Mogelijke indicaties

uit de cursus ‘Praktisch occultisme’ (hoofdstuk 4) – januari 1974

Mogelijke indicaties

Als wij de mens zien te midden van zijn milieu, dan bezit hij een be­trekkelijk ruim dagbewustzijn. Daarin zit dan verder alles wat men het on­derbewuste noemt. Nu weet het onderbewuste altijd veel meer dan de mens zelf. Er zijn een aantal mogelijkheden om dat onderbewuste aan het woord te laten komen. Daarbij zijn er een aantal methoden, die eigenlijk van de mens zelf afhangen. Ik zou deze eerst met u willen bespreken. Een van de meest bekende methoden is:

De wichelroede

De wichelroede kan bestaan uit een geleider vervaardigd van metaal, van hout (de tak van een hazelaar, van balein en zelfs van plastic). Dit laatste zal menigeen verbazen. Wij moeten echter goed onthouden dat het niet de roede zelf is die uitslaat en draait. Het is in wezen de drager van die roede die de bewegingen daarvan veroorzaakt. Daarom is het niet belangrijk, of u nu dit bepaalde model gebruikt of een ander.

Wat de modellen betreft heeft u dus veel keus. Als u er veel mee moet werken of wilt werken, zou ik u willen aanraden er een te nemen met knoppen of een met z. g. draaihandvatten. In het eerste geval eindigen de eindjes van de lus (een soort visvorm) en die onder spanning wordt gebracht in twee knoppen. Door die knoppen in de handen te nemen voorkomt u dat er een te grote spanning op de handen zelf staat. U heeft meer houvast en ook de draaibeweging gaat vlotter. Datzelfde geldt ook voor de z.g. losse of draaiende handvatten. Hier brengt men meestal een paar houten handvatten aan de einden van een soortgelijke lus aan. Dit heeft het grote voordeel dat de roede zich daarin los kan bewegen. Dat houdt in dat elke spanning (de meeste spanningen komen uit de armspieren) dus nog gemakkelijker in een indicatie wordt omgezet.

Wat kan men er feitelijk mee doen?

Wel, alles heeft zijn eigen uitstraling. Indien een mens zich instelt op bv. water of in deze tijd misschien meer toepasselijk op olie of op iets anders, dan is het duidelijk dat deze instelling van die mens hem bijzonder sterk doet aanslaan op de uitstraling van water of olie. Als nu de proefpersoon zich met deze afstemming door een terrein beweegt, terwijl – zoals u weet – de roede onderhands of bovenhands vóór hem wordt gehouden, dan staat er altijd, omdat het een lus is, spanning op de polsgewrichten en op de armspieren. Ontdekt hij nu die uitstraling, wat doet hij dan? Hij geeft een rukje aan de roede. Dat weet hij zelf niet. Zijn spieren trekken en daardoor verandert de spanning op de lus, de roede slaat uit.

Dan kunt u proberen om nog meer te weten te komen. Als wij dat doen voor bv. water, dan kunnen wij proberen de diepte te schatten. Een wichelroedeloper, die enigermate geoefend is, zal zich automatisch afvragen hoe diep zit dat water? Dan krijgen we heel vaak dat er een slag wordt gemaakt. De wichelroede maakt dan een volledige draaiing en zal dat doen voor elke keer dat er één of vijf meter geteld moet worden beneden het oppervlak naar het water toe. Het is opvallend dat, als je daarop getraind bent, de roede inderdaad zeer nauwkeurig aanwijzingen geeft. Maar als men de roede gebruikt voor water of voor olie, dan kan men haar ook voor vele andere dingen gebruiken. Er zit veel meer in het onderbewustzijn.

Stel dat iemand ziek is. U voelt wel aan wat het is, maar u kunt er niet op komen; het wil niet doordringen in het waakbewustzijn. Wij nemen nu de roede en gaan daarmee langs die persoon. Daar waar in de uitstraling een fout is, dus waar een orgaan een abnormale uitstraling heeft, zal automatisch de spierbeweging beginnen en de wichelroede slaat uit. Daardoor hebben wij dan het lokaliseren van de kwaal mogelijk gemaakt en daarmee gelijktijdig een weg gebaand naar de gegevens die in ons onderbewustzijn aanwezig zijn.

Ik kan u vertellen (dit is een mopje dat betrekkelijk oud is) dat er in 1900 in Nederland een conferencier was, die veel moppen kreeg toege­stuurd en die ze verzamelde. En omdat hij niet zeker was welke het wel en welke het niet zouden doen, had hij de gewoonte met een wichelroede na te gaan welke wel en welke niet geschikt waren. Hij hield zich streng aan deze selectie. De man heeft inderdaad voor zijn tijd een heel behoorlijk succes gekend. Nu had hij wel het voordeel dat hij dat niet vaak behoefde te doen, want radio en t.v. bestonden nog niet, dus kon hij met één repertoire per jaar gemakkelijk uitkomen. Ik vertel u deze anekdote alleen maar om duidelijk te maken dat je eigenlijk de wichelroede voor alles zou kunnen gebruiken.

In vele gevallen is een wichelroede weer niet bruikbaar, indien het gaat om heel fijne en kleine dingen. Dan zullen wij eerder grijpen naar een slinger.

De pendel

Nu is het slingerprincipe op zichzelf ook al betrekkelijk eenvoudig. Er bestaan een aantal conventies. Iemand, die ze kent, zal zich daar bewust op instellen. Stelt u uw eigen conventies, dan zal tot uw verbazing blijken, dat de slinger zich ook aan die conventies houdt, want u realiseert zich weer niet dat u zelf mede aansprakelijk bent voor de uitslag van de slinger. Als u de slinger hanteert uit de vrije hand (men zegt liever pendel, maar het is gewoon een slinger), dan zijn het weer de onwillekeurige en vaak zeer geringe bewegingen van de hand en de spieren, die de beweging controleren welke door de pendel versterkt wordt uitgedrukt.
Er is hier dus weer sprake van toegang tot een normaal niet geheel toegankelijk gedeelte van het bewustzijn.

Hoe gebruiken wij de pendel?

Uit de vrije hand kunnen wij hem gebruiken om bv. plaatsen te lokaliseren. U neemt een landkaart. Als u weet wat u zoekt, kunt u dat op die landkaart vinden. Er zijn zelfs mensen, die een kaart van hun huis hebben en als ze iets kwijt zijn, pendelen zij eventjes om te kijken waar het zou kunnen zijn. Meestal klopt het aardig. Het onderbewustzijn weet meestal wel waar het kan zijn, alleen het bewustzijn vindt het niet. Dit is dus een eenvoudige methode.

Nu kunnen we zeggen: “negatief” = slingeren, “positief” = draaien. Dat is hetzelfde als “ja” en “neen”. “Ja” = in het rond slingeren, “neen” = heen en weer slingeren. Wij kunnen daar nog finesses aan toevoegen. Bijvoorbeeld een dubbele bevestiging, dus een persoonsaanduiding plus een plaatsaanduiding, kan door de loop van de slinger in de vorm van een acht worden uitgedrukt. Zo zijn er ongeveer een tachtigtal verschillende bewegings- of uitslagmogelijkheden van de slinger en aan elk daarvan kan een betekenis worden toegekend. Als u met die dingen begint, dan is het niet zo belangrijk dat u alle betekenissen kent. Natuurlijk, u kan daardoor de zaak voor uzelf verfijnen en daardoor de intuïtie gemakkelijker laten werken. Maar aan de andere kant, als het gaat om iets te vinden wat verloren is of desnoods om een kwaal uit te pendelen, dat is ook iets wat nog wel eens gebeurt, dan heeft u eigenlijk zo’n ingewikkelde taal niet nodig. U heeft gewoon “ja” en “neen” nodig. Verder heeft u een aanwijzing nodig eventueel voor medicatie. Dat gebeurt ook wel. Het mag natuurlijk niet. Het is namelijk onbevoegde uitoefening van de geneeskunde, maar het gebeurt veel. In dergelijke gevallen stellen wij:

  1. Ik moet een vraag stellen, die kan worden beantwoord door de slinger. Als ik de slinger vraag: “ben ik gek, ja of neen”, dan weet de slinger het ook niet meer. Vraag ik: “ben ik gek?” dan kan de slin­ger “ja” of “neen” antwoorden. Formuleer dus uw vragen altijd zo, dat ze met “ja” en “neen” kunnen worden beantwoord.
  2. Gebruik elke willekeurige slinger voor dit pendelen. U kunt het doen – een oud gebruik – met een trouwring aan een zijden draadje of aan een vrouwenhaar, dat is iets ouderwetser. U kunt het net zo goed doen met een klompje lood aan een touwtje of aan een kettinkje. U kunt ook een timmermansschietlood gebruiken. Kortom, het is niet belangrijk welk metaal u gebruikt, ongeacht wat daarover allemaal wordt verteld.

Als u pendelt uit de hand moet er een uitslagmogelijkheid zijn, dus een vergroting van de tekens, die door uw onderbewustzijn in feite tot stand worden gebracht. De lengte van het snoer moet voldoende zijn. Als u namelijk wilt pendelen met een snoerlengte van 5 cm, dan zult u nooit duidelijke uit­slagen, dus duidelijke tekens krijgen. De versterkingsfactor is te klein. Een minimum zal voor een beginner liggen tussen de 15 en 20 cm. Wilt u het staande doen boven een op de grond liggende landkaart, neemt u dan 50 tot 100 cm, dat maakt geen verschil uit. Houdt u er echter rekening mee dat bij een landkaart een grotere uitslagmogelíjkheid van de slinger gelijktijdig een vagere aanduiding van plaats betekent, omdat het teken meer ruimte in beslag neemt.
Wilt u een kwaal uitpendelen, dan kunt u dat doen door een aantal kwalen op kaartjes te schrijven en die dan in een kring te leggen. Dan gaat u maar na waar de pendel uitslag geeft. Wilt u zien welke medicijnen voor iemand geschikt zijn? U zet een aantal medicijnen neer, u legt er een aanduiding van de kwaal bij en u houdt de pendel boven de kwaal. De uitslag, die de pendel zal geven, zal gericht zijn op het medicament dat er bijhoort.

Nu zijn er ook mensen, die een pendel willen gebruiken om boodschappen uit de geest te ontvangen of om andere dan menselijke krachten aan het woord te laten. In een dergelijk geval mag niet uit de hand gependeld worden, want daar is het onderbewustzijn van de pendelaar zo oppermachtig dat zelfs de meest goedwillende geest daar nooit een helemaal duidelijk antwoord uit kan krijgen. Wie daarvoor een pendel wil gebruiken, zal hem dus dienen op te stellen. Men neemt dan over het algemeen een houder met een stevige voet. Deze voet moet zo sterk zijn, dat er een galgje aan vast kan worden gemaakt. De afstand tussen opstaande stijl en het einde van de galg zal op z’n minst 10 cm, bij voorkeur 12 à 15 cm moeten bedragen. De hoogte van het geheel wordt dan meestal ook gehouden op 15 cm waarmee wij dus een totale lengte van snoer plus pendel krijgen van 12 cm. Dit is maar om een idee te geven. De pendel wordt op de tafel geplaatst, eventueel boven de vragen die de pendel moet beantwoorden of in andere gevallen boven een vlak waarop de beweging gemakkelijk zichtbaar wordt (een wit tafellaken bv.).

Dan gaan wij daar rustig omheen zitten en leggen onze handen op tafel, zoals wij dat doen bij een tafeldans seance. Wij wachten dan rustig af totdat de pendel uitslag geeft. Het is mogelijk om hiermee inderdaad boodschappen te ontvangen. De mensen veroorzaken door hun verwachting een uitstraling, beter gezegd een veld. De meeste aanwezigen hebben niet een voldoende sterk gelijkluidend antwoord om de beweging van de pendel in grote mate te beïnvloeden. Hier hebben we altijd een wachttijd, omdat:

  1. een entiteit aanwezig moet zijn, die bovendien nog zin heeft om op de gestelde vragen antwoord te geven.
  2. de aanwezigen een voldoend sterk veld moeten hebben opgebouwd waardoor de beweging van de pendel mogelijk wordt.

Het automatisch schrift

Nu is automatisch schrift voor heel veel mensen in de eerste plaats een zuiver mediamieke eigenschap. Degene die het automatisch schrift hanteert, zo zegt men, geeft een boodschap door van de geest en dit vooral als dat gebeurt met gebruikmaking van een planchette, een soort rolschaats waarvan de wieltjes aan de voorkant vervangen zijn door een potlood. De hand wordt dan op het plankje gelegd. Men krijgt dan inderdaad boodschappen door. Maar ook hier kan het onderbewustzijn wel degelijk een rol spelen. En als het medium meeleest wat er geschreven wordt, dan schrijft hij waarschijnlijk een groot gedeelte van de boodschap zelf, dat kan haast niet anders. Hetzelfde geldt als gewoon gewerkt wordt met een potlood, een ballpoint of een viltstift in de hand. Hier is de neiging van het “ik” om zich op deze wijze uit te drukken natuurlijk nog groter. In al die gevallen denkt men nu laat ik de geest spreken.

Misschien kent u die eigenaardige gewoonte van sommige mensen om z.g. “droedels”, te fabriceren. Terwijl ze aan heel iets anders denken, zitten ze te tekenen, lijntjes, streepjes, krulletjes, alles door elkaar. Maar het vreemde is, dat een psycholoog aan de hand van zo’n tekening kan zeggen hoe de instelling van de persoonlijkheid is en hoe zijn reactie op de boodschap zal zijn. Hier gaat het onderbewustzijn dus een rol spelen.

Als ik nu niet weet hoe ik iets moet oplossen of beantwoorden, maar het gevoel heb dat ik het zelf weet, dan behoef ik daar de geest niet bij te halen. Ik kan mij dan op die vraag concentreren en daarbij een pen of potlood en een stukje papier in de hand nemen. Kijk er dan niet naar. Als u voelt dat de pen gaat bewegen, zeg dan ook niet: dat is de geest die mij in beslag neemt. De geest is geen deurwaarder en legt dus weinig beslag. Zeg gewoon: nu zullen we zien wat er uit komt. Denk niet dat u altijd letters, dus woorden ontvangt. Toch zijn er enkele dingen, die in het resultaat van deze droedelpoging van belang kunnen zijn.

Als wij dat onderbewustzijn activeren en wij krijgen voornamelijk een horizontale lijn waarop hier en daar misschien wat verticaal lopende lijntjes uitslaan – zoals we wel zien bij een schrijvende barometer – dan kunnen wij er zeker van zijn dat het probleem niet juist is gezien. Het probleem zoals u het stelt is dus niet gelijk aan dat waarmee u bezig bent. Hebben wij daarentegen voornamelijk te maken met letters of haakvormen, die aaneengerijd zijn – ook zonder enige zin – dan hebben wij wel een antwoord, maar dat antwoord past weer niet bij de vraag. Wij hebben nu erkend, er zit een reëel probleem in de vraag, maar wij kunnen het niet juist beantwoorden. Wij moeten in zo’n geval proberen die vraag voor onszelf nader te omschrijven door ons af te vragen: Hoe kom ik ertoe dit te vragen? Wat maakt het voor mij belangrijk? Het eindresultaat van een dergelijke seance met jezelf is heel vaak dat je korte woorden neerschrijft. Bijvoorbeeld, iemand schrijft: ja, ja, ja, ja. Dat is dan iemand die zich afvraagt of hij een belastingschuld heeft. Het is ook mogelijk dat iemand het woord “dom” neerschrijft. Dus korte woorden en vaak herhaald. Als dergelijke woorden naar voren komen, geven zij direct commentaar op uw eigen gedrag ten aanzien van het gestelde. U kunt op die manier wel degelijk ontdekken wat er aan de hand is. En nu het wonderlijke:

Als wij met het antwoord als basis gaan nadenken over onze problemen, breekt vaak de afscherming van het onderbewustzijn open. Er ontstaan plotseling voor ons een hele rij beelden, mogelijkheden en feiten, die wij waren vergeten. Zo kunnen wij het probleem geheel opnieuw beschouwen, benaderen en vaak oplossen.

Wat dat betreft, is het misschien ook wel aardig op te merken dat er een zg. slaap-opdracht kan zijn. Nu zal die niet voor iedereen werken. Ik heb haar daarom niet op een belangrijke plaats in dit betoog gesteld.

Als een mens gaat slapen met een bepaald probleem in gedachten dat hem werkelijk en intens bezighoudt, dan zal hij in de slaap de neiging heb­ben een oplossing daarvoor te zoeken. Soms gebeurt dat in een droom. Maar die droom onthoudt hij meestal slechts ten dele, zodat het antwoord niet zo goed is. Er zijn ook gevallen bekend van mensen, die a.h.w. slaapwandelden.

Een romancier was vast gelopen met zijn boek. Hij hield zich heel erg bezig met het probleem: hoe moet ik nu verder? Toen hij de volgende dag opstond, vond hij tot zijn verbazing een hoofdstuk erbij. Hij had dat niet van de geest ontvangen. Hij had alleen onbewust eigenlijk reeds de oplossing gevonden en heeft die slaapwandelend neergepend en daardoor de spanning, die de slaap en daarmee ook de geestelijke ontspanning die nodig is tegen hield, a.h.w. terzijde geschoven. U ziet het, er zijn heel wat mogelijkheden om oplossingen te vinden. Er zijn heel veel indicaties te vinden voor datgene wat voor ons juist en niet juist is. Wij voelen dat zelf heel goed aan, ook al willen wij daar meestal niet aan geloven.

Dan is er ook nog:

Het  orakel

Voor het orakel wordt hier in het Westen bij voorkeur de bijbel ge­bruikt op een echt christelijke wijze. Men slaat blindelings de bijbel open – dat is al christelijk – daarna prikt men blindelings met een speld in een van de bladzijden – ook dat is christelijk. Het uitdelen van speldenprikken behoort, geloof ik, tot een van de kenmerken van de christelijke samenleving, dus wat dat betreft is er geen bezwaar. Maar wat gebeurt er nu? Wij hebben een willekeurige regel aangestipt. Wij denken dat deze re­gel de oplossing geeft. Wat doen wij? Wij gebruiken gewoon een deeltje van de bijbel als starter. Wij brengen dus een proces van redenering op gang, waarbij redelijkheid en logica zijn uitgeschakeld. Daardoor bereiken wij weer dat het onderbewustzijn een juiste interpretatie vindt.

In een bepaald Chinees wichelspel werpen wij met munten of in een ander geval met staafjes. Aan de hand van die staafjes berekenen wij dan de verschillende strofen van een vier-regelig gedicht dat wij maken. Wij kunnen zelfs gaan tot drie vier-regelige gedichten en die zeggen dan bij elkaar precies waar wij aan toe zijn.

Als u nu goed kijkt, is het eigenlijk niet eens zo belangrijk welke samenstelling u vindt. Belangrijk is alleen dat hierdoor het eigen denken wordt afgeleid van de logica, van het alledaagse. Daardoor krijgt een groot gedeelte van het eigen onderbewustzijn de kans om naar voren te treden.

Nu zult u zeggen: waar blijft de geest bij al die dingen? De geest kan ook meespelen, want in het onderbewuste van de mens schuilen zijn eigen geestelijke kwaliteiten en daarnaast ook vele beïnvloedingen vanuit de geest, die het waakbewustzijn eenvoudig weigert te erkennen. Ik geloof dat wij hier niet de geest in de eerste plaats behoeven bij te halen. Het is natuurlijk gemakkelijker, als wij een andere persoonlijkheid aansprakelijk kunnen stellen. Misschien dat daarom menigeen toch liever God, de geest, een engel, een heilige of desnoods de duivel aansprakelijk stelt voor dat­gene wat hij uit zichzelf opdiept.

Ik heb in het begin reeds gezegd: wij weten veel meer en wij kunnen veel meer dan wij onszelf toegeven. Maar een groot gedeelte van die mogelijkheden ligt buiten het waakbewustzijn in ons opgeslagen. Er zijn een aantal eenvoudige proefjes die wij kunnen doen en waardoor wij voor onszelf duide­lijk kunnen maken dat er iets is. De pendel en de wichelroede zijn daar deel van. Wij kunnen dat ook doen met kaarten.

De tarot

De gewone kaartleg-systemen zijn eigenlijk geen cent méér waard dan koffiedik-kijken of theeblaadjes lezen. Het zijn weer methoden om de eigen gevoeligheden en innerlijke erkenningen een uitweg naar het waakbewustzijn te verschaffen, maar verder ook niet. Ik wil hier een uitzondering maken en wel voor de tarot, mits die gebruikt wordt op de zuivere manier. Dat wil zeggen: niet in het z.g. tel- en rijenspel, maar in het spel van driehoek, vierkant of driehoek in de cirkel. In deze gevallen blijven Groot Arcanum en Klein Arcanum, ofwel de hoofdkaarten en de gewone kaarten, van elkaar gescheiden. De interpretatie van de innerlijke toestand (in de driehoek) is dan aanleiding om begrip te krijgen voor de situatie zoals wij die beleven buiten ons en die staat dan in het vierkant of de cirkel.

Hier hebben wij dan een methode, die iets verder gaat omdat ze niet alleen een beroep doet op datgene wat in het onderbewustzijn reeds aanwe­zig is, maar daarnaast ook het begrip afstemt op nieuwe combinaties en door verandering van innerlijke afstemming ook de mogelijkheid geeft tot het verwerven van andere signalen uit de omgeving of dat nu de geest is of de stof. In alle andere gevallen van kaartleggen hebben wij weer te maken met een gewoon startertje voor het onderbewustzijn.

Cijfersystemen

Bij de cijfersystemen geldt weer hetzelfde, het is de interpretatie die het doet, niet de cijfers. Een interpretatie wordt in wezen gestimuleerd door een overgave aan intuïtieve reacties, dus reacties die uit het onderbewustzijn voortkomen. Wil men indicaties hebben of dat nu gaat t.a.v. de toekomst, de eigen toestand, de mogelijkheden van een andere persoonlijkheid of het verblijf van verborgen dingen, dan is het zeer belangrijk dat wij niet volgens de rede reageren. ­

In het occultisme is de redelijkheid – dat zult u meer gehoord hebben – eerder een belemmering dan een hulpmiddel, omdat het redelijke gebaseerd is op de alledag. Het is het eiland van besef in een oceaan van het onbekende, waarbij de mens weigert de oceaan te erkennen of te betreden en het eiland uitroept als de enige werkelijkheid.
Als wij echter willen werken met het occultisme, zelfs in casu bij het benaderen van het onderbewustzijn, dan moeten wij juist het eiland van de menselijke werkelijkheid terzijde kunnen stellen. Wij moeten die vreemde vorm van intuïtieve inspiratieve beleving in de plaats stellen van de werkelijkheid. En eerst als de resultaten verkregen zijn, kunnen wij eventueel zien of ze in de werkelijkheid passen en zo ja, op welke manier.

Occultisme is een wetenschap op zichzelf, zeker. Maar het is toch wel een wetenschap, die van alle andere wetenschappen verschilt, omdat het gebaseerd is op de eigen structuur van de mens en elke mens is een beetje anders. Een magisch ritueel zal voor een maximaal resultaat door honderd personen op honderd verschillende manieren moeten worden uitgedrukt en uitgebeeld. Zo geldt het ook hier.
U kunt eens voor de aardigheid proberen of u wat met pendelen kunt doen. Of u probeert eens of een wichelroede ook uitslag geeft. Maar zegt u daar dan vooral niet bij: Bij mij gaat het toch niet. Want dan gaat het niet. Zeg gewoon tegen uzelf: Ook bij mij is dit mogelijk. Dan komt u verder.

Praktisch occultisme is helemaal niet het scheppen van een geloof. Als wij indicaties willen hebben van het voor ons niet bekende, zelfs als wij vooruit willen lopen op de tijd of terug willen gaan in de tijd, dan heb­ben wij eenvoudig een wereld nodig die niet logisch en niet redelijk functioneert. Deze wereld bestaat in onszelf. Die innerlijke wereld is verbonden met allerhande vormen van bestaan en leven, die in de zogenaamde wer­kelijkheid van de mens niet worden erkend of slechts een zeer bepaalde rol opgedrongen krijgen. Dan is het toch wel duidelijk dat iemand, die met praktisch occultisme wil werken helemaal niet behoeft uit te gaan van een be­paald geloof of een bepaalde stelling. Maar hij moet wel aanvaarden dat er een mogelijkheid voor hem is om op een niet in de normaliteit passende wijze gegevens te verkrijgen.

Er bestaan natuurlijk kunstjes, die altijd weer worden toegeschreven aan grote Meesters. Een daarvan is de z. g. “ontdubbeling”, waarbij een deel van het ego wordt geprojecteerd, vaak zelfs in een stoffelijk volledig ken­bare vorm (etherisch dubbel), waardoor men terwijl het ene lichaam rust met het andere lichaam aan het werk kan tijgen. Dat zijn dingen die wel mogelijk zijn. Voor u behoren ze waarschijnlijk voorlopig niet tot de mogelijkheden, omdat het een grote beheersing veronderstelt, ook van het eigen lichaam en omdat het daarnaast een instelling veronderstelt die de meeste mensen niet hebben.

Wat betreft de tijd, hier ligt de zaak toch wel een beetje anders. Tijd is iets waarmee iedereen verwant is. Als wij het verleden willen her­beleven, dan kunnen wij dat niet doen krachtens herinneringen, maar wel aan de hand van een indicatie. In het heden hebben wij een visie: op dat punt van de tijd was het zo en zo. Nu zeggen wij niet tegen onszelf: is dit waar? Maar wij zeggen: wij zijn in die tijd. Gaat u zich dan volkomen ontspan­nen, gaat u desnoods maar lekker slapen. Het vreemde dat zich hier ontwikkelt is, dat u een droom krijgt en dat die droom – want zo noemt u het dan – de feiten weergeeft. De droom houdt zich namelijk niet aan hetgeen u bestemd heeft, zij ontwikkelt zich, vooral in de kleine details op een heel andere manier. Die andere manier betekent dat ze veel dichter bij de werkelijkheid komt.

Wilt u naar de toekomst gaan? Alweer, stel u in op een mogelijkheid, die u veronderstelt plus een tijdstip dat u veronderstelt en ontspan u. Probeer het tijdstip en de mogelijkheid die u veronderstelt in het oog te houden. Er ontstaat wederom een beeld. Dat beeld draagt u eigenlijk in u. Dat is de lijn van de grootste mogelijkheid voor u. De kans is zeer groot dat u dan een aantal voorstellingen krijgt, die voor u de toekomst uit­drukken.

De kristallen bol

Er zijn veel mensen, die zeggen: Ja, met dromen weet je het nooit. Ik moet het op een andere manier doen. Een van die methoden daarvoor is de kristallen bol. Let wel, ik wil van u geen kristalkijkers maken. Bovendien is een goed kristal voor magische doeleinden kostbaar. Neem daarvoor in de plaats een bord of een schaaltje. Bij voorkeur niet wit. Het beste is koperkleur, geelrood of terracotta. Gooi daar gewoon water in. Zorg dat het reflecteert zonder dat het beelden weerspiegelt. Ga daarin rustig kijken. Dan begint diezelfde droom ook, maar nu projecteert u de droom visueel (u behoeft niet in te slapen), wanneer u een voldoende concentratie heeft en u ziet de voorstellingen opdoemen naar u denkt in het water. Wat meer is, u kunt dergelijke beelden vaak via een telepathische overdracht aan een ander laten zien, die in de schaal kijkt. Het is een methode, die in het Oosten meer wordt gebruikt dan in het Westen.

Is het nu allemaal waar wat wij daarin zien? Ik geloof niet dat dit een vraag is waarop een antwoord mogelijk is. Het is eigenlijk waar en niet waar. Het is een deel van onze waarheid. Het is een deel van ons bestaan dat wij uitdrukken. Wij kunnen niet het bestaan van een ander uitdrukken. Wij kunnen slechts ons bestaan uitdrukken, tenzij een ander als directe in­ductor wordt gebruikt. Inductor betekent: iemand, die het basis signaal geeft, waardoor wij tot een aantal voorstellingen komen. Iets dergelijks vindt u ook bij de psychometrie. Ook daar wordt een voorwerp als inductor gebruikt. Dat betekent, dat een bepaalde persoon (in het geval van de kristalkijker diens psyche en de uitstraling daarvan) de basis vormt voor de beelden, die u gaat ontvangen. Wat de ziener in dit geval doet, is niet zelf zien. Neen, hij neemt het totaal van de andere persoonlijkheid in zich op en projecteert dit weer voor zichzelf als een visuele hallucinatie in de kristallen bol of op het wateroppervlak. Op die manier kunt u dus een ander zien.

Nu komen er wel eens moeders, die zeggen: “Kunt u in het kristal iets zien over mijn zoon?” Er zijn hele stammen van waarzegsters, die daaraan een tijdlang een heel goede broodwinning hebben gehad. De waarzegster of de kristalkijkster kan nooit iets zien wat niet in die moeder bestaat. En aangezien moeders zich meestal bedriegen omtrent de werkelijkheid van hun kinderen, zal het beeld dat wordt weergegeven zelden reëel zijn. Het bevat datgene wat op grond van de gegevens van de moeder juist is. Maar aangezien de moeder niet identiek is met het kind, zal voor het kind de toekomst er toch wel anders uitzien. Ik geloof, dat u dit goed moet begrijpen.

Praktisch occultisme betekent ook onderscheid weten te maken tus­sen het algemeen mogelijke en het niet algemeen mogelijke. Indicaties, die wij willen hebben ten aanzien van toekomst, verleden of wat dan ook, kun­nen alleen worden geput uit onszelf of uit het onderbewustzijn van een an­der. Maar dan kan dit alleen, indien die ander volledig verweven is met hetgeen wij gaan zoeken.

Er zijn mensen, die een heel vreemde voorstelling hebben van bv. het werken met de pendel om verloren of vermiste personen op te sporen. Zij schrijven gewoon een briefje: De neef van de achternicht van mijn tante is sedert enige tijd verdwenen in Nieuw Guinea. Kunt u mij ook zeggen, of die is opgegeten en zo ja, waar?

Dit komt voor. Dan moet u goed onthouden: Er is in dit geval geen reële inductor, dus is er geen reële afstemming mogelijk. Er bestaat dus niet de mogelijkheid om uit een menselijk kunnen hier het verleden terug te vin­den of zelfs te bepalen hoe de toestand in het heden is. Indien wij nu een foto van die persoon hebben, verandert de zaak. Wij kunnen ons door de voorstelling, want op de foto staat altijd wel iets meer dan alleen de zichtbare gestalte, althans instellen op de persoonlijkheid. De kans dat wij het mis hebben is nog betrekkelijk groot. Ik zou zeggen voor een zeer bekwaam persoon 4 op 10. Voor een beginneling 9 op 10. Maar wij hebben tenminste een reële mogelijkheid om ons af te stemmen op de persoonlijkheid. Als die afstemming mogelijk is en wij zijn bovendien geestelijk bekwaam, dan is de kans groot dat wij zeggen: Nu gaat de pendel reageren, want mijn geeste­lijk besef dat deel uitmaakt van het onbewuste heeft die persoonlijkheid ge­constateerd. Op grond daarvan kan ik nu antwoorden op de vragen: Is hij dood of niet dood? Bevindt hij zich in Nieuw Guinea of heeft hij een slippertje gemaakt naar Sidney? Op die manier kom je vaak bepaalde dingen te weten. U zult de beste resultaten behalen, als u werkt met eenvoudige midde­len. Pendelt u maar rustig een paar keer, het zal u zeker geen kwaad doen. Maar stel niet van tevoren vast welk antwoord waarschijnlijk is. Laat dat maar uit uzelf opwellen. Als u de antwoorden heeft, noteert u ze en gaat u niet beredeneren wat ze kunnen betekenen, want dan vervalst u al uw gegevens.

Als u met een wichelroede wilt oefenen en u heeft de gelegenheid daarvoor, ga dan bij voorkeur eerst eens uit van een terrein waarvan een ander (maar niet u) weet, of er water aanwezig is en zo ja, waar.

Begin zeker niet met onmiddellijk naar aardstralen te zoeken, want dan ruikt u misschien een luchtje dat kattenpis betekent en u interpreteert dat als aardstraal en prompt slaat het apparaat uit. Zoekt u dus niet naar aardstralen e.d. voordat u eerst heeft geleerd hoe u zo’n wichelroede moet hanteren en uzelf een paar keer op de proef heeft gesteld

Aardstralen

Aardstralen bestaan, ook al wordt het wetenschappelijk ontkend. Aardstralen kunnen schadelijk zijn, ook al wordt dat wetenschappelijk ontkend. Het is waar. Aardstralen komen niet zo vaak en overal voor als men wel aanneemt. Aardstralen zijn niet permanent jarenlang steeds op dezelf­de plaats aanwezig. Deze punten dient u eerst te onthouden.

Als u aardstralen zoekt moet u zoeken naar schadelijke straling. U kunt een schadelijke straling nooit alleen door een afscherming of een tegenstraling ongedaan maken. Dus koop alstublieft geen dure kastjes, zij halen weinig uit. Indien u echter een schadelijke straling of een scha­delijke invloed op een bepaalde plaats heeft ontdekt, deel dan gewoon, als die bv. in een kamer is, dat vertrek wat anders in, zodat men zich niet voortdurend in die invloed bevindt. Het zijn meestal betrekkelijk kleine zones, veroorzaakt door breukzones ergens beneden in de aardschors waar­op u leeft. Heeft u die invloed buiten, dan zult u ontdekken dat waar bv. graan het niet doet, het wel mogelijk is om suikerbieten te verbouwen; dat waar aardstralen aardappels schurftig maken en daarbij veel droogrot geven het heel goed mogelijk is om daar boerenkool of savooikool te planten.

Indien u ontdekt: er is een schadelijke straling, neemt u dan dat beeld van die straling en pendelt u eens uit welk gewas daar nu wel profijt van zal hebben. U zult tot uw verbazing ontdekken dat zelfs, als in uw tuintje zo’n plek is, er gewassen bestaan die juist dáár het bijzonder goed doen. Dit is eenvoudig in de praktijk te zien.

Als u met een pendel werkt, kunt u aardstralen niet constateren. En wel, omdat de pendel op elk bewustzijnsproces onmiddellijk reageert en er geen vertragingsmoment in overdracht bestaat, zoals bij een wichelroede het geval is.

Als u met een wichelroede werkt, ga altijd langzaam en gelijkmatig voorwaarts. Ga nooit een stapje links of rechts, maar steeds rechtuit. Maak dan rechtsomkeer en kies uw volgende baan, ongeveer 60 cm van de oorspronkelijke. Op die manier kunt u werkelijk het hele terrein volledig aftasten. Dan zult u zelfs betrekkelijk geringe indrukken onmiddellijk weer­geven door een uitslag.

Als u de toekomst wilt voorspellen aan uzelf (er zijn heel veel men­sen die dat gaarne doen), legt u dan maar rustig de kaart, maar onthoudt u altijd dat het een spel moet blijven. Zodra u het ernstig gaat nemen, gaat u in het spel al uw eigen wensen projecteren. Er is dan een drang om het begeerde in de toekomst waar te zien worden. Doet u het speels en eigenlijk omdat het onbelangrijk is, dan hecht u aan de indrukken veel min­der waarde. U zult dus niet emotioneel gedwongen zijn om opdringende in­tuïties terzijde te schuiven of op een andere wijze te interpreteren. Leg niet teveel de kaart voor uzelf, u wordt er toch niet beter van. Als u het voor anderen doet, kunt u er beter van worden, maar dat acht ik toch ook niet de meest juiste manier om ergens beter van te worden. Dus houdt u dat alstublieft uit het spel.

Wilt u innerlijk grotere waarden en waarheden beleven, bv. door een gerichte droomwereld, onthoud dan dat ook hier uw eigen instelling en onderbewustzijn een zeer grote invloed hebben. Als u een droom onthoudt, mag u proberen die te interpreteren, maar doet u het dan niet aan de hand van een droomboek, want dan heeft u het meestal mis. Doet u het ge­woon aan de hand van de gevoelens die de droom bij u wekt. Als deze gevoe­lens worden samengevat, geven zij iets weer van hetgeen er in u leeft als een verwachting ten aanzien van bv. een bepaald ogenblik in de toekomst.

Er zijn indicaties die tot ver in de toekomst reiken. Er zijn indicaties voor alle normafwijkingen rond ons. Er zijn indicaties voor alle processen, die zich beneden het bewuste vlak in onszelf afspelen. Met de een­voudige middelen waarvan ik u er enkele heb genoemd, kunt u die kenbaar maken. Het is zeker geen tijdverspilling om op deze manier ook kennis te maken met uw eigen onderbewustzijn, met de factoren die in u een rol spe­len. Maar onthoudt u wel: als u vandaag anders leeft, zal het morgen an­ders zijn. Laat u niet binden aan een toekomstverwachting, maar leef steeds vandaag en vanuit vandaag.

Indien u iets constateert ten aanzien van een kwaal met pendel slinger of met de wichelroede of op een andere wijze, neem dit als aandui­ding voor de noodzaak om hier een redelijk onderzoek in te stellen. Hou rekening met die mogelijkheid, maar handel niet alsof dit een feit is. Wat dat betreft nog een waarschuwing aan degenen die recepten uit de geest verwachten. Zij worden soms wel gegeven, maar zij moeten zeer goed getoetst worden. Want als in plaats van 1/100 gram arsenicum, 100 gram arsenicum in dat recept terecht komt, dan kunt u de fout aan onze kant betreuren.

Hiermede hoop ik u een klein stukje van het occultisme op een rede­lijk praktische wijze te hebben voorgelegd. Mag ik hieraan toevoegen, dat over praktisch alles wat wij bespreken vele boekwerken bestaan. U zult ze zelfs in de openbare bibliotheek en leeszaal kunnen aantreffen. Het is dus niet onze taak om u alle details nauwkeurig voor te leggen. Die kunt u namelijk zelf nagaan. Maar het gebruik, het hanteren van deze waarden op de juiste wijze, dat proberen wij u wel voor te leggen. Ik hoopt dat ik daarmee ook deze maal enigszins ben geslaagd.

Mnemotechniek

Deze deftige naam omschrijft in wezen de kunst om te onthouden.

Onthouden kunt u op vele verschillende manieren. De meest eenvoudige is natuurlijk het gedachtebruggetje: associaties maken. Als iemand bv. Ram heet en hij heeft een geitengezicht, dan denkt u: sik-man-ram. Dit is een methode, die u kunt gebruiken om feiten of namen gemakkelijker terug te vinden. Het heeft natuurlijk ook wel eens een eigenaardige reactie ten gevolge. Want stel, dat u komt tot sik en dat u tegen die mijnheer zegt: Geit, dan is hij waarschijnlijk verontwaardigd.

De werkelijke mnemotechniek is gebaseerd op een andere methode, name­lijk om op te nemen en pas later het te realiseren. Het is een soort psychisch fotograferen. Dat kunt u in het begin niet doen met grote dingen. Er zijn mensen, die een hele telefoongids leren doorbladeren en dan, als iemand een bepaalde factor aangeeft, alle omringende factoren onmiddellijk visualiseren. Maar dit is alleen na veel training mogelijk. Voor degene die wil beginnen met mnemotechniek, heb ik hier een paar eenvoudige richtlijnen

Neemt u een alinea uit een of ander willekeurig boek, u kunt ook een krant nemen. U bekijkt het (u leest het niet), u bekijkt deze krant of het boek gedurende tien seconden. Daarna sluit u de ogen en probeert u de zin te lezen. Dat lukt niet. Herhaal de procedure met diezelfde zin nog drie of vier keer. Dan gaat het al veel beter. Indien u dit regelmatig blijft doen, zult u ontdekken dat u op dan duur vijf, zes tot tien alinea’s kunt bekijken en na ongeveer tien seconden een zeer groot gedeelte daarvan letterlijk kunt weergeven. Het is dus gewoon een kwestie van training. Lezen is iets wat iedereen wel kan, althans in Nederland. Daarom begin ik hiermee.

Er zijn echter ook andere dingen, die u graag zou willen onthouden. Bijvoorbeeld. u zou graag een etalage willen overzien en dan in een ogenblik constateren wat daarin aanwezig is. Dat betekent dat u over een groot vlak moet waarnemen en die waarneming niet moet preciseren door uw aandacht van het ene punt op het andere te richten, maar door zoveel mogelijk het geheel te overzien. Om dit te leren gebruikt u het eenvoudige spelletje dat Kim al speelt in het gelijknamige werk van Kipling.

U legt een aantal voorwerpen gewoon neer. U kijkt er even naar, dan bedekt u ze en u probeert ze daarna op te noemen. In het begin zult u ontdekken, dat als u begint met 15 voorwerpen u er misschien 5 van onthoudt. Op den duur brengt u het zover dat u er 15 weet. Dit is alleen om te leren opnemen en ze niet achtereenvolgens op te sommen.

Nu doet u het volgende: u gaat naar een etalage. Dat kunt u mooi doen bij een uitverkoop. U kiest om te beginnen geen al te grote. U kijkt gewoon rechtuit naar een oppervlak. U kijkt alleen. U staart a.h.w. en u laat het geheel op u inwerken. Daarna draait u zich om en u zegt tegen uzelf: Wat zijn de goedkoopste artikelen die ik heb gezien? Het zal u opvallen dat u een groot aantal daarvan onmiddellijk kunt opnoemen, terwijl u niet eens wist dat ze er waren. Gaat u kijken, dan ziet u dat het waar is.

Dit zijn allemaal heel eenvoudige methoden, maar het betekent wel dat je op den duur steeds meer kunt opnemen.

De mnemotechniek is namelijk gebaseerd op het niet begrijpen, het alleen maar zien, alleen maar waarnemen. Indien ik iets moet gaan interpreteren, dan is dat een heel ingewikkeld proces. Ik moet er dan begrippen aan verbinden, ik moet er associaties bij vinden, ik heb misschien geen voldoen referentiewaarden, maar op het ogenblik dat ik alleen maar kijk, neem ik op.

Indien ik mij aanwen om te kijken en daarna zonder interpretatie gewoon het geziene weer te geven, dan blijkt dat de meeste mensen wel geen absoluut fotografisch geheugen hebben, maar dat zij zelfs op rijpere leeftijd met enige oefening toch zeer grote gedeelten van een bladzijde bv. letterlijk kunnen weergeven zolang zij zich niet afvragen wat zij weergeven. Dus ook bij de weergave gaat het er niet om: wat staat er? of: wat betekent het? Het is gewoon: wat heb ik gezien?

De mnemotechniek is in het begin – dat geef ik graag toe – een gezelschapsspel. Maar u heeft er ontzettend veel voordeel van, omdat u in één oogopslag kunt zien wat er op een heel uitgebreid terrein te doen is. U weet dat dan niet bewust, maar komt er nu in u op: “ik zou dit of dat willen zien”, dan treedt dat beeld in werking en zegt: “dat kunt u daar vinden”. U weet zelfs de weg daarheen zonder meer.

Als u dit nog wat meer uitbreidt, dan krijgt u de z.g. stadsoriëntatie. Ook stadsoriëntatie kan – zo vreemd het ook moge klinken – gebaseerd zijn op mnemotechniek. U weet dat in een stad over het algemeen de centra zijn gelegen nabij de kerken of tegenwoordig nabij de hoge kantoorgebouwen. Dat vereenvoudigt dan uw oriëntatie. U kijkt gewoon op een kaart, die u meestal wel ergens bij het station kunt vinden en u beschouwt het alleen maar. U neemt het in u op. Nu heeft u niet alleen een aantal lijnen gezien, maar u heeft ook een aantal namen geregistreerd, ook al weet u dat niet. Als u nu later naar een straatnaam kijkt, dan weet u automatisch, o, dan kom ik daar en daar. En aangezien belangrijke punten op zo’n kaart meestal wel in het bijzonder zijn weergegeven, zult u zich gemakkelijk kunnen oriënteren.

Op dezelfde manier kunt u met deze mnemotechniek ook nog leren om hele wegenkaarten a.h.w. van buiten te leren. Niet door ze bewust na te zoeken, maar door ze te zien. Hebben wij nu een bepaalde opdracht – denk aan een puzzelrit – en wij weten dat wij de derde weg links moeten hebben, dan weten wij waar de derde weg links is vanaf dit punt, want die kaart staat ons voor ogen. Wij hebben niet eens een kaart nodig om haar te lezen. Integendeel, zouden wij die kaart zonder meer lezen, dan zouden wij ons waarschijnlijk vergissen, want dan gaan wij tellen en beredeneren en dan zou­den we ons vergissen.

De mogelijkheid om op deze manier iets met je geheugen te doen neemt natuurlijk af, als de directe geheugenfuncties wat nalaten, vooral bij oudere mensen komt dat voor. Je zegt iets of je doet iets, je legt iets neer en twee minuten later weet je het niet meer. Nu moet u goed onthouden, dat dit wederom een proces is waarin het bewustzijn een rol speelt. Indien wij ons aanwennen om alles te zien, dan kunnen wij onze ogen dicht doen en zeg­gen: “potlood” en dan weten wij waar wij het hebben neergelegd. Want wij heb­ben gezien waar wij het hebben neergelegd. Het is een kwestie van kijken. Dat wil niet zeggen dat wij het ons dan herinneren, dat wij kunnen zeggen: dat potlood ligt daar. Neen, wij moeten eerst weer kijken: wat was het? wat heb ik gedaan? En daar ligt het dan. Dat vraagt voor een ouder iemand toch wel enige reactietijd, maar de mogelijkheid bestaat. U kunt uw geheugen dus op deze manier aanmerkelijk verbeteren.

Ditzelfde kan ook gelden voor muziek. Want niet alleen het oog neemt waar en registreert, ook het oor doet dit. U kunt, als u gewend bent om op de juiste manier te luisteren, gewoon door het beeld op u af te laten komen vaak een melodie, die u een keer heeft gehoord, onmiddellijk reproduceren. Degenen die dat spontaan bezitten, worden vaak als buitenbeentjes beschouwd, maar dat komt alleen door de wijze waarop ze luisteren. Voor hen is dat normaal, het gaat automatisch. Voor u zal het een kwestie zijn van leren.

Er zijn mensen, die naar een fuga van Bach kunnen luisteren en dat toon voor toon juist kunnen weergeven. Nu heeft niet iedereen een zuiver gehoor voor tonen, dat geef ik graag toe. U moet dus wel enig muzikaal gehoor hebben. Anderen hebben weer geen gevoel voor ritme. Zij zullen de tonen reproduceren, maar niet de fuga. Dat is allemaal waar. Maar toch kunnen wij ook door te luisteren en gewoon de dingen in ons op te nemen, ook zonder ze te willen volgen, onmetelijk veel reproduceren.

Een van de technieken, die de Orde vaak gebruikt, is het scheppen van een bepaalde sfeer of stemming. In die stemming wordt dan een bepaald aantal uitspraken gedaan, die aan de aanwezigen op dat ogenblik praktisch voorbij gaan. Pas als het denkproces weer nodig is, wordt de sfeer, de stemming verbroken. Door die verbreking wordt het bewuste denkproces a.h.w. weer gestimuleerd. Maar als iemand nu later in een situatie komt waarin een van die uitspraken past of met een probleem zit waarin zo’n uitspraak een rol zou kunnen spelen, dan komt ze vreemd genoeg weer naar voren. Ook dit is dus een bepaalde vorm van mnemotechniek.

Maar wat blijkt nu? Alleen als wij een voldoende zuivere sfeer weten te scheppen, een soort emotionaliteit, waarbij het luisteren langzaam maar zeker wordt vervangen door een emotioneel meedeinen, kan dit opnemen zon­der meer plaatsvinden. Dit wordt dus kunstmatig tot stand gebracht. Als u zonder te interpreteren eenvoudig luistert, gewoon alles in u opneemt, dan zult u ook steeds meer letterlijk kunnen weergeven wat er is gezegd, wat u heeft gehoord. Ook dit kan een groot voordeel zijn.

Nu moet u niet denken dat de mnemotechniek u voortdurend alles ter beschikking stelt. Laat mij een voorbeeld nemen uit de methode die bij het Variété wordt gebruikt: het telefoonboek.

Iemand zegt: bladzijde zoveel van dat en dat boek (dat boek is dan meestal wel uitgezocht) en noemt de naam A. H. Jansen. Waarop de persoon in kwestie reageert: telefoonnummer dat en dat, adres dat en dat, functie dat en dat. Nu moet u goed onthouden: die man ziet niet de gehele bladzijde voor zich, maar hij heeft ergens iets gefotografeerd. Jansen slaat een bepaalde snaar aan het is a.h.w. een sleutelwoord. Nu komt Jansen naar voren. Wanneer wordt gezegd: de hoeveelste, dan telt u dat nog even af. De ander ziet de namen wel voor zich, maar hij gaat pas interpreteren bij de bewuste Jansen. Dit is een systeempje waarmee zeer veel te doen is. Een groot gedeel­te van de prestaties van toneel telepathen berust ook op zoiets. Er zijn een groot aantal lettersystemen in omloop waarmee je door de manier van zeggen, het gebruiken van woorden, het aantal woorden, het aantal letter­grepen iets mededeelt. Bijvoorbeeld:

Juffrouw Mia, welk nummer heeft dit bankbiljet dat ik hier juist van mijnheer heb ontvangen?
Hier zit de sleutel: juffrouw. Wij beginnen dus al met een letter, die daarmee wordt aangegeven. Het eerste woord duidt dan een pauze of rust aan: Mia. Deze naam telt dus nooit mee, als ze wordt gebruikt. Daarna komt de rest. Wordt er gezegd Mia wat is dit? Dan begint men direct bij “wat” en “ik”. Of “hier heb ik”. Dit is wederom een code-uitdrukking.

Nu hebben deze mensen dat vaak van buiten geleerd. Er zijn bepaalde toneel telepathen, die een bijzondere gave hiervoor hebben. Zij maken een afsprakensysteem en bekijken dat. Zij nemen dat in zich op en zonder dat van buiten te leren kan zo’n toneel telepaath verscheidene codes door el­kaar gebruiken. Daarover heeft o.a. Houdini iets geschreven. Hij heeft be­wezen dat er mensen zijn, die een groot aantal codes door elkaar kunnen gebruiken, waardoor het systeem voor de waarnemer bijna onontwarbaar wordt. Alweer dus een vorm van fotograferen met de ogen.

Als een bepaalde klankassociatie nodig is, dan zullen wij echter niet met kijken kunnen volstaan. Vandaar dat zo’n code dan ook altijd voor­gelezen moet worden aan het z.g. medium. De ander heeft de visuele indruk nodig, want daaruit kan hij zijn associaties putten. Het medium is echter op auditieve impressies aangewezen en zal dus ook alles moeten horen, want eerst dan is de interpretatie mogelijk.

Ik denk dat ik hiermee duidelijk heb gemaakt dat je eigenlijk erg veel kunt doen, als je een klein beetje schaaft aan je geheugen. Het geheugen neemt alles op. Als u in uw kinderjaren een vreemde taal heeft horen spre­ken, dan is de kans groot dat u op uw zestigste jaar die vreemde taal reproduceert, als u maar in een situatie verkeert waarin plotseling de sleu­tel wordt omgedraaid door bv. gelijksoortige omstandigheden of emotionele toestanden. En dan brengt u dat naar buiten. U zegt misschien: Dat is de geest, of dat is een wonder. In wezen is het alleen maar reproduceren wat u eens heeft opgenomen of waargenomen. Dit is een bekend verschijnsel in de psychologie. Als nu zo’n verschijnsel bestaat, waarom zouden wij er dan geen gebruik van maken door het meer bewust te hanteren?

Ik heb u al enkele voorbeelden gegeven. Ik heb u ook enkele eenvou­dige regels gegeven. In de meer occulte en vooral meer magische betekenis zouden wij nog een paar regels hierover kunnen geven.

Hoofdregel:
Wat ik zie is altijd een eenheid. Die eenheid terugroepend kan ik elk detail daarvan in de eenheid terugvinden.

Regel voor de waarneming:
Zie steeds het geheel. Reproduceer nooit delen, maar altijd het geheel. Alleen indien het nodig is, kunt u een onderdeel tijdelijk beschouwen. Doe het nooit te lang. Breng het naar buiten, schrijf het neer, teken het en ga terug naar het geheel. Hierdoor bereikt u dat het geheel altijd actief blijft en dat niet de details langzamerhand het geheel gaan domineren.

In vele gevallen zullen wij te maken krijgen met toon, tonaliteit. Dit is vooral in de magie erg belangrijk. Klanken, die wij onthouden behoe­ven geen woorden te vormen. Als wij klanken reproduceren op de juiste wijzen, ontstaat het magisch werkzame trillingspatroon. Laten wij nooit proberen om woorden te spreken. Laten wij klanken uiten in dergelijke ge­vallen. Indien wij een gehele klankenreeks onthouden, kunnen wij haar ook reproduceren, indien dat nodig is.

Indien wij in onszelf bepaalde processen tot stand willen brengen, dan zullen wij een keer de ervaring daarvan moeten hebben gehad. Als u iets heeft doorgemaakt, komt dat altijd terug. Indien u echter in staat bent om iets wat u zelf heeft doorgemaakt in vergelijkbare of analoge vorm elders nog eens te zien (desnoods door lezen of aanschouwen tot u te nemen), dan heeft u daarmee de bewuste beschikking gekregen over het geheel en zult u door elke willekeurige associatie het gehele beeld kun­nen oproepen en uit dat beeld details kunnen putten en conclusies kunnen trekken. Ik geloof dat dit een heel belangrijk punt is. In de praktijk is het name­lijk ook nog zo:

Als wij iemand zien en wij weten, deze persoon heeft en dan noemt u maar o:; griep, suikerziekte, kanker of iets anders en wij beschouwen die persoon met die kennis, dan zullen wij, wanneer wij twee of drie van die gevallen hebben gezien, de tekenen waarnemen welke bij die personen praktisch gelijk zijn. Dat wil zeggen, dat wij ons afvragende: is het deze kwaal? definitief “ja” of “neen” kunnen zeggen.

Nu kunnen wij op deze manier ook bepaalde type-eigenschappen vinden. Dat wil niet zeggen, dat wij aan de hand van een astrologie boekje zeggen: U bent een Stier en u bent een Tweeling. Daarmee bedoel ik eenvoudig dit:

U heeft bij een bepaalde mens, een bepaald gedragspatroon gezien. U heeft dat enkele malen bij mensen geconstateerd. Nu ziet u iemand, die helemaal nog niet is gekomen tot die gedraging, maar door de vraag: “Wat voor iemand is dit?” komt automatisch de vergelijking met de waarneming naar voren. U constateert de overeenkomsten in bijvoorbeeld uiterlijk, be­weging, neiging en u zult zo a.h.w. voorspellen wat de reactie van die persoon onder bepaalde omstandigheden zal zijn. Dat helpt u dus ook om mensen beter te kennen. Hier geldt namelijk de regel:

Indien de mensheid als geheel moet worden beschouwd, zal de reactie van een deel van dit geheel stereotype eigenschappen vertonen en in elk ander deel zal een soortgelijke reactie worden voorafgegaan en worden begeleid door dezelfde tekens. Het geheel van uiterlijk, gedrag en houding geeft dus het karakter, de emotionele toestand en wat dies meer zij weer.

Voor ons geldt dus: als wij mensen waarnemen en bepaalde gedragingen van die mensen gewoon in ons opnemen, dan zullen wij – een beroep doende op deze waarnemingen – de mensen, die wij nog niet hebben ontmoet vaak zeer juist kunnen beoordelen en in vele gevallen hun gedragingen in de toekomst van tevoren kunnen verwachten en constateren.

In alle gevallen geldt bij de mnemotechniek echter wel dit:

Begin nimmer met gevoelens. Stel het beeld en roep de uit uzelf op­genomen gegevens naar voren. De vergelijking van de beelden brengt een automatische reactie teweeg. Sta u eerst dan de luxe van de emotie toe, niet voordien. Emotie namelijk vertroebelt alle mogelijkheden tot reactie en waarneming op mnemotechnisch terrein.

Velen veronderstellen dat dergelijke reacties automatisch zijn. Dit is niet waar. Zij kunnen automatisch worden, maar wij moeten eerst het bewuste proces leren kennen. Als dit eenmaal een deel is geworden van onze wijze van kijken, luisteren en reageren, zal het zich ontwikkelen tot een automatisme. Bij de doorsnee mens is dit echter niet het geval, omdat hij grote nadruk legt op zijn emotie en niet op een visuele of auditieve waarneming alleen. Hierdoor ontstaat een vertekening van beeld waardoor de eigen persoonlijkheid wel voortdurend naar buiten wordt geprojecteerd, maar niet de werkelijkheid wordt geconstateerd.

Ik hoop, dat deze aanvullende opmerking u zal helpen om voor uzelf dit automatisme langzaam maar zeker op te bouwen. Bezit u reeds bepaalde van deze eigenschappen, dan zult u deze ongetwijfeld verder kunnen ontwikkelen. Door het beschikken over een dergelijk geheugen en de mogelijkheid om uit dit geheugen alle feiten door associatie op het juiste ogenblik te putten, zult u sneller en juister kunnen reage­ren dan de doorsnee mens. Ook zult u in dat geval ook vaak over feitenkennis beschikken op die ogenblikken dat dit voor u noodzakelijk is.

Voor velen van u zal dit in ieder geval een mogelijkheid inhouden om bepaalde dingen in het leven gemakkelijker te doen.

Inzicht

Wanneer iemand inzicht zoekt en met doorzicht het uitzicht beziet, zal hij inzien dat in het uitzien niet de totaliteit vertegenwoordigd is.

Inzicht is een begrip voor het geheel, waarbij elk deel van dit ge­heel als een functie in het geheel wordt beschouwd.

Wij bouwen, als wij inzicht bezitten, niet excepties op. Integendeel, wij gaan uit van een algehele wetmatigheid en algemene kracht, die zich in alle dingen manifesteert. De manifestatie betekent voor ons dan in wezen een aanduiden van het functioneren in onszelf en in anderen van de algemene kracht, van de algemene waarde of regel.

Zoekt u inzicht in uzelf? Besef, dat u deel bent van een geheel en daarvan nimmer geheel los kunt zijn. U wordt daardoor beheerst, zowel qua normen als ook qua mogelijkheden van emotie en bewustzijn.

Wilt u inzicht hebben in de wereld? Besef, dat die wereld als ge­heel bestaat en dat in die wereld alle eigenschappen, die u tot uiting ziet komen, vertegenwoordigd zijn. Begrijp wat u innerlijk beweegt. Zie het geheel van de wereld en u zult ook zien hoe u zelf in die wereld staat en hoe u betrokken ben bij de totaliteit.

Zoekt u inzicht in de werkelijkheid of de waarheid ten aanzien van bepaalde personen of toestanden? Realiseer u dan:

Al wat in mij bestaat, zal ook in een ander bestaan.

Al wat vanuit mij bestaat als verlangen, begeren of angst zal in een ander ook aanwezig zijn, zij het in een andere samenstelling.

Indien ik de emotie terzijde stel, zie ik het verschijnsel. Het ver­schijnsel interpreterende volgens mijn persoonlijke aard, maakt het mij moge­lijk te ontdekken hoe de reactie van anderen is en hoe hun geaardheid is.

Deze kennende heb ik inzicht in het samenspel van het geheel en kan ik dus vanuit mijn eigen persoonlijkheid ook de afwijkende gedragingen van andere persoonlijkheden volledig begrijpen en in dit begrip komen tot een juiste aanpassing zowel aan deze persoonlijkheden als aan het geheel.

Vrijmoedigheid

Vrijmoedig. Vrij van gemoed, maar ook moedig genoeg om vrij te zijn. Vrijmoedigheid is niet: gebrek aan respect voor de ander of voor het andere. Het is het begrip dat je alleen vanuit jezelf, je denken en je mogelijkheden de werkelijkheid kunt benaderen.

Er behoort moed toe om jezelf te zijn. Vrij zijn is niet altijd pret­tig, het is soms heel moeilijk. En toch, hoe kun je ooit vrij zijn, als je niet vrijmoedig, eerlijk, open de wereld durft benaderen? Hoe kun je ooit weten wat je mogelijkheden en je onmogelijkheden zijn, als je niet bereid bent om te zien wat mogelijk is?

Hoe kun je begrijpen hoe een ander reageert en denkt en leeft, als je jezelf niet durft openbaren zoals je bent? Dat is eigenlijk het be­zwaar van vrijmoedigheid, het maakt je zo zelfstandig en daarmee vaak zo onzeker. Het is beter wat onzeker te zijn. Het is beter wat risico te lopen. Het is beter elke dag opnieuw de onverwachte gebeurtenissen eer­lijk in het oog te zien en te aanvaarden, dan blind te zijn voor je moge­lijkheden.

Vrijmoedigheid betekent de moed hebben om wat je denkt te leven. Het betekent de vrijheid vinden om wat je weet dat mogelijk of nodig is te toetsen aan de werkelijkheid.

Vrijmoedigheid is de vrije confrontatie van het “ik” met de gehele wereld en daardoor het verwerven van een waar en vrij begrip, zowel voor die wereld als voor je eigen mogelijkheden.

Laat ons rustig wat vrijmoedig zijn. Want in de eerlijkheid, waarmee wij de wereld tegemoet treden, zullen we het antwoord vinden op ons eigen wezen en vooral ook een begrip voor wat de wereld in feite is.