Het menselijk magnetisme en zijn mogelijkheden

1963

Laten we beginnen met in de eerste plaats te stellen: Er bestaat niet feitelijk iets, dat de naam menselijk magnetisme verdient. De gedachte van een uitstraling, die zich als een magnetisch veld rond de mens beweegt, is absoluut fout en totaal misverstaan. Een magnetisch veld kan wat de krachtlijnverdeling (dus de velddichtheid) betreft verschillen; voor de rest blijft het gelijk. De uitstraling van de mens is in de eerste plaats niet constant. Zij varieert zeer sterk o.m. aan de hand van zijn gedachten, zijn gevoelens van welbehagen; en zelfs problemen als voeding en stofwisseling kunnen daarbij een grote rol spelen.

In de tweede plaats. Terwijl een magnetisch veld is opgebouwd uit een en dezelfde kracht, is de menselijke uitstraling opgebouwd uit 6 á 7 verschillende velden. Elk van die velden wordt dan aangeduid als hebbende een apart trillingsgetal, maar dat is niet juist. Wat wij trillingsgetal noemen, geeft geen frequentie weer, naar geeft een fijnheid en gelijktijdig een doordringingskracht aan. Er is dus geen sprake van een feitelijke vibratie, er is sprake van een straling.

In de derde plaats: Wanneer men hoort spreken over menselijk magnetisme, dan hebben heel veel mensen het idee, dat het een soort geestelijke zalf is, die men verpakt in zich heeft en die men onder gunstige omstandigheden kan uitstrijken over anderen. Het spijt me wel te moeten opmerken, dat dit niet het geval is; dat hetgeen wordt uitgestraald niet door gebaren wordt overgebracht en dat dus het contact op zichzelf over het algemeen hoofdzakelijk een suggestieve of harmoniserende waarde betreft, die in de eerste plaats de mentaliteit beïnvloedt. Van een feitelijke krachtoverdracht is geen sprake. Alleen kan door associatie de uitstraling (want het is een straling), worden gericht op dat punt, waar men lichamelijk pleegt te behandelen.

Wat zijn de eigenschappen van dit z.g. menselijke magnetisme?

Allereerst kan worden gesteld, dat het samenhangt met eigen levenskracht. Elke mens heeft een zekere energie, die tot uiting komt op verschillende vlakken. Dat kan dus mentaal zijn, het kan zuiver fysiek zijn en het kan zelfs een zekere sfeer zijn, die men rond zich verspreidt. Al deze waarden tezamen worden magnetisme genoemd. Vervolgens moeten we opmerken, dat elke uitstraling op zichzelf een afzonderlijke werking heeft. Het menselijke magnetisme is dus niet beperkt tot alleen genezing. Maar zelfs het feit, dat u een ander aardig vindt, kan zeer goed het gevolg zijn van diens eigen emanatie. Een acteur, die ‑ zoals dat heet ‑ goed over het voetlicht pleegt te komen, is over het algemeen iemand, die een zeer sterke uitstraling heeft, welke grotendeels op emotioneel vlak ligt.

Dus nogmaals, menselijke magnetisme is niet slechts het overbrengen van kracht. Alles, wat in de mens leeft, kan op deze wijze worden overgebracht. En alle verschijnselen van het occultisme, die te maken hebben riet een overdracht tussen twee of meer personen, zijn gebaseerd op deze menselijke straling, die men het menselijk magnetisme pleegt te noemen. Dan wordt het dus moeilijk om nu uit te maken wat dan eigenlijk met dat magnetisme wordt gedaan en hoe het in elkaar zit. Wanneer ik dat probeer te doen, moet ik uit de aard der zaak een hoop technische gegevens terzijde schuiven. Ze zouden ons teveel ophouden en over het algemeen voor u verwarrend werken. Laat ik het zo stellen:

Neem als werkhypothese, maar dan alleen als werkhypothese, aan het bestaan van een wereldether of van subethers; dus verschillende soorten onzichtbare materie, die trillingen overbrengen. Zeg verder, dat deze eigenaardige wereld van ether, van het onzichtba­re, niets anders is dan een leegte, waarin contact mogelijk is. Dan kun­nen wij ons voorstellen, dat een bewustzijn, dat verder totaal geen vorm heeft maar wel energie bezit, die energie door dit ledig a.h.w. kan verplaatsen. Wij brengen de ether dus niet in trilling ‑ een theorie die graag wordt verkondigd ‑ maar wij kunnen dank zij het feit, dat deze eigen­aardige ruimtelijke structuur bestaat (dat is beter dan te zeggen dat het een stof is) alles, wat in ons aanwezig is (en dat is dus in zekere zin kracht, maar het kan ook fijnere of grovere materie zijn), projecteren. Het is, alsof u een zoeklicht neemt en daarmee ergens anders licht brengt. Theoretisch is dit magnetisme dus niet gebonden aan ruimtelijke verhou­dingen.

Wat moeten we er verder nog van vertellen? Dat het in verschillende soorten en vormen voorkomt, heb ik u zo even duidelijk gemaakt. Maar misschien is het goed dat u zich realiseert, dat elke uitstraling, behalve de laagst dierlijke emissies, gebonden is aan bewustzijn; d.w.z. dat geloof, voorstellingsvermogen (fantasie mijnentwege) en wil noodzakelijk zijn om die kracht te activeren. En dan staan we hier wel voor een heel eigenaardig probleem. Iemand kan dus een magnetische persoonlijkheid zijn zonder zich van dit magnetisme bewust te zijn. Hij moet zich echter altijd bewust zijn van zijn verhouding tot de wereld, die daardoor tot stand komt. Iemand behoeft zich niet bewust te zijn van het feit, dat hij een andere a.h.w. kracht kan geven en die ander kan genezen, maar hij moet wel de wil bezitten om de ander te genezen; en zo kan ik voortgaan. Kort en goed: deze uitstraling van het “ik” is soms materieel. Zij bevat dan de kleinste delen van de materie, een bepaalde relatie en een bepaalde verhouding en versnelling. In haar hoogste vormen is zij niet meer materieel te omschrijven en is de enige definitie, die wij kunnen geven: Een potentiële kracht A verschijnt gelijk sterk en gelijktijdig op punt B, zolang punt A punt B realiseert. Dat is een mooie knoop; daarover kunt u nog eens verder nadenken.

Na deze krampachtige poging om althans iets te zeggen over de structuur van dit vermogen wordt het tijd ons te gaan afvragen, wat voor rol het speelt in het leven van de mens. Er bestaan altijd tussen de mensen aversies en aantrekkingen. Er zijn echter ook mensen, die tegenover elkaar volkomen onverschillig zijn. U kunt zich misschien voorstellen, dat er een mens is die er zo gewoon uitziet, dat je hem ziet en meteen weer vergeet, dat zo iemand in een kamer is en je het idee hebt dat je alleen bent. Dat zou dus iemand zijn, die voor u neutraal is.

Voor uw informatie en als aardige bijkomstigheid: Zonder te weten waarom, zoeken bepaalde inlichtingendiensten naar deze personen, omdat ze nooit worden opgemerkt. Ze zijn niet werkelijk onzichtbaar, maar ze trekken geen aandacht. Zij binden de aandacht of de emoties van hun medemensen niet en ze zijn dus de perfecte mensen om te observeren. Het eigenaardige is, dat wanneer mensen die beiden die eigenschappen bezitten elkaar ontmoeten, ze zich van elkaars bestaan zo sterk bewust zijn, dat het hun lijkt, of alle anderen aan betekenis hebben verloren, of de hele wereld wegvalt. Dat is geen liefde en dat is ook geen haat. Het is alleen maar een reali­satie van bestaan. Dus om te komen op wat het in de mens betekent, begin ik te stellen: De opbouw van uw persoonlijkheid bepaalt de mogelijkheden van uit­ straling, die u bezit. En dat wil zeggen, dat iemand kan proberen zoveel hij wil om met gebedsgenezing iets te bereiken, maar hij bereikt niets, om­dat hij doodgewoon de verkeerde kracht bezit. Iemand kan 100 patiënten genezen en de 101e is niet eens te benaderen of wordt zelfs zieker. Waarom? Er is geen sprake van ontvankelijkheid voor elkaar. Daarom spelen deze dingen zo’n grote rol. Wat kunnen ze meer betekenen? Uw eigen sociale verhoudingen bv. Ik heb zo-even al dat voorbeeld gegeven van de mens, die voor zijn mede­mensen bijna onzichtbaar is. Maar we moeten het ook nog anders zien. Men kan op een bepaald niveau (dus op zuiver fysiek of mentaal vlak, dat kan zijn op het gebied van kracht, er zijn ook andere gebieden) meer dan normaal uitstralen. Wanneer op zijn terrein een uitstraling in overwicht geschiedt, zal niet de gehele persoonlijkheid worden erkend of beoordeeld, maar alleen dit ene facet. De onderlinge verhouding van de mensen wordt dus in wezen niet bepaald door de feiten maar door de over­wegende facetten, die men in anderen erkent. Wanneer deze facetten vol­komen gelijk zijn aan de eigene, ontstaat er niet ‑ zoals u misschien zult denken ‑ een harmonie maar een afwijzing. We kunnen hier dus, ongeacht het feit dat het geen magnetisme is, toch wel een magnetische wet gebrui­ken en zeggen: Gelijknamige polen stoten elkander af. Wanneer dit gebeurt en één van beiden is in staat om, een ander facet van zijn wezen, een ander gebied van zijn bestaan, overwegend te activeren, dan valt de tegenzin weg en is het contact wel mogelijk. Aanpassingsmoeilijk­heden zullen dus heel vaak gelegen zijn in dit persoonlijk, dit menselijk magnetisme dat men uitstraalt. Nu heeft u zich waarschijnlijk afgevraagd, waarom we niet hebben ge­sproken, zoals zo dikwijls, over het dierlijk magnetisme?

Wel, ik zal de laatste zijn om de mens dierlijke eigenschappen te ontzeggen. Maar er is toch wel een verschil; en dat is gelegen in het bewustzijn. Zolang het alleen maar over de fysieke krachten gaat, kunnen we een overdracht van bepaalde levenskrachten bv. rustig als dierlijk magnetisme omschrijven. Maar op het ogenblik, dat het ook gaat om gedach­te-impulsen, mentaliteiten, ja, zelfs zielswaarden die geen woorduitdrukking meer verdragen, mogen we niet moer spreken van “dierlijk”. Voor de mens zal het dus altijd moeilijk zijn, als hij alleen aan dierlijk magnetisme gelooft om het menselijk magnetisme te begrijpen. Wanneer het voorgaande daartoe althans iets heeft bijgedragen, zal hij misschien ook begrijpen waarom het gebruik van deze kracht voor de mens zo buitengewoon belangrijk kan zijn.

I  Bedenk, dat elke aandacht, die u schenkt aan een persoon, een voorwerp, een dier, een plant, een bloem, een landschap voor u ge­lijktijdig betekent: een uitstraling van kracht uit uw wezen. Indien u dit weet, kunt u trachten die uitstraling zo te richten dat zij voor datgene, wat man beschouwt of waaraan men aandacht geeft, zo aangenaam. mogelijk is. Hoe dit te doen? Een moeilijke vraag, die betrekkelijk eenvoudig kan worden opgelost, wanneer u zich realiseert dat men elk wezen op verscheidene niveaus kan benaderen.

Tussen de erotiek en de goddelijke liefde ligt een hele scala van verschillende mogelijkheden, verhoudingen en gevoelens. Wanneer u het contact moet vinden voor een geestelijke waarde, dan zult u niet bij voorkeur uitgaan van Eros. Maar op het ogenblik, dat de in u aanwezige contactmogelijkheden alleen op dit lage niveau een binding tot stand kunnen brengen, kan Eros dus een belangrijke rol gaan spelen. Anders gezegd: Ofschoon erotiek een van de laagste uitingen is van het menselijk magnetisme, kan er heel vaak door de erotiek een contact ontstaan, waarbij hogere waarden kunnen doorwerken, terwijl zonder dit van een wederkerige afwijzing, althans een gebrek aan wederkerig contact, sprake kan zijn. Het is dus een heel eigenaardig verschijnsel.

Nu behoeft u dit niet allemaal in de direct stoffelijke praktijk om te zetten. Maar voor uw denken kunt u er toch gebruik van maken.

Wanneer u te maken hebt met een medemens en u kunt met hem geen juist contact verkrijgen, tracht dan na te gaan wat de weerzin is, die deze mens bij u opwekt. Blijkt dit er zijn te zijn van zuiver fysieke geaardheid, tracht u dan in te stellen op mentaal gebied, tracht in te gaan op de gedachten van die mens. Blijkt, dat de men­taliteit van die mens voor u onaanvaardbaar of onbegrijpelijk is, tracht in te gaan op zijn gevoelsachtergronden, op zijn geloof. Door uw denken te richten op een bepaald facet van die andere per­soonlijkheid kan de verhouding plotseling veranderen en uit de gespannen strijdigheid, die men onderling ervaart, kan een begrip groeien dat in vele gevallen zelfs uitgroeit tot een zekere geeste­lijke binding. Ik geloof, dat dit een belangrijk punt is om te over­wegen.

We moeten ons wel realiseren, dat wij met een medemens alleen contact kunnen krijgen, indien die medemens receptief is; en dat we van hem alleen een antwoord kunnen krijgen, als hij bereid is om te antwoorden. Daarom zal men middelen moeten gebruiken om deze medemens ‑ hoe men dat ook wil bereiken, of dit door een telepathisch contact, een lichamelijke genezing of een gezamenlijke geloofsbeleving ‑ in een toestand te brengen, waarin dit onderling contact, deze uitwisseling mogelijk is. Het z.g. gebruik van suggestie kan hier zeer dienstig zijn. Op het ogenblik, dat ik iemand iets suggereer, stel ik hem waarden voor als feitelijk, die niet of nog niet feitelijk zijn. Ik tracht dus zijn denken en zijn wereld aan te passen aan een toestand, die hem losmaakt van zijn wereld. Die andere wereld is gelegen in de suggestor. En ofschoon men zich dat meestal niet bewust kan indenken, wanneer men onder suggestie staat, zal toch wel degelijk worden erkend dat de bron van dit, over het algemeen aangename, wereldbeeld ligt in degene die spreekt, die suggereert. Het resultaat is, dat men daarvoor openstaat. Wanneer de suggestor ontdekt, dat zijn sujet de suggestie aanvaardt (dus openstaat), dan zal hij na beoordeling van de persoon zijn eigen wil moeten concentreren op een van de delen van zijn persoonlijkheid, waarmee hij nog bewust kan werken. Dat kan met zijn denken zijn, het kan een uitstraling zijn van geestelijke kracht, het kan misschien een overdracht zijn van geestelijke contacten die hij bezit en deze nu als gedachten a.h.w. overbrengen; dus zich indenken in de persoon met wie dat contact wordt gelegd.

Dan ontstaat deze eigenaardige situatie: De persoon onder suggestie beleeft in zijn gedachten en soms zelfs ook in zijn gevoelens een toestand, die niet werkelijk is en misschien ook niet werkelijk kan worden. Krachtens dit beleven stelt hij zich open voor waarden, waardoor het niet meer noodzakelijk is dat de schijn wordt verwerkelijkt. De suggestie kan ‑ als drager van kracht gebruikt ‑ zichzelf overbodig maken en daarmee ook de onwaarheid of verdraaiing van de waarheid of de voorspiegeling, die erin gelegen is. Suggestie is uitermate belangrijk.

II Dan komen we tot het volgende punt: Wij kunnen het denken van een medemens beïnvloeden. Dat kan elke mens en dat kan ook de geest, zoals u misschien weet. Maar het beïnvloeden van de gedachten van een medemens is natuurlijk een gevaarlijke kwestie. Zolang u begint een ander uw gedachten op te leggen, zult u altijd werken op het gelijke vlak, waarop hij u moet antwoorden. Het resultaat is altijd negatief. Gebruik dus eerder uw emotionele inhoud en niet het redelijk argument, indien u van de ander het redelijk antwoord wilt hebben. Probeer door uw eigen emotie de ander uw emotionele inhoud over te dragen. Wanneer hij n.l. uw gevoelswereld beleeft, zal hij zelf uit het door uw aangesneden onderwerp vaak datgene zeggen, wat u hen eigenlijk had moeten zeggen. En dit spontaan uit het “ik” geborene wordt nu niet ervaren als iets, wat van anderen komt en waartegen je je moet verzetten. Neen, het is uit het “ik” voortgekomen, het is aanvaardbaar. Iemand, die ooit te maken heeft met lastige meerderen, zal er goed aan doen eens hieraan te denken.

Er zijn ook wel mensen, die het anders doen. Ik heb gehoord dat sommige secretaressen (van de goede natuurlijk geen kwaad ge­sproken) in plaats van het emotioneel vlak, dat wat hoger ligt, een van de laagste vlakken aanboren en dus een suggestie geven van sexappeal, dat klaarblijkelijk even verdovend op de rede werkt als het door mij gesteld. Alleen, het door ons gestelde is altijd en onder elke omstandigheid te handhaven, want we hebben de vrij­heid om elk vlak, waarop we de ander kunnen beroeren, aan te bo­ren. We kunnen dus van daaruit zijn redelijke status in de wereld en daarmee zijn drijfveren tot op zekere hoogte zelfs veranderen.

III Dan komen we aan het punt, waarvoor u waarschijnlijk wel de meeste belangstelling had, toen u over dit onderwerp hoorde: genezing.

Elke suggestie op zichzelf is in staat om in het menselijk lichaam veranderingen tot stand te brengen. Het menselijk lichaam zal geneigd zijn de voorstellingen, die er in de hersenen leven waar te maken, indien het niet in staat blijkt ze te corrigeren. Dit is ons punt van uitgang. Wanneer wij dus het menselijk magnetisme in zijn volle waarde willen gebruiken om een medemens te genezen, dan zullen we niet kunnen volstaan met het magnetiseren of met het instralen alleen. Wij zullen allereerst moeten trachten om het denken te wijzigen. En zoals ik u in het voorafgaande punt duidelijk maakte, het denken kun je niet wijzigen door ertegen in te gaan, door er een redelijk beeld tegenover te stellen. Wanneer iemand u vertelt hoe ziek hij is, dan kunt u soms door emotioneel te worden en hem dus meer te beklagen dan hij zichzelf durft beklagen of beklaagd wil worden hem ertoe brengen tijdelijk zijn mentaliteit te wijzigen. Vanaf dat ogenblik kunt u in dat “ik” de neiging krijgen om genezing te aanvaarden. Eerst daarna zullen we gebruik kunnen maken van het meer dierlijk “magnetisme”, waarbij we krachten overdragen; desnoods een deel van onze levenskracht aan de ander overdragen en hem de mogelijkheid geven om die toestand van welbehagen ook lichamelijk te ervaren. Zou echter het denken terugvallen in het oude spoor, dan wordt de gegeven kracht daardoor verteerd. Het is belangrijker het mentale beeld te wijzigen dan het lichaam kracht te geven.

Dan is bij magnetiseren een contactgenezing vaak mogelijk en goed. Maar dat zal alleen gelden, indien het gaat om de beïnvloeding van het zenuwstelsel. U kunt geen spierweefsels onmiddellijk beïnvloeden, maar alleen via het zenuwstelsel. U kunt geen kwaal of pijn onmiddellijk wegnemen. Wel kunt u de reacties van het zenuwstelsel tijdelijk wijzigen. Anders gezegd: Bij contactgenezing is in de eerste plaats altijd sprake van het beïnvloeden van de zenuwspanning van de patiënt.

IV. Daarnaast hebben we ook nog te maken met de z.g. levensstroming.

De mens bevat dus heel wat meer dan alleen het lichaam, zoals u weet. Al die voertuigen hebben een zekere stroming; het is eigenlijk een soort bloedsomloop. Die stroming is in en rond het lichaam aanwezig en kan door een sensitief persoon over het algemeen wel worden herkend. Zij is niet bij alle mensen precies gelijk. Wel kunnen wij zeggen dat bepaalde knooppunten de levensstroming (dus de stroming van de verschillende hogere voertuigen) verenigen met de lichamelijke en de mentale werking; en dat zijn dan de z.g. chakra’s.

Het zal duidelijk zijn, dat wij altijd moeten proberen op elk terrein te genezen. Het is niet voldoende alleen lichamelijk te genezen. Hierbij moeten wij gebruik maken van ons begrip, maar ook van onze hogere beleving of hogere waarde. Wij kunnen echter nooit een patiënt benaderen van uit ons geloof, naar alleen van uit zijn geloof. Indien wij een kracht in onszelf opwekken of versterken (dat wil dus zeggen: de emissie van uit ons wezen daardoor vergroten), zo zullen wij dit nooit op de juiste wijze kunnen doen, als de patiënt alleen maar hetzelfde beeld moet aanvaarden. Wanneer wij in Allah geloven en de patiënt geloof in Boeddha, dan roepen wij tot Allah, naar wij spreken over Boeddha en wij werken met de levende Kracht, de grote Sereniteit.

Hierover is natuurlijk veel meer te zeggen, maar ik geloof dat het beter is om verder te gaan. Ieder mens kan genezen. Maar men kan alleen genezen, indien men eigen kracht volledig weet te richten op het gestelde doel. Concentratie, zelfbewustzijn en zelfvertrouwen zijn de belangrijkste factoren. Wanneer de mensen dit allen gelijkelijk zouden bezitten, zo zou­den ze misschien niet alle kwalen op dezelfde wijze of even goed kunnen genezen, maar elk van hen zou tenminste één gebied hebben, waarin hij de gelijke of de meerdere van alle andere mensen zou zijn. Er is dus niemand, die niet kan genezen. Maar genezen en geestelijk genezen, het gebruik van dierlijk magnetisme en menselijk magnetisme, berust op geloofswaarden. Er bestaan geen wetenschappelijke formules, waarmee dit is uit te drukken. Het is een on­bekend schrift, dat moeilijk kan worden vertaald. Zoals men misschien op het ogenblik sommige schriftsoorten, zoals die van de Azteken, de Inca’s, eenvoudig nog niet kan vertalen, omdat men niet meer weet wat word geschreven.

De mens, die werkt met die geestelijke waarden, werkt dus altijd van uit het onredelijke. Op het ogenblik, dat men tracht dit onredelijke op een redelijk niveau te brengen, maakt men het zichzelf onmogelijk om te genezen. Het feit alleen, dat men redelijk wil zijn, belet de vrije en onge­hinderde uitstraling van de krachten, die men in zich draagt. Er is wel een tweede logica mogelijk, die niet aan de menselijke wet­ten en normen is gebonden, maar deze zal niet wetenschappelijk aanvaard­ baar zijn. Het is dus wel mogelijk te genezen volgens een bepaald systemen maar dan zal dit systeem niet aan zuiver menselijke regels en normen ge­bonden zijn en als zodanig niet kunnen passen in een menselijke wetenschap. Dan wil ik nog opmerken, dat elke mens naast zijn direct kenbare eigenschappen een aantal z.g. secundaire, verborgen of onderdrukte eigen­schappen bezit. Die eigenschappen kunnen lichamelijk zijn, zij kunnen ook geestelijk aanwezig zijn. Onthoud dit: Wanneer iemand zich van eigen krachten of begaafdheden niet bewust is en er wordt daarop een beroep gedaan buiten het stoffelijk niveau om a.h.w., dan zal altijd een antwoord daarop volgen. Eerst wanneer de per­soon zichzelf verstandelijk wantrouwt, valt de mogelijkheid weg.

Een mens kan als patiënt soms het meest lijden door onbekwaamheden die gemakkelijk kunnen worden gecompenseerd, wanneer wij een ander deel van zijn persoonlijkheid wakker maken. Wij kunnen niet altijd weten wat de begaafdheden en eigenschappen van de patiënt zijn, dat is duidelijk. Maar wij bezitten de totale scala van ons eigen wezen. En als wij uit ons voorstellingsvermogen punt na punt a.h.w. trachten af te tasten van af de hoogste ‑ bij wijze van spreken ‑ tot de laagste materie waarop onze patiënt aanspreekt, dan zullen we ontdekken, dat er van de invloeden één is, waardoor de patiënt een beetje verandert. Hij reageert anders dan normaal. Wanneer wij dit versterken, kunnen wij hem een zekerheid geven, die meer genezend werkt dan alle krachten, die we hem verder toevoegen.

U ziet, het menselijk magnetisme en zijn mogelijkheden is toch wel wat meer dan dierlijk magnetisme; ook in een tijd, waarin de kosmische krachten groter worden, een periode waarin grote omwentelingen kunnen worden verwacht op elk terrein ‑ wetenschappelijk als anderszins. Want er worden ook nieuwe soorten mensen geboren.

Vergeet niet, dat bv. radioactiviteit over het algemeen, voordat ze genetisch feitelijk uitwerking heeft, 5 geslachten vergt. Het is dus mogelijk, dat over 40 á 50 jaar in Hiroshima opeens lichamelijk een ander soort mens zou ontstaan. Maar een bijzondere lichamelijke kwaliteit zal vaak een aantrekking vertonen voor bijzondere, geestelijke kwaliteiten.

We zitten dus in een periode van allerhande omwentelingen. Tussen mens en mens (tussen mens en geest trouwens ook) schijnen steeds grotere scheidsmuren te ontstaan. Men voelt zich steeds meer geïsoleerd en de pogingen om samen te werken met anderen zijn niet gebaseerd op het begrip voor die ander, maar op het gevoel van eigen onmacht en eigen eenzaamheid. Wanneer wij zo maar, haast willekeurig streven naar versterking van eenheid met de mensen en naar harmonie, dan kunnen we niets bereiken. Wanneer u dat zo spontaan weg doet, zo één, twee, drie met de geest, dan zal het ook heel moeilijk zijn. We zullen als geest of als mens gebruik moeten maken van de ons ingeschapen waarden. Voor mij in de geest betekent dat eenvoudig, dat ik moet proberen me af te stemmen op datgene, wat u bent of op een gemiddelde; en als dat gemid­delde dan sommigen misschien wat minder goed ligt, dan verwaarloos je dat desnoods. U echter, zult uw contacten altijd eerst moeten opbouwen van mens tot mens. Ook wanneer u een organisatie ontmoet, ontmoet u in feite een mens. Om de waarde daarvan voor uw wezen te kunnen aftasten, om te kunnen begrijpen wat dit betekent, zult u dus dit samengestelde “ik” bewust moeten richten op de verschillende niveaus en zo komen tot het ontdekken van de punten van afstoting (van gelijkheid) en ook de punten van verschil (van aantrekking).

Dan moet u verder proberen een zo juist mogelijke sfeer te scheppen; dus een relatie te scheppen, waarbij een vrije en ongehinderde uitwisseling niet alleen van woorden maar ook van werkelijke levenswaarden en meningen mogelijk wordt. Het lijkt me daarom, dienstig om dit onderwerp te besluiten met een punt, waarover sommigen van u ongetwijfeld al stilletjes notities hebben zitten maken, namelijk; Wat zijn nu eigenlijk die verschillende mogelijkheden, die je als mens kunt gebruiken? Dan wil ik hier in de eerste plaats opmerken, dat Eros ‑ ik heb hen al genoemd ‑ bij de mensen een veel grotere rol speelt dan zij zelf beseffen. Dat wil zeggen, dat hartstochten of ‑ laat ons zeggen ‑ vleugjes van begeren of verrukking in de relatie van mens tot mens een grote rol spelen. Wanneer we ons dat realiseren, is het daarom nog niet minderwaardig. Maar het betekent wel, dat we begrijpen wanneer dit voor ons wordt gebruikt of wanneer wij het voor anderen gebruiken. We kunnen het dus bewuster hanteren. Men mag nooit vergeten, dat – of men het toegeeft of niet ‑ een zekere lichamelijkheid in het menselijk contact een rol speelt.

In de tweede plaats hebben wij te maken met een vorm, die ik bijna straal zou willen noemen. Wij hebben te maken met een aantal beelden, die net niet helemaal waar zijn. Noem het uw eigen voorstellingswereld, de manier waarop u iets ziet. Die manier, waarop u iets ziet, wordt naar de ander uitgestraald op het ogenblik dat u probeert hen uw gedachten mede te delen; dus elke poging tot communicatie, vanaf het gebaar tot de meest ingewikkelde discussie, activeert ook deze afdeling van het “ik”. Wat wij ons voorstellen, kunnen wij echter wijzigen, mits we maar intens genoeg een beeld opbouwen. Eigen voorstellingen kunnen belangrijk zijn in de contacten met. De medemens; en een wijziging daarvan kan ‑ zonder dat er verder ook maar iets verandert ‑ vaak zeer grote betekenis hebben voor het begrip, dat er onderling kan ontstaan. Daarboven hebben we dan wat ik wil noemen: vitaliteit, levenskracht, levenslichaam.

Uw leven heeft een ritme. Dat ritme kunt u niet bewust beheersen. Wanneer uw ritme volledig gelijk is aan dat van een ander en in dezelfde fase loopt, dan zal er voor u weinig of geen contact op dit terrein met die ander mogelijk zijn. Wanneer u dus ontdekt, dat iemand u door zijn vitaliteit voortdurend irriteert, is het zaak u af te vragen, of het niet beter zou zijn de levendigheid, de uiting, de veerkracht van die ander buiten beschouwing te laten en desnoods daarvoor in de plaats een fantasiebeeld te stellen van die persoon. Dan zou u elkaar wel kunnen benaderen.

Is er verschil in fase of verschil in levenskracht, dan blijkt dus een situatie te ontstaan van dominatie door de sterkste kracht. Ook wanneer u geestelijk de sterkere bent en een ander heeft deze levenskracht in nog grotere mate dan u, zal hij u op dat terrein domineren. Menigeen vindt het niet aangenaam om gedomineerd te worden en zal zich daartegen verzetten. Dat verzet is meestal mentaal en veroorzaakt weer misverstanden. Wanneer u ontdekt, dat u door de vitaliteit van een ander wordt gedomineerd, aanvaard deze dominantie en word sterker in de kracht van die ander. Het is een verhouding van tegengerichte polen, althans grote verschillen in waarden, die op zichzelf reeds voldoende zijn om een contact tot stand te brengen. Een oudere, die ‑ bij wijze van spreken ‑ de vitaliteit van de jeugd niet enerverend vindt, maar haar aanvaardt en zich a.h.w. daarin koestert, verkrijgt ‑ zonder dat hij weet hoe ‑ een mentaliteit, welke bij die van de jeugd past. Hij heeft er een beter begrip voor en kan er meer mee tot stand brengen. Hij kan met de jongeren praten. Hij kan hun ook meer leren en hij kan hun meer geven. Dit als voorbeeld.

Dan hebben we verder te maken met de zuiver mentale wereld. Iedere mens heeft een bepaalde manier van denken. Zelfs als u dezelfde filosofische school volgt en dezelfde lessen in logica enz. hebt gevolgd, denkt u toch allemaal enigszins verschillend. Zodra een ander precies zo denkt als u, kunt u niets bereiken, tenzij u van hetzelfde punt uitgaat. Ontdekt u iemand wiens gedachteprocessen precies dezelfde zijn als de uwe, probeer dan nooit stelling te kiezen tegenover die ander. Ga van precies hetzelfde punt uit, dan zult u door onderling aanvullen tot een beslissing, een voorstelling of een conclusie kunnen komen, die voor u beiden aanvaardbaar en bevredigend is en u zult elkander hebben versterkt.

Wat dit mentale betreft, geldt verder: Elke mentale voorstelling is niet alleen een aantal hersenwerkingen, maar het is ook het directe contact a.h.w. van het bewustzijn met de geest. Er ligt dus een zekere emotionele achtergrond achter. Door de manier te wijzigen, waarop u de wereld beziet, kunt u met behoud van uw normale denkeigenschappen uw benadering van anderen aanmerkelijk veranderen en daarmee, ook de resultaten, die mogelijk zijn.

Probeer daarom in uw denken die aspect en naar voren te brengen, die u voelt, voor de ander noodzakelijk te zijn. Maar wees niet krampachtig optimistisch, terwijl u het zelf niet gelooft. Kies de goede punten, waarin u wel gelooft. Wees niet absoluut pessimistisch, omdat de ander te lichtzinnig lijkt. Zoek alleen die zwaartepunten uit, die volgens uw eigen weten inderdaad bestaan. U zult ontdekken, dat u dan haast inspiratief veel verdergaat dan in een normaal denken of betoog mogelijk is en a.h.w. indringt in de sfeer en de persoonlijkheid van de ander, zonder hem daardoor onrecht te doen en tevens gebruik makende van impulsen, die u zelf niet helemaal begrijpt. Dan hebben we nog het vlak van de gevoelswereld. Dit is ‑ als we het laag‑stoffelijke even buiten beschouwing laten ‑ een terrein, waarop vooral de geest tot uiting komt. Een groot gedeelte van de emoties en de onderbewuste gedachten, die meestal emotioneel worden uitgedrukt, stammen uit de hogere voertuigen, zoals u weet. Op het ogenblik, dat wij een emotie in onszelf kennen, zijn wij in staat die aan een ander over te dragen, mits onze emotie, de sterkere is of zozeer tegengericht is aan die van de ander, dat daardoor een synthese van twee emoties tot stand kan komen. Het is zeer belangrijk, dat u daarover even goed nadenkt. Wanneer u iemand ontmoet die wanhopig is, dan kunt u hem zijn wanhoop niet afnemen, maar u kunt wel uw vertrouwen uitstralen. U zult wat van uw vertrouwen verliezen, onzekerder worden; de ander wint aan zekerheid. U vindt dan een punt, waarop menselijke communicatie mogelijk wordt.

En dan zijn er nog de vele geestelijke voertuigen, waarvan u zich doorgaans niet of niet voldoende bewust bent. Laat ons daarom eenvoudigweg stellen, dat ‑ wanneer u geen ander contactpunt vindt ‑ u teruggrijpt naar uw eigen beeld van het grote Ego, uw werkelijk “ik” of het beeld van uw God. Wanneer u teruggrijpt naar het eigen ego, grijpt u terug naar een groot aantal eigenschappen, die u niet kent en ook naar kennis én belevingen waarvan u zich niet bewust bent. Door hiernaar terug te grijpen en niet te trachten eigen uitingen verder redelijk te motiveren, kan men heel vaak komen tot een juist contact met de medemens, een juiste en gunstige invloed op die medemens.

Richt u zich op God, dan moet u zich wel realiseren dat het alleen uw beeld van God is, dat een rol speelt. Omdat u innerlijk een kosmisch aanvoelen hebt, kunt u ‑ en dat doet u over het algemeen grotendeels met uw etherisch lichaam, maar onder omstandigheden kunt u dat ook astraal doen en zelfs in een directe gedachteprojectie ‑ uw Godsbegrip omzetten in een verandering van milieu of van gevoelens. Het is, of het licht voor die ander verandert, of hij sterker óf zwakker wordt. U kunt er een mens mee genezen en doden.

Hiermee heb ik de voornaamste punten geloof ik wel behandeld.

Alle waarden en verhoudingen zijn relatief. Er kan geen enkele vaste maatstaf bestaan in uw benadering van een medemens. Elke benadering moet van persoon tot persoon geschieden. Op het ogenblik, dat u van een algemene regel uitgaat, hebt u reeds het contact verbroken en verloren. Neem daarom nimmer een vaste zedenleer, geloofsleer als dwingend aan voor uw contact met de ander. Voor uzelf mag u haar bezitten als u wilt. Maar op het ogenblik, dat u haar van toepassing verklaart op anderen, maakt u het zeer moeilijk met die anderen contact te krijgen. Het gaat er niet om, dat de ander goed is volgens uw begrippen. Het gaat erom dat de ander vatbaar is voor datgene, wat u hem geven kunt aan hulp, aan genezing, aan mentale, morele of andere correctie.

Die correctie kan echter alleen van binnenuit geschieden. Op het ogenblik, dat u aan die mens voorwaarden stelt, maakt u het uzelf onmogelijk anders dan van buitenaf en zeer oppervlakkig contact te krijgen en te werken.