De mens en de wereld

uit de cursus ‘De wereld’ (hoofdstuk 4) – januari 1974

De mens en de wereld

De mens ziet zichzelf in de wereld als een belangrijk wezen. In zekere zin is de mensheid in deze periode een van de meest wonderlijke levensvormen die de aarde ooit heeft voortgebracht. Er bestaat tussen de wereld waarop je leeft en jezelf altijd een bijzondere relatie. Deze relatie kan worden uitgedrukt door:

  1. een omgevingsbeïnvloeding, die gedrag en ten dele bewustzijnsbepalend is
  2. een besefsbeïnvloeding, die vanuit de persoonlijkheid van de planeet plaatsvindt
  3. een beïnvloeding doordat de planeet zich toch altijd weer richt tot de meer bewuste vormen van leven die op haar voorkomen.

Indien wij de mens willen volgen op zijn weg naar de huidige levensvorm, dan ontdekken wij in een ver verleden een bijna mensachtige vorm, die zijn eerste bewuste contacten krijgt met de wereld en met de krachten die daarop aanwezig zijn. Hier treden de zogenaamde oplichtende goden op. Manifestaties van entiteiten, die echter, en dit mag hier wel eens vermeld worden, gebruik moesten maken van de eigen krachten en de toen nog aanwezige zeer sterke geladenheid van de aardatmosfeer om zich te manifesteren. Zelfs de vorm, waarin zij zich plegen te openbaren (meestal een spindelvormig licht), is grotendeels ontleend aan het veld en de kracht van de aarde zelf.

De mens begint hierbij een gevoel te krijgen van verbondenheid met het onbekende. Dit gevoel van verbondenheid groeit verder. Let wel, de kosmische God, zoals die in het voorstellingsvermogen van de hedendaagse mens bestaat, is dan nog niet aanwezig. Eerst veel en veel later komt men op het denkbeeld van een God, die niet zetelt in de zon of in de aarde, maar die een Persoonlijkheid is die het heelal schept en beheerst, zoals men dit thans pleegt te zien.

Wij moeten ons realiseren dat voor de mens het onbekende gepersonifieerd moest worden. Dit geschiedde in voorouders, maar ook in magische krachten, die in een zogenaamde geestentaal werden aangesproken. Wanneer de magiërs van de eerste stammen tot de krachten van de natuur en van de aarde riepen, zo riepen zij geen persoonlijkheden aan. Met hun vreemde kreet, die het midden hield tussen het klagen van een uil en het janken van een hond wiens achterwerk in een klem was gekomen, probeerden zij iets van die kracht van de natuur uit te drukken en verwachtten zij van de natuur ook een antwoord. Hiervan zijn tot op deze dagen nog wel enkele overblijfselen bewaard gebleven.

Wat was voor die mens de aarde? Voor hem was ze zijn wereld. Alles wat er was beschouwde hij als iets wat hij kon bevatten. De aarde op haar beurt besefte dat het groeiend denken en de daarmee steeds groeiende gedachtesnuitstraling van het individu mens een interessant, zij het zeer korte beleving betekende en begon ongeacht haar eigen veel trager levenstempo te reageren.

Nu was een onmiddellijke reactie van de aarde op de mens als eenling, individu onmogelijk. Maar de aarde kon wel dienen als medium, als middel waardoor bepaalde krachten zich konden manifesteren. Zo ontstaat de reeks goden en godinnen. Zo ontstaat ook het begrip voor het verbodene en het toegelatene. Voor het eerst wordt de mens geconfronteerd met zijn vermogen te onderscheiden tussen wat men goed en wat men kwaad pleegt te noemen.

Dit onderscheid betekende voor de aarde, disharmonie – kwaad, harmonie – goed. En aangezien er steeds meer mensen waren, die in steeds grotere mate deze gevoelens van goed en kwaad met elkaar deelden, ontstond er een langdurig signaal waarin de begrippen goed en kwaad binnen de wereld wer­den uitgedrukt op zodanige wijze dat de aarde daarop kon reageren.

De aarde reageert nooit snel. Als er een massale gedachte ontstaat, die tenminste vijf jaar duurt, is het mogelijk dat de wereld reageert, maar zij doet dit dan op haar manier. Die reactie die waarschijnlijk ook zeer kortstondig zal zijn, zal gemiddeld eerst 45 tot 150 jaar nadien plaatsvinden. Het is goed dit te beseffen.

Als de aarde reageert, kan zij niet onmiddellijk op de mens (de per­soon) reageren. Zij kan reageren op massale emoties, massale gedachteuit­stralingen. Maar aangezien haar eigen reactietempo betrekkelijk laag is, zal zij pas reageren in een van de volgende incarnaties. Misschien hebben de joden dit beseft toen zij iemand vervloekten tot in het zevende ge­slacht. Want als zo een reactie op gang is gekomen, zal ze inderdaad ver­scheidene geslachten lang aanwezig blijven.

Grote invloeden zouden verwacht kunnen worden van entiteiten, die op twee tijdsniveaus kunnen reageren. Deze bestaan. Als ik spreek uit mijn persoonlijke ervaring, dan kan ik zeggen dat het mij mogelijk is op uw tijdsniveau praktisch als een normaal mens – zij het dan zonder eigen lichaam – te reageren. Gelijktijdig kan ik met veel grotere snelheid beleven en denken dan voor u mogelijk is. Daar staat echter tegenover dat ik ook impulsen kan opvangen, die zo traag zijn dat een woord van mij voor u maanden of zelfs jaren zou duren.

Nu zijn er entiteiten die dat spel met de tijd kennen. Zij zijn dus in staat een menselijke reactie of ervaring op een bepaald punt af te lezen en dan als het ware zo ver in de tijd terug te gaan dat zij de mogelijkheid hebben deze mentaliteit of uitstraling over te brengen aan de wereld en wel in de termen die voor de aarde verstaanbaar zijn. Het zijn dezen die een heel grote rol hebben gespeeld in de evolutie van de mens, omdat zij immers in staat waren de natuur te helpen bij het ingrijpen op het juiste moment. En dat wil zeggen: niet na misschien zeven geslachten, maar vaak binnen enkele jaren na het ontstaan van een bepaalde geldachtenuitstraling. Deze entiteiten hebben bovendien vaak een verwachtschap met een bepaald volk, een bepaald ras. Zij worden daarom wel als volksgeesten of groepsgeesten aangesproken. Let wel, niet elke groepsgeest beschikt over deze vaardigheid. Belangrijke groepsgeesten zijn zij die eerst over deze vaardigheid hebben leren beschikken.

Zo leeft de mens in een wereld, die enerzijds niet onmiddellijk op hem persoonlijk kan reageren, maar gelijktijdig in een wereld die door geestelijke impulsen ertoe kan worden gebracht om toch op het juiste moment in te gaan op massale emoties of denkwijzen en die door een verandering in bijvoorbeeld milieuomstandigheden (het doen ontstaan van natuurverschijnselen) daarop invloed kan uitoefenen.

De geschiedenis van de mensheid zal u ongetwijfeld reeds enkele malen zijn voorgehouden. Ik beperk mij daarom tot enkele belangrijke punten.

Altijd weer wanneer in de mensheid een grote angst heerst, moet deze angst een oplossing vinden. Nu blijkt dat de angst van de mensheid niet kan worden opgelost door het niet plaatsvinden van het gevreesde. De angst blijft voortbestaan. Maar indien het gevreesde gesimuleerd of ergens plaatsvindt zonder dat dit ernstige gevolgen heeft, dan is de angst wel opgeheven. Men zegt dan: alles is afgehandeld en wij kunnen ons opnieuw oriënteren. Daarom heeft men, toen er een zeer grote onderlinge haat en angst tussen de mensen bestond, de mogelijkheid geschapen dat be­paalde ziekten op epidemische wijze hele continenten als het ware confronteer­den met de dood. De dood is trouwens één van de grote angsten van de mens.

Het is duidelijk dat daar waar grote spanningen zijn, door het scheppen van juist menselijk lijden en dood, een oplossing voor de angst kan worden gevonden en een sublimatie daarvan in de vorm van verwantschapsgevoel of zelfs, zij het summier, van naastenliefde. Hieruit ziet u dat er een relatie bestaat tussen uw gevoelens, de spanningen van uw wereld en de reactie van uw aarde.

De mens en zijn wereld zijn meer met elkaar verknoopt dan menigeen be­seft. In deze tijd zijn er allerlei angsten en haatgevoelens. Deze zullen ongetwijfeld in toenemende mate tot ontlading gaan komen. Maar ook nu zijn er entiteiten geweest die hebben geprobeerd om die boodschappen voor de aarde te vertalen, dat wil zeggen dat de aarde ook daarop moet reageren. Zij kan dit doen door een verandering van klimaat, door op de juiste momenten en plaatsen uitbarstingen of bevingen te doen plaatshebben. Ze kan dit zelfs doen door haar straling of haar reactie op kosmische straling feitelijk te veranderen. Hiervan zult u ongetwijfeld in de komen­de tijd nog heel wat zien.

Ook van buitenaf kunnen er natuurlijk invloeden optreden, die voor de wereld zelf betrekkelijk onbelangrijk zijn. Als ik denk aan de komeet, die – dankzij het weer voor u onzichtbaar – haar baan nu aan de nachthemel trekt, zo zie ik daarin een betrekkelijk, kleine verstoring van het evenwicht zoals dit zich binnen het zonnestelsel pleegt af te spelen. Er zijn kleine veranderingen. Voor de aarde is dat niet veel meer dan een enkele windvlaag waartegen ze een ogenblik aanleunt om dan weer getrouwelijk haar baan verder te trekken. Maar die invloed kan doorgegeven worden. De mensheid, de planten, de dieren, kortom alle leven op de wereld ervaart immers deze verstoring van het normale evenwicht.

Nu kan de aarde proberen dit af te schermen. Zij kan dus in zichzelf compenserend optreden. Ze kan ook die straling, de windvlaag, als het ware laten doortochten. Het beeld is misschien onvolledig, maar als u naar buiten gaat en er staat een hevige wind, dan kunt u kleding aantrekken waar de wind niet doorheen kan dringen. De aarde bezit een atmosfeer. In die atmosfeer is het mogelijk om wat spannings- en ionisatieverhoudingen te veranderen. De aarde kan door een lichte wijziging van haar velddichtheid daar veel toe bijdragen. Zij kan dan een groot gedeelte van de invloeden die haar bereiken naar buiten toe uitstralen ofwel verwerken in de allerhoogste lagen van het haar omringend gasvormig omhulsel. De aarde heeft dit onder de huidige situatie niet volledig gedaan.

De mensheid ervaart in deze tijd veelal een gespannenheid, een zekere lusteloosheid gepaard gaande met plotselinge uitbarstingen van geprikkeldheid en energie, die volgens mij tekenend zijn voor deze geringe verstoring van evenwicht. De aarde heeft kennelijk meer van deze kracht doorgelaten dan normalerwijze het geval is. Waarom? Ik vermoed dat de reden voor een dergelijke reactie gelegen is in de wereld; in de situatie waarin de mens­heid zich sedert de laatste wereldoorlog heeft gemanoeuvreerd. Een wereld waarin angsten van allerlei aard, soms gefundeerd en soms geheel ongefundeerd, voortdurend een grote rol spelen. Een wereld waarin iedereen ge­neigd is anderen af te wijzen, te veroordelen of te kritiseren.

De spanningen zouden moeten worden opgelost. Maar een dergelijk alomvattend probleem kun je niet oplossen door eenvoudig een ramp te laten gebeuren. Als de aarde haar rug een keer schudt, dan zijn er een paar nieu­we bergen gevormd en is er misschien een nieuwe zee, dan zijn er wat ste­den vernietigd en er zijn wat mensen dood. Er is dan een verandering, een ontlading. Maar die kan alleen plaatselijk van betekenis zijn. Nu echter is er een straling die in de gehele wereld een rol speelt. En juist door deze lusteloosheid, deze onrust, maar ook deze toenemende prikkelbaarheid zou de mensheid daarbij geconfronteerd kunnen worden met haar angsten en problemen.

Denkt u niet dat dit alleen maar een stelling is. Als u zich reali­seert dat het ‘Rapport van Rome’, eigenlijk lang voordat de tijd aangebroken zou moeten zijn, wordt weerspiegeld in de oliecrisis. Als u zich realiseert dat de grote conflicten, die in vele regeringen op dit ogenblik, al dan niet openlijk, een rol spelen, eigenlijk voor hun tijd komen, maar gelijktijdig daardoor de verhouding tussen gezag en burger (dat betekent dan de oriëntatie van de doorsneemens ten aanzien van gezag) wijzigt, dan zult u mij toegeven dat deze invloeden niet geheel zonder inwerking zijn. Ze hebben problemen geconcretiseerd en daardoor enerzijds misschien de mensheid voor problemen geplaatst, maar anderzijds angsten, die zich zouden ontwikkelen tot een panisch onredelijk reageren, voorkomen.

Men denkt wel eens, de wereld waarop wij leven is een dode bal, rond dobberend door de ruimte. In wezen is ze een levend wezen. En dit levende wezen is op een vreemde manier geïnteresseerd bij alle vormen van besef en bewustzijn, die in de sfeer van dit levende wezen optreden. Ik mag hier misschien herinneren aan een boek van H. J. Wells: ‘War between worlds.’ Hierin wordt beschreven hoe vreemde wezens op de planeet landen. Een zeer spannend en ongetwijfeld fantasierijk verhaal, waarin echter een punt voor­komt dat erop wijst dat de aarde veel kan, ook al is dat misschien niet als zodanig bedoeld. Want als de held dan eindelijk probeert door te drin­gen in het rijk waar de driebenige wachters staan opgesteld, komt hij tot de ontdekking dat de voertuigen nog wel bestaan, maar dat de hen bestu­rende Mars-mensen gestorven zijn aan de besmetting in de atmosfeer van de aarde. De aarde reageert.

U leeft op die wereld. U leeft onder omstandigheden waardoor het voor andere wezens vaak onmogelijk zou zijn hun organisme in stand te hou­den. Er zijn onmetelijk veel wezens. Laten we alleen maar eens denken aan de anaëroben die rondzweven. Deze in de lucht zwevende minuscule wezen­tjes zijn in staat leven te vernietigen of in stand te houden. Uw leven is één van de soorten die er niet door wordt vernietigd en in sommige ge­vallen zelfs in stand gehouden. U bezit een darmflora. Ze bevat minuscule wezens, die voor u noodzakelijk zijn. Zonder hen zou u geen volledige spijsvertering hebben. Deze zelfde wezens zouden echter dodelijk zijn voor vele rassen in de ruimte.

Ik tracht u duidelijk te maken dat er een direct verband bestaat tus­sen u en uw lichaam, uw wijze van leven, de wijze waarop u denkt en rea­geert en de wereld waarop u leeft, en dat men niet zonder meer kan aanne­men dat elk wezen van een andere planeet op aarde zou kunnen leven, zeker niet onbeschut en onbeschermd. Wat meer is, deze aarde straalt een zekere mentaliteit uit.

Er bestaat een boekje van een zekere H. G. Ebener (een Duitser) waar­in hij beschrijft hoe er een relatie ontstaat tussen de mensen van Mars en die van de Aarde. Maar de Mars-mensen die op aarde wonen worden langzaam maar zeker uit hun eigen ideale staat en maatschappelijke opbouw geperver­teerd tot macht- en bezitbeluste wezens. Het is een roman. Maar het is een feit dat er op uw aarde een uitstraling is, die uw denken en mentaliteit beheerst. Je kunt niet zeggen: wij mensen leven op deze wereld en al wat wij zijn en kunnen, wordt bepaald door God alleen. Tenzij wij aannemen dat God werkt door deze aarde waarop u bestaat.

Er zijn bepaalde facetten in de mens die dit beseffen. Als ik denk aan Paulus en zijn grote angst voor de seksualiteit, dan zie ik daar iets wat in vele tijden en bij vele volkeren en rassen een rol heeft gespeeld, de angst voor de voortplanting. Het is beter om geen vrouw te hebben, roept Paulus uit. En dan voegt hij eraan toe: zo één, twee, drie in godsnaam, en als je er dan toch één hebt, trouw haar dan. Indien hij zijn zin zou krijgen, zou er geen seks, maar de mensheid ex zijn. Waarom?

De mens voelt aan dat hij in een ritme loopt, in een gebondenheid, die niet strookt met zijn innerlijke en geestelijke waarden, want geestelijk ben je minder gebonden aan de wereld waarop je leeft dan stoffelijk. In een poging om deze innerlijke visioenen en waarden van eigen geestelijke betekenis waar te maken, probeert men dan om die wereld, haar invloeden en werkingen af te wijzen; iets wat onmogelijk is. Want wie probeert te leven buiten het ritme dat de aarde oplegt, gaat daaraan te gronde. En te gronde gaan betekent hier niet alleen stoffelijk niet voortbestaan, maar tevens dat de geest geen positieve ervaringen opdoet. Het betekent dat de geest in wezen voor niets is geïncarneerd. De enkele ervaring die ze meeneemt naar die andere dimensies waarin het geestelijk bestaan de realiteit is, is negatief. Het houd alleen maar in, dit is waardeloos. Een herinnering, die soms enige betekenis heeft, maar toch tegenover de positieve ervaringen die de wereld kan geven van geringe waarde mag worden geacht te zijn.

Nu leeft u op deze wereld. U bent mens. Wat bepaalt uw relatie met de wereld?U bent deel van de massa; u kunt zich daar nimmer geheel van losmaken. Zelfs de eenzaamste kluizenaar, levend op de top van een bijna onbeklimbare berg, maakt door zijn gedachten nog deel uit van de mensheid. Besef dit. U kunt niet stelling nemen tegen de massa of u los verklaren daarvan. U kunt slechts een bepaald deel van het weten en het denken van die massa bestemmen. Kies vooral alle aspecten, die harmonisch zijn zowel met de natuur als ook met de levensvreugde. Angst voor het bestaan is een van de dingen die de wereld het snelst zal brengen tot reacties, die voor de mensheid niet aangenaam zullen zijn.

Dan heb ik u reeds duidelijk gemaakt dat de reacties van de aarde vaak vertraagd zijn. Deze vertraging kan zelfs zeer groot zijn. U kunt daarom nooit invloed uitoefenen op het ogenblikkelijk gebeuren dat vanuit de aarde voortkomt. U kunt slechts erkennen welke tendens er is en u daaraan zo harmonisch mogelijk aanpassen.

Er is geen mogelijkheid voor de mens om direct contact te hebben met het bewustzijn van de wereld waarop hij leeft. De mens beschikt doorgaans niet over de capaciteiten waardoor hij in het tijdloze kan treden en van daaruit een communicatie met de aarde tot stand brengen, die in het heden tot resultaat herleid kan worden. Degenen die dit wel kunnen zijn geestelijke krachten.

Geestelijke krachten zijn sterk gevoelig voor bepaalde menselijke uitstralingen en gedachten. Dus is het belangrijk dat u deze geestelijke krachten activeert. Zij immers hebben de mogelijkheid een versnelde reactie van de aarde tot stand te brengen. Zij ook hebben de mogelijkheid om voor enkelen of voor velen bepaalde verschijnselen van de natuur te wijzigen in hun werking en betekenis.

Hoe krijgt men contact met dergelijke entiteiten? Zij zijn in het algemeen harmonisch met wat de mens de gemiddelde geloofswaarden noemt. Voor uw deel van de wereld betekent dit dus het christendom. Niet het formele, het dogmatische christendom, maar de innerlijke gesteldheid die door het christendom als de Weg wordt aangewezen. Indien men in zich gevoelens en harmonieën kan opwekken, die deze werkelijke tendens van het christendom weer­spiegelen en daaraan een positieve uitdrukking van behoefte kan toevoegen, dan is de mogelijkheid zeer groot dat de wereld daarop zal reageren en dat de aarde zelfs zo nodig droogte door regen vervangt, de regen doet ophou­den of terugdrijft naar de oceanen, opdat het land droog en helder moge liggen onder een stralende hemel.

Probeer nimmer te denken voor uw medemensen. Pogingen om dit te doen houden in dat men strijdbaar is opgesteld tegenover die medemensen. Er is een erkenning van disharmonie. Zo deze door een entiteit wordt erkend, betekent ze slechts de uitdrukking van een probleem, die mogelijk, maar lang niet zeker, aan de wereld, de aarde kan worden overgedragen. Wordt het niet overgedragen, dan kunnen er toch dermate grote spanningen ontstaan doordat velen op soortgelijke wijze reageren dat de aarde niet anders kan doen, zij het na enige tijd, dan situaties scheppen die voor de mens niet aanvaardbaar zijn. Dan zal de aarde trachten te corrigeren wat de mens door zijn neiging om anderen te betuttelen tot stand brengt.

Mag ik hier terzijde opmerken, dat het tweede gedeelte van de 20e eeuw wel het tijdperk van de betuttelaars mag worden genoemd. Het is zeer waarschijnlijk dat kort na het jaar 2000 de reacties van de aarde daarop zeer voelbaar geopenbaard zullen worden.

Indien u voor uzelf harmonie wilt zoeken, dan kunt u die zoeken met elke geestelijke kracht, met uw eigen Godsbeeld of met uw innerlijk. Indien die harmonie volledig is, kan zij aansluiten bij datgene wat er in de wereld bestaat. De wereld die u heeft voortgebracht, kent de proble­men niet die u als mens kent, omdat zij alle oorzaken, maar ook uitwerkin­gen van die problemen, tezamen vat in wat voor haar een doelbewust leven is. Kunt u dus die harmonie in uzelf wekken, dan zult u, doch niet op bewust niveau of met een mogelijkheid een bepaald doel daardoor te berei­ken, harmonisch zijn met de aarde en dan zullen de elementen van de wereld voor u geen rol spelen. Dan kunt u, zoals de jongelingen, in het vuur staan zonder te verbranden. Dan zullen de wateren u dragen en zelfs de winden zullen u, alsof je een vogel was, verplaatsen in de richting van uw be­stemming. Dan is er niets wat u tegenwerkt.

Harmonie met de aarde betekent harmonie met al wat er op die aarde bestaat. Die harmonie breidt zich ook uit tot het dier, van de geringste microbe tot het grootste monster toe. Ze breidt zich uit over alle voor­werpen, die uit de aarde zijn gemaakt en uit haar elementen bestaan. Die harmonie zal dus niet gelden voor kunstmatige moleculaire ketens, zoals voorkomen in de ‘plastics’ genoemde mengingen van chemicaliën. Die stoffen zouden hoogstens neutraal kunnen zijn. In alle andere gevallen: een gevoelsmatige harmonie met de aarde betekent een gevoelsmatige harmo­nie met alle leven en alle bestaande vormen op de aarde. Het is belangrijk dit te beseffen. U zult het zelden kunnen waarmaken. Maar als u begrijpt dat de innerlijke rust, sereniteit, vaak een machtiger middel is tegen de nood die de elementen veroorzaken, dan een grijpen naar alle menselijke kunde bij elkaar, dan zou u misschien in zo een noodtoestand de rust, de harmonie kunnen vinden waardoor u in staat bent de elementen te beheer­sen. Ze niet slechts te trotseren, maar u waarlijk meester ervan te tonen.

De mens leeft in een wereld die hij meer en meer aan haar normale samenhangen heeft onttrokken. Er is een steeds grotere discrepantie tus­sen de natuurlijke bestaanswetten en de bestaansmogelijkheden die de mens voor zich heeft opgebouwd. Het zal u duidelijk zijn dat op het ogenblik dat de mens in het opbouwen van een soort separate bestaanswaarde zich te ver van de aarde en haar normen verwijdert, deze aarde hem als parasi­tair en dus onaanvaardbaar zal ervaren. En indien een levensvorm parasi­tair is tegenover de aarde, dan sterft die kort daarop uit. De aarde verandert iets in haar stralingsverhoudingen, in haar atmosferische samenstelling of dichtheid en de vorm gaat ten onder; en dat kan in zeer korte tijd gebeuren. Dat is gebeurd met de Sauriërs. Dat is door een natuurramp gebeurd met heel veel van de zeer grote voorgangers van de huidige rassen, die op hun wijze probeerden de aarde te domineren. Ook de diervormen die daarbij hoorden zoals de mammoet, de sabeltandtijger, de holenbeer enz. zijn te gronde gegaan. Ook dit is in deze tijd denkbaar.

Opvallend is echter dat waar een harmonie is deze ook inderdaad leven betekent. Het is of de aarde de voor haar meest harmonische vormen van bewustzijn voortdurend opleest en doet voortbestaan, terwijl ze al het andere vernietigt. Niet in een destructiedrang, maar eenvoudig door het te doen terugkeren tot haar substantie, zodat het voor de bouw van iets anders kan worden gebruikt

U leeft op deze wereld. Indien u harmonie kent met deze wereld, een positief erkennen van het bestaan, niet alleen van uw separaat menselijk bestaan maar ook van de wereld met al haar invloeden, haar warmte en kou, haar regen en droogte, dan zult u tot de ontdekking komen dat voor u de krachten gelden, die Hij eens gepersonifieerd in een engel Gods tot Noë zond, hem zeggende, bouw een ark, want ik wil recht doen aan deze wereld.

De mensheid zal voortbestaan, nog lange tijd. Maar velen van die mensheid zullen, als het zo verder gaat, te gronde gaan binnen niet al te lang tijd. Het geweld van deze eeuw was voor de aarde niet geheel onaanvaardbaar, omdat de aarde geweld kent als een van de vormen van bestaan. Maar de wijze waarop dit geweld werd gebruikt, werd gehanteerd door de mens, was voor haar niet meer aanvaardbaar, omdat het geen natuurlijk geweld inhield, maar geweld dat alleen wilde vernietigen zonder daarbij weer op te bouwen. Wie doodt om zich te voeden, doet iets wat voor de aarde harmonisch is. Wie doodt omdat hij wordt bedreigd, doet iets wat voor de aarde harmonisch aanvaardbaar is. Hij die doodt om daarmee anderen te dwingen zijn wil te gehoorzamen, doet iets wat voor de aarde niet harmonisch aanvaardbaar is; dit is disharmonie. Deze mentaliteit is veel uitgestraald in deze eeuw. De gevolgen daarvan zullen onvermijdelijk komen, een selectie. Maar dan een selectie waarbij zowel geestelijke instelling, geestelijke kracht en bewustzijn, als ook harmonie ten aanzien van de aarde op meer stoffelijke basis een grote rol zullen spelen.

Ik hoop u met dit onderwerp duidelijk te hebben gemaakt dat de wereld en de mens sterker met elkaar verbonden zijn dan men gewoonlijk beseft. De wereld laat zich door de mens exploiteren zolang de mens harmonisch is. Is de mens disharmonisch, dan zal de aarde haar medewerking weigeren en dan zal de aarde reageren door op haar beurt destructief in te gijpen in de wereld der mensen.

Nog is de tijd niet gekomen waarin dit alles volledig wordt bevestigd. Toch is het nu reeds belangrijk om in uzelf harmonie met de aarde te vinden en uit haar denken, haar vibraties de krachten te putten die u nodig heeft om een harmonie, om een positieve levenserkenning en aanvaarding in uw omgeving te bevestigen. Want als ook u lijdt onder de vreemde invloeden die dankzij Kohoutek op deze aarde zijn doorgedrongen, deze invloeden die de wereld heeft toegelaten en zeker niet zonder bedoeling, dan kan ik u alleen maar zeggen, probeer ondanks deze invloeden positief te zijn, want alleen zo vindt u de harmonie met de wereld waarop u leeft en zult u in het stoffelijk ervaren een rijkdom van bewustzijn vinden en daarnaast het harmonische antwoord van al wat er op de aarde leeft en daaruit is voortgekomen.

Het gaat gesmeerd

Het is aardig te zien hoe de mens reageert op de huidige oliecrisis. Een crisis die eigenlijk helemaal geen oliecrisis is, maar in wezen een methode van prijsopdrijving en als wij haar geheel ontleden, eigenlijk een soort bokswedstrijd tussen oliemaatschappijen en olielanden. Voordat u te pessimistisch wordt zou ik daar graag het een en ander over zeggen, omdat het buitengewoon interessant is te zien hoe de mensen daarop reageren.

Nederland heeft al een machtiging nodig. Een machtigingswet die voor alles dienstig is, maar die niet meer olie op de plank brengt en ook geen gas op de plank. Als u dat denkt, heeft u het ook mis.

Andere landen beginnen met distributiemaatregelen. Er zijn landen die zwart kopen tegen enorme prijzen en vaak van landen die officieel niet leveren, maar onofficieel wel indien het genoeg oplevert. Ook dat is menselijk. Kortom, alles bij elkaar gezien, zou men het probleem moeten herleiden tot de vraag: hoe gebruikt de mens zijn energie?

Als je naar de mens zelf kijkt, dan zie je wat hij met de energie pleegt te doen. De doorsnee mens gebruikt namelijk zijn energie voor alle andere dingen waarvoor hij haar eigenlijk niet nodig heeft. Mensen worden erg boos over zaken die eigenlijk de moeite niet waard zijn en als ze voor dingen komen te staan die wel de moeite waard zijn, dan worden ze niet boos. Ze zijn buitengewoon royaal met het verspillen van krachten, ook de levenskrachten op ogenblikken dat je je afvraagt waarom bewaar je die niet, want morgen heb je ze nodig. Op het moment dat ze alle krachten zouden moeten inzetten, zijn ze erg gierig met de energie die ze spenderen. Ik meen dat dit niet alleen geldt voor het menselijk gedrag, maar ook voor de menselijke maatschappij.

Als wij kijken naar de manier waarop de mens energie wegwerpt, dan komen we wel tot de conclusie dat er voor belangrijke dingen geen energie overblijft, omdat de mens voor onbelangrijke dingen zoveel energie verkwist.

In de oliesituatie liggen de zaken als volgt. Zoals u weet ontstaat olie door ontbinding van bepaalde plantaardige bestanddelen. Onder druk en in de juiste tijd kan het steenkool worden, in enkele gevallen wordt het ook minerale olie. Minerale olie is over de gehele wereld aanwezig, maar er zijn slechts enkele plaatsen waar ze gemakkelijk bereikbaar is en vooral in grote hoeveelheden kan worden gewonnen. De olie die tot op dit moment is verbruikt, bedraagt nog niet een kwart van de werkelijke wereldvoorraad. Er is dus nog genoeg. Het enige waar het om gaat is: de mens zoekt geen olie te winnen, omdat hij daarmee iets kan bereiken. Neen, hij zoekt olie te winnen, omdat er winst in zit; en daar ligt de grote ellende. De mensen zullen pas olie gaan winnen waar ze te vinden is, indien het wat oplevert, indien ze er iets aan kunnen verdienen. Dat betekent dat Nederland veel meer olie heeft geïmporteerd dan ooit werkelijk nodig is geweest. Indien Nederland zijn eigen bronnen volledig zou gebruiken, dan zou men met veel minder olie import toe kunnen komen. Datzelfde geldt voor landen als Zweden, Duitsland en Frankrijk. Hier zijn drie plaatsen die, als men de kosten zou willen maken, zeer veel olie naar boven zouden kunnen brengen. Waarom is dat dan niet gebeurd? Het kostte teveel.

Als u zich nu bezighoudt met de oliecrisis, realiseer u dan a.u.b. dat in het systeem waarin u leeft het gewoon erom gaat dat u niet betaalt wat het eigenlijk waard is. En als u zo bezig bent met pessimistische gedachten over een crisis die zal ontstaan, dan zou ik het volgende willen opmerken:

Een crisis is iets wat ontstaat in het denken van de mensen, niet in de feitelijke maatschappij. Als ik een voorbeeld mag geven, de grote wereldcrisis van 1929. Wij moeten ons realiseren dat die crisis helemaal niet is ontstaan omdat er opeens geen werk meer was. Ze is doodgewoon ontstaan om­dat de mensen bang waren, daarom geen geld wilden besteden (vaak ook kapi­talen verloren) zodat er dus geen geld was om werk te betalen. En dat komt weer, omdat men uitgaat van het standpunt dat men geld moet hebben om werk te kunnen creëren waarmee men geld kan verdienen. De hele oliecrisis is eigenlijk, als u het mij vraagt, een storm in een glas olie, want eigenlijk gaat het best gesmeerd op het ogenblik.

De mensen moeten eens leren om wat minder te besteden aan allerlei overbodigheden. Ik weet dat u het reuze leuk vindt in uw auto te rijden. Ik neem u dat ook helemaal niet kwalijk. Maar ik vraag mij toch wel af of het nodig is om langzaam maar zeker uw land in een soort asfaltvlakte te veranderen waarop vele auto’s her en der gaan zonder dat ze nog een be­stemming kunnen vinden die de moeite waard is. Toch gaat u daar naar toe.

Wat de olie industrie betreft, is het precies hetzelfde.

Een paar dagen geleden zijn er een paar druppels van een oliederivaat, verrijkt met minerale chemicaliën uitgelekt. Het resultaat was dat heel Zuid-Holland plotseling in de stank zat. Ik weet wel dat de betreffende personen hebben gezegd dat het absoluut niet gevaarlijk was. Neen, iets is nooit gevaarlijk. Maar aan de andere kant is het toch wel iets waarvan je zegt, waarom moeten de mensen nu juist die rotdingen maken?

Men maakt veel landbouwvergiften en vaak ook weer uit olie. Als we die landbouwvergiften zien, dan vermoorden ze een paar insecten, ze ver­giftigen veel mensen bij kleine beetjes zodat ze het niet merken en boven­dien heel veel dieren, die voor een goede ecologie eigenlijk nodig zijn, zodat de ecologie nog verder wordt verstoord en het product minder waard wordt al ziet het er beter uit. Al die dingen bij elkaar doen mij denken, indien er minder olie kan worden verbruikt, zal men het misschien gaan gebruiken voor essentiële doeleinden. En als men dat doet, zal men vele producten moeten afschaffen die op het ogenblik al erkend zijn als over­bodig en gevaarlijk, maar die men gewoon blijft produceren omdat er nu een­maal winst in zit.

Waarom zeg ik dan dat het zo gesmeerd gaat? Wel, u heeft veel meer reserves dan u beseft. Een mens die wordt geconfronteerd met een ongewone situatie, zal tot zijn verbazing ontdekken dat hij veel meer kan doen dan hij ooit heeft gedacht. Zoals een automobilist tijdens de distributie onge­twijfeld zal ontdekken dat hij veel verder kan rijden met een liter benzine dan hij ooit heeft geweten, ongeacht het feit dat hij in dezelfde wagen blijft rijden. Hij gaat zich realiseren dat er andere mogelijkheden zijn, nieuwe wegen als het ware om de energie juister te gebruiken, om er zoveel mogelijk uit te halen en daarnaast komt hij tot de conclusie dat hijzelf ook veel meer kan doen en daardoor zich veel prettiger gaat voelen.

Nu is het helemaal niet mijn bedoeling te zeggen, lieve mensen, een autoloze wereld is de ideale wereld, want dat is niet waar. De mensheid van vandaag de dag is maatschappelijk en anderszins helemaal uitgerust voor communicatie op afstand en dat houdt ook vervoer in. Maar de olie komt uit de aarde. Ze is er. Er zijn nog andere stoffen, die ook gebruikt kunnen wor­den. Het is zelfs zo dat men zelfs de verwarming kan baseren alleen op een warmte uitwisselingssysteem en dat zou veel goedkoper zijn dan olie, elektrisch of kolenstoken. De mens komt daar niet toe, want het is zo n grote investering. Het kost zoveel moeite en zo gaat het veel gemakkelijker.

De aarde zal ongetwijfeld ook een beetje gaan meewerken in deze rich­ting. Zij zal ook zeggen, lieve mensen, als jullie met de olie datgene doen wat jullie nergens anders mee kunt doen, dan loopt de zaak pas werkelijk gesmeerd, dan ga je verder in de goede richting.

Misschien denkt u dat het menselijk geluk hierdoor wordt aangetast. Ik zie het al voor mij. Verbeten automobilisten die lippen opkauwend kijken naar de stand van hun benzinemeter. Huilende gezinnen, omdat pappie geen benzine heeft om vandaag naar de beestjes te gaan kijken. Lieve mensen, kijk of je zelf geen beestjes hebt, dan heb je ook een bezigheid. Misschien heb je dan wel geen stoffelijke beestjes, maar lopen er toch wat van die mijtachtige figuren, al dan niet gemijterd, door uw hoofd te sjouwen denkbeelden, die eigenlijk erg onlogisch zijn. Vraag u eens af, of u wel verstandig en logisch leeft?

De kunst van het menselijk leven is vrij zijn. Vrij zijn kun je alleen, indien je weet wat je wilt. De meeste mensen weten niet wat ze willen. Ze denken dat ze het willen, omdat een ander zegt wat ze moeten willen. En omdat ze menen dat ze moeten willen wat een ander wil dat ze willen, willen ze wel, maar ze willen niet wat ze feitelijk willen en daarom beseffen ze niet wat in hen als werkelijk verlangen bestaat.

Hier zit dus ook een goede kant aan een grondstoffen crisis als de oliecrisis. Als je wordt geconfronteerd met een situatie waardoor je uit de gewoonte wordt losgerukt, dan ga je je misschien ook eens afvragen of er nog andere dingen bestaan, of er nog een andere mogelijkheid is om gelukkig te zijn. Want gelukkig zijn is voor een mens erg belangrijk.

0, ik weet het wel, volgens velen bent u op de wereld gekomen om hier in dit aardse tranendal onder lijden, snikken en pijnen een eeuwige zaligheid te verdienen; die u dan ook niet krijgt. De werkelijkheid is, naar ik meen, zo dat er in de mens een hunkering is naar geluk. Dat geluk kun je zoeken in een bevrediging. Maar bevrediging alleen is maar een zeer beperkt geluk. Het is een ogenblik van geen honger hebben. En als je zegt, geen honger hebben is een geluk, dan ben je niet erg pretentieus. Werkelijk geluk is een gevoel hebben dat er steeds meer is in de wereld. Het is het grote avontuur, waarin je voortdurend blijft ontdekken, waarin alles steeds weer nieuwe tinten, vormen en krachten zich manifesteren, waarin klanken zich voortdurend omvormen tot een andere melodie. Gelukkig zijn dat is kort en goed intens leven in een positieve benadering van alles wat je beleeft. Dat geluk kun je pas vinden, indien de gewoonte is gebroken.

Zeker, u doet natuurlijk uitermate belangrijk werk. U doet het al zo lange tijd en u moet het blijven doen. Alle respect, maar wat wilt u werkelijk? Wat zoekt u werkelijk? Kan uw werk u dat geven of zou u met een andere manier van werken gelukkiger kunnen zijn? Vraagt u zich dat eens af.

U meent misschien dat het erg belangrijk is om alles te hebben. Er zijn mensen, die werken zo hard over om een kleurentelevisie te hebben dat ze gewoon niet naar dat ding kunnen kijken, omdat ze steeds aan het werk zijn om de afbetalingen te kunnen verdienen. Dat zijn gewoon stommeriken.

Er zijn mensen, die altijd bezig zijn auto te rijden en die dat zo belangrijk vinden dat ze ver rijden, dat ze geen kans hebben te kijken waar ze rijden. Die mensen kunnen net zo goed thuis achter het stuur gaan zitten, een gordijntje over alles heen hangen en dan op het gaspedaal trappen, terwijl het contact uitgeschakeld is. Dan hebben ze precies dezelfde sfeer.

Gelukkig zijn, vrienden, betekent doodgewoon terugvallen op de werkelijkheid. Zo een oliecrisis brengt je ergens tot die werkelijkheid terug. Dat het niet zo is dat je maar op een knop hoeft te drukken om een vlammetje aan te steken en alles wat je wilt hebben is er. Warmte en wat al niet meer. Wat je nodig hebt, moet je op de een of andere manier zelf kunnen beheersen, daar moet je zelf iets in te zeggen hebben.

Iemand heeft eens gezegd:”Geluk dat is niet geleefd te worden, maar zelf leven.” Ik geloof dat hij groot gelijk heeft.

Natuurlijk gaat het allemaal gesmeerd zolang de gewoonten gehandhaafd blijven en alle oude dingen blijven voort dollen. Maar dan word je geleefd. Je wordt geleefd door de gewoonten. Je wordt geleefd door de gewoonte om het zus of zo te doen, door je op deze of op gene manier te verplaatsen, te kleden, te eten enz.. Misschien dat juist een aantal conflic­ten in deze maatschappij van economische aard zijn, want aan ideële conflic­ten behoef je niet te denken. Ideële conflicten zijn wat Nederland voort­durend heeft als Binnenlandse Zaken in het buitenland een binnenlandse zaak het best probeert te behartigen en dat binnenslands onvoldoende doet. Dat zijn zo van die gewone dingen.

Wat je nodig hebt is doodgewoon de functie van vrij worden. Niet ge­bonden zijn aan ritme, aan bepaalde vormen en normen van leven of denken, maar gewoon het leven voortdurend opnieuw te bezien. In een crisis moet je dat doen. In een crisis moet je veranderen.

Er zijn mensen die nooit zullen veranderen, zoals uw huidige minister­ president. Hij verandert niet meer. Die man voert voortdurend een oppositie tegen de noodzaken die hij zelf erkent. Dat is een krankzinnige situatie. De maatschappij kan ook niet gelijk blijven; ze verandert. Een oliecrisis is een symptoom. Juist als de mens voor grote problemen wordt geplaatst, dan blijkt hij de grootste veerkracht en grote inventiviteit te bezitten. Een mens die gewoon rustig verder kan sukkelen zonder dat er wat gebeurt, blijft sukkelen en al zijn capaciteiten blijven ongebruikt in de hersenkast liggen. Maar de mens die moet worstelen, die voortdurend wordt geconfron­teerd met dit wil ik, maar hoe kan ik dit nu voor elkaar krijgen, wordt ontzettend vindingrijk. En elke keer als hij een stapje in de goede rich­ting doet, is hij blij; dan wordt hij niet meer beheerst. Hij heeft weer een punt gevonden waarop hij zichzelf kan zijn, zelf kan leven, zelf iets tot stand kan brengen. En dat is nu aan de gang.

Zeker, de inventiviteit gaat voor de meesten nog niet erg ver. Voor de meeste mensen is het een kwestie van hoe krijg ik meer benzinebonnen? Voor de meeste industriëlen is het hoe kan ik mijn concurrent de das om doen door zelf meer grondstoffen te krijgen dan hij? Toch is er een begin.

In dit begin ontdek ik dat er heel veel mensen zijn die conventies overboord gaan gooien, die eigenlijk veel belangrijker zijn dan de burger­lijke conventies waar de mensen zo vaak tegenaan proberen te trappen. Want ach, die burgerlijke conventies zijn niet belangrijk. Dat zijn uiterlijke vormen waar achter de schermen maar zelden iemand zich volledig aan houdt. Maar de economische conventies zijn de strenge wetten. En als die in de war komen, dan gebeurt er iets,

De wereld geeft u de grondstoffen die u nodig heeft. Ook als ze zeg­gen dat ze zo schaars zijn en dat over 80 jaar dit of dat er niet meer zal zijn, trek u er niets van aan. Het is er. Als ze u zeggen dat er geen ijzer meer is, lieve mensen, de helft van de aarde bestaat uit verschillende, ijzerlegeringen. Nikkel en kobalt zijn er ook nog. Er zijn heel grote voor­raden titanium. Dat is, als het goed bewerkt is, nog beter dan staal en aluminium bij elkaar. Er is zo ontzettend veel op de wereld dat we nog kunnen gebruiken. De mens zal heus niet in moeilijkheden of in nood komen, omdat de wereld zolang ze de mensheid blijft aanvaarden, haar ook de grond­stoffen blijft geven die ze nodig heeft, zolang de mensheid maar positief kan blijven. Positief blijven wil zeggen, juist in een crisis de goede kan­ten zoeken. Proberen op de een of andere manier jezelf te zijn, gelukkig te zijn. Niet ondanks, maar dankzij de tegenstand die je soms moet over­winnen. Ik meen, dat dit een zeer belangrijk punt is.

Dan heb ik nog enkele praktische commentaren te geven.

Als je meent dat je aan iets tekort komt, dan moet je niet proberen dat te hamsteren. Je moet proberen daar een vervanging voor te vinden. Ook gezond verstand kun je niet hamsteren. Je kunt het alleen gebruiken, indien je het nodig hebt. Doe dat dan.

Elke mens wil ergens gelukkig zijn, ofschoon hij tegen anderen natuur­lijk zegt dat de bedoeling van het leven iets anders is, alleen om geen last te hebben van de larmoyante klachten van iemand waarvan hij weet dat die toch niet gelukkig kan zijn en misschien niet eens wil zijn. Er zijn mensen, die ongelukkig zijn wanneer ze bang zijn dat ze gelukkig worden. Onthoud dit.

Het is belangrijk om elke dag, al is het maar even, gelukkig te zijn; gelukkig met een kleinigheid. Het is belangrijk elke dag, al is het maar één ding, positief te er­varen. Want door die positieve benadering geeft u inhoud, niet alleen aan uw eigen leven en denken, maar ook aan de hele gemeenschap waartoe u be­hoort. U maakt als het ware geestelijk en stoffelijk de dingen meer waard. U maakt ze intenser.

Denk niet dat u afhankelijk bent van alle dingen die u nu rond u heeft. Het is misschien erg gemakkelijk dat u een stofzuiger heeft. Als u kleden moet kloppen, doet u het wat minder; een beetje stof is goed tegen de mot.

Maak u niet zoveel zorgen. Onthoud dat zelfs de hygiëne van vijf keer per dag wassen voor de huid eerder schadelijk dan goed is. Dus als er geen zeep genoeg is, dan is dat geen ramp. U kunt heel veel van wat u nu heeft missen. Wat u niet kunt missen is het gemeenschapsgevoel, het contact dat u misschien ook dankzij deze dingen krijgt. Probeer dat gevoel er nu eens uit te vissen. Probeer datgene wat voor u zin en betekenis heeft, wat u een ogenblik blijer maakt eens te isoleren van de rest en probeer daar eens wat mee te doen. Ik zou het zo willen zeggen:

Een mens die gelukkig wil zijn, moet niet geraffineerd zijn, maar moet wel het alledaagse weten te raffineren totdat hij het geluk er uit overhoudt, en dit geluk dan gebruiken als drijfkracht van zijn leven. Dit zijn nu zeer oliebewuste termen.

Ik wil u verder nog een raad geven die wel erg belangrijk is.

Als u een auto heeft en u heeft ook benzine, maar de ontsteking is niet goed afgesteld, dan doet dat rotding het nog niet en het zuipt ben­zine.

Er zijn heel veel stralingen en werkingen die nu uit de kosmos op deze wereld komen. Als die stralingen er zijn, probeer dan positief en met een beetje geluk daarvan gebruik te maken. Probeer juist in de tendens van vandaag gelukkig te zijn. Voelt u zich lusteloos? Geniet dan eens even van wat ontspanning. Ga zitten en zeg: ik voel me lekker lusteloos. Ik ga lekker niets doen, ik ga lusteloos zijn. Wat is het heerlijk om eens even helemaal niets te doen. Doe dat dan en u blijft harmonisch met het geheel. Zoek die harmonie ook met de kosmische invloeden. Probeer steeds de voor u meest positieve kant eruit te halen en tracht daarin weer iets te vinden waardoor u zich even gelukkig kunt voelen. Probeer harmonie te vinden met alle dingen die op u afkomen Datgene waarmee u harmonisch bent, valt u niet aan maar steunt u. Wat u aanvalt, valt ook u aan. Dat kost u veel aan kracht, maar daarnaast ook veel aan disharmonie en ongeluk, gevoelens van misplaatstheid en wat daarbij hoort. Ook dit is, naar ik meen, een goede raad.

Lees rustig in de sterren wat uw lot is, maar onthoudt u wel één ding. Als u denkt dat het lot dat in de sterren staat onvermijdelijk voor u op aarde werkelijkheid zal worden, dan bent u van lotje getikt. Er zijn tendensen. Erken de tendens en probeer daarin datgene te zijn, te doen, te bereiken of eventueel helemaal niet te doen wat u het meest ge­lukkig maakt. Probeer altijd weer ergens een klein beetje levensvreugde te vinden. Het is er.

Dan een laatste opmerking. Nu de oliecrisis is gekomen hebben veel mensen het gevoel van hulpeloosheid, zoiets van, waar moet dat naar toe?

Nu kan ik niet met mijn auto naar het werk. Nu moet ik in die overvolle tram staan en het is nog duur ook. Zij hebben groot gelijk natuurlijk. Maar op het ogenblik dat u zich hulpe­loos gaat gevoelen, bent u hulpeloos. U kunt niet meer reageren. Probeer juist te zoeken wat voor u de beste weg is, al is het maar dat u uitkient dat, als u die omweg maakt met de trein en dan met de tram, u er eerder en beter komt met minder kans op grote drukte.

Kijk naar de beste mogelijkheid. Een mens die in alle dingen niet alleen het negatieve ziet, maar voor zich de meest positieve weg zoekt, zal ervaren dat het hem in het leven gesmeerd gaat. Hij zal zeker ook er­varen dat juist tekorten, zoals de oliecrisis schijnbaar aan het veroor­zaken is, ertoe bijdragen dat hij gelukkiger en meer zichzelf wordt, dat hij, vrijgekomen uit een bepaalde sleur, nieuwe werelden, nieuwe mogelijk­heden en nieuwe krachten ontdekt in zichzelf en mogelijk daarbuiten.

Deze les kan erg kostbaar zijn in de komende dagen. Wat ik u nu heb gezegd, zult u in de komende drie maanden nodig hebben. Want die drie maanden brengen voor de meesten van u een mogelijk­heid om gelukkiger en sterker te zijn, maar gelijktijdig ook vele dreigin­gen waardoor men zichzelf te gronde zou kunnen richten zonder dat het nodig is.

Het niets

Het niets is iets. Als het niets iets is, is er geen niets, maar is niets slechts de negatieve aanduiding van iets wat niet wordt erkend.

Wij denken vaak dat er voor ons niets meer bestaat of dat er geen mogelijkheden zijn. Dat is een negatieve benadering, want we beseffen niet dat, in het vaststellen van datgene wat er niet is of wat niet mogelijk is, wij gelijktijdig een groot aantal andere mogelijkheden opsommen.

Het niets is niet de ledige ruimte. Het niets is het wezen Gods dat soms kristalliseert in de dingen die wij dan als iets beschouwen.

Het niets is de totaliteit van mogelijkheden, van alle sporen van le­ven en werken door alle eeuwen heen, die wij soms voor een deeltje waar­maken, indien wij ze beseffen.

Het niets is in vele gevallen onze uitvlucht, gebruikt omdat wij niet willen erkennen wat er bestaat. Wij houden onszelf zoet met sprookjes. Wij zeggen: als die er niet zijn, dan is er niets, omdat we niet begrijpen of niet willen begrijpen dat er buiten die sprookjes om een werkelijkheid bestaat waaraan wij nooit kunnen ontvluchten. Dat zogenaamde niets is de kracht waaruit wij leven, waardoor wij bestaan, waarbinnen wij bestaan en waarin wij altijd zullen bestaan. En alles wat wij daaruit als vorm erkennen, is alleen maar een vage omschrijving van een van de vele mogelijkheden die er bestaan.

Iemand heeft eens gezegd: God is niets, maar dan wel alomvattend. Ik geloof dat ik dat zou kunnen herhalen.

Niets is de totaliteit. Alle vormen zijn alleen naar de kleine breuk­deeltjes daarvan, die voor ons een ogenblik zichtbaar zijn geworden. Laten wij daarom nooit bang zijn voor het einde, voor een uitblussing, want al die dingen bestaan niet, tenzij wij ze voor onszelf veroorzaken.

Er is geen tijd en dus is er ook geen eeuwigheid. Maar er is een bestaan en dat bestaan zullen wij vanuit ons standpunt misschien voor­lopig in tijd en eeuwigheid moeten splitsen. Maar het is een onverbreke­lijke eenheid die niet in tijdsmomenten is uit te drukken.

Wij kunnen zeggen: er is leven en er is dood Wij kunnen ook zeggen: beide zijn niets. Ze zijn de onbelangrijke verschijn­selen van een bestaanswerkelijkheid waartoe wij behoren. Wij kunnen zeggen: al datgene wat wij op aarde belangrijk vinden, is eigen­lijk niets. Het is alleen maar een symptoom van een grote werkelijkheid, die wij in onszelf erkennen en waaraan wij geen vorm weten te geven, om­dat het niets voor ons vormloos is.

Wij worstelen wanhopig om uit de vormen de zin te herkennen van dat­gene wat onkenbaar is. En dit onkenbare, dat wij niets noemen, is datgene wat alles omvat wat wij kennen, ook al zullen wij dat meestal te laat beseffen.