Magisch denken

uit de cursus ‘Zelfprojectie’ 1984-1985

U weet wat magie is? Magie is het scheppen van een wereld die zo­ zeer van de normale afwijkt dat je daardoor in contact komt met krach­ten, die in de normale wereld niet kenbaar zijn om dan die krachten zo­danig te activeren dat hun uitwerking kenbaar wordt in je normale we­reld. Dat betekent dat de magiër eigenlijk heel anders moet denken dan een normaal mens, als er tenminste normale mensen zijn.

Het magisch denken berust op het feit dat je intuïtief aangevoel­de waarden weet onder te brengen in symbolen en door het hanteren van die symbolen eigenlijk je gedachtewereld en je concentratie verandert. Om u een paar eenvoudige voorbeelden te geven:

U heeft allen wel gehoord van oproepings- of bezweringsmagie. In dergelijke gevallen werken ze op vele verschillende manieren. Een ervan, die o.a. in Thessalië indertijd werd gebruikt is; drie rin­gen die bij elkaar aansluiten. In een ring sta je zelf. In de tweede ring staan de reukwerken en de derde is de verschijningscirkel.

Nu zou men zeggen: Dat is dan wel nodig, want we horen overal van pentagrammen. Zelfs Goethe heeft het erover: de bezwering van geesten in een pentagram tot natuurlijk de jonker met de paardenvoet op visite komt en aan de muizen zegt om dat pentagram even door te knabbelen.

Altijd weer dat idee van zekerheid. Is dat nu essentieel? Neen, eigenlijk niet. Maar door het hanteren van de symbolen van zeker­heid schept de magiër voor zichzelf een gevoel van onaantastbaarheid waardoor hij inderdaad alle verschijningen op een bepaalde plaats definieert. Het is zijn eigen gedachtenkracht die het doet en niet wat an­ders.

Een ander voorbeeld dat misschien meer mensen zal aanspreken, is gewoon het werken met een talisman. Misschien zijn er onder u ook wel die een talisman hebben gebruikt. Het is een voorwerpje, soms een me­daille, een kokertje met een stukje geschrift erin dat je bij je draagt.

Nu zeggen de mensen: Dat is magisch, dat geeft bescherming. Zoals er ook katholieken zijn die zeggen: Als de rozenkrans gewijd is, dan is die veel heiliger. Dat is allemaal natuurlijk maar schijn. Maar doordat je zo denkt, maak je het waar.

Het gekke is dat je zo’n talisman kunt opladen door je eigen denken. Je geeft hem eigenschappen die hij niet bezit alleen door de manier waarop je daaraan denkt en daarop vertrouwt. Zo ontstaan er talismans die reëel werken. Het is eigenlijk een deel van je eigen per­soonlijkheid dat je gebruikt.

In het magisch denken wordt er dus eigenlijk een splitsing gemaakt tussen iets wat je bewust zelf bent en een deel dat je niet bewust zelf bent en dat je projecteert. Of dat nu een bescherming is, of dat het een oproeping is of een soort laddertje naar boven of naar beneden voor geesten om op te klimmen of af te dalen of dat het de een of andere be­vordering is. Er bestaan ook zegels om rijk te worden.

Al die dingen werken binnen bepaalde grenzen. Want het magisch den­ken is in feite het denken aan een werkelijkheid die zo nu niet bestaat, maar die je door volledig daarin op te gaan via je eigen wezen en je le­venskracht een werkelijkheid verschaft waardoor ze in je eigen wereld wer­ken.

Ik heb vaak horen zeggen: Magisch denken is zo simpel. Dan komen ze met oude voorbeelden o.a. De tabula smaragdis een van de meest klassieke.

Deze zegt enigszins herleid: Zo beneden, zo boven. Een parallel tussen werelden wordt hier verondersteld. Wanneer hier iets gebeurt, zal het daar ook gebeuren. Wanneer daar iets gebeurt, zal het ook hier gebeuren. Dat is niet echt waar, maar het doet wel iets anders.

Als ik geloof, dat iets wat ik hier doe daar invloed heeft, dan zal het geheel van mijn kracht en die is aanmerkelijk groot, want ze omvat een hoop voertuigen in die andere wereld dus krachten verzamelen en verdelen, maar wel met het doel dat ik door mijn handelingen hier heb aangegeven. Het is dus een denken waarmee oorzaak en gevolg worden verschoven. De oorzaak ben ik zelf, maar het gevolg projecteer ik niet direct rond mij maar in een andere wereld. Vandaaruit wordt dat gevolg versterkt en weer kenbaar op aarde.

De mens heeft natuurlijk vele eigenschappen. Bijvoorbeeld; vier van de tien mensen bezitten enige helderziendheid. De meesten ontwikkelen ze niet, ze onderdrukken het, maar ze hebben ze wel.

Ongeveer vijf tot zes van de tien mensen hebben enige telepathische begaafdheid. De meesten ontwikkelen het niet, ze gebruiken het niet, ze schermen het af, maar ze hebben het wel.

Als we kijken naar helderhorendheid, dan komt die bij vier op de tien mensen voor. Dat zijn de paranormale eigenschappen. Waarom wijzen zoveel mensen dat af? Omdat zij zich dat niet kunnen voorstellen als een persoonlijke werkelijkheid. Het is iets dat kan nog wel bij een ander kan bestaan maar niet bij mij.

Wat is nu de hele grap? Door die delen van mij die ik niet kan aanvaarden buiten mij te projecteren als een demon, een kabouter, een weldoende geest maak ik het mijzelf mogelijk om die werkingen te aanvaarden. Ze zijn nu niet meer van mij en dus zijn ze mogelijk geworden.

Het gehele magische denken, inclusief de heksencultus en alles wat erbij hoort, berust nu juist op dit principe. Ik denk dat er iets is en daardoor bestaat het voor mij. Dat het wordt bezield door mijzelf, weet ik waarschijnlijk niet of ik moet heel veel grimoires hebben doorgewerkt. Maar dat hindert niet, want op het ogenblik dat ik denk dat het er is, is het er en dan werkt het.

Hoe meer ik die werking afstem op één bepaald doel, hoe groter de mogelijkheid is dat dat ene doel ook bereikt zal worden, dat het waar wordt.

Het is van een westers standpunt ongelooflijk (het komt voor in de Meesters van het Verre Oosten van Spalding) dat er een aantal mensen bij een bergwand samenkomen, op een rots gaan zitten en allen aum, aum, aum roepen en dan als een murmelende menigte omhoog worden geheven met steen en al, zodat ze de kosten voor energie van de lift kunnen uitsparen. Het klinkt krankzinnig. Maar laten we eens even nadenken.

Hoe vaak horen wij niet over levitatie. En heus niet alleen in het Verre Oosten. Er zijn heiligen in de katholieke kerk die voor een altaar geknield liggen en dan ineens een meter boven de grond zweven. Hoe werkt dat? Doodeenvoudig; wanneer ik niet geloof aan een kracht die mij naar beneden trekt, schep ik een kracht waardoor ik die aantrekking ook in veel mindere mate onderga of misschien helemaal niet. Hoe verder ik weg ben van de aardse werkelijkheid, hoe minder die krachten vat op mij hebben. Dat is natuurlijk onzinnig vanuit een wetenschappelijk standpunt.

Zwaartekracht is zwaartekracht. Maar als wij nu eens stellen dat zwaartekracht ten slotte ook maar een verschijnsel is dat wordt voortgebracht door o.a. rotaties, beweging in ruimte, aanwezigheid van veld, aanwezigheid van massa en ik stel dat die massa er niet is, dan scherm ik mij daarvoor af en behoeft het mij ook niet meer aan te tasten.

Zeker, er zijn veel mensen die de levitatie hebben nagebootst zonder dat het echt was. Maar er zijn nogal wat gevallen geweest waardoor die levitatie of wat daarmee gelijkkomt toch bekend is geworden: Bijvoorbeeld Daniel Home, een heel bekend medium in Engeland (1860-1870) van wie bekend was dat hij zweefde in de kamer en zelfs het ene raam uit dreef (op de 2 verdieping n.b.) en door een ander raam weer binnenkwam. De man had tegenwoordig kapitalen kunnen verdienen als glazenwasser van een wolkenkrabber.

Deze man wist op dat ogenblik niet wat hij deed. Hij was bezig met een verschijnsel. Nu kunnen we zeggen: Het is een geest geweest die het deed: Best. Het kan ook heel goed zijn geweest dat hij het zelf heeft veroorzaakt: Maar een ding is zeker, hij was zover van de werkelijkheid verwijderd dat het beeld van dat zweven domineerde. Dat was geen op­lichting; het was echt waar. Er zijn meer van die dingen voorgekomen.

Wij weten van donker kamer mediums die inderdaad in staat waren om vreemde dingen te doen. Dan bedoel ik heus niet het rammelen met een tamboerijn e.d., want dat is in 9 van de 10 gevallen zwendel. Maar die eveneens in een flauw verlicht vertrek tafels omhoog doen gaan en der­gelijke dingen meer. Dan zegt men: Dat is de geest die het doet. Dat behoeft helemaal niet.

In het magisch denken namelijk zal al datgene wat ik als een vol­ledige waarheid aanvaard, worden vervuld voor zover mijn eigen kracht daarbij optreedt. Ben ik dus geestelijk heel sterk en denk ik dat ik een vleugel optil die begint te lopen. Lopen zal die niet, maar hij zal zweven en een eind verder terecht komen. Een zware kast wordt verplaatst. Iets wat u trouwens kunt nagaan, want bij poltergeistver­schijnselen is dat beschreven.

Vroeger heette dat hekserij of magie. Tegenwoordig noemt men het al enigszins paranormaal. De basis ervan is dus een soort geesteshou­ding. Het is wat je denkt. Als een magiër denkt dat hij iemand doodt, dan kan het zijn dat hij daarmee een geest belast. Maar, of dat een ech­te geest is of een astrale schil, die hij zelf heeft opgebouwd, dat staat nooit vast. Ik weet wel, dat het bij heel veel groene magiërs een kwestie is van een astrale schil waarbij ze dan soms, maar lang niet altijd, bepaalde geesten inschakelen.

Het doden op afstand is niet alleen een kwestie van suggesties maar het kan ook alleen via suggestie gebeuren. Dus als ik nu even de zaak een beetje bij elkaar haal.

Een magiër gelooft in een wereld die zodanig anders is dan de werkelijkheid dat hij zich daar volledig één mee voelt. Hij zal in zijn handelingen en in de rituelen die hij volbrengt zich identificeren met die andere wereld. Hierdoor wordt zijn gehele wezen afgestemd op dat­gene wat hij in feite van die andere wereld ziet. Pas als hij zelf die actie met zijn eigen krachten begint, is het eventueel mogelijk dat geestelijke krachten zich daarin verder ontladen.

Dan moet je niet vragen waar ze vandaan komen want als je met hemelpoort verhalen begint, dan zijn er een hoop geesten die, tijdelijk de vlucht nemen naar een rijk waar het erg warm is. Dat doet mij denken aan het verhaal van die zeeman. Deze werd op volle zee begraven in de tijd van de eerste stoomboten. Om een verzwaring te vinden die tamelijk goedkoop was, hebben ze een grote bonk steenkool in een zak aan zijn voeten gebonden. Waarop een jong maatje, dat nog van geen wanten wist, heel voorzichtig aan de stuurman vroeg: Stuurman, moet je daar zelf je eigen kolen meebrengen?

De geesten die je oproept kunnen dus echte geesten zijn, die zijn er. Maar het vreemde is, dat die geesten nooit iets doen voordat je zelf begint. Het is net als op aarde. Er zijn een hoop mensen die kun je een­voudig niet op gang krijgen: Als je zegt: Doe dat en dat. Ze doen het niet. Begin er zelf mee, ze beginnen je te helpen en voor je het weet, kun jij gaan zitten. U kent die mensen wel. Menige vrouw die daar ge­bruik van maakt. Zij heeft wel duizend keer tegen haar man gezegd.

Als jij nu eens een keer de ramen wil lappen. Op een gegeven ogenblik krijgt zij er genoeg van en net dat zij op de vensterbank wil klauteren, bekijkt hij het en denkt, je moet er toch voorzichtig mee zijn, ze is voor andere dingen ook bruikbaar. Dan zegt hij: Ik zal het wel even doen. Op die manier, zeer simpel gesteld werkt het dus. Maar het kan alleen maar werken, als je erin gelooft.

Dan denk ik aan kerken. Als de dominee de zegen uitspreekt, dan kan dat wat betekenen. Alleen, hij moet er zelf in geloven. Dus als hij zich alleen afvraagt: Hoe kan ik mooi uitspreken “Als ‘s Heren zegen op u nederdaalt” dan gebeurt er niets. Die man staat te galmen. ­ De kerk geeft die galm wel terug. Maar als de dominee zich op dat ogen­blik bezield voelt, verbonden met een hoge kracht, hij gelooft dat hij het kan doen en hij zegt het, dan zijn er heel veel mensen die dat on­dergaan, dan werkt het. Zeker als hij daarmee in het bijzonder, bepaalde mensen bedoelt.

De katholieke kerk. Hoe vaak heeft u niet gehoord dat iemands het H. Oliesel kreeg en dat hij beter werd. Waarop een cynicus natuurlijk zegt: Ja, ze ontdekken dan dat ze gaan sterven en komen dan pas goed in verweer. De praktijk is echter deze:

Iemand gelooft op dat ogenblik dat daardoor goddelijke krachten hem bereiken. Door dit geloof voelt hij in zich kracht. Deze kracht wordt lichamelijk gereproduceerd en versnelt het genezingsproces. Daardoor succumbeert hij niet, terwijl anderen onmiddellijk weer broodwinning voor de begrafenisondernemers bezorgen.

Als je bezig bent met al die dingen, dan gaat het niet om de rite, het gaat om de intensiteit van aanvaarding van de andere werkelijkheid. Daarom moet je zeggen: Elke gemeenschap waarin bepaalde dingen sacraal gebeuren is in feite een magische gemeenschap. Daar is een magisch den­ken, ook als heel vaak de zaak beperkt is, want er is heel veel geloof dat men eigenlijk bijgeloof zou kunnen noemen. Alleen is het vreemde, dat dat geloof voor de mensen zelf door de feiten vaak wordt bevestigd.

Magisch denken: het zó sterk je één voelen met een werkelijkheid die niet kenbaar is en misschien niet eens zo bestaat, dat je daardoor verschijnselen opwekt die voor jou een bevestiging zijn dat je geloof juist is. Dat is niet waar. Het is alleen maar een bevestiging dat de kracht, die op deze manier in je is ontstaan haar weerslag kan vinden in de buitenwereld zowel ten aanzien van jezelf als ten aanzien van anderen. Waar het mij om gaat is het volgende:

Elke gedachte op zichzelf bevat een mate van kracht. Op het ogen­blik, dat die kracht sterk centraal wordt gesteld in een bepaald beeld ontleent ze aan dit beeld haar werking. Omdat het beeld niet behoort tot de stoffelijke werkelijkheid, zal niet alleen de stoffelijke persoon­lijkheid, maar de hele persoonlijkheid erbij betrokken zijn, inclusief alle voertuigen die ontwaakt zijn tot de hoogste toe. De kracht, die hierdoor beschikbaar komt, is een veelvoud van hetgeen een mens zich materieel als deel van zijn eigen vermogen en mogelijkheid kan voorstellen. Deze kracht wordt door het geschapen beeld bepaald in haar werking.

Bij alle magisch denken kunnen magische resultaten eerst worden ver­wacht, wanneer de kracht een nauw omschreven en beperkte taak wordt toe­gekend. Als je daarmee bezig bent, dan blijft dat werken. Het kost je dus kracht tot het ogenblik dat de zaak is afgesloten.

In praktisch alle magische praktijken (ik sluit hierbij de kerkelijke niet uit) bestaat er een soort eindformule. In de magie dank je bv. degenen die je hebben geholpen, of dat nu goden zijn, demonen die je hebt aangeroepen of engelen. Je zegt: Keer terug naar vanwaar gij zijt gekomen en vervul de taak die ik u heb opgedragen. Hierdoor wordt de werking bevestigd. Maar aan deze werking is nu een beperking toegevoegd. Het kan niet een werking zijn, die onbeperkt voortduurt. Het kan alleen een werking zijn die een bepaald doel moet treffen. Is dat eenmaal gebeurd, dan houdt ze vanzelf op, ze bestaat niet meer.

Dat is hetzelfde als de heenzending; bij de protestanten de zegen van de dominee. Op deze manier is er altijd een eindformule. Kijk je naar de tantrische magie dan is er een afsluiting die meestal eindigt met de aanroeping van bepaalde goden en gelijktijdig de beëindiging van het werk.

Kijk je naar de natuurmagie, zoals die in vele landen wordt be­oefend, dan blijkt dat men een dankgebed geeft, ook als er nog geen ver­schijnselen zijn, aan degene (de geest of de god die je hebt opgeroepen) die het moet vervullen. Daarmee wordt gezegd. Ik u dankende, rust ik. Met andere woorden: ik sluit mij van het werk af. Het is duidelijk, op het ogenblik dat wij met ons stoffelijk bewust­zijn een beïnvloeding van een geestelijke wereld beëindigen, is voor ons die andere wereld ten einde. Maar het doel, dat wij erin hebben gelegd, wordt door die andere wereld vervuld. Hoe beperkter het doel is, hoe duidelijker en kenbaarder die vervulling zal zijn.

Dan is het natuurlijk ook zo dat de magie een heel andere oorzaak- ­en gevolgwerking kent dan de redelijkheid.

In de magie kennen wij de gelijkheid der dingen. Als twee dingen identiek zijn of alleen maar qua voorstellingsbeeld identiek, dan zal elke beïnvloeding van het ene ook een beïnvloeding van het andere be­tekenen. Vandaar dat ze soms voor bezweringen twee parallelle zaken gebruiken; bv. twee zelfde beeldjes, twee zelfde schoteltjes. Het ene voorwerp geef je aan de persoon. Deze brengt het dan in zijn eigen omgeving onder. Het andere houd je zelf. Op het ogenblik dat je op het voorwerp zit te kloppen, werkt een klopgeest bij de andere persoon. Het is wel niet zo simpel als ik het voorstel, maar het komt er wel op neer. Ook hier is het weer de voorstelling die werkt.

Bij de goena goena bestaat de mogelijkheid om iemand te helpen examens goed te doorstaan. Daar hoort dan ook een talisman bij. Maar het eigenaardige is, dat zodra de magiër sterft, de talisman op­houdt te werken. Dit impliceert dus heel duidelijk dat het niet de ta­lisman is die werkt, maar dat het de magiër is die a.h.w, een deel van zijn kracht heeft verankerd in de talisman. De persoon zal het wel ver­der blijven dragen. Hij zal zich er zekerder door voelen en daardoor wel enig resultaat boeken maar de werkelijk grote resultaten en wer­kingen zijn afgelopen.

Het is duidelijk dat als we materiaal gebruiken dat zo sterk is in het opnemen van kracht je dat wel een tijdlang kunt laten werken. Als u een ster op Steravond laat instralen, dan betekent dat een rem­ming op bij wijze van spreken 20 tot 30 driftbuien; het ligt eraan hoe intens ze zijn. Daarna doet het draagteken niets meer; het voorwerpje kan het niet meer compenseren. Waarom? Omdat het voor ons nu eenmaal niet mogelijk is om een voortdurende binding met elk draagteken en elk stukje edelmetaal dat is ingestraald te behouden.

Het werkt dus wel, maar het is in tijd beperkt. Maar gelooft u zelf dat het sterretje u beschermt en u kracht geeft, dan wordt die werking intenser, omdat u uw eigen kracht er aan toevoegt en op het ogenblik dat u die kracht nodig heeft u dus een grotere reserve heeft. Dat is ook magisch denken.

Het magisch denken is eigenlijk een beetje te vergelijken met het opbouwen van de gewijzigde innerlijke werkelijkheid. Alleen wordt het niet zo bewust en intens gedaan met voorstellingen. Het is gewoon een geloofsaanvaarding. Als je bepaalde dingen niet zo gemakkelijk gelooft, kun je heel vaak door rituelen en dergelijke tijdelijk je voorbehoud ver­geten. Dat betekent dan dat je toch een andere werkelijkheid gaat be­treden, dat je daarmee gaat werken.

In de rituele magie is het ritueel (inclusief de rituele wapens en middelen die worden gebruikt) in feite iets wat de magiër nodig heeft om zich van zijn eigen mogelijkheden, vermogens en krachten bewust te worden.

Dat is in het dagelijkse leven precies hetzelfde. Als u denkt dat alles goed gaat, gaat niet alles goed, maar dan gaat het wel opvallend veel beter. Als u ergens aan begint te twijfelen, dan moet u maar eens zien, die twijfel wordt van alle kanten bevestigd. Dat moet u maar eens onthouden.

Magisch denken zou heel veel mensen kunnen helpen om dat deel van de persoonlijkheid, dat normaal niet in het spel komt, te activeren. Als u denkt dat er iemand is die u visioenen, waarschuwingen e.d. geeft, dan zult u een deel van uw bewustzijn activeren dat u normalerwijze uit uw denken heeft gesloten en daardoor de werking ervan niet beseft.

Als u gelooft dat er een kracht is in u die u helpt, dan be­schikt u daardoor over meer kracht, ook als die andere kracht niet werkelijk bestaat.

Ten laatste en dat is misschien ook wel belangrijk voor u; Op het ogenblik dat u door uw denken een harmonie heeft doen ont­staan met andere krachten, zullen die andere krachten wel degelijk reageren op hetgeen u bent. Waar eenmaal een harmonie is ontstaan (of dat nu tussen mens en mens is, tussen mens en geest of tussen geest en geest) zal op grond van die harmonie elke verandering in de ene, een verandering in de andere impliceren, zal elke werking van de ene de werkzaamheid van de andere impliceren. Daar kunt u dus ook gebruik van maken. Dus magisch denken lijkt mij zo gek nog niet.

Als u met de innerlijke werkelijkheid van mijn voorganger in moei­lijkheden komt (het zou kunnen), probeer het dan maar gewoon met ma­gisch denken.

Als u werkelijk en intens in iets kunt geloven of tijdelijk uzelf intens kunt overtuigen van iets wat stoffelijk niet reëel is, dan zult u zien dat er resultaten komen die bevestigend zijn ten aanzien van hetgeen u heeft gesteld of heeft geloofd.