Leven is schoonheid

13 februari 1984

We hebben vanavond een gastspreker met een wat afwijkende stijl. Een Perzische Turk of moet ik zeggen een Turkse Pers? Ik weet het niet precies: In ieder geval was hij van de pers, hij heeft namelijk gedichten geschreven. Zijn wijze van reageren en denken is geloof ik toch wel vooral de verheerlijking van het leven in alle vormen. Misschien dat we daarvan vanavond ook wel het een en ander zullen merken.

De situatie waarin ik mij op het ogenblik bevind, maakt het mij praktisch onmogelijk, om nu even te gaan citeren. Want wat moet je doen als je iemand vraagt: “Als u zo voor het leven bent, wat vindt u dan van de dood?” en hij daarop begint over: Roemers gevuld met tranen, die nimmer leeg raken; smaragden en robijnen die fonkelen? Ik ben niet zo dichterlijk aangelegd. Zijn visie is kennelijk:

  1. Het leven is een continuïteit.
  2. Er is niet alleen een reïncarnatie op aarde, maar er is eigenlijk een voortdurende reïncarnatie van de ene wereld naar de andere.
  3. Het leven moet ervaren worden als schoon, als aanvaardbaar. Pas op dat ogenblik leef je werkelijk.
  4. De kracht van het leven is het beleven ervan.

Nu weet u het dan. U heeft de inhoud gehoord voor zover ik ze heb gehoord. Alleen – en dat moet ik wel zeggen – in een minder vloeiende taal.

Leven is activiteit. Dat ben ik er wel mee eens. U denkt waarschijnlijk dat het mijn hoofdactiviteit is om hier zo nu en dan inleider te zijn. Maar dat is toch maar een nevenberoep. Ik heb op het ogenblik ontzettend veel te doen met allerlei ontwikkelingen op de wereld. Ik houd me bezig met belangrijke geestelijke ontwikkelingen en de bezigheid die ik daarin vind is geloof ik voor driekwart een zelfbevestiging.

Je probeert door wat je doet duidelijk te maken dat je bent. Dat is heel vreemd. Het gaat er eigenlijk niet eens om of je het met succes doet of niet. Natuurlijk is het veel prettiger om een succesje te boeken dan om op een gegeven ogenblik te zeggen: ja mensen, het geeft niet. Het is altijd prettig als het eenmaal geslaagd is kijk je terug met een zekere zelfvoldoening. Maar het gekke is, als het een keer mis gaat – en dat gebeurt ook nogal eens tenminste bij mij, ik heb het niet over anderen – dan is het ook een: kwestie van een zekere voldoening dat ik tenminste geprobeerd heb iets te doen.

Als je het hele leven wil opsommen dan denk ik, dat het een voortdurend zoeken is naar datgene, wat je kunt doen en wat je daardoor kun zijn. En als je alle andere dingen terzijde legt blijft er een ding over: ik heb geleefd, want ik heb gedaan. Dan denken mensen: doen, dat is daadwerkelijk ingrijpen. Nu, vergeet dat maar. Want doen is ook zien; het is horen. Doen is beleven, ervaren.

Soms denk ik weleens dat heel veel van ons leven eigenlijk besteed wordt op de manier waarop een keurmeester kazen keurt. We zijn voortdurend bezig hier te proeven, daar te proeven en te kijken of het in orde is. We zoeken net zo lang tot we de perfectie gevonden hebben.

Er zijn ogenblikken waarin je gewoon een proeve neemt, je kijkt gewoon naar de lucht, verder niets. En ineens valt je een heel wolkenland op, dat alweer langzaam aan het wegtrekken is. Er is ineens een visioen ik kan het niet anders noemen. Een visioen van een wereld die anders is en die toch leeft; een wereld waarin natuurlijk schepen varen en waarin misschien iets ook nog door de lucht vliegt. Maar vooral een wereld waarin tussen de bergen stille dalen liggen als u begrijpt wat ik bedoel.

Zo’n wereld komt voor een ogenblik; het is alleen maar een flits. En dat is nu een daad. Dan heb je iets gedaan. Je hebt misschien jezelf geprojecteerd op een paar stapelwolken. Goed. Maar je hebt schoonheid geproefd, je hebt eigenlijk schoonheid geschapen en wat meer is, je hebt een gedachte de wereld in gestuurd. Elke gedachte die je de wereld in stuurt en die een beetje doelmatig is, is een daad van groot belang.

Nu zit u waarschijnlijk te gniffelen en denkt u: daar heb je de inleider weer aan het woord. Maar kijk nu eens naar uzelf, als u nu menselijke normen aanlegt, normen van succes en de rest, hoeveel heeft u dan gedaan wat werkelijk de moeite waard was? Een enkeling kan misschien zeggen: “Ik heb toch wel wat gepresteerd.” Maar de meesten zullen zeggen: “Tja, ik weet het eigenlijk niet.”

Op die manier geloof ik, dat je altijd in het leven staat omdat je niet begrijpt, wat wel belangrijk is en wat niet belangrijk is. Mensen interpreteren de dingen volgens hun eigen denken, hun eigen beleven. Daardoor krijgen zij een heel vertekend beeld van belangrijkheid. Er zijn dingen die je niet zo gemakkelijk kunt overdragen als je probeert te praten. Misschien moet je er wel een dichter voor zijn om de lofzang van het leven op een juiste manier te zingen.

Als ik gewoon kijk naar wat ik vroeger geweest ben, dan heb ik soms een gedachte eruit gegooid zonder dat ik er eigenlijk bij nadacht wat ik zei. Een impuls, maar zonder het te weten heb ik daarmee iets veranderd. Ik heb misschien ook weleens een keer gewoon in een gekke bui iemand een beetje geplaagd. Ik zag het niet als iets ernstigs. Later blijkt, dat ik het leven van die mensen daardoor ingrijpend heb veranderd. Ik weet zelfs niet of ik dan – dat wetende – wel of niet zou hebben geplaagd. Zo ver gaat dat.

Je hele leven is een aaneenschakeling van beïnvloedingen die je naar buiten schept. Als je op aarde bent kun je maar een heel klein gedeelte van de werkelijkheid overzien. Maar in de geest ga je iets meer daarvan beseffen. Dat is die bekende kwestie van recapitulatie; u hebt dat ongetwijfeld duizend keer gehoord. Je gaat de betekenis van je daden beseffen. Maar dat is niet voldoende.

Het gaat er niet alleen om dat je weet wat de betekenis is van je daden, maar dat je begrip krijgt van jouw leven als een betekenis, als een daadstelling naar buiten toe a.h.w. Op het ogenblik dat je dan weer in een sfeer bent, ga je eigenlijk weer net zo onnadenkend te werk.

U denkt waarschijnlijk, nou, dan heb je dat allemaal beleefd en dan weet je het. Ja, je weet het wel, maar je denkt er niet aan. Je probeert weer het een en ander tot stand te brengen. Een enkele keer vraag ik me weleens af: had ik het niet beter anders kunnen doen?

Ik heb kortgeleden geprobeerd een diplomaat te beïnvloeden. Ik ben er achteraf nog niet achter of ik hem goed beïnvloed heb of niet. Maar wat ik geprobeerd heb is in ieder geval een uitweg te scheppen voor heel veel mensen. De situatie waarin je dan in de geest verkeert, die gaat verder.

Elke keer doe je wat en elke keer komt er ook weer een ogenblik dat je gaat begrijpen wat het betekent: Wanneer je b.v. overgaat van de ene wereld naar de andere dan is er niet alleen de verwondering van de nieuwe wereld, dan is er ook ineens een veel verdergaand besef van jouw betekenis in die oude wereld, die kleinere wereld die je achter je laat.

Door al die gegevens geloof ik niet dat je wijs wordt, (Ik vind het eigenlijk een rotwoord wijs worden, Want als je denkt dat je wijs bent., ben je het zeker niet). Je gaat bewuster kiezen. Alles kun je herleiden tot het ene. Ons leven specialiseert zich, niet doordat we anders gaan leven, maar doordat het doel in ons leven veel scherper omschreven wordt.

We gaan gewoon andere dingen doen, maar we blijven bezig met daden. We blijven bezig met gedachten, en met woorden, met gevoelens. En datgene wat we zelf moeten zijn dat maken we waar. Of we begrijpen wat het betekent voor anderen doet niet ter zake.

De grote moeilijkheid van mijn standpunt uit is, dat je heel vaak meent, dat je weet wat je voor anderen doet en dat weet je juist niet. Je weet niet werkelijk wat je voor een ander doet. Je weet alleen maar dat je iets doet en dat je het zo goed mogelijk dopt, dat je vanuit jezelf probeert te scheppen wat desnoods blijft bestaan wanneer jij al lang weer in een andere wereld zit.

Maar wat je precies doet? Neen, je komt er een heel klein beetje achter, maar hoe dat doorklinkt, daar kunnen zo veel eeuwen overheen gaan. Dan kun je twee of drie keer gereïncarneerd zijn geweest voordat dat helemaal uitgewerkt is.

Dan kan ik begrijpen waarom iemand, die het toch heel ver heeft geschopt, (want onze gastsprekers zijn nu eenmaal niet de eenvoudigste jongens die heel ver zijn gekomen, die heel veel meer bereikt hebben dan ik waarschijnlijk) ook nog zegt: Mens, leef! Het leven is het mooiste wat er is: Het is niet heiliger omdat je allerlei dingen doet en beleeft volgens menselijke waarden, maar doordat je iets schept in de wereld om je heen.

Dat, wat je bent, herschep je op de een of andere manier buiten je. Als je dat eenmaal hebt gedaan heb je jouw bestemming geloof ik voor een groot gedeelte vervuld.

En als het nu toch jouw bestemming is kun je er beter wat vrolijk tegen aankijken dan droefgeestig. Natuurlijk, wanneer je denkt; ik ben het middelpunt van het heelal, het middelpunt dat gediend moet worden, ja, dan dient die hele wereld jou niet, je verdient niets aan die wereld en dan vraag je je af wat voor zin heeft het nog om gedíenstig te zijn?

Maar wanneer je gaat begrijpen dat niets wat je naar buiten toe bent en doet ooit zijn betekenis zal verliezen, dat het deel uitmaakt van een groeiproces als u het zo wilt dan kun je geloof ik ook zeggen: ‘Wat er ook gebeurt, gebeurt er, maar ik proef het beste van het leven. Ik probeer een beetje blij te zijn en een beetje te lachen. Ik amuseer mij maar en voor de rest zal ik de daden stellen, die in mijn wezen liggen.” Daar kun je dan blij mee zijn.

Natuurlijk, het is een beetje krankzinnig om hier te citeren, maar ik heb met een dichter te maken gehad en dan kom je zo nu en dan in een heel eigenaardig parket te verkeren. Ik zou haast zeggen dat zo’n onzinliedje als: ‘ik ben zo blij, ik ben zo blij, dat mijn neus van voren zit en niet opzij” eigenlijk de juiste levenshouding uitdrukt. Het klinkt misschien gek.

Laten we gewoon blij zijn, dat we zijn wat we zijn. Laten we kijken en onze gedachten en onze woorden (als je mensen bent) de wereld ingooien, onze daden stellen. Laten we alleen maar proberen om daarin iets te vinden van een schoonheid, van een vernieuwing, van een perfectie. Als we dat gedaan hebben dan hebben we genoeg gedaan.

Ik moet jullie nog even iets vertellen zonder de dichterlijke omwikkeling van de zaak, want dat is mijn specialiteit niet. Ik zei tegen de gastspreker:

“Ik vind het erg mooi dat u het allemaal zo zegt, maar u moet mij toch eens vertellen, wat denkt u nu van het leven op aarde?”

Toen kwam er natuurlijk een heel mooi verhaal, maar het kwam hierop neer: Je kunt in een hut wonen en dromen van steden van paarlemoer. De schoonheid van die steden maakt het mogelijk om het verblijf in de hut dragelijk te vinden.

Dat klinkt natuurlijk een beetje vreemd. De meeste mensen en ook heel veel geesten zeggen; Waarom ga ik niet in de paarlemoer stad? Dan mag een ander die hut wel hebben. Maar de gastspreker zegt, dat is helemaal niet belangrijk. Het is een soort droombeeld. Maar de schoonheid die wij kennen is iets van de eeuwigheid. Ook als we alleen maar iets in de wolken zien of allen maar getroffen worden door een paar kleuren of wat anders. Het is eigenlijk die schoonheid die het ons mogelijk moet maken verder te gaan waar we zijn.

Nu ben ik natuurlijk niet zo denigrerend tegenover uw wereld dat ik zal zeggen: U woont allemaal in een hut van stro. U leeft in een wereld vol onvolmaaktheden, vol tegenstellingen waar je eigenlijk geen raad mee weet. Nu is de enige vraag die je hier kunt stellen: zou het mogelijk zijn om in onszelf zo veel van vreugde of van schoonheid te beseffen – ook al is het dan natuurlijk geen continu proces – dat we daardoor in staat zijn het beste wat in ons leeft in de wereld buiten ons op een of andere manier kenbaar te maken.

Ik weet niet of ik bij een volgende incarnatie die wijsheid kan meebrengen, ik hoop van wel. Want het is niet zo moeilijk om gelukkig te zijn. Gelukkig zijn begint met weinig eisen stellen en dan begint het met het erkennen van harmonie, van schoonheid elders. Het is geen verwerving in de zin van: je eigen maken. Geluk in het leven is constateren van iets wat er gewoon is. Dat kan je gelukkig maken. Dan hoort daar natuurlijk ook bij, dat je een beetje oog hebt ook voor het belachelijke dat zelfs in de schoonheid een grote rol kan spelen.

Ik herinner mij b.v. dat ik een keer een opvoering van Wagner heb bijgewoond. Er was een zeer beroemde zangeres die Brunhilde zong. Maar ja, als ik haar in een donker straatje, s’avonds was tegengekomen was ik ontzettend geschrokken en had ik de benen genomen. Maar ze zong als een godin. Ik denk dat het ook een deel is van het leven, dat je toch de schoonheid van de stem hoort en niet alleen maar denkt aan het uiterlijk.

Er zijn mensen die een humeur hebben om op te schieten. Maar dan moet je wel een kanon meebrengen anders kom je er nog niet door. Die mensen scheppen zo veel. Ik geloof dat we te veel geneigd zijn om alles als een geheel te zien.

Er zijn b.v. mensen die zeggen: “Moet je die vent zien, met zo’n pakkie an wil hij nog de wijsgeer uithangen ook.” Dat is natuurlijk onzin. Hij kan een wijsgeer zijn, dat heeft niets met zijn kleding te maken. Die komt misschien van C & A of van een nog erger adres. Zij zeggen: “Die zangeres dat is maar niks, ze ziet eruit als een laten we zeggen: publiek gemak.” Nu, dat kan wel zijn, maar als die zangeres goed zingt, wat heb je dan met de rest te maken?

Schoonheid is selecteren. Schoonheid is puren uit alles wat er is; datgene vinden wat wel de moeite waard is, wat wel mooi is. De schoonheid samenweven tot ze zo hecht schijnt te zijn, dat al het ande­re er een beetje onder verdwijnt. Als je zo leeft heb je de zaak natuurlijk wel erg eenvoudig gesteld.

Ik maakte zo net weer een politiek mopje. Dat is ook voorgeprogrammeerd. Want als je in de hersens van het medium kijkt zit er nogal wat politiek kritiek in. Je kunt er als geest niet helemaal omheen. Je loopt er elk moment tegenaan.

Maar wat heb ik eigenlijk te maken met de politiek? Het gaat er toch niet om wat de mensen zeggen? Het gaat er om wat ze doen. Het gaat er niet om hoe ze het verkopen, maar wat ze waarmaken.

Hun betekenis ligt in hetgeen ze presteren. De schoonheid van hetgeen ze doen kan liggen in het geluk, de mogelijkheden die zij voor een mens scheppen. Als dat er niet is, best, dan hoef je naar de rest ook niet te luisteren. Dan hoef je er ook niet naar te kijken om je erover te ergeren.

Je moet gewoon in staat zijn om bij een deel van het leven te zeggen: neen, dat accepteer ik niet. Klaar. Ik weet dat het er is, maar voor mij hoeft het niet. Als u zo ver bent gekomen dat u dat denkbeeld te pakken krijgt, dan denk ik, dat u een heel klein beetje komt in de richting van werkelijk leven. Want je kunt natuurlijk wel voortdurend bezig zijn met dingen die lelijk zijn weg te vagen, maar je houdt niets meer over.

Je kunt ook beginnen om één ding te maken wat mooi is. Dan is er tenminste enige schoonheid in de wereld. Je kunt beginnen met een mens te veroordelen en al zijn zonden a.h.w. voortdurend op te lepelen. Of die mens daar beter van wordt is een grote vraag en jij wordt er kotsmisselijk van. Maar je kunt misschien kijken of er in een mens één ding is wat de moeite waard is en dan dat ene ding nog zorgvuldiger opkweken dan een plantje dat je hebt gekregen voor een wedstrijd.

Ik denk dat je dan op een gegeven ogenblik dingen ziet die mooi zijn, die goed zijn. Je hele geestelijke leven valt uiteindelijk uiteen in licht en duister, van werelden waarin schoonheid en harmonie enorme betekenis hebben aan de ene kant en aan de andere kant werelden die juist voortdurend bezig zijn met de kritiek. Misschien is het een beetje vervelend om te zeggen “kritiek”, want het kan natuurlijk opbouwende kritiek zijn.

Het is gewoon: het goede dat er is sterker maken, het licht dat er is een klein beetje duidelijker zien en in dat licht a.h.w. de nieuwe kleuren zien, die dat licht openbaart.

Wij leven allen in een wereld van vreugde, maar we zijn vaak niet in staat die vreugde te zien. We leven in een wereld waarin de schoonheid overal bloeit, ook in oorlogen, ook op mesthopen, ook in de diepste ellende. De schoonheid is er altijd, maar we moeten ze durven proeven. Ik denk dat daar onze moeilijkheid ligt.

We leven niet echt. Zeker, we zijn bezig met het stellen van onze daden, met het voortbrengen van allerlei schoonheden en mooie dingen. Maar wat doen we? Wat doen we in feite? Eigenlijk doen we niets anders dan ons beklagen omdat onze dromen niet waar zijn en we onze daden stellen zonder te beseffen wat ze betekenen. Als onze daden gericht zijn tenminste op het scheppen van harmonie, van een beetje schoonheid, dan denk ik dat we veel intenser gaan leven. Hoe intenser we gaan leven, hoe dichter we komen bij de zin van het leven zelf.

Het zijn maar een paar gedachten. Het is iets wat zo’n gastspreker in je wakker roept.

De gastspreker is iemand, die voor zich de essentie van leven en harmonie gevonden heeft, de vreugde van het bestaan zou ik haast zeggen. Ik ben iemand, die ze vaak ervaart en die al geleerd heeft, dat het beter .is om gewoon bezig te zijn en in dat bezig zijn dan toch iets van harmonie te vinden, hoe dan ook. Maar wat hij kan beleven kan ik nog niet beleven; wat hij kan brengen kan ik nog niet brengen. Ik kan alleen maar deelhebben aan en geloof me, dat doe ik volledig.

Wanneer de tijd voorbij gaat en de dagen sterven dan wordt altijd toch weer een nieuwe zon geboren en de hemel openbaart zich opnieuw. Ik denk dat dat de grote kunst is. Zolang we in het verleden leven, zolang we leven met de oude maatstaven zullen we voortdurend bezig zijn de afzichtelijkheid en de lelijkheid te bestrijden en ze daardoor vaak juist creëren. Maar wanner we eindelijk zo ver komen dat elke dag een nieuw leven is, dat elke ervaring een nieuwe ontmoeting is, dan denk ik, dat we in dit voortdurend nieuw‑zijn schoonheid en harmonie beleven. Wat meer is, dat we juist daardoor die lading krijgen in onszelf waardoor ons leven ook schoonheid kan brengen, vrede kan uitstralen en harmonie duidelijker kan maken.

Als inleider krijg je niet al te veel kans om dat te doen, maar je probeert het. En wanneer je je bezighoudt met allerlei gebieden dan probeer je het ook. Als ik morgen weer een andere taak krijg in een andere wereld of de uwe en ik heb ze eenmaal aanvaard, dan zal ik proberen om daarin ook iets van schoonheid, iets van harmonie, iets van vrede te beleven en uit te stralen.

Want als we de hoop opgeven omdat het verleden ons belast, als we ons laten jagen door de haat van gisteren, dan leven we vandaag niet echt meer. Dan gaan ten te gronde aan ons verleden. We moeten vandaag leven omdat vandaag de schoonheid en de harmonie kenbaar maakt die dan morgen onze werkelijkheid kan zijn. Zo heb ik het begrepen.

Misschien een beetje stom, maar een leerling kan ook niet alles beseffen. Het lijkt mij echter van mijn kant wel de meest juiste inleiding die ik kan geven voor de gast die zo dadelijk komt. Ik zal hem vragen of hij zijn dichterlijkheid zo ver wil beperken, dat hij begrijpelijk blijft. U ziet dat ik zelfs hier probeer de schoonheid aan te passen aan het oog van de beschouwer. Ik zal hem daarnaast vragen of hij u misschien iets kan geven van de zin en de betekenis die ik u wel in woorden probeer te schetsen, maar die waarschijnlijk aan u voorbijgaan.

Ik ben van één ding overtuigd‑ wanneer iemand van ons – mens of geest – de schoonheid, de harmonie gaat beleven die gewoon is in het bestaan, in het uiten wat je bent, dat we dan heel dicht komen bij dat bewustzijn, waarin alles zijn plaats heeft en alles tezamen schoonheid is.

Aangezien ik het nog niet zo ver heb gebracht en u ook niet, zullen we nu maar gaan eindigen met deze inleiding, dan heeft zo dadelijk de gastspreker alle tijd. Let een klein beetje op de persoonlijkheid, op de uitstraling vooral van degene met wie u te maken krijgt; want het zou zeer interessant kunnen worden voor u, een beleving van iets anders, dat net achter de grenzen van de redelijkheid schuil gaat.

De Gastspreker.

De dauw maakt van duiveneieren parels. Maar ik mag niet dichterlijk zijn heeft uw vaste inleider mij verteld. En toch, scheelt het zo veel? De zachte gloed van de parel en de zachte gloed van een licht, vochtig duivenei. Het oog ziet dezelfde tinteling, dezelfde melkbleke kleurenwaas en verheugt zich in de schoonheid.

Schoonheid ligt in alle dingen. Schoonheid ligt soms te midden van ondergang, in het verterende vuur dat in een grote brand vreet aan alles wat mensen dierbaar is, in de rookwolken die aankondigen dat een vulkaan gaat uitbarsten. Allen bij elkaar hebben ze een wonderlijke schoonheid en zijn soms op de achtergrond een dreigende verschrikking. Maar de verschrikking ben je geen meester.

Zij, die de verschrikking meester zijn of denken te zijn, ze zijn de ruiters op wilde dieren, die worden meegesleurd terwijl zij denken dat ze een richting bepalen. Maar zij die de schoonheid zien, zij kunnen de verschrikking verdragen. Niet neer dan dat.

Leven is schoonheid zien, in jezelf vrede kennen en verdragen. Uw groep noemt zich de Orde der Verdraagzamen en u ziet het alleen als een uitdrukking van elkaar kunnen dulden. Maar verdraagzaam zijn zou ook tegenover jezelf moeten gelden. We zijn vaak de grootste ramp die ons ooit kon treffen. Maar wanneer we beseffen hoezeer we gedragen worden door een gevoel van hoop, een lichte gloed van toch schoonheid, een vage zweem van harmonie, dan kunnen we zelfs onszelf verdragen en dat is heel begerenswaardig.

Mensen begrijpen niet hoezeer de dingen wisselen. Wanneer je in de woestijn bent en in de verte de top van een boom ziet, dan denk je aan water. De schipbreukeling op zee, die de vage top ziet van een berg, bijna verborgen als een soort wolk aan de horizon, droomt van land.

We dromen altijd van het andere omdat het onze noden zijn die bepalen, wat we begeren maar ook wat in onze ogen goed is.

De wetten zijn vreemd in het leven, zeker in het leven der mensen. Ze zeggen je dat bepaalde dingen goed zijn en dat andere fout zijn. Maar kijk dan naar het verleden. Als juwelen van het verleden vergaart men het bloed én de tranen van slaven, die kwaadspraken van hen die de gedenktekens oprichtten en vereert als teken van oude beschaving de altaren van goden, die gebaad hebben in onschuldig bloed. Men verheerlijkt de grafzerken die zijn opgericht door mensen, die zo hun schuld wilden afkopen als zij je bevrijdden van de spookdwang van dwalende geesten. Wonderlijke wereld!

De grootheid van eens is het begeren van een heden dat zijn eigen grootheid niet kent. Veel, van de dromen die eens sprookjes waren of toverij zijn de dagelijkse dingen van uw eeuw. Hoe kunnen wij grijpen naar het verleden of naar de toekomst, als we niet de schoonheid kennen van onze eigen tijd?

Je kunt niet leven in wat was. Je kunt niet leven in wat zal zijn. Je kunt alleen maar leven met de wereld die is, met jezelf zoals je bent, met de mogelijkheden die er vandaag bestaan. Als je daarmee leeft kun je vrede hebben met alles wat er is. Niet omdat het goed is, maar omdat het bestaat.

Als je de dingen ziet die werkelijk bestaan kun je als mens of geest niet anders dan een antwoord geven, een antwoord op wat bestaat, zoeken naar een klank, zoeken naar die vage melodie als van een herder die fluit speelt achter een heuvel; een vogel die door de lucht gaat en voor een ogenblik in zijn zang je ketent en tot je zegt: je bent niet zo eenzaam als je denkt.

Leven is de verbondenheid. Maar wie verder trekt hoort de fluit niet meer. Hij zal de kudde niet zien en de eenzaamheid keert terug. Maar hij, die naar het geluid gaat en misschien voor een ogenblik neer zit bij het vuur en rust naast de kudde, hij voelt zich deel van een geheel. Als hij morgen verder gaat is het landschap voor hem gevuld; niet alleen met de ijle klank van een fluit, maar met het geblaat van schapen, de geur van een mest‑ of houtvuur, misschien de smaak van een sterke thee of van een bladerdrank en de gedachte dat er altijd wel iemand zal zijn.

Wij zijn niet alleen en verlaten in het leven. Maar wanneer wij niet ontmoeten wat langs onze weg is, is onze weg eenzaam en vergeefs. Dan denken we terug aan wat we hebben achter gelaten en we dromen van wat we zullen bereiken en nooit waar zien worden.

Leven is vandaag zijn. Leven is ontmoeten van het gebeuren. Leven is uit het geheel altijd weer die ene fonkeling vinden die tot je spreekt, die wordt tot een juweel in je gedachten; een sieraad dat je verborgen met je draagt waar je ook zult gaan.

Als je alleen bent, als je vele dagen misschien te paard door onherbergzame streken gaat en er geen herberg is om een ogenblik te rusten, dan lijkt het of je wereld verzinkt in een roes van eenzaamheid. Dan is het paard zelf een automaat geworden en het briesen en het geluid van de hoeven, het wervelende stof zie je, ruik je en hoor je niet meer. Je bent een zinloze beweging in een zinloze ledigheid. En alleen het denkbeeld van een taak of een bestemming doet je nog verder gaan.

Maar als je wereld gevuld is, wanneer alles langs de weg een ogenblik voor je fonkelt, als je ziet hoe een hagedis een ogenblik weg schiet als een kleine flits van tienduizend kleuren gevangen in een vreemde kleine gestalte, als je ziet hoe het kruid een ogenblik nog worstelt met het zand en iets verder misschien verdord en angstig neerligt, wachtend op een volgende regen, dan is je wereld zo vol. Dan kun je niet anders dan antwoorden.

Dan hoop je op regen met de verlepte beplanting. Dan zoek je zon en warmte met de hagedis die voortijlt. Dan zingen de hoeven van je paard een lied en het stof zelf is als een banier, die je achter je mee sleept zeggende: “Ziet, hier kom ik.” Dan ben je trots en vergeet je dat je ledematen moe zijn. Dan ben je een veroveraar in een onbekende wereld. De liederen die in jouw gedachten stijgen zijn een lofzang op het leven. Dan ben je sterk.

Waar de moedeloze als een automaat verder gaat en neer zal vallen, heb jij nog de kracht om door te gaan. Daar waar de zon een ander schijnt te doorboren tot zijn brein verteerd wordt, is er voor jou nog een trage schaduw. Daar is nog een weg en er is ondanks alles nog een glimmering van schoonheid, die zelfs uit de schittering van het zand terugkaatst. En je spreekt over oneindigheden.

Leven is kracht. Maar hij, die alleen leeft als een automaat, is krachteloos. Daarom is het zo belangrijk dat je deelhebt aan het leven. Dat je je niet terugtrekt uit het gebeuren, maar steeds blijft degene die ziet, degene die leeft, degene die doet, verbonden met alle dingen, racen met de wolken, spelen met de wapperende wind, lachen misschien opdat de echo je lach zal kunnen beantwoorden.

Leven is een antwoord op het leven. Leven is de kracht die zelfs het schijnbaar dode tot leven brengt. Leven is een zang die in de woestijn blijft klinken, zelfs als de drager van het leven daar moet sterven. Leven, leven is soms uitgebeten door duistere grotten zoals de rotsige kust zo hier en daar. Maar het duister van de grotten is alleen maar om de branding op te vangen of om wat leven beschutting te geven.

De levende leeft met de zon en de wind. De kracht waaruit wij leven is een Alkracht, is meer dan de zon. Het leven zelf is de bedwinger die alles bedwingt tot de zon en de natuur toe. Het leven is de oorzaak, die een antwoord is op de Eerste Oorzaak.

Het leven is de intensiteit waarmee alle dingen gestalte krijgen, alle dingen zin krijgen en de simpele eenvoud van je eigen wegen zich ongemerkt kan vervlechten met de enorme veelheid die de fonkeling uitmaakt van de schepping.

Je leeft. Besef dat het goed is om te leven. Wat er ook komt, je zult leven. Er is geen werkelijke dood die uitblussing is. Er is alleen maar leven en leven is kracht. Je bent sterk in jezelf, sterker dan je weet of beseft of denkt. Overweeg niet hoe sterk je bent, maar geef antwoord aan jouw wereld, steeds weer.

Vraag je niet af waarheen de weg uiteindelijk voeren zal. Ga ver­der langs het pad dat voor jou openligt en drink de nieuwe waarden in.

Verheug je in de dorpen die je moogt betreden en als je ze achterlaat verheug je in de weg die verder gaat.

Geen edelsteen is zo stralend als het leven dat werkelijk leeft. Geen lied is zo schoon als de zang van een wereld die wordt verstaan. Niets is zo zinvol als het zijn en antwoorden op het zijnde en daardoor weten dat je bestaat.

Leven, leven is een woord dat men als een keten heeft geslagen om de waarheid van bestaan. Men heeft het gevuld met duizend‑en‑een begrippen. Toch ben je. Je leeft. Je bestaat. Wij zijn. Wij zijn deel van het zijnde. Wij, met onze schijnbare beperkingen, zijn deel van het onbeperkte. Wij, die leven zien als een flits, wij zijn deel van het licht dat niet dooft.

Wij dromers, gevangen in een sfeer, in materie, wij zijn de zangers van het eeuwige lied. Wat wij zijn klinkt mee in een melodie omvattender dan die der sferen. Wij zijn deel van Al. Zoals de hele wereld hoort tot hen die de harmonie kennen met die wereld, zo zal alle leven antwoorden op ons leven wanneer we harmonie kennen met het leven.

Wij zijn niet hulpeloos en geslagen. Wij zijn geen bedelaars langs onbekende wegen. Lachend rijden wij uit, nog een ogenblik herproevende de roes die de nacht bracht. We rijden naar de zon en proeven reeds de roes van leven, van verder gaan, van zijn, tot de avond valt, dranken ons verfrissen en woorden een ogenblik een keten van harmonie vlechten tussen ons en de sterren die zo fel en zo ver zijn.

Laat uw leven zijn als dat van een reiziger die zich verheugt in de reis. Alle ongemakken kun je verdragen, want ze gaan voorbij. Al wat is, is schoonheid die je proeven kunt. Als het een ogenblik bitter dreigt te worden blijft de verwachting van de avond, wanneer de beslotenheid van een lichtglans in het duister de dromen herbouwt, het lied van de schoonheid zingt als nooit tevoren.

Leef mens: En weet dat je leeft. Kies je weg niet zo zorgvuldig. Laat je drijven door de wind. Laat je koers bepalen door de stand van de zon, door de gloed van de sterren. Vrees de hitte en de koude niet. Laat je ogen oogsten wat het Zijn aan schoonheid biedt.

Laat je gedachten uitgaan en loven wat er is aan schoonheid en erkenning en je zult sterker zijn dan een vorst. Dan zijn de dagen nabij dat je stralend zult schrijden door weiden waar sterren allen bloemen zijn. Dan zal de kracht waarvan je nu soms droomt niet meer zijn dan een gering gebaar van een pink of een arm, die voor een ogenblik een mouw herschikt. De gordel die eens honger en benauwenis heette verandert in een sterrenband, een sleutel tot oneindigheden.

Durf vandaag te leven opdat het leven voor jou de eenheid is, de werkelijkheid van leven die geen morgen kent en geen gister. Denk je dat je zwak bent De adem van de werkelijkheid streelt je voortdurende soms je stuwend, soms je remmend.

Adem maar in met volle teugen en je zult je kracht voelen groeien. Wat eens een droom was kun je voortbrengen door een daad, door een woord, door een lied. Niet dichterlijk zijn? Wat is de kosmos anders dan het gedicht van de Eeuwige Dichter? Hoe kun je schoonheid vangen wanneer je de woorden rangschikt volgens de rede, barre soldaten des doods in het gelid gesteld om onder te gaan?

De droom is meer omdat de droom het antwoord is op de werkelijkheid, omdat de droom de sleutel is tot de werkelijkheid. Wees niet bang om te leven en wees niet bang om te sterven. Ga je gang door barre werelden, door de volle vruchtbaarheid van beladen boomgaarden en zing je lied van eenheid met het Zijn. Dat is de kracht. Dat is de zin. Dat is de werkelijkheid van al het levende.

Verwaaid zijn de tijden dat ik met anderen zittend in de chan, sprak over lippen als robijnen, over ogen die als maanstenen weerkaatsen, over de volheid van de liefde, de drank die zo brandend kussen kan: de wijn. Toch zing ik nog steeds die liederen. Licht is mijn wereld en in het weven van de gelijkheid ontstaat de totale wereld.

Ik ga op paden die ik al vergeten was en ik ga op paden die ik nog niet ken. Maar ik besta en ik leef. Elk ogenblik ontmoet ik schoonheid. Elk ogenblik weer is er een harmonie, die juist zo veel verder gaat dan het woord, dat ik wel zingen moet omdat ik niet meer spreken kan.

Voor hen die dagen tellen zijn er vele jaren vergaan vanaf het ogenblik dat ik op uw wereld stierf en het ogenblik waarop ik weer zing vaak in vele talen, opdat de mensen zullen weten dat leven onbeperkt is. Nog steeds juich ik over alle werelden die mij ontmoeten.

Ga onbevreesd uw wegen. Treur niet over wat niet is geweest of wat voorbijging. Want wat waarlijk was als deel van u bestaat zonder grenzen.

Neurie de klank van het eeuwigverbondene voor u heen en ge zult gelukkig zijn. Want bestaan en beseffen wat het bestaan is, leven en doorleven wat het leven is, is het grootste geluk dat ons ooit beschoren zal zijn. Moge het geluk van leven worden tot openbaring van al het leven.