Magische principes

17 november 1987

Ik zou deze keer willen spreken over magische principes en dergelijke. Magie is in feite een vorm van weten, gebaseerd op een reeks stellingen, die niet redelijk zijn. Wanneer wij een magiër zien werken dan zien wij daarbij een paar opvallende verschijnselen.

In de eerste plaats: Men probeert reinigingsprocedures te handhaven. Er wordt een bijzondere reinheid, om niet te zeggen onbesmetheid, geëist, niet alleen van de mens en zijn gewaden, maar van alle ingrediënten die men gebruikt tot zelfs de vloer, toe waarop u eventueel diagrammen, pentagrammen of iets dergelijks heeft aangebracht. Dan gaat u uit van het standpunt dat er krachten zijn die niet zichtbaar zijn, behorende tot een andere wereld dan de menselijke en probeert daarbij om deze krachten op welke wijze dan ook te manifesteren in op aarde kenbare gebeurtenissen.

Een andere vorm is het denken in gelijkheid. Wanneer twee voorwerpen identiek zijn, ook wanneer ze zich op een zeer grote afstand van elkaar bevinden, dan kan door het beïnvloeden van het ene voorwerp, het andere die kracht of werking gaan vertonen. Het is: Zo boven, zo beneden in feite, wat al behoort tot de oudste magische en filosofische regels.

In de derde plaats: Alle vormen van magie gaan uit van een buiten het ik bestaande kracht of beïnvloeding. Nu kun je dat natuurlijk allemaal bekijken zoals je wilt. Je kunt zeggen: Het is onzin. Je kunt zeggen: Ja maar, het werkt misschien. Het belangrijke daarin is echter dat de voorstelling van zaken die de magiër heeft niet noodzakelijkerwijze de juiste is ook al bereikt hij vele resultaten.

Wanneer we in die ietwat nieuwere filosofie gaan kijken, dan vinden we beginselen waarin in de mens innerlijke krachten en de bron van de kracht schuilt. Er zijn mensen die hebben gezegd: Dat wat in mij leeft bepaalt in wezen de wereld. Zou dit juist zijn dan zou de magiër door een in feite autosuggestief proces komen tot het wekken van de krachten in die in hem schuilen en zou daarmee inderdaad zijn wereld kunnen veranderen. De grote moeilijkheid ligt er alleen maar in dat die verandering niet alleen hemzelf maar ook anderen die op dat ogenblik van niets weten, zou kunnen treffen. Dat is dan weer onverantwoord en onaanvaardbaar en we moeten dan zeggen: Er is iets meer dan alleen het innerlijk van de mens.

Wanneer we nu eens nadenken over de krachten die optreden: Een telekineet die kan misschien met moeite een lucifertje verplaatsen of een lucifersdoosje. Maar er zijn ook telekinetische verschijnselen waarbij bijvoorbeeld een concertvleugel eenvoudig in de lucht wordt geheven, iets waarvoor de kracht van drie tot vier personen ternauwernood voldoende is. Waar komt die energie vandaan? Het is kennelijk niet zo dat de kracht die de telekineet gebruikt op dat ogenblik in overeenstemming is met zijn normaal eigen vermogen. Er wordt daar kennelijk veel aan toegevoegd.

Een ander voorbeeld: Er zijn wondergenezers die met geestelijke krachten werken. Soms kun je dat verklaren door hun eigen levensenergie plus eventueel een suggestief proces. Maar er zijn gevallen bij waarvan je zegt: Ja maar, hoe is dat mogelijk? Hoe is het bijvoorbeeld mogelijk dat een botbreuk ineens een helingstijd nodig heeft die nog geen derde bedraagt van hetgeen normaal is?

Hoe is het mogelijk dat een of andere verwonding in de long, bijna ogenblikkelijk geneest binnen zes of acht uur? Waar komt die kracht vandaan? Zeker niet uit de mens alleen. En daarom moeten we ons dan ook de moeite getroosten om eens naar de omgeving te kijken.

Bij verschillende vormen van seanceren, vooral de zogenaamde donkere of kabinet seances heeft men kunnen constateren door het aanbrengen van gevoelige maximum- en minimumthermometers dat de lucht aanmerkelijk afkoelde vooral in de hoeken van de kamer en dat daarbij bovendien in de kamer zelf soms sterke temperatuurstijgingen soms dalingen tot 3° C voorkwamen. Hier is kennelijk dus hitte energie gebruikt, is ergens warmte omgezet in wat anders.

Als je het zo bekijkt, dan leven we eigenlijk in een wereld die is opgebouwd uit energie en verder eigenlijk niet veel. Alles kunnen we herleiden tot de energie en zelfs wanneer we de materie bezien, dan komen we steeds aan kleinere deeltjes. En wanneer we eerlijk zijn moeten we toegeven: Ze bezitten geen feitelijke massa, maar ze produceren alleen een veld. En als we dan zeggen: Het is een wervelende energie dan is dat voor het ontstaan van een veld een redelijker verklaring dan het aannemen van een massa die zo klein is dat ze een enorme spin moet hebben om ook maar enigszins een veld te produceren dat één van die kleinste delen, nog niet de allerkleinste, ik denk bijvoorbeeld aan een elektron, positron, enz. voortbrengt.

Laten we eens aannemen dat het allemaal kracht is en laten we verder aannemen dat in elke atomaire of moleculaire structuur voortdurende baanverspringingen plaatsvinden waarbij deeltjes worden afgestoten soms, soms worden aangetrokken. Waarbij verder de baanveranderingen schijnbaar plaatsvinden zonder dat de tussenliggende ruimte wordt overschreden. Dan komen we terecht in een wereld waarin een hele hoop energie los is. Regelmatig tijdens die baanverspringingen zijn er kleine krachtexplosies. Stel eens dat je die krachten nu weer zou kunnen beschouwen als een afzonderlijke hoeveelheid energie die geen binding of vorm heeft maar die de mens en alles wat op aarde bestaat omringt. Dat zou veel dingen kunnen klaarder maken.

In de eerste plaats: Wanneer ik in staat zou zijn, hoe dan ook, een deel van die energie te richten, dan wordt ze plotseling in de plaats van een algemeenheid tot kenbaar verschijnsel.

In de tweede plaats: Deze energie zou zeer nauw gebundeld kunnen worden en zou dan een behoorlijk penetratievermogen kunnen hebben. Ze kan ook uitgewaaierd worden en is dan bijna onmerkbaar.

Wat kan deze kracht richten? Nu komen we steeds meer op speculatief, om niet te zeggen op filosofisch vlak. Maar stel je nu eens voor: U denkt. U bouwt in uzelf een voorstelling op. Deze voorstelling wordt zodanig echt voor u dat ze tijdelijk uw besef van uw normale wereld a.h.w. verdringt. Stel verder dat die energie die daar los rond ligt of hangt daardoor wordt aangetrokken zodat er tijdelijk een soort replica van uw denken ontstaat. Dat zal betrekkelijk vaag zijn. Het behoeft niet altijd zichtbaar te zijn, maar het kan wel degelijk als energie dus beschouwd worden en wat meer is: Zit daarin een denkbeeld van energie, een ontlading, dan zou er zelfs een soort stromingsproces kunnen ontstaan.

Hebben we te maken met een gewoon mens, die heeft ook een eigen uitstraling. Mens betekent eigenlijk geest, dat weet u. Alleen is dat dan Latijn. U bent eigenlijk een geest die zichzelf als mens beschouwt zonder te weten dat de mens een geest is. Wanneer u denkbeelden in uzelf koestert, maar u bent niet bezig met die intense concentratie, dan kunt u daardoor toch wel energie aantrekken. Als we aannemen dat een denkbeeld, mits voldoende vorm hebbende energie a.h.w. tot een soort concentratie verleidt, dan mogen we dat ook aannemen binnen de mens.

De mens heeft een eigen uitstraling die door zijn ik voorstelling de lichamelijke processen en dergelijke in stand wordt gehouden. Dat is de aura. Dan kan die energie van buiten alleen binnendringen via een soort osmotisch proces. U weet wat osmose is: doordringen van stoffen door een scheidingswand, daar komt het eigenlijk op neer. Wanneer een osmotisch proces u oplaadt dan ligt het dus aan de concentratie van de energie rond u en aan de doorlaatbaarheid van uw aura voor deze energie. Dat zou inhouden dat sommigen veel, anderen minder van die energie kunnen opnemen.

Wanneer je het weer moet projecteren dan speelt ook weer die aura een rol. Maar in de aura zijn dan zeg maar een deel organismen of organen, we noemen die meestal chakra’s, die in staat zijn energie op te vangen en uit te stralen. De uitstraling daardoor betekent dan geen filtering en de energie opname door deze organen is alleen dan mogelijk wanneer het bewustzijn deze opname accepteert.

Nu gaan we weer terug naar de magie. Wat doet de magiër? Hij reinigt alles. D.w.z. hij probeert zoveel mogelijk te voorkomen dat hem vreemde stoffen of trillingen, want elke stof heeft een soort uitwaseming a.h.w. ook op energetisch vlak aanwezig zijn.

In de tweede plaats; Hij volgt een uitvoerig ritueel. Met dit ritueel denkt hij krachten op te roepen. In feite echter concentreert hij zich op de opname van kracht en schept daarbij een voorstelling van hetgeen hij wil doen. Datgene wat hij wil is erg belangrijk, dus sterk geconcentreerd. Dan zou hierdoor ook de voorstelling buiten het ik, die een gerichte ontlading tot gevolg kan hebben, aanwezig zijn en de opname van energie bijna onvermijdelijk. Dan is de magiër in wezen voor het grootste gedeelte zelf voortbrenger van al datgene wat hij toeschrijft aan allerhande demonen en dergelijke.

Tot zover, dacht ik, allemaal redelijk aanneembaar. Maar dan komen we op een ander punt. Er zijn geesten en ja, wat is een geest? Een geest is dan voor de doorsneemens die de betekenis van het woord mens nog niet kent een onstoffelijk wezen met een eigen persoonlijkheid. Deze wezens bestaan. Dat kan ik met zekerheid zeggen want ik ben er zelf ook een, al gebruik ik nu een lichaam. Dergelijke wezens bestaan ook uit energie. Alleen is die energie op een andere, veel vagere manier gebonden dan in materie gebeurt. De uitstraling van een geest is te vergelijken met die van een mens maar ze heeft over het algemeen een hogere fluctuatie, een hoger trillingsgetal, zeker aan de buitenkant van het krachtveld. Daardoor heeft ze veel van een magnetisch veld. Zoiets dat men gebruikt voor radio: een magnetisch verdringingsveld. Elke impuls kan gebruikt worden om de voorgaande impulsen a.h.w. naar buiten te dringen. Wanneer dit gericht gebeurt dan krijgen we iets dat ook bij de magiër aanwezig is. We krijgen een uitstoten van energie die op een bepaald punt gericht kan worden. Een dergelijke geest kan ontdekken dat u bezig bent met energie op te nemen.  Hij heeft wel de kracht om de aura te penetreren. Hij kan dus een grotere hoeveelheid kracht a.h.w. in uw wilsbeeld, zelfs in uw eigen persoonlijkheid voortbrengen.

Wanneer we dit nu vergelijken met bijvoorbeeld telekinese, ik noem maar een voorbeeld van de verschijnselen, dan kunnen we ons voorstellen dat op dit ogenblik niet alleen maar de normaal opgenomen kracht, maar bovendien nog die van een entiteit een rol gaat spelen. Dan blijft de mens, bewust of onbewust, het uitvoerend orgaan. Maar een groot gedeelte van de energie die geleverd wordt, is nu die van een entiteit, van een persoonlijkheid die niet stoffelijk is.

Als ik dit aanneem, kom ik aan de volgende vraag. Van magiërs is bekend dat ze soms als profeten werken, dat ze dus dingen zien of waarnemen buiten ruimte en tijd a.h.w.   Wanneer ruimte en tijd vaste condities zijn, is dat natuurlijk niet denkbaar, dan, zou u misschien, ja het bekende beeld van een lijntje: Als ik hoger ga staan kan ik een groter deel overzien, gebruiken.

Dat kun je dan ook wel doen. Maar consequent in zijn ontwikkelingen van dat hele netwerk van mogelijkheden waardoor het menselijk leven wordt bepaald, lijkt mij dat toch nogal moeizaam.

Maar stel nu eens een keer dat ruimte en tijd eigenlijk alleen maar functies van energie zijn. Dan kan dezelfde energie waarmee een concertvleugel of een lucifersdoosje wordt bewogen, op een andere manier gericht worden en daarbij de mens confronteren met een situatie die in de tijd en in de ruimte nog niet aanwezig is, maar die daarin als een mogelijkheid wel rust latent. De waarneming zou dan zijn de waarneming van zekerheden die dus bestaan in het mogelijke van de toekomst of van het verleden zonder dat daarbij een absolute gelijkheid van waarden met de latere toekomst of de vroegere gebeurtenissen zeker is. Het is een benadering. Het beeld echter is volledig levendig. Het is een tijdelijke ik beleving, waarbij al het andere a.h.w. weg wordt gespoeld. Gaat het over de eigen wereld, dan zijn de voorstellingen meestal een reeks fragmenten die geen directe binding met elkaar vertonen. Het zijn a.h.w. de plaatjes uit een stripboek, compleet met alle uitroepen die op die striptekening worden geslaakt, maar dan toch weer met iets wat daartussen ontbreekt. Dat zou bewijzen dat de afstemming niet op de tijd zelf gebeurt, maar op een bepaalde ontwikkeling, een mogelijkheid.

Nemen we aan dat diezelfde energie een rol speelt, dan wordt veel verklaarbaar. Dan gaan we eens kijken naar de zegelmagie: het maken van amuletten en dergelijke, u kent dat wel. Wat gebeurt hier? Er wordt een symbolische voorstelling getekend onder bepaalde voorwaarden, met grote concentratie ongetwijfeld en wij nemen aan dat die tekening dan bepaalde krachten aantrekt. Op zichzelf waarschijnlijk onzin. Maar wanneer wij op die manier een krachtpatroon scheppen, dan kan dat wel degelijk een invloed zijn die alle omringende, vaag verspreide krachten tot een zekere dichtheid brengt en daarbij een manifestatiemogelijkheid naderbij brengt.

Kijken we naar de magie van kristallen, kristallenmagie is ook iets dat nog vaak bedreven wordt, zelfs in deze tijd, dan lijkt het op zichzelf een beetje gek van te zeggen: Dit kristal doet dit en dat kristal doet dat. Bijvoorbeeld: Een bergkristal geeft positieve krachten. Maar wacht even. Natuurlijk heeft elk kristal een kristalrooster, d.w.z., het is een bepaalde atomaire en moleculaire structuur en die is altijd gelijk voor de soort kristal dus. Dat houdt ook in dat elk kristal een eigen resonantiewaarde heeft. Zolang dat zonder meer aanwezig is, kan ik mij nog voorstellen dat het kristal niets doet. Maar wanneer dat kristal nu eens in een bepaalde verwachtingssfeer terecht komt, d.w.z. de energie van de mens a.h.w. een primaire lading in dit kristalrooster doet ontstaan, dan zal de steen, vooral omdat zijn kristalstructuur tamelijk rigide is, niet zo gemakkelijk meer die lading afstaan. Er is wederom een verstorende invloed en deze kan, gezien de ingelegde trilling, een bepaalde richting, een bepaalde bestemming a.h.w. hebben.

Mijn conclusies zijn de volgende. In de mens is door denken of beeldingsvermogen bepaald een hoeveelheid energie aanwezig. Deze kan op materieel vlak gemanifesteerd zijn of op geestelijk vlak. Ze heeft een eigen uitstraling, maar het beeld kan zijn eigen waarde ten aanzien van de omgeving veranderen. Het resultaat is dat invloed kan worden uitgeoefend op de omringende energie.

Als mens moet ik mij eerst beroepen op de kracht die in mijzelf woont en dit met goede en volledige concentratie om daardoor het werken van krachten die buiten mij zijn mogelijk te maken.  Ik ben nooit alleen op mijzelf aangewezen. Ook wanneer er geen geestelijke helpers zijn, is er rond het ego voldoende energie die men in zich kan opnemen. Ik ben tot een zekere hoogte bewust, er zijn chakra’s open en dan is zelfs de betrekkelijk sterke opname van energie op korte termijn steeds meer mogelijk.

Wanneer ik dingen wil doen die buiten mijn werkelijkheidsvoorstelling liggen, dan moet ik altijd één ding onthouden: Wat ik mij niet kan voorstellen kan ik ook niet verwezenlijken, kan ik ook niet waarnemen. Ik kan het ondergaan, maar niet bewust beleven. Hier is dus een limiet gesteld. Alles wat ik mij kan voorstellen, ongeacht of het deel is van de werkelijkheid van de mensen of niet, is als beeld, als richtbeeld voor energie te gebruiken, kan als beeld opgeladen worden met de verstoorde evenwichten van de energie om mij heen en kan als zodanig gebruikt worden om zichzelf ten dele of geheel, dat ligt aan de hoeveelheid energie, te verwezenlijken, hetzij ter plaatse, hetzij elders.

Laatste conclusie: Wanneer ik vanuit mijzelf met de kracht moet werken, is mijn innerlijke gesteldheid van zeer groot belang, omdat ik zonder deze alleen kan beschikken over mijn eigen kracht. Wanneer ik probeer die kracht buiten mij te zien als wat automatisch optreedt, vergeet ik dat ik zelf voor de omgeving moet werken en zal er eveneens een vermindering van mogelijkheid ontstaan. Daar echter waar ik begrijp dat ik met de kracht in mij buiten mij alle mogelijkheden kan scheppen word ik, zoverre ik mijzelf meester ben, ook meester van een groot gedeelte van de verschijnselen die mij omringen.

Nu gaan we eens kijken naar een hele hoop dingen waar de mensen om lachen. Bijvoorbeeld, de witte heksenkringen. Ja, die mensen moeten geschift zijn. Die hebben daar allerlei magische wapentjes en dan lopen ze in hun blootje rond een altaartje te dansen en dan denken ze dat er nog wat gebeurt ook. Maar wacht even. Denken ze dat, dan is het ook zo. Niet of ze nu naakt of aangekleed zijn, dat doet verder niets ter zake eigenlijk, maar omdat zij door hun ritueel, door de manier waarop ze zich bewegen, gezamenlijk een kracht voortbrengen. En als het dan een dans rond een altaartje is dan ontstaat er een krachtpyloon a.h.w. tussen deze mensen en ongeveer boven het altaar. Dat is wel aardig. En als er dan iemand is die die kracht kan richten, dan krijg je resultaat.

Hetzelfde is met allerhande bijgelovigheden. Ik neem het kruis en bord. Driekwart van wat er doorkomt is je onderbewustzijn en neemt u het mij niet kwalijk hoor, ik hoop dat ik niemand op de tenen trap, maar het is werkelijk zo.  Maar wanneer ik in mijzelf voldoende geconcentreerd ben en dus geen deel wil hebben aan de beheersing van het kruis over het bord, ontstaat een spontaan bewegen en daarbij zal ik nog steeds als de vertaalmachine zijn van de invloeden en de indrukken die mij bereiken. Er zal wel degelijk sprake zijn van onwillekeurige bewegingen en niet van een kruis dat het even op zijn eentje doet. Zou ik het veranderen door bijvoorbeeld een soort slinger te gebruiken met er omheen een alfabet en ik zou er nog een klok overheen zetten dat het niet beïnvloed kan worden, dan moet ik voor het denken van de mens een verbinding maken. Op het ogenblik dat ik dat doe en dan kan ik net zo een paar veters nemen of een stukje koper of misschien een paar mensenharen en ik zorg dat die bij de voet komen waar die slinger hangt en daarbuiten en ik leg daar mijn handen op, dan geloof ik dat mijn kracht daarheen gaat. Dan breng ik een verstoring teweeg waardoor die kracht daar inderdaad is en die kracht veroorzaakt dan weer de slingering en daarmee datgene wat je meent af te lezen op het alfabet.

De grote moeilijkheid is dat al deze processen een suggestieve waarde hebben. Wanneer ik namelijk denk dat iets doorkomt, dwing ik a.h.w. het verschijnsel om die boodschap ook te geven. Daar moet je even mee uitkijken. Hoe minder je erbij betrokken bent, hoe zuiverder de uitwerking.

Ik doe nu nog een stapje verder. Je zegt tegen jezelf: Wat moet ik dan met die inspiratie en zo? U weet wat inspiratie is? Volgens sommige mensen een vervangingsmiddel voor transpiratie. Voor degenen die het er echt mee menen: het beginpunt van de transpiratie en daar bedoel ik zweten mee, opdat u niet denkt dat het een hooggeestelijk term is. Wanneer ik geïnspireerd word dan is er een verschil met bijvoorbeeld het mediumschap. Bij mediumschap bestaat de mogelijkheid dat een ander bewustzijn het gehele verloop van zaken beheerst. Inspiratief nooit. Bij inspiratie zien we altijd dat je geconcentreerd bent op iets, een boodschap of iets dergelijks en dat je begint te spreken. Dat doe je zelf. De eerste twee drie zinnen zijn meestal van de mens zelf die geïnspireerd wordt.  Maar wat gebeurt daarna?  Plotseling begint hij of zij dingen te zeggen die helemaal niet meer horen in het opzet. Er ontstaat een heel ander beeld vaak gepaard gaande met een verandering van spraakbeeld, dus de manier waarop geformuleerd wordt en al die dingen bij elkaar brengen dan een boodschap over. Komt die uit de geest? Het is mogelijk. Komt ze uit een gemeenschappelijk bewustzijn? Evenzeer mogelijk. Zou ze uit het onderbewustzijn komen? In negen van de tien gevallen niet om de doodeenvoudige reden dat het onderbewustzijn een element van zelfonthulling bevat en de meeste mensen die zich manifesteren op die manier daar zeker een remming tegen bezitten.

En als ik het nu allemaal weer even samenvat, dan zitten we weer met hetzelfde verhaal. U bent het zelf. Dat wat u denkt is in zekere zin altijd waar en u kunt het waar maken, niet in de zin dat u het creëert, maar in de zin dat u ontwikkelingen op gang brengt.

En denk nu niet dat het altijd leuk is, hoor. Er is iemand die denkt: Ja, laat de frankskes maar uit de hemel regenen. Jawel. Als het 20 F stukken zijn of 10 F stukken en het komt van boven op uw hoofd, dan kunnen ze u wel na uw overlijden begraven van al datgene wat de hemel u gegeven heeft. U moet goed begrijpen. Wensen die onmiddellijk uit zouden komen, zouden levensgevaarlijk zijn. Maar we kunnen bepaalde dingen, wensen zonder dat we daaraan een te sterk gestipuleerd beeld, een te nauwkeurige omschrijving bijvoegen.

U wilt een mens genezen. Bent u in staat om een diagnose te stellen?  Waarschijnlijk niet of slechts ten dele. U kunt dus niet zeggen: dat moet er veranderen. Dat is wel mogelijk als er een wond is, een letsel. Dan zeg je: Daar wil ik wat aan doen. Maar voor de rest gaat het eigenlijk niet. Maar wat je wel kunt doen is het lichaam energie geven, lichaamsenergie zegt men dan. Het is een hoeveelheid kracht waardoor het zenuwstelsel anders en sneller gaat reageren, waardoor de lading in de bloedbanen verandert en waardoor zelf een aantal spieren, hoofdzakelijk dwarsgestreepte spieren, anders wordt gestimuleerd dan normaal. Hierdoor kunnen genezingsprocessen zich aanmerkelijk sneller en beter afspelen. Het blijft het lichaam dat zichzelf geneest onder invloed van een kracht die van buitenaf komt. Daarom moet u wel een voorstelling hebben van de persoon, maar niet van wat er precies moet gebeuren, maar van met verbazing zien dat het in het begin niet zo goed gaat. Begrijpelijk, u vertrouwt uzelf niet, u denkt: stapelgek! Maar op de duur gaat het steeds beter. Naarmate u meer open staat voor de krachten om u heen a.h.w. ze gemakkelijker opneemt, ze gemakkelijker bundelt en richt, naarmate u in staat zijt exacter en meer omvattende beelden buiten u te projecteren, zult u in hogere mate, ook op afstand, anderen kunnen genezen.

En wanneer we dan toch bezig zijn. Waarom zouden we die dingen dan ook niet gebruiken voor onszelf?  Er zijn twee dingen die voor een mens in uw wereld gevaarlijk zijn. Het eerste is alleen nuchter verstand en het tweede is een teveel aan fantasie.  Een mens met nuchter verstand aanvaardt zijn eigen falen niet en verklaart daardoor zijn onvolkomenheden door de onvolkomenheden van anderen en een mens met fantasie droomt zo mooi dat hij niet in staat is de feiten die er zijn te aanvaarden. Twee dingen die we moeten vermijden.

Maar wanneer we nu het eigen leven een beetje eenvoudiger willen maken en bepaalde problemen toch een beetje oplossen, laten we dan in de eerste plaats eens gaan denken aan de kracht in onszelf en ons daarbij voorstellen dat die kracht steeds groeit. Autosuggestief proces, maar gelijktijdig het scheppen van de vorm waarin die energie kan worden opgenomen. Waarschijnlijk, niet altijd, zal het grootste gedeelte van die vorm buiten u ontstaan, maar het is een deel van uzelf a.h.w. Wanneer u zich voorstelt dat die kracht u toevloeit, dan zal die kracht buiten als een soort reservoir dienen en gelijktijdig een penetratie van de aura aanmerkelijk vereenvoudigen. Je kunt uw eigen energiepotentiaal op die manier aanmerkelijk omhoog brengen.

En dan zijn er een hele hoop mensen die denken; ja, geluk, geluk. Ik wil de Lotto winnen. Als u aan de Lotto denkt, dan denkt u aan een prijs, niet aan het formulier. Wanneer u een poging in die richting wilt wagen, dan moet u proberen u het formulier voor te stellen inclusief de datum, maar niet ingevuld. En wanneer u dit beeld u voldoende voor ogen hebt gesteld, dan zegt u: Dit is het formulier van… volgende week bv. En nu gaat u regeltje voor regeltje kijken. Staat er iets, staat er niets, totdat u de getalletjes hebt gevonden en u kruist die aan. Dan hebt u niet de hoofdprijs, maar die hebt u anders ook niet, maar u zult al heel gauw ontdekken dat u op die manier steeds twee, of drie, enkele keren misschien vier goed zult hebben. Ja, het werkt. U gelooft het niet? Toch een keer proberen. Misschien kunt u de Orde een genoegen doen door aan de voorzitter ter plaatse 10% uit te keren of zo en dan hebt u het idee dat hij u dat ook niet voor niets heeft geleerd.

Het is maar een grapje natuurlijk. Maar wat ik probeer u duidelijk te maken is dat u dus wel degelijk bepaalde dingen in de toekomst kunt zien. Maar je moet een basisvoorstelling hebben en die basisvoorstelling moet dan gebruikt worden om daarin een tijdsmoment a.h.w. in te vullen. Kijken naar wat er over tien dagen gebeurt is onzin. U kunt dat alleen in een fragment doen. Maar u voor te stellen dat u een krant hebt. U kent de kop. U kent het gevoel van het papier. Alles precies zoals u het vandaag in handen hebt gehad maar met een datum van tien dagen later. Dan kunt u, wanneer u kolom voor kolom en regel voor regel kijkt, en heus niet afwijken want dan verdwijnt het, kunt u vaak een aantal regeltjes of alinea’s lezen die een beeld geven van wat op een bepaald gebied in uw omgeving, in de wereld gebeurt. De juistheid die daarmee bereikt kan worden ligt gemiddeld op 60 of 70 % en dat is ongeveer 65% meer dan de waarschijnlijkheidsrekening aangeeft. Door het steeds meer te doen vereenvoudig je een dergelijk procédé voor jezelf en kom je als vanzelf tot een grotere juistheid van waarneming

Helderziendheid in ruimte en tijd is niet alleen maar: O, vrienden in de geest, laat mij zien. Die denken ook u is bijziende, u heeft een bril nodig. Maar het is een kwestie van voor uzelf een beeld scheppen. Soms zult u daarin een soort verkleuring opmerken. Het is heel eigenaardig. U kunt het misschien het beste vergelijken met een stuk geel papier tussen wit papier of wit papier op geel papier. Zoiets. Wanneer u daarmee geconfronteerd wordt, neem datgene wat op de afwijkende kleur staat voor u persoonlijk. Het geldt niet algemeen, het geldt voor u persoonlijk en duidt aan dat het of direct betrekking heeft op in u bestaande waarden: dan wel op geestelijke waarden waarmee u tijdelijk in contact of harmonie bent gekomen.

En ten laatste wil ik u nog iets leren. We hebben allen de mogelijkheid om te denken aan opbouw of aan verval en dat in duizenden verschillende vormen natuurlijk.

Wanneer we nu bezig zijn met onszelf moeten we nooit denken aan het verval dat bij ons plaats heeft. We moeten denken aan datgene wat zich opbouwt. Probeer niet wat is te veranderen, probeer het positieve in u op te bouwen. Dat kan u helpen wanneer u moeilijkheden hebt met uw geheugen. Het kan zelfs van invloed zijn op de werking van sommige organen. Altijd denken aan hetgeen goed is, aan hetgeen beter is geworden, niet aan hetgeen slechter is geworden. De mensen noemen dat weleens positief denken. Maar ik heb ontdekt dat vele positieve denkers zo positief denken dat de uitwerking negatief wordt en ik zou daarom een dergelijke aanduiding willen vermijden. Denk gewoon aan het beste. Als u vrede wilt dan moet u niet zeggen er is zoveel oorlog en nu wil ik vrede hebben. Maar denk aan rust en denk aan stilte. Doe maar dichterlijk desnoods. Denk aan een herfstbos waar de laatste goudkleuren van de kalende takken afvallen, waarin een lichte nevel is. Er staat wat zon en ergens ruist wat van de wind en je voeten doen de bladeren ritselen en je loopt en je bent gelukkig. Zend dat beeld uit. Dan kom je dicht bij vrede. Als je denkt: geen oorlog, dan denk je aan strijd. Je bevordert de strijd tegen de strijd en dat betekent weer strijd.

Dus u ziet het. U kunt een hele hoop dingen doen en waarom zou u die dingen alleen doen? Het is net alsof je geestelijk aan ’t trimmen bent. Probeer zoveel mogelijk aan te voelen of er anderen zijn. Zeg niet: ik ga daaraan denken. In mij bouw ik dat op. Is er een antwoord? Totdat je het gevoel hebt: er is een antwoord. Of als je het heel erg georganiseerd wil, de mensen organiseren het graag, ga met zijn allen op de grond of rond de tafel zitten. Neem desnoods iemand die met woorden een denkbeeld brengt en laat dat denkbeeld dan niet steeds door een nieuw volgen. Laat het één denkbeeld blijven. Omschrijf het op honderd manieren als u wilt maar één denkbeeld en alle anderen leven zich daarin in. Ze zoeken het in zichzelf te ervaren zoals zij het zien en zodra zij het zien luisteren ze al niet meer. Maar wij samen bouwen dat beeld op. Dan ontstaat een kracht die ons allen omvaamt. Dan hebben wij een beeld dat zeer veel energie uit de omgeving kan opnemen. Wij hebben daarnaast een trilling die zeer vele entiteiten die toevallig niet in de stof leven, kunnen aanvoelen. Waaraan ze hun eigen kracht, hun eigen deelhebben kunnen toevoegen. En dan kun je desnoods daarbij een ontlading kiezen.  Ik weet niet wat u in uw omgeving als juist ontladingspunt beschouwt, maar altijd uw kracht positief op verbetering richten, nooit op vernietiging. Vernietiging is nl. iets dat nooit gecontroleerd kan worden vanuit een positieve instelling. Maar positief is vormgevend en wordt door de instelling zelf beheerst.

En dan zult u ontdekken dat magie en het paranormale en al die andere mooie namen die ze hebben gegeven voor iets dat de mensen langzaam maar zeker vergeten zijn, u in staat stelt om meer te bereiken dan u dacht. Dat het u in staat stelt om meer uzelf te zijn dan u had gedacht. Dat het u minder afhankelijk maakt van de drang en dwang die toch elke stoffelijke maatschappij beheerst en u eigenlijk meer brengt op een spoor waarbij uzelf in harmonie met anderen, datgene kunt zijn en waarmaken wat hoort bij uw innerlijk licht, bij uw innerlijke kracht.

En dan wil ik dit betoog besluiten met te zeggen: Mensen, vergeet één ding niet. Uw rede en uw ratio zijn het werktuig van uw gehele wezen. Uw emoties, uw droombeelden maken daar ook deel van uit. Laat zoveel mogelijk al deze dingen versmelten. Hierdoor wordt een vollediger uitbeelding van uw persoonlijkheid mogelijk en indirect, een volledige beheersing van uzelf en al datgene wat rond u beheersbaar is.