Levensgolven en kosmische ritmen

image_pdf

12 februari 1965

Gelieve zelfstandig na te denken, daar alleen zo het onderwerp voor u zijn werkelijke waarde en betekenis kan verkrijgen. De titel is: Levensgolven en kosmische ritmen.

Wanneer wij de aarde zien, zoals zij gesitueerd is in de buitenrand van de sterrennevel – het melkwegstelsel – zo lijkt het vaak moeilijk je voor te stellen, dat deze betrekkelijk kleine zon met haar satellieten – de planeten – onderworpen is aan een groot aantal kosmische werkingen en invloeden. Kosmisch noem ik deze invloeden niet alleen, omdat zij soms onstoffelijk zijn, maar vooral omdat zij behoren tot de totaalstructuur van het heelal, waarvan de aarde en haar zon een zo beperkt en klein deel zijn. Het is mij onmogelijk, binnen het korte bestek van deze inleiding, alle ter sprake komende inwerkingen en invloeden geheel uit te werken. Ik zal zelfs niet eens alle optredende invloeden kunnen noemen, doch zal mij moeten bepalen tot de meest voorkomende.

Allereerst begin ik dan dicht bij huis: de zon en de planeten. De astrologie leert dat de planeten – waaronder men dan ook de zon en de maan maar meerekent – invloed hebben op het leven van de mens. Ik meen, dat dit juist is, ofschoon de reden vaak verkeerd gesteld wordt. Want wat zien wij? De zon zelf, een kokende en kolkende massa, waarvan de atmosfeer bestaat uit gassen in hoge gloed, kent een groot aantal eigen verschijnselen – waaronder de wervelingen die u kent als zonnevlekken, de stormen – die regelmatig voorkomend, voor de mens kenbaar worden als uitbarstingen in de protuberans van de zon e.d. Verder zien wij, dat deze zon in haar eigen uitstralingen een zeker ritme bezit en dus niet altijd even warm is. Zij kent perioden van geringe afkoelingen en geringe temperatuurstijgingen. Dezen zullen misschien in Celsius gerekend naar boven en naar beneden 100 tot 150 bedragen. Een kleine afwijking, die t.a.v. de normale zonnetemperatuur geen grote rol zou mogen spelen.

Wij kunnen dus zeggen, dat de wankeling van de zonnetemperatuur 200°C tot 250°C gemiddeld kan bedragen. Wat gebeurt er echter nu? De zon kent een enorme reeks van emissies van kleinste delen. Wanneer de oppervlaktetemperatuur nu daalt, wordt de werking van de zon naar binnen toe intenser en ontstaat er daar een hogere druk. Wel neemt de straling van de zon dan iets af, maar gelijktijdig wordt de werking van het de zon eigene magnetische veld aanmerkelijk groter. Dit betekent een verschuiving van de waarde van de zon voor alle planeten, voor alles wat nog binnen het bereik van de aantrekking van de zon valt zelfs. Deze variatie, die gemiddeld eens per 9 jaar optreedt en gemiddeld eens per 27 jaar een maximum aan effect bereikt, betekent voor de aarde een verandering van levenscondities, daar dit invloed heeft op de atmosfeer van de aarde, de elektrische ladingen in die atmosfeer, terwijl zelfs de mens deze invloed ondergaat als een lichte wijziging van zijn bloeddruk en de reacties van zijn zenuwstelsel. Het is dan ook logisch aan te tonen, dat een dergelijk ritme invloed zal hebben op het leven op aarde. Maar daarmede zijn wij er nog niet.

Elke planeet kent ook nog een eigen ritme. Het eigen ritme van uw aarde bv. omvat 144 jaar.

Dit ritme kent een top, die gemiddeld per rond 720 jaar optreedt. Mars heeft een wat sneller ritme dan de aarde en doorloopt zijn fase in 102 jaar, Venus heeft een tempo, dat wel aanmerkelijk hoger ligt, maar minder sterk tot de aarde doordringt. Het vergt ongeveer 79 tot 80 jaar. Zo kunnen wij voor elke planeet een ritme van eigen actie, o.m. bepaald door de werkingen van de kern daarvan, aangeven.

Dit impliceert dus, dat op een dergelijke planeet steeds weer betrekkelijk geringe wijzigingen plaats vinden, als bv. het wandelen van de magnetische polen daarvan, terwijl ook de zwaartekrachtverhouding een geringe wijziging ondergaat. Per kg. zou dit misschien een verschil van rond 3 à 4 mg betekenen. Dit alles betekent weer, dat zowel eigen stralingen, de zwaartekrachtsverhouding als de weerkaatsing van de zonnestraling minuscule wijzigingen ondergaan.

Hierdoor krijgen wij te maken met invloeden op de aarde, een betrekkelijk groot aantal ritmen dus, die gezamenlijk mede het leven van de mensen op aarde kunnen beheersen. Zij betekenen de mogelijkheid van kleine veranderingen in de lichamelijke ontwikkeling van de mens, maar zullen ook invloed hebben op de plantengroei, de atmosfeer, de energieën, die rond de aarde aanwezig zijn als bv. het aard-lucht potentiaal over langere tijd gezien en gemeten op 1 m. boven de zeespiegel bv. Daarom kunnen wij terecht stellen, dat deze ritmen een invloed zullen hebben op de mens en via deze mens ook op het gebeuren op de aarde, dat immers op het ogenblik voor een groot deel door de mensheid bepaald wordt.

Nu is dit alleen maar een begin, want wij hebben met veel meer ritmen te maken. Er zijn in de hemelen een 24-tal krachtsgroepen – combinaties van sterren met een geheel eigen ritme van straling, dat men dan ook via een radiotelescoop kan horen – die de aarde regelmatig beïnvloeden. Er is onder deze groepen er een, die pulseert met een tempo van ongeveer 2 en een half jaar, bij een andere groep echter verloopt van hoogtepunt tot hoogtepunt 23693 jaren.

In tijd zijn er hier dus grote verschillen. Wij kunnen het werken van deze groepen beschouwen als een van buiten komende ritmiek, waardoor het zonnestelsel in het geheel en dus ook de aarde wordt beïnvloed en de eigen werkingen daarvan licht gewijzigd kunnen worden. De inwerkingen zijn natuurlijk, gemeten naar de krachten, waarmede sterren werken, of zelfs de mens op aarde wel werkt, zeer minimaal, maar per slot van rekening zal het tot stand brengen van een wijziging van slechts 0,000001 mm. in één gene, die op zich weer een klein deel is van een chromosoom, reeds het totaal van lichaamsgroei en eigenschappen aanmerkelijk kunnen wijzigen, zowel bij mensen als bij dieren. De krachten, waarover het gaat zijn vaak haast onmeetbaar klein. Hun invloed kan echter zeer groot zijn, omdat in de mens en het leven op aarde, eveneens zeer kleine krachten en werkingen als bv. bij celdeling optreden, een zo grote rol spelen.

Ook voor de atmosfeer van de aarde geldt dat zeer kleine wijzigingen reeds grote veranderingen te weeg kunnen brengen. Zo zal de afstand van de aarde tot de buitenste laag, waarbij men nog kan spreken van aardatmosfeer zich 1000 km uitdijen of inkrimpen als gevolg van de onschijnbaar kleine krachten, die kenbaar worden bij deze ritmen. Misschien dat dit getal 1000 km u als leek verbaast, omdat u niet weet, dat de aardatmosfeer als geheel zich uitstrekt tot meer dan de helft van de afstand tussen aarde en maan. Hoe ijl de atmosfeer op deze hoogten ook is, hoe klein misschien voor de mens op aarde de werkelijke invloed lijkt te zijn, toch kan in dit geval eveneens gesproken worden van een verandering, die vele gevolgen heeft. O.m. ontstaat hierdoor een lichte wijziging van de permanente stromingen in de stratosfeer, die hoofdzakelijk door de draaiing van de aarde gedirigeerd worden. Een afwijking daarvan betekent voor uitgestrekte gebieden een verandering van weertype, neerslag en temperatuur verdeling.

Zo zijn deze op zich schijnbaar nietige werkingen van het hoogste belang voor de mensheid en zou men de kosmische stromingen en inwerkingen zelfs kunnen beschrijven als voor de mens mede milieu bepalend.

Naast dit alles kennen wij ritmen van leven. Dit is weer iets anders dan een kosmisch ritme. Onder meer al, omdat het een persoonlijk ritme is, dat niet alleen ontstaat door invloeden van buiten af, maar ook de eigen ritmiek van de organismen en het ritme van eigen geestelijk bestaan tot een bepaald niveau omvat. De meesten van u hebben wel geconstateerd, dat er voor hen een bepaald ritme van levensenergie bestaat, dat in direct verband staat met de omloop van de maan. Voor enkelen zijn dit 3-daagse ritmen – van top tot dal – terwijl voor ander hier zelfs van 7-daagse ritmen gesproken kan worden. Zeker is, dat voor een ieder tijdens de omloop van de maan – 28 dagen – minstens een hoogtepunt en een dieptepunt van energie valt, terwijl daarnaast een top en een dal van welbevinden voor pleegt te komen.

Er kunnen dus binnen deze periode meer van deze toppen en dalen voorkomen, maar voor iedere mens is het voorkomen van een top en een dal per 28 dagen zeker.

Hier speelt natuurlijk de attractie van de maan en haar uitstraling een rol. In wezen gaat het hier hoofdzakelijk om een vorm van levenskracht, die geheel materieel is en tot uiting komt als vitaliteit. Wanneer er nu een jaar is, waarin vele zonnevlekken optreden, zo zal ongeveer een jaar nadien de magnetische verhouding op aarde en het lucht-aarde potentiaal in de atmosfeer van de aarde een wijziging ondergaan. Ook dit heeft een directe invloed op de mens. Het best zal men dit natuurlijk bemerken, wanneer er sprake is van een sterke wijziging van het luchtpotentiaal, bv. wanneer er een hoge statische lading aanwezig is kort voor een onweer.

Dan bemerkt men, hoe eigen zenuwstelsel wat gespannen is, terwijl men gelijktijdig zich moe, loom en lusteloos voelt. Toch blijft men gespannen en prikkelbaar, meer dan normaal zenuwachtig.

Dergelijke reacties, minder merkbaar, omdat zij zich over langere termijn uit plegen te strekken, kunnen op aarde dus voorkomen als gevolg van zonnevlekken. Dit is dan ongeveer een 3-jaarscyclus. Wij kunnen nu stellen, dat binnen deze cyclus steeds weer een periode van ongeveer 42 dagen optreedt, waarbij een maximum van zenuwspanning optreedt onder de mensen, terwijl gelijktijdig een daling van levensenergie merkbaar is. Wanneer een dergelijke periode optreedt, terwijl een mens ook een eigen dieptepunt doormaakt, en dit gebeurt gezien het ritme van de maan meerdere malen, zo zal hij minder rationeel optreden, zich meer laten leiden door zijn instincten, minder geremd zijn en gemakkelijker in onredelijkheid exploderen.

En wanneer een mens zo explodeert, kun je je beter verbergen. Zoals u weet, is een mens, die zo explodeert, gevaarlijker en minder berekenbaar dan een atoomexplosie, zij het dan, dat hij gelukkig niet een zo groot areaal kan bestrijken – wat maar gelukkig is.

Deze eenvoudige ritmen hebben dus reeds stoffelijk invloed op het leven van de mens. Maar wanneer wij nu eens de oude stellingen nagaan, zo horen wij nog van andere invloeden. Men leert ons, dat de zon, de maan, de sterren en de planeten allen bezield zijn. Nu is dit misschien ergens een tikkeltje een sprookje: Er is wel sprake van een bezieling, maar deze kan toch niet vergeleken worden bij het bezield zijn van een mens. Deze entiteiten hebben weer een eigen levensritme, dat weer bepaald wordt door hun verhouding tot de kern van het melkwegstelsel, waar de grootste dichtheid van sterren optreedt. De invloed en werking van het melkwegstelsel en vooral van dit middendeel ervan wordt weer bepaald door zijn situatie ten overstaan van het absoluut ledige middelpunt van het bekende Al. Wanneer zo een aantal persoonlijkheden zich intenser en krachtiger bezig gaan houden met elkaar – en dus ook met de mensheid – kan daaruit zowel een voor de mens goede als een kwade beïnvloeding ontstaan.

Wij kennen bv. het ritme van Algol, een van de sterren, die op de mensheid vaak wat minder prettig inwerkt en o.m. een 21-jaars ritme pleegt te volgen, terwijl het hoofdritme ongeveer 2600 jaren vergt. Deze ster werkt ook in op de mens, geeft een bepaalde vorm van energie aan de mensheid. Maar deze energie berust op de instincten en maakt hem meer hartstochtelijk. Nu wordt hartstocht bij de mens van heden veelal gezien als een soort begeleidingsverschijnsel van de liefde, zodat zij zoiets is t.a.v. de liefde als de harp t.a.v. de engel. Maar ook dit is een sprookje. Hartstocht is alleen een instinctief uitleven van de drang tot zelfcontinuering en zelfbehoud. Daaruit komt hartstocht in al haar facetten uiteindelijk voort. Hartstochten houden dan ook voor de mens al te vaak een neiging tot een vaak overbodige strijd in, maar ook soms een angst voor het leven, waarbij de mens, om zijn betekenis of eeuwige ik te continueren zijn menselijk leven als zodanig ontzegt. Deze ritmen zijn dus weliswaar levenskrachten van een meer mentale of zelfs geestelijke aard, maar als geheel voor de mens in de stof hebben zij een nadelige werking, die hoofdzakelijk via zijn zenuwstelsel en voorstellingsvermogen of denkleven tot uiting pleegt te komen. Er bestaan vele dergelijke inwerkingen, zowel ten goede als ten kwade.

Wij kunnen ons nu misschien ook voorstellen, dat de zon zelf als een persoonlijkheid, mede geestelijk kan reageren op de invloeden uit het Al. Wat voor ons betekent, dat zij een ritme vertoont van iets meer dan 7 jaren. Wanneer deze zon op haar hoogtepunt van energie is, heeft zij qua levenskracht voor ons een positieve werking.

Eenieder op aarde, ongeacht zijn geboortedatum of zijn behoren tot een bepaalde groepering, krijgt op een dergelijk ogenblik meer kracht en zal zich sterker gevoelen. Gedurende een dergelijke periode zien wij bv. praktisch geen epidemieën optreden, terwijl de gemiddelde gezondheidstoestand boven het gemiddelde uitkomt. Maar – en nu komt het vreemde – zal de mens die deze levenskrachten goed weet te gebruiken, ook voor latere tijden, iets daarvan kunnen behouden en dus steeds sterker worden, maar hij gebruikt meestal deze krachten direct en gaat voort met het verbruiken van zijn krachten in het zelfde tempo, wanneer de zon de aanvulling daarvan reeds niet meer afgeeft. In dit geval gaat het over een periode van zes en een halve maand, waarin de werking geldt. Maar de mens gaat op de dan bereikte voet van krachtverbruik voort, ook als de inwerking reeds enige tijd voorbij is. Het resultaat is, dat hij in de op de kracht volgende periode van 6 maanden zoveel van zijn eigen krachten – en weerstand – verspeelt, dat wij daarna vaak het optreden van epidemieën zien. Gelijktijdig nemen onder de mensen mentale aberraties toe. Het gevolg van dit laatste is bijvoorbeeld een vergrote vatbaarheid voor suggestie, met als gevolg taferelen van massahysterie enz.

De levensgolven van hoger niveau zijn wat moeilijker te omschrijven. Wij moeten hier teruggrijpen naar de vergelijking met Geestelijke Heerschappij, Meesters van Stralen en wat dies meer zij. Ik meen, binnen dit betoog, te mogen volstaan met de opmerking, dat het wezen van de zo genoemde krachten tijdelijk in harmonie is met de mens. De mens bevindt zich dan in een omgeving, die een zeer sterke krachtopname stimuleert. U weet misschien, dat men bepaalde weefsels in leven kan houden door ze onder te dompelen in een nutriënten solutie. Dit is dus een soort vloeibare voeding, waarin ook zuurstof zit, welke het weefsel geheel omgeeft.

Het blijft dan leven, kan verder functioneren, ook wanneer er geen normale toevoer van voeding en zuurstof meer plaats vindt. De kracht, die van dergelijke entiteiten komt, omgeeft de mens ongeveer als een nutriënten solutie. Men is a.h.w. in een bad van energie gedompeld en kan daaruit a.h.w. naar willekeur, behoefte en vermogen absorberen. Nu zijn deze ritmen helaas niet gans regelmatig. Wij zien hier ritmen, die lopen van ongeveer 7 dagen tot ongeveer 14 uren. Dit is een permanent pulseren. Waarbij de negatieve periode eerst steeds iets langer duurt dan de voorgaande positieve, tot de langste inwerking is bereikt, waarna de negatieve periode korter zal zijn dan de voorgaande positieve. Hierbij komt nog meer te pas, maar dit is zo ingewikkeld, dat ik u daarmede maar niet bezig zal houden.

Aan het einde van dit eerste deel van mijn betoog meen ik mij gewettigd de volgende conclusie te mogen trekken. Er zijn tussen hemel en aarde zeer vele factoren werkzaam, die het welbehagen, de levensenergie van de mens, zijn potentieel van mogelijkheden en zelfs zijn mogelijkheden van contact in zijn omgeving bepalen. De mens blijft een vrije wil behouden, maar wordt in zijn mogelijkheden zeer zeker gelimiteerd of bevorderd door de krachten, die in en rond hem optreden.

Misschien hoopt u nu maar, dat het volgende deel eenvoudiger zal worden. Ik doe mijn best, maar verzeker u, dat ik tot zover het onderwerp reeds aanmerkelijk vereenvoudigd heb, omdat de werkelijke samenhang nog veel ingewikkelder is dan hier gesteld werd. Deze gegevens zijn echter naar ik meen voldoende, om de volgende – juiste – conclusies voor u aanvaardbaar te maken.

In het tweede deel van mijn betoog wil ik namelijk niet uitgaan van de kosmos, maar van de mens op aarde zelf. Uw leven wordt dus door bepaalde kosmische cycli mede bepaald. Er zijn regelmatige golven van energie en andere regelmatige beïnvloedingen, die helpen uw gedragspatroon en ontwikkeling te bepalen. Wij zullen nu nagaan, welke daarvan voor de mens het meest kenbaar en de voornaamste zijn.

In de eerste plaats zal de doorsnee mens het sterkst gevoelig zijn voor de golven van energie, die wij kunnen associëren met de eigen ritmen van zon en maan. Voor de doorsnee mens houdt dit in, dat hij ongeveer elke week een top of dieptepunt in zijn toestand bereikt en dat deze toestanden een zodanige regelmaat vertonen, dat zij ten hoogste enkele uren van het kenbare patroon af zouden kunnen wijken. Eenieder kan deze eenvoudige ritmen dan ook aan de hand van eigen ervaren voor zichzelf vaststellen. Dit vergt enige maanden van zelfonderzoek, maar dan weet u ook, wanneer u iets presteren kunt en wanneer u minder of niets tot stand kunt brengen.

Wanneer men een dag de verzwakking van eigen levensenergie ondergaat, blijkt door een afzwakken van de lichamelijkheid van de mens en dus ook van zijn daadkracht, het denkvermogen, en tot op zekere hoogte ook het geestelijk vermogen van de mens groter te worden, terwijl hij in deze periode ook innerlijk meestal actiever wordt.

De stelregel voor dit ritme mag dus als volgt luiden: wie eenmaal eigen ritme van energie in dit patroon gevonden heeft – volgens zijn maantype – zal er goed aan doen, alle toppen te besteden voor daadwerkelijk optreden, terwijl alle dieptepunten het best kunnen worden gebruikt voor het beschouwen van problemen, om reeds dan de eerst later mogelijk wordende wijze van oplossing en handeling te bepalen. Wanneer ik zeg, dat dit een zeer belangrijke aanwijzing is, klinkt u dit misschien wat verwaand in de oren. Toch kan ik u verzekeren, dat zelfs dit voor velen reeds van het grootste belang kan zijn.

Verder is het voor eenieder interessant eigen zonneritme eens na te gaan. Dit zonneritme kent periodiciteiten van 3, 7 en 9 jaren – let wel, gezien dus vanuit het leven van de doorsnee mens.

Een 3-jarig ritme zult u eenvoudig genoeg vinden; het houdt in, dat u per 3 jaar een periode van aanpassingen en veranderingen pleegt door te maken. Wanneer u gemiddeld per drie jaren bv. verhuist, bevorderd wordt of gedegradeerd, verandering zoekt, houdt dit voor u in, dat door een terugzoeken in het verleden, en zo aan de hand van dit verleden vaststellen van de juiste periode, voortaan met zekerheid reeds te voren gezegd kan worden: Gedurende die en die tijd zullen zich in mijn leven wederom verandering en verwikkelingen voordoen.

Heeft u daarnaast een scherp kenbaar lager ritme, bv. een 9-jaars ritme, dan kunt u ook nog constateren, dat na rond 9 jaren steeds weer uw eigen oriëntatie t.o.v. de wereld verandert. U maakt dan een werkelijke ommekeer mee, bv. na 9 jaren van vrijbuiter te zijn, wenst men opeens alleen nog maar zekerheid, nog 9 jaren later blijkt men voor alles zelfstandigheid na te streven, terwijl men weer 9 jaren verder zich vooral aangetrokken gevoelt tot een meer mystieke gebondenheid enz. Ook dit kan van groot belang zijn voor een meer bewust leven. Want wanneer je eenmaal weet, dat je een dergelijk ritme hebt, dan leer je ook met zekerheid voor jezelf te stellen: wat ik nu aan het volbrengen ben, moet voltooid zijn voor die datum, omdat ik daarna geen gelegenheid daartoe zal vinden, daarin geen lust meer zal hebben of mijzelf opeens niet meer voldoende capabel zal achten.

Met de kennis van deze zeer eenvoudige ritmen kan men dus voor zijn eigen stoffelijk welzijn al veel doen. Ook zal men, wetende dat men bijvoorbeeld een periode van mystiek achter de rug heeft, zeggen, dat men het niet meer verder in die mystiek moet zoeken, omdat de tijd, dat daarmede voor het ik iets bereikt kon worden, reeds voorbij is. Men zal dan beseffen, dat alles wat men binnen de mystieke bestrevingen ontdekt en geleerd heeft, nu zal moeten toepassen volgens de tendensen, die men in deze nieuwe periode kent en niet meer mag teruggrijpen naar oude denk- en handelwijzen, omdat dezen bijna zeker mislukkingen met zich zullen gaan brengen.

Nu bestaan er ook nog bepaalde ritmen, die ik qua oorzaak en werking niet geheel voor u kan ontleden: Zij omvatten inwerkingen vanuit de sterren, maar ook vanuit 3 bepaalde sferen.

Gezamenlijk vormen zij voor de mens een periodiek beeld, dat op het volgende neerkomt: U hebt – in ritme dat voor de mens volgens type en persoonlijk bestaan varieert van één en een halve dag tot bijna 14 dagen – een cyclus, waarin men gaat van optimisme en zelfs lichtzinnigheid tot pessimisme. Het is zeker van belang, ook deze ritmiek in eigen wezen te kennen. Want tijdens de perioden van optimisme is men niet alleen maar optimistisch gestemd t.a.v. het leven, maar zal men ook menen, dat alles wel kan. Wie dan nog 2 kwartjes heeft, zal ze dan rustig voor luxe uitgeven in de overtuiging, dat morgen wel voor zichzelve zal zorgen. En dat is dan meestal niet juist. De beoordeling van het leven en de levensomstandigheden ondergaat dus – stel gemiddeld twee wekelijks – wisselingen. Te weten wanneer je tot overschatting en onderschatten van eigen mogelijkheden komt, maakt het je mogelijk, hiervoor te compenseren en zo ernstige fouten en misverstanden te voorkomen.

Ook de wereld als geheel en de mensheid kent bepaalde ritmen. Dat de mensheid als geheel steeds weer bepaalde perioden doormaakt, weet iedereen nu wel. Bekend zijn o.m. de perioden van 722 jaar met een dieper ritme van 2166 jaar. Deze ritmen blijken in de historie van zeer grote invloed te zijn, terwijl vooral het tragere ritme ook verband blijkt te houden met het optreden van leraren en het ontvangen van openbaringen. Wij zien steeds weer vernieuwingen met dit ritme plaats vinden.

Voor de mensheid betekenen dergelijke perioden in wezen alleen maar een herhaling van invloeden, die volgens de toestand van de tijd zullen worden benut en verwerkt. Het houdt dus in, dat elke tijd van ruim 2000 jaar in drie afzonderlijke fasen verdeeld kan worden, waarbij elke fase een ongeveer gelijk verloop van ontwikkeling – maar niet van gebeuren – te zien geeft. Het is daardoor mogelijk, de parallellen met het verleden te zoeken en zo gewaarschuwd te zijn voor de mogelijkheden en gevaren, die in het heden – volgens de nu geldende normen en de mogelijkheden – ongeveer verwacht kunnen worden.

Indien men bv. de politiek in harmonie met dit ritme zou kunnen bepalen en leiden, zouden vele onnodige oorlogen en crises voorkomen kunnen worden, terwijl men anderzijds de gevolgen van een te grote welvaart, te grote tolerantie e.d. ook de kop in zou kunnen drukken en zo een grotere gelijkmatigheid in maatschappelijke ontwikkeling en verhoudingen tot stand zou kunnen brengen. Deze ritmen zijn dus in de eerste plaats voor de mens: invloeden, die in en rond hem zelf optreden. Ofschoon eenieder op een bepaalde invloed anders zal kunnen reageren, weet men toch, dat een bepaalde tendens heerst en zal men rekening kunnen houden met het feit, dat een ieder op eigen wijze gericht is op en reageert volgens bv. een te groot optimisme, een te grote uitbundigheid of met overmatige strijdlust de anderen zal benaderen. Dit weten betekent jezelf juist oriënteren tegenover anderen, onaangename verrassingen voorkomen en de juiste betrouwbaarheid van de handelingen en verklaringen van anderen kunnen beseffen. U ziet dus, dat een kennis, hoe gering ook, van deze ritmen en tendensen voor de mens van het grootste belang kan zijn. Wij kunnen dit nog verder uitgaan werken en spreken over perioden van meerdere duizenden jaren, die bijvoorbeeld voor de invloed die bepaalde rassen op de wereld krijgen, een grote inwerking plegen te spelen. Dit echter ligt voor de doornsnee mens te ver weg.

Ik meen, dat de belangrijkheid van bepaalde ritmen voor de mens in dit tweede deel van mijn betoog echter voldoende duidelijk werd gemaakt. Het derde en laatste deel van mijn inleiding wil ik daarom baseren op de praktijk van alle dag. Wij zullen de meeste kosmische ritmen niet zonder meer zelf kunnen bepalen. Zelfs indien de mensen door lering van Meesters, openbaringen enz. dergelijke ritmen leren kennen, daaraan namen leren geven enz., zullen zij nog weinig betekenen. Alleen aan de hand van eigen beleven kan men immers dergelijke ritmen gebruiken.

Wij zullen dan ook een onderscheid moeten maken tussen de algemene ritmen, die voor allen ongeveer gelijk en gelijktijdig plegen op te treden, en de meer persoonlijke ritmen, die vooral de eigen verhouding t.a.v. de mensheid bepalen. Typerend voor dit onderscheid is wel, dat de eigen levensritmen wel de verhouding tussen mens en wereld bepalen, maar weinig of geen invloed hebben op de ontwikkelingen en mogelijkheden van de mensheid of groepen daarvan als geheel. Kosmische ritmen, die veel minder levenskrachten in zich plegen te bevatten echter, blijken van groot belang te zijn voor het wereldgebeuren, maar laten de mens zelf weer meer koud. Men wordt wel meegesleurd daarin, maar zal zich daarover vaak niet druk kunnen of willen maken.

Ten laatste zijn er nog zuiver geestelijke ritmen, die door mij tot nu toe niet genoemd werden.

Deze bepalen en beïnvloeden de persoonlijke bewustwording van de mens en kunnen in hun gevolgen het best worden gedefinieerd als een verhoogde gevoeligheid voor bepaalde geestelijke voertuigen, die gelijktijdig een grotere mogelijkheid tot communicatie met het menselijke bewustzijn blijken te verkrijgen. Deze laatsten brengen niet allen geestelijke bewustwordingen, maar in zeer vele gevallen ook juister inzicht in alles, ook in de stof, overzicht over de mogelijkheden, die men heeft en inspiraties. Vele uitvindingen werden bv. gedaan onder de inwerking van een dergelijke geestelijke kracht.

Wij gaan nu kort opsommen, wat belangrijk is en waarmee de mens in de gehele wereld rekening zou moeten houden.

Uw kleine ritme – 3 tot 7 dagen – is bepalend voor uw eigen onmiddellijke mogelijkheden in de wereld van alle dag. Een ritme, dat t.m. 6 maanden beloopt, maar niet regelmatig is en ook perioden tot 14 maanden kent, vormt een werking die voorgesteld kan worden door een reeks van sinusoïden, waarbij elke golf groter is dan de voorgaande, tot de maximale uitslag is bereikt, waarop de invloeden weer in intensiteit afnemen, tot het minimum bereikt wordt. In de topperioden zal men hoogste levenskracht en maxima aan prestaties zien, terwijl gelijktijdig voor de mens ook een maximum aan mogelijkheden blijkt te bestaan. In dit verband wijs ik er op, dat de mogelijkheden, die steeds weer ontstaan voor eigen grotere activiteit, betere ontspanningen enz., geheel van toeval afhankelijk zijn. Hier speelt dit ritme een grote rol. Door een besef van het feit, dat wanneer deze langere invloeden plus eigen kleinere levensritmen gelijktijdig een top kunnen vertoon, waarbij het ik vele mogelijkheden zal kennen, zal men ook juist in deze tijden komen tot een kiezen van de werkzaamheden enz. die het snelste tot gewenste verwerkelijkingen kunnen voeren. Dit is een groot voordeel, daar men dan geen werken op langere termijn zal beginnen, maar juist de nu belangrijke zaken zal afhandelen met goed resultaat.

Verder hebben wij te maken met innerlijke waarden. De geestelijke waarde en mogelijkheid van de mens blijkt eveneens in een bepaald ritme te pulseren. Men zou een deel van deze ritmen zelfs kunnen herleiden tot de ritmische pulseringen van de begrenzing van de goddelijke werkelijkheid. Men noemt daarom deze invloed ook wel eens de fluctuatie van het Goddelijke Licht. Hierdoor wordt de geest vooral beïnvloed. Maar de geest vormt voor de mens ook een deel van het onderbewustzijn. Als zodanig zal hierdoor de onderbewuste reactie van de mens beïnvloed worden en kan worden gezegd, dat het ogenblik, waarop eigen dieptepunt van stoffelijke energie samenvalt met een hoogtepunt van deze geestelijke kracht, in de mens denkbeelden kunnen ontstaan, die wat vreemd lijken, en men zal zich afvragen, of dit geen droombeelden zijn, of dit wel mogelijk is, enz.

Ook vraagt men zich dan af, of zoiets wel werkelijk zin kan hebben. Dergelijke denkbeelden zou men moeten onthouden om na te gaan, in hoe verre zij kunnen worden omgezet in daadwerkelijke proefnemingen in de stof. Vaak vindt men daarin de nodige aansporingen en indicaties voor veranderingen en nieuwe ontwikkelingen in ook zuiver stoffelijk werk. Het kan dus zelfs zijn, dat u, als gevolg van een dergelijke invloed, opeens een geheel ander inzicht krijgt in bv. een belastingaanslag en daardoor in staat bent de ontvanger van de belastingen op wettige wijze enkele honderden guldens door de neus te boren. Maar dit is natuurlijk maar een van de meest onbelangrijke aspecten.

Ook wanneer u esoterisch streeft, zal een samenvallen van een dieptepunt van eigen energie en een top van geestelijke kracht betekenen, dat men een juister besef van eigen innerlijk leven verwerft, dingen gaat beseffen omtrent de verhouding tussen kosmos en Ik, die tot op dat ogenblik niet beseft werden: Het is dan a.h.w. of men juist in die periode innerlijk een grote stap voorwaarts doet. Hier is het belangrijk het bereikte vast te leggen, opdat men het erkende kan uitwerken en bij het opnieuw bereiken van een dergelijke toestand meteen weer een paar stappen verder kan gaan.

Tracht nooit iets, wat eenmaal geestelijk bereikt werd, te herbeleven. Dit heeft weinig zin, omdat men onder normalere omstandigheden hiertoe meestal niet in staat is. Zoek dus geen herhalingen, maar fixeer het beleefde of bereikte zo goed mogelijk in uzelf. Wees u er van bewust, dat het ogenblik, waarop u het geestelijk werk met werkelijke energie aan wilt gaan pakken, ook meestal het ogenblik is, waarop u – op dit terrein – het snelste tot zelfoverschatting, zelfbedrog en misleiding komt. Juist wanneer de energie groot is, zal men meestal immers niet de juiste harmonie en instelling bezitten t.a.v. de geestelijke waarden in het Ik en zal men geestelijke kracht dus verkeerdelijk gebruiken en interpreteren, zo zij al aanwezig is. Ik wil hieraan nog iets toevoegen, wat u misschien over het hoofd hebt gezien. Wanneer verschillende curven of krommen elkander versterken, kan het voorkomen dat 4, 5, ja, zelfs 10 of 12 kosmische cycli gelijktijdig een hoogte- of dieptepunt bereiken.

Wanneer dit gebeurt, kan de mens wel stellen, dat er een kritieke situatie ontstaat. Een dergelijke situatie is niet zozeer kritiek door hetgeen dan onvermijdelijk zou moeten gebeuren, maar omdat de mens op deze ogenblikken ofwel over een te veel aan krachten en een tekort aan mogelijkheden zal beschikken, dan wel een gebrek aan inzichten zal hebben. Van een dergelijke top kan men dan ook bewust weinig of niet gebruik maken. Eén, twee, zelfs drie kosmische cycli, die samenvallen, kunnen door de doorsnee mens nog wel bewust verwerkt worden; zodra echter een groter aantal toppen of dieptepunten binnen een kort tijdsbestek op gaat treden, verliest de mens zijn vermogen tot beheersing en zal hij volgens eigen denken tot slachtoffer van een soort noodlot worden. Hoe sterker de mens innerlijk wordt, hoe groter ook zijn geestelijk bewustzijn wordt, hoe sterker zijn beheersingsmogelijkheid in dergelijke omstandigheden zal zijn. Hier is dus eigen innerlijke harmonie en de ontvankelijkheid op bewust vlak voor geestelijke krachten bepalend voor de wijze, waarop men zelfs onder verwarrende inwerkingen nog meester kan zijn over zichzelf en misschien zelfs over een deel van zijn eigen wereld.

Wat de eigen kleinere ritmen betreft, ook hier kan een aantal toppen samenvallen. Ik wil hiervan een voorbeeld geven. Zo hebt u een zevendaagse ritme, waarvan de top samenvalt met die van uw bv. 6 maandelijks ritme. Deze twee toppen vallen bovendien in de periode, dat de 3 jaarlijkse zonne-invloed voor de mens het gunstigste is. Het resultaat zal zijn, dat de eigen energie van de mens, zij het voor een korte tijd, zo ver boven het normale komt, zodat hij in deze tijd prestaties gaat volbrengen, die hem anders vreemd zijn. Anders hijgt u bv. reeds na 5 minuten doorgelopen te hebben, dan maakt u echter fluitende en jodelende wandelingen van 5 uren in hoog tempo, om eenmaal thuisgekomen uit te roepen: Nu gauw eten, dan kunnen wij nog wat gaan dansen. Wees voorzichtig, wanneer bij u meerdere toppen van levensenergie samenvallen; zij brengen u er toe om meer hooi op uw vork te nemen dan u werkelijk kunt dragen. Deze perioden zijn kort en omspannen ten hoogste een drietal dagen. Elke verbintenis, die u onder deze inwerkingen meent aan te kunnen gaan voor langere termijn, zal in wezen een onmatige overbelasting van uw leven en werken betekenen. Wanneer geestelijke en stoffelijke energieritmen in u samenvallen en praktisch gelijktijdig tot een top komen, zo vindt u een maximum aan mogelijkheden om alles, wat binnen het Ik reeds geestelijk of zelfs maar mentaal bestaat, om te zetten in een stoffelijke werkelijkheid, die van het innerlijke beeld niet te veel verschilt. Dit zijn perioden, waarop wensvervulling, zelfs op een haast paranormale wijze, mogelijk zal worden. Wij zien onder deze invloeden pseudowonderen geschieden, toestanden van zelfsuggestie, die tot werkelijke resultaten voeren enz. Weten wij, wanneer een dergelijke periode voor ons optreedt – en aan de hand van eigen leven kunnen wij dit wel bij benadering constateren – zo weten wij ook, dat wij juist in deze periode bijvoorbeeld een wonderdadige genezing in een handomdraaien af zullen kunnen doen. Wij weten dat wij op deze ogenblikken door zullen kunnen dringen in de geheimen van boekwerken, die ons tot op dat ogenblik te ingewikkeld, te hoog, te taai waren. Wij weten, dat wij voor ons belangrijke dingen gemakkelijker kunnen bereiken. Rekening houden met dit alles betekent dan ook, dat men eigen levensmogelijkheden en prestaties voor langere tijd aanmerkelijk zal kunnen vergroten. Eisen stellen aan jezelf voor de toekomst is ook hier echter niet redelijk.

Baseer u alleen op dat, wat in die periode te bereiken is en baseer u alleen op het reeds bereikte, zodra de periode voorbij is. Want betrekkelijk snel gaat ook deze tijd van welslagen weer voorbij.

Dan wil ik u er op wijzen, dat het door mij gestelde in de praktijk elk aspect van het menselijke leven beïnvloedt. Wanneer wij een voor de gehele kosmos of de mensheid optredende daling van energie zien – onder meer onder de invloed van zonnevlekken en andere zonneritmen – zien wij, dat door onachtzaamheid, vertraagd reactievermogen enz., een abnormaal groot aantal ongelukken zal gebeuren, overal waar men komt. De oorzaak daarvan ligt altijd weer bij menselijke onvolkomenheden. Weet men, dat een dergelijk punt op zal treden – wat men wel kan ontdekken door rekening te houden met de topmeldingen van ongelukken via krant en radio die dan met onverbiddelijke regelmaat terug plegen te keren – zal men rekening hiermede kunnen houden en zo voor zich en anderen ernstige gevolgen voorkomen.

Is er sprake van ritmen waardoor de gevoelswereld van de mensen wordt aangetast, dan zal men zien dat allen opeens even edelmoedig en prettig kunnen zijn, maar ook gelijktijdig alle mensen opeens onaangenaam, snel gekwetst en kribbebijterig kunnen zijn. Weten, dat deze ritmen bestaan, betekent, dat je eerder voorzichtig zult zijn in je contact met medemensen en hen minder snel zult voorwerpen, dat zij onredelijk zijn. Weten, hoe deze ritmen ongeveer lopen betekent, dat je precies weet, wanneer je je baas het beste om opslag kunt gaan vragen. De wetenschap zal dit alles verwerpen. Zeker. Men zal toe moeten geven, dat o.m. de toestand van de atmosfeer, het bestaan van bepaalde magnetische storingen e.d. het menselijke gedrag beïnvloeden.

Aan te nemen, dat dit alles een bijna levend geheel is van vaste ritmen, die levensenergie en gedrag van de mens beïnvloeden en zelfs de geaardheid van zijn milieu voor een groot deel kunnen bestemmen, zal de wetenschap echter zwaar vallen. Wij hebben echter niet te maken met de aardse wetenschap, die overigens dit alles nog wel eens onweerlegbaar zal gaan bewijzen en met het gestelde in sommige opzichten ook zonder feitelijk bewijs of beschrijving van de werkelijke invloed reeds rekent, zoals bij de risicobepaling bij verzekeringsmaatschappijen. Wij zijn, zeker in ons dagelijkse leven immers niet alleen maar wetenschapsmensen! Laat ons dan, zo goed wij kunnen, onze persoonlijke ritmen nagaan en, telkenmale wanneer wij met grote waarschijnlijkheid kunnen zeggen: Dit is voor mij een kosmisch ritme of een ritme in mijn levensenergie, daarmede ook rekening houden. Wij kunnen dan meer bereiken, meer waarlijk mens zijn en zullen ook geestelijk verder kunnen komen, door de kennis van en het rekenen met deze eenvoudige ritmen, tot een deel te maken van onze dagelijkse discipline.

 0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

 Vragen.

  • Op bepaalde ogenblikken is de mens onderhevig aan de door u genoemde invloeden, die elk voor zich grafisch kunnen worden weergegeven als curven. Mij lijkt een harmonische analyse slechts mogelijk, wanneer alle gegevens van golflengte en amplitude bekend zijn. Dit nu lijkt mij haast onmogelijk bereikbaar.

Ja, ik kan dit met u eens zijn. Het is zeer moeilijk, zo al mogelijk, al deze werkingen plus eventueel de interpretatie daarvan als invloed op het eigen ik grafisch zo voor te stellen, dat men een juist en overzichtelijk geheel krijgt. Daarvoor weet men daarvan te weinig af. Ik meen echter, dat wij, ook wanneer wij geen exacte berekeningen kunnen maken, toch  dankzij de benadering van deze ritmen, welke mogelijk is aan de hand van de feiten binnen eigen bestaan, een zeker – zij het grof en globaal – inzicht kunnen krijgen op de voor ons belangrijkste van deze optredende ritmen. Op grond daarvan kan men reeds rekening houden met de verschijnselen, die door ervaring gekend worden en, eveneens volgens deze ervaring, zich regelmatig herhalen, zodat zij ook in de toekomst met grote waarschijnlijkheid op zullen treden.

Deze benaderingsmethode geeft natuurlijk niet de exacte, de perfecte interpretatiemogelijkheid, die u schijnt te wensen.

Om dit laatste mogelijk te maken, zou men ook een geheel mensenleven en zelfs langer daaraan moeten kunnen wijden. Ik meen echter, dat wij, om enig nut van deze kennis te hebben, reeds kunnen volstaan met het gebruik maken van de mogelijkheden, die, met hun beperkingen, door mij geschetst werden. Bovendien, men moet nu eenmaal ergens beginnen. Onjuist misschien, maar ergens nog bruikbaar. Zo is men uiteindelijk ook van de conclusie, dat bloed wel een zeer bijzonder vocht was, gekomen tot de wetenschap dat het bloed de oxygeen-drager voor het gehele lichaam is en, volgens de modernste kennis, zelfs nog veel meer is dan dit. Ergens moet men nu eenmaal beginnen. Wanneer men de perfectie eist bij dit begin, zal men waarschijnlijk nooit iets kunnen bereiken. Mede daarom heb ik getracht binnen de mij toegestane tijd de inleiding zo te formuleren, dat men binnen eigen leven zelfs in korte tijd enig inzicht zal kunnen verkrijgen in eigen ritmen, zowel van levenskracht als van bepaalde geestelijke of zelfs kosmische invloeden.

  • Er zijn verschillende systemen ontworpen, om dergelijke ritmen te herkennen. De astrologie buiten beschouwing gelaten, kloppen deze systemen over het algemeen niet. Kunt u aangeven, hoe wij dan aan de noodzakelijke kennis kunnen komen?

Ik meen reeds een benaderingsmogelijkheid te hebben gegeven. Om dit in enkele punten nogmaals kort te formuleren:

  1. Ga na en teken aan, wanneer u een dag hebt, waarop u zich energiek gevoelde. Noteer zo mogelijk de uren, waarop dit in het bijzonder het geval was. Teken daarnaast ook de uren aan, waarop u zich troosteloos, machteloos en zonder lust of energie gevoelt. Dit is weliswaar zeer persoonlijk, maar geeft reeds, wanneer u dit 4 à 5 maanden volhoudt, enig inzicht in de wijze, waarop uw kleinere energieritmen verlopen.
  1. Ga na, welke tijden van uw leven voor u werkelijk grote veranderingen hebben ingehouden. Vergelijk deze tijden, daarbij zo mogelijk uitgaande van jaartal, maand en dag. Zie of hierin een zeker ritme kenbaar wordt. Reken de tijd daartussen in dagen om. Vaak blijkt, dat enkele voor u toch wel belangrijke feiten dan buiten beschouwing moeten worden gelaten, maar dat dan toch wel degelijk een redelijk strak ritme te vinden is. Pas dit ritme dan ook toe op de toekomst en u weet ongeveer welke storingen en ontwikkelingen mogelijk zullen zijn. Daartoe dient men de gebeurtenis zelf terzijde te stellen en na te gaan, welke invloed men daarbij meent te hebben ondergaan.
  2. Ga na, wat in de wereld rond u gebeurt en baseer u daarbij op verschijnselen, die u zelf kunt controleren of waarvan u, op redelijk betrouwbare wijze, regelmatig via anderen kennis kunt nemen. Doe dit rond de twee jaren. De daarin kenbaar wordende ritmen blijken eveneens van toepassing voor uzelf en uw milieu en geven u wederom een mogelijkheid vooraf reeds bepaalde tendensen en mogelijke ontwikkelingen in de wereld, welke ook uzelf betreffen, te registreren. Hierdoor schept u zichzelf al weer een mogelijkheid om, zoal niet door geheel juiste prognoses, dan toch door een steeds redelijk aangepaste houding, het gebeuren rond u te blijven beheersen in plaats er aan onderworpen te zijn.
  • Ten aanzien van het ritme van pessimisme en optimisme, zegt u, dat daarbij stralingen uit drie bepaalde sferen een rol speelt. Horen deze sferen tot de aardse sferen, tot de sferen van andere planeten, of tot de bollen, die bij onze aarde behoren? Wat hebt u met die opmerking algemeen bedoeld?

Met het woord sfeer bedoelde ik in dit verband iets, wat niet materieel is, maar behoorde tot de aarde en deel uitmaakt van dezelfde ontwikkelingsgang, waarvan ook deze aarde deel is. Het had dus geen betrekking op andere planeten, of stoffelijke of half-stoffelijke werelden, maar op geestelijke bestaanswerelden, die beschouwd kunnen worden als zijnde anders dimensioneel en in ritme parallel lopende, evenals in ontwikkelingen, met de op aarde voorkomende ontwikkelingen, alleen verschillend in uitstraling en daardoor voor de aarde zelf tot een ritmische invloed wordende.

  • Kunt u uit de Zon- Aarde- Mars- en Venusperioden een jaartal noemen, waarin de straling kenmerkend veranderde?

Ik noem er enkele uit het verleden die u voor uzelf na kunt gaan: 1472 v. Chr. – 79 na Chr. – 114 na Chr. – 1783 na Chr.

Hierbij dient men rekening te houden met het feit, dat de toen ontstane tendensen eerst jaren later werkelijk gewelddadige of spectaculaire gevolgen hadden, maar dat deze in tijd niet meer dan 5 à 6 jaren van het genoemde jaartal verwijderd liggen. De door mij genoemde tijden werden betrekkelijk willekeurig uit grotere aantallen van soortgelijk perioden genomen. Het zijn ogenblikken, waarin de golven van verschillende planeten en de werkingen van de zon gelijktijdig of bijna gelijktijdig een diepte- of hoogtepunt bereikten. De onder deze invloeden ontstane werkingen hadden vaak een meer verborgen karakter, dat steeds meer openbaar werd, naarmate de uitwerking van deze invloed in meer mensen kenbaar werd.

  • Wat bedoelde u met de beïnvloeding van de Melkweg uit een absoluut middelpunt? Wat is dit middelpunt?

Wanneer u het totaal van de nevelsystemen beziet, zo blijkt, dat zij, vanuit het standpunt van de mens gezien, een gezamenlijk middelpunt schijnen te ontvlieden. Dit gezamenlijk middelpunt heeft geen sterren of donkere wolken, die zichtbaar of kenbaar zijn. Het is dit ledige middelpunt, dat ook wel de onzienlijke zon of het punt van het eerste licht wordt genoemd, dat door mij werd bedoeld.

  • Zijn de door u bedoelde ritmen niet te berekenen uit de horoscoop?

Enkele zijn uit de horoscoop wel ongeveer te berekenen. Maar de intensiteit daarvan en vooral de meer kosmische werkingen in het menselijke leven optredende, kan men daaruit moeilijk aflezen. Men kan dus via de horoscoop wel komen tot een erkennen van bv. een 6, 7, 10 of 12 jaarritme, dat in het leven van een persoon op zal treden. De intensiteit daarvan zal men echter niet kunnen bepalen en men zal slechts bij benadering aan kunnen geven, wat de veranderingen binnen dit ritme misschien zouden zijn. Het is uit de horoscoop echter niet mogelijk, zonder meer het juiste gedragspatroon te geven of de juiste wijze van handelen en reageren aan te geven. Vandaar dat ik de horoscoop niet voldoende acht om door middel daarvan alleen tot een vaststelling van ritmen enz. te komen, maar meen dat, zo men zich al op een horoscoop wil baseren, een kennis van eigen leven en optredende ritmen dan wel een zeer grote en binnen de astrologie zelden gebruikte kennis van de planeten en de werking van vele sterren noodzakelijk zal zijn.

  • Welke ritmen zijn het belangrijkste en ook het gemakkelijkste vast te stellen?

De eenvoudigste ritmen, die voor de mens eenvoudig vaststelbaar zijn, zijn de korte z.g. maanritmen, die van 3 tot 7 dagen vergen en per persoon nogal verschillen; het 28 daagse ritme, dat ook een zuiver maanritme is, het 3 jaar zonneritme, het 7 jaar zonneritme, terwijl daarnaast een ongeveer 11 jaar vragend Jupiterritme, en een tweejaarlijks Marsritme nog wel berekend kan worden. Ik geef deze ritmen de naam van een planeet, omdat hun werking enigszins te vergelijken is met de in de astrologie aan deze planeten toegeschreven eigenschappen en geef de perioden dus bij benadering.

Persoonlijke afwijkingen hiervan zijn mogelijk, maar zullen in verhouding tot de gegevens zelden belangrijk zijn. Om een voorbeeld te geven van de benadering: Bij het betrekkelijk vaste Marsritme zou ik dan moeten spreken over een periodiciteit van 711 dagen en ongeveer 13 uren. Dit zou echter van weinig belang zijn en mijn beantwoording nodeloos ingewikkeld maken.

  • Heeft de dag ook afzonderlijk op en neer gaande curven in verband met energie toe- en afnamen?

De curven, die inderdaad op de dag plegen op te treden, zijn niet aan kosmische of uiterlijke invloeden toe te schrijven, maar veelal deel van de mens zelf. Algemeen kunnen wij stellen, dat de doorsnee mens per dag 3 à 4 uren kent, waarin zijn beste prestatiemogelijkheden liggen. Hij is dan het meest actief, denkt het helderste en werkt zeer nauwkeurig. Wij dienen hierbij echter uit te gaan van eigen slaapritme – tijd van diepste rust o.m. – terwijl ook de vermoeidheidsfactor een rol speelt en dus rustpozen een invloed uitoefenen.

Om dit alles te bepalen langs theoretische weg – men kan het door ervaring eenvoudig genoeg vaststellen – zou men dus rekening moeten houden met het type van de mens – is hij dag- of nachtwerker? Zijn werkkring, zijn levensgewoonten en gebruikelijke voeding. Hieruit vloeit dus voort, dat er inderdaad wel van een dagritme gesproken kan worden, maar dat dit niets te maken heeft met de door ons vandaag besproken invloeden.

Iets anders is het, wanneer op bepaalde dagen een bijzondere top – of inzinking – optreedt bv. om 12 uur, of in de morgen enz. Dit kan een levensritme zijn of een kosmische invloed, die dan echter altijd nog geënt blijft op het eigen dagritme. Wanneer men de door mij besproken ritmen kent, zal men echter wel kunnen beslissen, of het gewenst is, op een bepaalde dag zijn beste uren en energie te gebruiken voor bepaalde doeleinden.

  • Door het kennen van de levensritmen ontstaat soms een beheersing van het lot, het karma. Moet men hiervoor niet meer een soort inwijding ondergaan? Raakt men niet te zeer op zichzelf geconcentreerd?

Elke inwijding is een vorm van uiterste concentratie op het ik, gevolgd door een erkenning van geheimen en wezens eigenschappen van dit ik, welke dan weer weerspiegeld worden gezien in de wereld of macrokosmische verhoudingen. Zodat men door de inwijding en de bereikte kennis van zichzelf zijn relaties ten opzichte van de kosmos, de godenwereld – of hoe men zich dit ook wil voorstellen – verder en juister kan definiëren. Ik meen dus te mogen stellen, dat men het beheersen van het lot – althans het enigszins beheersen van het lot – aan de hand van de door mij hiertoe genoemde mogelijkheden, als een soort inwijding op zichzelf kan beschouwen.

  • Paulus zegt ergens: “Als ik zwak ben, ben ik machtig”. Zou dit kunnen slaan op een dieptepunt in vitaliteit, gepaard gaande met een top aan geestelijke energie?

Het zou er op kunnen slaan. De bedoeling van de schrijver was echter niet zo. Hij wilde daarmee zeggen: eerst wanneer ik mijn eigen kleinheid t.o.v. God erken, ben ik in staat de goddelijke kracht te aanvaarden, die mij gegeven wordt. Ik ben machtig door de erkenning van de grootheid Gods en mijn eigen kleinheid.

  • Men zegt, dat dit het jaar is van de kalme zon. Is dit zo en waarom wordt dit dan een jaar van zo grote veranderingen? Is dit een periode van 9 jaren?

Het is inderdaad een jaar van weinig zonneactiviteit. Maar tussen de zonneactiviteit en haar invloed op de aarde ligt een periode, die kan variëren tussen 7 en 14 maanden. Het is dus voor een deel een invloed uit het verleden, die dit jaar optreedt. Verder is dit jaar een jaar, dat beheerst wordt door Saturnus, waarbij dus bepaalde invloeden vanuit de kosmos en vanuit de planeten bijzonder sterk kenbaar op zullen treden. Dit jaar is een jaar vol veranderingen en vernieuwingen, omdat een groot aantal ritmen van kosmische geaardheid binnen dit jaar bijna gelijktijdig toppen en dieptepunten vertonen. Het resultaat is een verstoring van de normale levensritmen, tendensen en daardoor tevens een wat revolutionaire en chaotische periode, welke hervormingen mogelijk maakt, die voordien niet mogelijk waren. De kalme zon maakt geen deel uit van een 9-jaarsritme, maar is het kalmtepunt in een 7-jaars cyclus, waarvan de huidige loopt van 1963 tot 1970.

  • U zegt steeds: “vanuit menselijk standpunt”. Betekent dit, dat er geen voorstellingen bij de mens bestaan, die geheel waar zijn? Is dit misschien de reden, dat er nog zovele onoplosbare vraagstukken bestaan?

Mens zijn betekent: Leven binnen bepaalde materiële beperkingen, begrensd in vermogen tot begrip en bewustzijn, evenals begrensd in het vermogen om geestelijke waarden geheel en zuiver om te zetten in redelijk en dus door de mens zelf geheel juist realiseerbare beelden.

Het gevolg is, dat een menselijke waarnemingen en zelfs een menselijke vaststelling, ondanks alle schijnbare objectiviteit van bewijsvoering, notering enz. altijd een zeer sterk subjectief element blijven behouden en dus nimmer een geheel concrete, objectieve en blijvend juiste constatering kunnen zijn.

Dat vele vragen en problemen onoplosbaar blijven en niet beantwoord kunnen worden is mede een gevolg van deze bestaanstoestand, daar de mens nog steeds niet heeft kunnen leren, door zijn gebrek aan objectief geheel juiste data, zijn vragen juist te formuleren. Om een vraag op te lossen, zal men eerst het probleem zo juist en definitief mogelijk moeten formuleren volgens alle met het probleem in verband staande werkelijke feiten.

Zonder dit is een algehele oplossing nu eenmaal niet mogelijk. Voor hen, die geen mens meer zijn in de stoffelijke betekenis van het woord, is een weg tot objectieve erkenning aan te wijzen.

Voor hen, die nog leven binnen de stoffelijke beperkingen, die zekere gemeenschappelijke acties, relaties en verhoudingen impliceren, is het geven van een dergelijke weg helaas niet mogelijk.

  • U sprak bij de aanduiding van het middelpunt van het gekende al over: Eerste licht. Deze woorden werden ook op de steravond gebruikt toen werd gesproken over: Eerste licht, kracht van licht, eerste adem, u aanbid ik boven al enz. Bedoelde u hetzelfde?

Het door u geciteerde deel van een incantatie vormt een aanroepen van een triade, uitgedrukt in de verschijningsvormen van de Schepper bij het begin van zijn huidige schepping.

Wanneer ik spreek over het middelpunt of het eerste licht, spreek ik eveneens over het punt, waarop de huidige schepping het eerst tot uiting kwam, of – zo u het anders wilt definiëren – het punt van eerste explosie der materiedelen, waardoor licht, wrijving en massa ontstonden, de velden, die nu de materie beheersen, geschapen werden en de vorming van sterrennevels, sterren en planeten een aanvang nam.

  • Kan men dit punt in de ruimte vinden?

Het is te vinden, wanneer men uitgaat van een gelijke versnelling van alle sterrennevels – al is men niet geneigd, om dit zo gemakkelijk te doen – hen beschouwt als kring of bolvormig uiteenspattende, en zoekt naar een lijn, die allen gemeen hebben: De afgelegde baan volgens deze stelling. Daar, waar in de ruimte deze lijnen elkander kruisen, vindt men ongeveer het punt nul.

  • Houden bv. de Witte Broederschap e.d. rekening met deze ritmen? Zwartmagiërs komen bij voorkeur bv. bijeen bij zwarte maan, omdat dan hun magische krachten gemakkelijker zouden werken dan anders?

Magie, mijn waarde vriend, is de wetenschap der kosmische ritmen en werkingen plus hun mogelijkheden, waardoor men de zo bestaande krachten kan leren leiden via eigen voorstellingsvermogen en wil. Waarin, naar ik meen, het antwoord op uw vraag verscholen is.

  • Wanneer men stelt, dat dergelijke krachten door voorstellingsvermogen en wil gericht kunnen worden, is dit dan eigenlijk niet een illusie?

Alle verschijnselen zijn een illusie, zover het de wijze betreft op welke zij worden voorgesteld en beleefd. Niet dus t.a.v. hun feitelijk bestaan, dat een geheel andere waarde heeft dan het menselijke perceptievermogen daaraan pleegt te geven. Alleen in deze zin kan men stellen, dat magie berust op illusies. De werkingen en veranderingen hebben echter wel degelijk ook een feitelijke waarde, al zal deze – zelfs door de magiërs – niet beseft worden.

  • Hoe komt het, dat de mens steeds weer meent, dat de feiten overeenstemmen met zijn voorstellingsvermogen en vaststellingen?

Het antwoord is nogal eenvoudig, waarde vriend. De mens, overtuigd zijnde van zijn eigen intellect en belangrijkheid, zal al datgene, wat niet strookt met zijn eigen perceptie, voorstelling, of zelfs denkwijze, meestal verwaarlozen.

  • Is er, behalve de perioden die optreden, nog een zekere wetmatigheid in de kosmos?

Er bestaan kosmische wetten, die door de structuur van de kosmos zelf bepaald worden. De ritmen, waarover wij spreken, zijn in zekere zin een uitvloeisel van deze wetten, waar dit verschijnsel binnen het Al is gebaseerd op de wet van een zich steeds herstellend evenwicht, waarbij elke verstoring van evenwicht te ener zijde een gelijktijdige verstoring te andere zijde op een diametraal tegenover liggend punt a.h.w., ten gevolge heeft.

Zo wordt het evenwicht steeds hersteld, voor het in wezen verstoord is. Dit houdt in, dat de door mij genoemde ritmen ook elders terug te vinden zijn. Daar zij echter voor ons, zoals wij hier zijn, het eenvoudigste te begrijpen zijn en belangrijk zijn, zoals zij werden gegeven, liet ik de mogelijke tegendelen, compensatiewerkingen en wat daarmede verder nog verbonden is, eenvoudigheidshalve maar buiten beschouwing.

Het door ons op deze avond gezamenlijk besprokene kan echter worden herleid tot de wet van evenwicht, in de interpretatie, zoals wij dezen kennen als wet van gelijkblijvende velden bij activiteit t.a.v. kruisende krachten.

  • Waarom noemde u de straling van Algol schadelijk voor de mensheid?

Omdat haar straling tegengericht is aan het menselijke begripsvermogen en stimulerend werkt op het menselijke instinct. Zij brengt het dierlijke element van de mens sterker tot gelding en houdt zo een afremming van zijn redelijke processen en een vermindering van zijn vermogen tot zelfbeheersing in.

  • Heeft dit niets te maken met de negatieve stof, waaruit zij bestaat?

Dit heeft niets te maken met z.g. negatieve materie of antimaterie, waaruit inderdaad menige ster bestaat. Ik meen echter niet dat wij Algol aan mogen spreken als een ster, die gebouwd is uit antimaterie. Wel mogen wij haar een ster noemen, die in een voortdurend wisselende staat van balans verkeert, en zo voor haar omgeving een steeds fluctuerende werking vertoont. Met dit laatste bedoel ik de voortdurende instabiliteit en actie van de elementen, waaruit deze ster is opgebouwd, waarbij de rotatie binnen atomen en moleculen vaak verschilt van de op aarde gekende, zonder daardoor nu ook onmiddellijk te kunnen spreken van antimaterie. In dit laatste geval is ook de kleinste delen een innerlijke werveling van krachten, een potentiaal, dat tegengericht is aan de kernwaarde van de kleinste materiedelen, zoals wij dezen hier kennen. Dit is dus bij Algol niet het geval.

Vrienden, het wordt tijd om te sluiten. Ik wil nog slechts zeggen: Een mens is niet het slachtoffer van zijn noodlot of karma, tenzij hij zich daaraan overgeeft. In de grote dingen en lijnen van het leven ben je beperkt, zolang je in de stof leeft. Maar juist in de kleine dingen, die je persoonlijk bestaan betreffen, kun je vaak aanmerkelijke wijzigingen tot stand brengen. Het lijkt mij niet mogelijk, dat iemand zijn karmische beduiding binnen de mensheid t.a.v. anderen geheel verandert. Maar zijn beleving van eigen bestaan kan hij, volgens mij, zelfs geheel leren beheersen en ten dele wijzigen.

Het was dit punt, wat mij voerde tot het behandelen van het onderwerp op de wijze, waarop dit geschiedde. Ik ben mij er van bewust, dat ik voor sommigen van u misschien niet veel nieuws heb gezegd. Maar wat nieuw is, is niet zo belangrijk als datgene, wat ook voor u waar is. Het is de waarheid van uw en ons leven, dat ons lot ligt binnen deze ritmen, die wij niet kunnen beheersen, maar waarvan wij wel degelijk bewust gebruik kunnen maken.

Het is waar, dat wij gebonden zijn, maar even waar is het, dat wij de betekenis van deze invloeden voor onszelf grotendeels kunnen bepalen. Nu meen ik, dat het mens en geest als doel is gesteld zo goed, juist en gelukkig mogelijk te leven. Volgens mij is de mens gerechtigd en misschien zelfs verplicht om gebruik te maken van alle middelen, die hiertoe bij kunnen dragen. Het door mij besprokene omvat een beperkt middel, om hiertoe te komen: Begin bij het begin, bij de eenvoudige ritmen. Dan zult u leren uw leven en lot te beheersen. Houdt dus rekening met de steeds weer terugkerende invloeden en omstandigheden in en buiten uzelf en u zult ontdekken, dat uw beheersing van eigen lot groeit. Pas wanneer u in deze kleine dingen meester begint te worden, zult u de algehele waarden van het leven kunnen leren beseffen.

image_pdf