Leven

19 september 1972

Leven is een proces waar je veel kunt over zeggen, zonder alles te zeggen; waar je niets over kunt zeggen en dan eigenlijk al veel hebt gezegd. Zoals een bekend denker eens formuleerde: Niets omvat alles, maar alles omvat niets. En dat geldt zeker ook voor hetgeen wij vanavond gaan doen. Een mens leeft, heeft een lichaam. Dit lichaam, een organische structuur, reageert op signalen van buitenaf. Het blijkt echter dat in die structuur een tweede structuur aanwezig is. Hoe wij deze moeten omschrijven? Soms denk je aan de term van bio-elektrisch of bio-magnetisch, eigenlijk is het niet helemaal duidelijk. Er bestaat eigenlijk geen zuiver technische term voor op aarde. Dat is een lichaam, het heet levenslichaam en het is te kenmerken. Naar ik meen in deze tijd al te constateren. Het omvat iets dat doet denken aan een lijnen- of zenuwstelsel en daarnaast een aantal vlekken of lichtende bollen, die dan over het algemeen bovendien georiënteerd zijn op een zeker deel van het lichaam. Wij weten dat dit levenslichaam reageert op verschillende krachten, sommigen daarvan zijn van kosmische aard, sommigen daarvan van geestelijke aard, andere van zuiver materiële. Kosmisch: Het levenslichaam reageert op veranderingen in een lucht-elektrisch potentiaal, het reageert verder op bepaalde storingen, zoals bv. de magnetische stormen en veranderingen die door zonnevlekken ontstaan. Het reageert ook op bepaalde vormen van stralingen, vooral wanneer die stralingen een zeer hoge frequentie hebben. Een frequentie die ligt rond de 35.000 à 40.000 trillingen per seconde. Wij zien verder dat wanneer het lichaam, al is het er maar een heel klein deel van, in contact wordt gebracht met zuivere zuurstof, vanuit dit punt, het levenslichaam scherper gaat reageren. De lijnen worden scherper, de kleur van de centra wordt iets harder en wordt iets scherper omgrensd. Op grond daarvan meen ik te mogen stellen dat dit levenslichaam in de mens, een belangrijke verbinding vormt tussen zijn materie en zijn bestaan in andere werelden en mogelijkheden.

Wanneer een mens uittreedt d.w.z.: zijn bewustzijn zijn lichaam verlaat en elders tot waarnemingen, eventueel zelfs handelingen overgaat, dan blijkt tussen dit lichaam en de projectie, het ervarende deel van het “ik”, een band te bestaan. De Egyptenaren noemden dat het zilveren koord. En deze is opgebouwd uit de kracht van het levenslichaam en kan een groot gedeelte van de kracht van het levenslichaam tijdelijk tot zich trekken. Alweer een indicatie voor de belangrijkheid van het levenslichaam, wanneer het gaat om contacten met de materie. Wanneer het levenslichaam slecht reageert, daarin een tekort aan kracht is, of een scherpe afwijking van kleur. Bv. een centrum dat normalerwijze oranjerood vertoont, verkleurt nu bruin, dan kondigt dit meestal aan dat ook in het lichaam bepaalde ziekten of veranderingen optreden. Dit geldt niet alleen voor de mens natuurlijk, maar voor alle leven, want in alle leven is dit levenslichaam ook aanwezig. Nu kun je van daaruit gaan filosoferen natuurlijk over de functie. Ik dacht dat dit, zeker voor de mens op dit ogenblik, niet zo belangrijk zou zijn. Belangrijker is geloof ik wel, de vraag: Wat heeft dit levenslichaam met het leven te maken? En dan ontdekken wij, wanneer bepaalde krachten. En dat zijn vaak krachten van geestelijke aard, kenbaar worden in het levenslichaam (wij moeten dan aannemen dat in een sfeer krachten zijn opgedaan, die aan dit levenslichaam zijn overgedragen) niet alleen kleur en veranderingen in lijn van het levenslichaam ontstaan, maar dat van daaruit een soort bio-plastische werking uitgaat. Wij zien dus lichamelijke veranderingen plaats vinden, en die kunnen vaak op korte termijn plaatsvinden. Hierdoor zijn bepaalde versnellingen van genezingsprocessen bv. te verklaren. Hebben we te maken met overdracht van levenskracht, u meestal meer bekend als magnetiseren en soms ook als gebedsgenezing, mirakel in een bedevaartsoord en dergelijke, dan zien wij het volgende verschijnsel: A) Het levenslichaam wordt tijdelijk zeer wazig in zijn lijnen, gelijktijdig worden de lijnen, zo vaag als zij zijn, meer stralend. Er ontstaat een soort aura of aureool dat soms het zichtbare nabijkomt. Er vindt in het levenslichaam een heroriëntatie plaats. D.w.z.: dat de lijnen van plaats kunnen veranderen en dat de centra, heel vaak verschuiven, dat kan soms centimeters zijn. Waar dit plaats vindt, treedt daarna zéér snel genezing op. Wij hebben geprobeerd om dit fenomeen verder na te gaan en wij kwamen tot de volgende conclusie: Een menselijk lichaam is opgebouwd uit cellen. Deze cellen op zichzelf veranderen licht van geaardheid. Veroudering blijkt niet alleen maar een kwestie te zijn van vervuiling van het lichaam, dus het niet verwerken van afvalstoffen. Het blijkt wel degelijk dat ook een aantal cellen in de weefsels blijven bestaan of worden gegenereerd die van het oertype, het werkelijk type van bij de geboorte dus, afwijken. Nu blijkt dat een beïnvloeding van het levenslichaam, een snel verval van afwijkende cellen ten gevolge heeft. En gelijktijdig een hogere functie van de andere cellen, meestal gepaard gaande met een versnelde werking, van de stofwisseling en een vergrote reeks van stimuli, vooral in het vegetativum (het vegetatief), dus in een deel van het zenuwstelsel.

Onze conclusie is hier dus: Het aardse of menselijke leven wordt voor een groot gedeelte gedicteerd, geregeld door een kracht die niet van zuiver stoffelijke aard is. Wij zijn toen verder gegaan en hebben geprobeerd, weer op basis van dit dicht bij de mens zijnde energie geheel, na te gaan wat menselijke indrukken doen. De volgende punten zijn door ons, bij vele waarnemingen, vastgesteld: Bij een zich bevrijd voelen, een absolute ontspanning van de mens, blijkt het levenslichaam zijn lijnen inderdaad wat te vervagen en genereert een soort gloed. Er ontstaat dan tussen de lijnen een waas dat in verschillende kleuren ontstaat en dat het geheel van het lichaam omvat. Verder blijkt dat de invloed van het levenslichaam op de weefsels op dat moment veel groter is. Dus sterker en snellere reacties en bovendien hebben wij mogen constateren dat hierdoor vaak een evenwicht hersteld wordt. Vooral wanneer hierbij sprake is van ook bepaalde geestelijke waarden, blijkt zelfs niet alleen een herstel van een bestaand evenwicht, maar blijkt zelfs een correctie van het geheel organisch evenwicht mogelijk te zijn. Ik doel hier niet alleen op correcties in interne secreties en dergelijke dingen. Maar ook werkelijk een correctie waarbij bv. pezen plotselinge groeiverschijnselen vertonen wanneer ze te kort zijn. Waarbij spieren zeer snel zichzelf aanvullen, wanneer zij dus ten aanzien van hun functie te licht zijn. En zelfs ook in het beendermerg een nieuwe activiteit kan worden waargenomen. Dit is een zeer belangrijk punt.

Menselijk leven is niet alleen gebaseerd op de zuiver stoffelijke zaken. Het wordt, voor een groot gedeelte, zeker ten aanzien van zijn harmonisch zijn en zijn zichzelf in stand houden, mede gedomineerd door een niet stoffelijke waarde.

Dan kom ik aan een tweede punt: De mens is geest. Geest is een wezen dat het best kan worden omschreven als een veld van energie. Begrensd ten aanzien van zijn omgeving, waarin een reeks van indrukken ontvangen kan worden van waaruit bepaalde patronen, die bij anderen indrukken wekken, kunnen worden uitgezonden. Het blijkt dat het wereldconcept van de geest, en dit hebben wij met grote zekerheid vast kunnen stellen, bepaald wordt tussen de wisselwerking van eigen impulsen, eigen energie en de van buiten ontvangene. Er is geen sprake van een volledig concrete wereld. Er is wel sprake van een reeks van indrukken die samentreffen. Je weet, je kunt bepaalde beelden opwekken door met juist gerichte laserstraaltjes een deel van een lege ruimte te verlichten. Er ontstaat dan een beeld dat dimensies heeft. Ook hiervan zijn, naar ik meen, al voorbeelden op de aarde te zien. Op dezelfde manier, zou je kunnen zeggen, projecteren de geesten tezamen impulsen. Die impulsen vormen voor hen een wereld die, vanuit uw standpunt gezien, driedimensionaal zou kunnen zijn. Je kunt dus overal doorheen en omheen gaan en die aan de andere kant toch geen eigen substantie bezitten. In die geestelijke wereld is voor ons het contact met de naaste, met de ander dus het meest belangrijke. Een ander punt dat erg belangrijk kan zijn is wel dat wij, wanneer wij een bepaalde impuls uitzenden, ten aanzien van die impuls, niet kunnen selecteren. Wij kunnen dus wel zeggen: Ik reageer op een aantal dingen niet. Die zend ik niet uit, maar je kunt niet zeggen als geest: Ik zal een deel van de waarheid op dit punt geven. Ik geef: of het hele punt, of ik geef niets. Een andere mogelijk is er niet. De contacten tussen de geest, berusten op contacten, waaruit een wereld voortkomt. Ik ben zo vrij geweest om dit te vergelijken met uw menselijke wereld, en ben tot een heel eigenaardige conclusie gekomen wat dit betreft. U leeft niet in één wereld, u leeft in een groot aantal verschillende werelden, zonder deze verschillen te beseffen. De mensen leven op een raster van werkelijkheid. U zou kunnen zeggen: Er is een Goddelijke werkelijkheid, die het geraamte vormt van alle bestaan. Het is de mens die daarop, met het plasma, van zijn gedachten, verdere vormen en details pleegt aan te brengen. Hij kan daardoor zelfs de betekenis van het geheel voor zich wijzigen. Wat een mens doet is geen illusiewereld scheppen waar geen waarheid achter staat. Maar hij creëert een wereld die verschilt van de wereld van andere groepen van medemensen. Het kan zijn dat u met een 50, 100, of duizend mensen één wereld creëert, met een vaste interpretatie van alle waarden. Dit betekent niet dat die, wereld werkelijk zo is, het betekent slechts dat uw illusie omtrent de werkelijkheid, door u gemeenschappelijk in deze vorm is opgebouwd.

Nu zal het u duidelijk zijn, wanneer zoveel mensen in een verschillende wereld leven, er een zeker isolement tussen die mensen moet bestaan. Onderzoek wijst uit dat de wereldbeelden onder de mensen, gemeenlijk worden bepaald door groepen, kleiner dan een miljoen. Dus per wereldbeeld zijn er ongeveer één miljoen individuen ingeschakeld. Wanneer de verschillen tussen dit wereldbeeld en een ander te groot is, ontstaat een fase van niet ontvangen. Er is geen communicatiemogelijkheid, er is ook geen mogelijkheid om de waarden van de ene groep over te hevelen naar de andere groep. Wanneer daarbij, en dat blijkt in heel veel groepen te bestaan, een zekere angst is ten aanzien van de eigen wereld en het eigen wereldbeeld, men twijfelt er eigenlijk aan, dan blijkt men bovendien nog de werkelijkheid te verdraaien wanneer men contact zoekt met anderen en dat heeft dan heel vreemde resultaten. Hierdoor ontstaat een soort mechanisch geheel, een wereld die op beide invloed heeft, maar die door beide niet erkend wordt voor wat zij is. Er ontstaat dan een illusie beeld dat beide groepen beïnvloedt in hun eigen illusie + hun eigen werkelijkheid, dat voortkomt uit het contact of de poging tot contact tussen de beide groepen, maar dat absoluut geen reële waarden inhoudt en toch beiden dus als het ware kan beheersen. Ik heb gezocht naar een parallel daarvoor in onze werelden.

De conclusie is: dat wij leven in zogenaamde sferen. Een sfeer is niet een afgesloten wereld, het is eerder een strata van besef waarin men elkaar kan ontmoeten. Op het ogenblik dat wij contact krijgen met een wereld die veel hoger, of veel lager is dan wijzelf, waarbij deze aanduiding uiteraard der zaak niet bedoeld is als plaatsbepalend, eigenlijk niet eens als rangbepalend, maar gewoon om aan te duiden: wat dichter bij het licht is, is gewoon hoger voor ons en wat van ons standpunt uit duisterder is (dat wil helemaal niet zeggen dat het zo is, van ons standpunt uit) dat noemen wij lager. Wanneer wij met deze werelden contact krijgen en het verschil is te groot, dan ontstaan mistoestanden, waanbeelden, waarbij wij allemaal betrokken zijn. Die waanbeelden beïnvloeden ons. En die andere wereld – en dat kan heel vaak een belemmering zijn voor de pogingen die wij weleens doen om iemand uit het duister te helpen komen -, zowel voor de pogingen die wij weleens doen om in het licht zeer snel een soort lering, een soort inwijding te bereiken. Wij hebben toen gedacht: Waar die parallel aanwezig is, zal het mogelijk zijn dat op aarde de parallel verder kan worden doorgetrokken. En daaruit bleek dus voor ons dat er een mogelijkheid moet bestaan voor de mens om, tijdelijk, zonder daarbij zijn eigen wereld en eigen illusies helemaal prijs te geven, de wereld van een ander te aanvaarden. Precies zoals die is, net te doen of je er ook bijhoort. Want wanneer wij in een eigen sfeer leven en naar een lagere sfeer willen om daar iemand te helpen, dan bouwen wij voertuigen op, of wij onderwerpen ons aan de beperking van de sfeer waarheen wij gaan. Alleen in onze eigen persoonlijkheid blijft het contact met de werkelijke sfeer, waartoe wij behoren, bestaan. Ik dacht: Dat moet voor de mensen ook zo zijn en nu blijkt dus inderdaad dat heel veel groepen met elkaar contact kunnen krijgen, op het ogenblik dat zij niet meer proberen om hun eigen woordbetekenissen te handhaven. Een woord staat niet voor het ding dat ermee wordt aangeduid. Als ik zeg “boom”, dan druk ik een begrip uit. Maar het is dermate algemeen dat niemand kan zeggen dat ik een bepaalde bedoel. Wanneer ik zeg: Liefde, dan druk ik een emotionele en soms innerlijke toestand uit. Maar welke vorm van liefde dit is, wat de specifieke eigenschappen zijn, kan ik niet weergeven. Wanneer ik spreek over democratie, dan heb ik daar wel een voorstelling van. Mijn voorstelling, mijn werelddemocratie, maar voor een ander is die term niet gelijk van inhoud. Dientengevolge moet ik de woorden niet meer zien als aanduiding van waarden, mij bekend, maar als aanduiding van een tendens. Ik moet ze elke keer als het ware opnieuw gaan begrijpen in de termen van een ander. Hierdoor ontstaat dus een werkelijk leven, want leven is “contact”. Je kunt natuurlijk een oude spreuk aanhalen: “Ik denk, dus ik leef”. Maar dan komt er weer een andere twijfelaar bij die hem parodieert in die zegt: Ik denk dat ik denk, leef ik dus? Want het kan een ander zijn die mij denkt en mij doet denken dat ik denk, zodat ik niet leef maar slechts besta in een ander leven. Deze situatie dus kunnen wij niet helemaal nagaan. Wat is leven? Een groot gedeelte van uw leven wordt gedirigeerd door invloeden die u niet kunt beheersen. Wie zegt u dat een deel van uw levensprogramma niet in u is ingeëtst, zoals een groef in een grammofoonplaat. Om bij de beroering op een bepaald punt, een bepaalde trilling af te geven, een bepaalde klank te scheppen, een bepaald gebeuren waar te maken. Ik zeg niet dat het zo is. Let wel! Ik heb het gebruikt als voorbeeld om duidelijk te maken hoezeer je, wanneer je nadenkt over het leven, onzekerheden ontmoet. De enige zekerheid die je vinden kunt is je eigen besef omtrent jezelf, je eigen beeld van de wereld, hoezeer dit ook uit waan is opgebouwd. Op het ogenblik echter dat ik de waan van een ander kan gaan delen, ga inzien waar die, op zijn manier over denkt en redeneert, wat achter zijn woorden aan werkelijkheid verborgen ligt, dan heb ik twee werelden die beiden uit waan bestaan. Is daarin de gelijke werkelijkheid aanwezig, zo zal deze praktisch de enige factor zijn die in beiden gelijkelijk tot uiting komt. In het contact met de medemens kom ik dus tot een selectie uit het geheel van mijn eigen waan, waardoor een benadering van het Goddelijk schema, de Goddelijke werkelijkheid, beter mogelijk wordt.

Ik heb hiermee duidelijk gemaakt dat “leven” dus een kwestie is van contact. Hoe kan contact bestaan? Contact tussen entiteiten veronderstelt altijd twee waarden: er moet een zender en een ontvanger zijn. Je kunt zenden wat je wilt, als niemand ontvangt, blijf je alleen. Je kunt ontvangen, maar als niemand zendt, blijf je alleen. Ik dacht dat het in de wereld precies hetzelfde is. Wanneer je alleen wilt zenden en niet ontvangen, dan blijf je alleen, zelfs wanneer anderen je opvangen, krijg je toch nooit een antwoord op wat je bent. Wanneer wij nu echter een stap verdergaan en zeggen: Ik moet dus bereid zijn, zowel te zenden, mijzelf te openbaren, als te ontvangen, te verwerken wat anderen mij geven, dan komen wij al een stap verder. Maar op het ogenblik dat ik filters ga bouwen, dus uit hetgeen ik ontvang selecteer voor het verwerkt is, dan zal ik nooit meer reëel kunnen responderen. Ik kan niet een werkelijk contact met de ander krijgen. Ik dacht dat, dat voor u op uw wereld precies hetzelfde geldt, dat je moet zeggen: Op het ogenblik dat ik een voorbehoud maak op een bepaald punt, dan selecteer ik een deel uit het contact weg. Ik maak daarmede benadering en begrip op dat punt voor mezelf onmogelijk, maar ik schep gelijktijdig voor mijzelf een frustratie. Want de selectie die ik maak, ten aanzien van het inkomende materiaal, maakt het mij onmogelijk tot een gedachtewisseling te komen, omtrent mijn standpunt ten aanzien van dit materiaal.

Nu volgen een paar eenvoudigere conclusies die direct betrekking hebben op u en uw eigen wereld:

  1. Daar het menselijk levenslichaam van groot belang is, zowel voor de lichamelijke functies, als voor de geestelijke mogelijkheden en vooral de mogelijkheden, de geest in de stof tot gelding te brengen, zal het voor elke mens belangrijk zijn zodanig te leven, te werken en eventueel te oefenen dat dit levenslichaam een maximum aan energie krijgt. Hiertoe behoren: het zorgen voor een goede ademhaling (zuurstofverrijking), het zorgen voor een lichaam dat ook, middels de huid, in staat is eventueel zuurstof op te nemen. Het zorgen voor voldoende ontspanning (relaxatie). En ten laatste, het bereid zijn de impulsen, die je van anderen uit bereiken, te verwerken en te aanvaarden ook op dit niveau. Zodat je van daaruit, een aanpassing kunt krijgen van jezelf geestelijk qua energie en in lichamelijke mogelijkheid aan het werkelijk noodzakelijke, datgene wat je tot eenheid met anderen kan brengen.
  2. Leven heeft eerst dan betekenis wanneer wij erkennen en erkend worden. Deze betekenis is grotendeels emotioneel. Maar wij mogen niet vergeten dat de emotie voor de mens de sterke en drijvende factor is. Dat de emotie grote invloed heeft op het levenslichaam en de geestelijke voertuigen. Dat de emotie in vele gevallen ook de achtergrond is van onze poging iets redelijk te benaderen. Wij kunnen onze medemensen nooit alleen redelijk benaderen. Wij doen dit altijd emotioneel en onze redelijkheid is gebaseerd op onze gevoelswereld. Wij moeten trachten deze emotie in onszelf te erkennen, te weten welke emoties een contact met een medemens bij ons tot stand brengt. Hoe voelen wij dit aan, wat brengt dit in ons voor associaties teweeg? Wanneer wij namelijk weten wat de basis is van onze emotie, dan zijn wij ook in staat onze redelijke benadering daarop in te stellen. Wij krijgen dan een samenwerking van emotie en rede, waardoor wij dichter doordringen in het wezen van een ander. Gemakkelijker doordringen ook en waarbij wij gelijktijdig ook meer bereid zijn, om de schijnbaar onredelijke argumenten en handelingen van anderen te accepteren. Het scheppen van begrip is noodzakelijk voor een zo groot mogelijk contact met het leven.
  3. Wij bezitten in onszelf levenskracht. Wanneer wij deze levenskracht, op welke wijze ook, overdragen aan anderen, zo ontstaat bij ons geen werkelijk en blijvend tekort. Onze eigen instelling bij het geven is bepalend voor de wijze waarop wij de energie terugwinnen. Deze kan, bij het terugwinnen van zuiver geestelijke aard zijn, en heeft dan eigenschappen die voor onszelf bijzonder prettig zijn. Het kunnen zuiver materiële krachten zijn die wij opwekken en dan zullen wij ook zuiver materiële levenskracht terugkrijgen. Dit betekent voor ons wel dat zij wat tendentieuser is en dat zij dus voor het besturen van het lichaam, niet zo gemakkelijk te gebruiken is om verbetering te brengen. Daar het vermengen van levenskracht voor de mens de mogelijkheid geeft een verrijking van schakeringen in eigen lichaam (levenslichaam), maar ook in eigen begripswereld en daarmede ook astraal in geestelijke voertuigen te bereiken, is het belangrijk zoveel mogelijk contacten met mensen te zoeken op basis van werkelijk begrip. Dit was een derde punt, waarvan de belangrijkheid u pas duidelijk wordt, wanneer u probeert deze dingen in de praktijk te brengen.

Nu heb ik u hier een basis gegeven, een grondlijn meer niet. Maar leven is ook niet beperkt in de tijd. Wanneer wij leven in de tijd, dan tellen wij wel levensmomenten, maar aan de duur kun je de betekenis van een moment bv. niet vastleggen. Het kan zijn dat iemand zestig jaar leeft en dat er vijf minuten uit dit leven voor hem belangrijk zijn, zij overschaduwen de rest van de tijd. Intensiteit overschaduwt tijd, dat is een belangrijk punt.

Maar, naast het stoffelijk bestaan, is er het geestelijk bestaan dat evenzeer “ik gebonden” is, zoals dat normaal het geval is bij de mens. Je hebt een egoconcept en je probeert dus een wereld te aanvaarden en op te bouwen die daarbij past. Wanneer wij echter komen tot een steeds verdere bewustwording, blijkt dat we juist die dingen achterlaten die ons onderscheiden van de rest. Het “ik” moet niet streven, naar een zoveel mogelijk zich afzetten tegen anderen. Maar naar een zo groot mogelijke integratie met anderen. De toestand, die men wel nirwana, noemt, is in feite een besef waarbij men zodanig deel is van anderen, dat er geen sprake is van persoonlijke actie. Omdat wat aan actie aanwezig is, altijd uit het geheel voortkomt. In dit opzicht zegt men ook wel: Een Boeddha die neerdaalt op de wereld, vertegenwoordigt de wereld waaruit hij neerdaalt. Ik dacht dat, dat een stelling was. Overigens in het boeddhisme bestaat zij inderdaad. Er is een hele filosofie over opgebouwd, die duidelijk maakt wat ik probeer te zeggen. Je vertegenwoordigt op de duur niet jezelf, maar datgene waarvan je deel bent.

Maar je kunt pas deel zijn van iets, en voor vele mensen lijkt dit een tegenspraak, wanneer je eerst jezelf bent. Je kunt pas dan afstand doen van bepaalde attributen van je persoonlijkheid, wanneer je eerst een volledig besef van die persoonlijkheid bezit. Dan ga je begrijpen welke uitingen wel in welke niet belangrijk zijn. Dan zul je ook niet meer zoeken naar een vergelijk met anderen, een compromis. Je zoekt eerder naar een punt van contact: waar zijn wij het nu over eens? En van daaruit gaan wij verder. En wanneer ik nu eenmaal contact heb op één punt dan blijkt vaak dat het op vele punten mogelijk is. Op grond daarvan moet gezegd worden:

De mens die werkelijk wil leven en daarbij, zowel geestelijk als materieel, zijn mogelijkheden zo goed mogelijk wil gebruiken, zal er goed aan doen, te zoeken naar die punten van overeenkomst met anderen. Waardoor een gezamenlijke actie waarin men aan beide zijden gelooft, mogelijk is. Op het ogenblik dat geschillen bestaan echter, moet men proberen dit contact dan maar te vermijden. Het zal u duidelijk zijn dat dit in de stof niet altijd helemaal is door te voeren. Bv. je kunt zeggen: Ik vind een bepaald deeltje van een boekenreeks aardig, ik wil het hebben. Je schrijft in op de gehele reeks, dan moet je ook een aantal boeken erbij nemen die je niet wilt hebben. Het is voor u heel logisch. Je doet het toch om de punten die je wel wilt hebben en neemt het ander op de koop toe. Ik geloof dat je dat ook geestelijk rustig zo kunt bekijken. Wanneer het gaat om de punten waarmee jij harmonisch bent, kunnen een aantal voor jou onbelangrijke punten daar rustig bij geaccepteerd worden. Ze zijn niet op zichzelf belangrijk en behoeven dus niet afzonderlijk bekritiseerd en bestreden te worden. Wij leggen ze naast ons neer, wij nemen het a.h.w. dan maar op de koop toe.

In de geest kan het voorkomen dat je een taak wilt vervullen. Laten wij zeggen dat je een zieke wilt helpen genezen, of dat je iemand die op sterven ligt wilt helpen, om gemakkelijker in onze wereld terecht te komen. Dan heb je een doel en dat doel is altijd gebaseerd op een punt van contact. Je kunt niet iemand helpen genezen of afhalen, wanneer er geen harmonie is, geen punt waarop je werkelijk die ander aanvaardt, en die ander ook u kan aanvaarden. Maar dan moet je, heel vaak dus, proberen om andere dingen die voor jou belangrijk zijn dan maar even opzij te zetten. En je moet een hele hoop eigenschappen, van diegene die overgaat of kwaliteiten die in die zieke aanwezig zijn, maar aanvaarden. Ofschoon zij je niet alleen niets zeggen, maar in feite je tegen de borst stuiten. Het is een beetje moeilijk om dit helemaal en materialistisch aanvaardbaar te brengen, dat begrijp ik wel. Toch is ook dit een punt waarmee je rekening moet houden. Wanneer je gezamenlijk een groep vormt onverschillig van welke aard, het kan een voetbalclub zijn, het kunnen mensen zijn die samen postzegels verzamelen of wat anders dan ook doen, dan moet je er rekening mee houden dat er één punt is waardoor je contact hebt met die groep. Dit punt is het belangrijke. Zolang in dit punt een wisselwerking bestaat, moet het andere aanvaard worden. Pas op het ogenblik dat ook het punt van contact verzwakt en onaanvaardbaarheid ontstaat, kun je je werkelijk terugtrekken. En dan nog iets: Ik heb u in het begin een en ander verteld over het levenslichaam, ik neem aan dat, gezien de pogingen die onzerzijds zijn gedaan en ook de interesse die op aarde bestaat, daarover wel voldoende gepubliceerd is, of zal worden.

Maar wanneer ik een contact aanga met medemensen, al is het maar door gezamenlijke meditatie, dan vermeng ik iets van mijn levenslichaam met die anderen. Dat betekent dat ik van hen zekere compensaties krijg wanneer ik die nodig heb. Mijn tekorten kunnen door anderen tijdelijk worden aangevuld, zodat ik evenwicht vind en weer voor mijzelf kan zorgen. Omgekeerd geef ik ook aan anderen natuurlijk. Nu geldt hierbij een eigenaardige regel: Daar waar een dergelijk contact bestaat, kan het niet dan met geweld verbroken worden. U kunt dus niet zeggen: Nu moet het er niet meer zijn, weg afgelopen. U kunt alleen zeggen: Wanneer dit contact niet meer voor mij aanvaardbaar is, dan zal ik het niet meer versterken, dan kan het langzaam maar zeker wegvallen in vergelijk tot de rest. Als je een plotselinge breuk veroorzaakt, dan moet u denken aan twee voorwerpen die aan elkaar zijn gebonden door een sterke gummiband. Je kunt ze met moeite wel uit elkaar drijven, maar er komt een ogenblik dat de rek van de elastiek is uitgeput en dan bezwijken, of de voorwerpen, of de band. Bezwijkt die band, dan ontstaat een enorm moment, waardoor beide voorwerpen worden voortgestuwd in de richting, waarin zij pressies uitoefenen maar dit niet meer kunnen beheersen. Wanneer je als mens een dergelijke band verbreekt, ontstaat precies hetzelfde. Er ontstaat een onbeheersbare stuwkracht, waardoor dus resultaten kunnen ontstaan die je niet meer aanvaarden kunt. En je zult misschien moeizaam terug moeten werken, tot je je oorspronkelijke standpunt hebt weergevonden. Dit gaat gepaard met energieverlies. Het levenslichaam heeft tijdelijk een tekort aan energie, meestal van geestelijke aard, soms ook mede met astrale nevenverschijnselen. Dit wil zeggen dat bepaalde schokvormen zich losmaken van het ego. En daar een deel van die kracht absorberend een lange tijd naast blijven, totdat zij weer met de originator versmelten. Het zal u duidelijk zijn dat wij ook daar erg voorzichtig moeten zijn. De banden die wij knopen in het leven, waaraan wij werkelijk volledig en van harte deel hebben gehad, ongeacht de tijd dat dit deelhebben plaatsvond, vormen voor ons bindingen die wij niet zonder meer los kunnen maken. Doen wij dit toch, dan ontstaan zéér grote spanningen en kunnen daaruit, stoffelijk gezien dus, allerhande repercussies (onaangename weerkaatsingen), toevalligheden ontstaan die wij maar moeizaam kunnen verwerken. De enige methode om dit te voorkomen is het scheppen van een ander contact of houvast, van gelijke of grotere sterkte, waardoor een stabilisatie optreedt. De schok is er nog wel, maar hij wordt verwerkt en kan in dat geval zelfs nog worden omgezet in energie, binnen het levenslichaam en persoonlijkheid.

Dan hebt u hier een beeld van een aantal facetten van het menselijk leven. Van het menselijk leven moeten wij, als vanzelf, evolueren naar het totaal van het leven. En dit zal ons ook confronteren met beelden van God, met de esoterische, de innerlijke werkelijkheid. Maar het zal ons net zo goed confronteren bv. met incarnaties, de daaruit voortkomende bezwaren en mogelijkheden. De basis voor dit alles van de mens is en blijft echter het bestaan dat hij nu heeft. Je kunt als mens niet proberen een vroeger stoffelijk bestaan in deze periode opnieuw volledig te leven. Je kunt niet als mens een geestelijke waarde, hoe hoog en krachtig ook die zich in je openbaart, als mens volledig te leven. Jezus kan misschien contact hebben gehad met de allerhoogste kracht, maar moest ook eten en slapen. Hij was gebonden aan zijn stoffelijke wereld en een groot deel van zijn gevoelens en ervaringen werden door die stoffelijke wereld bepaald. Op dezelfde wijze is dit met u het geval. Als mens moet je proberen te begrijpen wat in je materiële bestaan, en de daarmee onmiddellijk verbonden krachten en verschijnselen, een bepaalde richting kan geven, oorzakelijk kan zijn voor een zekere ontwikkeling, een bepaalde gave kan versterken of verzwakken. Maar je moet nooit als mens proberen te ontvluchten aan datgene wat je bent. Je moet eerst mens zijn en dan pas iets anders.

Wij hebben in onze wereld geprobeerd om een aantal mensen, die de wereld proberen achter zich te laten, te onderzoeken. Daar onder waren zeer veel verschillende figuren. Zowel mensen die zich in wetenschap isoleerden van het mens-zijn, als mystici in kloosters en daarbuiten. Onze conclusie aan het einde van dit alles luidde: Gebrek aan begrip voor werkelijke waarden en gebrek aan contact met de wereld waarin zij leven, veroorzaken een grote armoede waarbij geen direct ingrijpend contact en geen juist reageren in de eigen wereld meer mogelijk is. Dit beïnvloedt de bewustwording en schept een groot aantal emotionele frustratiepatronen die, aan de geest overgedragen, daarvoor belastend kunnen zijn. Ik hoop dat u begrijpt wat dit betekent: Het kloosterzustertje dat haar leven offert om te bidden voor de mensheid, brengt een groot offer en zij kan een geestelijke grootheid daarmee bereiken, maar niet wanneer zij gelijktijdig de wereld afwijst. Wanneer zij geheel losstaat van de wereld en in haar eigen kleine clubje alleen leeft, dan zullen daarin eerder frustraties komen, niet vervulbare en vaak door het “ik” ‘bestreden impulsen die emotioneel zo sterk zijn dat zij niet alleen in het levenslichaam vertekeningen veroorzaken, wat zo wel een omwenteling in het lichaam zelf tot stand kan brengen, alsook, en dat is misschien nog erger, in de kracht die je hebt en de geaardheid van de kracht die je een ander brengt. Maar het betekent bovendien dat zo iemand geestelijk, van dat leven, vaak heel weinig voordeel heeft.

Het gaat er namelijk niet om dat wij braaf zijn in de wereld, het gaat erom dat wij bewust worden in de wereld. Goed zijn is voor ons een contact hebben met de wereld, een groeien in de wereld, een weten met anderen en met steeds meer anderen in harmonie te leven in een juist begrip. De werkelijke inwijding, de werkelijke gang naar de hogere wereld naar de hemel, wordt bepaald door de harmonie die je hebt met de kosmos en alle delen daarvan, ook mensen. Als u dit gaat begrijpen dan zult u wel inzien dat wij dus als mens moeten leven zolang wij mens zijn. Maar als mens mogen wij daarnaast wel degelijk proberen onze menselijk mogelijkheden te vergroten. En dat is het laatste punt waarop ik u wil wijzen. Elke mens kent in zich bepaalde gevoelens, emoties of bepaalde zogenaamde gaven. Deze kunnen sterk uiteenlopen. De ene mens heeft gevoel voor kleuren , een ander heeft voorgevoelens, een derde voelt aan wanneer een ander emotioneel gestoord is, weer een ander begrijpt de mensen. In feite is hij telepathisch en leest voor een groot gedeelte bij anderen af. Wanneer wij al die dingen naast elkaar stellen moeten wij zeggen: Praktisch elke mens heeft bepaalde kwaliteiten die niet zonder meer materieel verklaarbaar zijn. Deze kwaliteiten behoren wel degelijk tot zijn leven en zij blijken versterkt te kunnen worden wanneer het levenslichaam evenwichtig is. In vele gevallen blijken zij bovendien in betekenis te gewinnen, wanneer de geest een grotere mogelijkheid krijgt om in te werken op het mentaal, astraal en het stoffelijk lichaam. Streven naar geestelijke ontplooiing en bewustwording is dus bij de mens aanvaardbaar mits dit ten doel heeft zijn harmonische mogelijkheid, in zijn eigen wereld, te vergroten. Op het ogenblik dat dit streven tot een ontvluchting van de wereld voert, is het onaanvaardbaar en kan het tot vele, voor de persoonlijkheid, onaangename belevenissen voeren. Zelfs tot een volledig isolement op alle of op enkele gebieden in contacten in de geest.

Ik heb u dit alles voorgelegd in de hoop dat u uw leven nu een beetje anders bekijkt. ’t Is gemakkelijk te zeggen: Wanneer wij maar bestaan. Bestaan is geen leven. Een mens die bestaat en gewoon maar gedreven wordt door de sleur van elke dag zonder meer, is minder dan een plant. Een plant reageert ten minste nog op de zon, omdat haar emotie, haar gevoel van welbehagen, van goed daardoor wordt gestimuleerd. De mens die het alleen maar doet omdat het nooit anders is geweest is, wat dat betreft, minder goed af. Hij betekent minder. Je moet als mens wel degelijk vernieuwing aandurven. Je moet mislukking aandurven, maar je moet dat altijd ook doen in een poging om je eigen gaven verder te ontwikkelen, en om een zo goed mogelijk contact te krijgen met je medemens. Je medemens is voor jou op aarde vaak de enig controleerbare factor, soms komt daar de geest of een deel van de geest bij. Het zijn deze contacten die bepalen of je leeft of niet.