Leven in een veranderende wereld

15 maart 1988

Aan het begin van deze bijeenkomst wijs ik u erop dat we niet alwetend of onfeilbaar zijn. Denk zelf na. U kunt beter uw eigen fouten maken en leren dan zonder begrip de deugden van anderen na te volgen.

Wanneer we het hebben over verandering, dan moeten we ons realiseren wat er eigenlijk gaande is. We zien een wereld die beheerst wordt zeg maar door een aantal geloven en daaronder reken ik ook zogenaamd politieke sociale systemen. Men gelooft erin. Men verdedigt het en men vraagt zich niet af in hoeverre datgene wat men verkondigt in de praktijk waar is. Altijd weer zijn er mensen op aarde geweest, zijn er krachten op aarde geweest die denkbeelden aan de mensen hebben gegeven. Die hebben geprobeerd de mensen duidelijk te maken welke weg ze moeten volgen. En altijd weer heeft men van hetgeen ze brachten geen leefwijze gemaakt maar een instituut. Een instituut dat bureaucratisch, verambtelijkt a.h.w. geprobeerd heeft om via allerhande zaken die eigenlijk niet ter zake doen, een macht te verwerven, terwijl de praktijk op de achtergrond blijft. Ik vind het altijd zonderling dat een instelling die zegt: Gij zult niet doden, en dan bedoel ik hier niet alleen mee het christelijke, maar ook het judaïsch geloof, gelijktijdig uittrekt en de zegen afsmeekt over de wapens. Ik vind het onbegrijpelijk dat mensen die zeggen dat u de naaste lief moet hebben, gelijktijdig bereid zijn elke naaste te verketteren die het niet met hen eens is.

De wereld is dus inderdaad een wereld waarin verandering onvermijdelijk is. De mens is materialistisch gaan denken en laten we eerlijk zijn, ook de verheerlijking van het verstand is tot op zekere hoogte een zekere vorm van materialisme. Alles moet redelijk zijn, hanteerbaar. De hersenen tot een bio-elektrisch-chemische computer gedegradeerd, hebben eenvoudig de feiten te registreren en er conclusies uit te trekken. Maar waar blijft dan de mens? In deze dagen zie ik dat de mensen nog weleens geïsoleerd zijn, eigenlijk niet weten wat ze willen, waar ze naartoe moeten. De neiging hebben om eerder te vernielen dan om op te bouwen. Ze zijn zo alleen en zo hulpeloos. En gelijktijdig willen ze hun macht bevestigen. Gelijktijdig willen ze het waar maken dat zij het weten, dat hun overtuiging de enig juiste is.

Dan zeg ik voor mezelf: Deze mensen hebben vergeten dat de mens uit twee delen bestaat. De mens is zo goed geest als stof. De mens is zo goed gevoel als verstand. De mens kan niet reageren vanuit het verstand, want dan verliest hij het meest kostbare wat hij menselijk heeft: zijn intuïtie, zijn gevoel van verbondenheid, zijn mogelijkheid om zichzelf in eigen ogen te rechtvaardigen. En dan moet de wereld de richting uitgaan van zeg maar, het gevoel. En dat wordt natuurlijk overdreven. Men houdt geen rekening meer met de feiten, maar gaat alleen nog maar uit van hetgeen men voelt: Ik heb recht op…. Men is mij verplicht te…

De dingen bestaan niet echt. De feiten zijn anders dan men meent aan te voelen en gevoelsmatig eventueel ondersteund door bepaalde leerstelligheden, aan de wereld te moeten opleggen. Een mens moet zichzelf zijn, zeker. Maar zichzelf zijn, betekent gelijktijdig beantwoorden aan een innerlijk ideaal. Wanneer je alleen maar, zonder nadenken, leeft wat nu toevallig voor de hand komt, dan ben je zelf niet bevredigd en tevreden en dan ga je naar steeds grotere excessen toe, alleen maar in de hoop de je daardoor een vrede vindt die steeds verder van je afdrijft. Dat kunnen we dus niet accepteren.

Een mens heeft een gevoel in zichzelf, een ideaalbeeld van wat je zou willen doen, wat je zou willen zijn vooral. En dan niet zijn in de zin van een positie, maar zijn in de vorm van vermogen, van relatie met anderen. Op het ogenblik dat je daar aandacht aan gaat schenken, ontdek je dat er ontzettend veel in die wereld is wat niet bij je past. Er heeft in de laatste tijd een uitholling plaats gevonden die nu niet overal ter wereld even ver is voortgeschreden, ik geef het toe, maar die toch overal in principe wel kenbaar is. Men wil af van de oude, gevestigde sociale ordeningen, de moraal. Men wil anders zijn en weet misschien niet meer precies hoe. Men wil leven en ziet het leven als een relatie met de buitenwereld of het nu een in jezelf verdroomd dansen wordt of misschien een vechtpartij met een ander.

De mensen hebben daardoor bestaande dingen uitgehold. Het gezag is er niet meer en zo het al bestaat, bestaat het krachtens macht, dus wapengeweld en dergelijke, dan wel is het een uiterlijke vertoning waarbij de eerbied die men bewijst, niet werkelijk wordt gevoeld, maar uit taboe voor traditie wordt gehandhaafd. Dat betekent dat werkelijk gezag in feite niet meer bestaat, dat de macht die men gebruikt om de schijn van gezag te handhaven, gelijktijdig de ondergang van het gezag in de hand werkt. Dat is natuurlijk niet leuk. Dus geen wonder dat er de laatste tijd ontzettend veel generaals aan het bewind zijn gekomen, zoals die man in Panama bijvoorbeeld. Nou ja, deze man denkt: Als ik de macht heb dan kan ik doen en laten wat ik wil. Maar hij vergeet één ding: Het gaat ook om de wereld om hem heen. Het gaat om de mensen van zijn eigen land en ook om de reacties van anderen. Of neem bijvoorbeeld Israël. Men kan nu wel zeggen: Ja, het zit in een noodsituatie en eigenlijk is dat waar. Maar laten we niet vergeten dat er een gezagscrisis is die door eigen fouten is ontstaan. Ook hier kan men zich wel beroepen op de rechtvaardigheid, of eventueel zelfs op het goddelijk recht dat men bezit om te doen zoals men doet, maar men kan het niet meer waar maken. En hetzelfde zien we ook voor de Arabieren, voor de Palestijnen vooral. Ze kunnen wel pretenderen dat ze dit of dat nog kunnen of zijn, maar uiteindelijk kunnen ze alleen via moordpartijen bewijzen dat ze bestaan en gelijktijdig daarmee de mogelijkheid om iets te bereiken voor zichzelf verder wegschuiven.

Wanneer we ons dit realiseren, dan zeggen we: Hoe moet dat verder gaan? Kijken we naar Rusland. Rusland, Azerbeidzjan, een conflict tussen twee bevolkingsgroepen. In feite een geloofsconflict, Mohammedanen tegen Christenen. Men heeft altijd gedacht: Wanneer wij nu maar zeggen dat het zo moet zijn, dan zal het goed zijn. En nu wordt men geconfronteerd met een enorme reeks opstandigheden, met conflicten waar men eigenlijk niet helemaal raad mee weet omdat de mensen ook gevoelens hebben. Omdat ze irreële zaken voor zich als heilig beschouwen. Wat kan Rusland daaraan doen? Rusland kan proberen op een gematigde wijze het eigen gezag in zover te handhaven dat toch beide geloofsgroepen wat meer aan hun trekken komen. Maar toegeven kunnen ze niet. Als ze toegeven is de macht weg, dan blijven er alleen nog maar de soldatenlaarzen over. Die stampen dan het verzet wel plat. Ja, glasnost. Het klinkt mooi. Maar kan het waar zijn in een systeem waarin enkelen menen uit te moeten maken hoe anderen moeten leven, denken en voelen? Het kan niet meer. Zelfs in Rusland blijkt dit. Verzet niet alleen maar tegen een politiek-religieuze toestand. Verzet tegen productiefouten. Verzet tegen bepaalde beslissingen van degenen die tot voor kort hun gezag onaantastbaar waanden. Teruggrijpen kan niet meer. Op het ogenblik dat je teruggrijpt naar de macht ontstaat er een opstand. De mensen nemen het niet meer. Ze hebben nu geleerd dat het denkbaar is, dat het mogelijk is. En dat gevoel is veel sterker dan de macht van al het andere. Het zijn dezelfde gevoelens die de rebellen inspireerden toen die eerste revolutionaire dag aanbrak in Leningrad, neem me niet kwalijk, toen Sint-Petersburg.

Laten we ons goed realiseren dat de paar punten die ik noem slechts enkele symptomen zijn van een koorts die de hele wereld doortrekt. De machteloosheid van het gezag dat juist daardoor grijpt naar machtsmiddelen van zuiver materiële aard. Het is niet meer in staat te overtuigen. Hetzelfde geldt voor de kerken in zekere zin. Hoeveel kerken staan er leeg? Hoeveel kerken zijn langzaam maar zeker afgezakt tot een soort sociale instellingen die als vluchthaven ook kunnen werken voor degenen die op geloofsgronden nog een zekere tijd nodig hebben. Neemt u mij niet kwalijk dat ik het zeg, maar je kunt het overal zien, zelfs in uw eigen omgeving. Denkt u dan dat er geen verandering kan komen?

De verandering die komt, is in de eerste plaats de mens die zich bewust wordt van zichzelf. Die zichzelf niet meer ziet als werktuig of als een klein radertje in een machine. Die zegt: Ik ben ik. Die zegt: Ik ben geest en ik ben stof. Ik ben gevoel en ik ben verstand. Ik denk en ik voel en ik probeer zo met mijn wereld een contact te krijgen dat voor mij en ook voor de wereld als het even kan, aanvaardbaar en bevredigend is. Ik wil betekenis hebben. Niet: Ik wil iets sociaal bereiken. Maar gewoon: Ik wil wat zijn. Ik wil weten dat wat ik ben en wat ik doe betekenis heeft voor anderen. Dat ik een zekere mate van respect verdien. En deze revolutie, mensen, speelt zich op dit ogenblik af.

Als het even verder gaat dan zeggen de mensen: Laten we al die instellingen eens even opzijschuiven. Instellingen die ons eerder afbuigen dan, hetgeen ze voorgeven te doen, ons een bevrijding van zorg te scheppen. En als die revolutie komt, dan blijkt dat de mensen, bereid zijn ervoor te sterven en dat anderen bereid zijn, blijven te schreeuwen erover. Ook wanneer dit zou kunnen betekenen dat ze gedood worden Denk maar aan de moeders van Argentinië die hun verloren echtgenoten en kinderen zochten. Keer na keer, terwijl de politie en het leger bijna machteloos stonden, bijna razend werden. Dan kun je zeggen: Ze hebben niet veel bereikt. Ze hebben één ding bereikt: Ze hebben iets wakker geschud dat de stille macht, de verborgen manipulatie voor mensen niet meer aanvaardbaar is, wanneer het hen onmogelijk gemaakt wordt om te leven en te denken zoals ze zijn. En die evolutie gaat verder.

Op dit ogenblik wordt een groot gedeelte van de economie van de wereld indirect bepaald door internationale machten. We kunnen hierbij spreken over kapitalisme, maar dat is het eigenlijk al niet meer. Het is gewoon bezit maken tot macht. Regeringen die regeringen kunnen beheersen. Zakenrijken die in staat zijn oorlogen uit te roepen of wapenstilstanden te doen sluiten. En ze zijn er, geloof me. Maar ook hierin komt langzaam verandering. Je kunt niet alleen doen wat voor jezelf en misschien voor de heilige dollar of welke munteenheid ook zo belangrijk is. Je moet leven met een wereld die leefbaar is. Mensen willen niet door de straten gaan met een gasmasker op omdat ze anders geen adem kunnen halen. Mensen willen niet in een kaal maanlandschap wonen omdat er zoveel radioactieve stoffen moeten worden gestort. Mensen willen iets terug wat ze nooit terug kunnen krijgen: een wereld met groene velden, met gezond ruisende bossen. Een wereld waarin de vogels zingen, waarin de bijen weer rondgaan om honig te puren. Een wereld waarin dieren en mensen weer samen leren leven. Een soort terugkeer naar het paradijs. Maar dat gaat niet. Er zijn mensen die het voordien hebben geprobeerd, volgelingen van Rousseau bijvoorbeeld die hebben geprobeerd van ook terug te keren naar de natuur, maar je kunt niet terug. Je kunt alleen vooruit. En zodra je dat gaat beseffen zeg je niet: Hoe kunnen wij behouden wat er is, maar: Hoe kunnen wij beter maken wat er komt? En dat is de stuwende kracht voor de komende tijd. Het is een verandering die zich in de komende jaren zo duidelijk manifesteert dat niemand meer zal kunnen ontkennen dat er een verandering is.

En die hele verandering in stoffelijke zin die zou mij koud kunnen laten, per slot van rekening, ik ben al dood en u gaat binnenkort ook wel. Nu ja, binnenkort, 50- 60 jaar, het kan mij wat schelen. Maar ons bewustzijn als mens en als geest is gebaseerd op een voortdurende, zo harmonisch mogelijke wisselwerking met al datgene wat buiten ons bestaat. We zijn onszelf en we hebben een beeld van onszelf maar dat kan alleen ontstaan omdat het een weerkaatsing is van hetgeen we buiten ons menen te zien. 0, we bouwen het beeld van de wereld voor een deel zelf op. De helft van wat je meent te zien is eenzijdige interpretatie of illusie. Maar de andere helft is echt. De geest kan nu de illusie niet meer aanvaarden. Met de dood vallen de illusies weg en komen daarvoor de werkelijke beelden die in je wonen naar voren als de wereld die je voor het eerst betreedt. De werkelijkheid van wat je hebt gedaan en de betekenis ervan worden duidelijk. Niet meer wat je dacht te doen, maar wat je hebt gedaan. De waarde van al die denkbeelden wordt duidelijk. Niet wat je hebt gedacht, maar wat dit denken betekent. Bewust worden is gaan naar betekenis, naar begrip.

In een revolutionair proces als dat wat ik u heb geschetst, een proces dat zich op elk niveau van de gemeenschap op aarde afspeelt en dat net zo goed speelt in Afrika, in Azië als in Europa of zelfs in de V.S. Het proces wordt uiteindelijk bepaald door een verinnerlijking van de mens. Het beroep doen op krachten die in hem wonen, zeker. Het beroep doen op eigenschappen die onvermoed in het eigen ik berusten. En laten we nu a.u.b. niet weer vervallen in termen als het occultisme, het paranormale. Waarom is iets wat deel is van uw wezen paranormaal? Omdat je hersens het niet willen accepteren. Waarom is iets occult? Omdat de dingen die glashelder in je leven, beroet worden door de walmende vlam van wat je redelijkheid noemt.

In u is kracht, in u is een begrip van weten. Het heeft weinig te maken met het stoffelijk weten maar het kan u zelfs helpen om daarmee te werken, om dat juister te begrijpen. Je moet niet de uiterlijkheden zien. De gevel van een huis zegt weinig over degenen die erin wonen. Uiterlijke stellingen en wetten zeggen weinig over het werkelijke principe dat er achter verborgen ligt. We moeten terug naar het principe. Soms met dwaasheden. 0, soms ingewikkelde dingen gebruiken om dan terug te komen naar de eenvoudigste oplossingen. Zeggende: als het andere niet bewijsbaar is, ga ik hiervan uit.

En wat zegt ons de rede? Er is iets in u, u hebt het allemaal, u weet het allemaal. In u is een kracht. In u zijn van die vreemde flitsen van gevoelen en denken samengevlochten die je dan als dagdroom of wat anders opzijschuift. In u is een kracht. We kunnen niet bewijzen dat het wel zo is, ofschoon er aanwijzingen te over te vinden zijn, wetenschappelijk gezien dan. Maar we kunnen ook aantonen dat alle ontkenningen hiervan, even onvolledig zijn als de bewijzen. Laten we dan niet uitgaan van een of andere dogmatische benadering of instelling. Laten we gewoon erkennen: In mij leeft de kracht. In mij is iets en ik hoef niet te weten wat het is, maar het is in mij, het leeft in mij, het straalt uit mij. Het geeft mij de mogelijkheid om dingen aan te voelen die mijn verstand nog niet begrijpt misschien. Om richtlijnen te vinden die redelijk gezien nog onaanvaardbaar zijn. Ik heb in mijzelf de kracht om mensen te genezen. Ik heb in mijzelf de kracht om aan te voelen wat er boven mij leeft. Ik heb in mijzelf de kracht mijzelf te richten en te sturen dat ik met alle middelen van verstand en materie op de meest juiste wijze omga. Ik kan van weten omschakelen naar begrijpen en ik kan begrip verwerken tot het vermogen van handelen en doen. Elke dag weer. Die mogelijkheid is er. En een groot gedeelte van die revolutie, die verandering waarover we spreken berust juist op dit effect. Als de wereld buiten je schijnbaar geen kansen meer biedt, redelijk gezien, waarom zou je dan niet naar binnen gaan? Waarom zou je dan niet zoeken naar die kracht die in je leeft? Waarom zou je dan, zonder te omschrijven zeggen: Ik grijp naar die eigenaardige, emotionele mogelijkheden in mij, die mij in mijn relatie met de wereld anders maakt. Misschien kun je dan de wereld wel aan. Misschien kun je dan wel in de plaats van negativistische en wanhopige uitroepen over een toekomst die toch niets biedt en een aarde die toch vergaat, komen tot het begrip van een wereld in opbouw.

En denk dan niet dat het hier in het Westen het eerst gebeurt. Dergelijke veranderingen vinden vooral plaats waar mensen wanhopig zijn. Waar ze een korst brood beschouwen als een kostbaarheid. Waar iedere druppel water een lafenis is, niet voldoende, maar toch een zegening in de droogte en de dorheid waarin je verkeert. Dagen waarin een zonnestraal een plotse hemelse boodschap lijkt in de grauwheid van een voortspoedende sleur. In vele landen grijpen de mensen naar binnen. Zeker, het heeft aanleiding gegeven tot sektarisme. Overal zijn er sekten: christelijke, boeddhistische, Hindoeachtige en wat je verder nog meer wilt hebben. Overal zijn ze en ieder van hen roept uit: Ik ben de waarheid. Ik weet de weg. Als je nu precies doet wat ik je zeg en je geeft me alles wat ik je vraag dan zal je vrij zijn. Begrijp toch dat dit niet kan. Juist de regels vermoorden de waarheid die in je leeft. Regels bestaan er voor het contact met je medemensen natuurlijk. Ze zijn nodig. Maar ze bestaan niet om je wezen samen te persen, totdat je als een soepblokje van geestelijke wijding door de straten heen sukkelt, halleluja roepend of hare, hare of wat je toevallig bij de hand hebt. Geloof me, sekten zijn de oplossing niet. Maar wat ze brengen: “van binnenuit moet je leven” is wel waardevol.

Dat wat leeft krachtens een dogma maakt zichzelf tot leugen. Dat wat leeft krachtens een innerlijk ervaren maakt zichzelf tot een waarheid die de wereld kan omvatten. Dat gebeurt. Dat zijn de dingen die veranderingen tot stand zullen brengen. 0, u zult nog rare dingen zien: in Rusland, in Zuid-Afrika, dat zijn zo een beetje de eerste dingen en dan zult u ook een heel gekke omwenteling zien in het kiezersgedrag in de U.S.A. En u zult zelfs een eigenaardige situatie beleven, bv. in Engeland om maar niet te spreken van de vertraagde, maar desalniettemin bijna puriteinse veranderingen die uw buurland Nederland op het ogenblik probeert tot stand te brengen. Het is een geestelijke verandering, geen stoffelijke. Het is een innerlijke verandering, geen uiterlijke. Het is geen van boven opgelegde discipline. Het is de uit het innerlijk ik geboren, juiste relatie met anderen die vaak onderwerping of een schijn van discipline inhouden ongetwijfeld waar, maar waarbij geen dwang bestaat, maar alleen de eigen vrijheid.

Alles wat ik u tot op heden heb gezegd, met uitzondering misschien van enkele dingen over de kracht, is ook rationeel constateerbaar en heeft op zijn minst genomen, gezien de feiten, een waarschijnlijkheidswaarde. Wat ik u nu ga zeggen heeft dat niet. Wanneer mensen gaan zoeken naar een manier om te begrijpen, om in begrip samen te gaan werken, dan zullen ze als vanzelf taken gaan verrichten die bij hen passen. Ze zullen niet meer vragen: Wat levert het op? Ze zullen vragen: Wat ben ik en hoe maak ik het waar. Deze verandering wordt kenbaar ongeveer in 1990 en ontwikkelt zich zeer snel tot ‘92 ‘93. In die jaren zult u weten dat ik hier niet voor niets gesproken heb.

En de meeste mensen vragen zich dan af: Wat kan ik doen? Niets. U kunt zijn. Doen kunt u alleen datgene wat uw verstand u toelaat of wat uw gevoel u zegt te doen. En dat zijn zaken waarvan u de werkelijke betekenis nog niet kent, gemeenlijk. Probeer u bewust te zijn van uw werkelijke relatie met de medemens, met de mensheid, met uw staat, uw gemeente of welke groep, instelling, tot vereniging toe waar u zich mee verbonden hebt. Probeer te begrijpen waaruit die band bestaat. Vraag u af hoe het innerlijk voelt, hoe het zou kunnen zijn en worden en probeer dan een echo te vinden van uw eigen innerlijk aanvoelen in anderen. Vermijd geweld tegen een medemens tenzij deze eerst geweld tegen u gebruikt. Vermijd heerschappij over anderen en onttrek u aan hen die trachten u te beheersen. Leef van uzelf, van uw innerlijkheid. Dan helpt u die vorm van samengaan, van samenklinken van innerlijke waarden in uw eigen omgeving waar te maken die belangrijk is. Laten we het zo zeggen: Vriendschap betekent de andere helpen ten goede en ook duidelijk te maken wanneer het ten kwade gaat. Liefde is niet alleen maar anderen vertroetelen, beschermen, verheerlijken. Liefde is ook de andere kennen voor wat hij is. Hem helpen om zichzelf te zijn. Help een ander zichzelf te zijn om de kracht te beseffen die in u en in de andere leeft. Deel uw kracht, schep rust, schep vrede, vooral in uw eigen omgeving. Meer niet. Dit is de achtergrond waartegen veel geweld, wat omwentelingen nu eenmaal met zich meebrengen, ook in deze tijd, kan worden vermeden. Het geeft de veerkracht waardoor veel lijden, dat onvermijdelijk is waar grote veranderingen zijn, kan worden weggenomen of tenminste verminderd. Veranderingen, u kunt ze rond u zien elke dag. Wanneer het zomer wordt zult u zien dat die veranderingen scherper, flagranter a.h.w. naar voren treden dan ze deze wintermaanden hebben gedaan. Vraag u dan niet af wat er gebeurt. Ik heb getracht het u uit te leggen. Vraag u af: Wat voel ik innerlijk in deze veranderde situatie te moeten zijn. Vraag u niet af wat anderen zouden moeten zijn. Laat die hun eigen weg vinden. Leef in vrijheid met respect voor de ander. Dan zal datgene wat ik u heb gezegd, inclusief mijn raadgevingen, u helpen om de grote veranderingen van een nabije toekomst te doorstaan, zonder dat de aarde ondergaat, verteerd wordt door vergiften, zonder dat de mensheid zichzelf dreigt te vernietigen. Ik weet niet of dit alles gesproken is in de geest van uw voorzitter. Het is in ieder geval datgene waarvan ik weet dat het juist is. Het is datgene waarin ik geloof omdat niet-redelijke elementen in mij duidelijk maken dat alles onvermijdelijk is. Geen commentaar?

Ik heb kennelijk mijn verbale knots iets te hard gebruikt. En tot mijn vreugde bemerk ik dat nu een enkeling lacht. Je kunt de wereld veel beter aan wanneer je zo nu en dan kunt lachen met uzelf en u kunt lachen over anderen zonder hen daarmee te deren. Zonder humor is het leven als een ouderwetse zeekaak die in zich de levendigheid van wormen draagt, maar die haar verteerbaarheid langzaam begint te verliezen. En ook dat is de moeite waard om even de aandacht op te vestigen. Misschien hebt u de rede van zo even gezien als een denderende preek, ofschoon ze niet als zodanig bedoeld was. En op het ogenblik dat ik mijzelf bezie als een predikant moet ik lachen want wat ben ik dan? Een zich op gevoelens beroepend geweten dat zich in een toga hult en met plechtige gebaren probeert duidelijk te maken dat het zichzelf niet is. En dan kan ik niet anders dan glimlachen. We spelen allemaal weleens komedie op aarde en ook in de geest komt dat nog voor. Maar laten we dan tenminste om onszelf lachen wanneer we dat doen. Laten we een ding voorkomen: Dat we gaan geloven in onze eigen leugens tegenover het leven om ons heen en laten we rustig naar het leven rond ons kijken en lachen om de dwaasheden, de verwrongenheden die ook daar voorkomen.

Afstandelijkheid is goed, zeker wanneer je wilt werken met gevoelens en maar al te snel breid je het ik uit. Hoeveel mensen voelen hun auto eigenlijk als iets waarvan het verlies erger en ondraaglijker is dan van bv. dat van een blindedarm? De auto is een deel van hun ik, van hun persoonlijkheid. Al poetsende strelen ze hun eigen gevoel van verbondenheid aan macht en grootheid. Kijk, als je dat nu ziet, mag je er toch even over lachen. En misschien kun je een enkele keer eens vragen: Zeg buurman, de buitenkant is schitterend, maar hoe ziet de motor eruit? Of zit er geen in? Je moet gewoon kijken en zien hoe de mensen die bezit hebben maar al te vaak vergeten wie en wat ze zijn vanwege een bankrekening die ze nooit werkelijk zullen bezitten. Laten we dan een beetje lachen over die dwaasheid. Afstandelijkheid is goed dat ze leert dat er uiteindelijk maar één ding is waarop je terug kunt vallen: je eigen ik, de kracht die in je leeft. En met de lach kun je gelijktijdig vaak het gewichtige mombakkes dat zoveel dingen in de wereld schijnen te moeten dragen, op dit ogenblik weghalen en daarachter de werkelijke grimassen zien.

Zodra de hofnar voor koning gaat spelen, wordt het koninkrijk een gekkenhuis.

Maar heel vaak is het een minder groot gekkenhuis dan wanneer de koning regeert, wanneer de koning achter zijn koninklijkheid misschien een grotere gek is dan zijn nar. Het is niet van mij. Het stamt uit ongeveer 1570.

Wanneer we dat begrijpen, waarom zou je dan niet lachen? En zeg ook niet: Het is zo slecht met de wereld, weg met alle blijdschap. Als er dan weinig bloemen zijn, vertroetel dan de paar die opkomen. Laat het beetje vreugde dat er is en dat mogelijk is dan schoner en sterker worden. Misschien dat het wortelstelsel dan mogelijk maakt dat er uiteindelijk dan meer vocht en meer bloemen komen in de wat al te grote droogte van de geïndustrialiseerde verstandelijkheid. Laat de vreugde bloeien, maar lach. Durf blij te zijn met het kleine. Alleen zo schept u de voorwaarde van verbondenheid met het grotere. Wees dankbaar voor het schijnbaar onbelangrijke, want deze dankbaarheid schept in jou de harmonie met al datgene waarvoor je dankbaar bent en maakt je innerlijk rijker en geeft je buiten jezelf meer mogelijkheden en bovenal, vrienden. Kijk eens naar uzelf wanneer u nog eens aan de Klaagmuur staat en uw onvermogen en de onrechtvaardigheden van de wereld uitsnikt en lach een beetje om jezelf. U weet toch wat er gebeurd is met die Canadees die zich vergiste in Jeruzalem? Hij zag al die mensen daar staan en toen dacht hij: Dat is zeker een publieke gelegenheid, ik moet ook nodig. Hij werd bijna gelyncht. Met een beetje meer afstandelijkheid en minder poging om het te betrekken bij wat hij kende, had bij misschien en de Joodse beleving en zijn eigen behoefte juister beheerst en juister tot uiting gebracht.

En die raad wil ik u ook geven: Kijk waarmee je begint, ook wanneer het door de Orde is of wat anders, welke preek, welke politieke toespraak, welke officiële verklaring dan ook. Kijk ernaar en neem afstand. Probeer te begrijpen wat het is en lach een beetje over de al te krullerige, barokke versiering voor waarheden waarmee men geen raad weet. En als je de waarheid beseft, kun je alles oplossen.

Vrienden, dit is het einde van mijn betoog. Ik zou alleen nog dit willen zeggen: Mensen, grijp naar de kracht in jezelf. Maar vergeet niet om jezelf en om de wereld te lachen. Daardoor geef je die kracht grotere vrijheid. Daardoor kom je tot een Juister begrip. En laat je nooit meesleuren. Blijf wat afstandelijk. Pas dan zul je weten met welke dingen je waarlijk bewust en reëel kunt versmelten en welke dingen uiteindelijk veel meer schijn dan werkelijkheid zijn zover het jou betreft. Ik wens je een goed bewustzijn, een goede keuze en onverschillig of u meent dat u door het bijwonen van de avond wel of niet een goede keuze hebt gemaakt.