Lessen uit de oudheid

19 maart 1985

Aan het begin van deze bijeenkomst wil ik u er allereerst op wijzen dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. We verwachten van u dat u zelf nadenkt, dat u zelf uw conclusies trekt en daar dan ook consequent iets mee zult doen.

Mag ik u voorstellen te praten over de Oudheid, al is het alleen maar omdat die ook voor deze tijd betekenis kan hebben. En dan zou ik willen teruggrijpen naar oude legenden. Er zijn legenden bijvoorbeeld over het Rijk Mu. Mu was oorspronkelijk een eilandenrijk zegt men in de Stille Oceaan en bestond uit drie hoofdeilanden. Daarnaast had het grote invloed in Afrika en in wat mindere mate ook in de Indonesische archipel en verder hogerop. Wat er allemaal van waar is kun je in deze tijd niet bewijzen, maar er zijn wel enkele eigenaardigheden te vinden. Zo zien we bijvoorbeeld dat de drietand een symbool is dat vreemd genoeg in het begin gebruikt wordt rond de Stille Oceaan. Daar en ook in Egypte treffen we verder aan de zogenaamde driepuntige kroon die u zich het best voor kunt stellen als een zwarte balk of een zilverbalk waarop een drietal driehoekjes symmetrisch zijn geplaatst. Men zegt dat dit herinnert aan de oude kroon van Mu.

Wanneer u dan verder hoort hoe dat Rijk moet ingedeeld zijn geweest, dan word je eigenlijk op ontstellende wijze geconfronteerd met een scheiding in, niet alleen maar kasten, maar ook in eigen wereldjes. Eén van de eilanden was bekend omdat daar de beste priesters, zieners en de grote krijgslieden vertoefden. Er was enige landbouw, er waren slaven, maar verdere industrie en verwerking vonden daar niet plaats. Dit geschiedde op een tweede eiland dat groter geweest moet zijn. Hier werd veel landbouw bedreven, hier werd geweven, hier werden dieren gehouden. En het derde eiland dat zou bestaan hebben uit mensen die wij misschien tovenaars of geleerden zouden noemen. Het was ook weer iets kleiner dan beide anderen en men vertelt dus dat daar onder meer de geheime voorouders van Mu nog leefden. Of het waar is, nogmaals, je kunt het niet nagaan en wat wij aan onze kant kunnen nagaan, bevestigt wel drie eilanden, bevestigt ongetwijfeld dat er een heerschappij bestaan heeft, een beschaving vóór de prehistorie bijna, maar verder kom je niet.

Waarom haal ik dit naar voren? In één van de legenden die overigens in Afrika in gewijzigde vorm nog voortbestaat o.a. bij de Ngorongoro vertelt men dat de mensen van die drie eilanden elkaar niet konden verstaan. Ze hadden een eigen taal ontwikkeld en wanneer ze met elkaar moesten spreken dan was het erg moeilijk. De tovenaar kon de krijgsman niet vertellen wat hij bedoelde. Hij kon alleen maar gebaren maken en iets demonstreren. En ook de landbouwer, de fabrikant, in beperkte vorm dan, hadden ook weer niet de mogelijkheden en de middelen om precies te begrijpen wat de keizer zei. Daar hadden ze tolken voor nodig.

Er was dus in die tijd al een begin van een soort Babylonische spraakverwarring. Wanneer ik kijk naar uw moderne wereld dan valt me op dat dat in zeer sterke mate het geval is. Ik zie dat politici een eigen taaltje spreken, dat priesters, zendelingen, goeroes ook weer een eigen jargon erop na houden, doctoren en advocaten dito, en dan hebben we ook nog de gewone mensen die ook allen specifieke uitdrukkingen gebruiken die voor de anderen dan weer bijna onbegrijpelijk of onverstaanbaar zijn.

Ik denk dat de mensen altijd de neiging hebben gehad om zich in hun eigen kleine club te verschansen. Door een geheimtaal te gebruiken, of iets wat erop lijkt, voorkom je eigenlijk dat een ander gemakkelijk doordringt in je milieu, dat hij kan begrijpen wat je precies doet, dat hij inzicht heeft in datgene wat je wel wilt en wat je niet wilt. En hoe minder de anderen weten, hoe onafhankelijker, hoe zelfstandiger je zelf wordt. Maar kan dat in een wereld waarin de samenwerking het meest belangrijke is? En dan moet u niet zeggen, ja dan kan dit bijvoorbeeld nationaal, nee, internationaal. Laten we nu eens eerlijk zijn. Als je wat wilt doen bijvoorbeeld tegen de zure regen dan kun je niet zeggen België doet er iets aan of Frankrijk doet er iets aan. Dat haalt niets uit. Alleen wanneer alle landen van West-Europa samen, met hun industriegebieden, met hun druk autoverkeer er iets aan willen doen, dan kan men die neerslagverandering deels ongedaan maken.

Wanneer je wilt spreken moet je een eenvoudige taal hanteren. Dan kun je niet het begrip vrijheid hanteren met twintig verschillende achtergronden. Vrijheid bv. zoals de Rus die ziet: Vrijheid om te leven en te werken onder een regime, maar gelijktijdig een verdere beperking van zijn mogelijkheid om zichzelf verder te uiten. En we kunnen vrijheid ook niet zien in de zin van democratie bijvoorbeeld, want in een democratie kies je uiteindelijk diegene die dan uiteindelijk doet wat hij beloofd heeft niet te doen. Alleen al het woord vrijheid, mensenrechten en wanneer we nog een stapje verder gaan dan is het zelfs zo dat God eigenlijk duizend verschillende betekenissen heeft gekregen. De God van de Ayatollahs is ongetwijfeld anders dan de God van Rome. Maar de God zoals mensen die beschouwen die meer noordelijk leven is toch ook weer anders. Men begrijpt elkaar niet meer want wanneer men spreekt over God dan denkt men dat de ander dat begrijpt.

Wat we nodig hebben is een terugkeer naar eenvoud. Eenvoud heeft bepaalde bezwaren. Hoe eenvoudiger je bent hoe moeilijker het is om precies te formuleren, dat weet ik ook wel. Maar laat ons naar de wetgeving kijken. Er zijn zeer veel wetten. Van die wetten kan ongeveer 40% werkelijk worden uitgevoerd, 60% niet. Maar van die 40% wetten is misschien 5% van de bevolking op de hoogte. Dat is waanzin. Kijk dan eens een keer naar een manier waarop je het eenvoudiger kunt doen en wees dan bereid om die eenvoud consequent door te voeren. Dat is iets waar de mensen over het algemeen de schouders voor zullen ophalen.

Kijk naar de economie. In die economie zijn er mensen die schitterende prognoses maken. Meestal zijn dat de econografen die dus statistieken uitzetten waarbij ze uitgaan van het gelijk blijven van allerhande waarden, iets wat zelden of nooit uitkomt. Als u het vereenvoudigt, kom je wel dichter bij de werkelijkheid maar je zit veel minder dicht bij alle maatregelen die je zou moeten nemen en dit is waarschijnlijk de reden waarom ze dit zo doen. Nu neem ik aan dat u hier niet alleen bent gekomen om te praten over de moderne wereld of om te praten over eenvoud en al de rest. Laten we ons daarom eens afvragen wat er eigenlijk gebeurd is met het eiland Mu, het eilandenrijk.

Het zou in een explosie ten onder zijn gegaan, dat is dan ook bijna modern, nietwaar, want op het ogenblik is er een killing-mogelijkheid aanwezig van globaal 100 miljard mensen en aangezien je er zoveel niet hebt is er dus een overkill van zeg maar 600-800% zeker. Maar wat zat erachter? Deze mensen verstarden in hun denken ook in een godsdienst die toen nog eenvoudiger was dan de uwe, hoor. Maar goed, ze hadden een geloof en ze hadden een soort priesters. Alles moest blijven zoals het was. Ieder wilde wat hij had, behouden, niets prijsgeven. Daardoor werden een aantal mensen verdreven. Dat zijn de latere Atlantiërs geworden, ook alweer een legendarisch Rijk. Anders gezegd: degenen die anders dachten, werden a.h.w. weggebonjourd.

Tegenwoordig doe je anders. Je noemt ze anarchisten, communisten, terroristen of iets anders, maar hetzelfde effect blijft bestaan: uitsluiten. Als u geestelijk wilt leven, dan kan dat niet op een zeg maar orthodoxe wijze onbeperkt voortgaan. Er komt een ogenblik dat de wereld verandert waarin je leeft, dat je mogelijkheden veranderen en dat je waarneming verandert, want uiteindelijk zie je niet de wereld die er is, maar je ziet de wereld waarvoor jij de nodige associaties hebt en dat is vaak een wereld die deels niet eens bestaat.

Wanneer je daarmee bezig bent dan kun je zeggen: ja, ik wil volledig vrij zijn. Maar je vrijheid wordt beperkt. Je bent geconditioneerd door de maatschappij, je hebt voorgaande levens waardoor je ook bepaalde voorkeuren of afkeer hebt gekregen. Je kunt niet volledig vrij zijn.

En als je dan zover bent gekomen, dan sta je voor de keuze: Moet ik blijven wat ik ben? Dan is het antwoord: neen, juist omdat onze innerlijke waarde, zover we na kunnen gaan althans, een deel is van het goddelijke, mogen we aannemen dat die onveranderlijk is. Maar om de waarheid van die kern van ons wezen te benaderen en te begrijpen, moeten wij voortdurend veranderen. We kunnen niet langs één weg alles bereiken, we kunnen het alleen door steeds weer anders te zijn, te denken, te beleven. Dat je dat niet vanuit jezelf kunt, ach, misschien wel, misschien niet. Dan heb je leiders nodig. Ik zou uitdrukkelijk willen stellen dat in elke menselijke groepering er mensen met gezag nodig zijn. Ik zeg niet macht, maar met gezag. Mensen die anderen a.h.w. helpen om die verandering op een redelijke, een verantwoorde wijze te laten geschieden. Mensen die je helpen om die innerlijke processen een beetje beter te begrijpen misschien ook. Maar zij kunnen nooit de meesters zijn. Iemand die zegt: ik ben uw meester, ik ben de waarheid en verder bestaat er niets, is iemand die in wezen van u vraagt dat u geheel uzelf vergeet, met al uw waarden. Dat u de wereld zoals u ervaart opzijzet en dat u daarvoor in de plaats een wereld aanneemt waarvan u niet eens zeker bent of die bestaat. Dat is natuurlijk onzin. Er zijn waarheden die we innerlijk aanvoelen, waarheden waarmee we verbonden zijn. Maar op het ogenblik dat we dit allemaal ook naar buiten toe willen vastleggen in regels, dan komen we in een warboel terecht die we op de duur zelf niet eens meer begrijpen. Dan zitten we met grote moeilijkheden. Was het nu zo of was het nu niet zo? Heeft Sinterklaas geleefd of niet? En als je je dat realiseert dan zeg je: Ik moet mijn innerlijk proces zien als iets waarbij ik kan steunen op een leiding die ik krijg, maar waarbij ik zelf aansprakelijk ben voor al datgene wat ik ben en wat ik doe. En daarom zou alles wat ik zelf beleef voor mij bepalend zijn voor de wijze waarop ik reageer.

Nu zijn er mensen die roepen uit: Ja maar, wij moeten de vreugde zoeken van de eeuwigheid. Ik vraag mij af of er vreugde is. Vreugde kan alleen bestaan in tegenstelling tot leed, maar er kan evenwicht zijn. Misschien kunnen we dat vrede, noemen ofschoon in die zin op aarde maar heel weinig vrede heeft bestaan. Laten we dan zeggen: De kern van de zaak is het bereiken van de innerlijke vrede en die vrede is alleen mogelijk wanneer wij in een voortdurende aanpassing aan al wat voor ons denkbaar, mogelijk, enz. is, blijven zoeken naar datgene waarin wij zelf rust kunnen vinden. Een belofte die ons door een ander gedaan wordt, kan ons een tijdlang steunen, maar er komt een ogenblik dat je je afvraagt: Is het wel gemeend? Op dat ogenblik kun je er niet meer op vertrouwen, dan moet je je eigen weg gaan.

Men heeft ons weleens verweten dat we pleiten voor anarchie. In zekere zin is dat waar. Maar ik moet eraan toevoegen dat anarchie alleen maar zinvol is op het ogenblik dat iedereen zijn verantwoordelijkheid en zijn aansprakelijkheid ten aanzien van anderen blijft beseffen en deze voor zich ziet als een verplichting.

Atlantis is groot geworden omdat de koningen daar, ten aanzien van elkaar, dat besef hadden. Toen ze dat verloren, kwam even daarna de eerste ramp van Atlantis.

En toen ze een tweede maal hun samenhang verloren en er een krijg ontstond, toen ging Atlantis helemaal ten onder. Er zijn nog een paar topjes van te zien bij de Azoren bijvoorbeeld, maar veel is er niet meer van over. Ja, restanten van denkwijzen, beschavingen, geloof zelfs. Enkele taalkwaliteiten die je bijvoorbeeld terug kunt vinden in Ierland, een tikje in Wales, een tikje ook in delen van Spanje, maar voor de rest, ach, ’t is eigenlijk verloren gegaan.

Wanneer wij verdeeld zijn, ’t is eender waarom, dan zou die verdeeldheid mede kunnen betekenen dat we daardoor onze aansprakelijkheid ten aanzien van anderen niet meer als bindend beschouwen. En dat is het gevaarlijke ogenblik. Op dat ogenblik kan inderdaad de vernietiging toeslaan. Op dat ogenblik kunnen we ons innerlijk evenwicht totaal verliezen en terecht komen in een maalstroom van allerlei dwaasheden.

Wanneer wij in onszelf een verplichting voelen, of het nu een verplichting is ten aanzien van God of ten aanzien van een mens, dan zullen wij die verplichting, zoals wij die beseffen en niet zoals anderen ze willen omschrijven, moeten vervullen tot het laatste toe. Want daardoor en alleen daardoor behouden we dat innerlijk evenwicht, die vrede. Toen Atlantis ten onder is gegaan, ach het is deels een legende die door historische feiten hier en daar schijnt bevestigd te worden. Maar de ondergang van mensen kun je zien. Mensen gaan uit van het standpunt: een ander moet zijn zoals ik en dan blijkt het niet te gelukken, het blijkt niet mogelijk. Ze hebben een heel verschillend beeld, niet alleen van de wereld, maar ook van elkaar, van de relatie, van de verplichtingen. En wat gebeurt er? De zaak explodeert en dan kan het echtscheiding worden of moord en doodslag maar gelukkig is het dan eigenlijk niet meer.

Dat kun je pas worden als je weer gewoon aanvaardt dat de andere anders is. Wanneer je aanvaardt dat je eigen wereld voor jou wel bepalend is maar het niet voor anderen kan zijn. Wie in zichzelf zoekt, ja, je weet het, de esoterische weg, zegt men dan, die wordt geconfronteerd met zichzelf. Het is waar, maar met wat van jezelf? Met de voorstelling die je je maakt van jezelf en niet met het feit. Die voorstelling kan veelzeggend zijn, het is een soort droomwereld. Maar dromen kunnen pas betekenis hebben wanneer zij tenminste deels, om te zetten zijn in feiten, dat weet u ook. Op die manier zou je kunnen zeggen: Wanneer we proberen door te dringen om in onszelf te leren zien en te leren kennen, dan komt er een ogenblik dat we niet verder gaan. Dan blijven we steken in een onwerkelijkheid die we onszelf aandoen. Maar draai het eens een keer om. Zeg: Het is niet belangrijk wie ik ben. Ik wil mezelf niet zoeken in mezelf. Het enige wat ik wil zoeken dat is ergens een vrede, een bron van kracht misschien, een bron van aanvaarding, meer niet. Op het ogenblik dat je dat doet schep je voor jezelf een harmonie met dingen die in werkelijkheid bestaan zonder interpretatie. Daardoor ga je anders handelen, je gaat anders denken, maar je gaat vooral anders om met jezelf.

De meeste mensen die bezig zijn met Esoterie die willen graag in zich een schoonheid ontdekken en die doen mij dan heel vaak denker aan die toch wel forsgebouwde dame, een zeer struis type, die zich had ingebeeld dat schoonheid lag in kleine voeten en zo heeft zij ontelbare eksterogen, ontwrichtingen van voetbeentjes veroorzaakt en later beklaagde zij zich erover dat ze niet goed kon lopen. Wanneer wij bezig zijn met een voorstelling die niet echt is, gaat het niet. Zeker, wij kunnen een tijd lang daar enigszins aan beantwoorden. Maar er komt een ogenblik dat de zaak uiteengaat, dat ons innerlijk wezen in zich zoveel frustraties heeft opgebouwd, zoveel verkeerd gebruikte krachten geontbeerd, dat men niet meer in staat is om op de werkelijkheid te reageren. Dan kun je wegvluchten in een droomwereld, maar dan is de hele wereld verder tegen je. Of je kunt aanvaarden dat je het mis hebt gehad en dan loop je te strompelen, dan voel je je verminkt. En dat gebeurt niet wanneer je probeert eerst een beeld van jezelf te maken.

Het is misschien een wat boude interpretatie, maar wanneer wij bezig zijn met gedachten, dan boetseren we eigenlijk in onszelf en ik ben bang dat velen in deze zin een gesneden beeld stellen tussen zich en God. Maar als je de voorstelling niet wilt hebben, alleen wilt ervaren, dan ontstaat er wel iets anders. Hoe dat kan dat hebben we misschien kunnen zien in Egypte. Egypte is een wonderlijk land. Bijvoorbeeld om iets te noemen: Wanneer je dus in het Rijk komt bij de Nijlbronnen, dan zeggen ze: het land van de doden ligt in het oosten. Ga je naar de Nijldelta toe, dan zeggen ze: nee, ’t ligt in het westen. Het komt gewoon omdat ze door twee verschillende culturele golven zijn beïnvloed en daar zijn die overleveringen uit ontstaan. Het is een wereld waarin een reeks overleveringen, langzaam maar zeker zijn het fabels geworden, aanwezig moet zijn geweest die veel verder gaat dan je van de beschaving daar op grond van de andere bekende punten zou kunnen verwachten. Het valt verder op dat dingen als kunst, dingen van architectuur en zo, sterk gestileerd zijn en door vele eeuwen, door meer dan duizend jaar heen, erg orthodox behandeld zijn alsof ze los staan van de mensenwereld en een heel afzonderlijke betekenis hebben.

Als je naar zo een land kijkt dan zeg je: Hé, dit land was in zichzelf verdeeld ofschoon het vereend was onder één heerser die de twee kronen droeg. Dit volk had vele goden, maar alle goden samen, vormen uiteindelijk alleen maar de natuur die je omringt en een aantal krachten die daarin leven. Maar de belangrijkste is de steeds oprijzende Osiris en naast hem staat Isis in haar verschillende gedaanten. Zoals dat Rijk gedeeld en toch één is, zo is de mens gedeeld en toch één.

We hebben aan de ene kant onze geestelijke wereld zeg maar. Daarin spelen onbewuste en onderbewuste waarden een grote rol. Vorige incarnaties kunnen er invloed op uitoefenen. Allerhande dingen die je allang vergeten bent bepalen van daaruit je gevoelswereld en indirect vaak je gedrag. En aan de andere kant heb je de redelijke mens zitten, de mens die te maken heeft met de feiten in zijn wereld. En nu is het wonderlijke: Die twee schijnen met elkaar in strijd te zijn. Maar aan de andere kant: Je kunt niet als mens leven en zuiver logisch blijven redeneren. Dan word je een computer, dan ontbreekt dat intuïtieve springen over niet gekende feiten heen om dan toch weer het spoor van het bekende terug te vinden. We hebben inderdaad ook de twee kronen nodig, zoals Egypte die nodig had. Willen we ons handhaven en niet meer onder gaan, dan zullen we een eenheid moeten vinden. Maar hoe vinden we die eenheid in onszelf? We hebben twee werelden. De wereld van ons denken, van ons bewuste denken en die andere vreemde wereld waarin onze gevoelens, onbewuste reacties, enzovoort, een rol spelen en daarnaast waarschijnlijk ook vele geestelijke elementen. Wij moeten die twee zo hanteren dat ze elkaar aanvullen. Die innerlijke wereld die moet een ogenblikje de baas kunnen spelen op het ogenblik dat onze daadwereld wat rustig is en wat stilligt en stimulansen geeft. Anderzijds moet onze dadenwereld in staat zijn om al die gevoelswaarden a.h.w. te kanaliseren, niet tenietdoen, maar ze een richting geven die menselijk gezien nog net aanvaardbaar is.

En dan komt u tot een paar conclusies, tenminste ik kom ertoe. U waarschijnlijk nog niet, maar u kunt er eens naar luisteren. Nu zeg ik in de eerste plaats: Onze schijnbare verdeeldheid ontstaat door ons onvolkomen begrip van onze werkelijke behoeften en onze werkelijke mogelijkheden. Dan stel ik in de tweede plaats: Als wezens die definiëren in tegenstellingen zijn wij niet in staat eenheid te omschrijven maar wij kunnen ze wel beleven. En in de derde plaats zeg ik: Op het ogenblik dat wij, hetzij op gevoelsbasis, hetzij op zogenaamde redelijke basis, proberen ons gedrag, onze wijze van denken en leven vast te leggen in een kader dat gehanteerd blijft, doden wij onze mogelijkheid om ons van onszelf bewust te worden.

Er zijn een paar vreemde dingen als je zo bezig bent met die Oudheid waarvoor mensen de schouders ophalen en dan voorbijgaan. Maar realiseert u zich bijvoorbeeld dat het kruis als symbool voorkomt in prehistorische tijden al in India, tot zelfs in Mongolië toe, zeg dus maar in heel Azië. Dat het voorkomt in Z. en N.-Amerika.

In Dakota heeft men nog heel oude tekeningen, eigenlijk ingriffingen gevonden waarbij ook dat kruis voorkomt in tijden dat er nog van het Christendom geen sprake was. Wanneer we kijken naar de symboliek die gebruikt werd dan valt ons op dat er een vergelijkbaarheid is tussen vele dingen die bestaan bijvoorbeeld in Yucatan en zeg maar Zuid-Amerika en Azië maar ook in Europa. Ten dele kunnen we dat door volksverhuizingen verklaren natuurlijk. Maar hoe komt het eigenlijk dat het zogenaamde Keltisch kruis ook voorkomt in Europa bij de Germaanse stammen, bij de Noormannen, en hoe komt het dat datzelfde kruis met iets kortere armen voorkomt in de Indische mythologie? Waar komt die eenheid vandaan? Je kunt dat dan oplossen door te zeggen: Ja, de vroegere Rijken die hebben overal koloniën gehad en daardoor zijn die tekens overgedragen. Het zal wel ten dele waar zijn. Maar hoe komt het dan dat die mensen dan overal naar die tekens grijpen als belangrijk?

Wanneer je probeert dat uit te pluizen dan kom je tot de conclusie dat bijvoorbeeld het Keltische kruis bestaat uit een cirkel, waarschijnlijk de zonnecirkel, doortrokken door de bekende vier lijnen. Dat symbool vinden we overal en dat daarbij de verlenging van die lijnen aangeeft dat de werkingen die in de cirkel plaatsvinden, ook van vier richtingen of van vier elementen van buitenaf voorkomen. Bij de interpretatie die je kunt vinden bij de Azteken bijvoorbeeld, kom je tot een soortgelijke conclusie. Zou er, vraag ik mij af, een symboolschrift bestaan dat zozeer eigen is aan de mensen dat ze er met moeite afstand van doen en het zelfs vaak dan in hun schrifttekens bewaren? Ik meen dat het antwoord ja is. Ik geloof dat voorstellingen als de zonneschijf, het kruis en noem maar op, niet alleen maar voortkomen uit één of andere mythologie. Ik denk dat de mens altijd, bewust of onbewust, symbolen uit zijn innerlijk heeft gebruikt, dingen die in jezelf bestaan. En dan kunnen we het kruis associëren met het Christendom, dat is op het ogenblik een overheersende religie, maar het was er voor die tijd ook. Zelfs Mozes heeft een touwkruis, een Egyptisch kruis opgericht in de woestijn met de koperen slang.

Laten we reëel zijn. Het kruis is een tweeledige voorstelling. Het geeft aan de verticale richting een soort groei, een naar boven gericht zijn zou je kunnen zeggen en daarnaast een opzij zich uitbreiden. U zou kunnen zeggen een bewustzijnsverbreding. En dan is er wel een eigenaardig ding. Je kunt die invloeden wel naar buiten verleggen en zeggen, er zijn krachten van buiten, zelfs zeggen ze soms aartsengelen die ons daarbij helpen, maar we blijven in de cirkel besloten. Ik denk dat de manier waarop symbolen gebruikt zijn voor God en mens heel opvallend dat het in meer beschavingen voorkomt, niet meer willen zeggen dan dit: Er is een grote kracht. In die kracht groeien wij naar boven toe en breiden ons bewustzijn uit maar in die kracht kunnen wij nooit meer groeien dan ons bewustzijn zich uitbreidt. Er is een relatie gelegd tussen bewustzijn en bewustwording en wat je kunt noemen groei of opstijgen.

Er zijn symbolen die hier iets van afwijken, bijvoorbeeld de levensboom die we dus vooral in het Kabbalistisch Joods denken aantreffen, maar die, wanneer we ons de moeite getroosten om verder terug te gaan, ook al blijkt voor te komen in Babylon en zeer waarschijnlijk ook voordien in het grensgebied van Eufraat en Tigris. Vraag je je af wat het is, dan zeg je: ja, ik weet het niet. Maar die levensboom wordt overal met een zonnesymbool bekroond, in het begin. Pas in de latere ontwikkelingen, en dan denk ik aan de 16e en 17e eeuw en niet aan het begin van de moderne kabbalistiek zoals die is neergelegd en uitgewerkt van zeg maar ongeveer 970 tot 1100. De eerste schrijver woonde in Salamanca. Zijn eerste uitwerkingen hebben plaats gevonden in die omgeving, het Zuiden van Frankrijk en Italië. Maar zelfs daar vinden we de kroon en die kroon is een gods- of zonnesymbool aan de top van de levensboom.

Kennelijk postuleert de mens, en dat kan hij op redelijke gronden volgens mij niet doen, een verbinding van zeg maar de chaos met het absolute. Hij ziet zichzelf als een soort uitgerekte draad die tussen het absolute ongeordende en onbesefte en het absoluut harmonisch gevormde zich uitstrekt.

Ik meen, en dat is mijn mening, u moogt met mij van mening verschillen hoor, ik meen dat je daaruit een conclusie kunt trekken. Ook hier is een uitbeelding van wat in ons bestaat. Hoe komt het, dat we zelfs als we niet in een God of in een voortbestaan geloven, toch altijd het gevoel hebben dat de dood wel anderen, maar niet ons kan treffen? M.a.w. een gevoel in onbeperkte continuïteit. Hoe komen we daaraan? Rationeel is dat niet verklaarbaar. Emotioneel en psychologisch kunnen we het dan wel zien als een verdringingsverschijnsel, maar zelfs dat is niet 100% aanvaardbaar te maken. Mij lijkt het dat in de mens een weten ligt omtrent de waarden waartussen zijn, wordingen bewustwording zich afspelen. En datzelfde geldt voor de geest, want de geest heeft uiteindelijk vele waarden die ook in de mens leven. Ik denk dat er geen absolute oplossing te vinden is voor dit alles. Maar zelfs het denkbeeld zoals ik het hier poneer zou bepaalde consequenties kunnen hebben op onze wijze van denken en leven en wanneer ik gelijk heb dat er een innerlijke bron is die voor deze symbolen medeaansprakelijk is, en daarmee iets innerlijks onbeseft uitdrukt, dan zou voor ons moeten gelden:

We kunnen niet slechts opwaarts streven, we kunnen alleen gelijktijdig ons bewustzijn uitbreiden in zeg maar onze wereld en naar boven toe. Waar we één van beide proberen, daar bereiken we niets.

In de tweede plaats kom ik dan op de gedachte dat de cirkel die we eromheen trekken eigenlijk veel van een grens weg heeft. Er zijn aan ons wezen grenzen gesteld. Deze grenzen zijn inherent aan ons wezen, denk ik. Waarom voelen we ons enerzijds oneindig en anderzijds begrensd? Het zou verklaarbaar zijn wanneer we zonder het bewust te kunnen beseffen, misschien aanvoelen dat we deel zijn van een groter geheel, van een organisme. Noem het de belichaming van God in de schepping, noem het anders. Dit deel zijn van verklaart onze begrenzing en gelijktijdig het feit dat we deze zonder meer aanvaarden en niet zien als een belemmering voor ons omhooggaan.

Dan is mijn derde conclusie: Geen enkel specialistisch weten is in staat om ons tot een geestelijk hogere prestatie te brengen. Wat wij nodig hebben is een synthese waarin alle voor ons bestaande mogelijkheden voortdurend zijn samengevat. Dat houdt in de erkenning van al het andere. Waar we onze erkenning van het andere beperken, of onze aandacht slechts tot enkele aspecten blijven richten, zonder het andere daarbij te willen betrekken, vernauwen we niet alleen ons bewustzijn maar verlagen we onze mogelijkheden om geestelijke krachten op te nemen en er deel van te zijn.

Laat ik nu de Oudheid even de Oudheid. Niet dat ik er veel mee gedaan heb hoor, ik had er veel meer over kunnen vertellen, maar ik had ook een bepaald doel hiermee. Wanneer u kijkt naar de wereld van vandaag dan blijkt dat deze scheiding ontzettend sterk wordt doorgevoerd. Ik geloof dit en jij gelooft dat en dus… en dan volgen er een reeks conclusies. Wij zijn vrije democraten of kapitalistische democraten of kapitalistische dit of dat, het ligt er maar aan wie het zegt, en wij zijn vrije socialisten; ja. Nou die socialisten vrijen dan wel, anders zouden er geen socialisten meer komen, maar verder gaat het niet. Daarmee ontkennen wij de mogelijkheden en de betekenis van de anderen. In een wereld als vandaag kun je niet volstaan met ofwel het één te zijn, ofwel het ander. Je moet, uitgaande van wat je bent, de waarde van het andere beseffen en a.h.w. in jezelf overnemen. En dat betekent dat je een godloochenaar kunt zijn en toch gelijktijdig de waarde van de godsdienst kunt aanvaarden. Het is geen persoonlijke zaak meer. Het gaat er niet meer om: waar hoor ik bij? Het gaat erom: Wat is de wereld waarin ik leef. In de Oudheid hebben ze dat vergeten, in de moderne tijd vergeten ze dat ook. In de Oudheid zijn er een paar Rijken aan ten onder gegaan en er zijn andere Rijken weggevlucht voor zaken die ze niet meer konden begrijpen. Wanneer wij in deze tijd naar de mens zien, de wijze waarop hij denkt en schijnt te streven, dan dreigt datzelfde gevaar. Je kunt niet jezelf in een fort opsluiten zonder een gevangene te worden.

Je kunt je niet binnen een systeem opsluiten zonder ten onder te gaan aan de onregelmatigheden die noodzakelijkerwijze daaruit voorkomen. Zeker, je hebt leiders nodig, niet omdat leiders nu op zichzelf zo buitengewoon goed zijn, maar omdat de veelheid van de mensen toch steun moeten kunnen krijgen via één of enkele personen, omdat de kracht van vele mensen uiteindelijk alleen juist geconcentreerd kan worden wanneer er  één figuur is die zegt: Zet daar die kracht in. Maar dat wil nog niet zeggen dat we daarmee een heilige hebben.

Kijk, er zijn goeroes die in grote vloten van uiterst luxueuze automobielen zich laten vervoeren. Dan kunnen we zeggen: Wat die mensen doen dat is ergens niet helemaal reëel, behalve zakelijk dan. Maar gelijktijdig geven ze mensen vrede. Hoe kan dat? Dat kan alleen omdat zij de uiterlijke aspecten niet zo ernstig nemen en niet zien als iets wat eerst komt, maar gewoon als een begeleidingsverschijnsel van een innerlijk proces, van een afstemming van de mens. Dat ze daarmee beter zijn dan anderen, nee, maar dat ze iets doen wat belangrijk kan zijn, ja. Het gaat er niet om om allerhande sekten op te richten. Het gaat er wel om om elkaar te leren begrijpen. Het gaat er niet om, om een eenheid te vormen zonder meer. Het gaat erom om een mogelijkheid tot samenwerken te scheppen in zo groot mogelijke vrijheid. Het gaat er niet om om de rechten te definiëren van ieder en elk. Het gaat er doodgewoon om om een erkenning van de noden en mogelijkheden van anderen in jezelf te dragen.

Geestelijke bewustwording is geen proces dat zich alleen maar aan de binnenkant kan afspelen. Dan kun je net zo goed de sprookjes van Moeder de Gans in je gedachten uitvoeren. Het is juist een samenvloeien van het innerlijk en het uiterlijke. Wat je vanbinnen bent, moet je van buiten waarmaken anders ben je het niet. En wat je uiterlijk ervaart moet je verwerken, anders kan je innerlijk niet één zijn met jou, met de persona die je voorstelt. Je hebt eenheid nodig: eenheid in jezelf, eenheid met de anderen, begrip voor anderen en dan heb je in jezelf die vrede nodig. Een vrede die eerder een rusttoestand is, vergelijkbaar misschien met de periode dat een accu niet in bedrijf is, maar wel in oplading staat. Wanneer je die vrede hebt genoten dan is er meer levenskracht. Er is een verhoging van intellectuele prestatie zelfs. Er is een toename van wat men noemt paranormale vermogens. We kunnen niet zondermeer zomaar zeggen: o, we zijn esoterisch, of o, we zijn religieus., of we zijn dit of we zijn dat. De vraag is: In hoeverre vinden we ons één met datgene dat we belijden of innerlijk ontdekken? Pas wanneer die eenheid tot stand komt heeft het betekenis. Dat u christen zijt, gedoopt en trouw ter kerke gaat betekent niets. Dat u vrijmetselaar bent en behoort tot de loge en belangrijk werk doet daarin, betekent niets, tenzij uw eigen gedrag, uw benadering tot de mensen volledig datgene wat u dan zegt te geloven of zegt te zijn, waarmaakt. Ik heb het gezegd: Er is in ons een bovenrijk en een benedenrijk, natuurlijk. Maar wanneer die twee niet één kunnen worden zonder daarbij hun afzonderlijke kwaliteiten te verliezen, natuurlijk, hoe zullen we dan onze innerlijke kracht kunnen waarmaken?

Het klinkt erg vreemd wanneer je zegt: Je moet leven volgens datgene wat je in jezelf als waar ervaart, leren dat alles wat met anderen gebeurt niet belangrijk is, behalve op het punt waar jijzelf een aansprakelijkheid daartegenover erkent, ervaart. Het is niet zo dat we met alle anderen iets te maken hebben. Jezus heeft nooit gezegd: Heb alle mensen lief. Hij heeft gezegd: Heb uw naaste lief. En toen men vroeg: Wie is mijn naaste? Toen kwam hij met die bekende gelijkenis.

Uw naaste is degene die u op dat ogenblik ziet, waarvan u de werkelijke toestand erkent en waardoor in u de relatie ontstaat waarbij u voor die andere optreedt, zover als het nodig is en niet verder en waarbij u, op dezelfde wijze, en zonder het te zien als een verdienste of een verplichting, van de ander aanvaardt wat deze doet om aan te vullen wat bij u noodzakelijk is. Dat is naastenliefde. Het betekent niet betuttelen van anderen. Het betekent niet dat je anderen eventjes moet bekeren. Het betekent alleen maar dat wat jij bent, een compensatie kan zijn voor wat een ander van node heeft en dat het omgekeerde even vaak voorkomt.

Eenheid, mijn hele lezing is eigenlijk een pleidooi daarvoor. Een eenheid die je niet verloochenen kunt omdat ze deel wordt van je eigen beleven. Een eenheid die je besef omvat, maar ook je gevoel. Kortom, een manifestatie van het onbekende dat je bent op een zo harmonische wijze dat je niet met jezelf in strijd komt en jezelf niet verloochent zoals het vaak van u wordt gevraagd, maar uzelf waar maakt. Het is dwaas om als martelaar de arena in te gaan alleen maar omdat je het beloofd hebt. Maar het zou nog dwazer zijn je aan dit lot te onttrekken wanneer je het gevoel hebt dat die innerlijke waarde in jou alleen kan bevestigd worden wanneer je haar uiterlijk en voortdurend belijdt zolang je mogelijkheid er is.

Ik denk dat daar het criterium ligt voor ons allemaal. Het criterium van werelden zoals in het verleden hebben bestaan. Van de strijd zoals die op het ogenblik op de wereld wordt gestreden, ja zelfs de strijd tussen de standen en de generaties. Het is de sleutel van je innerlijke en je uiterlijke wereld. Kun je in jezelf die vrede vinden? Kun je in jezelf zodanig een eenheid zijn van innerlijk beleven en van uiting dat je daardoor jezelf zonder enige verwerping en in voortdurend aanvaarden en je zijn in de wereld zonder enig voorbehoud beleeft? Ik dacht dat dat het belangrijkste punt was.

Daarmee heb ik zowat een beetje gezegd wat ik zeggen wilde. U had wat anders kunnen voorstellen, ik heb toevallig hiervoor gekozen omdat u niets zei. Dus als u vindt dat het niet best is geweest, had u wat anders moeten zeggen en als u vindt dat er wat in zit, moet u er maar eens over nadenken. Want wat ik zeg is allemaal reuze eenvoudig te zeggen, maar het is vaak ontzettend moeilijk om te doen. Daarom moet je eerst in jezelf maar eens vrede zoeken en dan vanuit die vrede verder gaan.

Uit uw stilzwijgen meen ik op te mogen maken dat de meesten denken: er is weinig aan toe te voegen en dat anderen denken: ik ben te verstandig om dat hier te doen. Dat betekent dan dat ik mijn bijdrage aan deze avond mag beëindigen. Mij was het een genoegen. Ik hoop dat het enigszins wederkerig is geweest, maar hoe het ook zij, onthoud één ding: Als u ooit uittreedt of doodgaat, u bent bij ons welkom. Er is niets om bevreesd voor te zijn en levend zonder vrees kunnen we de eeuwigheid leren aanvaarden.