Magische wetten en evenwichten.

Magische wetten en evenwichten.

Laat mij beginnen eerst een paar wetten op te sommen.

In de eerste plaats de zeer oude en bekende ‘zo boven zo beneden, zo beneden zo boven’. De wet van de magie is er een waardoor al datgene wat kosmisch gebeurt, zijn weerslag vindt in alle kleine gebeurtenissen in welke wereld dan ook. Ook het omgekeerde is het geval. Iets dat in een kleine wereld gebeurt, vindt ook zijn weerslag in de wereld daarboven. Er zit alleen een aardigheidje bij dat ze u meestal niet vertellen; het is gespiegeld. Dus wat boven van links naar rechts is, wordt beneden van rechts naar links. Op deze manier krijgt u te maken met invloeden. Let wel, dus niet met wat u noemt feiten, maar met invloeden, met tendensen die kosmisch bestaan en die op aarde hun weerkaatsing vinden.

Een tweede wet in de magie is die van het evenwicht. Daar waar geen evenwicht bestaat, kan geen vorming zijn; er is alleen ontwikkeling. Evenwicht wordt magisch gedefinieerd als een voortdurend herstellen van evenwicht door elke verschuiving van kracht enerzijds te compenseren door de verschuiving van een gelijksoortige kracht anderzijds. Dit is op zichzelf tamelijk simpel, al denkt u misschien van niet. Kijk, als je tot God bidt om genade, dan moet je op aarde genade uitoefenen. Als je op aarde genade uitoefent, zal God je genadig zijn.

Een derde wet in de magie: de wet van de spiralen des levens. Alle gebeuren bestaat uit een voortdurende herhaling waarbij echter elke herhaling een punt dichter ligt bij de werkelijke kern waarin het totale gebeuren bevat is. Wanneer u dus leeft, moet u komen tot de eenheid van uw eigen leven. Zolang u dat niet doet, zult u langs de spiraal van de tijd verder gaan. Op elk willekeurig punt kunt u een lijn trekken. En dan blijkt, dat op die lijn de invloeden die optreden dezelfde zijn, maar uw eigen reacties kunnen anders zijn.

Wie deze grondwetjes een beetje in zijn hoofd heeft, zal ook begrijpen waarom hij in de magie zo vaak te maken krijgt met tegenstrijdigheden, tenminste schijnbaar.

Het kan zijn dat ik een mens wil genezen. Nu kan ik hem misschien genezen door de duivel uit te drijven, maar dan moet ik die duivel een andere woonplaats bieden. Misschien kan ik ook die duivel veranderen in zijn werking zodat hij zelf herstelt wat hij verkeerd heeft gedaan. Maar in al die gevallen zal ik in ieder geval die demon of duivel moeten aanspreken. Het is dan ook heel erg belangrijk in de magie dat je weet wat de naam is van de kracht of de entiteit waarmee je te maken hebt. Pas door die naam op de juiste wijze te gebruiken, kun je namelijk de persoonlijkheid ofwel verdrijven dan wel eenvoudig haar werk doen veranderen.

Nu zijn er heel veel mensen die zeggen: Nu ja, dat is allemaal heel leuk, maar als ik met magie probeer te werken, dan doet het niets. Ook dat is begrijpelijk. Magie berust op kosmische wetten. Degene die met kosmische wetten wil werken, moet zich buiten de beperking van zijn eigen wereld begeven omdat hij anders niet in staat is om die wetten te hanteren. Elke magiër, of hij nu wit of zwart is, of hij aan natuurmagie doet of de hemel weet zich bezighoudt met wat voor geestelijke bezweringen, is gedwongen zich terug te trekken uit de werkelijkheid van zijn wereld. Nu wordt dat in heel veel legenden ook heel duidelijk.

Men heeft natuurgeesten als dienaar; de zwart-magiër heeft Succumbi en Incubi (wat overigens de vorm is van een en hetzelfde) in dienst, die als personeel optreden. Hij zendt demonen uit en wat dies meer zij. Hier wordt duidelijk gemaakt, niet in de eerste plaats, waarmee de man werkt of de vrouw werkt, want heksen zijn er ook genoeg, maar dat hij zich, om wat te bereiken, buiten de gemeenschap van de mensen moet stellen en buiten de wetmatigheden die zijn eigen wereld plegen te regeren. Het is zoiets als: geef mij een hefboom en een steunpunt buiten de aarde en ik zal de aarde uit haar baan brengen. Hoe verder ik mij kan verwijderen van de wereld waarin ik leef, des te groter de invloed is die ik op die wereld kan uitoefenen. Wie dat eenmaal in de gaten heeft, weet hoe hij door innerlijke processen inderdaad afstand kan nemen van zijn eigen wereld.

Op het eerste gezicht is het krankzinnig als je hoort dat een magiër b.v. eerst voor een bepaalde plechtigheid een aantal dagen moet vasten, zich van allerlei dingen moet onthouden om dan nog eens zichzelf ritueel te reinigen, speciaal gewijde en alleen voor die gelegenheid bestemde gewaden aan te trekken en wat dies meer zij. Toch is dat eigenlijk het afstand doen van de oude mens. Dat zou een hoop mensen weinig moeite moeten kosten, maar het blijkt dat ze op zichzelf verliefd blijven, ook als ze in hun huidige vorm maar heel weinig betekenis hebben.

Als je te maken krijgt met het verschuiven van krachten, dan heb je ook weer zoiets. Ik kan een geest uitzenden om een mens te doden. Dat is helemaal niet zo moeilijk. Maar als ik dat doe, dan moet ik er rekening mee houden dat ik krachten heb veranderd. Daarom moet ik zorgen dat er een andere gelijke kracht aan het werk gaat die leven beschermt, bewaart. Pas als ik dat evenwicht heb bereikt, kan ik wat doen. Als een van beide krachten faalt, slaat alles terug op mijzelf. Want als ik dood uitzend, dan is dood onvermijdelijk geworden omdat ik immers leven daar tegenover heb moeten stellen.

Als leven niet behouden, bewaard of geschapen wordt op het ogenblik dat ik een kracht uitzend om te doden, dan zal die dood niet plaatsvinden, maar ikzelf zal mijn krachten verliezen; ik word tijdelijk totaal ontdaan van elk vermogen om met die energie te werken. Dat klinkt alweer krankzinnig, ik weet het. Magiërs zijn krankzinnig want zij gebruiken krachten die de wereld niet kent en die daarom niet bestaan en als ze er dan ook nog wat mee bereiken, dan kan dat alleen maar voortkomen uit hun krankzinnigheid.

Als ik denk aan de grote wetten zoals oorzaak‑en‑gevolg, dan ben ik altijd geneigd tegen de mensen te zeggen: Je redeneert wel volgens een oorzaak‑en‑gevolg-wet, maar realiseer je je wel dat dat alleen mogelijk is indien je ook rekening houdt met het heden, met de evenwichten van het heden. Als ik in het heden een gevolg schep, dan heb ik ook een oorzaak veranderd in het heden.

In de magie is dat heel natuurlijk en dan houd je er ook gewoon rekening mee. Je kunt je toekomst niet veranderen zonder je heden te veranderen. De meeste mensen zeggen: Het verleden is gefixeerd. Het menselijk bewustzijn misschien. Daarom staan er steeds meer leugens in de historie naarmate ze ouder wordt. Dat is onvermijdelijk want al datgene wat erin geleefd heeft, heeft weer geleefd. Maar daardoor zijn de essentiële punten, de krachtpunten in het verleden wel degelijk veranderd.

Oorzaak‑en‑gevolg voor onszelf is iets waaraan we ons moeilijk kunnen onttrekken op het ogenblik dat we menen dat het een in de tijd lopend proces is, want dan zeggen wij: Er is een oorzaak geweest voor ons ontstaan; wij zijn het gevolg daarvan. Dat op zichzelf is weer de oorzaak voor datgene wat we worden en dat veroorzaakt dan weer datgene wat we na de dood zullen zijn.

Het is menselijk gezien erg rationeel geredeneerd. Maar als je je nu realiseert dat, als je iets in de toekomst verandert, je ook in het verleden iets verandert, dan zeg je eigenlijk: Ik verander buiten de tijd in evenwichten om in de tijd een schijn van verandering tot stand te brengen. En dat begint dan interessant te worden. Anders zou je met oorzaak-en-gevolg denken dat je wel een voordeeltje kunt hebben. Maar je kunt nooit een voordeeltje hebben zonder dat je daarvoor een nadeeltje op de koop toe neemt.

Een mens die slaagt in teveel dingen die hij veroorzaakte, veroorzaakt in zichzelf een afwijking van besef waardoor de hele interpretatie en herinnering aan zijn verleden een andere worden. De veranderde herinnering ontneemt hem zijn vermogen tot verder slagen. Dat is heel gek maar het is waar.

Ik vind het ook voor de mensen erg interessant als ze zo bezig zijn met veel dat op onthouding is gebaseerd; het menselijk leven, de godsdienst, alles wat je hebt tot zelfs de gemeentelijke politieverordening, die berust op ‘Gij zult niet ….’. Wie zegt ‘gij zult niet’, schept een kracht die aanspoort om het wel te doen; en dan niet wel te doen in de zin van goed te doen.

U heeft misschien zelf wel gemerkt dat de verboden vrucht altijd het lekkerst smaakt. Als dat het geval is, dan verbaast u zich er misschien over maar dat is helemaal niet waar. Als die vruchten niet op welke manier dan ook verboden zouden zijn, dan zouden ze minder smakelijk zijn omdat uw houding daartegenover verandert. Dat betekent dat wij in de wereld, waar veel verboden zijn, eigenlijk datgene scheppen wat wij proberen te verbieden. En dat wij in een wereld waar grote vrijheid heerst, in feite een grote stabiliteit veroorzaken.

Dit is natuurlijk een sociaal anathema voor degenen die in Marx geloven. Het is een religieus anathema voor hen die Gods Wil willen doen zegevieren op aarde. Tevens is het ook een bevestiging voor al degenen die denken in kapitalistische zin. Onthoud nu maar een ding: Je kunt niet anders zijn dan je bent. Je kunt niets veranderen in de toekomst zonder de werkingen van het verleden voor je te veranderen. Je bent altijd een geheel.

Een term die u heel vaak gehoord zult hebben bij de Orde, is ‘het eeuwig durend nu’. Er zijn heel veel mensen die zeggen: Nou, daar zou ik wel vanaf willen. Want als ze denken aan ‘eeuwig durend nu’, dan denken ze aan dat pijnlijke ogenblik dat er een wachtlijst stond voor de waterplaats waar ze stampvoetend stonden en ze tegen zichzelf zeiden: Als ik dat eeuwigdurend moet doormaken, dan is het ook niet zo leuk.

‘Het eeuwigdurend nu’ echter betekent dat de gehele werkelijkheid van verleden en toekomst altijd in het heden is gefixeerd. Een magiër kan daarvan gebruik maken. Want een magiër, die in staat is de wet van evenwicht voor zichzelf op de juiste wijze toe te passen, is in staat in zijn verleden wijzigingen aan te brengen en daardoor zijn toekomst eveneens in de door hem gewenste richting te veranderen. De magiër die dat doet ten aanzien van een medemens, schept in wezen ook een verandering. Een heel typisch voorbeeld: Een student gaat naar de doekoen toe. Hij moet examen doen. Hij zegt: Ik weet het allemaal niet. Waarop de doekoen zegt: Weet je wat, ik geef je hier een doek. Daar heb ik een spreuk over uitgesproken. Ga nu maar rustig naar het examen, dan komt alles wel in orde.

Dan denkt u: het doek doet het. Het doek doet niets: Het is juist de doe­koen die iets heeft gedaan. Hij heeft het besef van die mens veranderd en daardoor is de leerstof, die alleen onbewust werd opgenomen, nu plotseling voor het bewustzijn toegankelijk. Het resultaat: de student slaagt. Maar door­dat hij slaagt, zal hij dus ook verder door het leven moeten gaan met de re­sultaten daarvan. Het is dus een blijvende verandering naar twee kanten toe.

Ik heb dat erg interessant gevonden omdat de meeste mensen die zich bezighouden met magie, altijd denken in de termen van de Tibetaan, die de pijl des doods afschiet uit zijn tent of de mens, die ergens in de wildernis van Afrika zit en onmiddellijk weet te vertellen wat er in Europa gaande is. Zij zeggen: Dat is magie.

Neen. Een deel ervan berust gewoon op het vermogen om ze af te lezen in het totaal bewustzijn van de mensheid. Maar een ander deel ervan berust daarop, dat je in staat bent om jezelf los te maken van de gang van zaken die op dit ogenblik normaal is. Daardoor kun je zien met welke,  op zich geringe, verandering in het huidige bestel in het verleden en de toekomst je een verandering tot stand kunt brengen.

Die Tibetaanse magiër die een pijl afschiet, zit in een tentje, trommelt een beetje op zijn trommel en draait zijn gebedsmolen. Hij heeft om zich heen piramidetjes van rijst die op verschillende manieren gekleurd en bereid zijn. Wat de meeste mensen niet weten, is dat hij voordat hij de pijl afschiet, al die piramidetjes verschuift; hij verandert dus de situatie waarin hij zich theoretisch zou moeten bevinden. Daarna neemt hij van enkele, maar nooit van alle piramidetjes, iets af zodat het evenwicht, dat bij de opstelling door leerlingen heel precies is uitgerekend, wordt verbroken. Hij schiet dan de pijl af om het evenwicht te herstellen. En daardoor werkt die doodspijl vaak, al blijkt alleen maar dat de patiënt dan ineens een hartverlamming heeft.

U vindt dat waarschijnlijk heel gek. Aan de andere kant zijn er ook mensen die zeggen: Zou je mij dat ook niet eens kunnen leren, want ik ken een paar mensen die ik wel een pijl gun. Ik kan u begrijpen, maar ik kan u natuurlijk de juiste methode niet leren, want wie negatieve dingen schept, wie dood schept, moet leven scheppen. Maar leven scheppen kun je alleen door iets van je eigen leven af te staan. Dat betekent dat de magiër tenslotte heel duur moet betalen voor datgene wat hij doet.

Dat is niet een kwestie van hel. Ik weet wel hoe het wordt verteld. De magiër gaat naar het diepste duister en daar leeft hij met demonen, draken en reuzenslakken die zielen kauwen en dat soort dingen. Dat is helemaal niet waar.

Iemand die overgaat, komt terecht in een wereld die hij zelf ziet in overeenstemming met het evenwicht waarin hij verkeert. Een lichte wereld; je hebt zelf licht, dus is je wereld licht. Een duistere wereld als je voortdurend stukjes van je leven a.h.w. hebt gebruikt om leven te maken en om leven te kunnen nemen, dan zit je op een gegeven ogenblik met heel weinig levenskracht. Je wereld wordt dan ontzettend klein. Dan ben je in feite de gevangene van je eigen onvermogen. En daar kun je je maar heel langzaam bovenuit worstelen. Er zijn magiërs geweest die kans hebben gezien om 2000 a 3000 jaren in de geest te blijven en dan heus niet in lichte sferen. je zou kunnen zeggen: Die mensen moesten op adem komen.

Een heel typisch geval is altijd weer de z.g. bijgeloof-handelingen. Bijvoorbeeld, ik heb zout gemorst, dus ik gooi een beetje daarvan over mijn linker schouder, de duivel in het oog, dan gebeurt er niets. Een leuk verhaal dat geen cent zin heeft. Waarom doe je dat eigenlijk?

Als je iets verspilt, dan kun je die verspilling misschien verplaatsen door het naar het kwade, het demonische, te gooien. Daardoor maak je van de verspilling een positieve daad. Dat wil dus zeggen, positief en negatief heffen elkaar op en er is geen verspilling meer die je kan beïnvloeden. Dat is ontstaan in de tijd dat zout nog zo kostbaar was dat de verspilling daarvan inderdaad als een soort schuld werd ervaren.

Het laatste punt: U weet allemaal dat we leven in een kosmos. U weet wel niet wat het is, maar u weet dat wij daarin leven. De kosmos moet u zich gewoon voorstellen als een spinnenweb maar dan in ontelbaar veel dimensies. Wanneer er in een web een vlieg terechtkomt en ze beroert een draad, dat dan ook de andere draden gaan meetrillen. Die ene draad trilt dan het sterkst en daardoor komt de spin op de vlieg af. Oorzaak‑en‑gevolg zou je kunnen zeggen.

Ons lot is om ons te bewegen tussen heel veel van die draden. Als wij een bepaalde draad beroeren, dan komt er wel geen spin op ons af maar dan staan we ineens in contact, dan zijn we verbonden met een bepaald deel van de kosmos. Een soort automatische telefooncentrale.

Als u een zekere kracht beroert, dan kunt u b.v. in contact komen met een Heer van Wijsheid. Die Heer van Wijsheid verandert uw inzicht in uzelf. Maar dit betekent dat u ook verandert. Dat wil zeggen dat, doordat u uw weg verandert, de kans dat u een volgende draad beroert die geen tegenwicht geeft, heel erg klein is geworden.

Ik weet het, het is een analogie. Analogieën zijn onjuist op het ogenblik dat je weet dat het een analogie is. Door dit beeld te scheppen van die draden die je bijna niet kunt ontwijken, kunt u misschien begrijpen dat wat wij doen in de kosmos met ons bewustzijn, is proberen onszelf te zijn, terwijl we voortdurend trachten nu eens met deze dan met gene grote geestelijke invloed in contact te komen. De grote kunst is nu voor ons om onszelf te blijven.

Op het ogenblik, dat wij in contact met een Heer van Wijsheid plotseling menen dat wij de wijsheid in pacht hebben, scheppen we automatisch voor ons de onmogelijkheid verdere hinderpalen te ontwijken, laat staan dat wij nog de mogelijkheid hebben om bewust enig contact te kiezen.

Als de Heer van Wijsheid ons beroert en wij verwerken dat in het kader van hetgeen wij zijn, dan kunnen wij er niet omheen en moet er verder contact volgen. Eén contact kan nooit, er moeten er altijd twee zijn. Maar dan is de kans groot dat we zeggen: Ik voel zelf dat ik b.v. goudgeel of rood bent, dan zullen wij met een Heer van Licht van een bepaalde straal in contact komen. Die geeft ons dan weliswaar geen wijsheid maar hij geeft ons de mogelijkheid onze energie of onze afstemming van persoonlijkheid in overeenstemming te brengen met de wijsheid die we hebben ontvangen. Met andere woorden, wij kunnen ons wel degelijk harmonisch ontwikkelen indien al datgene wat wij ontvangen vanuit de kosmos, in ons wordt verwerkt als een deel van onszelf, iets wat ondergeschikt is a.h.w. aan hetgeen wij zijn.

Op het ogenblik dat wij ons door welke kracht dan ook, al is het de allerhoogste, laten domineren en het niet maken tot een deel van ons innerlijk geheel, zullen wij erdoor worden beheerst. Magisch gezien betekent dit: Elke kracht die ik ontmoet, kan mij dienen. Maar elke kracht, die ik innerlijk niet zodanig kan bevatten dat ik haar diensten voor mij volledig bepalend beëindig, zal mij overheersen. Dit is een heel belangrijke wet. Onthoudt u die goed.

Wie aan magie wil doen, mag werken met oorzaak‑en‑gevolg, met gelijkblijvende velden. Hij mag desnoods zelfs sprongen maken in zijn bewustzijn en ontwikkeling op de spiraal des levens, maar zodra hij niet beseft dat hij de kosmische kracht die hem beroert, moet zien en aanvaarden als een deel van zichzelf en zijn weg bewust zelf verder moet gaan, dan is hij verloren omdat hij wordt beheerst. En dat is geen magische regel maar wel een esoterische.

“Degene die zich laat beheersen door datgene wat buiten hem bestaat, zal niet de waarheid ontdekken die in hem leeft en daardoor de eenheid niet verwezenlijken die het doel van zijn bestaan is.”