Levende wezens in de ruimte

image_pdf

2 augustus 1965

Allereerst wil ik u zeggen dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn en ik raad u aan voor uzelf te denken. Het onderwerp voor deze avond is : Levende wezens in de ruimte.

Of er levende wezens zijn, vliegende schotels, leven op Mars of Venus daar zullen we straks dieper op ingaan. Natuurlijk leven in de ruimte wezens en is de aarde niet de enige bewoonde planeet. Zij moeten echter bestand blijken tegen bv. de eigenaardigheden – ik wil niet zeggen temperatuur, want dat is het eigenlijk niet – van de werkelijke ruimte, de ledige ruimte. Het is bekend dat op lichtstralen bv. bepaalde microben kunnen reizen. Men heeft microben en micro-organisme aangetroffen zelfs in meteorieten, en daaruit volgt wel dat er dus ergens leven is. Wat voor leven, daar zullen we nu over praten.

Dan beginnen we allereerst met de grote vraag: Wat mogen wij verwachten? Als je vanuit het menselijk standpunt die ruimte gaat bezien, dan verwacht je in die ruimte mensen aan te treffen. Maar is dat wel redelijk? Ik wil nu niet eens spreken over het feit dat er andere levenscycli kunnen bestaan dan de bij u gebruikelijke, maar ook de kwestie van de wereld, de bezieling; een geest neemt niet zo maar bezit van een lichaam. Wanneer een geest incarneert, dan doet ze dit in een bepaald milieu en dan doet ze dit – met wat men noemt – een zekere taak. Dus een bepaalde belevingsmogelijkheid. En elke wereld zal voor zich een andere belevingsmogelijkheid bieden. Gelijkvormigheid in het Al vinden we haast nooit. Wat we vinden is voortdurende strijd, voortdurende mutatie, voortdurende omwenteling. En het zal logisch zijn dat, wanneer er zelfs hier in dit zonnestelsel een planeet zou zijn met een eigen leven, dit eigen leven van het menselijke aanmerkelijk zou verschillen.
Wij kunnen ons voorstellen dat er wezens zijn ergens op de grote planeten, die leven in een ammoniak methaan cyclus, die totaal andere structuren hebben, die de wereld anders bezien, die ze anders beleven en die dus ook totaal andere mores hebben. Voor wie zeden en geloof niet uit te drukken zijn in menselijke termen, die dus ook de mens niet kunnen benaderen op een zuiver menselijke wijze. Dat is geloof ik een heel voornaam punt.

Wanneer ik zo zie wat men gelooft omtrent vliegende schotels en dergelijke, dan moet ik zeggen: die dingen zijn er. Er zijn nog heel andere voertuigen, er zijn verschillende vormen. Er zijn levende wezens, al zijn het nu niet precies de groene dwergjes of de groene mannetjes, die wel eens worden beschreven, of de christusachtige lichtende blonde figuren die van Venus zouden komen. Dat zijn maar de impressies van de mens, een associatie; toch moeten we zeggen: die wezens kunnen dan enigszins humanoïde van vorm zijn. Maar is daar alles mee gezegd?

Laten we een ogenblik aannemen dat zo’n wezen zoals het hier beschreven wordt voor Venus, hier op onze wereld komt. Dat leeft dan in een andere maatschappij, daar begint het al mee. Het heeft een geloof dat ergens universeel ook God kent, net als wij misschien, zoals dat op aarde ook gebeurt; maar die God manifesteert zich anders. Want de manifestatie van God is de erkenning van de mens. Wij kennen God niet. Wij kennen een beeld dat voor ons God betekent en waarachter voor ons het grote onbegrepene schuil kan gaan. En zo is het met die wezens ook. Het beeld kan misschien complexer zijn of het kan eenvoudiger en mooier zijn, maar het is anders. En wat wij op aarde de wetten Gods noemen, dat zijn menselijke wetten, het zijn geen wetten die zo maar afstammen ergens uit een onbekend niet. Zelfs wanneer we de mozaïsche wetgeving bezien, kunnen we zeggen: die wetgeving is perfect; ze is toepasselijk zelfs nu nog voor een humaan gedrag, maar er waren voordat die Geboden gegeven werden al elders dergelijke regels en wetten. We vinden daarvan beelden terug in Perzië, in Ur, in Voor-Indië; dat was er al.

Kijk, en daar krijg je nu het typische. Een mens op aarde is geneigd te zeggen: Tja, maar dit is God; deze mensen zijn verder dan wij, zijn dichter bij God, maar ze vergeten erbij dat de Tien Geboden, die de mensen kennen, misschien wel de grootste waanzin zijn, die er bestaat in de ogen van die wezens. Omdat zij uit een andere wereld komen, omdat zij anders leven en denken.

En datzelfde is bv. met die kleine groene mannetjes. Het klinkt wel een beetje krankzinnig als je het zo vertelt, maar waar zouden de legenden van de kleine mannetjes vandaan komen? The little people van Ierland, de kleine huisgeestjes van Noorwegen, de dwergen en de smedende dwergen niet te vergeten uit bv. Duitsland en ze kun je doorgaan. Er zal wel ergens een prototype zijn geweest en we kunnen dan wel zeggen, er zal ergens misschien een ruimteschip zijn geweest met dat soort wezens; die zijn op aarde gekomen, die hebben wat gedaan, er is een legende omheen gebouwd en dan klinkt dat helemaal niet zo dwaas.

En op precies dezelfde manier kunnen we zeggen: Die types, die ons als Venuswezens worden beschreven, die zijn misschien ook eens op aarde geweest. We horen van engelen, van wonderbaarlijke figuren, van blonde goden: Denk maar eens aan Montesuma, die heeft zijn ondergang te danken aan de blonde goden, als je het goed bekijkt.

En waarom zouden er in de voorgeschiedenis van de mensheid niet van dergelijke landingen geweest kunnen zijn? In de Bijbel kunnen we zelfs bepaalde visioenen vinden waarvan je werkelijk toch wel kunt zeggen: Nu als je dat goed uitlegt, dan is hier eigenlijk sprake van wat we ruimtevaarders zouden kunnen noemen. Er zit bv. ergens een eenzame profeet in de woestijn en die ziet daar wezens op zich afkomen met vier aangezichten. En boven hen zijn vleugels die voortdurend in beweging zijn. Denk nu even na. Zet een mens een ruimtehelm op, hang een soort helikopterschroef boven zijn hoofd, en wat heb je? Dat wezen.

En dan komt er later een met een troon. Heeft u de modellen gezien van de slede, die ze voor de maan hebben ontworpen? Ze lijken er wel wat op hé? Een soort hovercraft. Stel u nu voor dat er zo’n hovercraft of zo’n helikopter aankomt. Daar zit dan een doodeenvoudige profeet uit een schaapherdersvolk, die heeft zoiets nooit gezien. Hij beschrijft het; je kunt het in de Bijbel vinden, heus, het staat er in.

En er zijn nog veel meer dingen, maar laten we ons daar niet al te veel mee vastleggen, laten we gewoon zeggen: Er zijn levende wezens in de ruimte, punt 1.
Punt 2 : levende wezens zijn totaal anders dan wij ze ons plegen voor te stellen; we maken er mensen van, maar het zijn geen mensen. Ze komen uit een wereld met andere wetten, andere regels met een ander geestelijk doel, een geestelijke achtergrond, en dus is elke vermenselijkte voorstelling daarvan à priori fout.
Nu komen we aan punt 3.
Deze wezens zijn waarschijnlijk in het verleden wel eens op aarde geweest, ze zijn daar geland, maar de aarde is kennelijk niet een van streken waar ze nu direct veel komen. En wanneer ze komen, dan komen ze maar zelden met grote schepen. We horen wel eens iets van vormen aan de hemel, maar het is allemaal zo vaag. Oh, zeker daar is de vurige wagen die een profeet wegvoert; er is de Jagarnot, het dodelijke voertuig van de goden, dat in zijn baan alles vermorzelt. Het zou een ruimtevaartuig kunnen zijn dat panne heeft gehad, dat geland is en dat, denkend bedreigd te worden door de inboorlingen, is opgestegen. Daar heb je het begin van zo’n legende. Maar alles bij elkaar is er geen enkele reden om aan te nemen dat deze wezens dus voortdurend de aarde bezoeken met een doel dat voor de mensen op aarde begrijpelijk en aanvaardbaar is.

En als we dat gezegd hebben dan valt er natuurlijk ergens de bodem uit, nl. uit de bevrijdingsverwachting. Er zijn volken van inboorlingen die hebben een idee van een schip aan de hemel, die geloven dat er zo’n schip van handelaren met koperdraad en allerhande mooie dingen aan boord, over de wolken komt zeilen en dat het dan bij hen zal landen en al die gaven brengen. Als je dat dan vertelt, dan zeggen ze:

Nu ja, het zijn maar inboorlingen, dat is zo’n cargo-religie, wat moet je daarmee doen? Maar iemand die gaat zeggen: “Er zullen schepen uit de hemel komen en deze schepen zullen mensen bevatten die ons van al onze problemen bevrijden”, die zeggen – op wat hoger niveau – alleen maar hetzelfde. Dit is niet iets dat we direct kunnen accepteren, die verwachting is té menselijk, ze houdt geen rekening met de feiten en nu ik u zo eerst geconfronteerd heb met de achtergronden van o.a. een vliegende schotelmythe en wat daarbij hoort, zou ik graag toch wel willen overgaan naar een paar andere feiten.

Leven ontstaat overal waar bepaalde stoffen elkaar treffen in een fluïde omgeving, waar dus een chemische reactie mogelijk is en een straling van een bepaalde hardheid kan ontstaan. Waar de straling te hard is ontstaat geen leven; waar de straling te zacht is, evenmin. Dit betekent dat er maar heel weinig plaatsen zijn waarop we werkelijk leven kunnen verwachten en verder dat dat leven in heel verschillende cycli zal optreden. Het kan zijn dat terwijl hier alleen nog maar een zon is met een paar gloeiende balletjes die er omheen werken met hun vulkanen, er elders oude beschavingen zijn. Het kan zijn dat terwijl u hier aan de atoombom zit te knutselen, ergens op een verre planeet door een uitbarsting van een zon, in een of andere primitieve oceaan weer een eencellig wezen wordt geboren, dat wanneer de mensheid misschien al lang is afgelopen, ook steden zal bouwen en misschien ook weer een atoombom. Dat laatste is natuurlijk gevaarlijk om het zo te zeggen, want het is weer menselijk denken. Dat is aannemen dat de wetenschap die de mensen kennen, dat die dus ook overal elders gelijksoortig zal zijn. Dat is ook niet waar. Wat voor vorm?

In de eerste plaats moeten we uitgaan van dit standpunt: Hetgeen wij erkennen als beschaving op aarde, dat is een manipulatieve beschaving, die is gebaseerd op het vermogen tot manipuleren. Er kunnen heel veel vormen denkbaar zijn van leven, het hoeft dus niet op een mens te lijken, maar ze zullen één ding moeten bevatten om een beschaving te hebben die de mens kan erkennen. Zij moeten in staat zijn om werktuigen te vervaardigen en te hanteren. Wanneer dit het geval is dan kunnen we daaruit afleiden dat dergelijke levende wezens ook bepaalde wetenschappelijke principes gaan erkennen en zonder nu onmiddellijk hoera te roepen bv. voor de euclidische wiskunde, kunnen we toch wel zeggen, dat bijna elk volk in het begin primitieve dingen zal gaan erkennen, die men hier ook wiskundig heeft vastgesteld en dat het idee van reeksen, cijferkundige reeksen, daar eveneens zal ontstaan. Er zijn dus bepaalde gebieden die die wezens met u gemeen kunnen hebben. Maar de wijze waarop zij ze gebruiken, de indeling bv. die behoeven niet te kloppen.

U zegt: Het decimaal systeem is het meest eenvoudige, maar waarom eigenlijk? Men heeft zo lang gewerkt met 12-vouden, waarom zou een andere planeet wat mij betreft niet met 72-tallen of met een 8-tal, een telling tot 8 werken, daarbij misschien uitgaande van octaafwaarden van klanken? Ik noem nu maar iets, aannemende dus dat zij een gehoor hebben en dat ze tot een klankontdekking komen die ongeveer met de pythagorische stelling overeenkomt. Dit alles zegt ons dus: De beschavingen, waarmee je waarschijnlijk het best contact kunt maken, de levende wezens in de ruimte die voor de mens het meest aanvaardbaar zullen zijn ook, zijn uit de aard der zaak wezens die werktuigkundig kunnen werken, die manipuleren, die bouwen.

Maar is dit de enige vorm van leven van beschaving die wij ons kunnen voorstellen? Stelt u zich nu eens een ras voor dat geen klank gebruikt, maar iets anders. Een trilling of telepathie of lichtseinen. Een dergelijk ras zal waarschijnlijk communicatiemogelijkheden hebben van het begin af over zeer grote afstanden; er zal een totaal andere sociale structuur ontstaan. De persoonlijkheid krijgt een heel andere waarde. Wanneer we met een dergelijk ras in contact komen, dan denk ik niet dat je als mens in staat bent om het menselijke in zo’n wezen, het bezielde, het leven als de incarnatie van een bewuste geest, dat je dat zou kunnen erkennen.

Levende wezens in de ruimte zijn dus heel eigenaardige dingen. En nu wil ik even terug naar iets, dat ik in het begin heb gezegd. Ik heb nl. gesteld: Er zijn micro-organismen waarvan we kunnen aantonen dat zij ook onder de condities van de zgn. ledige ruimte – zogenaamd hoor, er is altijd wel iets – dus kunnen bestaan. Wanneer dit voor micro-organismen mogelijk is, moeten wij ons ook voorstellen dat het mogelijk is dat grotere en desnoods sentiënte levensvormen zich daar kúnnen ophouden.

Nu is de vraag of dit waarschijnlijk is. Zo op het eerste gezicht zou je zeggen van niet. Maar wanneer zonnen bv. tot nova worden, dan zijn er zeer grote uitstralingen van zeer grote hardheid en er zijn stofwolken te vinden in de ruimte die niet bestaan uit atomen van één enkele stof, maar waar we inderdaad verschillende atomaire en moleculaire structuren kunnen vinden.

Theoretisch althans is het mogelijk dat hier leven ontstaat. Een dergelijk leven zal zich niet kunnen voeden zoals u zich voedt. Maar ontstaan door energie, zal het energie nodig hebben; je zou het kunnen voorstellen dat het een soort energie-eters zijn. Dat is dus alleen een exterpolatie, dat is niet een stelling of feit nog.

Dan ga ik me nog een andere vraag stellen: Wij zijn nu gewend de mens te zien als een wezen dat tussen een betrekkelijk beperkte temperatuurgrens kan bestaan, maar is het noodzakelijk dat bv. water – dat is bij de mens het kritieke punt, hij heeft zoveel water in zijn weefsels – een deel is, een bestanddeel van het organisme? Ik geloof van niet, want als we een virus bekijken: bv., dan zien we absoluut iets dat een zekere vorm van leven of half leven vertoont, maar waarin dus vloeibare componenten absoluut niet bestaan die denkbaar zijn.

Als wij nu eens zouden stellen dat er leven mogelijk is ook bv. op een ster – het klinkt natuurlijk krankzinnig – in die ontzettende stormen van energie leven, in deze voortdurende uitbarsting, ja, maar dat is de atmosfeer, een dergelijk wezen zal een andere structuur hebben dan een menselijk wezen, maar het kan bestaan. Het is denkbaar dat bezield leven ook op de zon bestaat en wanneer we dit dus constateren dat het mogelijk is, dan moeten we de volgende stap doen.

En dan zeggen we dus: Theoretisch althans is leven waarvan de vorm niet bepaalbaar is, mogelijk onder elke conditie waaronder een voertuig hetzij uit materie of energie, kan bestaan. En dan ga ik dus zeggen: “Elke vorm van leven is denkbaar, overal kan leven zijn, maar er zijn slechts weinige vormen van leven die voor de mens als zodanig onmiddellijk kenbaar zijn”. De menselijke voorstellingswereld speelt een heel grote rol. Nu, dan proberen we weer een volgend punt.

Wat is er eigenlijk nodig om een mens te vormen? Een lichaam natuurlijk; maar ook een geest. Dat eigenaardige onvangbaar héél kleine ietsje waarvan je alleen maar kunt zeggen als een mens dood is: het is er niet meer; waarvan je eigenlijk niet eens weet wat of het is. Een geest. En die geest definiëren wij dan – en ik geloof dat u daarin mee kunt gaan – als een bewustzijn bestaande, als een vorm van energie, begrensd ten opzichte van de omwereld, levend in werelden die door het bewustzijn en het contact van deze geest bepaald zal worden. Een dergelijke geest is dus nodig. Dan zal een voertuig, onverschillig welke vorm dat aanneemt, altijd moeten beantwoorden aan de eisen die een geest stelt.

En nu gaan we uit de feiten langzaam maar zeker over – het kan haast niet anders –  in de richting van dingen die meer geloofszaken zijn, die niet zo gemakkelijk en logisch beredeneerbaar zijn. Nu stel ik: De geest is een creatuur van het onbekende, dat wij God noemen. Een geest staat dus in direct contact met het begin aller tijden.

Deze geest maakt deel uit van dit goddelijk wezen, het is bezield. Daar is de ziel, de goddelijke waarde in en dit wezen heeft binnen het goddelijk totaal, een eigen plaats, een eigen taak en zal die in de wereld: naar buiten toe voor zichzelf proberen te vinden.

Dan volgt hieruit, dat alleen een voertuig bezield zal worden en dat dus een geest of stoffelijk voertuig zal accepteren, wanneer dit voertuig inderdaad bijdraagt tot de erkenning van het eigen ‘ik’, tot het bereiken van een groter bewustzijn omtrent eigen relatie Geest/God, Ziel/God. En dit kan praktisch alleen gebeuren wanneer er sprake is van contact, communicatie. Er is geen voertuig, geen wezen in de ruimte denkbaar waarin een geest direct incarneert, dat geen middelen heeft tot communicatie met anderen en niet een zekere wereld en een zeker wereldbegrip kent. Zelfs in de ledige ruimte zou dit van kracht moeten zijn. Dit beperkt dus het aantal mogelijkheden dat we hebben wel, want we hebben nu altijd te maken met wezens die hun soort kennen. Het is niet denkbaar dat een wezen uniek is in de schepping, het is altijd deel van een geheel ergens. Dat is de eis die de geest stelt.

Dan volgt hier weer uit: De wezens in de ruimte zullen een gemeenschappelijke waarde kennen en elk voor zich zal op eigen wijze een erkenning in zich dragen van wat wij God noemen, maar wat zij misschien wel tijd of ruimte of iets anders noemen. Een erkenning van een principe van een hogere waarde of kracht, is zo zeer eigen aan een menselijk maar ook aan een geestelijk bestaan, dat wij ons geen volk, geen wezen in de ruimte kunnen denken dat dit begrip ontbeert.

En dan zijn we dus weer een stapje verder; we komen dus tot een paar gemeenschappelijke factoren zoals bv. het hanteren van werktuigen, bepaalde meetkundige begrippen en zo voor sommige volkeren, maar het begrip van een hoger principe, hetzij in het ‘ik’ liggend of daar buiten, bij álle levende wezens die er maar kunnen bestaan.

En daarmee wordt dus de relatie voor de mens vanuit een geestelijk standpunt gemakkelijker aanvaardbaar en ook contact op geestelijke basis gemakkelijker bereikbaar dan aan de hand van de wetenschap die misschien bepaalde feiten en interpretaties over en weer wel kan geven, maar waarbij het essentiële begrip van gezamenlijk levend wezen, gezamenlijk mens te zijn a.h.w. ontbreekt.

Zoals u weet is men op aarde wat dit betreft nog niet erg ver gevorderd – de aarde is nog een dorpje waarin iedereen die er een beetje anders uitziet onmiddellijk gevreesd wordt of wordt ingehaald als bevrijder – een tussenweg is er niet – maar op basis van een geestelijke waarde is er contact mogelijk en daar wil ik weer een conclusie uit trekken, ik wil dan toch ook nog even naar de echte levende wezens in de ruimte toe.

Een levend wezen dat met de aarde of met de mensen op aarde in contact wil treden, en dus niet door een toeval daar terecht zou komen, zal altijd trachten te beantwoorden aan een geloofswaarde of voorstelling in die mens, dan wel aan een technisch begrip van die mens. Zo zal geen enkel levend wezen uit de ruimte dat de aarde zal betreden zich volledig in zijn eigen vorm kunnen en durven laten zien, tenzij deze toevallig bijna volledig menselijk is. Dan zal elk contact met andere wezens, met andere werelden voorlopig gebaseerd moeten zijn op een maskerade. Dat is misschien wel bitter om dat vast te stellen, maar het is zo.

En nu stel ik een paar dingen die ik wel weet, maar die voor u fantasie zijn en die moogt u ook rustig weer opzij leggen als u dat wilt. Er zijn levende wezens in de ruimte die ruimtevaart beheersen. Sommigen van hen gebruiken daarbij magnetische principes, anderen baseren zich op stralingsprincipes; er is zelfs één die zich op een zeer typisch golvingsprincipe baseert, dat ergens doet denken aan de combinatie van straling en trilling, dat licht, bv. is. Groepen, die niet zo ver komen, baseren dan verder hun voertuig nog wel eens op gravitionaire principes, dus zwaartekracht principes.

Er zijn zeer vele groepen levende wezens die dus een vorm van ruimtevaart bezitten en die althans theoretisch met de aarde in contact zullen kunnen komen. Maar de interstellaire afstanden zijn betrekkelijk groot; de mogelijkheid om de lichtsnelheid te overtreffen bestaat bijna niet. Zover mij bekend, zijn er pas vijf rassen die dit probleem hebben opgelost; het is nl. een kwestie van transpositie van energiepatronen, waarbij dus een soort resonance a.h.w. gewekt wordt elders en de tussenliggende ruimte niet wordt betreden. Dat is de enige oplossing die er is. Dat is zo en u vindt het toch helemaal niet vreemd. U heeft een radio thuis, daar zit een transformator in, nu moet u eens opletten, er zijn twee spoeltjes, ze zijn niet met elkaar in contact, maar de stroom van A komt toch in B . Een soort inductie.

U slaat op de piano hier een toon aan en als u goed luistert, dan blijkt dat daar een toon meetrilt. De tussenliggende ruimte is door niets overbrugd. U kunt dat zelfs doen door hier een viool neer te zetten en daar nog een; hier een toon aan te strijken en wanneer u dus een versterkertje aan die kast vast maakt, kunt u horen, dat dáár die toon ook ontstaat. Niets…..die toon die springt maar. Dat zou je op het gebied van energie ook kunnen doen, men is er zelfs ergens mee bezig op het ogenblik; RCA (Red.: Radio Corporation of America)   doet momenteel experimenten in Columbia, waarbij men dus elektrisch vermogen a.h.w. uit wil stralen, gericht uit wil stralen met betrekkelijk hoge voltages. Men is er nog niet helemaal in geslaagd maar, daar zou je dus ook kunnen zeggen: hier heb ik elektriciteit, die door een draadje moet lopen, ik zet er een eigenaardig element voor en ‘bom’ daar is opeens een elektrisch veld. Een veld beter gezegd, dat in elektriciteit kan worden omgezet.

Dat is toch ook eigenlijk hetzelfde. Dus je moet er niet zo vreemd tegen aankijken. Het zijn geen vreemde principes, alleen de toepassing vraagt zeker op een dergelijk terrein een techniek, waarover de mens op het ogenblik niet beschikt. Waarschijnlijk ook de eerste duizend jaren nog niet beschikken zal. Maar dat is niet belangrijk. Het kán bestaan, het is er.

Nu moet u zich goed realiseren dat u eigenlijk woont in een achterbuurt van het Melkwegstelsel, ja. Niet omdat de aarde nu toevallig zo slecht is hoor, helemaal niet, maar doodgewoon omdat de aarde eigenlijk ligt in een uitloper, u moet maar denken aan een soort zonnerad of voor mijn part aan een krab, en in één van de scharen van de krab ligt ergens, tamelijk aan de buitenkant, de zon, die zich daar beweegt in de richting van nog een paar andere sterren; maar middenin zijn er nog veel meer sterren, is de interrelatie van die sterren groter, is ook het aantal planeten groter en het aantal verschillende levensvormen groter door het grote aantal verschillende stralingen en krachtvelden dat er bestaat. U moogt dus niet rekenen dat u hier direct veel en druk bezoek zult krijgen. Maar toch is er ruimtevaart.

We weten bv. dat vanuit Cygni II ruimtevoertuigen onder meer de aarde gepasseerd zijn, of beter gezegd Sol, de zon, en dat een van die ruimtevaartuigen een hele tijd geleden gestrand is, planeet Mars. We weten dat daardoor hier veel ruimtestations zijn ontstaan en dat is helemaal niet wat u denkt bevoorrading of zoiets, het gaat alleen om enkele chemicaliën, enkele ertsen zou u zeggen; die ze toevallig eens nodig hebben. En voor de rest is het eigenlijk onbelangrijk, het is een uithoekje.

Dat dus een grote belangstelling zou bestaan vanuit de ruimte voor de aarde, is op zijn minst gezegd dwaas. Maar dat degenen, die hier nu eenmaal een buitenpost hebben die voor hen gemakkelijk is – de aarde heeft nl. een eigen beweging samen met de zon – en die beweging is voor bepaalde ruimtevaarders wel aanvaardbaar en prettig, want dat is een eigen beweging waardoor ze, ik zou haast zeggen, een stukje kunnen liften terwijl ze landen. Het is dus hetzelfde als u zegt: “we nemen even de slaaptrein. We zetten de auto achterop”.

Dat deze wezens hun eigen installaties dus niet zo graag teniet zien gaan, is logisch maar dan gaat de mens onmiddellijk fantaseren: Dit zijn hogere wezens die hebben daar een soort tuin van Eden gebouwd met hoge steden, met grote spiralen, kijk en daar maakt de mens nu weer een fout. De mens denkt: Je bent hoger, dus alles moet mooier zijn. Maar eenvoud kan ook erg mooi zijn en vaak veel doelmatiger. En als u dus op een vreemde wereld bent en u gaat een stad bouwen en u weet niet wat de klimatologische condities zijn, en dat ding moet dan ook nog een paar duizend jaar bij voorkeur kunnen blijven bestaan, dan zult u waarschijnlijk zoeken naar vaste aardschors en u zult daarin proberen de meeste van uw installaties onder te brengen. Wat overblijft, een kunstmatig klimaat een kunstmatig milieu, wordt gemakkelijker onder de aarde gemaakt dan er boven. En dan moet u zich dus ook voorstellen dat dergelijke stations erg eenvoudig zijn en dat ze dus onder de grond liggen meestal.

Op Venus is dit toevallig niet mogelijk, daar is een ietwat eigenaardige conditie.

  1. Er is een stralingsgordel omheen waardoor de temperatuurswaarden heel anders zijn dan u zich voor kunt stellen.
  2. Er is niet direct water zoals u het kent, maar iets wat er mee vergelijkbaar is, het is een combinatie van H2O met nog een paar elementen en dat is bovendien nogal tamelijk vretend, dus daardoor konden ze dat niet doen. En daar hebben ze wel een nederzetting gemaakt maar die is op een ander principe gebaseerd. Maar goed, er zijn dus twee grote nederzettingen. Nu denken de mensen dat er op de maan ook nog wel een moet zijn, want de afstanden zijn anders zo groot. Neen, op de maan kan wel eens een keer een observatorium gezet worden, om te kijken wat of die gekke aardbewoners nu weer doen, maar veel verder gaat het niet. De buitenplaneten zijn voor de wezens die op Mars kunnen leven en die op Venus kunnen leven praktisch niet te benaderen, zwaartekracht verhoudingen zijn anders, de levenscondities zijn anders.

Toch is er eigenaardig genoeg een reeks wezens die kunnen leven onder de condities van Saturnus. Deze zijn echter niet eigen aan de planeet zelf. Maar dan hebben we nog wel een paar leuke dingen, je hebt bv. Phobos en Deimos. Dat zijn niet helemaal echte planeten, of manen beter gezegd; het zijn dus wel dingetjes die daar in omloop zijn gebracht en in de loop der tijden maan zijn geworden.

Die wezens uit de ruimte die zullen dus ergens gaan reizen om er wat mee te winnen. Ze gaan niet voor niets op reis. Maar wat is nu hetgeen belangrijk is? U denkt natuurlijk weer aan materialen, dat is maar heel beperkt. Het vervoer van materiaal door de ruimte kost onnoemlijk veel energie en zelfs wanneer je die energie in overvloed bezit, dan vergt dat dus ofwel een lancering – waarvoor je dus een bepaalde elektronische machine nodig hebt want dat kun je zelf niet – volgens een bepaalde baan van onbemande voertuigen, óf wel bemanning. En u zult wel begrijpen dat is niet erg praktisch. Het grootste uitwisselen van gegevens dat zal wel zijn: kennis en begrippen. En naast die begrippen, zeldzame elementen.

U heeft hier op aarde veel zout, natriumzout. Nu zijn er andere planeten waar dat schaars is, kijk, dat willen ze wel hebben. Het kan ergens belangrijk zijn, en zo ziet u dat die interstellaire handel en die interstellaire rijken – waarvan men op aarde wel eens droomt – die superbeschaving met die superoorlogen eigenlijk mogelijk een klein beetje uit de tijd zijn. Het is doodeenvoudig niet mogelijk om een interstellaire oorlog te voeren; het is niet mogelijk om een interstellair imperium op te bouwen want – waarde vrienden – die mensen die op zo’n planeet zitten, die daar de macht hebben, die zijn véél verder, ook in tijd, verwijderd van de regeringszetel dan bv. de pro consuls van Rome, van Rome zelf van de Senaat. En die deden al een hoop gekke dingen. Dus u moet zich dat niet voorstellen alsof er nu ergens een grote gemeenschap bestaat. Er zijn misschien wel eens van die kleine rijkjes geweest van een 5 of 6 sterren, samen misschien 7 of 8 planeten. Maar verder komt het niet.

Daarom is het ook dwaas om die wezens dus te gaan zien als beter of slechter, ze zijn eenvoudig anders en de menselijke voorstelling van hun cultuur, hun maatschappij zijn gezien de condities van de ruimte en andere planeten, eenvoudig niet waar te maken.

Dan komt de grote vraag waarom bemoeien ze zich dan toch wel eens met de mensheid, want dat is wel gebeurd. Dan heb ik een hele gekke vraag: Heeft u misschien wel eens een mus met een gebroken pootje gevonden en het pootje voor hem gespalkt? Alleen wanneer u er toch tijd voor hebt en geen haast heeft en niet wat anders te doen hebt.

  • Geen mus, wel een kip.

Nu dan heeft u het dankbare ei gekregen.

  • Ja, dat is waar.

Dus we moeten het even goed begrijpen hier. Dat is ook weer een punt waarover u even na moet denken. Dit is een soort vrijetijdsbesteding. En wat blijft er dan verder over? Degenen, die willen experimenteren. Wat zijn degenen die willen experimenteren? Dat zijn in zekere zin vooral de filosofen. Er zijn op het ogenblik mensen die denken dat je met exacte wetenschap verder komt, maar dat is niet waar. De wetenschapsman die moet fantasie hebben, hij moet filosoferen, hij moet torens van gedachten op kunnen bouwen om zó een grein van verrassend nieuw experiment, van verrassende mogelijkheid te vinden. En dat moet hij gaan bewijzen. De wetenschapsmensen van het verleden waaraan u de techniek van heden hebt te danken, waren praktisch allemaal filosofen. En zo moet u dus ook kunnen bedenken dat degenen, die zich verder bezig houden met de aarde, dat hoofdzakelijk doen als een soort proef. Ik weet wel, er valt een hele hoop liefs weg, maar goed. En hoeveel filosofen zouden er op zo’n aarde kunnen werken? Nu eigenlijk maar één, met misschien een laboratoriumproef.

  • Waarom één?

Nu dat zal ik trachten duidelijk te maken. Als er twee zouden zijn dan zouden ze óf hetzelfde experiment moeten volbrengen en dan zijn ze een unit, dan horen ze bij elkaar ófwel ieder zou een ander experiment willen volbrengen, maar dat zou niet gaan omdat de invloeden op aarde van het experiment van de een overlopen in het experiment van de ander, en het zo ongeldig maakt. En dat wederkerig. Kunt u me volgen?

  • Neen

Nu: u doet een voedingsexperiment met muizen. Ze eten uit voerbakjes die eigenlijk nog wel ook door de wederkerige ploegen in de andere helft van het kooitje bereikt zullen kunnen worden. Is dan alles wat u daarvan afleest eigenlijk niet vervalst? Juist. Als je de aarde neemt, dan kun je niet zeggen dat er op het ogenblik ook maar één volk is dat volkomen geïsoleerd is. En wanneer ik dus experimenteer met één volk zal dat invloed hebben op alle volkeren. Begrijpt u?

  • Ja, ik dacht dat het ook van belang was het soort van experiment.

Ja, maar er zijn zoveel mogelijkheden tot experimenteren en wanneer u experimenten doet, zoals dat vanuit de ruimte gebeurt, dan zal dit altijd belang hébben zo vreemd als het klinkt op menselijke waarden, dus op psychologisch terrein. Dat zal liggen op suggestief terrein, telepathisch terrein, dat zal liggen in de sfeer van het denken, want dat is de enige wetenschap die overal bruikbaar is. Een technisch experiment of een experiment met cultuur van je eigen wereld kun je dus ook wel eens een keer doen. Er zijn ook mensen die geloven dat het vroeger al eens een keer gebeurd is, en zeggen: “Kijk eens onder de spinnen zijn er die passen eigenlijk niet helemaal in het evolutionair patroon zoals wij dat ons denken”, maar dat is niet zeker. Volgens mij is dat niet juist. Goed.

Maar denkt u dus, maar zo: wanneer zo ‘n wetenschapsman, laat ons dat even zo stellen, dus een aarde heeft om mee te experimenteren, dan zal hij er een vlaggetje bij zetten “Keep off ” “Blijf uit de buurt”, “Experiment aan de gang” , “Werk in uitvoering”. Begrijpt u? En ik geloof ook wel dat wanneer een ander daar zou willen beginnen met een experiment, dat er strijd zou komen of het zullen toevallig de beste vrienden moeten zijn. En nu moet u eens even kijken hoe leuk dat uitpakt. Wanneer er dus experimenten zijn dan kunnen er op aarde in korte tijd achter elkaar geheel verschillende invloeden worden uitgeoefend, want is het ene experiment afgelopen dan is het arbeidsterrein – mits de condities nog geschikt zijn – voor het volgende klaar.

We zullen dus moeten aannemen dat er veel planeten zijn waarbij lager ontwikkelde levensvormen – neemt u me niet kwalijk dat ik de mens daaronder ook nog een beetje reken – worden beïnvloed door degenen die zich hogere levensvormen zouden noemen. En dat gebeurt dus overal in het Al. Dan moeten we aannemen dat het patroon van die experimenten heel vaak het karakter van een oorlog kan krijgen, want waar bewustzijn is, daar is ook strijd. De levende wezens in de ruimte zullen niet alleen met de aarde experimenteren. Zij zullen trachten daardoor sterker of beter of zekerder te worden dan een ander. En hier krijgen we dus een heel typisch verschijnsel: Wanneer er werkelijk ‘n oorlog in de ruimte zou kunnen bestaan, zou dit in de eerste plaats er een van denkbeelden, van ideeën zijn en pas in de laatste plaats misschien ook een keer van gewapend conflict.

Nu, dan kom ik nog even terug op die wezens. De aarde heeft een groot aantal vertebraten van verschillende soorten, waaronder de mens. Warmbloedige mamalen bepalen eigenlijk het karakter van deze wereld voor een groot deel, althans voor het manipuleerbare leven. Het is aan te nemen dat degenen, die daarmee experimenteren:

  1. ofwel daarvan helemaal niets weten (maar dan wordt zo’n ras heel snel vernietigd)
  2. ofwel een zekere overeenkomst vertonen. En de doorsnee wetenschapsman experimenteert nu eenmaal graag met dingen die voor hem een vergelijkbare waarde hebben.

Mijn conclusie is dus: Degenen die in dit deel van de ruimte bezig zijn aan experimenten waarmee de aarde dus werkelijk contact krijgt, hetzij mentaal via telepathie of iets anders, hetzij meer stoffelijk, zullen wezens zijn die in hun eigen bouw maar niet in hun sociale structuur op de mensheid zullen gelijken.

En dan zijn er natuurlijk zeer vele andere levensvormen, maar elke levensvorm zal leven vanuit zichzelf en zijn eigen bewustzijn. Zij zal een eigen groepsmentaliteit hebben en misschien een eigen groepsgeest, als u het zo uit wilt drukken

Wij kunnen ons voorstellen dat er in bijna alle volkeren ergens een Verlosser is geweest, maar de leer van die Verlosser zal in elk apart deel van het Al, ook een andere zijn. Zij zal nl. niet zijn een concrete absolute leer, maar ze zal steeds zijn een leer die gericht is op een geestelijke achtergrond en ontwikkeling .

Vanuit de geest zullen contacten mogelijk zijn maar omdat bij het geestelijk contact voorstellingsvermogen een grote rol speelt en de verschillende milieus vaak heel moeilijk over te dragen zijn, zal zelfs in de lagere geestelijke sfeer geen zuiver contact mogelijk zijn waarbij men de ander in zijn werkelijke vorm, zijn werkelijke habitus, begrijpt en erkent. Er zijn ook daar slechts oppervlakkige contacten mogelijk.

Nu, dat is zo’n beetje alles eigenlijk, Ja, u zult misschien nog willen weten wat er wel en wat er niet in de ruimte leeft, wat er dus nog bestaat of niet. Nu dat kunnen we gauw even doen. Wij kennen inderdaad vormen van sentiënte planten. Plantenleven dus met een betrekkelijk hoge graad van reactievermogen en bewustzijn, waarbij een denken voortkomt uit de noodzaak zich aan te passen aan het milieu. Deze zijn voor bezieling vatbaar. Zij erkennen dus ook wel culturen, zijn heel anders dan die van u.

Dan hebben we kristalstructuren. In kristalstructuren kan op een bepaald ogenblik ook een sententie zijn, wanneer ze ten opzichte van elkaar voldoend grote resonantie hebben dan kan er dus een wereld bestaan met kristallen. Er zijn werelden waar dit inderdaad bestaat. Dan kennen wij werelden van composiete wezens, dat zijn wezens die niet bestaan uit één deel dat onafhankelijk is, dus zichzelf is, maar uit een groot aantal delen die onafhankelijk van elkaar manipuleren; denkt u aan een soort gemeenschapsbewustzijn zoals we dat bij de vechtmieren aan de Amazone zien. Die een zeer typische methode hebben om een gevechtscolonne op te bouwen waarbij – aan de flank – een soort verkenners, verdedigers optreden; wanneer een van die groepjes door omstandigheden wordt aangevallen en uitgeroeid, dan is er misschien geen één meer die het bericht overbrengt, maar u ziet na zeer korte tijd dat uit de middenkolom een nieuwe colonne van die verkenners wordt geformeerd en die neemt precies dezelfde plaats in in het geheel. Er is dus een overkoepelend bewustzijn, waarbinnen het eigen bewustzijn van elke mier eigenlijk maar een zeer beperkte rol speelt. U moet u dan ook niet denken dat zij dus geen eigenschappen hebben zoals de mens die ook kan hebben.

Er zijn ook luie cellen, en je hebt ook gezonde cellen en zieke; u heeft vreugdig functionerende en u heeft andere die doen te veel of te weinig. Zo is het daar ook. Composiete wezens komen dus voor. Daarnaast kennen wij maar zeer beperkt enkele wezens die in de ruimte leven, werkelijk ruimtewezens, deze komen voor zover mij bekend in deze buurten haast niet voor, maar komen vooral dáár voor, waar we grote hoeveelheden sterren bij elkaar zien staan en dan vooral nog bij voorkeur bij tweeling- en drielingssterren. Waarom? Dat durf ik u zonder meer niet te zeggen.

Dan hebben we dus ook de mensachtige, humanoïde vormen. We kennen daarnaast bepaalde vormen waar je zou kunnen spreken over een soort algen of poliepen eigenlijk. Die dus ook sentiëntie hebben, dus ook bezield zijn.

Haast élke vorm van leven die u op aarde kent en die voldoende complexiteit bezit om een denkvermogen mogelijk te maken, zal wel ergens in het Al een soort evenbeeld vinden dat daarmee – zoals u hier als heerser van een planeet of deeltje ervan met een bewustzijn omtrent zichzelf, met een aanbidden van een eigen God, met het begrip dat zij juist gezonden zijn – overeenkomt. Laten we a.u.b. niet te veel opscheppen over de mens of over andere krachten die de mens kunnen helpen. Laten we één ding goed begrijpen, in al die vormen is; één en dezelfde oerkracht gerepresenteerd. Noem hem God. In al die vormen bestaat een geest, die ontdaan van bijkomstigheden van bewustzijn praktisch gelijk is aan de uwe.

Onze gemeenschap met wezens in de ruimte als mens of als geest kàn niet zijn gebaseerd op vorm en vormbewustzijn, of zelfs op technische of stoffelijke vermogens. De wérkelijke punten van ontmoeting zijn in de geest en nog meer in de ziel.

Wanneer wij vanuit ons zelve ten opzichte van al het leven dat wij kennen, proberen dit begrip van eenheid in God – noem het zo maar – concreet te beleven dan zullen de mensen ook in staat zijn om in plaats van het schoteltje met een cultuur te zijn van een of andere experimentator, te zijn wezens, die wezens uit de ruimte bewust en volwaardig kunnen ontmoeten. De mens zal eerst zijn droom moeten zien sterven vóór hij in staat is de werkelijkheid van een Al vol leven te aanvaarden. En daarin ook voor zich een plaats te vinden, een plaats in een gemeenschap. Dat is alles wat de inleiding betreft.

Of de avond werkelijk interessant wordt, dat weet u ook wel, dat ligt aan het tweede gedeelte. Want dan komt u nl. met uw vragen en opmerkingen naar voren. Ik dank u in ieder geval voor uw aandacht, die u me hebt gegeven en hopelijk na een kwartiertje zo ongeveer, weer te ontmoeten mét uw vragen, die ik dan zover dit mogelijk is, zal trachten te beantwoorden.

Vragen

  • Moeten wij ons die wezens voorstellen als bv. grote en kleine insecten met denkvermogen en bestaat dat misschien ook op aarde, bijvoorbeeld bij de mieren?

Tja, u kunt zich die wezens wel zo voorstellen, maar het zijn over het algemeen groepswezens zoals ik al beschreven heb, waarvan de delen onafhankelijk zijn. Er bestaan praktisch geen wezens die u aan insecten doen denken qua structuur vooral en ook qua levensproces, waarvan we kunnen zeggen dat zij een menselijk bewustzijn hebben. En wanneer u het vergelijkt met de mieren dan moet u ook begrijpen, dat het wezen eigenlijk de kolonie is; de koningin is daarin zoiets als de generator van het gedachteproces ; zij wordt omringd door een aantal wezens, die zou u denkers kunnen noemen; rond die denkers zitten dan weer de voedsters en die zijn gelijktijdig een soort versterker, en van daaruit gaan dan de signalen naar de verschillende organen, die we dan weer kennen als eerste en tweede klasse arbeiders, enz. de soldaten, de landbouwers een collectief voor de rassen die tuinbouw plegen enz. Dat is dus een collectief wezen en deze collectieve wezens die zijn vanuit menselijk standpunt haast niet te benaderen.

Je bent geneigd ze te menselijk te bezien, elk deeltje te beschouwen als een afzonderlijk bewustzijn, maar als het er op aankomt dan is dat niet waar. En dan zijn die dingen eerder te vergelijken met organen van een lichaam, ik kan het niet beter zeggen.

  • De antroposofen zeggen dat het in de Egyptische tijd bij de mensen het geval was, dat daar de Farao eigenlijk dát was, dat u nu zegt van koningin.

Nu, het spijt me dat ik dit moet ontkennen en de plaats van de Farao in de Egyptische tijd was wel die van het centrale punt. Wij vinden dat in al die oude staten, de vorst is gelijktijdig de godheid en er bestaat een gevoelsafhankelijkheid voor het volk, maar de werkelijke machtsuitoefening bij voorbeeld, gebeurt niet door Farao – en vaak tegen zijn wil – vandaar dat er zoveel Farao’s omver zijn gegooid. De werkelijke machtsuitoefening die ligt wel in grotere corpora als bepaalde tempelgroepen en ook in enkele gevallen in bepaalde feodale groeperingen van machtshebbers, maar u moet niet denken dat de Farao vergelijkbaar is met bv. de koningin van een mierennest, dat is zeker niet waar. Dat is alleen een geloofskwestie en we mogen daar nog bijvoegen dat de vergoddelijking van de heerser niet alleen een geloofskwestie was, maar dat was zuiver een politieke kwestie; want een God zul je niet zo makkelijk aanvallen.  Begrijpt u? Dat is dus de onderwerping van de eenvoudige mens.

  • Kunt u vertellen hoe de levende wezens van Mars, onze buurplaneet, er uit zien? Althans welke vorm van leven daar bestaat?

Ja, dat zijn twee verschillende vragen. De vormen van leven die er bestaan? Er is een plantaardig leven, dat een beetje doet denken aan toendramos, niet helemaal, maar het lijkt er iets op. Daarin komt dan weer een andere manier van leven voor die doet denken aan wolgras.  Dat zijn op hét ogenblik de eigen levensvormen praktisch van Mars. Van uitgebreid dierlijk leven is daar geen sprake.

Dan heb je de ogenblikkelijke bewoners van Mars, die zijn niet eigen aan Mars; zij hebben een humanoïde vorm, zijn over het algemeen 1.60 groot; de tint kunnen we het beste aanduiden als van iemand met een galkwaal, die een beetje zeeziek is. Misschien kunt u het zich nu voorstellen, een heel eigenaardige tint.

  • Akelig geel ?

Ja, naar het groene toe. De bewoners daar hebben weinig of geen haargroei, handen ongeveer als de uwe, maar we vinden een vestigale niet volledig ontwikkelde zesde vinger met kornnagel. Denk maar aan een kattennagel. Verder zijn de voeten iets anders van bouw, langer, slanker en de rest dat zijn organische verschillen.

Er zijn op het ogenblik op Mars in het totaal vijf verblijfplaatsen, twee daarvan kunt u zien als een soort rustkolonie, een soort ontspanningskolonie. Een ervan ligt bij de Noordpool en heeft – dat is praktisch de enige – een betrekkelijk uitgebreide koepel bovengronds. De andere vier zijn ondergronds gebouwd, drie ervan kunt u beschouwen als een combinatie van laboratoria, mijnwerk – enfin men werkt er zelfs met fotosynthese en dergelijke dingen – dus die kunt u in de eerste plaats zien als productiewerk en dan zijn er twee die een directe landingsplaats hebben waar grotere  ruimtevoertuigen bevoorraad kunnen worden  en waar gemakkelijk een uitwisseling van reizigers eventueel mogelijk is. Deze beiden hebben ook bakens, zeer sterke bakens, maar die zijn niet helemaal met de radio te vergelijken.

Dan kunnen we zeggen dat er per nederzetting ongeveer 70 à 80 voertuigen aanwezig zijn en indien er een moederschip is, komt daarbij het gemiddelde van 140 tot 160 reddingsboten of kleine voertuigjes die het moederschip heeft, dan weet u meteen wat er ongeveer aan voertuigen daar is.

  • Maar ze horen er niet thuis die macht in Mars?

Ja, ze horen er wel thuis eigenlijk. Want ze wonen er nu al een aardige tijd, dat zal wel een 2.000 jaar bijna zijn, maar werkelijk dat je zegt, leven dat ontwikkeld is op Mars, is het niet. We vinden er de overheersende vorm die ik u beschreef die komt van Cygni II, dat zijn afstammelingen, licht gemuteerd, van de oorspronkelijke noodlanding die daar heeft plaats gevonden en dan vinden we verder nog een paar mensen, vanuit u gezien, van de richting van Antares en die zijn groter; die hebben een gemiddelde grootte van zeg maar 1.90 m, de gelaatskleur heeft ook wel iets geelachtig, maar ik zou haast zeggen van een blanke Polynesiër, weet u wel die goudkleur. Haargroei over het algemeen van uw standpunt uit van blond via pasteltinten tot een beetje blauwig groen, dus verschillende tinten en deze hebben het eigenaardige, het lichaam is veel magerder, veel slanker, de handen zijn naar verhouding ook magerder en zijn vijfvingerig als de uwe; gemiddeld hebben ze zes tenen, de organen vooral die verschillen heel erg.

Om u een voorbeeld te geven, ze hebben geen milt; de milt ontbreekt helemaal, bijnieren zie je ook niet, het hart is van uw standpunt uit bijna drievoudig; er zijn in het lichaam drie afzonderlijke circulaties. Er zijn nog wat van die verschillen, maar dat zijn de bijkomstigheden en aangezien er daarvan in verhouding maar weinig zijn, laten we zeggen per honderd misschien één of twee, geloof ik dat we dat buiten beschouwing kunnen laten. Van dit type vinden we er overigens iets meer op Venus. Er zijn er op het ogenblik denk ik een kleine veertig, uit de buurt van Antares. Nu wilt u meer weten?

  • Op Venus zijn dat de beschrijvingen van die Christusfiguren van die Venusschepen?

Ja, neemt u me niet kwalijk, als u Christusfiguren zegt, dan kan men er zich van alles onder voorstellen. Als men het wil associëren met Jezus van Nazareth, dan is het geheel van vorm en tint toch wel heel anders.

  • Nee, maar wat de verschillende schrijvers hebben verteld over zo’n wezen met blonde haren…

Ja goed, dan moet u ook niet vergeten, deze mensen zijn totaal anders gekleed. Zij maken gebruik van een soort geladen gaas van kunststof, dat is misschien het best om het zo te zeggen, waardoor de kleding hen volledig beschermt tegen temperatuurwisselingen, stof afstoten en dergelijke.

  • Een soort overall?

Nee het is niet een soort overall, u kunt het het best vergelijken met een Griekse chiton. Het is een soort overgooier eigenlijk. Dat zijn dingen die zullen mensen toch niet kunnen zien omdat zij de glans van het weefsel wel zien en dan zullen ze het waarschijnlijk uitspreken als aluminiumachtig of zilverachtig.

  • Is het juist als ik de indruk krijg dat al deze wezens minder grofstoffelijk zijn dan de aardmensen? Zo ja, wat is de oorzaak?

Nou minder grofstoffelijk als u het wilt zeggen in mentaliteit dan ben ik wel geneigd om het er mee eens te zijn. Hun denken is veel minder materialistisch omdat ze voortkomen uit een – het is moeilijk om het zo te zeggen en het is niet helemaal juist – technisch meer hoogstaande beschaving laten we het zo zeggen. Zij zijn meesters in de synthese, ze kunnen praktisch elk product wel synthetisch vervaardigen als het nodig is en hebben daarvoor slechts enkele elementen nodig waardoor zij een leven hebben dat heel anders is. Hun belangstelling en werken ligt op het geestelijk vlak, in die zin zou u kunnen zeggen dat ze minder grofstoffelijk zijn.

En dan zouden we van die mensen van Antares verder nog kunnen zeggen dat zij hoofdzakelijk werken – als ik zeg telepathie, dan is het niet juist – met begripsoverdracht. Dat is misschien het beste. Het is de begripsoverdracht die wel degelijk in het lichaam wordt gewekt, het is niet alleen maar een hersenproces. En deze wezens beschikken over een aantal dingen die ze hier alleen aan de occultist en de magiër toeschrijven. Dus dat is ook wel waar. Maar voor de rest, wanneer we hun vormen zien, ja de materiële structuur is anders.

We kunnen zeggen: Wanneer we een wezen hebben: bv. van Antares en we vergelijken de celstructuur met een van Cygni II of Procyon VI het is eigenlijk niet helemaal juist, goed Procyon, dan zeg je, ja dat zijn wel totaal verschillende cellen en de opbouw en de celkern dichtheid bv. die scheelt een heel stuk, maar het is materie. Het is dus niet zo dat u zegt, ze zijn astraal of zo.

  • Dan is dus de aarde in zeker opzicht uniek in dit stelsel met zijn 3 miljard inwoners op het ogenblik?

Nu ja hier in de buurt wel. U kunt zo rekenen, wanneer volkeren rijker worden, dan gaan ze begrijpen dat bewustzijn belangrijker is dan aantal. Een kind kiest nog tien cent in plaats van een dubbeltje. Maar iemand die verstand heeft zegt, geef mij het dubbeltje maar, dat is makkelijker mee te nemen en het is net zoveel waard. Dus in die zin betrekkelijk uniek, maar we hebben er Bèta CI, II, D12 in de sterrenkaart van Pasadena is dat. Dat is een ster, daar vinden we zelfs twee planeten die overbevolkt zijn, maar ja, die zijn ook nog zo stom. Dus volledig uniek is de aarde niet, maar we kunnen wel zeggen; dat de aarde door de wijze waarop het leven hier zich ontwikkeld heeft en ook bepaalde schokken die hier zijn opgetreden, qua mentaliteit voorlopig wel betrekkelijk uniek is, maar we kunnen hopen dat dat ‘betrekkelijk’ gauw gaat slijten.

  • Zijn er verschillende geslachten op Mars of is dat allemaal eender?

Nu er zijn inderdaad op Mars drie seksen bij de wezens van Procyon, als ze er zijn. Op het ogenblik zijn ze er nog niet en de beide andere soorten, daar heb ik al over gesproken, die heb ik al beschreven, die zijn biseksueel net als u. Dus twee seksen.

  • En de derde, welke groep is dat dan?

Ja, u zit te kijken, wat is dat eigenlijk met die drie seksen. Dat moet u zich zó voorstellen: We hebben de man, we hebben de vrouw en we hebben wat u zou kunnen noemen, de neutraal; maar het is zo: de man en de vrouw hebben geen van beiden een drachtfunctie, daar kan het levensprincipe zich niet in ontwikkelen, dat kan alleen via de derde en als we ons nu in de seksuologie van de exterterraciale wezens moeten gaan begeven, dan zou ik willen voorstellen om daar een apart onderwerp van te maken. Bovendien u hebt er weinig aan, want u kunt het zich toch niet voorstellen. Maar goed ook.

  • Hoeveel van die wezens zijn er op Mars?

Als u aan de totale bezetting denkt, zoals die op dit ogenblik, zeg de laatste week is geweest, dan moet u denken in de grootorde van 1700-1900, niet meer. Dus dat is helemaal niet veel. Een kwestie van waardering, maar als u rekent dat om een bevoorrading van een ruimteschip op de juiste wijze plaats te doen hebben, dat je voor de bediening van het materiaal, het sturen van de velden e.d. dan toch altijd wel een man of 70-80 nodig hebt. In een moederschip heb je nog iets meer nodig, daar komt dan nog een technische afdeling bij en daar is, het personeel ongeveer 220 – 250 man. Maar vergeet u één ding niet, daar zijn moederschepen bij, daar zeggen ze : Nu zet Hilversum maar zolang in de kelder.

Deze moederschepen zijn ook niet op een planeet gebouwd trouwens, maar die hebben inderdaad wel een vervoerscapaciteit, als we dus rekenen met een recreatieruimte, waarbij iedereen voldoende ruimte heeft, voor ongeveer 30.000 personen, als je dat speciaal voor passagiersvervoer zou gebruiken, maar ze doen dat meestal niet. Een groot gedeelte van die ruimte wordt gebruikt voor wat we de reddingsboten zouden kunnen noemen en nog zo wat extra installaties.

  • Vrachtvervoer?

Neen, dat is eigenlijk meer veiligheidsmaatregel. Vrachtvervoer is niet zo groot. Ik denk dat een gemiddeld moederschip een vrachtvermogen heeft van 300 tot zeg maximaal 3.000 ton.

  • Maar welke punten verbindt men dan?

 Tja, dat is een kwestie. Sommige verbinden bepaalde culturen met elkaar of ook wel meestal niet bewoonde planeten waar voor die culturen zeer belangrijke stoffen aanwezig zijn; die ze zelf bv. niet meer hebben omdat ze ze te veel verspild hebben vroeger. Andere zou u eerder kunnen zien als een soort cruise, zo’n soort vaart door de ruimte waarbij men bepaalde punten aandoet. Daar zijn verschillende moederschepen bij, dat zijn eigenlijk scholen. Die zijn speciaal bestemd voor interculturele contacten, dat is het overdragen van de ene cultuur op de andere, en dat kan je alleen maar tot stand brengen voor deze mensen, wanneer je jonge kinderen bij elkaar brengt, die uit verschillende culturen stammen, maar die dezelfde boeken lezen. U moet niet denken als u bv. een boek leest uit Ukruïn en u komt uit Antares, dat het u iets zegt. Die hele structuur van zo’n boek, of een dans of een toneelstuk is anders, Dat moet je leren begrijpen en moet dan vertaald worden. En zo gebruikt men dan deze cruises om wezens van verschillende culturen a.h.w. steeds maar rond te slepen en die ploegen ook steeds uit te wisselen en hen aan boord en op de verschillende planeten met die andere culturen te confronteren.

  • Is dat de opgave van Mars, van de Marsbewoners?

Neen niet de opgave van de Marsbewoners; het is een soort – laten we zeggen – heel klein benzinestation langs een hele grote rijksweg. En dan nog niet alleen aan de rijksweg, men ligt er aan een secundaire weg, maar als je toevallig geen benzine hebt, kun je daar wat krijgen.

  • En wat is dan de rijksweg?

De rijksweg kunt u het beste krijgen wanneer u een verbindingslijn trekt, tenminste de dichtstbij zijnde werkelijk grote rijksweg, tussen Betelgeuze en Procyon. Als u daar een rechte lijn trekt dan heeft u ongeveer de hoofdverkeersweg. Daar is nogal druk verkeer. Dit is een gehucht, er komt ook wel eens een auto voorbij.

  • En al die schotels die wij zien en voor de laatste maanden zijn er steeds berichten over schotels in de krant. Zijn dat allemaal buurlieden die door de ruimte gaan bij ons?

Nou, dat is niet helemaal juist; er zijn wel voortdurend mensen die om een of andere reden, hetzij van Mars, hetzij van Venus misschien komen kijken, maar ik heb u daarnet al verteld, dat veel van die grote moederschepen scholen of laboratoria zijn. En wanneer zo’n moederschip hier komt en er is op aarde op het ogenblik voor dat soort mensen een zeer interessante ontwikkeling aan de gang, dan komt men kijken wat er eigenlijk allemaal gaande is. Niet alleen naar uw atoombommetjes en zo maar ook naar al die eigenaardige veranderingen in de atmosfeer, naar de wijze waarop de mensheid haar problemen oplost a.h.w. . Daardoor krijg je een voortdurende observatie, maar komt er zo’n moederschip aan dan heeft u ineens last van een golf van vliegende schotels, die duurt dan meestal van een week tot drie maanden. De tijd dat de zaak stopt daar en dan nemen ze hun eigen landingsvaartuigjes weer mee en dan gaan ze verder.

  • En de ontwikkelingen tekenen zich af in de atmosfeer, zodat zij dat kunnen waarnemen?

Ja, in de eerste plaats kun je in de buitenste laag van de atmosfeer een hele hoop waarnemen omtrent de verandering die hier op aarde plaats vindt. Die buitenste lagen bestaan hoofdzakelijk uit verschillende edelgassen en die edelgassen zijn niet alleen erg gevoelig voor straling, maar ook voor elke storing in magnetische velden bv. . Zoals je soms de loop van het land aan wolkenformatie kunt zien, zo kun je de stralingsconditie zien aan de edelgassen die hier behoren vér-vér-vér buiten wat u nog stratosfeer noemt. Daar kun je dat voornamelijk in zien. Ze gaan verder ook wel naar beneden, maar ze komen heel rustig over tot op 4.000- 5.000 meter hoogte. Veel lager komen ze haast niet, dat is maar een enkele keer, dat zijn de lui die van wanten weten, die regelmatig hier komen, misschien wel eens tot 100 meter.

Maar de echte onderzoeker is hier in de atmosfeer. Maar ja, ze hebben de mogelijkheid wat u zou kunnen doen met infrarood. Ze kunnen stralingsindrukken opnemen, een actie-indruk en ze kunnen temperatuurverschillen meten en dat is voor hen buitengewoon interessant, dat is belangrijk en dat helpt hen vaak om bepaalde dingen algemeen te bepalen voor elk type planeet en dat betekent in feite voor een planeet met een betrekkelijk dichte atmosfeer en een redelijk grote watervoorraad, die zich rond een niet geheel stabiele zon beweegt.

En zoals de zon zijn er wel veel meer zonnen waar leven is, maar u moet niet vergeten de meeste zonnen nemen op een gegeven ogenblik toch weer een meer stabiele vorm aan. De zon is niet een bijzonder actieve ster, die een zeer wankel evenwicht heeft, die op zichzelf door haar eigenaardige wervelstormen ook erg belangrijk is en ook veel bezocht wordt en de uitwerking van dat alles op leven met een zeker bewustzijn, dat is erg interessant.

  • Mag ik vragen, is het hier bekend of er ooit contact is geweest tussen ruimteschepen en mensen van de aarde? In verband met ik denk aan die Hr. Adamsky?

Nou nee, dat is niet helemaal juist.

  • Men zegt dat hij ooit contact gehad heeft. Nu is het niet zo belangrijk dat hij contact gehad heeft, maar of er ooit contact is geweest?

Ja er zijn contacten geweest, maar wat Adamsky uitgeeft als zijn eigen ervaring, is niet zijn eigen ervaring.

  • Wie dan wel?

Die naam die wil ik u liever niet noemen, dat was in ieder geval geen Engelsman of Amerikaan. Nu eens kijken wat hebben we dan nog meer? Je hebt die contactpoging die men toen eens heeft gedaan als een experiment in de U.S.A. Daar heeft men dus nadat er een ongeluk is gebeurd eigenlijk en men wist dat de mensen op aarde wisten dat er vliegende schotels bestaan of dat ze het konden weten, heeft men geprobeerd om daar bepaalde, zeer vereenvoudigde tekeningetjes – laten we het zo maar noemen – en symbolische voorstellingen te geven in de hoop dat de regering dat zou bestuderen en dat daardoor misschien ook een geciviliseerd contact mogelijk zou zijn. Dat is wel mislukt.

En verder zijn er op aarde in de loop der tijden vele honderden landingen geweest. Als we door de historie kijken zelfs vele duizenden. Maar als u nou zegt dat er veel contact wordt opgenomen, nee.

En dat kunt u ook wel begrijpen, want lijfelijk contact is ergens ook niet ongevaarlijk. Dat is nu precies of u een hond bent die naar Engeland gaat. U bent eventjes over het Kanaal geweest voor een klein reisje en u komt terug en u moet een hele tijd in quarantaine, dat is niet gezellig. Die aarde heeft een groot aantal organismen die voor u onschadelijk zijn en die voor anderen heel schadelijk kunnen zijn.

Er zijn bepaalde bestanddelen in de atmosfeer die erg gevaarlijk kunnen zijn. Vandaar dat we zelden contacten zullen zien in de buurt van grote steden. Koolmonoxide bv. dat is voor de meeste van die wezens nogal gevaarlijk, zo kunnen we meer van die dingen zien.

Maar wat men heel vaak doet, dat is dat men probeert om telepathische contacten op te nemen of ideeënprojectie uit te wisselen met de aarde. Dat is nogal een éénzijdige kwestie meestal en wat ontvangen wordt, geloof ik, is nogal eens heel erg vervormd. Maar dat is een methode waardoor men zich soms kan vereenzelvigen met een mens en dus wat van de ervaringen van een mens opneemt. En nu moet u niet denken dat dat een van de belangrijkste dingen is die men doet.

Ik heb u misschien daarnet een beetje geshockeerd doordat ik zei, het is vrijetijdsbesteding, maar dit is een neventak van onderzoek. Die mensen, die moeten eerst zelf leven, zij moeten eerst hún functie binnen hun gemeenschap vervullen, beantwoorden aan de idealen die in hun gemeenschap bestaan; in de tijd die er overschiet houden ze zich misschien op deze manier bezig met de aarde.

Er zijn een aantal jongens op Venus op het ogenblik, die doen dat samen, onder één naam overigens, om geen verwarring te stichten. En die hebben hier op het ogenblik een stuk of zeven à acht contactpunten. Ze zijn niet erg tevreden over de reacties, dat kan ik u ook wel vertellen.

  • U bent een specialist mogelijk?

Nou een specialist niet, maar ik kan toch moeilijk hier een onderwerp komen voorstellen en inleiden, wanneer ik niet weet wat er zich in dat onderwerp al zo afspeelt, dus heb ik me wel geïnformeerd.

  • U zei, het is wel interessant voor hen. Zijn ze in een dergelijk stadium, dat zij zich met interessante dingen bezig houden?

Het kenteken van een werkelijke geestelijke beschaving is een niet zelfzuchtige interesse in het totaal van het leven. Daar heb ik geloof ik alles mee gezegd.

  • Waar voeden zij zich mee als ze zich voeden moeten?

De voedingsmethode op Venus is praktisch allemaal via fotosynthese tot stand gebrachte plantaardige voeding, die wel weer verwerkt wordt. Op Mars gebruikt men ook nog wel eens synthese via chemicaliën en daar heeft men, wat je zou kunnen noemen, een soort vruchtentuin. Daar wordt ook nog wel direct levend fruit gegeten. De groepen die ik met u besproken heb zijn geen vleeseters.

  • Die bestaan er wel?

Die bestaan wel.

  • Men zou toch zeggen, dat is niet iets van hoge ontwikkeling?

Dat is weer een miskenning van de verhoudingen, want men kan wel degelijk een vleeseter zijn en toch erg hoogstaand. Maar het is het verschil in bewustzijn en begrip dat hier ergens een rol gaat spelen. En u moet nu zo denken, voor elk wezen hoe hoog het ook gestegen is, is het in stand houden van zichzelf het meest belangrijke. Strijd is een element dat in een of andere vorm bij elk materieel bestaan een rol speelt en wanneer we niet op een onnodig wrede manier gaan jagen en vlees is voor ons noodzakelijk – door de lengte van de darmtract om nu eens wat te noemen – dan is het logisch dat we die vleesvoeding tot ons nemen met zo gering mogelijk leed voor degenen waarmee we ons voeden.
Ik geef u nu een vergelijking, die is dus niet reëel, hetgeen ik u net gezegd heb zijn feiten, maar dit is een gewoon verhaaltje. Stelt u zich een cultuur voor ergens op een planeet en daar zijn katten. In het begin spelen ze met hun prooi, nu worden ze steeds humaner, nu komt er een ogenblik dat ze niet alleen die prooi niet meer kwellen maar dat ze proberen die prooi elke angst te besparen, het lijden te besparen. Om zo in de goedheid van die lagere levens nog iets prettigs te brengen en eigenlijk goed te maken dat deze uiteindelijk de bestemming tot voedsel hebben. Maar ze blijven vlees eten. Dit is een verhaaltje dus om u duidelijk te maken hóé dat ongeveer kan liggen.

  • Het vernietigen van je medewezens, dat moet toch wel altijd een lagere trap zijn zou ik zeggen?

U bent niet erg vleiend voor de mensheid. Neen, het vernietigen van levende wezens is niet bepalend voor de trap waarop je staat, het is de reen, het doel en de wijze van de vernietiging die bepalend zijn.
Er zijn maar heel weinig mensen die zo aardig zijn dat ze – omdat ze vegetariër zijn – de vlooien toestaan welig telen in hun milieu. Begrijpt u wat ik bedoel? En toch is ook dat een aantasten van leven, m.a.w. de ergernis van een bepaald soort leven zal bepalend zijn voor de manier waarop je het al of niet wilt respecteren en wanneer je op die basis hier op aarde je hoger gaat noemen, dan lijkt me dat een dwaasheid, want iemand die doodt om een ergernis te voorkomen, lijkt, mij niet erger dan iemand die doodt om zich te voeden. Het heeft met het geestelijk peil nog heel weinig te maken.
Je zou het anders kunnen stellen; je zou kunnen stellen dat onder zeer vele omstandigheden plantaardige voeding betere evenwichtsmogelijkheden geeft dan een dierlijke voeding, waarbij interne balansen nog wel eens worden aangetast. En als u dát nu zegt, dan hebt u gelijk, maar dat is zuiver een praktische overweging, het is geen sentimentele overweging.

  • Nu ja, bij al het doden van medewezens wordt toch leed veroorzaakt. In hoeverre die pijn lijden weet ik niet.

Mag ik u een andere vraag stellen? Wie lijdt nu meer de koe die reumatisch wordt, die door haar vrienden en vriendinnen niet meer wordt aangekeken, die in haar eentje in haar wanhoop een weg opholt, schrik krijgt van duizend- en één dingen of een koe die, maar dan niet op de methode als in de moderne slachthuizen, onverwachts die ene schok krijgt waardoor ze bewusteloos is en sterft. Ik geloof dat het lot van de tweede te verkiezen is boven het lot van de eerste.

  • Een mens zou misschien ook veel beter afgemaakt worden, lijkt me?

Dat ben ik met u eens, wanneer die mens geestelijk hoog genoeg zou zijn, dan zou hij tot zichzelf kunnen zeggen, dat is de tijd om heen te gaan, dan zou hij ophouden te functioneren. Dat zou dan een vorm van zelfmoord zijn, maar wanneer dit geboren wordt uit bewustzijn, is er geen bezwaar tegen. Het doden van medemensen – zelfs de genadedood – moet je niet bestrijden omdat dit op zichzelf altijd verwerpelijk is, maar omdat er zo onnoemelijk veel mensen zouden zijn die er misbruik van zouden willen maken, zodat het aantal erfenissen, dat moet worden overgedragen, onnoemelijk toe zou nemen.

  • Mag ik u een vraag stellen over Phobos en Deimos? Daar hebt u het vanavond even over gehad, dat is nl. erg actueel op het ogenblik in verband met de Mariner. Nu is het merkwaardig dat er in de publicatie staat, dat de wetenschapsmensen hebben begrepen dat die baan, dat die twee manen niet in banen lopen die ze niet helemaal verklaren kunnen, want die banen kloppen niet met de afstand tot de moederplaneet en ook niet in overeenstemming zijn met de afmetingen van die manen zelf. Kunt u daar iets over zeggen hoe de juiste situatie is?

Nou de juiste situatie is deze: Deze dingen, noem het maar dingen, u kunt het geen ruimtevoertuigen noemen, want dat zijn het eigenlijk ook niet.

  • Satellieten?

Ja, ruimteplatform zou althans voor Deimos oorspronkelijk de meest juiste term geweest zijn, maar dat men die kunstmatig in omloop heeft gebracht en dat daarbij de snelheid bepaald werd door de baan die men koos. Dat is geen natuurlijk verschijnsel en daardoor treden kleine verschillen op.

  • Zijn die banen tegengesteld aan elkaar?

Ik meen dat de banen ten opzichte van elkaar een kleine hoekafwijking hebben en dat de kruising inderdaad tegengesteld is. Dus het is niet dat ze elkaar voorbij gaan, maar het is: deze komt zó en die gaat zus en zó passeren ze.

  • Dank u zeer.

Ik weet niet precies wat die hoekafwijking is; dat is nu één van die dingen waarover ik niet heb geïnformeerd om eerlijk te zijn.

  • Neen, maar we kunnen het nl. controleren omdat het op het ogenblik actueel is en er zich misschien binnenkort iets meer openbaart.

Dan kunt u zien meteen dat ik over de rest ook niet heb zitten zwetsen. Hebben we nog meer vragen?

  • Is er op die foto’s van Mars iets te zien van deze bewoners of is dat niet mogelijk?

Nou dat is praktisch onmogelijk. In de eerste plaats moet u rekenen dat een uitgang van een ruimtehaven gebaseerd zal zijn op de voertuigen die daar weggaan en die zal als ronde opening ongeveer 500 meter zijn. En dan zal deze op een foto, als hij al zichtbaar is, waarschijnlijk te zien zijn als een zeer ondiepe krater met een scherpe begrenzing van de kraterwand en meer niet. Wat wilt u? De mensen hebben nu wel foto’s die betrekkelijk van dichtbij zijn, maar ik denk dat iets toch minstens van een paar kilometer doorsnee moet zijn, om ergens kenbaar te worden.

Dan vraag ik me af – ik heb ze niet zelf bestudeerd – ik heb me er nog niet mee beziggehouden met de foto’s – of het raster nu wel zo fijn is, dat je de zaak kunt vergroten, dat je details eruit, kunt lichten. Het lijkt me gezien de technische mogelijkheden van de aarde, plus de wijze van overdracht, onwaarschijnlijk. Neen, Mars gaat pas zijn verrassingen geven wanneer je daar geland bent. Precies hetzelfde als de maan, die zal ook nog wel enkele verrassingen opleveren denk ik. Vooral de Mare Nubium, daar zijn een paar reuze leuke verrassingen te vinden, maar dat duurt nog wel even. Nog meer vragen?

Dan mag ik misschien gaan sluiten en dan ga ik er werkelijk eens even voor zitten. Moet u eens luisteren: We hebben het nu gehad over die ruimtevaart en al die dingen. Ik ben eigenlijk begonnen met een aanval – zoals u misschien gemerkt hebt – op het ruimtegeloof. Ik heb dat niet zonder reden gedaan. Een mens in deze wereld heeft in zich voldoende waarde om zichzelf te redden. Hij behoeft niet gered te worden door krachten van buiten. Hij kan zichzelf redden.

De mens heeft in zich een contact met zijn God, waardoor hij krachten kan ontwikkelen die zeker even groot zijn als dat wat misschien nu hoger staande en meer gevorderde wezens van buiten de aarde zouden kunnen doen. Het is niet voor de mens weggelegd om te wachten tot iemand van buiten het cadeautje komt brengen. De mensheid moet vanuit zich groeien wil zij mensheid blijven, en daarom heb ik een aanval gedaan op dat primitieve geloof… van zo dadelijk komen onze vrienden uit de ruimte, allemaal Christusfiguren zei u – geloof ik – allemaal Christusfiguren die komen ons zegenen, ze smelten de wapens weg, ze vertellen hoe we een oase moeten maken van de wereld en alles wat je maar wilt. Dàt zult u zélf moeten doen. U leeft in een heelal dat leeft, dat bezield is.

In een heelal waarin zeer veel levende wezens ergens – in die voor u nog bijna niet toegankelijke ruimte – zweven op hun planeten of in hun voertuigen. In die wereld zult u ongetwijfeld, wanneer u ze zelf niet vernietigt, als mensheid te eniger tijd binnentreden, maar u zult zich dit moeten verdienen. U zult zich dit niet kunnen verwerven door te strijden tegen die anderen of te strijden tegen elkaar. U kunt het alleen krijgen door de rijpheid te vinden, waarbij het essentiële van de goddelijke kracht, van de geestelijke kracht en van de mentale kracht gericht wordt op het opbouwen van een mensheid die harmonisch is, van een wereld die iets presteren kan. U denkt misschien dat het zo moeilijk is voor u om naar Mars te gaan. Wanneer men al datgene, dat aan productie, aan arbeidsuren gedurende elke dag weer wordt gegeven aan oorlogsdoeleinden en dergelijken voor vijf luttele weken over de gehele wereld zou kunnen verdelen, zou men voertuigen hebben waarmee men niet twee of drie, maar tien man daarheen kan sturen.

Wanneer men de cybernetische breinen die men op het ogenblik heeft, eens niet gebruikte voor eventuele strategische problemen en voor economie, maar eens een keer zou gebruiken om werkelijk te zien wat de mensheid reeds weet omtrent de ruimte en de mogelijkheid haar te betreden, de mensheid zou kúnnen gaan. De mensheid doet het niet en daarom is de mensheid niet rijp om werkelijk die ruimte te betreden of om werkelijke contacten te hebben.

Dan kan de mensheid dat erg droevig vinden, maar daar kom je niet verder mee. Als elke mens aan zichzelf bouwt, dàn komt er een ogenblik dat de beurse en de rotte plekken, die in uw beschaving en cultuur ongetwijfeld zijn, worden weggenomen, niet door geweld, maar ze verdwijnen. Daar waar het goede, de goede gedachten, de goede praktijk, het goede leven regeren, daar blijft op de duur voor de onjuiste methode van strijden en streven geen plaats over. Daarom zou ik dit alles willen besluiten met een paar heel eenvoudige woorden.

Bedenk nou eens goed mensen; daar is een God, je hoeft er niet in te geloven, maar Hij is er. Je hebt in jezelf iets dat meer is dan je denkt. Je kúnt meer, je bént meer dan je denkt. Je kunt vanuit jezelf, al denk je machteloos te zijn in een maatschappij die je overheerst, met je gedachten, met je kleine onbelangrijke daden, iets opbouwen. Iets opbouwen waardoor je misschien gelijk bent of meer als mens dan de wezens in de ruimte. U bent niet de mindere. U bent het kind misschien vergeleken bij een puber of een volwassene. Het is tijd dat de mensheid geestelijk rijp wordt en die rijpheid kunnen we volgens ons in de geest het gemakkelijkst bereiken door in onszelf te trachten de kracht te voelen van dit grote Ego en van die God waarmee we verbonden zijn en die kracht om te zetten in wat wij betekenen voor onze sfeer, voor onze wereld.

Als u dat zou willen proberen dan denk ik dat u de levende wezens in de ruimte misschien sneller leert kennen, misschien ook veel beter dan u nu denkt. Dan is uw belangrijkheid een andere geworden. Dan is u zelf projectie, dan zullen ze wel allemaal hier komen om tot een ‘wij kunnen elkaar begrijpen, we kunnen vredig zijn’ te komen en dat is veel belangrijker.

Vrienden, laten we hopen dat dat waar wordt. En als mijn praatje hierover al die dingen, mijn voorlichting voor u voldoende is geweest, wanneer u daar misschien iets uit geleerd heeft of daardoor hebt leren denken over het een of ander, dan hoop ik dat het tot die conclusie voert. Niet in de ruimte, maar hier in uw eigen wereld, in uw eigen stof ligt uw mogelijkheid en uw taak. En dan wil ik niet verder zedenpreken, vrienden, u niet langer bezig houden. Ik zou zeggen, allemaal een heel prettige avond en om er nog een hele mooie wens erbij te geven: Moogt u de zon krijgen die u niet verwacht, maar wel begeert van binnen en van buiten en moge dit praatje ertoe hebben bijgedragen om toch eventjes het denkbeeld misschien over de vliegende schotels en de U.F.O.’s enz. terug te brengen tot zijn ware verhouding. Wij kunnen en wij moeten groeien en dan pas zijn die dingen belangrijk.

image_pdf