Mens en mensheid

10 maart 1986

Inleiding

We hebben vanavond een gastspreker voor jullie die zich bezighoudt met de paradoxen en de ontwikkeling van de mens en dat soort dingen. Dat laat mij de ruimte zelf een paar dingen in die geest te zeggen.

Wanneer je spreekt over de mens, dan denk je aan allerlei individuen, maar gelijktijdig is de mens eigenlijk deel van de mensheid. De mensheid op zichzelf loopt veel verder door in de historie dan een enkele mens ooit kan doen. Het resultaat is dan ook dat je te maken hebt met een continu‑factor (dat wil zeggen, gedurende enkele miljoenen jaren) en een groot aantal fluctuerende factoren.

In de geschiedenis van de mensheid zien we voortdurend veranderingen van bewustzijn. In het begin b.v. is er een betrekkelijk arm herinneringscentrum, dat zich later enorm zal gaan uitbreiden, terwijl de automatische reacties en de synapsen daarentegen prima in orde zijn.

Het herinneringscentrum wordt groter, er ontstaat een groter bewustzijn, maar er is geen balans te vinden tussen de emotie en wat je de redelijkheid kunt gaan noemen. Langzaam maar zeker ontstaat daar een zekere balans in.

Wanneer je die gevonden hebt, zou je kunnen zeggen : Nu kan een mens eindelijk bewust worden. Maar alweer, dat slaagt nooit helemaal. Er ontstaat wel iets anders. Er ontstaat wat men noemt : paranormale gevoeligheid. In het begin wordt deze absoluut onredelijk gehanteerd, ze is een aanvulling van de emotie. Later wordt ze wat systematischer gehanteerd en wordt deel van een meer redelijk wereldbeeld. Dan verdwijnt ze een tijdje uit beeld, tenminste in Europa, en begint weer op te komen. Maar nu het vreemde :

Na vele weerstanden overwonnen te hebben, blijkt het paranormale een groot aantal banden tussen mensen te veroorzaken. Die banden zijn deels onbewust, maar het blijkt dat mensen op elkaar reageren. Zonder dat er sprake is van een directe telepathie is er toch een overnemen van gedragspatronen, van emotie en in enkele gevallen zelfs van denkbeelden.

Dat is de situatie waarin we op het ogenblik verkeren. Wanneer mensen gevoeliger worden ten aanzien van elkaar, zijn er twee reacties mogelijk, want de emoties van anderen delen is een belasting. Je kunt mensen krijgen die zich isoleren, anderen daarentegen vinden in die gedeelde emotionaliteit, die gedeelde denkbeelden ook een soort versterking van hun eigen ego en die gaan verder met die kwaliteit te ontwikkelen. Dat wil zeggen dat we voor een splitsing staan.

Binnenkort zijn er weer twee soorten mensen op aarde, tenminste twee, en dit vanuit een geestelijk standpunt. De ene soort is een mens die langzaam maar zeker groeit naar een soort groepsbewustzijn, de tweede soort mens is iemand die zich isoleert, maar daardoor ook emotioneel geïsoleerder gaat leven. De toekomst ligt natuurlijk bij degenen die een verdere bewustzijnsontwikkeling doormaken. Dat is de gevoelige mens. Het is een beetje paradoxaal denk ik, wanneer iemand zegt : zodra de mens zijn persoonlijkheid leert delen, wordt hij pas zichzelf. Een spreuk die ik aan onze gast van vanavond heb ontleend. Aan de andere kant is het duidelijk dat waar harmonische structuren bestaan, er een veel groter potentieel ontstaat. Je kunt het vergelijken met elektriciteit. Als je één batterij hebt, nu ja, je kunt er iets mee doen. Zet je er een aantal in serie dan heb je een hoge spanning. Maar wil je langdurig een gelijke prestatie krijgen, dan zet je ze parallel. Ik denk dat dat bij die mensen ongeveer hetzelfde wordt. Normalerwijze zijn ze als het ware parallel geschakeld, ze blijven wel zichzelf, maar ergens is er een uitwisseling. Ze steunen elkaar om meer te beseffen en misschien ook om meer te presteren.

Maar een enkele keer komt een van hen in een situatie waarin hij veel meer moet presteren dan voor de menselijke norm mogelijk is en op dat ogenblik krijg je dan het idee van de serie‑schakeling. Iedereen die verbonden is, geeft datgene wat hij aan mogelijkheden heeft af aan een volgende en uiteindelijk komt het terecht bij degene die ageren moet.

De vermogens die zo ontwikkeld worden, zijn dan veel groter; er zijn veel grotere, wat men nu noemt paranormale prestaties mogelijk. Aan de andere kant krijg je een veel grotere gelijkmatigheid van ontwikkeling bij de doorsnee mens. Dan komen we aan een volgend punt.

De mens leeft in een werkelijkheid. Die werkelijkheid heeft hij grotendeels zelf geschapen, dat zal jullie bekend zijn. Het is namelijk ons beeld van de werkelijkheid waarin we leven, niet de werkelijkheid zoals zij is.

Wanneer we nu meer entiteiten hebben die één en dezelfde interpretatie van de werkelijkheid beleven, dan krijgt die werkelijkheid daarmee ook meer houvast, meer betekenis.  Maar aangezien de werkelijkheidsbeleving – zelfs van mensen op aarde – van persoon tot persoon verschilt, krijgen we gelijktijdig een aantal extremen die worden uitgewist. Wat overblijft, is een soort gemiddelde en dat gemiddelde zal dichter bij de werkelijkheid liggen dan de extremen. Dit houdt in dat een nieuwe soort mens zich aan het ontwikkelen is.

Deze nieuwe soort mens leeft dichter bij een absolute werkelijkheid dan op het ogenblik denkbaar of mogelijk is; hij zal daardoor ook veel minder behoefte hebben aan allerlei uitwijksystemen.

Ik denk dat bij die nieuwe mens bijvoorbeeld de droom eenvoudig een continuïteit vormt met het dagbewustzijn en niet – zoals tegenwoordig vaak het geval is – een soort antithese, iets dat moet compenseren. Die compensatie wordt overbodig; zij ligt in de werkelijkheid zelf. Het aquariustijdperk, waar we zo vaak over praten, is een periode waarin deze ontwikkeling zich gaat voltrekken.  Het is dus helemaal geen kwestie van : we worden vriendelijk voor elkaar (dat is tegenwoordig trouwens heel lastig, want als je vriendelijk bent tegen iemand, zoekt hij er al wat achter), maar het is eerder het vinden van een soort eenheid, die niet materieel maar juist innerlijk tot uiting komt. Dit impliceert als vanzelf dat deze periode een vernieuwing inhoudt, niet alleen maar in een tijdperk of ten aanzien van de mensheid, maar ten aanzien van de kosmische situatie van die mensheid.

De kosmos is vol met leven. De vormen waarin dat leven bestaat, zijn nogal sterk afwisselend. Wanneer je eenmaal een mensheid hebt die als eenheid kan reageren, dan zullen al die andere rassen, voor zover zij die eenheid benaderd of bereikt hebben, contact kunnen opnemen met de mensheid. Het is niet een proces dat bij de aarde stilstaat. Het is een proces dat zich voort gaat zetten en daardoor een kosmische eenheid mogelijk maakt. En dan komen we weer een beetje in de filosofie terecht.

Wanneer alle bewustzijn één basis en één oorsprong heeft, dan zal de samenvloeiing van alle bewustzijn de kenbaarheid van basis en oorsprong mogelijk maken. We groeien als het ware naar ons beginpunt. Wanneer we zover zijn, ja, wat er dan gebeurt, weet niemand. De een denkt over het wegvallen van alle verschijnselen, stasis; een ander denkt over een herscheppingsproces. Ik moet eerlijk zeggen dat ik tussen deze twee geen keuze kan maken. Stasis in een materieel heelal, is ja, onvermijdelijk. Maar ik vraag me af of dat geestelijk ook zou kunnen bestaan, of dat denkbaar is. Het zou een herschepping inhouden.

Dan een vreemde vraag : Wanneer jullie een waarheid ontdekken waar jullie zo intens mee verbonden zijn dat niet alleen jullie die waarheid niet beheersen, maar ook die waarheid jullie niet, zodat jullie daarmee als het ware een logische eenheid vormen, zouden jullie dan ook niet geneigd zijn te zeggen : ik leef in een totaal andere toestand, in een andere werkelijkheid ? Voor mijn gevoel gaat het die kant op. 0 ja, na vele miljoenen jaren, maar op zichzelf lijkt het mij onvermijdelijk.

Onze gastspreker heeft daar wat andere denkbeelden over. Het is iemand die je als filosoof kunt aanspreken en zijn manier van denken impliceert eigenlijk dat er een ogenblik komt waarop de mensheid het bewustzijn heeft van God. Maar dan is die mens God, dan is er geen mens meer. Wanneer echter de mens in God denkt aan de mens, herontstaat de mens. De gastspreker denkt dus aan een proces waarbij uit de herinnering van de mensheid uiteindelijk weer een materieel begin van bewustwording wordt geschapen. Een eeuwige kringloop. Ik ga zo ver niet. Ik denk dat het zo anders zal zijn dat wij er eenvoudig geen termen voor hebben en het ons niet kunnen voorstellen. Misschien kun je het esoterisch een klein beetje benaderen.

Kijk, wanneer we ons bezig houden met esoterie en we kunnen absoluut stil zijn, werkelijk helemaal rustig in onszelf, dan ontstaat er een vreemd zweven in de ruimte, zeg maar. Alles is er wel en er is veel meer dan je normaal beseft, maar het wordt niet meer ervaren als afzonderlijk. Er is een tijdelijke, hoe moet je het zeggen — communio eternitatis is een van de termen die er ooit voor is gebruikt, een contact met de eeuwigheid. Dat kan, maar wat gebeurt er als je daaruit terugkomt ? In de eerste plaats ben je vaak in staat zuiverder te beseffen en te denken dan normaal. In de tweede plaats, en dat lijkt me ook niet onbelangrijk, ben je geladen. Je hebt op dat ogenblik meer energie, meer mogelijkheden dan normaal. Meestal verdwijnt dat weer na korte tijd, goed, maar het is er wel. Wat je zo ervaart, dat moet een deel zijn van die esoterische beleving.

Vraag : kan men zijn bewustzijn zodanig richten dat die beleving een beheersbare herhaalbaarheid bezit ? Ik denk dat dat althans theoretisch mogelijk moet zijn. Indien dit het geval is, kan ik zelfs in de menselijke beperking de krachten van de eeuwigheid, maar ook het deel van het besef van de eeuwigheid, als mens of als geest, kenbaar maken.

De openbaring is alleen maar de omschrijving van een deel werkelijkheid dat niet persoonlijk ervaarbaar is, maar waarin je kunt opgaan en waaraan je kracht kunt ontlenen.

Daaraan verbind ik nog een conclusie : Alle besef van eenheid dat wij hoe dan ook bereiken, is een benadering van de totaliteit. Indien wij dit beseffen — en dat is een belangrijk punt – indien wij dit beseffen, wordt ons contact met de werkelijkheid voor ons een bron van kracht en inspiratie. Juister leven wordt mogelijk, niet omdat wij weten wat juist is, maar omdat we weten wat kosmisch gezien in ons op dit moment juist is. We leren veel beter begrijpen wat er in anderen is en we gaan beseffen dat hun juistheid en de onze verschillen, maar gelijktijdig gaan we ook beseffen wat voor die ander juist is.

Het wordt moeilijk om het dan ook in algemene termen uit te drukken natuurlijk. Maar als ik denk aan Jezus, toch één van de groten op dit terrein, dan ontdek ik steeds weer dat hij zichzelf beschouwt als een schakel in een verbinding met het andere, met God.
Hoe vaak zegt hij het niet? “Niet ik ben het die tot u spreekt, het is de Vader die tot u spreekt door mij”.

De waarheid, wanneer ontvangen, wordt niet alleen kracht, maar een weten en wat Jezus dan uitdrukt omtrent de juiste weg van leven, is ook niet zo absoluut als de mensen denken. Als ik bijvoorbeeld zeg : “Bemin uw naaste gelijk uzelf” (een heerlijke dooddoener waar iedereen voortdurend mee bezig is), dan moet je je ook eens afvragen wat dat betekent wanneer je jezelf haat. Wanneer je jezelf veracht, wordt je relatie met de wereld daardoor bepaald. Natuurlijk, het is prettig als je de wereld lief kunt hebben, maar als dat nu niet lukt, dan moet je niet proberen een schijn van liefde te handhaven, dan moet je beseffen wat je bent en dat dit in de wereld werkt.

Dan wordt ook begrijpelijk waarom Jezus, wanneer de apostelen op een gegeven ogenblik zeggen : “Die kinderen zijn toch maar lastig, Meester, zullen we ze wegjagen ?” tot hen zegt : “Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, indien gij niet wordt zoals dezen, gij zult niet ingaan in het koninkrijk.” Waarom ? Omdat het kind eenvoudig aanvaardt. Het kind is in zijn kind‑zijn een soort communiteitswezen. Het is afhankelijk van zijn contacten en zijn associatie met de wereld om hem heen en daardoor ontstaat de zelfstandige persoonlijkheid pas. Jezus zegt dus : je moet je volwassenheid – in de zin van beperkte persoonlijkheid – als het ware verliezen. Je moet weer een aanvoelende en meevoelende persoonlijkheid worden.

Zonder mijzelf uit te geven voor filosoof, laat staan een bezitter van de steen der wijzen, denk ik dat dat aardig strookt met een aantal van de conclusies die ik daarnet getrokken heb. Zoeken naar werkelijkheid betekent altijd weer zoeken naar dat wat ook in een ander bestaat. Leven in en vanuit de werkelijkheid is niet : ‘ik bepaal wat goed is voor de wereld’ of ‘de wereld bepaalt wat goed is voor mij’, maar ‘ik erken die wereld; uit die wereld kies ik wat goed is voor mij, maar ik leg het niet aan die wereld op. Ik erken het als in die wereld gelijkelijk en gelijkwaardig tegenwoordig.’

Ja, ik zeg het met veel woorden en misschien te ingewikkeld, ik weet het wel. Dadelijk komt er een gastspreker en die zegt eigenlijk hetzelfde maar op een heel andere manier en misschien zegt hij veel meer dan ik van hem heb kunnen snappen: Maar het is in ieder geval een voorbereiding op datgene wat de gastspreker zou kunnen brengen. Want iemand die probeert op te gaan in het geheel van de mensheid en probeert die te beseffen, niet als mensheid maar als een kosmische factor, een bewustzijnsfactor, in de kosmos, die zal al deze dingen toch ook wel overwogen hebben.

Wat ik eruit heb afgelezen, is niet veel, maar ik heb in ieder geval geprobeerd het jullie duidelijk te maken. Niet zo een‑twee‑drie, ik ben ermee bezig geweest, ik heb er tijd voor gehad, zij het dan dat onze tijd een andere is dan die van jullie. Ik kan alleen maar eindigen met iets dat toch een soort geloofsbelijdenis is.

Ik geloof dat er één kracht is en dat wij deel zijn van die kracht. Ik geloof dat er één bewustzijn is en dat wij allen deel zijn van dat ene bewustzijn. Ik geloof dat de aanvaarding van die beide punten ons helpt meer onszelf te worden en gelijktijdig meer deel van het geheel. Bewustwording is meer jezelf zijn en zo meer bewust deel zijn van al datgene waar je uiteindelijk bij behoort.

Dit was mijn inleiding; eventuele kritiek graag aan het bestuur, eventuele waardering kunnen jullie onderling uitwisselen.

Wat mij betreft, ik dank jullie voor je aandacht. Ik wens jullie allen verder een mooie en zegenrijke avond toe.

De Gastspreker

Men heeft mij gevraagd om hier over een paar dingen eens wat te vertellen.

Mijn eigen belangstelling ligt in de richting van mens en mensheid, goddelijke krachten en dat soort dingen. Ja, en dan kom je een hele hoop eigenaardigheden tegen. Bijvoorbeeld : Ik weet heel goed welke goden er op aarde vereerd worden. Buiten de astrale sfeer heb ik ze nog nooit kunnen ontdekken. Ik weet welke duivels de mensen vrezen, welke demonen. Buiten de astrale sfeer heb ik er nog geen enkele aangetroffen. Dan ga je denken en op een gegeven ogenblik was ik met mijn overpeinzingen wat afgezakt en kwam in een astrale sfeer terecht.

Daar was inderdaad een wat demonische figuur, een kruising tussen een satan, een draak en nog wat lelijks. Ik bekeek dat zo en dacht : “Jij bestaat niet”. Toen verdween hij.

Ik denk ja, dan zal ik het toch een beetje anders moeten doen; ik ga nog een keer kijken, want dit kan niet. Maar hij was er niet meer en ik heb hem ook nooit meer gezien. Wat meer is, anderen hebben hem ook niet gezien en dat bracht mij tot een paar overwegingen. Nou ja, overwegingen, dat klinkt zo plechtig. Ik houd niet van plechtigheid. Als mensen plechtig doen, is dat om te verhullen waar ze te kort schieten. Ik weet dat ik in vele opzichten te kort schiet en ik heb geen redenen dat te bemantelen. Maar goed, ik dacht “wanneer ik mij dus bezighoud met een hoge kracht, iets wat voor mij een hoge kracht is, ik geef er geen vorm aan en ik kijk naar een vorm, dan verdwijnt die vorm”. Maar een astrale vorm heeft een mate van energie in zich. Als ik ernaar kijk, moet er dus energie zijn om die vorm weg te vagen, maar waar blijft nu die energie die weggaat ? Ook een vraag ..

Toen ontdekte ik een nieuw terrein van studie. Nou ja, studie, een combinatie van nieuwsgierigheid en de eeuwigheid de tijd hebben.

Er is één kracht, van die kracht ben ik deel. Op het ogenblik dat ik mij daarvan bewust ben, beschik ik over zo veel van die kracht uit het geheel als ik verwerken kan. Maar op het ogenblik dat er andere krachten zijn die uit dat geheel gevormd zijn en die niet waar zijn – dus geen werkelijkheid achter zich hebben – zal niet alleen de kracht die in mij leeft die andere kracht ontbinden in haar bestanddelen, maar ze zal een groot gedeelte daarvan nog absorberen ook. En dat is interessant.

Krachten oproepen, is geen moeilijkheid; dat gaat meestal bijna vanzelf. Krachten beseffen, is al moeilijker, maar krachten absorberen, is iets wat onvoorstelbaar is, behalve uit het geheel misschien. Toch doe ik dat automatisch op bepaalde ogenblikken. Er moet een reden voor zijn. Die reden kan alleen liggen in datgene wat ik ben of de structuur van de kracht die in mij is. Daarmee heb ik dan inderdaad ook proeven genomen. Ik heb erover nagedacht en ik zou het volgende willen zeggen :

Wanneer je gelooft in de kracht – zonder te zeggen wat die kracht is – wanneer je die kracht probeert te ervaren in jezelf – zonder je af te vragen wat ze zou moeten doen of zijn – dan ben je deel van een kracht die je niet omschrijven kunt. Die kracht maakt het je mogelijk om zuiverder te zijn wat je zelf denkt te zijn. Denk je dat je slecht bent, dan maak je van die kracht iets wat demonisch is. Denk je dat je achtervolgd wordt, je maakt een achtervolger uit die kracht. Denk je dat je in staat bent iets ten goede te veranderen, door die kracht zul je het kunnen doen.

Er is echter één maar. Op het ogenblik dat ik hoe dan ook zeg ‘ik’, is de kracht niet meer werkzaam. Dat houdt in dat mijn ik‑voorstelling een leugen is die tussen mij en de kracht staat. Toch ervaar ik mezelf als een ikje, een ego.

Wat ben ik werkelijk ? De theorie is mooi genoeg : ik ben deel van de goddelijke kracht. Maar ik voel me geen deel van die goddelijke kracht, waarom zou ik het dan zeggen ? Het is net een minister van financiën die zegt ‘ik ben rijk’, terwijl hij alleen maar miljoenen schuld opstapelt. Dat kun je niet doen. Nee, je moet wat anders doen.

Dat wat ik ben, is een eigenschap van de kracht, van het geheel. Ik ben een gepersonifieerde eigenschap van het geheel. Daarom moet ik mezelf wel waarmaken, want dat is mijn taak, anders zou ik niet bestaan. Maar ik kan mijzelf nooit waarmaken in tegenstelling tot al het andere. Ik kan het alleen maar doen in aanvaarding van alle dingen.

Ik weet niet hoe jullie erover denken ? Er komt een vreemde uit een sfeer die je niet kent en die begint je te vertellen dat je jezelf moet zijn, maar dat je niet aan jezelf moet denken als jezelf. Een verstandig mens zou zeggen : die is kierewiet, maar goed.

De hele werkelijkheid is een ritme. Pulseert de werkelijkheid ? Ik weet het niet. Pulseert het licht ? Ik weet het eigenlijk niet. Voor mij pulseert het. Het is een eigen ritme, een eigen kwaliteit. Het komt in golven en het verdwijnt en het komt weer terug en het gaat weer weg en zo gaat het voort. En ikzelf, ik ben een lijn die de hoge kracht en het tekort aan kracht samenvoegt en er continuïteit van maakt.

Mijn stelling is : De werkelijkheid – de goddelijke kracht als je wil – is een fluctuerende waarde. De schepping daarentegen is de constante die wordt veroorzaakt door de nullijn van de fluctuaties. (0, ik moet uitkijken, het moet begrijpelijk blijven.)

Wanneer wij beseffen wat wij zijn, dan is de kracht voor ons de continuïteit van ons eigen bestaan. Wanneer we de kracht beseffen, dan is en blijft zij voor ons een wisselwerking.

Vinden wij echter in onszelf als het ware een synchroniteit, een gelijklopendheid met de golving van kracht, dan zijn we plotseling één met de kracht en altijd de kracht.

Met andere woorden, wanneer ik zelf begin de veranderingen van wat ik kracht of werkelijkheid noem, te volgen, dan is werkelijkheid voor mij opeens weer als een rechte lijn, want de beweging die ik maak, komt voort uit mijn bewustzijn; maar als die wegvalt, valt het bewustzijn van de beweging ook weg. Dan blijft er alleen één kracht, een rechte lijn over.

Maar wat doe je daar dan mee ? Wel, eigenlijk heel eenvoudig.

Wil je even vergeten wie je bent ? Doe mij dat genoegen. Vergeet ook maar wat voor tijd het is. Hebben we niks mee te maken. Er is alleen maar iets van binnen, gevoel, kracht, hoe dan ook. Niet over denken. Laat maar zijn.

Wanneer we op deze wijze de kracht volgen, is tijd een beheersbaar iets geworden. Wanneer wij zo de kracht volgen, is de kracht ook deel van ons bestaan, van ons wezen. De kracht is onze wereld geworden.

Vergeet nu even jezelf, de tijd en al die dingen.

Wij zijn deel van de kracht. De kracht vult ons en al wat om ons heen is. De kracht is en blijft. Niets is belangrijk. De kracht is rust, is vrede, maar zij is ook daadkracht. Zij is in ons een mogelijkheid die we kunnen gebruiken. Zij is in ons een stilte, die toch begrippen duidelijk maakt alsof ze spreekt. De kracht is en wij zijn deel van de kracht en anders is er niet.

Wanneer we dan terugkeren naar het gewone ik dat we zijn, ik, een soort mislukte geestelijke pief met hogere aspiraties, en jullie, mensen die het allemaal goed proberen, maar het ook vaak verkeerd doen, dan is de kracht er nog. De kracht is werkelijker dan al het andere. Zij is de werkelijke invloed. Zij is de werkelijke zin van alle leven en bestaan, maar gelijktijdig ook de oorzaak. Zij is de macht. Daarom is zij deel van jullie en jullie zijn deel van de kracht, maar dan is al het andere een beetje onbelangrijk.

Wanneer het ons werkelijk niet bevalt en we weten er geen raad mee, gaan we naar binnen toe. Dan zeggen we niet : het moet veranderen. We zeggen gewoon maar : ik zoek dat ritme, het ritme van de kracht die in mij pulseert. Ik wil één worden met de kracht. Ik besta niet meer. Alleen de kracht bestaat, totdat er vrede is. En als we terugkomen, weten we wat we moeten doen. 0, de problemen worden niet menselijk netjes, redelijk opgelost, maar ze kunnen nieuw benaderd worden; ze kunnen veranderd worden. We hebben de kracht om die problemen als het ware onbelangrijk te maken en andere belangrijke zaken daar overheen te zetten. Misschien dat we ons iets herinneren van een verleden

Ik weet wel dat ik als een gek heb zitten kijken, voor zover een geest dat kan, naar al mijn vorige incarnaties. Beste mensen, er is nog geen toneel uitgevonden waarop je zoveel verschillende scènes achter elkaar kunt draaien, geloof dat maar.

Soms komt er iets terug uit het verleden, natuurlijk, maar dan gaan we er niet over praten of we het wel geweest zijn of niet geweest zijn, alleen maar beseffen. Dat besef geeft vorm aan de kracht die we zijn. Het is belangrijk dat we de kracht zijn en ons besef hebben we nodig om de eenheid met die kracht op onze eigen manier steeds te herhalen en te verwerken. Dat verleden, ja goed, dat komt erbij en we werken er mee. Misschien dromen we iets van de toekomst. Nou goed, als het waar wordt, wordt het waar, als het niet waar wordt, zien we wel weer, want het is niet belangrijk. Belangrijk is dat we één zijn met die kracht, dat we steeds weer terug kunnen naar dat punt waar we zeggen : “ik ben er eigenlijk niet; er is rust; er is vrede; er is stilte”. Daaruit komt al het andere voort.

Mens zijn leuk en heel aantrekkelijk wanneer je de andere mogelijkheden nog niet beseft of ze je niet meer herinnert. Maar mens zijn, is een aanloop die je neemt. Je bent bezig, je ontwikkelt je en op het ogenblik dat je denkt : nu wordt het belangrijk, moet je je afzetten en hups terwijl de begrafenis zich beneden voltrekt, ga je de ruimte in en je komt neer en je weet niet waar. Als je dan denkt : “ja maar ik …” dan ben je weg, zit je weer in een wereldje. Maar als je zegt “ het is niet wat ik geweest bén; het is niet dat ik me afzet en dat ik die sprong maak; het is de kracht waarin ik dat ervaren van sprong heb”, dan blijf je zweven en eigenlijk zweef je ook niet meer. Alles rond je is er, maar het is niet belangrijk meer. Je vindt een nieuwe werkelijkheid.

Ik heb naar die werkelijkheid gezocht en geloof me, ik heb nogal wat sferen afgegaan. Ik heb bijna net zo veel sferen in een uur in het hiernamaals afgelopen, als vroeger kroegen wanneer ik in de stad was en dat wil wat zeggen.

Maar denk nu eens even na. Al die sferen, al die werelden hebben geen betekenis. Er gebeurt wel iets, maar dat gebeuren zegt eigenlijk niets omtrent die sfeer of die wereld. Het zegt iets over datgene waar ik deel van ben. Ik heb jullie zonet verteld over die astrale sfeer en ik heb het in andere sferen ook meegemaakt. Ik heb meegemaakt dat ze naar me toekwamen, bogen en zeiden : “Heer, we zijn dankbaar dat we u mogen ontmoeten.”

Toen heb ik ze gevraagd : “Weet je wat ik ben ?”

Ze zeiden : “Nee.”

“Een kakkerlak”

De meesten gaan er dan vandoor, maar degenen die zeggen : “ik buig voor het licht dat je bent en niet voor wat anders”, dat zijn degenen die het licht vinden. Gek hé ? Het is een hele rare geschiedenis, maar goed.

Ik ben niet volmaakt. Ik ben niet altijd deel van de kracht, anders zou ik hier niet zitten en met jullie praten, niet waar ? Maar ik heb wel iets ervaren wat voor mij erg belangrijk was; namelijk dat de kracht, dat geheel, God, of hoe jullie het noemen, altijd met en in mij is. Wat ik ook doe, of ik nu hier praat met jullie of dat ik in een wereld ben, of dat ik onderzoek waarom een duistere sfeer zo ervaren wordt, of probeer even mijzelf te vergeten in het hoogste .. de kracht is met mij.

Die kracht die straalt uit, hoe dan ook. Dan kun je zeggen :” ja maar ik zie er niets van”; nou ja, dan zul je haar ook niet zien. Je kunt ook zeggen : “als ze er is, wil ik haar ontvangen”, en dan ontvang je haar.

Het eenvoudige dat alles beheerst, is dit : Wat je aanvaardt in jezelf, wordt deel van jezelf, dat wat je afwijst of wilt veranderen, kan nooit deel worden van jezelf.

Het kost moeite om steeds meer grenzen af te schaffen voor jezelf, steeds meer open te staan, zoals dat heet. Maar het is de moeite waard.

Wanneer de angstdromen versterven, wanneer de begeertedromen vervluchtigen, dan blijft er iets over dat onbeschrijfbaar is. Als je er dan elke keer toch weer even uit terugkeert tot beperking, is het niet erg. Want het is alleen maar verschijnsel.

De werkelijkheid is een harmonie die alles kan overwinnen, behalve de grenzen die we zelf tegen de harmonie opwerpen en wat we zien als ons ego.

Er is licht en er is kracht. Er is vrede; er is rust; er is openheid. Aanvaard die als deel van jezelf, niet je erop beroepende, maar daaruit levende. En ik zeg jullie : jullie zullen weten hoe waar de dingen zijn die ik heb gezegd.

Die waarheid zullen jullie niet slechts leven en beleven, maar jullie zullen je wereld die waarheid eveneens schenken, alleen door wat jullie zijn, door wat er in jullie leeft en wat jullie delen met anderen. Dat is de kracht, het licht waarvan ik sprak.

We zijn een ogenblikje toch wel aardig één geweest. Houdt vast wat jullie gekregen hebben. Als er rust is, laat die rust in jezelf voortbestaan. Als je denkt : nu kan ik iets beter aan, werk er dan maar mee, want wat je hebt, heb je gekregen omdat het deel is van jezelf en van je wereld, omdat je deel bent van de hoogste wereld en sfeer, zowel als van de angstigste droom.

Wees jezelf bewust van het licht en de kracht. De vrede zal je de wijsheid geven die je nodig hebt om altijd weer de wegen te gaan van de kracht en van de vrede; het ritme te vinden waarin je één bent met Al en het Al spreekt tot het Al ook door jou.

Het ga je goed.