Nu kan dat een akkoord zijn, dus een samen­stelling van vele verschillende trillingen.
U heeft een eigen trillingsgetal. Het gemiddelde menselijke trillings­getal bevat gewoonlijk 16 tot 32 verschillende frequenties die samenvloeien in één hoofdlijn, die men kan uitdrukken. Indien nu één van de 16 factoren harmonisch is met wat die geest uitstraalt, zal deze ene factor tijdelijk alle andere gaan domineren. Ze wordt onmetelijk versterkt en daardoor wordt de persoon in kwestie, bewust of onbewust, instrument van het demonische.
De bestrijding van demonen is meestal gebaseerd op het afweren van de demon. U kent allen de weerkaatsingstechnieken. We hebben het er hier wel eens over gehad. Zo’n weerkaatsingstechniek heeft natuurlijk wel zekere be­zwaren.
Ik kan een kracht alleen weerkaatsen, indien in mij niets is dat on­gecontroleerd kan antwoorden op de uitstraling van de demon. Is dat wel het geval, dan ben ik hulpeloos. Tenzij, en dat is een andere mogelijkheid, ik één van de andere factoren, die een rol spelen in mijn uitstraling en mijn trillingsgetal mee bepalen, zodanig kan versterken dat deze trilling alle andere domineert. Daar waar een lichtende uitstraling is, kan een duistere uitstraling geen dominantie meer verwerven. Hier heeft u dan een beeld van de manier waarop die kracht werkt.
Maar met de geestelijke krachten weten we nog steeds niet waar we aan toe zijn, want wat is eigenlijk die geestelijke kracht? Daar moeten we ook even over nadenken.
We spreken over de goddelijke Kracht. Een heerlijk vaag woord voor iets waar we niets van afweten en dat we daarom in ons eigen denken kunnen pro­jecteren in elke vorm die we maar willen. Er is echter een alomvattende kracht of oerkracht. Dat is de energie waaruit alles materie zowel als geest is opgebouwd. Daaruit kan dus alles voortkomen. Hoe ontstaat nu b.v. een geestelijke vorm uit deze oerkracht?
Wel, de oerkracht op zich is een geheel. Maar als een deel van dit geheel op een bepaalde wijze in beweging komt (zoals je je een zonnestraal kunt voorstellen die door een wolk valt en tijdelijk een afzonderlijke licht­straal lijkt te zijn), dan ontstaan er in die straal brekingseffecten. Deze bepalen weer de werking van die straal. Als er nu in het Goddelijke een beweging is (het is maar een vergelijkende term), dan zal het deel waarin die beweging (deze verplaatsing t.a.v. de rest) zich manifesteert, invloed krijgen op al het andere. Hieruit ontstaat een bewustzijn, maar ge­lijktijdig een functie.
Een andere vergelijking:
Als je gaat kegelen, dan zet je de bal op de baan. Als je dit juist doet, loopt de bal precies in het midden en dan is het alle negen. Als je nu weinig van kegelen af weet, dan zet je hem meestal verkeerd of hij heeft een vals effect en loopt in de goot en dan heb je niets. Heb je echter een beetje beheersing over het spel, dan kun je de bal toch altijd wel zo opzetten dat hij een paar kegels raakt.
Als we nu te maken hebben met de perfecte kracht, dan is die rechtlijnig. Dat wil zeggen: de inwerking op alles wat er omheen is, of het nu bezield is of niet, betekent een beantwoorden aan de kwaliteit van deze kracht. Indien die kracht niet geheel bewust of niet volledig beheerst is, zal ze zeer waarschijnlijk maar een deel van hetgeen ze wil kunnen bereiken. Anders gezegd, het antwoord dat uit de kosmische kracht komt, is maar een deel van wat het bewustzijn (de structuur van die tijdelijk afgezonderde eenheid van kracht, zou willen bereiken. Er ontstaat een soort noodlotsdrang.
Als er nu een afzwaaier is, dan krijgen we iets wat precies het tegendeel bereikt van zijn bestemming, want de bal wordt omgezet om alle negen te treffen. Als hij dus in de goot komt, is het precies verkeerd; hij raakt niets. Wij zouden dat een negatief succes kunnen noemen.
Nu stap ik even af van deze vergelijking.
Als je te maken hebt met een kracht, die geen respons weet te vinden op zichzelf, dan reageert ze op alles wat tegenstelling is. Dan blijft het effect, de kracht en alles precies hetzelfde, alleen het resultaat is an­ders. Het resultaat is dat, in plaats van waar te maken wat je wilt, je eigenlijk waarmaakt wat je niet wilt. Goethe zegt dat heel aardig in het eerste deel van Faust, als het gaat om de jonkheer met de paarde:hoeven: “Der Geist der stets verneint und doch das Gute schaft.”  (De geest die voortdurend ontkent en toch het goede tot stand brengt.) Dat is eigenlijk de demon.
De demon is een geest, die altijd negatief of destructief wil werken, maar alles wat geen antwoord geeft eigenlijk in feite vorm, kracht en in­houd geeft. Dat klinkt waarschijnlijk wat vreemd, maar denk eens aan Genesis. Daar komt de duivel in de vorm van een slang heel toepasselijk in de boom en verleidt Adam en Eva. Daardoor krijgen de mensen de kennis van goed en kwaad. Nu is het vreemde: de mens wandelt met God. Hij is zich niet bewust van zichzelf. Nu eet hij van de Boom der Kennis van Goed en Kwaad. Wat ge­beurt er nu? De mens wordt zich bewust van zichzelf (uitgedrukt in de ge­lijkenis als het schaamtegevoel e.d.), maar kan gelijktijdig ook een bewust contact met God opnemen. Dus als je het goed bekijkt, heeft zelfs hier de demon, in zijn behoefte om de mens a.h.w. te verjagen uit het paradijs om de concurrentie onmogelijk te maken, de kans geschapen voor de mensheid om in zekere mate bewust – qua besef zelfs in een gelijkwaardigheid – God te ont­moeten. Dat is het kentekenende van deze geestelijke kracht. Ik kan die kracht nooit ontdoen van haar band met de oerkracht. Of we die oerkracht God noemen of iets anders, doet verder niet ter zake.
Als je zelf dingen doet, ach, u weet het allemaal wel, dan krijg je soms de meest onverwachte gevolgen. Maar waarom krijg je juist die gevol­gen? Wat bepaalt de invloed van wat je eigenlijk wilt en wat dan net niet gebeurt, of omgekeerd: wat je.eigenlijk niet wilt of niet nastreeft en wat je ondanks jezelf toch weer waarmaakt. Dat is heel eenvoudig dit:
Elk mens is ook deel van die goddelijke kracht. Als een mens een uitstraling heeft, kan hij menselijk gezien “ja” zeggen tegen iets. Denk maar aan de dame met een vermageringskuur die “ja” zegt tegen een taartje. Ze zegt tegen zichzelf: ik vind het niet zo belangrijk, dus zal ik het maar doen. Maar ze voelt zich schuldig. Anders gezegd:
Ze verwerpt. Ze verwerpt en aanvaardt tegelijk. Is er nu sprake van een goede invloed, dan zal die verwerping worden uitgestraald. Dat kan dan een komische situatie geven. Die dame zal dan de omzet in taartjes in haar omgeving aanmerkelijk doen afnemen want ze straalt de ontkenning van de lust uit, terwijl ze gelijktijdig zich bezat aan haar lust. U vindt het misschien wel vreemd, maar probeer het verder te volgen, het is heus wel interessant voor u.
In mijn leven als mens of als geest geldt dus eigenlijk hetzelfde wat ik over de demon heb gezegd. Zodra mijn streven positief is, volle­dig door mijn ‘ik’ wordt aanvaard, zal alles wat ik uitstraal alle krach­ten rond mij activeren. Ik sta nooit alleen. Ik sta altijd in verbinding met een kracht om mij heen. Maar als ik iets wel wil en ook weer niet wil, dan is het maar de vraag of dat wel of dat niet in mijn besef goed is. Is het namelijk verkeerd, dan ben ik op dat moment demonisch; wat ik doe, is dus demonisch. Maar door hetgeen ik doe, zal ik vaak het tegengestel­de tot stand brengen van hetgeen ik eigenlijk voor mijzelf op dat ogenblik wens. Laten we proberen hiervan een concreet voorbeeld te geven.
U ontmoet een medemens. U zou met die medemens wel willen uitgaan maar eigenlijk heeft u het gevoel dat u het niet moet doen. U zoudt het echter wel leuk vinden. Op dat ogenblik bent u geestelijk gezien in twee delen gesplitst. Uw uitstraling die naar de oerkracht gaat (die positief reageert) zegt “neen”. Terwijl het negatieve (datgene wat “ja” zegt) al­leen maar antwoord kan krijgen van iets wat als negatief kan worden be­stempeld, dat nl. precies diezelfde trilling al in zich heeft. Het zal duidelijk zijn dat, tenzij degene met wie u wilt uitgaan, precies dezelfde negatieve factor bezit op dat ogenblik, er eerder een verwijdering ont­staat dan een contact.
Verder is het ook heel wonderlijk om te zien, als je je bezighoudt met die kracht, hoe mensen en ook geesten enorme krachten weten op te brengen en weten te richten door één te zijn. Dat is b.v. het geval bij een Wessac-bijeenkomst. Hier is een praktisch gelijke geestelijke afstem­ming in positieve zin van een groot aantal entiteiten en daardoor kun­nen krachten tot uiting komen die je normaal nooit kunt beleven. Maar mensen zijn waarschijnlijk een beetje anders dan geesten en degenen die geestelijk heel erg bewust zijn.
Wij vinden in bepaalde streken (in India en in nog enkele andere landen is het hier en daar nog het geval) de z.g. orgiastische magie.
Dit betekent dat mensen in een roes komen, in die roes copuleren, maar met dat alles één bepaalde bedoeling hebben. Het wonderlijke is dat daar­door ook enorme emoties worden ontketend die ook gelijkgericht zijn. En als het doel nu maar positief is, want dat is noodzakelijk, dan zal de hele wereld daarop antwoorden. Ook deze vorm van magie werkt wel degelijk.
Bij krachten moeten we dus rekening houden met de afstemming. Wat ben ik zelf? Wat ben ik werkelijk? Wat wil ik werkelijk? Zodra ik in mijzelf één ben, geen enkele verwerping ken met hetgeen ik nastreef of bedoel, dan zal alleen mijn concentratie op dit doel reeds krachten aan­trekken waardoor het doel wordt verwezenlijkt. Ik heb daarbij dan helemaal geen plechtigheden nodig. Er behoeft verder helemaal geen actie te zijn van mijn kant. Gewoon het feit dat ik dit wil, maar werkelijk met mijn gehele wezen, activeert rond mij de oerkracht, die vorm en gestalte gaat krijgen in overeenstemming met wat ik uitstraal. Daar staat natuurlijk weer tegenover dat ik nooit iets kan waarmaken waar ik niet helemaal achter sta.
Dan kan ik het nastreven, soms zelfs de uiterlijke vorm ervan bereiken, maar de essentie bereik ik nooit. Ik bereik altijd het tegendeel. De uitspraak van Goethe was dus wel heel juist.
Als ik negatief ben, dan wil ik altijd iets voor mijzelf. Ik wil iets afbreken of ik wil iets opbouwen tegen anderen in plaats van voor anderen. In zo’n geval kan ik misschien tijdelijk iets bereiken wat erop lijkt, maar de eigenlijke werking is altijd het tegengestelde van mijn be­doeling. Zo ziet u dat die krachten eigenlijk aan wetten gehoorzamen.
Als ik de oerkracht zelf bezie en vraag aan welke wet ze gehoorzaamt, dan kan ik er alleen maar naar gissen. In die oerkracht ken ik een voortdurend evenwicht. Maar dat is het evenwicht van potentialen, niet het evenwicht van uiting. Het is een evenwicht van mogelijkheden, niet van feiten. Ga ik echter na wat daarnaast het geval is, dan blijkt mij dat de oerkracht kleine delen oerkracht uitzendt die persoonlijkheid heb­ben, die actie in het geheel mogelijk maken, die actie kennen op het ge­heel. Wanneer die bepaalde delen een kringloop volbrengen (dat gebeurt meestal), dan zien we dat ze na verloop van tijd weer terugkeren naar het centrum van de kracht waaruit ze zijn ontstaan. En nu het wonderlijke: Hierbij kan opnieuw precies dezelfde krachteenheid, zonder dat haar be­slotenheid of haar geest en besef verbroken is, weer momentum gewinnen. Ze krijgt dus een grotere energie en begint dan weer een soortgelijke baan af te leggen.
Als wij daarover spreken, dan hebben we het over de reïncarnatie­cyclus of zoiets, maar we denken daarbij aan de verschijnselen. Hier hebben wij het over de kracht.
Wanneer een bepaalde vorm steeds weer in het licht terugkeert, dan zal de positieve waarde die in de figuur zit, elke keer als de terugkeer tot het licht heeft plaatsgevonden, versterkt zijn. Dan zegt er iemand: Hoe kan dat, want je incarneert uit een bepaalde sfeer. Volkomen waar. Maar er is altijd een ogenblik waarop de wil tot incarnatie ontstaat en er een black-out op volgt. Je hebt het niet meer, je ziet het niet meer, je weet het niet meer. Dat gaat kort vooraf aan de definitieve keuze. Dit is het ogenblik waarvan men zegt, occult denkend, dat je de totaalkracht weer ondergaat en daaruit vermogen, levenskracht e.d. put die je nodig zult hebben. Dit is, op z’n minst genomen, een zeer interes­sante stelling en, voor zover ik kan nagaan, ook wel een feit. Want alle kracht keert tot haar oervorm terug en kan in gewijzigde of gelijke vorm wederom uit die oerkracht in verschijning treden in de voor ons kenbare wereld.
De situatie waarin wij verkeren ten aanzien van die oerkracht, maakt het ons onmogelijk precies te zeggen wat ze is of wat voor kwaliteiten ze heeft. Het is hetzelfde als te zeggen: Ik ga de samenstelling van de lucht constateren alleen door adem te halen. Tot op zekere hoogte kun je de vreemde waarden, die erin zitten, wel herkennen maar aan de samenstel­ling van de lucht zelf ben je zo gewend, daar leef je zo in dat je die niet merkt. En zo merken we de oerkracht niet. Alleen indien ze antwoordt op een deel of op het geheel van ons wezen, wordt de oerkracht kenbaar. Vreemd genoeg echter niet in haar wezen, in de enorme energie die er ont­staat, maar alleen in het resultaat dat die energie voor ons heeft in de omgeving of in onszelf.

Hiermee hebben we weer wat meer gezegd over de energie. Ik zou nu nog in het kort willen zeggen wat de energie van de ziel is, wat de ener­gie van de geest is en wat de occulte energie van de mens is.
De energie van de ziel is gelijk aan de oerkracht, maar beperkt. Zij bevat alle mogelijkheden, maar de uiting van die mogelijkheden wordt voor een groot gedeelte bepaald door de contacten die men heeft met de oerkracht, die rond dit afgesloten deel bestaat.
De geest is een bewustzijn dat ontstaat door de reacties, die de ziel ontmoet en opwekt in de oerkracht rond het ‘ik’. Haar bewustzijn stelt de geest niet in staat een keuze te maken die buiten deze ervaring ligt. Maar voor zover er bekende ervaringen zijn (het is ook een soort geheugen) bestaat de mogelijkheid uit verschillende reacties te kiezen of een voorkeur uit te drukken voor zekere reacties. Hierdoor wordt de eigen afstemming of trilling van de ziel naar buiten toe mee bepaald. Dit betekent dat alle krachten, die in haar zijn, of door haar aan ‘t geheel kunnen worden onttrokken, alleen op een zeer be­paalde manier tot uiting zullen komen. De kwaliteit of kracht van een geest is dan ook het bewustzijn waardoor een gerichtheid van kracht ontstaat die op het geheel, maar slechts op het erkende deel van de kosmos, invloed kan hebben.
Voor de mens geldt: de mens wordt beperkt in het gebruik van zijn krachten door zijn voorstellingsvermogen, door zijn innerlijke gesteldheid: eenheid, gespletenheid, innerlijke verdeeldheid. In de praktijk zal de mens alle kracht van de geest (indirect zelfs die van de ziel) kunnen gebruiken vanuit zichzelf, door zichzelf, mits zijn streven een volledige eenheid is en om in hem, ten aanzien daarvan, geen twijfels of voorbehoud bestaan.
Als u zich afvraagt hoe u die kracht zelf ervaart, moet ik consta­teren dat u haar even weinig ervaart als de atmosfeer rond u. U merkt eerst dat de lucht in beweging is, als die beweging er is; dus als er wind is. De kracht in mij zal ik nooit ervaren als zodanig. Ze is voor mij een normaal en continu deel van mijn bestaan. Maar op het ogenblik dat die kracht werkzaam wordt, word ik mij ervan bewust. Dan zal ik plotseling stromingen ontdekken. Ik kan verschillende lichamelijke reacties ontwikke­len, prikkelingen b.v. in bepaalde delen van het lichaam, het bekende koudevoeten verschijnsel bij een circulerende kracht e.d. Deze maken dan de kracht kenbaar. Het is echter maar een klein gedeelte dat op die ma­nier kenbaar wordt. Het geheel kan ik in of aan mijzelf niet constateren dan door de werkingen die ik vanuit mij tot stand breng.
Wij hebben deze cursus niet zonder reden ‘occulte filosofie’ genoemd. Een filosofie is iets wat wel gebaseerd is op bestaande feiten maar dat niet bewijsbaar is in stoffelijke zin en als zodanig dus niet kan gelden als een wetenschap zonder meer.
In feite is occultisme vanuit menselijk standpunt voor een groot ge­deelte filosofie. Als wij ons bezighouden met de kracht die in de mens speelt, de verschijnselen die tot stand kunnen worden gebracht, de bezie­ling van de aarde, de sterren en al die dingen meer, dan werken we met iets wat wel aannemelijk is, waarop vele verschijnselen eventueel kunnen wijzen, maar dat stoffelijk gezien onbewijsbaar is. Wij leven in een wereld waarin het bewijsbare slechts een klein gedeelte van het mogelijke repre­senteert.
In deze cursus hebben wij u vooral wakker willen maken voor alle mo­gelijkheden die er zijn. Er zijn ook heel wat praktische tips gegeven. We hebben misschien hier en daar ook wel wat heilige huisjes omvergehaald. Het zal u duidelijk zijn, als u dit laatste stukje over kracht nog eens goed overweegt, dat het niet nodig is om met bepaalde riten te werken, ook als rituelen in het occultisme een heel veel voorkomen. Wij hebben geen symbolen nodig, tenzij ons eigen bewustzijn alleen door een symbool tot een innerlijke eenheid gesmeed kan worden. Het is onze reactie die bepaalt, niet de kracht zelf die erdoor wordt bepaald.
Het hele occultisme bestaat uit verschijnselen die niet gemakkelijk te verklaren zijn. De laatste tijd doet de mens experimenten o.a. met teleki­nese, met telepathie en de laatste vormen van proefnemingen in o.m. het zuiden van de Sovjet-Unie behelzen op het ogenblik ook helderziendheid in een bepaalde vorm. Maar de mens staat altijd voor één raadsel: het is de mens zelf die de bepalende factor is. Dat maakt het wetenschappelijk ontzettend moeilijk, want elke mens is anders. Je kunt dus niet een aan­tal proeven opstellen waarop eenieder gelijk zal responderen. En als je dat dan probeert, zoals bij de blinde keuzeproef die door parapsycholo­gische groepen wordt gebruikt om begaafdheden vast te stellen, dan is dat alleen goed indien de mens daarop is ingesteld. Het is nooit een bewijs van een werkelijk paranormaal vermogen. Het is ook geen bewijs dat er geen paranormaal vermogen is. Het is alleen een bewijs dat er ergens een factor is die de normale kansberekening beïnvloedt. Maar welke, dat weten we niet. Daarom moeten we wel uitgaan van het onbewezene en het onbewijsbare.
Wij moeten ons eigen bewijs brengen. Wij moeten onszelf overtuigen, niet de wereld. Bij de afsluiting van deze cursus is het misschien heel goed u dit nog eens op het hart te drukken.
U behoeft niemand te overtuigen van uw paranormale begaafdheid, van uw kwaliteit of van uw mogelijkheden met het occulte. U moet uzelf daarvan overtuigen. Want eerst als u het gevoel heeft dat iets mogelijk is, zelf het geloof heeft dat er iets bestaat en dat het op u kan in­werken en door u kan werken, zijn de werkingen mogelijk geworden. Dan pas heeft u de innerlijke afstemming bereikt waardoor u kunt ant­woorden op alles wat er rond u is op een bepaald terrein. Dan kunt u paranormaal genezen, omdat u het gevoel heeft te kinnen genezen. En door het geloof daarin – ook zonder er verder geesten, gebeden of wat dan ook bij te halen – kunt u levenskracht onttrekken aan de oer­kracht en uit vele andere krachten die rond u zijn en die op u zijn af­gestemd. U kunt die projecteren op iemand en daarmee de meest fantas­tische genezing tot stand brengen. Maar onthoudt u wel: alleen als u erin gelooft.
Als u het occultisme bestudeert om daarmee praktisch zoveel moge­lijk iets te doen, moet u beginnen uzelf te overtuigen van de mogelijkheid; niet alleen in het algemeen voor de wereld maar ook voor uzelf. Want heeft u die overtuiging gewonnen, dan bent u een stap verder. Dat betekent niet dat alles precies juist is. Ook vele z.g. occulte verschijnselen en uitin­gen worden voor 1/10 door het wensleven van de mens bepaald. Want u bent het die bepaalt wat er gebeurt.
Er zijn mensen die zeggen: Een bepaalde geest moet doorkomen. Wat er doorkomt is een bewustzijn, maar niet die bepaalde geest. De vorm van de uiting wordt voor een groot gedeelte misschien bepaald door degene die de uiting weergeeft. Op zichzelf is dat niet zo belangrijk, als wij daarmee in de richting van de waarheid kunnen streven.
Ik geloof dat waarheid in de eerste plaats is: het ontsluiten van de vele gebieden in en rond de mens, die op dit ogenblik stoffelijk gezien niet bestaan. We moeten gewoon leren om een beetje magisch te denken, om te werken met geestelijke kracht, om waarnemingen te doen. En hoe we dat nu precies doen, ach, dat is een tweede zorg. Belangrijk is dat we voor ons feiten verzamelen die voor ons overtuigend zijn. En als we die overtuiging hebben verkregen, dan kunnen we met die kracht naar buiten toe iets berei­ken. Dan kunnen we een medemens genezen, dan kunnen we misschien ook ons­zelf genezen. Maar als u niet gelooft dat u zichzelf kunt genezen, dan kunt u dat niet, ook al kunt u ieder ander genezen. Als u niet gelooft dat u in staat bent om helderziende waarnemingen te doen, dan zult u ze nooit doen, ook al bent u ervan overtuigd dat anderen dat wel kunnen. Daarom, zoek naar elke weg en elke mogelijkheid om die on­bekende kracht voor uzelf en vanuit uzelf te beleven.
Zeg niet dat het alleen voor uitverkorenen bestemd is. U bent ook deel van de goddelijke Kracht of de oerkracht, zo goed als ieder ander. Zeg niet dat bepaalde dingen erg belangrijk zijn, als u er niets mee kunt doen. Streef in het occulte altijd naar het doelmatige voor zover u dat mogelijk is, want het doelmatige vindt respons in uw persoonlijkheid. Daardoor verandert uw afstemming. En als u op den duur heeft geleerd hoe u bepaalde occulte krachten en verschijnselen kunt oproepen, dan heeft u ook geleerd hoe u uw eigen trillingsgetal en uitstraling tijdelijk kunt domineren en veranderen. Dan kunt u de vele deelstralingen, waaruit uw geeste­lijk image is opgebouwd, beheersen en afwisselend bepaalde kwaliteiten van uw wezen zodanig overheersend opstellen, dat u daarmede kunt werken.
Probeer ook niet om vele dingen tegelijk te zijn. Als u werkt met oc­culte krachten, als u zich zelfs maar bezighoudt met de studie van het occultisme, durf eenzijdig te zijn zolang u bezig bent: Zodra de taak is afgelopen, sluit het geheel af en kijk naar de resultaten. En dan moet u weer zo objectief zijn als voor een mens maar mogelijk is.
Van alle krachten die rond u zijn, of ze gepersonifieerd zijn of ze behoren tot bepaalde natuurkrachten of misschien de uitstraling zijn van de aarde, van een ster of zelfs van de oerkracht, is een antwoord te krijgen. Maar het antwoord kan alleen volgen, indien u zelf de juiste code kent.
Roep nooit dingen op waarvoor u een beetje bang bent: Want als u werkt met dingen die u vreest, dan houdt die vrees een onderwerping in. Wie zich onderwerpt, wordt beheerst door datgene wat hij oproept. Zelfs God is een kracht tot wie wij niet teveel moeten spreken, tenzij we die God niet vrezen maar aanvaarden. Als u denkt dat God een oordeel over u kan spreken, wees voorzichtig! Roep God niet verkeerd aan, want het zou kunnen zijn dat uw schuldbewustzijn daardoor wordt gevoed totdat u onweerstaanbaar wordt gedreven door.een schuldbewustzijn dat mogelijk niet eens feitelijk bestaat.
Filosofeer eens rustig over het onbekende, zelfs als het waanzinnig lijkt wat u denkt. Probeer gewoon gedachtebeelden op te bouwen. En als u iets ontmoet waarvan u zegt: dit is volgens mijn innerlijk weten waar, pro­beer of u er iets mee kunt doen. Want gelooft u mij: Alle occulte filoso­fie is zinloos en nutteloos tenzij ze ons brengt tot een actief beleven van de krachten die we occult noemen. Alle geloof aan kosmische geheimen is zinloos, tenzij we ons aanvoelen en erkennen van die geheimen kunnen ombuigen tot een vergroting van ons eigen besef en ons eigen bewustzijn.
Probeer nooit een ander te domineren met wat u paranormaal noemt. Probeer alleen zelf datgene wat u paranormaal noemt, te beheersen. Uit de beheersing komt het begrip. Uit het begrip komt het meesterschap dat een uitbreiding van bewustzijn inhoudt en daardoor de verovering van de wereld verwezenlijkt, die men nu nog occult noemt.
Ik heb u gezegd dat de gemiddelde uitstraling van een mens uit 16 tot 32 factoren is samengesteld. Nu zult u zich bij herlezing wel afvra­gen wat dat betekent en daarom deze noot.

Noot
In uw wezen is een stoffelijk levensbesef. Er is een begrip ten aan­zien van de waarden van het leven. Er is een begeerteleven. Er is een emotioneel leven. Elk van deze factoren, zuiver stoffelijk als ze zijn, betekent reeds een afzonderlijke trilling. Het betekent een afzonderlijke vibratie die in de aura kenbaar is, als ze tijdelijk wordt gewekt.
Dan hebben we geestelijk in de levenskrachtsfeer eveneens een aan­tal factoren: positieve erkenning, kracht gewinnen, verlies van kracht, be­wuste afgifte van kracht, bewuste opname van kracht. Dit zijn allemaal bewuste factoren en deze zijn alle weer als een afzonderlijke uitstraling kenbaar.
Dan hebben we bovendien nog een aantal z.g. hooggeestelijke uit­stralingen, die o.m. worden bepaald door het totale ‘ik’-bewustzijn (men spreekt ook wel van superego) en eigenlijk de relatie omschrijft die dat ego voor zichzelf begeert, met alles wat er omheen bestaat. Ook dit zijn factoren die aanwezig zijn in uw persoonlijkheid, zelfs wanneer u op aarde leeft. Zij vormen dus een deel van de uitstraling. Wat u als eigen tril­lingsgetal of stralingsnummer naar voren brengt, is dus eigenlijk niets anders dan een samengesteld geheel waarin allerlei grondwaarden van uw persoonlijkheid zijn vertegenwoordigd. Het is een resultante; het is nooit een primair trillingsgetal.
Dat de factoren meestal tussen 16 en 32 liggen is te danken aan het feit dat een mens in de stof tenminste 16 factoren heeft. Hij heeft ge­middeld 5 tot 6 stoffelijk belangrijke factoren en daarnaast per sfeer en wereld gemiddeld 9, wat het geheel dus brengt op 14. Dan hebben we daar­bij nog de zieletrilling, dat is al 15. En nemen we daarbij nog de angst die bij velen bestaat, dan komen we tot 16. Dit is een normaal getal. Naarmate u geestelijk meer bewust bent, meer bewust stoffelijk werkt en denkt, zal het aantal trillingen dat u zelf genereert toenemen. Het maximum dat we op aarde zullen aantreffen bij een volbewuste persoon, die zelfs een groot gedeelte van de materie reeds door zijn wil kan beheer­sen, pleegt 32 te zijn. Vandaar dat ik dit heb aangegeven als een mogelijk­heid.