Magisch denken.

Magisch denken.

Magie is een heel simpele manier van denken. Het is veel eenvoudiger dan de meeste mensen zich realiseren. Een van de eenvoudigste dingen van de magie is: de naam en het ding zijn gelijk. Zo boven zo beneden. Wat ik doe aan het beeld, doe ik aan de werkelijkheid. Het zijn principes waarvan je zeg: dat is toch te gek. Aan de andere kant, als we de magie eens heel goed proberen te bekijken, dan werken we wel met deze regels maar het zijn geen echte regels, geen echte wetten. Het zijn alleen maar werkaanduidingen, dat is heel iets anders. Het is een aanduiding voor het werken met allerlei krachten waar je misschien heel weinig van af weet. Het is het werken met allerlei vormen van gedachtekracht, van persoonlijke energie en alles wat daar bij komt. En alles op de keper beschouwd, betekent het ook beseffen dat het wel werkt maar dat het niet klopt. Het waarom is ook duidelijk.

Het is net als met astrologie. Astrologie is, als je het zuiver stoffelijk bekijkt, onzin. Als je het astronomisch bekijkt, is het in vele gevallen onjuist. Maar als je het gaat bekijken vanuit een ervaringswe­tenschap, dan kun je stellen dat Mars bijvoorbeeld een zekere invloed uitoefent en dat Venus ook niet op haar achterhoofd is gevallen. Op die manier heb je, door ervaringen eigenlijk, een aantal regels opgesteld die in de praktijk kloppen, ofschoon het de vraag is of de verklaring juist is. Dat is nu magie.

Er zijn mensen die zeggen: waarom moet ik op een bepaalde tijd een zekere magische handeling verrichten? Waarom moet ik nu wachten tot de nacht van St. Jan om een bepaalde invocatie te doen? Want, zeggen ze, het zou veel gemakkelijker zijn als ik dat in mijn vrije uren kon doen. Daar hebben ze gelijk in.

Het zou gemakkelijker zijn. Maar de nacht van St. Jan hangt weer sa­men met de stand zon/aarde. Met andere woorden, er worden bepaalde kosmische invloeden mee bepaald. Als je dat nu precies gaat uitrekenen, dan zal het niet altijd de nacht van St. Jan blijven, ook als de mensen St. Jan steeds op dezelfde dag blijven vieren. Dat verandert steeds een beetje. Die invloed heb je echter nodig. Die invloed is 2500 à 3000 jaar geleden bijna op die bepaalde nacht zeer sterk geweest. Dientengevolge kon je werken met die kracht in die nacht. Dus kon je er op rekenen dat bepaalde oproepingen en andere zaken beter zouden slagen. Het is eigen­lijk zo simpel als 2 x 2 = 4.

Zodra je je gaat bezighouden met de verklaring die wordt gegeven, word je er gek van. Dan kun je niet verklaren waarom je bijvoorbeeld het ene drankje met vleermuizenbloed en het andere met ravenbloed moet bereiden en dat terwijl er vruchtenwijnen bestaan die veel beter zijn. Die gebruiken ze tegenwoordig trouwens ook om elixers te maken. Voel je je dan niet beter door de medicijn die erin zit, dan doet de drank toch ook het hare.

Realiseer je nu even de volgende punten: Als ik magie wil bedrijven, dan moet ik mij in de eerste plaats bewust zijn van het bestaan van krachten. Hoe ik daarin geloof, doet niet ter za­ke, als ik er maar in geloof. Want als ik werk uit een innerlijke onzeker­heid, dan heb ik geen kans om voldoende kracht uit te stralen of voldoen­de kracht op te nemen. Maar als ik daarin geloof, dan gaat het wel.

Verder moet ik dat geloof formuleren. En of ik dat geloof nu formu­leer met vleermuizenbloed, met ravenbloed, met druivensap of op een ande­re manier, dat doet ook niet zozeer ter zake. Het gaat namelijk niet om de substantie op zichzelf maar om bepaalde uitstralingen die ik samen breng. Zo wordt eigenlijk de magie een kwestie van werken met harmonieën en disharmonieën.

Als ik iemand wil vernietigen, dan stuur ik hem een disharmonie op de hals. Wil ik iemand helpen, dan stuur ik hem een harmonie. Zo eenvou­dig is het. Een harmonie is altijd datgene wat ik in mij erken als zijnde licht, als sterk, als juist, waarin ik geloof en wat dus de relatie van een an­der ten aanzien van de wereld eveneens licht, sterk en vreugdig kan maken vanuit mijn standpunt.

Als nu een ander hoort welke kracht ik heb gebruikt, dan zegt hij mis­schien: daar ben ik het helemaal niet mee eens. Hij kijkt dan naar de naam die ik eraan geef. Het gaat echter niet om de naam, het gaat om de trilling, om de kwaliteit. Er zijn mensen die zeggen: wij geloven niet in magie. Gelijktijdig gebruiken ze die zelf duizenden malen.

Magisch denken is een kwestie van geloven. Iemand die werkelijk heel erg magisch denkt, gelooft net zo intens in de waarde van een be­paalde naam of trilling als u in de koopwaarde van een stukje papier waarop staat gedrukt ‘De Nederlandse Bank betaalt aan toonder’. Het is doodgewoon een gebruik.

Uw hele wereld is gebaseerd op allerlei zaken die u maar heeft aangenomen. U heeft aangenomen dat het veiliger is als het verkeer rechts houdt. In zekere zin heeft u daar gelijk in. U heeft aangenomen dat een bepaalde snelheid de beste maximum snelheid is die je kunt aanhouden. Dat is natuurlijk niet helemaal waar maar in het gemiddel­de zal het misschien waar zijn. Als iedereen daarin gaat geloven, dan eerst functioneert het. Vandaar dat maximumsnelheden zelden functione­ren omdat de meeste mensen geloven dat ze er alleen zijn om ze te kun­nen overschrijden.

De magie is het accepteren van waarden. Als je een waarde accep­teert, dan is dat niet alleen maar een kwestie van: ik heb het aanvaard. Neen, het is dan een deel van mijzelf geworden. Zo goed als voor u het gebaar van het uitschrijven van een girocheque. Er is natuurlijk geen geld mee gemoeid, alleen getalletjes ergens in een computer. Maar voor u is dat geld, voor de ander is dat geld, dus is het geld.

Als ik geloof in een lichtende kracht die in mij bestaat en die van­uit mij kan werken en ik geloof daar zo intens in dat ik mij niets anders kan voorstellen, dan zal ik, elke keer wanneer ik zeg: die lichtende kracht straal ik uit, die kracht inderdaad uitstralen. Want dan zal het effect worden bereikt. 0f die kracht inderdaad zo lichtend, zo stralend, zo mooi en zo edel is als ik mij voorstel, dat weet ik niet. Ergens in een kos­misch heelal draai ik allerlei verschillende krachten door elkaar en door mijn geloof wordt de verhouding van die krachten veranderd.

Een zeer eenvoudige oplossing voor dingen die je ervaart, als je een beetje sensitiever bent, ligt ook in dezelfde orde van grootte. Wanneer u iets ziet of hoort, dan kan het zijn dat het inderdaad geeste­lijk is. Maar wat betekent het? Daar weet u niets van. Tot het ogenblik dat er in u een beeld opkomt dat zegt: dit is mijn betekenis. Vanaf het moment dat die betekenis in u bestaat, gaan alle uitingen die, uit de geest of waar vandaan ook, u paranormaal bereiken, zich ineens afzetten tegen het denkbeeld dat u heeft. Het worden varianten ervan. En omdat die varianten dan in een bepaalde richting kunnen gaan, is het geheel wel zinvol terwijl u niet komt tot het constateren van een exacte betekenis.

Dat is misschien maar goed ook. Stel u voor, u wordt wakker en u ziet een doodshoofd tegen het behang. Dan kunt u zeggen: dat is de dood die mij komt halen. Dan heeft u pech en uw levensverzekering heeft geluk want u kunt rustig nog een tijd blijven doorbetalen. Maar als u zegt: hier wordt iets van vergankelijkheid aan mij getoond, het is een duidelijk maken van een relatie, dan kan dat doodshoofd de betekenis krijgen. Dingen uit het verleden gaan weer een rol spelen. En dat zal wellicht juist zijn.

Ik kan mij voorstellen dat de meeste mensen met dat soort gedoe, dat is het toch voor de doorsnee‑Nederlander, niet goed weg weten. Het past niet in het kader van het logisch en rationeel denken. Dat is volkomen juist. Alleen, het kader van het logisch en rationeel denken past niet bij een exacte logica en past ook niet bij een zuiver verstande­lijke benadering. Het zijn altijd weer varianten daarop.

Wat ik uitzend is dat wat er in mij bestaat. Kan ik in mij een zeker­heid verwerven, dan kan ik die naar buiten uitstralen en maak ik daar­door iets van die zekerheid buiten mij waar. Dan is het ook helemaal niet zo verwonderlijk dat een magiër, die met de overtuiging dat hij iemand hoofdpijn bezorgt door een poppetje dat de persoon voorstelt, op het hoofd te slaan, inderdaad resultaat heeft. Dat poppetje op zichzelf haalt niets uit maar door die daad, door het geloof, is er een trillingsver­houding tot stand gekomen tussen de magiër en degene die door het pop­petje wordt voorgesteld. Het is die kracht die werkt. Als de ander daar niet in gelooft, kan het nooit werken, dan heb je meer stoffelijke din­gen nodig. Altijd weer zul je in de magie moeten teruggrijpen naar de waarden die onbewust in de mensen aanwezig zijn.

Nu weten we wel één ding: de mensen die het meest wetenschappelijk denken te denken, zijn het meest bijgelovig. U moet maar eens opletten. Als je namelijk te rationeel wordt aan de ene kant, zit je aan de andere kant van binnen vol onzekerheden. Die onzekerheden sublimeer je dan om­dat je bijgelovig bent. Dus is iemand die zeer wetenschappelijk en zeer rationeel denkt, zeer gemakkelijk te bereiken. Maar als u nu iemand een klap op zijn hoofd wilt geven, dan kunt u het mooiste poppetje hebben maar de ander gelooft alleen maar in de goede God ‑ die goede God geeft geen klap op het hoofd ‑ dus gebeurt het niet. De hoofdpijn blijft uit.

Als u gelooft in een duivel, zult u monsters binnen de cirkel oproe­pen die werkelijk verschrikkelijk zijn. Daar zijn de moderne monsters in de tekenfilms niets bij. Maar wat ziet u? Denkt u dat u werkelijk hellemon­sters ziet? Wel neen. U ziet een gedachtevorm. Dat aan die gedachtevorm voor u een deel van de kosmische kracht is verbonden en dat u de eigenschappen van de kosmische kracht meent te kennen, bepaalt dat de werking van dit deel van de kosmische kracht in wezen door u wordt be­paald. Als u dus dezelfde oproeping gebruikt en u verwacht een engel, dan komt er een engel. De misleiding ligt niet in het magisch gebeuren, die ligt in uzelf, daar wordt de voorstelling geschapen.

Stel dat je zelf aan magie wilt gaan doen. Het zou mogelijk zijn. In de eerste plaats moet je dan weten waarin je werkelijk gelooft, wat voor jou onomstotelijke vast staat, ook al kun je dat niet bewijzen. Dat is de basis van waaruit je moet werken. In de tweede plaats heb je in de magie altijd een werkmethode nodig. Ze noemen dat soms wel mysterie, ritus. Daar gaat het eigenlijk niet om. Datgene wat uitbeeldt wat je gelooft en datgene wat je tot stand wilt brengen, zal altijd de kracht die in je is, buiten je wekken en daarmee de verwezenlijking bevorderen.

Dan zijn er ook mensen die zeggen: moet ik dat dan in stilte doen? De meeste mensen lukt het in stilte beter, de westerling tenminste. Maar er zijn ook mensen, die hebben daarvoor juist voodoo‑trommels nodig of misschien doen ze dat het best als de een of andere kakafonie van geluiden wordt geproduceerd, zoals bij de moderne muziek. Wanneer je wilt werken, kun je ook werken met muziek, maar alleen als de muziek voor je gevoel past bij datgene wat je tot stand wilt brengen. Dan kun je rustig een plaat opzetten.

Het kan zijn dat je gelooft in gebed. Ga dan maar bidden, desnoods met honderd man bij elkaar. Het levert in ieder geval extra gedachtekracht op. Maar het geloof moet er zijn en de werkmethode moet er zijn. Want als we niet uitdrukken wat er in ons is, hebben we het gevoel dat het in ons besloten blijft.

Een mens heeft een handeling nodig om wat in hem is, naar buiten te verplaatsen. Dat is onbewust. Het is geen kwestie van beredenering. Het is een kwestie van aanvoelen. Als je iets gedaan hebt, dan zeg je: nu heb ik het buiten mijzelf gezet. Daarmee heb je het eigenlijk voor jezelf echt gedaan. Wat voor jezelf echt is, dat kun je aan anderen zen­den, daar kun je iets mee doen voor anderen.

Misschien denkt u: het enige dat mij interesseert, is paranormale genezing. U weet hoe de mensen zijn. Zij zien de dokters met hun hoge in­komens en denken dan: als ik dat nu paranormaal zou kunnen doen. Misschien is het ook werkelijke bewogenheid voor het lijden der mensheid, wie zal het zeggen, als u iemand wilt genezen met een magische handeling. Maar als u alleen gaat zitten denken “wordt beter, wordt beter”, dan heeft u een heel mooie illusie. Of het werkt, is een andere vraag. Als je een onwillekeurig gebaar maakt en zegt “wordt beter”, dan heb je die kracht naar buiten gebracht en dan is de werkingsgraad ervan aanmerkelijk hoger en de kans dat je werkelijk effect krijgt met 70% toegenomen. Alleen om­dat je wat in je wordt opgewekt, omzet in iets wat naar buiten toe ook voor jou naar buiten toe gericht is. De hele magie bestaat uit allemaal van die gekke dingen. Al die ri­tuelen, dat is niets anders dan het naar buiten brengen wat de magiër in zichzelf heeft opgebouwd.

Heeft u er wel eens aan gedacht hoe je een spook aan een zwaard kunt rijgen, er een soort saté spiritual van te maken? Dat kun je niet en toch zien wij dat bijna overal in de magie de tovenaars, de heks, beesten­zwaarden, beestendolken gebruiken. Waarom? Omdat het beeld van het zwaard belangrijk is en het hanteren van het zwaard of de dolk gelijktijdig het idee van aanval, verdediging, bezwering overbrengt naar buiten. Daarvoor hebben zij die nodig.

Dan denkt u: de mensen die al die mooie ingewikkelde figuren op de grond tekenen, hebben ze daarmee een bijzondere bedoeling? Het werkt in ieder geval wel. Maar als je hetzelfde gelooft van een hinkelbaantje, dan kun je een hinkelbaantje tekenen en dan werkt dat net zo goed. Het is het denkbeeld, de innerlijke voorstelling ervan die bepalend is voor de kwaliteit van hetgeen je tot stand brengt.

Als ik u dat heb bijgebracht, dan weet u in ieder geval iets van ma­gisch denken. Er zijn veel mensen die denken: het is heel erg precies al­les doen (dat is heus niet waar) en er zijn mensen die denken: het helpt toch niet, en dat is ook niet waar. Als je vanuit jezelf werkt, moet je ook aanvaarden dat, wat in jou gebeurt, kosmisch aanwezig is. Als ik ge­loof dat er alleen iets in mijzelf gebeurt (ik voel me toch altijd zwak tegenover de wereld), dan helpt het niet. Maar als ik geloof dat ik ver­bonden ben met krachten van kosmische aard (of dat nu engelen, goden, demonen zijn of wat anders) of ik heb het gevoel dat ik deel ben van een totaliteit, dan heb ik ineens wel de totale kracht en kan ik het wel doen. Zo boven zo beneden is geen omschrijving.

Trouwens dat zou een rotzooi zijn. Stel je voor, jullie gaan dood en wie staat je op te wachten? Joop den Uyl met een roos (embleem van de PvdA). Zo boven zo beneden is overdrachtelijk. Maar in de voorstelling die in je bestaat, in het geloof dat in je bestaat, moet een erkennen van de kosmos net zo aanwezig zijn. Het is dus weer het denken dat bepa­lend is, niet de feitelijke situatie.

Dan moet u verder nog dit onthouden: Als je iets in de kosmos projecteert (dat doe je magisch nogal eens), dan zijn er heel veel mensen die denken dat de kosmos rechtlijnig is. Dat is niet waar. Als ik hier van links naar rechts een lijn trek en ik zit boven, dan ga ik van rechts naar links. Met andere woorden, als ik de lijnen verbind met elkaar, dan krijg ik een zandloper.

Heel vaak zal ik dingen moeten uitstralen die in mijn eigen wereld negatief zijn maar die in mijn kosmisch gevoel positief zijn om op aarde een positief resultaat te bereiken. Zou ik echter uitgaan van hetgeen men op aarde positief acht, dan zou ik dat uitstralen. Maar dan is de kans zeker niet uitgesloten dat de uitwerking van die kracht eerder nega­tief is. Ook dat moet u onthouden. Er is nu eenmaal een wisselwerking en een omkering van waarden.

Die omkering van waarden en de wisselwerking behoef je je niet spe­ciaal voor te stellen. Die bestaat nu eenmaal. Al is het alleen maar om­dat iemand die van beneden naar boven kijkt, anders kijkt dan iemand die van boven naar beneden kijkt.

Leer gewoon werken met de kracht die je hebt. Ga niet uit van het exacte ritueel, van de exacte instelling maar ga uit van hetgeen je in jezelf als zekerheid kent. Bouw voor jezelf een uiting op die in overeenstemming is met die innerlijke zekerheid en niet met hetgeen je wilt doen.

Stel dan die zekerheid in jezelf zo hoog mogelijk, opvoerend wat je op aarde tot stand wilt brengen. Stel dat niet in termen van gebeu­ren, maar in een voldongen feit. Dus bij genezing niet: nu moet Jantje zijn niersteen kwijtraken maar:  Jantje moet van zijn nierpijn af komen. Hoe? Zoek dat zelf maar uit. Dan werkt die kracht positief. Als je het te exact doet, dan werkt ze negatief.

Nog een waarschuwing voor iedereen die zich met magie wil bezighouden. Als je je bezighoudt met alle aanwijzingen die er op dit gebied zijn, dan kom je vast en zeker in de verkeerde afdeling terecht. Probeer zo nuch­ter mogelijk te handelen en laat zoveel mogelijk rituelen achterwege, tenzij je ze voor jezelf nodig hebt om een kracht, waarin je gelooft en die je in jezelf beseft, naar buiten te brengen.

Vragen

  • Is het mogelijk dat je in de magie, behalve dat je bepaalde ontwikke­lingen stimuleert, je ook bepaalde ontwikkelingen stopzet of vertraagt?

Het stopzetten is een beetje moeilijk omdat je je dan een situatie moet voorstellen waar het gestopt is. Het moeilijke is dat men over het algemeen geen voldoende beeld van dit absoluut wegvallen van de factor heeft. Daardoor kan men dus niet voldoende afremmen. Maar je kunt je misschien wel voorstellen dat er een bepaald aspect ‑ de bewapeningswedloop bijvoorbeeld ‑ voortkomt uit een vorm van denken die niet juist is. Tracht nu het juiste denken in jezelf op te wekken en tracht dat uit te zenden. Dan breng je die bewapeningswedloop wel niet tot stilstand maar je brengt de gedachtegang, die er de basis van is, tot stilstand of je buigt die af. Door die afbuiging bereik je misschien niet wat je zou willen ‑ alle wapens weg of iets dergelijks ‑ maar je bereikt wel dat de­genen die er iets over te zeggen hebben, anders gaan reageren op de be­staande wapens en bewapening en daardoor ook tot andere oplossingen zul­len komen.

  • Een symbool voor die stopzetting?

Dat is een kwestie van veel training. Als u eerst in uzelf de zeker­heid heeft gevonden, u heeft verder het beeld gevonden dat u wilt uitzen­den en ook de richting waarin, de plaats waarheen u wilt uitzenden, dan kunt u dat binden aan een symbool. Als u dat symbool steeds weer gebruikt, ontstaat er een conditionering waardoor op den duur de innerlijke toestand en voorstelling onmiddellijk rijst op het moment dat u het symbool ziet. Het symbool veroorzaakt dan door conditionering in u een bepaalde situa­tie waardoor u bijna onmiddellijk de projectie kunt bereiken die anders mis­schien een lange tijd van voorbereiding vergt.

  • De richting waar het naar toe gaat.

Je moet weten waar het naartoe gaat. Als u denkt aan een patiënt, dan behoeft u niet te weten waar hij woont maar u moet wel weten wie die patiënt is. U moet iets van de uitstraling van die patiënt kunnen aanvoelen. Dan kunt u kracht overdragen. Als u geen beeld heeft van de patiënt en u heeft niets om de trilling van de patiënt op welke manier dan ook te pak­ken te krijgen, dan is het heel moeilijk om voor de patiënt iets te doen. Wat de ziekte betreft, als u te maken heeft met directe behandeling (mag­netiseren), dan is het wel belangrijk dat u iets weet van het functioneren van het lichaam. Dan kunt u nog niet altijd een werkelijke diagnose stellen maar u kunt tenminste aanvoelen wat er moet gebeuren. Als u dat op af­stand moet gaan doen, dan ligt dat weer wat anders. Dan zeggen we niet: wij stellen ons de patiënt voor met zijn kwalen maar: we stellen ons de patiënt gezond voor. Dan hebben we namelijk een ideaal beeld als doel gekozen. We zijn afgestemd op de patiënt. Alle kracht die we uitzenden, zal dus worden gebruikt om dat ideaalbeeld te verwerkelijken.