Leven, levende krachten en werkelijkheid

8 november 1982

Inleiding

Vanavond hebben we een filosofisch gastspreker voor u. Wanneer je een beetje filosofeert over allerlei dingen kom je onwillekeurig terecht bij de dood. Het is eigenlijk heel vreemd dat de mensen daar zoveel drukte over maken. Want als je geboren wordt begin je te sterven.

Sterven is iets onbekends, het is anders en het is soms ook een gemis, dat weet ik wel. Je denkt aan de dood niet als aan een ontpopping, maar dat is het toch eigenlijk wel. Je spint jezelf langzaam maar zeker in, vooral wanneer je ouder wordt. De dingen gaan allemaal veel sneller omdat je zelf veel trager bent. Dan komt er een ogenblik dat het hele lichaam weigert. Je zit dan eigenlijk een beetje in de pop, in de cocon opgesloten. Wanneer je daar uit komt moet je nog even accepteren dat je anders bent geworden en dan zijn er alleen nog maar zonnige weiden en bloemetjes en kun je nectar gaan puren.

Waarom zouden de mensen eigenlijk zo bang zijn geweest voor de dood? Misschien omdat ze in het verleden bezig waren met al de verschrikkelijke onderaardse rijken, de Erebos, enz. Altijd weer hebben ze dat voorgesteld in zuiver stoffelijke termen.

Nu lijkt mij de dood in zuiver stoffelijke termen omschreven iets onmogelijks. Zeker als je dan de angst van de mens bovendien nog gaat vocaliseren. Je gaat daar begrippen en woorden aan verbinden. Je gaat allerlei emotionele krachten daar aan toevoegen. Misschien is dat een van de eerste dingen, waar je een beetje raar tegenover komt te staan wanneer je over bent. Want het is gewoon anders. Ik denk dat heel veel menen zich afvragen waarom.

Waarom is het nu zo anders dan wij het geleerd hebbers? Hoe kan ik u dat vertellen? Er zijn heel goede wiskundigen geweest. Maar als Einstein aan het rekenen was en zijn formules aan het bewijzen was dan waren de wiskundigen hem halverwege kwijt. Gewoon door gebrek aan materiaal.

Zo is het eigenlijk ook bij een mens die dood gaat. Als je in onze wereld kom dan begin je weer klein. Natuurlijk erg vervelend als je bijvoorbeeld staatsman bent geweest of directeur van een international, want dan ben je er zo aan gewend dat je de top bent, maar dan moet je weer klein beginnen. Dat klein beginnen is eigenlijk spelen. Wat is er prettiger dan te spelen en te leren tegelijk? Want dat is het geestelijke bestaan eigenlijk. Alle demonen – die zijn zeker wat hun vormen betreft geschapen door de mens – en duivels die je ontmoet, komen uit je binnenste voort.

Er zijn natuurlijk wel entiteiten die niet positief zijn, maar de voorstelling aan hen verbonden wordt door jezelf gemaakt. Die mensen waden door grotten en krochten; ze klimmen door kloven, er zijn meren van vuur en alles wat je er maar bij kunt denken van een reeks sadistische kampbewaarders tot misschien de Here God met een knoet, bij wijze van spreken.

Maar die dingen maak je toch zelf? Zoals wij ons beeld van na de dood en de betekenis van de dood op aarde zelf maken, zo maken wij het beeld van God, zo maken wij het beeld van de natuur. Zelfs de meeste beelden die wij inwijding noemen maken wij voor een groot gedeelte zelf.

U wilt er graag een naam aan geven, dat kan ik best begrijpen, maar een naam heeft altijd een bijklank en die bijklank is zelden helemaal juist. Als ik zeg: “Zomerland”, waar denkt u dan aan? Denkt u dan aan een land waar je ligt te transpireren aan het eeuwige strand aan de oceaan van de tijd? Of denkt u misschien aan iets lenteachtigs? Maar het is geen lenteland, het is Zomerland.

Zomer betekent volheid van leven, de tijd voor het vruchtdragende, in die zin is het Zomerland. Het is dus een analogie. Heel veel mensen begrijpen dat niet. Voor hen is Zomerland dus werkelijk een fantastisch mooi gebied met hemelse bollenvelden, nieuwste variaties, schitterende bossen, tempels, huisjes, dorpjes, mooie lichtpilaren waaromheen ze zitten te praten. En ergens is het waar, want ze maken het zelf. Maar het is niet de werkelijkheid, het is gewoon een periode. De zomer is de periode van het rijpen. Zomerland is het land waarin je rijpt voordat je geestelijk verdergaat.

Er zijn heel veel mensen die eigenlijk een beetje vreemd kijken als je zegt, dat er geen toestanden zijn. Nu geef ik toe, dat als er twee onbewuste overgaan ze zo veel toestanden maken, dat 500 bewuste er meer dan genoeg aan hebben, maar er zijn geen situaties buiten die welke je zelf maakt.

Wanneer wij spreken over een wereld van klank en kleur dan denken de mensen: dat moet iets zijn met mooie muziek en lichtjes. Maar dat is ook niet waar. Het zegt het precies: klank, lagere trillingen die je dus a.h.w. waarneemt als je nog niet kunt zien, en kleur, waarneming die je pas kunt doen als je kunt zien. Zolang je in Zomerland leeft kun je eigenlijk de werkelijkheid ook niet zien, daar moet je eerst voor wakker worden. Kom je daar bovenuit, dan word je je ineens ervan bewust, dat alles wat jij tot vormen hebt gedacht en waar je allerlei aardige begripjes omheen hebt geweven, eigenlijk niets anders is dan een reeks van trillingen. Daarboven zie je dan de kleuren.

Het is zo eenvoudig als maar kan, maar het is moeilijk om het je voor te stellen. Juist daarom kan ik mij echt voorstellen, dat de mensen heel gek zitten te kijken als ze worden geconfronteerd met de dood. Dat de één absoluut naar de engeltjes toe wil – waarschijnlijk omdat hij ook een keer gratis wil vliegen – en dat de ander daarentegen weer bang is dat hij door hooivorkdragende duiveltjes zal worden ontvoerd naar een vurig beneden.

Maar het zijn droomwerelden, het zijn geen echte werelden. De werkelijkheid kun je niet uitdrukken. Wanneer je te maken krijgt met zo’n gastspreker dan heb je te maken met iemand die probeert een brug te slaan tussen de menselijke begripswereld en dat andere, dat eigenlijk niet helemaal uit te drukken is. Het is een manier waarop je alle dingen door elkaar probeert te vlechten. Een God die geen gezicht heeft en geen gestalte, die toch ergens een persoonlijkheid is, is bijna onvoorstelbaar. Dan komen we terecht bij de vage lichtwolk of iets anders. Misschien betekent het voor sommige anderen de oorzaak van de bliksem.

Als je daar zo mee bezig bent en je moet filosoferen, dan moet je ergens iets opbouwen waardoor een wereld begrijpelijk wordt, zonder dat je hem gelijktijdig vast legt in onjuiste beelden. Natuurlijk hebben we dat wel gedaan in het verleden. Een collega van mij heeft zich altijd gedragen als een buschauffeur bij een toer door de sferen heen. Hij heeft de mensen wat laten zien van de architectuur die daar voorkomt, van de lanen en huizen, maar ook van het landschap. Hij heeft daarbij eigenlijk alleen maar de gedachtewerelden omschreven waarin mensen na de dood leven. Maar het zijn en blijven beelden, die je niet te zeer als concreet moet opvatten.

Het is dus niet zo: ik ben geïnteresseerd in architectuur, dus ik ga naar die sfeer waar die mooie architectonische beelden staan. Je zou het wel willen en misschien kun je het voor jezelf waarmaken, maar dan zul je je eigen gedachtestructuren toevoegen aan hetgeen er is. Je zult nooit in precies die wereld terechtkomen, die iemand die van buitenaf waarneemt er voor een ogenblik in ziet. Daardoor heb je eigenlijk denkers nodig, die zich bezig houden met het onzegbare en gelijktijdig daardoor gevoelens en denken kunnen samensmelten tot een begripsuitdrukking die net niet vervreemdend is, die je net niet helemaal uit de werkelijkheid gooit waarin je leeft, maar die aan de andere kant duidelijk maakt dat ze maar een klein stukje is van het geheel.

De gast, die wij vandaag hebben, een redelijk sportief type, is voortdurend bezig om tussen de werelden lijntjes te spannen. Geen lijntjes waarlangs je kunt lopen, maar lijntjes van begrip. Een begrip dat zo ver gaat dat je begrijpt, dat de vormenwereld waarmee je te maken hebt onbelangrijk is omdat ze toch verdwijnt en gelijktijdig, dat je innerlijk en de waarden die je in jezelf draagt, superbelangrijk zijn omdat ze al het ervaren, al het beleven in zich draagt en mogelijk maakt, waardoor je ook begrip krijgt voor een wereld onafhankelijk van haar structuur.

Hoe moet je zo’n denker omschrijven: Is hij een goeroe? Eigenlijk niet. Hij onderwijst niet in de directe zin van het woord. Zou je hem misschien een gids moeten noemen. Ook niet helemaal, want hij vertelt je niet dat je een bepaalde weg moet gaan. Misschien zou je het beste kunnen zeggen: een empaat. Iemand die gevoelens deelt. Iemand die weet wat je voelt en daarbij probeert iets te geven, iets te scheppen, waardoor jij dankzij je gevoelen en dankzij de kern van je eigen wezen, een wereld kunt ervaren die net een beetje verder gaat dan je tot nu toe had gedacht.

Ik heb mij ook laten verleiden tot opmerkingen als: “Bent u dan een adept?” Toen heeft hij gezegd:

“Een adept is iets wat niet bestaat. Een adept is een titel voor iets wat de mensen niet begrijpen. Zouden ze het begrijpen, dan zouden ze zeggen: het is wakker zijn terwijl de anderen nog slapen.”

Ik heb hem ook gevraagd of hij op aarde misschien goeroe zou spelen. Zijn antwoord was ook weer heel typerend.

“Degene die een leermeester zoekt, leert in het zoeken, niet door de meester die hij vindt. En degene die geen leermeester zoekt, kun je als leermeester niets bijbrengen, want die luistert alleen naar datgene, wat hij al meent te weten.”

Misschien krijgt u zo een beetje begrip voor wat de gastspreker is. Het duidelijk maken van wat je bent, zoals deze entiteit doet, is één van de moeilijkste dingen die er op de wereld bestaat. Wanneer hij zegt: “Daarom ben ik geen goeroe en daarom ben ik dit niet en dat niet”, dan probeert hij duidelijk te maken dat we eigenlijk niet zijn wat wij denken te zijn.

Ik denk trouwens dat dit ook zijn onderwerp wel zal worden. Een klein beetje ervaring met gastsprekers heb ik in al deze jaren wel opgedaan. Maar wat hij in wezen is kan hij natuurlijk alleen zelf weten. Zou dat dan niet voor iedereen gelden? Als wij weten wat vrij zijn is bestaat er geen angst voor de dood. Dan bestaat er eigenlijk niets anders meer dan een erkenning van een willen. Dit willen, drukken we dan uit op duizend en één manieren. Misschien in gedachten, in fantasie, in werkelijkheid en daarnaast is wat wij zijn het enige echte. De uitdrukking is gewoon het ontzag dat je hebt voor de Schepping waarvan je deel bent en waarvan je je gelijktijdig bewust bent als een deel van jezelf. Zo zou ik het willen zeggen.

Alle angsten, alle vrezen, alle noden, alle plechtigheden en rituelen komen dacht ik voort uit ons onvermogen als mens, en soms ook als geest, om die werkelijkheid te beleven, die wij zelf zijn. Nu is het natuurlijk heel nuttig om te zeggen: ik weet dat ik veel ben. Maar realiseer je eens dat je te maken hebt met vandaag. Wat je vandaag kunt is niet wat je morgen kunt. Wat je vandaag bent is niet wat je morgen bent. Dat zijn uitingen.

Maar in jezelf is iets waarmee je voortdurend bezig bent. Iets wat je wilt. Wat je blijft willen en wat je eigenlijk in 10 of 20 verschillende vormen probeert uit te drukken. Dat ben je zelf. Die wil is het enige belangrijke. Die bepaalt immers hoe je je hele wereld beleeft, hoe je er deel van zult zijn. Al dat andere kan je voorlopig wel vergeten.

Probeer het nu eens gewoon te zien zoals deze gastspreker het tegenover mij. Ik weet niet wat ik ben. Ik weet niet wat het bestaan is. Ik weet alleen dat ik de vreugde van het bestaan slechts kan aanvaarden als ik ook aanvaard, dat ik ben als deel van het bestaande

Dat zijn van die leuke opmerkingen waarvan je zegt: “Tja, wat moet ik daarmee aan.” En toch is dat volgens mij de waarheid. Het gaat er om dat je er bij hoort, dat je er deel van bent. Niet in de zin van: ik hoor bij een klein clubje. Nee, ik ben deel van alles, deel van de hele mensheid. Ik ben wat bewuster van alle geestelijke werelden, die ik in welke vorm of hoe dan ook beleef. Ik ben er deel van. Ik hoor er bij. Dat erbij horen is de eerste belangrijke erkenning. Je kunt niet los staan van het bestaande.

Daarna komt de tweede fase en die is voor de meesten een beetje moeilijker: die hele wereld ben ik.

We moeten begrijpen, dat de uiterlijke vormen en de manier waarop het naar buiten toe gaat eigenlijk van veel minder belang is dan de wil die er in zit. De wil, dat is het belangrijke. Want met die wil kun je één zijn. Dan kun je als vanzelf de vormen daarnaast wel accepteren.

Ik mag zo langzamerhand gaan sluiten. Ik krijg een signaal dat de spreker nogal wat tijd nodig zal hebben en dat betekent, dat mijn spreektijd dus navenant korter mag zijn. Maar, ik heb toch nog een paar dingen te vertellen.

Het zijn eigenlijk ervaringen die je zelf doormaakt en ze zijn daarom nogal persoonlijk gekleurd. We gaan wel eens naar wat wij noemen lagere sferen toe. Zit er iemand in nood, vis hem er dan uit als je kunt. Het gekke is, als je naar die werelden kijkt en je bent er bang voor, dan kun je niets doen. Wanneer je probeert die werelden te bestrijden mislukt het. Soms haal je er wel iemand uit maar het gaat altijd met moeite. Maar op het ogenblik dat je aanvaardt, dat in die wereld – zelfs in die wereld waar zo’n entiteit dan in vertoeft – ergens de wil bestaat tot het licht; dan is het net zo eenvoudig als een schroef uit het vet halen. Dat glijdt en is zo klaar.

Zolang we bezig zijn met voorstellingen van veranderingen die noodzakelijk zijn kunnen we eigenlijk heel weinig doen. Want we kunnen namelijk het andere niet werkelijk veranderen. Wat dat betreft ook onszelf niet. Wij kunnen alleen onszelf bewuster en juister zijn. Dus wanneer wij bezig zijn met veranderingen komen we weer in zo’n strijdaspect terecht en zitten we weer in de moeilijkheden.

Toen ik een van mijn eerste gevallen had (dat was niet eens zo erg, het was iemand die verloren was geraakt en net een beetje onder de nevel begon uit te komen) ben ik naar hem toe gegaan, echt met het idee: dat zal ik even opknappen. Je had het moeten zien, de kruistochten waren er niets bij. Ik kwam gebutst en gedeukt thuis. Toen heb ik mij afgevraagd, waarom eigenlijk? Maar ik had er in elk geval iemand uitgehaald en dat was het belangrijkste.

Nu begrijp ik, dat ik gewoon het andere nam volgens zijn eigen waardering. Dat is voor mij de grote ontdekking geweest. Voor u gaat het waarschijnlijk op uw eigen manier.

Maar als je een hellewereld ziet waar je naar toe gaat en je probeert die wereld weg te dringen kom je nergens. Aanvaard je die wereld zoals ze zich toont, dan ben je gebonden aan de wetten van die wereld.

Dan kun je niet zeggen: ik ga een eindje vliegen. Maar dan moet je trapjes klimmen. Dan kun je ook niet zeggen: ik ga hier even wat eten om op krachten te komen. Want dan blijf je zeker beneden omdat je zwaargewicht bent tot je alles verteerd hebt.

Maar op het ogenblik dat je zegt: die wereld is eigenlijk een uitdrukking van een behoefte aan licht en ik ben licht, dan vallen alle wetten van die wereld weg. De dreiging, alle elementen van strijd die er met die wereld kunnen bestaan, vallen weg. Wat er overblijft is gewoon de vraag: kan ik de persoonlijkheid aanvoelen en er het contact mee krijgen dat ik zoek? Is mij dat mogelijk, dan is het werk gebeurd.

Iedereen zal het wel een beetje op zijn eigen manier doen. Ik heb ook een tijd gehad, dat ik ze meesleepte naar een reddingsseance. Dan nam ik zo iemand mee en zei tegen hem: “Luister, je bent dood. Geloof je het niet? Ik zal je het laten zien.” Ik begon dan te zoeken naar een mogelijkheid om zo iemand los te schudden uit zijn wereldopvatting en gelijktijdig accepteerde ik dat die persoon nog was zoals hij was en dat zijn wereld was zoals hij hem op dat ogenblik zag. Dat is altijd vervelend.

Er waren natuurlijk ook leuke gevallen. Ik heb eens een keer een mannetje moeten wegbrengen. Gelukkig had ik een vrouwelijk medium ter beschikking op dat ogenblik. Ik ging naar haar toe en heb hem in dat medium gezet. Die ervaring was schokkend. Hij heeft natuurlijk wel wat gepraat en hij zei, dat hij wel verlost was. Maar hij wou eigenlijk verlost zijn van die ervaring. Door de schok kwam hij wel tot het besef, dat het wereldje dat hij zich voorstelde kennelijk niet de werkelijkheid was. Dat ogenblik van blankheid was nodig, want ik wilde eigenlijk zo iemand optrekken in mijn wereld.

Nu ben ik wel wijzer geworden. Ik wil niemand optrekken in mijn wereld. Ik wil iemand alleen maar losmaken van een onjuist wereldbeeld en dan een gevoel van eenheid met hem bereiken, waardoor hij zijn eigen vreugde misschien toch weer als een wereld uitbeeldt. Dat is een groot verschil.

Met dat soort dingen ben ik enorm lang bezig geweest. Ik ben, geloof ik, al over de 50 jaar actief in de geest. Dat is misschien niet zo lang als het lijkt, maar daar staat wel tegenover dat wij 24 uur per dag werken. Je blijft gewoon werken of je geeft het op. Maar opgeven is jezelf veroordelen tot stilstand. Dat lijkt in het begin misschien erg leuk, maar het is het meest verschrikkelijke wat er bestaat, want het betekent een toenemend isolement.

Op dat gebied heb ik dus heel wat meegemaakt. Ik zal het allemaal in een paar woorden samenvatten. Ik heb geleerd dat elk wezen in zijn eigen wereld leeft, maar dat elk wezen een kracht bezit die gelijk is aan de kracht in ieder ander. Voel de kracht en de werking van de kracht aan, bereik daarmee een eenheid en al het andere komt er verder niet op aan.

Misschien zou het op aarde ook een beetje meer zo moeten zijn. Niet kijken naar de vorm. Niet kijken naar wat jij bent en wat ik ben; waar hoor jij thuis en waar hoor ik thuis. Gewoon alleen maar beseffen: wat zijn de menselijke kwaliteiten die in mij bestaan en die ik in jou herken. Waar ligt de basis om elkaar op grond daarvan te benaderen. Ik denk, dat je dan veel verder zult komen met vrede op aarde. Want weet u, vrede is iets wat je alleen kunt veranderen wanneer de mens zich bewust wordt van de onredelijkheid van het merendeel van zijn angsten.

Met de dood is het precies hetzelfde. Ik denk, dat de dood voor de mens pas een rustige en zelfs een zeer interessante beleving kan worden, op het ogenblik dat hij los komt van zijn angsten, zich los maakt van zijn verwachtingsbeelden en zich laat overspoelen door een nieuwe vrijheid, die gelijktijdig een heel andere ontplooiing betekent van zijn eigen wezen. Als je jezelf blijft is de dood de meest perfecte vorm van leven. Als je jezelf bent en blijft kan geen enkele wereld je knechten en zul je vrijelijk elke wereld dienen waarin je jezelf kunt herkennen Dat is de essentie van hetgeen ik vandaag wou ze zeggen.

Voor degenen die denken, hij heeft weer een mooi eind weggekletst, zou ik willen zeggen: lieve mensen, u krijgt te maken met een filosoof. Zo iemand ontwikkelt zijn eigen wereldbeeld. Zo iemand heeft zijn eigen ervaringen, die ongetwijfeld bepalend zijn voor de manier waarop hij de denkbeelden opstapelt.

Hij zal ongetwijfeld ook proberen het al te persoonlijke te vermijden. Maar kan hij dat? Je weet het eigenlijk niet eens. Om niet te komen met het vraag‑ en antwoord: spelletje van: hij zei, en toen zei ik, heb ik gedacht: filosofeer zelf eens een keer. Toen ik begon te filosoferen zag ik dat dat niet ging. Toen heb ik maar teruggegrepen naar mijn feiten, mijn belevingen, delen van mijn ontplooiing. Bij u zal het misschien anders zijn. Maar in ieder geval iets, waardoor ik gelijktijdig twee dingen duidelijk heb kunnen maken.

Ten eerste: de dingen zijn anders dan je ze meent te mogen zien en voorstellen. Ten tweede: de dood is iets wat misschien met treurnis gevierd wordt door hen die menen dat ze achterblijven. Maar voor de bewuste kan het alleen maar de vreugde zijn van het geheel tot zichzelf komen.

De Gastspreker.

Het is altijd een beetje moeilijk om weer terug te komen. Dan moet je eerst proberen de taal te beheersen en daarna moet je proberen ook je denkbeelden nog over te brengen.

Wanneer je bezig bent als entiteit of als spreker zul je meestal geconfronteerd worden met het onvermogen te zeggen wat je wilt. Want wat je wilt zeggen is datgene, waarvoor je geen woorden kunt vinden. De mensen zijn over het algemeen maar betrekkelijk weinig ontvankelijk voor werkelijke uitstralingen en werkelijke krachten. Wanneer ik dan toch een poging ga wagen kan ik dat alleen maar doen door te spreken in vergelijkingen, in parabels en analogieën.

Wanneer u leeft ‑ en u meent van uzelf zeker te weten dat u dat doet, nietwaar – dan zult u het gevoel hebben, dat u eigenlijk een klein beetje afgescheiden bent van al het andere leven. Het kan je wel benaderen, maar ergens blijft een grens bestaan. Zoiets van: diep in mijzelf heb ik een klein privé schuilhoekje waarin niemand kan kijken. Dat is de mens eigen en het is zeker ook de geest eigen om op deze wijze te reageren. We hebben allemaal behoefte om ergens nog een beetje onszelf te zijn. Dat betekent, dat wij niet helemaal open kunnen en durven staan voor de werkelijkheid die om ons heen is. En dat is juist datgene, waardoor wij leven in verschillende werelden en in verschillende sferen, waardoor we altijd weer bezig zijn om ter bescherming van wat wij in onszelf bewaren als zuiver ‘ik’, zonder dat het dit is, van de wereld allerlei decors te schilderen.

Het is of je een rol speelt warneer je leeft. Je staat ergens op een groot toneel en voor elke scène komt er een bijpassend decor. Voor de vreugde komt er misschien een mooie tuin. Het is slechts geschilderd, het is niet helemaal echt maar het lijkt of de zon er schijnt, alles is vrolijk. Een ogenblik later moet de mismoedigheid worden uitgebeeld en voor je het weet zitten we in de donkere grotten van de onderwereld, waarin alleen een vaag, vuil blauw licht doet vermoeden dat er ergens demonen rondsluipen. Wanneer wij die afsluiting handhaven kan dat ook niet anders.

Als je een puzzel hebt en je haalt één stukje daaruit weg, dan is er niets aan de hand als het een onbelangrijk stukje is. Je kunt de hele voorstelling toch precies zien. Maar soms valt juist het belangrijkste stukje weg. Dan blijf je altijd met de vraag, wie daar zou hebben gestaan of wat daar zou zijn gebeurd.

Wij halen een stukje weg uit de werkelijkheid en dat noemen wij ‘ik’. Maar omdat dat ‘ik’ voor ons zo belangrijk is kunnen we daardoor de werkelijkheid niet meer helemaal overzien. Dan is er misschien een andere weg om nog enigszins een oplossing te vinden.

Een van de geliefkoosde stellingen, ook van sommige van de sprekers van de groep waarvoor ik nu, naar ik aanneem, deze lezing hou, is namelijk: wij zijn in onszelf kracht verenigd met alle kracht. Dat is best als je kunt voelen dat je het geheel bent. Maar als je denkt, dat jij eigenlijk het belangrijkste deel bent van het geheel maak je een onderscheid, want het geheel werkt niet helemaal. Ook alweer een moeilijkheid.

Natuurlijk zijn daar wegen omheen. Ongetwijfeld zal men u die ook wel verschillende malen hebben gedemonstreerd. Wegen, waardoor je de mens even suggereert dat hij zichzelf kan vergeten. A.h.w. even een beetje kracht losmaakt, een beetje energie uitstraalt en zo zegt: “Mensen, vergeet even dat je er bent en er is kracht. Maar dat is zo voorbij. Want we suggereren onszelf dat dat verborgen hoekje het meest belangrijke is van al het bestaande. Zolang we daarmee bezig blijven komen wij niet verder.” De vraag is dus, wat moeten we doen?

Een tijdje geleden heb ik geprobeerd die zaak eens een keer na te gaan. Ik hield me toen o.a. ook bezig met de sterren. Ik ben b.v. tot de conclusie gekomen, dat de zon zich op het ogenblik bevindt in een instabiele fase die waarschijnlijk nog ongeveer tien miljoen jaren duurt. Daarnaast zal zij zich waarschijnlijk gaan ontwikkelen. Misschien wordt ze nova, maar heel waarschijnlijk ontwikkelt ze zich tot een kleine felle ster met een sterk verminderde straling. Dat komt ook alweer omdat het grootste gedeelte van die zonnestraling de omzettingsstraling is van radioactieve elementen in de kern, terwijl de feitelijke straling eigenlijk minder is. Je kunt het trouwens aflezen. De mensen die het in deze dagen zouden willen meten kunnen constateren, dat de neutrinostraling de ­laatste tijd aanmerkelijk is teruggelopen, waarschijnlijk tot ongeveer 1/3 is teruggevallen.

Op die manier probeer je te zien wat er gaande is. Dan zeg je: dat is interessant, hier heb ik de zon en de planeten, maar wat er op die planeten gebeurt en wat er op de zon gebeurt is een eenheid. Je kunt niet zeggen wij zijn de aarde en we staan los van b.v. Mars of Venus. Mercurius is natuurlijk iets, wat ze helemaal niet willen loslaten.

Maar al die dingen zijn precies hetzelfde. Het gaat er niet om of op de ene planeet mensen leven en op de andere niet. Het gaat er doodgewoon om dat je deel bent van een stelsel van die zon en dat het gehele verloop van zaken in en op al die planeten volledig afhankelijk is van datgene wat er in de zon gebeurt. Het is de geaardheid van deze zon, van u, plus de baan die ze beschrijft in de ruimte, die dus bepalend zal zijn voor het lot en van die zon en van haar planeten.

Wanneer je als mens leeft kijk je naar je eigen wereld, dan kijk je niet eens naar de hele wereld. Er zijn tegenwoordig veel mensen die denken dat ze dat doen. Maar in de praktijk komt het er wel op neer dat ze proberen datgene, wat ze zelf wenselijk achten, voor zichzelf niet waar te maken en te projecteren als een noodzaak voor alle anderen op aarde. Maar je kunt niet zeggen: die mensen staan apart. Of ik sta apart. Of: mijn wereld is bijzonder en staat apart. Het is een deel van het geheel. Je kunt toch wel een mens blijven, ook wanneer je dit beseft. De kwestie is, dat je er dan rekening mee houdt dat alles wat in dit zonnestelsel gebeurt zijn invloed op jou doet gelden.

Zo zouden wij dit misschien kunnen doen t.a.v. het leven en de levende krachten en de werkelijkheid. Goed. Je bent een mens of je bent een geest. Je hebt je eigen kleine wereldje met je eigen schuilhoekje. Best. Maar je geeft toe, dat dit alles geen betekenis heeft t.a.v. de krachten van het geheel, want die bepalen alles.

Dan kunnen we mijnentwege de Goddelijke voorzienigheid erbij halen. Die wordt overal bij gehaald, waarom hier niet bij. En dan kunnen we zeggen: het is heel duidelijk aan te tonen dat kortgeleden de zon haar baan van fijne materie heeft verlaten, die eigenlijk behoorde tot de Orionnevel en die langzaam maar zeker omzettings­processen in die ster tot stand heeft gebracht. Dit is o.m. een verklaring voor de ijstijden en de wisselingen die u heeft gehad.

Nu is dat voorbij en de zon gaat anders reageren. Misschien is dat de Goddelijke Voorzienigheid. Er zijn omstandigheden die het leven van een ster kunnen bepalen en de wijze waarop ze reageert.

Er zijn ongetwijfeld krachten en omstandigheden, die kunnen bepalen hoe ons licht, onze kracht en onze wereld zullen reageren ook wan­neer we ze niet proberen voor onszelf te pakken. Maar daar kunnen we weinig aan doen.

Het enige wat we kunnen doen is aanvaarden waar wij bijhoren. En dat betekent in dit geval: ik ben mens met de mensen als ik op aarde leef, maar ik ben ook bewoner van het zonnestelsel. Mijn pla­neet is deel van het zonnestelsel. De kracht van het zonnestelsel is bepalend voor alle krachten in het hele geval.

Wanneer ik probeer dit alles duidelijk, te maken doe ik dat om een beeld op te bouwen, een beeld van die kracht waar u eigen­lijk bij hoort.

Jazeker, zolang je er in gelooft is die kracht er. Maar als je in die kracht gelooft, betekent het dat je even een beperking aanbrengt in je geloof in jezelf. Het betekent dat je even a.h.w. de heerschappij over jezelf, misschien op een heel klein schuilhoekje na, over laat aan dat licht, aan die kracht. Op dat ogenblik beleef je die kracht, beleef je dat licht, beleef je die werkelijkheid. Daarom poneer ik een simpele stelling:

Het onderscheid tussen de mens en de werkelijkheid bestaat in de wijze, waarop de mens zijn besef van die werkelijkheid bewust of onbewust beperkt. En dan kunnen we meteen een tweede er aan toevoegen en dat is deze:

Wanneer ik vergeet, wat ik zou willen zijn, word ik een ogenblik tot wat ik ben. Dat geldt voor elke geest en voor elke mens. En hier hebben we misschien wel de grote beperking en gelijktijdig de grote mogelijkheid geschapen die in het heelal voor ons bestaat. Op het ogenblik dat ik vergeet wie ik zou willen zijn, word ik wie ik ben.

Wat ben ik? Ik ben deel van het geheel. Er zijn zoveel factoren die daar op wijzen. Er zijn zoveel factoren die duidelijk maken, dat dat leven niet alleen een kwestie is van één curve, een kort stukje in de stof en dan uithijgen in de hemel of uitkreunen in de hel. Het is wel degelijk een voortdurend verdergaand proces. Maar al deze fasen van leven worden elke keer weer bepaald door dat: dit ben ik en dat wil ik worden. Misschien dat juist daardoor de kringloop zo onverbreekbaar lijkt.

Wanneer ik nu eens zou zeggen: ik wil niet iets zijn. Dan zegt men: je moet jezelf wegcijferen. Nu, degenen die dat zeggen zijn meestal de grootste nullen. Maar je moet jezelf uitschakelen als factor op het ogenblik dat je beleeft in je wereld. Je bent wat je bent; wat je allemaal wilt zijn dat is een leuk spel. Wat je allemaal zou willen gaan doen, het klinkt erg mooi. Het is een stimulans om voort te gaan. Maar heel vaak is het ook een rationalisatie voor zaken waarvan je eigenlijk nog geen verstand hebt. Op het ogenblik dat dat wegvalt is die kracht er, dan is dat licht er. Dan is er ineens een erkenning die zich veel verder uitbreidt dan het tijdsbepaalde besef van de mens.

Waarom denkt een mens in tijd? Omdat hij de tijd tot zijn heerser verheven heeft. Hoe minder je denkt aan de tijd, hoe meer je de tijd kunt overzien. Hoe meer je denkt aan de tijd, hoe sterker je door de tijd beheerst wordt en haar dus niet kunt overzien.

Maar laten we verstandig zijn. Laten we dan proberen om niet al te grote filosofieën op te bouwen over al datgene, wat zou moeten zijn, wat ideaal zou zijn en wat zou moeten komen. Per slot van rekening, als het komt dan komt het toch wel. Als het niet komt heb je je tijd maar verdaan.

Laten wij in onszelf proberen een beeld te vinden dat voor ons werkelijkheid is, dat voor ons werkelijk kracht betekent. Laten wij gewoon eens proberen om in de plaats van al die mooie gedachten die wij zo graag opbouwen, gewoon te zijn, licht te zijn. Ook wanneer wij licht zijn keert ons denken terug naar de schaduw. Ook wanneer wij kracht zijn worden onze zwakheden niet uitgewist. Maar in verband met de wereld zijn wij dan licht. In verband met de wereld zijn wij dan kracht. Wat wij kunnen is veel meer dan wij denken, omdat wij onszelf beperken door dat ‘ik’ begrip, door die wil, door die vaste voorstelling.

Ik heb een tijd lang het gevoel gehad dat de mens, door zijn neiging om bijna axiomatisch te denken, het zichzelf onmogelijk heeft gemaakt om reëel te denken. Denken zou een weergave moeten zijn van je eigen beleving van de werkelijkheid. Het denken moet de registratie zijn van wat er om je heen bestaat en de wijze waarop je zelf daarop kunt reageren en daarop eventueel ook reageert. Op het ogenblik dat wij beginnen met grondstellingen vast te leggen zijn we verloren.

Wanneer wij zeggen: er zijn vele goden, dan is dat misschien nog vaag genoeg. Wanneer wij zeggen: er is slechts één God dan is het waar, maar gelijktijdig te zeer bindend. Want God is niet één gestalte, één kracht, één gedaante. God is alle dingen. Op het ogenblik dat ik zeg: er is maar één God, limiteer ik mijzelf. Op het ogenblik dat ik zeg: er is één waarheid, maak ik mijn eigen onbegrip van de werkelijkheid tot waarheid. Deze dwaasheden moeten wij proberen te vermijden.

Wanneer je leeft in een wereld, leef je in een wereld. Wanneer je leeft in een sfeer, leef je in een sfeer. Al die dingen zijn aanvaardbaar met hun beperkingen, met je eigen belevingen met je eigen kleine bestrevingen. Maar wanneer het verder gaat dan wat je nu bent, wat je nu kunt en wat je nu werkt, dan moet je even niet zeggen: “ik wil”, maar zeggen “ik ben deel.”

Het is misschien als bij een teamsport. Gooi eens een acht‑riemer in het water en zeg tegen iedereen: “Laten wij zo hard mogelijk roeien”, dan gebeurt er van alles, maar je gaat zeer waarschijnlijk niet vooruit tot je erkent: er is één slag. Of er is een stuurman die het ritme bepaalt. Pas op dat ogenblik ontstaat de gelijktijdigheid, de samenwerking en daarmee de werkelijke stuwkracht.

Op het ogenblik dat wij allemaal voor onszelf willen bepalen wat er gaat gebeuren is er wanorde, chaos en verder niets. Op het ogenblik dat wij begrijpen dat wij onszelf zijn, maar in het gebeuren gelijktijdig deel zijn van een groter geheel, dan wordt er plotseling wel kracht geboren dan is er plotseling wel licht, dan is er wel energie, dan is er verandering, beweging.

Dit zijn mijn waarheden en ieder zal de zijne hebben. Maar ik geloof, dat waarheid ontstaat wanneer wij steeds meer zekerheden overboord gooien. Zoals ik geloof, dat kracht pas ontstaat wanneer wij onze eigen zwakte aanvaarden en desondanks deel durven zijn van een groter geheel. Zoals ik geloof, dat licht alleen daar kan ontstaan, waar wij het duister niet vrezen.

Dat zijn mijn visies. Maar is het daarom voor mij onwaar? Alleen op het ogenblik, dat ik een ander een dergelijk denkbeeld probeer op te leggen, op het ogenblik dat ik mij niet afvraag wat er in u leeft, wat ik kan herkennen, waarmee ik één kan worden en niet alleen eens, is er meer dan ik ben.

Wat je ondanks alles behoeft is, het weten nimmer werkelijk alleen, nimmer ongeliefd of onbemind te zijn. Wat je nodig hebt is de zekerheid, die je kunt vinden in al het andere om je heen. Die zekerheid bestaat. Een zekerheid, die geboren wordt op het ogenblik dat je in jezelf voelt dat je niet alleen bent, dat je niet onbemind bent, dat je niet verworpen bent, dat je niet hulpeloos bent. Een gevoel.

Dat schijnt voor de meesten van u de meest belangrijke weg te zijn. Maar voel dat dan: Besef het voor een ogenblik Er is altijd een kracht die van je houdt, of je licht of duister denkt te zijn. Er is een kracht die van je houdt of je denkt dat je onbelangrijk bent of dat je belangrijk bent. Er is één kracht die je aanvaardt zoals je bent, niet zoals je zou willen zijn. En in die Kracht zijn ongetelde persoonlijkheden, die samen met u die aanvaarding kennen, beleven en ondergaan.

Besef dat en je voelt een beetje licht in jezelf. Aanvaard dit en je weet plotseling dat er toch een kracht is die ook van jou uitgaat. Beleef het en je weet opeens dat je nuttig bent, dat niets wat je gedaan hebt of doen zult zinloos zal zijn, maar dat je daardoor mede voor anderen een weg tot datzelfde licht, tot diezelfde zekerheid baant. Niet door wat je bent in eigen ogen, maar door het deel‑zijn van het geheel waarin ook zij hun plaats hebben.

Daarom zou ik u willen zeggen: Mens, loop niet zo hard van stapel. Loop niet achter namen aan, achter beelden en structuren. Vraag niet of je overal je stem kunt laten horen. Wees niet bang je stem te laten horen, wanneer het deel is van je eigen wezen. Besef gewoon dat je samen moet zijn met al wat er is. Besef dat in jou alle tijden en alle werelden moeten versmelten zodat je kunt vibreren met de werkelijke zon, die kern van ons bestaan buiten de tijd die even bepalend is voor hetgeen er in ons en rond ons gebeurt als de zon het is voor haar planeten.

U bent vrij. U bent volledig vrij. Niemand zegt u wat u moet zijn. Er zal geen oordeel zijn, behalve het oordeel dat u over uzelf uitspreekt. Maar wilt u de kracht, wilt u het licht ervaren, dan moet u ook de eenheid met het geheel aanvaarden. Dat is het enige wat belangrijk is.

Zo bouw je werelden en je vernietigt ze. Het is als een leeg woord, dat al verklonken is voordat het goed verstaan werd. Maar het feit dat je er bent is het belangrijke. Daarom bent u zo belangrijk: u bent er, u bent deel van alle dingen. Alle dingen zijn deel van u. Zonder u zou het Al niet hetzelfde zijn en zonder het Al zou u niet werkelijk kunnen bestaan.

Aanvaard die dingen. Beleef die dingen zo goed je kunt en proef dan in jezelf de werkelijke rust en vrede, die ontstaat als je niets vreest omdat je deel bent van alle dingen en alles durft, omdat niets nutteloos is en je het leven en de dood niet vreest omdat zij slechts uitingen zijn van een werkelijk bestaan, dat een mens niet kan omschrijven.

Dat is wat ik vandaag te zeggen heb. Het is altijd moeilijk voor een gast die woorden te vinden, die passen bij zijn gehoor. Ik had u meer denkbeelden en meer rede kunnen geven. Maar ik meen, dat wat ik geprobeerd heb u te geven: een deel zijn in wat ik ben totdat ik probeerde deel te zijn van hetgeen u bent en gevoelt, belangrijker was. Als het niet genoeg is vergeet dan voor een ogenblik wie je bent en je zult ondanks alles proeven van krachten, licht beleven en je eigen weg kunnen gaan in de werkelijke vrede die ons aller doel is.

Mijn vrienden, zo mag ik u toch noemen, dit is mijn betoog. Ik neem afscheid van u omdat we in deze vorm het contact verbreken. Maar ik kan niet scheiden van u; zomin als u van mij, omdat we deel zijn van één en de dezelfde waarheid.