Massamedia

image_pdf

21 mei 1965

Allereerst mag ik u er wel op wijzen, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Denk dus zelf na over alles, wat te berde wordt gebracht. Als onderwerp zou ik vandaag het willen hebben over: Massamedia.

Onder het begrip massamedia verstaan wij publiciteitsmiddelen als kranten, weekbladen, alle vormen van tijdschriften en daarnaast ook radio en tv. Van deze middelen, om met vele medemensen tot contact te komen, wordt op vele wijzen gebruik gemaakt. Wij kunnen zelfs per land een onderscheid maken t.a.v. wat men daar verantwoorde voorlichting, Rijksvoorlichting en sensatiepers kan noemen. Bij het bezien van de massamedia is vooral een juist inzicht in hun doordringingskracht – d.w.z. de mogelijkheid, die zij hebben om kijker, luisteraar of lezer zijn eigen mening te doen herzien – van groot belang. Gezien de invloed, die deze middelen hebben op de inzichten en reacties van de massa, wil ik aandacht besteden aan de verschillende aspecten hiervan.

Om te beginnen een klein voorbeeld van de verschillende wijzen, waarop nieuws verwerkt kan worden. Wij gaan uit van een moordaanslag, die op de volgende manieren naar voren kan worden gebracht.

Voorlichting: Een courant schrijft – met een klein kopje -: “Doodslag. Tijdens een ruzie heeft aan de xstraat te y de schoonbroer van de heer Z deze met een bijl aangevallen en het hoofd ingeslagen. De politie heeft de dader onder arrest gesteld.” In dit geval geeft de pers alleen de feiten. Zij verbindt daaraan geen meningen, oordeel en zoekt hieruit niet bepaalde voor het publiek misschien interessante, maar niet ter zake doende bijkomstigheden uit te puren.

Tendentieuze voorlichting: “Gisteren werd de arbeider Z. tijdens een woordenstrijd aangevallen door de ex SS-er, zijn schoonbroer, welke hem met een bijl… enz..” Dit bericht is tendentieus, omdat door de benamingen arbeider en SS-er de nadruk wordt gelegd op de slechtheid van de schuldige, terwijl men een beroep doet op de sympathie voor het slachtoffer, dat immers een eerlijke arbeider was. Dat deze arbeider mogelijk de SS-er de hersens ingeslagen zou hebben, wanneer deze laatste niet net iets vlugger geweest was – een mogelijkheid die zeker zou kunnen bestaan – laat men buiten beschouwing.

Sensationeel: Kop: “Gruwelijke moord. Toen wij het huis betraden, zagen wij op de trap nog de bloedspatten van het slachtoffer…. enz.” Alles wordt in den brede uitgemeten.

Drie verschillende benaderingen van hetzelfde geval. Maar waar schuilt eigenlijk het belangrijkste verschil? Het eerste voorbeeld geeft alleen de feiten weer. Men onthoudt zich van verdere commentaren en stelt eenvoudig vast: Er is een moord gebeurd. Klaar. De lezer moet zichzelf daarvan maar een verder beeld maken. Het tweede voorbeeld betrekt in het geval – volgens mij ten onrechte – een groeps- of klassenstrijd.

De tegenstelling is hier niet die tussen daden en slachtoffer zonder meer, maar wordt uitgebreid tot het lid van een minderwaardige groep – de verdorven nationaalsocialist en de vertegenwoordiger van de eerlijke en loyale arbeiders. Men beschrijft dus niet alleen de moord, maar neemt gelijktijdig stelling. Dit geschiedt niet alleen in de politiek, maar zal – vooral in andere landen – ook vaak t.a.v. de godsdienst van de betrokkenen geschieden. In het derde geval gaat het de berichtgever niet zozeer om de juistheid van het beeld, dat hij geeft, of het lot van de betrokkenen. Hier is het doel, de mensen te boeien en heerlijk te laten rillen. Daarbij “denkt” het blad a.h.w. voor de lezer en geeft hem een beeld, dat mogelijk even fantastisch is als zijn eigen voorstellingen over een dergelijk geval.

In het eerste geval zal het bericht weinig of geen aandacht krijgen. In het tweede geval zullen velen terugdenken aan de tijd, dat het nationaalsocialisme voor hen vele treurige ervaringen meebracht en zal geen sprake zijn van een erkennen van de werkelijke feiten, maar zal vooral een voeden van oude haat optreden. In het derde geval zullen velen met belangstelling lezen en zich indenken, hoe zij zelfs een ander ook wel eens zou zouden willen behandelen. Identificatie met het slachtoffer – of bij geestelijk minder rijpen met de dader – is zeer waarschijnlijk, de mogelijkheid van een dergelijke daad wordt de lezer voorgelegd.

Bij radioberichtgeving kennen wij soortgelijke verschillen: De officiële berichtgeving is in Nederland neutraal, toonloos. Maar nu kan men de feiten gaan bezien door een roze, rode, geel/rode, geelzwarte of andere politieke of godsdienstige bril. De commentator geeft nu meningen die echter al te vaak als feiten worden gepresenteerd. T.a.v. een moord bv. in de vorm van: “Deze moord is een teken van de toenemende immoraliteit in ons land. Het is treurig te zien hoe dit moreel verval vooral in de minder Godvrezende groepen steeds meer op de voorgrond treedt – enz. ” In dezen probeert een dergelijke spreker pressie op u uit te oefenen, door u bepaalde visies op te dringen als feiten, vooral, omdat men niet met hem kan debatteren en zo al snel geneigd zal zijn de op zich vaak zeer logisch opgebouwde argumenten als juist aan te nemen, zonder te beseffen, dat het punt van uitgang geen feit, maar een stelling of zelfs alleen maar een mening is. Het doel is hier niet u over het feitelijk gebeuren voor te lichten, maar u tot een reactie te brengen op het feit en wel zodanig, dat u op de duur alles zult gaan verwerpen en haten op dezelfde wijze, wanneer het volgens de leerstelling of mening van de spreker en de groep, die hij vertegenwoordigt, maar verwerpelijk is.

In Nederland is men nog niet zover, dat men bv. de scène van een moord op het beeldscherm brengt. In Nederland zijn moord en doodslag alleen aanvaardbaar, wanneer zij voorkomen in fictie en het kwaad aan het einde van het verhaal gekeerd en bestraft wordt. In andere landen als bv. de V.S, pleegt men dergelijke beeldreportages wel te geven. Men toont de plaats des onheils, reconstrueert soms zelfs de daad enz. Dit beeld blijft leven en zal minder stabiele geesten soms verleiden een dergelijke daad te stellen.

Via de massamedia kan men dan ook de eigen – en vaak gezonde -, ziens- en denkwijzen van de mensen veranderen en het gedrag van de massa beïnvloeden. Men kan bv. tegenstellingen tussen bepaalde bevolkingsgroepen scheppen. In sommige gevallen doet men dit zelfs, door een vertegenwoordiger van een bepaalde minderheid te verdedigen.

Een kleurling eren, die iets bijzonder goeds heeft gedaan, kan men ook zo doen, dat eenieder dit als een uitzondering op de regel gevoelt en uit het bericht de conclusie trekt: Die ene is zo kwaad nog niet, naar de rest deugt toch niet.

Deze vorm van antipropaganda zal in Nederland bv. gevonden worden met betrekking tot de joden. Door de wijze, waarop men hun bijzondere prestaties meldt, wekt men bij menigeen de reactie van: Dat is nu wel zo, maar schreeuw daar nu niet zo hard over. Men kan op deze wijze dus haast ongemerkt een bepaalde reactie scheppen. Zelf blijft men daarbij buiten schot, omdat men immers in schijn het tegengestelde propageert. Men zegt de dingen immers zelf niet, maar formuleert de zaken alleen maar zo, dat anderen daaruit een bepaalde conclusie zullen gaan trekken, een voorzienbare reactie zullen vertonen. Om deze conclusies, om deze reacties, gaat het dan meestal.

Men kan de mensen dus van mening doen veranderen, kan harstochten, die zij als deel van eigen leven nooit toe zouden geven, een weg tot – negatieve – uiting verschaffen en gevoelens van onlust wekken, die de misleide “slachtoffers” van een dergelijke berichtgeving zien als de conclusies van eigen gezond verstand.

Ten laatste kan men de gevoelens van onbelangrijkheid, doelloosheid van het leven e.d., die bij velen bestaan, wegnemen door de bestaande leegten te vullen met een ongezonde belangstelling voor criminele en seksuele zaken. Hierdoor wordt het gedachteleven van vooral minder stabiele figuren gestimuleerd en gaan de beschreven misdaden, immoraliteiten enz. deel uitmaken van hun droomleven, met het grote gevaar, dat zij eens zullen trachten hun dromen ten koste van anderen in werkelijkheid om te zetten. Wanneer u zou kunnen nagaan, hoeveel moorden, gewelddaden en zelfs zelfmoorden plaats vinden als gevolg van een publicatie in details of een verslag op de tv., zou u vreemd opkijken.

Zonder het misschien geheel te beseffen of te willen, zal men door uitvoerige verslagen e.d. vooral ongeremde figuren vaak tot imitatie aanmoedigen.

Dit alles is natuurlijk algemeen gesteld. Maar ik geef u nog enkele voorbeelden uit het dagelijkse leven. Bij de behandeling van actuele, maar tere problemen als bv. de pil of homofilie wordt namelijk al te vaak gebruik gemaakt van een volgens mij niet eerlijke methode van beïnvloeding. Daarbij maakt men vaak gelijktijdig op zich zeer waardevolle dingen tot een karikatuur. Wanneer men bv. schrijft: “Wij weten in de christelijke wereld, dat het doel van het huwelijk de voortplanting is – ik citeer een geschriftje, dat januari laatstleden verscheen – indien men er maar over denkt, op welke wijze men langs onnatuurlijke weg en zonder ontzegging het voortbrengen van nageslacht kan verhinderen, gaat men hiermede dan ook in tegen Gods wil en stelt men daden, waardoor de Here Jezus tevergeefs voor ons Zijn Kostbaar Bloed vergoten heeft.”

In deze taal wordt alle begrip voor de mens, alle menselijke liefde, alle menselijk recht zelfs, terzijde geschoven. God is hier een dictator, en een mens, die deze dictatuur – zoals hij door de betroffen groep wordt uitgelegd – niet wil aanvaarden, weet niet alleen niets van God en Bijbel, maar maakt zelfs Jezus lijden nutteloos. Hij is – volgens dit geschrift althans – degene, die eerst Jezus aan het kruis slaat en dan de resultaten van dit offer nog verwerpt.

Voor een gelovige zullen hieruit in de moderne wereld problemen en schuldcomplexen voort kunnen komen. Waarden, die zelfs een christelijk mens uit moet leven en niet in zichzelf alleen kan behouden. De gelovige zal – tegen eigen werkelijke verlangens in – vaak een zeer uitgebreid gezin tot stand brengen, of zich natuurlijke beperkingen opleggen, die zijn humeur niet ten goede plegen te komen. Zo iemand voelt zich niet erg prettig: “De anderen hebben die problemen immers niet? Hen gaat het alles veel te gemakkelijk.” Deze mensen zijn geneigd zich op anderen door grote hardheid te wreken, omdat die anderen volgens hun inzichten niet juist leven en zij zelf die juistheid wel bezitten, maar niet direct aangenaam vinden.

U heeft er waarschijnlijk niet over nagedacht, waarom wij vooral onder de z.g. zeer vromen zo weinig blijmoedig christendom aantreffen. En toch was Jezus blijmoedig. Als er voor de zwaartillende en harde levensbeschouwing van dergelijk mensen al een oorzaak bestaat, zal deze zeker niet in de evangeliën te vinden zijn of zelfs maar afgeleid zijn uit de gehele bijbel. Want in de bijbel vinden wij zeker ook aanleidingen genoeg tot een blijmoediger leven. De oorzaak moet dus wel in de mensen zelf schuilen.

Op de achtergrond van het “zware” sektarisme blijkt vaak communicatie tussen mensen of gebrek daaraan mede aansprakelijk te zijn. Waar gehele streken of landen een dergelijke harde levensbeschouwing dienen en anderen uit christelijke naastenliefde in hun vrijheid beperken en zelfs het leven buiten de godsdienstige gemeenschap onmogelijk maken, blijken vaak de massamedia daaraan mede debet te zijn. Er zijn vele zenders, die, evenals couranten, in elke uitzending – op vaak onopvallende wijze – propaganda maken voor een bepaalde moraal, een bepaalde godsdienst, een bepaalde wijze van denken en reageren, evenals er couranten bestaan, die in wezen geheel aan een dergelijke beïnvloeding van hun lezers gewijd zijn en dan ook de verschaffing van feiten – de wezenlijke taak van een dagblad – of vermaak voor weekbladen – daaraan geheel ondergeschikt maken. Zelfs de waarheid blijkt vaak aan het doel ondergeschikt te zijn.

Dit is zeer te betreuren, omdat hierdoor bij velen – en ook bij niet aanhangers van de leer e.d. – een schuldcomplex tot stand komt dat tot vele spanningen in het particuliere leven voert. Deze spanningen moeten zich ontladen. Nu is het de bedoeling natuurlijk, dat deze spanningen zich gericht ontladen en dit in overeenstemming met het streven van de beïnvloeders; bijvoorbeeld in kerkenbouw en zending, of politieke activiteit binnen de perken van de wet. Maar de doorsnee mens is nu eenmaal niet zo beheerst, dat hij dergelijke spanningen alleen in de voorgeschreven richtingen zal ontladen. Hij zal zijn medemensen gaan betiteling en betuttelen, hen gaan verachten of haten. Daarmede verliest deze mens bv. elke harmonie met de naaste, die in de christelijke leer toch zo belangrijk is. Hij zal de naastenliefde verliezen, die de werkelijke kern van zijn geloof uitmaakt, hij zal het contact met Jezus, ja, zelfs met de werkelijke God, verliezen. Anderen verliezen het contact met de werkelijke feiten en mogelijkheden van de wereld, waarin zij leven. Dat is niet de schuld van deze mensen. Hier ligt de werkelijke verantwoordelijkheid voor deze instelling, en alle gevolgen, daaruit voortvloeiende, bij de massamedia, die tendentieus en verkeerdelijk eenzijdig worden gehanteerd.

Leven is in wezen niets anders dan een voortdurend leren. Wanneer een massamedium, onverschillig welk, feiten brengt, zal de mens daaruit leren en dus intenser en bewuster gaan leven. Dit geldt, zolang het medium u geen mening opdringt, maar u in staat stelt u een eigen mening te vormen. De mens zal dan wel een overtuiging kunnen hebben, die niet geheel juist is, maar hij zal daarin vrede en kracht vinden, zijn leven wordt daardoor rijker aan inhoud, zijn contact met de wereld voor hem harmonischer. De mens kan dan voor zich binnen bv. een vrij christendom, voor zich op vele punten strikter zijn dan vele vromen. Maar men heeft geen spanningen in zich, omdat men zelf tot deze wijze van leven en handelen heeft besloten en dit niet uit angst of respect voor de mening van anderen – en vaak tegen eigen werkelijke wensen en gevoelens in – doet. Dan is er voor deze mens geen sprake van iets, dat door hem aanvaard wordt, maar van iets, wat hij geleerd heeft.

Dankzij alles, wat men zelf in het leven geleerd heeft, zal men dan andere mensen – ook zondaars of tegenstanders – beter kunnen begrijpen. Men zal hen niet verachten, maar zal hen helpen en zo mogelijk ook iets willen leren. Van dwang en veroordelen is hierbij geen sprake: voor degene, die iets zelf geleerd heeft, is het enig belangrijke het feit, dat hij standvastig volgens eigen begrip juist blijft handelen en denken.

Ik ging bij dit alles wel in de eerste plaats uit van godsdienst, omdat men dergelijke voorbeelden het beste pleegt te begrijpen. Maar wij vinden ook in politiek en publiekrecht dergelijke dingen. Wanneer men bv. de politieke visie binnen de berichtgeving van verschillende dagbladen beziet – neem een partijvergadering als voorbeeld – dan blijkt, dat blad a. in de deelnemers alleen maar een stelletje ongeneselijk krankzinnigen ziet, die terug willen naar een niet meer herleefbaar verleden, terwijl blad b. constateert, dat men wel erg conservatief is, maar toch wel degelijk verstandig en van goeden willen, terwijl blad c. vertelt, dat op dit congres eindelijk de waarheid eens klaar en duidelijk is gezegd.

Men doet dit niet door het geven van commentaar, bv. in een redactioneel artikel, maar door het aanhalen van bepaalde uitspraken, de formulering van het bericht als geheel.

Wanneer men drie dagbladen leest, is dat zo erg niet. Maar wie veroorlooft zich de tijd daartoe in deze tijd? Men leest een enkel blad of bv. twee bladen, die van ongeveer gelijk standpunt uitgaan. Het resultaat is een vertekend beeld van personen en bestrevingen, van nationaal en internationaal bereiken, beleid en gebeuren.

Zolang deze eigenaardige berichtgeving plaats vindt over een terrein, waarop men zelf indien gewenst de feiten kan controleren, is het ook nog niet zo erg. Maar in de Sovjetunie wordt bv. – en dat is een feit – de publieke opinie voor 90% bepaald door massamedia, terwijl ongeveer 5% van de meningsvorming voortkomt uit bewust in circulatie gebrachte geruchten, en alle andere invloeden, inclusief gezond verstand, de overige 5% van de mening beïnvloeden. Werkelijk vrije meningsvorming is daar slechts voor minder dan 1% van de bevolking mogelijk. Zelfs dit zou nog niet zo heel erg zijn – degenen, die in de vrije wereld zichzelf vrijelijk een mening vormen zijn slechts ongeveer 3% van de mensen – maar alles, wat niet past binnen een bepaald systeem, al is dit ook niet op de werkelijke feiten gebaseerd, is voor deze mensen haast automatisch slecht. Alles wat zich niet zonder enig voorbehoud aansluit bij de heersende mening wordt, ook in de ogen van mensen, die er verder eigenlijk niets mee te maken hebben – kapitalist, revisionist enz.

Wanneer er ooit een oorlog zou ontstaan in de komende tijd, zullen deze mensen die oorlog niet zien als een te vermijden en gruwelijk feit, omdat zij geneigd zijn hun soldaten te beschouwen als een soort verbeterde edelgermanen, die de gebogen slaven van het kapitaal bevrijden. En ook de reacties van de soldaten zullen juist door de eenzijdige voorlichting vaak ontstellend zijn. Want voor hen zal eenieder, die in een auto rijdt, een eigen huis bezit, behoorlijk gekleed gaat enz., een uitbuiter zijn van de arme massa, die men moet mishandelen en terechtwijzen, moet laten boeten voor zijn uitbuiting van de armen. Misschien lijkt u dit beeld wat overtrokken. Een feit is echter, dat zeer velen zo denken en, ondanks hun interesse voor het Westen, deze stellingen toch voor redelijk juist zullen blijven houden. Dan mag u hen nog vertellen wat u wilt, maar alles, wat met de gangbare publiciteit in strijd is, wordt, ondanks alle vriendelijke vragen en belangstelling, met grote achterdocht bekeken.

In de V.S. zien wij het omgekeerde. Wanneer daar iemand iets doet, wat aan de heersende groepen niet aangenaam is, wordt al snel gesproken van communistische agitatie en inmenging. Een van de argumenten, die in de rassenstrijd tegen de negers gehanteerd worden, is bv., dat onder de negers vele communistische agitatoren werkzaam zouden zijn. Dergelijke propaganda doet niet alleen maar een verkeerd beeld van het probleem en de situatie ontstaan, maar veroorzaakt eveneens een geheel verkeerde houding, waardoor de oplossing belemmerd wordt en maatschappelijke problemen worden gecontinueerd, die zonder dergelijke steun aan de extremisten van de rassenscheiding waarschijnlijk eerder en juister tot oplossing zou kunnen worden gebracht. Indien u meent, dat dit overdreven is, wil ik u even herinneren aan senator MacCarthy’s heksenjacht, waarbij deze, dankzij de steun van de pers en radio, in staat was vele mensen aan te vallen, vele mensen voor de rest van hun carrière last te bezorgen, dankzij verdachtmakingen, en zelfs bepaalde wetenschappelijke onderzoekingen stil te leggen en met vele jaren te vertragen.

Ik ben van mening, dat een groot deel van de verdeeldheid op de wereld niet te wijten is aan de werkelijke strijdlust van mensen en rassen, maar veroorzaakt wordt door een misbruiken van de massamedia. Zeer belangrijk is het toontje van alweterij, van onfeilbaarheid, dat in vele publicaties en uitzendingen wordt aangeslagen. Wanneer wij met elkander spreken, zal een zekere eenzijdigheid in de communicatie evenmin te vermijden zijn. Daar daartegenover staat dan, dat wij nadrukkelijk wijzen op het feit, dat ook wij iets kunnen vergeten, dat ook wij fouten kunnen maken. Daar, waar wij niet geheel zeker van onze feiten menen te zijn, stellen wij steeds weer nadrukkelijk, dat wij dit menen, dat volgens ons dit zo is, maar dat andere inzichten eveneens kunnen bestaan, dat andere denkbeelden eveneens over dit punt bestaan, dat men hier zelf een oordeel moet vellen e.d. Dit is geen vorm van onzekerheid, maar eenvoudig een aanpassing aan de eenvoudigste normen van verantwoorde communicatie. Indien wij echter alle voorbehoud weglaten en stellen: “Onze waarheid is de enige”, kunnen wij u beïnvloeden zoals wij willen, wanneer u dit, door de vele herhalingen, aan gaat nemen. Dan kan zelfs met de beste bedoelingen, onze invloed op u juist door haar eenzijdigheid fataal worden.

Wat is het resultaat van een verkeerd gebruik van de massamedia? Zeker niet alleen het ontstaan van de spanningen in de mens, die wij zo even reeds bespraken. Al te vaak immers voert het zo wekken van innerlijke spanningen, het aanmoedigen van illusies, tot algemene reacties, die niet meer beheerst kunnen worden door hen, die er in feite de oorzaak van geweest zijn. Ik geef een voorbeeld.

Iedereen is doodsbenauwd voor de communisten, die worden getoond als vijanden van geheel de mensheid. Dezen zullen onvermijdelijk vandaag of morgen aanvallen. Gelijktijdig stelt men steeds weer, dat de gemeenschappen van de communisten achterlijk zijn vergeleken bij eigen land, dat eigen wapens veel sterker en beter zijn dan alles, wat deze communisten bezitten. Als gevolg hiervan ontstaat een zekere haat en paniek bij vele mensen, die, juist omdat zij vertrouwen op eigen meerderwaardigheid van bewapening en bang zijn voor een inlopen van de achterstand door de “vijand”, steeds meer erop aandringen, dat hun eigen land de eerste slag zal wagen en atoomraketten op de vijand af zal schieten. Het kost jaren om een dergelijke mentaliteit weer te veranderen. Zolang zij bestaat zal een op zich onschuldige provocatie van de tegenpartij voeren tot een politieke noodzaak oorlogshandelingen te plegen en zo mensenlevens en mogelijkheden tot een vreedzame oplossing van geschillen prijs te geven. Zelfs indien men de mensen kan brengen tot het aanvaarden van een vreedzamere oplossing, zal men alleen genoegen kunnen nemen met een erkenning van onmacht bij de tegenpartij, indien men eigen aanzien bij eigen burgers wil handhaven. Dan wordt oorlog gevoerd, niet om de mensheid te dienen en te beschermen, zoals men wel zegt, maar eenvoudigweg om de verkiezingen te kunnen winnen.

Meent u, dat dit dwaas is? Denk dan even na. Zijn er in het nabije verleden geen stemmen geweest, die een aanval van de USA op China, nu, direct en met alle beschikbare wapens, propageerden? Is de inmenging van de USA in buitenlandse aangelegenheden en de interne zaken van andere staten in vele gevallen niet het gevolg van een opinievorming in het land zelf, terwijl de regeerders zeer wel beseffen, dat zij het gestelde doel niet, of alleen ten koste van zeer veel offers zowel van eigen mensen als een opofferen van de inwoners van het land, waar men ingrijpt, zullen kunnen bereiken? Gelukkig is het oordeel van een militaire autoriteit, die een aanval met atoomwapens op dit ogenblik de enige oplossing van de wereldproblemen – handhaving van de wereldvrede, zoals hij het zei – niet in de openbaarheid gebracht. Maar toch zullen velen zijn mening delen.

Zo ontstaat onder de bevolking van een land een pressie, waardoor de heersers worden gedwongen. Al zullen de regeerders vaak van de massamedia gebruik maken om zich door het volk mede te laten dwingen tot iets, wat zij zonder steun van het volk niet durven, zo kunnen zij niet voorkomen, dat een soortgelijke pressie ook ontstaat op ogenblikken dat deze in wezen geheel niet welkom is. De reactie van een volk kan namelijk niet altijd geheel beheerst worden en vooral de onbeheerste reactie op eenzijdige voorlichting enz. geeft de meest fatale resultaten. Een reden dus, om met het “ten goede gebruik” van massamedia, om een vertekende weergave van feiten tot stand te brengen, toch wel erg voorzichtig moet zijn.

Ik koos dit onderwerp, omdat men leeft in een tijd waarin massasuggestie, massahypnose en massahysterie ook zonder dit alles reeds sterker dan normaal op de voorgrond treden.

In de komende maanden kunnen wij uitingen hiervan meerdere malen verwachten. Wat er dan gebeuren zal? Dat is eenvoudig genoeg. Een courant schrijft een artikeltje – dat niet waar is, maar opzien baart. De inhoud wordt vervolgens tegengesproken, maar toch als mogelijk bevestigd. Over de mogelijke juistheid wordt met vele argumenten gedebatteerd.

Een schijnbaar zeer democratische procedure. De negatieve aspecten van de gehanteerde stellingen en argumenten blijven echter bij de massa het sterkste hangen, omdat de heersende tendensen deze nu eenmaal meer dan normaal aan doen slaan. Radio en tv. gaan zich ermede bemoeien. Ofschoon de tegenargumenten sterk tot uiting komen, zullen vele mensen toch overtuigd zijn, dat er een aanval wordt gedaan op hun vrijheid, op hun rechten. Deze mensen besluiten in te grijpen. Er zal bv. in de komende maanden in Nederland nogal wat strijd kunnen ontstaan omtrent het beleid van de nieuwe regering. Er zal dan bv. gesproken kunnen worden over een “verraden” van het werkelijke socialisme door de leiders van deze regering.

Er zal gesproken worden over onrechtmatige pogingen om de lonen te blijven beheersen, en een door de regering met haar maatregelen gestimuleerde prijsopdrijving, die in wezen overbodig is. Let wel, dit zijn mogelijkheden, geen zekere ontwikkelingen.

Als gevolg hiervan zouden o.m. in de textielindustrie en waarschijnlijk eveneens in de zwaardere staalverwerkende industrieën stakingen voor kunnen komen. In Nederland kunnen dergelijke stakingen verlopen als een gezellig dagje afwisselend posten en hengelen. Wij zullen dus maar niet aannemen, dat fatale dingen gebeuren. Maar als de mensen genoeg haat hebben, hun rechten sterk aangetast menen, zullen zij anderen aanvallen, dan zal bv. een werkwillige doodgeslagen worden, dan zal de politie worden aangevallen wanneer zij een betoging wil tegenhouden, stakers worden op hun beurt door de politie mishandeld. De strijd zal om zich heen kunnen grijpen en tot werkelijke onlusten voeren, zelfs in Nederland. Let wel, dit is alleen maar een voorbeeld van wat mogelijk is.

Waar ligt het begin van dit alles dan? Zoals altijd weer zal dit liggen bij een eenzijdige voorlichting, tendentieuze propaganda, vertekening van feiten en verhoudingen. Onjuiste berichtgeving, ontijdige berichtgeving en zelfs tendentieuze fictie hebben meer op hun geweten dan men oppervlakkig zou aannemen. Toch heb ik niets tegen de massamedia op zich. Zij bieden immers het voordeel, dat men zeer velen op zeer korte termijn kan bereiken, voorlichten en waarschuwen. Kort geformuleerd zijn de voordelen:

  1. Feiten, ontwikkelingen, kennis, kunnen op korte termijn aan velen medegedeeld worden, zodat het ontstaan van gerecht en het optreden van onjuiste gedragslijnen kan worden tegen gegaan.
  2. Het is mogelijk oproepen, verzoeken en aanwijzingen te geven, die op korte termijn bijna iedereen kunnen bereiken en zo een juistere samenwerking binnen grote gemeenschappen mogelijk maken.
  3. Het is mogelijk bepaalde feiten en ontwikkelingen tijdig te belichten en zo daardoor onder de mensen ontstane onjuiste verwachtingen en angsten tijdig weg te nemen, zo onredelijke reactie binnen de massa beperkende.

Er is dus veel voor het gebruik van, en in stand houden van de massamedia te zeggen. De nadelen zijn echter:

  1. Eenzijdige voorlichting betekent voor de massa een vertekening van de werkelijkheid, die door het juiste besef van enkelingen niet te niet gedaan kan worden. Als gemeenschap handelt men niet volgens de feiten, maar volgens de overheersende voorstelling die men zich van die feiten heeft gemaakt.
  2. Beheersing van de massamedia is eenvoudig te verwerven, waar zij over het algemeen via centrale punten verbreid worden of uitgestraald worden. Men kan zo onbelangrijke zaken maken tot het brandpunt van b.v. politieke belangstelling en gelijktijdig de werkelijk belangrijke zaken verdoezelen. Verschuivingen van reactie in eenling en massa zijn hiervan het gevolg.
  3. Vooroordeel en haat zullen juist door de eenvoudig beheersbare massamedia vaak verspreid worden, terwijl deze een zeer sterk suggestieve invloed uitoefenen op mensen, die een onvoldoend sterke wil of een onvoldoend beeld hebben van wat zij met hun leven in wezen willen doen.

Wij kunnen de massamedia dus uit deze tijd niet meer wegdenken. Een gebruik daarvan is aanvaardbaar, zolang sprake is van een redelijke en niet eenzijdig beperkte voorlichting.

Zolang alle interpretatie en meningsuiting duidelijk als zodanig kenbaar wordt gemaakt, zal dit op de bewustwording, die de mens juist in de voorlichting kan vinden, geen nadelige invloed uitoefenen. Men kan echter een bias verstoppen.

Zo zal men bv. een roman kunnen schrijven of bv. een tv. reportage kunnen maken over bv. Surinamers, negers of nozems, die schijnbaar eerlijk is in zijn weergave van de feiten. Maar men legt de nadruk op alles, wat de lezer of kijker vreemd is, men etaleert duidelijk kenbaar het belachelijke, het niet aanvaardbare, en de meer normale aspecten als van minder interesse wat verwaarlozende. Lezer en kijker zullen dan de excessen als normaal voor deze groepen gaan beschouwen en op alle leden van die groepen reageren volgens het ontstane beeld.

Een meneer Haanstra heeft bv. een film gemaakt, waarin hij Nederland op zijn wijze heeft belicht. Een misschien niet te voorzien gevolg daarvan is, dat in bepaalde delen van het buitenland, waar dit kunstwerk wordt vertoond, de mening overheerst, dat de bevolking van dit land in de zomer overheersend bestaat uit dagjesmensen, die gezichten trekken tegen apen in dierentuinen, of zich op de meest vreemde en komische wijze op de stranden voortdurend aan en uitkleden, zonder daarbij al te veel aandacht te besteden aan de mogelijkheden van bad en zonnebad. Dit beeld is zo karikaturaal, dat men daardoor nog wel heen kan zien. Maar wanneer men een dergelijke voorstelling wat fijner en langduriger doet, krijgt men gevallen als dat van de Amerikaan, die teleurgesteld was, omdat de minister-president in Den Haag niet op klompen het Kamergebouw betrad en niet voorzien was van een stenen kruikje Schiedam, ja de treurige moed had, zijn dorst te lessen met Coca-Cola inplaats zich te houden aan “Schiedam”.

Advertenties kunnen eveneens een bias veroorzaken. Wanneer bepaalde luxeartikelen steeds worden afgebeeld met een mooie blonde man met welig krullend haar, of een dame van steeds hetzelfde type, zal men het recht op die luxe gaan associëren met eigen uiterlijk, wanneer men maar enige gelijkenis vertoont met het model. Ook wanneer men die luxe in wezen niet kan bekostigen. Men propageert een bepaald type. Niet alleen zullen velen – tegen eigen belang en gezondheid in – trachten zich aan dit publieke ideaal aan te passen, maar bovendien gaat men dit type zien als meerwaardig boven anderen. Om nog maar niet te spreken van de behoefte aan het overbodige, die men zo doet ontstaan.

Rassenstrijd kan ook uit dergelijk propaganda voortkomen, al is dit de bedoeling niet.

Wanneer men zelf het type is, dat een bepaald luxeartikel steeds adverteert en dit niet kan bekostigen, terwijl bv. een neger – die niet blond is en dus daarop volgens het onderbewustzijn minder recht zou hebben – het wel bezit, zal men zich daardoor tot een afkeer tegen, ja, een haat voor de neger en mogelijk zijn rasgenoten laten verleiden. Misschien overdrijf ik hier iets. Maar zeker is, dat op deze wijze gewoon met advertenties bepaalde vormen van racisme bevorderd worden, bepaalde ziekelijkheden, mentaal of lichamelijk, als wenselijk worden gepropageerd. De werkelijke waarden van het menselijke leven worden zo veranderd en verbogen op een wijze, die volgens mij niet juist is.

Een mens moet m.i. leven volgens dat, wat hij zelf kan en is. Deze mens dient hierbij geen rekening te houden met de wensen en bezittingen van de heren Jansen of Pietersen. Een gerede zelfbeperking zal hem er toe brengen, deze anderen het recht toe te billijken, te leven zoals zij begeren. Maar verder zal deze mens toch allereerst volgens eigen wezen en wensen moeten leven. Wanneer een mens zichzelf probeert te zijn, zo goed hem dit maar mogelijk is, zullen er voor hem nog voldoende spanningen en ergernissen in het leven bestaan. Hij zal echter bevrijd zijn van overbodige prestigedrang, overbodig kankeren met anderen op een terrein, dat voor hem in wezen allen maar schadelijk en ergerlijk is. Hij zal dan in ieder geval zichzelf kunnen zijn en leven.

Wanneer u, mevrouw, afgevallen bent totdat u helemaal aan het modesilhouet beantwoordt, maar uw nieren en lendenen doen daardoor voortdurend pijn, uw voeten schijnen u soms niet te willen dragen, dan kunt u wel blij zijn met uw slankheid, maar alle bijkomstigheden daarvan zult u afreageren op anderen, op uw echtgenoot, zo u er een heeft, op uw kinderen, de bakker, de melkboer, uw vrienden. U zult anderen gaan veroordelen en misschien zelfs gaan haten, omdat zij geen medegevoel tonen met uw lijden, u zult die anderen nog ergere pijnen en ergernissen toewensen – iets wat misschien via geestelijke weg nog invloed heeft ook – zodat deze mensen lustelozer en luier zijn in uw nabijheid dan zij anders zouden zijn. Dit zult u begrijpen en normaal vinden.

Maar wanneer het nu eens niet gaat om een voorbeeldje met reclame en een dame of heer, maar bv. men u steeds weer voorhoudt, dat men zich alleen op deze of gene wijze moreel zal kunnen herbewapenen en anders niet, dat men alleen op gene wijze juist leeft en als mens mee zal tellen, wat dan? Men impliceert, dat anderen dus minderwaardig, morele zwakkelingen zijn. Men impliceert, dat u deze weg zult moeten volgen, ook al zult u hieronder psychisch en misschien zelfs fysiek te lijden krijgen. Dan zult u, juist omdat u zelf lijdt onder de beperkingen, die u uzelf hebt opgelegd, uw willen wreken op de wereld buiten u en anderen – voor hun eigen bestwil – hetzelfde ongemak en lijden willen veroorzaken. Dan krijgt u last van een Fuhrer-mentaliteit. Dat is misschien niet zo bedoeld, maar deze neiging tot absoluut beheersen van anderen, het ontnemen van vrije wil en recht tot zelfbeschikking, zal zich uiten.

Dergelijke stellingen worden voortdurend naar voren gebracht in de massamedia.

Wanneer men bv. voortdurend, zoals in sommige publiciteitsmedia gebeurt, herhaalt, dat de arbeider recht heeft op loon naar werken, dat hij recht heeft op de winsten, die worden gemaakt en daarbij zwijgt over alle anderen, die risico’s nemen met hun bezit, die ook werken – en vaak langer dan de arbeider – en zwijgt over het feit, dat deze anderen voor het meer van hun arbeid of genomen risico toch ook iets verdienen, schept men het denkbeeld, dat iemand die niet met zijn handen werkt, slechts een “doe niet”, een profiteur, een nutteloze figuur is. Dan doet men denken dat allen, die niet in dienstbetrekking zijn, in wezen onrecht doen aan allen, die wel gebonden zijn aan een bepaalde betrekking. Dan doet men het schrikbeeld rijzen, dat men deze mensen met hun schone boord, hun titel en bezit zonder meer mag trappen en slaan, onrechtvaardig mag behandelen enz. Maar men heeft zelf ook bezit en zal gekweld worden door het denkbeeld dat dit eigen bezit, dat eigen loon e.d. ook worden aangetast door deze zelfde opvattingen.

Wanneer men voortdurend hoort, dat het niet geeft, hoeveel men aan defensie uitgeeft, wanneer die defensie maar modern en sterk schijnt, komt er een ogenblik, dat men gaat roepen om meer wapens. Dat is goed voor de economie en het aanzien van het land in de wereld. Dat wel. Maar wanneer men overtuigd is van eigen macht, gaat men spreken over zijn plicht, om de orde in de wereld te handhaven, dringt men erop aan de wapens ook te gebruiken, al is het maar voor het “handhaven van de vrede”. De wapens worden in de ogen van de mensen, die de gebreken en gevaren ervan meestal niet beseffen, tot macht en aanzien. Het is geen wonder, dat er dan steeds meer pressie ontstaat, om de wapens ook te gebruiken. Wat misschien niet kwaad is voor de economie en het aanzien, maar ellendig voor de mensen. Wanneer dan iemand voorstelt, om wapens te maken en ze later te gebruiken, roept de menigte, voorbereid door de massamedia: “Heil Hitler, leve de Koningin, three cheers for our Queen”, e.d.

Nu is er in een land als Nederland nog wel enig tegenwicht. Men kan hoogstens stellen, dat daar over sommige dingen wel eens wat te veel en te lang wordt gezwegen. In andere landen bestaat de geheimhouding wel, het tegenwicht misschien geheel niet. Maar gaat men bv. uit van het standpunt, dat democratie alleen kan bestaan binnen een bepaald systeem en alleen gebaseerd kan zijn op trouw aan het heersende gezag, trouw aan de koningin e.d., geeft men vaak enige vrijheid van spreken over democratische vrijheden – maar eist voor de rest alleen maar, dat allen zullen doen, wat hen gezegd wordt. In wezen komt het erop neer, dat alleen de regeerders het weten, dat hún besluiten, al is dan het tot stand brengen van concentratiekampen de enige juiste vorm van democratisch zijn, enz.

Ik weet wel, dat dit nimmer zo in dagbladen of op andere wijze wordt gezegd, maar voortdurend wordt de massa gesuggereerd, dat dit de enige logische conclusie is, die men uit het wereldgebeuren en de binnenlandse toestanden kan trekken. Dan komt er een ogenblik, dat men meent in een democratie te leven, omdat men ongestraft kan zeggen: Bah, die minister bevalt mij niet. Maar dit is nog geen democratie. In de verhulde dictatuur, die dan ontstaat, suggereert men de mensen dat zij belangrijk zijn, dat zij invloed hebben, terwijl zij in feite niet meer meetellen.

Het is duidelijk, dat er een ogenblik zal komen, waarop de mensen dit beseffen en teleurgesteld zijn in degenen, die zij de vertegenwoordigers van hun belangen en wil achten. Dan willen die mensen zo belangrijk zijn, als men hen voorhield, dat zij waren. Zij nemen dan het heft in handen, maar beschikken niet over de middelen, de kennis, de zin van verantwoordelijkheid, die noodzakelijk zijn indien men een bepaalde macht juist wil hanteren. Vele massamedia zijn dan ook gevaarlijk, juist door het daarin steeds weer optredende innuendo. Er is een tijd geweest, dat elk officieel dagblad in Nederland met enige vreugde en grote nadruk steeds weer vermeldde: De jood x heeft ingebroken, heeft iets laags, iets strafbaars gedaan. Nu meent men, dat dit een grote fout was. Maar wel schrijft men nu, even nadrukkelijk: De Surinamer, de Ambonees, de repatriant, communist, ex-NSB’er of SS’er. En dat is in wezen toch precies hetzelfde. Wanneer men op deze wijze verschil tussen groepen benadrukt, illusies wekt, misleidt met halve waarheden en zwijgzaamheid, zullen de invloeden dezer tijd gewelddadiger tot uiting komen dan anders het geval zou zijn.

Laat ons even vooruit lopen op dingen, die ik als mogelijk veronderstel, bv. van een besluit om de hardheid, die men gebruikte vanuit de geest, om bestaande conflicten tot openheid en oplossing te dwingen, vergroten zal. Stel dat de Grote Krachten uit de geest besluiten geen verdoken conflicten en compromissen meer toe te staan en al hun invloed gebruiken om deze dingen in de openheid te brengen. Stel dat men op deze wijze er in slaagt, elke werkelijke tegenstelling en vijandigheid in de komende maanden tot uiting te doen komen.

In de praktijk zal er niet zoveel in de mensen zijn, dat hen er toe beweegt in dergelijke zaken partij te kiezen. Want dergelijke geschillen, vijandschappen en compromissen zijn in wezen altijd weer het werk van kleinere groepen. Men zal dan de massamedia gebruiken om vele mensen zover te brengen, dat zij stelling nemen en zich met deze dingen gaan bemoeien. Men zal dit alleen kunnen doen, door een eenzijdige voorlichting, door propaganda, die niet op feiten, maar op losse veronderstellingen en theorieën berusten.

Het resultaat zal verkeerd zijn. Want de reacties zullen grotere problemen opwerpen dan de problemen, die men via de belangstelling van de massa tot oplossing meende te kunnen brengen.

Stel in Nederland bv. de belangstelling voor de vrijheidsstrijd van de negers in Amerika, in Angola of elders als inzet van publiciteit. Het doel kan edel zijn. Maar aan een deelhebben aan de protesten en acties verbindt men het beeld van een zekere verdienste, een zeker aanzien. Het protesteren is een bewijs van belangrijkheid, van menselijkheid; wie niet wil protesteren, is geen waarlijk edel mens. Dergelijke betogen worden ook in deze dagen reeds afgestoken. De mensen, die aanzien zoeken – en niet degenen, die waarlijk belang hebben bij een juiste oplossing van het probleem – zal men daardoor de straat op kunnen brengen voor protestdemonstraties. Maar men zal zich niet beperken tot datgene, wat de organisatoren hadden bedoeld. Men zal verder gaan en zelfs eenieder, die niet wenst te protesteren schuldig achten en aanvallen. Straatterreur e.d. komen daaruit voort, zoals reeds in verschillende jongere Staten is gebleken. Bovendien vormt men zo een conventie van eenvormige mening en geloof, en eenieder, die daaraan niet van harte en met inzet van zijn gehele persoonlijkheid deel wil nemen, op den duur uit gaan stoten uit de gemeenschap. Ook dit vindt reeds in deze dagen plaats.

De nadruk op verzet, heldenmoed, ja de handigheid van de misdadiger, zijn aanleiding geweest tot het ontstaan van een bendementaliteit bij de jeugd. Ook volwassenen worden hierdoor, zij het in minder onmiddellijk kenbare vorm, aangetast. Geweldpleging wordt hierdoor bevorderd, het recht van de sterkste wordt steeds meer het vereerde en begeerde recht, ook binnen zogenaamde rechtsstaten. Begrippen als eerlijkheid, fairness in battle enz. zijn allang overleefd. Wanneer jonge mensen met fietskettingen en knuppels gaan vechten in plaats van met hun vuisten, wanneer de jongelui de overwinning en niet de strijd eren en daarom het liefste in groepen een eenling aanvallen en mishandelen, is dit niet alleen een schuld van de jeugd of de opvoeders. De gronddenkbeelden heeft men te danken aan de massamedia, die dergelijke verhalen immers steeds weer en vaak zeer breedvoerig, vermelden, die nadrukkelijk steeds vermelden, dat de overwinnaar wel gekke dingen mag uithalen, dat misdaden eigenlijk pas strafbaar worden, wanneer men verliest, wanneer men zich door anderen laat overweldigen of pakken. De jeugd van heden beseft misschien zelfs beter dan de volwassenen, dat de grootheid van velen, die nu rijkdom en macht bezitten, voortkomt uit een soortgelijk misbruik van hun kracht en slimheid, die recht heet te zijn, zodra zij succes heeft, maar misdaad wordt genoemd, wanneer men niet slim of sterk genoeg is. En de meeste kinderen en vele volwassenen denken nog steeds, dat zij wel sterk en slim genoeg zullen zijn.

Voorbeeld: een bioscoop gaat uit. Men heeft een wildwestfilm vertoond. De jongens, die uit de donkeren zaal komen, imiteren niet de held, maar of wel de held, dan wel de schurk: zij kiezen degene als hun held, die de meesten heeft gedood, die het minste respect had voor anderen. De wereld kan hiermede vergeleken worden. De film, die werd vertoond heette: “De kosmische invloeden van februari”. Het is deze reeks van invloeden, die nu nawerkt. En daarbij gaan velen niet af op rechtsverhoudingen, op goed en kwaad, maar alleen op de sterkte van de impulsen, die zij ontvingen. Het zijn deze invloeden, die aansprakelijk zijn voor de tijd van prikkelbaarheid, die de meesten hebben doorgemaakt.

Het is een residu van deze invloeden, dat bij velen een rusteloosheid en lusteloosheid tot stand bracht, dat nu nog vele mensen beheerst. Het zijn deze invloeden, waardoor de opeenvolging van gebeurtenissen, rampen en ongelukken in deze dagen aanmerkelijk versneld wordt.

De mensen hebben in deze inwerkingen zowel goed als kwaad in zich herkend. Ik vrees echter, dat velen het kwade als nuttiger, beter, interessanter, enz. voorstellen dan het goede. Ik vrees, dat de mensheid op het ogenblik in vele gevallen bewust of onbewust ten kwade kiest, dat men geheel geen rekening houdt met de werkelijkheid, maar in deze dagen alleen maar denkt aan zichzelf en eigen wensdromen. Op het ogenblik lijkt het misschien allemaal nog wel aanvaardbaar en aardig. Op het ogenblik zal het voor de meesten alleen maar wat onbestemd onbehagen en een wat grotere emotionaliteit veroorzaken. Maar de spanningen zullen weer toe gaan nemen. Datgene, wat binnen enkele dagen reeds gaat gebeuren en beslissen zal hoe men reageren kan. De mogelijkheid tot uiting ontstaat dan. Wanneer het antwoord op deze mogelijkheid slecht gekozen wordt, kan men zich vragen: Wat dan?

Wat zal er bv. gebeuren, wanneer gewone mensen ontdekken, dat zij over de middelen tot vernietiging kunnen beschikken, waarmede zij het door hen niet gewenste kunnen aantasten – niet als gemeenschap of staat, maar als individu? Wat zal er gebeuren, wanneer de emotionaliteit bij velen op gaat lopen, tot zij geen consequenties meer zien, zich onredelijk opwinden, impulsief reageren? Ik meen, dat dit zeer ernstige gevolgen kan hebben, zowel in het particuliere leven van velen als voor de gemeenschap. De mogelijkheid, dat die onbeheerste en niet op werkelijkheid gebaseerde uitingen de overhand krijgen, zal mede beïnvloed worden door massamedia, die in deze dagen vaak al te zeer de nadruk leggen op groepsbelangen, zelfzucht, op het chaotische aspect in de wereld. Om een voorbeeld te geven: over rond drie weken zal de president van een van de machtigste staten op de wereld tijdens een tv. interview dingen zeggen over Vietnam en China, die wel waar zijn, maar zo worden gebracht en geïnterpreteerd, dat golven van haat ontstaan. Als gevolg hiervan zou bv. een in zijn eer en aanzien aangetast China kunnen besluiten om zijn troepen niet al vrijwilligers, maar als direct deel van eigen leger in Vietnam in te zetten, met politieke en strategische problemen van dien. Dit zou zijn invloed in geheel Azië en de verhoudingen aldaar doen gelden.

Een politicus in Engeland zal over meerdere weken, eveneens tijdens een interview, dat hij aan de pers toestaat, enkele dingen zeggen over nationalisatie, die in strijd zijn met alles, wat zijn volgelingen daarover gedroomd en geleerd hebben.

Dat zou daar de grootste klap kunnen worden, die Labour in de laatste 20 jaren gehad heeft en aanleiding vormen tot arbeidsonrust en sabotage. Want de mensen zijn nu eenmaal niet gewend, de werkelijke feiten, die t.a.v. vaste stellingen een variabele waarheid vormen, te zien. Zij willen geen rekening houden met verandering van omstandigheden en toestanden. Zij zien hun propagandathesen als de feitelijke werkelijkheid, alles wat daarbuiten valt is onjuist, is verraad enz. De massa wil voor alle problemen een en de zelfde oplossing zien: de oplossing, die hen via massamedia is gesuggereerd. Wanneer deze oplossing niet van toepassing blijkt te zijn, zoekt men niet een aansluiting bij de werkelijkheid te vinden, maar wil men de feiten naar de stelling toe ombuigen – iets wat nimmer mogelijk is.

Onbewuste gevoelens spreken hierbij mee: wanneer een land of volk door natuurrampen getroffen wordt, heeft men daarvoor sympathie en wil met alle middelen helpen. Want de natuur is de gemeenschappelijke vijand van alle mensen. Men beseft dit misschien niet, maar reageert op de omschreven wijze, omdat de mens overal, waar natuurrampen plaats vinden, in wezen ook zichzelf bedreigd zal gevoelen door die natuur en dus bereid is, zelfs zijn grootste vijanden tegen deze gemeenschappelijke vijand bij te staan. Maar mensen onderling zien elkaar als vijanden en zullen daarom elkander bestrijden en vaak groter lijden toevoegen, dan de natuur de mensheid ooit aandeed. Deze vijandschap van mens tegen mens, van groep tegen groep, is in vele gevallen te danken aan eenzijdige voorlichting, aan bewust met een bepaald doel in het bewustzijn van de massa geschapen tegenstellingen. Hieraan gaan de mensen nog het eerste ten onder.

De massamedia zullen in de komende maanden de kans krijgen, meer dan normale invloed, op het denken van de massa uit te oefenen. Er zullen vele onthullingen komen, die beter verzwegen of anders op minder luidruchtige schaal gedaan hadden kunnen worden. Daarnaast zullen op vele problemen in de wereld eenzijdige toelichtingen worden gegeven, die – gezien de snelle ontwikkeling van de gebeurtenissen – verwarring scheppen en een valse emotionaliteit tot stand brengen. Sommige mensen voelen nu reeds spanningen, die zich aan het opbouwen zijn. Velen menen reeds nu reeksen van problemen en moeilijkheden te zien opdoemen. Dit zijn kleinigheden, die alleen belangrijk zijn, omdat zij algemeen een gevoel van onrust en onbehagen doen toenemen. Wanneer men hen een verklaring geeft voor dit onbehagen – hoe onjuist ook – zullen velen onder hen hun erger en spanningen in de aangeduide richting gaan ontladen. Ook normale tegenslagen en ongelukjes zal men aan deze oorzaak gaan wijten. Wanneer de spanningen in de mensen groot genoeg zijn geworden, is een explosie dan ook niet uitgesloten.

Onpartijdigheid, een terzijde stellen van alle propagandistische vertekening en interpretatie van feiten, is daarom wenselijk. Bij gebrek daaraan is het wenselijk, dat zoveel mogelijk mensen dit alles leren doorzien, daardoor immers zullen de mensen niet zo snel er toe komen een schuldige aan te wijzen voor op zich onvermijdelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen. Het loopt in de menselijke maatschappij op het ogenblik niet geheel zo als men wel zou willen. Maar niemand is daaraan schuld of, nog beter: Allen hebben daaraan gelijkelijk schuld. Pleegt men echter tegenover een zondebok een eerste onrechtvaardige daad, dan zal men, om zich voor zich en anderen te rechtvaardigen, daarmede verder gaan, zelfs wanneer men beseft, dat dit alles in feite dwaasheid is.

Daarom nogmaals: de wereld heeft voorlichting nodig. Maar deze moet een zoveel mogelijk objectieve voorlichting zijn, een voorlichting die zich baseert op feiten. Indien er al sprake is van meningen enz. zal men dit uitdrukkelijk en met vermelding van de werkelijke bron moeten vermelden. Zeker mag men, zelfs niet als zelfrechtvaardiging, met een woordje hier en een woordje daar, degenen, die van de berichten kennis nemen er toe verleiden, voor zich onjuiste of partijdige conclusies te trekken. De massamedia zijn hiervoor aansprakelijk, en zijn verantwoordelijk voor alle gevolgen, die uit hun praktijken voortvloeien.

Ik hoop echter, dat uw aanhoren van dit betoog u bij de tendentieuze berichtgeving, die in de komende o.m. over Spanje, Portugal, Zuid-Afrika en verschillende jongere republieken plaats zal vinden, u ertoe zal brengen de vraag te stellen: Waarom geeft men dit juist zo weer? Wie heeft belang bij deze voorstelling van zaken? Want eerst dan zult u zich kunnen onttrekken aan de bijna hypnotische dwang van massamedia, die de mensen brengen tot een denken en handelen, dat niet de mens eigen is, en in vele gevallen zelfs niet eens gewenst wordt door degenen, die de publiciteit hebben geschapen.

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

 Vragen

  • Volgens mij spiegelen de persmedia ons behoeften voor, die wij in feite niet hebben, bv. ijskasten, haarkrullers enz. M.i. is ook dit onjuist.

Hier staat iets anders tegenover. De reclame is in wezen onjuist en kweekt behoeften, die nog niet direct bestaan. Dat is juist. Toch worden vele van de aanbevolen artikelen voor de mens meer en meer noodzakelijk. U spreekt van de ijskast. Deze is langzaam maar zeker een werkelijke noodzaak geworden, omdat vele bedrijven, die aan bederf onderhevige waren leveren, overgaan tot een verminderde openstelling van hun bedrijven, om zo de arbeidsduur in hun bedrijfstak aanmerkelijk te kunnen verkorten. In de zomer heeft men een ijskast nodig om de eenvoudige reden, dat men geen melk op zondag kan krijgen en zelfs op maandag in vele gevallen geen vlees zal kunnen kopen. Een haarkrultang is natuurlijk geen noodzaak, maar bij een oplopen van de prijzen van de haarverzorging en de afname van de bekwame krachten in dit vak zal een vrouw in staat moeten zijn om zelf haar kapsel beter te verzorgen. Wil men zelf niets aan de haartooi doen, dan zullen de kosten van een werkelijk goede en steeds aanwezige verzorging daarvan voor velen ver boven het aanvaardbare uitgaan. Denk eens aan het zelf scheren.

Eens was de propaganda daarvoor een “scheppen van overbodige behoeften”, maar nu is het noodzakelijk zelfscheerder te zijn, omdat men de tijd en het geld niet meer heeft – wanneer men al een coiffeur kan vinden die dit nog gaarne doet – om zich steeds te laten scheren. Ik kan meer voorbeelden geven: Wanneer het publieke verkeer t.a.v. behoefte aan frequentie en kostprijs te kort schiet, zal de auto – eens een prestigebezit en overbodige luxe – voor velen tot een noodzakelijk bezit worden enz.

Wij kunnen stellen: De verkooppropaganda is vaak niet geheel gerechtvaardigd, maar loopt toch in zekere mate parallel met de sociale ontwikkelingen. Zij is dan ook voor mij aanvaardbaar, zolang zij niet te ver gaat. Wanneer men bv. propaganda voert voor cultuur en, bewerende, dat het handhaven van een opera voor muziekliefhebbers en handhaving van het culturele peil noodzakelijk is, ben ik geneigd te zeggen, dat men naast de vele orkesten enz. eigenlijk ook een revue, een circus enz. zou moeten subsidiëren, omdat ook deze deel uitmaken van het cultuurpatrimonium en op hun wijze even belangrijk zijn als de verheerlijkte – vaak overgewaardeerde – klassieke kunsten. Ik zal daarop echter niet verder doorgaan.

  • Wat denkt u van de reclame op het onderbewustzijn gerichte projectie van één beeld per 24 beelden in bioscopen bv.?

Dit is verwerpelijk en gevaarlijk, omdat de vrije kracht tot beslissen wordt aangetast. Wel zal niet eenieder op de bedoelde wijze voor de supersnel geprojecteerde slogans zijn, maar men heeft hier een gebied aangeboord, waarvan men de omvang nog niet overziet: Men kan emoties en prikkels wekken in de mens, die niet beheerst kunnen worden en vooral bepaalde grenzen van fatsoen en moraal te niet zouden kunnen doen.

  • Zal het Aquariustijdperk deze dingen niet toe doen nemen?

Misschien aanvankelijk. Een vergroting van gevoeligheid bij vele mensen zal op den duur echter betekenen, dat men meer bewust en meer praktisch gebruik zal gaan maken van veel, dat nu nog occult of paranormaal genoemd wordt, en gaat dan in de richting van een op mystiek gebaseerde wetenschapsbeoefening. Het gevaar voor een misbruik van psychologische middelen zal daardoor volgens mij eerder af dan toenemen.

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

 De werking en oorzaak van de ontlading van het Goddelijke Licht

In de korte tijd die mij rest zou ik gaarne een ogenblik met u willen spreken over de werking en oorzaak van de ontladingen van het Goddelijk Licht.

Het Goddelijke Licht openbaart zich in enkele gevallen met bijzonder grote glans en macht op de wereld, ook in de materie. De uitstorting van kracht op een Wessac-bijeenkomst moge hier als voorbeeld dienen. Er zijn echter ook andere gelegenheden, waarbij wij deze eigenaardige bezielende kracht over een menigte zien neerdalen. In ons zelf kunnen wij eveneens dit Licht plotseling en vaak zeer onverwacht ontmoeten. Het is dan in vele gevallen een soort bliksemschicht van begrip, die ons treft, een ogenblik ons helder tonende, wat wij zijn, wat ons leven is, om ons daarna achter te laten in een duister, dat ons dieper schijnt dan voorheen. Velen denken, dat dit een willekeurig proces is, waarbij het optreden van het Licht, de uitstorting van die Kracht in wezen bepaald wordt door hogere wezens en waarden alleen. Dit echter is niet het geval.

Wanneer wij een Goddelijke Kracht willen ervaren, moet er eerst in ons een behoefte daarvoor bestaan. Zoals bij een onweer, vóór het tot stand komen van de verschijnselen een positieve en een negatieve lading tegenover elkaar moeten staan, zo zal bij het tot uiting komen van het Goddelijk Licht het niet voldoende zijn, wanneer de kracht van het Licht bestaat. Een uiting zal voor en in ons slechts mogelijk zijn, wanneer daaraan in ons ook een voldoende behoefte bestaat.

Wanneer een bliksemschicht over slaat, is dit een ogenblik van enorme spanning. Deze spanning zowel als de ontlading wordt door beide delen van het verschijnsel, het positieve zowel als het negatieve, gelijktijdig en gelijkelijk krampachtig ervaren.

Een uitstorting van het Goddelijk Licht, van Licht uit de geest, vertoont precies dezelfde karakteristieken. Juist op het ogenblik, dat in ons de behoefte, de vraag, de ledigheid, de honger, zijn geworden tot een pijnlijke kramp, tot een wanhoop, vindt de openbaring plaats.

Wanneer je zo een uitstorting wilt voorbereiden in bv. een ritueel, dan moet je beginnen met de ledigheid te erkennen, deze ledigheid a.h.w. zelf te scheppen. De mens zendt niet vanuit zich een Licht naar omhoog, maar schept in zich een ledigheid, die alleen door dit Licht gevuld kan worden. Op deze wijze krijgen wij dan de wonderlijke openbaringen, die ons, zoals ik reeds in mijn beeld zei, vaak schijnen achter te laten in een groter duister dan wij voordien kenden.

Toch is dit niet geheel juist. Wanneer ik mijn beeld van een onweer voor een ogenblik verder uit mag werken, wilt u zich misschien voorstellen, dat u in een onbekend land op een onbekende weg staat. Tijdens het korte ogenblik, dat het lichten optreedt, kunt u delen van die weg, van de omgeving, overzien. Ook wanneer het duister weer heerst en u door het contrast met het licht, dieper en vollediger toeschijnt dan voorheen, zal hetgeen u gezien hebt, u bij blijven. U zult, wanneer u uw weg blindelings moet vervolgen, bepaalde obstakels nu gaan verwachten, er op rekenen; u zult bepaalde gevaren daardoor kunnen vermijden.

Op dezelfde wijze werkt het Goddelijke Licht in ons, werkt het Goddelijke Licht steeds weer, wanneer het de mensheid beroert. Het toont ons een grotere werkelijkheid. Wij kunnen die werkelijkheid niet in haar totaal overzien en kunnen haar zeker niet uitbreiden tot een erkenning van de werkelijke zin van de gehele ons bekende wereld en ons leven. Wij hebben echter, zowel in onszelf als in de wereld waarin wij leven, een eigen weg. Soms noemen wij dit een taak, ons leven of ons lot. Wanneer wij, hongerende naar het Goddelijke, nu maar niet vergeten, dat het voor ons toch gaat om de weg, die voor ons de juiste is; dat het niet gaat om de vergezichten, maar om datgene, wat dichtbij ligt, zullen wij, dankzij de Lichtende Kracht, in staat zijn de mogelijke ontwikkelingen te overzien, de gevaren op onze weg te erkennen. Dan zullen wij daaruit – zelfs al doen wij dit niet geheel bewust – alle waarden kunnen putten, die voor ons noodzakelijk zijn om tot een bereiking te komen.

Wanneer die Grote Kracht ritueel wordt opgeroepen en wordt uitgestort, is het grandiozer, overweldigender, dan wanneer men dit alleen in zichzelf ervaart. Er is dan de participatie van velen, die voor ons de belangrijkheid van het gebeuren schijnt op te voeren. Het is de gelijktijdige beleving, het gelijktijdig inzicht van zo velen, dat de bijzondere waardering daarvoor schept. Maar toch kunnen alle Groten tezamen niet meer zien dan de eenling: zij kunnen de werkelijkheid voor een ogenblik beseffen, maar vooral kunnen zij het pad, dat voor hen ligt, een ogenblik zien en de gevaren van dit pad erkennen. Zij kunnen, in alle grandioos gebeuren, niet meer aan krachten en mogelijkheden putten, dan de mens bij een ontmoeten met het Licht ook in zichzelf kan putten. Want het besef van God in je kan, juist door de honger, de nood, de ledigheid, worden tot een wonder, een wonderbaarlijk gebeuren, waarbij je beschikt over krachten die al het voor jou voorstelbare te boven zullen gaan.

Ik wil dit in het bijzonder naar voren brengen, omdat vele mensen zich alleen toespitsen op de rituele geboorte van het Licht, zich alleen richten op de gezamenlijke beleving en zich in het bijzonder vastklampen aan het bestaan van het Licht bv. op een Wessac-bijeenkomst.

Maar deze dingen, hoe belangrijk ook voor de mensheid en vooral voor hen, die deel mogen hebben aan deze dingen, is toch uiteindelijk niets anders dan het proces, dat zich in elke mens kan afspelen.

Er is niet een bepaalde tijd, waarop dit Licht bijzonder sterk is. Er zijn ten hoogste tijden, waarop wij de juiste honger naar dit Licht in onszelf beter kunnen wekken, maar het Licht is er altijd.

Het inzicht dat het Licht ons geeft, is zelden redelijk. Het moet worden omgezet in redelijkheid, in beschouwingen en betogen. Wij moeten het in waarheid ervarene toepassen op hetgeen wij menen te weten en te kennen.

Maar in onszelf is het meer. Wanneer de Grote Raad van de Witte Broederschap bijeenkomt, heeft ook zij door de uitstorting van Licht en Kracht een inzicht gekregen in de problemen en taken, waarvan zij het bestaan reeds voordien deels voor zich had vastgesteld.

Zij heeft in zich, dankzij de Kracht, echter ook mogelijkheden en vermogens ontdekt, die voordien nog niet zo werden beseft. Om tot een toepassing te komen, om dit alles om te zetten in een redelijke praktijk, zal ook deze Hoogste Raad op aarde, versterkt met de Grote Meesters en entiteiten, die daarin zitting hebben, weer terug moeten gaan naar het pad van eigen denken en eigen redelijkheid, zoals de man die door de bliksem het landschap heeft gezien, het beeld steeds weer in zich terug moet vinden en toepassen op eigen bewegingen, eigen weg en streven.

Ik zeg dit met nadruk, omdat ontladingen van dit geestelijke Licht, de wonderlijke gebeurtenissen in en rond de mens veelvuldiger zullen doen zijn, dan men nu durft vermoeden of hopen. Maar men zal altijd weer van dit Licht, van deze Kracht een direct ingrijpen verwachten, een directe werking. En dit is niet juist. Het Licht is het scheppen van een inzicht, van een potentie, meer niet. Meer niet. Al klinkt dit ‘meer niet’ dan ook wat minachtend en negatief. Maar hoe onmetelijk veel is het niet, wanneer je weten moogt welke gevaren en krachten er liggen op je weg? Wanneer je weten moogt, welke mogelijkheden er voor jou niet en welke mogelijkheden er voor jou wel bestaan? Hoe belangrijk is het ook niet, dat je de Kracht kunt vinden om zelfs het schijnbaar onmogelijke te volbrengen.

Er zijn bij de beleving van deze Kracht, de inwerking van het Goddelijke Licht en het Licht uit de Geest bepaalde bezwaren. Denk niet, dat ik daarvoor blind ben. Deze bezwaren zijn onder meer: De luiheid van de mens. De mens, die gaarne zich verwijdert van de weg die hij moet gaan, van de taak, die hem in wezen in het leven is gegeven. De luiheid van de mens, die zichzelf, omdat hij toch zo zwak is, steeds weer tracht te onttrekken aan verantwoordelijkheden, die hem te groot lijken ook.

Maar de positieve kant van dit alles is toch wel belangrijker: dankzij de uitstortingen van het Goddelijke Licht, dank zij de inzichten, die je ook in jezelf kunt vinden, kan men als mens de waarheid kennen en handelen volgens die waarheid.

Te leven als mens is niet altijd gemakkelijk, het leven van een, die voor de mensheid tracht te strijden en te werken, is vaak nog moeilijker. Er zou in dit streven, leven en werken geen zin kunnen liggen, er zou geen kracht zijn, om alle taken te volbrengen, wanneer daar niet de ontlading van het Goddelijke Licht was.

Daarom zou ik dit korte tweede deel van de bijeenkomst besluitende, willen zeggen: Besef zeer wel, dat de Kracht, die u gegeven wordt, altijd in overeenstemming zal zijn met de bijna wanhopige behoefte aan Kracht, die in u bestaat, terwijl het inzicht, dat u kunt gewinnen in het Goddelijk Licht, overeenstemt met de behoefte aan werkelijk inzicht, die in u bestaat. Alleen wanneer de behoeften ten top stijgen en uw wezen en leven voor een ogenblik geheel schijnen te verslinden, treedt de Goddelijke Kracht waarlijk op. Dit is misschien voor u ook een verklaring voor de belangrijkheid van de bijeenkomsten die eens plaatsvonden in de Wessacvallei en ook nu nog de naam daarvan dragen. Daarnaast kan dit voor u een verklaring vormen van het belang, dat gelegen kan zijn in de schijnbare radeloosheid, de wanhoop, waardoor immers de mens vaak eerst in staat zal zijn, in zich de leegte te scheppen, waarin de Kracht zich ontlaadt en het Goddelijk wezen zich aan de mens openbaart.

image_pdf