Menselijk gedrag en magie

uit de cursus ‘Magie en magiërs’ – oktober 1970

Inleiding: Magie en magiërs

Wanneer wij de magie bezien in de historie, dan kunnen wij stellen dat dit het oudste geloof van de wereld is. De eerste magie, die wij kennen is een soort beschermende of verdedigende magie en die kunnen wij toch zeker 160.000 à 170.000 jaar terug volgen. Die magie was eigenlijk alleen gebaseerd op de rationalisatie van het onbekende. Daarnaast het vinden van verklaringen voor eigenschappen en gebeurtenissen, welke men in die dagen evenmin kon verklaren en die als zodanig een tintje van het bovennatuurlijke, het paranormale hadden. Om u een voorbeeld te geven;

Als ik bepaalde gebaren maak en daardoor voor mijn denken een demon a.h.w. overwin, dan voel ik mij zeker. In die zelfverzekerdheid zal ik juister en zuiverder reageren dan in mijn angst voor de demon, en dientengevolge krijg ik betere resultaten. In die tijd was dat magie tegenwoordig is dat psychologie.

Een tijd daarna zien wij dat de magie langzaam maar zeker gaat veranderen en dat is altijd nog een 50.000 jaar geleden dat zij het karakter krijgt van een relatie scheppen tussen het onbekende en de mens. Het is niet meer de mens, die alleen zichzelf probeert te beschermen, het is de mens die probeert vanuit zijn menselijke wereld de onbegrepen krachten te regeren en als dat niet kan, in ieder geval te begrijpen.

In die tijd hebben wij te maken met de vroege priesters, de sjamanen en tovenaars. Mensen, die in vele gevallen in goed vertrouwen ook hun gelovigen bedrogen. Dat komt ook in deze dagen nog wel voor. Die mensen hadden heel vaak door de wijze waarop zij zich trainden, de manier waarop zij werkten, een aantal eigenschappen, die wij tegenwoordig in de parapsychologie mooi omschreven terugvinden.

Als je lang vast, ontstaat er overgevoeligheid. Door deze overgevoeligheid kun je dingen aflezen, dingen zien, visioenen hebben, die je normaal voorbijgaat. Als je gebruikmaakt van bepaalde kruidenmengsels, ontstaat er een roes. Deze roes heeft eveneens zekere vreemde invloeden op de menselijke geest. Waarom zou dat alleen mogelijk zijn met lsd? Er waren vroeger heel wat middelen, die daarvoor werden gebruikt.

Vandaaruit komen wij langzaam maar zeker in de richting van de witte magie. Er blijken procedures te bestaan, waardoor een mens niet alleen wat meer zekerheid krijgt, maar voor zich ook een greep op het toeval kan verwerven. Hij kan dit toeval voor zichzelf en voor anderen dirigeren. Dan zijn wij in de periode van de Egyptische en de Assyrische magie, want in die tijd gaan de mensen denken aan de natuur als iets dat bezield is.

Oorspronkelijk nam men die al bezieling zonder meer aan, later gaat men dat differentiëren. Uit deze differentiatie ontstaat er een soort pseudowetenschap. Men weegt de geestelijke eigenschappen van verschillende voorwerpen, planten, dieren en mensen tegen elkaar af. In die periode ontstaat ook de overdrachtelijkheidsmagie, die wij heel vaak als een soort vruchtbaarheidsmagie tot uiting zien komen. U kent daar allemaal wel voorbeelden van. Het ploegen van een Chinese keizer. Als de vore recht is, dan zullen alle voren recht zijn, dus alles zal goed gaan. Een vorm van overdrachtelijkheid.

De wel wat wild uitvallende vrije copulatie van alle deelnemers, opdat in het idee van bevruchting, de vruchtbaarheid zich op de aarde zal afdrukken. Offers, waarbij het zaad van een stier over de akkers wordt verstrooid.

Hier gaat de mens dus langzaam maar zeker geloven dat hij door bepaalde handelingen te stellen ook een inwerking van het bovennatuurlijke kan afdwingen, die dan daarmee vergelijkbaar is. Nog wat later wordt het een systeem. Hierin worden methoden gebruikt om bv. wichelarij op de juiste manier te beoefenen. Een voorbeeld is de I Tjing, een zuiver wichelaarssysteem. Het is magisch. Het werpen van runen, zoals dat bij bepaalde Druïden voorkwam. U kunt daarvan duizend en een voorbeeld krijgen.

Magisch is ook de eerste vorm van astrologie. De overdracht van de taal der sterren naar de gebeurlijkheden der mensen is een uitdrukkink van een relatie tussen werelden.

Langzaam maar zeker krijgt de zwarte magie ook wat invloed. Dat is zo ongeveer 3000 jaar v. Chr., een 5000 jaar gleden. In die tijd ontwikkelen zich overal systemen, waarmee men vijanden kan aanvallen. U weet, dat je met suggestie veel kunt doen en als je daaraan nog de middelen toevoegt, die anderen niet kennen (bv. vergiften), dan heb je al een magisch karakter gekregen dat zeer ontstellende resultaten kan geven. En denkt u niet dat dat alles is uitgestorven. Om u een voorbeeld te geven;

De ontdekking door een alchemist van bepaald vormen en derivaten van arsenicum was de aanleiding tot het optreden van een markiezin, die als zij haar zin had gekregen half Parijs had vergiftigd. En dat is nog niet zo lang geleden. Altijd weer zien wij de magie als een denksysteem, dat is gebaseerd op praktische gebeurtenissen of mogelijkheden, maar waarbij de samenhangen niet volledig worden erkend. En in deze zin zou men zelfs een groot gedeelte van de moderne experimentele wetenschappen en kunsten als een vorm van magie kunnen beschouwen.

Als wij dus over magie en magiërs gaan praten, dan spreken wij niet alleen over een verleden of over het heden. Wij spreken over een geloof dat zo oud is, dat het zijn weg heeft gevonden in elke latere religie. Wij spreken over een verbondenheid met onbekende krachten, die misschien kan leiden tot heksenvervolgingen, heksenwaan of tot de enorme angst voor de magiër die elders bestaat, maar die in wezen altijd blijft het streven van de mens naar resultaten.

Als wij ons in de komende cursus bezighouden met de magie en de magiërs, moet u dit alles goed onthouden, want de magie is niet bovenzinnelijk of bovennatuurlijk. Ze is gebaseerd op de natuurlijke mogelijkheden van de mens en is meestal een uitvloeisel van zijn erkende relatie met de omgeving en mede van zijn behoefte aan een wijziging van die relatie. Alle punten, die wij later naar voren zullen brengen of ze nu gaan over het verleden of over de toekomst zijn in feite vandaag even waar als ooit. De waarheid ligt niet in de stelling, ze ligt niet in de pro­cedure, zij ligt in het feit, dat door niet redelijk omschrijfbare middelen resultaten worden verkregen. Dat is de magie. De magiër is de mens, die in zijn systeem van denken de nuchtere, logische theorieën vaak verlaat om daarvoor in de plaats een aanvoelen of een intuïtie te stellen en daarmee werkende resultaten tot stand breng, die onverwacht zijn en gemiddelden behaalt, die ver boven een in toevalsberekening uitdrukbaar normaal gemiddelde ligt. Het is niet zo, dat de magiër altijd resultaat heeft. Maar wel is het waar, dat hij gezien zijn persoonlijke instelling meer resultaat behaalt dan iemand, die op normaal menselijke wijze hetzelfde nastreeft. U zult begrijpen, dat wij ons dus moeten bezighouden en met de wereld van het bovennatuurlijke, de psychische wereld van de mens en met de realiteit.

 Menselijk gedrag en magie

“Zowaar helpe mij God Almachtig!” Een bezweringsformule, die ook in deze tijd nog veel opgang maakt. De bevestiging van een eed, die echter indien zij in haar recensie wordt nagegaan gelijktijdig een binding betekent van hetgeen men heeft gesteld aan het Onbekende, aan de Godheid

Naarmate de wereld van de mens meer spanningen en meer pressie kent, zal die mens grijpen naar het onverklaarbare of bovennatuurlijke om aan de spanningen van zijn milieu te ontkomen. Het is steeds weer in perioden van verval, in feite van verandering, dat wij zien dat de magie opgeld doet.

In het oude Rome nam de bevolking en het verkeer enorm snel toe voor die tijd. Gelijktijdig ontstond er een verwarring tussen de standen en had men daar te maken met groepen eenvoudige burgers, die als pressiegroepen optraden, ongeveer zoals vakbonden in deze tijd zouden doen. Toen de spanningen te groot werden, waren de op zichzelf wat cynische en ongelovige Romeinen geneigd naar de magie te grijpen. Overal waren heksen en tovenaars te vinden. Op de kerkhoven in de buurt van de Via Appia waren er zelfs een aantal mensen, die zich op zijn minst genomen eigenaardig gedroegen. Zij geloofden in zichzelf en waren daarnaast kenners van allerlei drankjes, die volgens een wetenschappelijke benadering van deze en ook die tijd geen resultaten zouden mogen geven, maar die dat toch hadden.

Als later in Parijs de massaliteit van de bevolking en de spanning tussen de standen toenemen, dan zien wij gelijktijdig weer een opleven van tovenarij en magie. In de periode dat grote oorlogshandelingen plaatsvinden in Duitsland en de mensen voortdurend in benauwenis zitten, terwijl gelijktijdig steeds meer burgers samenstromen in de ommuurde steden, die een betrekkelijke veiligheid schijnen te beloven, zien wij wederom de magische praktijken toenamen. Dat is een verschijnsel dat je zou kunnen vergelijken met het optreden van bepaalde afwijkingen van het normgedrag bij kudden, die te talrijk worden in een te beperkte ruimte bij een lemmingdrang misschien waar eveneens het overbevolkingsprobleem een rol speelt.

Het is zeker dat de magie naar voren komt, als de mens psychisch onder grote spanning staat. Door die beïnvloeding zien wij dat de mens gaat geloven aan iets. Nu kan hij naar een kerk gaan en daar bidden dat er iets zal gebeuren (dan doet hij eigenlijk ook iets wat magisch is) of hij kan zich buiten alle normen van denken en geloven van zijn maatschappij stellen, en voor zich een nieuwe procedure trachten te vinden, die hem een grotere overlevingskans geeft, een grotere mogelijkheid zichzelf te bevestigen.

De magiër is over het algemeen iemand, die een zekere sensitiviteit heeft en die daardoor gemakkelijker onder spanning komt te staan dan een normaal mens. Noem het een zekere overgevoeligheid. De magiër zoekt zijn procédé echter als een ontvluchting aan de werkelijkheid d.w.z. dat hij zal grijpen naar elke verklaring, die afwijkt van de norm en gelijktijdig blijft beantwoorden aan hetgeen hij denkt en heeft gevonden. Zo is het dus helemaal niet verwonderlijk, dat christelijke monniken de eersten zijn die een zwarte mis opdragen. (Niet de heksen, maar de monniken). Want voor deze is de behoefte om los te breken uit hun regel, om een andere bereikingmogelijkheid te vinden een zelfbevestiging, die zozeer is vergroeid met een regel waaruit zij bijna niet kunnen loskomen, dat zij door de omkering van die regel (want dat is de zwarte mis eigenlijk) voor zich het gevoel van bevrijding krijgen.

De norm valt weg. En als de norm wegvalt, valt daarmee de beperking van het menselijk denken weg. Dan valt ook de beperking van de menselijke sensitiviteit weg, die eveneens door de normalisering van het milieu mede bepaald pleegt te worden. Dan bereiken zij inderdaad resultaten. O zeker, wij behoeven niet aan te nemen dat de grote Bok van Mendes, op de Harzberg zit te stampen als de heksen om hem heen dansen. Of dat er een Bloksberg festival kan bestaan. Deze dingen zijn grotendeels droom. Ze zijn het visioen van iemand die aan alles wil ontvluchten. De hatelijkheden die wij daar zien en die in de visioenen vaak sterk op de voorgrond treden, wijzen op een wereldafwijzing, een wereldhaat en wereldverwerping. In 9 van de 10 gevallen speelt afgunst een grote rol in de handelingen en motieven van degenen, die over dergelijke Sabbats spreken. Wij behoeven dus niet direct aan te nemen dat er een duivel verschijnt. Wij hoeven zelfs niet aan te nemen dat alle beschrijvingen van geesten, die door magiërs werden bezworen op werkelijkheid berusten. Aan de andere kant blijkt dat zij steeds meer iets doorbreken. Ze doorbreken de illusies van de mens. En dat brengt ons tot de vraag wat deze illusies zouden kunnen zijn. Wel, dat is heel eenvoudig.

Als iedereen zegt: Die kachel is gevaarlijk en je brandt je eraan, dan zullen 9 van de 10 mensen geneigd zijn altijd van die kachel af te blijven. Sommigen zullen haar aanraken en zich een keer branden of als dat ding uit is, zich niet branden. Ze gaan dan elkaar bestrijden. De een zegt: Het is wel gevaarlijk. De ander zegt: Het is niet gevaarlijk. Er is er misschien maar één op de duizend, die zich afvraagt: Waarom brandt de één zich wel en de ander niet? Ook als je het verschijnsel vuur op zich niet kent en het niet kunt verklaren, zie je een nevenverschijnsel, een zekere gloed. Zodra je die relatie hebt gevonden, ga je zeggen: Als die gloed er is, is de kachel gevaarlijk. Zodra ze er niet is, is ze niet gevaarlijk. Ik kan mij dan meer permitteren. Dit is een eenvoudig voorbeeld.

Stel, dat ik nu zeg: Het idee van ruimte, zoals de mens dat heeft, is geen reëel idee. Vaak geldt het voor mij, maar onder bepaalde omstandigheden schijnt het niet te gelden. Dan schijnt de ruimtelijke verhouding voor mij tijdelijk gewijzigd te zijn. Dan behoef ik dat niet weg te verklaren, zoals de meeste mensen doen, maar kan ik zeggen: Wanneer treedt dat op? Als ik die vraag ga stellen, vind ik geen reëel antwoord. Ik vind echter bepaalde tekenen, bepaalde kleine signalen, waarin inderdaad voor mij de tijd plotseling ruimer of korter lijkt, waarin de ruimte met een stap overbrugd schijnt te zijn of de weg eindeloos. Heb ik die tekenen, dan ben ik weer wat verder. Ik heb dan een methode gevonden, waardoor ik mij kan losmaken van die voortdurend gelijkblijvende afstand. De afstand wordt variabel doordat ik tekenen erken, die een verandering, een verschuiving in ruimtelijke verhoudingen aan mij kenbaar maakt.

De magiër is iemand, die tekenen erkent welke aan de normale mens voorbijgaan, zodat hij een verandering van omstandigheden in zijn mogelijkheden of zijn milieu erkent, die normale mensen niet beseffen. Maar de magiër gaat een stap verder. Voor hem zijn de kleine tekenen in feite de actieve factor. Voor hem is de gloed niet het teken dat er vuur is, maar is de gloed de oorzaak voor het verschroeiend zijn van de kachel. Indien hij die rode gloed kan imiteren, zal volgens hem de kachel warm worden. Dat dit niet helemaal juist is, is duidelijk. Maar om die gloed te krijgen, zal hij misschien op den duur toch van vuur gebruik maken. En dan weet hij nog steeds niet dat het het vuur is dat de hitte veroorzaakt, en niet de gloed. Maar door de gloed te veroorzaken, schept hij hitte. Dit moet u goed in het oog houden, want dat is heel belangrijk, wanneer wij de procedure van een magiër beschouwen.

Het lijkt vreemd, als iemand in een wetenschappelijk onderzoek plotseling afwijkt van alle gegevens, die tot dat moment beschikbaar zijn en intuïtief iets anders opzet. Hij meent misschien een nieuw geneesmiddel te hebben gevonden en vindt een nieuw explosief uit. Dat komt voor. Wat is er gebeurd? Deze mens heeft magisch gedacht. Hij heeft de normale, de logische samenhang der dingen tijdelijk verworpen. Hij heeft tekens geproduceerd, die volgens hem oorzaak waren voor een verschijnsel en zich daarin eventueel vergist. Dat is iets wat een magiër heel vaak overkomt. De magiër vergist zich heel vaak. Niet omdat hij zich wil vergissen, maar omdat hij geneigd is symptomen met oorzaken te verwarren.

In uw dagen zal men waarschijnlijk niet officieel aan magie doen. Er zijn wel wat groepen, die zich daarmee bezighouden, maar in vele gevallen is dat eerder het gevolg van een behoefte aan wereldontvluchting en een methodiek, die dan meestal voor de persoon zelf ergens aangenaam is. Wat veel interessanter is dat in deze tijd de behoefte aan een magisch element in het leven zo groot wordt.

Nu behoeven wij niet te denken aan bv. de rook-magiërs, zoals u er in Amsterdam een heeft gehad, of aan mensen dit met bezweringen, meditatie, Zen en de rest proberen een nieuwe wereld te creëren. U moet gewoon denken aan de man of de vrouw, die al zegt hij/zij er niet in te geloven, elke dag even in de krant kijkt naar zijn/haar horoscoop en er zijn/haar gedrag door laat bepalen. Daar hebben wij een magie, die in deze tijd werkt. Als er de suggestie is “dit is een gevaarlijke dag”, dan kan dat voor zo’n persoon volgens de sterren waar of niet waar zijn, maar deze mens vreest gevaar. Hij kan daardoor zo voorzichtig worden, dat dit op zichzelf een gevaar vormt. Hij heeft de neiging zijn horoscoop zelf te vervullen en krijgt hierdoor voor zichzelf de bevrediging dat hij zijn eigen lot a. niet geheel zelf bepaalt, b. enigszins kan voorzien en c. misschien zal kunnen veranderen.

De magiër van vandaag meent ver verheven te zijn boven die oude bijgelovige mensen, die hun duivels met mensenoffers vereerden. Maar is hij dat wel? De mens, die magisch denkt in deze dagen, is geneigd magische procedures te gebruiken, die op analogieën berusten. Hoe lang geleden deed men dat al niet? Hij is geneigd een willekeurige verklaring te hechten aan een verschijnsel, mits dat voor hem bewijsbaar is. Hij houdt zich niet bezig met algehele bewijsbaarheid. Een magisch principe dat zeer oud is. Hij heeft de neiging eigenschappen toe te kennen aan voorwerpen en zijn eigen instelling te veranderen door deze toekenning. Anders gezegd: hij projecteert, zoals men vroeger deed, naar buiten toe wat hij in zich draagt, verbindt het aan iets dat in de wereld aanwezig is en verwezenlijkt daardoor voor zichzelf een groot gedeelte van hetgeen hij projecteert.

Dit is zeer oude magie die teruggaat tot de afweermagie van 150.000 160,000 jaar geleden. Er is dus geen groot verschil. Het verschil is de feitenkennis van de mens. Vroeger waren er veel meer dingen onbekend en de benadering daarvan was daardoor a priori magisch. Nu heeft men een veel grotere kennis. Maar door de uitgebreidheid van de kennis en de veelheid van feiten is het aantal hiaten, dat in de menselijke kennis zichtbaar wordt groter. Er komt meer speelruimte voor het magisch denken. Ik mag dus wel stellen dat het milieu voor een groot gedeelte belangrijk is en invloed heeft op de behoefte aan magie en dat de gevoeligheid van de magiër vaak bepalend is, en voor zijn werkwijze en voor zijn succes,

Nu gaan wij dat overzetten naar vandaag en vragen ons af, welke voorwaarden zou men moeten stellen aan een magiër in deze tijd en wat zou de magie van deze tijd moeten zijn?

  1. In deze tijd moet de magiër, zoals altijd, een gevoelig mens zijn. Dat wil zeggen hij moet betrekkelijk gemakkelijk een verstoring van evenwicht ondergaan, maar hij moet ook oplettend zijn en daardoor een verstoring van evenwicht snel kunnen constateren. Gevoeligheid zowel innerlijk als naar buiten toe is een eerste vereiste.
  2. De magiër moet geloven in hetgeen hij doet. Dat klinkt vreemd, maar hij moet een zekere  zelfverzekerdheid hebben, waardoor zijn ingaan tegen de algemeen geldende norm voor hem normaal en aanvaardbaar wordt. Hierdoor immers wordt het geheel van zijn innerlijke reacties op de wereld bepaald en gelijktijdig ook het aantal successen dat hij in de buitenwereld daarmee kan behalen.
  3. De magiër moet in zijn zoeken naar de verklaring toch in de eerste plaats in het succes geïnteresseerd zijn. Zodra voor de magiër de procedure belangrijker wordt dan het resultaat, kan hij niet meer als magiër functioneren.
  4. En dan wat voor magie? Wij hebben niets aan rituele magie en het rondslingeren van een zoemhout, ook al heel oud in de magie. Het is tegenwoordig uit de mode. De middelen, die je gebruikt, zijn eigenlijk niet belangrijk. Wel is belangrijk dat je er zelf betekenis aan hecht. Het is dus altijd weer: wat is voor mij belangrijk? In de magie van deze tijd lijkt het mij voor de mens zeer belangrijk dat hij zich even buiten de maatschappij stelt. Deze opvatting is misschien niet prettig of te progressief voor velen van u, maar het is waar. Zolang ik mij binnen de maatschappij blijf bewegen, kan ik niet werken met magie, omdat de norm wil dat ik ook de opvattingen en de verklaringen van de wereld zonder meer blijf accepteren. Pas als ik buiten de norm sta, kom ik tot een eigen interpretatie en heb ik de vrijheid mijn eigen krachten te gebruiken op een willekeurige wijze en niet op een door de maatschappij genormde wijze.
  5. Dan is het, geloof ik, ook wel nodig dat je het gevoel hebt niet alleen te staan. Je kunt magie bedrijven door God aan te roepen, door de duivel aan te roepen, door geesten te bezweren en op te roepen en misschien ook alleen maar door met mensen, nieuwe contacten aan te gaan. Maar je moet iets hebben buiten je dat voor jou de bevestiging is van het magische iets waarop je je meent te kunnen beroepen. Alleen op die manier ben je in staat de eigenschappen, die je normaal niet aanvaardt zodanig gestalte te geven, dat ze aanvaardbaar worden. Dus de projectie van een deel van het eigen wezen (vooral het niet aanvaarde deel) naar buiten toe, zodat dit als een volledige realiteit kan worden beschouwd en mede het stellen van een wisselwerking kunnen worden geïntegreerd in de pogingen van het ego.
  6. Ik moet ervan overtuigd zijn dat mijn magie voor mijzelf goed is. Dat klinkt vreemd. U zult zeggen: Witte magie is toch vooral gericht op het heil en het nut voor anderen? Volkomen waar. Maar ik doe dit, omdat dit voor mij de juiste wijze van zelfverwezenlijking is. Als ik iemand dood wens en ik doe dat oprecht magisch, dan kan ik er misschien iets mee bereiken, maar dan zal ik ook het gevoel moeten hebben dat mijzelf hierdoor geen directe schade kan treffen. Zelfbehoud speelt een heel grote rol. Is hier dan een idee mogelijk voor het opbouwen van een magische cirkel of kring? (Daarmee bedoel ik geen goochelaarsvereniging.) Ik geloof van wel. Als een aantal mensen zich op dezelfde wijze, dat is heel belangrijk, buiten de geldende norm en werkelijkheid kan stellen, dan zullen zij alleen daardoor hun sensitiviteiten kunnen activeren. En daar de magiër gevoelig moet zijn, zullen hierdoor alleen reeds de erkenningsmogelijkheden van eenieder in die groep groter worden. Die erkenningen binnen de groep zijn niet allemaal waar. Dat is ook niet belangrijk. Wel is belangrijk, dat wij ze binnen de groep als waarheid accepteren en ze pas buiten de groep terugkerend tot het normaal menselijke, eventueel aan logica en ontleding onderwerpen.
  7. De gehele magie is gebaseerd op een ongezien leven, dat naast het menselijke bestaat, ook in deze ruimte, ook op uw wereld. Deze entiteiten kunnen wij nagaan vanaf de eenvoudigste natuurgeest tot misschien zeer demonische of zeer heilige geesten, die op aarde nog iets te doen hebben. Wat deze entiteiten beogen, is misschien niet eens zo belangrijk. Wel belangrijk is dat wij hun bestaan erkennen en met hen een relatie voelen. Hoe kan dit? Door het scheppen van een harmonie. Hoe wordt harmonie voor de mens meestal uitgedrukt? Als een gevoel, dat niet omschrijfbaar is, maar wel uitdrukbaar in overdrachtelijke zin.
  8. Dan komen wij in de moderne magie ook tot het scheppen van overeenkomstigheden. Dit creëren van overeenkomstigheden heeft dan tot gevolg een afstemming op krachten of entiteiten en daarmee een inwerking van die krachten of entiteiten op de magiër. Nu kan de magiër ook zijn eigen denken, streven en wil injecteren in deze relatie en daaruit zullen gevolgen ontstaan.

Naschrift.

De mens neemt zintuiglijk waar. Zijn voorstelling is gebouwd op zintuiglijkheden plus overeenkomsten van benoeming die hij met anderen heeft getroffen. Hij kent dus niet de feitelijkheid of de werkelijkheid van zijn wereld, maar slechts een beperkt aantal verschijnselen daarvan. Alle voor hem zintuiglijk niet waarneembare verschijnselen, waaromtrent hij kennis verkrijgt, kan hij wel verklaren en misschien zelfs in een systeem onderbrengen, maar hij is niet in staat om zich deze zodanig voor te stellen dat ze voor hem een hanteerbaar deel van zijn werkelijkheid worden. Het is altijd via een redeneringsproces dat men met die dingen nog iets kan doen. Daarom mogen wij uitgaan van het standpunt dat er een zekere mate van maya of begoocheling in de wereld bestaat. De magiër stelt tegenover een gangbare begoocheling zijn eigen begoocheling. Maar deze beide kunnen zodanig tegen gericht zijn, dat zij elkaar opheffen. Wanneer dit gebeurt, krijgen wij te maken met de werkelijke magische resultaten: de wonderen, de mirakelen, de verschijnselen, die niet vallen onder het normaal verklaarbare in uw wereld. Als ik stel er is een ruimtelijke verhouding en ik stel een ogenblik later magisch dat er geen ruimtelijke verhouding is, dan breek ik daardoor de menselijke voorstelling af. De ruimtelijke verhouding blijft bestaan. De werkelijke verhouding wordt hierdoor tijdelijk zichtbaar. Als ik mij beweeg in de werkelijke ruimtelijke verhouding en daarbij deze bij de beschouwingen tijdelijk a.h.w. heb uitgeschakeld, dan krijg ik resultaten, die volgens de gangbare ruimtelijke omschrijvingen en beschouwingen niet denkbaar zijn. Ik beweeg mij a.h.w. in een andere dimensie.

In feite heb ik alleen de illusie van dimensie tijdelijk verloren. Op dezelfde wijze kan men tijd veranderen. Tijd is een maatstaf, die de mens is ingeschapen. Een maatstaf, die hij langzaam maar zeker tot een geheel buiten hem staande maatstaf heeft gemaakt. Op het ogenblik, dat ik deze buiten mij staande aangenomen maatstaf verlies (bv. door tijdloosheid voor mijzelf te stellen) ontstaat er een persoonlijke tijd, die verschilt van de normale menselijke tijd en daarin vaak mogelijkheden bergt voor een sneller bereiken of overwegen dan normaal denkbaar is.

Als ik kijk naar een mens en zijn eigenschappen en ik benader hem vanuit een standpunt; dit is een vleselijke mens, dus dit is een biologisch mechanisme, dan kan ik daar tegenoverstellen: de mens is alleen maar geest en kracht, een vage voorstelling die echter het stoffelijke uitvaagt. Wat er overblijft is dan het manipuleerbare aantal kleine delen, die op elke energie ook die van de gedachte reageren. Ik kan dan genezingsprocessen tot stand brengen, die redelijk gezien niet mogelijk schijnen.

Uit deze noot blijkt dus, dat het niet een kwestie is van een feitelijk de werkelijkheid betreden, maar van een opheffen van eigen illusies of een wijzigen daarvan op zodanige wijze, dat een deel van de werkelijkheid bereikbaar wordt.

In onze volgende lessen en beschouwingen zullen wij daarop ongetwijfeld verder moeten ingaan.

Herhaling en werking

In de psychologie kennen wij heel veel verschijnselen waarvoor wij eigenlijk geen directe verklaring kunnen vinden. Een daarvan is de volgende; Als ik een kraan laat druppelen terwijl ik slaap, dan zal het geluid in het begin worden geregistreerd. Hoe langer het duurt hoe meer men zich eraan gaat ergeren, tot het op den duur is, alsof er gongslagen klinken, die elke rust onmogelijk maken. Toch is de werkelijke geluidsproductie betrekkelijk gering. Als wij echter een andere verklaring of suggestie aan datzelfde geluid verbinden, kan het slaapverwekkend zijn.

Als ik een kraan laat druppelen en ik gebruik dat ritme om mijzelf tot rust te brengen (wat een zuivere suggestie is), dan ontspant dit geluid mij en blijft, terwijl ik het niet meer hoor, in mijn onderbewustzijn voortdurend de suggestie van ontspanning, voortdurend zodat ik hierdoor een veel snellere recuperatie van mijn lichaam kan bewerkstelligen.

Bedenk wel, dit zijn geen feiten die ik verzin. Dit zijn feiten, die geconstateerd zijn. Herhaling kan dus een effect aanmerkelijk versterken. Het is mijn eigen benadering van het effect, waardoor wordt bepaald wat het voor mij betekent.

De herhaling speelt in het hele leven van de mens een zeer grote rol. Bij de conditionering, die je van kind af aan ondergaat, zijn bepaalde begrippen, die voortdurend worden herhaald op den duur zodanig verankerd in je wezen, dat je automatisch daarop reageert en wat meer is, je kunt je vaak niet daaraan onttrekken. Op het ogenblik, dat je de betekenis ervan voor jezelf gaat veranderen, blijkt echter dat de band helemaal niet zo vast is en dat alleen door de verandering van de associatie die je ermee hebt (dat moet je dan bewust enige tijd doen) er niet slechts een vrijheid van keuze en handeling bestaat, daar waar vroeger de conditionering onmiddellijk overnam, maar dat je daarnaast en dat is heel belangrijk de betekenis plus de resultaten voor jezelf kunt bepalen.

De mens heeft dus kennelijk in zich de mogelijkheid om allerlei impulsen, die hem van buitenaf bereiken, om te schakelen. Hij kan de betekenis der dingen voor zich wijzigen en daarmee het geheel van zijn reacties.

Een mens, die voortdurend bezig blijft met één en hetzelfde denkbeeld, zal hierdoor voor zichzelf het gedragspatroon bepalen, waaraan hij niet kan ontkomen. De mens, die in staat is dit gedragspatroon te veranderen, zal echter en dit is weer een typisch verschijnsel met dezelfde ferociteit waarmee hij zich eens vasthield aan de oorspronkelijke betekenis, thans de nieuwe betekenis gaan verdedigen. Een voorbeeld hiervan is de mens, die zich bekeert tot een bepaalde godsdienst.

U heeft weleens horen vertellen dat een bekeerling altijd degene is, die het meest precies is op alle waarden van de godsdienst, die hij heeft aangenomen. Dat kan alleen, omdat die mens innerlijk de behoefte heeft gehad aan een nauwkeurigheid, die hij op andere aspecten van zijn leven zeker heeft gekend en nu door de bekering daaraan een nieuwe richting geeft, maar de oude gewoonte voortzet. Je hebt gewoonten. Je kunt de betekenis van die gewoonten veranderen, maar je kunt niet de inhoud of de duur daarvan zonder meer wijzigen.

In het geheel van de lezingen, die u te horen zult krijgen, is het heel belangrijk dat u deze dingen onthoudt.

De invloed, die de wereld op mij heeft, wordt bepaald door mijn conditionering. Indien ik in staat ben mijn associaties te veranderen, blijft mijn conditionering weliswaar bestaan, maar mijn relatie tot de wereld wordt een andere en als zodanig zal de uitwerking op mij van hetgeen er in de wereld gebeurt een andere zijn, terwijl ook mijn invloed op die wereld verandert. Het is duidelijk dat een mens, die in staat is voor zichzelf beelden van helderziendheid of helderhorendheid uit de theorie om te zetten in iets wat voor hem een practische mogelijkheid is en deze dan te associëren met een bestaande gewoonte, hierdoor alle kwaliteiten (zoals helderziendheid en helderhorendheid), die om en in hem bestaan kan uiten. Het is ook duidelijk dat wij door de dingen die ons onaangenaam aandoen, een nieuwe betekenis te geven hieruit ontspanning en rust kunnen gewinnen. Wij kunnen een groot gedeelte van de spanningen en ellende, die geestelijk in de wereld ontstaat door allerlei gebeurtenissen, wijzigen, indien wij onze associatie met de gebeurtenissen trachten te veranderen.

Hierbij is het in het begin natuurlijk zeer moeilijk, omdat je automatisch terugvalt op de oude associatieve verbindingen. Maar als wij ons steeds weer realiseren; “dit is goed” of “dit is belangrijk” in plaats van “dit is slecht of onbelangrijk”, dan krijgen wij op den duur een automatische reactie. Het is als mens niet mogelijk dergelijke psychische automatische reacties volledig teniet te doen. Het is wel mogelijk door een bewust proces van zelfsuggestie de betekenis te veranderen en daarmee dus het geheel van de eigen drijfveer op een totaal nieuwe wijze tot uiting te laten komen.

In de levensprocessen is dit van overwegend belang, als het gaat om processen als genezing, veroudering, ergernis en overspanning. Zodra wij onze instelling veranderen, veranderen wij de betekenis van de gebeurtenissen, onze eigen invloed op de gebeurtenissen en er ontstaat voor ons een harmonisch verschijnsel, daar waar eerst een disharmonie aanwezig was.

De totaliteit van onze voorstellingen wordt verder bepaald door een aantal dingen, die ons als kind worden geleerd. Er wordt ons bv. geleerd dat als wij zeggen; “deze stoel is een trein”, dat dat niet waar is. Nu is dat inderdaad waar. Een trein is iets dat beweegt, een stoel iets dat pleegt stil te staan. Bij de trein zit men erin, bij de stoel zit men erop. De verandering ontstaat door het wegvallen van de fantasie. Ik ga van de vrije interpretatie over naar een geconditioneerde, waarbij algemeen geldende begrippen bepalen hoe ik de dingen beleef, gebruik en waardeer. Maar stel, dat ik trein en stoel als één en hetzelfde zou kunnen beschouwen, dan is de mogelijkheid zeer groot dat ik mij met een stoel even gemakkelijk zou kunnen verplaatsen als met een trein, mits ik van het principe van het voortbewegen van de trein voldoende begrip heb om mij het begrip beweging voor de stoel voldoende voor te stellen. Hier komen wij op een terrein terecht dat bv. in Tibet is gebruikt door bepaalde mensen, die in afgeslotenheid en via zelfsuggestie probeerden te leren zweven en vliegen. Het proces, dat de meesten van hen gebruikten was tamelijk dom. Ze deden nl. niets anders dan zitten en voortdurend met gekruiste benen opwippen. Dan kun je heen en weer blijven wippen van eeuwigheid tot amen, maar je komt niet verder. Anderen gingen zich voorstellen, dat de bank onder hen wegzakte. Hier krijgen we dan een eigenaardig verschijnsel. Degenen, die dit toepasten hadden het gevoel dat dit gebeurde op den duur aanvaardden ze dit als normaal en er kwam een ogenblik, dat zij inderdaad leviteerden. Waarom wel als ik zeg: de dingen zakken onder mij weg? Waarom niet als ik zeg: ik probeer springende mij boven de dingen te verheffen? Weer een eigenaardig verschijnsel uit de menselijke psyche.

Ik ben geconditioneerd om van mijzelf uit te gaan. Aan mijzelf ken ik eigenschappen toe. Ik kan mijn opvatting van die eigenschappen niet zo snel veranderen. Als ik opspring, blijf ik mij nog steeds bewust van het feit, dat ik gewicht heb en dientengevolge zal ik neervallen. Maar ik kan wel mijn visie op andere dingen wijzigen. Als ik zeg de dingen zakken onder mij weg, dan verander ik niet mijzelf, maar alleen de waardering die ik voor iets anders heb. Iets dat losstaat van het zeer sterk in mij opgebouwde persoonlijkheidsbeeld. Het resultaat is, dat ik hierdoor wel een nieuwe situatie voor mijzelf kan scheppen, waar het op de eerste manier niet mogelijk is. Deze manier van jezelf aanpassen en veranderen is dan misschien wel niet helemaal magie, maar ik geloof toch wel dat degene, die dit proces beheerst in de ogen van anderen, een magiër wordt. Want ofschoon hij voor zichzelf de relatie stelt en helemaal niet werkt met bovennatuurlijke middelen, maar alleen de persoonlijke mogelijkheden en eigenschappen volledig tot uiting brengt door verandering van zijn wereldvisie, zal voor een ander het verschijnsel leviteren bv. onverklaarbaar blijven.

Wat blijkt nu verder? Als een mens op een gegeven ogenblik zo verzonken is in een bepaald denkbeeld, dat hij zich niet meer bewust is van zichzelf of zijn wereld, dan ontstaan er eveneens veranderingen. Wij kennen mensen, die zozeer in zichzelf verzinken, dat zij de tijd niet meer bemerken. Soms doen zij over een gedachte uren, terwijl het voor henzelf een ogenblik is. In andere gevallen lijkt het, alsof zij maar even wegslippen en zij hebben een beleving een denkproces, dat zo enorm veel omvat dat het lijkt, alsof zij wekenlang in retraite zijn geweest om juist dit punt te overdenken. Wij zien mensen, die in gebed zijn en zich zozeer in God verzinken dat zij niet aan zichzelf denken en automatisch haast leviteren. Wat moeten wij daarvan denken? Hier is een werking van de psyche. Naarmate men die toestanden meer weet te herhalen, krijgt men ook een beheersing van de verschijnselen, die ermee gepaard gaan.

Als mijn tijdsbesef is uitgeschakeld, is het enige dat nog voor mij bepalend is, de inhoud van mijn denken en de snelheid, waarmee de gedachtenprocessen zich in mij kunnen voltrekken. Dat is dan mijn tijdsfactor geworden. Die tijdsfactor staat dan geheel los van de normale tijdmeting. Daar de gedachte normalerwijze sneller is en bij een voldoende gedachteninhoud zeer zeker ook veel meer feiten bevat dan normaal tot uiting kunnen komen, zal men in zeer korte tijd een heel ingewikkeld proces van denken kunnen volbrengen.

Als ik mij niet meer bewust ben van het feit dat ik gewicht heb, dan ben ik in feite voor een groot gedeelte gewichtloos nl. op het ogenblik dat mijn denken zich bezighoudt met iets waarin gewicht geen rol meer speelt. De levitatie geschiedt niet omdat God de mens verheft, ze geschiedt ook niet omdat de mens zich wil verheffen, maar omdat hij deze God waartoe hij zich richt, ziet als iets dat zich boven de vloer verheft en in zijn benadering van dat beeld zichzelf losmaakt van de zwaartekracht en leviteert.

De verschijnselen op zichzelf, hoe interessant ook zijn alleen maar stunts. Wij kunnen echter ervan leren dat er mogelijkheden bestaan die voor de normale mens meestal niet aanvaardbaar zijn. Kunnen wij die mogelijkheden op welke wijze dan ook voor onszelf realiseren, dan zullen wij moeten trachten ze te herhalen. Die herhaling zal voor ons moeilijker worden naarmate wij in onszelf een proces trachten te volgen. Wij beginnen dus met buiten ons liggende verschijnselen een bepaalde suggestieve waarde of eigenschap toe te kennen.

Als ik bij het druppelen van een kraan tegen mijzelf zeg. Bij elke druppel van de kraan ontspan ik mij verder, dan bereik ik op den duur een absolute ontspanning, die blijft gehandhaafd zolang die kraan blijft druppelen ongeacht of mijn bewustzijn actief is of niet, ongeacht of ik slaap of wakker ben.

Als ik op dezelfde wijze aan een steeds zich herhalende prikkel van buitenaf het idee van minder gewicht of minder gebondenheid aan tijd zou kunnen vastmaken, bereik ik als vanzelf een uitdijing van de tijd, een vermindering van binding in zwaartekracht. Hierbij is de menselijke geest kennelijk dat wat bepalend is voor de resultaten die bereikt worden. Ik meen op grond hiervan te mogen stellen, dat ook vanuit psychologisch standpunt het vinden van de voor het “ik” belangrijke en juiste associaties met buiten het “ik” bestaande, vooral vaak weerkerende prikkels kan bijdragen tot een verandering van de persoonlijkheid en van de relatie van de persoonlijkheid tot haar milieu.

Achtergronden van het actuele gebeuren

De wijze, waarop men de laatste tijd heeft geprobeerd uit de geest hier het een en ander in orde te maken, is misschien niet altijd even bewonderenswaardig vanuit menselijk standpunt, want het gaat gepaard met veel lijden en veel verliezen. Toch moet men uitgaan van het volgend standpunt

Gezien de instelling van een groot deel der mensen op deze wereld op dit moment is de handhaving van de tegenwoordig bestaande sociaaleconomische systemen niet meer mogelijk. Je kunt geen kapitalistisch democratische staat meer hanteren (dat zal in de komende jaren ook blijken), omdat een groot aantal mensen zich bewust is geworden van het feit, wij willen mee profiteren. Maar een kapitalistische maatschappij kan alleen door een winstprincipe bestaan. Is het winstprincipe er niet meer, dan is er geen kapitaal. Is er geen kapitaal, dan is er ook geen werkgelegenheid.

Als wij echter een verschuiving doen plaatsvinden, waardoor het winstprincipe op de achtergrond kan komen, dan zal ook het productieproces een andere inhoud krijgen. Dan kan met verminderde arbeid en een gelijkblijvend verbruik een groter gedeelte van de wereld een beter leven gaan leiden.

Andere problemen, die op het ogenblik bestaan, zijn bv. aanpassing aan milieuvervuiling. Op het moment spreekt men er heel veel over, maar zal men er niets aan doen. Het is zo, dat in Nederland bv. zeer veel kunstmest wordt gebruikt. Sommige stoffen daarvan blijven in uw brood en in andere voedingsmiddelen aanwezig. Eveneens gebeurt dit met sommige bespuitingsstoffen. U absorbeert deze en lichamelijk zult u erdoor worden beïnvloed. Het is nu reeds zeker, dat de komende twee à drie geslachten beïnvloed blijven, ongeacht de maatregelen, die men nu ogenblikkelijk zou kunnen treffen om alle vergiftiging stop te zetten.

Een ander verschijnsel is de verandering van de samenstelling van de lucht. Een aanpassing van komende geslachten aan de inhoud ervan is zeker niet ondenkbaar. Maar wij moeten er rekening mee houden, dat zeer velen tot die aanpassing niet in staat zijn. Het resultaat zal zijns een decimeren van de wereldbevolking. Dat is misschien heel aardig vanuit het standpunt van overbevolking, maar het betekent een zeer grote onrust van degenen, die het slachtoffer dreigen te worden. Daarom moet ook hier worden gezorgd voor excessen, voordat het te laat is. Omdat excessen gemakkelijker worden bestreden, maar geleidelijke processen over het algemeen dan pas worden opgevangen, als het te laat is.

In de hele wereld is de geest op het ogenblik bezig om excessieve gedragingen, acties en verschijnselen te veroorzaken. Men heft eenvoudig behoefte aan problemen, die nu om een oplossing schreeuwen en die niet kunnen worden uitgesteld tot morgen. Het is niet gemakkelijk om dit tot stand te brengen. Men zal er de natuur bij moeten inschakelen. Men zal vele mensen daarbij ongetwijfeld overlast of leed moeten bezorgen. Zonder dit echter zou een voortbestaan van de mensheid en haar bewustwordingsgang, zoals deze nu aan de gang is, niet mogelijk zijn.

Het zoeken naar een steeds verdere uitbreiding van de geestelijke invloed op deze wereld heeft ook nog een heel ander resultaat. Het blijkt dat een geestelijke beïnvloeding van deze wereld binnen het kader van de huidige maatschappij practisch onmogelijk is. Een geestelijke beïnvloeding kan alleen naast of buiten de maatschappij geschieden, nooit binnen het kader daarvan.

De maatschappij is zodanig materialistisch georiënteerd, dat elke geestelijke inwerking, elke geestelijke invloed automatisch tot een zuiver materialistische zou worden teruggebracht. Daarom moeten er groepen worden gevormd, die los staan van de maatschappij. Voor die maatschappij is dat niet erg prettig. Voor degenen, die los komen te staan, is het evenmin zonder meer aanvaardbaar. Maar er moet een begin worden gemaakt. U ziet in deze tijd de geboorteweeën van Aquarius. De Aquariustijd werkt. Maar de inwerking van deze tijd is nog lang niet zo ver dat ze de voorgaande periode a.h.w. kan overwinnen.

Er is een dualisme in het totaal van de wereld, in het denken van de mens, in de structuur van de maatschappij, in de wijze waarop men zijn theorieën ontwikkelt en zijn geloof expliceert. Daaraan moet een einde komen. Men moet terugkeren tot de eenvoud. Men moet terugkeren niet tot het eenzijdige, maar wel tot de gedefinieerde gerichtheid.

De geest, die daaraan werkt, zal in de komende tijd maatregelen moeten nemen om die gespletenheid van deze dagen wat meer kenbaar te maken. Het is als met een psychiatrische behandeling. Er zijn heel veel problemen die eenieder kent, maar die iedereen ontwijkt. Men doet alsof ze niet bestaan. Als je omstandigheden kunt creëren, waardoor de problemen, die men in zich heeft verborgen, eindelijk naar voren komen en worden gemanifesteerd, dan ontstaat er voor de patiënt een gevoel van bevrijding. Hij wordt niet meer door onderbewuste angsten en impulsen gedirigeerd, omdat hij nu weet waar hij aan toe is.

Een groot gedeelte van de gedragingen in deze tijd is terug te brengen tot een dergelijke, uit het onderbewustzijn tot bewustzijn gedreven en in feite onredelijk gedrag. Daarom moeten wij stellen, dat het tot uiting brengen van de nu nog verborgen problematiek in de mensheid en in de maatschappij, in de economische structuur etc., alleen maar kan bijdragen tot een gezond worden van de maatschappij en van de mens. En pas als die mens gezond is en eerlijk en open durft staan tegenover zijn toekomst, is het mogelijk iets te bereiken.

Het merendeel der dingen, die in deze tijd werden en worden volbracht uit de geest lijken daarom strijdig te zijn met menselijke belangen. Maar de mens wordt vanuit ons standpunt in de eerste plaats gezien als geest. En wanneer die geest vrij kan worden ook als dit ten koste van de stof, van zgn. moraal, fatsoen en andere dingen gebeurt dan zijn wij ervoor en willen wij dat graag zien. Want wat hebben wij aan een maatschappij, die volgens strikte regels leeft, maar gelijktijdig geestelijk verstikt.

Als er een mens komt die zijn gevoel voor schoonheid graag wil inwisselen voor een hoger salaris, dan hebben wij te maken met een mens die geestelijk gezien niets meer waard is. Het zoeken naar nieuwe waarden in de mensheid gaat niet alleen van de mens uit. En geloof mij, het is geen kwestie van een alternatieve maatschappij. Want een alternatief is een tegenstelling tot het nu bestaande. Wij hebben geen tegenstellingen nodig. Wij hebben een normale groei, een normale verandering, een gezond worden nodig.

Het is helemaal niet noodzakelijk een kapitalistische maatschappij uit te roeien, mits die maatschappij haar eigen feilen zodanig erkent en haar verborgen problematiek zo naar voren ziet komen dat ze normaal, nuchter, redelijk kan reageren en daarbij haar emotionele drang van het ogenblik eindelijk terzijde kan stellen.

Het is de emotionele gedrevenheid van de mensen in deze dagen, die aanleiding zal zijn tot zeer veel geweld en tot zeer veel betreurenswaardige handelingen en daden. Het is de emotionele gedrevenheid ook van organisaties en groeperingen, die aanleiding zullen zijn tot in feite onverantwoordelijk gedrag tegenover het geheel der mensheid. Maar er komt een ogenblik, dat er een eind aan komt. Er komt een ogenblik dat er een einde is aan al deze dingen. Dat einde zal waarschijnlijk dichterbij liggen dan de meesten van u verwachten

De problemen die naar voren zullen komen, zullen de mensheid zeker al bevrijden van een aantal emotionele problemen. Men zal gaan inzien, dat je niet jezelf kunt redden door een systeem, maar dat je jezelf alleen kunt redden door een nieuwe vorm van mens zijn. Het zal de mensen duidelijk worden dat je niet aansprakelijkheden van je af kunt schuiven, omdat je in welke maatschappij je ook leeft, een persoonlijke aansprakelijkheid hebt, die je voor jezelf voelt en waaraan je niet kunt ontkomen. Deze dingen geven hoop voor de toekomst.

Toch moet u er rekening mede houden, dat de uiterlijke verschijnselen voorlopig niet zo prettig en aangenaam zullen zijn. Maak u er niet druk over. Wij hebben zo-even iets gezegd over conditionering. Als u alle gebeurtenissen, die op dit moment zo negatief lijken niet meer gaat associëren met afschuw en angst en daardoor in feite de ellende en de verschrikking nog versterkt, maar gaat begrijpen dat dit symptomen zijn van een verandering, die tot een gezond worden voert, dan zult u misschien de pijnen kunnen verdragen. Beschouw het als de geboortepijnen van een nieuwe wereld. Pijnen, die op zichzelf hevig kunnen zijn en verschrikkelijk, maar die toch zeker niet, omdat je weet wat het resultaat is, verwerpelijk zijn. Je hoopt, dat het vlug afgelopen zal zijn, natuurlijk. Maar je hoopt vooral het resultaat te mogen aanschouwen.

Als de mens van vandaag daartoe kan komen, dan zal hij de actuele ontwikkeling van deze periode zeker ervaren als een toenemende vreugde. Dan zal veel van hetgeen op dit moment onrust en pijn lijkt, verdwijnen en daarentegen een stimulans worden voor een persoonlijk verantwoordelijker en bewuster leven en werken. En dan zal men ook gaan begrijpen dat denken en gedachtekracht niet alleen maar invloeden zijn, die je vanuit een religieus standpunt kunt gebruiken, maar dat ze wel degelijk invloeden zijn, die onmiddellijk inwerken op je relatie tot de wereld.

Een mens, die met zijn wereld vrede kan sluiten ongeacht de verschijnselen van heden omdat hij de zinrijkheid ervan beseft, is tevens iemand die de positieve waarden van deze wereld naar voren brengt en daarmede de Aquariustijd dichter bij haar geboorte en volwassenheid.

Ik kan daaraan nog enkele punten toevoegen.

De machtsstrijd, die op het ogenblik gaande is, is niet alleen een machtsstrijd tussen blokken. Het is een neiging om persoonlijkheden te stellen in de plaats van realiteiten. Het in de plaats stellen van de persoonlijkheid voor het denkbeeld leidt tot een vervalsing van het denkbeeld. Het leidt tot een ontwaarding van het denkbeeld zelf. Het stelt emotie in de plaats van besef. En daarom moet deze tendens eveneens worden doorbroken.

Persoonlijkheden zullen daardoor moeten vallen. Zij zullen op de een of andere manier moeten worden weggewerkt, worden ontluisterd. Ze zullen eenvoudig terzijde moeten worden gesteld. Want pas op het ogenblik, dat de mens ziet waarvoor hij zelf streeft i.p.v. iemand te aanbidden als de godheid die hem alles zal geven wat hij wenst, is hij in staat iets te bereiken ook zuiver materialistisch. Dit betekent in de komende tijd een aantal gebeurtenissen, die velen zullen betreuren.

Vele regeringen zullen in moeilijkheden komen en zullen misschien vallen, juist omdat hier persoonlijkheden in de plaats kwamen van gedachten.

Ik kan u niet beloven dat de politiek van deze aarde verdwijnt, integendeel. Ik geloof, dat de politiek een belangrijke rol zal blijven spelen, zeker nog in de komende 50 jaar. Maar politiek die eerlijk is, is heel iets anders dan politiek die in een schijn van eerlijkheid haar werkelijke daden en bedoelingen verbergt.

Als wij spreken over een democratie, dan moeten wij spreken over een regering waarop het volk daadwerkelijk invloed heeft. Niet een regering, die het volk de kans geeft te kiezen volgens bepaalde beginselen, die dan tot een volgende verkiezing terzijde worden gelegd.

In de politiek zal veel moeten veranderen. Er zal eerlijkheid moeten komen. Politici zullen in de eerste plaats naar hun eerlijkheid moeten worden beoordeeld en niet meer naar het persoonlijk “image” dat zij naar buiten toe kunnen tonen.

De totaliteit van politieke conflicten zal tot verrassende ontwikkelingen voeren. Hierbij zullen vele regeringen vallen. Vooral zullen vele regeringen hun eigen houding opvallend wijzigen. Ik meen, dat al die dingen bij elkaar, als u begrijpt wat ermee wordt beoogd en wat ermee kan worden bereikt, alleen maar vreugdig ontvangen zullen worden. Maar dan zult u zich ook wel degelijk steeds voor ogen moeten stellen: ik mag niet denken aan de persoon, ik mag niet denken aan deze structuur, ik moet denken aan de ontwikkeling en de verandering, waardoor eindelijk de komende periode van broederschap onder de mensen zal kunnen worden gerealiseerd. Want op dit moment zijn de mensen tegen elkaar verdeeld. Eerst als die verdeeldheid wordt opgelost, kunnen wij spreken van een nieuwe tijd en van een nieuwe mogelijkheid voor de wereld om voor de mens en de geest scholing te bevatten, die kan voeren tot de hoogste trappen der bewustwording.

Herhalingen

Herhaling. Steeds weer hetzelfde, terugkerend in vele vormen. Steeds weer hetzelfde, altijd weer een versuffing, die mij langzaam maar zeker bevangt. Een gevoel, alsof ik niet meer weet waar ik ben, want steeds weer is het hier hetzelfde. En toch, daardoor wordt het voor mij iets, waaraan ik niet kan ontkomen. Het is de herhaling die mij achtervolgt, die mij prikkelt misschien, die mij tot weerstand brengt, maar het is ook de herhaling, die mij voortdurend hetzelfde doel doet beseffen. En in dit voortdurend opnieuw beseffen, dit ha­meren totdat ik niet meer kan vergeten, neem ik in mijzelf op wat de herhaling mij heeft gebracht.

De levens herhalen zich voortdurend en elk leven is een les. In elke les van het leven komen steeds weer diezelfde aspecten naar voren, die voor een mens noodzakelijk zijn om een vrije geest te worden. Slechts door de herhaling kan hij zijn vrijheid gewinnen. Want hij moet beseffen, vermoeid misschien door de voortdurende repetitie van dezelfde feiten en verschijnselen, hoezeer hij daarboven staat.

Wij zien de herhaling voorkomen in de historie. Steeds zien wij dezelfde verschijnselen en dezelfde figuren. Er is een zekere verandering, maar de problemen blijven dezelfde. Het klinkt soms, of de wereld van vandaag niet verschilt van de wereld van duizenden jaren geleden. Steeds herhalen zich de dingen, maar door deze voortdurende herhaling en de kennis van het voorgaande, die steeds meer opkomt bij de mensen, zal het tenslotte zover komen dat men de Consequenties gaat trekken uit hetgeen die herhaling betekent.

Je moet verder gaan, steeds verder gaan. Dat kun je alleen, indien de voortdurende herhaling je helpt te beseffen wat er is.

Wie zich verzet tegen de herhaling, verzet zich in feite tegen de kennis die hij moet opnemen. Wie zich verzet tegen de voortdurende repetitie van levens, verzet zich tegen die ene feitelijke werkelijkheid die voor hem bepalend is, ik moet opgroeien tot ik mijn ware “ik” kan beseffen en volledig betreden.

Je moet als mens, als geest, ja, als wereld de herhaling steeds ondergaan, omdat de herhaling de enige mogelijkheid is om te komen tot een besef dat je niet meer kunt verliezen. Dat wat in je is gegrift, is voor eeuwig in je gegrift. En zo beschreven met al wat werkelijkheid is aan gebeuren en in duizenden vormen steeds herhalend gemanifesteerd, tekenen zij het beeld van de oneindigheid waartoe je behoort.

De gebeurtenissen herhalen zich misschien, maar in die herhaling kunt gij veranderen. Wanneer gij verandert, zijn de gebeurtenissen niet meer dezelfde. In uw leven kunnen dezelfde situaties steeds weer terugkeren, maar indien gij verandert, is de betekenis van die situaties een andere en daardoor uw mogelijkheid in de wereld, uw mogelijkheid in de geest.

De herhaling is een middel om te overwinnen, als je haar gebruikt. De herhaling is een voortdurende marteling, een kracht, die je schijnt te ontnemen wat je bezit aan licht, aan geloof, aan denken, als je haar beschouwt als iets wat ten onrechte op je pad komt.

Leer de herhaling aanvaarden en uit de herhaling voor jezelf een waarheid te putten, groter dan in het feit zelf bevat schijnt te zijn. Alleen zo leer je en word je je bewust. En steeds herhalende zullen wij door alle leven en sferen gaande steeds weer herontdekkende dezelfde waarde steeds weer worden geconfronteerd met dezelfde waarheden, totdat wij tenslotte zover komen dat wij zelf waarheid zijn. En op dat moment zal de herhaling ten einde zijn.