Magie

15 december 1969

Wij hebben ook vanavond weer een gastspreker voor u kunnen vinden en aangezien deze gastspreker zich o.m. gaat bezighouden met enkele principes die meer magisch zijn, zou ik daarover vanavond iets willen vertellen.

Nu zijn er heel veel opvattingen over wat wel en wat geen magie is. Ik geloof dat wij alles als magie kunnen omschrijven, wat niet valt binnen het kader van de volledig bekende of kenbare verschijnselen. Wanneer er dus een factor is, die niet redelijk bepaald kan worden volgens de huidige kennis en die ook niet zichtbaar is, niet controleerbaar is met de huidige kennis, dan geloof ik dat wij over magie mogen spreken. Nu zijn er een aantal factoren in de magie die een heel grote rol spelen en onze spreker die vanuit zijn standpunt magiër is geweest, zal ongetwijfeld zijn best doen u te overtuigen van magische invloeden. Hij zal er misschien iets van manifesteren. Wat ik wel weet is dat om magie goed te begrijpen, je een groot begrip moet hebben voor:

  1. De innerlijke wereld van de mens.
  2. Voor de eigenaardige werkingen van het verschijnsel dat wij suggestie noemen en wanneer het sterker wordt hypnose.
  3. Een klein begrip moeten hebben voor bepaalde geestelijke combinaties die kunnen optreden. Geestelijk hiervoor dus alles wat psychisch is en zich verder buiten het zuiver stoffelijke en redelijke bevindt.

Nu wil ik allereerst dit stellen: De mens leeft in een wereld die niet gebaseerd is op de feiten die rond hem bestaan, maar van zijn interpretatie daarvan. Wijzigt hij zijn interpretatie van de feiten, dan wijzigt zich voor hem zijn wereld. Daar oorzaak- en gevolgwerkingen door hem dus worden afgelezen aan de hand van zijn interpretatie, is het mogelijk krachtens het innerlijk van de mens alléén voor deze mens oorzaak- en gevolgwerkingen te wijzigen. De essentie van de zaak ligt hier in het feit dat wij vertalen. Wij vertalen invloeden. Wat wij in onszelf gebruiken om die vertaling tot stand te brengen, is niet redelijk. Het is een gevoelselement, er komen bepaalde geestelijke elementen bij. Er zijn bepaalde karmische elementen in verwerkt en zo komt dus een wereld tot stand, die eigenlijk onze persoonlijke wereld is.

Dat is iets anders dan een tweede werkelijkheid, het is alleen een werkelijkheid die alleen voor onszelf zo bestaat. Wanneer wij in onze gevoelswereld een nieuwe invloed brengen, dan wordt voor ons de interpretatie van de buitenwereld een totaal andere. Eenvoudig voorbeeld: iemand heeft een slechte bui. De hele wereld is verrot en als hij kijkt, ziet hij het lelijke van die wereld. Maar wanneer diezelfde mens in een prettige en gelukkige stemming is, dan wordt alles wat hij eerst lelijk, liederlijk heeft genoemd, plotseling rustiek, aangenaam, het wordt een onderstreping van de schoonheid, voor een landschap of iets dergelijks. Op deze manier kan er al door een verandering van stemming een verandering van wereldbeeld en wereldwaardering tot stand worden gebracht.

Hoeveel sterker niet wanneer wij een zeer sterke en niet redelijk te bepalen of te erkennen emotionele verandering tot stand kunnen brengen. Er zijn voorbeelden te over te geven van de manier waarop dit kan gebeuren. Wanneer ik een suggestie uitoefen, dan breng ik in iemand bepaalde elementen, die in zijn persoonlijkheid ergens aanwezig moeten zijn, zodanig sterk in het spel dat ze een groot aantal andere feiten of omstandigheden tijdelijk verdringen. Suggereer ik nu iemand bv. die een sterke moederbinding heeft op een bepaald moment dat zijn moeder in het geding is, dan zullen alle emoties van de jeugd gaan meespelen en dan zal hij al hetgeen met die moeder geassocieerd wordt – ook mijn verklaring dus – met een bijzonder sterke emotionele nadruk gaan beleven. Het resultaat is, dat zijn wereld er anders uitziet. Maar het resultaat is óók, dat hij daardoor in die wereld anders reageert. Dit is één van de vele voorbeelden, die je kunt geven.

De mens heeft verder een wereld, waarin een groot gedeelte onverklaarbaar blijft. Dat onverklaarbare wil hij meestal niet zo graag erkennen, hij probeert het te rationaliseren, hij probeert het voor te stellen, alsof hij die wereld wel kent. Maar in zijn hart heeft hij het gevoel dat er toch overal weer geheimen zijn. Het is alsof hij in een soort spookkamer loopt, waarin allerhande geheime valluiken en klapdeuren zijn en hij weet: er kan er elk ogenblik één opengaan, al gedraagt hij zich alsof het vertrek normale, solide muren zou hebben. Wanneer ik nu één van die angsten kan activeren, op welke manier dan ook, dan gaat hierdoor – weder om een emotie – die mens anders reageren. Zijn waardering wordt anders. Een typisch voorbeeld is hier de mens die religieus is opgevoed. Hij is voortdurend geconfronteerd met het zondebegrip en door dat begrip van zonde, dat voor hem direct achter het dunne wandje van het leven liggende hel betekent, komt hij er niet toe om zijn toestand, zijn situatie, realistisch te bezien. Hij blijft voortdurend bezig met de angst. Wanneer ik dat doe, gaat er een deurtje open. Daardoor wordt niet alleen een reeks van zijn mogelijkheden afgesneden, hij kan deze niet meer reëel concipiëren. Want als hij het doet, brengen ze een zodanige emotionele afkeer of angst tot stand, dat hij ze toch verwerpt, maar daarnaast wordt hij gepreconditioneerd. Hij zal zijn handelingen richten op het vergaren van verdiensten om de zonde, waaraan hij niet helemaal ontkomen kan, te compenseren.

Deze suggestie gebruiken wij in de magie dus heel sterk. In de magie proberen wij in de mens een aantal van die geheime deurtjes a.h.w. te activeren. Er komen factoren uit het onderbewuste naar voren, er wordt gespeculeerd op onderbewuste begeerten en angsten. Wij veranderen zo de mentale reactie op de wereld en daarmee het wereldbeeld en zo ook de verwachting die de mens t.a.v. die wereld heeft, En aangezien de verwachting voor een groot gedeelte weer zijn eigen wezen conditioneert, wordt hij daardoor heel vaak het slachtoffer van gestelde waarschijnlijkheden die in feite niet eens bestaan.

Deze kwestie van suggestie speelt wel een heel grote rol. Want ook wanneer het gaat om reëel bestaande machten of krachten die een mens normaal niet zal erkennen, is het mij vaak mogelijk zijn emotionele inhouden zodanig te wijzigen dat hij gevoelig wordt voor deze invloed. Omgekeerd zal ik dus met bepaalde emotionele spanningen, kanalen kunnen afsnijden, waarlangs normalerwijze bv. informatie werd opgenomen of krachten werden uitgewisseld. Ik ben in staat een mens op die manier ook met het onzienlijke in verband te brengen. En nu krijgen we de grote moeilijkheid. Wat is het onzienlijke?  In de normale magie zien wij dat dit grotendeels door de demonologie wordt beheerst. Dat is een wat middeleeuwse wetenschap, waarbij men heeft geprobeerd alle kwade krachten in een bepaald kader, een bepaalde samenhang te brengen, ze namen te geven, zodat wij te maken krijgen met veldheren van de hel en boden van de hel, een soort evenbeeld van de kabbalistische hemelvisie.

Maar achter die namen – en dat vergeten de meeste mensen – zijn geen reële persoonlijkheden, maar wel reële eigenschappen. Wanneer een mens een beroep doet op een willekeurige demon, dan denkt hij misschien, dat hij een persoon aanroept, maar in feite roept hij een eigenschap aan. En die eigenschap kan deel zijn van een entiteit, die hemelsbreed verschilt van de opzet, die de demonoloog ons toont t.a.v. een duivel, die speciaal voor een dergelijke kwaal of een dergelijk contract geschikt zou zijn. Die verschillen zijn er alweer bij ons in de voorstellingswereld, maar dat neemt niet weg dat er reële werelden bestaan, waarin entiteiten aanwezig zijn. En die entiteiten hebben – wat je zou kunnen noemen – een zekere affiniteit voor mensen die zich concentreren op eigenschappen die zij bezitten. Bij een concentratie op die eigenschappen zal ik dus contact kunnen krijgen – het is nooit helemaal zeker – met een wezen dat die eigenschap in grote mate bezit. Hier is een kwestie van sympathie, sympathische magie – bepalend. Wanneer ik nu probeer die entiteiten na te gaan dan blijkt dat ze niet werkelijk helse geesten of demonen behoeven te zijn, maar dat het evengoed mogelijk  is dat iemand, die overleden is en een bepaalde haat heeft tegen een deel van de mensheid of een bepaalde voorkeur heeft voor een deel van de mensheid of een actie van de mensheid, daardoor kan worden gestimuleerd en de gevoeligheid van de mens – door zijn concentratie groter geworden – brengt dan tussen hem en die ander een wisselwerking teweeg.

Wanneer wij de vele verschijnselen die dan worden genoemd in de magie t.a.v. verschijningen en zo ontleden, dan komen wij tot de conclusie dat ze vaak niet veel verschillen van hetgeen wij een poltergeistverschijnsel noemen, een zoals u weet vooral bij pubers optredend verschijnsel waarbij uitstulpingen van het eigen ectoplasma bepaalde schijnbare spookverschijnselen teweegbrengt. Maar hier is alleen sprake van een neiging of een stemming die wordt uitgedrukt. Stel nu dat er een persoonlijkheid wordt uitgedrukt en dat er een wezen is dat zich binnen die persoonlijkheid kan bewegen. Dan krijgen wij dus te maken met menselijke kracht, menselijk ectoplasma mede bestuurd door de t.a.v. daarvan sympathische entiteit die met dit ectoplasma voornamelijk werkzaam, zekere dingen tot stand kan brengen, zo goed als de poltergeist dat doet. Dit komt een onnoemelijk aantal malen voor in de magie en we hebben daar dan ook, geloof ik, wel hoofdzakelijk te maken met de mens en suggestie en pseudo-suggestieve werkingen. Ik zeg “pseudo”, omdat naast de suggestie ook nog andere waarden aanwezig zijn, zodat de naam suggestief niet helemaal juist is.

En dan moeten wij ons gaan afvragen: wat is er dan waar van al die processen, waarvan men in de magie hoort. Ik kan u alleen dit zeggen: een zeer belangrijke rol speelt de astrale wereld. Ik weet die astrale wereld is 9/10 veronderstelling voor de mens. Laten we dus even aannemen, dat ze bestaat, dat ze fijn-materieel is en dat daarin de gedachte vormbepalend kan zijn voor de daarin aanwezige losse materie. Dan kan dus elk beeld van de menselijke gedachte een vorm krijgen. Deze vorm kan optreden als een persoonlijkheid, omdat daar energie in is vastgelegd, maar die energie beantwoordt aan zekere eisen. Nu zijn die eisen, waaraan die energie beantwoordt, bepaald door degene die de figuur gedacht heeft. Wanneer ik mij dus een demon denk, dan ontstaat op den duur een vorm – in feite niet bezield – die de verschijningsvorm, die ik aan de demon toeken, vertoont en daarnaast reageert op alle verwachtingen, die ik t.a.v. die demon koester. Doen tienduizend mensen dat, dan krijg ik te maken met een gestalte, die onafhankelijk van mijn denken ergens bestaat, omdat ik dus maar een tienduizendste deel ben van zijn energie en een dergelijke figuur kan veel verder optreden, dan een gewone gedachtenvorm.  Dergelijke z.g. gemaakte of kunstmatige schillen zijn er zeer veel, en veel van hetgeen wij horen omtrent verschijningen bij de magie, schijnt mij toch heel direct of indirect verbonden te zijn aan deze voorstellingswereld. Een typerend verschijnsel is het verschijnen van een verdoemde in een klooster. Het was een kloosterzuster, die gezondigd had en de anderen dachten dat ook. Men voelde dus enerzijds een groot medelijden met haar, anderzijds had men een voorstelling van deze non als verdoemde. Na een aantal dagen – in sommige rapporten wordt gesproken van 6 à 7 maanden, andere van enkele weken – dat ongetwijfeld regelmatig voor de ziel van deze ongelukkige zuster is gebeden en daarnaast de kloosterlijke ressentimenten in stilte zijn uitgestraald, verschijnt deze ziel, omgeven door vuur en vlammen met een ongelukkig gezicht; zegt dat ze zondig was en verdoemd is, drukt een hand af op een houten bank, waarin geschroeid hout inderdaad later die handdruk laat zien en verdwijnt. Dat lijkt misschien geen magie te zijn, maar op grond van het voorgaande mogen wij veronderstellen dat deze zusters, die in de eerste plaats allen waarschijnlijk een tikkeltje hysterisch waren en dus daardoor meer ectoplasma konden afgeven dan normaal, in de tweede plaats doordat hun gedachten een vorm hadden geschapen in enkele weken of maanden van deze zuster als brandend in een vagevuur of in de hel, het mogelijk was, dat zij zelf de verschijning hebben geschapen en zelf mede de verschijnselen, de z.g. brandvlek of schroeivlek op het hout, hebben veroorzaakt. En dit kan zijn gebeurd zonder dat men daarvoor materiële middelen heeft gebruikt.

En dan gaat u zich dus afvragen: waar komen dan eigenlijk de echte geesten in het geding, want dit zijn allemaal geesten van pas overgeganen, schaduwgestalten, schillen e.d. En dan kunnen wij dit constateren: Er is geen werkelijke begrenzing tussen wereld en sfeer. Die wordt alleen bepaald door waarnemingsvermogen plus besef. Wordt het waarnemingsvermogen groter, terwijl het besef geen beperking kent, waardoor een deel van de waarneming dus terzijde wordt geschoven, dan kan men dus een deel van een andere wereld of sfeer zien.

Wanneer wij dit als een grens moeten uitdrukken, dan zou ik zeggen: die is nog dunner dan een velletje papier. Dit zou betekenen dat krachten die werkzaam zijn in uw wereld en in een bepaalde sfeer eveneens bestaan, niet belemmerd worden t.a.v. elkaar. Dan kunnen er krachten bestaan die én in uw wereld én in een sfeer gelijktijdig en gelijkvormig optreden. Het is verder mogelijk dat processen, die in een sfeer of in uw wereld plaatsvinden – al zijn zij daartoe in feite beperkt – inductie veroorzaken in soortgelijke groepen of kringen in een sfeer.

En daar schijnt mij ook weer een belangrijk punt in de magie te liggen. Wij kunnen kennelijk beïnvloed worden vanuit andere werelden dan onze eigene, dat weten wij allemaal. Maar die beïnvloeding behoeft niet volledig en direct te zijn. Ze kan ook inductief zijn, d.w.z. dat krachten, zonder directe beroering worden overgedragen. En nu zult u begrijpen dat een inductie vooral sneller plaats zal vinden naarmate er voor inductie gunstiger omstandigheden aanwezig zijn.

Laten wij kijken wat de magiër doet. In de eerste plaats begint hij veelal zijn werk met een geestelijke training, met een zekere voorbereiding. Hij stemt zich a.h.w. af. Hij maakt gebruik van een groot aantal schijnbaar niet ter zake doende apparaten en voorwerpen. Hij groepeert stenen, lichten, stukjes koper, zilver, lood. Hij laat reukwerken branden in een bekken. Al die dingen bij elkaar vormen – zij hebben ook een eigen uitstraling – waarschijnlijk een eigenaardige structuur van uitstraling. En als die structuur nu toevallig eens vatbaar is voor iets wat in een bepaalde sfeer normalerwijze aanwezig is, dan zal er een inductie ontstaan. Die andere wereld wordt dus niet lijfelijk manifest, maar in dit veld ontstaan gelijksoortige verschijnselen. Hier is een reële geestelijke wereld aan het werk, maar er is geen sprake van een reëel geestelijk contact. De mens neemt dit wel aan als een normaal geestelijk contact en dat is heel belangrijk. Wij hebben over de suggestie al het nodige gezegd. Wanneer men dit verschijnsel als een reëel contact uit een sfeer beschouwt, is de grendel, de afscherming tussen de mens in zijn wereld en die sfeer met een andere waarde, tijdelijk a.h.w. opgeheven. Die mens is door het verschijnsel – niet krachtens het verschijnsel – in staat om nu ook directe invloeden te ontvangen.

Ik probeer u de magie in redelijke en duidelijke termen uit te leggen. Er is op deze avonden meestal sprake van een dialoog tussen de spreker van uw eigen orde en de gastspreker. In die dialoog zullen wij magische achtergronden, magisch denken en dat is vaak een beetje onwerkelijk denken – krijgen.  De gastspreker zal daarbij zijn eigen visie en zijn eigen beelden gebruiken. Wanneer hij dat doet, kan dat veel implicaties teweegbrengen t.a.v. uzelf, want het zou een suggestie kunnen worden. En een dergelijke suggestie zou een vatbaarheid kunnen betekenen. En die vatbaarheid vinden wij overbodig en daarom ben ik hier om te proberen de zaak tot een redelijk plan terug te brengen, zodat u zich later kunt realiseren, wat er eventueel aan de gang is.

Wat ik u gezegd heb over inductie is naar ik meen duidelijk en wat er overblijft is de directe verzwakking van de z.g. grens tussen wereld en een bepaalde sfeer. Wanneer u volledig identiek bent – al is het maar een breukdeel van een seconde – met een gedachte of een actie die elders in gelijke intentie en inhoud bestaat, kan worden gesteld of worden gerekend dat een absolute gelijkheid een tijdelijke identiciteit inhoudt. Je bent daar dus mee vereenzelvigd en dit komt vaker voor dan men denkt. In de magie wordt daar vaak in het bijzonder gebruik van gemaakt, vooral in de z.g. beschouwelijke magie, waarbij men dus voorstellingen opbouwt en weer afbreekt en daarnaast komt het dus heel vaak in uw eigen leven voor, omdat u met uw denken en vaak een zekere geestelijke achtergrond in dat denken, zonder het te weten tijdelijk precies hetzelfde doet wat ergens in een andere sfeer ook gebeurt met een gelijke intentie. Wanneer dat het geval is, dan zullen de achtergronden die tot dat moment geleid hebben in die sfeer, worden overgedragen naar u in uw eigen wereld en omgekeerd.

Er is dus een vermenging van waarde. Wanneer dat gebeurt, dan krijg je de z.g. verschoven herinnering of ook wel dubbele herinnering. Hierbij blijken vooral veel details gewijzigd te zijn en soms vinden wij een soort schijnherinnering, t.a.v. bepaalde acties of momenten die eigenlijk niet eens hebben plaatsgevonden, die men eenvoudig maar geïmpliceerd heeft vanuit zichzelf. Dat kan gebeuren doordat er in een andere sfeer of wereld reëel deze dingen hebben bestaan. Wanneer u daarmede te maken krijgt, is het wel erg belangrijk dat u rekening houdt met hetgeen u geleerd hebt – die dubbele herinnering houdt ook een ervaringselement in, vergeet u dit niet – maar dat u niet deze herinnering in de plaats stelt van uw eigen, meer voor de wereld waarin u leeft, feitelijke beelden. Je moogt de dingen niet verwarren.

Op die manier heb je met magie vele mogelijkheden, je krijgt uitbreidingsmogelijkheden van het ik; met een bewust geleide suggestie kun je heel veel doen. Je kunt aan de andere kant, doordat je weet wat die suggestie kan doen, jezelf daaraan vaak onttrekken, je weet waar het gevaarlijke ogenblik zit en je trekt je er dus tijdig van terug, enz.

De kennis van de magie is gebaseerd op de kennis van de innerlijke mens met al zijn voertuigen. Het is niet voor niets, dat wij spreken over de esoterisch-magische kring hier. Esoterie en magie zijn nu eenmaal twee kanten van één en dezelfde medaille. Alleen een beheerste magie veronderstelt een esoterisch bewustzijn. Je moet jezelf kennen om tot een beheersing te kunnen komen van de krachten en krachtsuitwisselingen, met het z.g. occulte of onbekende. En die esoterie berust niet alleen op zelfkennis in de zin van: o, wat ben ik goed of wat ben ik slecht, maar het berust wel op de erkenning van je eigenlijke ogenblikkelijke toestand en relatie met de wereld. Wat ik gisteren ben geweest, doet niet ter zake, wat ik morgen zal zijn kan ik vandaag nog niet helemaal bepalen, maar wat nu is, kan ik wel degelijk constateren.

Wat nu is, bepaalt dus mijn relatie met de wereld. Wat voel ik t.a.v. hiervan? Zonder de verwachtingen voor morgen (zoveel mogelijk) en zeker zonder enig me bewust beroepen op het verleden. Wat is er vandaag? Dat is heel erg moeilijk, maar kun je dit, dan bepaal je elke harmonische en sympathische werking t.a.v. sfeer. Je kunt hierdoor vanuit jezelf elke wijziging van wereldbeeld, zoals die wenselijk is, bepalen aan de hand van feitelijke omstandigheden en de in jezelf concreet aanwezige gevoelens. En daarmee hebt u eigenlijk de beheersing van de magie in de hand.

Nu zullen er onder u wel niet zoveel zijn, die acuut magisch willen werken. Wanneer u denkt ik wil onmiddellijk met die magie gaan werken, doe dat niet. Het is hetzelfde wanneer je alleen nog met een batterijtje hebt bespeeld en je gaat dan aan een hoogspanningsleiding met 25.000 volt zitten knoeien. Voor je het weet, heb je een schok te pakken, die je niet zo gemakkelijk te boven komt. Magie moet u zien als iets, dat interessant is, waarvan wij bepaalde delen en vaak mede op suggestie en concentratie gerichte delen wel degelijk kunnen gebruiken, maar wat wij toch zeker niet moeten zien als een oplossing van onze problematiek in de materie of zelfs voor een methode om bepaalde geestelijke problemen op te lossen.  Het is eenvoudig een werkwijze, die alleen door degene, die zichzelf voldoende kent en beheerst, met werkelijk succes gebruikt kan worden. Het is voor de specialist.

Ik weet niet of onze vriend zo dadelijk zal vergeten dit te vermelden, maar als dat het geval is: u bent gewaarschuwd.

Ik heb nu een tamelijk concreet beeld gegeven van de mogelijkheden en die werkingen en ik zou er nu nog het volgende willen bijvoegen.

Uw eigen wereld wordt ook door u bepaald in die zin dat de manier waarop u de dingen ziet, bepalend is voor wat ze voor u betekenen. Maar dat kunnen wij ook omkeren. Wat de dingen voor mij betekenen, wordt bepaald door mijn beschouwing en mijn beschouwing kan ik vaak beter beheersen dan de betekenis der dingen. Laat ik mij aanwennen om de wijze, waarop ik de dingen zie, te veranderen. Dan is er zoiets als eigen activiteit, dat speelt altijd een grote rol, ook in de magie. Ik zelf ben de werkzame stof die de zaak tot ontwikkeling moet brengen. Dat bestaat in alle menselijke en intermenselijke relaties ook; al schijnen de mensen dat niet altijd te begrijpen, want wanneer je een bepaald beeld projecteert, dan is dat beeld wat het antwoord tot stand brengt. Niet wat je bent, maar het beeld dat je projecteert. Dat is wat anderen beschouwen. Wanneer ik mij getroffen voel door de wijze, waarop men mij beschouwt, dan blijkt hieruit dat het beeld dat ik van mijzelf projecteer, verkeerd is. Ofwel, wanneer het een eerlijk beeld is dat ik niet pas in de gemeenschap, op de wijze waarop ik mij dat voorstel.

Voorbeeld. Wanneer politieke partijen beginnen met u te vertellen dat ze eigenlijk steun moeten hebben van de regering, bv. vrijdom van porto en steun van de pers enz., omdat ze het vanuit hun ledenbestand niet kunnen betalen, dan denken ze misschien dat ze hier iets heel reëels mee doen. In feite doen ze precies het tegenovergestelde. Want nu zegt iedereen; ja maar, als ze dan zo weinig leden hebben, waaraan ontlenen ze dan het recht om op onze kosten hun tekorten te laten betalen? Dus in plaats van het beeld van de partij die gesteund moet worden, krijgen wij de tegenzin tegen de partij, die misbruik dreigt te maken. Maar als ik dat nu eens doe op geestelijk vlak, wat gebeurt er dan? Want wij hebben alleen te maken met de zuivere materie. Ik ben in contact met een bepaalde geest. Ik heb van die geest een bepaalde voorstelling Mijn relatie met die geest baseer ik op mijn eigen materiële denkwijze. Wat is het resultaat? Dat ik met die geest alleen nog contact kan krijgen zover mijn materiële denkwijze beantwoordt aan hetgeen er in die geest bestaat. Wat die geest van mij zal ervaren en zal zien is dus niet meer wat ik werkelijk ben, maar juist het beeld, dat ik projecteer door hemzelf te willen vangen in mijn materiële voorstelling. En wat is het resultaat? Dat langzaam maar zeker schijnbeelden gaan ontstaan van geesten, omdat wij daarin stoffelijke motiveringen leggen vanuit de materie en omgekeerd dat je vanuit de sferen vaak geen contact meer kunt krijgen met de mensen die je bereiken wilt in de stof, omdat je je een geïdealiseerd beeld van hen hebt gemaakt, waaraan ze niet werkelijk kunnen beantwoorden. Dit vervreemdingsverschijnsel moeten wij dus voorkomen.

Dit is dus precies hetzelfde als met die politieke partijen. Wij moeten uitgaan van hetgeen wij werkelijk zijn. Niet wat ik wel en wat ik niet doe, omdat die of die, dat al dan niet gewenst heeft, maar doodgewoon: Wat ben ikzelf? Wat wil ik? Hoe ageer ik? Maar in mijn actie of zelfs in mijn onthouding van actie accepteer ik wel de besefsaanwezigheid van anderen. Dan krijg ik dus wel een contact waarbij een geest, die niet te sterk idealiseert – dat is altijd mogelijk – een voortdurend volledige binding kan houden met degene, die in de stof leeft. En omgekeerd. U ziet: het is eigenlijk allemaal heel eenvoudig wanneer je weet hoe het zich afspeelt.

Wilt u nu toch liever een magie hebben met demonen, bevolkt met allerhande natuurgeesten, met goden, het sta u vrij, mits u zich realiseert, dat deze dingen alleen maar symbolen zijn voor iets wat in uzelf, uw denken, uw emotie, in uw angst bestaat. Ik projecteer die dingen, niemand anders. Wanneer er contacten komen vanuit een sfeer op deze basis, garandeert dit mij helemaal niet, dat de bewuste god of demon dan ook aanwezig is. Het garandeert mij slechts dit, dat een deel van mijn voorstelling beantwoordt aan iets dat elders aanwezig is.

En nu kunt u wel rustig gaan luisteren naar een betoog over magie. De denkwijze van een magiër, die – en dat moeten wij toch niet vergeten – met zijn magisch werken en denken, ook heel ver is gekomen. Die eigenlijk een soort filosoof is geworden, maar als filosoof uitgaat van een aantal magische regels en wetten die op aarde misschien een beetje onzinnig zijn in deze tijd, maar vroeger grote werkelijkheden waren. Nu behoeft u niet bang te zijn dat hij u zal vertellen dat u de toekomst kunt lezen uit het graanpikken van een kip enz., maar onwillekeurig zou u bij zo’n betoog toch het gevoel kunnen krijgen, dit is wel zo. Onthoud dan dit: de essentie is juist. Maar de vorm, waarin die essentie wordt uitgedrukt, is een willekeurige. Zij wordt bepaald door het denken van een persoonlijkheid, niet door de werkelijkheid. Maak een onderscheid tussen de persoon en de feiten, dan zult u onbevooroordeeld kunnen waarderen, wat er wordt gebracht en gezegd.

U zult misschien zelfs beter gebruik kunnen maken van de aanwijzingen die u hier of daar vindt en u zult zeker niet onder de invloed van die ander komen tot een aanpassen van uw wereldbeeld aan het zijne, waardoor een deel van uw eigen mogelijkheden beperkt wordt.

Ik stel u voor om met belangstelling, maar met een zeker detachement te luisteren naar hetgeen onze gast van vanavond te brengen heeft.

De gastspreker

Men heeft mij verzocht u enkele van mijn gedachten voor te leggen en wanneer ik het leven bezie van de mens en de geest, dan zie ik dit als een voortdurend dansen op het slappe koord van ons eigen besef.

Rond ons is een wereld vol van onzienbare waarden en dingen, waarmee wij – of wij dit wensen of niet – rekening hebben te houden. En soms worden wij bijna van het koord afgeslingerd doordat – zonder dat wij weten van waar of hoe een stormvlaag ons pakt. En ze is alweer voorbij vóór wij beseffen wat er gebeurd is. Wanneer wij echter weten, hoe de wereld rond ons bestaat en gaan begrijpen, hoe de onzienlijke dingen ons voortdurend beroeren er benaderen, dan kunnen wij wijzigingen aanbrengen in de weg, waarop wij ons bewegen. Wij zoeken een bredere weg te scheppen dan dit zeer wankele koord der redelijkheid. Wij trachten uit de kennis die wij hebben van de natuur, maar ook dit aanvoelen en weten omtrent de verborgen en geestelijke zaken, voor onszelf een zekerheid te creëren, waarmee wij in staat zijn om het geheel van menselijk denken en weten in te passen juist in de onzichtbare wereld.

Er zijn krachten die leven buiten de tijd die wij kennen. En ze zijn in staat het totaal van die tijd te overzien en ons kennis te doen maken met toekomstige ontwikkelingen. Zeker, ook de mens heeft de middelen gevonden om een dergelijke voorspelling, een augurie mogelijk te maken. Wij grijpen daarbij naar het schijnbare toeval, wij werpen onze wichelrunen, onze wichelstaven, wij kijken naar de tekenen in de natuur, wetende dat die tekenen op zichzelf zonder betekenis zijn, maar uit de betekenisloosheid van de tekenen weten wij onszelf te verheffen tot een begrip van mogelijkheden en daar het toeval, het schijnbare toeval, eveneens ons eigen beleven en het gebeuren in de wereld bepaalt als de vlucht van een vogel of de val van een paar staven, kunnen wij door dit toeval te beschouwen als kentekenend voor hetgeen waarop wij concentreren, beseffen wat er aan de gang is. Wij weten waar wij naar toe leven.

Wanneer wij willen werken, dan kunnen wij dat natuurlijk doen met menselijke begrippen en menselijke krachten, maar voor de geest is, zoals voor de gedachten, geen werkelijke grens in de ruimte weggelegd. In de geest geldt: wat ik besef is de plaats waar ik aanwezig ben. Verander ik mijn besef, dan ben ik op een andere plaats aanwezig. Ik heb andere contacten en andere mogelijkheden. Een mens kan dat voor zichzelf niet doen, omdat hij gebonden is aan een stoffelijke belichaming.  Maar ik kan wel degelijk een geest nemen en die geest vullen met de krachten van voorstelling, van plaats, van persoon en van ruimte en dan zonder enige tussenpauze die geest op die andere plaats projecteren. En wanneer die geest daar aanwezig is, dan kan die geest volvoeren al datgene, wat met geestelijke krachten volbracht kan worden.

Het leven is een spel, waarbij wij voortdurend rekening hebben te houden met onbekende regels. De onbekende regels worden gemakkelijker hanteerbaar, wanneer wij niet op één niveau, maar op méér niveaus gelijktijdig ons spel spelen. Wanneer ik mijzelf wil zien als mens, dan moet ik rekening houden met wat de wereld van mij denkt, hoe ik mijzelf gedraag en welk oordeel men heeft over mijn gedrag en mijn gevoelens, kortom al datgene, wat ik in die wereld op de één of andere manier besef te zijn. Maar op het ogenblik dat ik mij van die wereld en haar opvattingen losmaak, blijft nog steeds een wezen over met alleen wetten, met eigen denkbeelden, met een eigen gevoelsinhoud. Met een eigen vorm van redelijkheid, met eigen kennis en eigen onkunde. En ook dit wezen zou ik moeten kennen, dit wezen dat bestaat zonder het te binden aan de voorstelling van de wereld.

Want dit eigenlijke ik, verborgen achter de materiële uiterlijkheid, is juist dat deel van mijn wezen dat in staat is contact te krijgen met andere werelden. Dit ligt het dichtst bij de geest, die kan uitgaan in de tijd en waarnemen in de toekomst of verleden, is verwant met dat deel van het ik dat zich kan verplaatsen over enorme afstanden in een oogwenk. En heb ik ook dit deel van mijn wezen erkend, dan ontdek ik dat daarachter ook weer iets schuilt, een reeks van vage herinneringen een reeks van vage beloften misschien, een persoonlijkheid die kennelijk voor dit stoffelijk bestaan aanwezig is geweest en die daarna wel voort zal gaan. Dat kun je geest noemen, je kunt het vroegere incarnatie noemen, je kunt het elke naam geven. Maar het is er en dit vreemde wezen heeft kennelijk weer heel andere gevoelens en opvattingen dan dit toch nog aan de ik-heid in de materie gebonden werkelijk levende wezen dat je pretendeert te zijn.

En met wat nu in die grenswereld bestaat, in dit vergeestelijkt ik met zijn vage herinneringen, met zijn stuwing, die helemaal niet meer past in de denkwijze van je eigen wereld of zelfs in de mogelijkheden van je wereld, krijg je te maken wanneer je wilt uitgaan boven de eigen werkelijkheid. Ik kom dan in de werelden terecht, die men de werelden van de geest noemt. Je kunt de hemelwerelden doorgaan, je kunt door de hellewerelden dwalen en zover je je onderworpen acht aan de krachten die daar bestaan, zal je onderworpen zijn. En zover je besef dat je mogelijk maakt afstand te bewaren tussen hetgeen in die werelden bestaat en wat je waarneemt, ziet en leeft, zal je ook vrij zijn van al hetgeen daar regeert.

Dit is de basis van magisch denken. Magisch denken dat ons niet alleen maar brengt in contact met demonen en goden. Dat ons niet alleen doet uitgaan naar buitenste werelden, waarin hoge geesten of diepgebonden geesten aanwezig zijn. Dat is een magie, waardoor wij onze relatie met de natuur kunnen veranderen. Het is het middel, waardoor wij die nieuwe basis vormen die ons vast doet staan temidden van de schijn der toevalligheden. Want niets is werkelijk toevallig. Er zijn wetten die het Al regeren, Eén daarvan is oorzaak en gevolg, de andere is de wet van evenwichtigheden. Voortdurend compenseert zich rond ons de wereld, opdat zij in de kosmos een vaste en betekenisvolle waarde zal behouden. En wanneer wij weten, wat die waarde, is, weten wij nog niet welke veranderingen er kunnen optreden. Wij weten slechts dat, wanneer veranderingen aan deze kant optreden, er aan gene zijde eveneens één moet zijn. Maar de magie maakt het ons mogelijk de relatie, te vinden, want als wij de tijd uitschakelen zijn oorzaak en gevolg plotseling één geheel geworden. Oorzaak en gevolg zijn gelijktijdig afleesbaar. En aangezien oorzaak en gevolg een keten is, waarbij elke oorzaak op zichzelf het gevolg is van een vorige oorzaak en weer een volgende oorzaak in zijn gevolgen bergt, zullen wij in staat zijn om zo grote gedeelten van het gebeuren te overzien.

Een vast gebeuren zonder toevalligheden. Een gebeuren, waarin wij onze schreden niet meer zetten, wankelend en ijverig voortzwoegend tegen de onbekende windvlagen uit de ruimte, maar waarbij wij bewust gaan over onze gekozen weg en zelfs in staat zijn onze gekozen weg tijdens het gaan te veranderen.

Meester zijn over de toevalligheden is de basis van de magie. Maar je kunt slechts meester zijn over de omstandigheden, wanneer een meesterschap omtrent jezelf aanwezig is. Vele mensen begrijpen dat niet. Zij vinden het vreemd dat je bepaalde riten voltrekt, omdat hierdoor in een regelmaat die je zelf schept, de regelmaat van een groter Al kenbaar wordt. Omdat je hier in staat bent je eigen weg zo ver te verleggen dat oorzaken en gevolgen bij anderen een andere vorm van verschijning krijgt. En toch is dat heel natuurlijk. Het is gewoonte bij vele denkers om te zeggen: de mens leeft in een wereld van Maya of begoocheling.  Maar wat is begoocheling eigenlijk? Wat is goochelen? De goochelaar is in feite slechts de vingervlugge knaap die dingen doet, zonder dat u ziet, hoe ze gedaan worden. Dat is nu uw werkelijkheid. Hierin gebeuren de dingen soms zo snel, soms zo traag, dat ze u niet opvallen en daardoor is het in verschijning treden van de eindvorm voor u een verrassing. Evenzeer als het verwisselen van plaats van het balletje onder de bekers bij de goochelaar. Maar de werkelijkheid is, dat het balletje een bepaalde weg aflegt. De werkelijkheid is, dat oorzaak- en gevolgwerkingen in de wereld om ons vastliggen. We kunnen ze registreren. Wij kunnen meester zijn. Ons meesterschap is afhankelijk van de wijze, waarop wij onszelf kunnen beheersen tegenover de invloeden van onze omgeving.

Wanneer ik een demon oproep, dan is het niet alleen maar het pentagram dat mij beschermt, dan is het niet de dubbele band met de geheime tekens die mij zekerheid verschaft. Het is mijn eigen wezen dat zonder angst daar staat, symbolisch gewapend met dolk en zwaard. Een dolk die geen geest kan doden, een zwaard dat geen geest kan beroeren. Maar ze zijn de symbolen geworden van datgene wat in mij is. Ikzelf ben de gewapende kracht die de demon dwingt om te blijven waar hij is. Ik ben de bezielende zang die in de runen is vastgelegd. Het is in mij dat de symbolen bestaan dat ze betekenis krijgen. Het is mijn wezen, dat voor een ogenblik die hele wereld van begoocheling uiteenrukt en haar bevriest tot één ogenblik tijd, waarin het onzienbare geremd nu in zijn bliksemsnelle ontwikkeling  stil moet staan.

Denken over magie is moeilijk voor de meeste mensen. Voor mij is het moeilijk om anders te denken dan in de termen van de magie. Wie eenmaal is doorgedrongen in deze vele werelden, die voortdurend met elkaar verweven en verknoopt zijn, die kan zich geen wereld meer voorstellen, waarin de menselijk rede, beredenering en kennis nog beduiding en betekenis kan hebben. Het is alles zinloos, tenzij wij mede het verborgene daarachter weten. Dat is de relatie die werkelijk tussen de dingen bestaat, deze onveranderlijke wet van werking, van oorzaak en gevolg en de plaats die ik bewust voor mijzelf daarin kies, is voor mij de enige waarheid.

Een dergelijke geloofsbelijdenis, een dergelijke constatering van feiten zal ongetwijfeld niet alles zijn wat u van een gastspreker op een avond als deze pleegt te verwachten.

Wanneer u magisch wilt denken, zult u in de eerste plaats moeten leren dat tussen elk normaal gebeuren reeksen van andere gebeurtenissen verborgen zijn. Wanneer ik te maken heb met een mens die plotseling bezeten wordt, dan ligt daar een ogenblik, waarin vóór de bezetenheid iets gebeurt. En dat kleine gebeuren moet ik vangen. Het is die kleine ontlading van energie, die kleine verandering in de aura. Wanneer ik die terug kan vinden, dan is bezetenheid onmogelijk geworden, want ik kan de oorzaak daarvan wegnemen. Wanneer ik een zieke wil genezen, dan is het niet nodig om met een clyster langzaam via lavementen het darmstelsel van de patiënt te ondermijnen. Of koppen te zetten tot hij leeggebloed de geest geeft. Dat zijn maar schijnvormen. Dan is het niet nodig om de kruiden te berekenen naar de elementen zelf. Maar is het wel nodig om te begrijpen dat die ziekte ergens begonnen is. Er is een begin in de verstoring van evenwicht geweest en waar ligt dat begin? Dat is de kern van de magie. Ik maak in dat heden van die mens met zijn kwaal voor mij het verleden, het begin zichtbaar. Zijn gedachten, de verandering in zijn structuur, de invloeden van buiten die daaraan hebben meegewerkt. En dan zeg ik: hier scherm ik af en daar verander ik. En omdat ik in het verleden a.h.w. verander, omdat ik herbouw wat door de tijd veranderd werd, maak ik mijn patiënt gezond.

Dit zijn dingen, die misschien dwaas klinken in de oren van hen die niet weten wat magie en wat tijd is. Maar wanneer u een geest oproept, wat roept u dan op? U roept een beeld op, een beeld uit het verleden misschien? Of een voorstelling die men u getoond heeft in de kerk of die men u geleerd heeft op geheime bijeenkomsten? Een voorstelling, méér niet. Maar die voorstelling is alleen maar een schema, het is niet een werkelijke vorm. Het is een kracht, het is een reeks van krachten, die in het Al bestaan, het is één punt van een bliksemschicht die door de tijd heen flitst en op dat punt heb ik haar een ogenblik opgehouden, haar doorsnede genoteerd en ik heb gezegd; dit is … en dan geef ik de naam van de geest. Wanneer ik die geest bezweer, kan ik nooit alleen maar die ene geest roepen. Ik roep altijd de hele kracht en zijn werking ook wanneer die geest alleen in een ver verleden zo bestaan heeft, zal zo in het heden antwoorden op haar naam, omdat zij één geheel vormt en waar ik één punt in de tijd concreet kan maken, ver in het verleden of ver in de toekomst, daar is in het heden de manifestatie onvermijdelijk. Dat is eigenlijk magie, bezweringsmagie. U hebt een mens gekend en u wilt die mens oproepen. Nu moet u geen doden oproepen, dat weet ik wel. Maar stel u voor dat u contact wilt maken met die mens, wat doet u dan? U bouwt zich een beeld van die mens op, niet zoals hij nu zou kunnen zijn, en misschien niet eens zoals hij op zijn laatste moment op aarde is geweest. U bouwt zich een beeld op uit het verleden, maar ook die mens is alleen maar een vorm van een lijn die door de ruimte gaat en wanneer ik hier de naam heb en de vorm, dan zal elke verschijning – ook die daar en die daar – mogelijk zijn op elk moment van harmonie. Dan ontstaat de verschijning. Maar dan komt maya, de begoocheling. En de begoocheling schuift de herinnering tussen de werkelijkheid die verschijnt en mijn wezen dat die werkelijkheid moet beseffen. Dan zie ik de oude vorm als een tekening, niet datgene wat erachter schuilt.

En daarom moet ik leren om, zodra ik met de vormen en met de naam heb opgeroepen, weg te zien van deze voorstelling. En ik kan u zeggen uit eigen ervaring ik heb doden geroepen, doden doen verschijnen en demonen, duivels. Maar wanneer ik de voorstelling terzijde wierp, bleken het krachten te zijn, die alle onderling vergelijkbaar zijn. Er is geen verschil tussen een demon en een godheid, behalve de vorm, die ik er aan geef. En dat is maya. Is het dan zo moeilijk om iets reëel en werkelijk, te doen en op te bouwen? Als je maar het besef hebt, het besef, dat is het enige, wat je nodig hebt.

Kijk.  Kijk naar de dingen. Kijk naar de mensen. Besef dat de vorm, waarin zij nu voor u bestaat de uitdrukking is van een wezen, evoceer dat wezen, dat achter de vorm verborgen is en tracht de vorm te vergeten. U zult een werkelijkheid zien.  En dat is magie. Dat is occult, verborgen, het geheim van inwijding. Die dingen zijn altijd zo. Achter elk van u schuilt een eeuwigheid, achter elke vorm, jong of oud, hier aanwezig, schuilt een wezen, dat vergelijkbaar is met alle andere wezens, maar dat toch zijn persoonlijke eigenschappen en uitdrukkingen heeft, zijn eigen weg ergens in de oneindigheid. Wanneer ik de voorstelling laat vallen, dan wordt de werkelijkheid pas zichtbaar.

Dat is de kernregel van het magisch denken. Wanneer ik mij bezighoud met hetgeen ik denk te zijn, wanneer ik mij bezighoud met dat, wat ik zou willen zijn, of dat anderen denken dat ik ben, kan ik nooit de werkelijkheid zien omtrent mijn wezen. Maar wanneer ik mijzelf a.h.w. oproep door uit te gaan van het beeld, dat ik nu ken en te zeggen: nu is hierin het wezen en dan het uiterlijk te vergeten, dan beginnen er vreemde dingen te werken en dan word ik omtrent mijzelf bewuster. Alleen kan ik het niet in vormen omschrijven.

Magie, werking van een magiër is in feite de ontmaskering van schijn. Maar hij moet eerst zichzelf kunnen ontdoen van de maskers om niet misleid te worden door zichzelf. Maar wanneer je eenmaal de eeuwigheid die je bent, beseft. Wanneer je één bent geworden met dat werkelijke wezen dat zich achter de uiterlijkheden verschuilt. Wanneer je de onbelangrijkheid van vormen en daden, van vormen hebt gezien, vergeleken bij de werkelijkheid die je leeft, dan ben je niet alleen meer de balancerende koorddanser, dan ben je ook het koord zelf en de torens, waaraan het koord verbonden is, bij het marktplein met de toeschouwers. Dan ben je alle dingen zelf ergens. En daardoor kun je zelf bepalen hoe het zal zijn en het eruit zal zien.

De ware magiër is meester van zijn lot. De ware magiër onthult zichzelf, maar kan daardoor ook de schijnvormen rond hem onthullen, wanneer hij dat wenst. En wanneer hij gaat, kunnen alle vormen verbleken tot een flauwheid van nevelen, terwijl naast hem gaan ongekende wezens en figuren die werkelijk zijn. De invloeden die hem vanuit de ruimte schenen te beïnvloeden en dreigden te doen vallen in de gapende diepte van het plein onder hem, zijn nu plotseling geworden tot wezens, krachten die je kent, waarmee je kunt spreken, waaruit je kracht kunt putten of die je kunt terugdringen met de felheid van je eigen wezen, is magie.

Magie is de beheersing die niet het Al kan veranderen. Maar die het ik in het Al kan veranderen. Magie is niet een meesterschap over anderen, maar wel het vermogen om in die anderen de factoren van verschijnsel in tijd te veranderen. Magie kan een mens niet werkelijk doden, maar hij kan een mens ertoe brengen zichzelf te doden. Magie kan niet werkelijk iets veranderen in de eeuwige waarde van een ziel, maar zij kan de erkenning van die ziel veranderen, behalve wanneer ze wereldgebonden is. De magiër, die werkt met de mensen rond hem, is een soort schimmenspeler. Hij werpt de schaduwen van zijn projectie van werkelijkheid neer en zegt tegen de mens: dit is uw wereld. En de mens gelooft het. Wanneer hij zegt: ik zend u een grote groene duivel om u te wurgen of ik zend u een giftige pijl om het hart te doorboren, dan zal die ander dit onbewust geloven, want zijn geest is niet in staat om te zien voorbij de uiterlijkheden. Er is geen werkelijke pijl. De schimmige pijl die vliegt, is een gedachte, een suggesties meer niet. De demon die wordt gezonden, is een wezen dat alleen maar kan inwerken op een vorm die zich openstelt daarvoor in angst en anders niet. Ze zijn in zekere zin reëel.

De magiër is een mens die een eigen werkelijkheid schept, omdat hij de onwerkelijkheid van het z.g. werkelijke erkend heeft. Hij is de mens die leert om terug te gaan in de tijd, omdat oorzaak en gevolg altijd ergens een begin vinden dat onaanzienlijk is, dat beheersbaar is. Hij is een mens die vooruitloopt in de tijd, omdat hij weet dat ergens een ontwikkeling tot een einde komt en dit einde reeds nu beseft, kan voeren tot een juiste aanpassing aan hetgeen komen gaat. De magiër is een mens, een geest, maar hij is gelijktijdig een eeuwigheid. En in tegenstelling tot de meeste anderen is hij zich daarvan bewust, niet alleen theoretisch, maar ook praktisch Daarom kan hij andere werelden en sferen betreden Want wat kan hem beletten om te zeggen: ergens pas ik in een wereld of sfeer, dit moment van mijn wezen neem ik, ik noem het met de naam en ik zie het er, ik beleef het.

De meeste mensen denken dat magiër zijn een kwestie is van beproevingen doorstaan. Ik zeg u: het is geen kwestie van beproevingen doorstaan, maar het is een kwestie van jezelf kennen. Uitgaan naar andere werelden, worstelen met demonen is een kwestie van veranderen in je tijd, het juiste beeld vinden, waarin je meester blijft van je omstandigheden. Niet het eenvoudig ondergaan van beproevingen, die je worden opgelegd. U maakt uw eigen wereld. Zelfs wanneer ze maya heet. U vindt uw eigen krachten en uw eigen mogelijkheden, zelfs wanneer u meent door het toeval beheerst te worden. Hoe blinder u bent, hoe meer het lot en de omstandigheden uw meester zullen zijn. Maar hoe meer u leert te zien wat u zelf zijt en vanuit dit besefte ik te herkennen wat de wereld is achter de vervliedende uiterlijkheden, zult ge ook meer meester zijn, niet slechts van uzelve, maar van al wat de wereld voor u betekent. Daarom is magie belangrijk.

Men heeft mij gevraagd u enkele van mijn gedachten voor te leggen en ik heb mij een ogenblik afgevraagd of het misschien goed zou zijn hier uw illusie voor een ogenblik te veranderen. Maar ik geloof niet dat dat juist is. Want ge kent uzelf nog niet voldoende om de verandering van uw illusie te beseffen voor wat ze is. Het zou een goocheltoer blijven, zonder meer. Maar toch, toch zou ik misschien één klein ding kunnen zien of doen, ik weet het niet. Wanneer ik zeg: deze hand is leeg, dan is die hand leeg. Wanneer ik zeg: ze is gevuld, dan is ze gevuld voor mij. Voor u niet. U zegt: ze is leeg. Maar wanneer ik laat groeien, wat in die hand leeft en ik werp het gewoon naar één van u toe, dan heb ik iets van kracht, van een voorstelling geworpen en dan zal het waar worden. Ik heb één stukje kracht geworpen, meer niet.  Een voorstellinkje, een soort sneeuwbal, die nooit bestaan heeft. Toch is ze er. Ik zal met die sneeuwbal twee uwer, ik heb er nl. twee geraakt, de ogen eens openen. Een kort ogenblik van illusie. Een illusie voor deze nacht. Gewoon illusie, meer niet, maar wanneer u die illusie baas kunt, kunt u misschien uw werkelijkheid beter beheersen. Zeg dan tegen de anderen dat het leven een illusie is, die je slechts beheersen kunt, wanneer je beseft, dat zij illusie is. Dan heb ik misschien mijn denken duidelijk gemaakt.

Nu ga ik afscheid van u nemen. U noemt mij misschien wijs of een dwaas. Hoe u mij noemt, bepaalt niet wat ik ben. Dat is de kern van de zaak. Wat u mij noemt, bepaalt niet wat ik ben. Wat ik u noem, bepaalt niet wat u werkelijk bent, tenzij u aanneemt wat ik u zeg. Wie zich onderwerpt aan de projectie en de illusie van een ander zal zijn wat de ander hem maakt. Maar wie zich beperkt tot zichzelf, maakt zichzelf. Wie zichzelf maakt, beseft de kracht van de eeuwigheid waaruit hij voortkomt en kan van daaruit werken.

Ik meen dat ik hiermede u iets van mijn denken duidelijk heb kunnen maken. Ik hoop dat het u zal helpen uw eigen denken helderder te maken, vooral omtrent uzelf. Wanneer u ontkomt aan de slavernij van uw illusies, zult u misschien uw mogelijkheden in de werkelijkheid ontdekken.