Moderne mysteriën

image_pdf

18 augustus 1967

Bij het begin van de bijeenkomst moet ik u, zoals gebruikelijk te doen is, eraan herinneren dat wij sprekers van deze groep niet alwetend of onfeilbaar zijn.  Wij hopen dat u zelf zult nadenken. Het onderwerp is: Moderne mysteriën.

In de Oudheid was het mysterie in de eerste plaats een intense beleving van goddelijke waarden, een deelnemen aan het gebeuren, dat zich boven het menselijke plan voltrekt. Vele van de oude mysteriën bestaan dan ook uit wat wij toneelspelen zouden kunnen noemen. Het deelnemen daaraan bestaat slechts uit het beschouwen van het spel voor beginners. Voor verder gevorderden echter bestaat het hoofdzakelijk uit een zich verpersoonlijken van de mens met de godheid, die hij in het spel uitbeeldt. Hierdoor bereikt men dan dat de mens een inzicht en overzicht gewint, waarin menselijke beperkingen grotendeels wegvallen. De beleving is een emotie, een ontdekken van een niet redelijk omschrijfbare innerlijke wereld. Daarnaast (en dit is in de Oudheid wel zeer belangrijk) een geheel onttrokken zijn aan de menselijke beperkingen. In de moderne tijd kennen wij eveneens verschillende vormen van mysteriën. Maar deze dragen een geheel ander karakter. Zij zijn weliswaar uiterlijk een vormgeving van een mystiek zich groeperen, een soort ritueel spel, waarbij bovennatuurlijke waarden en krachten worden opgewekt, maar het is toch niet meer het directe spreken met de godheid of één zijn met de godheid van eens. De pretentie hiertoe valt weg, doordat de moderne mens anders denkt en reageert. In de moderne mysteriën spelen de noodzaak van erkenning, het opdoen van kennis, het toepassen van kennis een veel grotere rol, dan ooit in de Oudheid het geval was.

Kentekenend is verder dat, terwijl in het oude mysterie de communicatie met de medemens geen probleem was, maar de communicatie met de godheid wel, in het moderne mysterie kennelijk de nadruk allereerst ligt op de steeds moeilijker geworden communicatie met de medemens. Eens voelde de mens zich geïsoleerd van God. Nu voelt de mens zich eerder geïsoleerd van de mensheid, eenzaam te midden van de mensen. Het is vanuit dit standpunt, dat wij de moderne mysteriën dan ook moeten beschouwen en mogen benaderen. Wanneer wij te maken hebben met een ritueel, als bijvoorbeeld bij de maçons, dan zien wij wel degelijk nog het gebruik van oude en in wezen magische riten. Wij zien opstellingen, horen klanken met een bepaalde waarde, en zien een werken met voorstellingen, met licht zelfs, die in de mens een zekere reactie wakker zou moeten roepen. Maar de achtergrond van dit alles is in de eerste plaats toch steeds weer de noodzaak tot samenwerken, elkander aanvaarden en verstaan. De godheid speelt natuurlijk hier nog wel een belangrijke rol, maar het beleven van de godheid zelf moet toch terugtreden voor de weg en wijze, waarlangs men zijn doel hoopt te bereiken.

U moet mij niet kwalijk nemen dat ik dit zo stel. Mijn woorden betekenen zeker geen veroordeling in van het tempelritueel. Het is slechts een vaststelling. Zien wij naar een andere groep als bijvoorbeeld de Rozenkruisers, dan zien wij ook hier ‘diensten’ die, ofschoon zij wel degelijk ook lessen (kennis) inhouden, toch vooral ten doel schijnen te hebben een zekere sfeer, een zekere stemming, aan te kweken. Ook hier, al is de pretentie waarschijnlijk het benaderen van de godheid, ligt de nadruk vooral op de gemeenschap, het gemeenschappelijk zijn. Zo wij een dergelijke bijeenkomst misschien niet geheel terecht als een soort kerkdienst kunnen omschrijven, heeft het er toch in wezen het karakter van. De ‘dienst’ is in de eerste plaats een bevestiging van het karakter van de gemeenschap. Pas op een grote afstand daarachter volgen dan als tweede doel de processen, die zich in en rond de mens afspelen.

Wij vinden in vele lichtingen van deze tijd een sterke verbondenheid aan het christendom. Dit is vreemder dan het op het eerste gezicht lijkt. Maar wanneer wij ons realiseren, dat de christelijke achtergronden een zeer grote rol spelen in bijvoorbeeld bepaalde moderne mysteriën die in Japan gevoerd worden en voortkwamen uit het shintoïsme, zien wij toch wel hoe uitzonderlijk een dergelijke beïnvloeding in mensenogen is. Zoals het de doorsnee mens vreemd aan zal doen te horen dat bij bepaalde moslimsekten zeer indrukwekkende rituelen bestaan met grote esoterisch magische achtergronden, waarin naast de leerstellingen van Mohammed ook steeds weer leringen en stellingen, die uitdrukkelijk tot het christendom heten te behoren, om de hoek komen kijken. Dit wordt eerst normaal, wanneer men zich gaat realiseren dat de maatschappelijke opbouw in de gehele wereld tegenwoordig in meerdere of mindere mate mede door het christendom is bepaald. De rationalisatie van zoveel wat in het bestaan van elke mens plaats vindt, wordt gevonden in of door het christendom, daar dit een rol bij alle mystiek is gaan spelen. Het is duidelijk dat in deze tijd geen enkele andere godsdienst zich geheel aan de beheersing en drijvende kracht van de nu heersende mogendheden en hun beschavingsvormen zal kunnen onttrekken. Dit zijn christelijke landen, het is dus logisch dat de overname van de westerse cultuur en het westerse beschavingspatroon nolens volens ook een (zij het beperkte) overname van de christelijke waarden en vooral van de in het christendom opgang doende rationalisaties met zich brengt.

In alle mysteriën wordt een beroep gedaan op de krachten van het leven. Het is echter niet alleen maar een leven dat als innerlijke kracht bestaat: leven is voor de mens uiting, een voortdurend ondergaan. De moderne mysteriën werken in de eerste plaats, zoals ik reeds opmerkte, in de richting van een communicatie met de wereld en de wereld draagt nu eenmaal een christelijk stempel. Er is eenvoudig niet omheen te komen. In alle vormen van mysteriën blijkt keer op keer de noodzaak de heersende godsdienst (of beter gezegd de rationalisaties, eigen aan de heersende godsdienst) van toepassing te verklaren in eigen kring en zo de eigen voorstellingen van goddelijke waarden en werkingen in overeenstemming te brengen met de wereld waarin men leeft.

Bij dit alles rijzen enkele vragen die, naar ik meen, op het ogenblik in uw wereld nogal actueel zijn. De kern van het mysterie is de mystieke beleving. De mystieke beleving is een aan de wereld ontrukt zijn, een afdalen in jezelf, het erkennen van waarheden omtrent jezelf en de wereld. Nu heeft men in de Oudheid deze mogelijkheid gevonden voor degenen die dit zochten door middel van ascese, door het verwerpen van alle normaal het leven beheersende wetten gedurende bepaalde perioden. Tegenwoordig heeft men dergelijke mogelijkheden in veel mindere mate en gezien de moderne mentaliteit zoekt men zijn bereiking dan ook eerder in het verzamelen van kennis. Waar deze niet of moeilijk bereikbaar schijnt, grijpt men ook heden, zoals in vele gevallen ook in de Oudheid, naar wat men tegenwoordig wel bewustzijnsverruimende middelen noemt.

Nu wil ik hier zeker niet een aanbeveling geven voor het gebruiken van bijvoorbeeld LSD, een middel dat nogal gevaarlijk is, of mij bemoeien in de debatten omtrent het al of niet toelaatbaar zijn van andere middelen als bijvoorbeeld marihuana. Ik wil slechts opmerken dat de mens, die in de Oudheid zijn mystieke beleving kon zoeken in een algehele wereldverwerping, daarvoor in de modernere dagen weinig tijd of mogelijkheid meer heeft. De mens van heden kan daarom slechts een vorm van mysterie opbouwen, die een bevestiging van eigen wereld inhoudt of middelen gebruiken, waardoor hij een korte tijd, maar dan ook intens en zeer volledig, aan de alledaags werkelijkheid ontrukt wordt.

De confrontatie met het ego is in elk mysterie een zeer gedeeltelijke factor binnen het geheel en nimmer een overheersende waarde. Te zeggen, dat in de moderne mysteriën het Ik het werkelijke middelpunt vormt of vormen kan, is even dwaas als de bewering, dat dit in het verleden het geval zou zijn geweest. De mens moet terugkeren tot de totaliteit van zijn wezen.

De moderne mens kan die totaliteit van zijn wezen echter alleen nog maar beseffen en uitdrukken in uiterlijkheden. Of hij wil of niet zal de mens van heden teruggrijpen naar het uiterlijk. Hij kan en durft niet meer beleven zonder beredenering en dit betekent weer dat men niet beredeneren kan zonder ook buiten zichzelf redenen voor beleving, ervaring, en daad te zoeken. En daarmede komen wij aan de vraag wat wij bij een modern mysterie dan als eis moeten stellen, zo wij de waarde daarvan althans willen erkennen.

  1. Ook het moderne mysterie moet zijn karakter handhaven en een tijdelijke verwijdering uit de normale wereld inhouden. Een gemeenschap bij een mysterie zal een gemeenschap moeten zijn, waarin niet meer de wetten van de normale wereld gelden en ook niet meer het voorbehoud der beredenering en logica van de moderne wereld meer invloed hebben. Dit is noodzakelijk, omdat zonder dit alles de mens steeds weer tot het alledaagse en zichzelf zal worden teruggetrokken en niet meer in staat zal zijn in zich een godheid, de werking van god of in de naaste een werkelijke medemens te erkennen.
  2. Het mysterie van deze tijd zal altijd moeten zijn opgebouwd op de verbondenheid en het contact tussen mensen. In de Oudheid was dit niet noodzakelijk. In die dagen was het contact tussen de mensen een vast aanvaarde waarde, een natuurlijke noodzaak, die uit de maatschappij met in feite zeer kleine aantallen mensen als vanzelf voortsproot. In de moderne tijd is er een veelheid van mensen, die bijna een té veel lijkt te zijn. Het zijn zodanig grote aantallen van mensen binnen elke gemeenschap, dat het contact van mens tot mens daaronder lijdt en men eerder de gemeenschap dan de mens zelf gaat zien. Vandaar dat, om tot een werkelijk waardevolle gemeenschappelijke beleving en bereiking te komen, het contact van mens tot mens de allereerste noodzaak is geworden.

Dit contact hoeft niet op het terrein van het lichamelijke te liggen, of zelfs maar te berusten op meer mentale uitwisseling. Het moet een contact zijn dat een aanvaarding van de ander zonder voorbehoud mogelijk maakt. Dit betekent dat binnen het mysterie alle onderscheid zal moeten wegvallen. Het wegvallen van alle classificaties is noodzakelijk, zelfs van het onderscheid dat berust op verschil in anciënniteit of bereiking binnen het mysterie. Alleen bij een algemene aanvaarding, zonder voorbehoud als gelijke van alle deelnemers, kan een wegvallen van de normaal tussen mensen heersende tegenstellingen binnen het kader van het mysterie worden bereikt.

Ook dit is een noodzaak. U kunt zich toch wel indenken dat het bij een gezamenlijk beleven en waarmaken van een mysterie het er niet meer om gaat, wie toevallig de hoogste rang heeft, wie de oudste is, welke huidskleur men heeft, welk geloof men aanhangt of op welke wijze men leeft. Want dit zijn uiterlijkheden. Er zal natuurlijk iemand moeten zijn, die aan het gebeuren bij het mysterie een zekere leiding geeft. Een soort ceremoniemeester. Deze kan echter daaraan geen gezag ontlenen als aan een status, maar zal alleen gezag bezitten door zijn aandeel in het mysterie, in de gebeurtenis. Hierdoor kan men vermijden, dat de menselijke neiging tot het vormen van groepjes, de clubjesgeest, doordringt in de pogingen om gezamenlijk een contact met het Hogere, het andere, tot stand te brengen. De wederkerige erkenning is alleen mogelijk, wanneer zij niet gebaseerd wordt op de erkenning van mogelijke verschillen, maar uitgaat van de gelijkheid van waarden.

  1. In de derde plaats moeten wij van een mysterie in deze tijd eisen, dat het een kenbare kracht betekent. In de Oudheid was de kracht van het mysterie als vanzelfsprekend. Het feit dat goden werden uitgebeeld betekende zonder meer voor allen, dat de kracht en vermogens van die goden op dat ogenblik binnen het gezelschap op aarde tegenwoordig en werkzaam waren. Nu echter liggen de zaken anders door een vermeerdering van algemeen beschikbare kennis van meer stoffelijke aard en als gevolg daarvan, een meer weifelende en kritische houding tegenover alle minder stoffelijke waarden. Daarom moeten wij wel eisen, dat elke viering van een mysterie zowel voor de deelhebbers daaraan als voor de rest van de wereld een kenbare kracht betekent, welke niet slechts in geestelijke of filosofische zin, maar ook in geheel praktische zin kenbaar is en gemaakt kan worden.

De reden van deze eis is u nu wel duidelijk: een wereld die zich op uiterlijkheden baseert kan, hoe goed en geestelijk haar bedoelingen ook zijn mogen, niet meer volstaan met een kracht, die alleen geestelijk tot uiting komt. De innerlijke kracht heeft geen overtuigingswaarde, geen kracht van bewijs meer. De persoonlijke aanvaarding van een innerlijke kracht zonder meer voert in deze tijd de mens niet alleen maar tot een distantiëren van anderen (en daarmede van de wereld, die voor het ik noodzakelijk is als deel van eigen leven en werken) maar zou bovendien voeren tot een vijandschap tegenover de anderen, het andere, dat dan immers afwijkt van eigen waarden en wereld. Een mysterie mag een dergelijke tegenstelling tussen het ik en de wereld zeker niet bevorderen.

Laten wij ons dan afvragen wat in een modern mysterie noodzakelijk zal zijn. Allereerst is het noodzakelijk dat er een werkelijk gevoel van gemeenschap ontstaat, een eenheid, die dragend wordt in alle fasen van het samenwerken en samenzijn. Ik zal u ter verduidelijking hiervan een voorbeeld geven. Een aantal mensen komt in een kerk tezamen. Wanneer in die kerk een ritueel wordt voltrokken, een vorm van mysterie wordt gevoerd, blijft elk van hen zich steeds van zichzelf als een afzonderlijke waarde, als een vreemdeling onder vreemden, bewust. Er kan hier nooit de kracht van een mysterie (in de oude zin van dit woord), in het samenzijn liggen. Het geheim van het leven blijft ondanks alle plechtigheid een geheim, dat wel overdacht, maar niet werkelijk en gemeenschappelijk benaderd kan worden. Er is sprake van een confrontatie, niet van een beleving.

Stel nu dat dezelfde rite wordt volbracht, hetzelfde mysterie wordt gevoerd in een gemeenschap, waarin men elkander kent. Neem als beeld van de tegenstelling een toeristenkern en een kloostergemeenschap. In de kloostergemeenschap bestaat de eenheid. De communiteit is dus reeds aanwezig. Hierdoor zal niemand zich als een vreemdeling gevoelen en zal een emotioneel isolement onwaarschijnlijk zijn. Het ritueel is nu niet meer de bindende factor, maar vloeit voort uit de reeds erkende en aanvaarde eenheid. Hierdoor ontstaan geheimzinnige inwerkingen van de innerlijke krachten, waaraan allen gelijkelijk deel kunnen hebben. Er ontstaat een geestelijke unificatie, die in steeds sterkere mate het overbodige weg doet vallen en culmineert in een beleving, die door de gehele gemeenschap wordt aangevoeld, zonder dat zij gebonden is aan, invloed hoeft te hebben op, of zelfs maar beïnvloed hoeft te worden door het verloop van de rite en de wijze, waarop het mysterie tot uitbeelding komt. Dit mijns inziens wel zeer treffende voorbeeld maakt duidelijk hoezeer het voor een werkelijk vlotten van een mysterie noodzakelijk is, dat er allereerst een gemeenschap is. Vreemdelingen die tezamen komen, kunnen eerst, zij het geestelijk of stoffelijk, werkelijk met en tot elkaar spreken, wanneer zij elkander eerst aanvaard en erkend hebben. Wanneer deze erkenning er dan één is van gelijkwaardigheid en gerichtheid, zou het mysterie voor hen een werkelijke betekenis kunnen hebben in de volle zin van de mystieke betekenis van het woord.

Een andere noodzaak voor het werkelijk slagen van een dergelijk werk is het bezitten van een volledige vrijheid. Hierin bezit de mens zelf altijd weer een zekere discipline. Zij vloeit echter voort uit het mysterie en de beleving daarvan en wordt dus nimmer tevoren en als bindend opgelegd. Zelfs in het mysteriespel van de Oudheid bestonden dergelijke tevoren opgelegde plichten niet. Wel werden de rollen elk met een vaste inhoud voorzien en had zo het gebeuren op het toneel een vastgesteld verloop, maar de zinnen, dus de volvoering, was altijd weer een improvisatie. Elke speler beeldde het gebeuren op zijn eigen wijze uit. Hij was deel van het gebeuren, was zichzelf binnen het kader van een zelf aanvaarde en gekozen rol en werd niet gedwongen tot bepaalde reacties door middel van voorgeschreven teksten. Vergelijk: een passiespel, geschreven door een bekwaam en goedbedoelende dramaturg, met eenzelfde passiespel, waarin de mensen elk voor zich wel weten, wat zij moeten doen, maar daarbij hun eigen woorden en gebaren gebruiken. Het schouwspel zal misschien minder spectaculair zijn, maar het geheel zal veel natuurlijker en eerlijker zijn, omdat alle spelers in hun rol nu hun eigen wezen en gevoelen geheel tot uiting kunnen brengen. In het tweede geval zien wij dat de mensen wanneer zij eenmaal spelen, zich veel meer met hun rol vereenzelvigen dan in het eerste geval. Het zich één gevoelen met de persoon die uitgebeeld moet worden, ontstaat juist door het afwezig zijn van te grote beperkingen en bindingen. De aanvaarding van de rol is vrijwillig. Het dragen van de rol tijdens het spel is een zelf opgelegde verplichting. Overigens kon men in de oude spelen een dergelijke verplichting beëindigen tijdens het spel. Hierdoor kwam het vaak voor, dat dezelfde rol in verschillende scènes ook door verschillende personen gespeeld werd.

In de moderne tijd heeft men getracht de mysteriën te veel vast te leggen. Men heeft het gehele gebeuren geketend in vastgelegde zinnen en zelfs gebaren. Elke beweging is gerepeteerd, tot zij alle spontaniteit ontbeert, en men heeft zelfs geprobeerd om ook de werking van muziek, reukwerk en alles, wat verder daarbij te pas kan komen, tevoren geheel vast te leggen en te definiëren. Door dit vastleggen van alle details ontbeert het moderne mysterie te veel alle spontaniteit en juist spontaniteit is noodzakelijk om de juiste resultaten te geven. Om tot een aanvaardbaar en werkzaam modern mysterie beleven te komen is vrijheid en spontaniteit wel allereerst noodzakelijk. Zo al een vast verloop, een rite, bestaat, zal deze slechts schetsmatig vastgelegd mogen zijn. Binnen het kader van het gebeuren moet namelijk plaats blijven voor eenieder om zichzelf te zijn.

Nu zult u zich afvragen, of er ooit mysteriën zijn geweest of nog bestaan, die aan al deze eisen beantwoorden. Ik kan hierop bevestigend antwoorden, maar zal daarnaast (waarschijnlijk tot uw verbazing) moeten constateren dat de ‘mysteriën’ in deze tijd, die het meest aan de gestelde eisen beantwoorden, niet behoren tot de riten van erkende kerken of esoterische groepen. Wij vinden dergelijk spontane uitingen vaak eerder in kleine kloostergemeenschappen en retraite oorden, die, zoals u zult weten, niet alleen door christenen gebruikt worden. Daarnaast vinden wij deze vrijheid en spontaniteit, welke een persoonlijk ondergaan van de mystieke verrukking en bereiking in het mysterie mogelijk maken, in sommige covens (heksengroepen dus) en wel vooral bij de witte heksen. Het is zonderling dat het werkelijke mysterie in deze tijd alleen schijnt voort te kunnen bestaan naast of zelfs geheel buiten de geestelijk hetende organisaties. De organisatielust van deze tijd wurgt kennelijk het mysterie doodt alle daarin gelegen mogelijkheden.

Ook de inhoud van de in de moderne tijd nog werkzaam bestaande mysteriën kan men eigenaardig noemen. Deze mysteriën hebben immers niets meer gemeen met de vroegere uitbeelding van zekere gebeurtenissen of ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld nog in uw tijd gekend wordt in het misoffer en het avondmaal. Er is geen sprake meer van een uitbeelden van iets wat is geweest. Het is alsof de mens zich van het historische schema heeft losgemaakt, omdat hij de oude mythen en de historie niet meer vertrouwt, het lijkt haast of het leven de moderne mens tot een last is geworden, waarbij slechts een terzijde stellen van het verleden het nog mogelijk maakt, dat men in het heden bewust en geestelijk actief leeft.

Het oude mysterie is misschien wel ondergegaan met het wegvallen van de persoonlijke verering van verdienstelijke voorouders.

In het moderne mysterie is een grote macht het meest belangrijke geworden. Ook dit is typerend voor deze tijd. In de Oudheid waren leven, overwinning van de dood, verlossingsprincipes, de kern van het mysterie, maar in het heden blijkt allereerst het verwerven van macht, het machtsprincipe een rol te spelen. Daarna komt het bewustwordingsprincipe en eerst op de derde plaats treffen wij soms (maar lang niet altijd) een beroep op het verlossingsprincipe aan. Toch is dit wel te begrijpen: De mens van heden heeft een gevoel van macht nodig, want in het normale leven voelt de doorsnee mens zich machteloos. Het doel van het mysterie is nu de mens in een toestand te brengen waarin hij persoonlijk zijn God tegemoet kan treden, een toestand, waarin hij door een overwinnen van zichzelf en het overmeesteren der invloeden vanuit de wereld, zich waardig kan tonen de godheid te erkennen en in zich te ontvangen, daarmede één te zijn en de werking van de godheid in zich te beleven. In deze tijd is zoiets wel zeer moeilijk. De mens voelt zich machteloos en kan aan deze gevoelens van onmacht geen einde maken door alleen maar mooie woorden te spreken. Evenmin kan hij een gevoel van vrijheid en mogelijkheden verwerven door het opvoeren van een kleine komedie. De enige wijze om de noodzakelijke emotionele en innerlijke gesteldheid te bereiken, ligt voor hem in het geheel buiten eigen wereld treden.

Een voorbeeld is de wijze van handelen en leven, die wij bij bepaalde moderne heksengroepen zien: De mens komt in de gemeenschap en kan nu, buiten het normale leven ingetreden in een soort andere wereld, geheel volgens eigen gevoelen en besef handelen. Hij zal zich daarbij vaak op een bijna exhibitionistische wijze ontdoen van alles, wat de beschaving in de wereld buiten hem normalerwijze kenmerkt. Wat na de verwerping van de normale wereld blijft, is een bestaan, waarin men zelf zich machtig gevoelt, waarin men belangrijk is, waarin men mogelijkheden heeft. De samenbundeling van gedachtekracht en de sfeer die ontstaat, zijn er in de eerste plaats als een aanvoelen van kunnen en beschikken over vermogens. Uit de gebondenheid van de normale materiële verhoudingen maak je je los om op te wieken naar een wereld vol van andere krachten en mogelijkheden, die allen ook voor jou bereikbaar en toegankelijk zijn.

Dat is daarom nog geen beeld van de geestelijke wereld, maar eerder een fantasiewereldje.

Belangrijk is echter dat men het gevoel heeft in deze wereld te kunnen staan, te kunnen werken voor en aan alles wat men nastreeft, zodat men niet alleen meer een slachtoffer van de machten in de wereld of een noodlot is, maar zelf kan bepalen waarheen men zal gaan. Pas met de zekerheid dat men vrijheid van handelen en werken zal hebben, durft de moderne mens onpartijdig te zien naar de eisen die het leven hem stelt. Pas met het gevoel van macht en het daaruit voortkomende zelfvertrouwen durft ook de moderne mens zich één te gevoelen met god en hogere machten en dezen uit te beelden in de zekerheid dat dit geen heiligschennis, maar eerder een aanvaarden van de machten en krachten van het uitgebeelde inhoudt. Alleen dan ook blijkt de moderne mens bereid te zijn de onvermijdelijke beproevingen te dragen, waaraan elk mysterie nu eenmaal rijk is.

Wanneer wij dit bij de heksen zien, maar ook in kloostergemeenschappen aantreffen, ja, zelfs bij een bepaalde god niet erkennende richtingen, zo kunnen wij aannemen dat dit toch wel de kern van het moderne mysterie uitmaakt. Er zijn bijvoorbeeld bepaalde groepen in communistische landen, die op grond van ons geestelijk zinloze waarden (als de leer van Lenin, Engels of in sommige landen zelfs de stellingen van Stalin) via lichaamsoefeningen, kreten, citaten handgeklap en dergelijken, zichzelf opwerken tot een gevoel van meester zijn over de wereld. Deze mensen ondergaan op deze wijze in een toestand van werkelijkheidsvervreemding eveneens een gevoel van verbondenheid met de gehele mensheid.

Dit is dan misschien geen mysterie meer, waarin goden worden uitgebeeld volgens de gangbare opvattingen van goden en goddelijke waarden, maar toch een wijze van werken en samenzijn, waarin de mens de werkingen van en de eenheid met God wel degelijk ondergaat, zelfs al zal hij het bestaan van die God loochenen.

De wijze waarop men de onbelangrijke riten opbouwt, waaruit het belangrijke gevoel van macht en daarmee het werkelijk mysteriegebeuren voortkomt, is voor mij dan ook wel bepalend voor de waarden van het moderne mysterie. Vroeger was er sprake van een dragen van de macht der goden op aarde. Nu echter is er kennelijk eerder sprake van het zelf verwerven van een macht, waardoor je de godheid durft aanschouwen en eventueel dragen.

Het lijkt vaak of men in dit opzicht een stap terug heeft gedaan. In de materialistische wereld is het wel zeer moeilijk geworden de materiële uitingen los te maken van het geheel. Wij zien dat in vele gevallen materiële riten voor het bereiken van de noodzakelijke sfeer van het mysterie onvermijdelijk zijn geworden.

In de Oudheid kon een eenvoudige maaltijd als bijvoorbeeld de agape bij de christenen, reeds voldoende zijn om de werking en machten van het mysterie in de aanwezigen tot uiting te doen komen. Het was dan ook mogelijk deze waarden en kracht voor alle aanzittende zonder meer waar te maken. In de moderne tijd is dit niet meer zo. De maaltijd is, naar ik meen, te veel in betekenis veranderd. Zij is in de eerste plaats tot een nemen van voedsel geworden en niet meer in allereerste betekenis een gemeenschapsdaad. Als gevolg daarvan zullen wij in de moderne tijd de gemeenschapsdaad moeten zoeken op een vlak, dat geheel ligt buiten het normale gemeenschapsbestaan. Het gevolg is dat wij steeds meer worden geconfronteerd met vreemde uitingen als zingen, handgeklap, het oproepen van trancetoestanden, het gebruiken van verdovende middelen enzovoort.

De jongelui, die in deze dagen op eigen wijze in hun teach-ins, love-ins en dergelijke sessies (waarbij vooral alles in het Engels moet worden gezegd, want dit is de heilige taal van deze tijd) zoeken in wezen zich ergens los te maken van de te grote gebondenheid aan de maatschappij. Zij zoeken in zekere zin het mysterie en zoeken in zich de vrijwording te bereiken van een gebondenheid aan de maatschappij en haar gezagsverhoudingen, waarin zij het gevoel hebben niet meer waarlijk zichzelf te kunnen zijn. Zij zoeken een besef van zichzelf, maar dan moeten zij ook het gevoel wekken van een kracht, een weten en kunnen in zichzelf, omdat zij zonder dit niet verder kunnen. Helaas voert dit zoeken in vele getallen eerder tot een poging de waarden van wereld en maatschappij aan te tasten, dan tot een, vanuit zich, scheppen van werkelijk nieuwe waarden.

Een aanvaarden van God, een aanschouwen van het Hogere en grotere is in deze tijd haast ondenkbaar geworden, tenzij je eerst jezelf verliest. Het moderne mysterie wordt gedragen door een zichzelf verliezen van de deelhebbers. Typerend voor de moderne mens is hierbij, dat hij vele mogelijkheden heeft gehad en gevonden om het mystieke één zijn met de godheid te ondergaan, die hij, uit een gevoel van onmacht of aantasting van zijn stoffelijke rechten en mogelijkheden, stuk voor stuk heeft kapotgemaakt. De theosofie bijvoorbeeld was inderdaad de opening van een grote inwijdingsweg. De eerste bijeenkomsten van deze groep hadden inderdaad een mysteriekarakter door het deelhebben aan een lering, die niet menselijk was en de toehoorders losmaakte van hun gevoel van menselijke beperktheid. Al snel werd echter het systeem tot een reeks van leerstellingen, waarin men vooral eigen heiligheid zozeer verdedigt, dat men niet meer toekomt aan het toch allereerst noodzakelijke besef van eenheid, gemeenschap en het gezamenlijk beleven van het Hogere.

De antroposofie heeft haar weg gezocht in het vergaren van alle bij de mens aanwezige kennis. Uit deze menselijke kennis kwam zij tot een opgaan tot het Hogere. Ook binnen het kader van deze beweging is in het begin een grote reeks van samenkomsten aan te stippen, waarin de wederkerige uiting van gedachten groeide tot een vlechtwerk van emoties, waarin de mens aan de kennis, die hij, ziende als al bepalende waarde te gebruiken, leerde ontsnappen en magisch gedreven werd tot het Hogere om, uit het bewustzijn van zijn verworvenheid, het Hogere als een werkelijke leiding te aanvaarden. Wat overbleef is echter nu niet veel meer dan een vorm van zelfverheffing, stoelende op een vaak niet juist of niet geheel als juist bewijsbaar weten.

Over de kerken hoef ik in dit verband niet eens te spreken. Degenen die naastenliefde prediken en uit naam van die naastenliefde bereid zijn oorlog als een onvermijdelijk iets te aanvaarden en zelfs te steunen, zijn mijns inziens of dwazen of misdadigers. Degenen die in de naam van bijvoorbeeld Christus of Mohammed een politiek voeren, die niets meer te maken heeft met erkenning van God of het beoefenen zelfs maar van menselijkheid, zullen ook hun eigen mystiek nu nog wel zoeken en vaak vinden, maar deze heeft niets meer met de werkelijkheid, de mogelijkheden en noodzaken van het geestelijk leven van de mens te maken. Of je nu op een plein bijeenkomt om “Nasser, Nasser” te brullen, of “Hitler, Hitler” roept, dan wel De Gaulle als een soort onfeilbare mens bejubelt of eventueel roept over een vrij Aden of een vrij Quebec, maakt weinig verschil uit. Geloof dit van mij. Hier is een gevoel van machteloosheid aan het woord. Dergelijke uitingen voeren wel tot een roes en werkelijkheidsvervreemding, maar dit is slechts de mystiek van de machtelozen. Het is een overdracht van eigen kunnen, denken en verantwoordelijkheid aan iemand, die gelijktijdig zondebok en leidsman is. Een dergelijk mysterie is altijd weer het mysterie van eigen ondergang, van de zelfvernietiging, die reeds wordt gezocht, voor zij stoffelijk tot feit wordt. In deze mystiek mag het ik niet meer zelf zijn, de mens mag niet meer als zelfstandig wezen bestaan, maar stelt zich ten doel nog slechts een weerkaatsing te zijn van de wil en de denkbeelden van anderen. Daarbij is het niet zo belangrijk welke stellingen in gedachten door welke persoon dan ook worden uitgedrukt. Belangrijk voor de mens is alleen, dat hij kan ophouden met zelf te zijn, zelf verantwoordelijkheid te dragen voor eigen streven en daden.

Een jezelf wegcijferen heeft echter eerst zin, wanneer men hierdoor eigen wezen ook waar kan maken. Toch heeft deze negatieve mystiek van de moderne tijd wel gevoerd tot vormen van bijeenkomen en ageren, die men wel degelijk mysteriën zou kunnen noemen. Wanneer wij de vaak masochistische wijze zien, waarop mensen zichzelf kwellen ter ere van hun helden (en dit doet men zowel voor de Beatles als voor staatslieden en dergelijken), krijgt men het gevoel dat de mensen hier wel trachten één te zijn met hun afgoden, maar dit doen door hun eigen onmacht aan te tonen. Veel van de moderne mystiek lijkt eerder een vlucht voor eigen persoonlijkheid. Dit nu mag zij niet zijn, wil zij waarde hebben, het ware mysterie heeft immers ten doel de persoonlijkheid, het ik, te ontwikkelen en zo de Godheid in die persoonlijkheid in de werkingen en het besef van het ik kenbaar te maken. Niet voor niets stel ik in mijn onderwerp dat wij er steeds rekening mee moeten houden, dat alle inwijding, alle mystieke bereiking bestaat uit een opgaan in het Hogere, zonder dat men zichzelf daarin geheel en blijvend tracht te verliezen.

In uw groep vlamt nu de gedachte op dat dit bij de maçons en andere groepen toch het geval is. Inderdaad. Dat kan soms het geval zijn. In de meeste gevallen blijken er echter meer materiële overwegingen een zeer grote rol te spelen. In de meeste gevallen gaat het eerder om een aanzien en een prestige, desnoods alleen in eigen groep, dan om het bereiken van het Hogere, het waarmaken van God in jezelf. Waar uitzonderingen bestaan kunnen ook dergelijke mysteriën in deze tijd nog volkomen werkzaam en bruikbaar zijn. Maar in de meeste gevallen blijft dit een vrome wens, omdat juist het bestaan van vaste formules en vaste regels het stellen van vaste rangen en waarden de mogelijkheid heeft geschapen aan eigen werkelijke persoonlijkheid in de wereld te ontkomen zonder dit eigen wezen met zijn betekenis en mogelijkheden in de normale wereld mede of zelfs in de eerste plaats te aanvaarden en te erkennen voor hetgeen het binnen de goddelijke werkelijkheid in feite is. De moderne mystiek is vaak de mystiek in de vorm van het grotere, waarin men kan onder gaan, zonder zichzelf daarom te kennen of eigen aansprakelijkheden tegenover het geheel en niet alleen de groep te aanvaarden. Het volk, de massa, de democratie zijn in deze dagen vaak de aanleiding tot een vorm van mystiek. Een mystiek die evenzeer alle redelijkheid ontbeert als de mystieke godsbeleving. Het nadeel van dit alles is steeds weer, dat de mens zich aan zijn persoonlijke mogelijkheden en verantwoordelijkheden onttrekt, door te stellen dat hij bijvoorbeeld alleen of minstens in de eerste plaats plichten heeft tegenover de gemeenschap, de massa, de democratie enzovoort, terwijl als ruil daarvoor ook die gemeenschap verplichtingen heeft tegenover de mens.

Wanneer ik democratie kies als een mystiek doel, dan zou ik volgens de oude regels van mystiek en mysterie dit moeten doen door zelf altijd en te allen tijde (of het nut brengt of schade) als democraat te handelen. Dus niet door van anderen een democratisch gedrag te eisen. Maar het eisen valt de mens gemakkelijker, vooral wanneer hij alle consequenties daarvan af kan schuiven door te stellen dat dit niet zijn wezen, maar de eis der democratie is die tot een bepaalde gedragslijn heeft gevoerd. In het christendom is het al precies zo. Het gaat er niet om het woord van Christus te verkondigen. Het gaat er allereerst om, om de weg van Christus te volgen. Ik maak hiermede, naar ik hoop, duidelijk, dat in vele vormen van moderne mystiek een grote en gevaarlijke fout schuilt: het projecteren van het ik in de gemeenschap en hierdoor het vluchten voor de werkelijkheid van eigen wezen.

De mysteriën van de Oudheid waren in wezen niet meer of minder dan beproevingen, waardoor men tot zichzelf moest komen. Of dit nu de beproevingen van de elementen, de bloeddoop of de gang naar de dodencel was (waaruit men als overlevende na vele dagen kon terugkeren als herborene), is slechts een kwestie van vorm. Wat het oude mysterie en de oude inwijdingen tot stand wilden brengen, was niet het herboren worden in het grotere, maar het herboren worden door het besef van het grotere in jezelf, waarmede je alle oude onvolkomenheden onbelangrijk maakte.

Opvallend is ook dat het oude mysterie nimmer perfectie als doel of noodzaak stelde. Het stelde alleen aanvaarding als noodzaak en zag alle verdere bereiking van grotere vervolmaking als een natuurlijk resultaat van die aanvaarding. De moderne mystiek stelt steeds weer de perfectie voorop. Men kijkt vaak meer naar de schoonheid van woorden, waarmede iets wordt weergegeven, naar de juistheid van gebaar en uitdrukking, dan naar de intentie die achter deze dingen schuilgaat. Toch is het juist deze innerlijke waarde, die voor alle geestelijke en zelf magische bereiking en betekenis bepalend zal zijn.

Als besluit  wil ik trachten u een beeld te geven van hetgeen volgens mij een modern mysterie moet omvatten.

Wanneer ik de eenheid erken van hemel en aarde, van geest en stof, dan moet ik dit ook tot uitdrukking brengen. Mijn denken, wezen en leven in normale verhoudingen, doet daarbij niet ter zake. Op het ogenblik dat het mysterie begint, ben ik één met alle anderen in het mysterie.

Voor ons bestaat alleen de tweeheid van bijvoorbeeld geest en stof of hemel en aarde. Wij drukken in ons gedrag, ons denken, maar vooral in onze gevoelens de versmelting uit, waardoor de schijnbaar gescheiden waarden feitelijk een eenheid zijn en blijven.

Men zal deze eenheid niet kunnen uitdrukken via allerhande tevoren overdachte en vastgelegde gebaren. Spontaan zal men uit moeten beelden wat hemel en wat aarde is, wat stof is en wat geest is, wat Licht en wat duister is. Wij laten deze waarden elkaar benaderen en confronteren ze met elkander, tot wij deze waarden niet meer kunnen zien als gescheiden waarden, maar beleven als een volledige eenheid.

Deze eenheid zal op een gegeven ogenblik ons op een bepaald punt als een openbaring treffen. Vandaar zal dit besef van eenheid rond zich grijpen tot het geheel van de gemeenschap niet meer een samenstelling van mensen zonder meer is, maar een eenheid van geest en materie, bewust van eigen bestaan en beide waarden, doch één in de uiting van alle dingen.

In het ik zijn er geen tegenstellingen meer, maar worden alle waarden erkend als onverbrekelijk met elkander verbonden en vermengd, elke uiting is slechts nog de vaststelling van een onverbrekelijke en tijdloze eenheid vanuit het ik.

Welke riten aanleiding worden tot het bereiken van een dergelijk punt van harmonie is onbelangrijk. Zoiets kan zowel een spontaan gebeuren zijn (een happening volgens het moderne taalgebruik) als een strak ritueel, dat uit de Oudheid bleef voortbestaan. Want de vorm is niet bepalend. Bepalend is de beleving, de wijze waarop men innerlijk de tegenstellingen overbrugt.

Bepalend is, dat de deelhebbers zich niet meer als mens doch als kosmisch wezen ervaren. Bepalend is niet hoe wij ons als mens gevoelen in ons eigen lot, maar hoe wij beseffen deel te zijn van een almacht, die alle lot kan beheersen, ook ons eigen lot. Het is de verheffing boven jezelf, zonder daarbij jezelf geheel te verliezen, het is eerder een meer jezelf zijn door een erkennen van het Hogere in jezelf.

Ik begrijp dat dit uit vele standpunten verwerpelijk kan lijken. Men zal zeggen, dat dit vele consequenties heeft, dat deze stellingen zouden kunnen voeren tot orgieën op velerlei terrein, tot een ontkenning van maatschappelijke waarden. Op dergelijke opmerkingen kan ik alleen met een ‘ja’ antwoorden. Het moderne mysterie, zoals ik het u beschrijf, kan tot dit alles voeren en meer. Het kan voeren tot een ontkenning van alle werelds gezag, tot een verwerping van alle maatschappelijke ordening en alle economische noodzaken. Het kan begrippen als vaderland en godsdienst eenvoudig terzijde schuiven. Maar ik geloof dat dergelijke begrippen voor de mens niet zo belangrijk zijn als men wel schijnt te denken. De verwarringen zijn in deze dagen ontstaan doordat men in een verkeerde vorm van denken de uiterlijke gedaante bepalend heeft gemaakt voor alle dingen. De mens kan geen mens zijn met alleen zijn spieren. Spieren hebben een geraamte nodig. Zonder dit kunnen de spieren niet op de juiste wijze reageren en functioneren.

Wanneer er niet in de mens vrijheid en besef van eigen wezen bestaat en de maatschappij slechts de uiting wordt van de in het innerlijk levende mogelijkheden, heeft de maatschappij geen werkelijke zin van bestaan. Dan zijn begrippen als godsdienst en vaderlandsliefde zinloos geworden. Dergelijke stellingen, begrippen en gevoelens hebben alleen zin van bestaan, wanneer zij de uiting vormen van de structurele werkelijkheid van elk ego. Het is deze structurele werkelijkheid, die eerst erkend moet worden. Wie stelt dat de maatschappij niet afhankelijk is van de eenling, maar de eenling wel van de maatschappij, is een dwaas. Hij zegt dat de spieren wel zonder het geraamte kunnen functioneren, maar dat het geraamte niet zonder de spieren kan bestaan. Hij zegt dat tijd wel zonder eeuwigheid, maar eeuwigheid niet zonder tijd kan bestaan.

Hij, die zegt dat de regels van de godsdienst en de stellingen en wetten van deze godsdienst belangrijker zijn dan alles wat bestaat in de mens, en zich afspeelt in het innerlijk van de mens, zegt in wezen dat de ziel van de mens onbelangrijk is, dat de geest onbelangrijk is, maar dat alleen het kader, waarin hun bestaan tot uiting moet komen, van belang kan worden geacht. Men stelt dat het eigen wezen slechts zin van bestaan heeft binnen het kader van stellingen, die eerst door middel van dit eigen wezen beseft kunnen worden. Men stelt de eigen stelling als enige waarde en acht al het andere onbelangrijk.

Moderne mysteriën zijn over het algemeen een aantasting van de nu gekende orde en ordening. Het kan haast niet anders. Want het moderne mysterie is de terugkeer van de mens naar een persoonlijke uitdrukking van de godheid. Het is zijn persoonlijke worsteling met, en erkenning van het Hogere. Het is niet een reeks van beproevingen, die maatschappij, gemeenschap of zelfs leven, de mens opleggen, maar een poging van het ik om te aanvaarden wat bestaat in een poging hierin te bewijzen wie en wat hij zelf is.

Het is de vrijwilligheid in alles, die van het hoogste belang is in dit mysterie. Het is de eigen daadkracht, die de hoofdrol speelt. Het is de eigen mystieke beleving van het Hogere, die alle andere waarderingen op aarde zal moeten gaan overheersen. Mijn visie van het moderne mysterie is niet te koppelen aan bijvoorbeeld maçonnerie, Rozenkruisers, christelijke ethiek of iets anders. Zij is alleen te koppelen aan de mens in zijn ontmoeting met God.

Ik meen dat de uiterlijk bestaande instanties in de meeste gevallen falen. Falen, omdat zij te veel belang hechten aan uiterlijkheden en te weinig beseffen, hoe de vrije mens vanuit eigen innerlijk en desnoods alleen zijn mystieke erkenning en aanvaarding tot werkelijke mystieke beleving kan komen en zo het ware mysterie op aarde tot stand kan brengen.

Mag ik beëindigen met het uitspreken van de hoop dat uit de vele, op zich goede en vaak zeer belangrijke vormen en mogelijkheden van levens- en godserkenning in deze tijd, weer klimmende boven alle formaliteit uit, weer de ware mystiek moge groeien, waaruit meer algemeen het mysterie opnieuw zal ontstaan, waarin de mens zich waarlijk één zal kunnen gevoelen met zijn God. En de krachten daarvan in waarheid kan uitbeelden en beleven, om ze zo weer kenbaar te maken rond zich in de wereld, omdat hij, eeuwig zijnde, slechts aan het eeuwige waarlijk verbonden is en nimmer gebonden zal kunnen zijn aan alles wat door de tijd kan worden veranderd en tenietgedaan.

0-0-0-0-0-0-0-0-0

 Vragen

  • Is het volgens u mogelijk mystiek te beleven zonder symbolen en rituelen, dus zonder vormgeving?

Dit is inderdaad mogelijk. Mystiek is namelijk als beleving op het innerlijk bestaan gebaseerd. Het is dus eigen innerlijk, eigen denkwereld, die de vorm en mogelijkheid bepaalt. Daarnaast spelen gemoedstoestand en emotie een belangrijke rol, daar men in de beleving van de in het ik bestaande beelden de waarde daarvan kan ondergaan om zo tot erkenning te komen van de grotere inhouden van eigen wezen en daarmede eveneens tot het besef van eigen kosmische waarden. Dit is niet gebonden aan uiterlijke waarden, riten of omstandigheden, maar wordt vooral in gemeenschap meestal wel aan de hand van symbolen en riten beleefd, daar men deze beschouwt als een normaliserende factor, waardoor een gelijkschakeling van een groter aantal personen mogelijk wordt. Ik wil daaraan toevoegen dat dit laatste een illusie is, die alleen dan enigszins aan de werkelijkheid grenst, wanneer eenieder gelijkelijk de waarde van de riten en symbolen beseft en hun waarde kent. Dit is echter lang niet altijd het geval.

  • Men zal dan moeten leren dit gezamenlijk te beleven. Want iemand, die dit voor het eerst meemaakt, zou er wel eens geheel uit kunnen vallen.

Dit is afhankelijk van degene die een ritueel mysterie meemaakt en van de taal.

Symbolen en riten zijn namelijk een taal, een magische, emotionele taal, welke zich baseert op de waarden, die in het onderbewustzijn van de mens geborgen zijn. Ook wanneer men rationele uitleg geeft voor de riten en symbolen. Wanneer het onderbewustzijn van de persoon gevoelig is voor de gebruikte symbolen en riten zal, zelfs zonder begrip en bij een eerste beleven van het mysterie, reeds een volledig beleven van de daarin gelegde waarden mogelijk zijn. In de gemeenschap schoolt men zich echter naar een gelijksoortige en mogelijk gelijkwaardige erkenning van riten en symbolen, die onderbewust echter daarom nog niet bereikbaar hoeft te zijn. Het belangrijkste in mysteriën en het ritueel streven naar het mystieke is dan volgens mij ook dat men ongeacht de mogelijke verschillen zich geheel deel voelt van de gemeenschap, daarin geheel opgaat en vooral vergeet dat men als beschouwer tegenover de uiterlijkheden kan staan. Degene die als beschouwer optreedt, zal geen werkelijk deel van de gemeenschap kunnen zijn en als zodanig de mogelijke mystieke waarden, die door de gemeenschap gezamenlijk worden opgeroepen, niet kunnen ervaren. Dit geldt zelfs dan, wanneer in het ondergaan van het beschouwde toch nog de mogelijkheid van een persoonlijk mystiek beleven blijft bestaan.

  • Indien men een mystieke beleving rationaliseert om haar in het gewone leven te kunnen uitdrukken, heeft zij dan toch nog de mogelijkheid, dat anderen haar kunnen ondergaan?

Neen. Wanneer je een mystieke beleving hebt en haar rationaliseert, dat wil zeggen: Gaat onderbrengen op het terrein van de menselijke redelijkheid, ontneem je haar haar werkelijke en diepere betekenis en inhoud. Alle pogen haar verder vast te leggen volgens de ratio, zelfs in gebaren, riten en symbolen, is dus in feite waardeloos voor anderen. Voor het ik kan het geheel echter ondanks de rede een zodanige herinnering aan de emotie betekenen, dat zij als indicator kunnen worden gebruikt om de (niet redelijke) mystieke beleving hernieuwd te wekken. Maar voor anderen zal in het gerationaliseerde deze betekenis dus niet aanwezig zijn.

  • Welke betekenis hadden de oude mysteriën destijds en welke betekenis hebben de moderne mysteriën nu, waar men nu zoveel minder behoefte schijnt te hebben aan innerlijke ontwikkeling, dan aan materiële welstand?

De vraag is niet geheel juist gesteld, omdat wordt aangenomen dat men in de Oudheid kennelijk alleen behoefte aan geestelijke waarden veronderstelt. Dit is niet waar. Het mysterie van de Oudheid is niet in de eerste plaats gebaseerd op de erkenning van één geestelijke waarheid, het komt voort uit de erkenning van eigen onvergankelijkheid, het winnen van eigen eeuwigheid of goddelijkheid van het eigen ik, waardoor de beperkingen van het menselijke bestaan en de dreiging van een uitgeblust worden door de dood, wegvallen. Als nevenproduct ontstaat een geestelijk bewustzijn, dat in vele gevallen zeer groot kan zijn. Maar het is een nevenproduct, omdat de werkelijke bestreving in de mysteriën van de Oudheid op de eerste plaats is gericht op het overwinnen van de dood.

De betekenis van het mysterie in de Oudheid is dus het vinden van eigen eeuwigheid of oneindigheid. In de moderne tijd is de eeuwigheid van het Ik voor menigeen reeds een aanvaarde factor. Het is dus niet meer iets exceptioneels. Het gevolg is dat men nu in het mysterie naar andere waarden zoekt. Hiermede zal men de uitdrukking van de eeuwigheid in het geheel en wel binnen het ogenblik, dat ‘nu’ heet. Dat is dus de eigenlijke betekenis van de moderne mystieke belevingen en zal daarom ook het doel en de drijfveer van de moderne mysteriën moeten zijn. In feite zien wij dat het moderne mysterie in vele gevallen wordt gebruikt om een toestand van verheffing, ondanks eigen stoffelijk bestaan, tot stand te brengen. Dit is niet reëel en is, emotioneel zowel als rationeel, dan ook niet verdedigbaar. Een ander uiterste dat als drijfveer bij vele moderne mysteriën op pleegt te treden, is het er naar streven in het huidige bestaan eigen mogelijke kennis en macht zoveel mogelijk op te voeren. In beide gevallen is de huidige vorm veel meer bepalend voor de geestelijke nevenproducten dan in de Oudheid het geval was. Het werkelijke doel van de moderne mysteriën zou moeten zijn; ontkomen aan de gebondenheid van eigen persoonlijkheid om zo te beseffen, dat de eeuwige persoonlijkheid die je bent, nimmer bepaald kan worden door de omstandigheden en waarden van het huidige bestaan alleen.

  • Sciencefictionboeken trachten vaak ideale wezens en omstandigheden te beschrijven. Is dit een vorm van moderne mystiek?

In deze vorm van fantasie, al dan niet mede gebaseerd op feiten, tracht de mens door het projecteren van zijn denkbeelden omtrent volmaaktheid (die dit in wezen niet kan zijn) zich te confronteren met eigen mogelijkheden. U meent misschien dat dit zeer modern is. Maar reeds bij de oude Grieken treffen wij utopisten aan, die een volmaaktheid van mens, staat, stelsel enzovoort beschrijven en in feite zeer verwant zijn aan de schrijvers van de moderne fantasie. Er is ook daar sprake van een projecteren van het eigen verlangen naar volmaaktheid in de persoonlijke vorm, waarin men deze wenst, zodat de wens medebepalend is. De toekomstromans zijn volgens mij dan ook geen mysteriën of mystiek, maar een uitdrukking van een behoefte aan wishfulfillment, terwijl zij in wezen ook eigen verwerpen van de bestaande wereld inhouden, zonder dat men zichzelf kennelijk geheel als deel van die hedendaagse werkelijkheid beschouwt.

  • Dat is toch een soort geestelijk egoïsme?

Ja. Maar dit is ook de kern van vele moderne zogenaamde mysteriescholen, godsdiensten en dergelijken. Zelfs de verheerlijkers van de palingboer verheerlijken hem vanuit een geestelijk egoïsme, daar zij voor zichzelf een verhevenheid trachten te verkrijgen op een wijze die voor anderen nog niet bereikbaar zou zijn. Het je verheffen boven anderen en het streven met het doel dit, desnoods geestelijk, te doen, is dus altijd een geestelijk egoïsme.

Het streven waardoor je vanuit eigen ‘zijn’ tracht anderen te verheffen op hun eigen wijze en volgens hun eigen termen, is geestelijk altruïsme. Jammer dat dit laatste zo weinig voorkomt.

  • U zegt, dat wij onszelf in het mysterie niet moeten verliezen. Kunt u dit uitleggen? Wat is het, dat er van ons overblijft als wij ons met God verenigen? Zegt Paulus niet: “ik leef, doch niet ik, doch Christus leeft in mij?” Hoe is dit bedoeld? Wat is bijvoorbeeld de betekenis “te sterven met Christus en weer op te staan.”

Het laatste is zeer godsdienstig gesteld. Het eerste citaat bevat echter meer reële mystiek dan menigeen beseft. Ik begin met te stellen dat ik leef. Ik besef dat ik besta en zal mijzelf niet verliezen of ontkennen. Maar ik erken de kracht die in mij het werkelijke leven is. Ik erken dus datgene, waaruit mijn bestaan, zoals ik ben, mogelijk wordt, door te zeggen: “Niet alleen leef ik, maar Christus leeft in mij” geef ik aan dat de waarden, die in mij en mijn leven bestaan, voortvloeien niet uit mijn eigen wezen alleen, maar juist uit mijn verbondenheid met het Hogere. Wat slechts een bevestiging vormt van hetgeen ik op mijn wijze in de inleiding reeds stelde.

De term: Met Christus sterven en opstaan, is een symbool-uitdrukking. De christelijke leer is in haar oorspronkelijke beschouwing van Jezus’ leven en leer reeds tot een mysterieschool geworden, zodat haar stelsel geen volledige realiteit omvat, maar een tot de in het mysterie geldende hoofdnormen gereduceerde realiteit. De waarde van Jezus is hierin niet in de eerste plaats de menselijke, maar een symbool van het goddelijke, enzovoort, enzovoort. De spreuk kan vertaald worden als volgt: Jezus volgende en de eeuwige erkennende die in mij werkt, aanvaard ik wat vanuit het eeuwige voor mij noodzakelijk is, ook sterven en ondergang in mijn huidige belangenverhouding tot de wereld. Maar door dit offer van het uiterlijke zijn, waarbij ik niet mijzelf verloochen, doch erkennen zal, dat door de aanvaarde kracht een blijvende dood of ondergang voor mij niet mogelijk is en ik als het ware herboren wordt of herrijs als een eeuwige, belangrijker, minder gebonden en onkwetsbaar geworden waarde terug kan keren, om wat ik eens was uit de wil van het hogere nogmaals waar te maken, daarbij gelijktijdig tot uitdrukking brengende, wat ik hierdoor geworden ben.

Deze symboliek kan herleid worden tot de termen van eigen innerlijk leven. Wanneer ik dus opga in God, zo blijft mij het Ik over. Op het ogenblik dat ik mijzelf vergeet, kan ik niet meer in God waarlijk opgaan, daar ik niet meer bewust ben. In de versmelting met God moet ik God erkennen als de zin en kracht van alles waaruit ik besta en beseffen welk deel ik ben van dit Al. Hierdoor zal de belangrijkheid, die ik toekende aan en de waardering die ik toekende aan mijn ik als zelfstandigheid, tenietgaan. In de plaats daarvan erkent men het ego als een taak, een uiting van het goddelijke. Er is geen behoefte meer aan eigen kracht, vermogen, aanzien, roem, daar deze dingen in God zijn en niet in mij. Maar vanuit de God, waarin ik dit alles erkend heb, put ik nu de kracht en vermogens, die noodzakelijk zijn om datgene te zijn, wat ik werkelijk ben omdat ik binnen de goddelijke schepping als deel van God besta. Ik hoop dat dit niet te ingewikkeld is geworden. Ik heb in ieder geval getracht ook hier een te ambtelijke formulering te vermijden.

  • In menig ritueel van bestaande mysteriën is het versterken van magische en psychische invloeden opvallend. In de moderne spontane spelen mis ik dit, alleen de sterke bewustzijnsverruiming blijft. Komt dit naderhand weer tevoorschijn of is er sprake van een sterke accentverlegging?

Indien u stelt dat in oude mysteriën versterking van magische en psychische krachten aanwezig is, zo moet u wel begrijpen dat deze misschien meer manifest worden door de grotere exclusiviteit en beslotenheid van de groepen. Naarmate de groep vrijer wordt, zullen de psychische straling, die altijd ook hier aanwezig zijn, een minder bepalende rol spelen en zal het magische element op geheel andere wijze tot uiting gaan komen. Het magische element is niet alleen maar het ontstaan van een kracht, maar berust op het erkennen van de kracht, die men is. In bijna alle magische riten en procedures komt een ogenblik, waarin men zich vereenzelvigt met een hogere kracht. De magiër pretendeert een ander wezen, een hogere kracht te zijn. Hij doet dit met een zodanige overtuiging, dat de grens van vereenzelviging wordt bereikt. Vele magiërs achten het bereiken van de vereenzelviging niet noodzakelijk, maar stellen toch wel dat men haar moet benaderen.

Hierdoor ontstaat een macht in het ik, die men dan uitdrukt.

Magisch gezien is dus noodzakelijk de erkenning van een hogere macht, waarmede men eenheid althans pretendeert en een gezag, dat hieruit voortvloeit. Dit veronderstelt een doelgerichtheid. Deze is in de moderne mystiek veelal afwezig, zeker in geestelijk opzicht. Dit neemt niet weg dat ook de moderne mysteriën de magische waarden en het magische besef met zich dragen, alleen in meer persoonlijke zin. Magische macht en vermogens worden ook hier gewekt, zowel in de gemeenschap als in de enkeling. Nu echter is het terrein van het bovennatuurlijke veel sterker beperkt en geformuleerd, waardoor het minder aanvaardbaar is en een magisch gericht zijn in verhouding moeilijker wordt. Dit zal zich weer wijzigen. De uiting van het magische element blijft nu achterwege, ofschoon het wel bestaat. Later zal het zich echter weer vanuit en meer bewust erkennen van de onbegrensdheid van het ‘bovennatuurlijke’ hernieuwd openbaren.

  • Hebben happenings de inwijdingswaarde van oude mysteriën? Hebben zij evenzeer contact met kosmische krachten of energieën?

Veel happenings zijn alleen maar lolletje trappen. Dit terzijde latende, de echte happening impliceert het uitdrukken van eigen zijn en wezen in verband met een totaliteit.

Dan zijn de mogelijkheden van de oude mysteriën ook geheel in deze moderne vormen van mysterieviering aanwezig. Beperkende is slechts het feit dat degenen, die aan deze mysteriën deelnemen te weinig bewustzijn hebben van hun mogelijkheden en te weinig gericht zijn om de inwijdingswaarde van deze moderne mysterievorm bewust te ervaren. In 9 van de 10 gevallen zal de inwijdende waarde vooral het onderbewustzijn raken en zo irrationeel en voor het ik niet begrijpelijk het gedragspatroon van de deelhebbers beïnvloeden. Via dit alles zal men dan komen tot een bewustere beleving en erkenning van de mystieke waarden en betekenis in zichzelf. Van een onmiddellijk bruikbare inwijdingswaarde en kracht durf ik echter voor het merendeel van de deelnemers aan een moderne (mystiek geladen) happening niet te spreken. Nog niet.

  • Is in de mysteriespelen een bewustzijnsweg als de Rajayoga behouden gebleven?

Het gaat hier over onvergelijkbare waarden. Rajayoga, de koninklijke weg, is een persoonlijke weg, waarin het mystieke element een grote rol speelt, maar waarin het mysterie als gemeenschapsbeleven een veel minder bepalende rol kan spelen en vaak ook geheel niet voorkomt. De gemeenschapsbeleving is geen noodzakelijk deel van deze weg. Ik kan alleen zeggen: Het is mogelijk in oude en moderne mysteriën zowel als in de Rajayoga dezelfde waarden terug te vinden. De wijze waarop men tot deze waarden komt is echter toch wel verschillend.

  • Gebruikt u de woorden mystiek en mysterie in dezelfde betekenis?

Neen, mystiek is de beleving, het mysterie is de totaliteit van waarden, waaruit de beleving voort kan komen en waarin zij kan worden geuit. De mystiek is de innerlijke toestand, het mysterie is het geheel van waarden, waardoor die innerlijke toestand beseft kan worden of geuit en gemeenschappelijk beleefd kan worden.

Er is dus een onderscheid. Neem dus niet aan dat mystiek en mysterie ongeveer hetzelfde zijn. Wel kunt u zeggen dat mystiek altijd de kern is van en voeren zal tot het mysterie. Want zonder de innerlijke verbondenheid, die niet redelijk verklaarbaar of aantoonbaar is, is het mysterie niet mogelijk, wordt het tot een waardeloze vertoning. Dat is de relatie tussen beiden. Maar mystiek kan bestaan zonder mysterie, mysterie kan echter niet bestaan zonder dat mystieke waarden aanwezig zijn, die als het ware het mysterie dragen.

Ik wil nu  besluiten. Het mysterie, een raadsel. Ons gehele bestaan als mens en geest is een raadsel. Wij vinden daarvoor wel verklaringen, maar ergens hapert het steeds weer, wij vinden nooit het enig mogelijke juiste antwoord. Alles wat wij zijn en niet zijn, vormt een raadsel, zoals onze eigen motieven en motiveringen steeds weer een raadsel blijven.

Waarom leeft u zoals u leeft? Waarom handelt u steeds weer zoals u doet? Kunt u dit op onweerlegbare wijze en duidelijk verklaren?

De kern van alle mysteries is dit grote mysterium: Het raadsel van ons bestaan, dat redelijk niet te doorgronden is. Altijd weer zal een mens die naar waarheid zoekt, de vraag stellen: Wat ben ik? En daarop zal hij moeten laten volgen: “Is datgene wat ik denk te zijn, is alles, wat ik meen te kennen, wel werkelijkheid?” Het doordringen tot de betekenis van het zijn is niet afhankelijk van een bepaalde wijze van denken of een bepaald symbool.

Maar het doordringen tot de ware zin van het leven is en blijft noodzakelijk, omdat men zich zonder dit niet los zal kunnen maken van het eeuwig wentelende rad des levens. Wanneer je steeds weer dezelfde fout maakt, ontstaat steeds weer dezelfde situatie en wat meer is, bij elke herhaling groeit de situatie als een soort dwang en dreigt je geheel te gaan beheersen.

Uiteindelijk weet je dan niet meer hoe met de fout, met de ontstane situaties ook, te breken.

De fouten die wij maken, zijn op zich niet erg. Wij maken allen fouten. Maar wanneer je dezelfde fout keer op keer herhaalt, bind je je aan een onwerkelijkheid, die je erkend hebt en toch niet meer wilt verlaten.

Wanneer wij het raadsel van het leven op willen lossen (wanneer wij in het mysterie de mystieke werkelijkheid willen vinden) of langs andere wegen, zo zullen wij allereerst moeten beginnen onze fouten te aanvaarden, wanneer wij ze begaan, wij zullen dan die fouten niet zo snel en gemakkelijk blijven begaan.

Wie zich bevrijdt van eigen fouten en misvattingen, zal als mens nog steeds fouten blijven maken, steeds andere, maar hij zal uit die fouten ook steeds weer leren en zo steeds meer de werkelijkheid van zijn wezen en zijn werkelijke mogelijkheden gaan beseffen. Dan zal men steeds juister uiting geven aan dat, wat men in wezen is en zal ook het bewustzijn van eigen innerlijke betekenis altijd groeien.

Wanneer je alle fouten overwonnen zou hebben en volmaakt zou zijn, zo zou je niet meer over jezelf kunnen spreken als ‘ik’. Dan ben je één geworden met het Hogere, met het Goddelijke, en ontbreken eigen daad, drijfveer, bestreving en actie verder.

Het is de fout die u maakt, die voert tot inzicht. Het zijn uw misvattingen, de herhaalde fouten, die u afsluiten van God en mensheid, u dwingende tot waanbeelden. Dit is hetgeen men nu ik noemt: In wezen een reeks fouten waaruit de werkelijkheid erkend wordt.

Het mysterie heeft tot doel de mens een erkenning van eigen vermogens en mogelijkheden te doen vinden, hem te doen beseffen, dat fouten op zich niet belangrijk zijn, maar dat het proces van steeds juister reageren aan de hand van het erkende, het enig werkelijk belangrijke is. Het mysterie heeft ten doel de mens de eeuwigheid in zich te doen erkennen, die de meeste mensen zonder dit niet kunnen vinden, omdat zij gevangen zijn in de herhaling van fouten, die zij niet schijnen te erkennen als zodanig of niet willen vermijden.

Ook het moderne mysterie draagt hiertoe bij. Indien u dit hebt geleerd, kan ik tevreden zijn. Wat u er mee doet, hoe u het doet, is uw eigen zaak. Het moderne mysterie echter is en blijft de bevrijding, niet alleen van de regels, maar vooral ook van de steeds herhaalde fout. Het is een leren, dat niet plaats vindt via het verstand, maar met innerlijk gevoel en erkennen plus verstand samenhangt. Het is een zoeken naar de perfecte evenwichtigheid in het ik van hogere waarden en het heden.

image_pdf