Magische genootschappen

image_pdf

 16 mei 1961

Ik zou u hedenavond willen spreken over de zogenaamde magische genootschappen, die het verleden gekenmerkt hebben en ook in het heden soms nog een zeer grote rol kunnen spelen.

Een van de meest opvallende en meest bekende groepen is wel die van de Pythagoreeërs geweest. Men neemt aan – mijns inziens verkeerdelijk – dat Pythagoras de uitvinder is van, laat ons zeggen, de meetkunde, de formulerekening en daarnaast ook van belangrijke maten als bijvoorbeeld de zogenaamde gulden snede. Deze dingen op zichzelf geven hem klaarblijkelijk een overwicht over geheel zijn tijd.

Degenen echter die nader bekend zijn met de oudheid beseffen zeer wel dat bijvoorbeeld de afmetingsverhouding, die men gulden snede noemt, ook gebruikt werd lang voor Pythagoras. En deze verhouding heeft bijvoorbeeld ook de afmetingen van de opgegraven beelden van Babylon zeer duidelijk bepaald. In Egypte werd deze verhouding ook reeds zeer vroeg en lang voor Pythagoras gebruikt.

Ik gebruik dit als een inleiding, want hieruit volgt automatisch: dat wanneer Pythagoras en zijn leerlingen dus niet de ontdekkers zijn van die wetenschap, geheimwetenschap ook die zij verwierven, er elders bronnen aanwezig zijn geweest. Deze bronnen zouden wij terug kunnen volgen tot in de sagenwereld, tot in Atlantis. Het is niet belangrijk dit te doen, indien wij slechts aan willen nemen dat elke magische groep, waar ook ter wereld en hoe zij zichzelf ook noemt of beschouwt, in feite een groep is die zich baseert op oudere kennis, op oudere leerstellingen. Zij geeft daaraan echter vaak een nieuwe gestalte, een nieuwe inhoud.

Om u een voorbeeld te geven: Lang voor Pythagoras waren snaarinstrumenten bekend en werden verschillende vormen van luit en een citerachtig, éénsnarig instrument, ook verschillende fluiten en hoorns gebruikt. Men heeft gemeend dat Pythagoras ook de ontdekker is geweest van de vier grondtonen en daarmee ook van de toonladder die nu nog vaak gebruikt wordt. Maar men had daarvoor reeds oude instrumenten. Hij was niet de eerste musicus, integendeel, maar hij was de eerste die inzag – en hier ligt het belangrijke punt – dat het muzikaal verschijnsel niet alleen maar een willekeurige toonvorming is, die men aan de hand van de ervaring bepaalt, maar dat zij gehoorzaamt aan bepaalde wetten. Op deze wijze werd het hem mogelijk om zowel de muziek als een groot gedeelte van de kosmos – de kosmologie van die tijden – de leerstellingen die men kende, uit te drukken in symbolen en zeer snelle bepaling van onderlinge verhoudingen, relaties, producten van een tweetal werkingen enzovoort dus vast te stellen. Hierin ligt zijn grote verdienste.
Niet in de leer zelf, maar in het gebruik dat hij maakte van al hetgeen dat hem uit het verleden ter beschikking stond. Indien u meent dat die bronnen bijzonder rijk moeten zijn geweest, heeft u gelijk daar hij immers in Alexandrië beschikking heeft gehad over onnoemelijk grote hoeveelheden leerstof en materiaal, ook leerstof die tot in de verste oudheid terugging.

Dan is het dus klaarblijkelijk niet voldoende dat men in een magische groep of broederschap zich beperkt tot bij geloof en overlevering alleen. Men moet uit het geloof, uit de overlevering voor zichzelf de hanteerbare wet, de wetmatigheid die in de natuur, in de mens en ook in de verdere kosmos waarschijnlijk geheel tot uiting komt, voor zichzelf realiseren.

Ik begrijp dat het voor u een beetje moeilijk is om dit nu zo zonder meer te aanvaarden, want men heeft u altijd geleerd dat het geloof alleen zalig maakt. Men heeft echter vergeten u daarbij te zeggen, dat het geloof slechts dan zalig maakt, wanneer het wordt omgezet in praktisch beleven, welk praktisch beleven op zijn beurt in een wet kan worden uitgedrukt, zodat dit geloof zowel in het ik als in de wereld erkend kan worden. Alleen daaruit groeit de zelfkennis, alleen daaruit groeit ook de beheersing.

Elke groep die magisch denkt, zoekt in zekere zin naar beheersing. Mogelijkerwijze wensen wij deze macht niet voor onszelf. Er zijn groeperingen genoeg bekend, onder andere verschillende filosofische kringen zoals de inwijding van Poseidon en nog enkele in Griekenland; de onder het mom van de Kahni verborgen gaande geheime groepering van esoterici, die in Rome ook tijdens het verval zo’n grote betekenis hebben gehad. De geheimbonden van de Grote Broeder, kortom al deze bonden, geheimzinnig als zij waren, zijn in feite uitgegaan van geloof en gekomen tot een hantering van macht, ook al waren bij deze groepen – als door mij genoemd – de verwerving van macht, krachten, vermogens en inzichten, alleen een middel om de mensheid te dienen.

Dit geeft u misschien te denken. Ik hoop nochtans, want in deze dagen vinden wij zoveel mensen die gaarne het magisch recept zouden willen hebben, zij zeggen: “Ik wil mij aansluiten bij uw broederschap. Geef mij het vermogen, geef mij de macht en wij zullen werken.” Maar u hebt het vermogen en u hebt de macht in uzelf. Wanneer u zich bij een bepaalde groep aansluit, dan betekent dat niet alleen een aanvaarden van een discipline, het aanvaarden van bepaalde dogma’s of geloofspunten, dan betekent dat voor uzelf het uitwerken van de werkelijke, reële betekenis van elk magisch ritueel, van elk verschijnsel in de wereld dat daaraan gelieerd kan zijn, kortom van al wat belangrijk is.

En dan komt u vaak tot conclusies die wat minder aangenaam zijn, dat geeft ik graag toe. Want een mens houdt graag vast aan al wat hij kent. Toch meen ik dat wij aan het begin van onze lezing vandaag mogen stellen, dat niet alleen een zelfstandig denken, een zelfstandig verwerken van lessen en waarden noodzakelijk is, om in een magische broederschap mede actief te zijn. Maar dat men daarnaast – en dat is even belangrijk – steeds weer voor zich de regel moet zoeken, de regel die op het gehele leven van toepassing is en dat men deze levensregel, deze werking dus, moet uitdragen in de wereld, vanuit de wereld beleven zonder daarop enige uitzondering voor zich, of, zover het uw houding en handeling ten opzichte van anderen betreft, voor anderen toelaat.

Het begrip ‘magisch’ hebben wij meerdere malen uiteengezet. Magie is al datgene wat zich afspeelt krachtens wetten die niet bekend zijn, zich daardoor onttrekt aan directe menselijke definitie en als zodanig desondanks beleefbaar en kenbaar is.

Deze definitie mag u eraan herinneren, dat bijvoorbeeld een geloof dat bepaalde sacramenten handhaaft, dat bepaalde zegeningsvormen kent, in feite ook een beroep doet op magie. Dat het uitspreken van een eedformule, een binding met onzichtbare krachten in feite een magisch ritueel is. Ik zou u dit graag duidelijk willen maken, want uw leven is niet vrij van deze magie, die zo velen alleen maar zien als tovenarij. U wordt er zelf in uw leven voortdurend door beheerst en dat is de fout. U moet leren om de magie te beheersen en zo u te ontworstelen aan die vele, schijnbaar niet te controleren factoren die in uw leven steeds weer optreden.

Wij zullen nu nagaan welke ontwikkeling de magische genootschappen hebben doorgemaakt. Ik meen dat ook dit belangrijk is, omdat hieruit een inzicht kan groeien van de eisen die uw tijd aan u en juist op dit terrein gaat stellen.

De eerste aanvaarding van Goden ligt zo ver terug, dat wij daarvoor gemakshalve maar de tijd Lemurië noemen, de Lemurische periode, de periode van de menswording. Deze aanvaarding van Goden was niet gebaseerd op erkennen van een macht of wezen, maar een onbewust zich onderwerpen. Het was daardoor onmogelijk dat in Lemurië zelf de mens verder groeide en dat hij werd tot een vrij mens, een mens die ook in geweten, handelen en denken kon gaan beantwoorden aan de primitiefste regels, die wij thans aan het mens-zijn toekennen.

Na deze Lemurische periode vinden wij de periode die wij de Atlantische zullen noemen. Er is sprake van een maatschappij die ongetwijfeld hier en daar primitief is, maar toch ook gelijktijdig van een mens die zijn onderlinge verhoudingen niet meer alleen zuiver instinctmatig maar verstandelijk definieert. Het kennen van Goden is natuurlijk in deze tijd ook wel nog aan de orde van de dag. Bepaalde psychologen zouden zeggen: “Die tijd wordt beheerst door de totem en taboe”. Echter komt men in deze tijd voor het eerst tot de erkenning van een wisselwerking tussen wat men noemt: Goden en de mens. Er wordt een relatie geschapen.

De geheime genootschappen in deze tijd gaan zich splitsen en wij vinden de zogenaamde Wit Magische bond, de kern van de latere Witte Broederschap en de zogenaamde Grijze ofwel Rode bond, die in feite zich bezig houdt met zwarte magie. Want indien ik een kosmische wet gebruik voor mijzelf, ten koste van anderen, zo sluit ik hiermee voor mijzelf de mogelijkheid uit om uit die kosmos krachten, inzichten, bepaalde vermogens te gewinnen. Elke persoonlijk zuivere handeling is in feite een je afsluiten van de werkelijkheid.

Ik kan hier natuurlijk voorbeelden te over geven. Laat ik er een nemen uit een zuiver katholiek milieu, voor de meesten onder u althans bekend. Op het ogenblik dat ik ga stellen: Ik biecht, niet omdat ik berouw heb, maar om mij van mijn zonden te bevrijden, voordeel te gewinnen, is volgens de theologie deze biecht niet geldig en heeft zij generlei werking. Het is precies dezelfde regel die men daar in de oudheid reeds ontdekte.

Een volgend element brengt ons in de periode van de dierverering. Dit is niet zoals u denkt de aanbidding van dieren. Het is eerder een eredienst waarbij het dier tot symbool wordt van de kosmische krachten. De goden manifesteren zich bijvoorbeeld als Apis, de stier, of als een krokodil, als een vogel, als een zwerver uit de woestijn, een hyena. Elk van hen is in feite geassocieerd met het dier, door de mens dus krachtens de eigenschappen aan de godheid toegeschreven. Die eigenschappen zijn betrekkelijk willekeurig, maar het vreemde is dat men, zich baserende op die eigenschappen, zekere resultaten gewint. Zo ontdekken wij dat men gaat studeren. Het dier bijvoorbeeld brengt in de stieroffers die wij in het Oosten vinden vruchtbaarheid, door een bepaalde operatie waarbij bloed en mannelijk zaad over de aarde wordt uitgestrooid. Maar hierin ligt tevens de kern van kennis. Bloed is leven, zaad is levensmogelijkheid, is vruchtbaarheid. Er zijn mensen die daarover nadenken. De magiërs gaan langzaam maar zeker hun goden anders definiëren dan de menigte. Zij gaan trachten de werking van die goden vast te leggen in vaste wetten en regels.

De magische genootschappen van deze tijd bestaan uit wetenschapsmensen, die echter ver vooruitlopen op de ontwikkeling van de mensheid als geheel. Wat zij aan psychologie bijvoorbeeld, aan zogenaamde paranormale wetenschap, aan sterrenkunde, aan kunde van de aarde van gesteenten enzovoort, ja zelfs in zekere zin van zwaartekracht en dergelijke weten, is verbluffend. Zeker voor een mens van de 20e  eeuw.
Hun kennis is groot, maar ze is onvolledig, zij vertoont hiaten. Deze hiaten worden aangevuld met geloof, een geloof dat bestaat uit een rationalisatie volgens de oude wetenschap, maar het is vooruitgang. Het is mogelijk dat uit dergelijke groepen en genootschappen zich de medische wetenschap gaat ontwikkelen. Maar aan de andere kant bijvoorbeeld ook de cosmetica, die naast gezondheidszorg en ook de kennis van gesteenten en mineralen, langzaam gaat voeren tot het gebruik van metalen in vele vormen. Ik mag er u aan herinneren dat, zover het de westerse wereld betreft, het eerste koper bijvoorbeeld magisch gesmolten werd. Het was een magische ceremonie die plaats vond in de buurt van de Sinaï, wetenschap, zuivere wetenschap, maar omweven met een mantel van mystiek.

Wanneer wij later zien dat bijvoorbeeld scheepvaart, pottenbakkerskunst, ja zelfs lezen, schrijven, schilderen en beeldhouwen tot magische rituelen zijn geworden en geleid hebben tot een persoonlijkheidsuitdrukking, gaan wij pas beseffen dat deze magische banden in feite een weergave zijn van gerationaliseerd innerlijk erkennen van de mens en zijn verhouding tot de kosmos.

Op grond hiervan mag ook worden gesteld dat elke godsdienst op zichzelf – onverschillig welke – niet zal omvatten een volledige wetenschap, maar toch een feitelijk weten waarbij de onderlinge hiaten door het geloof en uitleggingen zijn aangevuld.

Dit standpunt maakt het begrijpelijk dat degenen die binnen de christelijke gemeenschappen gingen zoeken, als bijvoorbeeld de alchimisten, voortdurend in strijd kwamen met de kerk. Niet omdat zij onchristelijk dachten of handelden, maar omdat zij trachtten leemten aan te vullen in de vorm van weten. Dit weten is een samenvatten, ik herhaal het nogmaals, van innerlijke kennis of zelfkennis plus wereldkennis en wereldervaring.

Wanneer wij nog enige schreden verder gaan in de tijd, zo vinden wij de magische groeperingen die trachten bijvoorbeeld bepaalde gebruiken van de Kelten te doen herleven. Oorspronkelijk hoofdzakelijk in Wales, in Ierland zijn er ook enkele aanwezig en daarnaast ook wel in Schotland, op de duur uitgebreid over praktisch geheel het engelse gebied (ook over de koloniën die veroverd werden).

Dit magisch geloof gaat uit van het standpunt, dat er invloeden bestaan van zuiver persoonlijke geaardheid, die tot uitdrukking komen in de zon en in de maan. Een herleven van de oude gedachte van de aardmoeder en van de hemelse vader. Zij trachten echter nu om deze wetenschap om te zetten in een meer praktisch, een meer aan hun tijd aangepast weten. Hierbij komen enige eigenaardige feiten naar voren. Men ontdekt dat, al is het misschien niet de bezielende invloed van de maan, bijvoorbeeld maanlicht voor bepaalde planten een veranderende samenstelling van voedingsbestanddelen en vloeistof tot stand brengt. De werkzaamheid van een kruid bij volle maan of tegen het rijzen van de zon geplukt, is inderdaad anders. En het zijn de genoten van de alchimisten, de eerste chemici, die hierop nadruk leggen.

Wij zullen voorbijlopen aan de gedachtegang van de al-bezielde wereld, zoals bijvoorbeeld tot uitdrukking komt in sommige delen van het werk van Paracelsus of Von Hohenheim. Wij zullen onmiddellijk trachten in deze eeuwen binnen te stappen, deze wereld waarin u leeft. Er zijn niet alleen buiten het christendom maar ook daarbinnen, op het ogenblik een aantal geheime genootschappen die magisch werken. Hun magisch werken houdt zich over het algemeen bezig met gedachtekracht bijvoorbeeld. Zij houdt zich bezig met onderzoek van het mirakel. Zij houdt zich bezig met zelfkennis, zelfomschrijving, zelfontleding en zeker ook, vooral in deze dagen, ontsnapping aan een te materialistische wereld rond hen.
Onder deze groeperingen en genootschappen kennen wij enkele die tot stand komen krachtens een openbaring: theosofen bijvoorbeeld. Wij kennen er daarnaast die gegroeid zijn uit een herwinnen van oude waarden als bijvoorbeeld de Kabbala, oude astronomie, astrologie, filosofieën en zelfs overgeleverde inwijdingsriten en gebruiken. Wij vinden daaronder de vrijmetselarij, maar vreemd genoeg zijn de gebruiken die wij daar aantreffen heel vaak verwant met gebruiken die optreden in de kerk. U heeft misschien wel eens meegemaakt dat in een plechtige Hoogmis bijvoorbeeld een Suisse aanwezig is, een Zwitser. Deze Zwitser komt overeen met de deurwachter van de inwijdingscyclus van de vrijmetselaars en van met hen verwante organisaties.

Wij vinden verder het gebruik van bepaalde getallen, bijvoorbeeld zeven lichten. Wij kunnen nu wel zeggen dat dit is afgeleid van het Jodendom, maar zeven lichten brandden er ook in vele oude werelddiensten die niets met de Joden te maken hebben. Zeven lichten worden ook gebruikt bij bepaalde Hindoe rituelen. Ik zeg zeven, want indien een eenvoudige mis wordt opgedragen, zo stelt men naast het tabernakel twee kaarsen, drie-eenheid, de derde is de verpersoonlijking op het altaar. Bij een grote plechtigheid stelt men aan beide zijden drie kaarsen, indien men zich houdt aan het strenge ritueel, zo mogelijk los van het altaar. En wederom is daarbij het zevende licht, uitspringend naar voren, het christendom. Een eigenaardig verschijnsel, nietwaar?

Vreemd dat gebruiken en symbolen, als bijvoorbeeld het openliggend boek, de Bijbel, voorkomt bij maçonnerie, bij bepaalde protestantse genootschappen, bij de katholieken, maar ook bij diensten die met het christendom haast niets te maken hebben. Er is bijvoorbeeld een reeks van buitengewoon heilige plaatsen, waar men steeds een heilig boek heeft openliggen, meestal op dezelfde bladzijde, zodat een bepaalde uitspraak van de leraar als het ware voortdurend onder de aandacht wordt gebracht. Ook het licht van de ster, of het oog, of de God dat zijn de verschillende mogelijkheden weerkaatst in de godslamp. Niet zo vreemd als u denkt, hemelse krachten werken op ons in. De manifestatie van deze hemelse krachten is licht. Daarom is het licht ons een voortdurende herinnering aan hun aanwezigheid en in de plechtigheid een daadwerkelijke openbaring van hun aanwezigheid en werking.

Wanneer u dit goed beseft, dan zult u met mij eens zijn dat degenen die waarlijk en bewust katholiek, of protestant, of hindoe, of moslim zijn, in zeer vele gevallen onbewust zichzelf tot een soort magisch genootschap hebben gevormd, een genootschap echter dat, ofschoon het de oude waarden in zich draagt en voortzet, vaak weigert verder te gaan met de taak van de ware magiër.

Nu moet ik trachten zakelijk te worden. En daarom gaan we eenvoudig de feiten stellen zoals ze nu zijn:

  1. Ofschoon wij niet kunnen bewijzen dat de astrologie op volledige waarheid berust, is een inwerking vanuit de kosmos op de aarde wel vast te stellen. Wij kunnen dit voor een deel aflezen in radiotelescopen en dergelijke.
  2. Het is duidelijk dat de voortdurende werking van zwaartekracht en de wisselingen hiervan op aarde wel degelijk invloed hebben en dat als zodanig wederom ook wetenschappelijk hun invloed erkend kan worden. Indien wij in staat zijn om bewust deze verschillen te analyseren, zo zou het de mens op aarde mogelijk worden aan de hand van deze wetten dat leven te scheppen dat voor hem noodzakelijk is. Anders gezegd: de mens kan zichzelf hervormen en een reiniging en een veredeling, die door een begrip van hetgeen nu als een aangenomen kosmische wet nog vaak wordt misbruikt, om te zetten in een geweten en wetenschappelijke wet. Wanneer men echter automatisch het oude verwerpt voor het nieuwe, de astronomie, de bijkomende ontdekking van stralingsgebieden, gordels, indringing, snelheden van deeltjes enzovoort vereert en het oude verwerpt, of omgekeerd het oude vereert en het nieuwe niet wil aanvaarden, dan komt men tot een falen. Ook al maakt men dan de meest fraaie en zuivere horoscoop, men faalt omdat dit de wereld niet verder brengt en ook de mens zelf geen groter inzicht en geen grotere beheersing van zijn mogelijkheden geeft.
  3. Indien wij mogen aannemen dat kosmische verhoudingen iets te zeggen hebben, zo is het duidelijk dat het samentreffen van vijf – en voor sommige mensen zelfs zeven – planeten in één teken, voor de aarde een buitengewone beïnvloeding zal inhouden. Het is onmogelijk om aan deze beïnvloeding te ontkomen. Het is echter wel mogelijk haar te begrijpen en te gebruiken.

De kracht die mij – wanneer ik haar niet beheers – doodt, verricht mijn werk indien ik haar meester ben. Dit te begrijpen is ook voor uzelf zeggen: Ik wil voor mijzelf begrijpen welke inwerkingen op deze aarde plaats zullen vinden en op welke wijze zij niet door de mensheid, maar door mij persoonlijk, verlopen en geleid en gehanteerd kunnen worden. Indien ik vaststel dat dit feiten zijn, zo zal ik aan de hand van de door mij waargenomen feiten, plus mijn denken en geloof, trachten de wetten vast te stellen die het mij op de duur mogelijk maken zelf alle momenten te kiezen voor daad en daadloosheid, voor geestelijke en voor stoffelijke werking, en zo een vrijheid verkrijgen die zeer groot is te midden van de mij beheersende wereld.

Indien ik vervolgens stel dat het oude is voortgezet in het nieuwe, het zou bijvoorbeeld aan te tonen zijn dat een groot gedeelte van het katholiek ceremonieel verwant is met de Mitrasdienst en de Isisdienst. Het zou aan te tonen zijn dat de gebruiken, zoals die in andere christelijke genootschappen op het ogenblik voorkomen, de prediking gepaard gaande bijvoorbeeld met zang, oorspronkelijk is afgeleid van soortgelijke activiteiten die plaats vonden in groepen als die van de Pythagoreeërs en ook de filosofengroepen in Griekenland.

Het is aan te tonen dat al datgene wat men aanziet als nieuw, op het oude is gebaseerd. Het was een vernieuwing en deze vernieuwing moet voortgezet worden. En wij kunnen die vernieuwing alleen voortzetten, door vrijelijk datgene te combineren wat wij leren uit het verleden en het om te zetten in een voor ons hanteerbaar beeld van de werkelijkheid.

Het experiment zal hierbij noodzakelijk zijn. Maar het is niet het paranormaal experiment waarover ik vandaag spreek. Het is niet de geest die verschijnt. Het is niet de helderziendheid, de helderhorendheid. Neen, het is het leven volgens een bewust gehanteerde oorzaak en gevolg, met de bepaling van de schijnbare toevalswerking die de buitenwereld heeft.

Zo gesteld, zal eenieder die in deze dagen zichzelf als magisch of magiër wil beschouwen zeker verplicht zijn om zich niet alleen te bepalen tot een vorm van aanvaarding maar, zelfs indien hij zich daarop blijft steunen en baseren, voorlopig voort te gaan met een samenvoegen van alle bekende waarden tot een redelijk hanteerbaar beeld, dat voor zijn stoffelijke wereld geldt en een gevoelsmatig aanvaardbaar beeld dat zijn innerlijke en geestelijke wereld beheerst.

De voorwaarden waaraan deze mens moet voldoen, zijn niet uit te drukken in een bepaalde zedenleer of moraal. Ik weet wel dat dit voor vele mensen moeilijkheden brengt. Men denkt over het algemeen dat men met een bepaalde reeks verbodsbepalingen en gebodsbepalingen de bewustwording kan behalen, maar dat is niet waar. De kennis die u van de wereld, van het geloof, de openbaring, de werking op die wereld voor uzelf gewint, geeft u zeker stoffelijke voordelen, maar u moet ze verder dragen. U moet ze verder doorgeven steeds weer aan anderen, opdat deze op hun manier en hun wijze, hetgeen u ontving en uitzaaide, hernieuwd tot vrucht brengen.
U moet ook geestelijk werken. Wat zijn de geestelijke eisen die wij in deze tijd kunnen stellen, vrienden?

In de eerste plaats:
Harmonie. Hierop kunnen we niet genoeg hameren en terugkeren op dit punt.
Harmonie – Eénklank.

In de tweede plaats:
Samenwerking. Eenheid als het ware in het Goddelijke.
Deze kan het best worden bereikt door, bij een rustig behoud desnoods van eigen oordeel en vooroordeel, van eigen mening en eigen leefwijze, aan anderen de vrijheid toe te staan van hun wijze van leven, slechts zoekende naar die punten waarop men tot een samenwerking kan komen. Deze samenwerking dient onzelfzuchtig te geschieden, zover dit mogelijk is en zeker vanuit eigen standpunt.
Daarnaast zullen wij moeten trachten de geest, die innerlijke Kracht te stimuleren. Hoe openbaart zich de geest aan de mens?

De geest leeft of beleeft hoofdzakelijk de stof via de emotie. Het is de emotie die in het lichaam de veranderingen in spanningsintensiteit, ja, de innerlijke evenwichten zo sterk wijzigt, dat een totale wijziging van lichamelijke uitstraling ontstaat, die ligt op het vlak dat voor de geest onmiddellijk afleesbaar is. Het is daar dat de geest voor zichzelf ervaart, associeert en leert. Het emotioneel leven van de mens mag nimmer onderdrukt worden. Het moet zeer zeker beheerst zijn, zoals alle dingen die wij doen in het leven, de geest en in de stof, de eis stellen van beheersing. Eerst van onszelf, dan van ons milieu. De emotie die juist wordt beleefd brengt het juiste gevolg. Zij brengt namelijk het juiste bewustzijn.

Verwacht nimmer dat de geest u in de stof direct, dus onmiddellijk zonder tussenkomende middelen of ingrijpen, zal kunnen verklaren wat in haar wezen de volledige werkelijkheid is, maar verwacht wel degelijk dat die geest krachtens haar inzichten, weten, de harmonie die u nastreeft aanmerkelijk kan versterken.
Niet: vermijd alle tegenstellingen, dat zou dwaas zijn. De tegenstellingen zijn een noodzaak voor bewustwording en een noodzaak voor de wereld.
Maar wel: erken tegenstellingen en streef naar het gezamenlijk beleven, volbrengen, bevorderen van alle punten van overeenkomst die we met anderen hebben.

Oordelen is een je afsluiten van de wereld. “Oordeel niet”, maar indien u oordeelt, tracht dit oordeel te maken, niet tot een verwerpen of aanvaarden van personen of toestanden, van mogelijkheden enzovoort, maar tot een aanvaarden of verwerpen vanuit jezelf van waarden die uit jezelf harmonisch of niet harmonisch zijn. Tracht te erkennen welke deze zijn. In de eerste plaats zul je daarmee de geest ongetwijfeld een zeer grote reeks bewustzijnsmogelijkheden schenken. In de tweede plaats echter – en nog belangrijker – kun je juist vanuit deze wijze van handelen en denken komen tot een vergroting van eenheid op elk terrein.

Oorzaak en gevolg zijn u allen bekend. Een wet die voortdurend zichzelf manifesteert, indien u uw ogen open hebt daarvoor. Ook waar geen kenbare samenhang bestaat, blijken toch bepaalde vanuit het ik voortgebrachte oorzaken, onmiddellijk voor het ik geldende gevolgen – die compenserend werken – te produceren.

Stel nu, indien ‘oorzaak en gevolg’ in deze tijd voor mij werkt, zo moet ik uitgaan van een zeer machtig en in een bepaalde tendens beheerst milieu. Wanneer in deze wereld kosmische krachten werkzaam zijn van een zo grote intensiteit en invloed – als door het astrologisch beeld dat ik zo-even citeerde wordt aangeduid – dan mogen wij ook aannemen dat geen mens in staat is zich daartegen te verzetten. Anders gezegd: Elk gevolg zal mede deze invloed dragen en daardoor gericht zijn op een bepaald doel. Dit wetende, mag ik ook stellen dat zo ik deze richting erken, ik al mijn oorzaken, dus van mij uitgaande handelingen, gedachten, enzovoort, zal richten op een voor mij persoonlijk – en al hetgeen daarmee natuurlijk harmonisch kan zijn eveneens belangrijk en begeerlijk – iets. Wanneer ik dit doe in samenwerking met deze Geestelijke Kracht, zo verkrijg ik een maximum aan resultaat voor mijzelf, ik verkrijg gelijktijdig een maximum aan geestelijke bewustwording voor mijzelf en voor anderen.

Om in deze wereld echter juist en goed te kunnen leven, kun je het niet stellen zonder een God. Welke verhouding moeten wij dan stellen tussen ons ‘ik’ en ‘God’? In onszelf is een deel dat we rustig microkosmos kunnen noemen, omdat het een kleine weerkaatsing van het werkelijk Al inhoudt en daarnaast ook stoffelijk een volledige schuilplaats biedt aan alle wezens van de microwereld. Is het aanvaardbaar, zo is het logisch dat wij zeggen: daarnaast is de geuite openbaring voor ons macrokosmos, zover zij voor ons beleefbaar en groot boven ons is. Microkosmos plus macrokosmos zijn uiting of schepping. Schepping is openbaring van het Goddelijke Wezen. God is kenbaar in zijn schepping, dus zal ik God kunnen kennen indien ik volledig de macrokosmos tracht te beseffen, te ondergaan en te begrijpen en gelijktijdig mijn innerlijke kosmos eveneens definieer en zo sterk mogelijk tracht te beleven en te kennen. Het ‘ik’ dat harmonisch wordt met de buiten het ‘ik’ liggende kosmos erkent het beeld Gods. In het erkende beeld Gods, mag ik hieraan toevoegen, treedt de reiniging op waardoor ‘waan’ wegvalt.

Kosmische harmonie is meer dan ooit noodzakelijk in deze dagen. Wij kunnen echter nimmer verwachten dat vanuit een andere Kracht ingegrepen wordt, dat vanuit een andere Kracht het door ons gewenste, veroorzaakt wordt. Als gevolg mag worden gesteld, bij een juist begrip van hetgeen harmonie bevordert, ja zelfs bij een juist vertrouwen – onzelfzuchtig – in waarden die grotere bewustwording en harmonie betekenen, mag ik uitgaan van het standpunt, dat ik allereerst zelf moet handelen in werken en streven en daarbij gaande tot mijn uiterste vermogen een onmiddellijke aanvulling vanuit de groot kosmische wereld zal mogen verwachten, waardoor in mij elke juist gestelde daad, juist gecoördineerde gedachte, zijn afronding en vervulling vindt, waarbij zij de waardering betekent van de kosmische waarheid zoals die in God direct bestaat.

De magische genootschappen, want dat is ons onderwerp, hebben zich in deze dagen ongetwijfeld een taak gesteld. Deze taak is in de eerste plaats wel het scheppen van gemakkelijker hanteerbare maatstaven, die in het stoffelijk leven de ‘super’ normale of onbegrijpelijke factoren actief maken.  In de tweede plaats het scheppen van alle stromingen, tendensen en belevingen, die in de mens de behoefte tot harmonie, samenwerking, onderlinge vrede en verdraagzaamheid bevorderen.

In de derde plaats een samenwerking, waardoor de kennis van het eigen ik vergroot wordt – voor elke deelhebber aan een dergelijke groep – en een uitbreiding van deze kennis en zijn mogelijkheden tot eenieder in staat zal zijn daarvan gebruik te maken.

De magische groepen van deze tijd gaan echter verder. Zij stellen het zich tot doel om de grootkrachten, die de kosmos op aarde eens openbaarde, hernieuwd en kenbaar zich te doen manifesteren. Zij kunnen dit niet afdwingen, zij kunnen ten hoogste trachten de daarvoor noodzakelijke condities te scheppen. In deze wereld is ongetwijfeld een manifestatie van de Christusgeest noodzakelijk. Niet van een moraliserende Jezus, begrijp mij wel, geen leraar van zeden, gedrag, geen gever van gulle gaven alleen. Want deze heeft de moderne wereld te weinig te zeggen. Maar uit behoefte aan een ware Christusgeest. Omdat de Christusgeest is: dé liefdevolle openbaring, de aanvaarding in alle mensen. Eenieder die reeds nu op dergelijke krachten een innerlijk en sterk beroep doet, zal ontdekken dat bij het scheppen van de juiste harmonie het ‘ik’ tot een overprestatie in staat wordt gesteld. Deze overprestatie zal elke werkzaamheid – ongeacht haar geaardheid – betreffen die niet alleen ten eigen bate, maar hoofdzakelijk ten bate van de mensheid, het begrip en de vrede in die mensheid wordt volbracht. Ze omvat ook genezing en al wat daarbij hoort.

De magische groepen hebben zich in deze tijd bovendien tot doel gesteld een rectificatie te verkrijgen bij de mens omtrent het hiernamaals. Ervaringen van velen die overgingen, maar ook het redelijk denken van de mens, maken het mogelijk en – voor het eerst zelfs misschien – vrij van bijgeloof een beeld te scheppen van een voortbestaan na de dood. Voor het eerst wordt het mogelijk, om zonder magische verhulling een contact stof geest – geest stof mogelijk te maken, zonder dat hierbij ook maar een van de Goddelijke regels of wetten wordt geschonden en nadelige gevolgen ontstaan.

Het ligt in de bedoeling al deze dingen in de komende tijd sterk werkzaam te maken. Wanneer u dus uzelf wilt gaan richten op de heersende tendensen dan kan ik u daaromtrent eenvoudig voorlichten:

  1. Alle Krachten eisen vernieuwing. Alle eis tot vernieuwing brengt onrust, ontevredenheid, eigenzinnigheid, misverstaan van anderen. Er is geen sprake van een feitelijk egoïsme, maar wel van een reeks condities, die gezien de eis tot vernieuwing, die steeds sterker aan de wereld wordt gesteld, zich in het oog van anderen als zodanig kunnen openbaren.
  2. De komende tendensen eisen innerlijk leven, innerlijke aanvaarding, grotere vrijheid van het ik, juistere definitie van het ik, een juistere plaats- en positiebepaling in de kosmos, zowel als in de wereld, in de maatschappij, in het gezin, in het geloof. Deze neiging een nieuwe plaats te vinden zal zich in het begin openbaren als een behoefte om af te breken. Degene die daaraan toegeeft echter, vernietigt voor zichzelf en niet alleen voor het grote. Deze neiging, deze tendens moet worden omgezet in een behoefte om in het ik de veranderingen, de vernieuwingen tot stand te brengen, de vrijheid te gewinnen waardoor men in staat is de wereld te aanvaarden. Vrijheid van aanvaarding is de grootste vrijheid die men zich kan verwerven op aarde. Dus u weet het, wanneer u geneigd bent de dingen naar uw hand te gaan zetten, wees voorzichtig. Probeer de dingen allereerst te aanvaarden, te beschouwen en daarop – niet vanuit eigen standpunt alleen – maar vanuit het standpunt van diegenen die erbij betrokken zijn, evenzeer als uzelf juist te reageren.
  3. Een volgende invloed brengt ons een uitvergroting van wat we zouden kunnen noemen hartstocht, niet alleen in de zin van liefde en genegenheid, maar evenzeer in moed, zelfrechtvaardiging en al wat erbij hoort. Men is geneigd in deze tijd veel risico’s te nemen. Men is daarbij vooral geneigd die risico’s te nemen, wanneer zij in feite ten koste van anderen genomen kunnen worden. Degenen die op enigerlei wijze iets riskeren waarbij anderen betrokken zijn, zonder hun medewerking en toestemming, begaan de grote fout zichzelf uit de gemeenschap te sluiten. Degene echter die tracht elke risicofactor die hij aanvaardt om te zetten in een samenwerking, waarbij hijzelf de gevaren draagt en anderen mee in de vruchten laat delen, zal ontdekken dat de wereld – hoe ondankbaar zij u moge schijnen – zal antwoorden met een innerlijke en zelfs wereldlijke uitbreiding van vermogen, van inzicht en kracht.
  4. Dan vinden wij de invloed die eigendomsbegrippen verduistert. Eigendom is een menselijke schepping, laat ons dat niet vergeten. In de natuur is wisseling van eigendom afhankelijk van ofwel onvermogen het tijdens een gebruiksperiode te verdedigen, dan wel gebrek aan behoefte om het te verdedigen. Dat is geen kosmische wet. Ik geeft u dit als voorbeeld om het volgende duidelijk te maken. Op het ogenblik dat eigendom negatief wordt ervaren, zult u geneigd zijn u in eigendom steeds sterker te beschermen en te dekken. U zult geneigd zijn al hetgeen u in de materie bezit – ook mensen dus genegenheden, mensen die verplichtingen aan u hebben, relaties, daarnaast ook het materiële – te verdedigen en daarbij ten koste van uzelf en uw bezit uiteindelijk vast te stellen dat u verliest. Deze strijd kan niet gewonnen worden. Maar eigendom kan alleen verkregen worden door uit zich voortdurend te schenken. Hoe meer men vanuit zich leert geven hoe groter de invloed van de wereld zal zijn, die tot u de gaven doet terugkeren. En dan is deze invloed zeker ook volgens een zekere aanduiding een invloed die verborgen schatten openbaart. Verborgen schatten niet in de zin van goud en zilver, maar van innerlijke kracht, wederom vermogens en eigendommen in jezelf, zo goed als genegenheid, trouw, rechtvaardigheid, opoffering in anderen. Slechts de mens die in de wereld de juiste verhoudingen schept, vrienden, kan in die wereld juist op het gebied van eigendommen iets bereiken: Werkelijk eigendom.
  5. Een laatste invloed die ik u nog wil beschrijven is die van een rechterlijke macht. Deze rechterlijke macht kunt u zien als een verscherpte uitwerking van oorzaak en gevolg, met een aanmerkelijke intensifiëring van het onmiddellijk effect. Eenvoudig gezegd, wie een innerlijke schuld op zich laadt, zal krachtens die innerlijke schuld zodanige belasting ondergaan, dat hij niet meer in staat is het werkelijk leven te aanvaarden. Gevolg: overspanning, of erger nog krankzinnigheid. Het kan zijn dat men weigert de rechten van anderen te erkennen. In het bestrijden van de rechten van anderen zal men alle recht dat men bezit of bezat verliezen. Dat is de werking van deze kracht. Het is dus een invloed die voortdurend weegt. Deze invloed vraagt in de mens bovenal evenwichtigheid, onderwerp dat al tevoren is behandeld. Evenwichtigheid betekent niet gelijk blijven, maar het betekent in jezelf voortdurend compenseren voor elke verstoring van je innerlijke samenwerking en harmonie, zowel als samenwerking en harmonie die tussen u en anderen bestaat.

Evenwicht betekent in jezelf voortdurend de veranderingen in de wereld compenseren, dat betekent je daden voortdurend afstemmen op hetgeen die wereld vraagt. Je gedachten voortdurend afstemmen op hetgeen geestelijk op dit moment aanvaardbaar is. Het betekent je stoffelijke deugden en je stoffelijke zonden zodanig te beperken, dat zij gezamenlijk een gezond evenwicht, de gulden middenweg mogelijk maken.

Let wel, de zin van mijn betoog is zeker niet dat u bestaande waarden moet aantasten of verbreken. Ook niet dat u de wereld kunt gaan hervormen. Maar het is wel, naar ik hoop, een aanduiding voor de vele krachten die uit het geloof en bijgeloof van de oudheid geworden zijn tot een wetenschap, verder gaand dan de technisch gehanteerde wetenschap. Op dit moment ontwikkelt de wereld zich samen met de bepaalde kosmische invloeden, stuwt in een richting van verdere ontwikkeling opdat de wereld niet zal ondergaan dank zij haar feitelijke verstarring. Namelijk haar morele en geestelijke verstarring, die haar steeds minder in staat stelt de verdere materiële ontwikkelingen te begrijpen, te beheersen en te hanteren en zo tot slachtoffer te maken van hetgeen zij thans trots haar eigen vooruitgang noemt.

Vragen.

  • Ik vind dat het voor ons moeilijk is om dat evenwicht in onszelf voor de buitenwereld te vinden, daar waar we de buitenwereld niet begrijpen.

Wanneer u die buitenwereld wilt begrijpen in redelijke termen is het u onmogelijk. Maar toch bestaat er een begrip dat buiten alle redelijke termen om, evenwichtigheid mogelijk maakt. Bijvoorbeeld de moeder begrijpt de wereld van haar kind niet. Het kind niet de wereld van de moeder. Toch verstaan zij elkaar zeer goed en zal het kind vaak voor de moeder, de moeder voor het kind compenserend werken en optreden, zodat een uiteindelijke evenwichtigheid ontstaat. Zelfde relaties kunnen wij tussen man – vrouw vinden, in bepaalde gemeenschappen bijvoorbeeld kloosters en daaruit blijkt dus wel dat u niet alleen maar met de rede de zaak kunt benaderen.

  • Moeten wij dat zo verstaan dat we enkel evenwicht kunnen tot stand brengen, met wat ons in contact brengt met de buitenwereld?

Dit is het begin, zoals men in de oudheid begonnen is met vaststelbare feiten die geen reden hadden, geen kenbare reden althans, daarvoor nu een redeloos lijkende verklaring vond. Uit deze verklaring en volledige omschrijving van die feiten wist men tot stand te brengen en zo kunt u dit zelf in dit opzicht doen, voor zover u daar de tijd wordt gelaten en de mogelijkheid wordt gegeven. Maar de belangrijkste factor is hier uw wil om harmonisch te zijn. Harmonisch zijn met anderen wil niet zeggen voortdurend aan hun impulsen zonder meer beantwoorden. Dit wil alleen zeggen, voor uzelf zowel als voor die anderen, een zo groot mogelijke vrijheid, een zo groot mogelijke daadkracht en daadmogelijkheid, gedachtevrijheid vooral natuurlijk, te handhaven met een zo goed en zoveel mogelijk compenseren van de fouten die door de anderen gemaakt worden. In de zekerheid dat alleen reeds door deze benadering uwerzijds, van buiten uit een verdere compensatie op zal treden voor de fouten die u ongetwijfeld evenzeer maakt. Dit is een benadering die in beginsel ligt in de gevoelswereld of op gevoelsgebied.
Deze benadering zal misschien psychologisch zelfs kolderiek kunnen klinken. Zij berust echter op feiten – nog niet verklaarbare feiten – en zij kan u dus, indien u het van hieruit gaat brengen tot een steeds intenser begripsvermogen, uitschakelen van het ik en een daardoor tijdelijk overbrengen in het ik van gedachten, waarden en uitstralingen van anderen, waardoor het werkelijk begrip waarvan u het gebrek vaststelde ook daadwerkelijk en feitelijk mogelijk wordt en op de duur zal een gedeelde gedachtewereld met allen, die binnen dit spel van evenwicht en harmonie een grote rol spelen, voor u bereikbaar kunnen zijn.

  • U zegt van harmonie te zoeken met de kosmos, wat bedoelt u juist met kosmos?

De kosmos in zijn volste omvang is het totaal van het zichtbaar en onzichtbaar geschapene voor ons, zoals het zich aan ons vanuit ons standpunt voordoet en door ons, vanuit ons eigen beleven als schoonheid, grootheid, rechtvaardigheid en dergelijke kan worden beleefd. De aanvaarding hiervan, niet als een zielloos of alleen maar technisch geheel, maar als een levend geheel, maakt het mogelijk  het evenwicht met de kosmos zeer snel te vinden en steeds meer begrip omtrent de werkelijke geaardheid daarvan te gewinnen.

  • Het ceremonieel van de Rooms Katholieke Kerk wordt geïnterpreteerd en aangevoeld als zijnde restanten van historische handelingen, bijvoorbeeld het wassen van de handen na de offerande. Is dit ceremonieel desondanks als magische handeling te beschouwen, en heeft het een magische uitwerking?

Ongetwijfeld, en ik mag erop wijzen dat deze magische uitwerking ook in het Roomse geloof zelf wordt aangenomen. Als voorbeeld zou ik willen geven: het bereiken van innerlijke genade door deel te nemen aan de offermaaltijd, het opdragen van zogenaamde missen voor overledenen. Hierbij is sprake van een geloof, althans in daadwerkelijke overdracht van krachten. Diegenen die een misoffer hebben kunnen bijwonen in een gemeenschap die intens gelovig en wetend – hetgeen door de celebrant wordt volbracht – beleeft, zullen mij kunnen bevestigen.

Ten eerste, het misoffer, ongeacht de betekenis daaraan toegekend, maar gezien als een logisch opeenvolgende reeks van handelingen en uitspraken, kent in het eerste gedeelte een lerend element, waarbij enige sfeer wordt geschapen.
In het tweede gedeelte van de mis ontstaan grote spanningen, die soms tot een innerlijke beroering, schoonheid en mystieke beroering kunnen leiden. En voor diegenen die wat verder zijn op geestelijk terrein wel degelijk een mogelijkheid tot verrukkingstoestand in zich dragen.
Daarnaast blijkt dat in het derde gedeelte van de mis een laatste functie wordt verricht, namelijk het wederom aanpassen van de sfeer aan het normale leven, en het bevrijden van de mens met het behoud van de kracht en het bewustzijn dat hij heeft opgedaan.

Zo mag ik stellen dat het misoffer op zichzelf – misschien zelfs dank zij de oude bron – één van de meest werkzame magische rituelen is en een zeer groot werkingsbereik kan bezitten, dat helaas in de stof – mogelijk door wantrouwen of ongeloof – niet voldoende wordt gebruikt, maar in bepaalde geestelijke sferen zeer zeker gebruikt wordt met zeer goede resultaten.

  • Wat is het verschil tussen magie en mystiek? Kunt u een weg bepalen tot bewustzijn in beide?

De magie is het praktisch handelen, zij is dus het gebruik van – niet algemeen als natuurlijk erkende – krachten voor doeleinden, die binnen de menselijke wereld en de haar omringende geestelijke werelden als onmiddellijke reacties merkbaar worden.

De mystiek tracht een innerlijke beleving te verkrijgen, waarbij weliswaar het ‘eigen ik’ grote krachten kan ondergaan, bewustwording kan ondervinden, maar geen wijziging in de buitenwereld optreedt. De magie past dus de buitenwereld aan aan hetgeen op dit moment bewust als juist wordt gezien, terwijl de mystiek de mens aanpast aan het deel van de Goddelijke Waarheid dat doorklinkt in zijn eigen wereld.

De wegen voor de magie zijn betrekkelijk eenvoudig weer te geven, maar zeer moeilijk om te volgen. Magie vereist: kennis, studie en zelfbeheersing.
Kennis en studie komen voort uit het bestuderen van alle magische elementen, die voorkomen in eigen wereld plus al hetgeen wat men in aanvulling daarop zou kunnen ondervinden en ondergaan. De studie bevat het in de praktijk brengen van hetgeen men geleerd heeft en aan de hand van experimenten een verder opbouwen van een voor het ik en vanuit het ik werkzame reeks van krachten.

Dit is natuurlijk veel te kort, maar om u een weg tot magie te geven moet u eerst geconditioneerd zijn in een bepaalde richting van denken. U moet verder gebracht worden tot een onderscheid tussen de begrippen: rede in de stof en redelijkheid vanuit een kosmisch standpunt. Daarnaast moet u beseffen dat eigen onvermogen in stoffelijk ervaren de oorzaak kan zijn van schijnbaar bovennatuurlijke gebeurtenissen in eigen wereld en leven. Eerst wanneer deze conditionering geslaagd is komt men verder. De magiër moet altijd bewust zijn van zijn handelingen, van de krachten die hij gebruikt zowel als van het doel dat hij nastreeft.

De mysticus heeft het in zekere zin eenvoudiger: Hij begint namelijk met het gevoel beleven. Dit gevoel beleven kan geheel en al de rede terzijde stellen en bijvoorbeeld in een ritueel patroon – de mystiek die ongetwijfeld ook in een misoffer gelegen is – voor zich een identificatie verkrijgen met zijn eigen voorstelling van het Goddelijke, hoe volledig of onvolledig deze ook moge zijn. Het gevolg is dat hij dus een innerlijke verrijking ondergaat die het hem mogelijk maakt, zowel zijn Godsaanvaarding en zijn Godserkenning zuiverder te omschrijven, als wel de Godheid zelf intenser in zich te beleven. In ontvluchting aan de uiterlijke omstandigheden – die in de mystiek zeer vaak voorkomt – brengt via het innerlijk meestal een esoterische of pseudo-esoterische weg, de mens tot realisatie van de hoogste krachten. Wat hij daaruit put staat buiten zijn beheersing. Het geputte, in feite bepaald door zijn bewustzijn zal hij zien als een gave, niet als een verwerping. Hij zal daarom ook spreken over begrippen als genade, het licht dat wordt gebracht, de openbaring en beseft daarin niet in hoe grote mate zijn eigen wereld bepalend is voor al hetgeen hij verwerft en ondergaat, en in hoeverre zijn eigen wezen en aanvaarding in feite ook mede uit zullen maken wat zijn mystieke beleving in feite inhoudt.

image_pdf