Magie in praktijk en seksualiteit 

image_pdf

16 juli 1959

Hebben wij in dit jaar hoofdzakelijk de magie van het woord gebruikt om u onbewust te beïnvloeden, in het komend jaar zullen wij trachten dit te doen met een meer praktisch onderricht erbij. U moet niet verwachten dat wij u nu onmiddellijk gaan leren hoe u de magie kunt hanteren. Dat is praktisch onmogelijk zeker op korte termijn en in een gemengd gezelschap. Maar wat wel mogelijk is – wij kunnen proberen u iets meer inzicht te geven in de achtergronden die er bestaan en tenzij u andere wensen heeft – wij zijn met een klein gezelschap vanavond dus u kunt ook eigen wensen naar voren brengen – lijkt het mij wel aardig om juist eens te spreken over die achtergronden van hetgeen wij het volgend jaar verder willen gaan uitwerken. Voor degenen die in de inwijdingsschool hebben meegelopen zal dat “oud werk” zijn, maar dan hebben wij het meteen eens vastgelegd voor de esoterische groep.

Wanneer wij spreken in de zin van de esoterie, dan gaat het, over het algemeen in de eerste plaats over het eigen innerlijk van de mens. Maar de erkenning van het ik gaat gepaard met een beheersing van de wereld. Dat is een wisselwerking. De moeilijkheid is die wereld je juist te realiseren en vooral – misschien wel het moeilijkste – om je los te maken van de vele beperkte voorstellingen, die je eigen wereld uitmaken.

Wij weten – en dat weet men op aarde ook – dat men niet kan volstaan met de 3-dimensionale verhouding, zoals die op aarde nu eenmaal tot uiting komt. Er moeten meer meetbare waarden zijn die alle elkaar beroeren en in een schema onder een hoek van 90 gr. Het blijkt dat het minimum, dat een mens kan aannemen 4 dimensies behelst. Dus 4 meetbare waarden.

Maar wanneer wij verder gaan kunnen wij dat aantal dimensies aanmerkelijk uitbreiden en kunnen wij komen tot een systeem van 7. Dit systeem van 7 bestaat uit 3 verschillende werelden, die elk met elkaar 2 dimensies gemeen hebben.

Zo bekijkt dat deze werelden elkaar niet kunnen erkennen: omdat 1 factor wegvalt. U zult zeggen: als er 2 afmetingen aanwezig zijn, dan moet het toch voor mij kenbaar zijn. Ja, maar de afmetingen in een dimensionaal stelsel worden niet alleen gebruikt om daarmee dus lijnen aan te geven maar ook krachtverhoudingen. Om een 3-dimensionaal veld met de daarin bestaande verschijnselen te kunnen handhaven moeten er inderdaad 3 verschillende stromingen zijn, waarbinnen de lijnen van elke dimensie kunnen worden afgetekend. Als u het zo bekijkt, zal het u ook duidelijk worden dat een groot gedeelte van de magie dus berust op het gebruik van krachten uit een ander dimensionaal stelsel. En in de tweede plaats, dat onze zelferkenning nooit gebaseerd kan zijn op een erkenning van één wereld alleen, maar dat ze altijd moet worden uitgebreid tot het erkennen van het totale stelsel, dat onze eigen bestaanscyclus behelst.

In de realiteit van de magie vinden we verder nog een gebied, dat heel veel te maken heeft met de mens zelf. Het blijkt n.l. dat een betrekkelijk groot gedeelte van de magische werkingen kan worden teruggebracht tot erkenbare psychologische werkingen en dat wetten van de psychologie en dieptepsychologie in vele gevallen absolute toepassing vinden in de magie. Op het eerste gezicht lijkt het nu of deze magie zich voor een groot gedeelte bezighoudt met fantasiewerkingen, gedachtewerkingen. Dat is in zoverre juist, dat de mens niet kan komen tot een realisatie van die gebieden dan door zijn gedachtewerking en zijn gevoelswereld. Maar die werkingen bestaan ook elders. Ze zijn daar niet uitdrukbaar, niet in de mens terug te vinden en worden verwaarloosd, maar ze zijn er. Wij zouden zover kunnen gaan, dat wij althans een groot gedeelte van de werkingen, in de dieptepsychologie omschreven, kunnen rubriceren als behorend tot een ander dimensionaal stelsel.

Onze belangstelling zal nu in de eerste plaats waarschijnlijk uitgaan naar het spectaculaire.

Een mens wil graag wonderen zien. Maar men vergeet er weer één ding bij: Wat je ziet is een resultaat, geen werking. Om een heel eenvoudige vergelijking te gebruiken: Wanneer u een radiotoestel krijgt uit de fabriek, dan is dat de uitdrukking van een productieproces plus kennis plus bestaande kennis van wetten plus het bestaan van onzichtbare velden, want anders zou de werking van dat apparaat niet mogelijk zijn. Er zit in: elektriciteit, kennis van magnetisme, kennis van geluidsgolven en daarnaast kennis van de mogelijkheid bepaalde trillingen te beheersen. Dat alles weet u niet. En nu krijgt u een radiotoestel. Als er nu eens geen zenders zouden zijn, zou dat toestel nutteloos voor u zijn, nietwaar? Zo is het nu ook wanneer wij de psychologie alleen maar willen toepassen op de magie en we zeggen “het is een fantasiewereld”, dan hebben wij wel de ontvanger, maar wij weten niet waar de geluiden vandaan komen, wij kunnen de zaak niet afstemmen, we zitten in het wilde weg te zoeken. Wij hebben zelfs niet de mogelijkheid om een meetzender te gebruiken en dus onze schaal a.h.w. te ijken. Pas wanneer wijzelf in staat zijn bepaalde krachten te genereren (dus voort te brengen uit onszelf) wordt het mogelijk dank zij deze krachten een vergelijking te maken met de in ons wezen ontstaande reacties. Deze reacties kunnen van buitenaf komen, ze kunnen ook van binnenuit komen (van de ziel uit), maar daarmee hebben we weinig te maken. Ze zijn er. Wanneer wij een paar verschijnselen vanuit onszelf kunnen veroorzaken, kunnen wij het proces althans beheersen. En dan nog zijn wij gebonden aan het verschijnsel.

Degene, die een radiotoestel kan ijken en dus kan afstemmen op bepaalde stations, heeft ongetwijfeld al veel bereikt. Maar wat hij nog niet bereikt heeft – is het begrip, waardoor hij wanneer het nodig is – zelf een dergelijk apparaat tot stand kan brengen of zelf een zender kan maken. Begrip van de processen is noodzakelijk. En begrip van de processen kan alleen berusten op een kennis van andere dan algemeen aanvaarde wetten. Wetten die behoren tot andere werelden, die in een dimensionaal stelsel dus anders liggen en anders gegroepeerd zijn.

Wanneer wij van onszelf uitgaan – en dat zullen wij in een esoterische groep toch altijd proberen te doen – dan komen wij tot de conclusie dat ons eigen wezen verdeeld is in verschillende op zichzelf werkende factoren.

In de eerste plaats heb ik mijn weten.

In de tweede plaats mijn onbewuste weten.

In de derde plaats mijn aanvoelen.

In de vierde plaats de draagverschijnselen (dus de wereldwaarden die zowel geestelijk als stoffelijk in me zijn vastgelegd).

In de vijfde en misschien wel de laatste maar zeker niet de onbelangrijkste plaats: de erkenning van het onbekende.

En al die factoren samen maken je leven uit. De groepering van die factoren is volkomen willekeurig. D.w.z. dat u wel iets aanvoelt, u reageert wel, maar u weet niet waarom. U kunt misschien een enkel verschijnsel veroorzaken, bv. met een mes op een porseleinen bord krassen. (Een heerlijk geluid, het gaat je door merg en been.) U kunt dat reproduceren, maar weet u waarom die reactie optreedt? Dat is niet omdat u die toon alleen hoort, maar omdat u hem ook lichamelijk aanvoelt. Hij heeft n.l. een frequentie, die niet alleen het gehoor betreft maar die de zenuwuiteinden, zoals die in de huid verwerkt zijn (in de tweede laag van de huid) ook mede aanspreekt. Het gevolg daarvan is weer een overbelasting van het zenuwstelsel en daaruit het onbehagen. Daarom is het ook mogelijk iemand gek te maken met geluid.

Wanneer we dat ook bekijken, kunnen we tot de conclusie komen dat we met geluid veel kunnen doen. En dat geluid wordt dan magisch gebruikt. Dat hebben wij hier ook gedaan in deze kring, dat hebt u vaak genoeg gemerkt. Dit produceren van het juiste geluid, de juiste trilling geeft ons een zekere macht over onze omgeving. Maar het erkennen van de inwerkingen die een geluid op ons heeft betekent ook weer voor ons een zeer belangrijk punt: een erkennen van een invloed van buitenaf. En het erkennen van een invloed is het begin van een beheersing.

De kwestie waar het nu voornamelijk omgaat – althans in het begin – is te komen tot een begrip van wat er buiten je bestaat, het toepassen van die kennis op jezelf en zo beter begrijpen wat jezelf beweegt. Zelfkennis is zowel in de magie als in de esoterie, een eerste vereiste. Je kunt wel zeggen: “Ja, maar ook zonder zelfkennis kun je zekere dingen bereiken”.

Inderdaad. Maar dat is dan toch wel een ietwat onplezierig iets. Want als je het bereikt zonder zelfkennis, weet je nooit precies wat je gaat bereiken. Dan ben je als een kind met een experimenteerdoos op chemisch gebied, het kind wil misschien een mooie kleur maken en het produceert in feite een verschrikkelijke stank. Wanneer je op die manier werken moet kom je niet verder. Dan hoor je de mens zeggen: “Ja, maar als ik nu maar de regels weet”. Aan die regels hebt u niets wanneer u niet die beheersing hebt. En dat is nu juist het typische verschijnsel. Je moet dus in de eerste plaats de beheersing hebben, dan kun je later de kennis vanzelf wel vergaren: dan kom je wel verder. De instelling van het “ik” is het meest belangrijke in de magie en die kan alleen gebaseerd zijn op een steeds groter begrip voor de processen, die zich in je afspelen.

Dan komen we aan het volgende punt van ons betoog. Het is niet voldoende te berusten in het feit, dat we eerst zelfkennis moeten verkrijgen om later tot een beheersing te kunnen komen.

Wij moeten door ervaring elk verkregen punt toetsen aan de omgeving. Die toetsing ligt niet alleen in het algemeen verschijnsel maar ligt in elke levensfunctie afzonderlijk vast. Het is typisch hoe de wijze waarop men zaken doet, de wijze waarop men reageert in gezelschap, de wijze waarop men zich al dan niet alleen weet bezig te houden, de richting van het studiemateriaal, de boeken die je leest, de wijze waarop je in het leven staat, de wijze waarop seksueel contact wordt beleefd, al die dingen samen eigenlijk een aanwijzing zijn van wat werkelijk in je bestaat, wat je werkelijk bent.

Het lijkt gemakkelijker dan het is om aan de hand hiervan nu een oordeel over jezelf te gaan vellen. Per slot van rekening er zijn mensen die vinden zichzelf heel erg mooi wanneer ze gele schoenen, een paarse broek en een groen overhemd dragen. Er zijn dames die dodelijk gelukkig zijn met vuurrood haar, een andere kleur rood voor de jurk, nog een andere kleur voor de handschoenen en daarbij vooral een kakelbont gekleurd tasje. Ze vinden zichzelf mooi en toch harmonieert het niet. Zo gaat het met onze zelfkennis precies hetzelfde. Wanneer wij elk effect afzonderlijk kunnen bezien, dan weten we veel heel wat maar we weten niet voldoende. We moeten kunnen teruggaan tot het begin. En geloof mij, dat vraagt heel wat werk.

Wij zijn nu toch in een kleine kring onder elkaar, ik kan er misschien wat verder op ingaan. Ik had het daarnet over de wijze, waarop je zaken doet. In het zakendoen zijn eigenaardig genoeg verschillende factoren maatschappelijk gezien van even groot belang, drijfveren en beweegredenen dus. In de eerste plaats krijgen we natuurlijk het winstbegrip. Dat is meestal niet alleen “ik wil leven” maar vooral ook “ik wil vooruit komen, ik wil iets bereiken. Dat kan gaan in de richting van macht. Er zijn mensen die in hun zakelijk beleven er vooral naar streven altijd gelijk te hebben. Zij zoeken een voortdurende zelfrechtvaardiging. Als je op die manier je zeken drijft, kun je voor jezelf zeggen dat je niet zeker bent van jezelf. Dat die hele poging dus een façade is, die je voor jezelf opbouwt. Je acht jezelf niet bekwaam. We kennen het begeerte-element, waarbij de mens dus hunkert naar elk winstje (vaak op een onverstandige manier) en als gevolg daarvan dus niet kijkt naar de inhoud van de zakelijke relatie, maar naar de opbrengst van het zakelijk contact. Iemand die zo denkt heeft ook weer een zekere instabiliteit en wordt gedreven door een voortdurende bezitszucht. Die bezitszucht brengt met zich mee een bekrompenheid, omdat men in die bezitszucht eenzijdig blijft.

Dan krijgen we iemand, die zaken doet op een sportieve manier. D.w.z. hij waagt er wel eens een gokje aan, hij rekent alles heel goed uit, maar in sommige gevallen wil hij eigenlijk alleen iets beginnen omdat het een uitdaging is. In de eerste plaats is dat nu eigenlijk de enige goede zakenman, ook al zal hij misschien gauwer failliet gaan dan een ander, die het zekerder afdoet. Maar in de tweede plaats is hij ook de beste en gelukkigste mens in dit opzicht. Handel is ontstaan uit ruilhandel. Ruilhandel is ontstaan uit een grote diversiteit van behoeften bij de primitieve mens.

Degene, die alleen aan die behoefte tegemoetkomt en daar zo goed mogelijk van wil profiteren is in meerdere of mindere mate een soort parasiet. Hij verlangt datgene wat hij in feite niet verdient: Dit parasiet-zijn ervaart men voor zichzelf: men weet dat het niet helemaal juist is, men praat het weg en verdringt het, naar het onderbewustzijn. Maar als je dit sportief doet is het eerder de uitdaging: dan is het de poging om steeds weer iets nieuws te zien. Zo iemand heeft een positieve benadering van het leven. En je kunt ervan uitgaan dat deze mens ook geneigd is tot een geestelijk avontuur. Hij zoekt niet naar de vastgelegde waarden.

Integendeel hij onderzoekt alle dingen, riskeert soms zeer veel om een bepaalde stelling verder te beproeven en wordt daarmee geestelijk rijper. Hij heeft een geestelijke achtergrond van vrijheid en vrijheid betekent een grote veerkracht en een vermogen tot redelijk grote harmonie. U ziet, uit zo’n enkele ontleding kun je a1 heel wat halen. En nu haal ik er alleen maar een paar hoofdtypen uit.

Het is jammer dat de meeste mensen niet weten, waar de bron eigenlijk ligt. Ja, het zou misschien interessant zijn: maar ik weet niet of u er bezwaar tegen heeft, de seksualiteit in zijn diverse ontwikkelingen toont ons n.l. ook iets dergelijks. Vindt u het goed dat ik daarover ook iets zeg: Ik zal trachten u niet te choqueren, maar het is nu eenmaal een onderwerp, dat hier en daar gevaarlijk is. Alleen voor volwassenen dus. We moeten niet vergeten dat in elke legende, elke overlevering, het de vrouw is – en niet de man – die bepalend is voor het contact. Het is Eva die Adam de appel biedt. Als we de godengeschiedenissen nagaan zien we heel vaak dat de godin – uit de eerste god geboren aan deze de beker reikt (wederom een seksueel symbool). Wij vinden verder, dat de man zich tegenover de vrouw voortdurend de meerdere wil tonen. Dat is een heel typisch verschijnsel, dat ook blijft bestaan in een matriarchaat. Naast de monogame verhoudingen vinden wij polyandrie enz., maar in alle gevallen gaat het hier om een domineren.

Nu zijn er oorspronkelijk 2 factoren geweest, die de seksualiteit beheersten. De eerste is het verschil in bevredigingsmogelijkheid van man en vrouw. U zult daar misschien wat vreemd van opkijken, maar een man wordt sterker gedreven door zijn voorstellingen en deze dragen bij tot een – laten we zeggen – versnelde afwerking van de impuls. De vrouw daarentegen gaat zuiver op de gevoelsprikkel af. En het is dit verschil, dat – van begin af aan eigenlijk – de seksuele contacten mede heeft beheerst. Het tweede feit: In het begin werd de geboorte niet gezien als een direct gevolg van seksueel verkeer. Er waren heel veel volksstammen, die uitgingen van het standpunt bv. dat de coïtus alleen diende om de ingang open te maken, maar de vrouw, die kinderen wilde hebben ging bv. slapen in het maanlicht om zo een bevruchting te krijgen. Hier wordt dus de goddelijke functie direct erkend.

Deze begrippen zijn over de gehele wereld ongeveer hetzelfde geweest. Maar er ontstonden op de duur gemeenschappen met een bepaald godsdienstig inzicht en dit godsdienstig inzicht ging de natuurlijke verhouding veranderen. Die natuurlijke verhouding ging bv. nadruk leggen op bepaalde mechanische en technische kwesties i.p.v. op gevoelskwesties. Om u een voorbeeld te geven: Men spreekt over het algemeen over een maagd (in het westen althans zeker) wanneer het hymen niet verbroken is, althans niet door coïtus. Maar elders spreekt men over een maagd, wanneer zij dus nog niet een vaste man heeft. Het gaat er helemaal niet om of zij wel eens verkeer heeft gehad, zij blijft maagd totdat zij huwt, zich dus tot één man bekent. De romeinen maakten dan ook zelfs nog een onderscheid tussen virgo en virgo immaculata (maagd en ongerepte maagd). Wanneer u nu weet, dat die bestonden, dan zult u begrijpen hoe een vertekening van natuurlijke toestanden door religie mede zijn invloed heeft gehad. En die invloed is op de wereld typisch verschillend geweest, zodat we op bepaalde delen van de wereld nog een tendens vinden die weer geheel verschilt van een ander deel van de wereld.

Om een voorbeeld te nemen: In Japan is de beheerstheid en de hoffelijkheid, die primair zijn voor het seksueel contact. Eigenaardig genoeg ook voor de bevrediging. De vrouw blijft grotendeels bekleed en stelt er buitengewoon veel prijs op, dat haar make-up, haar haartooi en dergelijke ongeschonden blijven. Alles gaat met een zeker ceremonieel. Hier komt men tot een verhouding, die – wanneer ze niet als deel van een erfelijke waarde maar als natuurlijk wordt ervaren – wel een van de betere toestanden weerkaatst. Op het ogenblik, dat ik mij niet meer- of minderwaardig voel t.o.v. mannelijke geslacht, zal het mij een behoefte zijn met een zekere terughouding, een zekere hoffelijkheid steeds het andere geslacht tegemoet te treden.

Ik laat mij daarin ook niet door gewoonte verslappen. Dat is belangrijk, omdat ik juist de uitdrukking van harmonie nodig heb om de bevestiging van eenheid in het seksuele voor mij bevredigend te doen verlopen.

Daartegenover krijgen we bv. China. In China is de positie van de vrouw er één van eigendom en we zien daar ook het optreden van meerdere vrouwen, bijvrouwen. Dit systeem wordt bovendien nog aangevuld door een zeer rijke mogelijkheid tot prostitutie in zeer verschillende graden. Dus de man heeft daar uitwijkmogelijkheden te over. U zoudt zeggen: Dat komt voort uit een gevoel van meerwaardigheid bij de man. Maar dat is helemaal niet waar. Hij is onzeker tegenover de vrouw. Hij erkent haar meerwaardigheid en wordt dan over het algemeen in zijn huis, in zijn yammen, geregeerd door de oudste of eerste vrouw, de eerste dame. Juist omdat hij weet dat dit gebeurt, probeert hij zijn minderwaardigheidsgevoelens dus te spuien door naar buiten toe bevrediging te zoeken. En let wel, dit is dus een kwestie waarbij de emotionaliteit heel vaak op de achtergrond staat. Het gaat hier zuiver om de seksuele genoegdoening. Toch komen in diezelfde maatschappij monogame huwelijken voor, zeer belangrijke monogame huwelijken. Het is dus logisch dat wij in een dergelijk geval zeggen: Hier is sprake van een onjuiste waardering van het ik en deze geeft aanleiding tot afwijkingen.

Afwijkingen, die bv. in Indië voorkomen in sommige gevallen en die vooral in Perzië en Babylon een hele tijd gebruikelijk waren, n.l. veel sadisme. Dit kwam eigendijk voort uit de behoefte de eigen kracht en meerwaardigheid t.o.v. de ander te bewijzen. Schuldgevoelens worden daarentegen afgereageerd door masochisme. Ook dat zien we vaak in de meer perverse beschavingen voorkomen. Zolang dat het geval is, kunnen wij altijd weer zeggen: Maar hier deugt iets niet. Je voelt jezelf niet op je plaats. Je moet eerst eens nadenken. Je moet eerst eens voor jezelf trachten uit te maken wat nu feitelijk belangrijk is.

In de oudere wereld en over het algemeen bij de meer primitieve mensen was die correctie – dat geef ik toe – wel gemakkelijker te vinden dan in de moderne maatschappij. Er ontstonden n.l. stammen, die zich ten koste van alles wilden uitbreiden. U leest in de Bijbel bv. over onanie. Maar wat u waarschijnlijk niet weet is, dat die term niet alleen in de huidige zin werd gebruikt, dus zelfbevrediging. De term onanie werd gebruikt voor elk seksueel verkeer waarbij zaad verloren ging. De zonde van Onan was niet dat hij zichzelf bevredigde, maar dat hij zaad, dat voor de voortplanting bestemd was, teniet liet gaan. Dergelijke gedachtegangen zullen natuurlijk op de duur een bepaald maatschappelijk karakter gaan krijgen, een dwang worden.

Als we dan bovendien nog te maken krijgen met leerstellingen waarin de ascese de overhand krijgt wordt het helemaal beroerd, omdat dan de natuurlijke impuls van de mens onmiddellijk door schuldgevoelens bezwaard wordt. Dat is juist daarom zo ellendig, omdat de seksualiteit praktisch het gehele leven door – dus ongeacht de potentie – een zeer belangrijke plaats in het menselijk leven inneemt. Het is één van de belangrijke drijfveren van het stoffelijke: en pas wanneer die werkelijk harmonisch zijn, kan er gesproken worden van de mogelijkheid tot een verdere geestelijke groei. De asceten hebben langzaam maar zeker de seksen gemaakt van een natuurlijk en zelfs goddelijk iets tot iets wat…nu ja, alleen maar oogluikend moet worden toegelaten, omdat het anders niet gaat. Zij hebben daarbij verder de nadruk zeer sterk gelegd op het nageslacht en helemaal vergeten dat het nageslacht alleen een goed product kan zijn, wanneer de vereniging zelf goed is, dus spontaan harmonisch.

Nu staat men dus in een maatschappij, waarin – dat zal ieder een moeten toegeven – dergelijke tendensen al vertekend zijn. U leeft in dit opzicht al niet normaal. U hebt een heleboel voorstellingen die onjuist zijn. Wanneer u nu begrijpt dat het harmonisch principe daarin het belangrijkste is, dan zult u onwillekeurig – ongeacht dus de omgeving, het milieu met zijn onjuiste stellingen op dit terrein – een harmonie vinden, waarbij juist het contact met de andere sekse voor u een stabiliserende factor wordt, onverschillig of u nu een man of een vrouw bent. Maar wanner wij bv. te maken krijgen met de man, die slechts zijn eigen bevrediging zoekt zonder te denken aan die van de vrouw, dan hebben wij te maken met iemand, die niet deugt. Die is niet harmonisch, die is egoïstisch. Door dit egoïsme, vertekent hij de totale betekenis van de verhouding en komt tot een valse voorstelling omtrent zichzelf.

Die mensen hebben één meerwaardigheidsbegrip, zijn heel vaak wreed, oppervlakkig en hebben daarnaast vaak neiging tot driftbuien. Wanneer dat iets verder gaat vinden we daaronder de verkapte sadisten.

Hebben wij te maken met mensen, die de bevrediging – dat kan voorkomen, nietwaar? – niet zo gemakkelijk aan elkaar kunnen geven, dan treedt weer een heel vreemde factor op in de maatschappij. Men heeft n.l. bepaalde delen van het seksuele dan toegelaten, andere worden veracht. Op zichzelf is dat onjuist. Het is noodzakelijk dat beide partners aan elkaar vreugde ondervinden en hoe minder daaraan verder remmen worden opgelegd – tenzij dan een wederzijdse – hoe beter het is. Wanneer dat niet gebeurt kunnen daardoor minderwaardigheidscomplexen ontstaan. Zo weten we bv. dat bij de man een heel vaak voorkomende factor is de angst niet te kunnen voldoen, de schaamte over een gebrek aan potentie, enz. absoluut onnodig, maar het is er. Als die dingen er zijn, dan zijn ze remmingen.

En deze remmingen werken in op de bewustwording. Dat betekent dat die mens met een voortdurende neiging moet rondlopen om zichzelf te bewijzen dat hij toch nog meetelt, dan wel dat hij in een voortdurende schaamte zich terugtrekt. In beide gevallen wordt een overgroot gedeelte van het gedachteleven gericht op het seksuele i.p.v. dat terug te brengen tot het niveau waarop het moet bestaan, de uitdrukking misschien van een harmonische waarde, maar altijd op een stoffelijk terrein.

Ik hoop dat ik u niet zit te choqueren met al die dingen, maar het lijkt mij toch wel interessant er ook even op in te gaan, al is het alleen maar hierom: Zo goed in het zakenleven als in het seksuele bestaan zijn de grondwaarden gelegd voor je eigen bewustwording: je eigen ervaring.

Wanneer wij nu niet met één wereld – zoals ik in het begin heb verteld – maar met meer werelden te maken hebben en wij worden door die problemen beperkt tot één wereld alleen, dan zullen wij nooit in staat zijn om dichter te komen tot ons eigen innerlijk. We zullen ook nooit in staat zijn een beheersing te krijgen, dus een magisch vermogen. Het is misschien aan één kant jammer dat je hier niet te veel over moogt spreken en er niet te veel nadruk op moogt leggen. Ik riskeer het toch maar.

Eén van de belangrijke elementen in het menselijke en het geestelijke leven is bevrediging. Dus dit is nu niet meer uitgedrukt als seksueel, maar algemeen. De bevrediging van een wel volbrachte taak is net zo belangrijk als een seksuele bevrediging en stilt evenzeer een bepaalde honger. De bevrediging van een juist contact met je medemensen is veel groter dan de bevrediging van een hongerige, die zich voedt en ze is voor het bewustzijn veel belangrijker.

Het onbevredigd zijn houdt in het onevenwichtig zijn. Onevenwichtigheid betekent een sterke gebondenheid aan je eigen wereld en alle voorstellingen daarvan, met een aanmerkelijke beperking van de mogelijkheden om op een ander meer geestelijk vlak verder te gaan..

Wanneer wij van plan zijn om geestelijk verder te gaan of geestelijk verder te leren, zullen we dat nooit mogen vergeten. Het is vaak – dat geef ik toe – heel erg moeilijk jezelf voor te praten dat een bepaald offer noodzakelijk is of jezelf voor te praten dat voor jou deze bepaalde genoegdoening niet noodzakelijk is. Let wel, dit geldt weer niet alleen het seksuele maar evengoed het zakelijke succes, de royaliteit tegenover een ander, het bon met dat op het juiste ogenblik geplaatst wordt. Men heeft behoefte aan deze dingen, omdat zij juist in deze toestand van bevrediging (dus innerlijke vrede) een voldoende harmonische basis scheppen voor het beleven van impulsen uit een andere wereld. Ja, dat was een hele afwijking.

  • In het algemeen wilt u dus hiermee zeggen, dat wij door deze bevrediging harmonie kunnen vinden.

Ja. Het gaat dus niet om het succesje, om de daad, het gaat om de ontspanning, die wij erdoor bereiken. En nu laat ik opzettelijk het seksuele erbuiten (ofschoon dit natuurlijk onder dezelfde condities meetelt), want anders gaat u dat misschien als te belangrijk zien in het betoog, omdat ik er te lang over spreek. Op het ogenblik dat je het gevoel hebt goed gedaan te hebben, wat doe je dan? Den rek je je a.h.w. geestelijk uit en je ontspant al je geestelijke spieren. Je hebt je veerkracht gevonden. Dan heb je het vermogen tot verdergaan. Maar op het ogenblik dat wij ontevreden zijn, zijn wij krampachtig. Als je de eerste keer op een fiets klimt, dan klamp je je aan dat stuur vast. Je verspilt heel veel kracht om eigenlijk sneller te rijden dan noodzakelijk is. Je verkeert in een voortdurend wankel evenwicht. Wat is het gevolg daarvan? Dat iedereen, die oversteekt, jouw is: Als er een kip over de straat loopt op 60 m. afstand, dan kom je nog met het voorwiel eroverheen – al is het bijna onmogelijk – omdat je aandacht voortdurend op het gevreesde is gericht en hierdoor een kramp ontstaat, die het je haast onmogelijk maakt juist te reageren. Wanneer u dat voorbeeld kunt volgen, kunt u ook begrijpen, dat een ander, die volkomen zeker van zichzelf, op de fiets zit, niet eens ziet dat er een kip gaat maar automatisch ontwijkt. Misschien hebt u de jongelui eens zien fietsen, dik druk met elkaar zitten te praten en ondertussen door het verkeer heen zwalken op een manier dat je zegt: hoe kan het eigenlijk! Daar net voor door, daar net achter door, maar ze raken niets.

En ze lopen in feite heel weinig risico, omdat ze volkomen ontspannen juist reageren. Denk aan een wielrenner, die zo zeker is van zijn zit op zijn fietsje, dat hij met zijn veel smallere zadel misschien, met zijn fiets die lichter is, heel rustig half slapend over een baan kan heen sukkelen en daar heerlijk bij kan dommelen, automatisch compenserend en reagerend.

Dat is nu juist hetgeen waar het net om gaat. In die ontspanning komt de natuurlijke, juiste reactie naar voren. Het gevolg is dat de aandacht gericht kan worden op andere dingen en dat die aandacht dan niet een kramp veroorzaakt, maar een natuurlijke mogelijkheid tot ontwikkeling biedt. Kunt u nu volgen waarom het gaat? Het vrij zijn van krampachtigheid, daar gaat het om. En niet bang, zijn voor de toekomst, niet bang zijn dat het zaakje misloopt, niet bang zijn dat je je contract zult missen, maar met een redelijke zelfverzekerdheid gaan. En wanneer het nu toevallig niet gaat, niet zeggen: “O, wat is er nu gebeurd” maar rustig verdergaan. Zoals de wielrenner, die gevallen is, op zijn fiets springt en het wel onplezierig vindt dat hij pijn heeft maar rustig verder gaat, omdat hij weet dat het niet aan de fiets ligt.

Op die manier kun je juist door deze vrede in jezelf, door die ontspannenheid komen tot een juist reageren, niet alleen op stoffelijke maar ook op meer geestelijke waarden.

Ook voor ons in onze sfeer is bevrediging in zekere zin noodzakelijk. Wanneer wij n.l. in onszelf verdeeld zijn, kunnen wij u niet helpen en kunnen wij een ander niet helpen. Wij moeten een zekere mate van innerlijk evenwicht hebben om zelfs maar iemand, in een lagere sfeer de helpende hand te kunnen toesteken of een lering uit een hogere sfeer te kunnen aanvaarden. Dat is het belangrijke ervan. Een actievrijheid, waarbij een niveau wordt bereikt, dat ligt haven het stoffelijke door een zekere bevrediging in het stoffelijke. Die bevrediging behoeft nooit overdaad te zijn, maar zij moet zijn een opheffen van de honger, mag ik het zo zeggen: Dus het is zo, wij moeten niet oververzadigd zijn, en moeten geen honger hebben, geen noodzaak tot eten (als we het nu op eten willen overbrengen).

Als we op die manier kunnen leven, bereiken we op de eerste plaats een veel zuiverder beeld van onszelf. De mens die bevredigd is let op de dingen die belangrijk zijn en houdt zich niet met details bezig. Hij zal in de wereld de belangrijke werkingen zien en. zich niet – door eigen frustraties gedreven – speciaal bezighouden met afwijkingen van anderen op één bepaald terrein. U weet wel, wie roddelt er het meest over de jongelui? De mensen die zelf verbitterd of verzuurd zijn, hetzij door een ongelukkig huwelijk, hetzij dat zij niet gehuwd zijn. Wie spreekt het meest over de fouten van andere zakenlui? De man die zelf in zaken geen succes is. Dat zijn dus typische verschijnselen. En dat hebben wij in de geest niet nodig. Wij moeten verder. Wij moeten de grote lijnen zien. Wij moeten door onze innerlijke rust een ontvankelijkheid hebben voor de impulsen, die van verderaf komen. Want wij hebben te maken met het gebied van de geest, het gebied van de ziel zelfs. Deze krachten moeten ook in ons geuit worden, wij moeten ons er bewust van zijn. En die kunnen wij niet zien, wanneer, wij in een soort draaikolk van verlangens en van gedachten zitten. Die kunnen wij alleen zien, wanneer wij één zekere rust bereiken. Hoe wij die ontspanning en die rust bereiken is onze eigen zaak. Het is mogelijk om heel veel dingen te vervangen, dus de voorbeelden die ik heb gegeven zijn natuurlijk niet obligatoir. Ze zijn alleen maar een aanduiding van mogelijkheden en de meest voorkomende fouten en afwijkingen.

Wanneer wij nu in het volgend jaar op deze cursus gaan spreken over de magie (magische esoterie), dan moeten we terecht komen op dit niveau van aanvoelen, van begrijpen, van werken met krachten, dat gebaseerd is op een innerlijke evenwichtigheid. Die evenwichtigheid kan alleen ontstaan door het terzijdestellen van het hongerbegrip, het minderwaardigheidsbegrip, dus de dwang die je in de stof te vaak ervaart. Dan geef ik toog een dergelijke zelfanalyse is heel moeilijk. Toch is het noodzakelijk dat we steeds weer proberen om te erkennen waar het in ons wringt. Mag ik u misschien een voorbeeld geven?

Er zijn mensen die zich specialiseren in het corrigeren van grote zagen. U weet wel, de zagen die zelfs in staat zijn om gloeiend metaal door te snijden zonder dat er verder wat aan gebeurt. Dat zijn meestal grote schijven. En nu kan in die schijven een spanning ontstaan. Die spanning betekent dat er ergens in het blad iets gaat trekken. Dat trekken betekent weer dat de snee niet zuiver zal zijn, dat de zaag vastloopt, dus dat de zaag niet deugt. Of op zijn minst dat de zaagsnede breder is dan noodzakelijk en dat dus minder rationeel wordt gezaagd. En nu hebben we mensen (hoe moeten we hen noemen zagendokters?) die gaan dat bekijken. Een normaal mens zou zeggen: “Daar zit een deuk, sla erop, dan springt ze weg.” Neen, want dan komt ze ergens anders, want de spanning hef je daarmee niet op. Wat doet zo iemand nu? Die bekijkt zo’n zaag totdat hij begrijpen kan, zien kan, waar de oorspronkelijke fout zit. En dan tikt hij niet daar, waar die vervorming, die spanning, die verwringing zit, nee hij begint vaak vele cm. daarvandaan te kloppen. En als hij dat doet, gaat die deuk niet weg maar ze “verloopt”. Dan gaat hij net zo lang door tot de deuk naar de buitenkant toe is en zo verdwijnt. Ze wordt dus naar buiten toe weggedreven.

Zo zou een mens nu eigenlijk met zichzelf moeten kunnen handelen: Het gaat niet om de fout, die we bezitten, die kunnen we toch niet onderdrukken. Dat kunnen we wel proberen, maar dan springt er als een duveltje uit een doosje weer een andere fout naar voren. Maar wat we wel kunnen doen is erkennen waaraan die fout bestaat. Dan kunnen we ze langzaam wegwerken. Daar is kennis voor nodig. Een eerlijke kennis van onszelf. En zo kunnen wij dus de stoffelijk mentale waarden maken tot een instrument, waarmee wij in staat zijn vele verschillende werelden te doorkruisen en te doorsnijden, in vele verschillende werelden impulsen op te vangen en begrip te verwerven. Dan maken wij van een stoffelijk wezen of van een gevormd geestelijk voertuig een ondergrond, waarop ons Godsbeeld gebouwd kan worden en van waaruit wij ook kunnen beginnen met het beheersen van de krachten uit de kosmos, wat dan uiteindelijk toch magie heet.

Ik vind het voor vandaag voldoende. Ik weet niet of het gezelschap het er al of niet mee eens is. Maar ik geloof dat wanneer u dit allemaal overdenkt u een klein beetje begrip krijgt van de noodzaak tot zelfkennis, en dat u in de tweede plaats ook zult begrijpen het hoe en waarom.

Ik heb daarbij het gebied seksualiteit aangesneden. Wij praten er meestal niet over. En waarom?

Omdat men snel geneigd is die dingen verkeerd te interpreteren, omdat men geneigd is dat te zien in eigen gedachtegang. Maar dat is de begeerte gedachtegang, die niet begrepen wordt. Men zoekt er een soort licentie in. En dat is zeker niet de bedoeling. Dus wanneer u dit overleest en overdenkt, realiseer u dan dat dit geheel is gegeven om u de grondslag te laten zien van de magische esoterie, en u te doen erkennen hoe u in uzelf een bepaalde vrede moet vinden, een evenwichtigheid, eer u van daaruit verder kunt opbouwen.

o-o-o-o-o

Vragen

  • Ik vraag mij af hoe het komt dat bij alle – laten we zeggen – hooggeestelijke richtingen en verenigingen men altijd dit seksuele probleem uitschakelt. Dat het als een noodzaak wordt beschouwd het opzij te duwen, want dat men anders niet tot een geestelijke bereiking komt.

Dat is heel eenvoudig te vertellen. Het is zo: Er komt dan zo’n geestelijke richting en die weet verduveld goed dat het seksuele een rol speelt, maar het is buitengewoon lastig. Seksualiteit n.l. schept een zeker bevredigd-zijn, dus een mankeren van wat de Engelsman zo mooi “push” noemt. Als ik iemand hebt die enigszins gebrek lijdt op verschillend terrein, zal hij in de eerste plaats gemakkelijker kinderlijk reageren en in de tweede plaats gemakkelijker fanatiek zijn.

En nu is het eigenaardig genoeg zo, dat men in menige geestelijke richting de voorkeur geeft aan een fanaticus of aan een kinderlijk mens dan aan een mens die harmonisch is. Laat ons niet vergeten, dat – ook al gelooft men – een esoterische school hoofdzakelijk afhankelijk is van degenen, die onbevredigd zijn. En dat onbevredigd zijn is zoveel te belangrijker, omdat daaruit de pecunia moet komen, waarmee men de zaak uiteindelijk moet drijven.

Nu zou je natuurlijk op twee manieren kunnen werken. Je zou kunnen zeggen: We gaan de noodzaak van ons eigen bestaan beperken door de mens harmonischer te maken. Maar ja, waar blijven we dan met al onze mooie stellingen en onze mooie dogma’s? Neen, laten we de mensen juist aanmoedigen hoe langer hoe men a.h.w. onder druk te komen van seksuele en andere krachten, dan hebben wij tenminste de zaak voor het zeggen. Laten we een schuldbesef en zondebesef aankweken bij de mensen daar, waar het niet noodzakelijk is, dan kunnen wij daardoor met ons aanbieden van vergeving, mogelijkheid tot uitboeting e.d., de vruchten ervan plukken. Het is natuurlijk erg bitter om dat zo te zeggen en misschien klinkt het menigeen cynisch in de oren.

Maar nu moet je ook zo eens denken: Op het ogenblik dat de mens zich wil verheffen boven het stoffelijke en het stoffelijke achterlaten, wil hij verdergaan dan het doel van het leven. Dat is toch logisch. Per slot van rekening als je in een wereld wordt geplaatst die materieel is, moet je met dat materiele leven. Wanneer de eigenschappen van de mens o.m. seksuele zijn, dan horen die dus ook bij het stoffelijke leven en evenzeer bij de problemen ervan. Zonder dat geen mogelijkheid tot perfecte beleving en bewustwording. Nu stelt een ieder zijn eigen eisen en wat krijg je dan al heel gauw? De man heeft zijn bezitszucht, ondanks zijn meestal wat polygame aanleg: en aan de andere kant hebben we te maken met de behoefte aan zekerheid en ook weer bezitsrecht ‘van de vrouw’. Zo lang nu de zaak ligt op een natuurlijk vlak, gaat dat. Maar dat natuurlijke vlak schakelt weer zoveel beheersing mogelijkheden uit. Dus degenen, die werkelijk de zaak willen beheersen, doen dat ook mede via de belangrijkste drijfveer de seksualiteit. Dat is logisch. Degenen, die dat echter niet doen, scheppen voor de mens een zeker laissez fair en die geven de mens de kans om gelukkig te zijn. En de mens die gelukkig is streeft niet naar vooruitgang, geestelijk of stoffelijk. Daaruit kun je zelf je conclusies trekken. Als je de massa wilt bewegen tot verbetering, dan moet je haar iets aandoen. Hoe meer strijd je haar bezorgt, hoe harder ze loopt. Gaat het over de beheersing van de massa, akkoord, dan beginnen we dus de zaak te stellen op een dogmatisch standpunt en dan gaan we bv. vertellen, dat seksualiteit tweedehands is, dat het eigenlijk niet belangrijk is. Op de duur gaan we vertellen, dat het eigenlijk maar een dierlijke functie is en dat de mens daarboven behoort te staan. Maar als we dat gezegd hebben, kunnen we ook niet meer terug. Het gevolg is dus dat wij de schijn hoe langer hoe meer moeten gaan ophouder, dat wij zelf daarboven staan. Maar hoe meer wij onszelf boven die massa verheffen, hoe meer eisen wij aan. die massa moeten gaan stellen om onze eigen onvolmaaktheid in wat wij voorgeven te zijn te handhaven. (Achter de rok van de pastoor zit ook een liefhebber. Of hij het nu toegeeft of niet, of hij het in de praktijk brengt of niet, hij denkt er net zo goed aan als ieder ander. En het nonnetje stelt in de plaats van het meer stoffelijke de hemelse bruid en die droomt. Maar daar zit ook precies hetzelfde achter.) Door nu die zaak dus zo ziekelijk te maken, ontstaat een maatschappelijke vorm, die gebrek heeft aan vrijheid. Dan moet de kracht die daardoor ongeuit blijft, de spanning die ongeuit blijft, op de een of andere manier afgeleid worden. En dan snapt u wel hoe men dat doet. Dan zegt men. Je moet niet met elkaar naar bed gaan, maar je moet strijden voor het ware geloof, of voor het vaderland of voor het juiste systeem. En of dat nu zus gaat of zo, het blijft allemaal precies hetzelfde. Ze willen allemaal hun eigen gezag.

Ze hebben een maatschappij gebouwd, die gebaseerd werd op. het gezin. Maar in dat gezin hebben ze ook weer veel stommiteiten uitgehaald. Ik weet niet of het u bekend is, dat er op het ogenblik al bepaalde delen in de wereld zijn, waar men bewust van regeringswege de kinderbeperking gaat aanmoedigen, alleen omdat ze geen raad meer weten met de mensen.

Dus logisch is deze handelwijze wel maar ze is niet praktisch wanneer je denkt over oorlog, wanneer je denkt over de invloed van de massa of wat anders. Toen Rome behoefte had aan soldaten, werd het belangrijk dat er kinderen kwamen. Toen Duitsland streefde naar politieke macht, kwamen er heldenmoeders. In Rusland dito-dito. maar zo gaat het bv. ook bij godsdiensten, die zeggen dat er veel kinderen moeten zijn. Het gaat niet om de kinderen, maar het gaat om het aantal zielen. Als er nu van een bepaald land of een bepaalde godsdienst steeds meer mensen korven, die daarin worden opgevoed en de anderen doen dat minder, dan word je vanzelf de baas. Misschien geraffineerd maar logisch en een systeem dat overal is toegepast: en vaak – laten we eerlijk zijn – als resultaat van een verkeerd gerichte machtsdrang van anderen.

Neem nu Japan. De Japanners waren misschien rare kerels in het verleden, maar ze hadden tenminste één ding uitgekiend, het volk bleef net zo groot, dat het op die eilanden kon blijven leven.

Totdat iemand het noodzakelijk vond om met een paar slagkruisers voor de kust te komen en de zaak open te breken: te zeggen: wij moeten hier binnen. Wat gebeurde er toen? Toen zei de Tenno, de mikado: Tjonge, tjonge, daar gaat onze macht verloren. Ja, zeiden alle shogoens, het is verschrikkelijk dat ze ons dat durven aandoen. We hebben soldaten nodig.

Weg met alle beperkende maatregelen. Wat is nu het resultaat? Overbevolking. Dit verstoren van een innerlijk evenwicht heeft doden gekost in China. Het heeft de hele oorlog aan de Stille Oceaan veroorzaakt. Het veroorzaakt nu de economische problemen voor de V.S. en de grote kans voor communistisch China. Zo gaat dat nu. Het is oorzaak en gevolg. En zolang men dus het taboe laat toepassen in het seksuele niet meer als hygiënische maatregel, zoals dat vroeger was, maar je gaat het toepassen zeg maar als een methode om macht te krijgen, om mensen ter beschikking te krijgen, dan loopt de zaak vast.

Nu zul je zeggen: Waarom houden dan zoveel van die hoog ethische stellingenbouwers zich daarmee bezig? Omdat de meeste esoterische scholen van deze tijd en de meeste godsdiensten gebaseerd zijn op het christelijk beginsel, d.w.z. op datgene, wat onder de naam van een christelijke maatschappij doorgaat. Dat betekent dus dat de eigenaardige opvattingen die overigens pas 300 á 400 jaar na Chr. in gebruik kwamen omtrent seks, enz. daarin mee zijn opgenomen als een intrinsiek deel van de leer maar het is de ondergrond, die men nodig heeft om in een christelijke maatschappij – naar men meent – nog wat te betekenen. Wat de kerken betreft, die hebben het zelf wel duidelijk gemaakt. En nu moeten wij nog heel erg oppassen met wat we zeggen, anders komt men ons dadelijk vertellen, dat wij bandeloosheid prediken, wat helemaal niet waar is. Maar ja, het zou misschien nog een gemakkelijke manier zijn om weer van een paar van die spiritisten af te komen. Zo gaat dat toch. Het is een wapen geworden.

  • Bestaat er dan geen sublimeren van seksualiteit?

Sublimeren van seksualiteit is alleen dan mogelijke, wanneer dit niet geschiedt door een huichelachtig wegcijferen van het seksuele, maar door een bewust gebruikmaken van het seksuele en de harmonies die daaruit voortvloeit. En dat is heel iets anders. Ziet u, dat zijn nu die dingen, waar de doorsneemens wel over praat, maar waar hij geen cent sjoege van heeft.

Weet u wat het sublimeren van de seksuele kracht eigenlijk betekent? Een je beperken in het seksuele, tot het voor jou noodzakelijke met een gelijktijdig scheppen van zo harmonische mogelijke condities in dit opzicht, zodat de kracht, die anders verbruikt zou worden in het zuiver zoeken van lust, nu kan worden gericht op hoger feestelijk bestaan. Maar wat niet bestaat (en wat men wel eens denkt dat dan de juiste uitleg is), dat is dat je door het seksuele te onderdrukken tot andere krachten komt. En dat is nu weer niet waar. Laten we het nu maar heel eenvoudig zeggen: Het is misschien reuze gezellig, om met een ander in bed te rollebollen: maar, wanneer daar nu het plezier, de vermakelijkheid de overhand krijgt (laten we zeggen de hartstocht) dan is het fout. Het is een natuurlijke functie en voor het lichaam is het noodzakelijk dat die functie tot een zekere periode van rijpheid gebruik wordt. Daarna is het minder belangrijk wordt het meer een kwestie van gedachten dan van lichamelijke eisen.

Toch moet je dan nog zorgen dat de lichamelijke eisen, en de dwingende gedachten voldaan zijn, want dan pas kun je door de rest van die energie op te sparen geestelijk verder komen.

  • Ja, want anders is het een rem.

Natuurlijk. Het is misschien jammer als ik daarmee een illusie de kop inslag maar het is een feit, dat de nadruk die je legt op het seksuele juist de grote fout is. Als de mensen dat zo nu zo natuurlijk namen als het eten van een broodje wanneer je honger hebt, dan zou dat in deze maatschappij niets werkelijk betekenen. Dan zou er misschien wat meer – dat geef ik toe – vluchtig seksueel verkeer zijn hier en daar, maar dat zou toch niet zo erg belangrijk zijn.

Daarvoor in de plaats echter zou de nadruk die thans ligt op het seksuele, de aandacht die men daaraan besteedt, gelegd worden op wat anders. Het is net als met kinderen, verbied hun iets en ze proberen het te doen.

  • De verboden vrucht.

Maar wat is nu de verboden vrucht, waarover in het Paradijs wordt gesproken?

  • Is het niet het weten of het kennen van de dingen?

Neen, het is het oordeel over de dingen. Dus het was niet de kwestie dat Adam en Eva tot de ontdekking kwamen dat ze man en vrouw waren: en het was ook niet de kwestie dat ze nu voor zichzelf hun eigen weg gingen – ook dat was normaal – maar dat zij op een gegeven ogenblik tegen de natuurlijke gang van zaken in zich een oordeel aanmatigden, dat hen dus stelde buiten de harmonie met de goddelijke Wet. Voor die tijd wandelden zij met God, na die tijd niet. Dat is de symboliek die in het boek zelf ook bedoeld wordt, maar die geheel verkeerd begrepen wordt.

Het is een vertekening van de goddelijke Wet door dat. En daarom ontstaat een streven om die goddelijke Wet weer te bereiken langs een andere weg. Maar dat is dus de afwijking, die jezelf hebt veroorzaakt en die je nu gaat proberen te corrigeren.

Nu is het logisch dat je in een maatschappij als deze helemaal niet meer kunt gaan redeneren zo als het vroeger was. Er zijn nog wel van die z.g. primitieve volkeren, waar het bv. de gewoonte is, wanneer je buurman sterft, dat je de kinderen van die buurman in huis neemt, dat worden automatisch jouw kinderen. Of een kind nu echt is of onecht, dat maakt toch niets uit. Daarvoor wordt gezorgd. De gemeenschap neemt mede die verantwoording op zich. En niemand maakt er misbruik van, omdat men zich daardoor juist buiten de gemeenschap zou gaan stellen. Men gaat niet op anderen de verantwoording afschuiven, want dat neemt de gemeenschap niets dan sta je er buiten. Maar ga ik dood, dan zorgt men voor mijn kinderen: en ga jij dood, net zo. Precies hetzelfde met een onecht kind, dat vinden ze niet erg, als de vader het maar accepteert. Als die maar zegt: het is van mij. En als hij er niet voor zorgen kan, zorgt hij er niet voor. Dan hebben ze nog medelijden met hem ook, omdat hij dat niet kan.

  • Wat zijn wij dan achteruitgegaan.

Neen, het is zo, dat wij in onze zucht naar mechanische beschaving (een imitatiecultuur) het menselijke zijn gaan vergeten. De dingen bestaan nog veel. Denk bv. maar aan de overblijfselen in Nederland: de burenplicht, zoals die bestaat in het oosten van het land. Hij bestaat nog veel, maar hij is zo langzamerhand verwaterd en geformaliseerd. Vroeger was dat normaal overal. En dat zie je nu nog als normaal in gebieden, die dan onderontwikkeld en primitief ketens maar die qua maatschappelijke bouw vaak heel wat gezonder zijn dan de z.g. christelijke wereld. Het vervelende is dat de mensen dit maar niet beseffen dat geestelijke bewustwording niet ligt aan kennis van alle technische gegevens. Je hoeft er niet voor te kunnen chaufferen en je behoeft er ook de hele dictionaire niet voor van buiten te kennen of een halve encyclopedie. Ze is niet afhankelijk van je peil van leven.

Bewustzijn en bewustwording zijn, in feite gebaseerd op een zekere zelfkennis, het dragen van verantwoordelijkheid voor de medemens, en het scheppen van een harmonische kracht, een harmonisch geheel, waardoor je in aanraking kunt komen met hogere krachten en entiteiten.

En hu moet u mij eens vertellen hoe het komt dat de beste profeten, de beste genezers, de beste magiërs, de beste spoorzoekers zelfs, de mensenkenners, de beheersers van dieren altijd voortkomen uit de meer primitieve mensheid.

Dan moet u mij eens verklaren hoe dat anders te verklaren is dan door te zeggen dat zij dichter staan bij de werkelijkheid en daardoor in feite een bewustwording kunnen doormaken die verder reikt dan die van de doorsneemens.

  • Dus zonder wetenschap en kennis?

Zonder wetenschap en kennis – voorlopig -. En daar schuilt nu m.i. de fout in – om nu eens over te schakelen van het seksuele op iets anders – men heeft van kennis, van wetenschap een soort fetisj gemaakt. Men meent dat men zonder dat niet verder kan. Men begrijpt niet dat een bewustwording, een geestelijk bewustzijn een verworven van wetenschap en kennis impliceert maar dat het omgekeerde niet waar is. Dat wanneer het wezen normaal groeit het geestelijk bewustzijn gevolgd wordt door het noodzakelijke weten. Maar als wij weten gaan zoeken en ons daaraan vastklampen, zullen we te ver doorgaan in een materie, die wij niet beheersen en daardoor in onze bewustwording achterraken, zodat een te veel aan kennis met een te gering besef van werkelijke consequenties dan vaak een vernietiging van bestaande vormen tot stand brengt.

Ik wil nog een paar laatste noten citeren van meer esoterisch gehalten, wat is nu eigenlijk belangrijk? Is het werkelijk belangrijk of een wagen 10 jaar mee gaat of 5 jaar? Is het belangrijk of je nylonkousen draagt of wollen? Deze dingen zijn onbelangrijk. Er is echter iets wat wel belangrijk is: Op het ogenblik dat wij bewust bedrog plegen tegenover anderen, scheppen wij een schuldcomplex. Dit schuldcomplex betekent, dat wij steeds sterker verward raken in een net van zelfbedrog, zodat wij onszelf in steeds minder juiste verhoudingen gaan zien. Dat is niet alleen een remming voor onze bewustwording maar het is – en dat is wel heel erg belangrijk – bovenal het innemen van een volkomen valse plaats in de wereld. U hebt zich misschien wel eens afgevraagd hoe het komt dat zoveel filmsterren bv. geen gelukkig huwelijksleven hebben. Hoe het komt dat zoveel van die kopstukken in de wereld uiteindelijk zoveel scheve schaatsen rijden. Dat is heel eenvoudig te verklaren. Op het ogenblik dat je de waardering van de wereld voor je eigen persoonlijkheid accepteert, ga je eisen stellen in overeenstemming met dat beeld. En aangezien je jezelf toch altijd nog beter acht dan een ander je ziet, stel je meer eisen dan je in feite stellen kunt. Hierdoor verstoor je elk evenwicht tussen jezelf en de wereld. Het resultaat is een voortdurende ontgoocheling, ontnuchtering en mislukking. Geloof mij, wanner een filmster voor de 17e keer is gescheiden, dan is dat niet een kwestie van losbandigheid. Hier is in feite een ongelukkig mens. Een ongelukkig mens, omdat er klaarblijkelijk geen enkele vaste waarde in dat leven te vinden was waarin die mens voor zichzelf harmonie en evenwicht kon vinden. En in die wereld van heden vergeet je dat soms wel eens.

Het is niet noodzakelijk dat als je jezelf een ezel vindt, je dat tegen de wereld gaat uitbalken. Dat is niet nodig. Maar het is wel noodzakelijk dat je voor jezelf je ervan bewust bent wat je in feite presteert en wat in feite te danken is aan anderen. Het is noodzakelijk dat je je realiseert vanwaar de krachten komen en waarheen ze gaan. Het is noodzakelijk dat je niet meer eisen gaat stellen dan in feite je recht is in de wereld. Alleen dan zul je in staat zijn voldoende aan die wereld te geven, het is voor ons noodzakelijk veel aan de wereld te geven, om, wat te betekenen voor die wereld, willen wij in onszelf evenwichtig zijn. Geluk, is niet anders uit te drukken dan in harmonie. Elk gelukkig zijn komt voort uit harmonie, tenzij dan dat het een schijngeluk, is dat voortkomt uit een tijdelijke begoocheling.

Nu ben ik niet de mens om me daar druk over te maken. Maar het is voor ons zo belangrijk dat wij onszelf kunnen hanteren. Wij kunnen wel spreken over hooggeestelijke waarden en proberen ver boven elke wereld te zweven: we kunnen ons bezighouden met onze belangrijkheid voor de massa of onze onvervangbaarheid, maar dat zijn allemaal illusies. Waar wij ons in feite mee moeten bezighouden is dit: Hoe kunnen wij tussen onszelf en de wereld een relatie scheppen, waarin wij zo waar mogelijk onszelf kunnen zijn en tevens zo duidelijk mogelijk God kunnen erkennen? Dat laatste betekent dat wij elk schuldgevoel moeten trachten te vermijden. Dat we ons goed voor ogen mouten stellen wat we in feite willen, omdat we de werkelijkheid moeten zoeken. De werkelijkheid niet alleen van onszelf maar ook van de wereld Dat betekent dat wij onze gedachten en onze dromen achteruit moten zetten voor de werkelijkheid. En dat wij daarin moeten komen tot wat ik het liefst zou willen noemen een “eenvoudig-zijn”.

Eenvoud is noodzaak, geloof mij. Voor jezelf. In je relatie met de wereld. En vooral in je houding tegenover je eigen problemen! Een mens die eenvoudig blijft zal weinig problemen hebben, omdat hij zichzelf niet kunstmatig problemen maakt. Een mens die eenvoudig is zal op een gemakkelijke manier de harmonie kunnen handhaven en elke tijdelijke verstoring daarvan onmiddellijk kunnen corrigeren. Een mens die eenvoudig blijft zal in de wereld veel omtrent zichzelf erkennen en zichzelf in die wereld redelijk en goed kunnen uiten. Waarmee ik maar wil zeggen, dat er juist in de esoterie veel voor een eenvoud van leven en denken is te zeggen.

Onthoud dan nog één ding (en dan geef ik jullie de kans, met een laatste woord de avond te sluiten). Het is wel aardig om steeds meer van het leven te verlangen. Het lijkt misschien hoog-geestelijk om elke schijnbare overdaad af te wijzen. Het is echter belangrijk dat wij aan onze eigen behoeften zover tegemoetkomen – in alle opzichten, dus ook wat betekent muziek, vermaak, amusement – dat wij een voldoening kunnen ondergaan zonder een verzadiging of een roes daaruit te zien voortkomen. Nuchterheid met een gelijktijdig aanvaarden van totaal de wereld, waarin je leeft, is de basis van de grootste geestelijke bewustwording.

o-o-o-o-o

Meditatie

 Vrijheid

De grootste vrijheid is het besef van waarheid. Vrij zijn betekent niet in de eerste plaats een toegeven aan anderen, maar het erkennen van de vrijheid om te dienen. Het vrijwillig aanvaarden, van verplichtingen, die blijven binnen de beperking van eigen mogelijkheid en wezen, vormen ons de grootste vrijheid, zowel van stoffelijk en geestelijk leven als van bewustwording en aanvaarding van het Goddelijke. Laat ons dan vrijheid als volgt omschrijven.

Vrijheid: Een bronzen klank, die in mij zingt, wanneer ik voor mijzelf erken, dat ‘k waardig ben geweest.

Vrijheid: Lichte kracht, die in mij schijnt, wanneer ‘k aanvaarden kan de werkelijkheid en niet verlies mijzelf in dromen.

Vrijheid: De moed in mij om eigen wegen steeds te gaan volgeins eigen goed en juist erkennen.

Vrijheid: Verwerpen van de waan der massa, ontwaken tot mijn eigen recht.

Vrijheid: ‘t Erkennen van Gods wet in mij gelegd, het volgen daarvan door de eigen wil en zo te komen tot een harmonie, waarin de wereld stil is en in mij het weten zich ontplooit.

Vrijheid: Eigen banden leggen aan het leven, eigen voet ervaren en stellen voor het ik door eigen wil.

Vrijheid: Het verwerpen van de beperking, die niet noodzakelijk is, maar het aanvaarden van elke beperking en verplichting, die je als een noodzaak gevoelt in jezelf.

Vrijheid is de vrede in jezelf, waardoor je de juiste plaats kunt vinden in wereld en sferen.

Ik hoop dat u mij goed hebt begrepen. Vrijheid is iets wat voor u allemaal bestaat, wanneer u de moed hebt om vrij te zijn en wanneer u in uzelf voldoende bewust bent van datgene, wat in uw even oen noodzaak en behoefte is. Vooral een behoefte innerlijk. En als u die les hebt geleerd en u zult ze – zij het misschien aarzelend in het begin, toepassen dan ben ik ervan overtuigd – dat u uit die vrijheid niet alleen een vrede verwerft maar ook meer betekenis in het bestaan.

image_pdf