Magisch ritueel

uit de cursus ‘Occulte praktijk’ – mei 1966

Magisch ritueel

Er bestaan heel veel werken over de rituele magie, waarin op vaak onbegrijpelijke wijze wordt gezegd dat men alleen resultaten kan krijgen door het gebruik van bepaalde woorden, juist geïncanteerd, bepaalde gebaren, precies uitgevoerd, reukstoffen en zo meer. Wij horen van voorschriften hoe men zich heeft voor te bereiden op het magische werk. We krijgen hele diagrammen van al wat er getekend moet worden ‑ al dan niet met krijt of iets anders.

Iemand die met de magie te maken krijgt of ermee wordt geconfronteerd, zal zich heel vaak afvragen, wat dit ritueel nu eigenlijk voor zin kan hebben. Want aan de ene kant wil men dan wel begrijpen dat een symbool een sleutelbegrip kan zijn, waarmee men bepaalde waarden uit de oneindigheid a.h.w. met zichzelf in harmonie brengt, maar aan de andere kant zal men toch ook heel gauw zich afvragen, of het nu niet zonder die poppenkast kan. Dit punt wil ik nu verder met u uitwerken, vooral omdat na hetgeen daarover reeds in vorige lessen is gezegd, het misschien toch goed is te wijzen op de voordelen en de bezwaren die aan het magisch ritueel plegen te kleven.

In de eerste plaats wil ik hier wijzen op de kwestie van zelfverzekerdheid. Als wij horen over de toverstaf of magische staf, de dolk, het zwaard, eventueel fluit en bekken, dan moeten wij ons goed realiseren dat de houding van de mens vaak verandert indien hij zich gewapend weet. Het wapen heeft dus wel degelijk zin, al is het alleen maar om zelfvertrouwen te vergroten.

De toverstaf op zichzelf is waardeloos, ook als hij met alle voorzorgen wordt vervaardigd en volgens de voorschriften uit de juiste houtsoorten, met de juiste banden van metaal, de juiste inschriften, de juiste wijze zelfs van aflakken of opbergen. Maar diezelfde toverstaf kan door de bewerking het symbool worden van de kracht in de mens. Zo goed als een betrekkelijk laf mens, die een pistool op zak heeft, ineens in zijn optreden veel gedecideerder en zelfverzekerder wordt. Zo zien wij dat iemand die gevoelig is voor water, dat niet tot uitdrukking kan brengen, tenzij hij een hulpmiddel heeft; en hij heeft daarvoor een wichelroede nodig. Het is de afstemming van de mens die bepalend is; maar het is het hulpmiddel, waardoor het tot uiting komt.

Nu zult u zich afvragen of er voor ons misschien een reden is om bepaalde hulpmiddelen te vervaardigen. Er zijn er enkele, die u natuurlijk kunt gebruiken, en die zijn heel wat eenvoudiger dan u denkt.

Als het gaat om iets, waarvoor u een zekere concentratie nodig hebt om het uit het onderbewuste te wekken, dan heeft u iets nodig wat het onderbewuste tot uitdrukking brengt. Probeert u het eens met een gewone pendel, die kan u heel vaak daarbij helpen.

Heeft u behoefte aan een zeer intense concentratie om zo tot schouwen te komen, als u het op andere wijze niet kunt, probeer het eens met een kristallen bol. Met een doodgewone goudvissenkom gaat het ook, als die maar goed ge­slepen is en vol water. Zet haar in het donker op een donkere ondergrond, zorg dat er van één kant licht in kan vallen, één enkele straal, meer niet en u heeft een perfect medium gevonden om u in te stellen. Waarmee ik maar wil zeggen, dat we dus, als wij het occultisme bestuderen en in de praktijk daarvan gebruik willen maken, ons niet bepaald behoeven af te wenden van al deze eenvoudige methoden en alle ingewikkelde gebruiken. De vraag is alleen: waarvoor hebben wij het nodig? En dan kunnen wij heel kort zeggen:

Bijna alle riten, die er in de magie bestaan, zijn niet gebaseerd op een eigenwaarde van het ritueel gebaar, de klank, de daad enz.. Ze zijn gebaseerd op de voor het “ik” daardoor ontstane instelling en de eventuele harmonie.

De kwestie van de rite heeft verder nog een ander voordeel. Als ik in mijzelf werk, dan kan ik heel moeilijk een ander helemaal laten delen in hetgeen zich in mij afspeelt. Indien u hier gezamenlijk aan magie zou willen doen, dan zou u ongetwijfeld met het in stilte werken ieder voor zich iets kunnen bereiken, maar er zou geen voldoende overeenstemming zijn; er zou geen voldoende “timing” kunnen optreden. Als wij een ritueel gebruiken (vooral een ritueel dat wij dus kennen), dan kan de innerlijke concentratie a.h.w. parallel worden geschakeld aan het uiterlijk gebaar, de incantatie en al wat erbij hoort. Het resultaat is, dat onze innerlijke arbeid wordt veruiterlijkt en daardoor zich aan anderen gemakkelijker mededeelt en er kan wat anders worden bereikt dan alleen met het innerlijke werk.

En dan hebben we als laatste punt, dat wij voor manifestaties met de rituele magie vaak de juiste verhoudingen scheppen in de atmosfeer, in de magnetische stralingen enz.. Ik geloof dat ik hier het best doe, als ik u een voorbeeld geef van iets, wat absoluut zinloos is en iets wat absoluut zin­vol is in dit rituele oproepen.

Een heel oud gebruik zegt: Neem drie duigen en drie hoepels van een ton.

De hoepels legt u zo neer, dat zij gezamenlijk een driehoek vormen. De duigen worden langs de zijden gelegd. In één van de hoepels ga ik zelf staan; in de tweede, teken ik bepaalde heilige tekens en in de derde brand ik een bepaalde reukstof. Ik moet dit doen op een kruispunt van wegen. (Dat betekent dat het voor u eigenlijk niet praktisch is, want u zou last krijgen met de verkeers­politie.) Men zegt nu dat daardoor een oproep gemakkelijker zal slagen. Dit is een oud gebruik, maar zinloos en ik zal u vertellen waarom.

De tekens op zichzelf, het groeperen van de hoepels en duigen kan nog zinvol zijn, maar in de openlucht hebben we aan de brander met houtskool en reuk­stof weinig of niets. De verdichting van bepaalde etherische stoffen in de atmosfeer, waardoor een manifestatie mogelijk wordt, zal hier zeer zeker niet optreden. De enige invloed die het kan hebben, is op onszelf; en dat kunnen wij gemakkelijker gedaan krijgen.

Het idee dat dit precies op het middernachtelijk uur moet gebeuren op een kruispunt van vier wegen, is natuurlijk kolder. De wereld van de geest is heus niet georiënteerd op het wegennet van de aarde.

Degene die dit doet, verkeert bovendien in een enorme spanning. Hij moet een beetje bang zijn, ofwel voelt hij zich belachelijk. Geen van beide is bevorderlijk voor het bereiken van een juist resultaat.

Daar stel ik nu een andere rite tegenover, die eveneens in de oude boeken staat en die u tegenwoordig nog wel kunt terugvinden.

Ik teken een bepaald diagram op de grond. Het bestaat uit een cirkel met een zeshoekige ster. Ik schrijf daarin allerlei letters en ik zet daarop een aantal lichten. Die lichten (kaarsen) moeten gemaakt zijn van verschillende soorten was met bijmenging. Dat is begrijpelijk. De was, het licht, de warmte en de verbrandingsproducten, die bij elke kaars of licht weer anders zijn, vormen een bepaalde sfeer om niet te spreken van een bepaald miasma soms. De dampen, die zo ontstaan, zijn vaak zeer onaangenaam. Het gebruik van een wierookbekken heeft in dit geval eveneens zin, want het is een afgesloten ruimte.

Ik vergroot het aantal etherische stoffen in de ruimte en daardoor verschaf ik de mogelijkheid tot een zich sneller manifesteren van een eventuele geest.

Ik wapen mijzelf. Dat heeft zin voor zover het mij zelfvertrouwen geeft, verder niet. Ik sta in de cirkel. Logisch, dit geeft mij een gevoel van veiligheid. Wat zich rond mij vertoont, kan ik aanspreken en daarbij moet ik gebruik maken van bepaalde gebaren. Zo’n gebaar heeft in dit geval zin, omdat het de uitdruk­king wordt van een machtsbewustzijn; dus een meerwaardigheidsbewustzijn t.a.v. een eventuele manifestatie. Dit alles is bruikbaar.

Ofschoon schijnbaar het verschil tussen beide riten niet zeer groot is, blijkt de bruikbaarheid van de factoren in het tweede geval dus veel groter te zijn dan in het eerste. U zult zich afvragen wat u daarmee kunt doen. Wel, dat zal ik u vertellen.

Ook u zult wel eens een kaars willen branden of wierook willen ontsteken. U zult gebruik willen maken van bepaalde bloemen misschien of van een bepaald licht. U gebruikt bepaalde soorten muziek. Als u dat doet (of dat nu voor een meditatie is, voor het begin van een seance of voor iets anders), zult u indien u juist combineert een sfeer opbouwen, waarin ook bepaalde mogelijkheden bestaan. En dan kunnen we eenvoudig zeggen:

Als we te zware geuren gebruiken, dan moeten wij er rekening mee houden dat wij alleen gedragen muziek kunnen gebruiken; dat wij bij voorkeur kaarsen van natuurwas moeten branden, en dat ons doel niet al te hoog moet liggen. We moeten dus geen al te lichtende geest oproepen.
Voor een donkere kamerzitting kan dit echter heel nuttig zijn. Willen wij daarentegen een wat hogere sfeer scheppen, dan moeten wij wat lichtere muziek uitzoeken; dus muziek met een wat hogere trilling. Gebruiken wij in het eerste geval bv. orgel, dan kunnen wij in het tweede geval piano en vooral ook viool gebruiken. We gebruiken lichte reukstoffen of bloemenparfum. We gebruiken gewoon sterine kaarsen, maar in geen geval olielampen. We krijgen dan een andere sfeer, die de manifestatie van iets anders vergemakkelijkt.

Bij bepaalde riten gebruiken wij bij voorkeur oude talen. We spreken onze teksten en gebeden in misschien geheel dode talen (woorden uit het Sanskriet of het Egyptisch komen voor), in Latijn misschien of in oud‑Grieks. Dit lijkt zinloos, maar wij moeten wel één ding goed onthouden:

Als wij aan magie willen doen, dan moeten wij begrijpen dat al het magisch streven (trouwens alle occult werken) wel deel uitmaakt van onze normale wereld, maar dat het sterk verschilt van onze normale opvattingen. En als wij dit onderscheid doorvoeren in het gebruik van een bepaalde taal dan hebben wij daarmede ook bereikt, dat wij voor onszelf een scheiding maken tussen de werkelijkheid, die we kennen en de werkelijkheid waarmee wij nu willen werken: een magische werkelijkheid. Dit kan van het grootste belang zijn, omdat wij al te snel terugvallen in onze gewoonten en in ons natuurlijk denken, indien wij in onze eigen taal incanteren. Als wij dat niet kunnen doen in Latijn of Grieks, omdat wij het niet kennen, niet beheersen of als wij geen teksten hebben van een oude, uit het Sanskriet of het Egyptisch getrokken spreuk, dan kunnen wij altijd nog beter gebruik maken van een vreemde taal dan eenvoudigweg maar met eigen woorden te spreken. Want als u bv. in het Engels, Frans of Duits incanteert, dan schept u een afstand tussen uw dagelijks taalgebruik en de taal van de incantatie. Het gaat niet alleen om de klanken, het gaat om de mentale verandering die daarmee verbonden is. En daaruit kunt u voor de praktijk weer onmiddellijk iets leren:

Als u gebruik wilt maken van magische krachten, moet u ‑ zeker als u dit zoekt in de meer ritueel‑magische richting ‑ een scherpe grens stellen, ook voor uw eigen bewustzijn, tussen de normale wereld en de magische. Dit moet tot uitdrukking komen, in kleding en zelfs in de details van de omgeving. Op deze wijze wordt de magische werkelijkheid, die dus een niet menselijk‑logische is, opeens concreet aanvaardbaar. Doen wij dit niet, dan blijft onze normale werkelijkheid met haar reacties veel sterker heersen en zullen wij vaak juist dit punt van overgave, van geloof, niet kunnen bereiken, dat voor het behalen van resultaat nodig is.

Ook voor het eenvoudig bidden kan ik u die raad geven. Als u uw bidden wilt zien als een magische werking en niet als een persoonlijk gesprek met God, doe het dan a.u.b. in een taal die van uw eigen taal zoveel mogelijk verschilt. U maakt dan voor uzelf de wereld van het gebed tot iets anders. Iets,waarin alle mogelijkheden bestaan, die er normaal niet zijn; waarin alle krachten, alle dingen kunnen optreden, of zij redelijk passen of niet. Het is duidelijk dat hier suggestieve waarden dus een grote rol spelen. Nu weten we dat in de rituele magie nog heel andere dingen gebeuren. De meer primitieve rituele magie kent bv. dansen, bepaalde vormen van dronkenschap. Meer beschaafde vormen een gestileerde dansvorm (denk aan de dansende derwisjen in hun kloosters), die toch ook heel eigenaardige dingen bereiken. En denken we ook aan het gebruik van roesverwekkende middelen.

Nu wil ik u dit laatste absoluut ontraden. Dit zeg ik er van tevoren bij. Het is nl. zeer gevaarlijk, tenzij u precies weet wat uw reacties bij het gebruik van die middelen zijn. Want uw remmen vallen weg en uw voorstellingswereld wordt een enigszins andere. En daardoor zou misschien uw hele magische proef kunnen verlopen in de richting van het demonische, of zou in plaats van het goede dat u wenst een totaal ander resultaat daaruit te voorschijn komen. Daarmee moeten we dus wel voorzichtig zijn.

Maar wat doen wij in die gevallen? Wij scheppen een wereld van totaal ande­re wetten. Wij vervreemden ons van de menselijke wereld. En daarmee heeft u de kern van het magische, dat in het occultisme misschien niet zo vaak wordt uitgesproken, maar wat wel degelijk erg belangrijk is, gekentekend.

De wereld van de magie is een andere wereld. In die wereld bestaan wetten. Er bestaan volkomen logische samenhangen, volkomen logische, erkenbare invloeden en werkingen, maar zij zijn zozeer verschillend van hetgeen er in de menselijke wereld bestaat, dat het voor een mens normaal haast niet mogelijk is om die andere wereld als geheel werkelijk te ondergaan. En dit ondergaan van een werkelijkheid is nu typisch genoeg belangrijk, om niet te zeggen noodzakelijk, niet alleen voor de rituele magie, maar voor elke magie. En dat brengt ons tot deel II van de les:

Wat zal die andere werkelijkheid zijn?

U heeft allen wel eens gedroomd. En in uw dromen heeft u zeer waarschijnlijk wel eens dingen meegemaakt, waarvan u zei: “Hé, hoe kan het zo zijn!” Later blijkt dat volledig juist te zijn. Uw magische wereld is een soort droomwereld. En zoals u in de droom vaak zelf kunt beginnen (overlegd zelf kunt scheppen, maar het verdere verloop ervan meestal niet beheerst), zo zal de oorspronkelijke eigenschap van een magische wereld vaak door de mens zelf worden geschapen. Dat klinkt weer erg fantastisch. Ik ben mij ervan bewust.

U schept dus aan het begin een aantal wetten. Deze wetten omschrijven de magische of occulte wereld. Het geeft niet welke wetten u stelt, de combinatie van uw wetten zal ergens harmonisch zijn met een punt van de werkelijkheid. Dit punt van de werkelijkheid ‑ geestelijk of stoffelijk, demonisch of lichtend – komt tot uiting.

Het eerste punt is dus alleen een u verzinken. Heb ik mij eenmaal verzonken in die werkelijkheid, die ik zelf helemaal heb gecreëerd, dan ontstaat er een ontwikkeling die ik niet kan beheersen.

En dan stellen we een paar heel praktische regels. Het gaat hier ten slotte om de praktijk en niet alleen om de mooie lessen.

  1. In de magie, voor de rituele magie, zoals in vele andere vormen van occultisme, kan de mens door het bewust stellen van bepaalde waarden de condities bepalen welk zijn punt van uitgang zal zijn in de magische of occulte werelden. Hij bepaalt dus zijn punt van uitgang en kan zelfs de grondregels stipuleren waaraan hij, en het voor hem kenbare deel van het Al in die wereld, onderworpen zal zijn. Het verloop van het gebeuren kan hij echter niet beheersen. Daarom is het zaak, dat ‑ zo wij ons bezighouden met de magie ‑ in de voorstelling de wetten zodanig scherp worden gesteld en de voorstelling zodanig gedetailleerd en geperfectioneerd is, dat het onverwachte zoveel mogelijk terzijde wordt geschoven.
    In de praktijk betekent dit: indien u de krachten uit de geest, geestelijke waarden of werkingen wilt oproepen en daarmee in contact wilt treden of zelfs gebruik wilt maken van de verborgen eigenschappen in uw wezen, dan zult u er goed aan doen u een eenvoudig beeld te maken van de mogelijkheden (niet van de bereikingen) en zodra die mogelijkheden goed beseft zijn, u een zuivere en scherp omlijnde voorstelling te vormen van de wetten, die binnen deze mogelijkheden reageren.
    Indien u dit nauwkeurig doet, kunt u met een betrekkelijk grote zekerheid een streven in de richting van het begeerde doel bereiken. Of het doel zelf precies wordt bereikt of men tekort zal schieten, dan wel verder zal gaan, moet men afwachten. Men weet later pas wat men bereikte. Met veel oefening zal het mogelijk zijn deze eenvoudige vorm van concentratie op andere waarden in het Al zozeer te vereenvoudigen en gelijktijdig zo sterk ‑ ook gevoelsmatig ‑ te beperken en te definiëren, dat men bijna altijd het begeerde bereikt. Er zullen echter altijd nevenresultaten zijn.
  2. Misschien is dit u nog niet praktisch genoeg en daarom stel ik: Weet wat u wilt.
    Tracht te beseffen wat het gevolg zal zijn van: waar worden van uw wens. Ga vandaaruit, u afvragend hoe in uw eigen voorstelling het gewenste dan wel kan worden bereikt. Bouw uw hele concentratie op dit bereiken op, uitgaande van uw beginformulering. Dit geld zowel voor bidden, voor het toepassen van feath‑healing (geloofsgenezing), magnetiseren, waarneming in tijd (helderziendheid), prognoses en dergelijke, als voor de werkelijke magie.
  3. Alle krachten van het menselijk lichaam zijn in deze andere wereld ingeschakeld. Zolang wij gebruikmaken van erkende krachten (krachten, die wij zelf kennen en erkennen), kunnen wij door bv. in de materie uitbeeldingen van iets te geven, de wereldvoorstelling zodanig concretiseren, dat de vervulling van het gewenste eveneens dichter bij de werkelijkheid komt te staan en vaak geheel concreet gerealiseerd kan worden.
    U moet goed begrijpen wat dit betekent. Het gaat niet alleen om de magische toneelspelen, die in Loges, in inwijdingsgroeperingen, maar ook in de rituele magie steeds weer voorkomen. Het gaat hier om het essentiële ervan en dat is:
    Als ik iets uitbeeld, zodanig dat ik daaraan volledig deel heb, dan zal ‑ doordat ik dit voor mijzelf waar heb gemaakt ‑ deze werkelijkheid niet alleen bestaan in de wereld van de geest, maar ook in mijn eigen wereld. De gevolgen zullen door mij (ik ben daar ten slotte zelf oorzakelijk) en meestal volgens mijn wil ook worden geconcretiseerd: zij worden voor anderen kenbare feiten of toestanden.

Dat is ook weer betrekkelijk eenvoudig om u een paar richtlijnen te geven:

  1. Als u het gevoel hebt dat het in een huis ergens onbehaaglijk is (u voelt een druk, een spanning, een depressie), is het vaak belangrijk dat u reinigt. Dit duffe, kleverige moet eruit. Was dan eenvoudig uw handen. Sprenkel desnoods met een reinigend gebaar wat water; het behoeft heus geen wijwater te zijn. Door de handeling wordt voor u de kracht van de reiniging concreet en u zult zien dat de spanning, de verkeerde sfeer etc., verdwijnt. Een ander voorbeeld.
    U ontdekt dat naar uw idee bepaalde dingen niet he­lemaal juist zijn of dat de ontwikkelingen niet geheel naar uw zin gaan. Nu kunt u natuurlijk doen alsof er niets aan de hand is, maar dan ontkent u de feiten. Dat kan u dus nooit helpen.
    Als er iets niet in orde is, erken de fout. Daar begint u mee. En dan herstelt u de fout a.h.w. symbolisch, al is het maar door een getal uit te gummen en er een ander voor neer te schrijven. U heeft nu uw eigen activiteit en uw concentratie op het verbeteren gelegd. Indien u de actie van het verbeteren concreet uitvoert, zal uw gehele geest en alles wat ermee harmonisch is, die verbetering ook waar maken. Uw lichaam en daarmee uw aura, uw astraallichaam en uw levenslichaam vervullen mede die verbetering. U kunt dus nooit iets ontkennen. Dat gaat niet. Maar erkenning en uit die erkenning het symbolisch veranderen, brengt vaak een feitelijke verandering tot stand.
  2. Dan hebben wij in de rituele magie vaak te maken met invloeden van buiten. De stand van de sterren bv., de fase waarin de maan verkeert, maar ook de temperatuur, het wel of niet aanwezig zijn van het zonlicht of het maanlicht. Dat alles heeft invloed. Nu moet u niet denken dat die dingen noodzakelijk zijn. Het kan ook zonder. Maar als ik weet, dat ik iets op het juiste ogenblik doe, dan zal ik hierdoor met meer vertrou­wen reageren en handelen, punt 1.
    Punt twee: Ik kan een tendens in de kosmos berekenen en zo worden gesteund. Ik heb dus de wind mee.
    Punt 3: Als mens associeer ik altijd met zonlicht, regen, maanlicht enz. bepaalde denkbeelden. Als die associatie er eenmaal is, dan is het toch veel gemakkelijker te werken, indien de gewenste associatie door de om­standigheden reeds wordt opgeroepen. Het kiezen van het juiste ogenblik voor iets, houdt in dat het veel gemakkelijker, veel natuurlijker gaat en dat het ook veel betere en veel grotere resultaten afwerpt.

Wat hebben wij daar nu in de praktijk aan? We kunnen natuurlijk niet een horoscoop gaan maken voor elk ding dat wij nu eens willen doen, al zou het voor sommigen misschien raadzaam zijn het eens te proberen. Maar wat wij wel kunnen doen is dit:  Wij hebben misschien een bijgeloof. Onze dag is bv. maandag, dinsdag of woensdag enz.. Een van die dagen is onze dag. Een bepaald getal is ons getal. Als we daarin geloven, dan zullen wij bij voorkeur op de dag van de maand, die ons getal draagt, in actie komen. Vreemd? Helemaal niet. Ik schep daarmee de grootste mogelijkheid tot zelfverzekerdheid. En dan zult u tot uw verbazing hier iets ontdekken:

  1. Door gebruik te maken van schijnbare bijgelovigheden vergroot ik mijn eigen potentie; ik kan dus meer.
  2. Door mij te onttrekken aan de beoordeling en de reactie van anderen hierop en alleen te handelen volgens eigen innerlijke erkenning en maatstaf, krijg ik een veel grotere beschikking over mijn energie dan normaal. Dit omvat zowel mijn lichamelijke als mijn geestelijke vermogens. Mijn reacties zullen dus op elk terrein zuiverder, sneller en beter zijn.
  3. Wanneer ik de juiste “bijgelovigheden” gebruik, de juiste tijd en invloed van buitenaf, dan zal ik hierdoor vaak zonder meer en zonder mijn eigen pogen reeds in resonans zijn met invloeden van de minder stoffelijke werelden. Het samenwerken met deze minder stoffelijke ‑ of voor de mens niet zo reële – wereld is nu juist de kracht van het magisch werken, maar het is ook vaak de inhoud van het occulte, van het duistere. Dus ook hier, maak er gebruik van. Dat zijn dan in dit tweede deel van de les een paar kleine aanwijzingen, waar wij misschien toch iets mee kunnen doen.

De kern van de rituele magie.

De rituele magie bestaat uit:

  1. aantrekkings- of afweermagie, waar hetzelfde element voor aantrek­ken als voor afstoten wordt gebruikt.
  2. harmonische‑ of versmeltingsmagie, waardoor een vervloeien van we­relden of krachten wordt bevorderd.
  3. richtingsmagie, waarmee geen vaste punten of harmonieën worden aangesproken of gewekt, maar waardoor een bepaalde richting van actie (soms ook reactie) ontstaat.

Deze drie soorten zullen wij altijd weer terugvinden. Er zijn bijna geen andere. Willen wij van de kernwaarde gebruikmaken ‑ en dat kunnen wij doen, zonder ons concreet in de magie te begeven ‑ dan moeten wij onthouden:

Elke magische actie, die aantrekking ten doel heeft, impliceert afstoting. U kunt niet aantrekken, zonder dat er afstotingsfactoren zijn. U kunt niet afweren, zonder gelijktijdig iets anders aan te trekken. Als wij dus op deze manier actief zijn, moeten wij heel goed begrijpen dat dit een kwestie is, waarbij we iets moeten opofferen om het gewenste te bereiken. De zin van het offer ligt heel vaak in het feit dat wij door het ontzeggen, het ontkennen, het nalaten van een bepaald punt een ander punt volledig actief en positief maken. Wij trekken aan wat het tegengestelde is van ons offer.

Als ik mijn leven offer en dus de dood aanvaard, dan trek ik het leven (zij het misschien in een andere vorm) aan. Daarmede moet u goed rekening houden. U bent zelf misschien ook wel gewend een klein offertje te brengen. U moet dan heel goed begrijpen, dat u uw offertje alleen dan nuttig brengt, indien u weet wat het tegengestelde ervan is. Want door het ene te offeren schept u u het andere. Als u honger lijdt, kunt u verzadiging veroorzaken. En omgekeerd, als verzadiging als uitgangspunt neemt, zal er een honger, een tekort ontstaan. Onthoud dit goed. Het zal u helpen bij het formuleren van uw gebed, bij elk eenvoudig werken, zelfs bij magnetiseren. Dat is toch wel het eenvoudigste wat er bestaat.

Dan moeten we begrijpen, dat harmonie altijd zonder beperking is. Een harmonie kan nimmer op beperkte wijze worden uitgedrukt; ze is dan door haar beperking ergens alweer disharmonisch.

Als u harmonie zoekt met God of met iets anders, dan kan dit alleen op grond van een algehele aanvaarding. Het is dan ook typisch, dat wij deze harmonische magie vooral vinden in de z.g. magisch‑alchemistische werken van de vroege en late middeleeuwen, waarbij de mens zichzelf a.h.w. geheel wegcijfert voor het andere, het nieuwe. U kunt hiervan alleen gebruikmaken, indien u niet probeert een bepaald doel te stellen, maar tracht een bepaalde trilling, een bepaalde inhoud, een bepaald contact te verwezenlijken.

De bewegings‑ of gerichtheidsmagie

Ook dit is misschien heel eenvoudig, als u eenmaal begrijpt waar het om gaat. Het is een kwestie van oorzaak‑en‑gevolg.

Als ik begin met een beweging in deze richting, dan is het heel waarschijnlijk dat de beweging zich voortzet. Er zijn vertakkingen mogelijk, maar ze zullen in het algemeen in de richting liggen die ik in het begin heb vastgesteld.

Als ik ‑ occult, magisch werkende ‑ een bepaald iets verlang of een bepaalde ontwikkeling wil zien, zonder dat ik een einddoel weet, dan moet ik niet zoeken naar een omschrijving van het einddoel; dat helpt mij niet. Ik moet mij realiseren wat in mijn ogenblikkelijke mogelijkheid de eenvoudigste stap is, de eenvoudigste oorzakelijke werking, waarvan de gevolgen naar mijn beste weten in de verlangde richting liggen. Ik stel deze handeling en het resultaat is dan ook meestal, dat wij inderdaad iets bereiken.
Deze laatste magie noemen wij ook wel een transmutatie‑magie, omdat men daarbij impulsen van geestelijke geaardheid kan transmuteren in hoog‑geestelijke, in stoffelijke impulsen e.d.. De gegeven impuls wordt dus omgezet in de waarden van alle werelden.

Wat u ermee kunt doen? Ook dat is eenvoudig. Laten we zeggen dat u bang bent voor het ongeluk. U hebt zout gemorst en u denkt: Daar komt ruzie van. Doet u dan maar heel rustig bijgelovig en gooi een beetje zout over uw linkerschouder. Een krankzinnig actie, zeker. Maar deze handeling heeft een reinigend symbool. Ze heeft het actie‑element. U wéét nu dat u het zout moet opruimen.  U weet dat u het niet kunt laten liggen. Door dit gevolg van opruimen zult u met een dergelijke actie, hoe vreemd het u moge klinken, vaak bepaalde twisten eveneens de wereld uit kunnen helpen, omdat de overdrachtelijkheid de actie op elk niveau, in elke sfeer a.h.w. gebruikt om een uitgangspunt te scheppen voor elk probleem in die richting.
Als u iemand als gast ontvangt en u geeft hem wat te eten of te drinken, dan denkt u daar niet verder over na. Vroeger betekende dit de gastvrijheid zoals u weet en daarmede de bescherming, de aansprakelijkheid, de verantwoordelijkheid. Onthoudt u goed, het delen van spijs en drank impliceert eigenlijk het delen van alles, zonder meer. Dus van bezit, van rang en van wat u zich ook maar denken kunt. Als wij dus op een dergelijke manier door een eenvoudige daad uitdrukking geven aan deze vorm van eenheid, dan moeten wij er ook zeker van zijn, dat die op elk terrein blijft bestaan ‑ van het hoogst geestelijke tot het diepst stoffelijke en laagst geestelijk toe. Wij hebben daarmee voor de ander dus niet alleen maar een bescherming geschapen. Neen, wij hebben een aansprakelijkheid en een gebondenheid geschapen, die inhoudt dat het demonische in de ander ook in ons tot uiting komt, dat het hoogste in de ander ook in ons tot uiting komt. Het ritueel gebruik van deze eenvoudige spijs‑en‑drank‑rite houdt dus in dat men a.h.w, de verantwoordelijkheid met de ander deelt op elk niveau; en dat zolang die toestand bestaat, men zich niet kan onttrekken aan de drijfveren en krachten in de ander.
Mijn raad: Wees erg voorzichtig, indien u anderen uit een ander gebaar dan alleen maar gastvrijheid, maar werkelijk met de bedoeling van een zekere verbondenheid iets aanbiedt. Want u deelt de dromen, de geestelijke lasten en mogelijkheden van die ander. Als u het echter gedaan hebt, dan kunt u door die actie voor de ander vaak veel meer bereiken, want u kunt nu bewust en handelend ingrijpen in de persoonlijkheid van de ander, waar dit normalerwijze niet mogelijk zou zijn.

Nu wil ik hieraan nog een paar raadgevingen toevoegen, die slechts indirect met het onderwerp in verband staan, maar die toch wel de moeite waard zijn.

  1. Leer uw tijd op de juiste wijze te gebruiken door de volledige concentratie op hetgeen u doet, met een gelijktijdige uitsluiting van al het andere. Wanneer u dit in de praktijk doet, zult u ontdekken dat u ook op geestelijk terrein deze concentratie zeer snel bereikt en daarmede zeer grote resultaten kunt behalen.
  2. Indien u problemen, zorgen of leed hebt, dan moet u ze nooit zonder meer naast u neerleggen. Eerst nadat wij ze zo goed mogelijk hebben gecatalogiseerd, zullen wij ze naast ons kunnen neerleggen, in die zin dat wij dan naar het positieve gaan streven. Door een actie, een gebaar of zelfs een diepe concentratie, die op het tegengestelde van het geconcentreerde is gericht, zetten wij ons en de omgeving in beweging en veroorzaken een verandering.
  3. Kosmisch invloeden en tendensen kunnen wij praktisch niet ontgaan. Het is vaak heel erg moeilijk te constateren welke tendens op het ogenblik wel en welke niet actief is. U kunt echter altijd afgaan op uw aanvoelen. Daarom is het juist, dat u ‑ wanneer u aanvoelt dat de dag van vandaag problemen zal brengen (en dat weet u meestal wel als u opstaat) ‑ de problemen niet gaat zoeken, maar dat u elk probleem dat niet noodzakelijk is vermijdt, U zult tot uw verbazing zien, dat u de problemen die over blijven dan wel de baas kunt.
  4. En dan misschien een wat occult tipje, maar heel goed bruikbaar. Als u een geloof hebt aan God of op een bepaalde manier aan een beschermgeest of helper, dan moet u zich goed realiseren, dat u richten op die helper, die geest of God alleen dan zin heeft, indien de eigenschappen, daaraan toegekend, overeenstemmen met de behoefte. Als we geweld nodig hebben en we geloven aan een God van liefde en vrede, dan moeten we de duivel maar visualiseren, want met die God bereiken we niets. Het gaat om de actie en de voorstelling in onszelf.
  5. In deze dagen worden geestelijke krachten weer meer actief en u zult er zelf soms iets van ervaren. Wanhoop nooit, als die dingen niet hele­maal tot uw bewustzijn doordringen, als ze vaag blijven. Onthoud dit:

Wat zich in u afspeelt ‑ of u het nu weet of niet ‑ is altijd een actieve waarde in uw dagelijks leven en dagelijkse mogelijkheden en reacties. Stel uzelf dus in als u gaat slapen, als u rust of als u even de tijd hebt voor concentratie op zo positief mogelijke waarden, in overeenstemming met uw behoefte van het ogenblik. Daaruit zullen innerlijke belevingen resulteren, die zelfs ‑ ook als u niet weet hoe ze precies waren – overgaan in de voor u noodzakelijke en bruikbare krachten.

De wetten van de magie

Zoals u bekend zal zijn, hebben wij in de magie wetten van overdrachtelijkheid of besmettelijkheid en wetten van sympathie of van harmonische overdracht. Nu zijn deze beide wetten heel eenvoudig; alleen weten de meeste mensen niet wat ermee te beginnen.

Bij de wet van besmettelijkheid of overdrachtelijkheid zeggen we nl. dit:

De eigenschap van de een of het ene zal bij een daartoe bewust gedane aanraking worden overgedragen op de ander of het andere. Dus het is net zo iets als bij mazelen, als je te dicht in de buurt komt,  krijg je het ook.

De wet van de sympathische of harmonische werking is een beetje anders. Die zegt: Als twee snaren van verschillende geaardheid gespannen zijn en één ervan wordt aangeslagen, dan zullen zij ‑ mits harmonisch ‑ gezamenlijk trillen. Dus bij een sympathische werking is de originator altijd de sterkst trillende partij, die echter een reflex van gelijke waarde in de ander tot stand brengt, maar volgens de eigenschap van de ander.

Daarmee hebben we de wetten eigenlijk gehad. De meeste mensen begrijpen echter niet wat ze ermee kunnen doen, al horen ze die duizend keer. En dat zal ik dan proberen kort en zo duidelijk mogelijk samen te vatten.

Als ik de wet van besmetting of overdrachtelijkheid wil gebruiken, dan moet ik weten wat de eigenschap is, die ik wil overdragen. Als ik een veer heb, dan kan ik daarmee bij wijze van spreken theoretisch een bezem laten vliegen, als ik maar weet dat de eigenschap van de veer het vermogen tot vliegen is. Het is dus een symbool. Dan zou de heks theoretisch met die eigenschap dus de lucht in kunnen gaan met haar bezem. Maar al kunnen wij misschien geen bezem laten vliegen, er zijn toch dingen die wij heel gemakkelijk kunnen overdragen.

Als wij nu bv. met planten te maken hebben: ik heb een plant, die gezond is en ik zal een plant die ziek is wel goed verzorgen, maar door tussen beide te pendelen draag ik de gezondheid van de ene plant over op de andere.
Een ander voorbeeld: als ik mij bewust met een zieke bezighoud en ik kom bij een gezonde, dan heb ik grote kans dat ik iets van de ziekte aan de gezonde overdraag. Kom ik bij de gezonde en neem ik bewust de eigenschappen van de gezonde mee, dan zal ik daardoor automatisch de zieke verbeteren. Hier heeft u dus al iets van de wet van besmetting of overdrachtelijkheid, waarmee u iets kunt doen.
Nu moet u niet denken dat dit een theorie is, die niet wordt aangehangen door de mensen, want op die manier worden er relikwieën gemaakt. Wij hebben bv. het hoofd of het bloed van St. Januarius of de botten van St. Thomas. Nu nemen wij een voorwerpje en brengen het daarmee in aanraking; en dan zegt men dat dit voorwerp door de aanraking ook een relikwie is geworden. Het heeft dus be­paalde eigenschappen overgenomen. Dat dit inderdaad zo is, zien wij in het kerkelijk geloof.

Nu kan ik mij voorstellen dat niemand behoefte heeft aan het hoofd van St. Januarius of de botten van St. Thomas, omdat er geen eigenschappen inzitten die hij eigenlijk wil hebben. Maar ik kan mij wel voorstellen, dat een mens op een gegeven ogenblik veerkracht nodig heeft; en dan is er een heel eenvoudig iets. Ga eens lekker in het jonge gras liggen. Laat de kracht van de natuur eens in u trekken. Voordat u het weet, bent u ook veerkrachtig geworden.

Om een ander voorbeeld te geven: Hoe deden de aartsvaders het? Wanneer zij hun opvolger aanstelden, dan zegenden zij hem. Maar dat was een bewuste aan­raking, waarbij de persoon (de oudere, die meestal op sterven lag, want vóór die tijd wilde hij zijn gezag niet kwijt) dat gezag intrechterde in de ander. En dat zien wij heden nog bij vele wijdingen in kerken. Wij zien dat nog bij de schouderslag, waarmee de ridderslag werd gegeven. Dat zijn dus zuiver dingen, waarbij wij van een besmettings‑ of overdrachtelijkheidsmagie gebruik maken.
En als u het nog eenvoudiger wilt maken, denk dan aan die oude kinderlegenden. Als je een les uit een boek moet leren, leg het onder je hoofdkussen, dan gaat het beter. Bijgeloof? Ja, tot op zekere hoogte. Maar het kan wel degelijk het bevattings­vermogen voor wat er in dat boek staat vergroten. Als je dat hebt gedaan met het bewuste gevoel: nu moet ik dat leren en je kijkt het de volgende dag na, dan gaat het er veel vlotter in. Waarom? Noem het voor mijn part suggestie. Noem het een kwestie van fluïdieke invloeden. Een naam kun je er gemakkelijk genoeg voor vinden, maar het feit blijft bestaan.

Zo hebben wij dat ook met de z.g. harmonische of sympathische werking. Als ik bepaalde eigenschappen heb en ik wil die aan de ander mededelen, dan kan ik dat niet zonder meer doen. Ik moet beginnen met zelf de eerste impuls te scheppen.

Neem daar nu een voorbeeld voor: zingen. U wilt met een ander samenzingen. Als u beiden blijft wachten wie de toon aangeeft, begint u nooit. Begin, de ander kan dan invallen. En dan is er hier of daar nog wel een correctie nodig, dat is niet zo erg. Maar dan heeft u dit vermogen tot samenwerken.

Als u nu een collega hebt, waarmee het niet zo goed gaat (die man is niet harmonisch), dan moet u voor uzelf nagaan: wat heb ik nog gemeenschappelijk met die ander? Is dat veel of weinig, dat geeft niet. We moeten weten wat wij ergens gemeenschappelijk hebben. Nu zal ik mij dus op die gemeenschappelijke waarden baseren en iets zeggen of iets doen en dan weet ik bijna zeker, dat ik van de ander dat terugkrijg. Ik krijg dus een weerklank. Er is een samenspel mogelijk.

Dat klinkt misschien allemaal wat moeilijk, maar hoe kunt u die dingen anders ervaren dan door er eens mee te beginnen? Het zelf eens te proberen. We moeten dan wel onthouden:

Elke eerste impuls in deze sympathische of harmonische magie moet een op zichzelf volledige waarde zijn. Dat klinkt gek. Maar stel u voor, dat u met een collega alleen maar gemeen hebt dat u allebei van een borrel houdt of rookt. Nu gaat u de glaasjes en de fles klaarzetten en dan wacht u tot de ander zal vragen: “Zullen we eens klinken?” Dat gebeurt niet. U moet dus de actie volledig maken. U moet inschenken en zeggen: “Mag ik je een glas aanbieden?” Dan heeft u dus wel een contact.

Het is erg simpel gezegd. Maar zo is het met alle dingen in het leven. En dat geldt niet alleen t.a.v. personen, dat geldt ook t.a.v. de meest eenvoudige gebruiksvoorwerpen. Laten we zeggen: u heeft een potlood. Dat breekt elke keer. Er kan natuurlijk een gebroken kern in zitten. Wat moet ik nu doen? Ik moet nu eerst trachten dat potlood af te stemmen op mijzelf; en dat kan ik niet alleen doen door er een punt aan te slijpen of het in de slijpmachine te steken. Nee, ik neem dat potlood en ik ga de punt iets afronden naar mijn idee. Ik haal de scherpte een beetje weg. Nu zult u het gek vinden als ik het zo zeg, maar als u nu daarmee tekent of schrijft, dan zult u niet alleen ontdekken dat het potlood prettiger schrijft. Neen, u zult ook ontdekken dat u a.h.w. het potlood kant hanteren zonder te denken. U draagt uw gedachten op de schrijfstift over. Hoe dat komt? Doordat u in dit eerste voorbereiden, dit afstemmen, dus eigenlijk uw wezen hebt overgedragen in dat potlood. En dat is zodanig harmonisch geworden, dat het als een normaal verlengstuk van uw wezen gaat fungeren en dus niet meer onverwachte fouten of gekke dingen gaat vertonen.

Dat geldt ook voor een pen. We zeggen wel eens: een vulpen moet je nooit uitlenen. Waarom eigenlijk? Omdat de schrijfhouding anders is? Ja, misschien ook wel. Maar omdat iemand, die een vulpen regelmatig hanteert en daarmee regelmatig schrijft, eraan gewend is. Hij heeft er zijn eigen fluïde in, zijn eigen greep. Die pen is een verlengstuk geworden van de mens. Als u hem nu en dan gebruikt, dan geldt dat niet meer. Komt er nu een contact met een ander – vooral als u met die ander niet harmonisch bent ‑ dan breekt er iets en dan moet u het weer opnieuw opbouwen.

Zo worden die magische wetten u wel wat duidelijker. Het is eenvoudig een kwestie van eigenschappen, in uzelf of in een ander, die moeten worden overgedragen of die moeten samenwerken. Bij die overdracht spreken we dus van besmetting of overdrachtelijkheid. Bij de samenwerking spreken wij over sympathie en harmonie, sympathische of harmonische werking.

De kern van het magisch denken is niet zo theoretisch als de meeste mensen zich dat voorstellen. Het is niet alleen een vlucht in de andere wereld, al speelt die bij de magie nu eenmaal een grote rol, maar vooral het scheppen van verhoudingen. Hoe beter je in je eigen wereld de verhouding tussen jezelf en een ander of iets anders kunt regelen op de juiste manier, hoe zekerder je kunt zijn dat er sprake is van een overdracht van eigenschappen of van een samenwerking. En als er sprake is van een overdracht van eigenschappen, dan moet u wel onthouden: Je kunt nooit een eenzijdige overdracht krijgen.Voorbeeld:

Iemand heeft een slecht humeur en u heeft een goed humeur. Dan kunt u het goede humeur aan de ander overdragen, maar dan krijgt u van de ander iets van zijn slechte humeur terug. Alleen, u weet waar het slechte humeur vandaan komt en u kunt het dus de baas. Het is voor u een erkende waarde en voor de ander niet. U draagt uw goede humeur over en u krijgt de wrevel als reactie terug. U brengt dus de wrevel terug tot iets, wat een beetje harmonisch is en in de ander gaat dezelfde verandering beginnen. Als ik er een soort communicerende vaten van waarden van heb gemaakt, is dus een absolute vermenging mogelijk. Als hier de beheersing is, zal de beheersing die hier bestaat ook dáár werkzaam zijn.

Nu kunnen we dat ook nog gebruiken op de manier van een hydraulische pers. Indien ik hier per cm² druk uitoefen, zal die per cm² ontstaan. Heb ik hier 5 pond op 5 cm² en heb ik daar 200 cm², dan krijg ik ook 200 pond druk.

Met de mensen is het precies eender. Zolang iemand deze overdrachtelijkheid vanuit zich tot stand brengt (met een bewuste uitwisseling overigens) en in staat is om in zich een pressie uit te oefenen, dan kan hij niet alleen zijn eigen kracht a.h.w. baas (of iemand, die niet hem aan kracht gelijk is), maar hij kan iedere hoeveelheid, gelijk welke de baas, mits er die verbinding, die vermenging bestaat.

Zo kan een enkele mens door deze besmettingsmagie een hele volksmenigte regeren. Hij neemt de gevoelens van de menigte in zich op. Maar zelf weet hij wat hij wil; hij is beheerst. Hij kan daardoor op het publiek regeren en krijgt ten slotte tot resultaat, dat het publiek reageert zoals hij dat wil.

Nu vraag ik mij alleen maar af, waarom een mens, die deze dingen ziet en weet, ze eigenlijk niet meer actief zou gebruiken? Natuurlijk, er is geen mogelijkheid om hier de relaties te gaan beperken. Als je bij wijze van spreken 10 eieren hebt en je zou met één ei harmonie zoeken en de andere zijn gelijkvormig, dan kan ‑ zelfs indien je uitgaat van een harmonische of sympathische werking ‑ directe overdrachtelijkheid van actie van het “ik” of van de instelling van het “ik” plaatsvinden. En dat kun je dan niet tot één ei beperken.

Absolute gelijkvormigheid of tot tenminste 85 à 90 % betekent, een gelijke mate van identiciteit. Iets wat er hetzelfde uitziet is dus identiek. Als er hier 10.000 bouwstenen zijn en ik werk op één bouwsteen in, dan zal de werking in de andere bouwstenen precies zo optreden. Mensen zijn nogal uniek en wat sommige exemplaren betreft is dat zelfs heel gelukkig. Maar er zijn zoveel dingen, waarmee u zou kunnen werken: bloemen, hout en zo verder. Als de gelijkvormigheid van een voorwerp, dat u voor een of andere magische werking gebruikt, voor 85 ‑ 90 % gelijk is aan een ander voorwerp, dan kunt u wel één voorwerp gebruiken, maar de reactie die hier ontstaat zal ook dáár ontstaan. Leg ik dáár een kracht in, dan zal zij hier ook aanwezig zijn. Dan geldt het eerste voorwerp wel als de bron, terwijl dit alleen maar een weerkaatsing geeft; wat de resultaten betreft, is het verschil meestal niet zo groot. Indien u met bepaalde voorwerpen gaat werken (in de sympathische magie doet men dat nogal), dan moet u er toch wel rekening mee houden, dat u geen voorwerpen gebruikt die al te veel gelijkvormig zijn. Als u één speelkaart neemt en u beïnvloedt die, dan beïnvloedt u in feite 10.000 spelen. Dus wees voorzichtig met die dingen.

Een paar voorbeelden voor de praktijk:

Als u genegenheid zoekt, dan moet u beginnen die genegenheid in uzelf te kennen en te omschrijven. Ze moet in u aanwezig zijn. Ze kan dan worden overge­dragen door wat men noemt: besmetting. Zij kan ook worden overgedragen door har­monie. Probeer ik dit op harmonische wijze te doen, dan kan dat alleen indien die eigenschap a priori bij de ander of bij het andere aanwezig is. Om dus een zo algemeen mogelijk resultaat te krijgen, zult u ‑ waar u een sfeer van vriendschappelijkheid wilt scheppen ‑ moeten uitgaan van iets, wat in uzelf bestaat en dit moeten overdragen aan anderen. Dit kan door gedachteconcentratie, door directe contacten en zelfs door het gebruik van afbeeldingen.

Als ik iets negatiefs doe (ik wil mij bv. afschermen), dan moet ik onthouden dat ik nooit eenzijdig afscherm. Ook hier werkt de wet van sympathie. Als ik het een afscherm, zal al wat ermee verwant is eveneens die afscherming ervaren. Dientengevolge kunt u, wanneer u zich afschermt, dit alleen doen t.a.v. een geheel gebied van krachten, niet t.a.v. een bijzondere kracht.

Als ik in iemand een bepaalde harmonische kracht erken ‑ ongeacht welke – dan kan ik door een beroep te doen op deze kracht, uit de ander kracht en kennis putten, mits ik ook bereid ben van mijzelf uit kracht en kennis te geven, wanneer dat wordt gevraagd. Het is dus een wisselwerking. Zodra ik die aanvaard, heb ik de beschikking over de bronnen van de ander.

Les: Als u bepaalde contacten zoekt in de wereld, mag u dat nooit op een egoïstische wijze doen. U moet het altijd zeer algemeen doen. In dit algemene besef is de beste wisselwerking mogelijk en kunt u voor uzelf de meeste resultaten bereiken.

En dan een trucje. Als u wilt weten of u in staat bent de besmettingsmagie te gebruiken, dan kunt u dit doen door een bepaalde gedachte in te stralen in een bepaalde plant, huisdier of een voorwerp. Zet hierbij dan een andere, niet beïnvloede waarde, maar zó dat ze wat condities betreft verder ongeveer gelijk zijn en u zult zien dat de gedragsnorm zich egaliseert.

Wilt u dat met zaken doen, dan is er ook een trucje. Als u zaken hebt die goed lopen en andere zaken die niet willen, die absoluut geen leven vertonen, dan moet u eens proberen die twee in uw administratie zoveel mogelijk te mengen, U zult dan ontdekken dat inderdaad de slechtste waarden omhoog gaan, de andere nemen tijdelijk af, maar zodra een bepaald evenwicht is bereikt, zijn ze meestal beide progressief. Op die manier kunt u de omzet van bepaalde artikelen aardig verhogen.