Mannelijk en vrouwelijk

De aanleiding tot het accepteren van juist dit onderwerp is in uw ogen mogelijk een wat eigenaardige. In de geest bestaat er namelijk niet werkelijk een mannelijk en vrouwelijk. Ik hoop niet dat dat voor velen van u een grote teleurstelling is. Ik zal trachten dat duidelijk te maken.

In de geest leef je in een wereld waarin voorstelling (denken) bepalend is. Als je denkt ‘man’ dan ben je man. Denk je ‘vrouw’ dan ben je vrouw. En denk je mijnentwege ‘boompje’ dan ben je boompje. De hoofdzaak is en dat vergeten heel veel mensen, er is een verschil tussen de werkelijke persoonlijkheid (het werkelijke “ik”) en de rollen die het stoffelijk speelt. Wat uw scherpe definitie in twee seksen op aarde in feite doet, is zeggen dat de chauffeur van een Volkswagen heel anders is dan de chauffeur van een Mercedes. Dat kan in status waar zijn ‑ dat behoeft niet eens, maar het kan ‑ het zegt echter niets over de chauffeur.

Als je een vrouwelijk lichaam hebt, dan word je op aarde gezien in een bepaalde rol. Je hebt bepaalde functies, bepaalde mogelijkheden en die hebben mannen nu toevallig niet. En omgekeerd natuurlijk: ook de man heeft een eigen rollenpatroon. Hij heeft een eigen conditionering en zijn speciale mogelijkheden tot functioneren. Die te ontkennen is dwaas. In al die gevallen gaat het over het voertuig, niet over de persoonlijkheid. Hoe men op aarde is gekomen tot die eigenaardige waardering, voor alles wat met de geslachten in verband staat, dat kunnen we kort bekijken.

Er zijn altijd twee seksen geweest. Maar er is wel een periode geweest dat de mannen helemaal niet wisten hoe het nu kwam dat de vrouwen moeder werden. Ze deden er wel wat aan, maar ze wisten het niet. Er is een periode geweest waarin geslachtelijkheid eigenlijk bijkomstig was. Het was een instinctieve drang die vervuld werd om daarna over te gaan tot de orde van de dag. Hierbij was vreemd genoeg geen sprake van bindingen op basis van seksualiteit, maar eerder op basis van samenwerking. Tot zelfs laat in de periode van de jagende stammen en de eerste veehouders treffen wij een dergelijke verhouding aan. Het is duidelijk, er is niets waarvoor dit samenblijven op zich noodzakelijk is. Nageslacht is voor de hele stam belangrijk, dus de hele stam zorgt daarvoor. Dan is de nadruk op de seksualiteit, behalve in de tijd waarin de instinctieve drang een rol speelt, ook niet voornaam. Maar dan ontstaat de bezitsgedachte.

Zodra er bezit is, wordt het belangrijker dat het nageslacht het bezit van de ouders krijgt. Hierdoor wordt dus langzaam maar zeker het nageslacht ook in een bezitsvorm ervaren: mijn kinderen zijn anders dan de kinderen van anderen: mijn kinderen hebben recht op al wat ik heb en niet de kinderen van anderen. Op zichzelf een tamelijk dwaze stelling, zeker in een tijd waarin men nog rondtrekt en de eerste landbouw begint en misschien de eerste geheimen van het handwerk worden overgeleverd, maar toch de contracten, het samenblijven van man en vrouw, de verantwoordelijkheid voor het kind, het bezitten van het alleenrecht op het kind direct samenhangen met de overdracht van eigendom. Hierdoor worden de genegenheidsbanden langzamerhand banden. Laten we het zo zeggen:

Als vroeger een vorst lange tijd oorlog had gevoerd met een andere vorst, dan bestond deze methode: De vorst huwde met de dochter van de andere vorst of die andere vorst stuurde een van zijn zonen naar het hof van zijn vroegere tegenstander waar deze dan heel waarschijnlijk aangenaam leefde en zich misschien een van de prinsessen als hoofdechtgenote koos. Hierbij werden de genegenheden, dit beeld van absolute bloedgebondenheid, gehanteerd als politieke pressiemiddelen en tevens als ondertekening van contracten.

Nu zult u zeggen: Dus waren de mannen altijd de sterksten. Dat is helemaal niet waar. Zelfs in de tijd van de jagende stammen zijn er perioden geweest waarin de vrouwen een leidende rol hebben in de gemeenschap. Heel vaak blijkt zelfs dat onder bepaalde omstandigheden de vrouwen de baas zijn: bij verandering van omstandigheden zijn dat de mannen. Als het gaat om bv. de voedselvoorziening, dan zijn de vrouwen erg in tel. Zij hebben het voor het zeggen. Als het echter gaat om het trekken van de stam, dan blijken de mannen ineens belangrijker te zijn. Dat is ook begrijpelijk, omdat zij niet voor de kinderen behoeven te zorgen en dus de stam gemakkelijker kunnen verdedigen. Overigens is het opvallend hierbij dat vrouwen die nog geen kinderen hebben als man worden beschouwd gedurende de trek. Niet buiten de trek, maar gedurende de trek. Hier is kennelijk de functie belangrijker dan de vraag, ben je mannelijk of vrouwelijk wat geslacht betreft.

Er zijn vele perioden met matriarchaten en veelmannerij. Als er weinig vrouwen zijn, dan zien we dat de vrouwen de baas zijn en ook vele mannen hebben, want daardoor is de continuïteit van nageslacht gemakkelijker verzekerd. In andere gevallen zien we juist weer dat de man vele vrouwen erop na houdt, hele harems. U moet dan niet alleen denken aan koning Salomo of de Farao’s. Er zijn Farao’s geweest die zo’n 150 vrouwen hadden. Er zijn ook andere vorsten in Israël geweest die ook zo’n groot gezin hadden. Men vergeet daarbij dat het huwelijk in die fase niet die geslachtelijke nadruk heeft die het later krijgt.

Hier is de vrouw iemand die ‑ omdat zij nageslacht heeft – moet worden beschermd. Die bescherming kan haar alleen worden gegeven, indien zij eigendom is van een vorst. Wanneer twee broers huwen en een van de broers komt te overlijden, dan zal de andere onmiddellijk de weduwe van zijn broer huwen. Niet omdat dit geslachtelijk attractief is, maar gewoon omdat hij alleen op deze wijze zijn beschermende verplichting kan nakomen tegenover die vrouw en haar nageslacht. Dat daarbij lustverschijnselen bijkomstig een rol spelen, wil ik niet ontkennen. Maar in de gehele opmaak van die maatschappij spelen belangen een rol. Laat mij u een typisch voorbeeld geven:

De opvatting van de mores verandert naarmate de maatschappij verandert. Hebben wij te maken met een maatschappij die in zich nogal verdeeld is, dan zijn de mores heel rustig. Is het een kleine gemeenschap, dan zien we bovendien, zoals in het oude geloof zo hier en daar, dat men zelfs zo ver gaat de vrouwen te dwingen om tenminste eenmaal per jaar contact te hebben met mannen, die niet tot de eigen gemeenschap behoren. Dit is vanuit het standpunt het voortbrengen van een meer gedifferentieerd nageslacht, dus het voorkomen van inteelt, een heel gezonde maatregel. Maar alweer, het heeft niets te maken met huwelijkswaarden en eigenlijk ook niet zoveel met mannelijk en vrouwelijk als u wel zoudt denken. Het heeft te maken met de gemeenschap.

Uit dat alles blijkt hopelijk nu reeds duidelijk genoeg, dat de waardering voor de geslachten sterk afhankelijk is van de sociale omstandigheden en dat ook de wijze waarop de geslachten zichzelf beschouwen sterk wordt bepaald door de conditionerende invloed van de gemeenschap waarbinnen ze leven. Als we kijken, naar de functie die altijd in zo’n gemeenschap bestaat, dan blijkt ze nogal eens van de werkelijkheid af te wijken.

Een voorbeeld: Victoriaans Engeland. De vrouw is daar een frêle wezenje, beschermd moet worden. Ze valt flauw als ze een schok krijgt. O zeker, anders doet ze wel alsof. Maar ondertussen is die vrouw ver­antwoordelijk voor het gehele huishouden, en dat is een aardig bedrijf. Er zijn n.l. estates (grote landhuizen) waarin de vrouw des huizes het feitelijke bewind moet voeren over zo’n 50 á 60 personeelsleden en dan niet alleen verantwoordelijk is voor de huiselijke samenhang, maar daar­ naast voor het juiste verbouwen van groenten in de moestuin, het goed onderhouden van tuinen en heel vaak bovendien nog voor de sociale kant van de zaak voor zover het de pachters betreft. Die vrouw heeft dus erg veel te doen. Haar minderwaardigheid is in zekere zin dus een fictie, die in stand wordt gehouden omdat we hier te maken hebben met een kolo­niserende maatschappij, en dat is meestal een mannenmaatschappij.

Vrouwen koloniseren niet. Vrouwen vestigen. Mannen trekken uit om nieuwe gebieden te onderwerpen, te koloniseren. En naarmate de onderwerping van gebieden en het onderhouden van de onderworpen gebieden belangrijker is, zal de rol van de man in de gemeenschap meer dominant zijn. Als we dus op deze manier redeneren, dan zien we dat de fictie in vele gevallen in stand wordt gehouden omdat een gemeenschap in bepaalde omstandigheden verkeert of het leven een bepaalde indeling heeft. Neem het tegenwoordige Turkije. De vrouw in Turkije is een wezen dat eigenlijk alleen in het huishouden wat te doen heeft, officieel. Ze mag niet beveel naar buiten treden. In bepaalde Arabische staten is dat precies hetzelfde. Maar diezelfde vrouw zal wel landbouwwerk en andere zware arbeid moeten verrichten, want dat is deel van haar taak. Hoe komt dat? Ze leeft in een arme gemeenschap waarin behalve hetgeen men zelf kan verbouwen en verwerken ook het inkomen van buiten belangrijk is. En of dat nu wordt verkregen door roof, oplichting, handel of door ergens in de vreemde te gaan werken, dat is de taak van de man.

In uw dagen begint het een beetje anders te worden. Er zijn tegenwoordig heel veel groepen die zeggen, wij willen emancipatie. En dan denken ze de emancipatie van de vrouw, Maar ze vergeten dit, ook de man zit vastgebakken in een rol. Ook hij is in feite de slaaf van de opvattingen die in de gemeenschap heersen t.a.v. zijn sekse. De vrouw zegt: Ik wil baas zijn in eigen buik. Maar een man wil ook wel eens mogen huilen. Een man wil ook wel een keer heel emotioneel doen of allerlei dingen gaan kopen, terwijl ze niet nodig zijn. Er wordt ech­ter van hem verwacht dat hij dat niet zal doen, tenzij het een auto is, een radio of iets dergelijks dat zuiver mannelijk speelgoed heet te zijn, wat ook niet juist is.

Als we dus bezig zijn met mannelijk en vrouwelijk, dan moeten we niet in de eerste plaats zoeken naar de tegenstellingen, maar naar de achtergronden. En wat blijkt dan? Zelfs als u probeert de relaties van de mensen op aarde zoals ze nu rond u bestaan te ontleden, dan blijkt dat seksualiteit, mits bezien vanuit een sociaal standpunt, een veel kleinere rol speelt dan men veronderstelt. Als mensen trouwen en zij hebben onderling harmonie, dan kan er een tijd komen dat de seksualiteit misschien niet meer meetelt, maar de eenheid blijft bestaan. Breng twee mensen samen op basis van seksuele attractie, dus op het attractieve verschil tussen mannelijk en vrouwelijk, wat gebeurt er dan? Misschien houden ze het een paar jaar uit, maar dan zijn ze wel op elkaar uitgekeken en zoeken ze wel weer wat nieuws. Ze voelen zich dan niet tevreden. Waarom? Omdat de werkelijke behoefte van de mens niet is gebaseerd op de stoffelijke seksuele verschillen, maar in feite op emotionele harmonie. Emotionele harmonie betekent, een wederkerige aanvulling van besef, van denken, een weerkaatsing van elkaars stemming en wat daar verder bij te denken is. En zo komen we haast ongemerkt in de richting van dat geestelijke punt waarmee ik ben begonnen.

Bij ons is er geen man en geen vrouw en dat is ook heel begrijpelijk. Mannelijk of vrouwelijk is voor het geldende productiesysteem op aarde nu eenmaal belangrijk. Daarom is het belangrijk in de totale voertuiglijkheid, maar niet in de werkelijke persoonlijkheid. Er zijn mensen die zeggen: Wat moet ik denken, als een man vrouwelijke gevoelens heeft? Nu ja, daar kun je over nadenken en zeggen: Het is een kwestie van een afwijkend hormonenevenwicht. Dat komt inderdaad voor. Je kunt ook zeggen: Dat is een kwestie van allerlei psychische spanningen die ondergaan zijn in de vroege jeugdjaren waardoor er een afkeer is ontstaan voor de rol die een man in de gemeenschap moet spelen. En wat de vrouw betreft, is het al precies hetzelfde. Er zijn vrouwen die graag man willen zijn. Maar heel vaak blijkt hier ofwel een hormoonkwestie een rol te spelen, dan wel een psychische conditionering. Misschien wel gezien het feit dat vrouwen vrijwel altijd het onderspit moesten delven, moeder had het thuis niet zo prettig enz. enz. Vandaar de behoefte om man te zijn. Of misschien had ze een vader die zo graag een zoon wilde hebben en in de relatie met die vader langzamerhand zover is gekomen dat elke vrouwelijke rol ‑ ook de lichamelijke en natuurlijke – werd afgewezen.

Nu kunt u zeggen, dat is verschrikkelijk. Maar waarom eigenlijk? Want in werkelijkheid is het harmonie. Het is niet dat rollenpatroon dat op aarde bestaat. Het is gewoon het harmonisch principe waardoor mensen, die op elkaar zijn afgestemd op welke wijze dan ook, een innerlijke eenheid ervaren die niet afhankelijk is van seksualiteit, ook als ze soms in de seksualiteit een verdere uitdrukking kunnen vinden. Maar dan is dit uitdrukkingsmiddel en niet een noodzaak ontstaan door het feit dat de een mannelijk en de ander vrouwelijk is hetzij in lichamelijkheid hetzij in aanleg. Als we dus spreken over het harmoniepatroon, dan komen we als vanzelf aan die geestelijke werelden waarin men nog in vorm denkt.

U komt in Zomerland aan. U bent man of vrouw geweest en dus denkt u aan uzelf zoals u eens bent geweest. U speelt dan uw rol verder, maar werkelijk belangrijk is ze niet meer. Het blijkt dat de werkelijke contacten helemaal niet afhankelijk zijn van die uiterlijkheden. Integendeel, die uiterlijkheden verwazen langzamerhand juist omdat de werkelijke contacten zo belangrijk zijn. Dan is er een vervagen van dit patroon totdat er een incarnatienoodzaak komt. Bij die incarnatie kun je, als je dat wilt of als je bewust genoeg bent, kiezen of je of vrouw wilt worden. Met andere woorden: je kunt weer kiezen voor de mannelijke of vrouwelijke rol in de menselijke gemeenschap. Dat hangt niet alleen samen met de sociale druk, maar wel degelijk ook met de innerlijke opmaak die zo’n lichaam heeft.

Een vrouw zal organisch bijna gelijk zijn aan een man, op twee kritieke punten na waar een groot verschil is. Maar zij zal en door haar rol en door het feit dat zij nageslacht kan voortbrengen en dus zuiver stoffelijk op dat nageslacht is georiënteerd ook emotioneler reageren. Haar gevoelswereld is voor haar belangrijker en daardoor zal ze ongetwijfeld voor zichzelf een wereldbeeld vormen waarin harmonische aspecten een veel grotere rol spelen dan wat men noemt: de kille feiten. Daarom kan voor een vrouw iets wat voor een man eigenlijk onbelangrijk en nietig is een grote importantie krijgen. Wat de vrouw daarbij niet beseft is, dat de man op zijn manier agressiviteit heeft, want zijn rol is stoffelijk gezien gedurende de dracht en de barenstijd dus die van de verdediger: hij is de beschermer. Die beschermingsdrang is weer bij de man ingebouwd, maar ook de agressie: dat is lichamelijk. Het is een eigenschap van het voertuig, niet van de persoonlijkheid. Maar het betekent wel, dat daardoor het belevingspatroon anders zal liggen als je mannelijk of als je vrouwelijk bevoertuigd bent. Dat speelt dan een rol, maar alleen voor de ervaring.

Ik heb zo vaak te maken gehad met mensen die zeiden: Waarom nu al die incarnaties? Als je nu man bent, word je dan weer een man of word je een vrouw? Dat is nu precies hetzelfde of je tegen iemand zegt. Gisteren heb je een kart gehuurd, ga je vandaag karting of neem je een grote auto? Dan zal zo iemand zeggen: Het ligt er maar aan wat ik wil doen. Zo is dat bij de incarnaties ook. En dit impliceert ook nog iets heel anders: Er zijn wat men noemt harmonische banden, die kunnen lopen van enorme reeksen incarnaties en in het eind tot een versmelting voeren. Een besefsversmelting waardoor men naar buiten toe als een eenheid ageert. Daarbij is het niet belangrijk wat men ten aanzien van elkaar in stoffelijke zin is. Wel, op welke wijze een harmonie wordt uitgedrukt. Mag ik een voorbeeld geven om het wat duidelijker te maken? Voor u is de man‑vrouw‑combinatie erg belangrijk. Stel, dat die er aan het begin is geweest, dan kan de volgende relatie er één zijn van vrienden of vriendinnen (beiden van gelijke vorm). In een volgende incarnatie kan één van hen ouder, de ander kind zijn. In een daarop volgende incarnatie kan de een leermeester zijn en de ander leerling. Er blijft echter een band, een aanvoelen, een harmonie bestaan. Die weerklank blijf je bij elkaar vinden, maar de vorm waarin het wordt uitgedrukt is een geheel andere. Zolang u dat begrijpt, is het wel duidelijk dat wij van onze kant heel vreemd zitten te kijken naar al die nadruk welke wordt gelegd op deze facetten van het leven: het vrouwelijke dat miskend wordt, het mannelijke dat niet wordt gerespecteerd en al die dingen meer. Ik geloof, dat dat geestelijke gezien onzin is.

Wat moeten wij er verder nog bij halen. Laten we proberen een paar facetten te zien van de moderne beweging. De vrouw wil vrijer zijn. Waarom zou ze dat recht niet hebben? Met die vrijheid neemt ze verantwoordelijkheden op zich. Zolang ze leeft in een gemeenschap waarin ze die verantwoordelijkheden kan dragen, is er helemaal geen reden te zeggen dat zij in een bepaalde ondergeschikte verhouding zou moeten leven.

Men zegt: vrouwen zijn niet voor alle arbeid geschikt. Ik weet niet, of u wel eens heeft gehoord over de mijnwerksters van Rusland. De grote traktorchauffeusses en combinerijdsters van de Ver. Staten. Een vrouw kan bijna alle beroepen vervullen. Het is alleen maar de vraag: waarvoor is zij het best geschikt? En daar gaat haar gestalte een rol spelen. Een vrouw heeft over het algemeen slankere, soepelere vingers dan een man. Dan is het duidelijk, dat zij bv. als chirurge eigenlijk betere mogelijkheden zou moeten hebben dan een man, zeker als het om zeer ingewikkelde zaken gaat als hersenchirurgie e.d.. Daar zou een vrouw meer op haar plaats moeten zijn dan een man. Dat geldt ook voor allerlei montagewerk. Aan de andere kant heeft de vrouw nog wel eens de neiging te doen wat zij op dat moment juist acht, ook als het niet past in het kader van bepaalde regels. En dat wil zeggen, dat waar werkelijk organisaties zijn en de vrouw geen leidende functie vervult de man beter op zijn plaats is. Dat is gewoon een kwestie van mentaliteit, van instelling.

Waarom zou je nu zeggen, dat een man in alle gevallen bv. buitenshuis moet werken en de vrouw in huis? Dat is kolder. Er zijn heel veel man­nen die beter koken dan de vrouwen. Er zijn veel mannen die het bovendien erg gezellig vinden een huis schoon te houden. U zoudt het niet geloven, maar het is toch zo. Omgekeerd zijn er heel veel vrouwen die pas het gevoel hebben dat ze meetellen, als ze op de een of andere manier hun onafhanke­lijkheid van de maatschappij kunnen bewijzen. Degenen die dat willen, kunnen dat doen. Waarom niet. Bovendien, het aantal mensen dat aan het normale rollenpatroon vasthoudt is zo groot, dat de kleine minderheid, de paar pro­cent die anders willen, eigenlijk niet bestreden behoeven te wor­den. Hoogstens kan men zeggen. Het is zo vreemd en alles wat anders is daar moet ik niets van hebben. Plooibaarheid is natuurlijk nodig op aarde. Als ik zie hoe wanhopig die mensen worstelen om een bepaald beeld van de rol in stand te houden die men in mannelijk of vrouwelijk opzicht moet uitvoeren, dan vraag ik mij af, of men eigenlijk geen illusies in stand houdt. Wat is belangrijker? Dat je kunt leven in harmonie met je medemensen, dat je voor jezelf het gevoel hebt op een juiste wijze temidden van je medemensen te functioneren of dat je precies doet wat de buren goed vinden? Ik moet zeggen, dat laatste lijkt mij het meest belachelijke dat er bestaat. Want als u de buren uw leven laat leiden, dan hebben zij er plezier van, u heeft ergernis en de bewustwording die u eruit wint, is een heel kleine: namelijk dat u een beetje meer rekening moet houden met uw eigen inzichten en minder met die van anderen. Zo zit de zaak.

Wat we verder nog krijgen is polariteit. Alles heeft een polariteit. Wij hebben een noord‑ en een zuidpool bij wijze van spreken. Wat men vergeet is, dat beide er alleen kunnen zijn omdat ze door een spanningsveld worden verenigd. Je zoudt kunnen zeggen, de noordpool is mannelijk en de zuidpool is vrouwelijk, maar ze kunnen alleen tezamen bestaan. De mensheid kan niet bestaan zonder deze tegenstelling.

Psychisch is het precies hetzelfde. Indien alle mensen psychisch een gelijke instelling hadden, emotioneel een gelijke gevoeligheid, dan zou de mensheid niet verder komen. Er moet een spanningsveld zijn. De bewustwording van de mensheid kan alleen voortkomen uit polariteit. Wij zullen dan vanuit ons eigen standpunt vaak alle acties zien als mannelijk en alle verwerking als vrouwelijk, maar dat is onze waardering. In wezen bestaat de mensheid omdat er mannen en vrouwen zijn. In wezen bestaat bewustwording omdat er tegenstelling zijn, of je ze licht en duister noemt of goed en kwaad. De polariteit die wij veronderstellen berust op het aannemen van een extreem iets als bepalen voor een totaliteit. En dit kan nooit waar zijn. Het extreme is hoogstens verschijnsel. De werkelijke waarde is datgene waaruit het extreme verschijnsel ontstaat, dat is bij u mensheid. Dat is bij bewustwording: licht ‑ duister, de verhouding tussen goed en kwaad. Het is een oriëntatiemogelijkheid.

Wanneer u gaat begrijpen dat voor de geest de tegenstelling mannelijk en vrouwelijk in feite een spanningsveld betekent waardoor bewustwording en oriëntatie mogelijk worden, dan zult u ook begrijpen dat wij voor het bestaan daarvan enorm veel respect en belangstelling hebben. Aan de andere kant zien we de extreme verschijnselen als het man‑zijn en het vrouw‑zijn of het je man of vrouw voelen als bijkomstigheden, want het gaat ons om het totaal van de harmonische mogelijkheden die er tussen deze uitersten bestaan. Juist daarom moeten de mensen niet streven naar een definitie van uitersten (dus niet de polarisatie), maar juist naar de erkenning dat binnen de polen het werkingsveld ligt, de werkelijke mogelijkheid, de werkelijke kwaliteit.

Dan is mijn eindconclusie: Mannelijk en vrouwelijk zijn buiten de stoffelijk noodzakelijke verschillen vooral omschrijvingsvormen voor uitingen die tegenover elkaar schijnen te staan. Maar het is alleen in de wisselwerking tussen beide dat de mensheid tot stand komt. Het is de wisselwerking tussen tegenstellingen waaruit de bewustwording ontwaakt. Daarom is er voor de geest geen zodanig onderscheid dan alleen vanuit het eigen bewustzijn. Voor elke geest is het bestaan van dergelijke tegenstellingen van groot belang, alleen daaruit een werkelijke bewustwording en een erkenning van leven en levenswaarden mogelijk is.

Slotrede:

Laten we ons niet te druk maken over de vraag of mannelijk of vrouwelijk nu beter is. Laten we ons gewoon afvragen, of mannelijk en vrouwelijk, beschouwd als polen van de mensheid niet het veld omspannen waarbinnen harmonie mogelijk moet zijn. Want het is het harmonisch principe, het is het elkaar aanvaarden en begrijpen dat het belangrijkst is. Dit is veel belangrijker dan elk verschijnsel, elk uitingspatroon op aarde.

Juist als je geestelijk en innerlijk komt tot de aanvaarding van de totaliteit, zul je deze harmonie met behoud zelfs van een eigen gedragspatroon kunnen uitstralen naar allen. Voor wij is een wereld waarin mannen tegenover vrouwen en vrouwen tegenover mannen staan onaanvaardbaar. Voor mij is alleen een wereld aanvaardbaar waarin mannen en vrouwen, beseffend in hoeverre zij verschillen zowel in eigenschap als soms in mogelijkheid, bereid zijn elkander als volwaardig te aanvaarden en zo in een gezamenlijk denken datgene, tot stand te brengen waardoor geen mens meer wordt uitgesloten op grond van uiting, naar slecht de harmonie en de kracht die men kan bijdragen tot het geheel zal worden geteld. Dan zal de geestelijke bewustwording een veel juistere uitdrukking hebben gekregen in de op zichzelf toch zeer goede en materiële mogelijkheden. En hierdoor zal een versneld bewustwordingsproces middels de menselijke vorm voor zeer vele entiteiten uit de geest mogelijk zijn.

Ik weet, dat dit nu nog niet zover komt: dat het nog een lange tijd zal duren. Maar er verandert steeds meer. Voor hen die ontevreden zijn zou ik willen zeggen. Tel ook wat bereikt is, niet alleen wat u zoudt willen. Want wat u zoudt willen, zoudt u betreuren, indien u het zoudt waarmaken. Maar wat u heeft bereikt, geeft u een reële basis voor alle verdere ontwikkeling die voor uzelf en de wereld harmonisch kan blijven.

Als u ooit de kosmos in mannelijk en vrouwelijk indeelt, onthoud dan één ding: Als er één God is, zijn licht en duister niets anders dan facetten van zijn ene Wezen. Laten wij ons dan niet beter achten dan God en de facetten als afzonderlijke waarden projecteren om God zo te binden aan één van zijn verschijningsvormen.