Menselijk magnetisme

Magnetisme is eigenlijk niet de juiste benaming voor het onderwerp dat men hiermee heeft willen aanduiden. Deze benaming hebben wij te dan­ken aan de periode dat Mesmer en de zijnen aan het werk waren en ontdek­ten dat er iets geheimzinnigs van de mens kan uitgaan. Zij hebben dat toen magnetisme genoemd. Waarschijnlijk omdat ze daar nog minder van af­wisten. Laat ons dan eerst stellen wat onder dit magnetisme eventueel kan worden verstaan.

  1. Elke mens heeft een eigen uitstraling.
  2. Elke mens bezit een hoeveelheid levensenergie die zetelt in het zenuwstelsel, aanwezig is als uitstraling in de aura en die bovendien ook op wat minder stoffelijke manier wordt aangevoerd en in stand gehouden.
  3. De menselijke gedachte is in staat om deze energie enigermate zij het niet volledig te richten. Hierdoor is het mogelijk uitstra­lingen te veroorzaken waarbij sprake is van een energieoverdracht die ‑ indien wij een vergelijking willen maken ‑ in haar effect op anderen nog het meest lijkt op een soort statische elektriciteit van verschillende polariteit.

Nu we dit hebben gezegd moeten wij de verschillende stellingen die met magnetisme wel samenhangen maar eens onder de loep gaan nemen. Er zijn mensen die zeggen: Ik kan magnetiseren zoveel ik wil, want ik gebruik niet mijn eigen kracht. Dit is niet juist en daarom ook nooit helemaal mogelijk. De kracht die u gebruikt is altijd uw eigen kracht. Het is mogelijk dat u deze kracht weer gemakkelijk opneemt hetzij uit een geestelijk gebied hetzij uit uw omgeving. Beide is mogelijk. Maar u heeft altijd zelf deze kracht eerst in uw aura aan te passen eventueel in uw levenstromen en zenuwstelsel op te nemen en daarna bovendien nog bewust uit te stralen. Dan zegt men: Ik voel de reflectie van de pijn van de patiënt. Is dat mogelijk? Theoretisch niet. Alleen op het ogenblik, dat uw eigen krachtevenwicht (dus binnen uw zenuwstelsel en lichaam) zeer labiel is, is het mogelijk dat u de storingen van een ander opneemt maar dan zien we meestal een verschuiving van de pijn. Deze geïnduceerde pijn zal dan meestal links zitten als ze bij de patiënt rechts optreedt en omgekeerd. Verder blijkt dat er z.g. sympathische prikkels voorkomen. Als u iemand met een speld steekt en u doet dat op de juiste plaats, dan voelt hij heel ergens anders ook een prik.

Er zijn bepaalde plaatsen op de rug. Als je daar een naald in brengt met een beetje pijnlijk elan, dan schopt ’t been omhoog, want er komt ineens een lichte kramp bij de kuitspier en meestal ook nog pijn en een kramp vooral in de grote teen en de ernaast liggende teen. Dergelijke sympathische verschijnselen blijken voor te komen bij bepaalde vormen van magnetiseren, vooral als het gaat om contactmagnetiseren of hand­opleggen. De reden zal duidelijk zijn. In deze gevallen schakelt men zichzelf direct in en ook stoffelijk in het zenuwstelsel van de patiënt. Datgene wat daar aanwezig is, doet reflexen ontstaan. Aangezien u geeft met de hand die over het algemeen voor de patiënt zelf de nemende zal zijn wanneer hij tekort aan energie heeft, zijn nevenverschijnselen onvermijdelijk. U voelt dan zelf de uit­putting of de pijn van de ander in u opkomen. De mens, die dit z.g. magnetisme hanteert, moet niet denken dat hij dat zo maar willekeurig kan doen. Aan de andere kant moeten we ook stellen, dat niemand behoeft te veronderstellen dat hij of zij geen magnetische gaven heeft en een ander wel. Want elke mens heeft een aura. Elke mens heeft levenskracht. Elke mens heeft een zenuwstelsel waarin bepaalde signalen voortdurend circuleren. Dat wil zeggen, dat elke mens in principe beschikt over de energie die nodig is om een ander te behandelen

Men zegt dan wel eens. Dat is misschien wel zo, maar dan word ik er zelf wellicht ziek van. Dat is inderdaad wel eens voorgekomen. De mensen vergeten echter één ding, Als je kracht afgeeft, moet je ook in staat zijn om kracht op te nemen. Of je moet stootsgewijze energie afgeven, maar dan in de tussen­tijd op dezelfde manier alsof je in‑ en uitademt energie in je opnemen. Hoe je dat doet is moeilijk uit te leggen. Een mens heeft namelijk met zijn denken heel wat meer te maken met zijn eigen mogelijkheden dan hij veronderstelt. Wij weten allemaal dat er een aantal automatische functies zijn. De kleine hersens regelen een heel groot deel van het lichamelijk bestel; je behoeft niet eens te we­ten wat er gebeurt. Wat men zich niet realiseert is het feit, dat de grote hersens tot op zekere hoogte hetzelfde doen. U kent het mooie voorbeeld van de mens die zich in een voortdu­rende lijdensmeditatie over Jezus begeeft en dan opeens stigmata ver­toont. Men kan dan zeggen. Dat is zelfsuggestie. In wezen gebeurt het volgende. Ik ben zo intens bezig in mijn waakbewustzijn (de grote hersens) met een aantal gebeurtenissen die ik ook emotioneel doorleef dat ik hierdoor een beeld schep waaraan mijn lichaam probeert te beantwoorden. Dat houdt dus in dat het lichaam voor een groot gedeelte ook door het denken kan worden bepaald. Als ik mij voorstel dat er kracht is (ik behoef dan niet eens te zeggen waarvan of hoe), dan zal mijn lichaam proberen om op de een of andere manier die kracht te vinden, want ze is er en ik moet haar heb­ben. Vele procedures kunnen dus automatisch worden gesteld. Pas wie daarvoor begrip heeft, zal dus zonder al te grote vermoeidheid kunnen leren anderen op deze wijze te helpen.

Den zegt men: magnetisme is eigenlijk een kwestie van paranormale genezing. Dit is inderdaad een van de belangrijkste aspecten ervan. Maar er zijn ook wel andere. Het is namelijk ook mogelijk om een dergelijke uitstraling suggestief te gebruiken. Hypnose kan voor een deel zeker be­staan uit eenzelfde projectie van je eigen kracht en denkbeelden. Dus denkt u niet; het is alleen maar om te genezen, je kunt er ontzettend veel mee doen. Het menselijk magnetisme mag dan wel geen magnetisme zijn, maar het is in ieder geval een werkzame kracht met vele mogelijkheden.

Hebben de mensen er vroeger wat mee gedaan? Ja, dat kunnen wij wel zeggen. Het genezen door handoplegging en instraling is zo oud dat we er zelfs in het Oude Testament enkele voorbeelden van vinden. Als wij het Nieuwe Testament lezen, dan zien we dat Jezus in vele gevallen een soort­gelijke methode gebruikte: aanraking of projectie. Het is dus zeker niets nieuws. Als we denken aan de Aesculapius-tempel in Griekenland waar de patiënt in het maanlicht lag te dromen en eventueel nog met een heilige slang in aanraking werd gebracht, dan kunnen we zeggen: dat zal wel een beetje poespas zijn geweest. Maar één ding is dan toch zeker dat 70 tot 80 % van die patiënten na de z.g. heilige slaap in staat waren de geneeswijze voor hun kwaal zelf aan te geven. Ook hier was de invloed in de eerste plaats er een van de priesters. De plechtigheid met de beïn­vloeding van de patiënten die vooraf ging aan de heilige slaap had een sterk hypnotisch karakter waarbij een post‑hypnotische suggestie werd gegeven. Als je onder het maanlicht inslaapt, zal de maangodin in je doorwerken en zij zal je zeggen wat je mankeert. Dat is ook een kwestie wan het menselijk magnetisme bij te pas komt. Ook hier is het de uitstraling en de wederkerigheid van de uitstraling in sommige gevallen die een rol speelt. Men zal zeggen: Dat is allemaal mooi, maar in onze tijd bestaat dat niet meer. Ik ben het met u eens. Tegenwoordig zijn er mensen die denken. Als je maar voldoende geeft aan de Derde Wereld dat uw eigen wereld dan ook beter wordt. Vergeet dat maar.

Er zijn ook mensen die u zeggen dat, als je alles aan anderen over­laat, alles vanzelf goed komt. Als u dan de rekening gepresenteerd krijgt, wordt u er pas goed kwaad over. Realiseer u dus heel gewoon: deze werking is er ook nu, ook vandaag. Als mensen massaal samenkomen, dan beïnvloeden ze elkaar wederkerig.

Ook dit is die uitstraling, het denkbeeld, het samen opbouwen van een sfeer, het werken met een bepaalde vorm van kracht waardoor tijdelijk de normaal redelijke processen worden onderbroken en er een gemeenschappelijk suggestief proces op gang komt dat bovendien, als er een ontladingspunt wordt aangegeven heel vaak resultaten kan hebben in genezingen of ande­re z.g. wonderen. Ik denk hier aan plaatsen als Lourdes, wonderen bij be­paalde bedevaarten. Dat is heus niet allemaal zwendel. Dat wordt voor een groot gedeelte bepaald door de massa zelf, haar gelovigheid, haar uitstra­ling, haar voortdurend wensen dat het wonder zal gebeuren.

Dan kunnen we zeggen: Magnetisme in de mens is eigenlijk een invloed die in het hele leven een rol speelt. Wij gaan dan over tot de vraag. Hoe kun je het z.g. magnetisme bij genezing e.d. hanteren? Daarvoor zijn er enkele regels die ik u allereerst wil voorleggen.

Wie wil genezen moet zich bewust zijn van deze wil. Als je weet dat je dat werkelijk wilt en je begint ‑ hetzij op afstand hetzij met contactbehandeling ‑ door te werken in de aura of wat dan ook, dan kun je rustig overgaan tot de orde van de dag. Het is goed om na het eerste moment van besluitvorming uzelf en de patiënt te ontspannen. U kunt dat doen door naar de klachten van de patiënt te luisteren, dan heeft u altijd gesprekstof genoeg. U kunt de patiënt misschien ook opmonteren met een paar grappen. Wat u ook doet, zorg dat u tijdens het uitstralen van de kracht zo ontspannen mogelijk bent en als het even kan, dat uw patiënt het ook is.

Genezingen die plaatsvinden in de nabijheid van de patiënt hebben altijd een direct aflezen van de patiënt ten gevolge. U kunt dus niet zeggen: Ik moet eerst een diagnose stellen. Soms heeft u het idee dat u het kunt doen. Wees daar voorzichtig mee. In de formulering van uw diagnose maakt u meestal fouten; niet altijd, maar meestal. Wat u aanvoelt is echter iets anders, want in de nabijheid van de patiënt heeft u te maken met diens uitstraling. In die uitstraling zijn on­regelmatigheden. Deze voelt u aan en daarop reageert u hetzij door de kracht hetzij in andere gevallen direct door een verandering van plaatsing van de handen bij instraling of handoplegging.

Op afstand kunt u eveneens genezen, want als u gebruikmaakt van de levenskracht, beantwoordt ze aan wetten die nog minder tijds­verloop per afstand vergen dan elektrische straling, magnetische straling of zelfs lichtstraling. Vergelijk het maar met een radio­golf. Alleen moet u welzijn afgestemd op uw patiënt. Daartoe maakt u weer gebruik van uw voorstellingsvermogen. U programmeert uzelf door sterk te denken aan de patiënt een beeld van de patiënt op te bouwen en zijn kwalen of eventueel zijn klachten nog eens te over­wegen. Misschien bent u iemand, die ook in staat is een inductor te gebruiken. Daarvoor gebruikt u een voorwerp of een brief geschre­ven door de patiënt. Hierdoor krijgt u de afstemming. Het effect wordt dan zonder meer bereikt, alweer schijnbaar automatisch.

Als u wilt gaan genezen en u heeft dat nooit eerder gedaan, dan moet u zelfvertrouwen hebben. Als u namelijk aan uzelf twijfelt, brengt u er weinig of niets van terecht. U heeft de mogelijkheid wel, maar u belet uzelf a.h.w. om van die mogelijkheid gebruik te maken. Leg de hand eens op een spier die pijnlijk is. Ga dan niet verder. Doordat u ziet dat u resultaat kunt boeken, krijgt u het zelfvertrouwen dat nodig is om ook ernstiger afwijkingen in het energiepatroon, want dat is het wat u corrigeert, van een patiënt aan te pakken.

Dan wil ik hier een noot plaatsen over de onregelmatigheid van de uitstraling van een zieke. Als u de kirlianfotografie kent, dan weet u dat daarin een aantal symptomen reeds kenbaar zijn voordat ze kunnen worden afgelezen in de feitelijke toestand. Dit is geconstateerd zowel t.a.v. dierenziekten als van plantenziekten. Op de foto’s blijkt dan in de uitstraling ofwel een aantal vlekken aanwezig te zijn, dan wel op een bepaald punt die uitstraling bijna nul te zijn. Dit gebeurt in de menselijke aura ook en wel spe­ciaal met dat gedeelte (de twee binnenste lagen van de aura) die te ma­ken hebben met het gevoelsleven van de patiënt en diens lichamelijke conditie. Deze dingen kunt u aanvoelen. Bent u hiervoor gevoelig, dan kunt u bovendien nog een eenvoudig regeltje toepassen. Als ik mijn hand in de aura breng op die plaatsen of in de buurt waar ik de kwaal vermoed, dan moet ik in mijn hand een tinteling voelen. Als het een tinteling is of een koud gevoel, dan geef ik. Met andere woorden: hier wordt energie door de patiënt geabsorbeerd. Het kan ook zijn dat er energie teveel aanwezig is op bepaalde plaatsen. Bij een ontsteking bv. zien we heel vaak dat er in feite een hoeveelheid energie wordt opgewekt niet alleen door koorts (temperatuursverhoging) maar daarnaast ook door intensifiëring van zenuwkanalen en een afbuiging plus een verdichting van een deel van de levensstroom. Dan voelt u in plaats van een tinteling a.h.w. een druk tegen uw hand. Als u de vingers van de hand gespreid houdt, dan lijkt het of uw vingers iets zwellen. Heeft u dit laatste gevoeld, dan betekent het dat u moet afnemen. Het is nooit goed om de onevenwichtige energie die iemand op zo’n punt uitstraalt zelf te absorberen. Daardoor krijgt u zelf onevenwichtig­heden en kunt u er last van hebben. Dus moet u proberen om die oneven­wichtige energie af te slaan. Afslaan is heel eenvoudig. Het is een term die de deskundigen of degenen die daarvoor doorgaan wel kennen. Het betekent gewoon je handen laten wapperen maar dan wel. op een bepaalde manier. Als u afslaat, dan wordt de hand waarmee wordt afgenomen buiten het bereik van de aura en ook zoveel mogelijk buiten bereik van de eigen aura gebracht. Dus niet vlak voor u afslaan, daar heeft u weinig aan. U houdt de hand wat verder weg en met de losse pols wordt enkele malen de hand met losse vingers een paar keren stevig en snel in neerwaartse richting bewogen. U zit dan altijd nog wel met wat aanhechtsels. Maak er een goede gewoonte van, als u iemand op deze manier behandelt of probeert te helpen, dat u na het beëindigen van de poging ‑ ook als u het gevoel heeft: ik heb alleen gegeven of ik heb doorgestraald ‑ de handen en ook de polsen, vooral daar waar de aderen nogal aan de op­pervlakte liggen, even onder koud stromend water te houden. Als er geen kraan in de buurt is, dan is er misschien wel water dat in beweging is of gebracht kan worden waar u de handen even in kunt dompelen, ook de polsen.

Dan komt de vraag: is de mens gevoelig voor andere magnetismen dan het menselijke? Het antwoord hierop is definitief: ja. De aarde heeft een eigen magnetisch veld waarin de velddichtheid wel iets maar niet zo sterk varieert. Door o.a. inwerking van de zon en verandering in de ionisatie in de bovenste luchtlagen ontstaan er wel eens veranderingen in het magnetisch veld die magnetische stormen of wervelstormen kunnen worden. Dit laatste betekent een zeer sterke beïnvloeding die zover gaat dat elke elektrische klok stilstaat en dat heel veel metalen voorwerpen zelfs gemagnetiseerd zijn.

Wat gebeurt er met een mens wanneer een dergelijke afwijking optreedt?

  1. Hij wordt heel erg onrustig. Hij vertoont een zenuwachtigheid, eigenlijk een mate van overspannenheid. Als er sprake is van een magnetische wervelstorm, dan blijkt hij bovendien niet in staat te zijn om reëel te denken; zijn logica is een beetje in de war. Hij is op dat mo­ment zeer vergeetachtig en zijn reacties zijn meer gewoonte getrouw dan instinctief of zelfs overlegd. Is er alleen een magnetische storm (dus een tijdelijke verandering die meest­al snel voorbij gaat), dan ziet u dat gedurende de periode dat de magneti­sche afwijking werkt lichaamspijnen aanmerkelijk heviger worden. Bij een wer­velstorm valt dat niet zo op, misschien heb je er dan geen besef van.
  2. Geheugenfuncties zullen plotseling en sterk te­rugvallen.
  3. De geladenheid, dit onrustig zijn en het irratio­neel reageren zullen ook weer optreden wat wij bij normale verstoringen in het aardmagnetisch veld overal kunnen zien. Wat mogen wij daaruit afleiden?

De mens is, zoals alle dieren, voor dergelijke veranderingen zeer ge­voelig. De gewone natuurgevoeligheid is bij de mens door het leven in een kunstmatig milieu afgenomen. Deze gevoeligheid blijft echter bestaan. Zo blijkt dat, wanneer er een aardbeving op komst is de gespannenheid van de mensen, terwijl ze niet weten wat er zal gebeuren, ongeveer een uur tot anderhalf uur voor die tijd, toeneemt tot maximaal het tienvoudige tot het drie‑ á viervoudige. Onredelijkheid van gedrag, onderlinge strijd komen in die periode veel meer voor dan normaal. Het aardmagnetisme heeft dus wel invloed op de mens.

Hoe kan dat? Als wij ons realiseren dat de mens eigenlijk ook een soort elektrische huishouding heeft, dan wordt het misschien voor ons wat een­voudiger te begrijpen. Het is zonder meer mogelijk, u kunt het met een encefalograaf zelfs zien, te constateren dat de hersenfunctie bepaalde zeer minieme elektrische stroompjes opwekt. Waar stroompjes worden opgewekt moeten er geleiders zijn. Of dat nu organische geleiders zijn of impuls­wisseling zoals in een zenuwstelsel of dat het koperdraad is, maakt niet zoveel verschil uit. Waar deze extra geleidende kanalen aanwezig zijn, daar zal het veranderen van een magnetische veldverhouding bete­kenen dat er spanning wordt geïnduceerd. En dat betekent op zich weer dat de zenuwreacties sneller worden, dat de hersens wel sneller, maar minder rationeel reageren en nu aan gewoontepatronen gebonden zijn en dat daardoor de mens ook in zijn gedrag verandert.

Dan hebben we verder een aantal spieren (de dwarsgestreepte spieren) die elektriciteit opwekken. Als we kijken naar bv. het hart (een dwarsgestreepte spier), dan blijkt dat het hart zelf een elektrische prikkel wekt. die te maken heeft met het werken van de kleppen en de ge­hele bloedsomloop, maar bovendien invloed heeft op het zenuwstelsel. Als zo’n hartspier zou worden getroffen door een zeer sterke magneti­sche verandering, dan valt de stroom niet weg of ze wordt te sterk. De normale hartfunctie wordt dus ofwel sterk vertraagd, dan wel zozeer versneld dat er zelfs een z.g. hartflutter kan optreden. Dat betekent, dat het hart zo snel samenkrimpt en uitzet dat de kleppen het eigenlijk niet kunnen bijhouden.

Dan weten wij dat de mens op gewone magnetische werkingen van bui­tenaf reageert. Die werking heeft eigenlijk meer te maken met het feit dat de mens is gebaseerd op allerlei geleidingen (de signaaloverdrachten) die toch wel iets te maken hebben met bio-elektriciteit, dan dat het te maken heeft met zijn eigen aura en uitstraling.

Hoe zou het dan zitten met de aura? Hiervan kan ik u helaas geen beelden geven die precies passen in de wetenschappelijke of zelfs pseudo-­wetenschappelijke benadering. Hier moeten we uitgaan van zaken die een helderziende misschien een keer kan waarnemen, maar die voor de rest van de mensen nog altijd een duister geheim blijven. Wanneer een mens wordt onderworpen aan sterk wisselende magnetische krachten (dat kan zelfs gebeuren als hij in de buurt komt van een grote draaiende magneto-generator of een zeer sterke elektromotor die een fase heeft van minstens 60 á 70), dan kun je zien dat de buiten­ste laag van de aura gewoon haar eigen gloed blijft behouden. De binnenste laag van de aura kan soms iets intenser van kleur worden maar de pieken die uit de binnenste laag in de middelste laag uitschieten zijn plotseling veel feller. Het is alsof daar een corona‑effect aan het ontstaan is. Dan kunnen we zeggen:

De geestelijke invloeden worden door dit magnetisme niet of bijna niet beroerd. De zuiver lichamelijke invloeden worden hierdoor wel sterk beroerd. De gevoelswereld wordt hierdoor grotendeels indirect beïnvloed. Als dat zo is, dan moeten we ook rekening houden bij genezing van patiënten met de mogelijkheid dat dergelijke uitstralingen, dergelijke vel­den aanwezig zijn.

Als iemand precies tussen twee elektrische leidingen slaapt (er staan altijd wel een paar apparaten te werken al zijn het maar koelkasten e.d.), dan is het misschien wel de moeite waard om het bed zo te ver­plaatsen dat de patiënt daar niet meer tussen ligt dat kan een hele verbetering zijn. Het blijkt heel vaak dat een mens die zich minder prettig voelt een bed of een rustplaats heeft (het kan ook ‘n stoel zijn) waarin hij lange tijd doorbrengt en waarbij de oriëntatie bv. noord‑zuid of zuid­-noord is. Probeer dan eens hoe de patiënt zich gaat voelen, als u al­leen de oriëntatie van het bed verandert; bv. het gezicht naar het oosten gekeerd, de voeten helemaal oost. U zult zien dat u in dergelijke gevallen verbetering krijgt.

Dat brengt ons bij nog een aspect waar we de nodige vraagtekens bij plegen te zetten namelijk de z.g. aardstralen. Aardstralen bestaan wel. Dat ze alles doen wat ervan wordt beweerd is op z’n minst genomen vraagwaardig. Laten we nu eens aannemen dat we een aardkern hebben die zelf een eigen bewegingsmomentum heeft. Dat is heel begrijpelijk. De aardkern is enorm sterk, compact, bevat veel nikkel en ijzer. Daaromheen vinden we o.m. het sial, de taaie vloeibare massa’s. Daarbinnen zit een eigen bewegingsmomentum.

Wanneer nu de aardkorst op bepaalde punten z.g. fissuren (breuk­lijnen) vertoont, ook als die verder helemaal niets met aardbevingen te maken hebben, het kunnen zelfs gesteentenverzakkingen zijn waardoor ze ontstaan, dan is de kans groot dat daarboven een afwijking van stra­ling ontstaat. Een afwijking van de normale straling is maar heel gering. Men kan ze niet eens berekenen in röntgen. Dan moet men gaan naar micro-­röntgen als men die straling op de een of andere manier nog zou willen definiëren.

Die straling heeft een bepaalde zone. Stel u nu eens voor dat u met uw voeten in ijskoud water zit en in een warme kamer. Wat is het ge­volg? U gaat onregelmatig reageren; u heeft het warm en koud tegelijk. U heeft kans dat het tot een verkoudheid komt. Uw spieren gaan krampverschijnselen vertonen. Dit zou niet het geval zijn, indien het temperatuur­verschil gering was. Wat dat betreft, kunt u zich tot alle deskundigen wenden. Het is zelfs een effect dat vaak wordt gebruikt. Denk maar aan de kuren van Dr. Kneipp. Stel nu eens voor: u heeft een evenwichtige levensstroomcirculatie. Daar komt een klein beetje extra uitstraling bij een soort veldje. Dat is net genoeg om alleen maar in een klein gedeelte van uw lichaam (het behoeft niet eens in het gehele lichaam te zijn) een verandering tot stand te brengen. Dit betekent, dat er een soort opstoppingeffect ontstaat. Het is alsof de levenskracht daar ineens veel trager en in file doorheen moet trekken naar het andere vrije gedeelte. Het resultaat is, dat lichamelijke kwalen kunnen ontstaan.

Als zoiets ter hoogte van het middenrif voorkomt, dan is het bijna zeker dat zo iemand bij het opstaan gaat klagen over o.m. pijn in de nier­streek, stijfheid van de spieren die bij de heup en bij het bekken zijn aan­gezet. Dan weet u: dat kan een opstoppingeffect zijn. Nu kunt u gaan magnetiseren. U kunt het allerbeste doen voor uw patiënt, maar als dit effect zich steeds weer herhaalt, dan kunt u daar niet tegenop werken. Het is clan belangrijk dat u probeert om zo iemand ertoe te brengen op een andere plaats te gaan slapen of zitten.

Als u zelf van die dingen teveel last heeft, dan is het toch heel ver­standig dat u probeert of u zich op een andere plaats misschien lekker­der voelt. U dan behoeft u wat mij betreft het woord aardstralen niet eens in de mond te nemen. Er zijn mensen die zeggen: Dat moet je afschermen. Ach, waarom eigenlijk? Over het algemeen zijn het betrekkelijk kleine zones. Het is een tamelijk geringe schade die kan worden veroorzaakt. Alleen als je daarin heel lang en regelmatig vertoeft, krijg je cumulatieve effecten en dan wordt het wat erger. De bestrijding ervan heeft dus weinig zin. Maar als wij willen werken met wat de mens magnetisme noemt (over­dracht van levenskracht en daardoor het evenwichtiger maken van de levenskrachtstromen in de mens en eventueel de lading van het zenuw­stelsel), dan moeten we toch rekening houden met het feit dat dergelijke verstoringen voor een korte tijd wel aanvaardbaar zijn, maar als ze te lang duren, dan maken ze eenvoudig alles kapot wat jezelf hebt gedaan. Dat is niet redelijk. Wat moeten we nog meer zeggen over het magnetisme. Er is zo ontzettend veel over te zeggen en zo ontzettend weinig. Als wij zeggen menselijk magnetisme, dan zeggen wij feitelijk alleen maar, het functioneren van de mensen. Want menselijk magnetisme is nu eenmaal inherent aan het leven. Een lijk heeft het niet. Anders gezegd: het is niet het stoffelijk organisme of de structuur en samenstelling daarvan die voor de uitstraling (dit magnetisme) aansprakelijk zijn. Het is wel degelijk de levende kracht. De levende kracht in de mens ontstaat natuurlijk door de bezieling. Maar als die bezieling er is, dan is er nog geen leven. Blijkbaar is er meer nodig. Om hiervan een voorstelling te krijgen kunnen we het best kijken naar de Chinese en ook bepaalde brahmaanse en tantrische opvat­tingen omtrent de levensstromen.

Ik wil niet zeggen dat er nu precies twee van die afgetekende le­vensstromen in uw lichaam circuleren, twee snelwegen van kosmische, energie bij wijze van spreken. Zo erg is het ook weer niet. Er is iets: een levenskracht. Alle oude wetenschappen zeggen dat de levenskracht voor een deel wordt opgenomen met de ademing. Denk maar aan prana. Indien wij hiervan uitgaan, dan is de eigen levenskracht dus ook iets dat in de atmosfeer aanwezig moet zijn. Wat is er in de atmosfeer aanwezig? Lading. Lucht heeft altijd een zeker potentiaal t.a.v. aarde. Potentiaal­verschil is dus een vorm van elektriciteit. Die elektriciteit is sta­tisch, dat weten wij bok. Dus is een deel van de levenskracht ongetwij­feld vergelijkbaar met – en gelijk aan – statische elektriciteit, een stati­sche geladenheid. Maar statische geladenheid is weer geen stroming.

Hoe komt de stroming tot stand? Dan denken we bv. aan een deel­tjesversneller: een cyclotron. Wanneer die lading in het bloed komt, dan wordt ze afgegeven aan de beste geleiders. Die beste geleiders zijn de heel dunne vertakkingen van het zenuwstelsel. Waar zal de spanning tenslotte het best stromen? In de buurt van de lymf en zenuwkanalen. Dan zullen die stromingen dus in overeenstem­ming zijn met de verschillende omlopen van bloed‑ en lymfvocht zoals die in het menselijk lichaam bestaan. Ik hoop, dat het aanvaardbaar is. Ik weet, dat het niet zonder meer bewijsbaar is. Dan is deze levenskracht iets wat we alleen door rustig en diep te ademen kunnen opvoeren. Dat kunnen we dan ook weer niet bewijzen. Maar waarom zou een zenuwachtige acteur of actrice net voordat de claus valt en ze moeten opgaan heel diep inademen en heel diep uitademen en dan ineens kalmer zijn, ineens een beheersing hervinden die tot op dat ogenblik niet geheel aanwezig was? Misschien verandert daardoor de la­ding van het zenuwstelsel. Laten wij nu maar aannemen dat dit het ge­val is.

Als wij dan het menselijk magnetisme willen gebruiken voor uitstra­ling, voor genezing in contact, voor genezing op afstand, eventueel zelfs voor andere dingen zoals telepathisch contact, dan is het dus belangrijk dat wij onszelf opladen. Wij zullen het best werken, indien we de kans hebben om diep en vrij adem te halen en daardoor onszelf op te laden.

Afsluitend zou ik willen zeggen. Menselijk magnetisme is een ver­keerde term. Hetgeen echter daarmede wordt bedoeld, bestaat werkelijk. De kracht waarover wordt gesproken in dit verband kan inderdaad worden gebruikt en gehanteerd. Ze is geen vervanging voor elke andere genees­wijze of geneesmiddel, maar ze is wel degelijk iets waardoor u andere mensen kunt stabiliseren of als u negatief bent ingesteld van stabili­teit beroven.

Het geheel is niet afhankelijk van directe lichamelijke manipulatie. Het is mogelijk om alleen door de gedachten goed te concentreren deze krachten, die immers ook in twee delen van de aura aanwezig zijn, als een soort pode uit te stulpen en zelfs over betrekkelijk grote afstand actief te maken.

Dan wil ik nog opmerken: zoals alle dingen moet men ook dit leren gebruiken; een kind moet leren lopen, het moet leren zijn spieren te gebruiken, het moet zelfs leren om te zien, zijn ogen scherp te stel­len t.a.v. het brandpunt waarin hij iets wil waarnemen. Dacht u dat u deze krachten (de z.g. occulte krachten van het persoonlijke magnetis­me) zoudt kunnen gebruiken zonder dat er een zekere training voor no­dig is? Ook hier is oefening de enige weg om tot beheersing te komen. Als u dus met uw eigen krachten iets wilt doen, dan weet u het: langzaam beginnen en vooral gestaag verdergaan.

Afsluiting:

Ik heb u heel veel verteld over de mogelijkheid van magnetiseren. Ik heb geprobeerd het een en ander te zeggen over dit voor mij nog al­tijd verkeerde begrip van menselijk magnetisme. Ik wil u er nogmaals op wijzen: u heeft deze energie ín u. Elke mens bezit deze. Het wil niet zeggen dat u nu plotseling moet uitbreken in juichkreten van: wij gaan even genezen. Want dan heeft u kans dat u iemand probeert te genezen die juist blij is dat hij ziek is geschreven, vooral in deze tijd. Het besef alleen dat die kracht in u bestaat en dat u door u open te stellen (een concentratie op het opnemen van kracht voor uzelf) uw innerlijke evenwichtigheid kunt vergroten, zou voor u van groot be­lang kunnen zijn.

Het magnetisme in de mens is een samenstel van allerlei krachten en werkingen als we het werkelijk proberen te ontleden. Wij hebben ech­ter automatische processen waardoor wij in staat zijn dit gehele complex als een geheel te behandelen. Daarvoor is concentratie nodig en een mate van gevoelswaarde. Wilt u ooit anderen gaan helpen of genezen begin dan eenvoudig. Eén ding moet u echter wél hebben: het vertrouwen dat het mogelijk is. Niet dat u het zult doen, dat is niet nodig, maar het moet mogelijk zijn. Pas als u die overtuiging heeft, zult u enig succes kunnen boeken. Voor de rest, ach, veel van hetgeen ik heb gezegd is oud. U zoudt het eigenlijk moeten weten. Ik heb het nog eens naar voren gebracht omdat het gezien het gemiddelde van de aanwezigen wenselijk was om al die pun­ten aan te snijden. Als ik daarmee heb bereikt dat u tenminste het waar­schijnlijk acht dat u deze kracht in u heeft en u misschien ook nog be­reid bent om eens te experimenteren met het gebruik van de kracht, dan hebben we vanavond veel gedaan.

Het is niet nodig om de mens vaste beelden te geven over zaken die hij zich toch nog onvolledig kan voorstellen in zijn stoffelijk den­ken. Maar het is wel van belang dat de mens leert dat hij steeds weer door zichzelf te beproeven, door te zien wat zijn mogelijkheden zijn, verder moet.

Stilstaan in een zekere zelfvoldaanheid, isolement in een beperk­te en eenzijdige richting van ontwikkeling is altijd schadelijk. Maar waar u probeert open te staan voor alles wat er om u heen is en alles wat er om en in u is voortdurend op de proef stelt in de wereld buiten u, daar bereikt u de beste resultaten. Daar bereikt u bewust­wording en gelijktijdig een grotere innerlijke zekerheid, een grotere in­nerlijke harmonie, een grotere weerstand tegen alles wat uw evenwicht zou kunnen verstoren.

Geestelijk gezien bovendien veel grotere kansen om contact op te nemen met veel meer entiteiten en vooral veel meer lichtende, althans harmonische sferen.