Menselijk geluk en kosmisch zijn

image_pdf

19 september 1986

Aan het begin van deze avond moet ik u erop wijzen dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn, denkt u dus zelf na.

Het onderwerp dat wij vanavond zullen bespreken is getiteld: Menselijk geluk en kosmisch zijn.

Menselijk geluk en kosmisch zijn lijkt misschien geen tegenstelling, maar is het in wezen wel. Gelukkig zijn voor een mens is een toestand van een bepaalde emotionaliteit. Kosmisch zijn daarentegen is in de eerste plaats vrede, dus niet emotioneel, in welke richting ook.

Als wij het hebben over menselijk geluk kunnen we dat op verschillende manieren definiëren. Maar naar mijn mening is de meest juiste definitie: een mens is gelukkig op het moment dat hij tevreden is met zichzelf en met de wereld.

Want op dat ogenblik heb je een evenwicht bereikt dat moeilijk wordt verstoord. Daarnaast is er de blijde erkenning van al datgene wat die vrede in stand houdt of veroorzaakt. Het resultaat is dat we een zekere mate van opwinding kennen, maar dat die gelijktijdig door de vrede wordt gedempt, zodat ze ons niet tot excessen van enigerlei aard zal vervoeren.

Het menselijk geluk komt voor uit het menselijk leven, dat is duidelijk. Om een voorbeeld te geven: Een baby die de huid van de moeder voelt en goed gevoed is, is gelukkig, want hij is tevreden. De sensaties zijn aangenaam.

Een mens verwacht misschien dat het een beetje tegenzit in het leven, want daar ben je aan gewend. Maar dan kun je zo’n dag hebben dat alles precies gaat zoals je het eigenlijk in je dromen zou kunnen wensen.

Wanneer je naar het station gaat, eigenlijk iets te laat, komt de trein nog net binnen en je kunt instappen.

Wanneer je toevallig boodschappen doet en je wilt een zeldzaam artikel hebben, is het voorradig, al is het misschien het laatste exemplaar dat er nog is van die soort. Als je denkt: ik heb geen geld, komt er ineens een postwissel, misschien zelfs het ongelooflijke geval van de belasting die iets terugbetaalt of van iemand die een lang vergeten schuld opeens voldoet. Wanneer je later voor de tv gaat zitten, geven ze net dat soort programma’s waarin jij nu eens een keer geïnteresseerd bent, of ze spelen op de radio juist jouw lievelingsmelodie net op het ogenblik dat je zegt: nou zit ik, ik wil geamuseerd worden.

Als je dat bij elkaar optelt, is het een soort onverwachte zekerheid. Het meevallertje zegt eigenlijk: je wordt beschermd, je staat er niet alleen voor. En gelijktijdig kun je nog al die dingen krijgen die op dat ogenblik voor jou belangrijk zijn.

Geluk is soms net een koekje bij de thee. Op zich onbelangrijk, maar op een bepaald ogenblik de aanvulling van alles wat je normaal ook al hebt en daardoor een nadruk is op het goede.

Als je spreekt over het kosmisch zijn heb je in feite te maken met je verbondenheid met alle dingen. In die verbondenheid bestaat er geen onzekerheid, omdat al datgene wat er met jou gebeurt en wat je zelf bent onbelangrijk is geworden. Het is als het ware een soort nevenverschijnsel van een innerlijke werkelijkheid. Niets kan je beroeren. Omdat je de dingen niet vreest, straal je al uit dat ze je niet zullen deren, als ze je toch deren zeg je: ja, het zal zinvol zijn en je gaat verder.

In de kosmos behoren wij allen, mensen, geesten en eigenlijk alle schepselen, tot een en dezelfde levenskracht. In onze ervaring van het leven voelen we ons een met alles wat er – ook buiten de aarde, waar en hoe dan ook – zou kunnen bestaan. In ons wordt voortdurend een aanvulling gegeven op al datgene wat we zelf weten of zijn, door krachten en dingen die we misschien niet eens kunnen omschrijven, maar die het ons wel mogelijk maken precies te weten wat te doen, precies te beseffen wat noodzakelijk is.

Een voorbeeld van kosmisch zijn zien we bijvoorbeeld, wanneer de mens Jezus wordt geconfronteerd met het einde van zijn menselijkheid. Als we even aannemen dat hetgeen er wordt verteld over de Hof van Olijven volledig juist is (ik ben geneigd dit te betwijfelen), dan bidt Jezus: “Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan mij voorbijgaan, doch niet gelijk ik wil, doch gelijk Gij wilt.”

In een kosmisch zijn gaat het er niet om wat jij bent, wat jij wilt, wat jij beleeft. Daar gaat het om de samenhang van alle dingen. Een mens met een kosmisch bewustzijn leeft. Hij zal nooit verbaasd zijn als het goed gaat of als het slecht gaat, want het gaat zoals het moet gaan. Hij zegt ook niet: ik heb verdiensten of ik ben zondig of wat anders, want hij weet: ik beantwoord innerlijk aan hetgeen ik moet zijn. Alle verschijnselen die daaruit voortkomen, zijn dus vanzelfsprekend goed. In het geheel zijn zij namelijk datgene wat van mij verwacht kan worden, datgene wat voor mij en vanuit mij noodzakelijk is.

Dit is, meen ik, toch wel een klein beetje anders dan menselijk geluk. Het is feitelijk veel meer.

Kosmisch bewustzijn is een vrede waarbij je door niets meer gestoord kan worden. Je hebt geen behoefte meer jezelf te verdedigen of op welke wijze dan ook de meerdere of de mindere van een ander te zijn of te spelen. Je bent eenvoudig jezelf. En door jezelf te zijn, zoals je innerlijk voelt dat het juist is, ben je deel van het geheel en doe je al datgene wat noodzakelijk is. Het is geen geluk, het is eerder een vervuld zijn.

Als ik daar het menselijk geluk tegen afmeet, word ik steeds geconfronteerd met allerlei voorbijgaande verschijnselen. Bijvoorbeeld: we hebben elkaar leren kennen, o, wat een geluk! We gaan trouwen. Ja, vijf jaar later hoor je wel wat anders. Of: Wat een geluk, het is vandaag heerlijk weer, nu kan ik tenminste de vrije natuur in. Totdat je er bent en dan breekt er een onweersbui los. Ik zeg niet dat het altijd zo is. Maar menselijk geluk is gewoon een veronderstelling, een bevestiging van jezelf vinden, hoe dan ook, en daar een ogenblik blij mee zijn.

De mens is een egocentrisch wezen. Let wel, ik zeg niet egoïstisch, maar egocentrisch. De mens beschouwt van zichzelf uit de wereld. Hij beoordeelt alles – andere mensen, dieren, planten, wat je ook waar noemen wilt – vanuit zichzelf en in relatie met het beeld dat hij van zichzelf heeft. Daarbij vraagt hij zich niet eens af of dat beeld juist is of niet, zo is eenvoudig de wereld en zo beleeft en waardeert hij haar.

Een mens kan toch wel redelijk gelukkig zijn in zijn leven, maar niet volledig. Volledig geluk bestaat niet, omdat geluk alleen daar kan bestaan waar het tegendeel eveneens aanwezig is. Dat wil zeggen, waar ook ongeluk bestaat.

Bij alle dingen die geuit worden, hebben we te maken met tegendelen. Zaken die elkaar enigszins schijnen op te heffen, anderzijds elkaars bestaan juist kenbaar maken. Als er nooit duister is, weet je niet wat licht betekent. Het omgekeerde is ook waar. Op deze manier zijn wij voortdurend bezig vanuit onszelf oordelende te rangschikken.

Gelukkig zijn betekent: erkennen dat er een ongeluk bestaat dat ons niet treft. Zoals ongelukkig zijn over het algemeen betekent: dat wij anderen benijden om iets waarvan wij aannemen dat het ons ontbreekt.

Als je het zo bekijkt, dan is de vraag natuurlijk: wat moet ik doen om menselijk gelukkig te zijn? Voor de bespreking van ons onderwerp is het naar ik meen noodzakelijk eerst duidelijk te maken hoe je menselijk redelijk gelukkig kunt zijn en daarnaast natuurlijk hoe je een kosmisch bewustzijn verwerft of beleeft.

Hoe kan ik als mens gelukkig zijn?

In de eerste plaats: Wat is geweest telt niet meer; wat zal komen heeft nog geen macht over mij. Ik leef in het heden, aanvaard al wat ik vind en ik probeer daar iets van te maken dat voor mij aanvaardbaarder is. Indien ik daarin slaag ben ik gelukkig.

In de tweede plaats: Ik kan mij vele dingen voorstellen die ik anders zou willen hebben.

Maar ik kan de veranderingen niet beheersen, tenzij het veranderingen zijn die ik in mijn eigen wezen tot stand breng. En zelfs daar is dat betrekkelijk. Aanvaard daarom omstandigheden, kwaliteiten van anderen zoals je die beleeft, zoals ze zijn. Stel er geen eisen aan. Pas je daarbij aan voor zover het je mogelijk is.

Op deze manier ontstaat er een soort vrede, of tevredenheid, zo u wilt. In deze tevredenheid worden de gunstige aspecten van het leven voor ons meer kenbaar. Door deze gunstige aspecten voelen wij ons dan gelukkig, ofschoon er voor anderen misschien niets is veranderd.

Om gelukkig te worden moet ik ophouden mijzelf te beklagen. Ik ben wat ik ben. Of dit nu stoffelijk bezit, menselijke kwaliteiten, gestalte of andere eigenschappen betreft, het doet niet ter zake. Ik ben wat ik ben. Ik aanvaard mijzelf zoals ik ben. Ik weet dat er in mijn leven heel veel zaken zijn waarover ik eigenlijk zelf geen zeggenschap heb. Ze gebeuren eenvoudig en met al mijn pogen en streven kan ik er niet aan ontkomen. Ik aanvaard ze, want ik ben wat ik ben. Mijn leven is wat mijn leven moet zijn.

Het houdt een zeker fatalisme in, maar je moet het natuurlijk niet te ver doorvoeren. Door de aanvaarding ga je letten op dingen die je wel kunt beheersen, die je wel kunt beïnvloeden of kunt veranderen. En iedere keer dat je erin slaagt dan toch iets te bereiken dat schijnbaar niet behoorde tot de normale gang van zaken, zul je gelukkig zijn.

Om gelukkig te zijn als mens heb je een bepaalde zekerheid nodig. Niemand kan u zekerheid bieden behalve uzelf. Leer in uzelf de kracht beseffen waaruit u leeft. Daardoor zult u zeker zijn dat deze kracht onvergankelijk is en dat niets deze kracht waarlijk kan deren of zelfs maar veranderen. U heeft dan het gevoel van oneindigheid, om niet te zeggen van onsterfelijkheid of eeuwigheid, waardoor u al datgene wat er is in zijn werkelijke verband gaat zien en als een tijdelijk gebeuren dat heus wel weer verandert.

Een laatste tip om menselijk geluk te kunnen proeven en bereiken.

In het leven is alles gebaseerd op samengaan, harmonie. Op het ogenblik dat je jezelf probeert op te leggen aan het leven of aan anderen, ontstaan spanningen. Die spanningen zullen altijd, zelfs als je een ogenblik van geluk kent omdat je je zin hebt gekregen, resulteren in ongelukkig zijn, in onzekerheid. Leg jezelf niet op aan anderen. Laat anderen niet bepalen wat jij moet zijn, maar wees jezelf.

Pas je aan, waar je kunt, aan datgene wat in anderen schijnbaar belangrijk is. Dan zul je menselijk geluk kennen en dan zul je ontdekken dat het leven meer geluk brengt dan leed, tenzij je voortdurend bezig blijft met het lijden dat je moet ondergaan. Tot dat ogenblik ben je blind voor het goede dat er ook is.

En dan nu de vraag: hoe verwerf ik of beleef ik een kosmisch bewustzijn?

De meeste mensen denken: kosmisch bewustzijn is een methode van denken. Maar zolang u het kunt denken, kan het niet kosmisch zijn.

Besef, dat kosmisch zijn een toestand is die vanuit haar eigen aard en kwaliteit niet menselijk omschrijfbaar is. Als je aanvaardt dat alles zinvol is (een geloof), dan zul je door dit geloof al evenwichtiger worden.

Een mens heeft een mate van geloof nodig. Waar hij in gelooft is eigenlijk minder belangrijk. Of dat nu is een gelukkiger wereld voor degenen die na ons komen, in een God die rechter zit te spelen, of misschien alleen in de voortdurende voortgang van levens doet niet ter zake. We moeten een innerlijke zekerheid hebben die niet bepaald kan worden door de ratio, het verstand. Op het ogenblik dat we dit geloof hebben, moeten we ons afvragen hoe wij daarin passen. We moeten onze eigen verstandelijke wereld gaan aanpassen aan die aangevoelde werkelijkheid, zonder daarbij ooit te trachten die werkelijkheid voor anderen kenbaar te maken. We moeten deel van die werkelijkheid zijn, maar we moeten haar niet prediken.

Door zo te leven ontstaat er een enorme innerlijke evenwichtigheid. Dit innerlijk evenwicht is de basis van datgene wat men kosmisch bewustzijn pleegt te noemen. Want al wat is, werkt op ons in. Wanneer wij in vrede zijn, innerlijk volledig evenwichtig zijn, dan zullen we die invloeden gemakkelijker constateren. We zullen ze opnemen en zelfs compenseren, indien het nodig is. Hierdoor breidt ons bewustzijn zich uit en voelen wij mee met gehele werelden, misschien met een gehele kosmos. De mens zegt dan: we voelen, we lezen af wat in anderen aanwezig is. Onze eigen redelijke wereld wordt uitgebreid met de emoties en misschien ook met de kennis die bij anderen aanwezig is.

Vanaf dat ogenblik gaan we meer en meer beseffen – en dat is dan ook wat menselijk gezien een geloof is – van de voortdurende verbondenheid, die niet slechts bestaat tussen ons en enkele anderen of een enkel deel van de schepping, maar met al het geschapene. Het evenwicht wordt langzaam maar zeker een totaal vlak van beleving, dat ver uitgaat boven de grenzen die men stoffelijk gezien voor de eigen persoonlijkheid aanneemt. Het resultaat is een enorme rijkdom van beleven en erkennen enerzijds en van onverstoorbaarheid, voortdurende evenwichtigheid en vrede in jezelf aan de andere kant.

Bij kosmisch bewustzijn is er natuurlijk geen sprake meer van geluk in menselijke zin. Er is sprake van een absolute zekerheid, een absolute verbondenheid. Daarnaast is er een continue aanvulling van al datgene wat je zelf bent uit een omgeving die je verder niet eens kunt omschrijven. Dan ben je in vrede.

En zelfs terwijl je nog bezig bent met leven, met het doen en laten van allerlei dingen, beroert het je eigenlijk niet meer.

Misschien mag ik hier een zeer wijze lama citeren, die eens zei:

“Niets in het leven kan mij vreemd zijn, want ik ben deel van alle leven.
Dat wat ik ben en wat ik doe is niet belangrijk, want ik ben alle leven.
Maar ik vervul door wat ik ben en doe datgene wat in alle leven belangrijk is.
Zo, mijzelf zijnde en mijzelf vergetende, leeft voor in mij Nirwana,
terwijl buiten mij de wereld nog roept: Dit is een mens die streeft.”

Het onomschrijfbare omschrijven is natuurlijk altijd moeilijk. Je kunt niet zeggen wat kosmische verbondenheid en kosmische waarheid in feite zijn. Je kunt alleen zeggen wat ze niet zijn.

Kosmisch bewustzijn, onomschrijfbaar als het is, is niet meer het constateren van verschillen en tegenstellingen. Het is niet meer een uitgaan van persoonlijkheid, maar het is een beleven van totaliteit, voor zover je je dat kunt voorstellen.

Kosmisch bewustzijn is nimmer zeggen dat je de waarheid kent of weet. Het is alleen maar beseffen dat alle waarheid die je kent slechts een deel kan zijn van een groter geheel. Je beleeft in jezelf het geheel, de uiting ervan is onbelangrijk en alleen maar een persoonlijke omschrijving.

Is er een samenhang, zou je dan kunnen vragen, tussen menselijk geluk en het kosmisch bewustzijn?

Er zijn heel veel mensen die denken: als ik een kosmisch bewustzijn heb, dan gebeurt alles precies zoals ik wil. Als u zo denkt, raad ik u aan niet naar kosmisch bewustzijn te streven, om u op deze manier een enorme teleurstelling te kunnen besparen. De dingen zijn niet belangrijk meer, maar ze gebeuren wel degelijk. Maar als je menselijk gelukkig bent, kijk je naar de goede kant. Je bent positief. Je aanvaardt de wereld en het gebeuren. En dat is voor het kosmisch bewustzijn erg belangrijk. Een mens die innerlijk niet gelukkig is, hoe dan 00k, zal geen kosmisch bewustzijn kunnen verwerven. Dus als u wilt beginnen te streven naar een kosmisch bewustzijn, werp u niet in allerlei esoterische studies, maar probeer gewoon tevreden te zijn en gelukkig met de kleine dingen van alledag.

Door jezelf steeds weer gelukkig te voelen, steeds je onvrede als het ware te stelpen met de erkenning van het vele goede dat er is, ben je innerlijk in ieder geval in staat steeds meer van datgene wat er rond je bestaat, te aanvaarden en in je op te nemen. Er komt een ogenblik dat zelfs dat gelukkig zijn niet meer zo belangrijk is, want alles is van jou uit positief. Dan ontdek je opeens dat de zogenaamde negatieve dingen eveneens hun betekenis hebben, ja, dat ze onmisbaar zijn. Hoe zouden er heiligen kunnen bestaan indien er geen zondaars waren? Hoe zouden de automobilisten ooit werkelijk goede automobilisten worden als er geen voetgangers waren?

Ik wil maar zeggen. Je kunt op deze manier natuurlijk heel veel, zelfs krankzinnige, voorbeelden geven. Alles wat er is hebben we eenvoudig nodig. Maar we moeten het positief benaderen en niet, naar onze aard, de nadruk leggen op het negatieve. Daar heeft u dus de feitelijke belangrijkheid van menselijk geluk. Niet dat je daardoor beter wordt, maar het stelt je wel in staat bewuster te worden, als je het wilt.

 Dat brengt mij tot de afsluiting van deze inleiding,

Waarheid is datgene wat niet omschrijf baar is. Al wat wij als waarheid kennen is slechts een deel van de werkelijkheid. Maar op het ogenblik dat je een deel voor het geheel neemt, zul je je vergissen. Op het ogenblik dat je een deel van de waarheid aan anderen als een volledige waarheid voorhoudt, ben je gelijktijdig bezig hen en mogelijk ook jezelf te bedriegen. Laten wij alstublieft beseffen: Waarheid, het wezen der dingen, is niet omschrijfbaar, is niet verkondigbaar. Het is alleen beleefbaar.

Ons streven naar waarheid houdt in dat wij onszelf niet bepaalde kenmerken of belangrijkheden toemeten die in feite niet reëel zijn. “Ja, maar ik heb toch wel het recht om dat te vragen (te eisen)? roept de mens dan uit.

Onzin. U heeft als mens het recht iets te zijn en wel in overeenstemming met uw eigen wezen, maar u heeft niet het recht op de buitenwereld enig beroep te doen. Als u dat toch doet, moet u of uzelf prijsgeven of u moet leven zonder uw eigen verantwoordelijkheden te beseffen.

Het is heel erg belangrijk dat je in deze tijd, waarin alles steeds meer naar massaliteit en normering schijnt te dreigen, jezelf weet te blijven. Maar dat kun je alleen als je zowel de rechten als de plichten, die uit het geheel voortkomen, eerst onderwerpt aan je eigen beseffen en nimmer probeert een recht of een plicht aan een ander op te leggen. Pas zo kun je werkelijk leren leven.

Leven als mens is maar een fase in een totaal van bewustwordingsprocessen. Om een bepaalde entiteit te citeren: Incarnatie is tijdelijk de hel ingaan om te leren hoe goed de hemel is. Hij sprak natuurlijk vanuit zijn standpunt over het leven na de dood. Hij ging daarbij uit van zijn persoonlijke ervaring. Want voor sommige mensen kan het leven na de dood wel heel erg pittig zijn. Dan komen ze van een aardse hemel in een geestelijke hel terecht. Dat komt doodgewoon, omdat zowel in de geest als in de stof te weinig wordt beseft dat wij het zelf zijn die onze wereld maken. Niet dat wij de werkelijkheid kunnen scheppen of veranderen, maar wij interpreteren haar en daar leven we mee. Datgene wat wij ervan maken is datgene wat voor ons de wereld is.

Als wij voortdurend bezig zijn ons te beklagen over alles wat de wereld ons onthoudt of wat niet voldoende en niet goed is, zullen we prompt worden geconfronteerd met een geestelijke wereld, waarin diezelfde mentaliteit alles wat rond ons is en wat licht en vreugde zou kunnen zijn, omtovert tot een schimmelig bederf waaraan we menen ten onder te gaan, zonder dat het ons ooit zal lukken onszelf daaraan geheel te onttrekken. Wij moeten het eerst in onszelf anders beseffen, pas dan kan onze wereld veranderen.

Dit, mijn vrienden, is dan misschien geen menselijk geluk zoals u het bedoelt, maar het is wel degelijk datgene wat door menselijk geluk en menselijke vrede ook na de dood tot stand wordt gebracht. Het heeft ook weinig te maken met geestelijk bewustzijn, want daar zijn we meestal na de overgang niet geheel aan toe.

Maar het feit dat we steeds positiever de kracht die in ons leeft ervaren en vanuit onszelf leren daarmee te leven en er iets mee te doen, is wel degelijk van belang. Want dat is voor ons, geestelijk en anderszins, een stap in de richting van het één zijn met al het zijnde, dat de enige ware vorm is van kosmisch bewustzijn.

Daarmee, vrienden, komen we nu aan de pauze, waarin u al datgene waar u het niet mee eens bent, of dat u anders had willen denken, willen zien of horen, kunt opschrijven, zodat ik daar straks een antwoord op kan geven.

Om volkomen eerlijk te zijn, zal ik hieraan toevoegen: Uw vraag krijgt altijd het antwoord dat zij verdient. Een dwaze vraag, een dwaas antwoord. Een wijze vraag, een wijs antwoord. En een zoeken naar de waarheid, een poging u de waarheid te laten zien.

Vragen

  • Hangt het ervaren van geluk samen met het ontplooien van chakra’s en bewustzijn?

Het verbaast mij altijd dat u de meest onbeantwoordbare vragen het gemakkelijkst schijnt te vinden. Na u dit compliment te hebben toegekend, zal ik mijn uiterste best doen er althans enig antwoord op te geven.

Geluk is niet direct te combineren met een ontplooiing van een chakra. Dat is ook begrijpelijk. Geluk namelijk is een emotionele toestand, welke door wereldbesef en ikbesef in juiste balans tot stand komt. Maar het is wel duidelijk dat iemand die geestelijk ver is gekomen en dus vele chakra’s goed ontplooid heeft, daardoor veel meer gevoeligheid bezit voor die wereld en haar inhoud, dan iemand die niet veel verder is gekomen dan het vierbladig chakra.

Het resultaat zal zijn dat zo iemand, indien hij gericht is op geluk (dat moeten wij er als voorwaarde aan toevoegen), zeer veel bewustzijn kan opdoen door alle indrukken te verwerken die op hem afkomen. Dit kan tot gevolg hebben dat ook bladen van een van de hogere chakra’s zich ontvouwen.

  • Wat bedoelt u met bladen?

Een chakra wordt over het algemeen voorgesteld als een soort roos, ook wel eens een lotus. Een chakra bestaat namelijk uit een aantal gebieden, die elk een eigen harmonische factor hebben. Zo kun je die zelfs in klankwaarde uitdrukken. Tegenover hè heb je dan bijvoorbeeld hé, tegenover hè, heb je hoe. Dat zijn dus gewoon klanken die als een tegenstelling bestaan met een gelijke waarde.

Als je één blad ontplooit, ontplooit zich automatisch het tweede daarbij behorende zeer snel. Daarom spreek je van bladen, ofschoon je misschien juister zou kunnen spreken van gevoeligheidsgebieden.

  • Bent u het eens met de stelling dat het ervaren van geluk alleen afhankelijk is van de manier waarop je de wereld beziet?

Voor ongeveer 4/5 ben ik het ermee eens. Ik zou er namelijk aan willen toevoegen: mits men de zinvolheid van de wereld voldoende beseft, om daar voor het ik minder aanvaardbare factoren als een component te zien, van een in zich voortdurend aanvaardbaarder bestaan.

  • Wordt in de lichtende sferen (vormloos) het zich ontevreden of ongelukkig voelen gekend?

Alleen bij degenen die kort voor een incarnatie staan. Dat is ook begrijpelijk. Zolang het bewustzijn zich verweven kan met alle andere bewustzijn van een bepaald bewustzijnsvlak, of zelfs daarboven gelegen, meer omvattende bewustzijnssystemen, is het ik gelukkig, althans evenwichtig en harmonisch. Op het moment echter dat men zijn eigen tekortkomingen begint te zien, doordat men niet in staat is te reageren terwijl anderen dat wel doen, kan er een gevoel van onvrede groeien, dat een soort misnoegen of een zich niet meer gelukkig voelen (ik wil niet zeggen ongelukkig voelen) tot gevolg heeft. Meestal vloeit daaruit dan de drang voort op een lager niveau de ervaringen op te doen, waardoor het eigen bewustzijn evenwichtiger en omvattender kan reageren op al datgene wat in de vormloze sferen het feitelijke leven uitmaakt.

  • Is het een vorm van begeerte naar een hoger bestaan dat je ongelukkig maakt?

In zekere zin wel. Maar u moet dat niet zien als een begeren dat mentaal is. U moet het eerder zien als een begeren zoals honger je doet verlangen naar voedsel. Het is een niet meer in staat zijn jezelf te continueren zoals je bent zonder verder impulsen van buitenaf te ontvangen. Dan is de enige mogelijkheid ergens anders naartoe te gaan waar dat voedsel wel aanwezig is.

  • Zijn die impulsen niet in de sferen te bereiken?

Voor sommige ongetwijfeld, voor anderen kennelijk niet. Er is hiervoor geen definitieve maatstaf te geven. Het is sterk afhankelijk van het individu, de activiteit van het individu, de wijze waarop bepaalde saamhorigheden al dan niet worden beleefd. Wanneer innerlijk op deze punten een tekort wordt ervaren, is de aarde met haar schijnbaar vaste maatstaven wel de enige weg die je kan volgen om nieuwe ervaringen op te doen en zo je eigen bewustzijn uit te breiden.

  • Is er een goede therapie of therapeutische aanpak, die blijvende ongelukkigheid oplost?

Ik heb u gewaarschuwd.

Er zijn veel mensen die pas gelukkig zijn wanneer zij zich ongelukkig kunnen voelen. Met andere woorden, men is pas tevreden als men de wereld al datgene kan verwijten waaraan men in wezen zelf mede schuldig is. Een therapie kan dat over het algemeen niet voldoende oplossen. Ik zou mij therapieën kunnen voorstellen, waarmee je probeert de mensen duidelijk te maken waardoor zij zijn wat ze nu zijn. Maar je kunt hen daardoor niet dwingen zich anders te voelen dan zij zich voelen. Je kunt bepaalde verschijnselen beheersbaar maken, maar je kunt het wezen daarmee niet wijzigen. Daarom geloof ik niet dat er een therapie voor bestaat. Maar ik meen dat het wel degelijk dienstig is iemand duidelijk te maken in hoeverre hij zelf het ongelukkig zijn veroorzaakt.

  • Hoe kun je nu jezelf blijven, dus ongestoord en daardoor enigszins gelukkig, in omstandigheden als bijvoorbeeld: de vergassing in een concentratiekamp voor ogen of martelingen die je te wachten staan?

Door niet bang te zijn kom je al een heel eind verder. Dat is natuurlijk menselijk gezien een krankzinnige raadgeving. Maar ik wil u eraan herinneren, dat er in de concentratiekampen mensen zijn geweest, die vrijwillig martelingen voor anderen op zich hebben genomen; dat er mensen zijn geweest die anderen getroost hebben, terwijl de benauwdheid van de dood allen op dat ogenblik reeds had bevangen. Het blijkt dat je wel degelijk gelukkig kunt zijn op het ogenblik dat je jezelf niet ziet als degene die ondergaat, maar eerder als degene die voor zich en anderen het ondergaan inhoud moet geven.

  • Als je in jezelf onvrede constateert, hoe kun je die dan het beste benaderen om daar losser van te komen?

In de eerste plaats: wat is de basis van uw onvrede? Als die niet is vast te stellen, kunt u alleen maar zeggen: Ik ben lichtelijk geschift, laat ik mij dus zo gek gedragen als ik mijzelf nu toch erken.

Heeft u echter een reden, dus een bepaald gebied, waardoor u zegt: Ik voel mij disharmonisch en ongelukkig, vraag u dan af in hoeverre het betrekking heeft op uw werkelijke wezen. Dus niet op uw uiterlijke omstandigheden, maar op uw werkelijke wezen. Wanneer u dit eenmaal heeft geconstateerd, zult u ook weten dat die relatie uw werkelijkheid in feite maar zeer onvolledig aantast. Het zijn verschijnselen, die echter niet de essentie kunnen veranderen of kwetsen. Val vervolgens terug op de essentie van hetgeen u zelf bent en richt u op de verschijnselen zoals ze optreden slechts op een zodanige wijze, dat u de erkende essentie van uw wezen geen onrecht doet. U zult ontdekken dat het dan wegvalt.

  • Is zogenaamd kosmisch bewustzijn gelijk aan wat een grote inwijding wordt genoemd?

Ja en nee, u vraagt nu eigenlijk of een superstraaljager gelijk komt aan de optimale snelheid van reizen. Daar is geen antwoord op te geven. Wat men de grote inwijding noemt, is het besef van de eigen verbondenheid met alle dingen en gelijktijdig de daardoor ontstane mogelijkheid invloed op het Al uit te oefenen. Dat is in feite de grote inwijding.

Verder behoort bij deze grote inwijding over het algemeen een erkennen van andere werelden, een overwinnen van eigen gevoelens van beperktheid of onderworpenheid ten aanzien van verschijnselen en verder het erkennen van verwantschap met werkelijkheden. Dat kan gaan tot zeer hoge werelden of sferen van de geest.

Dus die grote inwijding op zichzelf is geen kosmisch bewustzijn zonder meer. Maar om zover te komen dat je dit alles in jezelf kunt verwerken en bevatten, moet je een mate van innerlijke harmonie met het Al bezitten.

Ik zou dus willen zeggen: voor een grote inwijding is een mate van kosmisch bewustzijn wel vereist, maar zij zijn niet identiek.

Als we een onderwerp als dit van vanavond behandelen, dan zien we elke keer weer dat men grijpt naar de hoogste waarde. Toch wordt het menselijk geluk en zelfs kosmisch bewustzijn opgebouwd uit kleinigheden.

Er zijn mensen die vragen: Hoe word ik een ster? Wanneer je dan antwoord: door atoom na atoom in een onderlinge werking en reactie te binden, dan zeggen ze: Ja, maar daar heb ik niet naar gevraagd.

Uw leven bestaat uit kleinigheden, of u het toegeeft of niet. Het zijn onbelangrijkheden die zeer veel uitmaken. Ik wil nu niet hatelijk worden en zeggen dat zelfs de meest bewuste mens door een constipatie in een toestand van ongelukkige bewusteloosheid kan komen te verkeren, althans geestelijk, maar het ligt er toch heel dicht bij. We moeten staan boven datgene wat in en rond ons gebeurt, we moeten afstandelijkheid kennen. Afstandelijkheid kun je nooit krijgen als je afstand neemt van het grote en gelijktijdig je voortdurend laat storen door het kleine.

Laat mij het maar heel eenvoudig zeggen: Als je je laat kwellen door een vlo, zul je nooit tot een intens diep gebed kunnen komen. Dan wordt het: Onze Vader die in de hemelen zijt …. (spreker krabt zich), geheiligd, enz”  Begrijpt u wat, ik bedoel? De meeste dingen die ons storen op aarde zijn eigenlijk net vlooien, een groot deel van ons ongelukkig zijn zou je het best kunnen uitdrukken als een bepaalde jeuk van de psyche. Maar als we in staat zijn deze dingen te beseffen voor wat ze zijn, kunnen we ze tijdelijk opzij zetten.

U heeft allemaal wel gehoord over mensen die over gloeiende kolen lopen. Ik bedoel hier heus niet alleen degenen die dat met een zeker trucje doen. Maar wanneer je op een gegeven moment zo ver bent gekomen dat je de pijn in wezen wel voelt maar niet wilt beseffen, kun je een bewegingsritme handhaven, waardoor je zonder grote verbrandingen en zelfs zonder enige blaarvorming een behoorlijk heet houtskool bed kunt doorstaan.

Wanneer we in het leven bezig zijn, dan is voor ons elke aarzeling vaak een toename van ongeluk. Een aarzeling in ons contact met het hogere betekent heel vaak een terugval tot de laagste factoren die in onze persoonlijkheid bestaan.

We moeten leren dat er dingen zijn die zo belangrijk zijn voor ons en voor de wereld, dat het gebeuren op zichzelf niet meer belangrijk is en onze concentratie niet kan verstoren, omdat het doel dat wij werkelijk voor ogen hebben of het gevoel dat werkelijk in ons leeft zo intens is, dat we al het andere daardoor kunnen doorstaan. Want juist op dat ogenblik reageren we automatisch zo goed mogelijk.

Gelukkig zijn is niet een krampachtige poging. Als u, wanneer u daar tijd voor heeft, gaat zitten, benen gekruist, handen daarop en dan tegen uzelf zegt: “Ik ben gelukkig, ik ben gelukkig, ik ben gelukkig”, weet u waar dat in uitmondt? Zeer waarschijnlijk in kramp van de dijspieren. Dan is het afgelopen en bent u weer niet gelukkig.

Gelukkig zijn is gewoon niet letten op het ongeluk. Je niet laten storen.

Dat kun je alleen maar als je iets voor ogen hebt dat voor jou volkomen concreet is, een werkelijkheid. Of ze voor anderen telt is niet belangrijk.

Als u gelooft aan de feitelijke zending van Smith (het boek Mormon), best. Dat het waarschijnlijk niet zo is, is een andere kwestie. Daar praten we gewoon niet over, daar vechten we ook niet over, voor mij is dat zo. Daaruit vloeit voor mij voort, dat al het andere dat daarmee niet in overeenstemming is, niet belangrijk is. Het is niet mijn taak anderen te dwingen dat boek als ware te aanvaarden of te leven volgens de regels ervan. Maar ik heb wel het recht het zelf te doen en daarin vind ik dan mijn vervulling. Daardoor worden de dingen die anders pijnlijk of moeilijk zijn als het ware onbelangrijk. We kunnen dit zien bij menig geloof. Mensen die zo intens geloven, dat ze over hun moeilijkheden als het ware heenstappen.

Als je werkelijk ongelukkig wilt zijn, moet je medelijden hebben met jezelf. Als je geen medelijden hebt met jezelf, maar hoogstens met anderen, dan zul je al veel eerder gelukkig zijn. En als je zover bent gekomen dat je de onvermijdelijkheid van vele dingen eenvoudig aanvaardt, niet zeggend:Het zou anders moeten zijn!”, maar zeggend: “Zoals het is moet het zinvol zijn, laat mij dan volgens mijn wezen zinvol zijn in dit geheel”, dan zult u ook veel angsten en ongeluksfactoren in uw leven uitschakelen en komt u tot het aanvaarden van een geheel.

De wereld wordt weliswaar egocentrisch beleefd, maar zij kan niet egocentrisch worden gedomineerd. U bent deel van een geheel, of u het wilt of niet. Ook als u het alleen vanuit uzelf beschouwt en beleeft. Deze realisatie kan je ertoe brengen zo veel mogelijk al het andere aan te voelen. Niet te willen ontleden, maar als het ware bijna woordloos en formuleloos te willen begrijpen. Vanuit dit begrip bent u dan in staat een kosmisch bewustzijn op te bouwen.

Vele woorden die op aarde worden gebruikt zijn alleen maar grote woorden. Ik heb medelijden met degenen die uitroepen: Wij allen zijn zondaars, want zelfs de beste onder ons zondigt wel (dan volgt een getal) keer per dag!

Ik zeg: Zondig is datgene wat je als zodanig beleeft. En hoe meer iemand zich bewust is van de schuld die ontstaat door het niet beantwoorden aan goddelijke eisen, hoe zondiger hij zal zijn. Voor zichzelf. Want diezelfde kracht die zij zien als de bron van hun zonde, bewust of onbewust, is de kracht die met al die mogelijkheden zo werd geschapen. En zo lang je die mogelijkheden leeft en gebruikt volgens je eigen persoonlijkheid en je eigen besef van juistheid, kun je geen zondaar zijn. Want, de God die je zo heeft geschapen zal blij zijn dat je beantwoordt aan de wijze waarop je bent geschapen.

Laat je ook nooit vangen door die eeuwige machtsdrift die bij zovelen heerst. Ik maak uit wat er gebeurt, ik zal het wel eens even zeggen, ik zal de hele wereld beter maken indien ze doen wat ik wil.

Besef dat daaruit mensen zijn voortgekomen die heel wat hebben vernietigd. De leiders van de Inquisitie, zo goed als mensen als Hitler en Churchill (al heeft Churchill gewonnen en is hij niet schuldig verklaard). Realiseer u dat. Je leeft mét de wereld. Je moet de wereld niet veranderen, maar je moet met die wereld zo leven, dat ze steeds beter en steeds sterker wordt. Uzelf bepaalt voor een groot gedeelte de angsten en de agressies van anderen, of u het wilt of niet. Probeer dan die invloed in ieder geval zo klein mogelijk te houden. Dan kunt u werkelijkheid zien die onomschrijfbaar is, maar wel beleefbaar.

Wanneer ’t fluwelen zwart met sterrenlicht doorzaaid
een korenveld mij wordt waarop een zeis wat maait;
wanneer mijn leven zelf een druppel wordt van dauw,
verdampend alweer snel,
daar vind ik hemel zijn en ontvlucht ik aan mijn hel.
Want ik ben slechts deel van Al, dat zonder mijn beseffen
door wet en noodzaak is bepaald.
Niet kan ik mij verheffen boven al wat is.
Ik kan slechts deel zijn van t bestaan
en in t mijzelve ondergaan ontdekken,
hoe totaliteit mij voert, mij dwingt, mij leidt,
opdat mijn lijden zal vergaan
en wordt: aanvaardend, stil verstaan
van één zijn met totaliteit,
van één zijn, buiten alle dromen,
met die ene Werk’lijkheid.
Het is geen sfeer, het is geen leer, het is geen woordenspel.
’t Is slechts gevoel, dat ook u zegt:
U schept uw eigen hel.
En wordt uw hemel soms wat dor,
gij hebt haar zelf geschapen,
want steeds weer is het denken,
is uw droom het wapen
waarmee gij werk’lijkheid bedrijft.
Maar als uw droomzijn eindelijk zwijgt,
dan zult ge, deel van Werk’lijkheid,
in alle werk’lijkheden treden.

Zo zou ik het gevoel willen samenvatten, onvolkomen als dat gaat in woorden, dat de basis moet zijn van al wat wij vanavond hebben besproken.

Wij zijn deel van het geheel. We kunnen niet zonder meer onze eigen wegen bepalen. Onze wegen worden mede door het geheel bepaald.

Maar ons besef is ons eigen. Door ons besef kunnen wij onze wereld herscheppen, niet in haar wezen, maar in haar betekenis. En herscheppende kunnen wij onszelf scheppen, totdat wij eindelijk de grens die wij om het ik hebben getrokken, langzaam maar zeker, zien verbleken en ons wezen steeds meer deel kan worden van een geheel, dat niet omschrijfbaar en rationeel is misschien, maar dat, ondanks zijn dwingende factor, voor ons blijft bestaan in welke sfeer of welke wereld wij ooit vertoeven.

Dat, vrienden, wilde ik u ten slotte nog voorleggen. Mij was het een waar genoegen met u te converseren. Ik hoop u enkele denkbeelden te hebben gegeven waarmee u zelf iets kunt doen.

Maar zelfs als dat niet het geval is, wanhoop niet, want alle dwaasheid dwingt zichzelf tot ervaring. Uit ervaring wordt de wijsheid geboren die een verdere ervaring overbodig kan maken.

Ik dank u voor uw aandacht.

image_pdf