Meesters werken op aarde

6 juli 1979

Om dit onderwerp enigszins redelijk in te leiden moet ik u allereerst duidelijk maken, wat een meester is. Daarover bestaan nogal eens misverstanden.

Een meester is iemand wiens bewustzijn dermate groot is, dat hij in staat is een stoffelijk en een geestelijk bewustzijn geheel en beheerst in zich te bevatten ongeacht de wereld of plaats waar hij vertoeft. Een meester heeft verder zijn eigen harmonische begrippen en inhouden. Hij zal proberen om deze op welke wijze dan ook aan anderen over te dragen. Wanneer wij dus spreken over meesters die op aarde werken, moet u niet alleen maar denken aan de Wereldleraar, de wereldmeester of al die andere bekende figuren van Bo Yin Ra tot Baha Ullah. Meesters die op aarde werken zullen over het algemeen zeer voorzichtig zijn om niet als meester bekend te worden bij niet‑ingewijden. Dat is belangrijk. Op het ogenblik, dat een meester als leraar gaat optreden, zal hij niet alleen een aantal volgelingen rond zich verzamelen, maar zal hij ook onvermijdelijk strijd uitlokken in de gemeenschap rond hem. In enkele gevallen is dit laatste aanvaardbaar. In sommige gevallen slechts is een dergelijk risico geheel aanvaardbaar. Als voorbeeld kunt u dan zelfs de meest bekende leraren opnoemen, die er zijn geweest zoals Jezus, Siddhartha, Mohammed en nog vele anderen.

De werkelijke meester zal echter proberen een strijd te voorkomen met alle middelen en krachten en zal de mogelijkheid, dat hij de oorzaak van strijd wordt alleen aanvaarden wanneer hij een taak als leraar heeft verkozen. Aan verkondigers van een nieuwe leer is echter slechts bij uitzondering behoefte, terwijl er altijd wel een taak is te vinden voor een meester, die in de stof leeft. Daarom zal de doorsnee-meester proberen op te gaan in de massa. Hij beschikt daarbij over voldoende geestelijke middelen om die aanpassing geluidloos te laten verlopen en zal bv. altijd over voldoende pecunia kunnen beschikken als voor zijn taak noodzakelijk is. Maar verder volstaat hij meestal met zeer geringe stoffelijke middelen. Daarbij reist hij gemeenlijk voornamelijk in bepaalde gebieden waarin hij zijn zending meent te kunnen vervullen. Deze zending bestaat dan voornamelijk uit het observeren van mensen, het onstoffelijk beïnvloeden van die mensen waar dit nodig is en daarnaast het kiezen van een of meer leerlingen, die hij tot kleine adepten kan opleiden.

De grote adepten, de grote ingewijden, kennen verder bepaalde plaatsen op aarde waar zij zich op geregelde tijden plegen terug te trekken. Een van die plaatsen kent u wel. Zij ligt in de Andes en hier komt men voor het Wessacfeest en ook wel bij andere gelegenheden vaak in grotere aantallen tezamen.

De rustplaatsen, want zo mag je deze wel noemen, hebben ten doel de ingewijde in de gelegenheid te stellen zijn harmonie te herstellen die ondanks alle bereiking soms door de wereld wel kan worden aangetast. Er zijn een aantal dorpen in Azië geweest ‑ zelfs nu zijn daarvan nog enkele over ‑ waar de gehele bevolking de status van adeptus minor heeft en waar een meester die rust wil hebben in een voor hem geheel harmonisch milieu terecht komt, zodat hij zich in het bijna ritueel verlopende leven met de mensen daar kan opladen met alle soorten kracht die hij maar nodig zou kunnen hebben, wanneer hij weer onder de gewone mensen gaat werken. Vanuit een dergelijke rustplaats en ook daarheen zal men natuurlijk zoveel mogelijk de snelste weg kiezen. Voor enkele meesters zal de snelste wijze om van daaruit een ander oord te bereiken de projectie zijn.

Dit uitzenden van de geest heeft echter nadelen; je bent dan wel in onvoorstelbaar korte tijd in schijnbaar lichamelijke toestand ter plaatse, maar je laat je eigen stoflichaam onbeheerd achter. Er zijn wel maatregelen te treffen waardoor geen andere geest daarvan bezit kan nemen, maar een dergelijk lichaam blijft toch, zij het uitermate traag, functioneren. En wanneer je dan na weken terug komt, is de kans groot dat er een vogel net een nest in je nieuwe baard, heeft gemaakt of iets dergelijks. Het is duidelijk dat men van deze methode alleen gebruik zal maken, wanneer men tijdelijk en zeer dringend ergens moet zijn. Maar de toch wel wat onpraktische visie, die de meeste mensen van een meester schijnen te hebben, maakt het voor hen onwaarschijnlijk dat hij b.v. van het luchtverkeer gebruik zou maken. Ik kan u echter verzekeren dat er bij mijn weten 2 meesters op aarde werkzaam zijn, die een z.g. VIP-pasje hebben van een luchtvaartbedrijf. Zoals u weet, kan men dankzij een dergelijk pasje zonder reserveringen in elk vliegtuig stappen en meereizen, terwijl de afrekening later geschiedt.

Velen onder de meesters oefenen, zij het soms nogal summier, een beroep uit. Er zijn b.v. op het ogenblik op aarde 6 meesters werkzaam, die journalist spelen. Onder hen zijn een fotograaf en verder 3 public relations mensen. Anderen zijn priester, dokter of bekleden een vergelijkbare functie.

Wanneer je als meester optreedt als dokter dan doe je dit omdat je een vast werkterrein hebt gekozen, dat dan gemeenlijk in de z.g. onderontwikkelde gebieden is gelegen. Een dergelijke medicus kan immers een zeer grote invloed op zijn omgeving uitoefenen, hij kan geestelijk zeer veel verbeteren zonder dat dit opvalt en kan er gelijktijdig ook nog voor zorgen dat de stoffelijke situatie ter plaatse dermate attractief blijft of wordt, dat zijn werk niet onmiddellijk stil komt te liggen na zijn terugkeer naar de sferen of elders, maar ter plaatse een kern aanwezig blijft die zich geestelijk en anderszins verder ontwikkelt.

Een reporter werkt weer anders. Zeker zal hij ook proberen door artikelen of reportages een zo juist mogelijke invloed uit te oefenen op het een gemeenschappelijk bewustzijn van de mensheid. Maar voor hem is het meest belangrijke dat hij in deze functie praktisch overal kan komen zonder opzien te baren. Je kunt in de sloppen van een grote stad komen, maar ook doordringen tot het front tijdens een oorlog zonder verplicht te zijn zelf aan het gevecht deel te nemen. Je kunt grote bedrijven bezoeken en je gelijktijdig bezig houden met de verworpenen der aarde zonder dat iemand daar veel achter zoekt. Juist daardoor geeft een dergelijk beroep een grote kans om onopvallend de mensheid te observeren, te beïnvloeden en in de mensen geestelijke waarden te ont­dekken of te ontwikkelen.

Wanneer een meester werkt op aarde, dit moet u wel beseffen, werkt hij erg hard. Hij heeft zijn perioden van rust ‑ zeg maar vakantie – maar die lopen uiteen van enkele weken tot – bij hen die zeer lang op aarde werkzaam zijn – onregelmatige rustperioden van maanden achtereen. Wanneer een meester zo ver is gekomen, dat hij voldoende leerlingen heeft verzameld en zijn stoffelijke taak of dat gene wat hij volgens eigen visie moet volbrengen, voldoende heeft volvoerd, kan hij toch nog een lange tijd op aarde blijven. Nu echter zal hij zich terugtrekken in afgelegen gebieden, die gemeenlijk bovendien een nogal primitieve bevolking hebben. Hij leeft daar een kluizenaarsleven en wordt bezocht door of is zelfs steeds vergezeld van een aantal leerlingen. Deze leerlingen zijn vooral in deze fase heel erg belangrijk geworden, want de meester is voor hen de band tussen de geestelijke en de stoffelijke wereld. Vergeet verder niet, dat hij ook dan nog de waarnemer is die niet alleen alle stoffelijke mogelijkheden kan overzien, maar bovendien ook alle geestelijke waarden en drijfveren kent die er achter schuilen. Wanneer hij dit geheel of ten dele kan overdragen aan uitverkoren leerlingen, dan zal de leerling in de eerste plaats de mensheid kunnen helpen om op den duur een grotere eenheid tussen stof en geest te vormen. Iets, wat door het merendeel van de meesters als een van de belangrijkste zaken beschouwd wordt.

Wanneer wij de achtergronden van ons werkelijke bestaan in voldoende mate kunnen uitdrukken in het stoffelijke bestaan, dan zijn heel wat grenzen opeens weggevallen, wordt het begrip groter en bezitten we innerlijke wijsheid. Zelfs leer je dan bepaalde geestelijke en mogelijk ook halfgeestelijke werkingen op aarde constateren: je kunt ze zien, beleven, maar er ook bewust en beheerst mee werken. De grote moeilijkheid is vaak, dat een meester als zodanig in conflict komt met de maatschappij. Ik kan u voorbeelden genoeg geven. Er is bv. een tijd geweest, waarin binnen een volk vele goden vereerd werden en binnen een staatsbestel de macht in feite gekoppeld was aan de verering van die goden. Een meester zou zijn leerlingen natuurlijk moeten bijbrengen, dat dit onzin was. Wat dan betekent, dat hij soms ook in het openbaar zou moeten ontkennen dat de goden werkelijk bestonden.

In deze tijd kan een meester u bv. bepaalde zaken leren over geestelijke krachten en waarden. Maar als hij enkele leerlingen heeft aangenomen kan hij in tegenspraak tot al wat hij hen probeert te leren tegenover anderen gaan beweren dat de moderne geneeskunde zo perfect werkt of dat bepaalde z.g. wetenschappelijke visies, die men op grond van stoffelijke erkenningen alleen heeft opgebouwd, geheel juist zijn. Ook in deze dagen is de kans dus groot, dat een meester enigermate in conflict komt met een wetenschappelijke, politieke of godsdienstige groep in de mensheid. Dat kan heel wat moeilijkheden veroorzaken.

U weet dat in sommige staten een schrijver, die iets schrijft wat waar is, maar liever niets wil horen, kans loopt terecht te komen in een gekkenhuis, in een kamp of in het gunstigste geval onder toezicht staat en zijn land, soms zelfs een bepaalde streek of stad niet mag verlaten. Om dergelijke toestanden zoveel mogelijk te vermijden bestaat er een soort werkschema voor meesters in de stof. U moet overigens niet denken, dat een dergelijk schema voor de betrokkene bindend is. Een meester is nu eenmaal iemand, dat alleen kan bestaan krachtens een grote vrijheid van leven, denken en handelen, iemand, die bovendien vooruit kan zien wat volgens zijn inzicht de meest wenselijke ontwikkeling is.

Het is duidelijk, dat de regels dus zeer algemeen gesteld zijn. Toch blijken de meesters, die op het ogenblik op aarde werkzaam zijn, zich gemeenlijk hier aan te houden.

De eerste regel luidt:

Geestelijke waarden moeten beseft worden, maar mogen niet worden uitgedrukt, tenzij daarvoor een specifieke reden bestaat.

Ten tweede:

Aanpassing in uiterlijk gedrag aan een bestaande leefwijze is noodzakelijk. Hiervan kan alleen in noodgevallen afgeweken worden.

Ten derde:

Alle pogingen bewustwording tot stand te brengen dienen gepaard te gaan met de erkenning van bestaande vormen van maatschappij en de daarin heersende gezagsvormen.

In de vierde plaats:

Wanneer krachten tekort schieten of men een tijd nodig heeft voor bezinning, dient, men zich uit de menselijke samenleving terug te trekken en alleen of in harmonisch gezelschap enige tijd door te brengen tot men weer bewust is geworden van zijn eigen krachten en van de wijze waarop men daarmede kan waarmaken wat men wil en kan doen.

Dit zijn heel eenvoudige regels, maar dergelijke regels kunnen toch verwarrend werken voor de leek. Ik besef zeer wel, dat de meeste van u gehoopt hadden iets meer te horen over de Wereldleraar, de Wereldmeester. Maar deze op zich zeer grote geesten zijn t.a.v. het werken van de meesters op aarde de zaken, die in de etalage liggen. Zeker, een Wereldmeester en een Wereldleraar brengen denkbeelden die verspreid kunnen worden. Denkwijzen, die veelal nieuwe vormen van oude waarheden bevatten. Indien u de vergelijking niet oneerbiedig vindt, achter die etalage is het werkelijke, voortdurend actieve bedrijf gevestigd. Want daar zijn een groot aantal ingewijden of meesters actief die er o.m. voor zorgen dat de leringen van een meester of leraar, op de juiste wijze verbreid worden; dat de ontwikkeling van groepen en volkeren zo goed mogelijk verloopt; dat er geen te grote conflicten ontstaan in een periode waarin een geestelijke ontwikkeling noodzakelijk is geworden voor de mensheid. Zij zorgen er voor, dat een nieuwe denkwijze niet al te snel groeit en daarmede te vlug teveel macht verkrijgt. Want macht corrumpeert nu eenmaal.

Wanneer de Wereldleraar zegt: je dient alle beschikbare middelen te gebruiken voor het vervullen van een taak waarvan je innerlijk weet dat zij goed en harmonisch is, zo is dit een leuke stelling. Maar middelen zijn vaak zonder meer niet bruikbaar. Wanneer je met de trein wilt reizen, is er behoefte aan iemand, die je kan wijzen waar en wanneer je kunt instappen. Er moet iemand zijn, die je helpt aan de middelen en de benodigdheden waardoor je op de juiste tijd een reis kunt maken met een vliegtuig. Er is behoefte aan iemand, die je er aan herinnert dat je op aarde ook te maken hebt met stoffelijke voorschriften en je om geestelijke redenen daarvan niet kunt afmaken zonder gevaren te lopen en bepaalde consequenties uit te lokken.

Zeker, een meester kan natuurlijk gemakkelijk zonder paspoort over de wereld zwerven als hij dit wenst. Maar er is altijd een kans, dat iemand hem ergens zal vragen naar een paspoort of identificatiebewijs. En dan moet hij er een bezitten, tenzij hij een ingrijpen van geestelijke wil riskeren wat zelden verantwoord is. Dat soort dingen moet dus perfect geregeld worden. Nu zijn paspoorten e.d. natuurlijk maar voorbeelden, want dat zijn zaken waarvan de doorsnee meester niet bepaald op de hoogte is, daar zijn belangstelling en mogelijkheden nu op een ander gebied liggen. Denk maar aan de professor: die alles weet over landbouw en landbouweconomie, maar niet in staat is om zelfs maar een kilo aardappelen zonder ongelukken te schillen en redelijk eetbaar te koken. Niet dat ik de meesters die op aarde werken met professoren wil vergelijken in dit opzicht, maar zij zijn de enigen op aarde, die alle geestelijke krachten en mogelijkheden voldoende kennen om de mensen tot een juist gebruik daarvan in staat te stellen wanneer dit nodig is.

Op hun beurt, hebben zij behoefte aan mensen, die de stoffelijke zaken voor hen in het oog houden en eventueel regelen, zodat zij een optimale mogelijkheid, tot werken kunnen vinden op aarde. Dit brengt een soort structuur met zich, die u zich als volgt kunt voorstellen: Een meester werkt in een bepaalde vorm op aarde, het geeft niet welke. Hij zal dan een aantal mensen of vrienden moeten aantrekken die ‑ al weten zij waarschijnlijk niet eens dat hij een meester is ‑ in staat is hem alle raad en hulp te geven waardoor hij zonder al te veel storingen zijn taak op aarde kan volbrengen. Op zich is dit niet voldoende. Er moeten ook mensen zijn, die hem kunnen wijzen op het bestaan van bepaalde meer geestelijke noodzaken of gevaren vanuit menselijk standpunt. Het moeten mensen zijn, die geestelijk een bepaalde ontwikkeling hebben, maar ook geheel thuis zijn in de menselijke maatschappij. Er kan behoefte zijn aan gezellen, die de meester beschermen tegen de opdringerigheid van andere mensen of soms zelfs tegen geweld. Indien hij in de laatste toestanden zelf zou moeten ingrijpen zou immers zijn verweer bovennatuurlijke middelen bevatten en dit zou weer de nodige problemen met zich brengen. De gemiddelde meester heeft dan ook achter zich een dergelijke groep staan, waarvan het aantal zal liggen tussen de 50 en de 10 personen. Mensen dus die over het algemeen niet of slechts ten dele ingewijd zijn. Hij beschikt na keuze ‑ hij moet ze dus eerst zelf uit‑ en opzoeken – over gemeenlijk twee tot drie acolieten, leerlingen die hij opvoedt tot zij ten minste de status van kleine adept hebben bereikt.

In de moderne wereld ‑ vroeger lagen de zaken wat anders – heeft hij een aantal relaties die vergelijkbaar zijn met een soort geheime dienst, waar hij de nodige middelen enz. kan krijgen. Deze relaties maken gewoonlijk deel uit van het een of ander handelsimperium. Het is ook voor een meester die op aarde werkt van belang, dat hij overal waar het nodig is op korte termijn en zonder mogelijk opvallende geestelijke ingrepen over geld, vervoersmiddelen e.d. kan beschikken. Want nogmaals: voor een meester die in het verborgen werkzaam is, is het van het hoogste belang, dat hij zich als een normaal mens kan blijven gedragen. De gemiddelde meester die op het ogenblik op aarde werkt beschikt over tenminste 15 à 20 van dergelijke contacten. Doorgaans zijn die over één bepaald deel van de wereld verspreid. Wat u brengt tot de vraag, waarom dan wel over één enkel deel van de wereld.

Een meester is, zodra hij op aarde optreedt, een mens. Dat wil zeggen, dat hij aan vele menselijke beperkingen onderworpen is. Hij kan over meer levenskracht beschikken dan een normaal mens, dat is waar. Hij kan op bepaalde ogenblikken de processen van zijn lichaam dermate bewust regelen, dat hij bv. maar heel traag lichamelijk ouder wordt. Maar hij zal toch altijd weer zijn studie moeten richten op een bepaalde mentaliteit, op een bepaald gebied van geestelijke mogelijkheden. Hij kan – als mens – de gehele wereld niet zonder meer en voortdurend overzien. Daarom zien wij een keuze voor een bepaald gebied. Zo zijn er op het ogenblik in West‑Europa ongeveer 7 meesters die werkzaam zijn. Vreemd genoeg zijn er achter het z.g. IJzeren Gordijn rond 12 werkzaam. In Azië vinden wij aan volledige adepten ‑ die je volgens mij wel met de werkende meesters kunt vergelijken en dus bij hun aantal mag optellen ‑ rond de 40. In Noord‑Amerika zijn het er rond 25. De laatste maal dat zij door onze groep geteld werden waren het er 23, maar ik weet niet of er intussen nog anderen zijn afgegaan of bij gekomen. In Zuid‑Amerika werken er op het ogenblik liefst 17. In Afrika ligt de zaak wat wonderlijk. Wij hebben daar, tellende de volledige adepten en werkende meesters tezamen, 14 à 15. Daarnaast zijn er nogal wat magiërs, die in het werk van meesters betrokken zijn geraakt. Deze magiërs behoren gemeenlijk tot de z.g. groene of natuurmagie school. Hun leiders worden vaak sterk beïnvloed dóór of zijn verwant áán de meesters en hun directe omgeving. Zij volbrengen daardoor allerlei werkzaamheden die een meester wenselijk vindt. In Australië zijn op het ogenblik 4 meesters werkzaam van wie er een geboren is als inboorling en daardoor over geheel andere mogelijkheden beschikt dan de anderen.

Alles samengevat is er dus wel een behoorlijk aantal meesters op het ogenblik op uw wereld werkzaam. U denkt waarschijnlijk, dat zij voornamelijk prediken. Ook dat valt tegen. Er is op het ogenblik een meester bezig in Zuid‑Amerika die zoekt naar ontwikkelingsmogelijkheden voor algemeen onderricht en daarnaast zorgt dat de werkelijke geestelijke waarden achter het volksgeloof komen los te staan van allerlei riten en overleveringen. Hij probeert dus de mensen hun eigen geestelijke benaderingen, innerlijke krachten en waarheden te doen behouden en zelfs nog verder te ontwikkelen, terwijl zij zich gelijktijdig leren aanpassen aan de moderne maatschappij.

In Afrika is een meester op het ogenblik bezig met een soort cursus voor medicijnmannen. Lach niet. Een medicijnman en een dokter liggen dicht bij elkaar, ook al gebruiken zij verschillende wijzen van optreden en werken zij met verschillende recepten. Maar dat is dan werkelijk het grootste verschil. Deze meester heeft een schooltje in Midden-Afrika, waar hij o.m. medicijnmannen en magiërs opleidt zodat zij gebruik kunnen maken van westerse methoden en middelen voor zover die passen binnen hun eigen systeem en voordelen bieden. Het komt in feite neer op een poging een versmelting tot stand te brengen tussen oude magische praktijken en westerse technieken.

In Europa zijn verschillende meesters bezig de loop van de z.g. ontkerstening op een nieuwe wijze te regelen en aan te passen. Het is mij bekend, dat tenminste een vijftal van hen zich hiermede intens bezig houdt en ‑ schrik niet ‑ een van hen bekleedt zelfs een behoorlijk hoge positie in het Vaticaan. Mogelijk lijkt u dit een contradictie, maar dit is heus waar. De ontkerstening, beschouwd al een loskomen van godsdienstige gevoelens en gebondenheid aan riten, wordt door de meesters als overheersend gunstig beschouwd. Zij zien voor de mens hierdoor grotere mogelijkheden tot het bereiken van de innerlijke harmonie en een mogelijkheid tot een vermindering van de waan te komen in de eigen benadering van het geestelijke bestaan door de mens. Aan de andere kant heeft de mens toch een mate van geloof nodig. Je kunt nu eenmaal niet geheel terugvallen op de materie zonder gelijktijdig een groot deel van je werkelijke geestelijke mogelijkheden prijs te geven. Het resultaat is, dat de geestelijke waarden en mogelijkheden op de een of andere wijze toch meer op de voorgrond moeten worden gebracht. Dit kun je vaak bereiken door allerlei bewegingen te stimuleren die de mensen confronteren met het paranormale of desnoods alleen maar met denkbeelden t.a.v. het paranormale die niet uitgaan van een ontkenning daarvan.

Een dergelijke actie wordt natuurlijk moeilijker als je te maken krijgt met een land als Rusland. Maar ook daar zijn wegen en middelen te vinden. Een meester is daar een professor en is zeer bekend geworden door zijn bijdragen tot bet parapsychologische onderzoek. Hij heeft daarmee een aantal resultaten behaald en verklaard op een wijze, die nog net aanvaardbaar is binnen het kader van de heersende staatsfilosofie. Hierdoor is hij in staat het ontwikkelen en gebruiken van z.g. paranormale kwaliteiten bij de mensen te bevorderen en heeft zelfs de mogelijkheid kunnen scheppen, dat van staatswege scholingsmogelijkheden zijn ingesteld voor een ieder, die op dit gebied meer dan normaal begaafd lijkt te zijn. Ontmoet hij iemand, die hij om geestelijke redenen geschikt acht zijn leerling te worden en opgeleid te worden tot kleine adept, dan helpt hij met zijn eigen krachten even bij enkele proeven en krijgt de man of vrouw in kwestie als gevolg van de zo geschapen resultaten onder zijn hoede. Naar hetgeen hij hen bijbrengt kraait geen haan zolang er op het gebied van het paranormale maar resultaten zijn.

Met dit alles zal uw beeld van hetgeen een meester op aarde doet zich wel gewijzigd hebben. Een meester is voor velen op aarde iemand, die op de achtergrond staat, iemand die als een soort levend H. Hartbeeld of een tot leven gekomen standbeeld van edele helden uit het verleden predikende, weldoende en zegenende door de mensheid wandelt en zo nu en dan iemand adelt door hem met één slag in te wijden. Juist dit te afstandelijke beeld van een meester is de grote fout. Wanneer wij te maken krijgen met een Wereldleraar, een Wereldmeester is het te begrijpen dat zo iemand, al beweegt ook hij zich zoveel mogelijk te midden van een volk, toch een afstand tussen zichzelf en andere mensen moet scheppen. Want hij heeft tot taak nieuwe denkbeelden te wekken, een vernieuwing van innerlijk bewustzijn tot stand te brengen. Dit betekent dan weer dat hij afstand moet nemen van vele normale menselijke gewoonten en zaken. Hij springt er dus uit. Maar als door de taak die je verricht het scheppen van afstand tussen jezelf en anderen niet noodzakelijk is, dan blijk je vaak snellere en betere resultaten te kunnen boeken zonder dat. Trouwens, zelfs de grote leermeesters blijken dit te ervaren.

Jezus bv. heeft zijn grootste wonderen en werken tot stand gebracht in een periode dat nog bijna niemand wist, wie die Jezus van Nazareth was: de tijd dat hij gedoopt was in de Jordaan en door het land trok met een drietal leerlingen, terwijl hij zo nu en dan het aantal leerlingen uitbreidde met mensen, die daarvoor geschikt waren. Maar deze uitzonderingen daargelaten zal over het algemeen de meester proberen zo te werken en te leven, dat hij niet naar buiten toe kenbaar behoeft op te treden en bovendien nog zijn eigen capaciteiten kan gebruiken zonder die voor anderen kenbaar te demonstreren.

Demonstraties zal hij mogelijk wel geven, maar dan gewoonlijk voor een zeer select en beperkt gezelschap. In de late middeleeuwen zijn voorbeelden genoeg te vinden van een dergelijk optreden. Een bekend voorbeeld is zelfs uitvoerig beschreven in een soort brochure, die nu nog in de bibliotheek van een Amsterdamse universiteit te vinden is. Deze beschrijft hoe een alchemist bij een zilversmid komt, hem o.m. de Steen der Wijzen laat zien en hem door proeven duidelijk maakt, dat het inderdaad mogelijk is om niet‑edele metalen in edele te veranderen enz. Daarna gaat deze alchemist verder.

Vraag: waarom handelde hij zo? Zelfs uit het geschrift wordt duidelijk, dat hij de smid en zelfs enkele andere mensen, een andere wijze van denken heeft bijgebracht en indirect een filosofische ontwikkeling binnen een belangrijke, invloedrijke groep in deze stad tot stand bracht waardoor vele jongere denkers zich konden gaan voorbereiden op een nieuwe, anders levende tijd, die toen reeds zeer nabij was. De tijd waarin regenten meer en meer verdreven en beperkt werden door de zucht naar omwentelingen bij het gewone volk. Die omwenteling was weliswaar onvermijdelijk, maar diende niet tot te verstrekkende gevolgen en veranderingen te voeren. Vandaar deze demonstratie, die in feite alleen de aanleiding vormde voor het werkelijke werk. Want niet de transmutatie, maar de vele gesprekken die daar voor en daarna plaatsvonden waren het eigenlijke doel. Het verdere diende alleen om zich van een aandachtig gehoor te verzekeren.

Wanneer de mensen van vandaag over een meester spreken, zo is dit gemeenlijk iemand, op grote afstand. O, zeker, er zijn zogenaamde meesters die op een troon zitten en even daarna alweer met hun Cadillac naar hun volgende vestiging reizen. Maar wie ook maar even onbevooroordeeld nadenkt, zal al snel beseffen, dat dit geen werkelijke meesters zijn in geestelijke zin. Toch koestert men nogal afwijkende denkbeelden, ook omtrent de werkelijke meesters. Zo beschouwt men hen zeer vaak als de behoeders van een plaatselijke geldende moraal, terwijl vanuit dit standpunt bezien de meeste meesters eerder amoreel zijn ingesteld. De meester gelooft namelijk niet in de betekenis van zedenwetten, die niet in het wezen van de mens mede verankerd zijn. Hij zegt, dat de mens allereerst moet leren zichzelf te zijn. Hij zal daarom soms situaties doen ontstaan of aanmoedigen en ook denkbeelden verkondigen die strijdig zijn met de gangbare patronen van de maatschappij.

Wie zich daar mee bezig houdt, zal ontdekken dat de opvattingen van een meester gewoonlijk nog het best als zeer liberaal omschreven kunnen worden. Geen enkele meester houdt van een systeem waarmee bewustwording bereikt wordt door dwang. Begrijpelijk. Niet dat de meester ook maar iets zal hebben tegen een verdere bewustwording. Maar onder dwang is een bewustwording, alleen maar een uiterlijke zaak, terwijl zij pas werkelijke waarde en betekenis kan hebben indien zij van binnenuit komt. Dit nu is alleen mogelijk als de mens vrijelijk kan ervaren. Het resultaat is, dat vele van de meesters door hun omgeving als eigenaardige lieden worden beschouwd, die vaak afgewezen worden door velen, die niet weten wie zij zijn.

Een ogenblik wil ik nu teruggrijpen naar de beginselen voor deze nieuwe epoque. Zij werden door Wereldleraar en Wereldmeester reeds naar voren gebracht.

Het is belangrijk dat wij begrippen als naastenliefde niet vergeten. Maar naastenliefde is niet gewoonweg goed zijn voor de ander. Het is een je verbonden gevoelen met het welzijn van een ander, wat iets heel anders in. Naastenliefde, zo leert men ons nu, kan nooit verplichtingen van buitenaf opleggen. Zij is altijd gebaseerd op en gaat uit van volledige vrijwilligheid. Om te voorkomen dat men te zeer de oude doodgeprate uitleggingen aan deze verklaringen gaat verbinden zullen de leraar en de meester vaak grijpen naar andere woorden als bv. medemenselijkheid. Termen, die op hun beurt natuurlijk doodgeslagen worden door uitleggers die met hun uitleg voornamelijk hun eigen macht en voordeel op het oog hebben.

Op de vraag, wat men in de wereld van heden zou kunnen doen, zegt de Wereldleraar, die zeer praktisch van aanleg was, het volgende: “Wij moeten de mens bewust maken van zijn eigen mogelijkheden en hem leren dat hij middels die mogelijkheden zowel stoffelijk als anderszins veel kan bereiken.” Hij zegt dus niet, dat men even de wereld voor de anderen moet gaan verbeteren. Hij stelt juist, dat je de anderen moet helpen een besef en de mogelijkheden te vinden waardoor zij zichzelf kunnen verbeteren. Maar het moet hun eigen inspanning zijn waardoor dit gebeurt. Hij zegt niet: wij moeten alle regeringen van de wereld nu maar meteen afslachten. Zover mij bekend werken er nog geen meesters met bv. de Rote Armee Fraktion. De leraar stelt echter wel: “Alle gezag heeft alleen betekenis door de aanvaarding daarvan. Laat ons dan alleen dat gezag aanvaarden, dat het licht bevestigt dat wij in onszelf vinden.” Een heel mooie uitspraak volgens mij.

De Wereldmeester is natuurlijk weer wat anders in zijn uitlatingen en vervlecht daar allerlei mystieke waarden in. Ook hij geeft zijn eigen visie als hij zegt: Wanneer wij ons bewust worden van de grote harmonieën die bereikbaar zijn voor ons, zo kunnen wij deze harmonieën dermate sterk uitstralen, dat niemand zich meer geroepen zal achten deze te verstoren.” Ergens komt dat ongeveer op hetzelfde neer. Het is wat anders gesteld. De tweede stelt dat de kracht van binnenuit moet komen, de eerste stelt eenvoudig, dat je niets moet aanvaarden wat niet strookt met je gevoel van harmonie. Maar dat is zeker geen groot verschil.

Enkele meesters, die ik in vergelijking, kleinere meesters zou willen noemen, werken gewoonlijk ook voor kleinere groepen. Een van hen stelt bv.: “Alle heilige boeken van deze aarde bevatten een stuk van de waarheid. Daarom is het goed al deze werken te beschouwen en te overwegen. Maar het allerbelangrijkste is in jezelf te overwegen, zodat je het licht vindt en de waarheid van alle godsdiensten in je geopenbaard wordt.”

Zeker, zo iemand werkt met een beperkte groep en voor resultaten op kortere termijn. Maar toch er zijn zelfs kleine adepten, die op hun eigen wijze werken en de mensen met de blijvende waarheid confronteren. Eén van hen heeft een soort spiritistische kerk in Engeland. Hij werkt vanuit Aberdeen waar hij woont. Hij predikt, treedt op als medium en doet soms ook waarnemingen. Maar steeds weer probeert hij de mensen duidelijk te maken, dat het geen kwestie is van bang zijn voor de dood. Dat is, zo stelt hij, een grote dwaasheid. De mens zou eerder bang moeten zijn voor een leven waaraan alle betekenis ontbreekt. Het is beter snel te sterven en een leven vol betekenis te kennen dan lang te leven, terwijl het leven geen enkele waarde voortbrengt, die voor de geest of de wereld van belang is. Dat is mogelijk een kleine boodschap, maar toch wordt de mensen hier iets van werkelijke betekenis duidelijk gemaakt. Omdat dit op een eenvoudige wijze gebeurt, middels allerlei kringen en dergelijke, zegt niemand: Hé, daar wordt iets belangrijks tot stand gebracht. Maar de mensen die deze dingen leren gaan langzaam maar zeker er wat meer naar leven. En dan worden zij in hun bestaan opeens met heel andere problemen geconfronteerd dan voorheen. Maar daarnaast ontdekken zij in zichzelf ook onverwachte krachten, waardoor het hen mogelijk wordt hun problemen op te lossen. En dat is van belang. Juist over dergelijke zaken kijk je heen als je de meesters alleen maar wilt zien als figuren. die ver van de mensen afstaan.

Het werk van meesters op aarde bestaat uit het helpen van de mensheid; dus niet het redden van de mensheid. De mensheid moet de kennis krijgen om zichzelf te redden. Dat is haar recht en daarvoor moet elke grote geest, die bewustzijn bezit, instaan. Maar de mensheid zal het zelf moeten doen. Niemand mag het voor de mensheid doen. Indien dit zou gebeuren, zou alle werkelijke waarde van het menselijk bestaan teniet worden gedaan. Dan ontstaat er een vorm van menselijk leven waarin geen werkelijke bewustwordingsmogelijkheden meer berusten. En het bereiken van een hoger bewustzijn is belangrijker dan welvaart of zelfs het voortbestaan van de mensheid op aarde.

De krachten, die buiten de stof bestaan en door ons eveneens meesters genoemd kunnen worden, houden zich ook wel met de aarde bezig. Krachten, die ik zo-even reeds noemde, zoals Jezus Christus (in zijn geestelijke vorm mogen wij Hem wel degelijk als uiting van de Christus aanspreken), de Boeddha Siddartha, Mohammed en anderen worden soms weer tot de wereld aangetrokken. Zij kennen perioden waarin zij voornamelijk in geestelijke werelden werkzaam zijn en daarin hun eigen besef uitstralen op een wijze, die een vreugde zal zijn voor een ieder, die deze uitstraalt wanneer de aarde op een wijze, die een vreugde zal zijn voor een ieder, die deze uitstraling mag ervaren. Maar wanneer de aarde weer een kritiek punt nadert, waarin de mensheid weer een keuze moet doen voor eigen verdere ontwikkeling, zo zie je hen zich weer tot de aarde wenden. Het zijn gemeenlijk, geen stoffelijk verschijningen of zelfs meesters die tijdelijk in de stof aan het werk zijn, maar als geestelijke krachten grijpen zij inspiritatief in en proberen hun wezen, kracht en werkelijkheid voor de mensheid op 1001 wijzen uit te drukken.

Ook onder hoge meesters komt het voor, dat tijdelijk een stoffelijk voertuig wordt gesimuleerd, zodat zij in een menselijk gezelschap kenbaar kunnen optreden, mensen even een handje kunnen helpen en soms zelfs een verlichte geest, die een lichaam heeft gevonden en incarneert tegen gevaren beschermen. Denk dan maar eens aan vreemde zaken zoals een grote explosie waarbij 700 doden en gewonden vielen, maar een kind dat vlakbij de haard van de explosie speelde, niet eens gewond of mentaal geschokt was. Bij dergelijk gevallen is de kans groot, dat er sprake was van een ingrijpen vanuit de geest; waarschijnlijk door een zeer sterke geest. Dat kind zal dan later blijken grote potenties op geestelijk en mentaal gebied te bezitten. Vaak worden op deze wijze jonge mensen en kinderen gered omdat zij lichtende geesten bezitten. Wanneer zij hun kindertijd hebben volbracht worden zij tot adepten die op werkzaam zullen zijn. Zo kunnen zij dan mogelijk de mensheid helpen een juister pad te kiezen.

De mens die lijdt, laat men gemeenlijk lijden. Niet omdat men niet beseft wat dit lijden voor de mens betekent, maar omdat dit lijden gewoonlijk voortkomt uit de levensvisie van de betrokkenen en een onverbrekelijk dele uitmaakt van de wijze waarop hij zijn bestaan probeert in te delen, zijn weigering ook om naar nieuwe methoden te zoeken in zijn leven. Vaak komt lijden voort uit de behoefte zichzelf onder de aansprakelijkheid en leiding van anderen te verbeteren. Lijden, zo redeneert een meester dan, geeft de mens een mogelijkheid te leren dat dit niet altijd weer opgaat. Maar als het lijden geen nut heeft en werkelijk te erg wordt, grijpen de meesters vanuit de geest en soms vanuit de stof heus wel eens in.

In de Sahel was het jaren lang droog geweest. Een stam, die reeds ¾ van zijn vee verloren had, kon niet meer verder. Juist op het ogenblik viel in een klein gebied rond het verblijf van die stam een regenbui, die rond 3 uur aanhield. Voor het geheel verandert hierdoor niet veel, het water wordt immers snel door de droge bodem opgeslokt. Maar de stam vindt hierdoor de nodige kracht en het nodige water om nog even verder te gaan. Nu zij ervaren hebben, dat er in hun eigen gebied geen enkele mogelijkheid meer voor hen bestaat, buigen zij af, komen zo in contact met een andere beschaving, krijgen enige hulp – al is die menselijk gezien alles behalve voldoende – en zullen zich voortaan meer en meer gaan aanpassen aan een nieuwe wijze van denken en leven. De stamtradities mogen nog blijven bestaan, maar er moet hier ook een begrip voor en contact met de buitenwereld worden geboren. Een Meester greep in. Maar de redenen zijn niet menselijk. Wanneer Jezus verkiest op aarde in te grijpen, dan moet u niet denken dat hij bijdraagt tot een voortijdig overlijden van pausen, die in deze tijd niet passen. Wel is het denkbaar dat hij probeert bepaalde invloeden binnen het christendom uit te schakelen. Want ondanks alles voelt hij zich nog verbonden met het christendom en daardoor vaak ook enigszins mede verantwoordelijk voor de dwaasheden die in Zijn naam worden begaan. Ik confronteer u zo duidelijk mogelijk met feiten.

Omdat ook van buiten de aarde meesters zich steeds weer met de aarde bezighouden en daarop geestelijk werkzaam zijn, mag worden gesteld dat zeer grote geestelijke krachten van geestelijk zeer bewuste entiteiten tezamen bezig zijn de mens optimale mogelijkheden tot bewustwording te verschaffen.

Naar ik meen mag gezegd worden, dat het werken van meesters op aarde, juist omdat het niet zo opvallend is, de mens kan helpen tot een grotere zelfstandigheid van beleven en denken te komen en van daaruit een bezinning, te vinden waardoor hij de betekenis van zijn wezen op een andere wijze leert zien en beleven. Dan zal hij ook steeds meer zijn benadering van de gemeenschap gaan baseren op zijn eigen werkelijke en innerlijke waarden en betekenis.