Mens zijn

15 mei 1985

Wanneer ik nu naar de wereld kijk van vandaag valt het heel erg op, dat de meeste mensen eigenlijk niet meer in staat zijn om hun medemens werkelijk te zien. Het lijkt mij zo toe, dat u leeft in een wereld, waarin alle anderen een soort sjablonen dreigen te worden. Een soort genormde figuur waarmee je eigenlijk geen rekening houdt, behalve natuurlijk wat de kwaliteiten betreft die in de normering voor iedereen zijn aangenomen. Een mens is een mens. Ja, dat zei de gastspreker ook.

Maar wat is een mens eigenlijk? Ik denk dat je moet doodgaan om er een klein beetje kijk op te krijgen. Een mens is een wezen vol tegenstrijdigheden. Een mens verdeelt zichzelf in goed en kwaad. Natuurlijk is er veel van hetgeen hij kwaad noemt goed en omgekeerd. Want hij weet ook niet alles. Maar hij heeft van zichzelf een soort dualistisch wezen gemaakt. Daardoor is hij voortdurend in gesprek met zichzelf.

Zou die mens dan nog democratisch zijn dan zou hij in elk geval beide helften gelijkelijk aan het woord laten. Maar dat doet hij ook niet. Hij selecteert een deel van zijn wezen en dat laat hij voortdurend aan het woord komen. De rest probeert hij te smoren voordat het tot uiting komt.

Die mens draagt in zich een geest en een ziel. Maar een geest is een bewustzijn. Een bewustzijn dat wel degelijk zijn eigen noden kent, zijn eigen noodzakelijkheden. Elk van die noden en noodzakelijkheden staat in verband met een hele lange ontwikkeling, waardoor die geest eigenlijk geworden is tot wat zij nu op het ogenblik is.

Deze geest probeert dat lichaam te sturen. Maar het lichaam kan daar juist door die eigenaardige eenzijdigheid die ik al noemde, meestal niet aan toe komen. Dan vraag ik me weleens af: mensen, weten jullie eigenlijk wel wat werkelijke harmonie is? Ik heb het als mens niet geweten. Maar het zou kunnen nietwaar?

Werkelijke harmonie is, wanneer alles in jezelf eigenlijk meezingt en meeklinkt, wanneer er geen enkel deeltje is, het hoogste of het laagste, dat niet mee reageert; wanneer je hele leven eigenlijk de mystieke verrukking is van het gewoon jezelf zijn als mens. En dat moet toch mogelijk zijn. Er zijn mensen die het gedaan hebben.

0h, er zijn mensen geweest die hebben gezegd: ik wil het voor anderen ook doen. O.a. één of andere, ongeveer 2000 jaar geleden gekruisigde, dat weet u ook. Maar zelfs als je dat nou niet kunt zou je toch iets kunnen terugvinden van die mystieke verrukking, want in ons zit ook een ziel.

Omdat we het waarschijnlijk ook niet precies weten, zeggen we: die ziel, dat is een stukje goddelijke kracht. Want we weten het ook niet helemaal. Die ziel is in ieder geval een enorme kracht; het is licht, ja hoe moet je het noemen? Op het ogenblik, dat wij hoe dan ook in onszelf harmonisch zijn, beschikken we over de ziel als een krachtbron, als een inhoud van weten, van aanvoelen, van beseffen.

Iemand, die zover zou komen, dat hij die harmonie kent en dat hij in zichzelf eindelijk die krachtbron kan aanboren, die zou waarschijnlijk niet meer naar sjablonen kijken, hij zou weer mensen zien. Hij zou niet meer kijken naar algemene regels en noodzaken. Hij zou werkelijk begrijpen, dat ieder zijn eigen noden en dat ieder zijn eigen mogelijkheden heeft.

Dan denk ik zo: (het is misschien verbazingwekkend, maar een geest denkt ook) als jij nu vroeger op aarde zou zijn geweest, zou jij dat begrepen hebben? Nu spreek ik niet namens u, alleen namens mijzelf. Nou, ik zou er geen steek van gesnapt hebben. Eerlijk niet. Ik zou er allerlei mooie beelden bij gehaald hebben maar allemaal eenzijdig, zoiets van: ja maar ik ben dat wel, maar een ander is dat niet. Begrijpt u?

Ik denk dat daar ook weer een van de grote fouten zit van het mens-zijn. We proberen boven de ander te staan. Dat is heel gek. Soms zijn we zelfs zo nederig, dat we door onze nederigheid meer denken te zijn dan ieder ander en daar moeten we ook aan ontkomen.

Ik geloof niet dat het zin heeft om nederig te zijn. Je moet gewoon jezelf zijn als deel van een geheel. Maar deel zijnde van een geheel kan een mens zich toch niet helemaal laten gelden. Duitsers hebben daar zo’n mooi woord voor, dat sist een beetje, daar zit zo’n slangeffect in: Geltungsdrang.

Geltungsdrang lijkt mij in de meeste mensen ergens een rol te spelen. Je wilt dat nu eenmaal, terwijl je eigenlijk weet dat het niet kan. Je zoekt de dingen waar te maken, terwijl je weet dat het leugens zijn. Je probeert de wereld op te heffen tot je eigen niveau, maar intussen zak je zelf steeds verder weg in het moeras.

Dat zijn mijn ervaringen, niet de uwe. Wie ben ik om te zeggen dat u in het moeras zit? Bovendien er zijn altijd nog mensen die kunnen zwemmen en die weten zich ondanks alles nog wel drijvende te houden.

Als je zo als mens leeft zou dan de mensheid nog wel bestaan? Het is maar een vraag. We zijn allemaal deel van de mensheid. We zijn deel van een ontwikkeling en die heet nu toevallig mensheid omdat mens zijn een fase daarvan is. Maar op het ogenblik dat we niet meer begrijpen dat we bij het geheel horen, dat wij bij dat geheel een eigen functie hebben, zou dan dat geheel nog wel bestaan? Of is het geheel een fictie geworden? Ofwel; al datgene wat we denken te zijn en te doen en te kunnen is een fictie.

Het is niet altijd even optimistisch natuurlijk, dat kun je begrijpen. Het is gemakkelijk genoeg om halleluja te roepen. Dat is in een negerkerkje gebeurd. Dit is een leuk verhaal dat ik toch even kwijt moet. Ik heb namelijk een paar van de leden ervan later ontmoet op een seance en ik heb dat geval een beetje afgelezen en er iets over gehoord. Maar het moet schitterend geweest zijn: daar was een dominee aan het preken en iedereen riep om de zoveel woorden “halleluja.” Toen werd een van de mensen in de zaal erg nijdig omdat er iets gezegd was met een politieke betekenis. Het ging over een of andere gouverneur of zo. Hij riep dus: “Je kunt barsten.” En de hele zaal riep prompt: “Halleluja”. Is dat eigenlijk niet typisch menselijk? Vindt u het ook geen leuk verhaal?

Ik heb zo het idee (ik kan me vergissen) dat men heel vaak reageert volgens gewoonte: Het hoort zo, het is zo, of we doen het altijd zo. Dan kijken we niet meer wat er gebeurt, wij gaan rustig verder. Juist daardoor lijkt mij de mensheid uit elkaar te vallen. Want mensen veranderen met de dag. Een geest ook. Vandaag zit je in de ene sfeer, morgen wandel je ineens in de andere. Dan zeg je: ik ben bewuster geworden. Maar de mensen zeggen. “nee, dat kan niet. Er moet orde en regelmaat zijn. Terug naar beneden. Zo hoort het.”

Vermoorden ze dan eigenlijk niet hun eigen mens‑zijn? Maken zij zich het nog wel mogelijk om te veranderen en verder te gaan? Ik denk dat je vanuit een geestelijk standpunt een mens moet zien als een wezen dat elke dag een beetje anders is. Dat wil zeggen dat de regels die voor die mens zouden moeten gelden ook elke dag een beetje anders zijn, althans anders geïnterpreteerd moeten worden. Maar het houdt ook in dat er dingen zijn, die op een gegeven ogenblik absoluut geen zin meer hebben, geen betekenis meer hebben. En als je daarmee bezig blijft zal veel van het levende in je er onder begraven worden.

De gastspreker kan natuurlijk zeggen: je moet de mens duidelijk maken dat hij geen beest is. Hij hangt alleen de beest uit, zou ik er dan achter zeggen. Maar gaat er het hier om, of je dier bent of mens, of gaat het er om dat je een wezen bent dat in beweging is?

We zijn in beweging van een onbekende oorsprong naar een onbekend einddoel en intussen veranderen wij zelf en verandert onze wereld. Op het ogenblik dat wij hoe dan ook die evolutie, die verandering niet meer kunnen meemaken moeten wij wel vastlopen, denk ik. Dan komt er altijd een breekpunt. Zo’n punt waarop eigenlijk alle spanningen een beetje gaan samenvallen.

Als u het mij vraagt zal deze Wessac- bijeenkomst wel uitwijzen dat dit jaar deze spanningsreeks begint en dat die waarschijnlijk doorloopt tot 1987. Ook hier: we zijn vastgelopen doordat iedereen steeds is blijven doen wat hij altijd gedaan heeft zonder zich aan te passen aan de nieuwe noodzaken of zelfs aan de nieuwe mogelijkheden.

Het eindresultaat is dus dat er in de wereld zo veel is wat niet meer houdbaar is, wat niet meer kan voortbestaan, dat het moet veranderen en iedereen gelijktijdig weigert om het te veranderen. En dan krijg je die spanning. Dan zijn er allerlei ontladingen mogelijk.

Ik meen dat er ontladingen van mentale kracht zullen zijn in de mensheid zelf zoals hij nu op aarde leeft, die om de dooie dood niet klein zijn. Ik krijg echt het gevoel dat er iets buigt of breekt in de komende tijden. Dat kleine beetje wat ik dan van die Wessackrachten heb gezien, zoals ze op komst zijn, dat zijn alleen maar richtingsaanwijzers.

Het gaat er om dat we in de komende tijd veranderen. Die verandering zal zeker ook in je denken moeten liggen. Het is gemakkelijk om te zeggen: heb uw naaste lief gelijk uzelf. Ja ja, als je weet hoeveel mensen tegenwoordig de “p” aan zichzelf hebben, dan vraag ik me af of die aanwijzing nog wel redelijk is. Want mensen die zichzelf haten, haten de wereld en de mensheid. En zij zouden dan zichzelf gerechtvaardigd kunnen voelen doordat ze de wereld behandelen zoals zij zichzelf benaderen.

Ik denk dat je eerder moet zeggen: Wees jezelf tegenover iedereen en besef dat iedereen die je ontmoet je naaste is, dat je daarmee contact hebt. Ik denk dat de samenhangen opnieuw moeten ontstaan. De mensheid moet haar verdeeldheid, haar onderlinge belangenstrijd, haar zoeken naar het handhaven van het oude etc. eindelijk eens opzijzetten. Ze moet beginnen met de nieuwe kracht, met de nieuwe tijd, met de nieuwe geestelijke waarden.

U weet het, ik ben inleider en ik weet ook niet alles. Maar als ik zie wat er op het ogenblik aan geestelijke mogelijkheden op aarde bestaan, dan zeg ik: mensen, wat een fantastisch potentieel hebben jullie daar. Dat is veel meer waard dan alle atoomwapens en alle economische macht bij elkaar; alleen al wat er in de mensen schuilt aan geestelijk kunnen, aan paranormaal vermogen etc. En het wordt niet gebruikt!

Ik denk dat ze nog banger zijn voor hun innerlijke geestelijke krachten dan voor mosterdgas of de atoombom. Waarom eigenlijk? Een mens moet veranderen. Hij moet leren leven met meer geestelijke waarden. Hij moet meer bewust worden van zijn verbondenheid met de mensen maar ook met de geestenwereld.

Hij moet begrijpen, dat hij niet alleen staat en niet alleen kan staan.  Dat hij niet alleen kan beslissen voor anderen, dat hij gewoon deel moet zijn van die anderen. En ja, daar mankeert nogal wat aan. We kennen alle leuzen natuurlijk uit ons hoofd: Democratisch bestel. Een democratisch bestel dat bv. bang is voor een volksraadpleging is niet democratisch. Die mensen zijn zo doodsbenauwd dat hun mogelijkheid tot beslissen wordt aangetast door de beslissing die op een gegeven moment uit het volk voortkomt, dat ze zeggen: dat kan gewoon niet.

Als dat nu alles was, dan was het tot daaraantoe. Maar het is hetzelfde als met het geloof en het is hetzelfde met geestelijk werk. “Ik weet het. Ik doe het goed dus moet jij het zo doen.” Nee. “Ik doe het goed, ik functioneer zo juist, maar nu moet ik ook begrijpen wie jij bent en daardoor het jou mogelijk maken op jouw manier goed te functioneren.” Waar of niet?

Dat zijn de grote moeilijkheden waar je altijd weer tegenaan loopt. Ik heb zo het idee, dat de mensen in een heel korte tijd zo enorm veel zouden kunnen bereiken, zouden kunnen. Maar of zij het doen? Ik weet het niet. Er ligt op het ogenblik alleen nog maar een enkel vliesje tussen de krachten van werkelijk lichtende sferen en deze wereld. En door dat vliesje komen de mensen niet heen.

Er ligt zo’n dikke laag tussen deze wereld en de duistere wereld en daar komen de mensen warempel wel doorheen: Het is haast onvoorstelbaar.

Is het nu werkelijk zo belangrijk dat je alles helemaal precies volgens de regels kent? Is het zo belangrijk dat alle waarheid bewezen kan worden? Of is het belangrijk dat iets beleefd kan worden? Beleven is deel hebben in, het is opgaan in, het is ook je kracht onttrekken aan dat hele onredelijke Al, waarvan alles wat de mensheid ervan weet zo’n heel klein puzzelstukje is, minder dan de plaats van één grasspriet op het Malieveld.

Dat betekent dat dat menselijk weten, wanneer je het als basis stelt, eenvoudig een heel groot gedeelte van de werkelijkheid uitschakelt. Ik heb niets tegen weten, helemaal niet. En ik heb niets tegen wetenschap. Maar ik heb er wel iets op tegen dat de mens. a.h.w. ineengesloten, ineengeperst moet blijven zitten bij zijn menselijke logica, zijn menselijke controles en daarbij zijn geestelijke ontplooiing kan vergeten.

Ik heb het jullie gezegd: ik filosofeer maar een beetje. Maar mij pakt het ergens omdat ik het voel als een volledige intense waarheid. Hebben jullie voorlieden nodig om jullie te vertellen wat je moet denken? Of ben je zelf een denkend wezen? Hebben jullie werkelijk gidsen nodig om jullie wat genezende kracht te geven? Of heb je zelf de verbinding ontdekt tussen jezelf en de Oneindige Krachtbron? Hebben jullie een helderziende nodig om te vertellen dat er over een paar weken een donkere man op je pad komt voor wie je moet uitkijken?

Of ben je misschien zo ver, dat je eindelijk de reeks van mogelijkheden en waarschijnlijkheden aanvoelt en meer bewust ook in de toekomst een pad weet te kiezen., dat misschien niet helemaal redelijk lijkt, maar dat je voert naar een nieuwe verwezenlijking, naar een nieuwe werkelijkheid, naar een nieuwe ontplooiing van je persoonlijkheid?

Ach, het is allemaal maar kletspraat. Je kunt het duizend keer zeggen en iedereen zal het misschien nog mooi vinden ook. Maar wat doet men ermee? Heel weinig. U zult er later ongetwijfeld iets aan hebben. Later, wanneer u in een of andere zomerland sfeer aan het op adem komen bent. Dan denkt u ineens, waarom zou ik mijzelf beperken? Heeft hij toen dat en dat niet gezegd?

Maar op dit ogenblik geloof ik niet dat het al te veel uithaalt. Bij u misschien wel, hoor. Houd me ten goede. Ik veroordeel en beoordeel niemand. Maar we moeten toch eindelijk eens een keer door dat vlies heen breken, dat ligt tussen de wereld van licht en kracht en de mensheid. Dat wij er van de geest ook toevallig tussen zweven, nou ja, dat is gezellig, kunnen we ook eens komen buurten.

Die kracht, daar gaat het om. Het licht, het weten, de wijsheid, ze zijn er. Ze liggen heel dicht bij de wereld op dit ogenblik. Als de wereld nu maar eindelijk eens uit zijn eenzijdigheid zou kunnen losbreken.

Wanneer de mensen eindelijk een keer vanuit hun kritisch volgen zouden overschakelen naar een innerlijk beleven, dan zou er werkelijk wat bereikt zijn. Dan zou deze mensheid veranderen en dan zou de wereld in zeer korte tijd veranderen.

Ze wordt nooit meer zoals vroeger. Maar ze zou een soort paradijs of een voorbereiding op een paradijs kunnen worden. Want in elke mens steekt zo onnoemelijk veel goeds. In elke mens zijn enorme mogelijkheden van licht, vreugde en harmonie. Wanneer ze eindelijk dan maar eens een keer door dat ellendige ik beeld heen breken.

Ik mag gelukkig zo langzamerhand gaan ophouden. Ik zeg dit om jullie alvast een riem onder het hart te steken, of een hart onder de riem, precies zoals je het zelf wilt hebben. Ik vind een riem eronder beter, dan gaat het omhoog. Maar dat je een hart onder de riem moet steken is voor mij een bewijs dat er nog geen was

Wat mij betreft, ik heb op mijn manier even hardop zitten denken. Ik heb dingen gezegd die mij werkelijk aan het hart gaan en die naar mijn overtuiging volledig waar zijn. Wat je ermee wilt doen moet je zelf weten.

Als je dadelijk zegt: nou, die inleider heeft weer behoorlijk gekletst, dan mag dat van mij. Ik of een plaatsvervanger, kom de volgende keer toch weer terug en dan wordt er weer gekletst, want dat hoort erbij. Alleen zou u wel moeten begrijpen, dat bij de dingen die u gewichtig noemt op aarde nog veel meer geklets te pas komt.

Ik heb gewoon gedacht en ik heb een paar dingen gezegd. Ik heb geprobeerd mijn ervaren, mijn beleven als een soort sleutel aan u te geven. U kunt meer zijn, maar dan moet u wel even door de gewoonten heen breken. Dan moet u mensen niet meer zien als sjablonen. Dan moet u de goddelijke kracht niet zien als iets wat ver weg is, maar gewoon als iets wat in u en rond u leeft.

Dan moet u ook niet bang zijn om die kracht te gebruiken. Niet zeggen: mag ik a.u.b.? Maar zeggen: hier ben je, ik gebruik je. Gewoon even door dat vliesje van conventie heen prikken en grijpen naar de geestelijke werkelijkheid. Het materiële doet er niet toe. Als je materieel beter wordt, wordt er toch driekwart wegbelast, dus maak je geen zorgen.

Maar wat je geestelijk bereiken kunt is onbelastbaar en onvernietigbaar. Daarom heb ik daarover een beetje zitten kletsen.

Ik eindig met jullie een raad te geven. Het is een heel gekke raad: of u nu luistert naar de hoogste geesten of naar een kletsmeier zoals ik, probeer aan te voelen in hoeverre hetgeen doorkomt bij u ergens een echo oproept. Dat u zegt: hé, dat klinkt in mijzelf ook.

Als dat het geval is, dan heb je namelijk een eerste teken van harmonie ontmoet. Probeer die harmonie in jezelf te versterken. Kijk of ze in de wereld om je heen misschien bestaat. Want als je begrijpt hoeveel harmonische mogelijkheden er zijn in de wereld zul je je niet meer zo gekweld voelen door al dat negativisme dat op het ogenblik uw wereld dreigt te overspoelen dankzij de menselijke neiging om alleen in sjablonen te denken.

Wanneer hij komt, luister niet alleen naar de woorden of de manier van uitdrukken. Probeer gewoon de essentie te pakken. Dan garandeer ik u dat, ook al is hij niet de hoogste spreker die wij eigenlijk hadden willen laten doorkomen, hij een spreker is die u iets kan leren over innerlijk licht, innerlijke vrede en innerlijke harmonie. In hoeverre hij daarin slaagt zullen we dadelijk wel zien. Ik kom in elk geval kijken.

De Gastspreker

Het is eigenlijk moeilijk om te zeggen waarover je gaat praten voordat je aan het praten bent. Dus ik heb gezegd: ik zal praten over de mens. Per slot van rekening, als je wil roddelen is de mens het ideale onderwerp. Ik heb gedachte ach, als je daar voor dat klussie zit, probeer het ze eens een keer duidelijk te maken wat er echt aan de hand is.

Weet je, ik zou het misschien anders kunnen doen. Ik kan natuurlijk wel weer een andere figuur inschakelen en dan krijgen jullie het allemaal heel netjes uitgemeten met heel mooie woorden, echt van die stadhuiswoorden. Stadhuiswoorden zijn altijd die woorden waarmee ze de waarheid begraven.

Nou ja, ik wil het liever zelf doen op mijn manier. En als het je niet zint heb je pech gehad, nietwaar? Dan heb je een avond voor hoge geestelijke wijsheid betaald en je hebt naar je idee wat anders gekregen.

Leven als mens is hardstikke moeilijk. Het lijkt zo gemakkelijk weet je wel? We zijn mensen onder elkaar, maar potverdorie? Beesten zijn over het algemeen fatsoenlijker tegen elkaar dan mensen. Beesten maken andere beesten alleen dood als ze honger hebben. Moet je eens bij mensen komen:

Dat vind ik ook zo mooi: de mensheid loopt over van de goede bedoelingen. Er zijn mensen, die zo voor de vrede zijn, dat ze bommen hebben geplaatst om duidelijk te maken dat zij vrede willen.

Dan zeg ik tegen mezelf; Jan, jongen, daar klopt iets niet. Kijk nou eens naar jezelf. Hoe ben je begonnen? Je bent doodgegaan met een vloek op je lippen. Ja, ik had er helemaal geen zin in. Ik dacht ook nou krijg ik wat de dominee mij beloofd heeft en dat is mij te warm.

Maar het viel erg mee hoor, dat wel. Je komt er in zo’n geestelijke wereld en het eerste wat je ziet zijn al je gemiste kansen. Nou ja, dat waren geen materiële kansen hoor, die heb ik heel aardig uitgebuit. Ik ben pas getrouwd op mijn 32ste. Maar wat die andere kansen betreft: van begrijpen, van zien wat de dingen waren, die heb ik laten liggen. En ja, toen ik dat in de gaten had ben ik toch maar begonnen.

Een mens moet toch altijd iets doen, nietwaar? En een geest die niets doet is ook geen cent waard. Ik weet niet of hij anders wel een cent waard is. Ik heb zo’n idee, dat er heel veel mensen liever een cent zouden geven als de geest weg zou blijven, waar of niet?

Maar toen ben ik zo gaan denken: Jan, jongen, wat kun je eigenlijk doen? Nou ja, ik zag toen een arme sodemieter met een barstende koppijn en zo’n pootje wat zo huppeldepup was, weet je wel? Je weet zo’n mens die loopt zoals een soort springprocessie maar dan in z’n eentje. Ik denk: laat ik daar eens een keer wat aan gaan doen. Die koppijn heb ik weg gekregen, maar hij bleef huppelen.

Ik denk: daar deugt ergens iets niet, dat heb ik verkeerd bekeken. Toen ben ik naar die mens gaan kijken en ik kwam erachter dat bij eigenlijk huppelde omdat hij zijn evenwicht kwijt was. Toen ben ik aan zijn innerlijk evenwicht gaan werken. Dat heeft een tijdje geduurd. Het ging beter, hij huppelde niet. Het was geen hink‑stap‑sprong meer, maar hij waggelde meer.

Ik denk ja, daar kom je ook niet verder mee. Wat moet je dan doen? Toen ben ik gaan kijken naar de kracht en heb ik gedacht; wat betekent die kracht nou als je mens bent. Toen kwam ik tot een gevoel van laat ik het zo zeggen: heb je weleens een gezellige avond gehad met een paar neuten op? Nou zo’n gevoel. Zo echt van: jongens, wat kan mij nog misgaan? Wat is het gezellig.

Ik denk: dat moet ik hebben. Dat is wat voor Jan. Toen ben ik me daar een klein beetje mee bezig gaan houden. Ik heb me een hele tijd met het licht bezig gehouden en toen kwam ik eindelijk zo ver dat ik dacht: hé, het gaat er niet om, om zo’n hinkepoot niet te laten hinken, het gaat er om de mens die er in zit zo veel geluk te geven, dat hij niet merkt dat hij hinkt.

Dat was een grote stap vooruit. Want laten we eerlijk zijn, er zijn mensen die hebben alles. Ze hebben veel meer dan jij ooit aan zou kunnen. En wat hebben zij nog meer? Sores, ellende. Ze maken zich druk over de kleinste kleinigheid. Als je die mensen geluk geeft, vanbinnen een klein beetje vrede, dan ben je een eind verder.

Dus ben ik in de vredesbusiness gegaan. Toen kwam ik weer voor een gek geval te staan; want toen gaf ik iemand vrede en die was zo tevreden, dat hij aan alle kanten gedonder kreeg omdat hij veel te vredig was. Dat kan ook voorkomen.

Toen dacht ik: wat moet ik dan doen? Ik dacht: weet je wat, ik ga alleen maar eens in het licht kijken of ik een beetje meer verstand kan opdoen. Ja en wat ik toen gevonden had, dat zal ik jullie voorleggen en als het je niet zint dan gooi je het op de hoop.

Kijk, werkelijke vrede bestaat niet. Want werkelijke vrede is stilstand. Maar er bestaat een gevoel dat je altijd verder kunt gaan. De kracht om door te gaan is het belangrijkste wat er bestaat, zeker voor een mens. Wat een geest betreft, die heeft ook nog wel een aardig eindje z’n eigen het lazarus te lopen, bij wijze van spreken dan.

Wanneer je die kracht in jezelf voelt kun je die kracht met een ander delen. Per slot, van rekening als een kind moe wordt, wat doe je dan? Je zegt een paar onfatsoenlijke dingen en je gooit het ding op je schouder; je huppelt er een paar keer mee en je zegt: nu gaan we eens lekker verder sjokken.

Op die manier zou je de mensen moeten aanpakken. Niet zoiets van: je moet het zelf doen en dit en dat. Laat ze gewoon gaan tot ze erbij neervallen. Maar als ze neervallen, raap ze op en zorg dat ze verder komen.

Toen ik zover was gekomen zocht ik natuurlijk alweer nieuwe handel. Want zo gaat het in het leven. Toen ben ik begonnen die kracht uit te delen. Nou, ook aardige business, hoor. Iedereen wil kracht hebben. Nietwaar? Als je kijkt wat ze er mee doen kun je ze het beter niet geven.

Dus weer wat anders gezocht. Nou dan zit je ongeveer waar ik nu ben. Dan heb je meteen mijn hele geestelijke levensgeschiedenis.

Als je in een mens die kracht vindt moet je hem duidelijk maken dat die kracht er is. Dan kan hij zelf bekijken wat hij er verder mee wil doen. Als een mens niet verder kan geef je hem kracht totdat hij weer op zijn poten staat en dan laat je hem weer rustig verder sjokken.

Maar probeer je iedereen te helpen, om te vinden wat hij in z’n eigen donder heeft dan krijg, je hele gekke dingen. Er zijn mensen op die wereld van u, die misschien (ik waag er een gooi naar) wel duizend mensen zouden kunnen helpen, zouden kunnen dragen, als zij zouden weten, wat zij van binnen hebben. Daar ben ik nu mee bezig.

Jullie denken misschien dat je niks kan. Ach ja, je bent ziek en je evenwicht is niet honderd procent en het lopen gaat zo moeilijk en er zijn nog heel veel andere dingen. Je ogen doen het niet en als je ogen het wel doen, dan is je zitvlees weer te gevoelig of wat anders. Dat is allemaal uiterlijk. Vergeet het nou een keer.

Probeer alleen eens te denken aan kracht in jezelf. Gewoon. Hoe je je dat wilt voorstellen moet je zelf maar weten. Of je je nou voorstelt als een lucifer die aangestreken is, als een kaarsvlam of als een schijnwerper dat moet je zelf weten.

Denk aan de kracht die in je leeft. Probeer die kracht nou eens niet voor jezelf te gebruiken. Niet zeggen: ik zal mezelf eens beter maken. Dat lukt misschien een keer, maar de prijs is meestal hoger dan je denkt. Gewoon: geef die kracht die in jou is aan de wereld. Probeer het niet te gebruiken om andere mensen van hun zorgen te ontlasten die moeten ze zelf dragen.

Maar probeer om het zo te maken dat ze de veerkracht in zichzelf vinden, dat ze zelf ook eens een beetje vanbinnen aan die kracht beginnen te werken. Dat kun je heus niet doen met mooie woorden, dat kun je alleen maar doen door ze zo’n geestelijke opdonder te geven dat ze staan te suizebollen.

Jullie hebben kracht. Ik heb kracht. Nou en, wat wil je nou? Moet iemand even de zaak voor je opknappen? Houd er rekening mee dat je dan later ook de rekening gepresenteerd krijgt. Maar als je kracht hebt, zo goed als ik kracht heb, dan kun je toch weleens even daar dat deurtje openmaken? Dan kun je toch weleens even wat naar buiten laten komen van wat daar in zit.

Probeer nou niet te zeggen: dat kan ik niet. Of: ik kan het een beetje. Zeg niet dat een ander het moet doen. Doe het zelf. Laat die kracht eruit komen. Durf het eens een keer aan. Geef die kracht aan al die anderen die het nodig hebben. Probeer ze eens een klein beetje het begrip te geven: we kunnen tegen alles op, we kunnen alles overwinnen, het is mogelijk om alles te doen.

Dat kun je. En denk niet dat ik je zit te belazeren, want het is zoals ik het zeg. Je hebt die kracht. Je kunt ze uitstralen en dan gebeurt het wonder. Op het ogenblik dat jij begint te werken met de kracht, die altijd in je wezen, je ziel, je donder verborgen ligt, op het ogenblik dat je de moed hebt om die naar buiten te gooien, gebeurt er ook wat in jezelf.

Wat zei je ook weer: had je schele hoofdpijn? Had je duizelingen? (Daarmee bedoel ik niet onder bepaalde omstandigheden, want daar komt het heel vaak voor als uitvlucht) Heb je er last van? Werk voor een ander en je zult zien dat het voor jezelf verdwijnt.

Want wat gebeurt er: de kracht waaruit we werken is een geheel, dat heeft balans. Als jij ziek bent, als je hersens niet willen en als je voeten niet willen, als je maag opspeelt en al die andere dingen, dan komt dat voor driekwart omdat je eigen kracht gewoon niet in evenwicht is.

Als je bezig bent om er evenwicht van te maken, gooi er eerst hier wat op, dan slaat die zo door. Dan gooi je daar er weer wat op en dan gaat het zo en dan ben je nog veel erger van de wijs. Maar als je die kracht geeft, wat gebeurt er? Dan wordt alles uit die kracht zelf in je eigen corpus ook evenwicht.

Als je wilt genezen moet je een ander genezen. Als je sterk wilt worden moet je een ander kracht geven. Dan moet je nooit vragen: wat doen ze ermee.

Ja, zo is een mensenleven. Jullie lachen erom, maar zo is het toch? Je moet nooit vragen wat een ander ermee doet, met die kracht die je geeft. Je moet nooit vragen of een ander het wel goed zal vinden. Je moet gewoon zeggen: ik deelde kracht die in mij is met iedereen die om mij heen is. Geloof mij, dan zul je zien dat je zelf nog harder groeit dan degene die je helpt.

Zeg ook niet tegen jezelf: ik kan het alleen. Op het ogenblik dat je daaraan begint krijg je op een gegeven ogenblik de hoogte en voor je het weet heb je geestelijke hoogtevrees. Dan durf je niet meer naar beneden toe. Als je helemaal in je eentje in de hemel zweeft, is er ook geen gein meer aan.

Probeer niet boven de mensen te staan. Je geeft gewoon op jouw manier vanuit je denken, vanuit je wezen wat je geven kunt. Als je dat gedaan hebt ga je verder. Dan vraag je je niet af wat een ander te vertellen heeft, wat een ander er mee zal doen. Je hebt in jezelf meer balans gekregen; je hebt het de ander mogelijk gemaakt om met zijn eigen kracht te werken en nou moet hij het zelf maar verder rooien. Denk niet dat het allemaal alleen maar gepraat is hoor.

Nou ja, ik kan het me voorstellen. Ik had een vrouw die vroom was en dat kan ook een ellende zijn voor een mens. De preken die ik heb aangehoord! Eerst van de dominee en thuis van haar nog een keer er bovenop: De dominee mooi over God en zij over mijn zonde.

Maar eerlijk, het is geen mooipraterij. Als ik jullie nu één ding zeg, een heel gek ding: ik geef jullie mijn kracht, niet om je vrede te geven, maar alleen om je te helpen een beetje verder te gaan. Ik probeer a.h.w. dat beetje kracht erin te gooien zoals je water in de pomp gooit zodat hij eindelijk weer aanzuigt.

En nou moeten jullie zelf pompen of verzuipen wat mij betreft, maar je moet er zelf wat mee doen. Dan kunnen jullie later tegen elkaar zeggen; nou dat was ook een mooi nummer, dat er is doorgekomen. Ja, ik verwacht het van jullie hoor, maar het zal geen indruk op mij maken. Mijn vrouw heeft mij dat zo vaak gezegd voordat ik overleden ben, dat het nadien al een gewoonte was geworden. Dus ik trek mij er geen pest van aan.

Luister: ik ga jullie gewoon iets van mijn kracht geven, dat doet op zichzelf geen sodemieter. Maar wanneer jullie dan proberen om je eigen kracht er een beetje op te laten werken en om daarvan een beetje aan een ander te geven, dan moet je eens kijken wat er allemaal uit komt, dat valt ontzettend mee.

Het is net als met het eerste water: het kan een beetje vuil zijn, er zit roet in e.d. In het begin is het nooit helemaal helder. Dan moet je doorpompen en dan krijg je het helderste water wat je maar denken kunt. Maar met kracht is het ook zo. In het begin zit er altijd nog iets bij. Niet op letten, maar doorpompen. Blijven zwengelen dan komt het er goed uit.

Zo en als jullie nu lol genoeg hebben gehad dan gaan we effetjes aan de business beginnen. Luister: ik heb op mijn manier wat kracht gevonden. Ik weet niet waar zij vandaan komt, dat interesseert mij geen moer, ze is er. Ik weet dat die kracht bij jullie is. Wanneer die kracht werkt, en al die gekke levenskracht van jullie werkt in je geest, dan maakt ze het mogelijk om uit jezelf ook kracht te putten.

Ik geef je alle kracht die ik heb. Ik geef je alle licht dat ik heb. Ik wil niets voor mezelf houden. Het is voor jullie. Een cadeautje. Neem het in jezelf op. Daarmee kun je eindelijk je innerlijke kracht eens extra aanboren. Dan kun je eindelijk eens een keer wat gaan doen.

Wees niet bang om je kracht naar de mensen te sturen, want hier is kracht, hier kun je mee beginnen. Schaam je er niet voor om je gedachten uit te sturen. Laat de mensen het goede vinden, laat ze kracht vinden. Geef ze als je kunt alles wat ze nodig hebben en vooral: geef ze zoveel kracht dat ze er zelf wat mee kunnen doen.

Ik weet niet wat God is. Dit is een kracht en als die ergens vandaan komt, komt hij van Hem. Die kracht geef ik je. En onthoud één ding: als jullie nu alleen maar ademloos zitten op te nemen en je doet er geen moer mee, dan wordt Jan nijdig en dan krijg je nog een keer kracht. Maar wel eventjes een klein beetje te veel zoals met die nieuwe elektriciteit, dan krijg je ook een schok van me. Want als ik kans zie om jullie wakker te maken zal ik het niet laten!

Ik heb je een begin gegeven, doe er wat mee. Voor de rest mag je over mij denken wat je wilt, mag je zeggen wat je wilt. Mens‑zijn dat is ook een klein beetje die kracht die in je is, gebruiken, gebruiken naar buiten toe in je wereld. Als je naar buiten licht geeft wordt het vanbinnen licht. Als je naar buiten kracht geeft word je vanbinnen sterk. Wat je doet voor je wereld, dat maak je in jezelf waar.

En dat is de wijsheid die ik jullie heb te geven. Als het niet genoeg is kun je klagen bij het bestuur of bij de hoge omes die mij hebben opgetrommeld. Als je er wat mee doet, nou ja goed, dan kom ik nog weleens een keer kijken, nietwaar? Misschien hier en daar een leiding doorsteken als het nodig is, dat kan zijn. Of hier of daar zorgen dat er even een lekje wordt gedicht of een nieuw pompleertje inzetten. God mag het weten.

Als je ermee begint zal ik je helpen om de zaak aan de gang te houden. Maar als je het niet doet, nou, God zal mij horen brommen nietwaar. Misschien horen jullie het donderen in de verte.

Ik heb jullie kracht gegeven. Doe er wat mee: Ik vraag niet wat, dat mag je zelf weten. Ik zeg je ook niet of het hoog of laag moet zijn. Je zoekt het zelf maar uit. Ik zeg alleen: doe er wat mee. Breng de zaak in beweging. Want per slot van rekening: als een stel geestelijke wandelende lijken door het leven gaan daar is ook geen aardigheid aan.

Maar als je weet dat je vanbinnen leeft, kun je dat naar buiten brengen. Dan kun je de hele rest aan.

Mensen, het ga jullie goed. Je denkt dat je in een bedonderde wereld leeft, maar dat komt omdat de meeste mensen te bedonderd zijn om mens te zijn. Begin jij met mens te zijn, met kracht te zijn en je zult je wereld zien veranderen. Je zult jezelf voelen groeien. Dan zul je iets vinden van een vrede die geen stilstand is. Dan ga je verder zoals wij vroeger als we gingen wandelen, je zingt een liedje, je fluit wat voor je heen en voor je het weet is de volgende uitspanning in zicht en dan kun je weer tanken.