Maatschappij: wetten en regels

1 juni 1990

De mensen vormen een maatschappij en de maatschappij kan alleen bestaan, wanneer de mensen samenwerken, elkaar begrijpen en voor elkaar zorgen. Dat lukt natuurlijk niet altijd en daardoor komen er instanties. Deze instanties zijn in het begin nog direct betrokken bij eigen welzijn en indirect het welzijn van de gemeenschap waarvoor ze werken.

Maar als je dan een stapje verder gaat, dan ontstaat er dus wat wij noemen, de schrijvende stand,  later de ambtenarij. Deze stand verdedigt zijn eigen belangrijkheid en zij kan dat alleen doen door zichzelf als meerwaardig ten aanzien van anderen te beschouwen. Het is mogelijk dat er dus een technocratische of bureaucratische dictatuur ontstaat, al of niet wat milder gemaakt door wat men een democratie noemt. En u weet: de moderne democratie is nu eenmaal een gemeenschap waarin de mensen zelf het recht hebben de persoon te kiezen door wie ze het liefst bedrogen worden (gelach). Dus wat dat betreft, zou ik zeggen, zijn we eigenlijk niet veel verder dan de mensen die eens als jagers of op andere wijze in hun kost moesten voorzien en die dus ook een sterke man hadden als aanvoerder. Die was eenvoudig de sterke man en de baas, omdat hij ieder ander een knots op de kop sloeg en tegenwoordig doe je dat met wetsartikelen.

Wat kun je van een maatschappij verwachten? Een maatschappij kan alleen bestaan, wanneer een gevoel van saamhorigheid aanwezig is. Daar waar dit samenhorigheidsgevoel ophoudt te functioneren, krijgen we een kliekjesgroepering, waarbij elk kliekje zichzelf ten koste van anderen wil bevoordelen. Waar dit geschiedt, is het werkelijk maatschappelijk verband eigenlijk teloorgegaan. We krijgen dan ook heel vaak, als een soort protest tegen deze situatie te doen met groeperingen die objecten zoeken waarin ze zich kunnen profileren zonder nu direct met de heersende kaste in strijd te komen. Dan zijn er mensen die zijn voor de natuur, voor de vogeltjes, ze zijn tegen iets, al is het maar tegen koeien die open en bloot lopen, ze moeten een uierhoudertje om, een soort koeienbeha (gelach). Dat is reëel, dat is in Nederland geweest en ik zou u nog wel andere, nog onzinniger groepen kunnen noemen en ieder meent dat hij gelijk heeft.

Soms worden deze groepen gedragen door wat je een ideaal kunt noemen en dan krijgen we te maken met de religies, de godsdiensten, die elk voor zich uitgaan van een reeks waarheden die echter niet als zodanig bewijsbaar zijn. En heel vaak zien we dan dat een dergelijke groep desondanks van ieder een klakkeloze aanvaarding van de leerstukken eist. Dat kan voeren tot een inquisitie. Dat kan voeren tot situaties als de dertigjarige oorlog in Duitsland, waar de protestanten en de katholieken eigenlijk voortdurend veldslag leverden en men zei dat de protestanten vochten, omdat de kloosters zo rijk waren en de katholieken, omdat ze het zonde vonden als een ketter daar iets van kreeg.

Je kunt het zien in bijvoorbeeld het communisme. En nu moeten we één ding goed begrijpen: Zoals het christendom op zich goed is, maar vaak dom wordt door het dom houden van degenen die christen zouden willen zijn, zo zien we dat ook in het communisme. En in het communisme zijn de grondstellingen niet zo dwaas. We moeten er wel rekening mee houden dat Marx zijn systeem uiteindelijk ontwikkelde voor een industriestaat, Duitsland in die tijd.

Dat men probeerde dit toe te passen in Rusland dat voor een 90% agrarisch was, moest dus wel tot allerhande moeilijkheden leiden.

Dat is zonder meer te begrijpen. Maar omdat het zo moeilijk was het ideaal zuiver waar te maken, ging men dus doen alsof en onderdrukte men iedereen die iets van de waarheid probeerde te zien.

Dat eindigt met een stalinistische periode, waarin er geen God meer bestaat, maar waarin je wel Stalin hebt. En dus zonder baard en met snor is toch een kleine verandering. Wat moet je zeggen van zo’n gemeenschap, wanneer je haar van buitenaf bekijkt: een kruising van allerhande belangetjes, een voortdurende strijd om jezelf te laten gelden. Maar als u het me althans niet kwalijk neemt, zou ik ook er even achter willen kijken. Wat zien wij achter de schermen namelijk? Er bestaat een mentaliteit die bepaalde groepen, ik zeg niet naties, maar bevolkingsgroepen, gemeen hebben. Daardoor zijn ze als het ware op elkaar ingespeeld, begrijpen elkaar met een half woord of een half gebaar. Behalve in Italië, daar is de gebarentaal nog uitgebreider dan in Israël.

Maar hoe kan dat? Omdat er iets is wat we wel eens een gemeenschappelijk bewustzijn of bovenbewustzijn noemen. Wanneer je opgroeit in een bepaalde structuur, dan bestaan daarin allerhande gewoontes maar ook denkgewoontes. Dat wil zeggen dat je voor je innerlijke ervaringen terug gaat grijpen naar die beelden en die beelden die vullen dan a.h.w. de werkelijkheid aan. Elke maatschappelijke groep koestert een aantal gemeenschappelijke illusies, die door hen als waar worden beleefd zonder dat ze het zijn. En als we nog een stap verder gaan, dan zien we erachter een soort geestelijk geheel. Men noemt dat dan ook wel het bovenbewustzijn enz. enz., maar hier hebben we te maken met de werkelijkheid van ons wezen. De werkelijkheid van je wezen is de geest, de ik-voorstelling en de werkelijke kracht waaruit je bestaat, de ziel. Ik hoop dat u me deze wijze van formuleren zult vergeven. Er zijn mensen die het andersom doen, dat weet ik ook wel, maar ja, wij hebben dat altijd zo gehouden, omdat wij zeggen: de ziel is in een geweer eigenlijk een leegte die pas zin geeft aan de rest en waardoor het geweer pas een geweer wordt. Zo zou je kunnen zeggen: de ziel in de mens is een onomschrijfbaarheid, een bewustzijnsleegte, waaromheen richtinggevend, de geest, het ik-besef zit en waardoor de kracht van beleving, van deel hebben aan de totaliteit, mogelijk wordt.

Een maatschappij kan uit vele groepen bestaan; maar hebben zij een gemeenschappelijke taal en nu bedoel ik niet woordtaal, maar een gedragstaal, een bewustzijnstaal, dan zullen zij een eenheid kunnen bereiken. Zij zullen elkaar als het ware opvangen en zij zijn helemaal niet zo mooi, zo goed of zo heilig, maar ze begrijpen elkaar. Dat zou je dan een maatschappij kunnen noemen. Achter dat alles ligt ook nog iets wat we dan ook weer met mooie namen bedenken. U weet, als iets niet goed te zeggen is of je weet niet waar je het over hebt, dan zoek je ingewikkelde woorden, hè, – en als u het niet gelooft: luister dan naar een tweede Kamerdebat – maar wanneer je dus zegt: ‘Alziel’, je zegt God of oerkracht, dan probeer je dit te benaderen. Alle levende kracht is deel van één geheel, ook wanneer het tijdelijk door een ik-besef daarvan is afgezonderd. Hoe dichter je nu komt bij die werkelijkheid waaruit je bent voortgekomen, hoe minder de persoonlijkheid nog van belang is. Ze is een uítingsmiddel tegenover anderen, maar ze is niet meer een noodzaak of een belangrijkheid.

Toen de Boeddha onder de bodhi-boom mediteerde, toen bereikte hij een toestand van ontruktheid. In die ontruktheid was hij deel van alle dingen en hij had toen zijn lichaam kunnen achterlaten. Maar hij voelde zich ook verbonden, want hij had een ik, met de problemen van alle mensen om hem heen. En zo werd hij de Gautama Boeddha Siddharta, u begrijpt wel dat ik over hem sprak. Er zijn leermeesters die in meerdere of mindere mate hetzelfde bereiken en dan proberen ze je bij te brengen dat je eigenlijk minder persoonlijk moet zijn en dat kan alleen door je niet voortdurend bezig te houden met wat en hoe je bent, maar door te beseffen wat je bent, innerlijk.

Waar die innerlijke waarheid gaat domineren, ontstaat voor het eerst de mogelijkheid van een maatschappij die allen kan omvatten. Vanuit de hoge kracht is er begrip voor het werkelijk belangrijke. Het is dus niet meer nodig om ons met bijkomstigheden bezig te houden. Vanuit onze vergetelheid van het ik-bestaan, komen we gelijktijdig tot een vreugdige beleving van het bestaan en de kracht die we daarbij gebruiken.

Een maatschappij, zou je dus zeggen, is in zijn ideale vorm eigenlijk niets meer of minder dan de innerlijke eenheid die in de uiterlijke noodzaak van het mensenbestaan zijn voortdurende weerspiegeling vindt. Hebt u commentaar?

  • Staan regels en wetgeving, staan die beide de praktijk nogal eens in de weg?

Kijk, regels zijn over het algemeen pogingen om de onbeheerstheid van de mensen te beperken. En wetten zijn over het algemeen bindende regels waarmee men probeert te voorkomen dat anderen meer krijgen dan degenen die al meer hebben. Het spijt me dat ik het zo moet zeggen.

Rechtspleging, rechtsspraak is in feite formulering van de belangen van de heersende groepering op een zodanige wijze dat iedereen daaraan onderworpen kan worden en gelijktijdig daardoor bepaalde persoonlijke mogelijkheden en ontwikkelingen worden afgeremd. Het is dus duidelijk, wanneer je zegt recht en rechtspraak, dat je heel voorzichtig moet zijn.

Als je volgens de wetten oordeelt, zul je in vele gevallen onrechtvaardig zijn. Maar als je rechtvaardig bent, zul je in vele gevallen tegen wetten in moeten gaan. En ben je dus maatschappelijk gezien zelf schuldig.

Ik dacht dat daarmee duidelijk is gezegd dat regels en wetten eigenlijk zinloos zijn, tenzij ze uit jezelf ontstaan. En nu weet u allemaal wel dat er ontzettend veel over het geweten wordt gezalfd op aarde. En dan bedoelen ze daarmede dit eigenaardige mengsel van versuffing, van dressuur en innerlijk weten, waardoor de mens voortdurend verward is, omdat hij strijdig is in zichzelf. Maar je hebt een innerlijk weten dat helemaal niets zegt over wat wel en niet mag. Het onderscheidt eenvoudig tussen harmonisch en niet harmonisch. Alles wat voor ons harmonisch is, is een bevestiging van wat wij zijn, in een deel van de wereld waarvan we deel zijn. Als we zouden kunnen leven vanuit ons innerlijk weten van juistheid, ik denk dat je dan een veel betere samenleving zou krijgen dan er ooit via regels en wetten te bereiken is. En bovendien: veel regels zijn er kennelijk alleen om de mensen de gelegenheid te geven tot zondigen. Denkt u maar eens aan de maximumsnelheid, denkt u maar aan het rode licht. Oranje licht betekent kruispunt vrij maken, rood licht ‘stop’.

  • En wat is de praktijk? Oranje licht: gas bij; rood licht: ik haal het nog net.

Dat is moderne wereld. Ik denk dat je aan de ene kant harder moet zijn als maatschappij dan men op het ogenblik durft zijn. Dat je aan de andere kant minder moet regelen dan men nu probeert te doen.

Er zijn dingen bij waarvan de mens zei: ja, maar dat kun je toch eigenlijk niet. Kijk, iemand die een ander met een auto doodrijdt, die is aansprakelijk, want hij hanteert toch een levensgevaarlijk wapen. Is hij dan minder schuldig dan iemand die een zakmesje uit zijn zak haalt en zich daarmee wil verdedigen? Is hij gelijkelijk schuldig? ‘Ja, maar er zijn zoveel verkeersongelukken’. Nou, prima: ieder betaalt zijn eigen kosten, alle voertuigen bij een botsing betrokken, worden onmiddellijk in elkaar geperst. Dat is goed voor de werkgelegenheid. Ja, ik parodieer nu even, dat begrijpt u wel.

Maar recht en regels. Recht en regels veranderen. Vroeger had de visboer op vrijdag een goede dag. Want men was gewend, zeker in de katholieke delen, om op vrijdag vis te eten, want het was een vleesloze dag. Op het ogenblik eet iedereen vis wanneer het hem uitkomt, zolang ze tenminste niet te giftig wordt. En eet rustig vlees op vrijdag, want dat is geen zonde.

Vroeger moest je zoveel keer in het jaar biechten. Ja, zeggen ze tegenwoordig, ik zal gek zijn, ik zal de pastoor het achterste van mijn tong laten zien, uitkijken. Vroeger was het zo: je moest naar de dienst. In mijn tijd herinner ik mij dat we een dominee hadden, de man kon ontzettend goed preken. Eerlijk waar, hij begon met één of andere spreuk, meestal uit het oude testament en voor je het wist, zag je de engelen rond je warrelen en net als je dacht, nou wordt het gezellig, dan kwam Joosje Pek erbij: ‘de mensen zondigen’, en dan kwam de hel en die werd uitvoerig beschreven.

Ik heb later wel eens gedacht: je kon wel zien aan zijn preken waar de man het meeste thuis was (gelach).

Kijk, dat is allemaal natuurlijk mooi en goed, maar dacht u dat er minder om gezondigd werd?

Alleen sluikser en slinkser, minder open, minder voor jezelf het toegeven. Vroeger zeiden ze wel eens: de grootste misdadigers dragen gummi of witte boorden en zitten onder de preekstoel; en voelen zich daardoor zodanig gezalfd dat ze hun terreur door de week kunnen voortzetten. Is het waar? Ik weet het niet. Maar het doet je wel denken over al die regels. Vindt u ook niet? Regels zijn dingen die je voor jezelf ontdekt, die je jezelf oplegt. Als u ontdekt dat u te weinig beweging neemt, dan kunt u zeggen: nou, ik ga elke dag – laten wij zeggen – twee keer twintig minuten wandelen en dat doe ik dan, als het kan, in een park of een bos of ergens tussen de weiden en dan haal ik dus heel langzaam rustig en diep adem.

Er bestaat geen enkele wet die zegt dat dat moet. Geen enkele regel, maar als jij voelt dat het goed is, zul je zien dat je er beter van wordt. En als je zegt: een ogenblik mediteren, kan me zover verwijderen van alles wat me normalerwijze lastig schijnt te vallen in de wereld, dat ik daardoor een zekere levensvreugde, een veerkracht, een betekenis voor mijn bestaan vind. En dan is er geen wet en geen regel die dat zegt. Maar het is iets wat uit uzelf voortkomt en wanneer u het doet, wordt u er beter door.

Natuurlijk, de een die zoekt het in gregoriaans en de ander wil misschien een ander liedje chanten. Dat maakt helemaal niets uit. Maar als het niet van binnenuit komt is het nutteloos.

Het is precies hetzelfde bij wijze van spreken als pekingeend, goed en zorgzaam toebereid. Maar als u bij de luxe chinezen in China dat te eten krijgt – en dat is alleen voor toeristen en natuurlijk hoogwaardigheidsbekleders – wat krijgt u dan? Een stukje van de buitenkant. Een klein stukje van dat knapperige honing gedrenkte huidje en wat saus erbij misschien en misschien nog een heel klein flintertje vlees, maar meer niet. En toch zou je eigenlijk liever meer vlees hebben, begrijpt u wat ik bedoel? Maar ‘dat hoort zo’. Nou ja, dat is nou als je het gewoon doet, zoals iedereen zegt dat je het moet doen.

Het ziet er verfijnd uit. Het lijkt iets buitengewoon goed. Maar wat u krijgt is alleen iets wat knerst tussen je tanden en met een beetje zoetige smaak naar binnen glijdt, terwijl je honger niet gestild wordt.

In uzelf is een weten van wat voor u aanvaardbaar en niet aanvaardbaar is. U moet een ander ook dat recht geven om voor zich te weten wat aanvaardbaar of niet aanvaardbaar is. Zolang je een ander niet onderwerpt aan je eigen innerlijk besef van juistheid, kun je daardoor eenheid vinden met het geheel.

Niet alleen maar een maatschappij. Misschien zeggen de mensen ‘God’ of ‘we treden uit, of we doen wat anders’. Het zijn namen. Het is een eenheid waardoor je verder komt dan je eigen beperkte wereld, want de kosmos is zo vol van werkelijkheden dat een mens ze niet eens zou kunnen opsommen in een mensenleven.

En één kleine werkelijkheid is de menselijke. En degenen die haar wetenschappelijk ontleden, zijn bezig met sectie te plegen op één zenuwcel zonder het organisme te beseffen.

O, ik geef ze het recht om dat te doen. Het is hun weg. Maar je kunt niet het geheel omschrijven of zelfs maar begrijpen. Maar je kunt delen daarvan tenminste beleven en soms jezelf vergeten, opgaan in een geheel, waarvan eigenlijk niets meer overblijft in herinnering voor een mens als een gevoel van blijdschap en vrede en een idee van een wit licht misschien.

Weet u, leven op aarde is niet zo moeilijk, zolang je niet probeert om buiten jezelf andere dingen tot deel van jezelf te verklaren. ‘Dit is mijn bezit, mijn auto, mijn man, mijn vrouw, mijn kind’. Maar je hebt de essentie daarvan niet. Je kunt iets gemeenschappelijk hebben, maar dit is geen eigendom. Dat is een gezamenlijk meer beseffen, meer zijn en verder niet. Maar wanneer je denkt: de auto is mijn bezit en dient mij, dan hebt u heel veel geluk als de relatie niet plotseling door een total loss wordt verbroken. Wanneer u zich één voelt met de machine, en dames, dat geldt niet alleen voor auto’s maar ook voor stofzuigers en al die andere dingen, dan is het net of het apparaat méér doet, beter werkt dan anders, juister reageert.

Want uw relatie is niet alleen met mensen. Alles wat is, bestaat uit één en dezelfde kracht. En in alles wat bezit van die ene kracht is en dááruit bestaat, kan in al zijn vormen een eigen structuur en mogelijkheid verkrijgen, maar het zal altijd blijven reageren op die ene kracht waar het uit is voortgekomen. En als die kracht in u is en vanuit u, bewust of onbewust, doorwerkt, dan zal ook de dode materie daarop reageren. Maar ja, daar heb je geen wetten of regels voor nodig.

Hè, dat is precies hetzelfde, iemand zei eens een keer tegen mij, ja, die was pas dood, dan heb je nog zo dat eerste zomerlanddromen, hè, en die droomde dus nog steeds over belangrijkheid en zei: ja, maar economie en politiek, dat is toch het meest belangrijke op aarde… Ik zei: je vergist je.

Wat is dan het belangrijkste op aarde? Zei hij. Ik zei: gezond verstand. Toen zei die: ‘waarom?’ Ik zeg: een mens met z’n gezonde verstand zal proberen het juiste met zo weinig mogelijk moeite tot stand te brengen en gelijktijdig in zich een voldoening, een vrede te voelen waardoor hij steeds grotere delen van de kosmos als deel van zichzelf leert beleven.

Het is toch niet wat je op aarde bent, het is wat je van binnen bent. Het is niet wat je op aarde leert. Zeker, je neemt dingen mee, natuurlijk. Maar het is veel meer: waar ben je harmonisch mee? Want die harmonie werkt in je door; en daardoor weet je, begrijp je, kun je hanteren. Als ik nu in het oud-Nederlands bezig was gegaan, had u waarschijnlijk gezegd: ‘o, wat mooi’. En u had niet begrepen waar ik het over heb. Ik heb een zeer moderne redevoering afgestoken. Compleet met alles wat erbij hoort tot zelfs een tikkeltje politiek en nou ja, van alles.

Omdat ik geleerd heb een beetje aan te voelen wat er in anderen bestaat en zover het harmonisch is, het in mijzelf te verwezenlijken. En die verwezenlijking projecteer ik dan via een medium. Wat eigenlijk heel eenvoudig is, maar ja, dat is orgelspelen ook, wanneer je het eenmaal geleerd hebt.

En u moet maar zo denken, een medium is een elektronisch orgel. Hoe meer registers erop zitten, hoe meer je eruit kunt halen. Maar het orgel bepaalt de mogelijkheden van de organist. Maar vaardigheid van de organist bepaalt het product van het orgel. Zo, dat is ook nog even gezegd en nou gaan we het niet al te lang meer maken, maar was er nog iets: vragen, commentaar, opmerkingen.

  • Is het niet goed om te veel waarde te hechten aan dingen, aan voorwerpen die buiten het ik gelegen zijn?

Ja, ik denk dat de meeste mensen het niet begrijpen. Wanneer je een mooi ding ziet en je gaat erin op, dan draag je het in je. Je hoeft het je maar te herinneren en het is van jou.

Maar als je het hebt, sluit je het weg, opdat een ander er niet aankomt. Waarom? En zo is het met de meeste dingen.

Hebben, werkelijk bezitten, kun je eigenlijk niets. En als u dacht dat uw huizen of uw stuk grond of zo, dat dat dan toch van u was, moet u wachten tot er weer een onteigeningsprocedure komt, dan leert u anders.

En als je denkt: deze mens is van mij, dan kan er van alles gebeuren en op een gegeven ogenblik gaat de één heen en de ander niet. En dan is dat ‘van mij’ er niet meer bij.

Het enige wat er wel bij is, dat is eigenlijk de verbondenheid, die een paar mensen met elkaar opbouwen. En dan gaat het er ook niet om of ze nu man of vrouw zijn geweest of wat anders, of ze gewoon vrienden zijn geweest of het een ouder-kind relatie is geweest of misschien een leraar-leerling, wie weet.

Op het ogenblik dat die harmonie bestaat, blijft deze band bestaan, want het enige wat je werkelijk kunt bezitten in jezelf is dat deel van anderen dat je begrepen hebt. En dat deel wat je van de ander begrepen hebt, dat betekent dat je deel bent van die ander en dat die ander deel is van jou. En dat is het enige wat je kunt bezitten tot de tijd komt dat je beseft dat alle dingen één zijn en dan verdwijnt ook dit laatste bezit, dit laatste begrip van verbondenheid en blijft er alleen het deel zijn van alles over. Voldoende?

Nou, vrienden, dan gaan we zo langzamerhand afsluiten, voor het eerste gedeelte tenminste.

Wanneer u geestelijke waarheid zoekt, dan hebt u hier misschien iets aan.

De vraag die je stelt is – wanneer je haar overdenkt – haar eigen antwoord. Een vraag kan nooit lijnrecht beantwoord worden, omdat ze altijd veel zijpaden mee omvat in de beantwoording. Het totaalbeeld dat ontstaat is belangrijker dan het andere. Wanneer een zenmeester tegen u zegt: hoe lacht iemand zonder gezicht, dan is dat niet onzinnig. Het is in feite alleen maar een poging om door de vraag u te laten denken over een mens en over het lachen. Want als je die dingen begrijpt, kom je verder.

Leer alle dingen waarmee je werken moet, deel te maken van jezelf. Maar besef jezelf als deel van alles om je heen.

Wees meester over jezelf, maar wees nooit je eigen tuchtmeester.

Bid, mediteer, doe alles wat je wilt, wanneer je het andere, het hogere, het niet‑menselijke maar niet vergeet.

En wanneer je dan toch bezig bent, besef dat voelen belangrijker kan zijn dan denken. Want het denken wordt u aangeleerd en de rede, de logica, de kennis, zijn alleen maar werktuigen. Maar wat heb je aan een hamer als er geen hand is om haar beet te houden. U hebt ook een deel in uw hersenen dat hoofdzakelijk met gevoelens en met emoties te maken heeft. En dat is via een brug met het meer redelijke deel verbonden. Wanneer het gevoel nu de kennis aanvult, dan maakt ze de keuze eenvoudiger, maar niet meer zuiver logisch. Maar die keuze is een uitdrukking van uw wezen en van uw persoonlijkheid. En dat is veel belangrijker dan dat het rationeel in oorzaak en gevolg en andere dingen kan worden uitgelegd.

Besef dat er op aarde natuurwetten zijn die voor u als wetten gelden, omdat u geen mogelijkheid ziet om eraan te ontkomen.

U zegt me dat de zwaartekracht een wet is. Maar een sterk magnetisch veld en een metaal bevattend voorwerp kunnen bewijzen dat wanneer het veld voldoende fluctueert, het voorwerp zweeft, dus schijnbaar minder zwaartekracht nodig heeft.

De tijd is een vaste waarde, zegt men. Ja, behalve wanneer het vijf minuten voor sluitingstijd is. Dan gaat de klok of veel te langzaam of veel te vlug. Het ligt er namelijk aan. Degenen die bezig zijn vinden: het gaat te vlug. En degene die staat te popelen om op te houden, die zegt: wat gaat het langzaam die laatste vijf minuten.

Niets is zo vast dat u het kunt beschouwen als een onaantastbare wet van de natuur. Het enige wat u kunt zeggen is: er zijn bepaalde waarden en regels in de natuur, waaraan wíj ons met onze huidige middelen en kennis niet of niet voldoende kunnen onttrekken. En dan hebt u gelijk.

Zo bestaat er ook geen absolute openbaring en waarheid waarbij al het andere in het niets verzinkt. Want er is altijd wel iets meer en iets anders. Volg uw eigen weg, maar geef een ander het recht zijn weg te volgen.

En dan wil ik sluiten met een heel klein gelijkenisje. Er was eens een man die de steen der wijzen uiteindelijk had gevonden. En op het ogenblik dat hij haar voltooid had en stralend ophief, overleed hij. En zo ging hij de lange trap op, die naar men zegt, naar de hemel lijdt. – Ja, nu is het een trap, vroeger was het een ladder en binnenkort wordt het misschien een roltrap, maar aan liften zijn ze nog niet toe -. En deze man was zo blij dat hij met die steen bezig was en hij keek niet op die trap hoe die liep. En toen hij halverwege was, struikelde die en de steen viel uit zijn handen. En de steen der wijzen barstte uiteen en overal op aarde kwamen splinters terecht. En overal waar zo’n splinter ligt en iemand haar vindt, neemt hij haar op en zegt: ‘ik heb de enige waarheid, want een andere bestaat er niet’.

Zo zijn de godsdiensten, zo zijn de systemen; zo zijn de leerstellingen. Wees blij als u een glímp van waarheid vindt, maar zeg nooit dat ze de volledige of de enige is. Want de waarheid kan door een mens niet worden beseft. En ik hoop dat u dat ook zult toepassen in het maatschappelijk verkeer; maar voor uzelf zult zeggen: ach: misschien ben ik wel een dwaas, maar als ik rond me kijk, zijn we met zovelen tezamen dat we toch nog vreugdig moeten kunnen leven in onze dwaasheid.

Vragen

Het tweede gedeelte is bestemd voor vragen van niet persoonlijke aard. Ik zal proberen ze zo goed mogelijk af te draaien, er in ieder geval zo weinig mogelijk omheen te draaien: Schriftelijke vragen gaan voor. Mag ik vraag één.

  • Wanneer reïncarneert een geest?

Wanneer hij in de geest niet verder kan of blij is als hij terugkan. Het laatste kan ik mij niet goed voorstellen, maar het schijnt voor te komen. De tijd van reïncarnatie die verschilt nogal eens en dat loopt zo – ja, naar mijn eigen ervaring dus, hè – ongeveer van zeg maar een maand of acht, negen na het overlijden tot ongeveer veertienhonderd jaar. Dus dat is een hele ruime marge. Voldoende?

  • Wat is het nut van pijn?

Nou, pijn is in de eerste plaats een waarschuwingssignaal. Kijk, als je je brandt, dan weet je in ieder geval dat je je handen weg moet halen, hè. En daarnaast is pijn natuurlijk iets, waardoor je je bewust wordt van je eigen levensprocessen en de fouten daarin. Dat kan ook erg belangrijk zijn. En ten laatste: pijn is altijd voor ongeveer de helft of meer psychisch. Dus komt uit je denken, je bezigzijn met de pijn, voort. Want er is een pijngrens en wanneer die grens bereikt is kan de pijn niet intenser meer worden. Maar als je er mee bezig bent dan denk je dat ze erger wordt en dus voel je ze erger, ook als je zenuwstelsel dat niet meer meldt. Is dat voldoende?

  • Wat is gevoel, respectievelijk emotie, en wat is schuldgevoel?

Gevoel: in feite een niet rationeel weten van iets, dat is gevoel. En wanneer je zegt: wat is schuldgevoel; dan moet je zeggen: schuldgevoel is eigenlijk een innerlijk weten dat je strijdig bent met datgene wat je voor jezelf meent te moeten zijn of te moeten doen. Het is dus in feite een contrast met het ik-beeld dat je stoort. En dan blijft alleen over: wat is emotie? Emotie is over het algemeen een resultaat van een glandulaire werking of om het anders te zeggen van een lichte verandering in de balans van de interne secreties, waarbij dus een deel van het lichaam totaal anders reageert. Hierbij kan de aanleiding zowel psychisch als fysiek zijn. Voldoende?

  • Hoe komt het dat het ene trance‑medium niet opeens in trance kan komen en de andere dit zomaar wel (van tevoren weet) of is dit een afspraak met de begeleiders?

Er zijn heel veel verschillende soorten mediums. Ik weet niet of u ooit geprobeerd hebt om hobo te spelen op een viool. Maar als u het zou proberen, zou u ontdekken dat het niet gaat. M.a.w. elk instrument heeft z’n eigen mogelijkheden en zijn eigen gebruiksaanwijzingen a.h.w. en moet dus op een bepaalde manier gehanteerd worden. Wanneer je nu een medium hebt met wie je dus regelmatig contact mee kunt hebben, ook buiten de stof, dan is het gemakkelijk om een afspraak te maken. En bij ons loopt het op het ogenblik zo. Dus dat medium treedt uit, waarschijnlijk terwijl hij een dutje doet en zegt tegen ons: jongens, ik heb een spreker nodig, want er is iets, ik weet wel niet precies wat, maar… Nu ja, dan zijn er een paar die zeggen: nu, ik zou wel willen; en ja, het medium kennende zoekt hij dan de grootste grappenmakers uit, maar dan maken we dus die afspraak. Dan is het noodzakelijk dat in het bewustzijn van het medium dus die bewustzijnsdrempel zo ver verhoogd wordt dat hij zich niet of bijna niet meer van de omgeving bewust is. Dat kan door verschillende processen bereikt worden: door concentratie, door hypnose, autohypnose, enfin, noem maar op; er zijn honderd manieren. Wanneer het medium die toestand bereikt heeft, kan dan het signaal worden overgenomen. Ons medium werkt dus met autohypnose en gebruikt daarvoor, vermoedelijk als resultaat van langdurige ervaring, bepaalde beelden, bepaalde voorstellingen die hij in zichzelf opwekt en die dan een sleutel vormen. Er zijn natuurlijk andere dingen mogelijk. Maar een medium dat erg veel moeite heeft om in trance te komen, zal waarschijnlijk moeilijk afstand kunnen doen van z’n eigen persoonlijkheid, dus zichzelf niet volledig terug kunnen trekken, omdat er ergens een angst bestaat: als die geest me nu maar niet voor gek zet, of misschien: raak ik ze ooit weer kwijt. Nou, als het goede geesten zijn, kan ik u dat laatste garanderen, want we zien het leven op aarde en we hebben er vaak medelijden mee, maar om er zelf in te blijven zitten, dat is te veel gevraagd…

  • Reuma is een ziekte waar nog weinig onderzoek naar is gedaan. Medicijnen stoppen de kwaal niet, mensen lijden soms ondraaglijke pijnen. Weet u misschien een middel waarmee de pijn verlicht kan worden?

Afhankelijk van de soort reuma. Reuma is een verzamelbegrip. En er zijn dus zoveel verschillende oorzaken dat het niet altijd mogelijk is om een algemeen geldend recept te geven. Neem bijvoorbeeld bepaalde vormen van gewrichtsreuma die in feite mee te danken zijn aan een soort verkalkingsproces, waardoor de kraakbeenkussens verhard worden en eventueel worden aangetast. Dat kun je dus niet zonder meer verhelpen met een geneesmiddel dat ook goed is voor iemand die een verkeerd evenwicht heeft in zijn levenskracht. Dat zijn verschillende dingen. Maar over het algemeen geldt wel: wanneer je in staat bent om de eigen krachtbalans binnen een persoon te herstellen, zullen de verschijnselen van reuma afnemen. Kan de persoon er daarna toe gebracht worden om zich dus weer normaal, zoveel mogelijk althans, normaal te gaan bewegen, dan zal ongetwijfeld het resultaat zeer gunstig zijn. Maar wanneer daarbij sprake is van lichamelijke afwijkingen, bepaalde vergiftigingsverschijnselen bijvoorbeeld, zelfs een te hoog ureumgehalte kan verschijnselen veroorzaken die op reuma lijken, dan moet je dus zeggen: ja, dan moeten we ook die lichamelijke kant aanpakken; maar daarnaast moeten we altijd proberen de evenwichtigheid van de persoonlijkheid te vergroten en eventueel energie te geven.

  • Als mensen op aarde incarneren, is het dan van belang dat men beseft wie, welke mens men in eerdere levens gekend heeft en zo ja, hoe? Op welke manier kan men erachter komen?

Ja, er zijn heel wat manieren om erachter te komen en soms kun je het uit jezelf vinden, hè en droom je ervan. Vaak is verder van belang: In de eerste kinderjaren heb je meestal een voorkeur voor bepaalde spelletjes of voor bepaalde dingen. Die hangen meestal samen met uw vorige leven, maar op zichzelf is het helemaal niet belangrijk. Kijk eens, het verleden is alleen datgene wat het heden als product heeft. En het heden in zichzelf is datgene wat de mogelijkheden van een toekomst bepaalt, zonder ze daarmee zonder meer te fixeren, hè. Dus als je het goed bekijkt, kun je zeggen: ja, het is misschien aardig om te weten dat je in het verleden deze of gene bent geweest. Het valt mij in ieder geval op dat bij de mensen op aarde op het ogenblik de geïncarneerde Cleopatra’s en andere grote helden aanmerkelijk aan het afnemen zijn. Je komt nou ontzettend veel verkrachte slavenmeisjes tegen bijvoorbeeld en mishandelde dienaren of door roofridders gedode handelaren. Dat is op het ogenblik het patroon van mensen die daar…, maar ja, daar houden ze zich mee bezig.

En waarom is het belangrijk? U kunt via een bepaalde vorm van horoskopie met een zekere waarschijnlijkheid, bepaalde incarnatievormen aangeven. Als je eenmaal die eerste punten hebt, kun je misschien, als je gevoelig genoeg bent, zelfs bepaalde scènes daarvan weer terugbrengen. Maar het is eigenlijk verder van weinig belang, alleen wanneer een vorig leven dus – maar dat geldt ook voor dingen die helemaal niet met het vorige leven te maken hebben – een onevenwichtigheid heeft veroorzaakt waardoor de persoon bepaalde fobieën heeft enz. enz. dan kun je vaak door ze zich daarvan bewust te maken, het fobisch verschijnsel verminderen en laten wegslijten; dat wel. Voldoende?

  • Is het ook niet dat mensen zeggen: de natuur is genadig. Stel je voor dat iemand in een vorig leven een reuze misdadiger, een moordenaar is geweest. Dan zou het voor hem in dit leven ondraaglijk zijn om dat te moeten verwerken.

Dat staat nog lang niet vast. Ik heb de ervaring opgedaan dat wanneer iemand eenmaal een moordenaar is, zijn respect voor het leven dus aanmerkelijk kleiner is. En u zou kunnen zeggen: het feit dat hij het zich niet herinnert is een zegen voor zijn omgeving, omdat hij dan niet naar zijn oude kundigheden en vaardigheden kan teruggrijpen en zo zich eerder zal onderwerpen aan de burgerlijke ordening waar hij nu op het ogenblik nu eenmaal inzit, hè….

  • Als men spreekt over een oude ziel en tegen deze ziel gezegd is, hij hoeft niet meer te incarneren, waarom doet deze ziel dat dan toch?

Ja, nu vraagt u mij iets. Laat ik het zo zeggen. Ik heb mensen ontmoet die dachten dat ze oude zielen waren of die het misschien werkelijk waren en ik heb altijd gezegd: ach, het maakt niet zoveel uit. Of je nu drie of vier keer blijft zitten, je zult toch één keer de klas moeten doorlopen. Maar er was een dame – die was het er niet mee eens – en die zei: ja, ik ben een oude ziel en ik ben al drieëndertig keer geïncarneerd. Nou, ik keek zo eens naar haar uitstraling en ik zei: ben je nou nog niet verder? Begrijpt u wat ik bedoel? Dat is op zichzelf niet belangrijk. Een oude ziel zou alleen dan als term kunnen worden gehandhaafd, wanneer het bewustzijn van de persoon de inhoud van meerdere levens omvat en deze harmonisch weet te gebruiken of toe te passen in zijn eigen leven. Dan zou je wat mij betreft van een oude ziel kunnen spreken. En wanneer iemand zegt: ja, je hoeft niet meer terug te gaan, dan is nog maar de vraag wat voor bindingen je nog erkent. Want dan denk je misschien: ja, maar al die vrienden en vriendinnetjes van me, die zitten daar nu, en er broeit weer van alles op aarde, laat ik ernaartoe gaan. Misschien kan ik ze helpen om er overheen te komen. En dan zou dat een reden kunnen zijn. Maar ik geloof niet dat een geest die eenmaal in een lichte wereld leeft, bijzonder graag naar aarde teruggaat, wanneer die daar niet een zeer belangrijk doel nastreeft. Voldoende?

  • Als je volkomen onthecht bent van deze aardse materiële wereld en je zit in de verlichting, dan hoef je niet meer terug. Dan heb je je plicht gedaan, dus dan heb je absoluut geen behoefte om terug te gaan.

Nee, dat is waar. Maar zolang je je niet volledig hebt onthecht, kunnen er menselijke relaties blijven, terwijl je eigenlijk niet terug zou behoeven te gaan. Je zou het geestelijk kunnen bereiken waardoor je dan toch zegt: nou, ik zou toch nog wel, want daar zit tante Lena en ome Dries, hè; verrek, tante Lena heeft nu een snor en is een grote neger geworden (gelach), maar ik zal er toch wat voor willen doen, hé. Op die manier kan dat gebeuren.

  • Dan ben je voor je eigen verlichting niet goed bezig geweest.

Dat ligt eraan, u velt dat oordeel. Vanuit mijn standpunt zou ik zeggen: je bent dus als geest nog niet wijs genoeg en waarschijnlijk niet wijs. Maar zo’n geest – ik kan dat niet beoordelen. Er bestaan geen algemene regels. Dat moet je goed onthouden: Wat voor de een volkomen reëel en nuttig is, is voor de ander zinloos. En dat kan alleen aan de hand van de ontwikkeling die je hebt doorgemaakt.

  • Hoe zit het met sferen in het geestenrijk?

Ja, de sferen die zijn oorspronkelijk eigenlijk gestolen van de Grieken. De Grieken hadden namelijk een wereldbeeld: de aarde centraal, waarbij de omloop van de bewegende planeten, elk dus als soort afzonderlijke sfeer werden bezien met daarachter dan nog een sterrensfeer. En later heeft men deze dus gebruikt als indeling voor geestelijke werelden. Maar geestelijke werelden kun je eigenlijk niet indelen. Kijk, een geestelijke wereld wordt bepaald door jouw besef. Niet door hetgeen er reëel is, maar door jouw besef en de wijze waarop je dat voor jezelf uitbeeldt. Er zijn zomerlanden, huisje, boompje, beestje, alles wat u wilt. Voor mijn part nog een aardige kroeg erbij of wat is het tegenwoordig, nou ja, u weet wel, zo’n hupsakee bar, met flikkerlicht, hè, disco. Nou ja, goed, als je daaraan denkt en het is een belangrijk deel van je bestaan, in de eerste rustperiode kun je daaraan denken, als er voldoende anderen aan denken, is die er en ontmoet je elkaar in de disco. Dus het is allemaal mogelijk, maar die disco is niet echt, het is een gedachtebeeld. De sferen zijn opgebouwd uit de denkbeelden die je hebt, en je beleven ervan wordt meebepaald door de wijze waarop je, wat in je gebeurt – en wat je wordt gegeven ook eventueel – vertaalt in beelden. En dat houdt dus in dat er eigenlijk geen sferen zijn. Er is een geestelijk bestaan; en dat gaat tamelijk ver, want zolang dat nog met onderscheid te maken heeft is het eigenlijk één geheel. Dat loopt van een wereld met huisje, boompje, beestje, bij wijze van spreken tot een wereld met verschillende tinten wit. Maar de mensen willen nu eenmaal graag de zaak indelen en die willen dus graag weten; wat is zomerland? O, dat is laag zomerland. En dat is hoog zomerland. En boven hoog zomerland hebben we de klankenwereld met de kosmische muziek. Nou, ja, en als je dan eindelijk met de muziek mee bent, dan kom je bij de kleuren terecht. En dan worden het steeds minder kleuren en dan kom je bij het witte licht. En als je het witte licht eenmaal verwerkt hebt, dan kom je op een punt dat niet meer omschrijfbaar is en dat heet dan het verblindende licht. Begrijp je, zo gaat dat, omdat de mensen het graag indelen. Niet beseffende dat het één geheel is waardoor het bewustzijn wordt bepaald. Maar dat is eigenlijk de werkelijkheid. Voldoende?

  • Wat is het nut van het overlijden van een baby? Wanneer treedt de geest in de foetus, het ongeboren kind?

Nou, over het algemeen wordt volledig beslag gelegd tussen de vierde en de zevende maand. Maar in de tussenperiode vanaf het ogenblik van de bevruchting wordt er als het ware al een soort stempel op gezet en in de ontwikkeling wordt dus steeds meer contact opgenomen naarmate het zenuwstelsel completer wordt. Wanneer je alleen met dat zenuwstelsel genoegen neemt, met praktisch nog geen grote hersenactiviteit, dan is het dus de vierde maand ongeveer. Maar misschien dat je meer vraagt of dat je nog te druk bezig bent ook met de aura, de omgeving, de ouders, de moeder en dat je daardoor nog niet volledig één wordt met de vrucht en dan kan dat tot de zevende maand duren.

En ja, wat is het nut van het overlijden van een baby. Wat heeft het voor zin, zouden sommige mensen vragen om in de bus te stappen en de volgende halte er weer uit te gaan? Het ligt er maar aan waar je wezen moet. En zo is het ook met een baby. Misschien dat de ervaring van gebondenheid met ouders en moeder voldoende is, zonder dat daar een meer zelfstandig stoffelijk bestaan met alle problemen, die daar steeds groter worden, dus bij behoort en dan is zo’n kind goed af.

  • Is dat niet ontzettend hard naar de ouders toe?

Ongetwijfeld, omdat de ouders altijd het gevoel hebben, ja, dat is een stukje van mij, hè…

  • Nou, neem me niet kwalijk, meneer, negen maanden dragen, op de wereld zetten en dan af moeten staan.

Ja, het is vervelend, ik weet het, maar u moet één ding goed beseffen: het mag voor u erg zijn, maar voor het kind is het ongetwijfeld een heel gunstige en prettige oplossing. En om het nu vast te willen houden en daardoor te verplichten tot een heel menselijk leven met alle problemen, alle zorgen, alle ellende, terwijl het niet meer nodig is, dat lijkt me ook wel iets te ver gaan. Neemt u mij niet kwalijk, ik geef toe dat het hard is. Maar aan de andere kant, u hebt die gemeenschap doorgemaakt in die negen maanden, u hebt dat contact gehad en dat het daarbij niet aan uw verwachting verder beantwoordt is natuurlijk treurig; maar u hebt iets, iemand de kans gegeven om verder te gaan, om bepaalde grenzen van begrip a.h.w. te verwijden en zo geestelijk in een grotere, in een nieuwere wereld te leven. Daar moet je toch ook dankbaar voor zijn, dacht ik. Het zal moeite kosten, maar…

  • Wat gebeurt er na de dood met geesten als bijvoorbeeld Krishnamurti?

Nou, Krishnamurti die is met een grote snelheid verder gegaan, want die had de vorm al achter zich gelaten. En die houdt zich op het ogenblik dus bezig met, ja, zeg, voornamelijk harmonie, de waarheid dus, die eigenlijk niet gedefinieerd behoeft te worden, omdat ze beleefd kan worden. Een beetje raadselachtig, maar ik weet ook niet hoe ik dat beter moet zeggen.

  • Wat is het aandeel van de Witte Broederschap in de omwentelingen in Oost-Europa, vooral in Rusland?

Het gebruik maken van mogelijkheden en gelijktijdig het gebruik maken van veranderingen in natuurlijke evenwichten, waardoor bijzondere druk kan worden uitgeoefend op bepaalde heersende kasten.

  • Wat was de vergissing of fout van Marx?

Nou, het was geen vergissing, het zijn eerder degenen die van zijn werk zijn uitgegaan. Marx was een filosoof. Hij bouwde een filosofisch systeem op, waarbij hij dus uitging van een ideaal, dus niet van de realiteit van de mensen. En daarbij baseerde hij dat ideaal op een maatschappij waarin de stand van fabrieksarbeiders en van landarbeiders elkaar ongeveer in evenwicht zouden houden. En dat degenen die dat niet beseften zijn systeem zonder meer en klakkeloos hebben toegepast zonder zich niet af te vragen wat daardoor voor de boerenstand zou gebeuren, wat de resultaten zouden zijn. Ja, dat heeft gevoerd tot de ellende met alle zuiveringsprocessen, de grote moorden in de Oekraïne van bijvoorbeeld, dat soort dingen. Voldoende?

  • Hoe zal, al dan niet stapsgewijs, ook het kapitalistisch stelsel ten onder gaan? Zal dat gezien de ingebakken hebzucht van de mens nog lang duren?

O, die hebzucht blijft bestaan, hè. Wanneer wordt de mens volledig onzelfzuchtig? Ik vermoed wanneer van de twee laatste mensen op aarde de een de ander begraven heeft… Maar laten we ons een ding goed realiseren. Het kapitalisme van nu is niet meer het kapitalisme van vroeger. Het kapitalisme van nu is langzaam maar zeker verworden tot een bureaucratisch geheel met een zeer grote macht enerzijds en bepaalde toch wel socialistische of sociale principes anderzijds. Er is dus nu een andere relatie tussen kapitaal en arbeid dan er vroeger bestond. Voldoende?

  • Hoe verlopen liefdesbanden of banden van haat in de astrale wereld en hoe kan men daar bewuster mee omgaan?

Banden van liefde en banden van haat zijn eigenlijk, nou ja, de twee kanten van één en dezelfde medaille. Het wil zeggen: een opgaan in de ander of een verbondenheid met de ander en daardoor een contact met de ander. In het ene geval is het een zelferkenning in de ander en een vreugde, in het andere geval is het angst voor een vernietiging en daardoor een poging tot vernietiging van de ander. En als die ander dan niet de haat met haat, maar met liefde beantwoordt, dan heb je inderdaad een aardige klap te pakken. Dus dat is de werkelijkheid van die relatie in de sferen, in de werelden; zelfs in de astrale wereld geldt dit al. Voldoende?

  • De kernwapens zullen – hopelijk – binnenkort voor de helft weggehaald worden. Mogelijk gaan Rusland en Amerika in een latere fase alles afbouwen. Of zullen beiden een restant achter de hand houden. En als men al tot volledige afbouw zou overgaan, hoe moet het dan met andere landen – als Brazilië, China, Irak, Israël, India – waar men ook al kernwapens heeft?

Nou, dat heeft u al heel duidelijk geformuleerd in uw vraag hè? Het is duidelijk: de grote mogelijkheden kunnen niet alle kernarsenaal helemaal afschaffen, zolang er nog anderen zijn die het hebben. En daarom duurt het nog wel een tijdje.

  • Was het christendom in zijn beginfase – met al z’n fouten van dien, ook toen al – misschien toch niet beter voor de mensen dan de andere bestaande (Gods)vereringsvormen in die tijd, zoals de Romeinen kenden (Mithras diensten e.d.) – ze gingen in ieder geval van één God uit, al heel wat!

Ja, goed, in feite doet de Mithras dienst dat ook, zoals u zich misschien niet realiseert. En in het hindoeïsme zit achter de schijn van veel godendom ook de éne god waarvan alle andere goden in feite verschijnselen zijn, dus zoiets als de drie-eenheid. Dan kun je zeggen: het zijn drie goden, want je hebt de vader en dan zit daar die zoon en dan zit daar die heilige geest, hè. Maar in feite zijn ze alleen maar aspecten van de ene god en als je dat goed begrijpt, nou ja, dan zit je al aardig verder.

Wat het christendom betreft: de fout van het christendom was dat de gelovigen niet alleen samenleefden in gelijkwaardigheid en liefde, maar eisen aan elkaar begonnen te stellen. Dat is de ondergang geweest van de eerste christengemeenschap, zeg maar christen commune in Jeruzalem. En een tweede ellende was Paulus. Paulus was een fanatiek mens en toen hij bekeerd was, werd hij even fanatiek en wilde hij ook wetten en regels stellen, organiseren en daardoor bijvoorbeeld de Agape, oorspronkelijk gewoon een maaltijd, het samen delen van de maaltijd waaronder wijn, brood en zout, meestal. Maar dat was allemaal voor hem niet, nee dat was het niet helemaal, want de mensen die zaten mekaar te knuffelen en dat waren dan wel zeer Christelijke zoentjes, daar gaat het niet om, maar hij vond het toch een beetje onchristelijk, dus zei hij: ja, maar dat is voorbehouden aan de oudste. En die oudste die kon het in zijn eentje ook niet meer af, vooral als het een oudere was, is dat te begrijpen, dus die kreeg weer helpers en dat waren de diakenen die gelijktijdig de goederen van de gemeenschap, zover ze bij de kerk behoorden, beheerden en aan de andere kant zorgden dat problemen werden weggenomen. Nou ja, zo ontstond er eigenlijk een aardige hiërarchie en op een gegeven ogenblik was er dus een oudste die de oudste was van verschillende oudsten van verschillende gemeenten en dat werden toen bisschoppen, nietwaar. En ja, je zou zeggen: christelijk gezien was dat mis‑schoppen (gelach). En van daaruit ontstaat dus eigenlijk die hele… het is voornamelijk dus het Oost-Romeinse rijk, waarbij dus de priesters dankzij de overwinning dus eigenlijk de hele boel in hun macht hebben, de keizerin zeg maar, praktisch volledig beheersen, Theodosia, en daardoor eigenlijk hun eigen hiërarchisch verlangen naar macht uit gaan drukken in de bestaande hiërarchieën en zelfs wanneer het concilie van Nicea aanbreekt, níet bereid zijn om de beperkingen te aanvaarden die uiteindelijk gepaard gaan met een primaat van Rome zeg maar. Nu ja, en als dat dan zo het geval is, laten we eerlijk zijn, ze hebben de zaak aardig in het ootje genomen, hè. Bijvoorbeeld die bloeiende takken van amandel, nou ja, die werden er gewoon ‘s avonds neergelegd. En daardoor kon je de juiste evangeliën kiezen waardoor je gelijk kreeg, weet u wel. Op die manier ging dat. En toen is die kerk ook uiteengevallen en we hebben toen dus gekregen de byzantijnse, de koptische die we bij de Ethiopiërs vinden en we hebben nog – die zijn zo langzaam maar zeker dus voor een groot gedeelte verzand – de zogenaamde aartsvaders of aartsbisschoppen van Noord-Afrika, die over het algemeen filosofen waren en veel nuchterder dan de naar macht strevende mensen in Rome en elders. Dus als je het zo bekijkt dan zeg je: ja, de misstap van het christendom was dat het te dom was om te begrijpen dat de Christus in de mens moet wonen en niet als een leerstelling kan worden verkondigd zonder meer… Voldoende?

  • Waardoor is de ontkerkelijking vanaf ongeveer 1960 in Nederland eigenlijk begonnen? Speelde de Tv. hierbij geen hoofdrol?

Nou, ik denk dat de ontkerkelijking voornamelijk begonnen is toen de mensen méér leuke dingen te doen kregen dan te luisteren naar een preek. En we zien dergelijke fasen van ontkerkelijking wel eerder; bijvoorbeeld rond 1820 is er ook zo’n fase geweest. Toen dansten ze om de meiboom en gingen ze ook niet naar de kerk. En wanneer dat zo gebeurt, dan moet u goed beseffen dat de kerk dus vergeet dat ze er niet is om de gelovigen te leiden, maar om leidend onder de gelovigen het geloof in stand te houden door het in de mens te bevestigen en de praktijk dan aan die mensen over te laten. Voldoende?

  • Welke plaats zal de katholieke kerk in de toekomst nog hebben als dit de laatste paus met politieke macht is. Wat zal de kerk – als machtsapparaat – de genadeslag geven; verdwijnt ook haar macht als multinational?

Die macht die zal voor een deel verdwijnen bij het volgende bankschandaal. Deze paus heeft namelijk zoveel opgemaakt – neemt u mij niet kwalijk, de man wil engel worden en oefent zich in het vliegen – maar die heeft zoveel geld opgemaakt, eigenlijk ook van de kerk zelf en niet alleen maar van de landen die hij heeft bezocht, dat dus de kas betrekkelijk krap is. Wanneer daar nog de kosten van een pausbegrafenis plus pausverkiezing bijkomen – en die lopen ook heus in de vele miljoenen – dan zal er dus aan middelen te weinig zijn. Gelijktijdig kan men geen grotere financiële eisen stellen aan de gelovigen buiten Rome. M.a.w. wanneer ze het proberen en er zijn een aantal heren die eigenlijk al bij ons hadden moeten zijn, maar die het nog even hebben uitgesteld op belangrijke baantjes in de ministeries zeg maar van de kerk, hè, die dus denken…laat ik het zo zeggen: ze wuiven ongeveer als koningin Wilhelmina, nu ja, en dat wuiven dat wordt dan door de anderen beantwoord met: weg ermee (het wuifgebaar: ‘weg ermee’ –  en dan krijg je als vanzelf het machtsverlies.

x        Veel natuurvolkeren (zoals de Mursi in Ethiopië) leven eenvoudig; er wordt voor het stoffelijk voortbestaan gezorgd en daarnaast huppelen en springen ze wat; alles verloopt nogal rustig en vreedzaam. Anderzijds blijken ze bij conflicten met buren (stammenstrijd) ineens tamelijk wreed te kunnen zijn.
  • Twee vragen: a. leven deze volkeren, die zonder geld, macht en wetten leven, gemiddeld gelukkiger, zorgelozer dan de westerse welvarende landen?

Zorgelozer en korter; en wanneer ze eenmaal tot strijd komen en dat is nu juist hun karakter, dan werpen ze zich daar geheel ín: Een vijand is geen mens, een vijand is iets wat je moet vernietigen. Daarom zegt men dan, ze zijn zo wreed.

  • b: Is in deze Afrikaanse landen het aspect ‘de lach’ (dansen en vreedzaamheid) primair of het aspect ‘de speer’ en de strijd?

Ik denk als je het goed bekijkt dat de lach, de dans, de zang, de onderlinge gezelligheid zou je bij ons zeggen, dat die eigenlijk wel de overhand hebben. Maar de strijd ontstaat op het ogenblik dat de dingen die wij zien als deel van onze gezelligheid, worden opgeëist door anderen die niet van onze soort of niet helemaal van onze soort zijn. En daardoor ontstaan die stammenoorlogen steeds.

  • Wanneer ontstond de eerste mens. Ontstonden de eerste voorvaderen 400 miljoen jaar geleden. Vanuit welke stam of soort zijn de aapachtigen ontwikkeld, van waaruit – via een andere tak – ook de mens?

Ja, de aapachtigen zijn ontwikkeld vanuit een amfibie‑achtige soort, die langzaam maar zeker wat robachtig werd en zich ontwikkelde tot een vierpotig warmbloedig wezen, dat zich dus in de moerassen en in de bossen buitengewoon goed kon handhaven. Het waren geen apen, het waren ook nog geen mensen. Het waren de voorvaderen van beiden. De splitsing komt eigenlijk op het ogenblik dat een deel van deze dieren, zo wil ik ze dan toch nog maar noemen op de vlakten gaan leven en daarbij dus o.a. op twee benen leren gaan en daarnaast het gebruik van werktuigen anders dan om mee te werpen, voor zichzelf als een noodzaak gaan ervaren. Hierdoor ontstaat een afgezonderde groep, die weer in vele soorten overigens uiteenvalt en waarbij steeds weer mutaties ontstaan door de op zichzelf vaak zeer moeilijke, maar gelijktijdig genetisch ook sterk selecterende levensomstandigheden. En daaruit komt dan homo sapiens voort.

  • Wat zijn boventonen? Heeft het veel zin de techniek van boventonen te leren zingen (zoals bij sommige Tibetaanse kloosterordes bij de ochtendmeditatie). Kan het je naar een hoger bewustzijn voeren?

Ik zou zeggen: het heeft betrekkelijk weinig zin om het te leren, omdat het alleen onder zeer bijzondere omstandigheden en met zeer bijzondere associaties een buitengewone werking heeft. Maar laten we ons één ding goed voor ogen stellen: dat in de Tibetaanse gemeenschap, religieuze gemeenschap, het juist hanteren van tonen – en die gaan van bas tot kop – dus erg belangrijk kan zijn, omdat je onder meer ziekten ermee kunt genezen, je kunt een ziel het scheiden van het lichaam gemakkelijker maken, je kunt daarnaast voor je eigen bewustzijn verschuivingen en veranderingen veroorzaken, je kunt zelfs jezelf in een zodanige trance brengen dat de wil het gehele lichaam herleidt tot een automatisme, zoals bij de Gelumpa. Dat zijn monniken die dus dagen achtereen konden lopen met een gemiddelde snelheid van vijfentwintig tot dertig kilometer per uur. En die gingen zo snel en zo automatisch dat men zei: waar de Gelumpa voorbijgaat, daar is geen grashalm geknakt. Wat misschien het bewustzijn van vele kampioenen hardlopers in deze tijd zal knakken, maar ja, daar kan ik ook niets aan doen…

  • Is alcoholisme erfelijk, zit het in de genen als gevolg van drankzucht van de voorvaderen. Kan een alcoholist er dus eigenlijk niets aan doen dat hij zo graag drinkt?

Nou, over het algemeen is alcoholisme niet iets wat helemaal erfelijk is. Bepaalde zwakke punten kunnen erfelijk worden doorgegeven, maar in zichzelf betekenen ze nog niet dat je moet drinken. Het betekent zelfs niet dat je drankverslaafd wordt of op een andere manier verslaafd. Verslaving is over het algemeen het resultaat van een frustratie die men probeert op te lossen. Bij alcoholisme bijvoorbeeld door het gevoel van eigen meerwaardigheid en van joligheid te scheppen, kunstmatig; in andere gevallen geestelijke belevingen of ook weer gevoel voor grote meerwaardigheid bij bepaalde drugs bijvoorbeeld. Dus dat is gewoon een frustratieverschijnsel dat opgelost door een roes zonder dat de oorzaak, de frustratie, kan worden opgeheven, voert tot een verslaving aan de roes.

  • Kunnen ouders of kennissen van een kind dat nog maar kortgeleden overleden is door een ongeluk dit kind soms toch al om zich heen voelen of niet, daar het nog zoekende is?

Ze kunnen het om zich heen voelen, meestal niet, omdat het zoekende is, maar omdat de aangegane banden, dus voor het kind, – het kind is veel spontaner, heeft veel minder voorbehoud dan volwassenen – dus een zodanige werking hebben, dat men probeert als kind om bij het eigen bestaan, ook al is het anders geworden, toch die anderen te blijven betrekken, die harmonie te blijven betrekken. En dat is dus inderdaad wel mogelijk. En bij een kind kan dat gebeuren zelfs al ongeveer tien uur na de dood. Dus, dat gaat nogal vlot.

  • Kunnen iemands geleide-geesten ook haat- en vernietigingsgedachten, door een vijand naar je toegestuurd, afzwakken, ombuigen of zelfs geheel tenietdoen. Doen ze dat ook of vinden ze dat ‘onjuist’ ingrijpen?

Ik denk dat ze dat niet zo gauw zullen doen, omdat u dat zelf moet leren doen. Trouwens de meest eenvoudige manier, als u denkt dat u er last van hebt, is dit: Stel u voor dat u wit licht hebt. Uit dat wit licht vormt u rond u een soort kosmisch ei of een spiegelend ei dat weerspíegelend is naar buiten en in zichzelf blijvend gevoed wordt door die wit-lichtkracht, waaraan u hebt gedacht. Stel u er dan op in dat dit deel is van uzelf. Als iemand wat op u afstuurt krijgt hij het per kerende post terug.

  • Zijn pijnlijke ervaringen bij het herbeleven na de dood iets, al is het maar een fractie, minder pijnlijk, zowel voor slachtoffers als daders, omdat het zenuwstelsel er dan niet meer is?

Dat is niet juist, maar laat ik het zo zeggen. Wanneer je iemand ervan overtuigt dat hij met een gloeiend ijzer beroerd wordt, terwijl zijn ogen verbonden zijn en je gebruikt een ijspegel, ontstaat een brandblaar. Omgekeerd, wanneer je iemand vertelt dat je hem met een ijspegel zult beroeren en je doet dat met gloeiend ijs, ontstaat er geen brandblaar, maar wel zullen haartjes, bijvoorbeeld op de hand of iets dergelijks, wegschroeien. Dat wil zeggen dat de voorstelling meebepalend is voor kwetsbaarheid. Dat pijn ook voor een groot gedeelte voortkomt uit de voorstelling of angst ten aanzien van pijn die in je bestaat. Wanneer jij denkt dat je een ander pijn hebt gedaan, ervaar je niet de pijn die je hem reëel hebt gedaan na de dood, maar in het herzien, herleven dus van bepaalde delen, de pijn die je denkt dat je hebt veroorzaakt. En vaak is die erger dan de werkelijkheid. Maar alleen zo kun je je oriënteren tot een evenwicht, tot een zelfaanvaarding komen, die het je mogelijk maakt om je open te stellen voor anderen en daardoor een geestelijke wereld binnen te treden.

  • U zei net: na de dood kun je je afsluiten, dan kom je in je eigen gedachtewereld of juist opengooien en dan de pijn ervaren. Is dat niet wat wij bedoelen met hemel en hel?

Nee, de hel is isolement. Hel is chaos, omdat je, geconfronteerd met je eigen angsten, probeert die buiten te sluiten en dus jezelf in feite steeds kleiner maakt, steeds beperkter maakt. Terwijl hemel niet alleen maar is: halleluja en nu de rijstpap… Hemel is in feite het kunnen opgaan in de harmonie met alle anderen en de kracht waaruit jij en al die anderen bestaan. En dat is dus ook een groeiproces