Mens en kosmos

8 januari 1971

Ik zou graag een paar aspecten willen bezien van de wereld in de mens tegenover de kosmos.

In de mens kennen wij een groot aantal verschillende lagen van bewustzijn of als wij het anders willen zeggen: een aantal lagen stoffelijk bewustzijn plus geestelijke voertuigen. In het heelal kennen wij een materiële wereld, een paar werelden van daarmee gelieerde kracht en daarachter, dimensionaal verschillend, andere werelden of moet ik zeggen: andere gebieden van leven. Er is een zekere overeenkomst en al hetgeen wij zeggen over het heelal, is toepasselijk op de mens. Maar ook is alles wat wij zeggen over de mens, toepasselijk t.a.v. het heelal. En van hieruit kunnen wij komen tot een beschouwing, waarbij de mens niet meer een afzonderlijk geheel is, maar gelijktijdig deel van een groot heelal is, replica in zich van datzelfde Al en een weergave van alle mogelijkheden in zichzelf, zodat hij met het Al of elke factor daarvan harmonisch kan zijn. Dit is het primaire statement en van hieruit gaan wij verder.

De mens heeft een astraallichaam. Materie produceert door haar aanwezigheid bepaalde krachtvelden. Wanneer de mens denkt, ontstaat vorming in het astrale. Wanneer er pulsatie, dus actie is in de materie, ontstaat een stofvorming of zichtbare krachtvorming zelfs voor de mens in de stralingsvelden. Op deze wijze zou je kunnen zeggen dat de mens, die astraal actief is, gelijktijdig actief kan zijn in alle gebieden, waar de kosmische krachten, ook de materieel kosmische krachten, zich openbaren. Hij is uiteraard in de minderheid en zal zich nooit tegen de kosmische krachten kunnen verzetten. Want de krachtbronnen van het heelal zijn veel groter dan die van de mens. Maar hij kan wel degelijk voor zich bepaalde krachten selecteren en deze krachten kan hij, zowel in zichzelf versterken, alsook vanuit zichzelf richten en leiden. Dit is een heel belangrijk principe, omdat hiermee kan worden aangegeven, dat de mens vanuit zijn innerlijke wereld kan ingrijpen in zijn uiterlijke wereld, buiten zuiver materiele handelingen of ingrepen om.

Een tweede punt dat al even interessant is, is dat de mens een geest heeft. Deze geest is met de mens gelieerd, maar je kunt niet precies zeggen, waar de stof ophoudt en waar de geest begint. Er zijn dimensies in het heelal, die voor de mens niet kenbaar zijn. Je kunt deze dimensies maar zelden direct constateren. Het is echter heel moeilijk te zeggen, waar de normale gang van zaken in het driedimensionale stelsel dat u kent, ophoudt en het ingrijpen van andere dimensies ontstaat. De mens, die zijn eigen geest kan activeren, bereikt daarmee een multidimensionaal besef plus bestaan. Zomin als het mogelijk is een meerdimensionale visie weer te geven in mindere dimensies, in een minder aantal dimensies, zomin zal het voor de mens mogelijk zijn om zijn geestelijke ervaringen om te zetten in volledig juiste, stoffelijke gelijkenissen. Ook dit is een belangrijk punt.

Dan stellen wij verder: de mens kent als basis: emotie. Deze emotie, hoewel ze gewekt kan worden door geestelijke, astrale en mentale functies, zal altijd in de eerste plaats instinctief zijn, d.w.z. niet door het bewustzijn te regeren. In het heelal kennen wij natuurlijk het ingrijpen van hogere geestelijke krachten, het ingrijpen van b.v. astrale schillen, die ook krachtontladingen tot stand kunnen brengen. Wij kunnen zelfs denken aan een eigen functioneren van het denken van bv. een aardgeest, de aarde, maar de uitingen daarvan worden bepaald, zoals bij de mens, door interne secreties en emotie, door natuurverschijnselen en daardoor mede ontstane veranderingen in mogelijkheid, actie of bestaansnorm.

Wanneer je zo’n kleine ontleding begint, dan blijkt dus al dat een mens werkelijk heel veel gemeen heeft met het heelal. Er zijn in het heelal uiteraard dingen, die in de mens niet of niet volledig ontwikkeld bestaan. Maar toch blijkt de mens, zij het incidenteel, hiervan gebruik te kunnen maken. Hij heeft dus in aanleg die mogelijkheden wel, maar beschikt daarover niet voldoende bij een gemiddelde menselijke en geestelijke training, om daarvan gebruik te maken.

Eén daarvan is het uitschakelen van ruimte. Ruimte is een fictie op het ogenblik dat het denkbeeld in de plaats treedt van een afstandsbesef. Sterren kunnen met elkaar communiceren op geestelijk niveau zonder dat het belangrijk is waar ze zich bevinden. Dat kan van sterrennevel tot sterrennevel gaan. Sterren kunnen materieel, d.w.z. stralingen en actie betreffende, eigen uitstraling betreffende, meestal niet verder communiceren dan ongeveer 30 lichtjaren.

Wanneer je de mens beziet, dan blijkt, dat die mens in directe communicatie sterk beperkt wordt door ruimte. U kunt iemand op 100 m afstand misschien toeschreeuwen, verder gaat het niet. U kunt telepathisch en vaak zonder dat er meer tijd voor nodig is – in vele gevallen is er minder tijd nodig – mensen bereiken, die een hele aardbol van u verwijderd zijn. Wat blijkt nu? Bij de sterren is wat, wij noemen, de uitwisseling van gedachten, van geestelijke waarden gelimiteerd door het eigen besef van sterren en planeten. Dat wil bv. zeggen dat de aarde niet zover zal komen dat ze met sterren in het melkwegstelsel zelfs een voortdurende en redelijke communicatie heeft op geestelijk terrein. Zij is gelimiteerd door haar eigen concept van bestaan en dat bestaansconcept dan materieel weer uitgedrukt, in de baan die ze beschrijft rond de zon.

Bij een mens geldt eigenlijk precies hetzelfde. De mens heeft de mogelijkheid om over de gehele wereld en wat dat betreft nog veel verder, telepathische contacten te leggen en te ontvangen, zonder dat daar tijd mee gemoeid is. Hij kan de ruimte a.h.w. uitschakelen op dit terrein. Maar de mens wordt gelimiteerd door zijn besef. Wanneer je een mens zegt: je kunt telepathisch over de hele aarde contact hebben, dan neemt hij haast automatisch aan dat iemand die van Den Haag naar Rijswijk telepathische invloed wil hebben, veel minder energie nodig heeft dan iemand, die naar Kaapstad of Vancouver of iets dergelijks een impuls wil zenden. Dit is al een misvatting, want als je denkt kost het je meer kracht. De kracht wordt niet bepaald door de feitelijke toestand, maar wordt bepaald door je eigen reactie. De benodigde energie is in feite minimaal, maar wanneer onze voorstellingen het ons onmogelijk maken te denken aan een contact met – laten we maar wat noemen Mars, Venus of wat anders, dan kunnen wij dat eenvoudig niet, omdat wij de kracht, die wij ervoor menen nodig te hebben, niet kunnen opbrengen. Ook deze parallel heeft voor de mens geloof ik wel een paar belangrijke punten, die praktisch bruikbaar zijn. Je kunt als mens al datgene geestelijk volbrengen, wat niet door je stoffelijk besef gelimiteerd is. De menselijke rede is in dit geval meestal een zeer grote belemmering voor het bereiken van iets, wat belangrijk is.

Dan heb ik gezegd: er zijn geestelijke werelden, andere dimensies en dat zijn ook vaak geestelijke werelden in de kosmos. Het zal u wat vreemd klinken, wanneer ik u vertel dat sterren en planeten een rol kunnen spelen in de sferen. Toch is dat wel degelijk waar. Als invloed zeker en in zekere zin blijft daar zelfs nog de milieuvorming aan gebonden. Het milieu dat men zich in zomerland schept, wordt bepaald door de wereld, waaruit men komt, om maar een voorbeeld te noemen en iemand, die een contact terugzoekt met die wereld, zal eerst die geestelijke vormwereld moeten accepteren, vóór hij kan komen tot een verdere projectie naar de feitelijke materie: Er zijn hier dus eigenaardige verbindingen mee. Nu blijkt dat een kosmische geest, d.w.z. een geest, die niet belemmerd wordt door concepten van ruimte en tijd, in staat is zich gelijktijdig op vele werelden, ongeacht daar geldende, geheel differente levensvoorwaarden levensvormen etc. in feite gelijkelijk uit te drukken. Ik kan niet zeggen ‘gelijk’, omdat de communicatie op verschillende werelden anders zal zijn, maar hij kan dezelfde boodschap, die hij op aarde spreekt, in overeenkomstige begrippen uitdrukken op misschien 100 planeten tegelijk, zonder dat dat iets uitmaakt. Wat méér is, hij kan dit doen in één poging op 100 verschillende tijdstippen. Dat is voor de meeste mensen nogal een knoop. Het idee dat je één ding doet en dat het op honderd verschillende tijden merkbaar wordt. Maar ook de mens in zichzelf moet een soortgelijke mogelijkheid hebben. En nu zal ik een paar voorbeelden geven, anders wordt het te ingewikkeld.

U leeft op dit moment met het concept van uw huidige wereld, uw huidige vorming en bestaan. U denkt. In dit denken komt u zover dat tijd en ruimte geen belang meer hebben. Er zijn veel vaktermen voor. De Hindoes hebben er een paar, de yogi’s hebben weer een andere term, ook de Boeddhisten en Zen hebben weer een andere term. Die term van tijdloosheid en ruimteloosheid brengt met zich mee dat je op dat moment in elke tijd, ook van je eigen leven, kunt ingrijpen. De mens denkt dat het onmogelijk is om het verleden te veranderen. Dat is niet waar. De mens kan zijn verleden veranderen, omdat hij de mogelijkheid heeft, mits hij weet los te komen van elk tijdsruimtelijk concept en elke beperking daaraan verbonden, zijn geest a.h.w. uit te zenden naar zijn vroegere ik, dus naar jaren in het verleden en daar bepaalde impulsen te wekken. Je kunt dus je eigen geschiedenis veranderen. Dat is alleen mogelijk doordat tijd en ruimte geen realiteiten zijn.

Het is niet mogelijk om je hele leven te veranderen, want wanneer u nu tot deze toestand komt, bent u gevormd door de achter u liggende reeks van gebeurtenissen. Zou u ver afwijken in de richting, die u aan het vroegere ik geeft van hetgeen u nu bent, dan zou u daarmee de mogelijkheid tenietdoen en dan ontstaat een paradox. Je kunt nl. jezelf niet beïnvloeden door jezelf op te lossen. Doe je dat toch, dan herontsta je in de oude vorm en blijft het verleden gelijk omdat er geen bron is waarvan de wijzigende factor zou kunnen uitgaan.

Dat is een heel eigenaardig iets, maar je kunt dus wel kleine dingen doen, maar je kunt niet belangrijke daden veranderen. Je kunt wel je eigen instelling veranderen. Het is op deze wijze vaak mogelijk om geestelijke waarden, die voor het ik belangrijk zijn, te projecteren in het verleden en vanuit het verleden dit besef op te bouwen. Het resultaat is dan niet dat u verandert in het heden, maar wel dat meestal na enige tijd (want voor uzelf is de inspanning en de daaropvolgende rusttijd noodzakelijk in uw tijdsruimtelijk besef) er impulsen komen, waardoor een plotselinge geestelijke verrijking ontstaat. U krijgt ineens een totaal nieuwe visie, niet alleen op het verleden, maar ook op uzelf. Dit zijn dingen die wel in de praktijk worden gebracht. Ze horen thuis in het mysticisme en in de mystiek kennen wij zelfs op deze wijze het hervinden van de werkelijkheid. In de graalmythe komt iets dergelijks voor. Zoals u weet komt Parcifal de eerste keer, hij faalt en gaat weg. Nu is het bekend dat niemand ooit dit kasteel voor een tweede keer zal vinden, maar hij keert voor de tweede maal terug. En ik geloof dat hier – zij het zeer mythisch – duidelijk wordt gemaakt, wat ik probeer u te zeggen. Je kunt terugkeren op het punt van bereiking, wanneer je éénmaal gefaald hebt. Je kunt ondertussen jezelf verrijken, dus anders geworden zijn en toch is het moment, waarop je de bereiking weer benadert, eigenlijk identiek met de eerste keer.

Verwarrend voor velen van u, denk ik. Maar stelt u zich dit eens voor. Er is een zon. Die zon heeft een levensduur van zoveel duizenden miljoenen jaren. U bent mens. U hebt een levensduur, die in verhouding kan worden uitgedrukt in misschien. 70 tot 80 jaar. Er is geen relatie in levensduur. Maar in feite is dat alleen waar, wanneer wij spreken vanuit de mens. Want voor de ster is dit de normale levensduur. Het resultaat is dat voor haar dit leven vergelijkbaar wordt met het uwe. Wanneer wij de beperking van mens‑zijn en tijd terzijde stellen, dan kan een mens dus communiceren met een ster. En in die toestand kan de ster ook de mens bereiken. Gaan wij vanuit een materieel standpunt kijken, dan duurt de gedachte van die ster 10 jaar, maar voor de ster zelf duurt ze een seconde. Op het ogenblik dat er harmonie bestaat, ontvangt u een seconde. U comprimeert een deel van uw eigen tijd a.h.w. zodat de boodschap, die in een veel te traag tempo normaal voor u wordt uitgezonden, nu plotseling in uw eigen tempo ligt. Je zou het kunnen vergelijken met het enorm versneld afspelen van een opname, die ergens in de kosmos is gemaakt van een gedachte van een ster.

Op deze manier word je ook weer geconfronteerd met een ander verschijnsel. Er is een schijnbare hiërarchie, maar er is geen reële hiërarchie dan de hiërarchie, die door een bereikt besef, kan worden bepaald. In de kosmos proberen wij – zeker wanneer wij mens zijn – onderscheid te maken. Wij zeggen: er zijn sterren van verschillend type, er zijn sterren met een verschillende intensiteit in een verschillende fase van leven. Dat zeggen wij van mensen eigenlijk niet zo precies. Hoe ouder wij worden, hoe meer de mensen onze gelijke worden. Als je 10 jaar bent, dan is een verschil van 2 jaar veel. Als je 20 bent, is een verschil van 6 jaar veel; als je 60 bent, is een verschil van 20 jaar misschien iets, waar je nog even over nadenkt. Op dezelfde manier gaat het met geestelijke rijping. Naarmate je geestelijk rijper bent, zullen de verschillen, die er zijn in tijd en ruimte, minder voor je betekenen en is dus de gelijkheid met het andere gemakkelijker te bereiken. Maar op het ogenblik dat ik op basis van gelijkheid met een ster kan spreken, kan ik – hoe moeilijk het ook is om dat weer in menselijke waarden over te, zetten – iets terugvinden, zelfs in mijn menselijke wereld, van datgene wat elders gebeurt, in miljoenen jaren, dankzij de gedachte, de actie van een ster. Zo kun je als gelijkwaardig wezen optreden op dit punt, waar wij alleen nog maar te maken hebben met personaliteiten en niet meer met vormen en niet meer met duur en ruimte.

Dit voert tot een zeer eigenaardige stelling. Naarmate ik de aard van mijn beperktheid in vorm beter besef, zal ik eenvoudiger in de onbeperktheid als gelijkwaardige in de totaliteit het geheel beleven.

En nu kom ik tot een tamelijk stoutmoedige stelling. De mens, die het punt van gelijkwaardigheid bereikt, is een mede-heersend en scheppend element in de kosmos en kan als zodanig gelijktijdig mens zijn en toch optreden als heer van een of andere straal, als meester of bezieler van een groot aantal sterren, etc. Dat ligt er maar aan, hoe rijp je bent. De onbelangrijkheid van de vorm, die wij op deze manier kunnen proberen te benaderen, zal interessanter worden wanneer wij haar gaan terugbrengen naar het meer menselijke vlak, of liever het meer magische vlak.

Op het ogenblik dat ik beperkingen ontken, zal ik in staat zijn in mijzelf, maar nooit als mens naar buiten toe, buiten de beperkingen om te concipiëren en alle krachten te herkennen, die in de tijdelijkheid actief kunnen zijn, óók wanneer die actie mijn eigen vermogen en besef als mens te boven gaat. Anders gezegd: Degene, die zich in een toestand weet te brengen, waarbij tijd en ruimte voor hem van geen belang zijn, maar wel een materieel doel – voor hem zelf onmogelijk – voor ogen weet te houden, kan in de kosmos alle krachten erkennen, richten en stimuleren, die een dergelijke verwezenlijking wel tot stand kunnen brengen.

En daar zit natuurlijk ook iets tegenovergestelds aan vast. Op het ogenblik dat de mens een dergelijke projectie probeert te bereiken, zonder zich van tijd en ruimte onafhankelijk te kunnen maken, zal hij in zichzelf concepten stimuleren, die kosmisch zijn en als zodanig de mogelijkheid omvatten, zonder dat hij daarbij gelijktijdig de nodige krachten aan het werk kan stellen, die verwezenlijken wat hij in zich droomt. Een dergelijke mens kan als magiër handelen zonder een magisch resultaat te produceren.

Voor ons is het altijd belangrijk wanneer wij beseffen dat wij niet zo beperkt zijn als wij menen te zijn. Wat wij als mens en ook als geest zijn in een bepaalde vorm of omvang, is de projectie van iets. Het is niet de volledige werkelijkheid. Het is een projectie die voor ons tot werkelijkheid wordt, door de wijze waarop wij ons als totaliteit inleven in de projectie. Hoe meer ik de betrekkelijkheid besef van al wat ik nu ben en doe, hoe méér ik de kosmische krachten, die mijn werkelijk deel zijn, kan gebruiken, richten en stimuleren, maar gelijktijdig hoe minder aanleiding ik ertoe zal vinden. Dat is voor menigeen een beetje moeilijk, want je denkt: als ik hier op aarde ben en ik kan er zoveel mee bereiken, waarom zou ik het niet doen? Maar het merendeel van de dingen, die u wilt doen en bereiken, zijn verbonden met uzelf in de conceptie van het ik, zoals het nu schijnt te bestaan. Neem je daar afstand van, dan wordt het ik minder belangrijk. Het is niet meer het middelpunt van een wereld, het is eerder een marionet, die samen met veel andere marionetten gehanteerd wordt en waarbij je aan alle draadjes zou kunnen trekken en niet alleen aan die paar van je eigen pop. Daardoor wordt de benadering veel objectiever.

In de witte magie treffen wij het gebruik van kosmische krachten aan, daarnaast een gebruiken van planetaire krachten, het gebruiken van de krachten van sterren. De witte magie zegt altijd: Ik mag met al deze krachten werken, ik mag ze oproepen en ik mag ermee doen wat ik wil, mits ik dit niet doe ten eigen behoeve. Anders gezegd: Ik moet zelf als mens niet het middelpunt worden van de magische werking die ik ontketen. Ik ben hoogstens als activerende factor op aarde een middelpunt en dat nog maar tijdelijk.

De zwarte magie draait de: zaak om. Daar zegt men niet: ik moet mijzelf verliezen, daar zegt men: Ik zoek de harmonie met al datgene, wat in mijn wereld zou kunnen of willen bestaan. Het resultaat is dat het ik niet alleen maar agence wordt, de activerende factor, maar dat het eigenlijk de gehele actie wordt. Wanneer een zwart‑magiër iets doet, dan kan hij geesten oproepen zoveel hij wil, maar hij kan ze nooit helemaal oproepen, wanneer hij hen niet iets leent van zijn eigen krachten a.h.w. Hij kan demonen uitzenden om te doden of te genezen, maar hij kan het alleen doen, wanneer hij een deel van zichzelf daaraan verbindt. En dat is geloof ik, een typerend verschil.

Wij kunnen proberen terug te keren tot de mens en de mens tot middelpunt te maken. Op het ogenblik dat wij dit doen, moeten wij begrijpen dat wij gelijktijdig de volle mogelijkheden van de kosmos a.h.w. afwijzen. Wij hebben de mogelijkheid om in die kosmos desnoods buiten alle ruimte en tijd, al datgene te ervaren en te vinden, wat voor ons belangrijk is. Wij kunnen alle krachten, die uit ons besef en leven, zoals het buiten ruimte en tijd bestaat, belangrijk zijn, tot stand brengen van wonderen, werken ook op de wereld van de mensen, maar wij kunnen dat alleen doen, wanneer wij er zelf niets mee te maken hebben. Typisch voorbeeld voor wat men er in Tibet voorgeeft of gaf, is dit: “Wanneer ik de regen roep, opdat zij vruchtbaarheid geve aan de velden, zo zal ze mij gehoorzamen, wanneer ik roep ommentwille van anderen. Maar indien ik loon ontvang voor mijn diensten, zo zal zij slechts komen, indien ik mijzelf schenk aan de regen en mede mijzelf verlies aan de velden”. Dat is die oude en bekende geschiedenis van de magiër die daar komt, met zijn meestal rood of geel gewaad, boven op de rotsen staat, naar het dorp beneden kijkt en dan met een magistraal gebaar ineens een wolkje oproept dat aan de heldere hemel begint te ontstaan, totdat de regen neerkomt en de droogte voorbij is. Dingen die daar reëel zijn gebeurd. Maar in dit beeld vergeet men meestal te vertellen dat degene, die dit deed, ofwel slachtoffer daarvan werd, zoals heel veel van de tovenaars, ofwel dat hij wegging, zodat hijzelf niet profiteerde van wat hij kreeg.

Dit beeld kunnen wij in elke situatie omzetten. Op het ogenblik, dat ik mijzelf centraal stel in iets, onverschillig hoe, dan roep ik a.h.w. de zwarte magische krachten op. En waarom? Omdat alle beperking gelijktijdig betekent zelf-verterende actie. Als je energie hebt in het heelal, dan blijft die bestaan. Op het ogenblik dat die energie tot materie wordt, wordt het een geheel, waarin de vorm voortdurend zichzelf vernietigt om zichzelf in stand te houden. Zelfs het menselijk lichaam doet dat. Je hebt dus voortdurend nieuwe krachten van buitenaf nodig, om jezelf gelijk te blijven. En ik denk zo: dat je magisch dat moet begrijpen. Wat ik alleen doe voor de wereld, best. Dat is kosmisch, daar heb ik geen gevaren te duchten. Op het ogenblik dat ik mijzelf toch wel als erg belangrijk begin te beschouwen en misschien vooral de werkingen – t.a.v. mijzelf in de eerste plaats – wil stimuleren en definiëren, dan wordt het zwart‑magisch. En dan krijg ik te maken met krachten die van buitenaf komen. Krachten die mij aan de ene kant veel geven, maar die aan de andere kant daarvoor voortdurend eisen. Zou ik even afwijken van de egoïstische lijn, dan zal elke poging tot altruïsme of elk besef dat mede altruïstisch is, gelijktijdig betekenen de verbreking van contact en mogelijkheid.

De situatie heeft heel veel andere eigenaardige parallellen. U kent misschien het bekende verhaaltje. Wanneer iemand de ruimte in zou kunnen gaan en op zoveel lichtjaren weg met een kijker naar de aarde zou kunnen kijken, dan zou hij op die aarde waarschijnlijk nog dinosaurussen zien rondrennen, etc. Dat is een verhaaltje, waarbij men probeert duidelijk te maken dat het verleden nog steeds bestaat. U leeft, u hebt een geheugen. In dat geheugen ligt het verleden vast. Zolang in uw geheugen dit verleden vaststaat, kunt u, hoe groot de afstand van de tijd ook is, herbeleven. U kunt het in uzelf weer activeren. En nu is daar een grote vraag bij. Wanneer je dit als mens doet, kun je dan precies hetzelfde beleven wat je vroeger beleefd hebt? En dan blijkt, dat dat niet waar is. De herinnering kan een reeks van feiten en zelfs emoties stipuleren, maar ze kan ze niet terugbrengen tot een vroegere beleving. Integendeel. Wanneer een oude heer praat over de vreugden van het jong zijn, dan praat hij daar nog altijd over als een oude heer, hoe goed hij zich de jeugd ook herinnert. En zo kunnen wij in onszelf terugkeren naar de herinnering. Maar stel u nu eens voor dat ik die herinnering niet meer beschouw zonder meer als verleden, maar als deel van het heden. Dat ik besef hoe de herinneringen, zodra ze in het verleden geprojecteerd worden, zinloos zijn, maar op het ogenblik, dat ik ze tot deel van het heden, van mijn persoonlijkheid, mijn mogelijkheid en gedrag verklaar, dat ze mij een uitbreiding geven van mogelijkheden. Ik word flexibeler in mijn denken, mijn daadkracht wordt anders en meestal groter. Dan zou u daaruit moeten concluderen: Ik heb, door mijn herinneringen op de juiste manier te gebruiken, mijn mogelijkheden in het heden veranderd.

Elke mens draagt in zich een grote reeks gegevens, waarmee hij de problemen, die in het heden voor hem bestaan, volledig kan oplossen. Maar de mens kan alleen tot die oplossing komen, wanneer hij eerst afstand neemt a.h.w. van de herinnering, haar niet meer wil zien als iets uit het verleden, maar voor zichzelf herleidt tot iets in het heden. Dat laatste is natuurlijk moeilijk.

Maar hoe wilt u uzelf leren kennen, als u het alleen maar hebt over het verleden? Wanneer u begint om dat verleden van u af te wijzen, dan kunt u natuurlijk uw eigen ontwikkeling omschrijven en dat is ook weer een zuiver persoonlijke en subjectieve omschrijving. Maar u kunt niet zeggen dat dat de inhoud van uw wezen is. Breng het terug tot het heden en u komt tot de omschrijving van uw huidige mogelijkheden en invloed, uw huidige factoren en ook uw huidige conditionering.

Stel nu eens dat ik in staat zou zijn mijzelf zo goed te kennen in het heden, dat de herinneringen uit het verleden allemaal voor mij actief deel zijn geworden van het nu. Dan is de tijd weggevallen, want ik heb een hele spanne tijds teruggebracht tot één besef. Maar dat betekent dat ook gelijktijdig de toekomst (en de meeste mensen hebben – ook al weten ze het niet – herinneringen t.a.v. de toekomst) zal terugvallen tot het heden. Ik ken de totaliteit van mijzelf en daarmede al datgene, wat ik zijn moet en zijn kan. Ik heb de conditionering van mijn milieu eenvoudig overwonnen door mijzelf te maken tot degene, die het milieu erkennende, het voor zich omschrijft en in het heden op de totaliteit ervan reageert.

Ik zal het nu iets eenvoudiger maken. U hebt allemaal weleens gehoord van allerlei zegels e.d. Het zijn kringen, waarin tekentjes zijn gezet met mooie lijntjes en figuren en eventueel spreuken in de rand enz. Dan zeggen de mensen: dat is interessant, maar het is bijgeloof. Dat is natuurlijk waar, zolang u het als zodanig ziet. Maar wat je in feite doet, is een schema neerschrijven. Er zijn grote zegels die, wanneer je ze ontleedt, niets anders doen dan een aantal krachten uit een goddelijke hiërarchie tegenover elkaar groeperen. Het is een vaststellen van wat je noemt goddelijke of tijdloze relaties en daardoor ontstaat een figuur en die figuur schets je dan ook nog en in die figuur zet je je motivering. En dat is heel vaak het alpha et omega, het begin en het einde, maar je kunt er net zo goed in zetten: Piet Janssen, bij wijze van spreken, als dat je motivering is. Dan kun je in het kosmische of goddelijke geheel bepalen wat Piet Janssen is, of indien je iets anders hebt genomen, de functionaliteit van God t.a.v. jezelf daardoor bepalen. Dat zijn wat men noemt de machtszegels; zegels, waarmee men beweert boze demonen te kunnen verdrijven. En het is duidelijk, wanneer ik mijn relatie met God vaststel dat er geen ruimte meer overblijft voor negatieve projectie. Dan is er alleen nog maar werkelijkheid. Dus ik ben onaantastbaar voor het slechte. Maar nu kan ik op dezelfde manier iets maken, waarbij ik bv. de invloeden van de zon, maan en Mars en Venus of Mercurius er bijvoeg en dan kom ik tot iets, wat eigenlijk een beetje lijkt op een horoscoop. En ook daar is altijd weer een centraal punt. Een middelpunt is of een vlak of een punt. Wanneer het een vlak is, dan is het een erkenning van relaties met het ik, maar het kan ook een punt zijn. Denk aan het snijpunt van vele lijnen b.v. In een dergelijk geval geeft het schema de werkelijke waarde aan van alle invloeden. En dan zie je dat ze elkaar voor een gedeelte opheffen. En dat andere, juist bijzonder sterk uit uiting komen. Wanneer ik een beperkt zegel gebruik, dan heb ik een schema van beperkte krachtsinvloeden en kan ik de resultaten daarvan aflezen. Die resultaten zijn belangrijk. Dat is de actie.

Nu denken de mensen dat ze magie bedrijven met een zegel, maar dat is niet waar. Wat ze doen is niets anders dan een kosmische verhouding nemen, deze schematisch neerleggen in een tekening én dan deze tekening in zichzelf opnemen als een beeld van de kosmos. Het beeld van de kosmos dat ze in zich reproduceren, waardoor ze de kosmische krachten of verhoudingen binnen zichzelf en vanuit zichzelf tot uitdrukking kunnen brengen. Nu zult u zeggen dat dat meestal niet bewust gebeurt. Neen, natuurlijk niet. Het bewustzijn van de mens is ongeveer 1/10 van het totaal van hun weten. En de meesten, die zich daarvan bewust zijn, weten nog minder, dus als wij zeggen 1/10, dan blijft er 9/10 onbewuste en onderbewuste impulsen. De mens kan zelf zeggen: ik wil bepaalde delen van mijn leven niet bewust accepteren. En als dat negatief is, dan kom je bij een psychiater terecht en die behandelt je drie jaar en na die tijd weet je eindelijk welk punt het was, wat je ertoe heeft gebracht een deel van je werkelijkheid af te wijzen. Maar wanneer dat zuiver materieel kan op psychisch vlak dan, dan moet dat ook elders bestaan. Er zijn mensen, die een deel van de werkelijkheid, waartoe zij behoren op de één of andere manier afwijzen. En op het ogenblik dat ik dat doe, kan geen zegel mij meer redden. Want dan beschik ik niet meer over de nodige intuïtie. Maar als die afwijzing niet werkelijk in mij bestaat, wanneer het alleen maar een materiële reactie is, dan zal bij de beschouwing van het zegel niet alleen 1/10 rede aan het werk gaan, maar die 9/10 verzonken bewustzijn eveneens actief worden. De geest, waar je iets van meent te weten, en in feite meestal niets van weet, wordt eveneens actief, want het is een kosmisch geheel en het ik is in het tijdloze een kosmisch wezen. Op die manier kun je alle zegelwerkingen voor jezelf vertalen.

Op soortgelijke manier zien wij dat mensen gebruikmaken van klanken. De magie van de klank is menigmaal behandeld. Wanneer ik verschillende klanken, toonhoogten, verschillende trillingen en daarop vaak weer geënte klankfiguren gebruik, dan omschrijf ik hiermee niet alleen maar een invloed, die b.v. voor de mens lichamelijk of psychisch iets betekent, neen, ik kan een heel patroon opbouwen, dat in feite de kosmos omvat. Ik maak een zo volledig beeld in die klanken binnen mijn eigen wereld van het totaal dat ik in mijzelf bevat, dat ik een machtswoord heb gevonden.

En nu kunt u misschien ook het mooie verhaal van degenen in de Karakorum, die naar boven moesten voor een tempel. Men ging op de rotsen zitten en riep: “aum”. Het rotsblok ging heel rustig omhoog tegen alle zwaartekracht in, ze stapten af en men riep weer “aum” en het rotsblok daalde heel netjes naar beneden toe. Dat klinkt krankzinnig. Maar als wij ons realiseren dat kosmische krachten alles omvatten, dus ook de zwaartekrachtswerkingen, dan is dit niets anders dan de resultante van een reeks van werkingen van kosmische geaardheid zoals geuit in en rond de massa. Het wordt u misschien duidelijk dat wanneer ik de juiste klanken gebruik, ik een deel daarvan kan uitschakelen of activeren naar believen. Die klanken zijn vaak de schakelaars die je gebruikt om bepaalde werkingen uit te schakelen of om een bepaalde kracht te versterken, zoals de ingewijde, die zijn lichaam even parkeerde omdat hij een paar honderd kilometer verder nodig was en zich daar even een tijdelijk lichaam opbouwde.

Het lijken sprookjes, maar als u zich realiseert, dat materie een vorm is van kracht, dat krachten kosmisch gevormd kunnen worden en dat iemand, die op een ogenblik zelf kan overschakelen op een kosmisch bewustzijn, die kracht in elke vorm overal kan projecteren, dan is het niet meer zo onwaarschijnlijk. Ik wil niet zeggen, dat dit vaak voorkomt, maar ik probeer u duidelijk te maken, hoe in het geheel van alle magie wetten verborgen zitten en krachten verborgen zijn, die in het heelal precies eender voorkomen. Neem één van de eenvoudigste voorbeelden uit de moderne natuurwetenschap. Een elektron kan zijn baan in een atoom verlaten en in een andere baan verschijnen, zonder dat een doorschrijden van de tussenliggende ruimte wordt geconstateerd. Maar nu zeggen wij kosmisch: afstand bestaat niet. Het is niet noodzakelijk tussenliggende ruimten te doorschrijden op het ogenblik dat wij een kosmische toestand bereiken. En nu zult u vragen: bereikt een elektron dan een kosmische toestand? Een elektron is, in feite een klein krachtwervelingetje, dat in zichzelf trouwens nog deelbaar is. Ik geloof niet dat men dat al gevonden heeft, maar het is deelbaar. En dat wervelingetje bestaat op een niveau, waar ruimte niet reëel is; waar alleen baanverhouding, dus relatie reëel is. Vandaar dat een verandering van relatie of een baanverandering niet betekent een doorlopen van tussenliggende ruimten. Maar waarom zou het dan voor een mens wel noodzakelijk zijn? Als die mens maar kan komen tot het besef in zichzelf van de kosmische onbeperktheid.

En nu klinkt dit alles u meer begrijpelijk in de oren dan het voorgaande. In feite is het onbegrijpelijker. Want wanneer je kosmische dingen beschouwt in zichzelf, dan zijn ze voor de mens moeilijk te benaderen en is het heel erg moeilijk de juiste formulering te vinden. Maar dan heb je te maken met de grote werkelijkheid. Zodra je spreekt over de mens, wordt voor de toehoorder onwillekeurig het kosmisch geheel teruggebracht tot het menselijke en dat is juist het omgekeerde van wat er in feite gebeurt. De mens wordt teruggebracht tot het kosmische door zijn besef. Van daaruit zijn alle dingen mogelijk.

Je zou dit alles kunnen afronden met een paar heel eenvoudige beschouwingen die er schijnbaar niet veel mee te maken hebben. Ik zal u de relatie zo dadelijk nog noemen. De mens meent beïnvloed te worden door planeten en sterren. Astrologie. Redelijk gezien is dit merendeels onjuist. Geestelijke bezien kunnen een aantal zeer geringe verschillen, die door een verschuiving van planeetstanden ontstaan, als verklaring worden geaccepteerd. Op het ogenblik dat wij aannemen dat een mens in zich het patroon draagt van b.v. een zonnestelsel en daarmede kosmisch harmonisch bepaald is, dan worden alle verdere situaties en verhalen van de astrologie plotseling begrijpelijk. Wanneer wij horen dat iemand kan waarzeggen, d.w.z. in de toekomst kan lezen, dan kunnen wij dit menselijk redelijk benaderen. Dat is een prognose, een berekening van gemiddelden. Wij kunnen het, zoals dat heet, occult benaderen. In dat geval wordt het een – door welk middel en reden dan ook – bepaald, gericht en beperkt vooruitzien in de tijd. Maar op het ogenblik dat wij zeggen: wij zijn kosmisch, dan kunnen wij zeggen: in de kosmos kunnen wij elk harmonisch moment aflezen en terug projecteren in ons eigen besef. En dan krijg je heel eigenaardige verschijnselen. Dan wordt de mens niet meer helderziend en is hij in zijn helderziendheid in tijd en ruimte afhankelijk van de invloeden die hem bereiken, maar dan bepaalt hij voor zichzelf eenvoudig welke projecties uit de toekomst voor hem op dit moment redelijk begeerlijk zouden kunnen zijn. Hij kiest dus zelf uit wat belangrijk is. En op deze manier kun je alle dingen voorzien, mits je het aantal waarnemingen voldoende beperkt. U zult zeggen waarom? Wel, je kunt die dingen maar op één ogenblik en vanaf één ogenblik a.h.w. weergeven. Wanneer het lichaam gelijktijdig een groot aantal van die impulsen moet verwerken, dan ontstaat er een waanbeeld. Dan vallen vele prognoses in tijd uiteenliggend (en feitelijke zeker heden in kosmische zin) samen tot een geheel, dat geïnterpreteerd moet worden, omdat het niet meer begrijpelijk is en het resultaat is, dat je een menselijke verklaring geeft aan iets, dat een kosmische impuls is en dan is het meestal verkeerd. Maar als je maar een enkele of desnoods twee of drie fragmenten terug projecteert bij één zo’n geval, dan zijn ze nog wel te scheiden. Dan kunnen de hersenen dat verschil nog wel vastleggen en is de herinnering daarbij voldoende, om drie punten in tijd inderdaad weer te geven. Daarom zijn er zo weinig goede helderzienden in ruimte en tijd op aarde. De meesten zijn niet in staat naar een kosmisch punt terug te gaan en van daaruit de feiten naar zichzelf te projecteren.

Een ander interessant punt is het volgende. Mensen zeggen altijd ik heb een beperkt geheugen. Neen, het geheugen van de doorsneemens is uitstekend. Maar wat blijkt? Er bestaat een zekere onwil om de geheugenfactor toe te laten. Je kunt je iets niet herinneren, omdat je ernaar zoekt, eenvoudig omdat je daarmede de hele organisatie door elkaar gooit. Als je ontspannen bent, komt zo’n herinnering soms wel. Maar iemand, die helemaal geen nadruk legt op zijn herinnering, vertoont heel vaak iets wat men een fotografisch geheugen noemt. Hij neemt alles op wat hij ziet en hoort en kan het reproduceren. Het zijn mensen die even kijken naar een blad van een encyclopedie en ze kunnen je na een uur precies vertellen wat er op dat blad staat. Als je het sleutelwoord noemt, dan vinden ze automatisch de bladzijde terug, de afbeeldingen en alles wat erbij hoort. Er zijn maar weinig mensen die dat kunnen en hier is het aantal op te nemen impulsen weer beperkt door de energie die je hebt. Je kunt niet onbeperkt meer blijven bijladen, maar het bestaat. Zou u nu even met mij naar de kosmos willen teruggaan?

In de kosmos liggen buiten de tijd alle feiten en alle mogelijkheden vast. Er bestaat dus – kosmisch gezien – een geheugen, dat alle feiten plus alle mogelijke varianten daarvan voortdurend omvat. Dan zou dus kosmisch gezien iedereen zich alles kunnen herinneren, ook wat er nog niet geweest is, of wat behoort tot een afwijkende reeks van mogelijkheden.

Wij zien heel vaak dat mensen, helderziend of anderszins, een soort vals geheugen vertonen. D.w.z.: ze zien heel veel feiten juist, maar er zijn bepaalde feiten bij, waar ze eenvoudig langs heen zien. Ze spreken niet over de werkelijkheid, die voor u nu bestaat, maar over een werkelijkheid, die voor u zou kunnen bestaan. Een mogelijkheid. En daar ze het verschil niet zien, vertellen ze onzin. Het kan voor een mens, voor een geest, voor iedereen bestaan. En daarom moet u goed onthouden dat er geen enkele actie bestaat, hoe onverwacht wij die ook nemen, waarvan wij de gevolgen niet reeds kunnen kennen, zodra wij de beperkingen van de persoonlijkheid kunnen uitschakelen en vanuit de kosmos overzien wat deze lijn voor mogelijkheden omvat.

Wij kunnen elke verklaring en ontwikkeling, die gebaseerd is op een valse premisse, volledig volgen in alle ontwikkelingen, zonder dat die ontwikkelingen volledig waar worden. In dat geval zullen de omstandigheden buiten ons waarschijnlijk nog wel met de waarheid gelieerd zijn, onze eigen plaats daarin is echter altijd een leugen.

Zo het leven beseffende, weten wij, dat al bestaat er geen predestinatie in die zin, dat wij een bepaald lot noodzakelijkerwijze moeten aanvaarden en dragen, er toch voor ons wel degelijk een lotsbepaaldheid bestaat, die wij pas overwinnen, wanneer wij onszelf voldoende kennen om in de kosmos de begrenzingen, die wij aan het ik plegen te stellen, eenvoudig op te heffen. En dan zijn wij gelijk aan de grootmachten in deze kosmos, gelijk aan de machtigste geest, die wij ons kunnen voorstellen, gelijk aan de grootste sterren. Gelijk aan alles, wat je je maar denken kunt. Wij zijn de gelijke daarvan op het ogenblik, dat wij de beperkingen, die wij onszelf hebben aangepraat en opgelegd, verliezen. Bewustwording in de esoterische zin, zowel als in geestelijke zin, is gericht op het verliezen van deze beperktheid, die men zichzelf oplegt. Wie slaagt ten dele of geheel in deze taak, wordt daardoor de gelijke van hogere krachten, maar zal gelijktijdig meer afstand nemen van de beperkte persoonlijkheid, die op aarde of in de geest tijdelijk voorstelt, uitbeeldt en door zijn projectie ook wel degelijk mede is.

De Gastspreker

 

Wanneer ik de mens zie in zijn relatie tot het oneindige, dan valt mij altijd weer op dat de mens enerzijds zo enorm verwaand is en dat hij anderzijds geneigd is zijn eigen betekenis en eigen mogelijkheid in de wereld tot een zo miniem mogelijk punt terug te dringen. Anders gezegd: men pretendeert een uiterste aan rechten en een minimum aan mogelijkheden. Er zijn mensen die dit menen te kunnen aantonen op grond van Bijbelse of andere openbaringen. Maar zelfs wanneer wij geconfronteerd worden met hogere esoterische of geheime leringen, bestaat de neiging de mogelijkheid van de mens tot praktisch nihil te reduceren en daartegenover zijn recht, zijn persoonlijkheid, tot een maximum uit te breiden.

Mijn standpunt in deze luidt als volgt: de mogelijkheid van de mens is in overeenstemming met zijn vermogen om zijn beperkingen te erkennen. Het erkennen van beperkingen voert tot streven, waardoor deze beperkingen deels doorbroken worden. Hij, die begint zijn beperktheid te erkennen, kan tot onbeperktheid komen. Hij, die zijn onbeperktheid stelt en op grond daarvan zijn eigen aansprakelijkheden en actienoodzaak tot een minimum terugbrengt, zal niets bereiken. Toch zullen wij bij de mens altijd weer het beeld vinden van iemand die zegt: Dit leven is het enige dat van belang is. Mogelijk komt dit, omdat men weinig of geen inzicht heeft in de totaliteit van levens die men achter zich heeft, de totaliteit van levens en levensvormen die men nog zal moeten bekleden voor men tot absolute vrijheid kan geraken. Maar elk leven is slechts een beperkte aanvulling van een vorig bestaan. Dit impliceert dat de mislukkingen die een leven telt, eigenlijk de resultaten zijn, noodzakelijk geworden door een vorig bestaan. Niet dat u door een vorig bestaan zult zijn vastgeketend aan zekere belevenissen, maar de conditionering van een stoffelijk bestaan impliceert het voor jezelf wekken van conflicten en teleurstellingen. Het voor jezelf tot stand brengen van verrassend anders aflopende ontwikkelingen, waardoor je meent te falen soms, terwijl je slaagt. Want geestelijk gezien is slagen afhankelijk van aanvaarding. Mogelijk ben ik te eenvoudig voor u, wanneer ik hier een aantal eenvoudige regels neerleg, maar ik wil het toch doen.

De mislukkingen, die u nu ondergaat of erkent, zijn gebaseerd op uw noodzaak uw eigen positie juister te beseffen. Wint u dit besef, dan zal de mislukking verder niet meer voorkomen. Wint u dit besef niet, dan zult u blijven mislukken in uw eigen ogen. Geestelijk zult u dan waarschijnlijk alsnog enig begrip danken aan deze schijnbare mislukking.

Menselijk gemeten resultaten zijn altijd erg beperkt: de menselijke maatstaf van resultaat is nl. niet in overeenstemming te brengen met de kosmische maatstaven en hun eventuele uitdrukking in causaliteit. Een resultaat dat je tot tevredenheid stemt, brengt met zich de mislukking van een volgende poging. Want de tevredenheid die je gevoelt, doet je de problemen verwaarlozen die komen. En iemand, die in zijn leven volledig geslaagd heet, zal dan ook een groot aantal mislukkingen moeten verwerken, hetzij in de sferen, hetzij daarna. Daarom begrijp ik de jacht van de mens op het succes niet. Wie succes heeft, heeft een tijdelijke bevrediging die echter altijd door inzinkingen, door mislukking voor eigen gevoel, gevolgd zal worden. Het perfecte is menselijk niet bereikbaar. De mens die naar perfectie streeft, is dus een dwaas. Want wie naar het onbereikbare streeft, zal aan het bereikbare voorbijgaan. Zo zou ik u de volgende regel willen voorstellen:

De mens, die voortdurend het heden beschouwt als uitgangspunt voor morgen, zonder discriminaties, zonder reminiscenties, zal altijd morgen weer verdergaan en door het heden niet te veel beïnvloed worden. Zijn leven voert naar een werkelijke bereiking, waarbij het eindresultaat de som is van alle belevingen, zonder dat hij belast wordt met alle meningen, daaruit voortvloeiend.

De mens heeft nu eenmaal de neiging om te zorgen voor morgen of terug te grijpen naar gisteren. Beide zijn in feite niet mogelijk. Het enige wat mogelijk is, is het beeld, dat zich vandaag t.a.v. leven aan je voordoet waar te maken, voor zover je mogelijkheden reiken. Ga je daarvan uit, dan kom je verder. Blijf je je te zeer bezighouden met toekomst of verleden, dan zal je juist daardoor zeer grote hiaten doen ontstaan in je eigen besef en daarnaast ook vele mogelijkheden, die in de stof aanwezig zijn, terzijde schuiven. De mens leeft voor een deel uit zijn gevoel. Zijn gevoelens zijn zelden redelijk te noemen, maar zijn gevoelens brengen kosmisch en geestelijk gezien veelal juistere impressies en resultaten over, dan alle meer redelijke benaderingen. Wat de mens aanvoelt met zijn totaliteit, kan hij zelden onderbrengen in het kader van een directe en logische redelijkheid. Daarom moet de redelijkheid beschouwd worden als een middel om de gevoelens tot een zekere aanvaardbaarheid in de wereld te brengen. Niet als een middel om de gevoelens te verklaren en te richten.

En nu ik toch over deze dingen spreek en ik zeg nogmaals: ik kan mij vergissen, want het is moeilijk mij geheel in de menselijke wereld in te denken, zou ik willen stellen, dat de mens een verkeerd begrip heeft van vele waarden, die in de geest blijven voortbestaan. Voor de mens is liefde in feite een bezitskwestie, zelfs wanneer dit alleen een emotioneel bezitten, een impressie betekent. Liefde echter is een gelijktijdig bewust bestaan, niet een verbondenheid zonder meer, zeker geen bezit. Schuld betekent voor de mens over het algemeen iets, dat je verkeerd hebt gedaan of iets, dat je tegen beter weten in, zoals men dan zegt, hebt nagelaten. Maar zowel de z.g. verkeerde daad alsook de nalatigheid komt voort uit wat je bent. Zij zijn niet een schuld, maar een indicatie. Schuld in kosmische zin is dan ook niet het ingaan tegen je eigen wezen of een nalatigheid of verkeerd begrijpen of werken met waarden; schuld is eenvoudig het niet bewust willen beleven en aanvaarden van de dingen die uit jezelf voortvloeien. Wie niet beseffen wil, wat hij is en doet, laadt schuld op zich. Hij, die bewust handelt, kan nooit schuldig zijn tegenover zichzelf. Er bestaat m.i. geen werkelijke schuld tegenover anderen, geen werkelijke schuld tegenover God of welke hogere macht dan ook.

De mens heeft de neiging om zijn begrippen verkeerd uit te drukken. Hij spreekt bv. over een godsdienst. Je kunt één zijn met God, maar je kunt God niet dienen. Wanneer je stelt dat je God dient, stel je dat je anders bent en gescheiden van God en hebt daarmede juist het enige nagelaten, wat belangrijk is voor mens en geest, het één-zijn met de totaliteit, ook al is men een schijnbaar daarvan gescheiden uitdrukking van die totaliteit.

U ziet, mijn visies zijn voor sommige mensen wat onaanvaardbaar Voor u waarschijnlijk niet. Nu zegt men weleens dat er een ideale vorm van leven moet bestaan, een ideale maatschappij, een ideale gedragsnorm en wat dies meer zij. Een ideaal is altijd onbereikbaar ofwel niet ideaal. Wanneer ik iets stel dat buiten de mogelijkheden ligt, dan stel ik voor mijzelf onvermogen. Dit zal mij in het geheel van mijn bestrevingen belemmeren, zowel in mijn relaties met mensen, met het hogere als in de verwezenlijking van mijn denkbeelden. Ik moet dus niet zoeken naar het perfecte of het ideale, ik moet zoeken naar het verwezenlijkbare en het hanteerbare en daarbij moet ik uitgaan van mijzelf. Je kunt als mens of geest nimmer vertrouwen op anderen, zonder dat je deze volledig hebt geraadpleegd. Zelfs dan blijft een onbetrouwbaarheid bestaan, omdat je vaak verkeerd verstaat of uitlegt, wat men je probeert duidelijk te maken. Daarom kun je alleen op jezelf vertrouwen in deze.

U doet in deze kring aan esoterie. Je kunt volgens mij niet aan esoterie doen. Je kunt misschien esoterisch bestaan, een erkenning van je innerlijk. Je kunt geen erkenning van het innerlijk afdwingen, door welke methode dan ook, omdat de methode een beeld van het innerlijk ontwerpt, maar niet het innerlijk zelf prijsgeeft. Maar je kunt ontwaken tot een besef van jezelf, wanneer op natuurlijke wijze een integratie van het ik wordt bereikt. Deze bereik je niet door streven, maar door zijn.

U houdt zich waarschijnlijk ook, al is het beperkt, bezig met de magie en al wat daarmee verbonden is. Indien juist gebruikt, is de magie niets anders dan het uitbreiden van een esoterische erkenning tot de totaliteit, waarvan je deel bent. Elke andere vorm, die zich magie noemt, is in feite gebaseerd op zelfbedrog en bedrog van anderen. Mogelijk door hypnose, mogelijk door het gebruik van bepaalde krachten, maar het brengt geen blijvende resultaten.

Ik meen op deze wijze u een beeld gegeven te hebben van enkele meningen, die bij mij bestaan. En nu moet ik proberen tegemoet te komen aan de mens en zijn menselijk denken. Wanneer u streeft naar een bepaald doel, dan kan u dit helpen om de richting van uw daden te bepalen, maar het zegt niets omtrent de verwezenlijkbaarheid van uw doel. Wanneer u uitgaat van al datgene wat uw wereld zegt, dat is, dat moet zijn, dat waarschijnlijk is of waar is, dan gaat u af op de verklaringen van derden. Verklaringen van derden zijn nooit betrouwbaar, tenzij men zegt, dat zij een uitgangspunt vormen voor nadere zelfwerkzaamheid. Wat de geest u ook zegt, wat de wereld u ook beweert, niets daarvan is juist en betrouwbaar, tenzij u het gebruikt als een uitgangspunt, waarop u uw eigen leven en besef bouwt En daaruit volgt dat een mens altijd weer moet terugvallen op zichzelf. Maar een terugvallen op jezelf betekent niet noodzakelijkerwijze dat je altijd alleen staat. Want de mens, die terugvalt op zichzelf, kan gebruik maken van projecties, hij kan de eigenschappen, die hij voor zichzelf als onmogelijk ervaart, toekennen aan anderen, al dan niet imaginaire wezens en daarmede werken. Hij kan uitgaan van de tijdloosheid van zijn bestaan en daardoor van de druk en noodzaak tot gebeuren, verlost worden.

Veel mensen menen dat zij in het leven een vaste plaats moeten innemen. Mensen zijn onderling verwisselbare elementen, voor zover het de kosmos en voor een deel zelfs de geest betreft. Het is heel moeilijk voor een geest om een mens in zijn menselijke, dus lichamelijke vorm te zien als een volkomen realiteit. De lichamelijkheid is immers niet belangrijk, alleen een bepaalde geestelijke harmonie. Wij, geloven dus bij wijze van spreken niet in lichamelijke vaders en moeders, maar in geestelijke vaders en moeders. Heb je met iemand een geestelijk contact, dan is dat veel belangrijker dan een lichamelijk contact. Wij voelen a.h.w. die mens aan als iemand die: met al zijn pogingen tot magie, tot belangrijkheid, tot esoterie, voortdurend achter de werkelijkheid aanjaagt. En toch kun je de werkelijkheid zo gemakkelijk een stap voorblijven. Werkelijk is datgene, wat in mij als werkelijkheid leeft. Alle feiten, die daar niet mee stroken, duiden slechts aan dat mijn persoonlijke werkelijkheid nu nog geen uitdrukking vindt. Het betekent niet dat die uitdrukking nooit zal komen. Het betekent niet dat die waarde niet aanwezig zal zijn.

Kosmisch denken is iets, waar een mens vaak over spreekt. De meeste mensen kunnen niet eens internationaal denken. Geestelijk bewust zijn is een uitdrukking die door de mens vaak gehanteerd wordt, terwijl hij zich maar zeer onvolledig bewust is van de werkelijkheid waarin hij leeft. Er bestaat naar mijn denken, bij de mens een neiging om voor de werkelijkheid te vluchten in vaagheden. Men probeert dan uit die vaagheden weer een aanvaardbare reeks van daden te distilleren. Dat is natuurlijk onzin. Je kunt niet beweren dat je kosmisch of bovenzinnelijk of anders bewust bent zonder dat je dit in relatie tot je huidige bestaan definieert, om dan plotseling geïnspireerd door dezelfde hoge waarden tot een reeks daden te komen of tot een reeks nalatigheden, waarvoor je zelf de aansprakelijkheid niet wilt aanvaarden.

Uw leven kan nooit door een ander geleefd worden; zelfs een mens die bezeten is, heeft zelf mede deze bezetenheid mogelijk gemaakt, heeft dit zelf mede veroorzaakt en is daardoor onvermijdelijk aansprakelijk voor het geheel dat hij daarin tot stand brengt. Ook wanneer hij later zegt, maar het was een duivel of iemand anders, die mij in bezit genomen heeft.

De moeilijkheid van deze aansprakelijkheden en de neiging van de mensen om dit terzijde te stellen, is naar ik meen dat de meeste mensen hun verplichtingen en verantwoordelijkheden wel tegenover anderen stellen, mar nimmer reëel beseffen. Het is heel erg moeilijk te begrijpen in welk opzicht je aansprakelijk bent voor een ander. En juist daardoor ben je geneigd je werkelijke aansprakelijkheden terzijde te stellen. Wanneer je begrijpt, dat je aansprakelijk bent tegenover en verantwoordelijk tegenover jezelf, dan kun je niet meer terugwijken voor een verplichting. Dan bestaat die verplichting, omdat ze voor jou waar is, niet omdat ze voor de wereld of voor een ander waar is, of omdat men dit van je eist.

De grootste zegen voor de mensheid is individualisme. Ik weet dat de meeste mensen er bang voor zijn. Persoonlijkheden moeten zich aanpassen aan de massa en iemand die dat niet doet, is in hun ogen gevaarlijk. Maar hoe kan een mens zijn werkelijke wezen, zijn aansprakelijkheden, zijn noodzaken uit vroegere bestaansvormen, zijn geestelijke erkenningen in het leven ook maar enigszins tot uiting brengen, wanneer hij zich daardoor laat limiteren door een menigte? Door een massa die regels stelt, die in feite voor niemand werkelijk passen? U kunt spreken over democratie en dan ben ik bereid om zelfs een parlementaire democratie – in mijn ogen een schijndemocratie – voor een ogenblik als zodanig te aanvaarden. Maar kan er sprake zijn van een democratie, tenzij eenieder die gezamenlijk met anderen het volk vormt, zijn eigen verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden op zich neemt? Dit zijn punten waarover u eens moet nadenken.

De grootste geestelijke openbaringen komen voort uit de individuele benadering van het leven, de individuele erkenning van eigen bestaan en verantwoording. De grootste magische bereikingen zijn gebaseerd op de persoonlijke harmonieën die niet belemmerd worden door opgelegde harmonische patronen van anderen. Vorm is niets, inhoud is alles. Slechts daar, waar ik anderen moet benaderen, zal vorm belangrijk zijn voor zover zij de verstaanbaarheid van wat ik ben en wil aan anderen kan overdragen. De inhoud van uw leven en uw weten is veel belangrijker dan alles wat feitelijk gebeurt. Een mens, die het goede wil naar zijn beste inzicht en daar alles voor doet, heeft dit goede voor zich in geestelijke zin waargemaakt, ook wanneer hij in de ogen van de mensen faalt. Daarom moet de mens zijn falen niet beschouwen. Hij moet zijn eigen intenties en zijn pogen tot waarmaken beschouwen. Resultaten zijn onbetekenend, bestrevingen waardevol.

En ten laatste: in de wereld is men verzot op grote leiders, grote geesten, meesters en wat dies meer zij. Toch kan zelfs de hoogste en grootste geest voor de mens niets anders zijn, dan een stimulans tot persoonlijke ontwikkeling en persoonlijk verdergaan. Zelfs de machtigste, grootste en hoogste geest, die ooit bestaan heeft, of bestaan zal, kan niets overnemen van u. Men kan u ten hoogste een richtlijn geven. Ik zeg u dit om u de mogelijkheid te geven uw eigen afhankelijkheid t.a.v. leerstelligheden van openbaringen e.d. te herzien. De Orde brengt u veel wijsheid, maar wat die Orde brengt, is in feite onbelangrijk, tenzij u persoonlijk daar iets uit maakt en persoonlijk daarmee verdergaat. Wanneer u voor uzelf geen begrip en geen resultaat kunt krijgen, is alles wat de Orde zegt, waardeloos. De waarde ligt niet bij de Orde. Ze ligt bij u.

Ik spreek tot u. Sommigen van u vinden dat ik veel herhaal, wat reeds eerder is gezegd. Anderen vragen zich af welke persoonlijke boodschap hierin voor hen verscholen ligt. Nog anderen voelen zich door mijn wijze van uiteenzetten gestimuleerd of geprikkeld. Deze dingen bestaan niet. Er is geen bijzondere bedoeling en er is geen herhaling. Er is geen reden tot verheugenis of geprikkeld zijn dan in en door uzelf. U bent het die dit betoog maakt, niet ik. U bent het die de betekenis bepaalt van hetgeen de Orde brengt, niet de Orde. U bent het die waar maakt wat God in u gelegd heeft of niet. Niet God. Dit is een heel belangrijk punt.

U, uzelf kunt alle dingen. Wanneer u wilt. Wanneer u zich laat verblinden door een schijnbaar moeilijk betoog, zo komt dit, omdat u niet aanvoelt wat gezegd wordt, maar wilt begrijpen in algemene term. Wanneer u aanvoelt, hebt u een waarheid die veel verdergaat dan elke redelijke ontleding.

De wereld valt altijd weer terug op uzelf. U bent de wereld. En al wat u in die wereld meent te zien en meent te beleven, komt voort uit uzelf en uw interpretatie. Indien u niet tevreden bent met mij als spreker, met de wereld, waarin u leeft, desnoods met God, dan is het aan u om dit te veranderen. Verander niet uzelf, maar verander uw visie of benadering op de wereld, totdat u ermee kunt leven en een zekere harmonie voor uzelf ervaart. Laat u leiden door uw intuïties. Probeer niet te veel te beredeneren, maar probeer te beleven. Dan zult u ontdekken dat vanuit dit alles een wereld groeit, die u wel degelijk redelijk kunt verklaren, waarin u wel degelijk reële contacten hebt met mens en geest, maar waarin de misleidende factor die u er zelf in projecteert, wegvalt.

Ik meen dat dit voldoende is. Ten hoogste kan ik nog dit opmerken: mensen hebben de neiging om datgene, wat een geest eerlijk zegt, om te buigen tot datgene wat zij eerlijk of niet eerlijk verlangen. Probeer dit nu eens niet te doen. Probeer uit te gaan van wat u eerlijk aanvoelt of erkent. Dat is immers veel belangrijker dan al het andere. Onderwerp u niet aan een gezag, maar leef de werkelijkheid die ook uw God, uw wereld en uw mogelijkheid is.

Maya is een woord, dat de mens steeds weer gebruikt, omdat hij de werkelijkheid niet begrijpt. Maya is een uitvlucht, wanneer je zegt: alles is begoocheling. Wanneer je zegt: wij zijn omgeven door schijn en waan, dan stel je voor jezelf, dat alles niet werkelijk is. Maar het is werkelijk genoeg. Wanneer u een buil op het hoofd krijgt, mag men zeggen dat het Maya is, maar de hoofdpijn blijft werkelijk. Men kan u zeggen dat al uw illusies dwaasheid zijn, maar ze blijven u stimuleren en beheersen tot u ze doorgrond hebt.

Maya is het mom die u zelf oplegt aan de werkelijkheid. Maya is uw wereld die u projecteert tegenover een goddelijke werkelijkheid, waarbij u de discrepanties tussen uw willen en de feiten, voortdurend probeert te verhullen. Maar Maya is de moeder van Boeddha. Uit de waan, waarin je zelf leeft t.a.v. de wereld, de werkelijkheid in je eigen persoonlijkheid, schep je het conflict. En in het conflict stel je jezelf op de proef. Je dwingt jezelf voortdurend om met de werkelijkheid te worstelen. Je worstelt voor het behoud van je begoocheling, maar je verliest altijd weer een deel ervan.

En zo wordt besef geboren uit de zelfmisleiding. En uit het besef wordt de aanvaarding van de werkelijkheid geboren. En wie de werkelijkheid aanvaardt, die alle dingen beheerst, is de rustende, die terugkerende misschien in de waan van anderen als wezen of persoonlijkheid, in zich slechts beschouwende, erkennend en aanvaardend, een eeuwigheid beleeft die niet meer beïnvloed wordt door dromen van mensen.