Moderne heksen

uit de cursus ‘Zelfprojectie’ 1984-1985

De hekserij is gebaseerd op bepaalde natuur harmonieën. Daarbij behoren allerlei astrale gebieden.

Een werkelijke heks is iemand die toch in feite van een harmonie uitgaat. Zelfs de zgn. boze heksen, die overigens ver in de minderheid zijn, zijn altijd nog aangewezen op datgene waarmee zij harmonisch zijn:

Nu zijn er tegenwoordig mensen die je met enige goede wil moderne heksen zou kunnen noemen. En dan heb ik het heus niet alleen over degenen die ruggelings rond het altaar dansen. Een moderne heks zou je als volgt kunnen omschrijven:

Een vrouw (soms ook een man) die in het eigen denken uitermate eenzijdig is, die harmonieën zoekt op een basis die voor de gemeenschap niet aanvaardbaar is en die bovendien probeert in die gemeenschap werkingen tot stand te brengen die niet in overeenstemming zijn met de wens van de meesten. Vroeger was je in zo’n geval een heks en diende je verbrand te worden. Tegenwoordig ben je een communist en word je van bepaalde functies uitgesloten.

Stel u nu eens voor hoe zo’n moderne heksenbijeenkomst zou kunnen verlopen.

Men komt samen. Die samenkomst wordt altijd gedragen door een denk­beeld dat dermate overheersend is dat alle gebaren, bewegingen en zelfs gedachten daardoor wordt bepaald. Dat zou dus evengoed een groepje recht­se ijveraars kunnen zijn, een groepje feministen, Rood Front of iets der­gelijks. In deze bijeenkomst nu wordt een beeld opgebouwd van datgene wat de wereld moet zijn. Behoren ze tot de goede heksen, dan zullen ze bepaal­de dingen in de wereld verbeteren. Niet alleen dat ze zelf iets doen, maar met hun hele denken bevorderen ze in de gemeenschap bepaalde ontwik­kelingen.

Hebben we te maken met de slechte heksen, dan zijn ze overal tegen en dan verzetten zij zich alleen. Maar in dit verzet proberen zij gelijktij­dig ook geestelijk anderen aan te vallen in hun waarde, hun vrijheid en hun macht.

In de oude tijd waren heksenbijeenkomsten gekenmerkt vaak door het gebruik van bepaalde stimulerende middelen. De beroemde heksenzalf bv. had een aantal contactgiften in zich. Er zat ook belladonna in en nog zo wat van dat goed. Zo’n zalf werd dan op de blote huid gewreven en had dan een hallucinatoire inwerking. Met andere woorden men leefde in een soort wereld die niet de zuiver stoffelijke was. Hetzij een fantasiewereld, hetzij een meer reële wereld die echter voor anderen niet ken­baar was. Daar komt het op neer.

In de moderne tijd is men misschien high en gebruikt men een stickie of misschien nog andere middelen. Of men gebruikt eenvoudig slogans en kreten waarmee men zichzelf opwindt tot men in een toestand van onrede­lijkheid is gekomen en daarmee een wereld aanvaardt die eigenlijk niet be­staat voor andere mensen. Dat is het kenmerkende van een heks.

Een heks leeft in een wereld die voor anderen zo niet bestaat. Daardoor kan ze ook dingen doen die voor anderen niet helemaal aanvaard­baar en in vele gevallen ook niet te begrijpen zijn.

Veel heksen, zelfs in de moderne tijd, houden zich bezig met pende­len, kristalkijken, kaartleggen om een paar van de meer uiterlijke verschijnsolen te noemen. Onder hen zijn bekwame astrologen: Er zijn ook nog wel heksen die zich bezighouden met paranormale genezingen of in andere gevallen met het leggen van vloeken op anderen.

Er is niet veel veranderd. Het enige dat is veranderd, is de men­taliteit van de wereld die eens de werking van de heksen als volkomen reëel aanvaardde, terwijl men nu eenvoudig zegt: dat is onzin en even­tuele gevolgen daarvan probeert weg te praten.

Elke wereld, ook de uwe, heeft een groot aantal factoren die niet logisch en niet berekenbaar zijn. Laten we maar beginnen met het meest onlogische van deze wereld.

Het merendeel van de mensen gelooft in goden of een God, in duivels of demonen. Je kunt natuurlijk altijd wel iets vinden dat daar een beetje bij past. Maar nooit kun je bewijzen dat die God beantwoordt aan hetgeen je van die God zegt. Nooit kun je bewijzen dat de duivel datgene is wat je zegt. In het christendom vind ik dat helemaal en ook in bepaalde an­dere godsdiensten.

Er is een God. Die God heeft alle dingen voortgebracht. Dan is er de duivel. Dat is nu net zoiets als je zegt: God is een locomotief en heeft een tender en die hebben we maar Satan genoemd. Het is een twee-eenheid. Je kunt het eigenlijk niet scheiden. Ze kunnen zonder elkaar zelfs niet functioneren, zou ik zeggen. Kijk, die onlogische religies, die onlogische benaderingen worden door iedereen aanvaard omdat ze op aarde instellingen zijn geworden. Heksen daar­entegen zijn nooit aanvaard, want ze vormden een directe macht. Ze zijn in staat krachten op te roepen waartegen je redelijk gezien geen verweer hebt en waarmee je geen rekening kunt houden. En dat maakt ze tot een bedreiging.

In de huidige tijd proberen ze dat dan weg te lachen. In oude tijden probeerden ze hen uit te roeien. En dan gaat het heus niet alleen om de aantasting van de kerk en het kerkelijk leergezag, al werd dat een lange tijd als een hoofdreden gegeven. Het was wel degelijk vaak zo dat de zgn. of echte heksen een geestelijke invloed hadden, dat ze bepaalde dingen tot stand wisten te brengen waar de hoge heren (dat waren toen werkelijk oligarchen) het niet mee eens konden zijn. Ze waren een aantasting van de gevestigde orde.

Je kunt zeggen dat iedereen die de gevestigde orde een beetje intens aantast in deze tijd ook aan een soort heksenvervolging onderhevig zal zijn.

Wat is het kenmerk dan van een groep die wij als moderne heksen kunnen aanspreken. Ze heeft altijd één of twee leiders. Zijn het twee leiders, dan is dat altijd een man en een vrouw. Is er één leider, dan is dat in de moderne tijd meestal een vrouw. In de vroegere covens had je de magiër, de man als centrum. Tegenwoordig zie je meestal de vrouw als centrum. In de oude tijd was een dergelijke groep samengesteld uit vrouwen. In de moder­ne tijd is de samenstelling veelal gemengd.

Elke groep die hieraan beantwoordt, zal dan verder moeten voldoen aan bepaalde eisen. Een ervan is het geloof in het vermogen om dingen te doen die volgens anderen onmogelijk zijn. Je kunt nooit een heksengroep hebben als er niet een enorm zelfvertrouwen is. Een zelfvertrouwen dat een andere werkelijkheid voor zich zo volledig heeft aanvaard dat vanuit die andere werkelijkheid wordt geageerd.

Dan is het verder noodzakelijk dat men zijn eigen vaktermen heeft. Wat dat betreft is er in de moderne tijd een groot aantal groepen die daaraan kan beantwoorden. Men zou het kunnen hebben over rechtsgeleer­den, de politici, de medici enz, Elke wetenschap en elke tak van de maatschappij heeft tegenwoordig wel zo’n beetje haar eigen geheimtaal.

Een heksengroep heeft een aantal termen of uitdrukkingen die bui­ten de norm valt. Soms zijn dat vreemde woorden. Ze worden ontleend aan oude talen: het Sanskriet, latijn, Grieks. In andere gevallen worden ze ontleend aan dialecten die niet algemeen gangbaar zijn en dan worden verbasterd. Zo zijn er op het ogenblik groepen, die voornamelijk nog in Italië werken en voor een deel in de Pyreneeën, die een aantal uit­drukkingen gebruiken die in feite verbasteringen van Syrische woorden zijn. Ze zijn van hun betekenis volkomen vervreemd, maar als de leden die woorden onder elkaar gebruiken, dan weten ze precies waar ze het over hebben.

Die vaktaal is nodig, omdat een bezwering nooit helemaal in ver­staanbare taal kan worden uitgesproken. Een bezwering namelijk moet los­staan van de werkelijkheid. Dat losstaan kan worden bereikt door namen te noemen die anderen niet kennen of die voor anderen een heel andere betekenis hebben. Het kan ook gedaan worden door bepaalde mantras te gebruiken. Je hebt dus a.h.w. klankrijmen.

Als we nu kijken naar sommige groepen, dan blijkt dat zelfs politiek agerende groepen dergelijke termen soms hebben ontwikkeld: Een geheimtaal die alleen voor de ingewijden helemaal duidelijk is. Dat is een kenmerk van de heksengroep.

Het is toch duidelijk dat degenen, die zich bezighouden met dit han­teren van ondergrondse krachten, moeten leven in een werkelijkheid die niet voor iedereen toegankelijk is. Dat houdt in dat hun eigen wereld voor hen redelijk is, maar dat hetgeen daaruit voortkomt voor anderen niet rationeel is. En dan zitten wij meteen mooi in de boot. Want wat is het eindresultaat?

Moderne heksen komen tot een eigen moraliteit. Ze zijn veel meer gebonden aan hun zeden dan de doorsnee burger aan de publiek geldende moraal. Dat is in die moraliteit sterk verschillen van hetgeen alge­meen gangbaar is, dat is duidelijk. Ze leven in een andere wereld. Voor hen gelden andere wetten, andere rechten.

Dan valt op dat sommige groepen de duivel aanbidden, niet omdat zij de duivel als hun heer beschouwen, maar omdat zij uitgaan van het standpunt God is goed dan kun je beter de duivel te vriend houden. Je hebt dan van geen van tweeën last. Een heel typerend iets.

Een ander opvallend punt is, dat bij zeer vele van die groepen bepaalde gebeden worden gezegd. In die gebeden treffen we tot onze ver­bazing dan allerlei engelen en aartsengelen aan die zeer waarschijnlijk uit het een of ander boekwerk, misschien uit de Kabbala, zijn gehaald, maar die wel degelijk voor anderen goede geestelijke invloeden en krach­ten zijn.

Er zijn heksen die St. Michael, de aartsengel, aanroepen om hun de kracht te geven waarmee zij o.a. het weer, de groei van planten en dieren en ook andere zaken beïnvloeden. Er is een St. Michael legioen dat diezelfde St. Michael aanroept om eenieder te vernietigen die het niet eens is met hun enghartige opvattingen.

In de aanroeping blijkt dus ook weer dat de naam op zichzelf niet identiek is met een vaste eigenschap of met de persoonlijkheid, maar dat ze door verschillende groepen wordt gebruikt voor heel verschil­lende werkingen. De persoonlijkheid die men zich daarbij voorstelt zal dus uit de aard der zaak ook sterk verschillend zijn.

U heeft in het eerste gedeelte naar ik aanneem gehoord dat een geestelijke werkelijkheid altijd dominant is ten aanzien van een stoffe­lijke. Dat is nu precies datgene wat elke groep, die u onder dat hek­senbegrip kunt vangen, in zich draagt. Men heeft niet te maken met de werkelijkheid van anderen, men heeft een specifieke eigen werkelijkheid die niet is gebaseerd op rede maar op gevoelens. Wat dat betreft zoudt u ook de Paus een heksenmeester kunnen noemen, want ook hij werkt, eigen­lijk met denkbeelden die niet rationeel zijn, maar die door hemzelf als volledig rationeel worden beleefd. Die denkbeelden zijn medebepalend voor de hele wereld, al zal de wereld zich daarvan weinig aantrekken.

Ik heb nog een paar aardige stellingen voor u.

  1. Eens waren heksen buitenbeentjes. Nu zijn heksen datgene wat de wereld het meest nodig heeft, omdat alleen heksen een geestelijk tegen­wicht kunnen geven tegen een materialistisch mechanistische organisatie en structuur.
  2. Datgene wat heksen als ritueel gebruiken is alleen maar een vorm van werkelijkheidsvervreemding. De werkelijke zin van hun werken ligt in het wereldbeeld dat zij daarmee voor zichzelf oproepen. Een dergelijk we­reldbeeld is even werkelijk als elke voorstelling die eenieder normaler­wijs zou koesteren.
  3. Heks zijn is alleen maar een betiteling. Als u op uw eigen manier met geestelijke krachten probeert te werken, als u daarbij al dan niet in samenwerking met anderen probeert bepaalde geestelijke werkingen om te zetten in stoffelijk gebeuren, dan behoort u tot degenen die als heks wor­den aangeduid.
  4. U kunt nooit werken met magie, hekserij, als u gaan vaststaande wetten aanvaardt. In deze gevallen is het zo, dat de wet die wordt aanvaard de wereld bepaalt waarin u zich beweegt met uw geestelijke krachten en uw stoffelijke kwaliteiten:

Als u ook nog een paar wetten en regels wilt hebben, dan zou ik het als volgt willen zeggen:

Uw beeld van de werkelijkheid moet beantwoorden aan datgene wat u in uzelf gevoelt. Daarom kunt u alleen op grond van uw innerlijke ge­voelens en uw innerlijk weten bepalen welke wereld (de zgn. onwerkelijk­heid of tweede werkelijkheid) voor u benaderbaar is. U kunt nooit in­gaan tegen datgene wat er in u leeft. Als u eenmaal tot die keuze bent gekomen, dan vloeien juist uit dit innerlijk beleven en de poging tot verwezenlijking daarvan een aantal regels voort. Deze regels moet u strikt blijven hanteren. Denk niet dat u daar onderuit kunt, want dan zullen alle inwerkingen die u heeft opgeroepen ongedaan worden gemaakt.

Een wet die voor eenieder werkt en geldt, is deze: Mijn beeld van de werkelijkheid plus mijn geloof daaraan is bepalend voor al wat ik kan bereiken, maar ook voor al datgene wat de wereld voor mij gaat betekenen.

Een volgende regel zal moeten luiden­: Niets kan bestaan zonder evenwicht. Ik kan geen goed doen zonder kwaad te veroorzaken. Geen kwaad doen zonder ook het goede wakker te roepen. Daarom is mijn keuze niet een keuze tussen goed en kwaad, maar tussen harmonisch met mijn wezen en niet harmonisch met mijn wezen.

De laatste voor u nog vreemdere regel is deze: Als je niet gelooft aan een God, kun je nooit een heks zijn. Want het ge­loof aan een alomvattende oppermacht is noodzakelijk om het spel met evenwichten van macht te spelen dat de basis vormt van alle magie en alle toverij.

Nu denkt u dat ik heel wat moderns heb gezegd, maar een deel van de regels die ik u heb gegeven waren in Griekenland reeds bekend. Een deel van de aanwijzingen die ik gaf, hebben o.a. in Rome een rol ge­speeld. In Rome hebben we zelfs eigenaardige samenvoegingen gehad waar­bij de magie van de Isis dienst verknoopt raakte met de geloofsdienst die officieel werd beleden. Het gekke was, dat die goden elkaar niet beten. Je zou kunnen zeggen: Goden hebben elkaar nooit gebeten. Het waren al­leen de mensen die in hun naam elkaar hebben gebeten. Zo kom je het dichtst bij de werkelijkheid.

U denkt misschien: Ach, al dat gezeur over heksen. Er zijn geen heksen. Denkt u rustig zo. Maar als u dan toch gelooft in bepaalde din­gen die niet alleen rationeel zijn en u probeert ze waar te maken, dan bent u tevens iemand die als zodanig kan worden omschreven.

Ten Laatste: Onthoud, dat wanneer u zich in een wereld beweegt, een groot gedeelte van uw techniek eigenlijk is aangeleerd. Als u zich door het verkeer beweegt, dan zult u toch per minuut op z’n minst een beslissing moeten treffen. U zult daarnaast afschattingen moeten doen waarbij u waarschijnlijk onbewust uw eigen snelheid vergelijkt met de snelheid van een ander, verder rekening houdt met diens massa, diens meest waarschijnlijke baan en op grond daarvan uw eigen bewegings­patroon uitzet. U weet dat niet eens.

In de magie is het eigenlijk precies hetzelfde. Het is een andere wereld, natuurlijk. Een heks leeft nu eenmaal niet in de wereld die ieder­een kent. Het is een andere werkelijkheid. Maar als u krampachtig moet gaan overwegen, bv. achter het stuur van een auto, of u moet versnellen of afremmen, dan is het niet meer nodig; dan komt u al in het ziekenhuis.

Zo is het ook in de magie. Zolang u krampachtig bezig bent, maakt u meer vergissingen dan dat u nog een juiste beslissing neemt op het laat­ste moment. U moet eenvoudig het patroon van de wereld aanvaarden.

U moet u in de wereld a.h.w. instinctief normaal bewegen volgens uw er­varing. En dan blijkt, dat u allerlei dingen kunt doen die voor een an­der onmogelijk zijn.

Als u een oude Batavier op het Spui neerzet met de opdracht over te steken, dan garandeer ik u een grote chaos om niet te zeggen een verkeersramp. Wanneer u begint met magie, dan bent u net als die Bata­vier; Kijk uit uw ogen. Leer eerst het patroon zien van de wereld waarmee u bezig bent, voordat u zich gaat bewegen. En als u zich beweegt, probeer dan niet elke beslissing bewust te nemen, maar reageer instinc­tief op grond van uw ervaring. Dan denk ik, zelfs als u geen zin heeft om te heksen, dat u toch heel gekke dingen tot stand kunt brengen, als u wilt.

Daarmee heb ik eigenlijk het voornaamste wel gezegd. Ik kan natuur­lijk ook wel spreken over de zwarte magie van deze tijd. Dat zijn de men­sen die aan anderen illusies verkopen om hun eigen inkomen te vermeer­deren en hun macht te handhaven. Die heb je in vele soorten. Dat heet tegenwoordig geen zwarte magie meer, dat is de hogere politiek en de hogere economie. Wat wel heel eigenaardige termen zijn voor een derge­lijke gedragsnorm.

De gewone goede heksen waren altijd een beetje ondergeschikte fi­guren. Als u met geestelijke krachten gaat werken, moet u nooit proberen machtig te worden. Kracht perverteert altijd. Absolute macht perverteert absoluut. Maar door gewoon te werken met de wereld en daarin te leven kunt u voor uzelf een voldoening vinden die niet beperkt blijft tot het zuiver stoffelijke. Daarmee doet u ervaring op en vergaart u weten dat zelfs lang na de dood een heel belangrijke rol blijft spelen voor uw per­soonlijkheid.

Daarom, u hoeft niet als u niet wilt, maar als u toch nadenkt over het paranormale, wordt dan maar meteen een goede heks, die in een wer­kelijkheid leeft waarin de geestelijke krachten even werkelijk zijn als alle andere.

  • Kunt u het verschil zeggen tussen een goede heks en wat wij als een fee kennen?

Een goede heks komt over het algemeen niet voor in kindervoorstel­lingen die rond kerstmis in Engeland erg populair zijn, dat zijn feeën. Een fee is overigens geen mens. Feeën zijn oorspronkelijk natuurgeesten die onder bepaalde omstandigheden wel eens optreden als helpers of be­schermers van mensen. Dat is toch wel een groot verschil.

  • Zijn natuurgeesten gebonden aan de natuur?

Het ligt er maar aan wat u onder natuur verstaat. Weer bv. is ook een deel van de natuur. Ik meen, dat u daar altijd ruim uw portie van krijgt. U kunt natuurgeesten dus niet beschouwen als wezens die gebonden zijn aan een bepaald natuurpatroon zoals u dat kent. U moet ze wel be­schouwen als delen van levende processen; dat zijn ze altijd. In Nederland zijn ook wel natuurgeesten. Alleen de kabouters zijn zo’n beetje uitgestorven, maar dat komt waarschijnlijk omdat het de padvinderij de laatste tijd niet zo heel erg goed gaat.

Licht en duister

Licht en duister. Uitersten van het bestaan. Onkenbaarheid en kenbaarheid onverbrekelijk één en toch met elkaar verweven band.

Het duister kan niet zonder licht en het licht niet zonder het duister leven, omdat zij zonder elkander zinloos zijn. Maar als ze dan slechts uiting zijn en niet een eigen wezen en een eigen werkelijkheid, dan is er iets wat hen vereent; iets wat in de versmoltenheid van licht en duister juist de waarheid is, omdat het niet meer kenbare, het niet meer verborgene samen worden tot een waarheid die wordt be­leefd en niet slechts aanschouwd.

Wij vrezen voor de duisternis als hoedster van demonen, als wieg van duistere krachten en geesten die in drommen de mensheid bestoken. Wij vereren het licht als de strijdende macht die lichtende engelen zendt die duisternis van de aarde weren.

Maar eens zullen wij leren dat demonen en engelen één en dezelfden zijn, dat God en duivel één kracht zijn en één wezen, verschillend slechts bezien. Bezien door degenen die hen zo noemen.

Dan zullen wij niet meer het licht roemen en het duister veroor­delen. Maar wij beseffen, de kracht waaruit Al ontstaat, waarvan wij doel zijn, is het enige dat niet vergaat en niet meer opheft zichzelf.

Geen duister verdreven door licht. Geen licht in de domper van duister gedoopt, maar één werkelijkheid waarin het wezen waarlijk is en niet slechts in een vorm en een kennen, in beelden van zichzelf bestaat.

Ik heb getracht een waarlijk beeld te geven van waarheid zoals zij diep in mij leeft, ook al onderscheid ik nog steeds voor mijzelf licht en duister.