De mens en de kosmische krachten

uit de cursus ‘De wet achter het mirakel‘ ( hoofdstuk 3 ) – januari 1978

De mens en de kosmische krachten

Zoals u bekend zal zijn, komen uit de kosmos voortdurend bepaalde stromingen naar de aarde. Ze kunnen worden verdeeld in stoffelijke en meer geestelijke invloeden. In al deze gevallen hebben we te maken met invloeden die de gehele aarde beroeren. Dit impliceert dat het optreden van een dergelijke kracht, mits men dit kan aanvoelen, kan worden gebruikt. Want de mens staat niet hulpeloos in een bestuurd heelal waarin zelfs zijn schreden voortdurend worden bepaald door de omstandigheden. De mens heeft wel degelijk de mogelijkheid om een groot gedeelte van datgene wat hij is en wat hij doet, te veranderen. Niet door zijn aard, zijn karakter, zijn voorgeschiedenis te wijzigen, want dat is onmogelijk, maar hij is wel in staat om, gebruikmakend van de invloeden die rond hem aanwezig zijn, eigen beleven en daarmee ook zijn betekenis in de wereld aanmerkelijk te veranderen, vaak in zeer korte tijd.

Dit is het onderwerp waarover ik vanavond het een en ander wil zeggen. Het zal u duidelijk zijn dat wij dit niet geheel kunnen behandelen. Ik zou u dan precies moeten vertellen hoe u kosmische invloeden zou kunnen berekenen, in hoeverre astrologische indicaties gebruikt kunnen worden om eventueel weer de stromingen te kunnen bepalen en dat zou ons zeer vaak te ver voeren.

In de eerste plaats gaan we uit van de astrologie. Alles wat u daarover niet weet, kunt u in de nodige boeken nakijken. Wanneer we te maken hebben met dominerende planeten, dan moeten we rekening houden met langlopende planeten. Zij geven over het algemeen een overheersende tendens. Anno nu is deze tendens te vergelijken met een kleurenfilter die we gebruiken als we in een kleurenfoto bepaalde kleuren willen versterken of elimineren.

Hebben we te maken met een sterke invloed van Jupiter, die op de grens staat van snel lopende en langzaam lopende planeten, dan kunnen we zeggen: Jupiter brengt in alle gevallen een mogelijkheid maar alleen een mogelijkheid om het toeval naar ons toe te buigen. Als gedachtekrachten positief worden gericht op het eigen wezen, dan zal een sterke Jupiter-invloed de mogelijkheid geven die in vervulling te doen gaan. Men krijgt dus in grote mate wat men wil hebben, maar dan moet men er wel op geconcentreerd zijn.

Bij een Neptunus-invloed hebben wij vooral de mogelijkheid om bepaalde geestelijke invloeden te ondergaan. En dan is het heel erg belangrijk dat we positief zijn ingesteld.

Een positieve instelling bij een overheersende Uranus-invloed (u kunt het uit uw horoscoop aflezen) betekent voor u de mogelijkheid tot mystieke belevingen, maar ook tot het activeren van vele verborgen kwaliteiten en eigenschappen die u tot dat ogenblik niet zo volledig in de openbaarheid heeft kunnen brengen.

Kijken we in de richting van Saturnus, dan blijkt dat deze planeet de toevalligheden levert. Wanneer we op aarde leven, zullen wij in ons bestaan altijd keuzemomenten krijgen waarbij de keuze haast onwillekeurig wordt gedaan, dus uit gewoonte. Indien we afwijken van de normale keuze, dan ontstaat het zogenaamde toeval. Er zijn dan gebeurtenissen die niet met de normale gang van zaken stroken. Dit toeval nu kunnen we gebruiken wanneer Saturnus heersend, dus positief is, niet wanneer hij retrograde is. In het geval dat Saturnus recht lopend is en daarom een overheersende invloed heeft op de aarde, kan in deze periode door concentratie op datgene wat wij willen bereiken of op de toestand die wij wenselijk achten, worden bevorderd dat deze wenselijke gebeurtenissen inderdaad plaatsvinden. Alweer, de mens kan het toeval naar zich toe buigen.

Pluto geeft ons de mogelijkheid tot afweer. Een Pluto, zowel recht lopend als retrograde, geeft ons de kans ons te verdedigen en aan te vallen. Men zou kunnen zeggen dat hij in dit opzicht bepaalde magische kwaliteiten in de mens wakker maakt. Het projecteren van denkbeelden wordt gemakkelijker. Men heeft minder moeite met krachten uitzenden. Maar alweer is de wil hierbij zeer belangrijk.

Het is duidelijk dat we hier niet te maken hebben met kosmische invloeden zonder meer, want we blijven in ons zonnestelsel. Toch geven juist deze langlopende planeten, die vaak in een horoscoop van een mens gedurende enkele maanden heersen en dus regent zijn, ons de mogelijkheid om gedurende langere perioden door concentratie effecten te bereiken die anders niet te verwezenlijken zijn.

Daarnaast hebben we de snel lopende planeten. Ook daar zijn er enkele bij waarop we moeten letten. Zeer interessant in dit opzicht is voor heel veel mensen de maan. Wanneer de maan namelijk haar eigen cyclus bepaalt (28 dagen), dan bepaalt ze daarmee voor iedere mens, maar wel op grond van diens eigen instelling, eveneens een golving waarin de energie tot een top komt en weer wegvalt. Er zijn twee toppen van energie in één maancyclus. Er zijn dus ook twee dieptepunten. Rekening houdend met deze positieve fasen, die ieder voor zichzelf moet uitrekenen, kun je van de maan gebruikmaken om juist tegen de tijd dat de energietop komt, over te gaan tot actie terwijl je bezinning, overleg en eventueel het maken van plannen juist bewaart voor die ogenblikken dat er dieptepunten zijn. Door de juiste indeling te maken kun je in je leven dus veel meer resultaten boeken dan anders het geval zou zijn.

Interessant is verder Mercurius, die overigens meer een dubbel gezicht heeft dan vele andere planeten. Mercurius brengt u vaak aan de grens van de wanhoop omdat u denkt dingen te kunnen doen die dan toch weer niet mogelijk blijken te zijn. Aan de andere kant geeft hij u wel degelijk ook inzicht in zaken. Mercurius heeft een ritme dat voor de meeste mensen ongeveer 4maandelijks is. Eens in de 4 maanden zult u een periode hebben van 3 á 4 dagen waarin u een bijzonder scherp inzicht heeft in zakelijke omstandigheden. Beslissingen van groot zakelijk belang zult u, indien mogelijk, juist in deze periode kunnen nemen. Ook dit is aan de hand van de horoscoop zonder meer te berekenen.

Venus brengt geluk, ze brengt ook vele andere dingen. Van Venus moeten we vooral zeggen dat zij in ons gevoelsleven de impulsen wel wat erg versterkt. Wanneer men op aarde is, dan zullen de emoties door Venusinvloeden zodanig kunnen worden gestimuleerd dat hierdoor onredelijkheid optreedt. Nu is onredelijkheid zeker niet altijd slecht maar u moet zelf wel weten waar u aan begint. Waar een overheersende Venus-invloed is, moet u uitkijken voor impulsen opdat u niet aan dingen begint waarvan u later spijt zult hebben.

Mars geeft eveneens geluk. Daarnaast geeft hij wat doorzettingsvermogen en energie. Ook zijn cyclus heeft tweemaal per jaar een korte periode waarin u meer kunt dan anders. Is er sprake van strijd, moet u iets doorzetten, dan is die gunstige Mars heel erg belangrijk. Houdt u er dan vooral rekening mee dat Mars, meer dan de andere planeten, in zijn inwerking op de aarde mee wordt bepaald door zijn relatie tot de zon. Dus, probeer van Mars-invloeden altijd gebruik te maken als u geluk wilt hebben (b.v. bij kansspel) en als u bepaalde dingen moet doorzetten die moeite gaan kosten want u zult onder de invloed van Mars meer moed en doorzettingsvermogen hebben. Uit dit alles blijkt wel dat de mens niet helemaal hulpeloos staat want hij heeft veel meer mogelijkheden dan hij denkt om zichzelf op de juiste manier te richten.

Maar er zijn nog heel wat andere factoren in het spel. Ik heb de zon opzettelijk niet genoemd omdat de zon eigenlijk voor alle leven gelijk werkend is en juist daardoor voor ons geen specifieke effecten oplevert. Maar de zon en de planeten samen vormen een soort spiegel; zij vangen uit de kosmos invloeden en stralingen op. Ze worden dan voor de aarde weergegeven in lichte veranderingen, in luchtelektriciteit en aardmagnetisme. Kijken we naar de zon, dan merken we dat ze grote invloed kan hebben op o.m. de uitschieters in de protuberans en dat ook zonnevlekken hierdoor mee bepaald kunnen worden.

Nu is de aardigheid deze: elke mens draagt in zich de principes van yin en yang, die vrij vertaald zouden kunnen worden als elektrische en magnetische kwaliteiten. Wanneer deze beide in evenwicht zijn, dan zal het magnetisme dat in de mens werkt (zijn eigen veld) altijd in staat zijn om fluctuaties in zijn energie op te vangen; hij blijft dus regelmatig bezig. Wordt de lading te hoog, dan wordt het magnetisch geheel gestoord; de uitstraling van de mens is niet in orde. Die uitstraling betekent echter ook zijn relatie tot de wereld om hem heen en de mogelijkheid die hij heeft om met andere zaken, zoals hij gewend is, om te gaan.

Nu moet u dit onthouden: stoffelijke invloeden vanuit het centrum van het Melkwegstelsel brengen fluctuaties teweeg waardoor de elektrische en magnetische spanningen veranderen. Een mens, die zich niet natuurlijk en normaal daaraan kan aanpassen, zal daardoor onevenwichtig worden. Die onevenwichtigheid uit zich in onredelijk gedrag, neerslachtigheid enz. Wil men nu proberen dergelijke invloeden te neutraliseren (wanneer ze optreden, merkt u snel genoeg als u daarop gaat letten), dan geldt het volgende: op het ogenblik dat duizelingen optreden, dat u een gevoel heeft van een lichte dronkenschap, soms gepaard gaand met een lichte misselijkheid, dan is er over het algemeen sprake van een magnetische storing.

Een magnetische storing kan men niet zonder meer oplossen. Wat men wel kan doen, is zorgen dat de overtollige energieën die men heeft t.a.v. het magnetisch veld, afvloeien. Dan is wassen onder stromend water een prima oplossing. Men kan op deze manier in zeer korte tijd zijn normaal evenwicht herwinnen. Dat is dus een heel eenvoudige regel.

Een tweede regel daarvoor is: in een dergelijke situatie moet men voedselopname beperken maar wel veel drinken en als het kan water waarin enige zouten en jodium is opgelost.

Heeft u echter te maken met een elektrische storing, dan wordt het wat moeilijker want de elektrische storingen worden door het magnetisch veld wel normaal gecompenseerd wanneer de spanning te hoog wordt. Als ze te laag wordt, dan is het wat anders. Dan heeft u een gevoel van malaise. Het is een loomheid die zover gaat dat het lijkt alsof uw ledematen loodzwaar zijn geworden, uw oogleden prikkelen en willen dicht vallen of gaan tranen van vermoeidheid. Nu is ook hiervoor een tamelijk eenvoudige oplossing denkbaar. U neemt een doodgewone batterij van 1. 1/2 volt. U legt het lange contact (+ contact) in de nek tegen de nekwervel. U maakt er een draadje aan vast en het andere eind brengt u aan bij het benedeneind van de ruggengraat of, als dat te lastig is, desnoods op een van de benen en dan in de knieholte. U laat dat even 5 minuten zitten. Het resultaat is dat er een stroompje op u staat. Er staat een spanning op een deel van uw lichaam en op een belangrijk deel van uw zenuwstelsel. Hierdoor wordt het gestimuleerd en gaat het zelf proberen zijn lading in overeenstemming te brengen. Na een zeer korte tijd bent u weer veerkrachtig en uitgerust. Dit zijn eenvoudige tips.

Als je nu toevallig iets belangrijks moet doen en je hebt die malaise, dan kun je het wel vreemd vinden om met zon batterijtje te gaan zitten maar als het helpt, dan kom je tenminste weer bij en kun je dus beter reageren. Zeker kun je beter reageren dan anderen die onder gelijke omstandigheden lijden en die die compensatie niet kunnen vinden. Er zijn mensen genoeg die een voldoende evenwicht hebben. Zij kunnen zich dus aanpassen, ongeacht de spiegeling van bepaalde energieën die plaatsvindt. Maar er zijn er ook velen die dat niet kunnen. Je bent in ieder geval in het voordeel boven eenieder, die dit tekort aan elektrische energie (statische lading) in de weefsels op dat ogenblik ondergaat. Dus alweer een methode waardoor de mens zich gemakkelijker kan onttrekken aan beïnvloedingen die anders erg vervelend zijn.

Maar er zijn er veel meer. Als ik denk aan alle kosmische stromingen die op u afkomen, dan valt mij op dat er ook een aantal geestelijke golven zijn. Die geestelijke golven zijn voornamelijk van invloed op uw denken en uw gevoelsleven want ze werken in via het onderbewustzijn. Het is moeilijker om deze te herkennen, dat geef ik toe. Toch zijn er enkele kenmerken die u niet zo gemakkelijk zullen ontgaan.

Er zijn storingen van geestelijke aard waarbij je voortdurend bezig bent met één gedachte. Die gedachte staat dan buiten de werkelijkheid en heel vaak ook buiten je normale angst en begeerteleven. Wanneer dit gebeurt, hebben we zeer waarschijnlijk te maken met een blauwtendens. Er is een geestelijke stroming die elementen losmaakt welke in de geest berusten en die in de stof op deze wijze nog niet geplaatst zijn. Willen we ons daartegen verweren, dan moeten we in de eerste plaats het denken onderbreken. We doen dit door te contempleren. We kunnen kijken naar de een of andere figuur die ons trekt. We kunnen kijken in een waterspiegel, in een kristalbol. Neemt u maar een willekeurig voorwerp waardoor u zich tijdelijk gebiologeerd kunt voelen zodat uw denken wegvalt. Hierdoor zullen de invloeden worden vertaald in de termen van uw eigen geest. Zo ontstaan nieuwe gedachten en vaak zelfs pseudo-visuele of auditieve waarnemingen. Als u deze dan beschouwt als basis voor al hetgeen er voor u in de komende uren gaat gebeuren, dan kunt u door van deze basis uit te gaan, rekenen met het schijnbaar onberekenbare. U kunt daardoor uw geestelijk evenwicht gemakkelijker bewaren en u zult tevens in staat zijn de gevoelsinvloeden en alle impulsen die u van buitenaf bereiken, te begrijpen. U staat niet meer in een wereld vol onverklaarbare zaken.

Een invloed, die ook nogal eens uit de kosmos komt en door ons wel een rood-invloed wordt genoemd, kan eveneens van geestelijke aard zijn. Dit is een soort dadendrang, een ‘do or die’ impuls. Maar ‘do or die’ is wel heel aardig maar wat zit er allemaal aan vast? Daar moet u toch wel even over nadenken en dat kunt u niet terwijl die impuls op u inwerkt.

Ontspan u volledig. Ga rustig achterover liggen of hoe u zich het gemakkelijkst voelt. Probeer spier voor spier te ontspannen. Denk alleen aan absorberen van kracht. U zult hierdoor ongetwijfeld ook uit de omgeving enige energie opnemen maar dat is niet het belangrijkst. Belangrijk is dat u hierdoor het idee van kracht heeft losgemaakt van uw stoffelijke voorstelling van daden. Dit impliceert dat de geestelijke kracht nu volgens de eigenschappen van uw geestelijk ‘ik’ wordt gericht. U kunt dan weer juister reageren. Als enig nadeel zit hier vaak aan verbonden dat u bepaalde droombelevingen krijgt die soms met enige onheilspellende gegevens u confronteren met de situaties zoals u deze gevoelsmatig ondergaat.

Stel u in een dergelijke droom altijd voor dat u beschikt over kracht en u zult zien dat u, alleen door dat te denken en te zeggen, de droom kunt besturen. Dit geeft u dan weer die zekerheid die u ook nodig heeft op aarde zonder dat u gelijktijdig weer door gewoonte of door omstandigheden wordt gedwongen in een richting van handelen, die u in feite niet ligt.

Laten we ook even ingaan op het z.g. gouden licht. Het gouden licht heeft geen tendensen die men, zeker als het geestelijk is, gemakkelijk kan beschrijven. Wel brengt het vaak een gevoel van euforie (welbehagen) met zich mee. Het is alsof je even boven de werkelijkheid uitgaat; alles is even lichter en vrolijker dan anders. Dit licht is kracht. Op zo’n ogenblik bidden of je op een andere manier voorstellen dat je deel bent van de totaliteit, vergroot je mogelijkheid om deze energie geestelijk op te nemen en stelt je tevens in staat om een deel daarvan over te brengen naar het lichaam. Je zult je dan sterker, evenwichtiger en veerkrachtiger voelen nadat de tendens voorbij is of nadat je de oefening hebt beëindigd. Het geeft u de mogelijkheid om u gemakkelijker en juister te bewegen en daardoor uw eigen lot ook meer in eigen hand te nemen.

Dan is er nog een invloed die wij wit licht noemen. Wanneer het witte licht van geestelijke oorsprong is, dan is het een enorme confrontatie met onszelf. Of we het willen of niet, we zien opeens veel van ons eigen falen en ook alles wat we hadden willen zijn en doen en niet hebben gedaan, en alles wat we wel hebben gedaan en niet hadden willen doen. Een bekend verschijnsel trouwens, maar dat wordt dan bijzonder fel.

Als u merkt dat deze denkbeelden gedurende enige tijd (niet als dat 5 min. is maar een uur of anderhalf uur, voortdurend op u afstormen, probeer dan u af te sluiten voor uw omgeving. Doe maar net of u een uiltje knapt. Stel u nu in op het beeld van uw werkelijkheid; wat ben ik werkelijk? Stel uzelf die vraag. U krijgt een aantal verwarrende antwoorden, die langzamerhand uitkristalliseren in een beeld van hetgeen u werkelijk bent. Dat houdt meteen in dat u ook stoffelijk gaat beseffen wat u werkelijk kunt. Uw geestelijk ‘ik’-besef is hierdoor aanmerkelijk bevorderd; daardoor zal het geestelijk ‘ik’ zich ook gemakkelijker in en door de stof kunnen manifesteren. Het gevolg is, over het algemeen, dat u juister handelt volgens uw gehele persoonlijkheid en daarmee resultaten schept die ook na het stoffelijk bestaan voor u van groot belang kunnen zijn.

Dit zijn slechts enkele punten. Ik heb getracht u steeds bij de invloed ook enkele kenmerken te geven. Nu moet u zich wel realiseren dat geestelijke invloeden niet op iedereen gelijk inwerken. Uw eigen gevoeligheid, uw peil van geestelijke ontwikkeling is mee van belang. Hoe hoger het peil van uw geestelijke ontwikkeling staat, des te sterker u juist deze geestelijke tendens zult aanvoelen. Maar dan zult u ook voor de meer stoffelijke tendens iets minder gevoelig zijn. Bent u geestelijk minder ver gevorderd, dan zult u vooral de stoffelijke tendensen heel sterk ervaren. Maar in alle gevallen heeft u de mogelijkheid tot beslissen gekregen. U bent niet meer de speelbal van onbekende krachten maar u kunt door die kracht u beter realiseren wie of wat u bent en wat u wilt en kunt doen. Dat is een heel belangrijk iets. Ik zou hier het volgende nog aan willen toevoegen.

Er zijn heel veel dingen die voor een mens belangrijk zijn, ook als deze niet direct passen in een zuiver materieel niveau van leven en in een cultuur. Deze zaken zijn van u, ze zijn u eigen. U kunt ze echter nooit verwezenlijken tegen de gebruiken van de wereld in. Onthoudt u dat goed. Maar u kunt, gebruikmakend van al hetgeen ik u zo-even aan trucjes heb bijgebracht, ongetwijfeld juist deze normaal verborgen gehouden capaciteiten of kwaliteiten gemakkelijker uiten. In deze uiting – dit is erg belangrijk – zult u dan ook beter leren leven. Want de kunst op aarde is niet alleen om door het tranendal heen te wankelen totdat we in de hemelse verrukking terechtkomen maar we hebben te maken met een voorbereiden van a.h.w. een nieuwe fase van leven.

Op aarde leven, is zoiets als je geestelijk kleden voor wat in de geest zo dadelijk je taak of je mogelijkheid is. Daarom is het op aarde heel belangrijk dat je jezelf inderdaad kunt uiten, dat je jezelf kunt zijn. Want als je dat niet bent, kom je misschien in een maskeradepakje op een soiree of in rouwkleding ergens op een gemaskerd bal terecht. Dat is niet de bedoeling. Je moet proberen een eenheid te vinden tussen geestelijk en stoffelijk bestaan. Daarvoor is het belangrijk dat je leert jezelf te aanvaarden zoals je bent en, nogmaals, zonder dit te doen in tegenstelling tot je wereld, je te uiten zoals je bent. Het is heel belangrijk voor de mens dat hij op deze wijze zijn stoffelijk leven gebruikt om zijn geestelijke mogelijkheden zoveel mogelijk te ontplooien, dat is duidelijk.

Er zijn ook zaken, die uit het verleden steeds weer oprijzen. Nu blijkt dat dit vaak ook met kosmische stromingen samenhangt. Enkele gevallen, die ik u heb genoemd, brengen soms herinneringen sterk op de voorgrond. Onthoudt u het volgende: een verleden waarin ik mij verdiep, heeft alleen zin indien het mij gelijktijdig helpt om mijn heden beter te bepalen. Herinnering is zinvol als lering ten aanzien van het heden. Ze is niet zinvol als een verwerping van het heden. Als u ooit terugdroomt in het verleden, vraag u dan altijd af: wat betekent dit vandaag, wat kan ik er vandaag mee doen? Op deze manier zult u weer in staat zijn om een groot gedeelte van uw kwaliteiten en capaciteiten te activeren.

Een laatste punt. Wanneer u in staat bent energieën op te doen (geestelijk zowel als stoffelijk is dat mogelijk), dan moet het ook mogelijk zijn om anderen een soortgelijke harmonie te geven. U kunt anderen a.h.w. harmoniseren. Een groot woord maar het komt erop neer dat hun eigen evenwicht wordt hersteld. Wanneer u evenwichtig bent, dan kunt u zowel uw eigen magnetisme inducerend gebruiken op de ander alsook uw energie tijdelijk aan die ander overdragen. En als u dat niet te lang laat duren, dan zult u zich ook snel kunnen herstellen. Ik zeg niet dat u daarmee zonder meer andere mensen kunt genezen, daar behoren nog andere zaken bij, maar u kunt wel anderen helpen om uit emotionele en zelfs lichamelijke onevenwichtigheden tot rust te komen. Die rust op zichzelf is vaak reeds voldoende om het herstellingsproces in te leiden.

Wees nooit moedeloos wanneer anderen in moeilijkheden zitten. Verspil ook geen tijd aan medelijden, wat in feite dikwijls neerkomt òf op zelfverheerlijking òf op het scheppen van een onevenwichtigheid in de eigen persoon. Probeer het evenwicht dat u heeft bereikt en bezit, eventueel versterkt door concentratieoefeningen, aan anderen over te dragen.

Als u mensen op deze wijze een beetje rust, een beetje vreugde en geluk kunt geven, dan zult u hierdoor hen ook helpen om harmonisch te zijn. En daar waar de mensen juister en vollediger kunnen reageren op de invloeden die uit de kosmos komen zonder hun evenwicht te verliezen, zullen zij onderling ook meer kunnen presteren. Ze zullen meer tot stand brengen en ze zullen bovenal, dat mag u niet vergeten, daarmee ook geestelijk een harmonie scheppen die tot ver buiten het menselijk bestaan uitreikt.

De boeddhisten zeggen: de werkelijkheid kun je pas ervaren en daartoe komen, alleen op aarde. Is dat zo? Tot op zekere hoogte. Wanneer wij op aarde zijn, worden wij geconfron­teerd met zaken waarbij ons gedachteleven geen directe invloed heeft op de omstandigheden waarin we verkeren. Als zodanig leven we nu te midden van voor ons vaste waarden waardoor een confrontatie tussen ons en het andere niet alleen noodzakelijk maar zelfs onvermijdelijk wordt. Wij leren dus meer van onze relaties wanneer we in de stof zijn dan wanneer we in de geest zijn. In de geest wordt ons denken en voelen voor een groot gedeelte bepaald door wat er met ons gebeurt en hoe onze relatie met het door ons erkende rond ons zal zijn. Op aarde is dit niet zo. In zoverre hebben de boeddhisten ongetwijfeld gelijk met hun stelling.

Maar er is één ding waaraan ze misschien toch voorbijgaan en dat is dat geestelijke werkelijkheid eveneens bestaat en dat deze werkelijkheid niet alleen door ons denken en ervaren wordt bepaald maar mede door de contacten, die wij hebben, met andere delen van die werkelijkheid. Hoe groter het aantal contacten dat we hebben met delen van een kosmische werkelijkheid, des te dichter ons geestelijk beleven zal staan bij die kosmische werkelijkheid. Dan hebben we de aarde natuurlijk niet meer nodig om daar door confrontatie tot een juister begrip van onszelf en van onze plaats gebracht te worden.

Ik hoop dat in hetgeen ik heb gezegd, het een en ander zit dat voor u de moeite waard is. U heeft nu een paar regels waardoor u achter het mirakel kunt kijken want dat zijn eigenlijk de wetmatigheden waardoor wonderen mogelijk worden gemaakt.

Magisch denken

Als een mens denkt, denkt hij niet logisch. Ongeacht de verschillende verontwaardigde uitroepen, die een dergelijke verklaring pleegt uit te lokken, moet ik dit vooropstellen. Als een mens denkt, dan vergeet hij namelijk heel vaak de fase, die ligt tussen het plan en de voltooiing ervan. Men ziet alles a.h.w. in elkaar overvloeien. Als men zegt: ik wil dit of ik wil dat, dan stelt men zich al voor hoe het zal zijn, als men zijn zin krijgt. Er zijn mensen, die niet eens een lot kopen maar nadenken over de vraag: wat zou ik doen met de honderdduizend? en dan al honderdvijftig duizend tekort hebben voordat er zelfs maar sprake is van de aankoop van een kans op een dergelijk kapitaal. Dit is een primitieve en onvolledige vorm van magisch denken

In de magie namelijk bestaat er tussen oorzaak en gevolg wel een relatie maar zijn alle tussenliggende fasen uitgeschakeld, zeker voor zover het het bewustzijn betreft. Een mens, die magisch denkt, kan vanuit zich een macht toekennen aan een boom, een beek, een bloem, een voorwerp. En dan met dit voorwerp, die bloem, die beek, die boom spreken en inderdaad, als gevolg van dit geloof, wensen in vervulling zien gaan. Hierbij is het opvallend dat hij zich niet afvraagt hoe die wens in vervulling is gegaan. Hij realiseert zich alleen dat dit is gebeurd. Zo heeft de mens dus de mogelijkheid om dingen waar te maken zonder dat hier een logische oorzaak, een gevoelskwestie aan verbonden is. Dit denken komt meer voor dan u zich realiseert. Ook u heeft de gewoonte op deze manier te denken. U noemt het dan dagdromen, maar dat behoeft het niet zonder meer te zijn. Wat is namelijk het geval?

Elke mens bezit krachten die buiten de eigen wereld uitgaan. Er zijn dus astrale krachten en mogelijkheden verbonden aan die mens, ook geestelijke krachten en mogelijkheden en vaak zelfs bepaalde kosmische verbondenheden. Deze alle tezamen zijn sterker dan de waarden van de wereld waarin hij denkt te leven. De mens denkt dat hij in een bepaalde wereld leeft maar in feite is dat niet helemaal waar. Hij interpreteert die wereld. Hij knoopt daar verwachtingen aan vast en op grond daarvan beoordeelt hij de wereld zowel als, zijn mogelijkheden. Wanneer we echter het geheel van de energie inschakelen, dan hebben we niet neer te maken met verwachtingen, dan hebben we alleen te maken met wat er kosmisch mogelijk is. Het blijkt dat deze mogelijkheid zich heel wat verder uitstrekt dan in het denken zonder meer logisch is te realiseren.

Wanneer een mens een novene houdt (een katholiek gebruik waarin men 9 dagen achtereen bidt), dan zal hij zich sterk concentreren op de vervulling van een wens. Het blijkt dat dat inderdaad heel vaak ook het gevolg is. Een Novene heeft vaak resultaat. Waarom? Deze mens zal zich tijdens het bidden niet afvragen hoe iets mogelijk zal zijn. Hij stelt alleen dat het zal gebeuren. Hierdoor vormt hij een geestelijk beeld dat mede zijn astrale en zelfs lichamelijke krachten en uitstralingen bundelt. Hij zal nu door deze bundeling alle voorwaarden vervullen die het verwezenlijken van zijn wens bevorderen. Hij schakelt gewoon iets uit de grens van zijn denken, de grens van zijn besef van mogelijk en onmogelijk.

Je zult hier tegenwerpen dat dergelijke gedachten tot op zekere hoogte misschien kunnen werken maar dat toch niet alles mogelijk zal zijn. Ik moet dit onderschrijven; het is waar. Maar let wel, niet hetgeen u vanuit uw menselijk standpunt onmogelijk of onwaarschijnlijk noemt, valt daardoor uit maar alleen datgene wat volgens kosmische regels niet mogelijk is. En dat impliceert dat heel veel dingen, die u mogelijk acht en logisch aanvaardbaar en redelijk acht, niet waar kunnen worden ondanks alles, terwijl zaken die u onmogelijk acht maar volledig strokend met kosmische regels, in vervulling kunnen gaan op het ogenblik dat voldoende energie daarop wordt geconcentreerd.

Ik stel nu het volgende: elk denkbeeld dat volledig is gevormd, kan worden vervuld zolang ik mij in deze voorstelling voldoende kan inleven. Het klinkt wat vreemd: inleven. Met andere woorden, als ik zeg: “ik zal rijk worden”, dan moet ik niet zeggen: “eens zal ik rijk worden”. Ik moet zeggen: “ik ben nu rijk” en die rijkdom zal zich manifesteren. Het is voor mij een zekerheid, ook als ik geen voorwaarden stel. Door die zekerheid trek ik dan rijkdom, of datgene wat ik als zodanig beschouw, naar mij toe. Dat betekent dat ik dan rijk word, tegen alle waarschijnlijkheid in misschien.

Als ik zeg: “ik zal sterk zijn” terwijl ik mij erg zwak voel, dan moet ik niet zeggen: “ik zal elke dag een beetje sterker worden”, want daarmee maak ik het dan voor mijzelf onmogelijk om de krachten in mij volledig te realiseren en dus ook te gebruiken. Ik moet in mijzelf een beeld opbouwen van de kracht die ik heb. Daarbij moet ik natuurlijk uitgaan van hetgeen ik ben. Ik kan niet zeggen: “ik ben 1 meter 33 groot en ik kan net 10 kilo tillen maar nu zal ik 220 kilo tillen”. Kinderen hebben die wensdroom wel maar ze beseffen zelf wel dat dat niet mogelijk is. Als u zegt: “ik kan meer doen met mijn geest dan met mijn lichaam” en u stelt zich voor dat u over de geestelijke kracht beschikt, dan zult u de belemmering van het lichamelijke niet voelen. Het resultaat is dat u maar nu telekinetisch inderdaad die 220 kilo ophoog kunt brengen. Daar ligt nu de aardigheid. Er zijn dingen die onmogelijk zijn. Wij weten zozeer dat ze onmogelijk zijn dat ze gewoon in ons zijn ingebouwd. Wij kunnen niet aan die begrenzing voorbij gaan.

Er bestaan ook kosmische relaties. Een dergelijke relatie kan je niet ongedaan maken of veranderen, alleen door ze anders te denken. Dat voel je innerlijk en dat weet je ook wel. Je moet uitgaan van wat je bent plus de mogelijkheden die je zou kunnen bezitten; dus niet de mogelijkheden die je denkt te bezitten. Hierdoor activeer je het geheel van je eigen kracht en kom je tot vele resultaten die eigenlijk onvoorstelbaar zijn, indien je het logisch beredeneert.

Ik wil proberen enkele eenvoudige regels te geven waardoor het u misschien gemakkelijker mogelijk is om dit magisch denken toe te passen.

Magisch werken impliceert het gedetailleerd opbouwen van een beeld. Vage voorstellingen hebben de neiging te vervluchtigen. Gedetailleerde voorstellingen echter blijven in het ‘ik’ bestaan, zelfs als ze weer uit het waakbewustzijn worden verdreven.

Een voorgesteld resultaat kan nooit gebonden worden aan één bepaalde omgeving, één bepaalde persoon of één bepaald tijdstip. Wij kunnen vanuit onszelf de relatie op geestelijke en kosmische basis onvoldoende overzien om een juiste vaststelling mogelijk te maken. De gedetailleerde voorstelling is dus volkomen scherp t.a.v. hetgeen er in ons of met ons moet veranderen, niet t.a.v. datgene buiten ons waarin die verandering dan responsen wakker roepen of iets dergelijks.

Om een dergelijk beeld goed op te bouwen, is het niet voldoende om het eenmaal te doen. Men moet het een aantal malen even gedetailleerd en scherp opbouwen totdat men, alleen door te denken aan het doel, de voorstelling voor zich ziet. Het is een conditionering, niet alleen van eigen denken, maar ook van eigen lichaamskracht, lichaamsstromen plus bepaalde voertuigen waaronder het mentale.

Als wij aan deze voorwaarden hebben voldaan en vervolgens werkingen tot stand kunnen zien komen, dan dienen wij te beseffen: positief werken betekent dat de vrijheid van anderen om te ageren en te reageren niet in het beeld wordt bepaald. Een negatieve instelling betekent dat deze juist wel en nauwkeurig wordt bepaald. Bij een negatieve bepaling is het niet voldoende om u een feit voor te stellen. Sommige mensen denken dat. U moet ook de details van het feit kennen.

Een eenvoudig voorbeeld, onvolledig in bepaalde gegevens om te voorkomen dat er plotseling allerlei ongevallen in de omgeving gaan gebeuren: indien u iemand zou willen doden, dan is het niet voldoende om dit alleen te willen met alle kracht en u de voltooiing daarvan (het dood zijn van die persoon) voor te stellen. Het is belangrijk dat u zich voorstelt op welke manier dit geschiedt. Kies daarbij, indien het even mogelijk is, iets waaraan u zelf door symbolen of gebaren uitdrukking kunt geven. Voorbeeld: iemand zal worden getroffen door een pijl. Zie hoe de pijl aankomt, hoe hij het hart van de betreffende persoon doorboort. Als deze voorstelling volledig is, moet u zelf een pijl afschieten. Deze gegevens zijn niet volledig. Spaar uw pijlen!

Het voorbeeld, in het negatieve getrokken, maakt duidelijk hoe er een directe samenhang bestaat tussen wat je zelf denkt en een eventuele actie waardoor je die gedachte ook voor jezelf en door jezelf schijnt te verwezenlijken. In het positieve kun je dat nooit doen ten aanzien van een bepaalde persoon. Hierin spelen de kosmische relaties zo’n grote rol dat je eenvoudig niet kunt zeggen: deze mens wel, die mens niet. Hier kun je alleen zeggen: dit harmonisch gebeuren wel. Daardoor is een voorbeeld in positieve zin iets moeilijker te geven. Maar zelfs hier kun je gebruikmaken van bepaalde symbolen.

Als u b.v. kracht denkt uit te zenden naar een ander, moet u zich voorstellen dat die kracht de ander beroert. De persoonsvoorstelling mag hierbij vaag zijn omdat de kracht wordt gericht op een mogelijke harmonie en in feite niet op een stoffelijke persoonlijkheid of toestand. Maak dan het gebaar van uitstralen opdat voor uzelf het geheel in werking treedt. De resultaten zullen u verbazen.

Als u ontdekt dat u onevenwichtig bent, kan het magisch denken u ook daarin wel degelijk helpen. Onevenwichtigheid in een mens kan door vele zaken (psychisch zowel als fysiek) worden veroorzaakt. Maar als we weten dat we onevenwichtig zijn, dan kunnen we misschien een periode kiezen waarin we voldoende rust hebben om ons geheel te ontspannen. We stellen ons dan in op een volledig harmonisch contact met de wereld. Daarna stellen wij ons voor dat de kracht van deze harmonie wordt verwezenlijkt door b.v. het drinken van een glaasje water, het maken van een gebaar, het lopen van een bepaald traject of een andere handeling. Die handeling zal dan onze behoefte aan harmonie zodanig uitdrukken, dat elke harmonische invloed waartoe we in staat zijn, inderdaad in ons wordt geactiveerd. Uw eigen toestand kan hierdoor veel verbeteren en zeker ook uw relatie met de wereld. U ziet, magisch denken is niet zo dwaas als de mensen wel denken.

Het magisch karakter ligt vooral in de wonderlijke resultaten die schijnbaar zonder samenhang kunnen optreden. Als u spreekt met een psychiater of een psycholoog, zal hij zeggen: dit is voor een groot gedeelte zelfsuggestie. Maar wat is zelfsuggestie anders dan een programmeren van de eigen persoonlijkheid door beelden en de gevolgen in het ‘ik’ als zekerheid en waarheid te stellen terwijl ze voor andere mensen als zodanig nog niet bestaan. En als die suggestie niet is gericht op datgene wat de wereld zal doen maar op datgene wat u zelf zult zijn, dan verandert u zich hierdoor wel degelijk. En dan is het woord ‘zelfsuggestie’ niet voldoende om het magische karakter van een dergelijke denkoefening ongedaan te maken.

Ik weet dat er heel veel mensen zijn die magisch denken eigenlijk beschouwen als een bijkomstigheid. Als ze er al in geloven, dan zeggen ze: “wij zullen daarop een beroep doen als we geen andere uitweg meer zien”. Dit is fout. Als u wilt lopen, gebruikt u uw benen. Indien u veranderingen tot stand wilt brengen in uzelf of in uw relatie met de wereld, dan gebruikt u uw denkvermogen. Dit is hetgeen waarmee u zich kunt bewegen en dus ook veranderen. Dat de meeste mensen daarnaast een meer materiële prikkel nodig hebben om voor zich een bevestiging te hebben, doet veel minder ter zake. Een mens zal zich in vele gevallen pas voltooid voelen, wanneer de gedachte in zijn stoffelijke wereld, hoe dan ook, tot uitdrukking is gekomen.

Als u een keten wilt verbrijzelen, dan kunt u proberen dit geestelijk te doen. Maar als u daarna een draad kapot trekt en zegt: “dit is die keten”, dan is het net alsof het beter voor u leeft. De stoffelijke bevestiging geeft meer nadruk aan het geestelijk gebeuren maar het is niet onontkoombaar of onvermijdelijk. De gedachte is noodzakelijk. Zonder deze gedachte en de daarbij behorende concentratie bereikt men niets.

Elk mens is geprogrammeerd. Hierin spelen erfelijkheid en opvoeding een rol. Daarnaast de verschillende belevingen die u heeft doorgemaakt en het beeld dat u zich van uzelf en de wereld heeft gevormd. Hierdoor zullen uw handelingen mede worden bepaald. In het magisch denken kunt u deze persona, die is opgebouwd, niet ontkennen. U kunt niet zeggen: ik ben anders. Ga altijd uit van hetgeen u bent. Ga uit van die dingen die voor u waar en heilig zijn, zelfs als anderen u zeggen dat ze dwaasheid zijn of walgelijk. Kies altijd voor uzelf een denkbeeld en een wijze van denken die stroken met uw persoonlijkheid. Anderen hebben niets te maken met wat u doet, met uw gedachten, alleen u zelf. U zou dwaas zijn om in uzelf eerst weerstanden te overwinnen, als dit eigenlijk overbodig is. Dus moet u rekening houden met hetgeen u bent.

Dan is daar ook de vraag: wat wil je werkelijk? Het is gemakkelijk genoeg om een wens te formuleren. Maar elke wens heeft consequenties die daarbij horen en die je misschien toch niet zou willen aanvaarden. Iemand denkt b.v.: ach, was ik maar rijk, en realiseert zich niet hoe hoog de belastingklasse zal zijn waarin hij dan komt, wat dat allemaal dan weer gaat kosten. Het klinkt een beetje vreemd als je het zo zegt, maar het is waar. Daarom is het erg belangrijk dat u uw doel altijd kiest in overeenstemming met uzelf en dat u daarbij rekening houdt met de gevolgen. Samenhangen die u kunt overzien moet u invoegen in het beeld dat u met uw gedachten opbouwt. Dat lijkt in het begin erg ingewikkeld maar dat is het niet. Het is gewoon een kwestie van oefening.

In het westen heeft men de magie heel vaak verbonden met allerhande zonderlinge zaken. Ik herinner mij – en dat is niet eens zo heel ver van hier geweest, zo’n 60 km in oostelijke richting – dat daar een boom heeft gestaan die door de bliksem was gespleten. Zieken werden inderdaad genezen door hen naar deze boom te brengen en ze door die spleet te trekken. Voor de huid was het niet zo goed maar het hielp wel tegen vele kwalen. Men geloofde dat de kwaal dan achterbleef aan de kant van de boom, die naar de zee was toegewend, vanwaar dus de heersende winden kwamen. De kwalen zouden worden weggeblazen en de patiënt bleef dan vrij van de ziekte. Zolang de patiënt er zelf in geloofde, liet hij inderdaad een groot gedeelte van zijn kwaal achter. Vreemd? Zeker, maar waar. En wat meer is: in het magisch denken volkomen logisch. Want de voorstelling van de patiënt dat zijn kwaal hem verlaat, gaat gepaard met een ontspanning van alle lichamelijke en psychische krampjes die met de kwaal samenhingen. Hij zal zich dus inderdaad beter voelen. Hij zal evenwichtiger zijn. Hij zal meer geestelijke kracht aan zijn lichaam kunnen toevoeren terwijl het lichaam, in verminderde mate onevenwichtig, meer mogelijkheid heeft om zich juist en snel te herstellen. Dit is helemaal geen wonder al lijkt het een mirakel.

Zo had men ook bepaalde magische praktijken. Laat mij u een eigenaardig voorbeeld geven van magische praktijken, die hier zelfs nog in de middeleeuwen bestonden. Men maakte toen liefdeselixirs. Die hadden werkelijk niets te maken met Spaanse Vlieg en dergelijke prikkelmiddelen. Het waren zeer onschuldige kruidentheeën; in enkele gevallen was het niet veel meer dan duur betaald water. Maar wat gebeurde er? Degene die het elixir gebruikte, dacht dat hij hierdoor inderdaad alle kansen had. Het resultaat was dus dat hij handelde alsof het elixir werkzaam was, en in negen van de tien gevallen bracht het ook nog resultaat met zich mee. Dus een wonder is het eigenlijk niet, en misschien toch. Door dergelijke kleine dingen kan de instelling van een mens worden veranderd.

Als de instelling van een mens tegenover de wereld een andere wordt, dan zijn de mogelijkheden die hij in de wereld krijgt ook heel andere. Dan kan hij tegenover de wereld een ander deel van zijn ‘ik’ manifesteren. Daarop berust een groot gedeelte van de westerse magie. Maar ook elders, waar we ook gaan kijken, of het nu Azië, Afrika of Zuid-Amerika is, overal treffen we hetzelfde verschijnsel aan. Men stelt bepaalde daden en denkt hierdoor te veranderen. Daardoor gedraagt men zich anders en verandert men feitelijk. Men ontspant zich dankzij een magische procedure en geeft hierdoor het geheel van zijn eigen krachten de mogelijkheid tot evenwicht te komen, wat zonder dit niet het geval zou zijn.

De magische praktijk blijkt in een groot gedeelte van de gevallen te herleiden te zijn tot deze gedachtemagie. Anders denken betekent: anders worden. Anders worden betekent: je eigen mogelijkheden anders gebruiken, je eigen kwaliteiten op een andere manier ontplooien.

Elke mens, die behoefte heeft aan verandering van zijn persoonlijkheid, zou daarom dit magische denken moeten leren gebruiken. En wat men ook daartegen aanvoert van suggestie, zelfsuggestie tot demonisch toe, laat dat dan maar aan die anderen over. Als u wilt, roept u desnoods God aan bij alles waaraan u begint, daar is helemaal geen bezwaar tegen. De hoofdzaak is dat u leert uzelf te veranderen. En dan kunt u niet uzelf verrijken met eigenschappen of kwaliteiten die u niet bezit, maar u kunt wel een juister, meer gebalanceerd en vaak ook een verrassend evenwichtig gebruik leren maken van de kwaliteiten die u wel heeft. Het is het gebruik van het geheel van uw mogelijkheden en kwaliteiten waardoor u, geestelijk zowel als stoffelijk, het succes bepaalt in tegenstelling tot mislukking, die uit onevenwichtigheid pleegt voort te komen.

Denk niet dat onevenwichtigheid ooit werkelijk resultaten geeft. Het lijkt er misschien op. De praktijk wijst echter uit dat de zo behaalde resultaten na zeer korte tijd in hun tegendeel plegen te veranderen. De uit evenwicht behaalde resultaten echter zijn blijvend zolang je zelf daarmee in je denken voldoende verbonden blijft.

Ik hoop dat u, luisterend of lezend, een paar proeven zult willen nemen met hetgeen ik u heb geschetst. Er ontbeert zoals altijd weer de volledigheid maar het is voldoende om u thuis te doen geraken in een wereld van gedachtekrachten en mogelijkheden die in u bestaat.

Met de regels die ik u heb gegeven, de paar gegevens en voorbeelden die ik u heb verstrekt, heeft u dan ook de mogelijkheid om in u onvermoede mogelijkheden en krachten te ontsluiten.

Krachtbron

Er is in de kosmos één bron van kracht. Hoe we haar ook kennen of benoemen of niet kennen en in vaagheid zien verdwijnen, er is één bron van kracht. Deze kracht wordt omgezet in elke vorm van kracht die wij wel kennen of zelfs gebruiken.

Deze krachtbron is levenskracht. Ze is warmte, ze is energie. Ze is de vaagheid van een kosmische straling en de werveling van een magnetische storm. Een kracht, die zich in alle vormen kan manifesteren. Een kracht, die in besef haar vorm schijnt te krijgen. Daarom zullen wij nooit werkelijk krachteloos zijn, indien we onze verbondenheid met deze bron voldoende beseffen.

Daar waar ik niet erken hoezeer ik verbonden ben met de bron, daar is mijn kracht beperkt; daar is alleen de onwillekeurig aanvaarde kracht nog actief. Daar echter waar ik de bron erken, zijn aan mijn krachten en de vorm die deze krachten zullen aannemen, in feite geen grenzen gesteld. Slechts mijn bewustzijn, mijn besef en mijn vermogen tot aanvaarden zal dan bepalen in welke vorm de kracht uit deze bron voor mij verschijnt.

Ik ben deel van de totaliteit en de kracht van de totaliteit is deel van mij. Daar waar ik mij afscheid van de totaliteit, is mijn kracht beperkt. Daar waar ik de eenheid met het totaal erken, is mijn kracht onmetelijk. Want de krachtbron van de kosmos is in mij vertegenwoordigd, volledig, zoals in alle dingen.

De kracht, die in mij berust, kan scheppen en scheppingen teniet doen, zodra ik kan beseffen: dit is de kracht. Daarom, besef de krachtbron die in en buiten u bestaat.

Besef de kracht, die van daaruit ook in u, door u werkt, ja, die deel is van u zowel als van de kosmos.

Laat deze kracht, in u werkzaam, door u werkzaam, voortgaan zonder grenzen op te leggen, zonder haar te beperken, zonder haar te beredeneren. Want de werkelijke krachtbron onttrekt zich aan redelijk denken, aan geestelijke omschrijving en is gelijktijdig toch de kracht waaruit alles leeft.

Beleven

Wij ondergaan zoveel, maar wat beleven we eigenlijk? Soms denken we dat we niets beleven omdat we, wat we zouden kunnen beleven, reeds ondergaan. Soms gaan we ten onder doordat we niet beleven.

Beleven betekent beseffen, doormaken, veranderen door hetgeen je doormaakt. Beleven betekent bewuster worden, maar het betekent ook: je aanpassen. Een mens, die zich niet aanpast, die niet bewuster wordt, die voortdurend illusies najaagt in de plaats van de onontkoombare feiten, die zich steeds bezighoudt met zaken die eigenlijk niet belangrijk zijn, hij zal voorbijgaan aan zijn eigen bestaan.

Wij leven, zeker in de stof, om te beleven. Want door hetgeen we doormaken, de reacties die we kennen, het lijden maar ook de vreugde die we steeds weer ontmoeten, worden we a.h.w. voorbereid om een ruimere wereld binnen te treden. Daarom is het belangrijk voor een mens dat hij beleeft. Maar het is niet beleefd uw beleven anderen op te leggen. Beleef zelf en aanvaard de consequenties van uw beleven en trek daar lering uit.