Magie in het dagelijkse leven

image_pdf

5 augustus 1960

Aan het begin van deze avond moet ik u erop wijzen, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Mijn onderwerp heb ik genoemd: Magie in het dagelijkse leven.

Wanneer men spreekt over magie, stelt men zich over het algemeen daaronder alleen het bijzondere en het bovennatuurlijke voor. De magiër is iemand met een puntmuts, een mantel vol kabbalistische tekens, die geheimzinnige gebaren maakt boven onbegrijpelijke pentagrammen. Dit komt, omdat men over het algemeen geen enkel begrip heeft van het wezen der magie. Magie is gebaseerd op het gebruik van natuur- en kosmische wetten, die allen een directe invloed hebben op geest en stoffelijk bestaan, terwijl zij door de mensen in de stof niet, of niet voldoende gekend worden.

Een van de meest opvallende verschijnselen is het gebruik van geluid in de magie. Die geluidsmagie komt ook heden nog vaak voor, maar de mensen die haar gebruiken, weten helemaal niet meer, waar deze dingen vandaan komen. Wanneer u kinderen het aftelrijmpje “Olleke bolleke” hoort opdreunen, dan denkt u aan alles, behalve aan magie. Toch bevat het geciteerde kinderrijmpje een bepaalde magische sequentie. In de geluidsmagie gaat het immers om een samenspel van klank en ritme. Op de zin van de woorden komt het niet op aan. Men kan de meest vreemde magische spreuken der oudheid ook maken met hedendaagse woorden en daarmede hetzelfde bereiken, zoals men vroeger deed. Men zou bv. verschillende oude Egyptische spreuken en formules der Druïden evengoed met hedendaagse woorden als atomium, plutonium, chomium e.d. kunnen beginnen. Ook deze woorden bevatten de voor de spreuken vereiste geluidsvormen. Alleen moet men natuurlijk het ritme kennen en de juiste nadruk weten te leggen. Naast de kinderliedjes zien wij vaak bezweringsformules gebruiken door dobbelaars. Dat deze spreuken vandaag nog bestaan, is niet zo toevallig, als men misschien zou menen.

In de oudheid waren bepaalde magische spreuken zeer belangrijk. Men wist toen, hoe deze invloed hadden op het weer, hoe men daarmee invloed op de medemensen uit kon oefenen en hoe men daarmee ook bij zichzelf bepaalde eigenschappen op kon wekken. Wanneer een dobbelaar vandaag een soort gebed uitspreekt tegen de dobbelstenen, voor hij gooit: “Kom aan, kom lieveling, kom, 5 en 2, 5 en 2, rollen, rollen!”, dan doet hij daarmee niets anders dan bewust of onbewust zoeken naar een spreuk, die zijn eigen telekinetische vermogens versterkt.

Wat hij in feite wil bereiken, is een zodanige toestand van opwinding, dat hij de val van de dobbelstenen zal kunnen bepalen. Vroeger deed men dergelijke dingen ook wel, wanneer men voor een orakel moest werpen. In die oude dagen was het belangrijk, dat het orakel voor bepaalde onderwerpen gunstig was. Sommige vorsten hadden de gewoonte om, indien een orakel voor een geliefde onderneming niet gunstig was, de magiërs het hoofd af te laten slaan en een nieuwe magiër te zoeken, liever dan van hun voornemen af te zien. Deze spreuken werden dan ook vaak in het openbaar gebruikt, daar oorlogstochten e.d. in het openbaar begonnen met een offer aan de Goden en daaropvolgend een orakel. Deze orakeltaal werd dan ook voor een groot publiek gesproken en menige bijgelovige burger trachtte die taal te imiteren. Zo ontdekte men, dat bij het werpen van teerlingen en runen, maar ook wel degelijk in bepaalde fasen van de landbouw, met deze rijmpjes “goed” kon doen. Nu is de wereld van heden materialistischer. Het is nog niet zo lang geleden, dat de mens meende alles met chemie en natuurkunde te kunnen verklaren. Voor de geest was er geen plaats meer. Rijmpjes en zangen werden niet meer bewust gebruikt en kwamen daar terecht, waar men geen waarde hechtte aan hun oorspronkelijke zin. Daarom zien wij deze geluidssequenties van de oude magiërs bij de kinderen opduiken, niet alleen als aftelrijmpjes, maar ook in z.g. speelversjes. Zelfs in vele door kinderen gebruikte eedsformules, of plechtige geloften, die zij immers onderling wel plegen uit te wisselen, vinden wij bepaalde oude elementen terug, die zuiver magisch zijn.

Ook op andere wijze vinden wij in het dagelijkse leven van heden nog elementen der oude magie terug. Het is opvallend, hoe vele mensen in de gereformeerde kerken bezwaar maken tegen een te vreugdig ritme van hun gezangen en psalmen. Het trage zingen is inderdaad slaapopwekkend. Maar deze gedragen klanken en liederen hebben vaak een grote overeenkomst in uitvoering met de gezangen, die bv. bij de grote dienst van Amon werden gebruikt.

Daar gebruikte men die gedragenheid en eentonigheid bewust om de mensen in een toestand van ontspanning te brengen, waardoor zijn paranormale vermogens scherper konden reageren en dus de uitstortingen van de kracht der Godheid, evenals bepaalde fasen van zijn verschijnen en werken gemakkelijk beleefd konden worden.

Het is aan één kant betreurenswaardig, dat men dit in de hedendaagse godsdienst niet beseft en ook niet de gedragen zang in een ritueel in heeft weten te voegen op een zodanige wijze, dat ook het in de Oudheid begeerde resultaat daarmede nog heden zou bereikt kunnen worden. Nu is er wel de gedragenheid en de slaperige rust, maar deze wordt in het heden maar al te vaak gevolgd door predicaties, die nog slaapverwekkender zijn dan de gezangen zelf. Vandaar dat de diensten voor de meesten geen actief geestelijk beleven meer in kunnen houden. In de kerk van Rome vinden wij soortgelijke verschijnselen. Daar maakt men onder meer gebruik van de z.g. Gregoriaanse gezangen. De toonzetting brengt magische intervallen met zich. Goed gezongen en gescandeerd kan men daarmee een zeer grote invloed op alle toehoorders uitoefenen. Ook hier is het doel een band te scheppen. In de zang, die bij bepaalde Griekse mysteriën gebruikt werd, werd een haast gelijke toonzetting gebruikt.

Naast deze geluidsmagie bestaan er nog vele andere verschijnselen. Hebt u wel eens opgemerkt, dat de mens vaak tot onwillekeurige bewegingen komt? Iemand, die een bepaalde taak gaat vervullen, of een zekere functie moet uitoefenen – bv. hardlopen – zien wij de bewegingen, die zo dadelijk moeten worden gemaakt, reeds nu aanduiden, of ten dele volvoeren. Dit geschiedt zeker niet altijd zo, dat een onmiddellijk doel daarmede wordt gediend, bv. het losmaken van de spieren. Men beeldt daarmee reeds de zo dadelijk komende actie uit. In de Oudheid wist men reeds, dat het scheppen van een mentaal schaduwbeeld een grote invloed op de werkelijkheid kan hebben. Door schijnhandelingen te verrichten, die uitbeelden, wat zo dadelijk echt zal gaan gebeuren, schept men alle condities, die voor een gunstig verloop van de actie noodzakelijk zijn.

In de verste Oudheid vinden wij dan ook reeds de jachtdansen, terwijl wij ook heden bij bepaalde volksstammen als de Indianen, de mensen in Spanje en Italië, dergelijke gebruiken vinden. Ook in zekere riten van India zien wij een onmiskenbare uitbeelding van handelingen, die nog niet zijn volbracht, maar die men toch zo dadelijk wil gaan volbrengen. Ook plechtigheden als het inhalen van de rijstbruid in Indonesië hebben een soortgelijke betekenis.

Zij zijn bedoeld om een rijke oogst ook voor het komende jaar te verzekeren door de rijkdom van de oogst reeds nu te bevestigen. Dit geschiedt, nadat de eigenlijke oogst reeds is afgelopen.

Daardoor heeft de behandeling een dwang in zich, die in het komende jaar als gevolg zal hebben, dat de geesten der natuur wederom een rijke oogst zullen geven. De mens is geneigd om door bewegingen een vlot verloop van komende handelingen te verzekeren, ook wanneer hij van deze magische handelingen niets af weet. Hoe vaak ziet u, dat iemand, die zo dadelijk geld zal gaan tellen, van tevoren reeds even de telbeweging maakt? Deze dingen lijken ook heden nog zo natuurlijk, maar zij staan in verband met de magie.

Een ander beeld is het op bijgeloof baseren van bepaalde werkingen. Het is bv. bijgeloof, dat je gezond zou worden door vooral lang in de zon te liggen. Over het algemeen bereikt men daarbij alleen een graad van gekookt-zijn, gepaard gaande met een graad van bruinheid. Verder gaat de invloed niet. Toch aanbidt men in deze dagen de zon als een bron van gezondheid. Dit is een teruggrijpen naar de Oudheid, want de zon speelt als vertegenwoordiger van het geestelijk Licht in de wereld een zeer grote rol. Het geestelijke Licht is wel in staat alle kwalen weg te nemen.

De associatie kan het licht van de stoffelijke mens wel een zekere waarde geven. Het is zeker jammer, dat het associëren en het bijgeloof niet meer bewust door de mensen gebruikt worden. De mens kan in zijn leven immers zeer veel tot stand brengen door alleen maar rekening te houden met enkele wetjes, die half esoterisch, half magisch zijn.

Wanneer wij te maken hebben met een uitdrukking in geluid, spreken, zingen, of musiceren, dan geldt: Alle klanken stemmen overeen met een kosmische scala van verschijnselen. Een gesproken woord, mits juist geïntoneerd, zal dan ook veel verder door kunnen dringen dan enkel de eigen wereld. Het beroert de geest. Niet alleen de geesten, die rond u zijn, maar wel degelijk ook de geest, de kern, van degene, tot wie gij u richt. Elke klankvolgorde, een lied, of een reeks van woorden, zal – mits juist gekozen – een reeks van krachten ontketenen, die hoger en lager liggen dan de oorspronkelijke uiting. Als gevolg hiervan kan de gesproken of gezongen sequens van klanken in een hogere wereld een echo wekken. De werking van deze echo is op de wereld kenbaar. Men krijgt de bezieling, het meesterschap, de krachten, die men zonder dit zou moeten ontberen.

Wat is in deze vorm van magie het meest belangrijke? Voor een mens, die niet de wetten van het geluid kent en zeker ook niet de wetten der magie op dit terrein, is het belangrijk te rade te gaan bij de gevoelswereld. Een mens die gewoon spreekt zonder dat zijn innerlijk en zijn gevoelens daarbij mede worden uitgedrukt, bereikt weinig. De mens, die zijn eigen wezen weet uit te storten in woorden, zal tot zijn verbazing ontdekken, dat hij met deze woorden meer bereikt dan hij ooit durfde vermoeden. Verder zal hem opvallen, dat hij over een rijkdom van ideeën kan beschikken, die tot op dit ogenblik ergens in het onderbewuste besloten schijnt te zijn geweest. Men ontplooit ook eigen persoonlijkheid beter door steeds het sentiment met het woord te verbinden.

Daarnaast geldt: Laat u nooit haasten. Omdat de magie in zich werkt met kosmische wetten, zal zij niet tijdgebonden zijn en ook in haar resultaten tijdloos blijven. Zodra wij gaan haasten, binden wij ons automatisch sterker aan de verschijnselen rond ons. Het gevolg is een onjuist reageren in de hogere vlakken van ons eigen wezen. Voor een mens op aarde, die alsnog zenuwachtig wordt, omdat iets niet snel genoeg schijnt te gaan, vormt dit een enorme hindernis. Neem steeds de tijd om werkelijk te zeggen, wat u wilde zeggen. Niet om de woorden rijkelijk te overdenken, maar om ze a.h.w. uit uzelf op te laten wellen. Geef nooit ondoordacht antwoord op vragen, maar laat deze steeds even bezinken, tot zij een echo vinden in uw wezen.

Baseer uw antwoord op die echo. U zult dan veel juister kunnen spreken en antwoorden. U zult door uw medemensen beter worden begrepen en op uw beurt ook in staat blijken uw medemensen beter te begrijpen.

Wanneer u zich beweegt, dient u zich te realiseren, dat elke stoffelijke actie, zoal niet elke actie, een bepaald ritme heeft. Wanneer wij dit ritme op enigerlei wijze te pakken kunnen krijgen voor de eigenlijke actie begint, zullen wij gedragen worden door grotere krachten dan wij normaal bezitten en zullen wij ook juister en sneller dan voor ons normaal kunnen reageren. Wij zullen verder de beschikking kunnen krijgen over bepaalde vermogens, die niet meer zuiver stoffelijk zijn. Bedenk altijd, dat stoffelijk handelen ook bepaalde andere delen van je wezen beroert. Het is onmogelijk te zeggen: “Ik doe dit alleen lichamelijk”, tenzij je jezelf geheel kent en beheerst.

Maar dit is voor de meeste mensen niet het geval. Het is belangrijk, dat je, juist wanneer je jezelf niet geheel kent en meester bent, steeds weer beseft: “Er werken andere delen van mijn wezen mee”. In mijn voorbeeld van de dobbelaar gaf ik u al een aanduiding. Er bestaan bepaalde mogelijkheden van bewegen, spreken en zingen, die ons voorbereiden op het gebruik van in ons bestaande gaven die zo zelden worden geuit, dat men deze occult pleegt te noemen.

De gevolgen zijn magie, omdat wij hier werken met wetten, die niet algemeen bekend zijn, of erger nog, voor haast alle mensen helemaal onbekend. Er zijn resultaten, die wij begeren.

Een voorbeeld van wat magie ook kan doen, voert mij tot de mens die in een of andere waantoestand verkeert. Ik denk hierbij aan de mens die hevig verliefd is, de mens die door de blijvende begeerte naar een zeker voorwerp wordt gekweld, de mensen die een bepaald idee met uitsluiting van al het andere najagen. In deze gevallen, waarin de mensen feitelijk monomaan zijn, treedt niet alleen een beïnvloeding van het denken zelf op, maar ook van de zintuigen. Bijvoorbeeld, een meisje kan zó scheel zijn, dat anderen er hoofdpijn van krijgen, en zij kan vormen hebben, die eerder bij het voertuig der woestijn passen dan bij een vrouw. In de ogen van de man die haar liefheeft, zal zij schoon zijn. Hij ziet wel haar goede punten, en ziet haar kwade punten over het hoofd. In sommige gevallen kan men door de liefde het innerlijke wezen leren beseffen, maar zelfs dan blijft een zintuiglijk onvermogen, of een zintuiglijke onwil bestaan om zich de feitelijke toestand te realiseren.

Deze zelfde toestand wordt u door anderen vaak opgedrongen, ofschoon zij niet spreken van magie, maar van psychologie. Men spreekt van het scheppen van koopbegeerten of koopdrang.

Deze gaat in wezen heel wat verder dan hetgeen wordt gezegd. Stel, dat u schoonheidsmiddelen koopt onder de slagzin: “Eens zo bruin in kortere tijd!” Dan ziet u bij deze slagzin iemand met perfecte vormen. U komt er toe de bruining en deze schoonheid te associëren. Deze associatie zou nog aanvaardbaar en goed zijn, indien daardoor bij u niet de waan wordt gewekt, die geestelijk en stoffelijk doorwerkt, evenals op mentaal vlak. U meent immers door de bruining nu ook de schoonheid te bezitten. De droevige gevolgen daarvan kunt u in badplaatsen steeds weer zien. Men is verblind voor de werkelijkheid, zowel de eigen werkelijkheid, als die van anderen. Want ook bij anderen zal men de graad van bruining opeens met schoonheid gaan verwarren.

Er komt een ogenblik, dat de waan ophoudt voort te bestaan. Op een dergelijk ogenblik is men teleurgesteld en meent men vaak, dat de wereld u verraden en verlaten heeft. De wanhoop daardoor voortkomende, kan gevaarlijk zijn. Toch bevat zij geen waarheid en u bent het slachtoffer geworden van suggestie, een vorm van magie, die in de Oudheid ook bij inwijdingsproeven gebruikt werd. Ook toen gebruikte men deze techniek om aan op zich zeer onbeholpen middelen, een schijn van volmaaktheid te geven. Zo was het mogelijk, dat een paar bossen brandend rijshout, in geulen naast een verhoogd pad neergeworpen, voor de zoeker naar inwijding, tot een onmetelijke vuurzee werden. Hierbij ging men van de gedachte uit, dat men, na het doorschrijden van de vuurzee, de werkelijkheid zou beseffen en daarmee de angst voor het element vuur overwonnen zou hebben.

Bij u is het vaak omgekeerd. U wordt binnen gevoerd in een schijnwereld, die ook ter enigerlei tijd ineen zal moeten storten en grote teleurstellingen en wantrouwen tegen de wereld zal wekken. Hiertegen bestaat een eenvoudige methode van afweer. Wij kunnen in het eenvoudige rekenen, de mathematiek een volmaakte verdediging tegen suggestie en hypnose vinden.

Zolang het menselijke denken gebaseerd is op voor de mens onveranderlijke waarden of symbolen en zich in hoofdzaak daarmee bezig houdt, zullen de begeleidende verschijnselen verdwijnen. Het is onmogelijk iemand te suggereren, die bezig is de tafels van vermenigvuldiging vol concentratie op te zeggen. Moeilijker is het nog iemand een suggestie van stoffelijke geaardheid te geven, terwijl deze een kosmisch symbool beschouwt. Vele fetisjen en magische figuren berusten op dit feit. Zij worden de mens niet in de eerste plaats gegeven, omdat zij op zich het kwade af zouden weren, maar omdat zij elke suggestie ten kwade bij beschouwing ervan uit kunnen schakelen. Alleen al de voorstelling van deze waarde kan reeds voldoende zijn om de mens te vrijwaren voor alle aanslagen, die op zijn geestelijke vrijheid worden gepleegd. Dit geldt nog evenzeer als vroeger. Op het ogenblik dat ik weet, dat men tracht mij door suggestie te beïnvloeden, dien ik mij terug te trekken in de eenvoud van mijn denken, en daarbij slechts rekening houden met de waarden, die voor mij in mijn wereld onveranderlijk vaststaan. Waarden die voor mij voortdurend demonstreerbaar en controleerbaar zijn. Op deze wijze kan men de invloed der suggestie geheel terzijde stellen.

Een ander stukje van de oude magie heeft ook heden zijn zin en betekenis, namelijk het gebruik van kleuren. Wanneer u in een restaurant komt en men heeft daar de juiste kleurschakeringen gevonden, dan zult u daar meer uitgeven en eten – en met meer smaak – dan elders. Men is immers meer ontspannen. Het oog eist immers ook zijn deel. Een eenvoudig gerecht als hutspot zal aan smaak en waarde gewinnen, indien dit wat is opgemaakt en niet slechts op een bord is gekwakt. Het oog is voor de mens een directe beïnvloeding, waarbij niet alleen het lichaam of smaak wordt getroffen, maar ook de geest wordt bereikt. Niet voor niets bracht men in de oude tempels van Aesculapius de patiënten tot de z.g. maanslaap. Het eigenaardige maanlicht en de bleke rust, die de omgeving door de menging van blauwe kleuren verkrijgt, geeft niet alleen de mens rust, maar vormt tevens voor delen van geest een bewustzijn, een stimulans. Hierdoor ontstond de zelfrealisatie, die in de gezondheidsdroom tot uiting kwam en was men aan de hand daarvan in staat vele zieken te genezen. Dit houdt in, dat de mens, die geestelijk verder wil komen, deze eenvoudige en magische wetten kan gaan gebruiken voor zuiver geestelijke doeleinden. Het is immers niet alleen stoffelijk, wat men bereikt. De patiënt, die in het ziekenhuis een zonnige kamer heeft getroffen, wordt niet alleen sneller beter, omdat er een suggestie van de zonnige omgeving uitgaat, die zijn stoffelijk lichaam beïnvloedt. Hij wordt tevens beter, omdat hij geestelijke krachten weet te putten, omdat hij zijn stoffelijke gesteldheid aan de geest mededeelt en deze daardoor in staat stelt meer dan normaal geestelijke krachten aan het lichaam over te dragen. Dit laatste wordt zeker niet algemeen erkend.

In uw eigen leven zou u er rekening mee moeten houden, dat u, zowel waar het kleding betreft, als de kleurstellingen in uw omgeving, u zich in de eerste plaats op uw eigen wezen richt. Daarin moet worden weerkaatst, wat u bent en waaraan u behoefte hebt. Zorg, dat u altijd in uw omgeving een plek hebt vol zonnige kleuren. Zorg daarnaast, dat er altijd ergens een hoekje is, dat in zijn kleuren rust suggereert. Door u met de ogen daarop te richten, zult u in staat zijn krachten te winnen, of u te ontspannen en zo geestelijk meer te bereiken.

Met meditaties zult u verder kunnen komen en u zult zelfs geestelijke krachten kunnen ontwikkelen, waarvan u nu niet durft dromen. U merkt wel, dat wij met deze magie in het dagelijkse leven niet alleen veel ondergaan, maar ook heel wat kunnen doen.

Er bestaat ook nog een vorm van magie, die in zijn slechtste vorm, de necromantie, demonisch is. Dit behelst het oproepen van doden. Nu is het oproepen van doden uit den boze. Wij hebben geen recht hun rust te verstoren. In de tweede plaats zou een werkelijk verschijnen van die doden ons hevig kunnen schokken, zolang wij in de stof zijn. Toch doet menig mens dingen, die met necromantie verband houden. Men doet dit meer beperkt en met de beste bedoelingen, dat moet ik toegeven, maar het feit blijft. U hebt wel eens bidprentjes gezien. Deze plaatjes dragen dan een afbeelding van een overledene, al dan niet vergezeld van een religieuze voorstelling.

Onder de afbeelding vinden wij een klein gebed, aan de keerzijde staat vaak een opsomming van hetgeen de mens op aarde was, hoe hij leefde en soms ook, wat hij naar men hoopt, nu zal zijn.

Deze dingen hebben soms, zonder dat dit de bedoeling is, een werking, waardoor zij een direct contact met deze dode mogelijk maken. Een dergelijk plaatje kan dan gevaarlijk zijn: door het te beschouwen, het gebed uit te spreken en de beschrijving te lezen zou je immers iemand kunnen dwingen zich te manifesteren. Gebrek aan intensiteit bij de mens, gebrek aan kennis, of lust bij de geest, laat deze manifestatie meestal blijven bij een voor de mens onaangename invloed. Men gevoelt zich onbehagelijk, of wordt aangetast door een onredelijk groot gevoel van weemoed. Dit is nog niet gevaarlijk, maar het is reeds grensgebied en kan gevaren blijven bergen.

Dit is natuurlijk, men hoeft hen die heengaan, niet te vergeten. Nu gaat men dit beeld van de overledene als een soort huisgod op een altaar stellen. Hij maakt geen deel meer uit van de omgeving, maar wordt daarvan afzonderlijk gehouden en versierd met bloemen, planten, geplaatst op een apart kleedje enz. Men spreekt over die dode met een verlangen en weemoed als één, die was. Onbewust treft men dan juist de opeenvolging van concentratie op de persoon, het scheppen van daarbij passende klanken, woorden, maar soms ook muziek, die met de overledene wordt geassocieerd, waardoor men die persoon tot leven trekt en in eigen nabijheid brengt. Dit is altijd gevaarlijk, om niet te zeggen uit den boze. Men mag op deze wijze geen overledene tot zich blijven trekken.

Aan de andere kant bestaat er voor de mens, die in de stof leeft, vaak een behoefte aan contact met iemand, die in de geest leeft. Als directe tegenstelling tot de met necromantie verwante handelingen, bestaat er nu een innerlijke werking, die wel bekend is als het “zingen der zielen”, of de verwantschap der zielen. Wanneer ik in mijzelf het gevoel van eenheid voor een kort ogenblik bevorder, terwijl ik daarbij tevens tracht alles, wat ik aan geestelijke krachten bezit, aan een dergelijke geest te geven, zo is er geen sprake meer van een zelfzuchtig terughalen van de overledene. In het contact, dat ook zo tot stand komt, zijn zeer grote verschillen op te merken. Het gevoel van contact en eenheid kan even groot, of groter zijn, dan bij de meer morbide necromantische pogingen. De band, die ontstaat, is er een van Lichtende kracht. Deze Lichtende kracht kan de overledene gebruiken om meer bewust te worden, maar ook om u vanuit zijn eigen sfeer en wereld te steunen en te helpen. Door deze kracht, waarbij onzelfzuchtige liefde een zeer grote rol moet spelen, zijn geest en stof in staat elkaar steeds weer daar te helpen, waar een van hen niet verder kan.

Geesten spelen in het dagelijkse leven van de mens een grotere rol, dan men over het algemeen beseft. Ik denk hierbij niet aan onze eigen broeders, die voortdurend bewust bezig zijn de mensheid te helpen, maar eerder aan de geesten, die op de grenzen van het schaduwland rond plegen te dolen en regelmatig een contact met de menselijke wereld en de mensheid blijven zoeken. Ik denk ook aan degenen, die overgingen, maar op aarde iets moesten achterlaten, wat hen wel zeer interesseerde. Dezen trachten voortdurend, vaak volgens beste weten, de mensheid te beïnvloeden naar eigen inzicht, of naar eigen wensen weer enig deel te hebben aan het menselijke leven. Gezien het zeer grote aantal overgeganen, dat in deze toestand verkeert, kunnen wij stellen, dat voor elke mens beïnvloeding door 5 à 6 geestelijke factoren gelijktijdig mogelijk is.

Wanneer de mens in zijn eigen stemmingen egoïstisch denkt en daarbij de doden bv. gebruiken wil als een macht of wapen, zo zal hij juist de meest demonische krachten onder deze geesten voor zich werkelijk maken. Hij brengt ze er bovendien toe tegenover hem haar slechtste waarde te uiten.

Voorbeeld, op het ogenblik, dat men gevallen helden, bv, als onbekende soldaat, herdenkt met veel vertoon, maar niet uit dank voor het offer, dat deze helden eens brachten, ontstaan er gevaarlijke invloeden. Men herdenkt de doden niet uit dank en om hem geestelijke steun te geven, maar om te tonen, hoe moedig men was in het verleden en de mensen van heden aan te moedigen, evenzo te zijn en te handelen. De werking draagt in zich de kenmerken van het geweld, de sfeer, die zo ontstaat, gaat verder dan de menselijke wereld.

Allen, die in haat en geweld overgingen en daaraan nog gebonden zijn, zullen daardoor worden aangelokt en de wereld benaderen, zover zij deze kunnen bereiken. De invloed van een dergelijke plechtigheid laat geestelijke krachten van haat op de wereld los en bevordert het geweld. Zij kweekt nieuwe haat, bevordert bezetenheid en verkeerde vormen van inspiratie.

Een herdenken in dankbaarheid voor de gebrachte offers en een pogen deze offers zin te geven, bevorderd over het algemeen rust en vrede, eensgezindheid en verdraagzaamheid. Vrede is afhankelijk van de wijze, waarop men dergelijke dingen benadert. De mens zal in zijn dagelijkse leven altijd weer te maken krijgen met het overlijden van iemand, die hem na staat. Je kunt deze dingen niet zo gemakkelijk terzijde stellen en zult daarover na willen blijven denken.

Onthoud hierbij dan dit: Denk altijd alleen in de zin van: “Wat kan ik hen nog geven? Wat ben ik dankbaar voor hun leven”. Daardoor schept u de verwerkelijking van een magische wet, die direct op kosmische wetten is gebaseerd: Wat ik zend, zal zijn antwoord altijd vinden. De wijze, waarop ik mijn gedachten vorm, bepaalt de invloeden, die ik rond mij wek. Zoals u ziet, zijn bij het benaderen van de geest weten en kunnen niet zonder belang.

Wij weten allen, dat ritueel in het menselijke leven veel voorkomt. Het begint met de aankomst van een filmster op een vliegveld, de huldiging van hen die voetbal- of wielerwedstrijden hebben gewonnen en op de schouders worden genomen. Het dringt in alle lagen van het leven door.

Overal heerst een bepaald ritme. Het geven van voorrang, de plaatsing bij het aan tafel gaan, hebben een rituele achtergrond, ook al is men zich daarvan veelal niet geheel bewust. Ritueel is voor de mens een uitdrukken van waarden, die men aanvoelt, doch niet onmiddellijk en zienlijk kent. In de magie staat dan ook: Ritueel is het volvoeren van aanduidende handelingen, waardoor men in zich het verloop van vele ontwikkelingen beïnvloedt of realiseert, terwijl men de krachten, die er uit voortspruiten, voor zich gewint.

Wanneer u deel uitmaakt van een ritueel, zij het in het dagelijkse leven, zij het in een kerk of esoterische kring, zo is het zeer belangrijk, dat men beseft, hoe eigen houding tijdens dit ritueel zeer grote krachten in beweging kan zetten. Het evenwicht van de krachten, die door het ritueel in en rond de mens gewekt worden, is zeer labiel. Het is noodzakelijk deze kracht op de juiste wijze te dirigeren. Indien wij verkeerd denken, of ook maar een enkel ogenblik het ritueel niet au serieux nemen, is de kans groot, dat wij voor onszelf die kracht verkeerd richten, zodat zij voor eens een verpletterende waarde wordt en zich uit in tegenslagen. Onverschillig aan welk ritueel men deel neemt, ongeacht het in verband staan van dit ritueel met kerk, sociale verhoudingen, of anderszins, mag men zich niet storen aan de houding van anderen. Tracht steeds voor uzelf zo correct mogelijk en zo juist mogelijk uw deel van het ritueel te vervullen, richt uw geest op de beste aspecten, die u in het ritueel en het doel daarvan kunt vinden. Op deze wijze zal men de Lichtende krachten voor zich en anderen ontplooien.

Het opstaan voor een vrouw, het aanschuiven van een stoel, kan waarde krijgen, wanneer men beseft, dat achter dit gebruik de behoefte ligt een zwakkere te beschermen. Dit wil niet zeggen, dat de vrouw, voor wie u dit doet, ten opzichte van u de zwakkere is. Door mij in te stellen op het beschermen van het zwakkere, breng ik niet enkel in mijzelf de behoefte tot het geven van bescherming tot uiting, maar ik wek tevens in mijzelf geestelijk de idee “bescherming”, zodat ik ook zelf van de sterkere geest de bescherming zal kunnen verkrijgen, die voor mij noodzakelijk is.

Voel u nooit gedwongen aan een ritueel deel te nemen. Indien dit ritueel u niet ligt, zo dient u er aan voorbij te gaan, zelfs indien, zelfs indien dit sociaal minder passend lijkt, of u van bepaalde genoegens berooft, die u begeert. Wanneer je echter deel bent aan een ritueel, is een juiste instelling een noodzaak. Indien u deel neemt, of aanwezig bent bij een kerkelijk ritueel en u behoort niet tot de gemeenschap die dit ritueel uitvoert, moet u trachten daarin zelf mede werkzaam te zijn. Wanneer een ritueel bv. als doel heeft God in Zijn hoogste vorm te beseffen, zo is het zelfs gevaarlijk om dit alleen maar als toeschouwer bij te wonen. Men zou zich immers bewust of onbewust daardoor van de Goddelijke kracht kunnen afwenden en daardoor bestaande banden met de Godheid verbreken. Het is noodzakelijk, dat men tracht ook daarin die God te vinden. Doet u dit, dan zult u ontdekken, dat u er enorme krachten uit kunt putten.

De innerlijke verlichting kan worden ondergaan, omdat deze niet afhankelijk is van bepaalde stellingen, of een bepaalde godsdienst, maar eenvoudig te danken is aan de magische factor van eenheid, die gezamenlijk binnen het ritueel geschapen wordt.

Wij allen weten, dat levenskracht moeilijk te definiëren is. Leven wordt niet bepaald door het kloppen van het hart, het werken van het brein. Wij weten, dat er mensen zijn, waarbij al deze functies stil hebben gestaan en toch tot het leven nog terug konden keren. De essentie van het leven kan het beste worden uitgedrukt door het woord “kracht”. Alles, wat met het leven samenhangt, staat ook in direct verband met deze zelfde kracht. Indien wij ons op die kracht blijven richten, zo zal zij niet alleen ons leven zijn, maar ook ons leven voor ons voeren. Vergeet niet, dat de levenskracht in elke mens en in elke geest bestaat. Een beroep doen op deze kracht houdt dan niet in, dat men opeens helemaal gezond is, of opeens alles verkrijgt, wat men verlangt. Wel houdt het in, dat de harmonische wetten van de kosmos via die kracht door zullen klinken in uw leven. Al hetgeen u overkomt, al hetgeen u doormaakt, zal helemaal zijn aangepast aan uw werkelijke behoeften en de feitelijke levenskracht in u zal worden verhoogd, versterkt en geïntensifieerd.

In de magie bereikt men dit onder meer door in groepen bijeen te komen en een soort geestelijk spel op te voeren, waarbij men vaak zelf deel wordt van de handelingen. In een soort zelfvergetelheid of roes kwam men dan tot zelfvergetelheid en beleving van de krachten der natuur, maar ook van de hogere levenskrachten. Hieruit putte men de veerkracht en de weerstand, evenals het innerlijk weten, die noodzakelijk zijn om in het leven bewust en geheel verantwoord te handelen. Wij vinden dit onder meer als een nevenverschijnsel van bepaalde Dionysische mysteriën en eveneens is dit weerkaatst in bepaalde delen van de Isisverering.

De wet luidt: Al, wat ik aan levenskracht in mijzelf activeer – daarbij niet mijzelf zoekende, maar de eenheid met het grote leven – zal weerkaatst worden in mij, mij de kracht geven het grote leven te realiseren. Bij de grijze magie voegt men hier dan nog aan toe: Om mij de kracht te geven delen van het grote leven te richten, volgens mijn wil. Dit laatste zou ik u nooit aanraden.

U hebt al vaak genoeg te maken met ziekten e.d. dingen. Leer u daarbij niet op een bepaald stoffelijk resultaat in te stellen, maar u te richten op eenheid met de grote levenskracht. Dit is eenvoudig. In het dagelijkse leven doet men dit vaak onbewust door te bidden.

Bidden heeft dus wel deze werkingen, maar doe het dan eerlijk, zonder voor jezelf er iets uit te verlangen en verlang zeker niet iets, wat nauwkeurig omschreven is. Dan zult u ontdekken, dat u krachten verkrijgt, dat u de levenskrachten van anderen soms kunt beïnvloeden, terwijl u kennis verkrijgt omtrent het leven en het levende, die verder gaat dan stoffelijke kennis. U verkrijgt doorzicht en inzicht. Bovenal zult u ervaren, dat in uw eigen leven de gebeurtenissen zo wonderlijk aaneensluiten, dat zij een inwijdingsgang gaan betekenen. Deze inwijding beseffende en haar doorstaande, kunt u daaruit het grote Licht putten.

U zult hieraan misschien nog eens denken, wanneer u uw kinderen hun sterk ritmische liedjes hoort zingen, of hun geheimzinnige, haast kabbalistische aftelrijmpjes hoort zeggen. Indien u er verder op door gaat, zult u zich realiseren: Rond mij zijn voortdurend paranormale krachten werkzaam, in mij zijn voortdurend paranormale vermogens aanwezig. Door deze te benaderen volgens de wetten, die daarvoor eenmaal bestaan, kan ik het leven van de wereld en uiteindelijk ook mijn eigen leven meer inhoud en zin geven, een juistere en meer Lichtende gestalte scheppen, die leiding geeft aan het leven der mensheid.

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

Vragen

  • Zit er dan zwarte magie in de moderne tophits?

Vreemd, dat men dit zwarte magie wil noemen, alleen omdat er sprake is van een teruggaan naar bepaalde ritmen. Overigens is het geheel onjuist, wanneer men aanneemt, dat zwarte magie gelegen kan zijn in de geluidsequentie zonder meer. Zij is magisch, dat geef ik toe. Zwart-magisch wordt zoiets, wanneer men het bewust misbruikt. Ongeacht het vele schone, dat de klassieke muziek biedt, is vooral in de moderne klassieken veel van het zuivere en het natuurlijke teloor gegaan. Vergeet niet, dat de stofmens ook vele dierlijke kwaliteiten in zich kent. Deze dierlijke kwaliteiten reageren op ritmen, niet op de melodie.

Voorbeeld, het stampen van konijnen op zomeravonden. Het klinken van vele bonte spechten tegen de avond, waarbij zij afwisselend roffelen op een holle boomstam. Door een ten dele gelijktijdig en ten dele afwisselend roffelen, ontstaat een door allen gezamenlijk voortgebracht zuiver ritme. Het ritme loopt dan ongeveer 5 – 3 en kan worden uitgezet in reeksen van 8 maten. Het ritme is dus wel magisch en kan een persoonlijkheidsuitdrukking, dan wel een soort-uitdrukking worden, maar het is nooit op zich zwart-magisch. De moderne jeugd met haar moderne muziek staat vaak heel wat dichter bij de wit-magische werkelijkheid, dan de met valse sentiment omklede doedel- en dreindeuntjes, die vroeger geciviliseerde muziek heette en ook in deze dagen nog door sommigen worden verheerlijkt.

Ik spreek hier natuurlijk niet over het bouwen met klanken, zoals bv. Bach doet. Dit vergt een begrip, om magische werkingen en invloeden op de massa te kunnen geven. Juist de op zich melodische muziek, die een vals sentiment wekt en een valse wereldvoorstelling tracht te geven, zal eerder zwart-magisch zijn, dan de harde, maar eerlijker ritmen van menige moderne componist. Ook in de moderne muziek komen dergelijke gevaarlijke melodieën wel voor, bv. “Ave Maria no morro”. In de oude stijl vindt u een aardig voorbeeld in “Gebet einer Jungfrau”.

Dat er ook in de moderne muziek verkeerde klankenreeksen worden gebruikt, die de aanleiding kunnen vormen tot zwart-magische misbruiken, ontken ik niet. Ik verzet mij echter tegen de opvatting, die het moderne ritme en klankidioom, evenals modeziekten als rock ‘n’ roll als zwart-magisch wil betekenen. Dezen zijn dit zeer zeker niet. Ook wanneer zij door de wil van de mens, door misbruik dus, soms daartoe zouden kunnen worden vervormd.

  • Ik las, dat magisch geluid invloed kan hebben op de zwaartekracht. Dit zou bij de bouw van de piramiden gebruikt zijn.

Dit laatste is niet juist. Bij de piramidebouw werd gebruik gemaakt van de zonnekracht, waarmee de mens bepaalde wijzigingen van de zwaartekracht kan bewerkstelligen. Dit gebeurde toen niet altijd en overal. Het gebruik van geluid om de zwaartekracht te verminderen word wel een tijd lang sterk gebruikt in India en behoorde tot de magie van het oude Chili en de westkust van Z-Amerika. De bedoeling van de magie is dan als volgt: door het zingen van een alvattende klank, wordt een deel der materie a.h.w. gebroken. Dit bracht met zich het vrijkomen van kracht, die tijdelijk aan een magnetisch veld gelijkt, dat slechts één pool heeft. Het gevolg is, dat tijdens het bestaan van dit veld – ongeveer 1/500 seconde – een veldkrachtvermindering optreedt, die een enorme gewichtsvermindering heeft, omdat de aarde gedurende dit moment met een deel van haar massa afstoot. Woorden, die hiervoor werden gebruikt, waren o.m. “Amsoetoe” in Amerika en “Aum” in India en de Karakorum. U ziet, dat dit mogelijk is. Ook de materie gehoorzaamt het geluid. Voorbeelden vindt u in meer begrijpelijke zin, ook in het breken van een glas door zang, het door een bepaald ritme breken, of kristalliseren van metalen. De mogelijkheid om een geluid te maken, dat de zwaartekracht tijdelijk verandert of opheft, vindt de mens maar zelden. Het vraagt een zeer grote kennis, zowel van klanken als materie en omstandigheden. Zou een niet-ingewijde dit trachten te doen -of niet-ingewijden zonder leiding van een ingewijde – dan zouden hieruit niet te onvoorziene rampen voort kunnen komen.

  • Zijn de negers zich bewust van het feit, dat zij zozeer door magie geleid worden?

De gewone neger is zich van die invloed wel degelijk bewust. Wij dienen echter te stellen, dat de voornaamste magie – die dus algemeen voorkomt – hoofdzakelijk op suggestie berust. Veel van deze magie is dus eigenlijk toegepaste psychologie. Wat betreft de groene magie – niet zwart, maar groen, omdat hierbij natuurkrachten de hoofdrol spelen – van Afrika, kan worden gezegd, dat deze overal ter wereld ongeveer gelijk wordt beoefend. Ook de in Afrika voorkomende formulemagie vinden wij overal, bv. als eedvorm voor het gerecht enz. De kern van alle magie is meer eensluidend dan de oppervlakkige verschijnselen en vormen zouden doen vermoeden. Hiervan is de neger zich niet bewust, tenzij hij magiër is. Van de meer normale magie is de neger zich meer bewust dan u, omdat zij voor hem een normaal deel van zijn leven vormt, terwijl u in het westen de magie slechts onbewust ondergaat. Gezien het grote element van suggestie, dat in de in Afrika aanvaarde magie schuil gaat, kan deze zeer eenvoudig worden omgezet in meer positieve waarden, waardoor zij de bewustwording van de negers aanmerkelijk kan helpen bevorderen.

  • Is het vuurlopen in Afrika mogelijk door het ritme van de tamtam?

Dit is niet in de eerste plaats te danken aan ritme. Vuurlopen komt haast bij alle primitieve volkeren voor. Wij vinden het evenzeer op de Fiji eilanden in Z-Amerika, zelfs op IJsland bestaat nog een vuurloop cultus, die tegenwoordig verborgen blijft en weinig leden kent.

Men gaat uit van de principes van voodoo: Door zang, ritmen en bewegingen brengt men de  mens in een toestand, waarbij de zintuigen niet meer reageren. Hij verkrijgt dan door zijn geloof tevens een abnormale beheersing over alle delen van zijn lichaam. Men denke hier ook aan de derwisjen, die zich met zwaarden, dolken enz. plegen te doorsteken, maar geen grote wonden vertonen, geen littekens overhouden en zeer snel geheel genezen zijn. Dit principe maakt het vuurlopen mogelijk. Een groot deel van het vuurlopen berust op bedrog. Men loopt op gloeiende stenen. Men maakt gebruik van ertshoudend gesteente, dat snel warmt en gloeit. Daartussen schuift men onopvallende enkele koude platen van niet ertshoudend gesteente. Deze stenen isoleren a.h.w. de warmte. Degene, die weet, waar zij liggen, kan zonder schade over het gloeiende dek lopen. Op de Fiji ’s maakt men gebruik van bastpoeder, gemengd met sappen tot een soort papje, dat de voetzolen en de niet door kleding bedekte delen van het lichaam beschermt. Het gevolg is, dat men, mits men zich snel en gelijkmatig genoeg beweegt, geen brandwonden zal krijgen, terwijl geen blaarvorming bij verbranding optreedt. De kleding zal vaak smeulen door de grote hitte, wat natuurlijk grote indruk pleegt te maken en suggestief werkt.

In de magie geldt: Op het ogenblik, dat de mens zich en zijn zintuigen vergeet, komt hij tot maximale prestaties van het lichaam, zodat de weefsels beter en vlugger dan anders zullen kunnen compenseren voor sneller veranderingen, zich beter aanpassen dan anders het geval zou kunnen zijn. Het is zo mogelijk voor de mens vele normaal gevaarlijke toestanden zonder meer te doorleven, mits hij in voldoende mate in verrukking komt. In Afrika bereikt men de toestand van verrukking vaak door het geluid van trommels en bepaalde dansen.

  • Kunt u algemeen geldende werkingen van kleuren noemen?

Tamelijk algemeen, diep blauw en purper: Rustgevend, of slaapverwekkend.

Zwart: Onrustwekkend.

Lichtgeel: Zonnig, opwekkend, opbeurend, genezend.

Donkergeel: Onrustwekkend, oorzaak voor prikkelbaarheid.

Koud blauw, staalblauw: Wekt gevoel van koude.

Rood in warme tinten: Warmte.

Niet helder rood en bv. karmijn: Hartstocht wekkend.

Het zwaartepunt voor deze bijeenkomst is gelegen in hetgeen paranormale krachten voor u en de wereld kunnen betekenen. Ik zou u een bestuderen en eventueel toepassen van wat ik deze bijeenkomst naar voren bracht dan ook wel aan willen bevelen. Onthoudt goed: Er hoeft geen wereld onder te gaan, geen mens te sterven, geen lijden te zijn, zelfs voor ons geen duister te zijn. Wij zijn in het leven gekomen als wezens van Licht en zullen dit Licht mogen beleven tot het einde der tijden, indien wij ons van dit wezen bewust zijn. Daartoe dienen wij ons voortdurend de kracht van het Goddelijke in onszelf te realiseren en ons de kracht Gods steeds weer voor te stellen.

Hoe meer wij ons de kracht Gods zullen realiseren, hoe meer wij deze krachten zullen moeten delen met anderen. Alleen zo wordt deze voor ons geheel merkbaar en kunnen zij haar volheid voor onszelf geheel ervaren en appreciëren.

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

 Esoterische beschouwingen 

De broederschapsgedachte.

Bij onze esoterische beschouwing van deze bijeenkomst zou ik gaarne de broederschapsgedachte nader met u bezien. Het is wonderlijk, dat de mens juist in de esoterie de waarde van de werkelijke broederschap geheel over het hoofd ziet. Wij ontlenen onze geestelijke krachten natuurlijk hoofdzakelijk aan het eigen ik en de Goddelijke uitingen daarin.

Hoe zouden wij zonder een kennen van de wereld bewust kunnen leven? Elke mens, elke geest, kan alleen verder komen in zijn bewustwording, wanneer hij ook een punt van vergelijking heeft. Deze mogelijkheid tot vergelijken vinden wij in de wereld rond ons. Wanneer wij geschillen gaan zien en verschillen gaan maken, zijn wij al snel geneigd de wereld buiten ons nu maar geheel terzijde te stellen. Wij zoeken niet naar het positieve in de mens en wat ons met de mensheid kan binden – dus ook met alle geest, die uit de mensheid is voortgekomen – maar zoeken naar wat ons scheidt van de mensen. Daar maken wij een grote fout, waar wij ook het geheel niet zo zullen kunnen begrijpen.

Er was eens een impressionist, die een wondermooi schilderij had gemaakt, dat een landschap op een Zuidzee-eiland weergaf. Toen dit ten toon werd gesteld, bleken enkele critici te vallen over de penseelvoering, het ontbreken van vaste lijnen en het niet op de klassieke wijze toepassen van kleurcontrasten. Zij zagen daardoor niet, wat het schilderstuk in feite inhield. De schilder is nu zeer beroemd, ook al vertoeft hij aan onze zijde. Het schilderstuk geeft velen ook nu nog een beleven van schoonheid. De critici zijn allang vergeten. Hun fout was gelegen in hun onvermogen de gedachte aan te voelen, die al deze fouten en onvolkomenheden tot een grootse schoonheid samenvatten. De mensheid is eigenlijk een soortgelijk schilderstuk. Ook al hebben wij voortdurende kritiek op het gebeuren, de penseelvoering, en aanvaarden wij de contrasten niet als redelijk, zo vormen wij toch allen tezamen een beeld, dat God van Zich maakte in de Schepping. Juist daarom dienen wij één te zijn, juist daarom zijn wij broeders.

Wanneer u het pad der inwijding begint te gaan, valt het u wel moeilijk zo maar aan te nemen, dat de grootste idioot en stommeling evenzeer uw broeder is en even gelijkwaardig met u als de hoge meester, die u inwijdt in de laatste geheimen. Toch is dit zo. Wij zijn boven al broeders. Op het ogenblik, dat wij tijdens de inwijding trachten de broederschapsgedachte terzijde te stellen, zullen wij niet meer kunnen slagen. Op het ogenblik dat wij zoeken naar het ware ik en de Goddelijke kracht, die ook in dat ik leeft, maar het één zijn met de mensheid trachten te verwerpen, zullen wij niet slagen. Zelfs indien men de gedachten van eenheid wel kan aanvaarden, bestaan er nog grote verschillen van opvatting omtrent broederschap.

Voorbeeld: twee mensen gingen de weg naar de hemelpoort. Zij deden het op hun gemakje aan. “Wij hebben elkaar als broeders zo lief. Onze eenheid kan in de hemel hoogstens meer waar zijn, maar niet anders. Daarom plukten zij hier eens een ster en hielden zij daar uitvoerig rust. Petrus vond dat niet leuk. Toen zij dan ook aan de hemelpoort kwamen, vertelde hij hen, dat zij veel te laat waren. De twee protesteerden: “Wij hebben elkander toch lief gehad als broeders?”

Petrus trok een ambtelijk gezicht en baste: “Ik zal een adjunct-commissie van de Registratie van Goede en Kwade Daden laten halen. Die zal dan wel u voorlichten over de beslissing, die in uw geval is genomen”. Dat is in deze dagen normaal, want in deze ambtelijke tijden is zelfs Petrus een soort hemels ambtenaar geworden. Even later verscheen de engel van de Registratie, pen achter het oor en in zijn witte gewaad een zakje met vele kleurige ballpoints. In zijn handen droeg hij enkele kaarten uit het moderne hemelse kaartensysteem en begon voor te lezen. Even later schraapte hij zijn keel en merkte op: “Het komt er allemaal op neer, dat u elkaar zo broederlijk liefhad, dat u voor elkaar andere mensen steeds heb verwaarloosd en wel 1679 keren. U hebt zoveel over uw broederschap gesproken, dat u niet bemerkte, dat anderen gebrek leden: 229 keren. U hebt met uw ideeën van broederschap zozeer u verheven geacht boven anderen, dat u de waarheid, die in hen school, niet wilde erkennen. Aantal keren: Beperkt oneindig. Dit, mijne Heren, is voldoende om u in uw ogenblikkelijke geestelijke toestand de toegang tot het hemelrijk te weigeren”.

De twee besloten in hoger beroep te gaan. Dat kon. Zij werden naar een zijdeurtje gestuurd, dat heel dicht bij de hel ligt. Dat is efficiënt, omdat de meeste klanten met een beroep tegen een uitspraak van het hemelse hof daar toch uiteindelijk heen moeten. Daar gaf men hen formulieren in te vullen, steeds maar weer formulieren, tot zij dodelijk moe waren van al die papieren en een van hen uitriep: “Is het dan niet voldoende, dat wij mensen zijn?” Het antwoord kwam onmiddellijk en was onverwacht: “Dit is het eerste bewijs, dat u nog niet helemaal verdwaasd zijt met uw ideeën van broederschap”. Inderdaad, werkelijk mens te zijn, is reeds voldoende om het Koninkrijk der Hemelen binnen te gaan. Maar werkelijk mens zijn, wil zeggen: mens zijn met de mensen. “Ga terug en tracht dit te bereiken”. Zo zijn de twee teruggekeerd op de wereld om niet slechts broeders, maar ook mensen te worden. Zonder zich minder broeders te achten, of elkaar te verwaarlozen en te haten, trachten zij nu de broederschapsgedachte allereerst t.o.v. andere mensen tot uiting te brengen. Het gaat er niet om een broederschap te aanvaarden en te gevoelen, wanneer dit strookt met eigen verlangen of inzichten. Broederschap te gevoelen voor heel de mensheid is noodzakelijk.

Er kwamen eens een aantal andere broeders aan de hemelpoort. Het was een hele club. Hoe zij daar allen tezamen opeens voor de hemelpoort terecht kwamen, weet ik niet meer, maar ik vermoed, dat de oorzaak een transportondernemer was, die de remmen van een autobus niet tijdig na had doen stellen, met alle gevolgen van dien. In ieder geval stonden er 39 mensen voor de poort. Als een spreekkoor riepen zij: “Wij allen zijn broeders en ingewijden, wij wensen toegang!”

Petrus werd er gewoon zenuwachtig van en voelde zich een ogenblik als een Belg in de Congo. Met enkele rukken van zijn lange en goed gefriseerde baard en een verschuiven van zijn heiligenkransje vond hij zichzelf terug, genoeg om op te merken: “Met welk recht?” De opsomming volgde onmiddellijk. De heren hadden samen ontelbare filosofische debatten gevoerd. Zij hadden zich bezig gehouden met de Goddelijke waarden, hadden de Goddelijke mathematica bestudeerd, waren astrologen en sommigen van hen waren reeds vaak uitgetreden naar hogere sferen. Of Petrus nu a.u.b. dat hek maar even open wilde doen. Petrus telefoneerde onmiddellijk naar de cartotheek. Toen bleek, dat niemand van hen naar binnen mocht. Er werd in bijzijn van alle 39 onmiddellijk uitspraak gedaan: “Gij, die meende voldoende aan de wetten der mensheid en de broederschap der mensheid voldaan te hebben door elkander als broeders te beschouwen, gij hebt vergeten, dat er een wereld bestaat. Leert, dat er een wereld bestaat en aanvaardt haar. Zo u dit niet wenst: Ga tot het duister, opdat u in eenzaamheid zult mogen leren, dat elke band belangrijk is”. De 37, die in het duister zijn, hebben wij nog niet terug gezien, maar de twee anderen maken het goed.

Er zijn zoveel mensen, die menen, dat broederschap in de esoterie betekent een kringetje van ingewijden. Men spreekt dan ook binnen deze kringen elkaar trouw aan als broeder en zuster.

Maar: “o wee” als een ander komt. Dat is een ongelukkige, dolende ziel. En als zo iemand zich dan niet wil laten redden, een verdoemde. In het beste en meest esoterische geval is het maar een gewone mens, die nog geen enkele graad van inwijding heeft bereikt. Onbelangrijk. Daarin schuilt de fout. Wanneer je meent meer te weten dan een ander, wanneer je misschien een inwijding mag ontvangen en werkelijk verder komt dan anderen, word je aansprakelijkheid voor die anderen zoveel te groter. Je kunt niet in waarheid tot jezelf doordringen, wanneer je tegelijk alle verantwoordelijkheid t.o.v. de mensheid en de wereld opzij zet.

Ik hoor enkelen innerlijk mompelen: Maar is esoterie dan niet de weg tot innerlijk erkennen? Zeker, maar in u leeft de wereld, zoals buiten u. Alles, wat u doormaakt, niet in één enkel leven, maar in alle levens, die u gekend hebt, of ooit zult beleven, alles, wat deel uitmaakt van uw wezen, tot de eenvoudigste gevoelens en impulsen toe en alle associaties met alle werelden, die voor u ooit mogelijk zijn, vormen een wereld, die binnen het Ik bestaat. Het Ik is eigenlijk niets anders dan een wereldje, dat zo dadelijk in het sterrenstelsel van de geest zijn plaats zal moeten zoeken en innemen. Als dat innerlijke wereldje niet harmonisch is, zal het nooit zijn ware plaats kunnen bereiken binnen de kosmos en tot een zo grote evenwichtigheid komen, dat het zich in de werelden niet meer ziet als een toneel van strijd, maar als één kosmisch geheel.

Hierin is noodzaak tot broederschap nu gelegen. Alleen kun je niets, ook niet in esoterische zin. Slechts in eenheid met anderen kun je iets betekenen en iets bereiken. Welke eenheid? Het is niet uw taak nu maar zonder meer aan alle wensen van de wereld gehoor te geven. Het is geen plicht elke dwaas te gehoorzamen. U hebt uw taak. Een zending, die voortkomt uit het bewustzijn, dat u in u draagt. U mag wel degelijk uzelf zijn, maar nooit mag u zich in de wereld laten misleiden door vooroordelen of haat. In de wereld zult u nooit mogen wijken van het pad der eenheid en der hoogste bereiking door gemakzucht of begeerte.

In het innerlijke zoeken naar kosmisch bewustzijn, dient u te allen tijde uw hoogste kosmisch besef uit te drukken in alle delen van het zijn. In gedachten door het uitzenden van gedachten en weten, maar in de stof ook metterdaad en te allen tijde. Altijd weer dient u zo bewust mogelijk te leven, te denken en te handelen als deel Gods. Op de wereld zien wij vele opponenten, die onsamenhangend lijken. Wij zijn dan geneigd ons in onszelf terug te trekken en menen al snel door de wildernis van menselijke gevoelens heen te kunnen dringen. Het is daarin zo somber en tropisch verward als in het diepste oerwoud en even vol is met allerhande giftige dieren, vol ongewenste gedachten, die dodelijk kunnen zijn voor alle geestelijk bereiken, dodelijke gifslangen, zowel als de hinderlijke parasieten, die je belemmeren voort te gaan of je hinderen.

De mensen menen, dat het voldoende is in die warwinkel door te dringen en te kunnen zeggen: “Maar hier hebben wij dan de klare geest, dit is mijn Ik.” De waarheid is, dat u altijd weer terug zult moeten naar de wereld buiten u. Zelfs de kennis van het grootste heiligdom, dat in u schuilt, het kosmische Licht, is niet voldoende om u boven het mens-zijn en deelhebben aan de wereld te verheffen. U zult telkens de tocht moeten maken door het giftige woud van angsten en gevoelens, van begeerten en sentimenten. Daaraan zult u nooit kunnen ontkomen, behalve wanneer u een verandering weet te brengen in uw geestelijke dimensies. U zou het uzelf mogelijk moeten maken om a.h.w. als een vogel weg te wieken over dit deel van uw wezen. Dit kunt u alleen door de sfeer van eenheid en broederschap.

Er is veel uit de oudheid vergeten geraakt. Eén enkele van deze gedachten en spreuken zou ik uit een m.i. ontijdig graf willen redden: Eens was er een tijd, dat de Vikings hun kapiteins en burgheren kozen. Deze krijgsheren legden een zeer eigenaardige eed af ten overstaan van hun volgelingen. Mijn inziens zou deze eed passen voor elke mens, die esoterisch wil leven en streven. Hun belofte luidde: “Ik, … (naam) aanvaard het gezag door de kracht der Goden en het bloed mijner vaderen in mij gelegd. Ik beloof u te dienen en te voeren naar mijn beste vermogens. Ik beloof niet te rusten, zolang gij vermoeid zijt en niet rusten kunt, niet te eten, voor gij verzadigd zijt en steeds met u te gaan, ongeacht mijn eigen wil, indien dit noodzakelijk is, om datgene te veroveren, wat de Goden ons willen schenken”.

Deze eed werd niet alleen afgelegd tegenover de krijgers, maar ook ten overstaan van de horigen, die deel uitmaakten van een expeditie of bezetting. Vergeet hierbij niet, dat de gezaghebber heer was over leven en dood. De kapitein had het recht om, wanneer de draak te zwaar belast was, enkelen van zijn volgelingen te bevelen over boord te springen. Hij had het recht, wanneer dit voor het behoud van zijn schip noodzakelijk was, weg te varen, ook al waren de edelste mannen nog aan wal en werden zij zo tot prooi van zijn vijanden. De man, die vrijen en slaven gelijkelijk zonder meer kan laten sterven, belooft dienstbaarheid aan allen. Hij belooft niet te zullen eten, zolang anderen nog honger hebben. Hij belooft niet te zullen rusten, voor alle anderen gerust hebben. Dat is het ware idee van broederschap: hoe ouder en wijzer de broeder is, hoe groter de verantwoordelijkheid tegenover anderen, hoe groter ook zijn gezag en vermogen. Maar voor alles, hoe meer hij juist zal moeten denken, werken en zwoegen voor de anderen.

Esoterisch gezien zou je de mensheid kunnen zien als een soort clan, een gemeenschap, waarin alle gezag aan één, of enkelen gegeven is, want voor alle mensen en het meest nog wel voor hen die inwijding zoeken, is er ergens een meester. Ergens boven alle dingen is de macht, de Lichtende kracht, m.a.w. noemt u die God. Onder elkaar zijn wij verplicht tot trouw, tot onderlinge steun zonder aarzelen of voorbehoud. Onder elkaar zijn wij verplicht, mens en geest, als eenheid te handelen en te denken. Wanneer wij een mens zouden schaden of vernietigen en dit niet doen ten bate van heel de mensheid, indien wij een deel van de mensheid onrecht aan doen, zelfs al geschiedt dit ten voordele van een ander deel van de mensheid, zo zijn wij schuldig. Wanneer wij lichtende kracht hebben en deze slechts voor enkelen reserveren, zijn wij schuldig. Wij moeten één zijn.

Die eenheid kan ik misschien het beste zo uitdrukken: Wanneer je de grote mieren van de Amazone beziet, vallen onmiddellijk de soldaten of vechtmieren op. Er is geen dier en geen leger, dat in deze streken meer wordt gevreesd, dan deze mierenhorden. Waar zij langskomen, laten zij alleen dood en verlaten land achter. Het vreemde is, dat de duizenden mieren van zo’n volk werken en reageren als één geheel. Zonder enige aarzeling zullen zich delen van het geheel opofferen, terwijl het geheel zich rustig zal voeden met de slachtoffers, die zo zijn gevallen. Voor de mieren is dit alles normaal, omdat het geheel de eigenlijke, de alle ik-heid dominerende persoonlijkheid is. Misschien is dit geen denkende persoonlijkheid volgens menselijke maatstaven en is dit wezen wel zeer complex.

Maar er is een bewustzijn, dat alle delen van dit wezen omgeeft, alsof er een geest zou zijn boven de individuele soldaten, een geest, die hen stuurt, een geest, die allen hun taak wijst en zegt: dit zal de spits zijn, dezen vormen de verkenningscolonne, dat is de achterhoede en dezen zullen tot dragers worden.

De wereld is tenminste even complex als deze mierenmaatschappij, zo vreemd het u moge klinken. Ook u hebt boven u een geheel, een entiteit der mensheid. Aan die entiteit bent u verantwoording verschuldigd. U kunt daaraan niet ontkomen. Het geheel van de mensheid zal voor u of tegen u spreken. Spreekt men voor u, dan is dit een spreken in uw eigen wezen. Hierdoor verkrijgt u dan een bewustzijn, waarin alle menselijk bewustzijn zich binnen u uit. Indien de mensheid tegen u spreekt, dan zondert het u af van het mens-zijn. Dan komt u in een duister, waarin geen Licht meer aanvaardbaar is. U hebt binnen het geheel der mensheid uw eigen taak, evenals elke mier te midden van de soldatencolonne een eigen taak heeft gekregen.

Soms zijn er offers nodig. Bij de mieren kan het voorkomen, dat een deel van het volk wordt veroordeeld, zich met de bijtkaken aan elkaar te hechten en zo een brug te vormen, waarover de anderen verder kunnen gaan. Andere delen van het mierenvolk worden soms veroordeeld een eerste aanval op een dier of mens te doen, terwijl het zeker is, dat zij daarbij verpletterd zullen worden. Zo kan het u ook gaan. U staat hier te midden van de mensheid en krijgt uw taak toegemeten. Die taak ligt niet alleen in het stoffelijke bestaan. Leven zult u altijd. Wanneer een mier sterft, is er sprake van een klein bewustzijn, dat tot het grote bewustzijn terugkeert. Als een mens sterft, of ondergaat in de vervulling van zijn taak, dan is er voor anderen vaak alleen wat licht te zien, dat zich bij het grote Licht voegt. Maar wij weten, dat het kleine deel daarbij zijn bewustzijn helemaal bewaart.

Een mens kan niet ondergaan. Indien het voorgaande juist is, kun je dan ook nooit verwachten tot een bereiking te komen door je af te zonderen van het geheel. Dan is de kluizenaar, die zich in de eenzaamheid terugtrekt om zijn God te zoeken en de mensheid veracht, een mislukkeling, want hij beantwoordt dan niet meer aan zijn taak binnen het geheel. Een esotericus, die het zonder de mensen denkt te kunnen stellen, zal moeten ervaren, dat hij zonder die mensheid in zich nooit de waarheid kan vinden. Hij staat voortdurend tegenover de complexe vragen van de wereld en herhaalt eindeloos en zonder antwoord zijn: Wat ben ik? Hoe ben ik? Waarom ben ik?

Degene, die de eenheid vindt met de mensheid in het Licht en de kracht, die de mensheid regeert, vindt het weten omtrent de mensheid daarin ook het hoe, het waarom en het wat omtrent zichzelf.

In deze dagen lijkt het wel eens, of de broederschapsgedachte onder de mensen teloor is gegaan. De mensheid staat in blokken tegenover elkaar. Er zijn vele staten die zich oproerig gedragen; overal hoort men over grote schandalen. Je vraagt je dan wel eens af: Wat moeten wij nog met die wereld doen, wanneer wij innerlijk willen streven, indien wij esotericus willen zijn? Hoe is het in het gezin? Zijn daar de groteren en wijsoren niet mede verantwoordelijk voor de fouten van de kleineren? Is het niet zo, dat in het gezin de maatstaven niet worden aangelegd aan de hand van de gebeurtenissen, de verrichte daden, of volbrachte taken alleen, maar ook aan de hand van de leeftijd, die men bereikt heeft? Zullen binnen het gezin de broers niet soms met elkaar twisten of vechten, ofschoon zij gezamenlijk pal zullen staan tegenover al het andere.

De mensheid is nog verdeeld. De mensheid is zich van haar eenheid, van de noodzaak tot broederschap niet bewust. Wanneer nu ook de esotericus nog faalt en zich in de verwarring stort van meerwaardigheidswaan en afzondering, wat blijft er dan van de mensheid nog over? Het is noodzakelijk, dat juist degenen, die nog naar innerlijke kennis en wijsheid durven streven, de verantwoordelijkheid leren dragen voor alle mensen, die nog jonger en dwazer zijn. Het is belangrijk, omdat wij enkel gezamenlijk tot de grote bewustwording kunnen komen.

Wanneer ik zo over broederschap spreek, schiet mij nog iets te binnen: Het begrip wijsheid. Er bestaat namelijk in de esoterie een innerlijke wijsheid en een uiterlijke wijsheid. De uiterlijke wijsheid berust op kennis en het toepassen daarvan. De innerlijke wijsheid daarentegen berust op een soort proeven en innerlijk beseffen van toestanden en mogelijkheden, vooral een kennen, of beter nog erkennen van geestelijke tendensen. Onze grote innerlijke wijsheid kunnen wij alleen verwerkelijken, wanneer wij de mensheid aanvoelen. Wij moeten a.h.w. horen, hoe daden en mogelijkheden in ons klinken. Wij zullen de geestelijke wijsheid niet kunnen bereiken of hanteren, wanneer wij steeds alles willen beredeneren. Heel vaak is de esotericus geneigd juist deze innerlijke wijsheid terzijde te laten. Ik kan mij dit wel voorstellen, waar het voor een mens moeilijk is om afstand te doen van redelijk overleg. Het is erg moeilijk alleen maar te reageren op hetgeen je in je gevoelt, wat in je leeft en je te onthouden van een beredeneren daarvan. Toch is de innerlijke wijsheid voor alle mensen en geesten ’t meest belangrijk.

Ook u bent in wezen geest. Als esotericus weet u dit en heeft u waarschijnlijk verschillende fasen van geestelijk zijn al meer of minder intens ervaren. Uw geest reageert op het totaal bewustzijn van de mensheid. Deze geest put verder uit alle werelden, die voor haar toegankelijk zijn. Zij kan dit voor u niet volgens stoffelijke waarden rationaliseren. Wel kan zij u haar inzicht, weten, aanvoelen en begrijpen van Goddelijke bedoelingen zowel als natuurlijker ontwikkelingen in het weten leggen als een soort gevoel. Zo helpt de geest als geheel, u én als esotericus en mens de meest juiste weg te kiezen. De meest juiste weg is overigens niet altijd de gemakkelijkste en u zult, wanneer u deze weg volgt, wel eens het gevoel krijgen, dat u voor gek staat, maar met de redelijke wijsheid zult u nooit dezelfde resultaten kunnen bereiken.

image_pdf