Magie in de praktijk

uit de cursus ‘Occulte praktijk’ (hoofdstuk 7) – april 1966

Magie in de praktijk

Heel veel mensen beginnen al direct hun stekels op te zetten als ze het woord magie horen. Maar dat komt waarschijnlijk, omdat ze een volkomen verkeerde voorstelling hebben van alles wat hiermee is verbonden. Ik wil u op deze avond een kort overzicht geven van datgene wat magie in feite inhoudt.

  1. Al datgene, wat wij tot op heden hebben besproken, is ‑ mits het bewust en volgens eigen wil tot stand wordt gebracht – een vorm van magie.
  2. Alle riten en gebruiken, alle aanroepen van een godheid e.d. is in wezen magie.
  3. Alle kennis, die niet algemeen bestaat of algemeen toegankelijk is, zal in haar uitwerkingen als magie worden beschouwd.
  4. Elke rite en elke praktijk, die zich aan het redelijk denken onttrekt ‑ ongeacht het feit dat zij concrete resultaten voortbrengt ‑ wordt eveneens omschreven als magisch. Waaruit wel blijkt, dat magie dus eigenlijk heel wat meer in het leven optreedt en ook heel wat belangrijker is voor de doorsnee‑mens dan hij schijnt te vermoeden.

Nu kunnen wij de magie weer kort indelen in schillende rubrieken; en elk van die rubrieken heeft haar eigen mogelijkheden. Allereerst kennen wij de z.g.:

Kennis‑magie

Zij gaat uit van een innerlijke kennis en bereiking, dan wel een wetenschappelijke kennis en bereiking, die uitgaat boven al datgene wat men normalerwijze als juist, waar of mogelijk pleegt te beschouwen. Hierin zijn natuurlijk heel wat mogelijkheden gelegen voor degene die in zichzelf de kennis heeft gekregen van zijn eigen begaafdheden.

Iemand genezen, zoals bv. de magnetiseur doet, wordt over het algemeen beschouwd als occultisme. Indien dit echter plotseling geschiedt, spreekt men van magie, of ‑ indien het kerkelijk is erkend ‑ van een wonder of mirakel. Toch is het verschil tussen de beide werkwijzen niet zo groot als men zou veronderstellen.

De mens heeft in zich een persoonlijke tijd. Deze persoonlijke tijd is geheel anders dan het normale tijdsbesef dat de gemeenschap en de wereld kennen. Men kan de persoonlijke tijd uitdijen; en wel zodanig, dat het werk van jaren kan worden gedaan in een z.g. objectieve tijd van minuten. Iemand die de kunst van de z.g. plotselinge genezing kent, doet hetzelfde als iedere andere genezer. Maar hij weet daar, waar zijn genezende werking noodzakelijk is en dus optreedt, een verschil van tijdswaarde te scheppen, waardoor voor de buitenwereld de processen zich uitermate snel voltrekken, terwijl ze in feite voor het organisme zelf een normaal verloop hebben. Ik geef dit maar als één van de vele voorbeelden die voor deze soort magie zijn te gebruiken.

De tweede vorm van magie is meer bekend. Wij noemen haar meestal:

Sympathische magie

De sympathische magie gaat uit van gelijkheid van waarden. Als ik een poppetje maak, die een bepaalde mens voorstelt en ik beschouw dit als die mens, dan zal alles wat ik aan dat poppetje doe, aan die mens gebeuren. Althans zo redeneren vele primitieve volkeren. Geheel juist is het niet, maar het kan ons een beeld geven van wat men onder deze z.g. sympathische magie verstaat. Wat is nu de achtergrond hiervan?

Wij nemen aan dat het totaal van de schepping bestaat uit een aantal goddelijke waarden. Indien twee beelden volledig aan elkaar gelijk zijn, representeren zij dezelfde goddelijke waarde. Elke verschuiving van evenwicht binnen deze goddelijke waarde zal in elke uiting daarvan kenbaar worden. Als ik dus maar kan zorgen, dat de levenskracht (de essentie) van bv. een mens in een voorwerp aanwezig is of omgekeerd, dan ben ik daardoor in staat de ander te veranderen door de een te beïnvloeden.

Die sympathische magie wordt natuurlijk heel wat verder doorgevoerd dan u zou denken. Zij gaat dan ook niet alleen uit van zuiver stoffelijke beginselen, maar ze kent ook ideeën, zoals bv.: waar een ziekte is, moet er een kruid tegen die ziekte wassen. Zij kent voorstellingen, die misschien niet als magie worden beschouwd, zoals bij een ééneiige tweeling zal hun leven precies in gelijke fasen en met gelijke verschijnselen verlopen. Dit zijn punten die de overweging dus ook waard zijn.

Dan hebben we in de derde plaats de z.g.:

Overdrachtsmagie

Als ik in mij een extra waarde kan doen ontstaan, kan ik een deel van de in mij levende waarde overbrengen naar een ander. Hierdoor zal de ander gaan beantwoorden aan datgene wat in mijn wezen aanwezig is.

Bij deze overdracht kennen wij in beginsel verschijnselen als bv. hypnose en suggestie. Maar verder uitgewerkt kan dat een vorm zijn van absolute bezetenheid. Het kan zelfs een beheersing van stoffelijke omstandigheden en mogelijkheden met zich brengen.

Natuurmagie of groene magie

Dan kennen wij een vorm van magie, die wel eens de z.g. primitieve of natuurmagie wordt genoemd, ook wel de groene magie.

Deze groene magie gaat uit van harmonie met bepaalde waarden in de natuur. Die waarden kunnen betrekkelijk vluchtig zijn. Men kan in harmonie zijn met de wolken en zo regen veroorzaken. Zij kan ook worden gevonden in de harmonie met een rivier, een stroom, een berg en dergelijke. En waar het leven van de mens op die wijze in dat andere wordt geprojecteerd, kan dat andere bezield reageren. In de onbewuste magie krijgt men hierdoor inderdaad de bezieling van heilige bomen e.d.
In het westen komt dit niet zo vaak voor, maar zien wij toch wel dat een aantal producten (bv. schoonheidsproducten) een werking hebben, die zij krachtens hun bestanddelen nooit zouden mogen hebben. Hier spreken we dan ook van een overdrachtelijkheid. Noodzakelijk is dat de vervaardiger gelooft in deo eigenschappen ervan en de gebruik(st)er eveneens. Dus: een overdracht van een wil, van een voorstelling, van een persoonlijkheid

Nu ik hier zo’n paar van de vele soorten magie heb geëtaleerd, moeten we de kant van de praktijk uitgaan.

Een gewoon mens kan aan magie doen. Maar waarop moet hij zich dan baseren? Nu wil ik hier een wat vreemd voorbeeld nemen.

Iemand die een liedje zingt of een versje opzegt en hij doet dit gewoon “entre nous”, dan is dat niet erg indrukwekkend. Nemen we diezelfde persoon en zetten wij hem op een afstand van het publiek (de toehoorders), dan wordt de werking al groter. Er is dan een vervreemding van de eigen omgeving geschapen. Nemen we nu nog decors, lichteffecten en misschien ook geluidseffecten tot ondersteuning, dan wordt dat kleine gedichtje, dat in de eigen kring eigenlijk alleen maar aardig was, plotseling een grote beleving. Die beleving ontstaat doordat er een vervreemding van de werkelijkheid en van het milieu tot stand is gebracht. Iemand die aan magie wil doen, moet dat altijd onthouden.

Als wij in huiselijke kring aan magie doen, loopt de zaak teveel door elkaar en is onze magische poging waarschijnlijk op gelijke hoogte te stellen als de roereieren die we maken of het telefoontje dat we juist vergeten hebben. Daarin ligt voor ons geen voldoende intensiteit van beleving. Want wij moeten onszelf afstemmen. Wij moeten reageren op het beeld dat we magisch gebruiken. Dus geldt als eenvoudige gebruiksvoorwaarde:

  1. Zorg altijd dat u elk magisch streven duidelijk en kennelijk doet verschillen van de normale gang van zaken, de manier waarop is dan niet zo belangrijk.
  2. Indien het enigszins mogelijk is, ondersteun uw magisch stre­ven met daarmede overeenstemmende indrukken, die niet tot het normale milieu behoren. Ik denk hierbij aan reukwerken, muziek, kleding of gebaren, die aanmerkelijk van de norm afwijken.
  3. Om magie goed te kunnen gebruiken heeft u niet alleen maar de magische procedure nodig. De magische procedure op zichzelf is zinloos; zij is een verpakking, waarin een besef en een wil aanwezig moeten zijn.
  4. Onthoud dat werkelijk magisch werken alleen mogelijk is, indien men een gevoel van eenheid (door liefde, haat of anderszins) verkrijgt met degene of datgene, waarop men invloed wil uitoefenen. Dit kan stoffelijk of geestelijk worden bereikt; dat is ook weer niet belangrijk.

Wanneer we nu toch zo bezig zijn over de praktijk, zou ik er nog wat bij willen zeggen: Als iemand denkt, dat hij een taak niet aankan, is de kans heel groot dat hij haar verknoeit, zonder dat dit noodzakelijk is.
We hebben een vorige maal reeds gesproken over de noodzaak om een zeker zelfvertrouwen te bezitten; dat men in een innerlijke kracht moet geloven om haar te gebruiken. Dit geldt bij de magie wel in het bijzonder. Als u aan een magisch werk begint, waarvan u niet aanneemt (niet werkelijk gelooft) dat u het kunt volbrengen, is de kans heel groot dat uw resultaten nihil zijn.

Daarmee hebben we dan een paar beginvoorwaarden gegeven voor dit werken. En nu komt natuurlijk de vraag: Waarmee kunt u als beginneling magisch dan wel allemaal werken? Wat zijn de methoden die ik kan gebruiken? Ik wil ook dit weer in een paar punten proberen uiteen te rafelen.

Symboolmagie

Ik begin met het meest eenvoudige: het symboolgebruik. Ik kan ‑ werkende met symbolen ‑ een soort gelijkenis opstellen, waarin mijn innerlijke begrippen buiten mij worden waar gemaakt. Doe ik dit op de juiste wijze, dan verkrijg ik in mij een werking die niet alleen tot mijzelf beperkt blijft. Ik zal er een voorbeeld bij geven.

Als ik iemand ken die last heeft van onkruid in zijn tuin en ik wil daar wat tegen doen, dan stel ik mij voor dat het door een wortelziekte wordt aangetast, zodat de onkruidplantjes allemaal verdrogen. Maar ik wil dat uitdrukken, ik wil dat waar maken, ik teken dan eenvoudig een kartellijntje en zeg: Dat is onkruid. Maar terwijl ik teken, zie ik het onkruid. Ik stel mij voor hoe dit onkruid is. Ik haal dit onkruid naar binnen toe. Het bestaat. Nu teken ik tweede lijn ‑ zeg een zigzag‑lijn – daar doorheen; een soort bliksemschicht. Ik zeg: Kijk, dit is het vuur dat doet verdrogen. En ik stel mij voor hoe dit vuur er komt. Ik voel die kracht zich a.h.w. in mij ontladen als een onweersbui en ik zie de zaak verdorren. Dan neem ik de tekening en breng die naar het veld. U zult zeggen: Waarvoor is dat nu nodig?

Heel eenvoudig: Ik heb in mijzelf een beeld geschapen. Dat beeld bepaalt zekere harmonieën van mijn wezen; bv. de inwerking van alle kracht die er in mij bestaat, op dat onkruid. Zou ik nu die tekening maken en haar bij mij laten liggen, dan zou dat voor mij een soort bureaukwestie worden; en in mijn bureau is geen onkruid. Ik breng de tekening echter naar dat veld en ik begraaf haar daar. Onbewust realiseer ik mij dus, dat de voorstelling met die plaats voortdurend verbonden is. Zolang dit beeld in mij blijft bestaan, draag ik automatisch bij tot het vernietigen van het onkruid. Let wel, ik zeg niet dat het niet eenvoudiger en goedkoper kan: het is maar een voorbeeld. Maar zo kunt u zich dit voorstellen.

Een ander voorbeeld is misschien hier ook wel dienstig. Als ik begrippen gebruik, die ik niet werkelijk in mij draag (bv. het begrip oneindig) en ik ga het symbool ervoor gebruiken, dan heeft dit voor mij geen enkele betekenis. Ik kan met dit symbool doen wat ik wil, ik draag in mij niet het beeld dat ervoor nodig is. Maar ik kan het teken nemen voor bv. een maan‑fase of ik kan een teken nemen voor een week, een dag of voor een maand. Dat is een tijdseenheid die ik mij kan voorstellen. Verbind ik die tijdseenheid, die ik mij zo nauwkeurig mogelijk voorstel en definieer, nu aan een symbool van genezing, van geweld of van openbaring en heb ik in mij een voldoende voorstelling van dit tweede symbool, dan zal ik daardoor met al mijn krachten de verwezenlijking van het gestelde nastreven.

U ziet dus dat, die op zich eigenlijk heel primitieve magie, zoals het neerkrabbelen van een paar tekentjes (dat verder niet veel zegt), onmiddellijk betekenis krijgt, indien wij weten wat er aan de hand is.

Ik kan dit dan afronden met de overigens wel bekende stelling: Al datgene, waarmee ik innerlijk een volledige verbondenheid gevoel, zal volgens mijn wil reageren, zolang mijn wil de sterkste is.
Al datgene waarmee ik verbonden ben, kan ik met al het andere, waarmee ik verbondenheid ken, in relatie brengen. De in mij bestaande vorm van harmonie is dan bepalend voor de relatie tussen beide andere waarden, voor zover zij niet een buiten mij liggende relatie kennen.
In dit laatste geval ontstaat er slechts een wijziging, waarbij de oorspronkelijke relatie en de in mij gelegde relatie als resultaat geven: de resultante van beide waarden.

U ziet, het is een onderwerpje waarover u nog wel eens kunt nadenken. En dan moet u ook iets anders daarbij onthouden. Misschien is het wel goed om dat eraan toe te voegen. Juist als u amateur op dit terrein bent, moet u onthouden:

Geen enkele magische actie is volledig, indien zij niet wordt voleind. En dat wil zeggen dat ik ‑ als ik een bepaalde magische bestre­ving volg door middel van symbolen of anderszins ‑ dus altijd daarmee verbonden blijf; dat die actie dus blijft bestaan en op mijzelf eventueel kan terugslaan, tenzij ik die actie beëindig, de bestaande harmonie als het ware in mijzelf oplos, dus de erkende relaties voor mijzelf teniet doe. Dit is heel belangrijk. Ik hoop dat u ook daaraan uw aandacht zult schenken. Dit was dan de eenvoudigste methode: werken met een krabbeltje en met een symbooltje.

Rituele magie

Een goede, misschien wat ingewikkelder werkwijze is de rituele magie. Nu moet u goed begrijpen, een ritueel kan heel ingewikkeld en het kan heel eenvoudig zijn. Er is daarvoor helemaal geen maatstaf. Dat ligt aan de mens zelf, aan hetgeen hij beoogt.
Maar nu moeten we één ding wel onthouden. Geen enkele rite heeft zin of nut, tenzij elke fase daarvan voor ons volledig kenbaar is (dus van binnen kan worden begrepen of aangevoeld) en de samenhang der verschillende fasen voor ons een oplopende lijn vormt, die zich richt op het culminatiepunt: het doel van de rite.

De rite kan zo eenvoudig zijn als het aansteken van een kaars. Maar als we die kaars aansteken, dan is dat misschien alleen naar om een zekere gunst te verkrijgen. Stel u nu voor dat wij meer wensen. Wij steken de kaars aan en spreken daarna een bede, een formulering uit. We hebben die bede gezegd en nu moet er nog iets gebeuren. Wij steken een tweede kaars aan, herhalen de bede en steken dan een derde kaars aan. Drie lichten, verbonden door een uiting van wil.

Dan gaan wij voor elk van die lichten een bepaalde geur zetten; en bij elke geur realiseren wij ons een kracht, die het in de bede gestelde kan helpen verwezenlijken. U ziet dat er al een hele samenhang ontstaat. De samenhang zal in de rituele magie over het algemeen als volgt kunnen worden genoemd (uitzonderingen zijn dus denkbaar):

In de eerste plaats: erkenning van het magisch werken op zich; het scheppen van afstand tussen het alledaagse en het moment van werken.

In de tweede plaats: een voorbereiding; dus een groeperen van al datgene wat bij dit magisch streven tevoorschijn zal komen. Daarbij behoort ook de omschrijving van het doel, eventueel het gereedleggen van de werktuigen, die men wil gebruiken. Daarna zal men overgaan tot een overweging van de krachten, die naar eigen voelen en inzicht bruikbaar of noodzakelijk zijn voor het magische. Deze worden afzonderlijk voorgesteld. Ze worden gewekt, tot men zich ermee verbonden voelt. (En dat verbonden‑voelen uit zich dan weer in een zekere spanning die men dan rond zich voelt.)

Eerst als we dat alles hebben gedaan, komen wij tot wat wij zouden kunnen noemen een eerste verklaring. Die kan gegoten zijn in de vorm van een bede; ze kan evengoed eenvoudig een opsomming zijn. Hierin wordt gesteld wat wij willen gaan doen, welke krachten wij daarbij willen betrekken en op welke grondwaarden wij ons streven willen baseren (welke vorm van harmonie bv.). Is ook dit voltooid, dan gaan wij achtereenvolgens de daad of de volbrenging ervan opbouwen door elke keer een handeling te gebruiken, die voor ons een schrede dichter tot het doel symboliseert. Dat kan zijn: het strooien van een paar korreltjes wierook in een bekken, het sprenkelen van druppels water of wat u ook maar wilt. Maar het moet voor het “ik” de uitdrukking zijn van een voorbereiden en een beginnen aan de taak.

Dan moet de taak nogmaals worden omschreven en nu concreet. Nu wordt de taak niet meer gezien, maar het einddoel. Het einddoel moet zo levendig mogelijk worden beseft en desnoods uitgebeeld. Hebben we dat gedaan, dan verbinden we met dit deel alle krachten die we buiten onszelf daarbij willen betrekken. We beëindigen deze fase met een voltrekking (dat kan een eenvoudig gebaar zijn, een machtwoord of wat anders; dat is niet belangrijk); iets wat voor ons aangeeft dat de totale gestelde kracht op dit moment actief is.

Daarna zullen we altijd een pauze hebben; er volgt dus een ogenblik van overweging. Wij trachten te beseffen dat het gewenste zich voltrekt en wij proberen ons verbonden te voelen met dit alles. Wij proberen als het ware één te zijn met het doel van ons werken en met alles wat daarbij is betrokken. Als wij hierin het gevoel van voleinding krijgen – en dat kan soms na een paar minuten, maar ook wel eens pas na een paar uur optreden ‑ en niet voordien – komen we aan een laatste fase.

Wij stellen ons voor dat de taak is vervuld. Wij drukken dit nogmaals uit en gebruiken daarvoor weer hetzelfde machtwoord, kenteken of gebaar. We zeggen nog eens: Nu is het klaar, het is gebeurd. En dan gaan we de harmonie die bestaat verbreken. We gaan dus bewust zeggen: Ik voel me niet meer verbonden met bv. geestelijke krachten. Ik voel me niet verbonden met bv. een mens, waarin ik wilde werken. Ik voel me niet meer verbonden met al die kruiden die ik heb gebruikt. Ik maak mij los. Heb ik mij losgemaakt, dan keer ik tot het gewone leven terug. En dat doe ik dan liefst ook zo reëel mogelijk; desnoods door heel rustig naar buiten te gaan, het water in te springen of me te wassen en eens lekker te gaan ontbijten. En pas wanneer dat is gebeurd, kan worden gezegd dat de rite voltrokken is. Zij omvat dus altijd:

  1. stoffelijk begin: een afstand nemen van de stoffelijke realiteit;
  2. het in jezelf beseffen van het doel;
  3. het wekken van de kracht;
  4. het volbrengen.
  5. het beseffen van het volbrachte;
  6. het oplossen van de bestaande harmonie en het verbreken van de harmonische banden;
  7. onmiddellijk daarop weer het stoffelijk.

Dat is de procedure bij de rituele magie.  Nu begrijp ik wel dat de meesten van u niet aan rituele magie wil­len gaan doen. Maar hoe kunt u eenvoudige vormen van de z.g. sympathische magie begrijpen, indien u niet weet hoe de opbouw in elkaar zit. Want sympathische magie kan op een gegeven ogenblik alle riten terzijde schuiven, maar in wezen behelst zij precies hetzelfde als de rituele magie.

Als ik twee gelijke voorwerpen neem (ik geef een eenvoudige voorbeeld) en ik geef er één van aan een vriend, het andere houd ik zelf en ik zeg: “Dit zal jou geluk brengen”. en ik concentreer mij regelmatig op dit beeld­je of ik bid bij dit beeldje voor geluk, dan heb ik daarmee inderdaad die ander geluk gegeven. Er is daar geen rite meer bij. Het is geen speciale opbouw. Het is meer een ogenblik je bezighouden met iets. Maar de eenheid, die wij in de rituele magie kunstmatig en langzaam hebben opgebouwd (dit langzaam gaan naar een hoogtepunt), moeten we hier eigenlijk toch ook be­leven. Alleen…. de uiterlijkheden blijven weg; het proces wordt dus innerlijk (het wordt een verbeeldingsspel), waarin de wil de hoofdrol speelt. Nu we dit weten, kunnen we dus ook een paar eenvoudige regels geven voor de sympathische magie.

  1. Alle sympathische magie berust op de mogelijkheid van banden tussen de magiër en datgene wat hij wil beïnvloeden.
  2. Elke band moet worden opgebouwd uit begrip en uit wil. Indien het begrip sterk is en de wil onvolledig of onvoldoende, dan is het resultaat nihil. Is het begrip onvoldoende en de wil sterk, dan zullen er resultaten zijn, maar deze zullen niet aan de wens beantwoorden. Belangrijk is dus een nauwkeurige voorstelling van het­geen men wenst; en daarnaast een werkelijk en met geheel het wezen willen, dat die wens wordt vervuld.

Als wij daarbij nog denken aan bv. de kruidenkunde e.d., dan moeten we ons ook weer realiseren, dat de keuze van het kruid niet bepalend is voor de harmonie. We kunnen dus vergissingen maken. Maar hebben wij in onszelf de harmonie gewekt met een bepaald doel, dan zullen wij daardoor automatisch het juiste kruid kiezen. De innerlijke wereld domineert dus de uiterlijke wereld en bepaalt daardoor ook de oorzaak‑en‑gevolg‑werkingen die schijnbaar geheel buiten de mens liggen. Dit zijn dan wel de hoofdsoorten van magie, waarmee u zich misschien nog zult bezighouden.

Nu zult u hebben ontdekt dat ik steeds maar weer spreek over de voorstelling en de harmonie. We hebben daarover al eerder gesproken. Maar juist in verband met de eenvoudige praktische magie, geloof ik dat je dat beeld van harmonie eigenlijk juister moet proberen op te bouwen. Je moet eerst weten wat het is. Daarom wil ik ook daaraan enige aandacht wijden.

De harmonie is een aanvaarding zonder enige begrenzing, beperking of voorbehoud. Als ik een slang mooi vind en bang ben voor haar giftanden, kan ik met die slang niet harmonisch zijn. Erken ik dat zij giftig is, zonder daarover een oordeel uit te spreken, bewonder ik de slang als geheel en accepteer ik die bijkomstigheid, dan is harmonie wel mogelijk.

Als ik bv. een mens uit liefde wil helpen (en dan bedoel ik helemaal niet de beperkte persoonlijke liefde; het kan zeer altruïstisch en algemeen zijn), dan zal ik moeten beginnen met die mens in zijn geheel en met al wat in zijn leven werkzaam is te aanvaarden. Ook indien ik vind, dat bepaalde eigenschappen niet prettig zijn, dat hij bepaalde dingen wel of niet mag doen…. ik heb daarmee niets te maken. De kern van de harmonie is dus een kritiekloze aanvaarding, die echter aan de andere kant niet een blindheid impliceert. Het is een zonder oordeel accepteren. Nu kennen we daarvan twee vormen.

De eerste is de liefde, waarover ik al sprak. Deze impliceert een algehele aanvaarding.

De tweede vorm is de haat; en die kan soms ook positief zijn. In de haat moet ik echter ook het geheel verwerpen zonder enige uitzondering. Beredenering is bij geen van de twee vormen van harmonisch‑zijn eigenlijk mogelijk. Want zodra we gaan redeneren, gaan we differentiëren; en differentiatie is voor de harmonie in de magie niet bruikbaar. Zo moet totaal zijn.
Dan moeten we verder die harmonie zoveel mogelijk beseffen. Misschien is dat het eenvoudigst zo te zeggen: Men moet zich in de ander verplaatsen. Maar helemaal juist is dat niet.

Laten we stellen dat het weer over die gifslang gaat. Ik moet dus aan de ene kant die slang zijn, met het totaal van de daarin gelegen gevoelens, met de reactie op de omgeving, met de warmte; ik moet a.h.w. denken en beleven vanuit de slang. Gelijktijdig moet ik observeren. Dit is in het begin moeilijk, want u stelt u over het algemeen wel voor dat u die slang bent, maar u gaat dan in die slang als mens denken; en dat mag u niet. U  moet in de slang als slang denken en gelijktijdig als mens a.h.w. het wezen van de slang constateren en aanvaarden.
Het zal u duidelijk zijn, dat er voor deze manier ook wel enige trai­ning noodzakelijk zal zijn. U kunt echter zover komen dat u de dingen werkelijk ondergaat, begrijpt en tegelijk aanvaardt. Op het ogenblik dat dit er is, kan er een overdracht plaatsvinden. Om bij mijn voorbeeld van de slang te blijven: Ik kan de slang niet laten spreken; daarvoor zijn geen organen. Ik kan haar ook niet laten begrijpen wat een mens zegt; dat is voor de slang niet mogelijk. Maar ik kan als mens wel begrijpen wat er wordt gezegd en de slang daarop doen reageren, alsof zij het verstaat.

De magiër is dus in de sympathische magie gelijktijdig zichzelf, het andere (of de ander) en de brug tussen de ander en de wereld. De beheersing die hierdoor ontstaat, ‑ gelooft u mij ‑ is zeer groot. U kunt hierdoor zelfs een plant ertoe brengen zich op een bepaalde wijze te ontwikkelen. De kwestie van harmonie is dus wel zeer belangrijk.

Een tweede punt daarbij is het verschil tussen menselijke opvattingen en de opvattingen van iets anders. Het is bv. voor een westerling heel moeilijk met een kannibaal harmonisch te zijn, die net bezig is om Long Pick op te peuzelen. En het is misschien ook heel erg moeilijk met een aap in harmonie te zijn, die allerhande dingen doet, die de mens zo ronduit vies vindt. Je moet dus afstand doen van je eigen beoordeling en vooroordeel.
In de magie bestaat er geen enkele maatstaf buiten die van het wezen waarmee men zich één voelt. En die maatstaf bestaat dan nog niet eens absoluut, maar slechts als een motiverende bepaling van het wezen van de ander.

Op die manier kan iemand, die getraind is, inderdaad wonderen doen.

Hij kan alle slangen, jakhalzen of beesten van verschillende soorten uit de omgeving tot zich roepen en ze zullen hem gehoorzamen. Hij kan met roofdieren omgaan, zonder dat die hem ooit zullen schaden. Integendeel, ze zullen hem beschermen. Hij kan op dezelfde manier een regenwolk doen weggaan of doen komen.

Hij kan de zon niet dwingen op of onder te gaan op zijn tijd, maar hij kan wel zijn eigen tijd zo veranderen, dat zijn waardering voor de zon een andere wordt. Ik denk hier bv. aan Jozua, die op een gegeven ogenblik de zon deed stilstaan in het dal Kedron. Hier moeten we dus niet denken aan een bevel aan de zon; het kan hoogstens een bevel aan de aarde zijn; en dan is het nog de vraag of het veel uithaalt. Wat we wel kunnen doen, is onze persoonlijke appreciatie van de zon wijzigen. En die appreciatie kunnen we dan ook wijzigen voor een ieder die met ons ver­bonden is. Doordat de persoonlijke relatie wordt gewijzigd, kunnen wij persoonlijk dus veel meer volbrengen. Voor ons is de dag langer (de zon gaat later onder), terwijl voor een ander het normaal snel duister wordt.

Misschien is dit alles nog te hoog gegrepen; het zijn natuurlijk maar voor­beelden. En daarom geloof ik niet dat deze inleiding compleet is, zonder ook enkele suggesties te geven voor dat magische werken en de pogingen die daarbij te pas komen. Nu begin ik met een heel eenvoudige.
U heeft allen wel iemand die u goed kent en waarvoor u wat wilt doen. Zo iemand gaat met vakantie of hij gaat de stad in. Nu moeten wij dat wel van tevoren weten. We moeten weten wat hij gaat doen. Dus niet: Ik ga morgen van die winkel naar die winkel; dat is niet nodig. Maar wel. Ik ga boodschappen doen in de stad of in de buurt en ik ga daar heen met de tram, de bus, de fiets of de trein. Als we nu dat beeld hebben, dan gaan we ons die ander voorstellen.

We gaan ons afvragen: Wat is voor die ander harmonisch? Wat is voor die ander goed? Hoe zou dat het beste zijn? En dan gaan we ons natuurlijk ook afvragen:  zouden geen bepaalde gevaren daarin voor de ander schuilen? Het is misschien een vriendin van u, die steeds met een stel goedkope ringen en een paar lakleren tassen thuis komt, terwijl ze heel iets anders nodig heeft. In dat geval stelt u zich ook dat voor.

Nu gaat u het volgende doen. U probeert u af te sluiten van alles. U probeert die vriendin te zijn. U stelt zich voor dat die vriendin of vriend weggaat. U stelt zich voor hoe het kan gaan, maar u stelt zich ook voor dat alles precies klopt. Dus als de persoon een tram moet nemen, net als hij/zij bij de halte is, staat er een tram. Als het een winkel is waar het normaal druk is, als zo iemand binnenkomt, wordt die meteen of praktisch meteen geholpen. Als zo iemand een product zoekt dat niet overal is te krijgen, stelt u zich voor dat hij/zij langs een winkel loopt en het ineens ziet. U gaat dus voor uzelf het idee opbouwen; dit wordt een perfecte dag. U stelt zich ook voor dat de normale fouten eenvoudig niet doorgaan. Bijvoorbeeld: Ze zou een lakleren tas willen kopen, naar de winkel is gesloten. Dat is natuurlijk een heel fantasiewerk. Maar in het begin moeten we dat toch wel tamelijk uitvoerig opbouwen; later gaat het eenvoudiger.

Nu gaan we zeggen: Zoals ik dit nu van u uit heb gevoeld, zo zal het zijn. En dan moet u zich niet voorstellen dat er wonderen gebeuren. Maar als u nu de volgende dag bemerkt als die persoon terugkomt, dan zult u ontdekken dat­ het prettig is geweest, dat onaangenaamheden eigenlijk niet zijn gebeurd of – zo ze er waren – niet zijn opgemerkt. U heeft de dag voor de ander beter gemaakt. Probeert u dat een paar keer te doen, dan krijgt u een beeld van de manier, waarop u harmonisch kunt werken.

Dan is er een tweede punt, dat ook gemakkelijk bruikbaar is.

Iemand, uzelf of een ander, heeft onnoemelijk veel te doen. Nu begint u met u die taken voor te stellen. U stelt zich voor dat u een oneindigheid van tijd hebt om ze te voltooien. Alles kan dus eenvoudig en gemakkelijk worden gedaan. Er is tijd over. Indien we die voorstelling goed hebben opgebouwd, dan stellen we ons de voltooiing van de taak voor. En nu schakelen wij dit geheel over en zeggen: Die oneindigheid ligt in bv. één of twee uren. We zullen ontdekken dat, als we dat intens genoeg hebben gedaan, wij of die ander veel vlotter en veel sneller werkt en ‑ typisch genoeg ook ‑ met veel minder fouten, omdat pressie of haast niet in het spel voorkomt.

U kunt op die manier ook iemand die naar een examen gaat zekerheid geven. U stelt eenvoudig voor, dat op elke vraag het antwoord automatisch komt. Het resultaat zal zijn, dat zo iemand zijn onderbewustzijn heeft open staan en dat hij dus ‑ voor zover zijn mogelijkheden voor het examen reiken en over het algemeen niet verder ‑ inderdaad de best mogelijke antwoorden geeft en het best mogelijke resultaat behaalt.

Ik zou zeggen: dat is al een proefje, dat iedereen eens kan nemen; de gelegenheid heeft u allemaal. En als u daarnaast nog eens iets anders wilt pro­beren, dan kunt u ook wel dit doen.
U heeft misschien zelf (of een ander) een wrat of iets dergelijks; of er staat een boompje of een plantje in uw tuin dat niet helemaal goed groeit. Nu gaat u zich die mens, die plant of die boom voorstellen. U stelt zich dan voor dat u dit weefsel bent. En als dit weefsel zegt u tegen uzelf: Ik ga mij­zelf hervormen. Dat zal in het begin een beetje moeilijk zijn. Die voorstelling(of dat nu een mierenhoop lijkt of wat anders, is niet zo belangrijk) moet dus inhouden: ik ben dit en ik kan mijzelf veranderen. Als u dat hebt gedaan, zult u ontdekken dat het mogelijk is om wennetjes en wratjes te laten verdwijnen. Het kost in het begin moeite. U moet zich die voorstelling maken. U moet u daarmee één voelen; en op een gegeven ogenblik zegt u: Zo is het. En dan be­grijpen, dat dit lichamelijke proces meestal in een ander tijdschema verloopt; het duurt iets langer.
Als u dat een paar keer hebt gedaan, verandert u de zaak. Nu stelt u zich voor dat de tijd, die u hebt, oneindig is. Later zegt u: Dat is de tijd van mijn medi­tatie. U zult dan in staat zijn daarmee heel eenvoudig en plotseling wratjes, pukkeltjes e.d. weg te nemen. Het is een oefening waard.
Ik wil er nog bijvoegen: Indien u werkelijk bekwaam bent in deze kunst van voor­stelling, u ook in staat bent om uw eigen lichaam en het lichaam van anderen zo te activeren, dat het zich enigszins verfraait en misschien ook herstelt. U zult dat misschien later ook voor geneeswijze kunnen gebruiken.

Dan geef ik u een laatste voorstelling van iets, wat u kunt proberen met die eenvoudige magie.

Nu gaan we deze keer eens niet proberen in de werkelijkheid te doen, we gaan proberen werkelijkheid te constateren. Wij gaan ons een bekend feit voor stellen. Bijvoorbeeld, morgen komt Piet of Jan of Marietje op bezoek en we zouden graag willen dat dit op een bepaalde manier verliep. Nu gaan we ons dit voorstellen; en die voorstelling zo maken, dat wij daarbij én onszelf én de ander zijn. Er is dus zelfs een dialoog mogelijk. Als we dit hebben gedaan, grijpen we terug naar hetgeen ik u heb gezegd omtrent dromen en voorspellende dromen. Wij laten de zaak zich dus ontwikkelen. Daarbij gebruiken wij z.g. steekwoorden. We gebruiken één of twee woorden die voor ons zeer belangrijk zijn.

Nu zult u zien, dat als de volgende dag dat bezoek er is, zo een steekwoord inderdaad valt. Daarnaast zult u zien, dat u ‑ als dat woord is gevallen ‑ voor­uit weet wat de ander of de anderen zullen zeggen, wat u zult antwoorden, enz.. U gaat fragmenten van de toekomst overzien. Enige training hierin maakt het u dus mogelijk om uitstekend voor orakel te spelen; wat niet alleen een gezelschapsspel is, maar ook erg nuttig kan zijn. Verder maakt het u ook mogelijk om in bepaalde niet‑gewenste ontwikkelingen in te grijpen door hier uw wil in te schakelen en in het verloop van het gesprek een nieuw steekwoord in te voegen (dus een nieuw woord dat voor u belangrijk is; u neemt daarvoor een heel gewo­ne uitdrukking, maar iets dat voor u belangrijk is) en aan de gewijzigde situa­tie uw wil op te leggen en vervolgens dezelfde scène a.h.w. in uzelf nogmaals te spelen. Het klinkt heel gek, maar geloof me, het heeft succes.

U kunt op die manier kleine, maar vaak zeer belangrijke wijzigingen in onderlinge contacten tot stand brengen. In het begin is het goed om dit alleen met onbelangrijke zaken te oefenen; later kunt u het ook gebruiken voor contacten met personen op zakelijk terrein, die u kent of waarvan u een voldoende voorstelling hebt. Gaat u nog verder, dan kunt u leren die persoon waar te nemen (dat is echter uittreding) en aan de hand van de waarnemingen een beeld op te bouwen, zodat u ook hetzelfde kunt bereiken. Maar begint u eerst eens met de eenvoudige experimenten. Het is niet belangrijk dat u het meteen doet. Doet u het eens, wanneer dat zo uitkomt en overtuig u ervan dat u al enige magische kunde en kennis bezit. En als u dan het idee krijgt, dat u ook nog iets anders wilt proberen, lees dan het voorgaande nog een keer na. Zorg ervoor dat wat u doet beantwoordt aan de daarin gestelde regels en houdt u voorlopig aan magische werkingen, die onder de door mij gegeven definities vallen. U zult ontdekken dat ook een gewoon mens aan magie kan doen; en ‑ wat meer is ‑ vele kleine, maar daarom niet minder belangrijke resultaten kan behalen, die een ander aan het toeval zal wijten, maar waarvan u zelf weet dat u dit toeval mede hebt bepaald.

Magie in de wereld van heden

De meeste mensen denken dat magie de wereld uit is. Maar dan vergissen ze zich toch lelijk. Als we ons de moeite getroosten om eens te gaan kijken bv. in Afrika, dan zullen we tot de conclusie moeten komen dat 9/10 van de nieuwe staten wordt geregeerd door magiërs, medicijnmannen; dat de praktijken, die worden gebruikt, zelfs in de politiek, in de verdediging, in de aanval, magisch zijn.

Nu denkt u: Bij primitieve volkeren is dat gebruikelijk. Nu ja, misschien zijn ze in Zuid‑Amerika erg primitief, maar ook daar wordt met tovenarij en magie nog heel wat gedaan.
Wist u dat heksen, magiërs en tovenaars in bepaalde delen van Duitsland, Italie,‑ om niet te spreken van verschillende landen achter het ijzeren gordijn ‑ nog een grote rol spelen? Ze, zijn er wel  degelijk.

Als u dus vandaag de invloed van de magie wilt beoordelen, dan moet u niet uitgaan van het denkbeeld dat er magiërs zijn die zonder meer iets doen. U moet begrijpen, dat de magiërs van vandaag heel vaak degenen zijn, die mensen manipuleren die optreden als gezaghebbers. U moet begrijpen, dat deze vormen van magie worden toegepast op een soms pseudo‑wetenschappelijke basis.

Er zijn maar weinig mensen die zich realiseren dat er zowel in het Pentangen als in Moskou in het Kremlin groepen zijn van z.g. paranormaal begaafden, die zich bezighouden met het overbrengen van bepaalde beelden, het beïnvloeden van staatslieden. Het lukt wel niet altijd, maar het wordt geprobeerd.
Evenmin weet u waarschijnlijk, dat ‑ en dat geldt zeker niet alleen voor beide genoemde staten, maar ook voor vele andere ‑ er geprobeerd wordt om communicatie‑corpsen van z.g. telepaten te vormen. Zeker, ik weet het, de aantallen zijn niet groot. Het daarvoor bestemde scholingscorps in de Verenigde Staten bv. telt op het ogenblik ruim 130 leden. In Rusland is men er ook toe overgegaan. Daar telt men op het ogenblik een 700 leden. Maar in hoeverre deze mensen voor de verbindingen werkelijk belangrijk zijn, heeft nog niemand uitgekiend. Ik wil dus alleen proberen duidelijk te maken, de magie speelt een veel grotere rol dan u denkt.

Als we nu even proberen om heel eenvoudig in Nederland de magie te vinden, dan moet u zich er helemaal niet over verbazen, als ik wijs op het optre­den van bepaalde politici. Daar is iemand van wie niemand aanneemt dat hij politiek en staatkundig een bekwaam regeerder zou kunnen zijn en die toch steeds meer mensen naar zich toetrekt. De reden beseft men niet. Maar hier is een zekere magie. Dat is nl. iemand, die volledig gelooft in wat hij zegt. Wat hij overbrengt is dus niet zozeer het verstandelijk argument, als wel het geloof dat hij in zich draagt.

Ik zou ook elders soortgelijke voorbeelden kunnen geven. We moeten begrijpen dat alles, wat wij magie noemen, in feite een bovenzintuiglijke relatie inhoudt met zintuiglijk waarneembare resultaten. En op die manier is er misschien nog veel meer te vinden dan u zou denken.

Er zijn mensen, die voortdurend met zoveel haat aan een ander denken, dat zij daardoor feitelijk de ondergang van die ander veroorzaken. U denkt dat dit onmogelijk is? Toch zijn er gevallen te over, dat mensen tot zelfmoord worden gedreven, dat mensen zich gedwongen voelen te verhuizen, hun zaken te verkopen en weg te vluchten; dat mensen tot absoluut onverantwoordelijke en vreemde daden komen, alleen door de invloed die een ander ‑ bewust of onbewust ‑ op hen uitoefent. Dus denk niet, omdat het woord magie en de leerstellingen van de magie niet worden gebruikt, dat de magie er niet is. Er zijn andere dingen, waarover u misschien nog nooit hebt nagedacht en die toch eigenlijk ook magie zouden kunnen worden genoemd.

Ik neem aan, dat er in Nederland per nacht ongeveer 40 à 50.000 mensen zijn, die een droom delen; d.w.z. in elkanders dromen figureren. En wij kunnen aannemen, dat er van die 40.000 ongeveer 7 tot 8.000 zijn, voor wie deze droom een praktische betekenis heeft en tot resultaten voert (hetzij in relaties, optreden, veronderstellingen of voorzorgen), waardoor hun stoffelijk leven wordt beïnvloed. En nu weet ik wel dat die mensen dat misschien niet bewust willen of doen, maar ze doen het. Wij kunnen zeggen: ook hier is sprake van een magische beïnvloeding. En er zijn nog veel meer dingen.

Wist u bv. dat een groot deel van de z.g. wetenschappelijke geneeskunde magie is? Ongeveer een kwart van de medicijnen, in Nederland voorgeschreven, is in feite niet of ternauwernood werkzaam. Toch wordt daarmee over het algemeen een redelijk resultaat behaald. Anders gezegd: suggestie plus de overtuiging, die de dokter de patiënt bijbrengt, zijn van meer belang dan het gebruikte medicament. Conclusie: dit is magie. Dit wordt bewust gedaan. Alleen heet dit een psychische therapie. Maar dat is alleen maar een vakwoord, dat precies hetzelfde zegt wat vroeger de magiër zei: magische geneeswijze.

Er wordt in Nederland en in andere landen voor bepaalde problemen (vooral in de psycho‑pathologie en ook in de psycho‑somatica) gewerkt met vormen van hypnose en hypnotische suggestie. Daarbij wordt vaak onbewust (want men weet zelf niet precies wat men doet) het onderbewustzijn van de patiënt aangeboord en  zelfs gereorganiseerd; er worden gedragspatronen van de patiënt veranderd en ‑ al beseft men dat misschien ook niet ‑ daardoor, vaak de levensomstandigheden van vele mensen. Ik zou zeggen: dat is een vorm van magie.

Nu denkt men altijd: Men praat nu over het in praktijk brengen van de magie en dit en dat. Dat is onmogelijk. Of: Nou ja, dat is gek. Maar dat komt omdat de meeste mensen die dingen graag onbewust blijven doen en ze niet bewust willen doen.
Een van de meest eenvoudige feiten is bv. het aanroepen van een goede bekende om hulp te krijgen. Ik wil er nadrukkelijk op wijzen dat iemand die een schietgebiedje doet, ook een vorm van magie gebruikt. Iemand die eerlijk en overtuigd een eedsformule uitspreekt, past een magisch ritueel toe. En zo kunnen we doorgaan. De magie is eigenlijk helemaal verweven met de gebruiken van de wereld. Alleen heeft men de magische gebruiken ondergebracht in de religie. Men baseert ze nu niet meer op hun feitelijke werking, maar op een veronderstelde relatie mens ‑ God. Dat de relatie mens – God heel veel relaties bevat met de natuur, natuurkrachten, geesten en ook de eigen wereld, ziet men dan gevoeglijk maar over het hoofd. Maar omdat de mensen niet meer weten hoe het werkt, is het in zichzelf nog niet veranderd. Het blijft magisch.

En dan een ander punt, waaraan de mensen ook even voorbij zien. Wat zou u denken van een katholiek misoffer, waarbij de transsubstantiatie het wonder is? Voor de ongelovig is het misschien een wonder, dat de gelovige de transsubstantiatie als iets reëels aanvaardt, maar hier zit weer een overdrachtelijkheid in.

Wanneer wij de sacramenten zien en wij horen iemand zeggen (bv. in een biecht): “Ik vergeef u in de naam van…. of: “Ik doop u in de naam van. . . enz., dan zien wij hier, dat een mens dus ook in deze maatschappij a.h.w. in de schoenen gaat staan van een godheid of iets dergelijks; en dat is zuiver magie. Misschien klinkt het gek als ik dat zo zeg, maar wanneer de katholieken te communie gaan, dan nemen ze deel aan mensen‑eterij. Want volgens hun geloof is de hostie het lichaam van Jezus Christus. Waaruit dus blijkt, dat de rituele mensen‑eterij ‑ althans overdrachtelijk ‑ nog steeds ook in Nederland gebruikelijk  is. En ook dit is een magisch gebruik.

Uw ridderorden en onderscheidingen stammen van een magisch gebruik. Mensen, die verdienstelijk waren, moesten worden beschermd. Zij kregen speciale talismans omgehangen, die waren gewijd aan de goden en die hun verdienstelijke krachten beschermden en versterkten. Heus, in de wereld van vandaag is er magie te over; en het is zeker niet allemaal witte magie.

Dat er daarnaast ook wel bewust magie wordt bedreven is een feit. In Nederland is dat niet zo sterk, ofschoon ik u hier bv. rond de Alblasser­waard wel groepjes christenen kan aanwijzen wier feitelijke praktijken zuiver magisch en zelfs zwart‑magisch zijn.
In Duitsland, in Sleeswijk‑Holstein, op de Lüneburgerheide, in bepaalde delen van Thuringen en Beieren wordt magie bedreven.
In Engeland bestaan vele z.g. coveys (heksengroepen), die hetzij gemengd of niet gemengd ‑ de oude rituelen herhalen.
In Frankrijk bestaan twee broederschappen die o.m. nog steeds de zwarte mis lezen.
Ik haal nu maar enkele punten aan, want de overlevering van de magie is veel sterker dan men vermoedt. Maar zij is in deze verstandelijke wereld niet meer acceptabel en daarom wordt zij vermomd als wetenschappelijk experiment, als sociaal gebruik, als geloofskwestie; of zij verduikt zichzelf en probeert zich buiten de openbaarheid om te handhaven.

Nu zou u zich vergissen, indien u meent dat er van deze magische praktijken geen invloed uitgaat. Het is mogelijk door middel van magische praktijken een grote onrust te verwekken. Dit is kort geleden in Engeland gebeurd o.m. in de plaats Cheltenham. Men kan door deze magische praktijken bepaalde groepen een hoop ongemak bezorgen. Dit gebeurde kort geleden ook in de Alblasserwaard; dit gebeurde bij de Tukkers (Twentenaren) in de Achterhoek, waarbij enkele mensen hun bezit gespaard zagen, terwijl omringend bezit ernstig werd aangetast. Zij kwamen op die manier in aanmerking voor vergoedingen, die ze dus als verdienste konden beschouwen.

Dan wil ik er op wijzen, dat verscheidene bekende politici en staatslieden hier in Nederland gebruik maken van de diensten van z.g. paragnosten, helderzienden e.d.. En dat enkelen van hen o.m. gebruik maken van een groepje magiërs, die zich dan weliswaar als paragnosten uitgeven, maar die ‑ geleid door een Soedanees en twee Madoerezen (Indonesiërs) en versterkt met een aantal mensen uit Ambon en De Kei-eilanden, werkelijk verwensingen plegen en inderdaad voor ziektegevallen en zenuwoverspanning van personen aansprakelijk zijn. Maar men kan dat niet in de openbaarheid brengen.

De invloed van de magie in de wereld van heden is een verborgen invloed. Zodra ze openbaar wordt gemaakt, wordt ze uitgelachen en daarmee verliest ze een groot gedeelte van haar mogelijkheden. Maar door gebruik te maken van het bijgeloof, dat ook in deze moderne maatschappij regeert, kan de magiër voor een zeer groot gedeelte de gang van zaken voor individuen bepalen; voor gemeenschappen kan dat niet altijd.

Als er iemand kan worden gevonden, die als brandpunt (focus) kan dienen, van waaruit de kracht van één of meer magische groepen over een deel der mensheid kan worden uitgestraald, dan kan men te maken krijgen met volksmenners, politieke figuren, die schijnbaar niet te slaan zijn, wat er ook gebeurt. Mensen die eigenlijk allang vermoord hadden moeten zijn. Mensen die hun invloed lang verloren zouden moeten hebben en die steeds weer terugkomen en steeds weer in staat blijken te zijn hun tegenstanders te overvleugelen. Hier is zuiver magie gebruikt. Ook ‑ u denkt er nu aan ‑ vriend Soekarno wordt door een dergelijke groep gesteund. En waarschijnlijk hierdoor voelt hij zich nog zeker. Hij beschikt over een zekerheid, die anderen niet hebben. En laten we niet vergeten dat in Indonesië tegen politieke tegenstanders niet alleen van demonstraties gebruik wordt gemaakt, maar wel degelijk van goena‑goena.

Dan wil ik besluiten met de opmerking, dat de laatste tijd in Rood‑China bepaalde wichelaars (in feite magiërs) weer opgeld doen; en dat zij bv. in Peking en in Hoan Tso (?) een praktische invloed hebben, die zo groot is dat zij bepalen welke spelen er in de theaters worden opgevoerd; en zelfs invloed hebben op de voedselquota voor bepaalde bedrijven en bepaalde groepen

Denk dus niet dat de magie is uitgestorven. Alleen …. ze kan nu eenmaal niet openlijk worden erkend. En door haar werken in het verborgene is zij in vele gevallen nog gevaarlijker dan vroeger. Vroeger was ze openbaar, zeker. De suggestie die ervan uitging was groter, zeer zeker. Maar men kon zich ertegen verzetten. Men kon tegenmaatregelen nemen, terwijl dit nu uit angst om voor gek of onredelijk te worden aangezien niet mogelijk is, zelfs indien men weet en voelt, dat men door magiërs wordt belaagd. Misschien dat juist hierdoor de zwarte-magie in de hedendaagse wereld aanmerkelijk veel sterker is dan in het verleden. Want het is juist de zelfzuchtige, de zwart‑magiër, die in deze dagen de grootste mogelijkheden vindt om zijn werken in praktijk te brengen.

De wit‑magiër daarentegen zal weinig kunnen doen, daar de eenling zich niet aan hem toevertrouwt en de massa over het algemeen alleen door grotere groepen magiërs zou kunnen worden geholpen, die er eigenlijk niet zijn, buiten enkele groepen van de Witte Broederschap om.

Ik hoop hiermee dus duidelijk te hebben gemaakt, dat de magie een rol speelt in deze dagen. En als u me toestaat om nog even iets eraan te verbinden.

Als wij u dus de grondregeltjes bijbrengen voor bepaalde ontwikkelingen van krachten, voor eenvoudige magische experimenten e.d., zo doen wij dit niet alleen maar omdat het aardig is. Wij doen dit, omdat wij hopen het aantal wit-magisch werkende en gerichte personen op aarde zo te vergroten, dat het mogelijk wordt een tegenwicht te vormen voor de vele in wezen zwarte krachten, die langs verschillende wegen op het ogenblik op de mensheid worden losgelaten.

Wie aan magie denkt, moet eerst leren harmonisch te zijn. Want een magiër zonder harmonie is een auto die rijdt zonder chauffeur.

Henri.

Hypnose

Ik vergeet niet wie ik ben, wat ik ben en wat ik heb geleerd. Maar ik ben gebiologeerd door een gedachte, die bij dit alles past en toch niet van mijzelf is. Ik voel mijzelf gedrongen in een wereld, die normaal voor mij niet kan bestaan. Een waan, die alle werkelijkheid overvleugelt.

Ik voel mijzelf vrijer in die wereld en ik weet niet eens, dat wal ik doe niet mijn wil en mijn denken of mijn werkelijkheid is, maar het spel van een wil, die met mij speelt.

En toch wordt langs die weg zo vaak genezen en geheeld, wat zo bij het werkelijk besef van alle waarheid niet volbracht kan worden. Want veel van hetgeen er in het leven bestaat, is een waan. Veel ziekte in het leven is gebaseerd op een waan. Veel angsten en veel begeerten zijn illusies, krampachtig in het “ik”, ondanks het besef dat ze niet werkelijk zijn, als werkelijkheid gehouden.

Hier kan de vreemde wil de werkelijkheid doen heersen, een denkbeeld doen verdwijnen, de band verbreken der illusie, zodat de werkelijkheid wordt beleefd en het “ik”  bevrijd, zichzelf gadeslaat.

Maar wie verdergaat dan dit, moet weten wat hij doet; en wat hij door zijn wil een ander heeft gedaan, is zijn verantwoordelijkheid. De waan, dat de ander het slachtoffer zal zijn van een daad, is dwaasheid.

Wat je ook kweekt ‑ liefde of haat ‑ langs deze weg, op jezelf slaat het terug. Want jij bent de wil, jij bent de kracht, jij brengt voort. En wat is voortgebracht, luistert op je woord, maar is ook de macht, die terugkeert tot je wezen.

En daarom is het goed de eigen wil niet op te leggen daar waar geen noodzaak daartoe bestaat.

Daarom, is het goed de slaap (de schijn van waan, die waan verdrijft) niet in anderen te wekken, tenzij geen andere weg ons openstaat.

Daarom is het goed dat zij, die willen hypnotiseren, zich eerst bewust zijn dat zijzelf handelen door anderen; dat zijzelf ondergaan door anderen en dat op hen terugslaat wat in anderen is geschied.

Zoekt gij het goede, het goede komt tot u. Maar is het kwaad dat gij volbrengt, als uit het niets slaat het kwaad op u neer. Dat is de werkelijkheid.

Misschien is Gods schepping een hypnose. Een droom, waarin Zijn wil ons doet leven en gaan. Dan is Hij verantwoordelijk voor al wat wij doen door Zijn wil, Zijn kracht, uit Zijn bestaan. Maar maakt Hij ons slechts vrij om zelf te beleven, dan zal daar, waar de vrijheid eerst begint, het “ik” verantwoordelijk zijn. Daar zal het “ik” zelf beleven en antwoord geven op een werkelijkheid, oneindigheid of op de droom van God ‑ misschien ‑ die slaapt. Zo zal het altijd zijn.

Dus speel niet al te veel met de wil aan anderen opgelegd. Ontneem de ander niet het recht zichzelf te zijn. En zo ge al beheerst voor een korte wijl, breng hen terug tot waarheid en bevorder niet een waan in hen, die niet slechts hun bestaan, maar ook uw eigen leven dan voortdurend zal bewaren.