Krachten achter het Wessac-feest

uit de cursus ‘De wet achter het mirakel‘ (hoofdstuk 9 ) – juni 1978

Krachten achter het Wessac-feest

Wij hebben nu weer het Wessac-feest gehad. Sommige mensen nemen er deel aan, anderen spreken erover, heel veel mensen zijn er nieuwsgierig naar. Als je dat zo hoort, dan is dat iets wat even door de geest en door anderen voor elkaar wordt gebracht. Dat is natuurlijk niet waar. Ook een dergelijke uitstorting van kracht hangt samen met allerlei kosmische wetten. Om u duidelijk te maken wat het Wessac-feest in feite is, zou ik daarom verschillende van die krachten en de daarmee verbonden wetmatigheden met u willen bespreken.

In de eerste plaats kennen we natuurlijk de krachtsstraal, of gouden straal, die soms, maar niet altijd, verkleurt tot een verblindend wit, een magnesium-wit. Deze kernstraal is eigenlijk niets anders dan een verbinding die wordt gemaakt tussen een groot aantal sferen; werelden van verschillend geestelijk niveau, elk met een eigen krachtsinhoud, elk met een eigen mogelijkheid om kracht te manifesteren.

Als wij nu bezig zijn met dit Wessac-feest, dan gaan daar natuurlijk een aantal voorbereidingen aan vooraf. Dat zal u bekend zijn. En dan begint de eigenlijke rite.

Is die rite op zichzelf bepalend? Ik zou zeggen, neen. Ze is niet minder bepalend dan het fluitje van de scheidsrechter, wanneer een voetbalwedstrijd begint. Aan de ene kant: ja. Hierdoor wordt de mogelijkheid bepaald. Aan de andere kant: neen, want het geheel van de verschijnselen wordt hierdoor niet beïnvloed. Dit kun je zien als een samenwerkingsteken.

In een Wessac-bijeenkomst hebben wij te maken met entiteiten van zeer hoge en van lagere sferen. Normalerwijze transformeert een entiteit zichzelf zodanig dat hij de lagere trillingen van de wereld of sfeer waarin hij zich gaat manifesteren, aanneemt. Bij het Wessac-feest is dit niet het geval. De entiteit geeft zijn eigen trillingen af aan de werelden waarmee hij een harmonie heeft. Deze op hun beurt geven ze weer verder, totdat hij ten slotte op aarde terechtkomt. Dit betekent dat een groot aantal verschillende vormen van energie opeens met elkaar verbonden zijn. Dat lijkt dan een enorme kracht, ofschoon het dat in wezen niet is. Denk eens aan een grote waterval, de Victoria Falls b.v. Ga je berekenen hoeveel water daar eigenlijk doorstroomt, dan is dat heel veel, maar toch eigenlijk minder dan je in het daverende geweld van de val zou vermoeden, met alle verschijnselen als regenbogen e.d. Dat zijn brekingsverschijnselen.

Die kracht wordt zodanig van de een naar de ander doorgespeeld dat er een soort watervaleffect ontstaat. Dit impliceert een zeer grote impact op het ogenblik dat de krachtsstraal op aarde terechtkomt. Wat gebeurt er wanneer een waterstraal met een enorme kracht een rots treft? Dan ontstaat er niet alleen veel gespetter, maar bovendien ook een nevel. Die nevel maakt dan weer andere kracht (b.v. zonlicht] zichtbaar op een manier waarop dit normaal niet geschiedt.

Wanneer de kernenergie van het Wessac-feest neerdaalt tot bij de Celebrant, degene die daar de leiding heeft, dan betekent dat niet alleen dat iedereen in die omgeving een enorme energie moet verdragen en gelijktijdig deels ook kan opnemen, maar het betekent tevens dat een groot gedeelte van die energie in de een of andere vorm wordt weerkaatst. Het is deze weerkaatsing die bepalend is voor al die verschijnselen waarover u wel meer heeft horen spreken. Er was paars licht. Er was een pilaar van laaiend rood licht en zo meer. Dit zijn dus krachten die altijd wel aanwezig zijn, maar die nu bijzonder scherp zichtbaar worden.

Het eerste wat u hiervan moet onthouden: er is normaal sprake van een soort kortsluitingsverschijnsel, bewust door entiteiten veroorzaakt waardoor een energieresidu in de omgeving van het altaar en de Celebrant alles zodanig oplaadt dat hierdoor energieën zichtbaar kunnen worden die, als ze normaal aanwezig zijn, onopgemerkt blijven. Maar er zit nog meer aan vast.

Als men een houtje gewoon neerlegt, beweegt het niet. Valt het in stromend water, dan beweegt het. Laat het nu meegaan over een waterval en het blijkt plotseling een enorme vaart te ontwikkelen, soms zelfs zo hevig dat het versplintert, alleen door de invloed van de kracht van het water.

Als ik nu te maken heb met kosmische krachten uit de nabije omgeving (ik denk aan krachten van de zon en van de planeten), dan zal het duidelijk zijn dat deze worden meegevoerd door deze kernenergie, de geestelijke energie. Hierbij kan het volgende gebeuren. Een dergelijke kracht wordt voortgestuwd. Ze krijgt dus een grotere inslagkracht dan ze normaal zou hebben. Daardoor kan ze een veel grotere indruk maken op de wereld en zal daar harmonieën kunnen wekken die nog lange tijd resonantie mogelijk maken.

Een kracht kan ook uiteengeslagen worden, d.w.z. dat ze zich ontleedt in een aantal bestanddelen. Denkt u maar aan de regenboog die ook een brekingsverschijnsel is. Het licht is wit maar opeens ziet u het uiteenvallen in verschillende golflengten, verschillende kleuren. Dit kan bij bepaalde energieën ook gebeuren. Over het algemeen geldt: elke energie die voldoende harmonisch is met de aarde, zal door het geheel van de uitstortingen van het Wessacfeest worden versterkt. Elke invloed echter die niet volledig harmonisch is met de aarde en met de daarop aanwezigen, zal gefractioneerd worden; ze valt in stukjes en deeltjes uiteen. Bij dit uiteenvallen zal een deel van die energie verloren gaan, een ander deel echter zal op de een of andere manier wel een aanpassing kunnen vinden aan de wereld en daarin een beperkte resonantie, een beperkte harmonie, mogelijk maken. Dit betekent dan dat krachten die uit de ruimte komen, slechts voor een deel maar niet in hun geheel, werkzaam zijn op aarde. Zo krijgt u dus al een heel ander beeld.

Het is zo gemakkelijk om te spreken over ‘gordijnen van licht’ en alle wonderlijke gebeurtenissen daarbij, als u niet weet waar u het over heeft. Maar als u hoort dat de Witte Broederschap al die gegevens ontleedt en allerlei berekeningen maakt, dan vraagt u zich toch wel af: zijn zij nu gek of ben ik het? Want alles klinkt zo uitermate onwaarschijnlijk; die krachten manifesteren zich allemaal op dat ogenblik en dan weten we het meteen voor een heel jaar.

Het is echter heel wat anders, als je rekening houdt met de op dat moment ontstane resonanties (harmonieën), de mogelijkheden voor bepaalde krachten om sterker dan normaal op aarde door te werken. De witte Broederschap zegt: “Wij zijn van plan” en dan volgt er een aantal voornemens. Allemaal erg mooi, erg vreedzaam en aan de andere kant vaak een beetje hard. En dan zegt u: “Moet dat nou”. Ja, als de Witte Broederschap het allemaal zelf kon bepalen, zou ze het misschien anders doen. Maar ze is eveneens afhankelijk van deze ontstane harmonieën (resonanties). Ze kan ermee manoeuvreren, ze kan proberen die krachten te besturen en dus enigszins te gebruiken, maar ze kan die krachten niet veranderen. Zij kan ze ook niet afwenden. Wanneer de hoofdkracht neerdaalt, zullen alle kenbare krachten daardoor ofwel een relatie met de aarde verwerven dan wel verdwijnen. Het ontstane patroon is voor de Witte Broederschap net zo bindend als voor de aarde zelf.

Misschien zult u zich nu afvragen waarom men dan dit experiment elk jaar weer herhaalt? Wel, dat heeft ook zijn redenen en die zijn weer gebaseerd op een wet.

Als ik contact houd met uw wereld, dan betekent dit dat ik een zekere beïnvloedingsmogelijkheid t.a.v. uw wereld in stand kan houden. Zou ik één of twee jaar geen contact hebben met uw wereld, dan zou mij dat al veel moeilijker vallen. Ik zou dus voor dezelfde prestatie veel meer kracht nodig hebben en bovendien veel meer moeilijkheden hebben om mij te isoleren van mijn eigen wereld, wanneer ik mijn aandacht op uw wereld wil richten. Daarom heeft men voor iedereen die meewerkt aan de ontwikkeling van deze wereld een soort regel gemaakt. Die regel houdt in dat tenminste eenmaal per jaar met de 1e volle maan in mei (er zijn nog 3 tijdstippen waarop dit mogelijk zou zijn, maar men heeft in het begin nu eenmaal voor mei gekozen) er contact zal zijn tussen allen die zich bezighouden met de ontwikkeling van de mensheid en van de aarde.

Allen tezamen werken in op de aarde en aan de hand van de verkregen resultaten zal eenieder zijn eigen houding t.a.v. de gebeurtenissen verder definiëren. Het is dus helemaal niet zo wonderlijk als het lijkt. Het lijkt allemaal hoog-geestelijk, zwevend en in de verte, maar dat is het niet. Het wordt wel degelijk gedicteerd door de noden en behoeften, die er in de Broederschap bestaan om in contact te blijven met de wereld en toch de eigen wereld niet te verliezen, en daarnaast de stoffelijke ontwikkelingen zo nu en dan een beetje te kunnen manipuleren.

Die uitstorting van kracht is gewoon noodzakelijk omdat alleen daar waar een voortdurende resonantie bestaat, de mogelijkheid tot een voortdurende en wederkerige beïnvloeding aanwezig blijft. Daar waar resonantie of harmonie teloorgaat of ten dele teloorgaat, zal de mogelijkheid tot wederkerige beïnvloeding, erkenning en eventueel samenwerking afnemen en wel in dezelfde mate als waarin de harmonie teloorgaat.

Hetzelfde is het met de energieën. Iedereen denkt, geloof ik, dat er ergens boven een aantal Meesters staan. Zij zeggen tegen elkaar: “Het is weer tijd voor de Wessac”. Ze beginnen dan een groot vuur te stoken en als alles bij elkaar is, gooien ze dat naar beneden. Dat is natuurlijk onzin. De bedoeling is helemaal niet om die straal op aarde te laten komen. De bedoeling is het contact samen te stellen. In dat contact is die hoofdstraal het onvermijdelijke resultaat.

Nu zijn er heel veel dingen waarover in verband met de Wessac wordt gesproken. De beïnvloedingen vanuit de kern van de kosmos die voor deze aarde dit en dat betekenen. Of vanuit bepaalde sferen en planeten wordt dit en dat op aarde beoogd. Wij zouden voor de lopende periode kunnen zeggen: Saturnus doet zich op aarde ongewoon sterk gelden. Maar dit zijn invloeden die aanwezig zijn, vergeet dat niet.

Alle planeten hebben altijd invloed op de aarde. De beïnvloeding vanuit de kern van het Melkwegstelsel wordt wél steeds onderbroken want er gaan steeds weer sterren en planeten tussen de aarde en die kern door. Er kunnen stofwolken tussen drijven, er kan een magnetische storm zijn die tijdelijk zo’n straling diffundeert. Maar wanneer die straling er eenmaal is, dan is ze er. Daar doe je niet veel aan. Waarom dan al die nevenverschijnselen en wat is de belangrijkheid ervan? Ik wil proberen het duidelijk uit te leggen.

Laten we beginnen met de kern van het Melkwegstelsel. Wat is daar aan de hand? Daar staan een hoop sterren met veel meer massa dan de zon, heel dicht bij elkaar. Dat wil zeggen, wanneer er eentje ploft, nova wordt, het heel waarschijnlijk is dat er bijna gelijktijdig een stuk of 6 á 7, soms zelfs 100, zich omzetten in een enorme golf van straling; niet alleen infrarood, het bevat ook ultraviolet. Het bevat eigenlijk alles tot zelfs magnetische stralingen en zeer harde partikelstralingen. Zo’n golf verspreidt zich automatisch naar alle kanten. Maar niet overal is er een opening. Als er sterren zijn welke die golf ontvangen en terugwerpen, dan gaan ze de energie die in het brandpunt staat (waar de nova’s zijn ontstaan), vergroten doordat ze hun eigen overtollige energie daarheen werpen waar al veel is want ze kunnen niet zeggen: ik doe het alleen in één richting. Er ontstaat dus een soort schijnwerpereffect.

Dit schijnwerpereffect richt zich naar alle kanten, o.a. naar bepaalde armen van het Melkwegstelsel. Het Melkwegstelsel moet u zich voorstellen als een ding met spinarmen. In een van die armen zit de zon. Op het ogenblik dat zo’n golf de ledige ruimte (aan de rand van de eigenlijke schijf) kan bereiken, ontstaat er dus een ongeremde en verder niet gediffundeerde straling. Alles wat binnen het bereik van die straling komt, wordt daardoor beïnvloed.

Hierbij geldt verder dat deze straling niet een volledig rechte baan volgt maar een licht gebogen baan pleegt te volgen en wel in overeenstemming met eigen momentum op het ogenblik van ontstaan plus de rotatie van het Melkwegstelsel als geheel én de beïnvloeding en afbuiging, wanneer deze straling geheel of ten dele door zware velden (een grote massa over het algemeen) wordt afgebogen. Het zijn geen rechtlijnige stralingen. Je kunt ook nooit met zekerheid zeggen, ook al ga je er bij de Wessac-bijeenkomst wel van uit, dat een bepaalde straling inderdaad, laten we zeggen, 10 weken achtereen zal optreden. Het is waarschijnlijk maar de werkelijke bepaalbaarheid van de invloed ontstaat pas op het ogenblik dat je weet dat ze aan de rand van het Melkwegstelsel de ledige ruimte begint te doorkruisen die ligt tussen de kern en deze arm waarin de zon zich bevindt.

Daarom zeggen wij: al wat als kerninvloed vanuit het Melkwegstelsel wordt aangeduid, is in wezen af te lezen uit de energieën die de rand van de feitelijke schijf hebben bereikt en zich nu in de ledige ruimte bewegen en wel in de richting van de daar aanwezige materies, de z.g. armen van het Melkwegstelsel. Hierbij wordt aangenomen, ofschoon dit niet helemaal juist is, dat de sterkte die op het punt van uittreding aanwezig is, gelijk is op het ogenblik van het treffen van de aarde.

Verder wordt aangenomen dat het geheel van de energie bij uittreding een zekere duur heeft en dat bij het treffen van de aarde een gelijke duur mag worden aangehouden. Iets wat ook niet geheel juist is omdat daarbij geen rekening wordt gehouden met het eigen bewegingspatroon van zon en aarde. Ongeveer juist is het wel.

Deze energie is dus eigenlijk niets anders dan een beïnvloeding van o.m. het eigen veld van de zon en het eigen veld van de aarde. Lichte verschuivingen van magnetische en elektrische aard zijn daarvan meestal het resultaat. Daarnaast kan door de aanwezigheid van bijzonder sterke straling een eigenaardig ionisatie-effect in grote hoeveelheden ontstaan waardoor in de aardatmosfeer weerkaatsing optreedt voor bepaalde invloeden uit de zon, dan wel een bijzondere doordringbaarheid. Het is deze verandering van toestand die bepalend is, niet het gedeelte dat de aarde zelf bereikt; daarvoor is dit te gering. Het bepaalt echter wel de invloed van de zon op de aarde. Dit zijn nu de invloeden die wij plegen af te lezen als nevenkleuren.

Die nevenkleuren zijn over het algemeen verschillende tinten lila, eventueel blauw of rood. Er zijn dus geen andere kleuren bij. Dat is ook weer begrijpelijk. Wij hebben hier namelijk te maken met de zeer harde stralingen die eigenlijk ultraviolet e.d. mede bevatten; dus eigenlijk al het röntgengebied. Daarnaast hebben wij te maken met de tragere trillingen die in samenhang van het gehele zonnestelsel worden veroorzaakt en die zich voor ons het gemakkelijkst uitdrukbaar manifesteren als een rood of een bijna infrarood. Kortom, als iets wat op warmtestraling lijkt maar sterk magnetische neveneffecten vertoont.

Die techniek heeft u gehad, nu wordt het wat eenvoudiger.

Wanneer een bepaalde invloed de aarde bereikt en dat wordt kenbaar tijdens de Wessac-bijeenkomst, dan gaan wij onmiddellijk na wat de duur van een dergelijke werking is. Dit wordt dan vergelijkend in de hoogte of in de intensiteit van die straling omschreven. Als je zegt: er was een kleine zuil van 7 meter hoog die een purperen schijn had dat op bepaalde geestelijke beïnvloedingen wijst, dan moet je dit eigenlijk vertalen als: er is een betrekkelijk harde straling waardoor een ionisatie-effect in de aardatmosfeer is ontstaan dat de relatie aarde – zon heeft veranderd. Hierdoor zullen zonne-energieën, die voor bepaalde geestelijke activiteiten van de mens van belang zijn, gemakkelijker tot de mensheid doordringen zodat we moeten aannemen dat bepaalde bewustwordingen en geestelijke veranderingen hiervan het gevolg zullen zijn.

Krijgt u nu in de gaten waar het eigenlijk om gaat? Ik begrijp wel dat het voor u veel aardiger is als het allemaal mooi en groots wordt beschreven en dat dit een beetje lijkt op een ontluistering, het verraden van de filmtrucs. Maar voor iemand die wil begrijpen wat er aan de hand is, is het wel heel goed te weten dat dit allemaal natuurlijke effecten en verschijnselen zijn.

Nu zijn er ook andere invloeden die afleesbaar zijn. Deze komen van planeten. Invloeden van planeten worden meestal kenbaar als korte lijnen, die min of meer waterig blauw zijn. Het zijn varianten van grijs die wat naar de rossige of de blauwe kant gaan. Heel vaak zal een inwerking van deze straling als een parelmoereffect worden beschreven, wat niet onjuist is omdat ze eigenlijk in samenwerking met die andere kleuren een soort schemerige schittering veroorzaakt. Als we dit effect hebben, dan kunnen we dat vergelijken met hetgeen u aan planeetinvloeden pleegt af te lezen, wanneer u een horoscoop maakt. Maar er zijn nog meer dingen.

Er zijn een aantal schichten waarin goud en groen voorkomen. Deze vertonen zich over het algemeen tamelijk hoog, soms zelfs boogvormig. Het is a.h.w. een soort gotisch boogeffect die schijnbaar uit de centrale straal voortkomt. Deze vormen zijn gedachte- invloeden.

 Planeten en zonnen denken. Wanneer er een gedachtewisseling is tussen uw zon en een andere zon waarbij een woord wel eens een jaar tijd vraagt, dan betekent dit een bepaalde harmonie tussen een massa elders en de daarin bestaande geestelijke processen en uw zon plus alle planeten, want die zijn mede eraan onderworpen. Het resultaat is dat er telepathische impulsen optreden.

Nu kunt u wel begrijpen dat, ook al duurt het wel een jaar voordat je ‘rotzak’ zegt, de telepathische intentie die erachter zit, minder aangenaam is. Het zal u dus ook duidelijk zijn dat een dergelijke invloed als een giftig groen wordt gezien. Ze is disharmonisch, ze is scherp. De mensheid die haar ondergaat, zal daardoor dus ook geneigd zijn tot grotere prikkelbaarheid. Agressie wordt daardoor bevorderd.

Stel u nu eens voor dat uw zon ergens in Arcturus iets heeft gevonden en daarnaar uitzendt: “ik hou van je”. Dat duurt misschien een eeuw, maar ondertussen zeggen de mensen op aarde: ik voel me een beetje opgelucht. Die mensen worden daardoor wel impulsiever maar niet agressief. Het is een harmonisch verschijnsel. Iets dergelijks zal dan vaak worden beschreven als een rood-kleur.

Al deze invloeden en beïnvloedingen werken heel vaak samen zodat je niet te maken hebt met één kracht en verschillende nevenwerkingen maar, wat de aarde betreft, met een mengsel, een soort cocktail van allerlei invloeden. Er zijn nog een aantal factoren meer bij betrokken.

De mensheid heeft een bewustzijn. Dat bewustzijn heeft ook een eigen kleur en reageert dus ook op die uitstralingen en harmonieën die voor de Witte Broederschap belangrijk zijn. Dat betekent dat ook daar weer allerlei stippels zichtbaar worden in de kleurvlakken. Dat is de mensheid die reageert maar dat betekent ook dat de totale mensheid of haar bovenbewustzijn voortdurend in wisselwerking is met alle energieën die de aarde bereiken. De mentaliteit van de mensheid wordt mede bepaald door de totaliteit van kosmische invloeden die daarin optreedt. Als resultaat kan worden gezegd dat elke eenling in zijn bestaan een periode zal doormaken waarin hij in grote mate wordt beïnvloed door voor hem onredelijke elementen, die hij echter in de wereld rond zich bij anderen, zij het in afwijkende vormen, steeds weer zal aantreffen. Zo krijgt u weer een beetje idee van de samenhang.

Wat zijn nu de redenen dat men bij een dergelijke manifestatie een vaste opstelling kiest? U kent het allemaal wel.

Het altaar zelf waar eigenlijk een driehoek wordt gevormd. Daar achter zit het vierkant. Daarachter zit de maan. En daar weer achter krijgen we eventueel nog de vleugels, die we het best als de ‘engelenbak’ zouden kunnen omschrijven.

Het is duidelijk dat energie, als ze eenmaal in een gedachtewereld is gevangen, beperkt kan worden in haar directe uitwerking op de omgeving. Zeker als men het doet, zoals het altijd gebeurt, in een omgeving waarin betrekkelijk weinig levende wezens aanwezig zijn buiten degenen die juist voor die plechtigheid samenkomen.

De driehoek op zichzelf is weer gebaseerd op de ondersteuning. De Celebrant heeft, als brandpunt van het geheel, enorme energieën te verdragen. Die energieën moeten op de juiste manier worden uitgestraald. Nu heeft hij assistenten. Wanneer hij zelf wordt overweldigd, dan pakken die assistenten een deel van die energie op en bundelen dat weer. Deze bundeling wordt overgebracht naar het massieve vierkant. Dit vierkant namelijk werkt als een soort transformator. Alle geestelijke en stoffelijke aanwezigen zijn zich bewust van de noodzaak om deze krachten harmonisch te maken met de aarde. Maar nu zou de kracht, die ze harmonisch hebben gemaakt, toch op de een of andere manier, misschien een beetje te intens, in een bepaalde richting gaan. En daarom staat daar de maan.

Daar zijn de mensen die minder gemakkelijk die kracht kunnen verdragen, maar die wel het kosmisch beeld kunnen handhaven van de uitstraling van die krachten over de gehele wereld. Het is geen reflector maar een diffunderend schild. Van hieruit vindt de verspreiding van die krachten plaats over de gehele aarde.

Daarachter zitten dan de vleugels die ik de ‘engelenbak’ heb gedoopt. Daar zitten leerlingen in uitgetreden toestand, degenen die het geheel mogen gadeslaan. Ze worden wel beïnvloed maar omdat ze precies achter de maan zitten, en wel achter de punten van de maan, de maanvleugel, worden ze slechts door een tamelijk klein gedeelte van die kracht werkelijk beroerd want daar is het in de verspreiding (het gaat altijd uit van het midden van de maan) al in zoverre gediffundeerd dat ze het ervaren, kunnen gadeslaan zonder dat ze daardoor overweldigd kunnen worden. Daarom zit de zaak dus zo in elkaar.

Dan zult u zich ook afvragen: hoe zit het dan met de grote Raad en de kleine Raad van de Broederschap? Als je dat zo hoort, denk je onmiddellijk aan het een of ander ministerie. Dan denk je aan heel veel entiteiten die heel weinig doen en er heel lang over doen. Dat is natuurlijk niet waar.

Er zijn specialisten. Als u mij zou moeten beschrijven, dan zou u mij als een mededelingsspecialist kunnen aanduiden. Ik wil niet zeggen dat ik een groot expert ben maar het geheel van mijn kwaliteiten en begaafdheden is vooral gericht op het mededelen van zaken aan andere werelden en sferen, o.a. de uwe. Er zijn heel veel van die experts. Zij kunnen dan bekijken of die kracht misschien de mogelijkheid geeft om zekere dingen duidelijker te zeggen, duidelijker te laten doordringen en daarmee meer effect te bereiken dan normaal. Dat is dan een commissie.

Die kracht bevat veel levensenergie. Levensenergie die teveel wordt, kan wel eens schadelijk zijn wanneer ze de aarde beroert op een ongunstig ogenblik. Als er b.v. al spanningen zijn in de aardkorst, dan komen er aardbevingen en vulkaanuitbarstingen. Als die energie de aarde bereikt op een ogenblik dat de aardkorst in rust is maar dat de stabiliteit in de atmosfeer niet helemaal juist is, dan krijgen we ineens enorme temperatuurverschillen en als gevolg daarvan weer stormwinden, neerslag, plotselinge dooi van sneeuwvelden, gletsjers en dat soort dingen. Er zijn dus experts die zich daarmee bezighouden. Zij zeggen dan: Als wij die kracht nu eens zo richten dat ze dat punt bereikt en niet dat andere punt, als we dat nu afschermen, wat gaat er dan gebeuren? Met andere woorden, je kunt, wanneer rampen onvermijdelijk worden door een teveel aan levensenergie, niet zeggen: terug. Je kunt echter wel zeggen: als we het nu een beetje weerkaatsen van daar, dan gebeurt er daar wel wat maar dat is niet zo erg én dat kan bovendien voor de mentaliteit van de mensen of voor het evenwicht op aarde gunstige gevolgen hebben. Ook dat moet overwogen worden.

Dit impliceert, dat je ook moet kijken wat er in de aarde al zo aan de hand is. Hoeveel tijd er ongeveer nodig is om een aftuiging van zo’n kracht naar één bepaald punt tot stand te brengen. Hoeveel energie daarvoor nodig is. Hoeveel entiteiten eraan moeten deelnemen en al die dingen meer. Daardoor duurt het eigenlijk zo lang.

Het is het opbouwen van een aantal harmonieën binnen de Witte Broederschap waardoor krachten op de meest juiste manier kunnen worden weerkaatst. Zolang je niet weet of je een bepaalde poging wel of niet kunt wagen, dat komt nogal eens voor, kun je natuurlijk ook geen uitsluitsel geven. Wanneer wij dus uitsluitsel geven, en dat is meestal enkele maanden nadat de eigenlijke krachtuitstorting heeft plaatsgehad, dan doen wij dit doodgewoon omdat pas dan vaststaat voor welke acties en voor welke mogelijkheden voldoende entiteiten met voldoende energie in grote harmonie zullen kunnen samenwerken. Dan blijft er altijd nog wel een aantal onbepaalbare factoren over en die neem je dan als mogelijkheden mee in het schema op.

De grote Raad is dus helemaal net een soort ministerraad of een verzameling van de V.N. Het is eigenlijk een samenkomen van experts die elk proberen te begrijpen wat voor hen de mogelijkheden zijn en wat voor hen belangrijk is, dan teruggaan met de eigen groep en daar verder op doorgaan, waaruit dan weer iemand naar voren komt die het best de zaak beheerst en het standpunt van het geheel ook kent (de harmonie, zoals dat heet), die gaat dan naar de Raad terug (het behoeft niet eens dezelfde te zijn) en zegt: Dat kunnen wij doen. De anderen zeggen dan: Maar als dat gebeurt, wat heeft dat voor invloed op onze werkwijze” Wat ondergaan wij dan daardoor? Op die manier ontstaat er dan langzamerhand een zeker compromis waarbij men niet altijd het meest gunstige effect gebruikt van de optredende energieën, maar datgene waarmee voor de gehele Witte Broederschap, en naar men aanneemt ook voor de gehele mensheid, een optimaal resultaat wordt bereikt.

Nu zult u zich afvragen waarom ik zeg: dit zijn dingen die wel degelijk door wetten worden geregeerd. Ik heb u alleen verteld hoe wij samenwerken en dat heeft met wetten weinig te maken. U moet één ding goed onthouden: op het ogenblik, dat een aantal verschillende krachten optreedt op één en hetzelfde punt, zal het eindresultaat het resultaat zijn dat overblijft nadat de krachten elkaar voor een groot gedeelte hebben opgeheven. De beweging die dan ontstaat, is niet de beweging die uit elk van de krachten voortkomt maar in feite een compromis tussen deze krachten waarbij hun onderlinge vermogens mede uitmaken wie zich iets meer en wie zich iets minder doorzet. Dat is gewoon een mechanische wet.

Op dezelfde manier geldt: wanneer ik een magnetisch veld heb en een tweede magnetisch veld daarin doe bewegen, dan ontstaat er door de verplaatsing van beide velden ten opzichte van elkaar een inductie waarbij elektriciteit (dus gerichte en bruikbare energie) wordt geproduceerd.

Wanneer twee groepen entiteiten met één van die deelkrachten harmonisch aan het werk zijn en ze doen dit op een ogenblik dat zij ten opzichte van elkaar een wisselwerking veroorzaken, ontstaat er een energie die de gehele aarde en ook de gehele mensheid kan treffen, zonder dat ze op zichzelf controleerbaar is. Dit betekent een risicofactor. Je moet dus goed overwegen of je dat wel kunt doen.

Dan is er de wet van de gelijkblijvende velden. Wanneer wij de mensen een overdaad van levenskracht geven, dan betekent dat niet alleen een overdaad van levensvreugde, het betekent ook een overdaad van spanningen t.a.v. anderen. Anders gezegd, een toename van levenskracht in de gehele mensheid gaat gepaard met een toename van onderlinge agressiviteit, de neiging met elkaar te wedijveren enz. Het betekent dat een op het verkeerde moment verspreiden van een grote hoeveelheid levenskracht over de gehele mensheid zou kunnen resulteren in een wereldoorlog waaraan de hele mensheid ten onder gaat. Daarom moet wel degelijk worden bezien waar en op welke ogenblikken men de levenskracht tot uiting kan doen komen. En als het niet anders gaat, dan zullen we desnoods die levenskracht moeten afbuigen in de richting van planten of van infusiediertjes of van wat dan ook om zo de mensheid te beschermen tegen een overmatige agressiviteit. Het zijn dus wel degelijk wetten.

Als de Witte Broederschap dan zegt: Wij zullen voor dit jaar ervoor zorgen dat de onderlinge geschillen tussen b.v. China en Rusland van aard veranderen, dan zegt iedereen: “als ze dat nu eens kunnen”. Dan is dat geen mirakel. Het wil alleen zeggen dat ze de keuze hebben tussen de invloed waardoor b.v. Europa met Amerika in moeilijkheden zou komen of Rusland met Europa of met Amerika. Kortom, die energie is er nu eenmaal, ze moet gebruikt worden. Ze wordt dus op dit punt gebruikt omdat men aanneemt dat hier de beste resultaten worden behaald en de minste schade voor de ontwikkeling van de mensheid wordt aangericht.

Achter zaken als het Wessacfeest schuilen gewoon de regels van de kosmos. De wetten, die al het bestaande regeren, maar indirect ook de wetten die ons eigen bestaan regeren. Want de geest kan nu eenmaal niet méér doen dan voor hem mogelijk is. Op het ogenblik dat hij meer gaat doen, verteert hij zichzelf en verandert hij dus in toestand. Dat is niet te vermijden. Al deze factoren bij elkaar geteld betekenen: wij kunnen op één gebied met één kracht over het algemeen heel aardig en heel gericht werken. Maar als wij te maken krijgen met een totaliteit van krachten waarbij alle sferen en alle factoren uit de kosmos mee betrokken zijn, dan is er geen controle mogelijk, alleen een verschuiving van nadruk. Op deze verschuiving van nadruk berust het hele werk van de Witte Broederschap, ook als zij in zichzelf een nauw omschreven doel heeft dat o.m. inhoudt de steeds betere bewustwording van de mensheid als geheel en het beïnvloeden en inwijden van enkelingen binnen de mensheid, die in het geheel een rol kunnen spelen.

Ik hoop u hiermee een kijkje te hebben gegeven in de verschillende samenhangen. Vindt u nu dat u wijzer bent geworden? Als u dat vindt, dan bent u nog niet ver genoeg. Als u denkt: zo heb ik er nooit over gedacht, daar moet ik eens verder over nadenken, dan begint u wijzer te worden.

Die invloed gaat het gehele jaar door maar wordt geconcentreerd in de maand mei. Als er nu een invloed is die in de loop van het jaar op­treedt, wordt die dan ook in die meimaand geprojecteerd?

Dit zijn praktisch alleen de langlopende invloeden. Wij hebben dus niet, of in veel mindere mate, te maken met sterk fluctuerende invloeden. Om het eenvoudig te zeggen: als we die invloeden astrologisch bekijken, dan wordt tijdens het Wessac-feest wel de invloed en samenhang van de langlopende planeten bezien maar niet van b.v. de maan en zelfs niet van Venus of Mars. Ze worden gewoon verwaarloosd omdat dit zich herhalende factoren zijn. Dat vraagt zo enorm veel erkenning en berekening dat we veel beter het geheel van het zonnestelsel kunnen nemen en de daarin optredende tendensen en de langlopende planeten kunnen beschouwen als zijnde van bijzondere invloed. Zo zou je een flits van korte duur (dat kan zelfs een microseconde zijn) op zichzelf nooit tellen. Wat je wel telt, is de energie die daarin bevat is. Is de energie in een enkele flits vanuit een kosmisch centrum zo groot dat ze in intensiteit die van de zon gelijk komt, dan wordt ze beschouwd als een langlopende in­vloed. Niet omdat ze lang optreedt, maar omdat de gevolgen die daaruit voortvloeien over het algemeen een periode van 6 tot 10 maanden omspannen. En dan wordt eenvoudig gezegd: dat behoort tot dit jaar. Het is dus de resonantie, de weerklank, die een invloed vindt in de aarde, in de mensheid, zelfs in bepaalde sferen die dicht bij de mens­heid zijn plus nog eens de zon. Indien daar een voldoende reactie is, dan is het net een snaar die een kort ogenblik wordt aangeslagen en nog een lange tijd blijft doorzoemen. Het is dan het zoemen dat de fei­telijke invloed is die wij in onze prognoses en voornemens van de Witte Broederschap plegen te hanteren.

Relatie tussen de geestelijke beïnvloeding en de kosmische krachten

Toen ik een kleine jongen was (al een tijd geleden), had ik een vriendje dat een autoped had. Dat was zo’n houten ding met twee gammele wielen waarmee je je hart uit je lijf trapte om het idee te hebben dat je vlugger ging dan een ander. Wanneer ik nijdig was, dat was ik ook wel eens, dan ging ik ineens voor hem staan en dan viel hij. Maar dat had ik nooit kunnen doen als het een fiets was geweest want dan was ik gevallen. En als het een auto was geweest, dan was ik naar het ziekenhuis gegaan; en was het een stoomwals geweest, dan was ik helemaal in de puree geweest. Dit maakt duidelijk dat het erom gaat: wie ben jezelf? Wat is je eigen kracht en waar sta je tegenover?

U stelt zo eenvoudig: Wat kan die geest doen met een oerkracht?

Ja kijk, als dat een oerkracht op volle toeren is, dan denk ik: gauw een eindje opzij gaan. Dat is het enige wat je overblijft. Maar wanneer dat wat langzamer is, dan kun je dat misschien beïnvloeden zodat de zaak wat afbuigt. En als het een nog kleiner krachtje is, dan kun je het zelfs tegenhouden. Dus eigenlijk is de mogelijkheid van de geest in dit opzicht iets waarmee de eigen energie en de energie waarmee je te maken hebt, tegen elkaar moeten worden afgewogen.

Wanneer ik een oerkracht helemaal ongedaan zou moeten maken, dan zou ik zo ongeveer alle geesten uit alle sferen bij elkaar moeten halen. Dan zou ik er inderdaad wel in slagen, denk ik, om dat dan zover af te buigen dat ik dan net de aarde red. Maar als je dat met een kleinere groep moet doen, dan kun je misschien nog wel uitmaken of dat aan de noordpool of aan de zuidpool komt. En ben je met nog minder, dan kun je het best alleen maar roepen: Mensen, gaan jullie even opzij want er komt wat aan.

Nu is dat met de Witte Broederschap net zo. De Broederschap kan, indien dat werkelijk nodig is, bepaalde krachten wel zo afbuigen of afzwakken dat de aarde daar weinig last van heeft. Maar dat kun je niet bij voortduring doen.

Kijk, als ik u vraag om zakken met tarwe te sjouwen, zo van 100 kilo, zie ik u er één of twee wel wegwerken; maar als de derde komt, dan zijn uw knieën op een gegeven moment zo dicht bij het aardoppervlak dat dat ding van uw nek valt. Zo gaat het hier ook.

Je hebt voortdurend te maken met kosmische en andere invloeden. Als je die op de een of andere manier moet veranderen, afbuigen, dan moet je een keuze raken. Misschien kun je 20 kleine invloeden veranderen of één grote. Nu is het maar de vraag, wat is het belangrijkste? De mensen denken altijd: ­zodra je dood bent, dan ben je pas wat. Dat is soms ook wel waar. Ik heb hier iemand ontmoet, die overigens al op driejarige leeftijd is overgegaan. Hij zei: Ik ben toch nog wat, want ik sta nog altijd op sterk water. Ik zeg: Dan is het jammer dat je nooit tijd hebt gehad om alcohol te leren appreciëren.

Ik wil hiermee alleen maar zeggen: natuurlijk, als je overgaat, veranderen er een hoop dingen. Je hebt op een bepaald terrein meer mogelijkheden en op andere gebieden juist weer iets minder. Het is een verschuiving van je gebied van leven, van je beslissingsmogelijkheden. Als je naar een hogere sfeer gaat, dan verschuift dat weer een beetje. En als je in de allerhoogste sfeer zit, dan kun je ontzettend veel doen in je wereld, maar in verhouding maar heel weinig in de wereld van de mensen. Het enige wat je dan kunt doen, is jezelf aanpassen aan de wereld van de mensen. Maar dan moet je weer een deel van je mogelijkheden en van je kracht opzij zetten.

U zult dus begrijpen dat, als wij proberen om kosmische krachten te richten of af te buigen, het heel belangrijk is dat we weten: welke sfeer kan daar het best op inwerken. Als het een werkelijk groot-geestelijke invloed is b.v., dan kunnen de allerhoogste lichtsferen daar wel veel aan doen voordat het op aarde komt. Maar die kunnen weer niet gaan bepalen op welk punt op aarde zoiets zal optreden, dat kunnen ze niet.

Heb je te maken met een invloed van meer stoffelijke aard, dan zijn degenen die Zomerland kennen en die de mogelijkheid hebben om stevige astrale voertuigen op te bouwen, wel in de beste positie om daar iets aan te doen. Want dat zijn allemaal dingen waarbij je krachtvelden nodig hebt die ontzettend veel lijken op wat er op aarde bestaat. Als je dat kunt opwekken, kun je zo’n kracht misschien in brandpunt brengen ergens op een bepaalde plaats. In enkele gevallen kun je zelfs de kracht weerkaatsen zodat ze niet de aarde zelf bereikt.

Dat weerkaatsen vraagt natuurlijk veel meer energie dan die kracht. Kijk, wanneer je een kracht in brandpunt brengt op een bepaalde plaats, dan behoef je alleen maar de breedte van de bundel (de werking) te veranderen. Dat kun je doen door alles een heel klein beetje af te buigen. Maar als je het helemaal moet terugkaatsen, dan moet je de hele energie verdragen zonder daaronder te bezwijken. Ik meen dat ik daarmee al het een en ander heb gezegd.

Nu is het duidelijk dat daarbij ook je eigen geneigdheid een rol speelt. Ik ben helemaal niet iemand die zegt: de wereld moet van alles krijgen, die moet beschermd worden tegen nadelige invloeden. Integendeel, ik bevind mij nog in het stadium dat iemand, die over een bananenschil uitglijdt, weliswaar enig medeleven wekt maar de uitdrukking daarvan toch de hartelijke lach is, al dan niet onmiddellijk onderdrukt.

Ik vind gewoon dat de mensen met hun problemen zelf moeten kunnen worstelen. Ik voel er niets voor om daar wat aan te veranderen zolang er een kans is dat ze het zelf kunnen opknappen. Nu ben ik natuurlijk niet de enige die deze instelling heeft. Dat betekent dat we van heel wat dingen zullen zeggen, ook in de Witte Broederschap: Nu ja, dat moeten ze maar zelf eens een keer doen. Want je kunt in de geest niet gaan leven voor de mensheid. Die mensheid mag zelf ook wel wat doen.

Kijk, als je iemand wilt leren fietsen, dan moet je hem ook zelf laten trappen. Nu gaat trappen meestal gemakkelijk. De Nederlanders en de Duitsers zijn de beste fietsers maar ze trappen ook het gemeenst. Als je namelijk zo iemand alleen overeind houdt en voortduwt, dan zal hij nooit leren fietsen.

Nu is leven een proces waarbij je jezelf in evenwicht moet houden, geestelijk en stoffelijk, en bovendien de wilskracht (dus de energie) moet ontwikkelen waardoor je nog vooruit komt ook. Dat is nu iets waarvoor je die mensen zelf met die krachten moet laten afrekenen.

Dan kont er een ogenblik dat je zegt: nu staan alle mogelijkheden open. Maar al die mensen die dan wel de kracht, die invloed kunnen verdragen, zullen ze waarschijnlijk willen gebruiken om hun eigen positie zeker te stellen. En dat betekent weer dat ze minder denken aan hun medemensen. Dan zeg ik ‘op z’n jan boerenfluitjes’: dat wordt weer een landjuweel van jewelste, want er wordt overal komedie gespeeld bij het leven maar ondertussen proberen ze mekaar te strotten. Dan is er toch wel het een en ander dat daar moet gaan gebeuren. Want al die jongens die zo graag hun eigen positie zeker willen stellen, die zijn bereid de hele wereld te belazeren en de mensheid op te offeren alleen maar voor zichzelf. Kijk, dat is iets wat je niet kunt toelaten, dus moet die invloed worden gewijzigd.

We moeten zorgen dat iets van die invloed terecht komt op die punten waar een tegenspel mogelijk is tegen deze geldingsdrang van degenen die denken dat zij de belangrijkste mensen op aarde zijn. Het is heel gek; op aarde ben je als politicus belangrijk zolang je hard kunt schreeuwen en als kunstenaar zodra je dood bent.

Nu is de vraag: wat kunnen wij met deze kracht doen? Nu blijkt dat ze voor een zeer groot gedeelte van stoffelijk-kosmische aard is. We kunnen dus astraal wel het een en ander eraan veranderen. Maar als er veel mensen zijn die voor die astrale toestanden gevoelig zijn, dan zouden er wel eens een hele hoop mensen plotseling kunnen denken dat ze helderziend zijn geworden. En daar kun je dan verder weer niets aan doen.

Het is trouwens ook weer typisch. Als je als geest toevallig wordt waargenomen, dan zijn er heel veel mensen die je opeens zien als een soort poppenkastfiguur; een steeds langer wordende Pierlala die met doffe stem uitroept: ik ben Jan en ik kom je halen.

Wat het belangrijkste is moet ik even op een rijtje zetten, voordat u zich over mijn gebabbel teveel gaat ergeren. De geest is alleen in staat die krachten volledig te veranderen, af te buigen en te richten waar tegenover zij vanuit zichzelf een gelijk sterke kracht kan stellen. Wanneer de geest niet beschikt over een gelijk sterke kracht maar over een kracht die tenminste 1/10 bedraagt, dan kan zij, uitgaande van een sfeer of wereld die aan de kwaliteiten van de betreffende kracht het meest eigen schijnt, een gerichtheid van die kracht op bepaalde punten veroorzaken maar haar niet uitschakelen. Zou ze over gelijke kracht beschikken, dan kan ze die kracht weerkaatsen.

Dan kan de geest verder met haar contacten met de mensheid de mensen waarschuwen. Ze kan dus voorkomen dat teveel mensen het slachtoffer worden van een energie, die op een bepaald punt op aarde ontstaat en daar de mensen zou kunnen schaden. Dat zijn je mogelijkheden, als we de Witte Broederschap als geheel overzien, en we hebben heel wat meer leden dan Nederland inwoners heeft maar die zijn dan ook wel verdeeld over allerlei bewustwordingstoestanden.

Dat betekent dat het erg moeilijk wordt soms om voldoende kracht in een bepaalde sfeer bij elkaar te brengen. Je moet selecteren. Niet alle taken kunnen gelijktijdig worden volbracht omdat men dan niet over voldoende kracht en uithoudingsvermogen kan beschikken. Het is dus noodzakelijk om alleen die krachten te richten, af te buigen of af te wenden waarvan wij zeker zijn dat zij voor de bewustwording van de mensheid als geheel schadelijk zouden zijn, indien ze ongehinderd zouden kunnen inwerken.

Alle krachten die er in de kosmos bestaan, kunnen op aarde inwerken. In feite zal maar een zeer klein gedeelte van deze krachten ooit de aarde beroeren. Als je uitgaat van de invloeden die werkelijk op aarde een belangrijke rol spelen, zo blijkt dit een heel beperkt aantal krachten te zijn die bij herhaling optreden. Ze komen steeds weer voor en juist daaraan ontlenen zij hun belangrijkheid.

Daardoor is het vanuit het standpunt van een Broederschap als de onze mogelijk om tevoren de terugkeer van een aantal krachten, die periodiek optreden, vast te leggen; dan weten we wat er gaat gebeuren, welke mogelijkheden er zullen ontstaan en dan zullen we ons ingrijpen ten aanzien van meer incidenteel voorkomende energieën richten op een zo juist mogelijk sturen van de vast optredende krachten.

Transformatie

Ik ben. Ik ben het Al. Ik ben al wat ik kan dromen, denken of voelen. Ik ben totaliteit. En al wat in mij bestaat en in mij wordt erkend en aanvaard, werkt samen. Zonder dat ben ik niet dat wat ik ben. Zo neem ik al wat in mij plotseling weer zich roert en ik vorm het om tot dat wat in mij reeds bestaat en nu met nieuwe kracht naar buiten treedt, zodat mijn wezen met verwondering haast gadeslaat hoe in verandering, in transformatie alles toch weer is: bevestiging van al wat ik reeds ben.

Als de krachten uit de kosmos komen en mij belagen met gebeuren, met de pijnen, met de dromen die behoren bij bestaan in wereld of in sfeer, ik vraag mij af: wat ben ik zelf? En zie, de invloed is niet meer wat ze was. Ze is geworden tot wat ik bewust in haar erken. Ze wordt opnieuw een lichtend stralen: de erkenning van dat wat ik ben en zoek ook in mijzelf.

Zo vind ik in mijzelf de weerspiegeling van de eeuwigheid. Zo bouw ik uit mijzelf bewust deel na deel het replica van de totaliteit door transformatie van gebeuren, door transformatie van de kracht, door transformatie van mijn wezen en van al wat tot mij wordt gebracht, opdat ik vredig, zonder vrezen, zonder angsten, zonder pijn de moed vind om geheel mijzelf, en heel bewust, mijzelf te zijn.