Krachten van de geest, krachten van de mensheid

uit de cursus ‘De wereld en haar achtergronden’ ( hoofdstuk 7) – april 1987

Krachten van de geest, krachten van de mensheid

Ik zou vanavond eigenlijk willen beginnen aan een van de belangrijkste delen van deze cursus, namelijk de relatie tussen geestelijke ontwikkeling en stoffelijke ontwikkeling. We zullen er ongetwijfeld nog een keer op terug moeten komen, dat kun je niet in één keer vertellen. Voor vandaag hebben we het dan over krachten van de geest, krachten in de mensheid. Helaas een wat uitvoerige titel, maar die zegt tenminste waar het over gaat.

Wanneer u denkt aan de wijze, waarop het leven eigenlijk voortdurend in een bepaalde richting wordt geleid, dan zult u onwillekeurig ook denken aan rassengeesten, aan groepsgeesten en wat dies meer zij. Er is geestelijk een zekere belangstelling juist voor bepaalde typen van belevingen en de voertuigen, die die belevingen mogelijk maken, worden met inzet vanuit de geest zoveel mogelijk gestimuleerd. Het is duidelijk, dat aan de andere kant de geest heel weinig heeft aan een stoffelijke ontwikkeling waar de geestelijke elementen dermate aan ontbreken, dat je niet in staat bent om een groot gedeelte van die ervaringen direct aan het geestelijke bewustzijn te enten.

In het geheel van de geschiedenis worden we altijd weer geconfronteerd met eigenaardige groepen en genootschappen die geestelijke waarden in zich dragen. Daarnaast ontdekken we dat er meesters en leraren zijn ‑ soms worden ze later goden ‑ die op hun eigen manier niet alleen de stoffelijke vooruitgang hebben voortgeholpen, maar dat ze daarnaast ook wel degelijk geestelijke elementen in het menselijk denken hebben gebracht.

Oorspronkelijk vereerde de mens alleen het onbekende. Er was contact met de Sjamanen, we hebben het er al over gehad, die de voorouders aanriepen en op wonderlijke wijze sommige dingen konden doen die anderen niet konden doen. We hebben daarna de priesters gekregen, de priesterschappen, maar altijd weer zijn er in deze groepen mensen geweest, die net niet voldoende interesse hadden voor de belangrijkheid, die ze op hun manier konden verwerven of de macht die zij eventueel konden uitoefenen. Het zijn deze mensen geweest, die elkaar gingen ontmoeten. Er zijn scholen geweest bijvoorbeeld al in de oude Gobi, die was vroeger tamelijk vruchtbaar, er hebben ook grote steden gelegen.

Daar was een groepering, die zich bezighield met allerlei geestelijke krachten en werkingen en die al in hun tijd ‑ let wel, zo lang geleden ‑ het hadden over “de krachten achter de sterren”. Die krachten achter de sterren, die zij zich voorstelden, hadden ongetwijfeld nog wel menselijke kwaliteiten. Maar het belangrijkste van alles was, dat deze kosmische krachten van buiten in de mens weerkaatst werden.

Veel later in de middeleeuwen zijn tekeningen en diagrammen ontstaan, waarin de mens wordt aangegeven als een soort vijfpuntig geheel, bijna een ster, in een aantal cirkels waarop dan de planeten rondlopen. Zo wordt de mens gemaakt tot een microkosmos. Dat denkbeeld is al heel oud. Want steeds weer waar mensen zich zijn gaan bezighouden met menselijke kwaliteiten en de machten die het menselijk lot bestieren, kwamen ze tot de ontdekking dat er in henzelf een bepaalde energie was waaruit ze soms konden putten. De wijzen gingen beseffen dat zijzelf die energie op een of andere manier konden losmaken en dat ze daardoor geconfronteerd werden met een soort droomwereld, die het hen mogelijk maakte de werkelijkheid te beheersen of te veranderen.

In de tijd van de Sjamanen zijn er al mensen geweest die dat deden. In de tijd van de oude vuurpriesters waren er al die wisten dat het vuur alleen maar het symbool is van de kracht die in de mens is. Men denkt tegenwoordig dat de Griekse wijsgeer toch wel een bijzonder denker was toen hij het had over de daimon in mij (overigens het licht en niet de demon zoals sommigen het verkeerd vertalen. Ik kan die verkeerde vertaling overigens in deze tijd wel begrijpen). Het licht in mij, het vreemde in mij, het onbekende in mij. Dat is dan de bron van alle pogingen om het geheel te benaderen.

Elke keer wanneer een maatschappij geconfronteerd wordt met dergelijke mensen, wordt ze ook geconfronteerd met een andere opvatting omtrent het leven. Niet dat ze bekeerlingen maken, daarvoor heb je kerken nodig en die waren er in het begin nog niet. Maar ze probeerden de mensen samenhangen te laten zien. Degenen die zich bezighielden bv. met de jachtmagie, die wisten, al konden ze niet uitleggen waarom, van de trek van dieren. Ze wisten van de manier waarop bepaalde dieren hun territorium afbakenden. Ze wisten de tekenen te lezen. Veel van hun magische rituelen en dansen waren er alleen maar voor bestemd om de stamleden ervan te overtuigen, dat ze in een bepaalde richting moesten gaan, omdat daar het betreffende wild te vinden zou zijn.

Deze mensen gingen zich ook afvragen wat de samenhang is bv. tussen zon en maan. En ja, als je nog niet wetenschappelijk geschoold bent en eigenlijk nog niet eens weet wat een ster is, dan ga je eraan denken als krachten, als persoonlijkheden. Ze gaan ontdekken dat de getijden worden bepaald door de maan dat de levensprocessen mede door de zon en de valling van het licht wordt bepaald. Dan komen ze tot een soort zon- of maanaanbidding. Want de zon is niet alleen maar een symbool. Er is een pulserende levenskracht, die een voortdurende vernieuwing in ons opstuwt.

Dan is het helemaal niet verwonderlijk dat en dat is al zo lang geleden, dat Uhr nog niet eens bestond, in India een leraar was, die eenvoudig sprak: “Er is een ritme in de kosmos en wij, die daaraan beantwoorden, zijn deel van die kosmos. En zo leeft de kosmos in ons (het woord kosmos is mijn vertaling van zijn begrip). En al datgene wat wij uit die kosmos in ons dragen zien wij rond ons, zodat wij de wereld die we zien projecteren en deze als het ware onszelf terugkaatst naar ons wezen, opdat we ons bewust worden van wat we zijn.” Hoe lang is dat niet geleden? Het is ver voor de bekende geschiedenis.

Een dergelijke denker zal natuurlijk niet in staat zijn om die gedachtengang over te dragen aan mensen die niet graag nadenken. Dat is gemeenlijk de meerderheid van de massa. Die denkwijze kan wel bijdragen tot een verandering van bv. de gewoonte, de zaaitraditie. Die kan geregeld worden aan de hand van bepaalde stand van de zon en de maan, het zien van een bepaalde ster aan de horizon. Je kunt de mensen leren, dat bouwen gebaseerd moet zijn op bepaalde regels en wetten. Want die wetten heb je in jezelf gevonden toen je bezig was te worstelen met de vraag: Wat is de samenhang tussen alle dingen en de krachten in mijzelf.

Zo zijn eigenlijk heel veel van de zaken, die je nu vanzelfsprekend vindt maar die eens grote ontdekkingen waren, in aanzien gekomen. Nu nog verbazen de moderne mensen zich over bouwwerken als de piramides, Stonehenge, de grote tempels zelfs zoals die in India gebouwd zijn of de stupa’s zoals bij de Boroboedoer, wat een heel mooi voorbeeld is. Ze zeggen, hoe hebben die mensen dat toch gekund? Wat moeten ze een geduld gehad hebben. Neen, ze hadden wat anders, ze hadden een concept van zeg maar hemel en aarde. In hun werken probeerden ze de relatie tussen de aarde en de hemel of de kosmos uit te drukken. Voor hen was dat een magisch begrip. Maar magie is een tijdlang de werkelijke drijfveer geweest van tenminste de helft van het menselijke handelen. De andere helft werd bepaald door zelfbehoud, vrees, voedselwinning en territoriumdrang.

Wanneer je dus de ontwikkeling van de mensheid probeert te volgen word je geconfronteerd met een beeld, waarin het denken, het geloof, eigenlijk veel belangrijker is dan al datgene wat er op het ogenblik feitelijk is. Wat een mens diep in zichzelf gelooft omtrent zichzelf, omtrent de wereld, bepaalt de weg die het geheel van de mensheid zal gaan op de wereld. Ik heb het u al gezegd, de geest is natuurlijk ook aanwezig en die wil ook graag haar steentje bijdragen. Ze probeert bepaalde ontwikkelingen mogelijk te maken andere af te remmen. Het is niet zo dat de geest zelfs de grootste geesten tot de zon toe in staat zijn o.m. alle kleine processen op aarde precies te beheersen. Maar ze kunnen wel degelijk daar waar een wankel evenwicht bestaat, uitmaken of de ontwikkeling de ene of de andere kant uitgaat.

Dat is dan weer hun inbreng, omdat hierdoor in de mensheid precies die ontwikkelingen plaats vinden waardoor geleerd kan worden. Waardoor de geest bewuster kan worden. Als u denkt aan een geloof dan denkt u in deze tijd ook over het algemeen aan een zeer orthodoxe levensbenadering, gebaseerd op een aantal geopenbaarde waarheden, waarvan zowel de bron van de openbaring als de waarde van de waarheid voor iemand, die werkelijk nadenkt, nog weleens vraagwaardig zijn.

De werkelijkheid is dat dit geloof eigenlijk een maatschappelijke functie heeft gekregen. In de maatschappij zien we altijd dat alles zoveel mogelijk gestabiliseerd wordt. Men probeert de zaken te houden zoals ze zijn. Zeker, men praat over vooruitgang. Maar men wil alleen een vooruitgang die past in een bestaand kader dat bestaande verhoudingen niet te veel aantast. Alleen gewelddadige omwentelingen of heel grote rampen zijn in staat om die verhoudingen dan door elkaar te gooien en een werkelijk nieuwe ontwikkeling te laten ontstaan.

Dat geldt geestelijk ook, dacht ik. Als je ziet hoe er op het ogenblik overal een bijna reformatorische drang in de mens ontstaat, een poging tot anders denken en anders leven, hoe steeds meer mensen eigenlijk afvallig worden van de toch zo geëerde en overal verkondigde systemen, leerstukken, theorema’s en proberen op hun eigen manier een andere benadering te vinden, dan word je geconfronteerd met een verschijnsel, dat mede vanuit de geest bevorderd wordt. Want de stabiliteit die overal zo geprezen wordt, is geestelijk en ook stoffelijk gezien eerder een nadeel dan een voordeel.

Laat me een voorbeeld geven (u vindt het waarschijnlijk niet erg netjes, want het is niet sociaalvoelend). U hebt een maatschappij. In die maatschappij hebben we mensen nodig die enorm snel kunnen denken, goed kunnen reageren, die lichamelijk het een en ander kunnen presteren. Nu zegt die maatschappij: Ja maar, al die anderen hebben toch ook recht op een bestaan. Dan moeten degenen, die het wat beter kunnen, maar eens zorgen voor degenen die het niet kunnen.

Hierdoor heb je een natuurlijk selectieproces verstoord. Dat wil zeggen dat er een voortdurend grotere ballast bestaat, die een werkelijke ontwikkeling van de sterkeren onmogelijk maakt. Dat betekent dat ofwel een bijna zinloze strijd om eigen recht, zoals dat dan heet zal ontstaan, dan wel dat men toch op een gegeven ogenblik weer terug moet naar de stelling van alle leven die geestelijk zo belangrijk is. Je bent voor jezelf aansprakelijk, je bent voor jezelf verantwoordelijk, je bent voor je eigen daden verantwoordelijk, datgene wat je genieten wilt moet je ook zelf waarmaken.

Wanneer dat niet gebeurt, krijgen we een overbevolking, waarbij het aantal minderbegaafden en in feite minder veerkrachtigen in verhouding veel sterker toeneemt dan het aantal van hen die zich zouden kunnen handhaven onder ook andere omstandigheden. En dat betekent eenvoudig dat op een gegeven ogenblik de mensheid niet meer verder kan. Dat er eenvoudig een soort ja, ik zou haast zeggen een bloemlezing voor de dood moet worden gehouden, waarbij alles wat lichamelijk niet voor die geestelijke ontwikkeling en voor de instandhouding van het menselijk ras belangrijk is, moet worden weggehaald.

Soms gebeurt dat met oorlogen. Maar als er geen oorlogen komen, komen er wel natuurrampen. Die zorgen er ook voor. Op die manier wordt een sociale ontwikkeling eigenlijk bepaald door de denkers van de tijd, die de moed hebben ook in zichzelf te schouwen aan de ene kant en aan de andere kant door de orthodoxie, door de behoudzuchtigheid die probeert alles te bevriezen.

Nu zijn er in de loop der tijd een aantal geestelijke elementen geweest van groot belang, we noemen dat over het algemeen de zogenaamde geheimscholen of esoterische scholen. Sommige daarvan zijn ook al 30.000 jaar geleden ontstaan. Soms houden ze het 1000 jaar vol, soms verdwijnen ze na een beperkt aantal jaren weer. Zo’n geestelijke school is eigenlijk niets anders dan een samenkomen van mensen die proberen te begrijpen wat ze zelf zijn, wat er in hen leeft die proberen aan te voelen welke krachten er rond hen spelen, wat er aanwezig is.

Daarbij komt nogal wat paranormale begaafdheid. Er waren een aantal priesters die leefden in een van de kloosters van Toth, dat lag op wat men noemt het gebied van Anubis, dus aan de rand van de woestijn. Die mensen kwamen maar een enkele keer naar de grote steden toe. Maar als ze kwamen was het altijd vanwege een plechtig bezoek der goden. Want en dat was hun belangrijkheid vanuit het standpunt van de priesterschap van Thebe enz. Ze deden wonderen. Wanneer die goden werden binnengedragen, gingen de mensen mee en dan zagen ze allerlei ongelooflijke verschijnselen.

Ze waren alleen heel goede suggestors en hypnotiseurs. Maar zodanig dat ze hele menigten van duizenden mensen en dat was in die tijd nogal wat in hun betovering wisten te brengen. Dat was goed voor de goden, dat was goed voor de tempel en eigenlijk ook voor de mensen. Want dan hadden ze weer iets om zich aan vast te klampen in de maatschappij, waarbij lang niet iedereen het bepaald goed had.

Maar wat was de werkelijkheid van het klooster? Zij hielden zich bezig met de geheimen van leven en dood zoals dat heette. Ze waren doorgedrongen in de innerlijke mens en de innerlijke persoonlijkheid. Zij waren het, die zich niet bezighielden zoals anderen wel hebben gedaan met de mogelijkheden om telepathie te gebruiken of zo, maar die werkelijk uittraden, die tussen de sterren stonden, zoals ze dat zelf noemden. Die werkelijk in staat waren de toekomst te voorzien ook al werd dat dan niet officieel nauwkeurig berekend. Wezens, die beseften dat zij een taak hadden en dat hun wezen een soort eeuwigheid had. Ofschoon je de reïncarnatietheorie in de Egyptische leer praktisch niet tegenkomt. Ze wordt wel een enkele keer genoemd maar is niet belangrijk, al is het Christendom wat dat betreft nog zuiniger.

In dit klooster werd onder meer de volgende leer (heel kort samengevat) verkondigd, “Ik ben een juweel van de zon (met de zon bedoelden ze het eeuwige licht en niet de stoffelijke zon) en ik moet alles weerkaatsen wat de zon bestraalt. En telkenmale wanneer voor mij het licht dooft, rust ik in de nacht, want er breekt een nieuwe dag aan. En een ander facet van mijn wezen zal weerkaatsen, maar het is dezelfde zon die straalt.” Het is tamelijk diepzinnig als je er goed over nadenkt.

Een tijdje later worden ze vervolgd. Waarom? Omdat iemand van hen de moed heeft gevonden om aan leerlingen in een tempel ergens te zeggen “Gij zit hier en ge acht u verheven. Maar indien gij in uzelve de waarheid had behouden die de uwe is, ge zou machtiger zijn dan uw hogepriester.” Ja en toen was het natuurlijk afgelopen. Je moet nooit zeggen, dat iemand machtiger is dan een hogepriester, dan ben je uit de duivel.

Dus op die manier is dat klooster verdwenen. Het heeft ongeveer 300 jaar bestaan. Vreemd genoeg is juist door die aanval daarop een soort uitzaaiing tot stand gekomen. Het wonderlijke is dat je delen van deze leerstelligheden en van deze belevingsleer vooral later terugvindt, zowel in de Kaukasus als bij bepaalde negerstammen. En dat je ook in India opeens nieuwe denkbeelden ziet, nieuwe aanpassingen van de oude geschriften a.h.w. waarbij weer de nadruk valt op de innerlijke mens, waarbij de mens wordt geleerd dat hij één is met de goden. Dat hij één is zelfs met Indra, die de wereldzee karnt. En dat hij telkenmale terugkeert (wat ze daar dus al geloofden) niet alleen maar als loon of straf voor een vorig leven, maar omdat hij geleerd heeft. Want hij die bewust is, kiest voor datgene wat hij nog niet kent. Nou dat was natuurlijk helemaal een slag in het gezicht van velen.

Er zijn ook andere dingen die interessant zijn. Dan moeten we begrijpen hoe het werken van de geest eigenlijk vaak samenvalt met een verandering op aarde, zelfs sociaal. De Boeddha bijvoorbeeld. De Boeddha is een mens die eigenlijk, buiten het mededogen, zich maar heel weinig bemoeit met de wereld. Hij probeert de mens alleen een weg te tonen om op zijn eigen manier die rust te vinden, die hij dan gevonden heeft. Dan denk je aan de Boeddha alleen als een leraar. Bent u zich ervan bewust dat hij aan tenminste 15 vorstenhoven tijden lang heeft vertoefd? Elke keer als hij daar kwam leerde hij, maar er veranderde ook iets. Er veranderde iets in de relatie tussen de vorst en zijn onderdanen. Daardoor ontstonden toch bepaalde mogelijkheden en verantwoordelijkheden die de vorst dan ook gevoelde, waardoor eigenlijk niet alleen het leven beter werd, maar ook bv. de wijzen, die anders nogal eens werden geschuwd en rondzwervende monniken meer toegang kregen en met de mensen konden praten. Daar, waar deze vorsten vroeger alleen tempels bouwden, werden ze filosoof.

Als je ziet hoe die ontwikkeling heeft doorgewerkt dan is het ontstellend. Want als direct gevolg hiervan zien we bijvoorbeeld hele sterrenkundige tuinen, waarnemingstuinen verrijzen. We zien allerlei kunst en wetenschappelijke ontwikkeling. We zien vooral dat steeds meer vorsten ook filosoof worden. Niet allemaal. Als de vader filosoof is, dan is de zoon over het algemeen ongezeglijk, dat wisselt nogal eens af. Maar deze dingen zijn ook tot stand gebracht.

We kunnen zeggen dat het christendom niet datgene vertegenwoordigt wat Jezus heeft geleerd. Maar we kunnen met zekerheid zeggen, dat het aanschijn van de wereld en daarmee de gang van de ontwikkeling in het hele Vissentijdperk zeer sterk bepaald is, juist door de invloed van het christendom. Datgene wat dat weer aan ethiek en sociale opvattingen en mores, maar daarnaast ook aan innerlijke beschouwing naar voren heeft gebracht.

Er zijn groepen geweest, die probeerden naar het echte christendom terug te keren: de Waldenzens de Albigenzen, je zou er meer kunnen noemen. Deze mensen wilden zo dicht mogelijk leven bij de leer van Jezus. Maar daardoor maakten ze alle gezag (en vooral de daarmee gepaard gaande omkoperij, overmatige weelde, uitbuiting van anderen) tot een aanfluiting. Daarom zijn ze dan ook vervolgd. Zelfs de Jezuïeten, die op een gegeven ogenblik wat te veel de waarheid durfden te zeggen, zijn een tijd lang opgeheven geweest. Dat weet u misschien. Want ze waren te brutaal.

Op deze manier zie je eigenlijk hoe overal ook dat christendom vormend werkt. Geletterdheid, tegenwoordig zo vanzelfsprekend in de meeste landen, is te danken aan de kloosters waar kinderen naar toe werden gebracht als leerling. Zeker, dat was dan alleen voor de jongetjes natuurlijk. De meisjes werden niet toegelaten bij de paters. Als je je dan afvraagt wat daar weer ontstaat dan zie je ook de gekste dingen. Er zijn kloosters bij, daar is Christus, Wein, Weib und Gesang. Ik weet niet of Christus wel voorop hoort te staan daarbij.

Maar er zijn er ook bij, waarin de monniken, die zich uiterlijk bezighouden met schrijven, met onderricht en een beetje landbouw en alles wat erbij hoort, gelijktijdig diep in zichzelf keren en die a.h.w. een eigen geheimtaal ontwikkelen, waardoor ze de innerlijke processen toch kunnen omschrijven in de termen van de Christelijke eredienst. Het zijn groepen waarin wijze monniken anderen a.h.w. helpen om het innerlijk licht te vinden.

Het zijn kloosters waarvan soms wel wordt verteld dat er wonderen gebeuren. Maar in de moderne tijd mag dat niet meer. In de moderne tijd zijn wonderen niet gewenst. Want deze innerlijke kracht, die je kunt delen met iedereen als het nodig is, is gevaarlijk. Want zij, die het voor het zeggen hebben, bezitten deze kracht niet. Ze zijn veel te veel bezig met wat ze in de wereld willen zijn om te kunnen doordringen tot datgene wat ze zelf zijn. Een enkele keer wordt er eens iets van bekend. Het bekende verhaal van pater Pio, die ook weggestuurd werd, buiten alle bereik.

Ook de kloosters van het christendom, de filosofen en kloosters van het Boeddhisme, maar ook Brahmaanse gemeenschappen van de Hindoe’s, gemeenschappen van de Shinto dienst hebben gezocht naar de innerlijke kracht. Niet alleen naar het meesterschap. Zoals je bij Zen probeert om a.h.w. één te worden met het Al en daardoor totaal meester van jezelf zijnde, het Al te gaan vertegenwoordigen. De kracht in mij kan alles. Dat vind je bij Zen. “Wanneer ik in mijzelf bezig ben, kan ik de boog spannen, al kan ik dat normaal niet. Ik zal de pijl zo richten, dat zijn vlucht recht op het doel gaat, zelfs al houd ik me er eigenlijk niet mee bezig. Want de kracht in mij weet wat er moet gebeuren. Dat is dan een van de dingen die naar buiten komen.

Maar het gaat verder. In mij is een kracht, die mij in staat stelt mijzelf voortdurend te vernieuwen. In mij is een kracht, waardoor de betekenis van alle dingen in mij plotseling kenbaar worden als deel van een kosmisch geheel en niet meer als een persoonlijke ontwikkeling of een gebeuren alleen. Ik zou ook kunnen spreken over al die verschillende geheimscholen die er zijn geweest, maar dat is al zo vaak gedaan dus waarom zouden we.

Laten we ons gewoon afvragen: wat is de achtergrond van deze wereld waarin we vandaag leven Dan kunnen we zeggen. Er zijn steeds meer mensen, die hoe dan ook hun innerlijke kracht zoeken. Of ze dat nu doen door “Hare Krishna” te chanten of door zich bezig te houden met een Bhagwan of alleen maar op te gaan in een of andere esoterische groep of beleving, doet toch eigenlijk niet ter zake. Mensen in deze tijd die zien dat de maatschappij vastloopt, juist door haar eigen behoudzucht, haar voortdurende gebondenheid aan een eenmaal uitgedacht systeem, zoals de voortdurende vergroting van productie en daardoor de noodzaak van de steeds groter wordende verbruiksvraag. Ze zeggen: wij moeten vernieuwen. Maar ik kan het niet naar buiten doen. Ik kan het, zoals de anarchisten, met een beetje geweld doen. Ik kan alleen vernielen, maar ik kan niet vernieuwen.

Om te vernieuwen moet ik in mijzelf de kracht vinden. Hoe ik die vind, of ze nu voortkomt uit het schenken van mijn wezen aan Jezus, voortkomt uit mijn erkenning van Krishna of uit wat anders dat doet niet ter zake. Ik moet het hebben, ik weet dat het er is. In mij is een kosmisch bewustzijn en ik wil het niet alleen maar als een tijdelijke droom zoals met een moederkoorn en een surrogaat even beleven. Ik wil het zijn. Ik wil voortdurend kunnen doordringen tot die kern van mijn wezen en daaruit de kracht putten, maar ook het besef hoe ik moet zijn. Het is de omwenteling van deze dagen.

Er zijn al heel wat profeten geweest de laatste tijd.  Deze mensen hebben gezocht naar de innerlijke kracht, maar ook naar de mogelijkheid om door die kracht weer te komen tot verhoudingen die natuurlijk, die echt zijn. Die niet alleen maar door een systeem of als een schijnvertoning in Potemkins dorp in stand worden gehouden. (Voor degenen, die het niet weten Potemkin was een dienaar van Catharina en als ze op reis ging werden de dorpen vernieuwd. Als dat niet direct ging werden er gewoon valse gevels voor getimmerd, zodat ze die later weer ergens anders konden gebruiken. Dat was dus de voorloper van de filmset. Dit terzijde.).

We moeten goed begrijpen achter al deze schijnbare belangrijkheid van de economie en het sociale gebeuren, de politieke evenwichten, de machtsevenwichten en hoe je het verder noemt, ligt een echte mensheid met een echt gebeuren, dat je wel kunt vervormen, maar dat je niet kunt beheersen. Een econoom kan economie misschien begrijpen en beschouwen, maar hij kan niet bepalen hoe zijn werkelijkheid verder verloopt. Hij kan alleen maar aannemen, dat ze als mogelijk blijft, ze op deze of gene wijze verloopt. De mensen die innerlijk bewust worden, voelen aan dat het an­ders gaat. Dat er iets aan het gebeuren is. Dat er zich een omwente­ling voltrekt, zo stil dat de gewone mensen er aan voorbij gaan. Als je dan je realiseert, dat ze daarbij toch steeds meer de beschik­king krijgen over die innerlijke kracht, dan zal je begrijpen, dat vooral ook voor de geest en vanuit de geest het gebeuren, waarbij zij betrokken zijn het meest belangrijke is. Dat wil zeggen, dat al dat­gene wat door en vanuit hen gebeurt a.h.w. gesteund wordt, geëntameerd wordt. Ja dat waar het mogelijk is de condities zodanig worden gevormd dat het net precies in die richting gaat.

De wereld wordt door een werkelijkheid beheerst die voor een groot gedeelte niet eens is vast te leggen. Het is een werkelijkheid die in elke mens leeft en praktisch in elk deel van de schepping. Maar het is een werkelijkheid die niet uitdrukbaar is in wetten, omdat zij niet gelijk is, maar voortdurend zich aanpassend reageert, omdat zij geestelijke en stoffelijke factoren in aanmerking neemt. De schijnbare verwardheid, de bijna wanhopige gewelddadigheid van veel mensen zelfs, die in het geweld dan nog proberen te bewijzen, dat ze iets of iemand zijn, zijn alleen maar de resultaten van een vastgelopen maatschappij, plus het onbewust ook door de orthodoxen aangevoelde veranderende geestelijke klimaat, het veranderende sociale klimaat, de verandering in de benadering van de mens en van het leven. En dat is van het allergrootste belang. Van een in feite zuiver natuurgebonden maatschappij, waarin eens kleine groepen mensen leefden, is men gekomen naar een magische, later naar een priesterlijke, naar een machts- en daarna naar een economisch bepaalde maatschappij, een geloofsbepaalde maatschappij.

In deze tijd speelt zich een verandering af, waarbij de geest belangrijk is. Maar je kunt de belangrijkheid van de geest pas gaan beseffen, als je geconfronteerd wordt met de onbelangrijkheid van de stof. Daarom ontstaan er zoveel stoffelijke strijdigheden en problemen, daarom heeft zich, zelfs als we rekenen vanaf zeg maar 1920, een zo grote reeks van maatschappelijke, maar ook religieuze veranderingen voltrokken. Dat als je nu terugkijkt je zegt: God, dat ik dat niet heb gemerkt.

Zelfs wanneer u nu terugkijkt, we zijn nu tegen het einde van de tachtiger jaren naar het begin van de zeventiger jaren, dan zult u zich afvragen: Waarom hebben ze zich zo druk gemaakt om al die dingen? Wat was dat voor een spel? En wat heeft het uitgehaald? Zeg je er dan bij. Maar als je het goed bekijkt dan is de mentaliteit van allen veranderd. Daardoor zijn de verschijnselen onbelangrijk er geworden. Dat gebeurt ook vandaag de dag en dat blijft voortdurend gebeuren.

De tijd van de afgezonderde scholen, die kleine gemeenschappen tot een geestelijk fantastisch peil brachten, is eigenlijk een beetje voorbij. Niet omdat die scholen er niet zullen zijn, ook nog wanneer de mensheid alweer op haar einde loopt, maar doodgewoon omdat op dit ogenblik de krachten, die voor die scholen in het verleden het meest belangrijke zijn geweest, ongeacht hun formuleringen, nu overal de kop opsteken. Omdat overal in de mensheid zich veranderingen voltrekken. Wie de tijd van heden een beetje beter wil begrijpen moet ook beseffen, dat daardoor juist mensen met zichzelf vaak in moeilijkheden komen. Men is gedresseerd bepaalde maatstaven aan te nemen en eraan te houden. Of zich absoluut daartegen te verzetten, zonder zich af te vragen waarom. En dan leven vanuit een innerlijke stuwing en vrijheid, die gelijktijdig een gebondenheid betekent aan je eigen innerlijke kracht en waarde. Dat is dan niet aanvaardbaar, want je zou soms over de schreef moeten gaan en op een ander ogenblik zou jij niet mogen profiteren waar iedereen het wel doet. Zo is het toch? Het is deze gespletenheid, ik kan het niet anders noemen die in deze tijd het gedrag van de mensen voor een groot gedeelte bepaalt.

Zoals ik in het begin reeds zei: er zijn groepsgeesten en er zijn rassengeesten. Er zijn kosmische invloeden van allerlei aard, die belang hebben bij de mensheid, bij de incarnatiemogelijkheden die de mensheid biedt. Het zijn deze die op dit ogenblik bezig zijn met een proces, waardoor weer de sterksten, maar nu vooral de mensen met geestelijke veerkracht de bovenhand krijgen en de anderen kunnen lang­zaam maar zeker wel een beetje verdwijnen. In de eeuwigheid is het niet erg. Als je vandaag dood gaat word je toch over een tijd weer geboren. Zolang het nodig is natuurlijk. Voor die geesten is het niet belangrijk, dat er vrede op aarde is of oorlog. Maar het is erg belangrijk, dat geestelijke ontwikke­lingen, die op het ogenblik hoe dan ook plaats vinden, niet volledig teniet worden gedaan door machtsbewustzijn, geweld of iets anders. Het zijn deze dingen, die vanuit de geest voortdurend worden bevorderd. Hierdoor worden situaties geschapen waarbij men, zelfs wanneer men macht heeft, vaak tegen wil en dank de vernieuwende krachten, de nieuwe ontwikkelingen en vooral de innerlijke krachten die steeds sterker zich gaan uiten, moet bijstaan en bevorderen.

We zullen moeten ingaan op verschillende fasen van deze samenwerking tussen geest en stof. En we zullen in deze lessen ongetwij­feld ook nog eens in moeten gaan op de feitelijke eenheid, die er tussen de wereld van de geest en de stof bestaat en de voortdurende wisselwerking tussen deze beide werelden. Maar voor vandaag heb ik geprobeerd u een algemeen beeld te geven. Als u er een les uit wilt trekken, trek dan deze eruit: word je bewust van jezelf. Word je bewust van de kracht die in je schuilt en wanneer je dan niet met die kracht kunt werken, probeer te beseffen wat je geweest bent, opdat je tenminste kunt beseffen wat je kunt zijn en kunt worden. Als je dat doet, dan denk ik dat je zult behoren tot de waarlijk sterken van de nieuwe tijd. Onverschil­lig of je in de geest leeft of nog in de stof verkeert. Want dit zijn de krachten van de nieuwe tijd en ze zijn voortgekomen uit de achtergronden, die ik geprobeerd heb u vanavond te schetsen. Heeft u commentaar?

  • Ik zou graag iets willen weten over de genetische manipulaties waar nu zo ontzettend veel over gepraat wordt. Zou dat geen versto­rende invloed kunnen hebben op het hele proces?

Neen. Je krijgt op een gegeven ogenblik wel toenemende incarna­tiemoeilijkheden. En de genetische manipulaties zover doorvoeren als sommige machtsbezeten mensen zouden willen is praktisch onmogelijk, omdat er dan niet voldoende geesten zullen zijn om in hun producten te incarneren. Dan zal het natuurlijk in het proces worden gezocht en dan zal het proces worden afgekeurd. Het is al meermalen gebeurd, dat een paar mislukkingen voldoende zijn om een hele ontwikkeling als het ware af te remmen of zelfs teniet te doen. Dat gebeurt dan. Dat was dan een afwijkend element erbij: genetische manipulatie. Laten we eerlijk zijn, pogingen om supermensen tot stand te brengen e.d. zijn ook al heel oud. Vroeger probeerde men het magisch te doen. Hitler heeft het met teeltselectie gedaan en tegenwoordig doen ze het met genenmanipulatie. Als je naar de mensheid kijkt, blijft het nog steeds een heel aardige gevarieerde allerhande. Ik geloof niet, dat je daar ooit iets aan kunt veranderen, omdat elke incarnerende geest andere behoeften, andere noodzaken en mogelijkheden heeft. Als hij het lichaam niet kan vinden dat al die kwaliteiten heeft, zal hij zelf wel proberen om er zoveel mogelijk toch nog bij te fabriceren. Kijk om u heen.

Dat was het dan. U krijgt hierna een lezing van wat meer eso­terische aard. Ik hoop voor u, dat dat bevredigend zal zijn.

Binnenstebuiten

Ik heb krampachtig naar een titel gezocht, die past bij hetgeen ik wil zeggen en ik ben uiteindelijk gekomen op: Binnenstebuiten. Want in de mens leeft een wereld die over het algemeen naar buiten toe maar zeer weinig doorschijnt.

In de mens zijn allerlei denkbeelden, allerlei vage herinneringen, vage krachten en naar buiten toe doet hij dan maar net of ze niet bestaan. Maar in jezelf leeft de werkelijkheid die je bent. Wanneer je alleen maar uitgaat van de uiterlijke verschijnselen ben je als een medicus, die symptomen behandelt zonder zich af te vragen, wat de oorzaak van de ziekte is. Je moet naar jezelf toegaan. Je moet groeien naar de waarheid die je innerlijk bent. Natuurlijk, je kunt soms proberen de wereld buiten je en wat er in je bestaat in een mate van evenwicht en overeenstemming te brengen. Dat is dacht ik in een menselijke samenleving onvermijdelijk.

Vanavond zou ik graag met u voor een kort ogenblik overigens willen kijken naar die innerlijke krachten en betekenis, de innerlijke wereld en de wijze waarop ze tot stand komt. De geest is een wezen, dat in zich de herinneringen draagt van vele levens en vaak van vele werelden, geestelijk en soms ook stoffelijk. Die herinneringen van de geest zijn ook bij de incarnatie mee geprojecteerd. Je komt dus niet op aarde als een onbeschreven blad, maar eerder als een stukje van een oud handschrift, waarbij men onbelangrijke zaken enigszins heeft geradeerd en daarover een nieuw schrift heeft aangebracht.

Zoals vaak is gebleken, vooral bij oude werken, zijn soms zeer belangrijke gegevens als onbelangrijk weggewist. Je doet alle moeite om dan te zien wat er ook nog op het blad heeft gestaan.

Alles wat u heeft doorgemaakt is belangrijk. Daarom is het belangrijk, dat u probeert tussen de regels door dat verborgen schrift te lezen. Wat zijn uw dromen, wat is de wereld waarin u verkeert? Droomt u vaak van geweld, of droomt u van grazige weiden? Als u van grazige weiden droomt, denkt u dan aan God als een oudeheer die grote sigaren uitdeelt of ziet u het eerder als een landschap in een gouden gloed, waarin je eigenlijk gekoesterd wordt zonder dat je een bepaald doel schijnt te hebben? Wat zijn uw dromen? Want die fantasiewereld van u, die denkwereld van u zegt eigenlijk erg veel omtrent hetgeen u bent, omtrent hetgeen u geweest bent vooral.

Een groot gedeelte van uw droominspiraties en uw fantasie-inspiraties ligt mede in levens die u al lang vergeten bent. Misschien dat u eens in een of andere arena gevochten hebt in het oude Rome en dat u ergens iets van dat gladiatorenbestaan nu projecteert in nieuwe zakelijke kostuums en in een nieuwe moderne maatschappij met alle vervoer en u zich daar a.h.w. weer wilt opstellen als iemand die zijn leven te verdedigen heeft t.a.v. de toeschouwers. Of misschien bent u erg onzeker en is uw onzekerheid voortgekomen uit levens, die nu niet bepaald geslaagd waren of die misschien op een toch wat ontstellende wijze aan hun einde kwamen. Dan droomt u misschien van koorddansen of u gaat door grotten vol met schorpioenen. Of u zit in voertuigen die niet bestuurd kunnen worden en die u in een razende vaart ergens brengen, waar u volgens uw gevoel helemaal niet wilt zijn.

Dergelijke fantasieën en dromen maken u duidelijk, dat er tussen datgene wat u uiterlijk bent en hetgeen er in u leeft, een hiaat is ontstaan, een breuk, dat er geen logische voortzetting is en dat daardoor de overwinning op oude fouten en oude bezwaren, die ongedaan worden gemaakt, eigenlijk weinig sprake zal zijn. Toch moet je daar eigenlijk mee beginnen.

Ik denk weleens dat het wezen, dat zich mens noemt, zodra je naar het innerlijk kijkt, ontzettend veel lijkt op een ui. Blad na blad kun je afschillen en uiteindelijk blijft er een stuk over. Een stuk dat bijna niets is, maar dat gelijktijdig de kern vormt van alles en de veroorzaker van de wortelbodem waardoor de ui uiteindelijk heeft kunnen groeien. Steeds meer werelden, steeds meer fantasiewerelden kun je gaan begrijpen. Als je ze begrijpt, kun je ze terzijde zetten. Ze blijven deel van je wezen, daar kun je niets aan doen. Maar je kunt ze overwinnen, je kunt ze opzijschuiven en dan kom je bij die kern terecht Die kern is geen wereld, die is niet omschrijfbaar.

Het is opvallend bijvoorbeeld, dat mensen die terug kunnen gaan naar vorige incarnaties, maar heel zelden iets kunnen zeggen over de tussenliggende fasen van geestelijk bestaan die er toch ook geweest is. Het is een onomschrijfbare wereld. Het is een gevoel misschien. Het is een zelfvergetelheid en gelijktijdig is het de grootste zelfbevestiging die je je kunt denken.

Die innerlijke wereld zou je meer naar buiten moeten kunnen brengen. In u leeft een deel van de eeuwige kracht. Maar wat hebt u aan die kracht, als ze alleen in u bestaat en rust en bijna niet gebruikt wordt? Je zou ze naar buiten moeten kunnen brengen. Je zou ze moeten maken tot een werkzaam deel van alles wat je bent en wat je doet. Een uitstraling die je met de wereld kunt delen. Wat heb je aan al die herinneringen, die vaag verwrongen herinneringen en fantasieën, die uit je vorige levens zijn voortgesproten, als je die ervaringen niet kunt gebruiken om vandaag daardoor juister, bewuster, gerichter te leven. Ook dat deel van je wezen zou a.h.w. naar buiten moeten worden gebracht.

Toen ik uiteindelijk en na rijp overleg koos voor “binnenstebuiten” toen wilde ik duidelijk maken, dat esoterie niet alleen maar een diep in jezelf keren is zonder meer. Het is een zoeken naar datgene, wat in je verborgen ligt, opdat het latente uiteindelijk actief kan worden. Opdat het een deel kan worden van je bewust bestaan. Het is gemakkelijk genoeg om je terug te trekken in jezelf en daar een beetje vrede te vinden en dan te zeggen: “Hoera, ik leef nog” en dan verder te gaan in de wereld zoals je was. Maar als je gaat begrijpen, wat er in je bestaat wanneer je gaat aanvoelen wat je werkelijke krachten en vermogens zijn, dan wordt het anders. Dan ga je die dingen gebruiken.

Er bestaat een aardig verhaaltje over een man, die in zijn jeugd oppasser werd bij de zeerobben. Toen hij nadat hij gepensioneerd was in een robbenkolonie terecht kwam, werd hij door de vrouwtjes enthousiast ontvangen en door de mannen van het afgebakende kleine territorium voortdurend met veel dreiging weggejaagd. Want voor hen was hij een rob geworden.

Wij zijn geest. Wij zijn kracht van de geest. Wij zijn ziel. We hebben zo lang geleefd met die kracht, we hebben zo lang gewerkt aan dat bewustzijn, dat onze geest in feite bepaalt. Wij zijn nog steeds niet in staat om door de wereld te gaan en elkaar te herkennen. Wij zijn nog niet in staat om de krachten, die in ons bestaan ook buiten ons aan te voelen en ermee te werken. Dat is toch eigenlijk te dwaas.

Er zijn grote leermeesters geweest, die dat allemaal heel aardig hebben uitgedrukt. Een Chinese dichter Li Tai Po dichtte eens:

“De wijn fonkelt in de roemer, maar in mij wordt ze tot een spel, in mij wordt ze tot vreugde. En dan leef ik de wijn en vergeet ik de roemer.” Dit zou ik toch willen zien als iets, wat direct behoort bij alles wat innerlijke beleving, innerlijke kennis, innerlijke wetenschap betekent. Natuurlijk, veel komt van buitenaf. We kunnen de wereld die buiten ons bestaat, of we geest zijn of stof, niet vermijden. Maar we kunnen haar als het ware drinken. We kunnen haar gebruiken om onszelf meer onszelf te maken. We kunnen al die belevingen van machteloosheid en macht in de wereld in ons opnemen tot ze ons bewust maakt van de werkelijke kracht die in ons leeft zodat we de uiterlijke verschijnselen niet meer nodig hebben, maar kunnen antwoorden op de realiteit die er achter verborgen is.

Het is zo gemakkelijk om de mensen toe te roepen: “Gij zijt deel van God.” Dan denken de meesten: was het maar waar, dan zou ik geen belasting meer betalen. Deel zijn van God wil helemaal niet zeggen dat je anders bent. Het wil alleen zeggen dat je meer bent dan je denkt. Het wil zeggen, dat in jou de Scheppende Bron aanwezig is, waar je voortdurend uit kunt putten, wanneer je leert hoe je dat moet doen. Dát zijn dingen, die in het geheel van je eigen bewustwording van het hoogste belang zijn.

Wanneer je als mens eindelijk leert enigszins de belevingen van het verleden te correleren zodat ze een verklaring vormen voor hetgeen u vandaag bent, dan bent u bewust geworden, dan kunt u leven met een erkend deel zijn van een groot stuk tijd. Wanneer u zich bewust wordt van die krachtbron in u, de scheppende vermogens die in u zijn dan zult u ze natuurlijk uiten volgens de persoon die u bent en de wereld waarin u leeft, dat is duidelijk. Maar u weet dat die kracht er is. En telkenmale wanneer u ze gebruikt, zult u ook geestelijk deelhebben aan die kracht, dan zal die kracht voor u een uiting worden, niet alleen maar op stoffelijk niveau, maar ze zal een uiting zijn van al uw geestelijke belevingen. U komt daardoor dichter bij de werkelijkheid. Uw wereld wordt groter, ook uw geestelijke wereld. Uw beleving wordt intenser, niet als een emotionaliteit zonder meer, maar als een voortdurend diepergaand beseffen.

Het is zo gemakkelijk om al die dingen opzij te schuiven. Natuurlijk, we kunnen het heel plechtig en ritueel doen. Wij erkennen dat wij sterven om herboren te worden in een nieuwe weg en een nieuwe waarheid. Als we dat allemaal netjes hebben gedaan dan gaan we naar huis en gaan we precies zo voort, nietwaar? Dat is nou de fout die we maken.

Of we dat nu ritueel of anders doen, wanneer we iets beleven dan moet er ook een nieuw besef ontstaan, dan moet er een nieuwe kracht in ons ontwaken. Dan moet er een nieuwe benadering van de wereld uit voortvloeien. Dan pas hebben we iets gedaan, wat voor het geheel van ons wezen en waarschijnlijk voor het geheel van de wereld waarin we leven ook nog van belang is. Onze belangrijkheid ligt nooit in het tijdelijke. Een heel leven dat je besteedt alleen maar aan het bouwen van iets, dat vervalt wel weer.

U kunt een kasteel bouwen en op een gegeven ogenblik zakt het in mekaar. Je kunt de mooiste meubels maken, de houtworm komt erin en uiteindelijk zijn ze niet veel meer dan een verzameling gaten door nog enige lak hier en daar bijeengehouden.

Als je zo leeft bouw je de vergankelijkheid in in je bestaan. Die vergankelijkheid is er al, die hoef je niet te bouwen. Want de uiterlijke vormen van gebeuren gaan steeds voorbij. Maar wat erachter ligt, de waarheid die erin leeft, datgene wat zich manifesteert is belangrijk.

Het is belangrijk als je een goed werk schept, natuurlijk. Maar is het niet veel belangrijker dat je kunt scheppen? Het een is maar een kenbaar product van het ander. Juist daarom, zou ik zeggen, moet je steeds meer naar binnen toe grijpen. Zoals een oud Indisch filosoof zei: “Slechts zij, die diep in zichzelf, zichzelf ontmoet hebben, leven bewust in een wereld, die anderen niet beseffen.”

Een oude kabbalist zei eens een keer van zichzelf: “Wanneer je doordringt tot de geheimen van de boom (hij bedoelde de boom des levens) dan wandelen je voeten op aarde, je armen grijpen uit in de werelden van de geest en je hoofd wordt voortdurend beroerd door de straling van de Schepper.”

Wij zijn niet op aarde als wezens ontstaan om tot een wereld te behoren. We zijn ontstaan om deel te zijn van de Totaliteit. Het is die totaliteit die we alleen kunnen bereiken, als we bereid zijn voortdurend uit te gaan van hetgeen in het diepst van ons wezen leeft en dit voortdurend meer buiten onszelf vorm en gestalte geven zo goed we kunnen, zonder ons af te vragen of die vormen en die gestalte wel die perfectie hebben, maar ons alleen afvragen of we werkend vanuit onszelf iets kunnen weergeven, dat meer is dan we ooit kunnen vastleggen.

Ik heb gehoord, dat mijn collega heeft gezegd dat het esoterie is. Ik betwijfel het een beetje. Ik vind het eigenlijk een heel praktische wetenschap die ik verkondig. Zeker, het is natuurlijk filosofisch enz. enz. Maar iedere mens heeft in zijn leven die ogenblikken, dat hij er niet uit komt, dat hij gefrustreerd is aan alle kanten en dat het niet wil lukken. Als hij dan naar binnen zou kijken zou hij weten waarom. Hij zou weten hoe het anders kan. Hij zou veel meer kunnen waarmaken in plaats van weg te vluchten in dromen van wat had kunnen zijn.

Onze droomwereld en onze fantasieën ongeacht hun achtergronden worden maar al te vaak gebruikt wanneer we op aarde leven om en soort tegenwicht te vormen tegen een wereld, die wij eigenlijk denken niet aan te kunnen. Maar onze schijnbare onmacht komt voort uit ons onbewustzijn. Wanneer we ons bewust zijn beschikken we over de macht die we nodig hebben. Maar vele dingen, die we nu misschien in onze dromen begeren, zien we dan als overbodig. Het avontuur ligt dan in een enkel pluisje, dat een zweeftocht maakt ergens op de wind of in het zich ontvouwen van een blad, dat net uit de knop komt en langzaam naar zijn vorm streeft.

Het is niet meer nodig om ontdekkingsreizen te maken, piraatje te spelen of misschien wel te dromen, dat je eens met een vliegende schotel naar een heel andere wereld kunt gaan. De verandering die vanuit onszelf ontstaat, is voor ons de verandering van onze wereld en vooral van de betekenissen van die wereld.

Het is zo gemakkelijk tegen iedereen te zeggen: “Ach mensen, wat maak je je druk over alles wat er gebeurt. Het gaat voorbij, het heeft geen blijvende geestelijke betekenis tenzij het een ervaring wordt.” Maar u knikt dan wel, beleefd bent u wel, maar u denkt bij uzelf: “Ja, maar je zou met mijn problemen moeten zitten.” Zoals de vorst, die te horen kreeg: “Ach Majesteit, uw troon is toch eigenlijk niet belangrijk” die dacht bij zichzelf: “Je zou eens moeten weten hoe ik die zachte kussens nodig heb voor mijn hemorroïden!”

Zo gaat het altijd, weet u. Je kunt de mensen wel zeggen dat het niet belangrijk is, maar het is voor hen belangrijk. Het enige wat je kunt zeggen is: Mens, in jezelf is een Kracht die veel belangrijker is, waardoor je begrip van verhoudingen, van betekenissen kan veranderen, waardoor alles wat je bent en wat je doet een betekenis krijgt, die niet alleen maar stoffelijk is en die niet alleen incidenteel een bewustwording voor de geest betekent, maar waarbij de geest steeds totaler en vollediger deel wordt van je stoffelijk bestaan en gelijktijdig de wereld van de geest ook meer jouw wereld wordt en de kracht van die wereld ook in de stof mede geuit kan worden.

Daarom vind ik het zo belangrijk dat uw binnenste een beetje meer naar buiten komt.

Al die verborgen gedachten hoeft u niet uit te spreken, anders zou de hele wereld nog een grotere scheldpartij betekenen. Alles wat er aan vermogen, aan kracht, aan scheppend vermogen, aan vormend vermogen, aan beseffend vermogen in u leeft, zou deel moeten zijn van de wereld waarin u bestaat en niet alleen maar een latent verborgen kracht, die misschien in een enkel ogenblik van grote vreugde of wanhoop voor een kort moment naar buiten springt om onmiddellijk teruggedrongen te worden, omdat het niet past in het burgerlijk bestaan.

Mijn voorganger heeft u waarschijnlijk wel het een en ander verteld over de vele esoterische scholen. Er bestond tot voor kort ik weet niet of het er nog is, een dorp in India, tegen de Karakorum aan. Een dorpje, waarin eigenlijk de mensen allemaal een klein beetje ingewijd waren. Het wonderlijke was, die mensen hadden een leven, dat de meesten van u onaanvaardbaar zouden vinden. Maar er was geen gelukkiger wereld dan die. Wat er op tafel kwam was meestal niet veel. Maar ze aten alles samen aan hun tafels. Een lange rij van mensen. Of ze zaten gehurkt en aten met elkaar en genoten van elkaars genot. Wanneer er één zorg had, dan deelde hij met zovelen die zorg, dat er geen zorg overbleef, maar alleen een mogelijkheid om de reden van de zorg weg te nemen.

In dat kleine dorp manifesteerden zich vaak hoge heren. Geesten van groot belang, meesters, ingewijden of hoe je ze noemen wilt. Ze zaten aan tafel met die mensen en spraken met die mensen. Ze zongen met die mensen, ze lachten met die mensen, ze baden met die mensen omdat daar de grens tussen de werelden was weggevallen. Toch was het een betrekkelijk kleine gemeenschap.

Er zijn zo veel mensen op aarde. Zou het niet van belang zijn dat steeds meer kleine groepjes ontstaan, waarbij die innerlijke wereld zo actief en werkelijk beleefd wordt, ook naar buiten toe, dat juist daardoor de eenheid met andere werelden mogelijk wordt Maar ja, het zijn vragen.

Ik kan u alles aanbevelen, maar als u het zo dadelijk allemaal naluistert of naleest of overdenkt, dan zult u waarschijnlijk zeggen: “Ja, het is mooi. Kon ik het maar.” En dat is de grote grens die u voortdurend voor uzelf trekt. “Kon ik het maar “.  Je moet niet zeggen: kan ik het of kan ik het niet. Duik gewoon maar diep in jezelf. Probeer zo rustig en stil te worden, dat het enige wat overblijft een soort lichtend vlekje is, dat je ogen half onbewust nog voorbij zien trekken en waarnemen. En vraag je dan niet af wat het is, maar zie het gewoon als licht.

Wees blij dat er licht is, dan zal het groter zijn. Vraag je niet af wat het gaat betekenen. Probeer er gewoon maar één mee te zijn. Dan zult u denken, nou ja, het haalt niets uit. Totdat u tot uw verbazing ziet, dat u veel meer dingen doet dan anders en dat u de mensen ineens veel beter begrijpt, het is onopvallend, net als de veranderingen in tijd. Je ziet het niet onmiddellijk. Maar het is er wel. Dan op een gegeven ogenblik ontmoet je anderen en je voelt gewoon de uitstraling van die anderen aan. Dan zeg je: God, ik ben zeker een klein beetje sensitief aan het worden. Neen, u bent gewoon teruggekeerd tot de werkelijkheid die u bent.

Verwacht geen wonderen. Maar duik gewoon diep in je innerlijk. Niet om sterk te worden of wat anders. Gewoon om je in die vrede on­der te dompelen en die mee naar buiten te brengen. Als je daarmee begint wordt al het andere mogelijk. Maar als je alleen de volmaaktheid in één keer wilt bereiken, zal je altijd mislukken, omdat je bezig bent met jouw beeld van die volmaakt­heid en niet met de werkelijkheid van de kracht en de vrede en het scheppend vermogen, die in het diepst van je wezen wonen. Voor mij was dit een belangrijk betoog. Want in de hele ontwikkeling van de werelden van de geest, de ontplooiing van het bewustzijn in alle sferen is wat ik gezegd heb van het grootste belang, zeker wanneer je op aarde woont.

Heeft u een onderwerp voor een meditatie?

  • Menselijke trouw.

Menselijke trouw

Kan ik wel trouw zijn, wanneer ik niet allereerst mijzelve trouw ben? Wanneer ik niet allereerst dat ben, wat ik waarlijk ben? Hoe kan ik in waarheid anderen trouw zijn? Hoe kan ik getrouw zijn tegenover taken, diensten en verplichtingen? Want trouw is de verwevenheid. En een verwevenheid kan pas daar ontstaan waar je jezelve trouw bent en jezelve kent. Daaruit vloeit de mogelijkheid voort om waarlijk trouw te zijn als mens. En wat mensen trouw noemen is eerder de saamhorigheid, waarbij het ik zichzelf laat afsterven opdat vooral de oude gewoonten gevolgd zullen worden tot het einde der tijden. Maar werkelijke trouw is een verbondenheid en verwevenheid die zo inner­lijk is, dat zij door niets te verbreken valt. Trouw ligt niet aan de symptomen, ze ligt aan de verbondenheid van het wezen. En menselijke trouw in haar beste vorm is geestelijke trouw. Of moet ik zeggen de geestelijke versmelting en verbondenheid, die nooit ongedaan gemaakt kan worden, omdat je niet een deel van je­ zelf terzijde kunt stellen of doden, zonder daaraan zelve ten onder te gaan.

Laat ons trouw zijn. Trouw aan hetgeen wij zelf zijn trouw aan al datgene waarin we onszelf ontmoeten. Laat ons trouw zijn aan de kracht, die in ons leeft en aan alle krachten die wij ontmoeten en er­kennen als zodanig. Laten wij trouw zijn aan het geheel van ons be­staan, opdat ons bestaan de bevestiging vormt van de hoogste Kracht en het hoogste Bewustzijn dat in ons leeft.

Menselijke trouw is een illusie wanneer ze verstoord wordt door dromen. Wezenlijke trouw komt voort uit hetgeen je bent en je verbonden­heid met al datgene waardoor je meer jezelf bent en gelijktijdig meer je wereld beseft dan je ooit hebt gedaan.

Ik geloof, dat met hetgeen ik u gezegd heb de essentie van trouw beter is omschreven dan met welk dichterlijk woord of op andere wijze ooit mogelijk zou zijn. Maar misschien vergis ik me. Als u dat vindt moet u maar denken, dat ik in ieder geval ook hierin mijzelf trouw gebleven ben.