Kringloop zonder einde

image_pdf

5 januari 1981

Het is me een waar genoegen u allemaal te zien. Maar wel moet ik even vertellen dat wij, sprekers in deze groep, niet alwetend of onfeilbaar zijn. Houdt u daar rekening mee, anders wordt het inderdaad een kringloop zonder einde en dat is ons onderwerp voor vandaag.

Nu kunt u zich daaronder natuurlijk van alles voorstellen. Er zijn zelfs mensen die denken dat de abortusregeling in Nederland een kringloop zonder einde is. Maar wanneer je kijkt naar het leven zelf, dan zijn er verschillende aspecten waar je dan toch eigenlijk een beetje tegenaan kijkt.

Ja, vanuit ons standpunt is dat eindeloos. Laat ik maar een paar voorbeelden geven om te beginnen: Wanneer energie wordt omgezet door de ene vorm in de andere, dan gaat er praktisch niets verloren. Slechts een heel klein beetje. Die energie blijft gelijk maar ze treedt in vele verschillende vormen op. Dat is punt één.

Nu gaat er steeds heel weinig, zeg een miljoenste deeltje, verloren. Dat komt dus niet in een andere vorm van energie weer in dit heelal terecht. Maar wat blijkt nu: Die energie komt in, zeg maar, een andere dimensie terecht, of moet ik zeggen: in een andere structuur. Daar blijft het weer netjes wachten totdat zoveel energie is over-geleid, dat zich daarin een scheppingsproces voordoet. Wanneer dat scheppingsproces daar plaatsvindt, dan begint het energie te zuigen uit de rest van dat heelal dat nog bestaat, dat dus een toestand van, zeg maar, statisch heeft bereikt. Er beweegt niets meer en er verandert niets meer. Het is er donker. En dan gaat het leven rustig voort. Alleen in een ander scheppingsgeheel. En daar speelt weer hetzelfde proces af; wanneer je het zo bekijkt, dan zit het er eigenlijk wel in.

En ja, u kent het hier op aarde toch ook: Het is altijd winter-lente-zomer-herfst. En dan beginnen we opnieuw. Wanneer je dat ziet, dan kun je dus met enige welwillende onachtzaamheid wel zeggen dat eigenlijk in de hele natuur een kringloop-verschijnsel zit ingebouwd. Het is een voortdurende herhaling.

Dan gaan we nog een eindje verder kijken, en dan kijken we eens wat de tijd doet met de mensen. Nu zijn de mensen nog niet zo lang op aarde, natuurlijk. Maar wanneer je kijkt dan zie je: Een beschaving klimt naar een bepaalde top. Dat is meestal een geestelijke top. Vandaar daalt ze af. Ze komt in een chaotisch, meestal materialistisch geheel terecht op den duur; gaat zich eruit worstelen via ideologieën. Wordt weer vergeestelijkt, en komt er weer bovenop. Dat proces herhaalt zich ook steeds weer.

Nu kun je zeggen: Ja, dat is dus een niet-gelijkmatige sinus-beweging. Dat wil zeggen dat niet elke slingering precies zo groot is als de ander. De perioden verschillen wat, maar de processen zijn vergelijkbaar. Wanneer je ze tot de essentiële punten herleidt, zijn ze in feite identiek. Ook hier dus weer dit verschijnsel in de mensheid. En kijken we naar die mens, dan komen we tot de conclusie dat ook die mens periodiciteiten kent.

Om een van de meest opvallende te nemen: De maancyclus, Dat kan eenieder voor zichzelf vaststellen. Wanneer u gewoon zes maanden de maan volgt, en u streept op een kalendertje of notitieboekje uw goede en uw slechte dagen aan, dan ziet u dat er een ritme in zit. En dat valt meestal ongeveer gelijk met dat van de maan. Dus dan hoeft u voortaan alleen maar te kijken: Hoe staat de maan…Vandaag wordt het slecht, of vandaag wordt het goed.

En wanneer je overal die ritmen terugvindt, waarom moeten we dan stellen dat dat voor het leven niet het geval is…!? Oh, ik weet het. Er zijn een hele hoop stellingen die zeggen: Je wordt geboren. Er wordt een lichaampje gemaakt. God staat klaar om er een zieltje in te poten en dat gaat dan door totdat je doodgaat. Dan wordt het zieltje eruit gehaald, en dan gaat het naar de bokken of naar de schapen. En zoals een vriend van mij al zei: Als je weet hoe het ruikt in een geitestal, dan kun je nagaan hoe het er bij de bokken uitziet.

Maar, neem me niet kwalijk dat ik het zo zeg: Is dat eigenlijk wel logisch? Wanneer we kijken naar het geloof zoals het zich overal ontwikkeld, over die hele tijd dat we iets van de mensheid weten, dan blijkt dat men gelooft in een voortbestaan, maar ook in een terugkeer, in reïncarnatie. Dat geloof is zó oud, dat we zelfs in de tijd dat er alleen nog maar Sjamanen zijn en een beetje natuurverering, al horen dat beroemde stamoudsten na zoveel tijd zullen incarneren. En hoe sterk die legende heeft doorgewerkt, kun je in de middeleeuwen nog zien. Daar zeiden ze ook: Barbarossa zit in een berg met een stelletje raven en een lange baard; en wanneer Duitsland in nood is, dan zou hij naar buiten komen. Nu, dat klopt dus kennelijk niet.

Maar we geloven in een ritme, in een cyclus, ook van leven-dood-en-leven. En nu wordt het interessant. Nu zitten we precies op dat punt wat voor heel veel mensen een teer punt is, namelijk reïncarnatie.

Wanneer je kijkt naar de Hindoes, en wat dat betreft ook naar de Boeddhisten enz., ja, die geloven dat. Die zeggen: Ach, als ik het deze keer slecht heb, een volgende keer ben ik er beter aan toe. Maar hier zeggen ze: “Ja, ik zal nog eens een keer terugkomen, en weer belasting betalen”. Zo is de mens. Maar wanneer we die ritmen aannemen, waarom moeten we dan ontkennen dat ze voor alle zaken kunnen gelden? Dus ook voor ons eigen en persoonlijk bestaan. Dan zijn we dus wel bezig met een soort kringloop. Alleen dat zonder einde, daar zitten we nog mee.

Er is een oude koning geweest, Asoka heette die, en die vertelde een verhaal, (hij was ook filosoof). Hij zei; Kijk, wanneer je geboren bent, en herboren bent, dan komt er een ogenblik dat alles wordt teruggenomen in de duisternis van Brahma. Maar wie in zich de Atman draagt, zich bewust is daarvan, die behoeft niet uit te doven. Hij kan kijken naar de leegte, en zeggen: Er zij Licht. En dan zijn er sterren en er zijn planeten. En dan zal hij het scheppingsproces opnieuw beginnen. En daar voegde hij iets aan toe wat men vaak vergeet in dat verhaal: En zij die ingesluimerd zijn zonder bewust te worden, worden herboren onder een nieuwe God, op een nieuwe aarde.

Kijk, dat verhaal brengt het eindeloze toch wel wat dichterbij. En nu ik dan toch bezig ben over Boeddhisten, en over de Lama’s en de Hindoes; die kennen iets, dat noemen zij ‘Het Rad van Leven’. Zij stellen zich voor dat de mens die doodgaat, eigenlijk leeft met zijn eigen gedachten, zijn eigen beeld van zichzelf. Maar hij kan geen komedie meer spelen. Dat is natuurlijk erg jammer, want dat doen we op aarde allemaal tegenover elkaar en tegenover onszelf. Maar dan gaat het niet meer. Dat wil zeggen dat we de verschillende martelingen ondergaan. Datgene wat ons het meest met schuldbewustzijn heeft beladen, wordt eerst uitgeboet. Dat is een worsteling met jezelf. Dan kom je in een tweede compartiment. Dan ga je weer met de volgende reeks schuldbewustzijn aan het werk. En dan komt er een ogenblik dat je tot rust komt. Dat is dan een soort hemel. En als je het wilt vergelijken met onze termen, dan zou je zeggen: Het is eigenlijk een soort Zomerland. Het is een geestelijke wereld waar je nog huisje, boompje, beestje vindt; Waar je rustig rondgaat, onbelast door allerhande dingen. Je kunt verder klimmen als je wil, maar je hoeft niet meer.

Zolang je in het duister zit, word je door jezelf voortgezweept. Kom je in het licht, dan is het de vraag of je verder wil. Daar krijg je weer een mate van beslissingskracht. Ga je verder, dan kun je allerhande hemelwerelden bereiken. Maar pas op het ogenblik dat je in staat bent één te worden met het ‘niets’, houdt het Rad voor jou op te wentelen, maar het Rad wentelt voort.

En als wij dan kijken, hoe zij zich dat voorstellen, is dat eigenlijk ook heel simpel. Ze zeggen: Op het ogenblik dat ik op de naaf van het Rad terecht kom, dan voel ik mij verbonden met iedereen en alles wat er is. Dan heb ik geen behoefte meer om een persoonlijkheid te zijn en ik neem er genoegen mee bewustzijn te zijn. Op dat ogenblik is er niets meer wat mij dwingt om een vorm aan te nemen. Als bewustzijn onderga ik alle dingen. Maar zolang ik dat niet doe, komt er toch een ogenblik dat ik weer naar de wereld zal gaan, incarneren zal. Daar een reeks stoffelijke belevingen zal doormaken, sterf, en dan weer voor mezelf afrekening houden met al datgene wat er gebeurd is, totdat ik weer een sfeer van rust, van licht bereik. Nu is dat een mooi verhaal en een hele hoop mensen zullen zeggen: Voor mij hoeft het niet. Maar er zitten waarheden in.

Wanneer we zo bezig zijn met die kringloop zonder einde, dan moeten we één ding niet vergeten. Er zijn een aantal gevallen waarbij reïncarnatie werd aangetoond. Dat wil zeggen, dat mensen, geboren op een andere plaats, voldoende geheugen van het verleden hadden om precies hun vroegere woonplaats, hun vroegere bezittingen, familieleden, etc., te herkennen, te beschrijven en ook gegevens omtrent hun eigen vorige leven konden vertellen.

Dat is door die Koninklijke Gemeenschap voor Parapsychologen in vele gevallen genoteerd, onderzocht. En tja, je kunt niet zeggen: Het is overal. Maar aan de andere kant, wanneer je een aantal van die gevallen hebt, kun je de mogelijkheid niet uitsluiten. En nu begint het nog interessanter te worden, tenminste van mijn standpunt uit. (Als u het niet vindt, moogt u “Ho!” roepen, hè; dat weet u. Het is hier een gemeenschap waar u inspraak heeft. En als u inspraak vraagt, dan doen wij een uitspraak, en dan gaan we gewoon verder alsof er niets gebeurd is. Dat hebben we ook van de mensen geleerd.) Dus: Wanneer u leeft, doet u ervaring op. Die ervaringen betekenen dat u een visie krijgt op uzelf. Door die visie die u op uzelf krijgt, gaat u een reeks geestelijke belevingen tegemoet. Maar daar komt een einde aan. Op een bepaald ogenblik heb je alles afgewerkt. Je hebt je levenslust en kracht weer teruggekregen, bij wijze van spreken, en je zult opnieuw incarneren.

Dan gaat het er om: Wat is de tussentijd? Dat blijkt hier zeer persoonlijk te zijn. De kortste incarnatieduur die we kennen, dus tussen overlijden en nieuwe geboorte, die ligt zo rond het jaar. En wanneer we kijken naar de langste periode die ons tot nu toe bekend is, dan beloopt dat meer dan 2500 jaar. Er is dus geen pijl op te trekken. Bovendien blijkt dat iemand soms een heel lange tijd niet incarneert en dan weer een aantal malen na elkaar. Het meest wonderlijke van alles is misschien wel dat heel snelle incarnaties, dus met een jaar tussenruimte (als we spreken over menselijke incarnatie), dat die praktisch alleen voorkomen bij mensen die óf heel onbewust, óf heel bewust zijn. Daar moet een reden voor zijn, dacht ik.

Kijk, wanneer je begint, dan werk je naar de buitenkant toe. Je begint altijd ergens in het midden van Het Rad. En wanneer je bezig bent om je zelf te leren kennen, om de wereld te leren kennen, om een beeld te vormen van het leven, ga je steeds meer differentiëren. Ga je steeds meer verschillen opbouwen. Je komt steeds verder naar de eigenlijke omloop van Het Rad toe, het Wiel zelf. Maar ben je daar eenmaal, dan ga je begrijpen dat al die vele verschillen vereenvoudigd kunnen worden. Met andere woorden: Het is niet een werkelijke hele kringloop. Het is vaak een spiraal, waarbij je elke keer dan toch weer een klein stukje dichter komt bij het punt van uitgang.

Dan zou je kunnen zeggen: ‘Wat gebeurt er dan wanneer ik in die naaf ben?’ Op het ogenblik dat je dat bereikt, dan ben je dus eigenlijk los van wat we de mensheid of wat we de stoffelijke ontwikkeling in de fasen die wij kennen, noemen. Maar ben je daardoor ook werkelijk helemaal vrij, want er moet een ogenblik komen dat je het geheel kunt absorberen, dat je als ‘begrip’ alles in je hebt samengebracht. Vanaf dat ogenblik is er geen mogelijkheid meer tot rusten. Je kunt of uitblussen, of je kunt weer actief worden. Maar die activiteit kan dan nooit meer liggen op het niveau van een mens. Daarvoor heb je een te grote geestelijke inhoud, en je zou die nooit kunnen uitdrukken.

Trouwens, een mens is wat dat betreft vaak een beetje een zielig wezen. Dat weet u misschien. Een mens is iemand die iets alleen kan mededelen door alles te benoemen. Hij kan dus alleen spreken over datgene wat hij buiten zich herkent of in parallellen met hetgeen hij buiten zich herkent. Maar hetgeen hij werkelijk beleeft, kan hij nooit uitdrukken.

Dat is heel eigenaardig, maar het is zo. Dat is nu eenmaal zo’n fase. Nu echter, kén je alle dingen. Dat wil zeggen dat een menselijk bestaan niet meer beantwoordt aan je mogelijkheden, Maar misschien kun je nu leven met een begrip voor een hele ontwikkelingscyclus, in een planeet bijvoorbeeld. En misschien nog meer. Misschien kun je leven in dat schijnbaar tijdloze vibreren van de zonnen. Ach, en dan zal je waarschijnlijk ook niet onmiddellijk een hele grote zon worden, maar als je een klein nachtlichtje bent aan de hemel, dan ben je al veel. Een instabiele geest-ster, of zo.

Maar, dan begint dus weer die kringloop. Alleen op een ander niveau. En stel dus, dat je ook dat doorleeft. Dat je alles hebt gehad. Wat is dan voor jou het bepalende geworden? Dat zijn die krachtsverhoudingen waardoor dit heelal functioneert. En nu kunnen we wel zeggen: ‘Ja, die velden enz., die kunnen we niet constateren, dus ze zijn er niet’. Maar aan de andere kant blijkt dus dat er in dit heelal een relatie bestaat, onder meer uitgedrukt in zwaartekracht, in beweging, verhouding en stralingsmogelijkheid. En wel degelijk ook in radiatie en in velden. Dan komt er een ogenblik, misschien, dat je energie wordt.

En dan zitten we al heel dicht bij dat verhaal van Asoka: degene die dus niet in het duister verdwijnt, maar die schepper wordt. Want vanaf dat ogenblik zou je zelf een sterrennevel kunnen veroorzaken. Het proces kan zich eindeloos, schijnbaar herhalen.

Nu denkt u waarschijnlijk: wat is eindeloos? Laten we zeggen, ongeveer, vanuit een menselijk standpunt: Vijfhonderdmaal de werkelijke levensduur van de aarde. De werkelijke levensduur van de aarde kunt u dan weer schatten op – nu ja, gooi er wat naar – zo’n 4000 miljoen jaar. Dus dat is schijnbaar eindeloos. Maar of u het wil of niet, u zit in die kringloop. Het is een kringloop zonder einde waarvan we deel uitmaken.

De enige vraag is, of we die kringloop doormaken met een gevoel van machteloosheid, of met een besef. Of we het slachtoffer zijn van de krachten die ons voortdrijven, dan wel misschien degenen zijn die beseffende dat we ons bewegen en ontwikkelen, mee gaan bepalen in welke richting die ontwikkeling en beweging zullen gaan. Is dit laatste het geval, dan hebben we te maken met een bewuste. Een bewuste moet u niet zien als een mens die anders is dan andere mensen. Het is alleen iemand die in staat is om zijn eigen lot te bepalen. Terwijl de meesten van u denken dat ze het doen, zonder ooit werkelijk in te grijpen op die ogenblikken dat ze werkelijk tegenover het onaanvaardbare komen te staan.

Dan heb ik hiermee het eerste deeltje wel zo’n beetje afgesloten. Dus als er iemand is die zegt: lk ben het hiermee niet eens. Of dat vind ik onduidelijk, dan kunt u nu even uw gang gaan.

(Stilte)

Ja, juist, ja. Er zijn erbij die denken: ‘Ja, ik zou het eerst nog eens een paar keer moeten horen. Dan zou ik misschien weten waarom ik het er niet helemaal mee eens ben.’

Maar dat hindert niet, hoor. Dat gaat wel voorbij. Want je zit in de reis en zo lang als je niet in staat bent om te sturen, dan word je gestuurd. Denk niet dat dat een woordspeling is.

U leeft, hè? Hoevelen van u weten bewust dat zij juist dit leven gekozen hebben? Oh, u zal wel meegewerkt hebben hoor, aan die keuze van incarnatie, want u heeft een zekere vrijheid in dat opzicht. Maar hoevelen weten dat? Hoevelen van u hebben die gegevens van hun werkelijke persoonlijkheid over kunnen brengen in de stof? Die zijn er, maar een paar, in verhouding dan.

Hoeveel mensen van u, die denken dat ze vrij leven, beseffen niet eens dat hun denken beheerst wordt door de catechismus, uit het hoofdartikel in de krant, de radiorubriek van hun preferente omroep en misschien nog datgene wat de buren zeggen. Want wat die zeggen, kan niet juist zijn, dus kies je altijd het tegenovergestelde standpunt. Maar dan ben je niet vrij.

Nu zegt u misschien; ‘Ja, maar ik ben vrij om van te maken wat ik wil’. Nu, probeer eens van jezelf een miljonair maken. Dan kun je zien hoe moeilijk dat is in deze maatschappij. Of probeer van jezelf gewoon een geestelijk bewuste maken, zonder je te binden aan een of andere dogma. U zal ontdekken dat de maatschappij geen plaats voor u heeft.

U kan natuurlijk proberen om naar de Andes te gaan, maar nu ja, dan krijgt u ook wel weer hier of daar ruzie. Dan is er weer rommel rond de kopermijnen, dan is er weer opstand, weet u wel. En dan gaat u naar de stad toe om uit te rusten en dan zit u tussen de… Dus dat is allemaal een beetje moeilijk.

U bent niet zo vrij als u denkt. En, bent u geestelijk vrij? Let wel: als wij een avond als deze beginnen, dan zeggen we altijd: ‘Denk zelf na’ Maar doet u dat nu ook? Het is maar een vraag hoor.

  • I.v.m. incarnatie: Is het uiterlijk herkenbaar, mensen die jonger zijn, of mensen die al verschillende keren teruggekomen zijn?

Meestal niet. Er zitten natuurlijk wel dingen bij. Kijk, als je het nu heel simpel stelt: Wanneer je als heks verbrand bent – niet dat het u gebeurt hoor, integendeel, en het is verre van mij om dat te beweren – maar dan ben je de volgende incarnatie toch een beetje huiverig voor vuur. Dus je zou kunnen zeggen: er zitten bepaalde psychotische en neurotische aspecten aan vast, die dan toch weer in dat nieuwe lichaam veel gemakkelijker opkomen tot een ziekelijk peil dan bij de doorsnee mensen. Dat zit eraan vast. Maar of je nu kunt zeggen: Ja, ik weet: ik was ‘la belle Hélène… Ja, dan sta je ook wel voor peer hoor, als je dat denkt, en denkt dat dat waar is. Je bent het in het verleden wel geweest, maar de belevingen die hebben niets te maken met het leven van toen.

Hoe moet je dat zeggen? Een deel van u heeft nog wel wat van de oorlog meegemaakt. Was die oorlog voor u een groot politiek conflict? Of was het honger lijden? Ik denk dat u het honger lijden en allerhande zaken waar u direct mee te maken had, geweld misschien, of wat anders, veel beter zal herinneren dan het hele politieke spel. Begrijpt u wat ik bedoel? Dat zijn dus geen kentekenen. Je kunt dus niet met de herinnering het kenteken vinden.

Dan heb je dus de vraag: Kunnen wij elkaar herkennen? Dan zeggen ze: We hebben vroeger samengeleefd, en nu komen we weer op die wereld – nu wanneer je vijanden bent geweest in het verleden, dan heb je dus de ander geklasseerd op z’n uitstraling. Dat weten de meeste mensen niet, maar u reageert ook op de uitstraling van uw medemens. Dan heeft u dus geklasseerd als minder aangenaam, afstandje. Dat wil dan niet zeggen dat u weer vijand wordt van uw vijand. Maar het wil wel zeggen dat u onmiddellijk afwijzend staat, dat u negatief tegenover die ander staat.

En hebt u een heel goed contact gehad met elkaar en u zou elkaar later ontmoeten dan weet u heus niet: In een vroeger bestaan hebben wij, weet ik wat… zijn we broer of zus geweest of wat anders. Nu ja, dan kun je elkaar ook haten, maar dat is weer wat anders. Dan is het dus weer een herkenning, maar die is instinctief, die is niet reëel. Het is niet zo dat je zegt: daar zie ik iemand en nu weet ik: die heeft zo-en-zoveel incarnaties achter de rug.

Ik kan iets aanvoelen, maar ik kan het niet weten. En dat is nu juist, geloof ik, de grote gunst die je bewezen wordt. Want stel u voor dat u op aarde komt, en dat u belast bent met alle kennis, en ook met alle relaties uit het vorige leven. En dat u in dat vorige leven door de omstandigheden eigenlijk geleid bent. Als u weer in datzelfde terechtkomt, dan kunt u zich toch niet los maken?  U kunt toch niet verder komen? Juist daarom is het goed dat je elkaar dus niet kunt herkennen.

En dan moeten we weer een uitzondering maken. Natuurlijk uitzonderingen zijn er op elke regel. Anders zou het niet eens een regel zijn, denk ik. En dat is namelijk het éne punt: Wanner u geïncarneerd bent, volledig bewust, dan beschikt u ook in de stof over een hogere graad van gevoeligheid voor uitstraling, onder meer. En dan zult u veel gemakkelijker anderen als vaak of minder geïncarneerd in menselijke vorm, kunnen herkennen. Maar dat is dan geen specifiek kenteken van die ander.

Het is gewoon een algemeen bestaande uitstraling, waarvoor u, gezien uw bewuste incarnatie, gevoeliger bent dan de doorsneemens. En wanneer u die dan ook nog heel goed zou kunnen duiden, nu ja, dan komt u ook weer een eindje verder.

Maar onthoud één ding: Een aantal incarnaties achter elkaar mens, is nu niet direct een bewijs van respectabiliteit en wijsheid. Een vriend van mij heeft zich daar eens een eeuwigdurende vijand mee gemaakt. Dat was ook zo’n onderwerp als dit, en er was iemand die zei: “Ja, u zegt dat nu wel Broeder”, (dus u kunt wel voelen: Het was niet in een milieu als dit…) “maar ik weet beter, want ben al 332 keer geïncarneerd”. Nu, en onze vriend die keek en zei: “Tja, ben je dan nog niet verder gekomen?” Tja, dat had hij natuurlijk nooit mogen zeggen, maar ik bedoel: dat heeft er niets mee te maken.

Geestelijk bewustzijn wordt niet zonder meer bepaald door het aantal incarnaties in menselijke vorm. Het wordt wel bepaald door de totaliteit van bewust beleefde en geregistreerde ervaringen, maar dat is in alle toestanden waarin leven bestaat, dus ook in alle sferen, bij wijze van spreken.

  • Dus incarnatie in de Geest is ook mogelijk.

Nu, dat kun je geen incarnatie noemen. Kijk, u zegt: Ik stop geld in mijn beurs, maar ik heb geen beurs. Nu ja, het is natuurlijk wel zo dat sommige mensen dat inderdaad wel eens overkomt. Die betalen zich dan ook beurs.

Nee, dan noem je dat niet een incarnatie in de Geest. Want wanneer je in de Geest bestaat, dan bestaat er een continuïteit van besef die juist bij een incarnatie in de materie op een voor de stof beleefbaar niveau onderbroken wordt. Maar dan zeg je gewoon: Er is dus een verder gaan door sferen. En dan blijkt dat daarin ook altijd wel weer een contact met de materie een rol speelt, maar dat hoeft dan niet noodzakelijkerwijze een contact door incarnatie te zijn.

Een voorbeeld: U hebt een bepaalde natie, een bepaald soort volk, mensen dus, heel goed leren kennen. U heeft daar een paar incarnaties doorgemaakt en nu gaat u verder in de geest, maar er komt een ogenblik dat u toch in die stof, gaat denken. Dan gaat u zoeken naar die mensen die je dus kent, die als het ware een uitstraling hebben die past bij de opbouw van uw bewustzijn   en daar gaat u proberen aan te helpen, datzelfde te doen wat u gedaan hebt.

En dan heb je wel degelijk ook een aansprakelijkheid tegenover mensen in de materie. Dan ben je deel van een ontwikkelingscyclus van een volk, of misschien zelfs bij de dieren. Wie zal het zeggen. Dan kun je zeggen: Dan ben je groepsgeest of beschermgeest; geef het maar een naam. Maar dat doe je dus ook tot het ogenblik dat je daar weer ervaringen uit hebt opgedaan, waardoor je zelf een stap verder komt in een totaal begrip van het Werkelijke, het leven.

  • Ik ben mens, en weet dus niet hoeveel keer ik gereïncarneerd zou zijn. U zegt: als Geest weet men dat wel. Als je dan als geest weet: ik ben 300 keer gereïncarneerd; om dat te vergelijken met mens, dat je dan niet weet wat je in een vorig leven bent geweest; dus dat je niet weer in dezelfde fouten zou vervallen; dan zou ik toch haast zeggen dat je als geest als je dus 300 keer bent gereïncarneerd, en dat weet, dan vind ik dat inderdaad wel een beetje veel.

 Ja, dat vind ik ook.

  • Mijn vraag is dan: Waarom zou je dan nog eens, voor de 301e keer incarneren?

Ja. Hebt u wel eens voor een gesloten deur gestaan, zonder sleutel, zonder kans om ergens anders even gauw naartoe te gaan? Dan heb je al tien keer gebeld, maar ze doen niet open, maar je probeert het toch weer voor de elfde keer… Zo moet u zich dat voorstellen. Kijk, er komt een ogenblik dat je dus geestelijk niet verder kunt.

  • Ja, maar 300 keer, dan zou je dus 300 keer dezelfde fouten maken?

Nu, er is een assortiment van fout-mogelijkheden, dat zelfs voor meer dan 300 incarnaties voldoende is. Dus wat dat betreft hoeven het niet dezelfde fouten te zijn. Maar het kan wel dat je datgene wat je in een vorige incarnatie hebt opgedaan, in de volgende incarnatie niet weet te gebruiken. En dat je daardoor eigenlijk op een bepaald niveau blijft staan. Laat ik proberen om het heel simpel te maken: Kijk, stel dat het ‘ik’, het geestelijke-ik, in een totaliteitscirkel is. Wanneer ik hier geïncarneerd ben, dan krijg ik een stukje in de omtrek. Nu kan ik dat geestelijk misschien uitbreiden, en dan wordt het misschien iets groter, maar het blijft een onevenwichtig deel. Dan kan ik mijzelf niet verder omschrijven dan dat stuk of deel. Dat betekent dat mijn ervaringen een voortdurende herhaling worden.

Dan moet je dus eigenlijk zeggen: Ik moet het evenwicht terugvinden, want het blijft zich steeds herhalen. Want als je duizend keer dezelfde reclame hebt gezien, dan word je er kotsmisselijk van, als je duizend keer alleen maar hetzelfde kunt herhalen, dan zoek je naar elke mogelijkheid om meer te doen. En omdat dit onevenwichtig is, zeg je: Ja, maar wanneer ik evenwichtig word, dan kan ik misschien verder. Dus kies je een incarnatie die aansluit, een beetje, en die verder in de cirkel weer een stukje geeft.

Maar als je nu vergeet dat dit (het voorgaande) erbij hoort, dan kom je terug en dan ontdek je dat je eigenlijk niet aansluitend hebt gewerkt met die incarnatie, maar dat je bijvoorbeeld daar, in een ander deel van de cirkel, terecht bent gekomen. Dan heb je hier een stukje en daar een stukje, en daartussen zijn nog hiaten. De toestand is hetzelfde gebleven. Maar als je ze steeds kunt aanvullen, dan krijgen we dus een doorgaande lijn. En wanneer we die doorgaande lijn voor ongeveer een kwart, een segment, dus 1/4 van de cirkel bereikt hebben, dan kunnen we op grond daarvan, geestelijk het tegendeel opbouwen. Dat wil zeggen dus, dat we elk de helft hebben. Doordat we die helft hebben, worden onze mogelijkheden veel groter, en kunnen we misschien in één incarnatie de rest aanvullen.

Dat is natuurlijk heel schematisch, en ik had het beter op een schoolbord kunnen doen, maar dat heb ik niet. Maar ik probeer u dus duidelijk te maken dat incarneren, wanneer dat willekeurig gebeurt, dat het eigenlijk niet veel oplevert.

Je wordt wel bewust, maar dat bewustzijn geeft je geen grotere greep op jezelf en op de wereld. En op het gevaar af dat u denkt dat ik nu mensen zit te citeren die er niets mee te maken hebben, maar de ware taak die je hebt om in die kosmos volledig als ego te kunnen functioneren, is jezelf volledig kennen. Dat betekent, de begrenzing kennen van wat voor jou bestaat. Want pas als je die begrenzing hebt gevonden, kun je datgene wat niet voor jou, maar toch bestaat, als het ware gaan integreren met hetgeen je bent. Maar zodra je probeert het als je deel van je ‘ik’ te zien, lukt het niet. Je moet dan die grenzen weer opheffen. En op die manier verloopt dat bewustwordingsproces.

Maar wanneer je dus alleen maar willekeurig incarneert, steeds weer de gemakkelijkst weg kiest, en dergelijke, ja, dan kom je op een gegeven ogenblik inderdaad dus in een soort eindeloze herhaling terecht. Dan heb je steeds weer ervaringen die op zichzelf steeds weer betekenisvol zijn, maar die pas betekenis krijgen wanneer je ze integreert.

Het is net als met menselijke kennis. Kijk, je kunt hier duizend specialisten neerzetten en die hebben allemaal op een bepaald terrein buitengewoon veel kennis, maar wanneer er geen synthese is, waardoor al die kennis binnen één kader kan worden samengebracht, dan maken ze er alleen maar een puinhoop van. Maar als ze samenwerken met een begrip voor elkaars discipline, met een aanvaarding van de gegevens die de ander voortbrengt, zonder te zeggen: “lk ben beter” of: “Die ander is beter”, dan krijgen we dus een harmonisch geheel. En dan kan datgene wat een vloek scheen te zijn, een zegen worden. Begrijpt u wat ik bedoel? En zo is dat nu met die incarnaties ook. Ik hoop dat ik het duidelijk heb gemaakt.

  • Is mens-zijn een stadium in reïncarnatie? Zo ja, wat is dan het stadium hiervoor?

Nu, het voormenselijke stadium kan een dierlijk stadium zijn geweest. Het kan een astraal stadium geweest. Het kan zelfs een stadium zijn geweest van een levensvorm elders in de ruimte. Want u denkt toch niet dat op aarde het enige levensvormpje woont wat in deze ruimte bestaat, hè? Maar goed. Het is dus zo: Er is een voorgeschiedenis. En die voorgeschiedenis wordt door ons altijd heel kort als volgt geschetst: het is dus een standaard menu wat u nu even krijgt.

Zijn, begint op het ogenblik dat verschil wordt gemaakt tussen ‘ik’ en ‘niet-ik’. De volgende fase begint met het onderscheid in al wat niet-ik is, tussen aanvaardbaar en niet-aanvaardbaar, tussen aangenaam en onaangenaam. Wanneer men in die tegenstelling komt tot benoeming van aangenaam en onaangenaam, komt men gelijktijdig tot een verdere typering van hetgeen niet-ik is. Wanneer dit eenmaal het geval is, is incarnatie al mogelijk in eenvoudige vorm. Van daaruit breidt het bewustzijn zich uit door niet meer alleen op één niveau aangenaam, onaangenaam (goed en kwaad kun je ook zeggen) te definiëren, maar dit op verschillende vlakken te doen. Waarbij we dus het zuiver stoffelijke krijgen, bepaalde mentale beelden; want wat stoffelijk niet mag, dat mag mentaal nog net, en geestelijk is het onbelangrijk, bijvoorbeeld. We bouwen dus een soort piramidestructuur op. En wanneer we dit eenmaal bereikt hebben, dan is de menselijke incarnatie mogelijk.

De menselijke incarnatie wordt over het algemeen gekenmerkt door de mogelijkheid en het vermogen om zichzelf niet slechts te zien als het centrum van de wereld, maar ook zichzelf te zien als een factor in de wereld. Jezelf dus een beetje van buiten bekijken, en zo, als het ware leren kennen. Wanneer je die fase volledig hebt doorgemaakt dan ga je jezelf bezien als een functie in een groter geheel. En dat is een geestelijke fase. Uit die geestelijke fase ga je verder naar het niet meer jezelf zien als functie, maar geheel beleven als functionerend totaal. En wat daarna komt, is met woorden veel moeilijker te omschrijven, dus laat ik het maar buiten beschouwing. Dus daar heeft u eventjes die opbouw. Is dat al genoeg, of moet er meer bij? Nu, ik dacht dus dat dat aanvaardbaar was? Als het niet zo is, hoor ik het nog wel.

Dan gaan we terug maar het onderwerp. Dat gaan we dan afsluiten. Luister, wanneer we zeggen: een kringloop zonder einde, dan is dat het geheel van het bestaan in alle denkbare fasen. Wanneer je kijkt naar het atoom, dan zie je baan-springen van elektronen, maar dan zie je ook verdringing van kern-delen. Maar ze worden altijd weer gecompenseerd door anderen. Er zijn wijzigingen, en toch blijft de structuur van het geheel gelijk. En dan kun je zeggen dat het inderdaad eindeloos verder gaat, zo. En ook voor ons geldt datzelfde.

We zitten gevangen – als ik dat zo mag zeggen – in een kringloop zonder einde. En wij kunnen die kringloop alleen uiteindelijk beëindigen door de afbuiging die we in onze eigen gerichtheid tot stand brengen en wel elke keer een beetje. We kunnen geen hoek omslaan. Dat gaat niet. Maar we kunnen elke keer iets meer naar een centraal bewustzijn toegaan. Wanneer we dat doen, dan ontstaat er dus een incarnatie-spiraal. En daar een spiraal een einde heeft, betekent het dat op een bepaald vlak de herhalingen ten einde komen. Maar het betekent gelijktijdig dat ze op een ander niveau verder gaan, omdat, althans vanuit ons standpunt, het leven, de existentie als zodanig niet beperkt of oneindig is, maar een tijdloosheid bezit. En zo er grenzen zijn, dan ligt dat buiten ons bevattingsvermogen om die te zien of om die te preciseren.

Wanneer u dus denkt aan incarnatie en reïncarnatie en al die dingen, denk dan eens niet alleen aan uzelf. Realiseer u dat die herhalingen, die voortdurende ritmische veranderingen die er eigenlijk een beetje aan gelijk komen, zijn ingebouwd in elke structuur.

Dan kun je leren in de tijd dat je zelf bestaat als mens, en ook op wat meer persoonlijke basis als geest, toch te kiezen voor datgene wat voor jezelf werkelijk belangrijk is. Want iemand die beantwoordt aan de kern van zijn wezen, wordt bewuster ten aanzien van zichzelf, en beseft juister de wereld waarin hij leeft. Maar een mens die zich laat leiden door de wereld waarin hij leeft, zal nooit bewuster worden, zal ten aanzien van zichzelf, en daardoor zichzelf doemen tot een eindeloze herhaling op hetzelfde vlak. Dat is iets wat je moet voorkomen.

image_pdf