Leven

9 maart 1981

Inleiding

Onze gastspreker stamt uit het nabije Oosten. Het totaal van zijn denken en leven is onder meer gewijd geweest aan kabbalistiek en andere vormen van mystiek. Zijn geestelijke visie is ondertussen in ongeveer een halve eeuw nogal wat veranderd. Waar hij ons over gaat voorlichten is – dacht ik – gewoon over de betekenis van het leven zelf.

Wat mij persoonlijk betreft, zou ik zeggen dat de betekenis van het leven het bewustzijn is dat er in zetelt, maar iedereen kan dat op zijn manier zien. Daar ik geen grote hoeveelheid gegevens heb, zou ik willen proberen om er zelf het één en ander over te zeggen.

Er zijn een paar grondregels die je altijd wel weer kunt citeren zoals : “De kerk van alle leven is kracht, is energie. Alle energie is onderling uitwisselbaar ongeacht de vele vormen waarin ze voorkomt. Het bewustzijn is een gekristalliseerde vorm van die energie en is bepalend voor alle energieën die er door werken en die daarop kunnen inwerken.”

Dit is een schets. Het bewustzijn is een kristallisatie, dus een vastere vorm van de oerkracht. Die oerkracht kan door de persoonlijkheid alleen maar zo ver werken en op die persoonlijkheid zo ver inwerken als door de structuur van dat bewustzijn wordt bepaald.

Daar kun je volgens mij nog aan toevoegen dat leven eigenlijk niets anders is dan gewoon een bewustzijn bezitten, krachten ontvangen en ondergaan én krachten op je eigen manier weergeven.

Ik geef jullie nu mijn eigen beeld van het bestaan. Er zijn ontzettend veel mensen ‑ en ook geesten ‑ die leven zien in één bepaalde of één vaste vorm. Ik ben bang dat dat misleidend en erg eenzijdig is. Je hebt nu eenmaal heel veel vormen van leven. Zelfs in de ruimte heb je heel wat verschillende stoffelijke vormen van leven. In de astrale wereld zie je heel wat bezielde schillen. Als.je dat ziet, denk je dat je of met een sprookje te doen hebt of met een parade van demonen.

Al die dingen bij elkaar zijn leven. Dan is de vorm dus niet bepalend, maar het bewustzijn. Als het bewustzijn bepalend is voor het leven, dan is de vraag of dat bewustzijn misschien ook dat leven beperkt. En ik heb het gevoel dat dat zo is; ik weet het niet zeker.

Maar wanneer je het bewustzijn ziet als een gebied waarbinnen je vorm hebt gekregen; een gebied waarop jij kunt antwoorden en waaruit je krachten kunt putten, dan is natuurlijk de omvang van dat bewustzijn en de aard van dat bewustzijn eveneens bepalend voor al datgene wat vanuit dat bewustzijn of door middel van dat bewustzijn kan ontstaan.

Een wijze of wijsgeer heeft een keer gezegd : “God is zo groot als wij hem kunnen zien.” Onzin natuurlijk, tenzij wij begrijpen dat hij het heeft over ons eigen begrip van God, onze eigen persoonlijke inhoud. Maar dat betekent dan wel dat de krachten en de machten van die God voor ons beperkt worden door ons eigen bewustzijn. Alles wat we niet kunnen beseffen, gebeurt wel, maar daar hebben we geen deel aan. Het gaat aan ons voorbij.

Misschien is de grootste kracht van de mens wel zijn poging tot veelzijdigheid. Hoe groter de reeks begrippen, waarden, mogelijkheden tot handelen waarmee je te maken krijgt, hoe intenser je ongetwijfeld volgens mij die God zult beleven en hoe intenser je dus ook met die krachten kunt werken.

Als mens is het misschien aardig om te zeggen : “Wij roepen tot God.” Maar als je tot God roept, kun je niets doen buiten wat je toch al doet door hetgeen je bent krachtens je besef. Een hele rare situatie eigenlijk.

Leven is ook een voortdurende verandering zodanig dat steeds andere delen van je bewustzijn in het spel komen. Misschien kun je het hiermee vergelijken : het is alsof je een soort toonladder speelt. Wat gisteren de grondtoon was, is nu ergens ver aan de baskant terecht gekomen en wat gisteren nog het onbereikbaar hoge was, is nu iets wat je zo nu en dan al aan kunt slaan. Je verandert je greep op het bestaan, maar daarmee ook de scala van waarden van het bestaan die je kunt overbruggen.

Menselijk gezien is het leven in een aantal fasen in te delen. Jullie kennen ze allemaal : Je hebt de jeugd met de vorming.  Dan volgt de puberteit met de “ik‑bevestiging”, het zoeken naar jezelf.  Vervolgens krijg je het zoeken naar de uiting, naar de plaats in de maatschappij.  De volgende stap is de bevestiging, het vasthouden van hetgeen je bereikt hebt.  Dan volgt de periode van bespiegeling.

Wanneer we overgaan, vloeien al die persoonlijkheden, al die afzonderlijke fasen weer samen. Dan zijn we weer een eenheid. En die eenheid zal dan geestelijk gezien meer omvatten dan het stoffelijke. Is dat het geval, dan moet ook worden verondersteld dat op elk ogenblik dat jullie vrij komen van de stoffelijke wereld, jullie met een veel groter bewustzijn te maken hebben dan jullie normaal bezitten. Op het ogenblik dat je los komt van de stof, vallen volgens mij de beperkingen, de indelingen die je in de stof nog kunt maken, weg. Je hebt dan te maken met de totaliteit van jezelf, maar ook met die van de wereld, voor zover je die kunt beleven en waarnemen. Natuurlijk ook met die van je God of hoe je het noemen wilt : Oerkracht, die voor jou kenbaar is en waaruit je voor jezelf kracht kunt putten. Er is dan een werkelijke persoonlijkheid die veel groter is dan al datgene wat wij onszelf als zodanig voor kunnen stellen. Wanneer je daar een heel leven mee bezig bent geweest, dan moet je op na verloop van tijd – dacht ik – wel opvallen dat het geestelijk precies zo is. Geestelijk zie je dat hetgeen zo scheen, nu anders is. Het verliest daarbij zijn eigen waarden niet, maar het krijgt een andere betekenis.  Of het krijgt twee betekenissen. De waarheid is iets waar we nooit aan toe komen. De waarheid is altijd datgene wat wij zien, wat wij geloven. Onze waarheid is een klein deeltje van de werkelijkheid dat we dan maar gebruiken omdat we het geheel niet kunnen overzien.Wat onze gast betreft, ik heb een paar dingen van hem gehoord die inderdaad doen denken aan de Stralende, aan degene die werkt met kracht en met energie. Ik heb ook een paar dingen gehoord die mij dan weer ergens doen denken aan toch wel heel sterk gericht stralend, in één richting. Toen ben ik me af gaan vragen : als dat zo is, hoe is leven dan te verklaren, juist wanneer het tot die resultaten voert ? Want als je een ei uitbroedt, ligt het toch wel aan het ei wat er uit komt. Ik stel : Het begin van ons leven moet kracht geweest zijn. Kracht die we hebben ontvangen. Alles, wat voor ons leven betekent, komt voort uit de wijze waarop die kracht vanuit ons kenbaar wordt. Dan is voor het bewustzijn bepalend hoeveel kracht je kunt ontvangen en hoeveel je kunt weergeven. Wat hebben we nu eigenlijk gedaan ? We hebben geprobeerd iets te peilen. Wanneer ik namelijk spreek, geef ik iets., Of het nu kracht is of wat anders ‑ hoe je dat wilt interpreteren moet je zelf maar weten ‑ maar het is iets wat in mij ontstaat, wat in mij komt uit een bron en wat door mij naar buiten gaat. Een logische conclusie, vinden jullie niet ? De vraag is alleen maar waarom de ene het ene deel en de ander het andere ? Ik denk dat dat komt omdat het geheel van de schepping veel meer omvat dan wij kunnen bevatten. Samen zijn we waarschijnlijk de volledigheid van het leven, maar afzonderlijk bezien, zijn we slechts een deel waarin het besef van leven nog niet volledig aanwezig is.

Nu wordt het nog verwarrender. Het voorgaande betekent dat je tegen de mensen zou kunnen zeggen : “Doe maar wat je wilt”, maar dat is ook niet juist. Want als een mens doet wat hij wil, zegt hij : “Ik wil het wel niet, maar ik doe het wel. Want ik zou het graag willen wanneer ik wist, dat ik het mocht willen. En ik wilde dat ik dat wist.” Dan kom ik nog tot een paar vreemde conclusies : Wanneer een geest ‑ en er zijn er nogal wat geweest hier ‑ kracht uitstraalt, dan is die kracht er wel, maar het ligt aan uw eigen gevoeligheid hoe je deze ervaart en of je deze ervaart. Maar als die geest dat doet dan is dat een onvolledige kracht, want die kracht wordt ook beperkt door zijn eigen bewustzijn. Als je het zo bekijkt, betekent voor ons leven eigenlijk alleen maar : krachten ontvangen, krachten geven en daardoor het vermogen verwerven om meer kracht te ontvangen. Maar hoe meer kracht we ontvangen, hoe meer kracht we moeten geven omdat ons leven en onze mogelijkheden niet bepaald worden door het besef van de kracht die wij ontvangen, maar door ons vermogen die kracht ook weer door te geven.

En nu word ik nog een beetje gemener; dan is het helemaal niet nodig dat je gelooft in God of zelfs gelooft in een vaste moraliteit. Zelfs dan is het alleen maar nodig dat je gelooft in een waarheid zoals die in jezelf bestaat; in een kracht zoals die door jou beleefd en ontvangen wordt en het uitdrukken van je eigen leven in overeenstemming met het besef dat in je leeft. Wat jullie zijn, wordt niet bepaald door hetgeen jullie denken, al denken jullie dat wel. Wat jullie zijn, wordt bepaald door de kracht die je in jezelf ervaart en het deel van die in jullie ervaren kracht, die jullie hoe dan ook naar buiten brengen. De Kabbalist kan uitrekenen dat je eigenlijk heel anders bent dan je als mens denkt te zijn. Dat ontdek je trouwens zelf wel als je dood gaat. Maar dat is dan bijkomstig. Leven geven, is deel van de werkelijkheid. Leven nemen, is een ontkenning van de werkelijkheid. Ontkenning van de werkelijkheid betekent ook de terugslag van de krachten op jezelf en daarmee de be­perking van je mogelijkheid tot leven, de beperking van je mogelijkheid tot bewustwording én de beperking van je eenheid met de kracht waaruit je leeft. Hatelijk ? Niet zo hatelijk als jullie denken. Het zijn gewoon de feiten. De feiten zijn wel eens een beetje pijnlijk. Maar als je om de feiten heen loopt, maak je ergens een mogelijkheid om die levende kracht door je te laten werken, ongedaan. Daar ik aanneem dat jullie allen die kracht bezitten en met die kracht willen werken en hoe dan ook zullen werken, is hetgeen ik zeg helemaal niet zo gek.

Hier laat ik het bij. Nu volgt de gastspreker. Hij is iemand die nog niet zo erg lang dood is, gestorven in het begin van de 20e eeuw. Echt iemand die zich heel erg bezig heeft gehouden met allemaal geesteswetenschappen en indelingen, geïnteresseerd in de Kabbala, Talmoed enz. Hij kan door zijn veranderingen na zijn ontwaken in de geestelijke wereld ongetwijfeld voor jullie interessant en belangrijk zijn en misschien – wie weet – zelfs een bepaalde vorm van kracht representeren. Ik wens jullie daarbij het beste en ik dank jullie voor de mij gegeven aandacht.  Het enige wat ik gezegd heb, is dat in de uiting van de kracht zoals ze door jullie werkt in het begrip van hetgeen voor mij waar is en misschien niet voor jullie, een begrip bij jullie kan ontstaan. Dat in de uitwisseling van die waarden we samen een grotere kracht kunnen opbrengen, een grotere intensiteit ook kunnen beleven en waarmaken, dan zonder dat mogelijk zou zijn.

Dat was het. Was het duidelijk ? Het gaat wel. Er zijn er een paar die het werkelijk begrepen hebben en een aantal anderen die het zeggen. Samen kunnen jullie er misschien achter komen wat het betekent.  Er is geen zuivere hiërarchie op te stellen waarbinnen wij een vaste plaats hebben. Er is zelfs een feitelijke anarchie, in die zin dat er geen vaste ordening bestaat vanuit ons standpunt. Misschien bestaat ze vanuit de Schepper, dat weten wij ook niet. Maar één ding is zeker. Voor ons bestaat die ordening niet. Slechts door de wijze waarop wij kracht opnemen en uiten en zo dus leven, kunnen wij met dit leven een steeds groter besef creëren van de kracht waaruit wij leven. Daardoor wordt onze betekenis temidden van anderen bepaald. Daar je nooit kunt weten hoe dat bij anderen is, moet je voor jezelf maar niet denken dat je meer bent dan een ander. Het is heel erg belangrijk dat op het ogenblik dat je denkt dat je meer bent dan een ander, je je in wezen de mindere toont omdat je in je gevoel van meerderwaardigheid eigenlijk vergeet dat je de ander uit je kracht moet geven.  Het gaat er niet om dat jullie het doen bij bepaalde mensen. Maar jullie moeten wel de relatie ervaren van : ‘dit is mijn leven. Daardoor bepaal ik iets van het leven buiten mij’. Als je dat hebt gedaan, heb je volgens mij beantwoord aan de werkelijke norm van het leven.  Nu zitten we voor heel veel mensen op het verkeerde spoor. Ik ken mensen die een beroerte krijgen als ze zoiets horen. Wanneer in jullie kracht leeft en jullie beseffen dat, dan zullen jullie alleen werkelijk leven wanneer jullie die kracht tot uiting brengen. Elk besef en elk systeem kan jullie daarbij misschien helpen. Maar voor jezelf is het noodzakelijk dat er een directe harmonie bestaat tussen je diepste voorstelling van leven en levensenergie én de wijze waarop je die manifesteert. Wanneer hij het geheel van zijn leven, de hele wisselwerking tussen oneindigheid en zijn persoonlijkheidsbegrip, zijn begrenzing aan je doorspeelt, geeft hij altijd nog minder dan de kracht die om ons heen is. De geest is dus eigenlijk een soort vervangingsmiddel voor een werkelijkheid die de mens anders voor zich niet helemaal kan realiseren. Een mens deelt dus zijn eigen acties, zijn eigen reacties in twee delen. In datgene wat wel en datgene wat in wezen niet voor hemzelf of haarzelf harmonisch en juist is. Soms moet je nog een stap verder zetten en zeggen : Elke mens heeft in zichzelf het vermogen om in overeenstemming met de kracht die hij ontvangt, te leven. Dit betekent dat leven een overeenstemming is tussen datgene wat ons uit de hoogste bron bereikt en datgene wat diep in onszelf tenslotte ontstaat en vanuit onszelf weer de wereld ingezonden wordt. Nu wordt het nog veel gemener en lastiger. Dat deel van de werkelijkheid dat voor ons de grootste vrede of de grootste genoegdoening geeft, is voor ons het belangrijkste. Dat wil zeggen dat hetgeen voor ons belangrijk is wel degelijk deel is van de oerkracht, maar dat het niet hetzelfde behoeft te zijn als de werking van de oerkracht in anderen.. De kracht waarmee wij te maken hebben, is zo alomvattend dat alleen vanuit onze persoonlijkheid de kleine aspecten die wij verwerken kunnen, ons kunnen aanspreken. Daar kunnen wij wat mee doen. Daar reageren wij op. Die kracht zal door al die verschillende uitingen wel in zijn geheel geopenbaard zijn, maar ze zal door ons krachtens ons wezen altijd slechts ten dele ontvangen kunnen worden. Als jullie nu daarop reageren en jullie doen dat op heel veel verschillende manieren. We hebben er nou even snel drie verschillende gepakt, dan betekent dat, dat hetgeen ik ben en hetgeen ik zeg en hetgeen door mij ontstaat, niet voor ieder van jullie hetzelfde kan zijn. Dat wordt niet bepaald door mij. Dat wordt bepaald door jullie. Dat is heel gek. Mijn leven is voor mijzelf wel een volledigheid, maar het kan door degenen die buiten mij bestaan en een bewustzijn bezitten, slechts ten dele ontvangen en verwerkt worden. Ik heb het gevoel dat tussen die twee waarden niet zo’n groot verschil moet liggen. Ik heb het gevoel dat wij fungeren als een soort filter waardoor de goddelijke kracht ten dele wordt tegen gehouden, ten dele wordt doorgelaten. Maar dat al datgene wat in ons terecht komt automatisch, hoe dan ook, naar buiten toe gaat. Dan is één van mijn conclusies : Leven is het ontvangen van kracht om deze volgens je eigen inhoud weer te geven. Wanneer er leven ontstaat ‑ en we nemen aan dat daar een grote kracht achter zit ‑ dan moet de vorm waarin dat leven ontstaat, bepaald worden door de oorzaak. Maar wanneer later een vormverandering optreedt zoals een vlinder die uit een pop tevoorschijn komt, dan moeten we toch wel zeggen : dat was ook bepaald. Want niet elke vlinder kan tevoorschijn komen; alleen de vlinder die behoort tot de rups die zich ingepopt heeft. Zo bekeken is deze kabbalistische benadering van het leven een heel juiste. Alleen is de vraag voor mij altijd weer : is het voldoende ? Want wanneer ik meer dingen gelijktijdig en dus als een eenheid ga beleven en ervaren, ben ik dan in staat om meer te zijn of meer te uiten ? Dat lijkt mij erg belangrijk. Iemand als onze gast die uit zo’n sterke discipline ineens terecht komt in een wereld waar alleen de eigen gedachten nog begrenzend zijn, zal zich ongetwijfeld afvragen : “hoe komt dat tot stand ?” Waarom zou hij, beschikkende over zijn voorgaande ervaringen, dan niet zeggen : “Dat is een omzettingsproces zoals ik dat zo vaak heb gehanteerd.” Dan is voor zo iemand het leven op aarde alleen maar de versleutelde vorm van het werkelijke leven. Voor mij is dat niet alleen aanvaardbaar, maar zelfs waar. Ik kan begrijpen hoe je aan denkbeelden over het leven kunt komen via de Kabbala. Ik weet niet of jullie kabbalistisch zijn ingesteld en iets weten van de Gemetria enz. Maar wat doen wij wanneer wij werken met de cijfers zoals de Kabbalist dat doet ? Wij proberen in wezen de andere geaardheid of de andere naam te vinden in een bepaald woord of in een bepaalde naam. We zoeken dus naar de aanvullende betekenis. Nu stel ik dat elke mens meerdere malen uittreedt. Sommigen doen het regelmatig, enkelen doen het bewust en beheerst, anderen doen het zo nu en dan en misschien onbewust en zeker niet beheerst. Maar je komt allemaal los van de stof. Wanneer je die periodes bij elkaar neemt, zijn ze allemaal anders. Je zult in elk van die periodes anders denken en anders reageren. Maar alles bij elkaar kun je toch niet meer doen dan in al die periodes werken met de inhoud, het bewustzijn dat je bezit en gelijktijdig vanuit dat bewustzijn het waarmaken van bepaalde delen. Dat houdt in dat we in een stoffelijk leven dus gewoon achtereenvolgens die delen waarmaken van ons wezen waar we anders misschien niet mee klaar zouden kunnen komen omdat we ze niet helemaal kunnen openbaren of uiten middels ons stoffelijk voertuig.

De Gastspreker.

Het is erg prettig dat ik hier vanavond even mag komen praten. Ze hebben me gevraagd om dingen te zeggen die ik zelf belangrijk vind.

Mijn liefhebberijen in deze tijd in de geest zijn hoofdzakelijk gericht op het leven. Niet dat ik familie heb gehad die ooit “het leven” is ingegaan.

Maar toch, leven is zo’n eigenaardig verschijnsel. Vroeger heb ik altijd gedacht : je moet de wet kennen. Hoe zuiverder je de wet kent en hoe beter je weet wat er verborgen is achter het geopenbaarde, hoe dichter je bij het leven komt. Had je gedacht …

Toen ik dood ging, dacht ik onbewust te rusten in Abrahams schoot tot de tijd van wakker worden was aangebroken. Dat was mijn eerste teleurstelling want ik stond daar en ik zat daar met al mijn kennis.

Ik zag daar wel wat kennissen, maar die zaten er kennelijk ook niet zo goed voor. Niets klopte. De hele indeling van alle engelen, van alle rijken : beklagenswaardig. Dus ben ik gaan nadenken en kwam ik tot een vreemde ervaring.

Op het ogenblik dat ik probeerde alleen maar na te denken, was als een klok die niet opgewonden was. En toen ik uit zuivere ellende en verveling ging kijken of ik misschien één van die bekenden – die het ook niet zo goed ging – kon helpen, voelde ik ineens dat de zaak weer tikte. Ik heb tegen mezelf gezegd : “Als je de kracht wilt voelen van leven, dan moet je wat doen.”

Nou,. dat is ook een teleurstelling. Denk je : ‘heb ik op aarde gewroet en nou kan ik eindelijk rusten’, maar om dan werkelijk te leven in de geest, moet je werken. Nou ja, op den duur valt het mee.

Ik ben me daarna erg gaan interesseren juist voor die kracht. Wat is dat wat mij doet leven ? Wat die wereld rond mij rijk maakt en overal een beetje licht in schept, een heel klein beetje vreugde ?

Nou ja, hoe begin je dan ? Ik had het als kind geleerd, dus ik heb de Heer aangeroepen. En de Heer zei niets. Ik heb nog eens geroepen en Hij zei nog niets. Toen dacht ik : als je niets zegt, kan je barsten. Dan ga ik zo maar eens wat proberen. En ik ben begonnen.

Je weet hoe dat gaat in het begin. Mijn eigen volk heeft het nooit zo buitengewoon goed gehad. Er zijn er natuurlijk altijd wel. een paar geweest, je kent ze wel. Die hebben het dan wel aardig. Maar de meesten hadden het niet zo leuk. En toen ik een tijdje dood was, werd het steeds erger. Dus wat doe je dan ? Je begint te helpen waar je kunt.

Maar ja, na verloop van tijd was dat net een soort veerdienst. Je had de ene lading nog niet gehaald of je moest achter de andere aan. Maar elke keer als ik dat deed, voelde ik mijzelf meer levend. Gek is dat. Je bent dood en je voelt je zo levend als je nog nooit geweest bent.

Ik ontdekte ook dat ik niet alleen maar haalde, maar dat ik ze ook hielp. Ik was zelf een soort lichtje geworden.

Ik ging naar ze toe en zei : “Het is goed. Wees rustig. Vergeet het.” En ze vergaten en werden rustig. Niet allemaal, maar wel de meesten. Ik zei tegen ze : “Ga hier rusten. Hier is het goed.” En ze rustten. Het was of ik ze kon voeden met de één of andere kracht in mijzelf. En hoe meer ik er van gaf, hoe blijer ik werd.

Dan denk je toch ook als geest ‑ ja, geesten denken ook hoor ‑ mensen horen het ook te doen en doen het ook vaak ‑wat zal ik er mee beginnen ? Heb ik tot de Heer geroepen en Hij heeft niets gezegd. Heb ik mijn mond gehouden en nou zit ik vol met kracht. Dat is voor mij dan toch de Heer.

Toen heb ik gedacht : dan moet wat ik ben en wat ik doe een soort verbinding vormen met die God. Zo ben ik het leven gaan bestuderen en alles wat met het leven samenhangt. En nu zit ik hier.

Misschien denken jullie dadelijk : alleen maar een hoop kosher gezwam. Maar wat kan ik meer doen dan zeggen wat ik beleefd heb ? Wat ik ben en wat voor mij de waarheid is ? Want dat is heel gek, de waarheid verandert voor mij nog.

Het ene ogenblik ben ik zeker; het volgende ogenblik twijfel ik en het derde ogenblik weet ik dat ik het toch een tikje mis heb gehad. Hoe meer ik weet dat ik het mis heb gehad, hoe rijker ik word. Dat zal je op de beurs nooit overkomen, maar in de geest wel.

Dit is dan wat ik denk, wat ik nu als waarheid zie.

De bron van alle leven, de grote God is altijd overal. In iedereen. In alles. Wanneer wij werken, komt er een deeltje van die kracht van buiten ons en verrijkt ons wezen. Wanneer we dan daaruit weer iets opbouwen, zien we wat er in ons heeft geleefd.

Misschien heb ik het mis -ik heb het zo vaak mis gehad, waarom nu niet – maar ik heb het gevoel dat wat ik zie voortkomen uit wat ik ben en wat ik doe, hoe dan ook, dat dat het zichtbaar worden is van de kracht die in mij leeft.

En dan heb je het als geest gemakkelijk. Want je ziet het niet alleen, maar je beleeft het. Het is er altijd weer en het is altijd weer sterk.

Wat je in jezelf bent, wat je uit jezelf geeft, is niet alleen jouw leven, maar het is ook je weten. Je ziet buiten je wat het betekent. Het is niet zo dat je zeggen moet : “Ik weet de waarheid. Dat is de waarheid en geen waarheid buiten die waarheid.”

Wat heb ik dat vaak gedacht. Zal ik je één raad geven : geloof nooit dat iets helemaal waar is. Want iets wat helemaal waar is, kan voor een mens niet bestaan. Denk altijd : ik heb een stukje van het leven en van het besef dat voor mij belangrijk is. En als je dat hebt : laat het sterk worden in jezelf en geef het door.

Probeer het niet met woorden. Want als je iemand de waarheid in woorden geeft, maakt hij er in een wip de grootste leugen van die er bestaat.

Ik heb kinderen gehad. Ik weet hoe het zit. Nou ja, mijn vrouw heeft kinderen gehad natuurlijk, maar ik heb er toch ook aan mee mogen werken.

Kun je je voorstellen dat als je kracht ontvangt, je zelf intenser leeft en steeds sterker wordt ? Je voelt jezelf als Samson. Je kijkt zelfs of er een paar tempelpilaren zijn om om te gooien, maar die kun je in de geest niet meer vinden.

Maar dan wil je wat doen.

Ik kan het me zo echt voorstellen achteraf bekeken. Die sterke man van eens, is een slaaf geworden. En dan op het laatste moment voelt hij weer de kracht en leeft hij weer even echt. Zo gaat het met ons, of we het weten of niet.

We hebben dat moment dat we ineens voelen : “ik leef weer. Ik heb weer kracht. Ik kan weer wat zijn. Ik kan weer wat doen.” Op dat ogenblik kunnen we gaan kegelen met de maan als we dat willen. Dan is er voor een kort ogenblik niets onmogelijk.

Op dat ogenblik en niet op een andere tijd, moeten we die kracht in ons nemen en gewoon doorgeven. Gewoon verder gooien. Je mag er zelfs geen handel van maken. Je moet het gewoon uit je weg duwen. Geven, zo sterk als je maar kunt.

Dan leef je. Dan is er zo veel in je. Het is allemaal zo intens dat je niet eens meer weet, niet eens meer beseft wat het zou zijn om niet zo te leven.

0, het zwakt wel weer af. Je zoekt dan opnieuw naar die kracht.

Je zoekt naar iets om te doen, om weer diezelfde intensiteit van bestaan te kennen.

We denken soms dat als wij één werk hebben afgemaakt, we veel voor de mensheid hebben gedaan; dat we kunnen rusten. Maar als je leven wilt, moet je dat niet doen.

Ik weet nu ook zeker dat er altijd nog heel wat levens volgen. Misschien moet ik ook nog een keer. Alleen, als het binnenkort is, hoop ik te vermijden dat ik een Jood of een neger word. Daar heb ik genoeg van gehad.

Maar wanneer ik terug moet komen, zal ik komen om te leven, om kracht te ontvangen en kracht te geven. Ik zal steeds meer kracht geven, om te ontvangen totdat het hele bestaan weer intens is. Zelfs in een menselijke wereld, tot er werkelijk licht springt uit al wat ik ben en al wat ik doe.

Als ik terugkijk naar het verleden …. ik dacht zo wijs te zijn en was dwazer dan de grootste dwaas. Dat overkomt er wel meer als ze dood gaan. Maar nu weet ik wat leven is.

Leven is de intensiteit die door mij verder trekt.

Leven, dat is iets onvoorstelbaars. Het is of alle dingen duizendvoudig versterkt worden, steeds weer. Alle kleuren steeds genuanceerder, steeds voller, steeds sterker en ondertussen voel je hoe die kracht uitvloeit in het werk dat je doet. Het is of je staat in een stuk woestijn, de kracht neemt en ziet hoe alles opeens versneld begint te bloeien en groeien tot de kaalheid vervangen is door een tuin als in een paradijs.

Je geeft de kracht aan een geest die doolt, aan een mens die geen bestemming heeft. Je probeert het gewoon te geven aan iemand die niet meer verder kan. En het enige resultaat waar je zeker van kunt zijn, is dat je leeft. Je leeft zo intens, zo sterk, dat je juist die intensiteit met anderen wilt delen.

Er is een liedje dat zegt : “Als de Rebbe (=leider van een chassidische beweging) danst, dansen alle gelovigen.” Misschien dat God wel danst. Maar als die danslust, die enorme vreugde, die enorme daadkracht uit je voortkomt, wanneer je bidden, werken is geworden en je werken vreugde, een onmetelijk spel, dan zou je de wereld met je willen laten dansen.

Hoe benauwder je denkt, hoe beperkter je bent, hoe minder je leeft.

Hoe meer je bent, hoe meer je doet, hoe meer je voortdurend geeft wat je bent zo goed als je kunt, hoe meer je leeft.

En dan zoek ik altijd ‑ oude kwaal ‑ naar een beeld, een omschrijving, een verhaal desnoods. Ik geloof dat het zo is : God, de Grote en Machtige is overal. Wij hebben met ons denken een gordijn dichtgetrokken, een venster afgesloten om in de beslotenheid van onze eigen kamer te mediteren en te bidden. We steken ons kaarsje aan van verstand. Dan zie je dat je alles verkeerd gelezen hebt.

Je denkt : Wat een ellende. Wat een miserie. Kan ik niets goed doen ? Ik ga naar buiten. Dan kom je in de zon. Die zon koestert je. Je denkt : er moet nog wat aan het dak gedaan worden en ik moet dat hek maken opdat de geit niet wegloopt. Nu ik toch bezig ben, zou ik ook eens kunnen gaan kijken hoe het bij een bekende van me staat.

Je wandelt en je werkt en voor je het weet, hebben alle dingen die je geleerd hebt zichzelf omgezet en als je ze weer leest, lees je ze toch heel anders. Ik kan het niet anders uitbeelden.

We denken dat we wijsheid hebben; we denken dat we alles weten. Als je hoort hoe mensen denken dat ze alles weten, vraag je je af waar God nog voor bestaat. Maar als je dan eindelijk komt in het werk zelf en je laat je niet voortdurend vastleggen op één ding of op één bestudering, maar je gaat gewoon door dat licht, je zoekt de vreugde van het zijn, van het doen, dan komt er een ogenblik dat je ineens weet : die fout heb ik gemaakt.

Ik heb mijn fouten gemaakt. En heus, ik zal ze nog wel maken, want als ik ze niet zou maken zou ik volmaakt zijn. Wat moet een volmaakte nog met leven ?

Als je volmaakt bent, heb je geen leven meer, maar alleen nog een bestaan of de ellende dat alle anderen onvolmaakt zijn. En voor geen van de twee voel ik.

Neen, ik wil niet volmaakt zijn, nog niet. Ik wil kracht zijn. Gewoon kunnen zeggen : “gezegend, de mens die leeft.”

Gezegend de mens die niet verdrinkt in woorden maar die wat in hem is voortdurend omzet in daden.

Gezegend bovenal de kracht, die zo de mogelijkheid schept om steeds beter, meer omvattend te leven.

Gezegend een ieder, die zoekt naar de kern van het leven. Zelfs de dood is voor zo iemand leven.

Maar ik zeg ook : Wee degene die in zich de woorden slikt en vergeet te “zijn”, te leven. Want hij zal dood zijn, gevangen in zichzelf. En als hij ooit ontwaakt, is het alleen om opnieuw te leren dat hij moet leven.

De kracht van de levende, de werkelijke, de ware God is met ons. Hij is altijd met ons. Als je wilt leven, werkelijk leven, werkelijk wat meer wilt worden dan je denkt te zijn misschien, een wijdere en intensere wereld vinden, dan zeg ik : leg je niet vast op een denkbeeld, maar neem de kracht van de Almachtige, de Levende, de Sterke, de Rechtvaardige en Toornige, die met je is.

De alomvattende kracht van het licht, van de werkelijkheid, is het leven. Moge de kracht van de Al‑voortbrenger in jullie werken, opdat jullie mogen leven en niet in een bestaan terugglijden tot een duister dat geen leven kent.

De kracht die God voor mij is, zou ik jullie willen geven zodat we allemaal meer en intenser zullen leven, minder beperkt zullen zijn.

Als het onze tijd is, zullen we allemaal die kracht kennen. Is het onze tijd niet dan zullen we moeten wachten tot het zo ver komt. Maar geloof me, het enige werkelijke leven is het leven uit die lichtende God, uit die kracht. Dat leven kan alleen bestaan wanneer we die kracht waarmaken daar, waar wij denken te leven.

Het ga jullie goed. Korte of lange paden, het ga jullie goed. Met veel zon. Met veel licht van binnen en veel om te doen. Dan zullen we elkaar ontmoeten in die werkelijkheid waarin leven zo intens is dat bestaan op aarde een soort schijndood lijkt.