Krachten

16 november 1970

Vandaag zou ik met u willen spreken over verschillende krachten.

Een mens is een samenstel van vele voertuigen, waarin de werkelijkheid bezielende kracht. De hoogste kracht plus het optimale bewustzijn dat voor deze kracht mogelijk is, is het ware ik, ook weleens het superego genoemd.

Op aarde bestaat de kracht van de mens hoofdzakelijk uit spierkracht en in wat mindere mate en op hoger niveau uit gedachtekracht. Wanneer wij echter ontleden wat er verder in de mens aanwezig is – wat ik niet zal doen, omdat dat reeds vele malen is gebeurd – krijgen wij te maken met krachten van geestelijke aard, welke naar gelang de sfeer of de bewustzijnstoestand, waartoe een voertuig behoort, van z.g. hogere trillingsorden zijn. De hogere trilling, waarvan wij spreken, is in feite geen vibratie, maar het is vergelijkbaar bv. met een kleur. Het is in andere gevallen vergelijkbaar met doordringingsvermogen. Het woord trilling hanteren wij hier alleen maar omdat het eenvoudig is en voor de mens op aarde, een betrekkelijk eenvoudige vergelijkingsmogelijkheid biedt.

Wanneer een mens in zichzelf zoveel verschillende soorten kracht kan bergen, dan is het duidelijk dat deze niet alléén tot de mens horen. Je zou beter kunnen zeggen dat in de mens een klein deeltje van verschillende werelden aanwezig is en dat elk van deze werelden een eigen krachtsniveau heeft. Nu zijn er heel wat vergelijkingen te maken en een van de eenvoudigste is deze: wanneer je een waterval hebt met een grote hoogte en het water valt recht naar beneden, dan heeft dit een grotere slagkracht dan wanneer het trapsgewijze naar beneden gaat en de val telkenmale wordt gebroken. Op dezelfde manier kun je zeggen dat een kracht, die vanuit een hoogste sfeer op aarde wordt geuit, een veel groter doordringingsvermogen heeft en gelijktijdig een veel minder kenbare kleur – zeg maar wit – dan b.v. een kracht die via verschillende andere sferen wordt geprojecteerd. Deze heeft dan een betrekkelijk lage snelheid, een laag doordringingsvermogen en zou bv. kunnen worden aangesproken als rood of infrarood.

Deze vergelijking met kleuren zult u hopelijk niet verwarren met de aanduiding die voor kosmische invloeden wordt gebruikt. Want bij kosmische invloeden spreken wij over de kleur, om een geaardheid aan te geven. In mijn voorbeeld gebeurt dit om de vibratiesnelheid oftewel het doordringingsvermogen aan te geven. Nu kunt u zich voorstellen dat elke wereld t.a.v. alle andere werelden een mate van bereikbaarheid heeft. De hoogste sfeer kan zich dus in alle werelden uiten, maar alleen de aangrenzende lagere wereld kan zich in de hogere wereld uiten. Voor de mens op aarde zou dit als volgt vertaald kunnen worden.

De sferen, zoals ze bestaan en de daarbij behorende factoren in de mens, kunnen zich alle op aarde uiten, maar vanuit de menselijke werelden, met de middelen waarover de mens bewust beschikt, kan over het algemeen alleen de dichtstbij liggende sfeer bereikt worden, die wij dan meestal als zomerland omschrijven. Het is belangrijk dat u dit even onthoudt. Er is dus een groot verschil in de mogelijkheden van boven naar beneden en van beneden naar boven. Wil je als mens toch een hogere sfeer bereiken, dan kan dat dus nooit direct gebeuren. Het is altijd een opbouw, waarbij je als mens begint met je te identificeren met een zomerland-sfeer. Van daaruit kun je verdergaan naar een vormloze sfeer en vanuit die vormloze sfeer kun je tenslotte overgaan naar een één-trillingswereld, zoals men weleens zegt, of de wereld van het witte licht, het verblindende licht, de wereld die voor ons dichtbij het Goddelijke ligt. Je maakt dan een aantal stappen mee.

Nu is de grote vraag of het voor een mens noodzakelijk is om deze stappen buiten zichzelf te nemen. Wij kennen nl. voorbeelden van wezens, die als mens op aarde geleefd hebben, die in staat waren in zichzelf door harmonisatie van het geheel van hun wezen en dus van alle voertuigen om onmiddellijk de hoogste kracht ook via hun stoffelijk zijn tot uiting te brengen. Beperkingen zijn daar natuurlijk altijd aan opgelegd. Een mens kan alleen die krachten uiten die binnen het bereik vallen van het voertuig, waarin hij zich beweegt. Anders gezegd: Wanneer je een elektrische vergelijking gebruikt – je bent een apparaat voor 220 volt – dan kun je, zoveel als maar mogelijk is voor jou, op deze spanning uit het hoogste afnemen, maar zodra je het hoogste zonder meer probeert in te schakelen, dan krijg je een spanning van misschien een paar honderdduizend volt en dan is er alleen maar een klap en er is geen voertuig meer. Dus zelfbescherming, die de mens geestelijk en stoffelijk is ingebouwd, voorkomt dat hij een dergelijk contact maakt. Wanneer zijn eigen capaciteit niet toereikend is en hij brengt een hogere geestelijke wereld in het geding met volle kracht, dan slaat het bewustzijn uit en daarmede de mogelijkheid om tot een richten en gebruiken te komen van die energie op stoffelijk niveau.

In de esoterie kennen wij het innerlijk opstijgen. D.w.z. het van fase tot fase van eigen wezen gaan tot het ogenblik dat je eigenlijk God of het hoogst bereikbare gevonden hebt. Wanneer je daarvoor in de plaats zou kunnen zetten: God beseffen als ogenblikkelijk deel van je eigen wezen, zonder dat je daarbij dat wezen vergeet, zou God onmiddellijk uitbaar zijn, zover de mogelijkheden van de stof dit toelaten. De situatie in de esoterie is dus een trapsgewijze stijging en dit trapsgewijze stijgen is bijna niet te vermijden, omdat je als mens naar een hogere wereld gaat.

Maar er is een andere mogelijkheid. Deze andere mogelijkheid wordt weleens de grote of wit‑magische mogelijkheid genoemd. Ik kan mijzelf overgeven aan de godheid, zonder daarbij mijn eigen gedrag of waarneming uit te sluiten. Ben ik in staat hiermee in mijn eigen wezen, waar een zekere harmonie is, het hoogste beginsel dat in mij bestaat te activeren, dan zullen, zonder dat verdere tussenfasen of een langdurig proces noodzakelijk zijn, die krachten onmiddellijk ter beschikking zijn.

En daarbij hebben wij een verschil gedefinieerd dat eigenlijk bijkomstig lijkt, maar het niet helemaal is. Je zou kunnen zeggen: het is een verschil tussen esoterisch en magisch werken, maar het lijkt mij beter te zeggen, dat het een werken vanuit het menselijk besef is, ofwel een werken vanuit het hoogst innerlijk erkende. Er zijn twee richtingen van werken mogelijk. Nu is het heel vaak het geval dat ik denk: die krachten die ik heb zijn wel bruikbaar, maar ze zijn niet bruikbaar voor een ander. Want u weet het allemaal wanneer je zelf schoenen aan hebt, dan kun je over een veel heter plaveisel lopen dan iemand die op blote voeten loopt. Iemand die geestelijk harmonisch is ingesteld, kan veel hogere energieën zonder schade verdragen dan iemand, die disharmonisch is. En daarom bestaat in de mens een transmutatiemethode, waarbij wij iets omzetten in het karakter of het wezen van de ander. Het gaat hier om de krachten die wij in onszelf wekken, ongeacht hoe of waar we ze gewekt hebben. Deze transmutatie kunnen wij ongeveer als volgt omschrijven: Ik ontvang in mijzelf alle krachten die noodzakelijk zijn, maar door mij een scherp beeld te maken van hetgeen de ander is qua trilling, qua harmonische, bewerkstellig ik in mijzelf een afremming van de energie in mijzelf op een niveau dat voor de ander dragelijk is. De overdracht van krachten is in dit geval dus aangepast en ofschoon de resultaten misschien minder spectaculair zullen zijn, zijn ze wel degelijk zeer goed bruikbaar. Ga ik te ver, dan kan ik misschien een kwaal genezen bij een ander, maar gelijktijdig doe ik andere kwalen ontstaan. En in die gevallen is het geneesmiddel erger dan de kwaal die genezen wordt.

Ik heb hier eerst een benadering vanuit de mens willen geven, omdat het voor de mens het meest belangrijke punt is. Maar ik heb reeds gezegd, het feit dat verschillende vormen van kracht, verschillende trillingsgetallen a.h.w. in één mens aanwezig zijn, betekent dat ze ook rond hem aanwezig zijn. En hier komen we op een wat moeilijker punt, want wanneer wij werken met een indeling in sferen, in bolvormige laagjes rond de wereld, waarbij de hoogste laag ook de hoogste is in energie, harmonie, dan klinkt dat allemaal heel eenvoudig. Maar ik heb niet te maken met verschillende lagen. Ik heb te maken met een groot aantal verschillende krachten die gelijktijdig rond mij aanwezig zijn. Alle werelden, die voorstelbaar zijn, en alle krachtniveaus die in deze werelden bestaan, zijn rond de mens voortdurend aanwezig. Ik heb gezegd: die voorstelbaar zijn. Dit betekent dat het begripsvermogen van de mens voor hem de aanwezigheid van die werelden beperkt. Ze kunnen er zonder dat wel zijn, maar voor de mens zijn ze niet bestaand. Een punt dat in het hanteren van die krachten erg belangrijk kan zijn. Wanneer ik nu een dergelijke kracht, een dergelijke trilling wil ontvangen, dan is dat, zoals u bekend zal zijn, een kwestie van afstemming. Maar het betekent ook iets anders. Wanneer het mij mogelijk is als mens door afstemming een dergelijke kracht te ontvangen, dan is het voor mij óók mogelijk door afstemming mijzelf op dat krachtsniveau te bewegen. Dat kun je een wereld noemen of een sfeer, maar in feite is het alleen een andere wereld van mogelijkheden en daar hebben wij weleens meer over gesproken. Alle mogelijkheden, die ik waar wil maken, kan ik vanuit mijzelf praktisch betreden en benaderen, omdat mijn wil tot bereiken eveneens gebonden is aan mijn voorstellingsvermogen. Zo kan de mens geestelijk in elke wereld actief zijn en bewust deelhebben aan die wereld, waar die wereld de voorstelbaarheid voor hem bezit.

Wat zijn de hoofdfactoren hier? Wanneer ik een wereldvoorstelling heb opgebouwd, die identiek is aan een hoger krachtsniveau, zal ik er rekening mee moeten houden, dat alle verschijnselen in die wereld volgens dat krachtsniveau zijn afgesteld. Dit betekent: andere waarde van tijd, andere waarde van ruimte. Andere betekenis van gedachten, maar ook van daad. Andere betekenis van vorm en vormuitdrukking. In die andere betekenissen kan zeer snel een vergissing ontstaan. Een vergissing betekent, de projectie van het niet bereikbare in de hogere wereld naar het begripsvermogen in de lagere wereld, waartoe je als mens behoort.

Ik zal hier een voorbeeld aan toevoegen. Stel dat u in staat bent om verschillende malen op te gaan tot een wereld die ver boven zomerland ligt. In die wereld kunt u leven opbouwen. U kunt contact hebben met alle entiteiten die daar bestaan en u kunt hen kennen, ook t.a.v. uw eigen wereld, de tijd daarin en alle andere kwesties opnemen. U kunt zelfs een groot gedeelte hiervan, al is het niet alles, zodanig terugbrengen dat u daar ook mentaal gebruik van kunt maken. Maar nu komt er een ogenblik dat u een vergissing maakt. Die vergissing is onopzettelijk. Maar u hebt een ogenblik de waarde van een lagere wereld, misschien van uw stoffelijke wereld, gezien als bepalend in die andere wereld. Wat is het resultaat? Niet alleen een kortsluiting, maar een gevaar voor uw eigen wezen. En dat gevaar heeft dan allerhande vreemde associatieve werkingen. Er is geen sprake van een feitelijk levensgevaar misschien, maar voor u betekent het een sterven, een uit de wereld geworpen worden. De beelden, die daarvoor de aanleiding zijn geweest, zullen voortaan voor u gepaard gaan met doodsangst. En dat betekent, dat het een enorme zelfoverwinning kost om dan nog eens die andere wereld te bereiken. En voor een wezen dat uit die andere, hogere wereld naar de uwe komt, bestaan er ook gevaren. Dat wezen leeft in de eerste plaats in zijn eigen wereld. Maar nu zou het kunnen gebeuren – het is een mogelijkheid – dat dit wezen tijdelijk uw denkbeelden zo sterk aanvaardt dat daarmede de volledige werking van zijn eigen wereld is uitgeschakeld. Het resultaat kunt u vergelijken met een luchtballon, die in een hoge luchtlaag zweeft, maar even wil dalen, te veel gas uitgestoten heeft en nu het voor hem nodige niveau niet meer kan bereiken zonder veel ballast overboord te gooien. En wat is in dit geval ballast? Het is de beperking van eigen doel, van eigen streven. Die entiteit kan wel naar zijn eigen wereld teruggaan, maar dan moet hij elke band, verbintenis, bedoeling, verplichting etc. met de lagere wereld vergeten. Wanneer hij terugkeert tot zijn eigen hogere wereld, dan kost het hem veel tijd om weer zover te komen dat hij deze gerichtheid op de lagere wereld kan overwinnen. Er is hier weliswaar geen kwestie van angst, maar er is een kwestie van “onderweg” blijven steken. Je kunt dan wel lager gaan, maar op het ogenblik, dat je je energie zover beperkt hebt en je hebt aangepast aan een lagere wereld dat je misschien naar die nog lagere wereld kunt doorstoten, dan komt de herinnering aan wat gebeurd is en die herinnering maakt de concentratie onmogelijk, die noodzakelijk is voor verdere beperking van eigen trillingsvermogen en besef in die bepaalde sfeer.

Dat betekent dat er zeer vele verbindingen kunnen bestaan met hogere werelden. Maar er zijn ook lagere werelden. Er zijn dus werelden die altijd geestelijk zodanig traag zijn dat hun eigen vermogen en energie eigenlijk beneden de direct stoffelijk geestelijke norm ligt. Dan bedoel ik dus de werkelijke harmonie die voor de geest in de stof nog bereikbaar is. Het is opvallend dat men in uw wereld wezens, die tot zo’n lagere sfeer behoren, vroeger heel vaak in verschillende tinten van rood en zwart heeft uitgebeeld. Dat is niet voor niets. Rood en zwart, twee van de laagste trillingen, die wij ons kunnen voorstellen in een kleurengamma en die nog zichtbaar zijn. Die lagere wereld kan naar uw wereld komen, wanneer zij daaraan grenst. Een directe uiting van de lagere geest naar uw wereld is al mogelijk wanneer zij leeft in – laten wij zeggen – schemerland of schaduwland. Dat is de wereld, waarin een zeker vormbesef nog bestaat, daarnaast een beperking van kenvermogen. Komt men in een lagere wereld terecht, waarin een werkelijk afzonderlijk wereldbesef gevormd is, dan is de uiting veel moeilijker en kan ze alleen gebeuren middels een klimmen eerst naar de andere wereld. Indien er nu werkelijk een hel zou zijn – zoiets als waarover Dante Alighieri zijn trilogie heeft geschreven. Het gaat hem om de hel en het vagevuur en aan de hemel komt hij niet helemaal toe – dan kunnen wij zeggen dat wie vanuit de diepste hel wil komen tot bv. de laagste omloop van het vagevuur, daarbij vele trappen afzonderlijk heeft moeten beklimmen. Wil hij verdergaan naar de menselijke wereld, dan moet hij weer een aantal trappen beklimmen en dit betekent dat hij zijn motivering wel kan blijven ontlenen aan zijn diepste wereld, maar dat zijn energie altijd beperkt is tot de mogelijkheden van schaduw- of schemerland.

Het denkbeeld dat het licht altijd overwint, is op zichzelf een beetje dwaas maar wanneer wij het uitdrukken in de sferen van licht, dan is het wel juist en wel omdat de hogere sfeer van licht onmiddellijk op aarde kan inwerken en dus met volle energie terwijl de duistere wereld dit alleen kan doen met beperkte energie door zijn stijgen via de dichtst bij de aarde gelegen sfeer. Zijn trilling, zijn energieniveau is dat van schaduwland en kan niet dieper zakken zonder contact met de wereld te verliezen.

Het is misschien interessant om ook dit te weten. Nu is die hele relatie van al die krachten uit te drukken in een formule. Wij zeggen:

  1. De eigen sfeer of wereld, plus
  2. Het harmonisch vermogen, gedeeld door de
  3. Beperking van voorstelling, bepaalt (1 plus 2 gedeeld door 3) de bereikbare sfeer, de bereikbare wereld.

En het vreemde is dat je met deze formule inderdaad zou kunnen nagaan, tot welke sferen iemand wel of niet zal kunnen doordringen.

En dat betekent óók dat je kunt zeggen over welke krachten hij wel of niet kan beschikken. Daarvoor moet je al die dingen kunnen vaststellen en dat is erg moeilijk voor een mens. Voor de geest is dat vaak wel mogelijk en zo kan de geest overzien welke contactmogelijkheden er bestaan voor een aardmens, welke krachten zo iemand kan opnemen en op welke manier hij ze kan projecteren. Dat is vanuit de geest gezien bijzonder belangrijk. Daar waar vele harmonische mogelijkheden in een mens bestaan, is het mogelijk het ik van die mens te stimuleren op het niveau van de eigen sfeer of wereld van de stimulator.

Hierdoor kan een verdere afstemming van de onderliggende, de lagere voortuigen in die mens plaatsvinden en kan een intuïtieve afstemming van het stoffelijk wezen en het denken daarvan geschieden. Een punt dus, waaruit u kunt afleiden dat de geest, wanneer het nodig is en u dus ook maar enigszins vatbaar bent voor de harmonische waarden van die geest, u altijd bereiken kan. De activiteiten die je vandaar uit zult proberen te doen plaatsvinden, vormen natuurlijk altijd weer een reeks van beperkingen. Indien ik een mens vreugde wil geven, is dit eenvoudig. Het betekent een wijzigen van diens eigen harmonie. Indien ik een mens kracht wil geven, wordt het moeilijker. Het betekent het omzetten van mijn eigen levenskracht in een levenskracht als die van de mens en hierbij moet dus een directe en volledige aanpassing, zeg maar van voltage, plaatsvinden. Wil ik de mens doen denken, dan wordt het nog moeilijker. Ik moet dan werken met de microstroompjes die voor de mens zelf in het denken actief zijn en moet dus a.h.w. met een zeer fijn lancet een straal van zeer geringe energie, zijn verschillende hersencentra, stimuleren. Op grond van de resultaten van deze stimulans, die ik in het begin nooit volledig kan bepalen, is het dan op den duur mogelijk een beheersing van die mens tot stand te brengen. Een situatie waarschijnlijk die voor u niet zo interessant is, maar die bij vele vormen van mediamiciteit, die geleid worden door de geest, een grote rol spelen.

Kan de mens zich nu ook afstemmen op die andere wereld? Ja. Een mens, die meestal gevoelsmatig – het is zelden helemaal bewust – in zich weet wat de krachten van bepaalde sfeer zijn, kan zichzelf a.h.w. sterk geleidend maken voor die krachten. Ook wanneer die mens niet de behoefte heeft in die wereld in te gaan en daarin te leven kan hij een soort permanente verbinding vormen in zichzelf. Het is zelfs zo sterk dat hier de mogelijkheid bestaat om bepaalde entiteiten uit die hogere wereld te weren en andere onmiddellijk toegang te verschaffen. En dit kan dan gebeuren door een denkbeeld, een gevoel misschien, als sleutel te stellen voor de harmonie met het eigen wezen. Dan kan alleen hij, die daarmee harmonisch is, via die verbinding, in een mens optreden en met die mens werken.

Ik zou nu willen overgaan naar de krachten, zoals ze in werelden bestaan. Het zal u nu duidelijk zijn dat zowel voor de geest als voor de mens, afstemmingsmogelijkheden te over bestaan. Elke wereld bevat in zichzelf een reeks van meetbare waarden, die gezamenlijk een vorm van plaatsbepaling waardebepaling, tijdsbepaling en afstandsbepaling inhouden.

Het is dus een combinatie van steeds drie waarden. Eenvoudigheidshalve zullen wij die dimensies noemen, ofschoon lang niet alle dimensies in lengte meetbaar zijn, zoals bij u. Daar elk stelsel driedimensionaal is en in elk stelsel het leven optreedt als een vierdimensionale waarde t.a.v. de meetbare waarden, zal in elk van die krachten een hoger besef of een hogere wereld bestaan die niet beleefd wordt, maar die wel erkend wordt. Het is deze wereld die het besef uitmaakt. En besef heeft een eigenaardigheid. Besef werkt op levensatomen of op oervelden van de kosmos (zoekt u er maar een naam voor). Deze oerkracht zal op elk denkbeeld met gelijke inhoud gelijkelijk reageren. Waar twee denkbeelden van gelijke waarde bestaan – ofschoon sfeer‑ en energieverschillend – ontstaat wat men kan noemen een kortsluiting tussen die werelden via de niet als dimensie te bepalen kosmische velden of levensatomen of hoe u het noemen wilt. Die kortsluiting is voor de wereld erg belangrijk, want ze geeft een veelheid van uiting in elke kracht, maar zij geeft ook een veelheid van werking vanuit elke kracht. Eén van de meest bekende beelden in dit opzicht hebt u waarschijnlijk weleens gehoord, bij beschrijvingen van zomerland. Men spreekt daar over hogere geesten die tot ons komen spreken in de vorm van een veelkleurige, wervelende pilaar. U kent het beeld waarschijnlijk. Hier zien wij dat die zuil wordt gezien als een persoonlijkheid die spreekt. Dit is niet juist. Het is een wereld die tot uiting komt. En vele persoonlijkheden van die wereld kunnen gelijktijdig kenbaar worden door deze kortsluiting, die er in dit geval met zomerland plaatsvindt. Die kortsluiting kan natuurlijk ook met uw wereld bestaan en dat kan soms heel eigenaardige resultaten hebben, want een dergelijke kortsluiting kan een besef dat harmonisch is, zodanig opnemen dat de samenhang in uw wereld teloorgaat. Anders gezegd, wanneer een mens zodanig harmonisch is met de gedachten of het begrip, waaruit die zuil ontstaan is dat geen enkele grotere of belangrijke relatie met zijn eigen wereld is blijven bestaan, lost die mens zich in atomen op. Hij verdwijnt van deze wereld en maakt tijdelijk van alle werelden die in de zuil aanwezig zijn, a.h.w. van alle mogelijkheden, gelijktijdig deel uit. Het is mogelijk van daaruit terug te keren op aarde, maar dan zijn er een aantal dagen voorbijgegaan. U zou kunnen zeggen, dan herontstaat het lichaam – het is waarschijnlijk niet meer precies hetzelfde, het ontstaat uit atomen van uw wereld, het wordt opnieuw gevormd – het besef daarin omvat de veelheid van mogelijkheden die in de harmonie van de zuil aanwezig waren. Ook wanneer die zuil op één basisgedachte, op één basisharmonie tot overslag van krachten kwam. En hier bestaat geen enkele beperking. Die zuil kan vele werelden  met elkaar verbinden en zal dan in elke wereld kenbaar zijn volgens de maatstaven van die wereld.

Dit is erg belangrijk, want zo’n kortsluiting kan alle krachten met elkaar verbinden zonder ‑ en dat is ook erg belangrijk – dat er noodzakelijkerwijze van een ontlading van krachten in al die afzonderlijke werelden sprake behoeft te zijn. Er bestaat op deze wijze een kosmische verbondenheid, die incidenteel optreedt. Ze is niet voortdurend aanwezig en als mens zou je zeggen: ze verandert voortdurend van plaats. In de sferen zegt men dan: ze verandert van harmonische kernwaarde. Daardoor zullen kosmische krachten kenbaar zijn, tot uiting komen of optreden voor de mens op zeer veel verschillende plaatsen. De duur van een dergelijk verschijnsel is over het algemeen ongeveer drie maanden. Gedurende die drie maanden zal eenieder die aangetrokken, misschien door eigen harmonie met de zuil, of door een verwantschap met één van de krachten daarin, binnen kunnen treden in die zuil en wanneer hij niet volledig harmonisch is en niet opgelost wordt, dan verkrijgt hij uit de zuil nieuwe stimulansen.

Voor de mens op aarde zou men zoiets een bron van inwijding kunnen noemen en misschien is het ook wel de bron van eeuwige jeugd, waarnaar door zovelen is gezocht. Want hier is een volledige harmonisering, ook van een menselijk lichaam, mogelijk. De kracht, die ter beschikking staat, is onbeperkt. De gedachtenrijkdom, die beschikbaar is, is onbeperkt. Ze omvat alles wat maar mogelijk is in alle werelden die daarbij bevat zijn. De stimulans, die men ontvangt, is uiteraard te danken aan je eigen gerichtheid plus je eigen mate van harmonie met die zuil, met die overslag van krachten.

Ik heb hier zoveel nadruk op gelegd, omdat dergelijke krachtuitbarstingen, die zich met uw wereld, in een niet al te verre toekomst, weer wat veelvuldiger kunnen worden, naar ik meen. Er zijn nl. factoren aanwezig, waardoor harmonie met enkele hogere werelden waarschijnlijk wordt en dan een harmonie, die niet persoonlijk gericht is, die niet van een persoonlijkheid uitgaat, maar die door een algemene toestand of situatie tot stand komt En dan krijgen wij dus die doorslag. Alle krachten en daarmee ook de werelden, die zij vertegenwoordigen, zijn normaal van elkaar te scheiden voor een besef. Ze zijn niet van elkaar gescheiden voor zover het om feitelijke energie gaat. Ze zijn dezelfde energie in een iets gewijzigde uitingsvorm. En dat impliceert nog iets anders. Het betekent, dat één kosmische kracht zich voortdurend in alle sferen en werelden kan manifesteren in zeer veel verschillende vormen. Maar het houdt ook in dat een vormbesef dat aanwezig is in die kosmische kracht, langs deze zuilen kan worden uitgedrukt in elke wereld, waarin dit noodzakelijk is. Er wordt weleens gesproken over het voortdurend scheppend proces. Dat is iets waar wij alleen in mee kunnen gaan wanneer wij aan deze verschijnselen denken en dan weten wij dat het geen scheppen is, maar dat eigenlijk het resultaat herscheppen is.

Ik zal u een voorbeeld geven: er bestaat in zomerland – voor u de meest benaderbare wereld – een variant van één of andere bloem, b.v. een madeliefje, een tulp of iets anders. Die variant is ontstaan uit gedachtenbeelden van overgegane mensen, maar ze is geïdealiseerd. Wij kunnen ons misschien voorstellen dat alle margrieten of wat dan ook, uitgestorven zijn op aarde, maar dat er toch nog zaad aanwezig is dat zich kan ontwikkelen. Nu bestaat de mogelijkheid dat dat zaad getroffen wordt door een krachtontlading, waarin de gedachte aan een bepaalde bloem aanwezig is en het resultaat is een verandering van genetische waarde in het zaad, het ontstaan van een mutatie die zich ontwikkeld naar, maar die niet volledig gelijk is aan de eerste vormen, het oerbeeld dat dus uit die zomerlandwereld komt.

Op deze manier ontstaan dus scheppingen van krachten en u zult begrijpen dat ook hier een verschil in intensiteit een grote rol speelt. Wanneer ik werk vanuit zomerland dan kan ik mij voorstellen dat een bloem wordt gecreëerd, die op aarde nog niet aanwezig was of dat een vlinder een tekening krijgt, die tot op dat moment nog niet bestond. Ik kan mij niet voorstellen dat het klimaat verandert of dat de structuur van de aarde een andere wordt. Of dat er variaties optreden in bv. het aardmagnetisch veld, het lucht‑aardelectrisch potentiaal of wat dan ook. Maar een hogere wereld zal weer niet beschikken over de voorstellingen en mogelijkheden om die bloem te vormen of die vlinder, maar zij zal misschien wel weer oerkrachten kennen, waardoor vulkanen kunnen ontstaan en verdwijnen, waarmee zeestromingen kunnen worden veranderd of zelfs de samenstelling van de atmosfeer zou kunnen worden gewijzigd. Ik noem nu maar een paar punten uit de vele mogelijkheden. Dit is illustratief. Het is wel mogelijk, maar er is natuurlijk veel en veel meer.

Wanneer u begrijpt hoe sterk de invloed kan zijn van deze krachten, zelfs ongewild – er is niemand in de sfeer die het wil; er is niemand op aarde die dit wil, er is een kwestie van bijna spontane, natuurlijk ontstane harmonie – dan zult u ook begrijpen waarom ik sprak over een scheppingsproces of een voortdurend herscheppingsproces. Dit betekent in feite dat alle mogelijkheden, die in alle werelden bestaan, voortdurend kunnen herontstaan, wanneer de juiste krachtsharmonieën, de kortsluitingen ermee aanwezig zijn.

Dat betekent verder, dat de kracht, die wij zien optreden en die wij dan maar een lichtende zuil hebben genoemd in feite niets anders is als een tijdelijke werveling van de oer-energie. Daarmee kan zij zichzelf vormen en vervormen tot elk denkbaar iets, elk denkbaar wezen, elk denkbaar niveau en waarschijnlijk nog meer ook dat maar bestaat.

De vorming vanuit de oer-energie is dus de basis van het geheel der schepping. De verschillende krachtniveaus die bestaan en de daarmee verschillend optredende vormen van kracht werken in een voortdurend evenwicht. Dat kan niet verstoord worden. Wanneer er weer een ontlading van kracht plaatsvindt van – laten we zeggen – zomerlandsfeer naar aarde, dan zal er van aarde naar zomerlandsfeer sfeer eveneens een werking moeten zijn. Dit geldt voor elke andere wereld.

Wij stellen daarom: er zijn vele verschillende vormen van kracht aanwezig, alle behoren tot dezelfde oerkracht en naar gelang de uiting van de oerkracht tussen twee verschillende werelden vorm aanneemt zal in gelijke vorm en tussen de gelijke werelden een omgekeerde werking ontstaan. Er is dus geen heen en weer, het is een kringloop. Wanneer bewustzijn in een dergelijke kringloop betrokken wordt, zal het wezen, dat dit bewustzijn uitdrukt – en dat kan elke vorm zijn – altijd verbonden zijn met het geheel der werelden, die tot de kringloop behoren.

De laatste conclusie is duidelijk. De kern van de mens – niet zijn stoffelijk voertuig, maar wat men zijn geest noemt, zijn ziel – is deel van een dergelijke kringloop. Het betekent, dat de richting altijd onvermijdelijk is. Wanneer de manifestatie in de stof ontstaat, dan zal een terugkeer naar de wereld van origine a.h.w. onvermijdelijk zijn. Elke geest die, op welk niveau zij ook leeft, door harmonie met de wereld, scheppende wordt op die wereld, zal vanuit die wereld altijd moeten terugkeren tot haar eigen niveau van kracht. Wanneer dit niet aanvaardbaar is, kan de zaak alleen worden opgelost door de kringloop onmiddellijk te hervatten. Dan kan men een eenvoudiger methode krijgen van gewenning aan de oorspronkelijke kracht. Niemand kan a.h.w. uitstappen op een tussenliggend niveau van kracht. Eerst hij, die beseft dat alle krachten één zijn en het wezen van de kracht i.p.v. haar trilling, dus haar verschijningsvorm, in zich erkent, kan zich uit de noodzaak van kringlopen bevrijden.

Noot

Het bovenstaande is het best begrijpelijk, als u denkt aan het principe van reïncarnatie, wanneer u denkt aan het vluchten van bepaalde mensen in het duister en het uitsluiten van besef met al wat daarbij te pas komt. Hierin is dit verklaard. U wordt omringd door krachten van allerhande soort, allerhande aard. De basis daarvan is steeds dezelfde. Het is dezelfde basis, die in uw wezen en alle delen daarvan, voortdurend tegenwoordig is. De afstemming, die u bereikt, is bepalend voor het deel van de kracht dat op u inwerkt. Zo bepaalt u a.h.w. zelf welke geestelijke kracht, welke sfeer, welke vermogens van z.g. bovennatuurlijk aard, e.d. in en middels u kunnen optreden.

De Gastspreker

Goedenavond vrienden. De levende esoterie is eigenlijk een krankzinnig iets. Wanneer je esotericus bent en je denkt te veel, dan kom je niet aan de werkelijke esoterie toe. Als je het alleen maar doorvoelt ben je geen esotericus. Hetzelfde hebben wij met de magie. Iemand, die alleen technisch een magiër is heeft mooie plechtigheden en geen resultaat. En iemand, die helemaal geen plechtigheden houdt, en toch resultaten haalt, is eigenlijk geen magiër Je staat dus altijd in een soort dilemma, je afvragende: wat moet ik nu doen? Moet ik nu denken of voelen? Hoe zit dat eigenlijk? Daar wil ik vandaag iets over zeggen.

Een esotericus, die niets weet van zichzelf en van zijn eigen wereld, kan heel veel voelen, maar hij kan met zijn gevoelens niet verder komen, want hij heeft niet de mogelijkheid om het voor zichzelf uit te drukken. Hij is a.h.w. doof en blind voor al het hogere dat in hem ontstaat. De esotericus, die alleen wil uitgaan van hetgeen hij weet, blijft weer doof en blind voor de hogere krachten, doordat hij ze wil aanpassen aan zijn eigen denken en zijn eigen systeem.

U zou dus als mens zo moeten redeneren: Wanneer ik mijn wereld en de kosmische samenhangen kan overzien en begrijpen, dan komt het ogenblik dat ik eigenlijk moet aanvoelen wat voor mij op dit moment belangrijk is en dit aanvoelen in mijzelf kan ik gebruiken, om zowel mijzelf beter te leren kennen, als de wereld en de kosmos beter te leren begrijpen. Dat is een vreemde samenvoeging misschien, verstand en gevoel. Maar de één is altijd waardeloos zonder de ander. Bij een magiër zien wij precies hetzelfde. Iemand die het zoekt in de rituelen, komt meestal niet al te ver. Iemand, die bang is voor elk ritueel, brengt het ook niet ver; maar wie a.h.w. als een soort gebaar nog weleens een gedachte of een klein ritueeltje er tegenaan gooit en toch in feite werkt met zijn eigen gevoelens en zijn eigen afstemming, die heeft tenminste resultaten.

Waar het ons om gaat, altijd weer, is niet de theorie, maar het resultaat. Kijkt u maar naar uw eigen stad. Hoeveel bestemmingsplannen zijn er niet geweest? Maar zolang zo’n bestemmingsplan niet wordt uitgevoerd, hebt u er niets aan. En zo is het ook met de theorie, zeker wanneer het esoterie betreft. Hoe meer u denkt te weten omtrent de verschillende werelden en sferen, hoeveel je ook meent te mogen veronderstellen omtrent jezelf, je hebt er niets aan, wanneer je er niets mee doet. Het is het noodlot van de mens misschien wel en wat dat betreft ook de van de geest, om voortdurend je eigen innerlijk om te zetten in actie naar buiten toe. Je kunt niet vermijden dat je voortdurend verandert en jezelf voortdurend anders ziet. Dat betekent, dat je gedragingen zullen veranderen. Maar het houdt tevens in dat je voortdurend actief blijft.

Wanneer u hier een mooie esoterische les krijgt, dan zult u misschien veel meer begrijpen van de dingen. Maar als u dat begrip hebt en het verandert niets aan uw gedragingen, dan is het waardeloos. Wanneer u behoort tot de Orde der Verdraagzamen en u vindt het een reuze gelegenheid – u kent de mensen – om eens heerlijk over elkaar te gaan roddelen en verdachtmakingen uit te spreken, dan heeft die Orde eigenlijk geen betekenis. Ze wordt hoogstens negatief, want i.p.v. verdraagzaam en begrijpend te zijn, kweekt u eigenlijk tegenstellingen en onverdraagzaamheid aan. Je moet terugkeren, altijd weer, tot jezelf, werkend vanuit jezelf en werkend met jezelf. En vraag je je af: waarmee, werk ik, dan is het belangrijk dat je niet alleen maar een mooi beeld opbouwt over wat je zou moeten zijn of zou kunnen zijn, maar in de eerste plaats accepteert wat je bent. Dat is erg lastig soms. Maar iemand die van zichzelf weet: ik deug niet, die moet daar dan maar van uitgaan. Er zijn veel meer deugnieten dan deugdelijke mensen, het maakt het voor u dus veel gemakkelijker. Wanneer u denkt: ik ben dom, dan moet u niet proberen verstandig te worden, maar u moet proberen voortdurend rekening te houden met uw domheid. Daardoor wordt u niet alleen verstandig, want u gaat nu beter begrijpen, handelen en observeren, maar u wordt ook wijzer. Wijzer omtrent uzelf.

Wie uitgaat van een ideaalbeeld, zal nooit zichzelf benaderen. En wie zichzelf niet eerst benadert en begrijpt, zal nooit esoterisch iets kunnen bereiken. Hij zal nooit in zichzelf de hogere krachten zodanig kunnen activeren dat ze voor hem werkelijk betekenis krijgen dat ze i.p.v. vage symbolen machten worden, waarmee je kan leven. Op dezelfde manier moet je je wereld proberen te aanvaarden. Niet zeggen: de wereld zou zo moeten zijn, maar zeggen: de wereld is zo. Want wanneer ik de werkelijkheid van een wereld zie en ik heb de werkelijkheid omtrent mijzelf aanvaard, dan ontstaat hierdoor in mijzelf een wisselwerking die mij niet alleen juist doet streven in de wereld, maar die mij ook juister doet weten wat in mijzelf mogelijk is. De situatie wordt nog wonderlijker, wanneer ik een zo grote erkenning van mijn ware ik heb gekregen met al zijn fouten en al zijn ellende er desnoods bij, dat ik hierdoor ook mijn innerlijk wezen ga accepteren. Of om het anders te zeggen. Dat ik in mijn stoffelijk bestaan het geheel van mijn geestelijk wezen integreer. Want nu heb ik niet alleen meer te maken met de uiterlijke mens, de totale kracht, maar ook de totale betekenis van de innerlijke mens staat mij ter beschikking: Ik kan dus daardoor ook in de wereld beter zien, begrijpen, werken en vooral presteren. Er zijn veel mensen die denken dat prestatie tenslotte een bijkomstigheid is. Wanneer u dat wilt zien in de termen van de moderne maatschappij, is dat misschien waar. Maar de mens, die niet voortdurend uit zichzelf voortbrengt, verbetert, verandert, is niets waard. Esoterie is eigenlijk de synthese tussen de hoogste werkelijkheden die in jezelf bestaan, de waarheid die je omtrent jezelf kent en de betekenis die je vanuit jezelf wint in de wereld.

De machten, waarover wij soms kunnen beschikken, lijken in de esoterie terzijde te worden gesteld. Ze zeggen zo’n beetje: ach mens, zoek nu maar eerst jezelf te kennen en de rest komt wel. Maar wanneer je middelen ter beschikking hebt en je gebruikt ze niet, dan ben je een dwaas Denkt u maar aan de geschiedenis van de talenten. De meester die talenten gaf. De één ging er mee handelen, de tweede jatte er wat mee en de derde begroef ze. De laatste kreeg op zijn kop van zijn baas. Er werd gezegd: dit is niet juist. Je krijgt niets. Zo is het met de esoterie ook. Je kunt natuurlijk de machten, de krachten, de talenten in jezelf allemaal terzijde leggen en begraven tot ik weet wie en wat ik ben. Zo is het veilig, maar wie veiligheid zoekt zal esoterisch ten onder gaan. Ik kom niet verder. Elke mens heeft machten en krachten. Elke mens heeft een veelheid van mogelijkheden in zichzelf. Het is duidelijk, dat je het niet allemaal tegelijk kunt gebruiken en dat de ene keer het ik zus en de andere keer het ik zo zal moeten reageren. Elke mens voelt dat voor zichzelf heus wel aan. Maar je moet reageren. Je kunt je niet terugtrekken uit de wereld.

De mens, die zich terugtrekt uit de wereld, trekt zich terug uit het leven. Wie zich terugtrekt uit het leven, trekt zich terug van de werkelijkheid die voor het grote ik bestaat. En wie het grote ik zijn werkelijkheid ontneemt, behoudt alleen de waan, waarin hij aan zichzelf ten onder kan gaan.

U leeft. In uzelf kent u wijsheid misschien. In uzelf, hebt u een begrip van het Hogere misschien. Maar u leeft op deze wereld. En wanneer u vreugdig en vrolijk bent, dan moet u niet zeggen: die vreugde is slechts innerlijk. Laat ze naar buiten werken. Laat ze meespelen in de wereld en wanneer u in uzelf het gevoel hebt van machteloosheid, kijk dan in uw wereld en u zult zien dat er daar ook een machteloosheid is. Probeer die machteloosheid in uw wereld te overwinnen en u overwint ze in uzelf.

Er bestaat een voortduwende relatie tussen wat je innerlijk bent en wat je uiterlijk betekent. Hierbij is belangrijk dat je iets met je gehele wezen doet. Een mens, die onder voorbehoud werkt, ten goede of ten kwade, is een mens die in de wereld veranderingen tot stand brengt, die hem zelf niet kunnen beroeren. Maar de mens, die met zijn gehele wezen iets doet, hetzij goed of verkeerd in de ogen van anderen in de ogen van de wereld, bereikt daardoor een grotere verwantschap tussen zich en de wereld. En dat is belangrijk. Wij behoren niet apart te staan. Wij behoren niet alleen te staan buiten deze toch zo domme, gruwelijke en lage wereld, om in hogere sferen te vertoeven, want wie een toren van Babel bouwt lijdt zelf onder de spraakverwarring die daaruit voortkomt. Je moet de wereld nemen zoals ze is. Je moet leven en werken met die wereld, voortdurend, in welke sfeer je ook bestaat. Wat voor wereld ook tijdelijk de jouwe is. Je moet er met je hele wezen a.h.w. in durven duiken en ermee durven werken. Experimenteren desnoods en dan in jezelf steeds weer harmonie terugzoeken. Dat is de ware esoterie. En wanneer je in jezelf voortdurend terugzoekt naar harmonie en gelijktijdig met je gevoel en begrip, met alle middelen die je hebt, jezelf uitdrukt in de wereld, dan werk je ook wel degelijk magisch. Want het geheel van de kracht van je innerlijke harmonie is voortdurend aanwezig in al wat je doet. Het brengt voortdurend tot uiting al wat mogelijk is vanuit jezelf.

En dat, mijne vrienden, is de magische kant van de esoterie. Misschien heb ik niet veel nieuws gezegd, maar het is wel belangrijk dat één en ander eens herhaald wordt. We kunnen natuurlijk gaan spreken over de vele paden van waarschijnlijkheid. We kunnen gaan spreken over de voortdurende keuze‑noodzaak. Over het verschil van de krachten die rond ons zijn. Over de vrije wil die toch weer ergens gebonden is. Wij kunnen ons met al die dingen bezighouden. Maar de betekenis daarvan wordt bepaald door wat wij zijn, door wat wij ervan maken. Wat wij ermee doen. Het weten dat u hier vergaart, kan een verrijking zijn van uw innerlijk, door de ervaring die u daarmee bereikt. Het gaat niet om de formulering, het gaat om de betekenis. Het gaat niet om de schoonheid van een woord, het gaat om de gevoelde inhoud die erachter schuilt. En wanneer ik u dat duidelijk heb kunnen maken, dan heb ik genoeg gezegd.

Wie het eerste deel van de avond bestudeert, zal zien dat daar genoeg hersenbrekertjes inzitten. En wanneer u er niet uit kunt komen, moet u niet zeggen: ik ben dom. Dan moet u zeggen: ik begrijp het niet en het dan rustig in uzelf laten bezinken. U zult zien dat het als vanzelf plotseling in een samenhang komt te staan waarin het begrijpelijk is. Probeer niet verstandiger te zijn dan een ander. Probeer gewoon méér te absorberen dan een ander, want daardoor wordt u meer uzelf en kunt u ook meer uiten. Met dit betoogje ga ik over tot een meditatie.

Afstemming

Afstemming. Afstemmen. Stemmen, begrip, communicatie, klank. Afstemmen mijzelf op een ander, op de ander a.h.w. werpen en verstaan, begrijpen. Afstemmen is, geloof ik, doorvoelen en begrijpen tegelijk. Wanneer je je als mens wilt afstemmen op een geestelijke kracht, ach dan is het niet zo moeilijk. Wanneer je die kracht maar kent en wanneer je een ogenblik kunt vergeten wie je zelf bent. Maar de juiste afstemming is niet een terzijde zetten van wat je zelf bent. Het is het scheppen van een band tussen jezelf met iets wat anders is. Een begrip, een verstaan. Wanneer je je afstemt op een geestelijke wereld, een geestelijke sfeer, wanneer een geestelijke sfeer of wereld zich afstemt op u, dan ontstaat er de mogelijkheid om elkaar te begrijpen. En of wij elkaar zullen begrijpen, of de afstemming resultaten zal hebben, ligt aan onszelf. We moeten bereid zijn de ander te accepteren, het andere te accepteren zoals het is, zoals het reageert. Wij moeten bereid zijn onszelf te geven zoals we zijn en maar af te wachten wat er voor antwoord komt. Wij zijn geen meesters in het Al, niet als geest en niet als mens. Maar wij zijn verbonden met de krachten die in alle dingen leven en wanneer wij ons kunnen afstemmen op die kracht, dan zijn wij ook verbonden met dat andere. En dan komt er een ogenblik dat wij met dat andere moeten spreken. Een ogenblik van communicatie. Een ogenblik van een langzaam ontstaand wederzijds aanvaarden en begrijpen. En wanneer aanvaarding en begrip een feit zijn geworden en eerst dan, zijn wij ook boven de afstemming verheven en tot een eenheid geworden.

Een mens kan zich afstemmen op zijn God en die God niet begrijpen. Dan is er niets gebeurd. Een mens kan zich afstemmen op een medemens en die medemens begrijpen en dan is hijzelf rijker en voller geworden door alles, wat hij uit die medemens heeft geput. Rond ons is een wereld van rijkdom en als wij ons erop afstemmen, dan kunnen wij deelhebben aan die rijkdom. Niet door de afstemming zelf, maar door het feit dat wij, afgestemd zijnde, het andere willen aanvaarden als een deel van onszelf, het willen aanhoren en de gedachten zonder verweer, voor een ogenblik in ons opnemen. Later zullen wij de synthese moeten maken tussen wat een ander betekent en wat wijzelf zijn. Dan zullen wij een eenheid moeten smeden in onszelf, opdat onze wereld harmonisch blijve. Maar in de afstemming moeten wij in de eerste plaats verbinding zoeken.

U bent verbonden met onze wereld d.m.v. een medium. Dit heeft geen enkele betekenis, tenzij u openstaat voor datgene wat wij proberen te zijn en proberen te zeggen. Wanneer u alleen onze woorden hoort, dan zult u misschien in uw eigen wereld veel begrijpen. Maar pas wanneer u aanvoelt wat wij ermee bedoelen, wat voor ons belangrijk is, zult u werkelijk opnemen wat wij werkelijk willen zeggen. En dan zal het “afgestemd zijn op” worden vervangen door een “eenheid met”. “Een eenheid met” betekent volheid van je eigen wereld en je eigen leven.

Stem u af op dingen die u enigszins kunt begrijpen. Niet op het onbekende, want u zult het niet kunnen aanvaarden. Maar door het bekende voortdurend te aanvaarden in uzelf, door steeds rijker te worden aan betekenis, aan beleving in uzelf, komt er een ogenblik dat wat nu onbekend is, benaderbaar is geworden. Zo groeien wij uit de kleinheid van ons eigen wezen en de kleine en misschien kosmisch niet belangrijke afstemmingen en contacten met anderen, door de aanvaarding van het andere naar de God, de totaliteit, die wij nu niet kunnen aanvaarden, beseffen of benaderen. En dan zullen wij in gevoel, in weten en in uiting één zijnde met alle dingen, weten wat de schepping is en wat zij betekent. Dan zullen wij alle werelden en sferen kennen en alle levens kunnen samenvoegen tot één overzichtelijk geheel. Wie dat bereikt heeft, heeft de mogelijkheid tot afstemming juist gebruikt.